CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-1.9 Besluit B&W inzake memo ontwikkelingen bewegen en sport 2022 d.d. 15-3-22.pdf

Commissie Samenleving 6 april 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Besluit B&W inzake memo ontwikkelingen bewegen en sport.12.605 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

-1Afdeling: Sociaal Domein Behandelaar: Koning, Corine Telefoonnummer: 0617444188

Voorstelnr. 1996 Barneveld, 09 maart 2022 Portefeuillehouder: D.J. Dorrestijn-Taal

Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct: 123

Op overzicht Bestaand beleid (website)

Onderwerp:

Ontwikkelingen bewegen en sport 2022

Gevraagde beslissing: 1. De memo Ontwikkelingen bewegen en sport 2022 vast te stellen en ter kennisname naar de gemeenteraad te sturen. 2. In te stemmen met deze memo als evaluatie van het Maatschappelijk Sportfonds 2020 en 2021.

1. Inleiding Met de memo Ontwikkelingen bewegen sport 2022 informeren wij u graag over de ontwikkelingen op het gebied van bewegen en sport. In 2020 is het sport- en beweegakkoord Barneveld gesloten. In dit sport- en beweegakkoord staan vier thema’s centraal. Deze thema’s hebben wij als gemeente omarmt en volgen wij steeds meer als leidraad voor ons beleid en uitvoering. De thema’s zijn als volgt: • Vitale sport- en beweegaanbieders; • Sport en bewegen voor kwetsbare groepen; • Jong vaardig in beweging; • Sport en bewegen in de openbare ruimte. In deze memo volgt een toelichting over wat wij als gemeente en Be Active & Creative op elk thema (gaan) doen. Deze memo dient tevens als evaluatie van het Maatschappelijk Sportfonds van 2020 en 2021.

2. Bijlagen 1. 2. 3. 4.

Memo Ontwikkelingen bewegen en sport 2022 Rapportage Verenigingsmonitor 2021 Plan van Aanpak verenigingsondersteuning Be Active & Creative 2022 Overzicht aanvragen Maatschappelijk Sportfonds 2020 en 2021

Memo

Datum:

Onderwerp: Ter attentie van: Afzender:

9 maart 2022

Ontwikkelingen bewegen en sport 2022 Gemeenteraad College van Burgemeester en Wethouders

Inleiding Met deze memo informeren wij u graag over de ontwikkelingen op het gebied van bewegen en sport. In 2020 is het sport- en beweegakkoord Barneveld gesloten. In dit sport- en beweegakkoord staan vier thema’s centraal. Deze thema’s hebben wij als gemeente omarmd en volgen wij steeds meer als leidraad voor ons beleid en uitvoering. Deze thema’s passen ook binnen de beleidsdoelen van het beleidsplan Sociaal Domein ‘Mensen Voorop’. De thema’s zijn als volgt: • Vitale sport- en beweegaanbieders; • Sport en bewegen voor kwetsbare groepen; • Jong vaardig in beweging; • Sport en bewegen in de openbare ruimte. Hieronder volgt een toelichting over wat wij als gemeente en Be Active & Creative op elk thema (gaan) doen.

Thema’s Vitale sport- en beweegaanbieders In 2021 hebben wij een verenigingsmonitor uitgevoerd (zie bijlage 2). We hebben sport- en beweegaanbieders gevraagd een uitgebreide vragenlijst in te vullen over diverse onderwerpen, zoals aanbod, kader, vrijwilligers, financiële situatie. Op basis van de uitkomsten heeft Be Active & Creative een plan geschreven om intensiever in te zetten verenigingsondersteuning in 2022 (zie bijlage 3). Het plan richt zich op: • Sportloket: advies op maat o.b.v. hulpvraag; • 1 op 1 gesprekken: zowel reactief als proactief; • Organiseren van themabijeenkomsten en sportcafé; • Aanjagen Sport- en beweegakkoord Barneveld en Maatschappelijk Sportfonds; • Communicatie: website www.beactivecreative.nl en nieuwsbrieven. De website van Be Active en Creative is ook dé plek waar sport- en beweegaanbieders hun aanbod op kunnen presenteren aan inwoners;

•

Professionalisering van sportverenigingen: inzet van een professional binnen de sportclubs (clubkadercoach). In 2022 gaat een pilot van start met volleybalvereniging SSS Barneveld.

Sport en bewegen voor kwetsbare groepen (inclusief sporten en bewegen) We streven ernaar dat elke inwoner in de gemeente Barneveld mee kan doen. Ook op het gebied van sport en bewegen. En dat is niet voor elke inwoner vanzelfsprekend. We zetten ons in om sport- en beweegaanbieders hier op toe te rusten. Met een aantal sportverenigingen zijn we bezig met het opzetten van Walking Sports i.s.m. Be Active & Creative en het Ouderen Fonds. Walking Footbal en Walking Hockey zijn daar voorbeelden van. Voor mensen met een beperking (zowel fysieke als verstandelijke beperkingen) is er het regionale samenwerkingsverband Uniek Sporten. De gemeente Barneveld participeert hierin. Voor 2022 ligt de focus op lokaal ontdekken, regionaal verdiepen. Hiervoor wordt een Aangepast Sporten programma gestart onder leiding van Be Active & Creative waar deelnemers verschillende sporten kunnen ontdekken. Tegelijkertijd is Be Active & Creative bezig om in kaart te brengen wat de behoefte is van de doelgroep. Eind 2021 heeft Be Active en Creative een vragenlijst verstuurd aan instellingen/organisaties waar de doelgroep zich bevindt. Het is de bedoeling met deze informatie het aanbod nog beter af te stemmen op de behoefte. Jeugd vaardig in beweging Met jeugd vaardig in beweging richten wij ons met name op het sport en bewegen op en rond de school.

Focus ligt voor dit jaar op het primair onderwijs (4 t/m 12 jaar). Wij willen elk kind met het plezier van bewegen en sporten laten ervaren. Daarvoor is het belangrijk dat kinderen kennis kunnen maken met verschillende vormen van bewegen. De school speelt een belangrijke rol op dat gebied, met onder andere het bewegingsonderwijs. We motiveren scholen om meer aandacht te hebben voor bewegen en sport. En ook voor de motorische vaardigheden van de leerlingen. Daarom bieden we vanaf 2022 scholen aan de MQ-scan in te zetten. Dit is een wetenschappelijk onderbouwde tool om de motorische ontwikkeling van een kind te meten. Vervolgens gaat Be Active & Creative samen met school kijken wat de resultaten zijn van de MQ-scan en hoe vervolgenaanbod invulling krijgt. Dan hebben we het over vervolgaanbod tijdens school, maar ook naschools aanbod. Sport en bewegen in de openbare ruimte De coronacrisis heeft ons extra laten inzien dat de openbare ruimte heel geschikt is voor sport en bewegen. Het is de uitdaging om de omgeving dusdanig aantrekkelijk te maken dat het uitnodigt tot bewegen. We kijken daarbij ook hoe we dat met bestaande faciliteiten kunnen realiseren, bijvoorbeeld de pumptrack. Of hoe kunnen het Rondje Barneveld aantrekkelijker maken? Ook kijken we naar de toegankelijkheid van voorzieningen in de openbare ruimte. Dit soort ideeën gaan we in 2022 verder uitdenken.

Met de inzet van de sport- en spelbus en de sport- en spelkasten zetten we in op laagdrempelig bewegen in de wijk. Kinderen maken kennis met sport- en spelvormen onder leiding van een buurtsportcoach of vrijwilligers die ondersteuning krijgen van een buurtsportcoach. Tegelijkertijd inventariseert de buurtsportcoach welke kinderen lid zijn van een (sport) vereniging en of er in de wijk een bepaalde behoefte is aan aanbod.

