CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-2.24 Besluit B&W inzake rapport kalverensector d.d. 16-2-21.pdf

Commissie Samenleving 7 april 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Besluit B&W rapport kalversector.13.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

-1Afdeling: Bestuur en Dienstverlening Behandelaar: Wessels, Jan Telefoonnummer: Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:

Onderwerp:

Voorstelnr. <Neem dossiernr over uit Ibabs> Barneveld, Portefeuillehouder: D.J. Dorrestijn-Taal Op overzicht Bestaand beleid (website)

Rapport Kalversector

Gevraagde beslissing: 1. In te stemmen met de aanbevelingen uit het rapport Kalversector van januari 2021, opgesteld door het Poultry Expertise Centre; 2. Een bedrag van € 15.000,- beschikbaar te stellen voor het uitwerken van een plan van aanpak in samenwerking met de stakeholders in de kalversector door de opstellers van het rapport; 3. Dit besluit alsmede de bijlage (rapport) als niet openbaar aan te merken tot het moment van de persconferentie. 4. Dit besluit en het bijbehorende rapport ter kennisgeving van de gemeenteraad te brengen middels plaatsing in rubriek B van de lijst van inkomende en uitgaande stukken van de gemeenteraad.

1. Inleiding De gemeente Barneveld is in Nederland en de regio een belangrijk concentratiegebied als het gaat om de primaire productie en de toeleverende industrie van dierlijke eiwitten. Met daarbij de aanwezigheid van relevante opleidingen en kenniscentra in de gemeente of de directe omgeving, is de gemeente uniek. Dat maakt deze vorm van bedrijvigheid belangrijk voor de lokale economie en Barneveld is een landmark binnen het agrifoodcluster van Foodvalley. Naast de pluimveesector, waaraan Barneveld zijn landelijke imago ontleent, is de gemeente – samen met Ede – regionaal leidend in de kalversector. De regio huisvest in totaliteit 25% van de Nederlandse kalverhouderij. Naast de grote concentratie van primaire agrarische bedrijven voor de opfok van kalveren is de rest van kalverenketen (jongdiervoeding, stallenbouw en slacht) ook sterk vertegenwoordigd in Barneveld en de omliggende regio. Hierdoor is de kalverensector een belangrijke bron van werkgelegenheid en een economische sector van formaat. In het najaar van 2020 bereikten de gemeente signalen over de problemen in de kalverhouderij als gevolg van het wegvallen van een groot deel van de afzet van kalfsvlees. Dat was en is een gevolg van de Covid-19 crisis, die heeft geleid tot wegvallen van de vraag in heel Europa door sluiting van de horeca en daarmee de sterk verminderde export.

Om een beter inzicht te krijgen in de aard en omvang van de problematiek, is aan het Poultry Expertise Centre (PEC) opdracht gegeven voor het opstellen van een rapport over de kalversector. De keuze voor het PEC is ingegeven door het feit dat binnen Aeres Barneveld, waarvan het PEC deel uitmaakt, veel contacten en kennis aanwezig zijn over de sector. Daarnaast is het PEC betrokken bij de uitwerking van de Regiodeal, waarin ook met de kalversector wordt samengewerkt op het gebied van emissiereductie. In de bijlagen treft u het Rapport Kalversector aan dat in januari 2021 naar aanleiding van de opdracht is opgesteld. De opstellers van het rapport hebben breed gekeken naar de aard en omvang van de kalversector in Nederland en de regio. Zij hebben naast literatuurstudie en data-onderzoek met veel actoren in de sector gesproken. Daarvan is een uitgebreide rapportage gemaakt, waarin zowel de actuele problematiek als de totale stand van zaken in de kalversector worden beschreven. Het rapport eindigt met conclusies en aanbevelingen. Wat betreft de actuele problematiek wordt aangegeven dat de problemen door het wegvallen van de vraag het grootst zijn voor de “vrije” kalverhouders, die het meest werken in de rosé-vlees productie.

Dit in tegenstelling tot de producenten van blank kalfsvlees, die veelal op contractbasis voor integraties werken en door de nog doorlopende contracten met leegstandsvergoeding, inkomsten zijn blijven houden. Daarbij komt dat de landelijke Covid-19 vergoedingen voor omzetverlies bij ondernemers niet aansluiten bij de wijze waarop in de kalversector wordt gewerkt, zodat kalverhouders daar veelal geen beroep op kunnen doen. Hierover is wel overleg tussen de landelijke belangbehartigers van de veehouders en de rijksoverheid. Daarmee is overigens ook meteen duidelijk dat – behoudens de toepassing van het Bijstandsbesluit Zelfstandigen – de financiële problemen geen eerste verantwoordelijkheid zijn van de gemeente.

-2Het rapport beschrijft echter ook de andere factoren die spelen in de kalversector. Die hebben te maken met de lange termijn verwachtingen omtrent omzet en export en de steeds striktere eisen die worden gesteld aan een duurzame en diervriendelijke productie. De conclusie is dat de kalverhouderij op een keerpunt staat en zowel de totale sector als de individuele kalverhouders keuzes moeten maken. Dat zijn keuzes over de wijze van produceren en verwerken, de omvang van de import van dieren voor de opfok, investeringen en nieuwe businessmodellen. Voor een deel van de bestaande kalverhouderijen zal dat betekenen dat zij stoppen en anderen zullen juist door gaan en daarvoor moeten innoveren. Op landelijk niveau bestaan regelingen, waarvan gebruik kan worden gemaakt. De provincie Gelderland werkt daarnaast ook aan een opkoopregeling en een innovatie-subsidie. Het rapport concludeert dat de stakeholders in de gehele keten beter moeten samenwerken en kennis moeten delen om perspectief te bieden voor degenen die door gaan en goed advies te geven aan degenen die overwegen om te stoppen. Daarbij kan de overheid faciliteren door het aanbieden van regelingen en het stimuleren van samenwerking en kennisdeling.

Het rapport geeft aan dat de regio Foodvalley – als concentratiegebied – een goede proeftuin kan zijn voor het verbeteren van zowel de samenwerking en transparantie in de keten als de kennisontwikkeling en kennisdeling. Daarom wordt aanbevolen dat de regio in overleg treedt met de provincie om een goede aansluiting te bevorderen tussen de reeds in gang gezette trajecten, zoals de regiodeal – en de door de provincie in voorbereiding zijnde nieuwe instrumenten. Als opdrachtgever en eigenaar van het rapport wordt aanbevolen dat de gemeente Barneveld het initiatief neemt om als verbinder de stakeholders in de sector bij elkaar te brengen en aan de slag te gaan met de conclusies en aanbevelingen. Het belang voor Barneveld is groot. Uit de reacties van verschillende partijen tijdens het onderzoek blijkt dat er veel waardering is voor het feit dat de gemeente deze opdracht heeft gegeven. Er is ook veel draagvlak voor een vervolg. In de bijlage zit een eerste schematische aanzet voor een vervolgtraject om te komen tot een stappenplan met concrete acties voor alle ketenpartijen. Het voorstel is om kennis te nemen van het Rapport Kalversector, in te stemmen met de aanbevelingen en een budget van € 15.000,- beschikbaar te stellen voor het ondersteunen en begeleiden van sector breed overleg en deelwerkgroepen om te komen tot een gedragen plan van aanpak.

2. Beoogd effect a) Doel het is het opstellen van een plan van aanpak in de regio Foodvalley waarin de aanbevelingen uit het Rapport Kalversector worden vertaald in praktische uitvoering op het terrein van informatie- en kennisdeling, effectieve toepassing van bestaande en nieuwe instrumenten voor het ontwikkelen van een duurzame en toekomstgerichte kalverhouderij, economische haalbaarheid maatschappelijke acceptatie. b) Door middel van het Rapport Kalverhouderij en het vervolg in de vorm van een plan van aanpak geeft de gemeente zich rekenschap van de zorgen die bij kalverhouders en hun gezinnen bestaan. Hoewel hiermee niet de directe problemen worden opgelost, kan wel perspectief worden geboden. Op langere termijn draagt een plan van aanpak bij aan goede ruimtelijk inpasbare bedrijvigheid, een betere leefomgeving in het buitengebied en de gezondheid en het welzijn van de individuele kalverhouder en zijn dieren. Ook draagt kennisontwikkeling bij aan innovatie en stelt een gezonde sector bedrijven in staat om toekomstgericht te kunnen investeren.