Financiële regelingen Op het gebied van sportstimulering kennen we twee regelingen voor sport- en beweegaanbieders. Dan hebben we het over het Maatschappelijk Sportfonds en het Sport- en beweegakkoord Barneveld. Beide regelingen hebben als uiteindelijk doel om sport- en beweegaanbieders te stimuleren maatschappelijke initiatieven te ontwikkelen. Maatschappelijk Sportfonds Het Maatschappelijk Sportfonds bestaat sinds eind 2017 en heeft tot doel het ‘subsidiëren van initiatieven, activiteiten, projecten en objecten, die de maatschappelijke functie van sportverenigingen in de gemeente Barneveld versterken en hen stimuleren om een bredere bijdrage te leveren aan maatschappelijke doelen’.

Onder maatschappelijke doelen wordt onder meer verstaan: • Groeien naar zelfstandigheid (specifieke aandacht voor pedagogiek); • Verhogen beweeg- en sportparticipatie bij kwetsbare inwoners; • Signalering van kwetsbare inwoners; • Verbetering van zelfbeeld en zelfvertrouwen; • Ontdekken van talenten; • Verhogen van de weerbaarheid; • Verhogen van de integratie van nieuwkomers / statushouders; • Stimuleren maatschappelijke participatie individu (ontmoeting als duidelijk doel); • Stimuleren sociale cohesie in dorp, wijk of buurt; • Stimuleren domein overstijgende samenwerking (sport, welzijn, onderwijs, bedrijfsleven); • Bijdragen aan de re-integratie van werkzoekenden; • Kennismaken met ‘nieuwe’ sporten. Het Maatschappelijk Sportfonds is structureel opgenomen in de begroting. Het subsidieplafond voor het sportfonds is € 25.000,- per jaar. Als we kijken naar de jaren 2020 en 2021 zien we dat sportorganisaties minimaal gebruik maken van het Maatschappelijk Sportfonds. In 2020 heeft de gemeente op advies van de adviescommissie 4 van de 8 aanvragen toegekend. Met in totaal een bedrag van € 2,996.22. Kijkend naar 2021 zien we een vergelijkbaar beeld: van de 8 aanvragen heeft de gemeente 3 initiatieven gehonoreerd. Het totale bedrag dat we hebben toegekend in 2021 is € 7.550,-. In bijlage 4 vindt u een overzicht van alle ingediende aanvragen in 2020 en 2021.

U kunt zien welke aanvragers subsidie hebben ontvangen en welke aanvragen de gemeente heeft afgewezen. Hieronder volgen een aantal redenen waarom sportorganisaties weinig gebruik maken van het Maatschappelijk Sportfonds: • Coronacrisis: door de coronacrisis hebben sportverenigingen nauwelijks de mogelijkheid gehad om activiteiten te organiseren vanwege de beperkende maatregelen. • Onbekend met de regeling: vanuit de verenigingsmonitor blijkt dat meer dan de helft van de sportverenigingen de mogelijkheid van het Maatschappelijk Sportfonds niet kent. • Drempel om aanvraag in te dienen: het aanvragen van een subsidie of fonds zien sportverenigingen vaak als een lastige taak waar veel tijd in gaat zitten. Dat weerhoudt vrijwilligers van een vereniging om hier mee aan de slag te gaan. Bovendien zien we regelmatig dat aanvragen niet aan de juiste voorwaarden voldoen.

•

Focus op primair proces: mede door de coronacrisis richten sportverenigingen zich primair op het neerzetten van kwalitatief aanbod voor de huidige leden. Zij hebben nog onvoldoende zicht op hoe het aanspreken van nieuwe doelgroepen of ontwikkelen van nieuwe activiteiten een verrijking kan zijn voor de sportvereniging. En ook bijdraagt aan een vitale, toekomstbestendige sportvereniging.

Eerder in deze memo hebben we aangegeven dat de verenigingsondersteuner voor 2022 nadrukkelijk de taak heeft het Maatschappelijk Sportfonds aan te jagen. In de praktijk betekent dat de verenigingsondersteuner vanuit hulpvragen en 1 op 1 gesprekken bekijkt welke ambities een sportvereniging heeft en samen kijkt welke activiteiten ze kunnen en willen ontwikkelen. De verenigingsondersteuner ondersteunt de sportvereniging vervolgens ook bij het aanvragen van de subsidie als dat gewenst is. Dit kan een drempel wegnemen en kwaliteit van aanvragen verbeteren. Tegelijkertijd is het ook aan de gemeente om te kijken op welke manier we de promotie van het Maatschappelijk Sportfonds kunnen versterken. Bijvoorbeeld met inzet van de lokale en sociale media. Sport- en Beweegakkoord Met de komst van het Sport- en Beweegakkoord Barneveld zijn er meer middelen beschikbaar gekomen voor organisaties die sport- en beweegprojecten willen ontwikkelen. Het lijkt op het Maatschappelijk Sportfonds, maar er zijn wel een aantal verschillen: • Elke organisatie die een initiatief wil ontwikkelen op het gebied van sport en bewegen mag een aanvraag indienen (dus ook commerciële partijen); • Het gaat om initiatieven voor de lange termijn (programma’s) die na de tijdelijke financiële impuls een vervolg krijgen; • Het is geen gemeentelijke subsidieregeling, maar een tijdelijke regeling vanuit het Rijk.

De gemeente beslist wel mee over verdeling van het budget, maar doet dit samen met andere leden in van de kerngroep. De kerngroep bestaat uit vertegenwoordigers van het maatschappelijk veld. Deze verschillen tussen de financiële regelingen zijn voor sport- en beweegaanbieders nog onvoldoende duidelijk. Dat is ook een van de onderdelen waar de verenigingsondersteuner zich op gaat richten. We zien ook vanuit de verenigingsmonitor en in de praktijk dat de populariteit en bekendheid van het Sport- en beweegakkoord vergelijkbaar is met het Maatschappelijk Sportfonds. Toekomst 2022 is het jaar om kritisch te kijken naar de financiële regelingen. Levert de inzet die we in 2022 willen plegen het gewenste resultaat? Onder het gewenste resultaat verstaan we dat we een grotere groep van sport- en beweegaanbieders aanspreken wat resulteert in meer aanvragen met een grotere diversiteit aan aanvragers. Daarbij moeten we ook goed kijken hoe beide regelingen zich tot elkaar verhouden. Het uitgangspunt moet volgens ons zijn dat we de aanbieders zo goed mogelijk bedienen. We zullen gedurende 2022 monitoren hoe het gebruik van regelingen verloopt. Dat gebruiken we als input voor de keuzes die we voor 2023 maken.