5. Argumenten De uitwerking van het rapport past binnen de kaders van het coalitieakkoord In het coalitieakkoord is onder andere opgenomen dat verder invulling wordt gegeven aan de verduurzaming van de landbouw en de versteving van de positie van Barneveld als agrofood cluster in de regio Food Valley. De uitwerking van het rapport past binnen deze twee thema’s. Door te investeren in kennisontwikkeling van de kalversector kan een belangrijke slag gemaakt worden in de circulariteit van de sector alsmede in de het oplossen van het mestvraagstuk. Dit kan een belangrijke bijdrage leveren in de aanpak van de stikstofproblematiek. Investeren in ketensamenwerking zorgt voor versteviging van de kalverensector. Barneveld vervult binnen de regio Food Valley een belangrijke rol op het gebied van agrofood. De kalversector draagt daar in belangrijke mate aan bij. 25% van de Nederlandse kalversector is gehuisvest in deze regio. Die sterke concentratie van bedrijven zorgt er tevens voor dat naast de primaire opfokbedrijven de totale keten in dit gebied bovengemiddeld is vertegenwoordigd. Door te investeren in het verstevigen van de ketensamenwerking ontstaat de mogelijkheid om aan keteninnovatie te doen hetgeen een belangrijke rol kan spelen bij de knelpunten en uitdagingen waar de kalversector zich voor geplaatst ziet.

-3De kalverensector ziet zichzelf op korte termijn voor een aantal grote opgaven staan. Door de aanbevelingen over te nemen en tegelijk te besluiten tot vervolgstappen, wordt verzekerd dat het door de gemeente Barneveld geïnitieerde rapport niet “op de plank” blijft liggen. Het rapport laat zien dat er veel moet gebeuren. Voorkomen moet worden dat de verschillende belanghebbenden op elkaar gaan wachten. Door ook de volgende stap te zetten stelt de gemeente zich leidend op als het gaat om kennis en ontwikkeling ten aanzien van dierlijke eiwitten. Die duidelijke opstelling versterkt de regionale positie van Barneveld.

4. Kanttekeningen De gemeente is niet de primaire verantwoordelijke voor de kalversector. In de regio zijn bovendien sterke partijen in de toelevering en verwerking actief. Echter, hoewel de sector op zich overzichtelijk is en goed georganiseerd, blijkt dat van open samenwerking en onderlinge transparantie weinig sprake is. Vandaar dat in het rapport de nadruk wordt gelegd op de verbindende rol, die de gemeente kan invullen door het initiatief nu naar zich toe te trekken. De uitvoering van het op te stellen plan van aanpak is wel nadrukkelijk de verantwoordelijkheid van de sector.

5. Financiën Het beschikbaar te stellen bedrag kan ten laste worden gebracht van de post 6012 “Promotie economische bedrijvigheid” van de bestaande begroting.

6. Uitvoering Planning: 1. Het Rapport Kalversector aanbieden aan het portefeuillehouders overleg EZ van de regio Foodvalley en daar agenderen; 2. Aan het PEC verzoeken om een offerte uit te brengen voor de werkzaamheden ten behoeve van een plan van aanpak; 3. Op basis van de offerte opdracht verlenen om uiterlijk in de maand mei 2021 een plan van aanpak aan te bieden.

Communicatie: 1. Na besluitvorming het Rapport Kalversector openbaar maken en toezenden aan de gemeenteraad en deelnemers in het onderzoek. 2. Openbaarmaking door middel van een persconferentie, waarbij vertegenwoordigers van de sector, de provincie Gelderland en de regio Food Valley worden uitgenodigd. 3. In het plan van aanpak een hoofdstuk communicatie opnemen.

Evaluatie/controle Het plan van aanpak wordt voor de definitieve vaststelling nog voorgelegd aan de stakeholders door middel van een sector brede bijeenkomst. Het plan van aanpak wordt ter kennis gebracht van de gemeenteraad. Afrekening van de kosten vindt plaats op basis van de vooraf uitgebrachte offerte.

7. Bijlagen Rapport Kalversector (januari 2021) Schematisch stappenplan om te komen tot een plan van aanpak.

RAPPORT KALVERSECTOR

JANUARI 2021

- Pagina 1 -

RAPPORT KALVERSECTOR

JANUARI 2021

- Pagina 2 -

Voorwoord Nederland is het land met de op één na grootste export van agrarische producten in de wereld. Dat is een gevolg van de opgebouwde kennis en ervaring op het gebied van landbouw en veeteelt in combinatie met een sterke ondernemerszin en handelsgeest. Kansen en markten zien en daarvan het beste maken. Dat een dergelijke grootschalige productie in een klein land ook uitdagingen kent is duidelijk. Maar ook daar laat Nederland zien, voorop te willen lopen in duurzame productie met oog voor mens, dier en omgeving. Er moet nog veel worden geoptimaliseerd en waarschijnlijk zal niet alles door kunnen gaan zoals het nu is. Toch blijft Nederland internationaal een schoolvoorbeeld van hoe voedselzekerheid voor een sterk groeiende wereldbevolking kan worden gewaarborgd. In deze beschrijving past ook de kalversector als bedrijfstak, die voortgekomen is uit de melkveehouderij. In plaats van stierkalveren te zien als min of meer overbodig bijproduct, zijn Nederlandse ondernemers zich met veel succes gaan richten op het verwaarden ervan. Dat is zo goed gegaan, dat men zich niet alleen is gaan richten op de eigen melkveehouderij, maar ook op het importeren van kalveren uit andere Europese landen. Mede door steeds hogere eisen ten aanzien van duurzaamheid en dierenwelzijn heeft een schaalvergroting van de bedrijven plaatsgevonden.

De ontwikkeling heeft geleid tot een sector die op grote schaal dieren importeert en vlees exporteert, waarbij de internationale markt voor een belangrijk deel wordt bepaald door de vraag vanuit de horeca. Frankrijk en Nederland zijn de grootste kalfsvleesproducenten, hun marktaandelen zijn vrijwel gelijk (ca. 30%) (Wageningen Economic Research, 2018). De laatste jaren is de productie van Frankrijk en Italië gaan krimpen, terwijl die van Nederland is gestegen. Dit komt door de introductie van rosé kalfsvlees, een nieuwe markt die Nederland beter beheerst dan de andere landen en die hier in de plaats is gekomen van teruglopende vormen van roodvleesproductie, zoals stierenmesterij en zoogkoeien. In landen als Frankrijk, Italië en Duitsland blijft de productie achter bij de consumptie van kalfsvlees en moet er worden geïmporteerd. Dat vlees komt hoofdzakelijk vanuit Nederland, omdat hier véél meer wordt geproduceerd dan er geconsumeerd wordt. Na de sterke groei in de afgelopen decennia, leek de markt zich te stabiliseren. En toen kwam Covid-19. In dit rapport worden de gevolgen van de Covid-19 crisis voor kalversector in de regio Foodvalley beschreven tegen het licht van de bredere ontwikkelingen in de markt en maatschappij, die van invloed zijn op de toekomst van kalverhouders. Er zijn veel gesprekken gevoerd met alle geledingen in de sector.

De zorgen zijn groot door de weggevallen vraag in een tijd waarin de druk toch al groot is om te innoveren en nog duurzamer te produceren. Desondanks is er veel bereidheid om door te gaan, streven de ondernemers naar een diervriendelijke houderij en is men trots op een in vele opzichten hoogwaardig product. Wij hopen hiermee bij te dragen aan een zinvolle discussie over de toekomst van de kalverhouderij en de kalverhouders in de regio.