Verenigingsmonitor gemeente Barneveld Resultaten mei 2021

Inhoudsopgave Inleiding………………………………………………………………………………………………....…3 Conclusies……………………………………………………………………………………..…………..5

Colofon Laura Jonker laura@xoet.nl

Aanbevelingen…………………………………………………………………………………………..7 Beeld van de verenigingen………………………………………………………………...........9

Barbara Huijgen barbara@xoet.nl

Accommodatie en beschikbaarheid…………………………………………………………12 Leden en ledenontwikkeling…………………………………………………………………….17 Kader……………………………………………………………………………………………………….22 Financiën…………………………………………………………………………………………………27

Met dank aan Sander Palm Philip Maat Alle deelnemende clubs

Knelpunten………………………………………………………………………………………………33 Sportaanbod……………………………………………………………………………………………38 Plannen en doelstellingen……………………………………………………………………….49 Bekendheid en gebruik ondersteuningsmiddelen……………………………………53 Talentontwikkeling………………………………………………………………………………….59 Sporters met een rugzakje………………………………………………………………………63 Verwachte impact coronavirus………………………………………………………………..67 Contact.…………………………………………………………………………………………………..71

Mogelijk gemaakt door Be Active & Creative Gemeente Barneveld

Inleiding (1) In deze monitor voor de gemeente Barneveld zijn verenigingen en een aantal commerciële sportaanbieders (verder aangeduid als verenigingen) gevraagd naar de stand van zaken op de club. Deze monitor heeft als doel om in kaart te brengen hoe sportverenigingen in de gemeente Barneveld ervoor staan èn om de resultaten te gebruiken voor het ondersteunen van sportverenigingen op thema’s die spelen.

Aantallen deelnemers Alle verenigingen zijn in de periode april-mei 2021 gevraagd om deel te nemen. In totaal hebben 26 verenigingen van de 110 verenigingen die zijn uitgenodigd deelgenomen (24%). Voor u ligt het resultaat van deze 26 clubs.

Kanttekening bij aantallen deelnemers We zijn natuurlijk blij met de clubs die hebben deelgenomen, maar dit aantal is in onderzoekstermen niet groot. Dit betekent dat op verschillende vlakken geen betrouwbare uitspraken gedaan kunnen worden voor ‘alle verenigingen in de gemeente Barneveld.’ Conclusies die getrokken worden moeten daarom met enige voorzichtigheid beschouwd worden. Dit geldt in het bijzonder voor conclusies die gebaseerd zijn op een subset van verenigingen. Op het moment dat het resultaat gebaseerd is op minder dan 5 verenigingen, is ervoor gekozen om de resultaten niet meer te tonen.

Inhoud van de monitor Voor het opstellen van de vragen in de monitor is, naast eigen inbreng, gebruik gemaakt van reeds bestaande monitors zoals de verenigingsmonitor van de Achterhoek en de verenigingsmonitor van het Mulier Instituut.

Inleiding (2) Uitsplitsingen De verschillen tussen verenigingen kunnen groot zijn. Sommige clubs hebben een eigen accommodatie en andere niet, sommige clubs hebben veel leden en andere clubs zijn veel kleiner. Ook de ligging van de club kan van invloed zijn op het functioneren. Deze verschillen zijn natuurlijk fantastisch, maar hier dient ook aandacht aan besteed te worden: het gemiddelde geldt niet voor iedereen. Om die reden is ervoor gekozen om naar drie achtergrondkenmerken uit te splitsen, te weten: 1. Clubs in de kern Barneveld (n = 11), Voorthuizen (n = 7), (dorpen in het) buitengebied (n = 8); 2. Grote clubs (> 130 leden) en kleine clubs (< 130 leden); en 3. Clubs met (enigszins) een eigen accommodatie en clubs zonder eigen accommodatie. In de lopende tekst naast de figuren worden verschillen benoemd wanneer die er zijn.

Deelnemende verenigingen bedankt! Tenslotte willen we alle verenigingen die hebben deelgenomen hartelijk danken voor hun deelname en openheid. Wanneer verenigingen toestemming hebben gegeven, en antwoorden daar aanleiding toe geven, wordt binnenkort vanuit de lokale sportorganisatie contact opgenomen.

Conclusies Accommodaties Het gros van de verenigingen (70%) heeft voldoende ruimte/capaciteit op de accommodatie die zij ter beschikking hebben. Voor de helft van de verenigingen geldt dat zij de beschikking hebben over een eigen accommodatie en voor de andere helft dat zij een accommodatie huren. Wanneer het gaat om ondersteuning, wordt de accommodatie regelmatig genoemd als wens voor verdere begeleiding/ondersteuning (31%). Dit geldt – zoals verwacht - met name voor verenigingen die een eigen accommodatie hebben.

Leden De verschillen in omvang tussen clubs zijn groot. Sommige clubs hebben slechts 14 leden en anderen 875. Gemiddeld hebben de Barneveldse clubs 208 leden. Bijna de helft van de leden zijn wedstrijdsporters. Ook dit verschilt weer tussen clubs, verenigingen met een eigen accommodatie hebben vaak meer wedstrijdsporters. Wanneer we kijken naar het ledenverloop zien we dat het ledental elk seizoen licht lijkt te stijgen. Dit komt vooral door een (kleine) toename bij de jeugd. Ondanks deze lichte stijging is het werven en behouden van leden het meest voorkomende knelpunt.

Kader Het gros van de verenigingen draait (nog steeds) op vrijwilligers (85% onbetaalde vrijwilligers). Ook het vinden van voldoende (geschikt) kader is dan ook voor ruim drie op de vijf clubs een knelpunt. Vacatures zijn er met name voor training/begeleiding of lesgeven. Andere vacatures die relatief veel voorkomen zijn vacatures voor arbitrage of jurering en vacatures voor het vervullen van bar- of kantinediensten.

Conclusies Financiën De meerderheid van de verenigingen is financieel (zeer) gezond (58%) en kan dan ook aan de betalingsverplichtingen voldoen. Slechts 8% geeft aan dat de financiële situatie (zeer) ongezond is. De grootste bron van inkomsten zijn de contributies. Grote verenigingen geven vaker aan dat zij beschikken over een stabiele inkomstenstroom uit sponsoring en contributie dan kleine clubs. Ondanks dit redelijk positieve beeld, lukt het de meeste clubs niet om reserveringen te maken of onverwachte uitgaven op te vangen. Dit beeld zagen we ook bij andere verenigingen in het land nog voor de coronacrisis.

Impact van corona De meeste clubs geven aan dat ze verwachten dat de impact van het coronavirus geen grote invloed zal hebben op het voortbestaan van de club. Slechts 10% schat het voortbestaan na de coronacrisis als (zeer) zorgelijk in.

Toekomst De meeste clubs zien de toekomst dan ook redelijk positief tegemoet. Zij hebben een beleid en kennen hun focuspunten. Grote verenigingen hebben vaker hun beleid en focuspunten op orde dan kleine clubs. Ook maken zij vaker gebruik van de ondersteuningsmogelijkheden die geboden worden door verschillende ondersteuningsorganisaties in de sport.

Aanbevelingen Behoud instroom bij de jeugd Ondanks dat jeugdleden zorgen voor een kleine toename in ledentallen, is het belangrijk om de instroom op orde te houden. Dit kun je doen door het sportaanbod af te blijven stemmen op de behoefte van jongeren. Daarnaast is het zaak om jongeren aan de vereniging te binden. Focus dus niet alleen op ledenwerving, maar in het bijzonder voor jongere doelgroepen ook op ledenbehoud. Betrek de jeugd bij keuzes die gemaakt worden en vraag wat zij leuk vinden. Zorg dat het (vaak relatief oude) bestuur is aangehaakt bij de belevingswereld van jongeren

Koester en ondersteun bestaande vrijwilligers Het gebrek aan (geschikte) vrijwilligers is aangemerkt als een belangrijk knelpunt voor verenigingen. Om aantrekkelijke activiteiten te kunnen aanbieden, waarmee leden kunnen worden behouden, is het belangrijk om vrijwilligers binnen de vereniging goed te ondersteunen. Een manier om dit te doen is door hen wegwijs te maken in wat de belangrijkste speerpunten zijn. Zorg er daarom voor dat er een beleidsplan ligt waarin wordt aangegeven wat de bedoeling is, wat vrijwilligers van de club kunnen verwachten en op welke plekken samenwerking kan worden gezocht of welke ondersteuningsmogelijkheden er zijn bij externe organisaties.

Differentieer in je verenigingsondersteuning Differentieer als gemeente/sportorganisatie in de regio tussen clubs. De verschillen en de problemen tussen clubs zijn aanzienlijk. Op basis van bijvoorbeeld omvang, het hebben van een eigen accommodatie of de locatie (kern vs. omliggend gebied). Wees je hiervan bewust. Zorg ook dat de kleine verenigingen voldoende op de hoogte zijn van de ondersteuningsmogelijkheden die geboden worden. Grotere clubs en clubs met een eigen accommodatie weten de weg naar passende ondersteuning beter te vinden.

Aanbevelingen Vergroot de bekendheid van subsidiemogelijkheden Subsidiemogelijkheden zijn een kans voor clubs om “gezonder” te worden of om iets extra’s te kunnen doen. Veel clubs zijn onbekend met de subsidiemogelijkheden en maken er dus (nog) geen gebruik van. Ook het percentage clubs dat de mogelijkheid zegt te kennen, maar er toch geen gebruik van maakt is relatief hoog. Kijk hoe de bekendheid verhoogd kan worden en de drempel om er gebruik van te maken verlaagd.

Zorg voor een regionale dekking voor het ontwikkelen van talent Slechts één op de drie de verenigingen doet iets met de ontwikkeling van sporttalenten. Dat is prima wanneer andere clubs (bereid zijn om) hun getalenteerde sporters de weg te wijzen naar deze clubs. Zorg daarom voor een regionale dekking van sportclubs die zich bezighouden met talentontwikkeling en zorg ervoor dat andere clubs deze verenigingen kennen. Op dit moment weten de meeste verenigingen niet waar zij hun sporttalenten naartoe zouden kunnen sturen.

Zorg voor een regionale dekking voor sporters met een rugzakje Er is nog veel onbekendheid op het gebied van sporters met een beperking. Er zijn enkele clubs die zich op deze doelgroep richten, maar voor de rest van de clubs is onbekend waar ze deze mensen naartoe zouden kunnen doorverwijzen of hoe er rondom dit thema kan worden samengewerkt.

Onderhoud contact over de impact van corona Zorg voor continu contact met verenigingen over de impact die corona kan hebben (of de angst daarvoor) en zorg voor een goede informatiestroom aangaande wijzigende regelingen. De meeste verenigingen lijken redelijk gezond uit de coronacrisis te komen, maar er zijn ook verenigingen die hun voortbestaan zorgelijk inzien. Houd contact met verenigingen, zoals de meeste verenigingen ook contact (hebben ge)houden met hun leden gedurende de coronacrisis. Dit kan via nieuwsbrieven, mails en/of persoonlijk contact.

Beeld van de verenigingen

Meeste verenigingen bieden voetbal en korfbal aan Ook volleybal en badminton vaker genoemd De meeste verenigingen in de gemeente Barneveld die gehoor hebben gegeven aan het verzoek om deel te nemen aan de verenigingsmonitor bieden voetbal en korfbal aan (beide 11,5%). Ook volleybal en badminton zijn populaire sporten (beide 7,7%). Bij de categorie anders worden modelvliegen en quad rijden genoemd.

Vraag: Welke tak van sport wordt in de vereniging beoefend? N: Alle verenigingen

10

Een greep uit de onderwerpen waar verenigingen trots op zijn

“ “ “ “

De ontwikkeling in en van de vereniging.”

Het vrijwilligersbeleid.”

Zoals wij als vereniging de coronaperiode door gekomen zijn.” Sociale betrokkenheid, door o.a. het geven van clinics voor scholen en extra aandacht voor kinderen met een rugzakje.”

Vraag: Op welke thema’s/activiteiten/ontwikkelingen die de vereniging de afgelopen jaren bewerkstelligd heeft, bent u trots? N: Alle verenigingen

“ “ “ “

De groei van de vereniging.”

Begeleiding jonge Scheidsrechters.”

Financieel gezonde vereniging.” De digitale spelen en jeugdactiviteiten, zoals stratego in het bos, zwarte pietenspel, laser gamen.” 11

Accommodatie en beschikbaarheid

De helft van de verenigingen heeft geen eigen complex Eveneens bijna de helft heeft geen eigen kantine De helft van de verenigingen heeft geen eigen sportaccommodatie of -complex. Eveneens de helft geeft aan dat zij (min of meer) een eigen locatie hebben. Een vergelijkbaar beeld zien we wanneer we clubs vragen of zij een eigen kantine hebben. Iets meer dan de helft heeft dit (min of meer) en iets minder dan de helft niet. Verenigingen met een eigen complex hebben (logischerwijs) ook vaker een eigen kantine. Verschillen naar achtergrondkenmerken Grotere verenigingen met 130 of meer leden hebben vaker een eigen complex en/of eigen kantine dan kleinere verenigingen. De verenigingen in de kern Barneveld hebben ook vaker een eigen complex en/of kantine.

Vraag: Heeft uw vereniging een eigen sportaccommodatie of –complex N: Alle verenigingen

Beschikt uw vereniging over een eigen kantine?

13

Woensdagavond en zaterdag overdag meest populair Ook op de maandag- en dinsdagavond wordt veel gesport In de gemeente Barneveld is er doordeweeks het meeste sportaanbod in de avonduren. Met uitzondering van de donderdag, waarop overdag en in de avond evenveel sport wordt aangeboden. De maan-, dins- en woensdagavonden zijn de meest populaire avonden. In het weekend wordt juist overdag de meeste sport aangeboden. Alle sportverenigingen bieden op zaterdag sport aan. Eén op de vijf verenigingen biedt sport op zondag aan (alleen overdag). Verschillen naar achtergrondkenmerken Grote clubs hebben op alle genoemde momenten vaker sportaanbod. In de kern Barneveld wordt op een doordeweekse dag overdag meer sport aangeboden dan in Voorthuizen en (de dorpen) in het buitengebied. Op vrijdagavond wordt er alleen in kern van Barneveld sport aangeboden

Vraag: Op welke dagen organiseert uw vereniging aanbod? N: Alle verenigingen

14

Zeven op de tien verenigingen hebben voldoende zaal- en/of veldruimte Ruim een op de tien ervaren ruimte tekort Eén op de vijf verenigingen kampt soms met een tekort aan veld- of zaalruimte. Verschillende soorten verenigingen geven aan onvoldoende veld- of zaalruimte te hebben om hun activiteiten te kunnen organiseren. Het merendeel (70%) geeft aan voldoende veld- of zaalruimte te hebben. Verschillen naar achtergrondkenmerken Kleinere clubs geven vaker aan onvoldoende zaal- en/of veldruimte te hebben.

De verenigingen die geen eigen accommodatie hebben geven vaker aan dat ze op sommige dagen onvoldoende zaal- en/of veldruimte tot hun beschikking hebben. In de (dorpen) in het buitengebied wordt vaker aan gegeven dat ze op sommige dagen onvoldoende zaalen/of veldruimte tot hun beschikking hebben.

Vraag: Heeft uw vereniging op dit moment voldoende zaal en/of veldruimte om alle activiteiten te organiseren? N: Alle verenigingen

15

Kleine verschillen in gebrek aan ruimte tussen binnen- en buitensporten Ongeveer een op de zeven buitensporten ervaart ruimte tekort Voor zowel binnen- als buitensporten geldt dat ruim zeven op de tien clubs geen tekort ervaren. Buitensporten ervaren iets vaker een tekort. Een op de zeven clubs heeft hier last van. Bij binnensporten is dit een op de tien. Binnensporten hebben vaker op specifieke momenten last van ruimte tekort (bijna een op de vijf geeft aan soms wel en soms niet). Bij buitensporten is dit een op de zeven.