- Pagina 3 -

Samenvatting De gemeente Barneveld heeft opdracht gegeven voor een onderzoek naar de problemen in de kalverhouderij, die verband houden met de Covid-19 crisis. Om te komen tot een antwoord op de hoofdvraag van dit onderzoek is een kwalitatief, explorerend onderzoek uitgevoerd. Door middel van literatuuronderzoek en data onderzoek is een beschrijving gemaakt van de kalversector in Nederland en de regio Foodvalley. Deze gegevens zijn aangevuld met een reeks interviews met stakeholders in de sector. Er worden iets meer dan 1.000.000 vleeskalveren in Nederland gehouden, waarvan ongeveer de helft in Gelderland en meer dan 25% in de Regio Foodvalley, met als concentratiegemeenten Ede en Barneveld. Daar bevindt zich ook veel toeleverende industrie en onderzoek/onderwijs. Door de Covid-19 problemen is de afzet van kalfsvlees plotsklaps voor een belangrijk deel weggevallen. Dit heeft gevolgen voor alle stakeholders, maar met name voor de ‘vrije’ mesters die rosé vleeskalveren houden zijn de problemen groot. Door de wijze waarop de landelijke maatregelen voor ondersteuning van door Covid-19 getroffen ondernemers zijn vormgegeven, kunnen kalverhouders daar nagenoeg geen beroep op doen. Denkrichtingen voor de oplossing van acute knelpunten zijn: financiele ondersteuning, regie over de productie, heropening van de horeca en gebruik maken van de particuliere opslagregeling (invriezen).

De acute problemen kunnen niet los worden gezien van de bredere ontwikkelingen in de sector. De groei van de afgelopen jaren was al nagenoeg tot stilstand gekomen. Er worden steeds hogere eisen gesteld aan duurzaamheid en dierenwelzijn en de sector is betrokken bij de landelijke stikstofdiscussie. De sector is in gesprek met de minister van LNV over de aanpak van de problematiek en de provincie Gelderland werkt aan een opkoopregeling en innovatiesubsidie. In de regio Foodvalley doen een aantal kalverhouders mee aan de proeftuin voor emissiereductie in het kader van de Regiodeal Foodvalley. Geconcludeerd kan worden dat de kalverhouderij op een keerpunt staat. Er moeten ingrijpende keuzes gemaakt worden, zowel in de keten- als op bedrijfsniveau. Daarvoor is samenwerking, transparantie en kennis nodig. Er zijn kalverhouders die overwegen te stoppen en gebruik te maken van daarvoor beschikbare regelingen. Er zijn ook veel – overwegend jongere ondernemers – die graag verder willen en zich inzetten voor een duurzame en hoogwaardige productie. Aan hen moet perspectief worden geboden. Daarvoor is er behoefte aan regie en duidelijkheid van zowel de ketenpartners als de overheid. Omdat de regio Foodvalley een concentratiegebied is, waarbinnen ook alle schakels in de keten zijn vertegenwoordigd, ligt het voor de hand om in dit gebied met een plan van aanpak te komen.

Daarbij kan goed worden aangesloten op de reeds lopende trajecten en samenwerkingen. De gemeente Barneveld zou als opdrachtgever voor dit onderzoek het initiatief kunnen nemen om een regionaal overleg met alle stakeholders te organiseren. Een optie is het inrichten van een regionaal meldpunt/kenniscentrum waarin de ketenpartijen, kennis en overheden meewerken aan het oplossen van knelpunten en het vergroten van de deskundigheid van de kalverhouders. Daarnaast verdient het aanbeveling om een overleg starten met de provincie Gelderland om aansluiting te maken tussen de in de regio lopende trajecten en de in ontwikkeling zijnde provinciale regelingen voor opkoop en innovatie in de kalversector, waarbij aandacht nodig is voor het knelpunt van de hoge kosten van mestverwerking. Tenslotte zouden binnen de regio initiatieven voor nieuwe businessmodellen en concepten, zoals streekproducten, doorontwikkeld kunnen worden.

- Pagina 4 -

Inhoudsopgave Voorwoord

3

Samenvatting

4

1.

Inleiding

6

2.

Onderzoeksopzet

7

3.

Resultaten

8

Onderzoeksvraag 1:

8

3.1.

Omschrijving kalversector regio Foodvalley 3.2. Onderzoeksvraag 2:

11

Invloed COVID-19 op de sector 3.3. Onderzoeksvraag 3:

13

Uitdagingen in de sector 3.4. Onderzoeksvraag 4:

20

Onderzoeks- en opleidingsbehoeften in de sector 4.

Conclusie en discussie

23

5.

Aanbevelingen

25

Literatuurlijst

26

Bijlagen

28

Bijlage 1:

29

Overzicht vragen in interviews Bijlage 2:

30

Lijst met geïnterviewden Bijlage 3:

31

Cijfermatig overzicht van omvang kalversector in regio Foodvalley en provincie Gelderland

- Pagina 5 -

1. Inleiding De gemeente Barneveld heeft o.a. naar aanleiding van vragen in de gemeenteraad opdracht gegeven om een onderzoek te doen naar de omstandigheden van kalverhouders in de gemeente en wijdere omgeving, die schade ervaren van de Covid-19 crisis. Door de (internationale) coronamaatregelen wordt kalfsvlees nauwelijks meer afgezet aan de horeca. Dat is al sinds halverwege maart 2020 het geval. Alle schakels in de kalversector lijden hierdoor enorme verliezen. Het hardst worden de vrije (rosé) kalverhouders getroffen. Het uitblijven van steun voor deze gezinsbedrijven heeft grote gevolgen, ook op langere termijn met het oog op duurzaamheidsinvesteringen. De sterke terugval van de afzet van kalfsvlees betreft niet alleen Nederland, maar zeker ook de rest van Europa. Dat is zeer relevant omdat circa 90% van het in Nederland geproduceerde kalfsvlees wordt geëxporteerd. Het doel van dit onderzoek is om kalverhouderij in Nederland en in de regio Foodvalley in beeld te brengen en te komen met aanbevelingen om een duurzame en gezonde kalverhouderij in stand te houden. Om tot aanbevelingen te komen zijn een aantal deelvragen opgesteld: 1. Hoe ziet de kalversector eruit in Nederland en specifiek in de regio Barneveld en omstreken? 2. Wat voor invloed heeft corona op de kalversector? 3. Wat zijn de grootste uitdagingen, naast corona, voor de kalversector? 4.

Welke onderzoeks- en opleidingsbehoefte is er in de sector? In dit rapport wordt in hoofdstuk 2 de onderzoeksmethode beschreven. In het daaropvolgende hoofdstuk, hoofdstuk 3, worden de resultaten per onderzoeksvraag beschreven: de omvang en groei van de sector, de directe gevolgen van de actuele afzetcrisis, de uitdagingen die naast de huidige crisis spelen en de onderzoeks- en opleidingsbehoefte die er is in de sector. Op basis van die gegevens worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan (hoofdstuk 4).

- Pagina 6 -

2. Onderzoeksopzet Om te komen tot een antwoord op de hoofdvraag van dit onderzoek is een kwalitatief, explorerend onderzoek uitgevoerd. De opgestelde deelvragen zijn beantwoord door middel van literatuuronderzoek en interviews met stakeholders vanuit de sector. Het literatuuronderzoek is uitgevoerd om antwoord te geven op de eerste onderzoeksvraag: een beschrijving van de sector. Hiervoor is gericht gezocht naar kwantitatieve data over de kalversector in de gemeente Barneveld en daarbuiten. Doordat de kalverhouderij in cijfers vaak samengenomen wordt met de rundveehouderij, is het lastig een goed beeld te krijgen van de sector. De informatie uit geschreven bronnen is aangevuld met informatie uit de interviews met stakeholders. De overige onderzoeksvragen zijn beantwoord door het houden van interviews met stakeholders vanuit de sector. In totaal zijn zeventien personen/organisaties benaderd voor een interview, vijftien daarvan zijn geïnterviewd. De interviews waren semigestructureerd: tien vragen waren vooraf opgesteld (Bijlage 1), maar in de interviews was ruimte om door te vragen op antwoorden, om zo meer gedetailleerde informatie te verkrijgen. Tijdens de interviews hebben de onderzoekers aantekeningen gemaakt, deze zijn aansluitend aan het interview uitgewerkt.