Buiten

71.43%

14.29%

14.29%

Binnen

72.73%

9.09%

18.18%

Ja

Vraag: Heeft uw vereniging op dit moment voldoende zaal en/of veldruimte om alle activiteiten te organiseren? N: 25 (multi- omnisport niet gecategoriseerd naar binnen of buiten)

Nee

Soms

16

Leden en ledenontwikkeling

Gemiddeld meer dan 200 leden Toch zijn de verschillen tussen verenigingen groot De kleinste vereniging heeft 14 leden. De grootste 875. Vooral de voetbal- en tennisverenigingen hebben veel leden. Het gros van de leden is jeugd (tot 12 jaar: 24%, 1318 jaar: 17%) of zit in de leeftijd tussen 31 en 65 jaar (23%). Verschillen naar achtergrondkenmerken Clubs met een eigen accommodatie hebben vaker meer leden. De verenigingen in de kern Barneveld hebben gemiddeld de meeste leden, gevolgd door Voorthuizen. (De dorpen in) het buitengebied hebben gemiddeld de minste leden per vereniging.

Vraag: Hoeveel leden heeft uw vereniging? N: Alle verenigingen

Gemiddeld aantal leden

208

Tot 12 jaar

24%

13-18 jaar

17%

19-30 jaar

19%

31-65 jaar

23%

65 jaar en ouder

17%

18

Bijna de helft van de actieve leden doet ook mee aan wedstrijden

Gemiddeld aantal leden

208

Eveneens bijna de helft traint alleen Bijna de helft van de actief sportende leden speelt wedstrijden. Een even groot deel is trainingslid. Ruim een op de tien leden zijn niet-sportende leden.

Wedstrijdsporters

44%

Trainingsleden

44%

Niet-sportende leden

12%

Vraag: Wat is de verhouding tussen wedstrijdsporters, trainingsleden en niet-sportende leden? N: Alle verenigingen

Verschillen naar achtergrondkenmerken Clubs met een eigen accommodatie hebben vaker wedstrijdsporters. Grotere clubs hebben ook vaker meer wedstrijdsporters. In de kern van Barneveld zijn de meeste wedstrijdsporters. Voorthuizen kent relatief veel trainigsleden en in (de dorpen in) het buitengebied zijn de meeste niet-sportende leden

19

Positieve balans tussen aan- en afmeldingen seniorenleden Lichte stijging in aantal jeugdleden Gemiddeld hadden verenigingen afgelopen seizoen 20 aanmeldingen (13 bij de jeugd en 7 bij de senioren). Dit gemiddelde verschilt weer tussen clubs. Er zijn uiteraard clubs met meer en clubs met minder aanmeldingen. Gemiddeld hadden clubs afgelopen seizoen 17 afmeldingen (9 bij de jeugd en 8 bij de senioren). Het afgelopen seizoen lijkt het aantal leden dus licht gestegen. Deze stijging komt met name door een toename van jeugd. Ondanks dat clubs gemiddeld stijgen, kan het zo zijn dat er ook clubs zijn die juist zijn gedaald in aantal leden.

Aanmeldingen jeugd

13

Aanmeldingen senioren

7

Verschillen naar achtergrondkenmerken Een daling zien we bijvoorbeeld met name bij grotere verenigingen. Zij hebben – vooral bij de senioren - meer afmeldingen dan aanmeldingen waardoor de balans negatief uitslaat. Vooral de toename in aantal jeugdleden bij kleine verenigingen zorgt voor een lichte stijging bij deze clubs. Ook zijn er verschillen naar ligging van de club. Zo kennen clubs in de kern van Barneveld relatief veel afmeldingen van senioren, waar senioren zich in Voorthuizen juist vaker aanmelden. Jeugdleden hebben zich relatief vaak aangemeld in de dorpen in het buitengebied.

Afmeldingen jeugd

9

Afmeldingen senioren

8

Vraag: Hoeveel nieuwe leden hebben zich vorig jaar (seizoen) bij de vereniging aangemeld? Vraag: Hoeveel leden hebben zich vorig jaar (seizoen) bij de vereniging afgemeld? N: Alle verenigingen

20

Vier op de tien verenigingen houden structureel bij waarom leden stoppen De helft van de clubs zegt aan ongeveer te weten waarom leden stoppen De meeste clubs (50%) houden niet actief bij waarom leden stoppen, maar denken dit wel enigszins te weten. Ruim een kwart van de clubs geeft aan dat zij actief een gesprek hebben met leden die stoppen om de reden(en) te achterhalen. Vijftien procent van de clubs verstrekt een vragenlijst/enquête om bij te houden waarom leden stoppen. Verschillen naar achtergrondkenmerken Grotere clubs houden vaker structureel bij waarom hun leden stoppen. In Voorthuizen wordt minder vaak structureel bijgehouden waarom hun leden stoppen.

Vraag: Wordt er geïnventariseerd wat de belangrijkste reden van beëindiging is? N: Alle verenigingen

21

Kader

Vrijwilligers in 85% van de gevallen degenen die de clubs draaiend houden

Vrijwilligers (zonder vergoeding)

85%

Medewerkers met een vrijwilligersvergoeding

12%

Betaalde medewerkers (inhuur)

2%

Medewerkers in loondienst

1%

Vraag: Hoeveel vrijwilligers en betaalde medewerkers (medewerkers met een uurvergoeding, salaris) waren er het afgelopen jaar (seizoen) binnen uw vereniging actief? N: Alle verenigingen

Gemiddeld hebben verenigingen 36 vrijwilligers zonder vergoeding Het verschil in het aantal vrijwilligers verschilt sterk tussen verenigingen. Zo zijn er verenigingen die aangeven helemaal geen vrijwilligers te hebben, terwijl andere clubs draaien op 100 vrijwilligers. Eén op de acht mensen die iets doet voor de vereniging, krijgt hiervoor een vrijwilligersvergoeding. Ook hier geldt dat de verschillen tussen clubs groot zijn. Veel clubs geven aan dat zij helemaal geen betaalde krachten hebben en sommige clubs schatten het aantal vrijwilligers met een vergoeding op 50. Betaalde medewerkers en/of medewerkers in loondienst komt weinig voor (2% en resp. 1%). Verschillen naar achtergrondkenmerken Grote verenigingen en de verenigingen in de kern van Barneveld hebben vaker betaalde medewerkers. De kleine clubs hebben nagenoeg nooit medewerkers in loondienst.

23

De helft van de verenigingen heeft geen vacatures voor vrijwillige functies Ruim een kwart heeft vacatures op cruciale posities De helft van de verenigingen heeft geen vacatures. Ruim een kwart van de verenigingen heeft vacatures voor vrijwillige functies op cruciale posities. Ruim een vijfde heeft wel vacatures, maar niet op cruciale posities. Verschillen naar achtergrondkenmerken Kleine clubs, verenigingen die geen eigen accommodatie hebben en clubs in (de dorpen in) het buitengebied hebben de minste vacatures.

Vraag: Heeft uw vereniging momenteel vacatures voor betaalde medewerkers en/of vrijwilligers? N: Alle verenigingen

24

Meeste vacatures voor trainers- en begeleidingsfuncties Ook zoeken clubs met vacatures vaak mensen voor de bar/kantine Van de verenigingen die een vacature hebben, geven zeven op de tien verenigingen aan dat dit een vacature voor training/begeleiding of lesgeven betreft. Andere vacatures die relatief veel voorkomen zijn vacatures voor arbitrage of jurering en voor het vervullen van bar- of kantinediensten. Onder andere functies vallen vacatures voor de technische-, sponsor- of PR-commissie en/of contactpersonen voor de competitie.

Vraag: Voor welke functie(s) heeft u een vacature? N: 13

25

Bestuursleden zijn veelal man Man

Vrouw

Tot 20 jaar

21-35 jaar

36-50 jaar

51-65 jaar

65+ jaar

Voorzitter

91%

9%

0%

5%

20%

32%

20%

Secretaris

58%

42%

4%

26%

26%

29%

15%

Penningmeester

75%

25%

0%

24%

40%

24%

12%

Bestuurslid 1

70%

30%

0%

29%

48%

14%

9%

Bestuurslid 2

70%

30%

0%

33%

38%

24%

5%

Bestuurslid 3

64%

36%

0%

46%

23%

23%

8%

Bestuurslid 4

67%

33%

0%

8%

67%

17%

8%

Vraag: Hoe ziet de samenstelling van het bestuur eruit? N: Alle verenigingen

Met name de voorzitter is negen van de tien keer mannelijk Wanneer we kijken naar de verdeling naar leeftijd en geslacht binnen het bestuur dan valt op dat de meeste besturen gedomineerd worden door mannen. De enige uitzondering is het secretariaat. Dat wordt in vier van de tien keren door een vrouw gedaan. Ook zijn bestuursleden vaak wat ouder (minstens 36+). Er zijn nauwelijks bestuursleden die jonger zijn dan 20 jaar.

26

Financiën

Meeste clubs zijn financieel (zeer) gezond Voor acht procent van de clubs is de situatie minder gezond De meeste clubs zijn financieel (zeer) gezond. 35% van de verenigingen geeft aan dat zij redelijk gezond zijn. Slechts 8% van de verenigingen geeft aan dat zij financieel (zeer) ongezond zijn. Verschillen naar achtergrondkenmerken Kleine clubs, clubs in de kern van Barneveld en clubs met (min of meer) een eigen accommodatie geven vaker aan dat de financiële situatie minder gezond is. Grote clubs, clubs zonder eigen accommodatie, clubs in Voorthuizen of clubs in het buitengebied zijn allemaal redelijk gezond tot financieel zeer gezond.

8%

35%

42%

Minder gezond

Vraag: Hoe beschrijft u de financiële positie van uw vereniging? N: Alle verenigingen

Redelijk

Gezond

15%

Zeer gezond

28

Vanuit contributie kunnen de meeste clubs aan hun betalingsverplichtingen voldoen Slechts een derde heeft een stabiele inkomstenstroom uit sponsoring Bijna negen op de tien clubs geven aan dat zij goed aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. De contributie lijkt hier bij ruim negen op de tien verenigingen de reden voor. Slechts ruim vier op de tien clubs hebben jaarlijks een positief resultaat. Verschillen naar achtergrondkenmerken Grote verenigingen geven vaker aan dat zij beschikken over een stabiele inkomstenstroom uit sponsoring en contributie.

Vraag: Wat past bij uw vereniging? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk. N: Alle verenigingen

29

De meeste verenigingen maken geen gebruik van de genoemde subsidies Het kennen van de mogelijkheden leidt niet automatisch tot gebruik Ongeveer de helft van de verenigingen heeft geen gebruik gemaakt van de genoemde subsidies en kent deze mogelijkheden ook niet. Grofweg kennen drie op tien clubs de mogelijkheden wel. De meest gebruikte subsidie is het Maatschappelijk Sportfonds (11,5%). Verschillen naar achtergrondkenmerken Grotere clubs kennen vaker de subsidiemogelijkheid van het Sportakkoord, maar maken er dan geen gebruik van. De kleinere clubs kennen juist vaker het Maatschappelijk Sportfonds, maar maken er vaak ook geen gebruik van.

Vraag: Geef aan welke subsidies u kent en van welke subsidies uw vereniging in het verleden gebruik heeft gemaakt of waarvan uw vereniging gebruik maakt. Meerdere antwoorden mogelijk. N: Alle verenigingen

30

Subsidiemogelijkheden door corona: tussen de 4% en 36% maakt gebruik van de mogelijkheden Verenigingen die gebruik maken van de mogelijkheden kiezen voor de TASO en de TVS De meeste clubs hebben gebruik gemaakt van de TASO (36%) en de TVS (32%). Veel verenigingen kennen de verschillende subsidiemogelijkheden die vanwege de coronapandemie in het leven zijn geroepen niet (variërend van 36% tot 54% voor de verschillende subsidies). Verschillen naar achtergrondkenmerken Grotere clubs maken vaker gebruik van de subsidies (met name TASO, TVS, NOW en TVL) dan de kleinere clubs. De kleinere clubs geven ook vaker aan deze subsidies niet te kennen.

*

Vraag: Recent zijn er vanwege de coronapandemie verschillende subsidies voor sportverenigingen in het leven geroepen. Maakt uw vereniging gebruik van onderstaande subsidies? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk N: Alle verenigingen * SWS = Stichting Waarborgfonds Sport

31

Ook andere subsidies nauwelijks gebruikt De meeste clubs hebben geen gebruik gemaakt van andere subsidies. Eén vereniging geeft aan dat zij gebruik hebben gemaakt van de BOSA.

Vraag: Zijn er andere subsidies waar uw vereniging gebruik van maakt dan op de vorige twee pagina's benoemd? N: Alle verenigingen

32

Knelpunten

Ledenwerving en -behoud is het grootste knelpunt (N=26)

Leden (ledenbehoud, -werving, etc.)

50.0%

Accommodatie (gebrek, onderhoud, etc.)

30.8%

Kader (tekort, geschiktheid, behoud, etc.)

30.8%

Wet- en regelgeving (o.a. drank- en horecawet, hygiëne)

11.5%

Financiën (subsidie, sponsors, etc.)

11.5%

Overig (o.a. evenementen, ongewenst gedrag, samenwerking, sportaanbod)

3.9%

Anders, namelijk:

15.4%

Geen van bovenstaande

15.4%

Drie op de tien clubs ervaren knelpunten rondom accommodatie en kader De helft van de clubs geeft aan dat het voornaamste knelpunt het werven en behouden van leden is. Drie op de tien verenigingen ervaren knelpunten bij het gebrek en/of het onderhoud van de accommodatie en voor het behouden en/of opleiden van (geschikt) kader. Verschillen naar achtergrondkenmerken Grote verenigingen ervaren vaker problemen met het werven en behouden van leden en vrijwilligers dan kleine verenigingen. Verenigingen met een eigen accommodatie kiezen vaker voor financiën als knelpunt. De verenigingen in Voorthuizen geven aan dat ze geen knelpunt ervaren voor het werven en behouden van geschikt kader. *Let op: Aan clubs is gevraagd om maximaal de belangrijkste drie te kiezen

Vraag: Kunt u aangeven wat op dit moment voor uw vereniging het belangrijkste knelpunt is of wat de belangrijkste knelpunten zijn? N: Alle verenigingen

34

Behoud van leden en teams binnen knelpunt leden vaakst genoemd (n=13) Ook geringe aanwas regelmatig een knelpunt Binnen het knelpunt leden wordt het behoud van leden en teams bij zes op de tien clubs genoemd. Verder wordt door ruim 45% van de verenigingen de aanwas van nieuwe leden (of het gebrek eraan) als knelpunt ervaren. Bijna twee op de vijf verenigingen geven aan dat een vergrijzing van het ledenbestand en het dalend ledental een belangrijk knelpunt is. Verschillen naar achtergrondkenmerken Grote verenigingen ervaren meer knelpunten dan kleine verenigingen. Dit uit zich vooral in geringe aanwas van leden, weinig jeugdleden, dalen ledental en behoud van leden en teams. *Let op: aan clubs is op pagina 33 gevraagd om de belangrijkste drie te kiezen. Alleen wanneer gekozen is voor een knelpunt, hebben zij de opvolgende vragen gekregen (pagina 34-36). Het gaat dus alleen om het % van de clubs die deze vraag heeft beantwoord.