Bewust is door de onderzoekers gekozen om het interview niet op te nemen, omdat de kwaliteit van de verkregen informatie hierdoor beïnvloed kan worden. Het risico van het transcriberen van interviews zonder opname is dat letterlijke transcriptie van het interview niet mogelijk is, waardoor interpretatie verschillen kunnen ontstaan. Dit effect is ondervangen door de transcriptie van het interview ter controle toe te sturen aan de geïnterviewden. De interviews hebben plaatsgevonden in de maanden november en december 2020. Elk interview duurde één tot anderhalf uur en werd uitgevoerd door één of twee van de onderzoekers (zie Bijlage 2). Door de beperkingen rondom Covid-19 heeft een deel van de interviews digitaal moeten plaatsvinden. De lijst met geïnterviewde personen is te vinden in Bijlage 2. Deze lijst is opgedeeld in vier categorieën: bedrijfsleven, kalverhouders (incl. belangenbehartigingsorganisaties), onderwijs & onderzoek en overheid. Na transcriptie zijn de interviews met behulp van het programma ATLAS.ti gecodeerd. Met dit programma is ook een eerste analyse gedaan van de resultaten. Vervolgens is in Excel de output van ATLAS.ti verder geanalyseerd en zo nodig vertaald in een grafische weergave. De resultaten per onderzoeksvraag zijn weergegeven in het volgende hoofdstuk.

- Pagina 7 -

3. Resultaten 3.1. ONDERZOEKSVRAAG 1: OMSCHRIJVING KALVERSECTOR REGIO FOODVALLEY Als over de kalversector gesproken wordt, wordt regelmatig een beeld geschetst van een volledig geïntegreerde sector. Zo stelt de minister in haar brief van 22 oktober aan de Kamer over de Voortgangsrapportage Programma Duurzame Veehouderij dat er in de kalversector vijf integraties actief zouden zijn (Schouten, 2020). Dat beeld is niet volledig. Er zijn meer integraties en er zijn veel kalverhouders die volledig zelfstandig ondernemen. Naast de bedrijven die kalveren op contractbasis houden en bij een integratie zijn aangesloten, zijn er circa 600 ‘vrije kalverhouders’: kalverhouders die dieren voor eigen rekening en risico houden. Deze manier van kalveren houden komt het meeste voor in de rosé sector. De kalverhouderij is naar zijn aard sterk verbonden met de melkveehouderij. Door het wegvallen van de melkquotering is de Nederlandse melkveestapel tussen 2010 en 2016 gegroeid, maar in 2017 voor het eerst weer afgenomen als gevolg van de fosfaatwetgeving (Wageningen Economic Research, 2020). Die afname in 2017 was niet terug te zien in het aantal gehouden kalveren. Waar landelijk de aantallen vleeskalveren tussen 2010 en 2016 vrij stabiel waren, en voor de blankvleeshouderij zelfs daalden, groeide het aantal vleeskalveren vanaf 2017 weer (Figuur 1).

De groei van de aantallen is doorgegaan van ruim 950.000 kalverplaatsen in 2017 naar de huidige omvang van 1.007.000 (voorlopige cijfers april 2020, Bijlage 3, Tabel 10), maar lijkt zich de laatste jaren te stabiliseren. Jaarlijks worden in Nederland 1,5 miljoen kalveren geslacht (Wageningen Economic Research, 2018). Naast de herkomst van de kalveren uit de Nederlandse melkveehouderij, worden jaarlijks circa 750.000 kalveren geïmporteerd vanuit Ierland, Duitsland, Denemarken, België en in mindere mate vanuit Polen, Estland, Letland en Litouwen. Die grootschalige import, en dan met name het vervoer over lange afstanden, is in toenemende mate een punt van maatschappelijke discussie. In de regio Foodvalley zijn ruim 280.000 kalverplaatsen op een kleine 400 bedrijven (in heel Gelderland zijn dat er 490.000 op 712 bedrijven, waarvan circa een derde rosé en twee derde blankvlees) (CBS Statline, 2020). Binnen Gelderland is de regio Foodvalley een concentratiegebied en dan vooral de gemeenten Barneveld en Ede. In deze regio zijn overigens relatief weinig ‘vrije mesters’. Figuur 2 en 3 geven de ontwikkeling sinds het begin van deze eeuw weer, waaruit blijkt dat de schaalvergroting van de bedrijven evident is: het aantal kalveren stijgt, en het aantal kalverbedrijven daalt.

Verdere cijfermatige details over de omvang van de kalversector in de regio Foodvalley en de provincie Gelderland zijn te vinden in Bijlage 3. In de Nederlandse kalversector worden zowel blank vleeskalveren als rosé vleeskalveren gehouden. Blank vleeskalveren (tot een leeftijd van ong. 27 weken) hebben een levend eindgewicht van 270 kg; jonge rosé vleeskalveren (tot een leeftijd van ong. 32 weken) een levend eindgewicht van 300 kg, oude rosé vleeskalveren (tot een leeftijd van 11-12 maanden) een levend eindgewicht van 360 kg. Er is in de kalversector sprake van verschillende markten voor respectievelijk blank en rosé vlees. Integraties werken in de export voornamelijk met blank vlees. Rosé vlees ouder dan 8 maanden wordt in Europa (met uitzondering van 4 landen) niet gezien als kalfsvlees, vanwege de geldende Europese leeftijdsdefinitie van kalveren. Meer kenmerken van de rosé- en blankvleeshouderij zijn uitgezet in Tabel 1. Respondenten in dit onderzoek gaven aan dat een deel van de gegevens uit Tabel 1 niet kloppen voor de situatie in de regio Foodvalley, dit is aangegeven in het bijschrift bij de tabel.

- Pagina 8 -

3. Resultaten Figuur 1: Aantal vleeskalveren in Nederland in de jaren 2010-2019, uitgesplitst in blank en rosé vleeskalveren. Bron: CBS.

Aantal vleeskalveren nationaal 800.000 700.000 600.000 500.000 400.000 300.000 200.000 100.000 0

2010

2011

2012

2013

2014

2015

blank

2016

2017

2018

2019

rosé

Figuur 2: Aantal kalveren in de provincie Gelderland, de regio Foodvalley en de gemeente Barneveld in de jaren 20002020. Bron: CBS.

Aantal vleeskalveren regionaal 600.000 500.000 400.000 300.000 200.000 100.000 0

2000

2005

Gelderland

2010

2018

Regio Foodvalley

2019

2020

Gemeente Barneveld

Figuur 3: Aantal kalverbedrijven in de provincie Gelderland, de regio Foodvalley en de gemeente Barneveld in de jaren 20002020. Bron: CBS.

Aantal kalverhouderijen regionaal 1400 1200 1000 800 600 400 200 0

2000

2005 Gelderland

2010 Regio Foodvalley

2018

2019 Gemeeente Barneveld

- Pagina 9 -

2020

3. Resultaten Dit gaat bijvoorbeeld om de gemiddelde mestafzetkosten, die in de regio Foodvalley rond de 50 euro liggen. Dit verschil in data heeft invloed op het verdienmodel van de veehouder. Vandaar dat het van belang is ook regionaal deze data duidelijk te hebben. Er is maar één biologische kalverhouder in Nederland, deze bevindt zich in de regio Foodvalley. Dit houdt verband met de productie voor de internationale markt waar (nog) geen vraag is naar biologisch kalfsvlees. De kalversector zet sterk in op circulaire bedrijfsvoering en een optimale benutting van het product. Kalverhouderij is op zich al een verwaarding van een nevenproduct van melkveehouderij. Voor het voer worden onder andere restproducten (veelal zuivel, zoals weipoeders en concentraten) gebruikt en de mest gaat weer naar de landbouw. Elk onderdeel van het geslachte dier krijgt een bestemming en wordt tot waarde gebracht (vierkantsverwaarding). De sector onderkent de rol van de intensieve veehouderij in de stikstofproblematiek en zoekt naar oplossingen. De Nederlandse kalversector is met een aandeel van 31% de grootste producent van kalfsvlees in Europa, gevolgd door Frankrijk (26%). Met Italië en België erbij zijn de vier landen verantwoordelijk voor 81% van de totale productie. Kalfsvlees vanuit Nederland wordt binnen Europa vooral geëxporteerd naar Italië, Frankrijk en Duitsland.

Buiten Europa zijn China en Amerika opkomende markten (Wageningen Economic Research, 2018).

Rosé

Blank

Leeftijd bij slacht (in weken)*

32 (jong) tot 50 (oud)

27

Gewicht bij slacht (in kg)*

300 (jong) tot 360 (oud)

270

Gemiddeld aantal dieren per bedrijf (2019)

434

894

Percentage op contract (2019)

40%

80%

Gemiddelde vleesprijs (in € per kg koud geslacht gewicht) (2019)

3,20 (jong) tot 3,10 (oud)

4,37

Aankoopprijs startkalf (rosé) of nuchter kalf (blank)

310 (jong) tot 305 (oud)

127

Gemiddelde mestafzetkosten (in € per kalf) (2019)

31,20 (jong) tot 47,40 (oud)

23,55

Norm contractvergoeding (in € per kalverplaats) (2019)

215

Tabel 1: Kenmerken rosé- en blankvleeshouderij op landelijk niveau. Bron: Wageningen Economic Research (2020) en Wageningen University & Research (2020). *Bron: interviews met stakeholders.