Vraag: Kunt u toelichten wat het knelpunt leden inhoudt? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk N: 13 verenigingen

35

Vinden van vrijwilligers bij kader vaakst het knelpunt (n=8) Ook geschikte bestuursleden vinden zorgt in de helft van de gevallen voor problemen Binnen het knelpunt kader ervaart ruim zestig procent problemen bij het werven en vinden van vrijwilligers. De helft van de verenigingen ervaart problemen bij het vinden van geschikte bestuursleden en vrijwilligers.

*Let op: aan clubs is op pagina 33 gevraagd om de belangrijkste drie te kiezen. Alleen wanneer gekozen is voor een knelpunt, hebben zij de opvolgende vragen gekregen (pagina 34-36). Het gaat dus alleen om het % van de clubs die deze vraag heeft beantwoord.

Vraag: Kunt u toelichten wat het knelpunt kader inhoudt? N: 8 verenigingen

36

Binnen accommodatie is de kwaliteit het grootste probleem (n=8) Ook wordt het gebrek aan capaciteit genoemd De helft van de verenigingen geeft aan moeite te hebben met de kwaliteit van de voorzieningen en/of de accommodatie. De beschikbare capaciteit is voor bijna 40% van de verenigingen een knelpunt.

*Let op: aan clubs is op pagina 33 gevraagd om de belangrijkste drie te kiezen. Alleen wanneer gekozen is voor een knelpunt, hebben zij de opvolgende vragen gekregen (pagina 34-36). Het gaat dus alleen om het % van de clubs die deze vraag heeft beantwoord.

Vraag: Kunt u toelichten wat het knelpunt accommodatie inhoudt? N: 8 verenigingen

37

Sportaanbod

Meeste sportaanbod voor volwassenen Driekwart van de clubs hebben sportaanbod voor 13- tot 18jarigen Verenigingen in Barneveld hebben hebben het meeste sportaanbod voor de leeftijdscategorieën vanaf 18 jaar. Desalniettemin, kent nagenoeg driekwart van de clubs ook een sportaanbod voor 13tot 18-jarigen en bijna zeven op de tien clubs voor 4tot 12-jarigen. Ongeveer een kwart van de verenigingen heeft aanbod voor getalenteerde sporters. Naast sportaanbod voor specifieke leeftijdscategorieën, heeft ruim 10% van de clubs ook sportaanbod voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Verschillen naar achtergrondkenmerken Grote clubs hebben vaker sportaanbod voor (jonge) kinderen.

Leeftijdscategorie 45 - 54 jaar

88.5%

Leeftijdscategorie 25 - 44 jaar

84.6%

Leeftijdscategorie 19 – 25

84.6%

Oudere sporters (55+)

76.9%

Leeftijdscategorie 13 – 18 jaar (middelbare scholieren)

76.9%

Leeftijdscategorie 4 – 12 jaar (basisschoolkinderen)

69.2%

Sporters met bovengemiddelde aanleg (sporttalenten)

23.1%

Sporters met een chronische ziekte (bijvoorbeeld COPD, diabetes, hart- en vaartziekten, overgewicht) Sporters met een verstandelijke beperking en/of gedragsproblemen

11.5% 11.5%

Sporters met een lichamelijke beperking

11.5%

Leeftijdscategorie 0 – 3 jaar (peuters en kleuters)

11.5%

Sporters met een migratieachtergrond

Vraag: Voor welke doelgroepen biedt uw vereniging momenteel aanbod aan? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk N: Alle verenigingen

Geen van bovenstaande

7.7% 3.9%

39

Kinderen tot 12 jaar zijn de doelgroep waar verenigingen zich op willen richten Leeftijdscategorie 4 – 12 jaar (basisschoolkinderen)

38.5%

Leeftijdscategorie 13 – 18 jaar (middelbare scholieren)

30.8%

Oudere sporters (55+ jaar)

26.9%

Leeftijdscategorie 45 - 54 jaar

23.1%

Leeftijdscategorie 26 - 44 jaar

23.1%

Leeftijdscategorie 19 – 25 jaar

23.1%

Sporters met bovengemiddelde aanleg (sporttalenten)

Sporters met een migratieachtergrond Sporters met een chronische ziekte (bijvoorbeeld COPD, diabetes, hart- en vaartziekten, overgewicht) Sporters met een verstandelijke beperking en/of gedragsproblemen Sporters met een lichamelijke beperking Geen van bovenstaande

Verenigingen geven aan dat ze zich komend seizoen vooral willen richten op kinderen. Voor basisschoolkinderen geven bijna vier op de tien clubs dit aan en drie op de tien clubs willen zich gaan richten op middelbare schoolkinderen. Ruim een kwart geeft aan zich op de oudere sporters te willen gaan richten. Eveneens bijna een kwart wil zich richten op de andere volwassen leeftijdscategorieën. Ruim vier op de tien verenigingen geven aan zich helemaal niet op een specifieke doelgroep te willen gaan richten.

15.4%

Leeftijdscategorie 0 – 3 jaar (peuters en kleuters)

Ruim drie op de tien verengingen willen zich gaan richten op 13- tot 18-jarigen

7.7% 0.0% 0.0% 0.0% 0.0% 42.3%

Vraag: Op welke nieuwe doelgroepen wil de vereniging zich het komende seizoen richten? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk. Klik de doelgroepen waarop uw vereniging al aanbod heeft niet aan. N: alle verenigingen

40

Ruim de helft organiseert 1 tot 2 keer per seizoen activiteiten voor nietleden Bijna een kwart organiseert nooit iets voor niet-leden Het gros van de verenigingen heeft weleens activiteiten georganiseerd voor niet-leden (77%). Voor de meeste clubs geldt dat zij dit 1 of 2 keer per seizoen doen (54%). Ruim één op de vijf clubs organiseert minstens één keer per kwartaal iets voor niet-leden. Verschillen naar achtergrondkenmerken Alle verenigingen (in de dorpen) in het buitengebied geven aan activiteiten georganiseerd te hebben voor niet-leden. Clubs in de kern van Barneveld en grote clubs kiezen vaker voor het organiseren van activiteiten met een frequentie van vijf keer per jaar.

Vraag: Heeft uw vereniging het afgelopen jaar (seizoen) (sport)activiteiten georganiseerd waarbij deelname openstond voor niet-leden? N: Alle verenigingen

41

Eén op de vijf clubs heeft interesse in het aanbieden van naschoolse activiteiten Ruim vier op de tien clubs hebben (nog) niet nagedacht over hun interesse in het aanbieden van naschoolse activiteiten Ruim twee op de vijf clubs weten niet of ze interesse hebben in het organiseren van naschoolse activiteiten. Bijna 40% van de clubs heeft geen interesse en 20% heeft wel interesse in het organiseren van naschoolse activiteiten. Verschillen naar achtergrondkenmerken Grote clubs hebben vaker interesse in het aanbieden van naschoolse activiteiten. De verenigingen in Voorthuizen hebben geen interesse in het organiseren van naschoolse activiteiten.