- Pagina 10 -

3. Resultaten 3.2. ONDERZOEKSVRAAG 2: INVLOED COVID-19 OP DE SECTOR Zoals genoemd in de inleiding heeft de kalversector zwaar te lijden onder de nationale en internationale maatregelen die verspreiding van het Covid-19 virus moeten tegengaan. De maatregel die het meeste invloed heeft op de sector is de sluiting van de horeca. Aangezien kalfsvlees vooral wordt afgezet in de horeca, valt een heel groot gedeelte van de afzet weg voor de sector. In Nederland is dit jaar in de periode 15 maart tot 6 april en sinds 14 oktober de horeca gesloten. Ook de sluiting van horeca en het wegvallen van toerisme in andere Europese landen, zoals in Italië, heeft veel invloed op de sector. Er zijn de afgelopen maanden door de sector maatregelen genomen om te proberen de gevolgen zo gering mogelijk te houden. Maatregelen die genoemd worden door de respondenten zijn een langere leegstandsperiode, het opzetten van minder kalveren en het langer aanhouden van kalveren, waardoor ze in een lager segment vallen. Ook is bekend dat vlees wordt ingevroren, voor een klein deel via de Particuliere Opslagregeling (RVO, 2020). Via deze regeling krijgt de verwerker een vergoeding voor het opgeslagen vlees. Deze Opslagregeling is door de EU-commissaris van landbouw alleen opengesteld voor rundvlees van 8 maanden en ouder, dus voor oud rosé vlees.

Blank- en jong rosévlees komt niet voor deze regeling in aanmerking. Het aantal geslachte kalveren was in het tweede kwartaal van 2020 14 procent lager dan in het eerste kwartaal (CBS, 2020). Ook telde het CBS bijna 10 procent minder kalveren in het tweede kwartaal dan in het eerste (De Kalverhouder, 2020, 22 september). Door het lager aantal aanwezige dieren is ook de stikstofen fosfaatexcretie fors afgenomen na het eerste kwartaal, respectievelijk 11 en 23 procent (De Kalverhouder, 2020, 22 september). Echter omdat het een momentopname is na afloop van elk kwartaal zijn de cijfers niet representatief voor heel 2020. De daling van het aantal kalveren in het tweede kwartaal van 2020 heeft tot in december 2020 nog niet geleid tot herstel van de prijzen, zeker niet voor rosé kalfsvlees. De prijzen liggen ver onder het normale niveau (Beldman et al. 2020). Dat betekent dat op elk kalf dat aan de slachterij wordt geleverd verlies wordt geleden. Voor een vrije kalverhouder met als voorbeeld 1.500 rosé vleeskalveren en 1,5 rondes per jaar kan dat oplopen tot een inkomensverlies van minimaal € 225.000 op jaarbasis. Stel, tot en met november bedraagt het verlies € 100 per kalf, dat betekent voor een gezinsbedrijf een arbeidsinkomen van € 180.000 negatief (de genoemde bedragen zijn gebaseerd op berekeningen van LTO Nederland (LTO Nederland, 2020)).

Daar komt bij dat bedrijven mest van rosé vleeskalveren op de vrije markt af moeten zetten, met prijzen tot boven de € 20,- per m3. Dat zet het rendement extra onder druk. De respondenten geven aan dat vooral de kalverhouders in de vrije sector, dus zonder contract, hard getroffen worden. Deze vrije kalverhouders houden veelal rosé vleeskalveren, die zodra ze ouder zijn dan acht maanden, in een beperkte markt kunnen worden afgezet. Doordat veel jong rosé, oud rosé is geworden, is deze markt verzadigd. Vandaar dat zij extra afhankelijk zijn van de afzet naar de horeca in Nederland. Maar ook de blank vleessector voelt de gevolgen van het wegvallen van de afzet. De grootste verliezen worden in deze sector opgevangen door de contractgevers, de integraties, maar op den duur merken contracthouders de verliezen ook. Kalverhouders die nu een contract afsluiten hebben het lastig om dezelfde vergoeding per kalf af te spreken. Ook wordt in de nieuwe contracten het leegstandsrisico meer bij de kalverhouder neergelegd. Eerder was het zo dat een kalverhouder een vastgesteld aantal dagen (vaak veertien dagen) een

- Pagina 11 -

3. Resultaten leegstandsvergoeding kreeg, en daarna weer volgens de normale vergoeding uitbetaald kreeg, ongeacht of de kalverhouder nieuwe kalveren had ontvangen. Nu is er sprake van een ontwikkeling in de contracten waarbij bijvoorbeeld de leegstandsvergoeding gedurende de hele leegstandsperiode betaald wordt, of de leegstandsvergoeding lager wordt. De geïnterviewde kalverhouders gaven aan dat er veel onzekerheid is in de sector rondom de contracten, omdat men niet weet wanneer de markt weer beter zal worden en men daarom ook niet weet hoe de contracten over bijvoorbeeld een half jaar zullen zijn. Men is bijvoorbeeld bang dat de kalverhouders met de laagste technische resultaten geen contract meer zullen krijgen of dat er structureel minder kalveren opgezet gaan worden. Aan de andere kant ziet men ook dat deze regulering van productie door de integratie bijdraagt aan het reguleren van de markt. Een deel van de respondenten geeft aan dat juist het feit dat de kalversector goed georganiseerd is door middel van integraties zorgt voor het behoud van de sector in deze tijd. Een deel van de respondenten heeft aangegeven wat men ziet als oplossing voor de Covid-19 problematiek in de sector. De resultaten daarvan zijn weergegeven in Figuur 4. Er is vooral behoefte aan financiële steun voor de sector.

In tegenstelling tot de aardappelen- en sierteeltsector, geeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan dat er geen nationale regeling komt voor de kalversector. Een geïnterviewde kalverhouder gaf aan dat de Tegemoetkoming Vaste Lasten vanuit de overheid niet passend is voor kalverhouders, doordat de kalverhouderij in rondes werkt. Hierdoor kan het zijn dat de kalverhouder in een bepaald kwartaal veel meer omzet heeft dan een vorig jaar, maar wel veel verlies maakt door de lage prijzen (volgens actuele informatie is hier een oplossing voor gevonden). Daarnaast geven de respondenten aan dat er regie nodig is op de productie, met name voor de rosé vleessector. Op die manier kan het aanbod gereguleerd worden t.o.v. de vraag. Dierrechten of een opkoopregeling kunnen daarbij een laatste redmiddel zijn. Deze manier van regulering wordt vooral door de ketenpartijen als mogelijkheid genoemd. Ook kalverhouders zien een regulering, door bijv. dierrechten of opkoopregeling als mogelijkheid, maar zien dat ook als bedreiging, omdat onduidelijk is wat het effect is op het eigen bedrijf. Feit is dat dergelijke structurele oplossingen pas op lange termijn effect hebben en niet direct bijdragen aan de verbetering van bestaande marktverhoudingen. Daarnaast zal ook goed gekeken moeten worden wat de mogelijkheden zijn binnen de mededingingswet.

Andere oplossingen die genoemd worden zijn het openen van de horeca en het opstellen van de Particuliere Opslagregeling voor vlees van kalveren jonger dan acht maanden. Men ziet in al deze oplossingen een directe rol weggelegd voor de nationale overheid. Wel geven de respondenten aan dat de plaatselijke overheid en de regionale overheid indirect invloed kunnen hebben op deze oplossingen, door dit onder de aandacht te brengen van de nationale overheid. Door vakblad ‘de Kalverhouder’ is aan kalverhouders ook gevraagd naar oplossingen voor de gevolgen van de coronacrisis: ‘Lage prijzen van kalfsvlees als gevolg van de coronacrisis spelen de sector parten. Wat is de beste strategie om uit de crisis te komen?’ In totaal hebben 262 respondenten antwoord gegeven op deze vraag. 48% van de respondenten gaf aan dat overheidssteun voor zwaarst getroffen bedrijven nodig is. Verder worden door 22% van de respondenten een langere leegstand, door 17% een generieke krimp in kalverplaatsen van 10% en door 13% het houden van alle kalveren op 2 vierkante meter, als beste strategie gezien (De Kalverhouder, 2020).

- Pagina 12 -

3. Resultaten Figuur 4: Door respondenten genoemde oplossingen voor de Covid-19 problematiek in de sector.

Oplossingen Covid-19 problematiek 8 7 6 5 4 3 2 1 0

Financiële steun voor de sector

Regie over productie

Horeca open

Gebruik mak en van Particuliere Opslagregeling

3.3. ONDERZOEKSVRAAG 3: UITDAGINGEN IN DE SECTOR De respondenten is gevraagd welke uitdagingen men, naast de huidige corona problematiek, ziet in de kalversector. De antwoorden van de respondenten zijn ingedeeld in verschillende groepen, de groepen die meer dan één keer zijn genoemd zijn weergegeven in Figuur 5.

Figuur 5: Door respondenten genoemde uitdagingen in de kalversector.

- Pagina 13 -

3. Resultaten 3.3.1.

Dierenwelzijn en -gezondheid

Het meeste zijn uitdagingen genoemd op het gebied van dierenwelzijn en -gezondheid. De onderwerpen die daarbinnen genoemd worden zijn divers. Antibiotica reductie Antibiotica reductie wordt vaak genoemd. Ondanks het feit dat in de afgelopen jaren het antibiotica gebruik in de kalverhouderij al fors is teruggedrongen (Wageningen Economic Research, 2020, 28 oktober), is de kalverhouderij nog steeds grootgebruiker van antibiotica. De oplossing daarvan zien de geïnterviewden vooral in de melkveehouderijsector. Men geeft aan dat de zorg voor het kalf op het melkveehouderij bedrijf nog verbeterd kan worden, bijvoorbeeld door een betere biestverstrekking. Maar, doordat de kalveren voor de melkveehouder weinig opbrengen, is een goede opfok van het kalf op het melkveebedrijf niet vanzelfsprekend. Ook werd door een respondent genoemd dat de kennisdeling en communicatie tussen melkveehouder en kalverhouder beter kan. Zo weet een kalverhouder bij het ontvangen van een kalf niet hoeveel en welke soort antibiotica een kalf al heeft ontvangen op het melkveehouderijbedrijf. Een systeem om het kalf te volgen vanaf het melkveebedrijf is voor kalveren van Nederlandse oorsprong hier een mogelijke oplossing voor. Op die manier kan de kalverhouder de geschiedenis van het kalf op het melkveehouderijbedrijf inzien en kan een melkveehouder de resultaten van het kalf op het kalverbedrijf volgen.

Om de opfok op het melkveebedrijf te verbeteren kan een beloning gekoppeld worden aan de hand van de slachtresultaten van de kalveren. In het bedrijfsleven en bij onderzoeksinstellingen zijn er verschillende proeven gedaan en lopen er ook diverse trajecten op dit gebied. Een andere oplossing die geopperd werd door respondenten was het opzetten van studiegroepen met melkvee- en kalverhouders, eventueel in combinatie met het systematisch volgen van kalveren. Op die manier kunnen de veehouders ervaringen delen en kennis opdoen van de verschillende sectoren. Door dit te koppelen aan een bestaand project, zoals bijvoorbeeld de Regiodeal Foodvalley, kan een groot aantal bedrijven gevolgd worden, waardoor ook conclusies kunnen worden getrokken over het effect van de studiegroepen en/of het volgen van kalveren op het antibioticagebruik van de kalverhouders. Huisvesting De huisvesting van kalveren is de afgelopen jaren veel verbeterd. Kalveren staan vanaf twee á vier weken na opzet in groepshuisvesting. Traditioneel is dit op houten of betonnen roosters. In 2017 is onderzoeksrapport opgeleverd over alternatieven in vloeren voor vleeskalveren. Dit onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Livestock Research (Heeres et al., 2017). In dit onderzoek zijn in een voorstudie in totaal elf alternatieve vloertypen (vijf voor blank vleeskalveren en zes voor rosévleeskalveren) onderzocht.

Vervolgens zijn twee vloeren in een praktijkproef onderzocht. Het onderzoek toonde aan dat welzijn, gezondheid of technische resultaten niet of nauwelijks werden beïnvloed. De sector heeft, om de ontwikkeling van de vloeren verder te stimuleren met de overheid kunnen afspreken een deel van de compensatiegelden uit de GLB aan te wenden voor een ondersteuningsregeling, waar men veertig procent subsidie kon krijgen op de vloeren die onderzocht zijn in de studie van Wageningen Livestock Research. In totaal hebben 175 kalverhouders een positieve beschikking gekregen voor een welzijnsvloer binnen de subsidieregelingen. Inmiddels hebben 61 bedrijven concreet de investeringen gedaan, ca. 20% van de beschikte subsidie (RVO, 2020, 21 december). Met elkaar zal onderzocht moeten worden hoe de resterende gereserveerde gelden voor deze duurzaamheidsinvesteringen benut kunnen worden.

- Pagina 14 -

3. Resultaten Mede door de corona-verliezen zijn kalverhouders terughoudend om nu investeringen te verrichten. Het aantal welzijnsvloeren in de kalverhouderij zal daadwerkelijk hoger liggen, doordat de vloeren ook worden gelegd door kalverhouders die geen subsidie hebben ontvangen. Geïnterviewde kalverhouders geven aan dat de sector niet geheel positief is over deze vloeren. Een deel van de vloeren lijkt namelijk te zorgen voor extra bevuiling van de kalveren. 3.3.2. Afzetmarkt Een tweede uitdaging in de kalversector die genoemd wordt is de afzetmarkt. De vraag naar vlees staat in Europa onder druk, specifiek dat van rood vlees (rund en varken). Daarbij spelen een afnemend maatschappelijk draagvlak voor vleesconsumptie (milieudruk en dierenwelzijn) en afnemende belangstelling bij met name jongeren een rol. De binnenlandse consumptie van kalfsvlees is met 1,5 kilo per persoon per jaar beperkt, omdat het als duur en exclusief wordt gezien en met name in supermarkten nauwelijks wordt aangeboden. In het buitenland, de grootste afzetmarkt voor blank vlees, wordt anders gekeken naar maatschappelijke kwesties die in Nederland belangrijk zijn, zoals dierenwelzijn en emissies. Hierdoor is het moeilijk voor de kalversector om de hogere kostprijs door verduurzamingsinvesteringen terug te laten komen in de opbrengstprijs van het vlees.

De Nederlandse kalfsvleessector loopt binnen de EU gezien voorop op het gebied van verduurzaming, maar slaagt er (nog) niet in om het verdienmodel hierop aan te passen. Een trend die te zien is in Europese landen is de bescherming van de binnenlandse markt: men geeft de voorkeur aan producten die zijn geproduceerd in het eigen land. De combinatie van deze factoren vraagt volgens de respondenten om een grotere markt voor kalfsvlees in Nederland zelf. De consument in Nederland zal dus gestimuleerd moeten worden om meer kalfsvlees te eten. Sinds de coronacrisis zijn er in korte tijd veel korte keteninitiatieven opgestart, zoals Vlees van de Kalverhouder (Vlees van de Kalverhouder, 2020), waar kalverhouders hun product direct aan de consument verkopen. Deze initiatieven lopen goed, de uitdaging zal zijn om dit na de coronacrisis vol te houden. Geïnterviewden zien hier een verantwoordelijkheid voor de sector zelf, om meer te doen aan promotie van het kalfsvlees, bijvoorbeeld door middel van boerderijeducatie en het verstrekken van informatie over de bereiding van kalfsvlees. Maar men ziet ook een rol weggelegd voor de plaatselijke, de regionale en nationale overheid.

Een basis daarvoor is gelegd in de kamerbrief van 2 augustus 2019 waarin minister Schouten ingaat op verschillende initiatieven die bij moeten dragen aan het verkleinen van de afstand tussen boeren en burgers en het vergroten van de waardering van de consument voor de boer (Schouten, 2019). Politiek heeft namelijk een grote invloed op de beeldvorming van de sector. Ook in educatie van kinderen en jongeren kan al veel gedaan worden om de kalfsvleessector positief in beeld te brengen. 3.3.3. Emissies Sinds in mei 2019 de Raad van State uitspraken heeft gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS), is de landbouwsector regelmatig in beeld over het onderwerp emissies. Met name de rundveesector, waar de kalverhouderij onderdeel van is, produceert veel stikstof in de vorm van ammoniak. De kalverhouderij voelt de druk en heeft de wil om ammoniakemissies te verlagen. Voor de kalversector zijn maar beperkte emissiereducerende technieken geregistreerd op de RAV-lijst. Meestal zijn deze technieken zogenaamde ‘end-of-pipe’ technieken, die niet bijdragen aan de verbetering van het binnenkli-

- Pagina 15 -

3. Resultaten maat en dus geen invloed hebben op de gezondheid en het welzijn van de kalveren en de veehouder. Ook hebben deze technieken relatief hoge kosten. Een luchtwasser kost op jaarbasis per dierplaats ongeveer 35 euro voor blank vleeskalveren en 45 euro voor rosé vleeskalveren. Dit is een substantieel deel van het saldo per kalverplaats (incl. mestafzet) dat voor blank vleeskalveren 95 euro bedraagt en bij rosé vleeskalveren 90 euro (jong rosé) of 52 euro (oud rosé) (Wageningen Livestock Research, 2020). Figuur 6 laat de mogelijke systemen voor emissiereductie in de kalverhouderij zien. Dit figuur is een voorlopige versie van een infographic, die nog in ontwikkeling is. Wel worden in dit figuur een aantal trends zichtbaar. Het deel van de systemen dat officieel geregistreerd is bevindt zich in het kwadrant rechtsboven, deze systemen hebben een hoge effectiviteit, maar leiden ook tot hoge jaarlijkse kosten en zijn vaak ‘end-of-pipe’ technieken. Er zijn verschillende systemen die minder hoge kosten hebben, maar deze zijn nog niet geregistreerd. Binnen de kalversector is een grote behoefte aan het op de RAVlijst geregistreerd krijgen van meer brongerichte emissiereducerende maatregelen met lage jaarlijkse kosten. Om de introductie van die technieken te versnellen is het van groot belang dat informatie wordt uitgewisseld tussen de ontwikkelende partijen.

Verschillende trajecten daarvoor zijn ondertussen gestart. Zo worden in Someren met financiële ondersteuning van de provincie Brabant zes emissiereducerende systemen bemeten op een kalverhouderbedrijf (Provincie Brabant, 2020). In de Publiek Private Samenwerking (PPS) ‘Kalverstal van de Toekomst’ worden de komende jaren nieuwe stalsystemen voor de kalverhouderij ontwikkeld (Wageningen University & Research, 2020). In de Regiodeal Foodvalley is het mogelijk voor innovators om een emissiereducerend systeem aan te melden, dat binnen de Regiodeal Foodvalley bemeten kan worden (Boer aan het Roer, 2020). In november 2020 waren in de Regiodeal Foodvalley in totaal dertig aanmeldingen gedaan van emissiereducerende maatregelen, waarvan achttien toepasbaar waren in de vleeskalverensector. Van de veehouders die zich aangemeld hebben voor het thema Emissiereductie van de Regiodeal Foodvalley is het grootste gedeelte kalverhouder. Onderdeel van de Gelderse Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof is, naast de vrijwillige aankoopregeling kalverhouderijen, ook een subsidieregeling voor verduurzaming van de kalverhouderij (Provincie Gelderland (2020). Deze regeling wordt op dit moment uitgewerkt, maar het doel van de regeling is om oude stallen versneld te verduurzamen en daarbij nieuwe systemen versneld geregistreerd te krijgen op de RAV lijst.

Als aandachtspunt bij deze trajecten geeft een deel van de respondenten aan dat communicatie over en tussen de verschillende initiatieven heel belangrijk is, zodat informatie snel gedeeld wordt. Op die manier worden ontwikkeling daadwerkelijk versneld, in plaats van gestagneerd of vertraagd.

- Pagina 16 -

3. Resultaten Hoge kosten 1 13 2

12

3

11 9 10

Lage efficiëntie

4

Hoge efficiëntie

5 6 7 8 Lage kosten

LEGENDA Niet geregistreerd op de RAV lijst

Wel geregistreerd op de RAV lijst 2

1

Bolle rubberen roostervloer en

hellende schijnvloer en mestschuif 1

afdichtflappen in roosterspleten 1

1

Hellende roostervloer i.c.m.

11

Biologische luchtwasser 2

3

Mixen of beluchten van mest 1

12

Combi luchtwasser 2

4

Mestkoeling 1

13

Chemische luchtwasser 2

5

Mest verdunnen 2

6

Voeradditieven 2

7

Mestadditieven 2

End-of-pipe

8

Kelderluchtbehandeling 2

Verbetering binnenklimaat

9

V-vormige mestband 1

10

Urinedoorlatende mestband 1

alleen toepasbaar bij nieuwbouw of na ingrijpende renovatie

2

toepasbaar in bestaande en nieuwbouw stallen

Figuur 6: Beschikbare emissiereductie systemen in de kalverhouderij (versie 12-01-2021).

- Pagina 17 -

3. Resultaten De respondenten geven verschillende tips om innovaties te versnellen. Subsidie voor innovatie is noodzakelijk, maar voor een veehouder is het lastig om dit aan te vragen. Allereerst omdat er maar beperkt subsidies van toepassing zijn voor praktijkbedrijven, daarnaast zijn de laatste jaren de subsidievoorwaarden steeds complexer geworden, waardoor een adviseur ingeschakeld moet worden voor de aanvraag. Hierdoor blijft er minder van de subsidie over voor de veehouder en worden mogelijk niet alle innovaties opgepakt. Verder zijn subsidies vaak eenzijdig opgezet, waardoor de focus alleen ligt op het reduceren van emissies. Een risico hiervan is dat positieve of negatieve neveneffecten (b.v. op gezondheid en welzijn) van een bepaalde innovatie niet worden meegenomen. Er is dus behoefte vanuit de sector aan integrale subsidies, die bijvoorbeeld metingen naar dierenwelzijn en -gezondheid of oplossingen voor mestafzet meenemen. Mocht een innovatie eenmaal geregistreerd zijn, dan is er behoefte aan ondersteuning voor kalverhouders voor het opschalen van de innovatie. Zeker na de coronacrisis zal de kalverhouder weinig financiële mogelijkheden hebben om te investeren in emissiereducerende technieken. Ondersteuning vanuit regionale overheid, nationale overheid of integraties is dan nodig. 3.3.4.

Import van kalveren Ongeveer de helft van de kalveren die in Nederland gehouden worden, worden geïmporteerd vanuit het buitenland. Dit gaat gepaard met transport, soms over lange afstand. Een transport over lange afstand is in de Europese regelgeving gedefinieerd als een transport langer dan acht uur. Na negen uur moeten kalveren verplicht gevoerd worden (verordening (EG) nr. 1/2005). Tabel 2 laat zien dat in de periode 2012-2017 het aantal kalveren dat vanuit Oost-Europese landen naar Nederland getransporteerd werd, fors is afgenomen. In die periode is door de komst van geconditioneerd transport ook het klimaat in de vrachtwagen sterk verbeterd. Geïnterviewde kalverhouders geven aan dat de kwaliteit van kalveren vanuit geconditioneerd transport heel goed is. Deze kalverhouders geven wel aan dat de beeldvorming richting de consument rondom het thema transport beter kan en moet.

Herkomstland van geïmporteerde kalveren

Verschil 2012 – 2017 tussen het aantal kalveren dat geïmporteerd is uit het land

Estland

-39,2%

Litouwen

-81,2%

Letland

-31,1%

Polen

-98%

Tabel 2: Afname van aantal kalveren geïmporteerd uit landen met transportduur van meer dan 8 uur (Van Drie Group, 2020)

3.3.5. Financiële problemen De afgelopen jaren is de omzet in de kalverhouderij relatief constant geweest, maar met een dunne marge. Hierdoor heeft de gemiddelde kalverhouder niet veel buffer op kunnen bouwen. Door een respondent wordt aangegeven dat doordat de kalverhouder de laatste jaren wel veel geïnvesteerd heeft, de grenzen van de financieringsmogelijkheden zijn opgezocht.

- Pagina 18 -

3. Resultaten Een deel van het inkomen van kalverhouderijbedrijven bestond uit inkomensondersteuning vanuit GLB (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid) gelden. In de jaren 2014-2020 werd een grote inkomensdaling verwacht in de kalverhouderij als gevolg van de veranderingen in inkomenstoeslagen vanuit het GLB. Wageningen Economic Research geeft aan dat ondanks het wegvallen van de gekoppelde toeslagen vanuit het GLB, de inkomsten op kalverbedrijven stabiel zijn gebleven in de periode 2014-2020 (Berkhout et al., 2019). De markt heeft het verlies van de GLB-steun kunnen opvangen. Daarmee is de marge in de keten wel krapper geworden. De verliezen die de sector door de huidige Covid-19 crisis oploopt, zijn door deze factoren moeilijk op te vangen voor de sector. Ook toekomstige investeringsmogelijkheden worden hierdoor beïnvloed. 3.3.6. Kennisdeling Zoals beschreven in hoofdstuk 3.1. is de kalversector een sector die grotendeels geïntegreerd is. De sector is daardoor over het algemeen goed georganiseerd, waardoor problemen gemakkelijker opgevangen kunnen worden. Een nadeel van deze mate van organisatie is dat er een paar grote spelers zijn die veel kennis vergaren, maar daar slechts in beperkte mate van delen. De transparantie in de keten is dus niet optimaal, wat innovatie kan vertragen.

Een betere samenwerking is dus van belang, maar niet eenvoudig te realiseren door de verschillende belangen die spelen. Het is de uitdaging om, met behoud van de commerciële verantwoordelijkheden van de bedrijven, de resultaten van de bedrijven voor elkaar meer benut te krijgen. Een onafhankelijk kennis- en onderzoekscentrum met een geborgde bescherming van eenieders investering in innovaties kan hier een oplossing voor zijn. 3.3.7. Imago van de sector Door de verschillende uitdagingen in de sector is richting de burger sprake van een imagoprobleem voor de kalversector. Redenen die hiervoor door de respondenten genoemd worden zijn de beeldvorming door media, de benadering van de politiek en de geslotenheid van de sector zelf. De oplossingen die aangedragen worden voor dit probleem liggen grotendeels in de verantwoordelijkheid van de sector zelf, maar ook de overheid heeft hier een belangrijke rol: onder andere in het verzamelen en aandragen van de juiste informatie om te komen tot voldragen beleidsvoorstellen. Investeringen in verduurzaming helpen pas in het positief beïnvloeden van het imago van de sector als deze ook gedeeld worden. Voorlichting aan de consument is daarom heel belangrijk. Dat begint al bij het onderwijs dat kinderen en jongeren krijgen over de agrarische sector.

Het is van belang voor de sector dat in het onderwijs de huidige praktijksituatie in de kalverhouderij overgedragen en getoond wordt o.a. via bedrijfsexcursies. 3.3.8. Mest afzet Mest vanuit de kalverhouderij in de regio Foodvalley gaat over het algemeen naar de mestzuivering van SMG. De kosten van mestverwerking zijn weergeven in Tabel 1. De sector heeft al veel initiatieven genomen om tot een betere mestverwaarding te komen, maar is er nog niet in geslaagd om de kosten substantieel naar beneden te brengen.

- Pagina 19 -

3. Resultaten 3.3.9. Ontwikkeling sectorplan In 2019 heeft de kalversector het sectorplan ‘Versnelling Duurzame Kalverhouderij’ ingediend bij het ministerie van LNV. Minister Schouten geeft aan dat ze de gestelde (financiële) randvoorwaarden niet wil ondersteunen en derhalve het plan in de wachtstand plaatst. Naar aanleiding daarvan heeft minister Schouten drie adviesbureaus de opdracht gegeven om vier scenario’s voor de toekomst van de kalversector uit te werken. In 2020 heeft de sector nog een update voorgelegd van het sectorplan, maar omdat het ministerie al doende was met een eigen scenario-studie is dit niet verder besproken. De sector heeft intussen al meerdere onderdelen uit het plan verder vorm gegeven. Al met al is het een forse opgave om de verschillende uitdagingen in de sector te combineren en onder te brengen in één integraal plan van aanpak, waarmee alle partijen aan de slag gaan en dat ondersteund wordt door een consistent beleid. 3.3.10. Overige uitdagingen Andere uitdagingen die genoemd zijn door respondenten: •

Overname van bedrijf door jonge ondernemers

•

Nieuwe medewerkers werven voor de keten

•

De opkoopregeling van de provincie Gelderland in het kader van Gelderse Maatregelen Stikstof

•

Plattelandsontwikkeling

•

Verduurzaming

3.4. ONDERZOEKSVRAAG 4: ONDERZOEKS- EN OPLEIDINGSBEHOEFTEN IN DE SECTOR 3.4.1. Onderzoek De respondenten zijn gevraagd om aan te geven welke onderwerpen nog extra onderzoek behoeven in de kalversector. De resultaten van deze vraag zijn weergegeven in Figuur 7. Er is vooral behoefte aan onderzoek naar het onderwerp ‘mest’. Volgens de respondenten is extra onderzoek nodig naar mestverwerking, mestverwaarding en naar de huidige mestwetgeving. Verder wordt twee keer genoemd dat er onderzoek nodig is naar manieren om antibiotica gebruik te reduceren. Eén van de respondenten gaf aan benieuwd te zijn naar wat natuurlijke middelen kunnen bijdragen in het reduceren van antibioticagebruik. Twee respondenten gaven aan dat er meer onderzoek nodig is naar emissiereducerende maatregelen. Verder werd nog genoemd het onderwerp ‘biodiversiteit’ in de biologische kalverhouderij. Eén respondent gaf aan dat onderzoek zich zou moeten richten op integrale innovaties. Een ander onderwerp waar meer kennis over nodig is volgens een respondent is de MRSA-bacterie: is het nodig dat kalverhouders geïsoleerd worden in het ziekenhuis? Een kalverhouder gaf aan dat er onderzoek nodig is naar de praktische inpasbaarheid op het bedrijf van duurzaamheidsinitiatieven, zoals biomassa kachels. Als laatste worden als onderzoeksonderwerp het transport van kalveren en het verdienmodel voor emissiereductie genoemd.

- Pagina 20 -

3. Resultaten Onderzoeksvragen 7 6 5 4 3 2 1

tie

re m is s ie re du c

ka lve re n

vo o

rt va n

To e

Ve rd ie nm od el

Tr an sp o

ids p

ro jec te n

er ij

pa sb aa rh ei d

du u

rz aa m he

ui tk alv er ho ud

in no va tie s

ba ct er ie

M

RS A

In te gr ale

Bi od iv er s it eit

em aa tre ge le n

re nd uc e

iss ier ed Em

An tib io tic a

ge br ui kr ed

uc e

M

es t

re n

0

Figuur 7: Onderzoeksonderwerpen genoemd door respondenten.

3.4.2. Opleiding De respondenten is gevraagd aan te geven wat voor opleidingsbehoefte er is in de sector. Op dit moment is er een keuzedeel Kalverhouderij in de opleiding Veehouderij bij Aeres MBO Barneveld. Voor het hbo wordt op dit moment een minor Kalverhouderij ontwikkeld, om zo een doorlopende leerlijn te creëren. Ook wordt er op dit moment een e-learning ontwikkeld voor het onderwijs door o.a. de Vereniging van Kalverhouders, Aeres en de LTO (LTO Noord, 2020). De LTO-vakgroep kalverhouderij heeft samen met een samenwerkingsverband van dierenartsen en de Universiteit Utrecht e-learning modules ontwikkeld gericht op het dichter bij elkaar brengen van kalvergezondheid en diermanagement: e-veal (E-veal, 2020). Vijf van de acht modules van deze e-learning zijn ondertussen in gebruik. Een deel van de respondenten gaf aan voor welke doelgroep extra kennisontwikkeling nodig is (Figuur 8). Het meeste wordt de doelgroep kalverhouders genoemd. De respondenten geven aan dat kennisdeling tussen kalverhouders erg belangrijk en waardevol is. Voor jonge kalverhouders is een kenniscentrum relevant en nodig, doordat zij nog geen ervaring hebben kunnen opbouwen. Voor oudere kalverhouders is educatie nog steeds belangrijk om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen in de sector.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=3432204c-613a-43c3-8dad-62dce278996d