Vraag: Heeft uw vereniging interesse in het organiseren van naschoolse activiteiten? N: alle verenigingen

42

Een kwart wil gebruik maken van de ondersteuningsmogelijkheden bij het organiseren van naschoolse activiteiten (n=16)

Weet ik niet

Nee

Ja

68.75%

Bijna 70% weet niet of zij ondersteund willen worden bij het organiseren van naschoolse activiteiten Een kwart van de verenigingen wil gebruik maken van de ondersteuningsmogelijkheden die er zijn bij de organisatie van het naschoolse aanbod. Bijna 70% van de clubs weet niet of zij gebruik willen maken van de ondersteuningsmogelijkheden.

6.25%

25%

Vraag: Wilt u gebruik maken van ondersteuningsmogelijkheden bij de organisatie van dit naschoolse aanbod? Denk hierbij aan het gebruikmaken van aanbod dat reeds ontwikkeld is door andere partijen of ondersteuning bij de organisatie van de activiteiten zelf. N: 16 verenigingen

43

Bestaand aanbod verruimen is populairste strategie om (nieuwe) doelgroepen te bereiken Een op de drie clubs kiest voor een andere strategie Bijna de helft van de clubs wil nieuwe en bestaande doelgroepen bereiken door het bestaande aanbod te verruimen. Ongeveer een kwart doet dit door zich te richten op het betrekken van ongebonden sporters en/of door nieuw sportaanbod aan te bieden. Een op drie verenigingen geeft aan andere strategieën te hebben waarmee zij nieuwe en bestaande doelgroepen willen bereiken. In deze categorie wordt meestal genoemd dat zij de bestaande lijn willen doortrekken of een zomerlidmaatschap willen aanbieden. Verschillen naar achtergrondkenmerken Kleine clubs kiezen vaker voor het aanbieden van nieuw sportaanbod en het betrekken van ongebonden sporters.

Vraag: Hoe wilt u als vereniging het komende jaar nieuwe of bestaande doelgroepen bereiken? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk. N: Alle verenigingen

44

Bijna de helft van de clubs werkt samen met andere sportverenigingen Bijna een kwart van de clubs werkt met niemand samen Verenigingen werken het vaakst samen met andere sportverenigingen. In bijna de helft van de gevallen geven clubs aan dat zij samenwerken met andere clubs. Daarnaast wordt regelmatig (in ruim vier op de tien gevallen) samengewerkt met het onderwijs en de gemeente. Het valt op dat er weinig wordt samengewerkt met maatschappelijke organisaties. Bijna een kwart van de verenigingen geeft aan helemaal niet samen te werken. Verschillen naar achtergrondkenmerken Grote verenigingen werken vaker samen met de gemeente, andere sportverenigingen en de naschoolse opvang dan kleine verenigingen. Verenigingen met een eigen accommodatie werken vaker samen de gemeente en sportbonden. De verenigingen in de kern van Barneveld werken het vaakst samen met de sportbonden.

Vraag: Met welke van de onderstaande organisaties/instanties heeft uw vereniging het afgelopen jaar (seizoen) samengewerkt? N: Alle verenigingen

45

Andere sportverenigingen en Be Active & Creative interessante samenwerkingspartners Bijna een kwart van de clubs heeft geen behoefte aan samenwerking Andere sportverenigingen zijn de populairste organisatie(s) om het komend jaar mee samen te (gaan) werken. Ook Be Active & Creative wordt door drie op de tien verenigingen genoemd als potentiele partner. De gemeente is in ruim een kwart van de gevallen een partner om komende seizoen de samenwerking mee aan te gaan. Bijna een kwart van de clubs geeft aan komend seizoen niet samen te willen (gaan) werken. Verschillen naar achtergrondkenmerken Verenigingen zonder eigen accommodatie willen vaker samenwerken met Be Active & Creative dan verenigingen met een eigen accommodatie. Verenigingen met een eigen accommodatie en clubs in de kern van Barneveld geven vaker aan met een sportaanbod samen te willen werken. Grote verenigingen geven vaker aan met de gemeente te willen samenwerken. Kleine verenigingen kiezen vaker voor lokale huisartsen/fysiotherapeuten. Vraag: Met welke van deze organisaties zou uw vereniging het komende jaar willen samenwerken? N: Alle verenigingen

46

Drie op de vijf verenigingen werken niet regionaal samen Ruim een kwart heeft een andere samenwerking opgebouwd Drie op de vijf sportverenigingen geven aan niet regionaal samen te werken. Van de sportverenigingen die aangeven dat ze regionaal samenwerken wordt het vaakst voor samenwerking met verenigingen in Ede gekozen (8%). Ruim een kwart van de clubs kiest voor de categorie ‘anders’. Zij werken regionaal het vaakst samen met (clubs in) andere gemeentes. Zo worden Amersfoort, Uddel, Nijkerk, Putten en Utrecht genoemd.

Vraag:Werkt uw vereniging regionaal samen? Hiermee wordt samenwerking met verenigingen buiten de gemeente Barneveld bedoeld. Er zijn meerdere antwoorden mogelijk. N: Alle verenigingen

47

Ruim de helft van de verenigingen heeft geen behoefte aan regionaal samenwerken Nee, wij hebben geen behoefte aan regionale samenwerking

54%

Ja, met verenigingen in Scherpenzeel

Ja, met verenigingen in Leusden

15%

Ja, met verenigingen in Lunteren

Anders, namelijk

Ruim de helft van de verenigingen geeft aan geen behoefte te hebben om regionaal samen te werken. Van de sportverenigingen die aangeven dat ze regionaal zouden willen samenwerken wordt het vaakst aangegeven dit te willen doen met verenigingen in Ede en/of Scherpenzeel (beide 15%). In de categorie ‘anders’ wordt onder andere genoemd: dat ze al samenwerken, of dat ze samen willen werken met Renswoude, Nijkerk, Woudenberg en Apeldoorn.

12%

Ja, met verenigingen in Ede

Ruim een kwart kiest voor een andere vorm van samenwerking

15%

12%

27%

Vraag: Zou uw vereniging een regionale samenwerking op willen starten? Hiermee wordt samenwerking met verenigingen buiten de gemeente Barneveld bedoeld. Er zijn meerdere antwoorden mogelijk. N: Alle verenigingen

48

Plannen en doelstellingen

Een greep uit de blik op de toekomst van verenigingen

“ “ “ “

Een vereniging die deels in de gymzaal is met nieuw materiaal en deels op de sportvelden om een zo'n breed mogelijk sportaanbod te kunnen bieden. De meeste kinderen in Stroe zijn dan lid en er zijn ook een jongeren (leeftijd tot 16 ofzo) gestart.” Alle teams bestaan voor 50% uit dames/meisjes en 50% uit jongens/heren, we hebben 250 leden waarvan minimaal 200 spelend en een sporthal waar gebruik van gemaakt kan worden.”

Hopelijk zijn we dan nog steeds een gezellige gezonde vereniging.”

Een sportclub met max. 100 leden, gericht op de ontwikkeling en welzijn van de leden. Hierbij willen we graag het zelfvertrouwen vergroten en een veilige plek bieden. ”

Vraag: Hoe ziet u de toekomst van uw vereniging in 2025? N: Alle verenigingen

“ “ “ “

Een vereniging met een kleine toename van het aantal leden waarin minimaal 50% van de leden op enige manier vrijwilliger is. De groei zal voornamelijk uit vrouwen bestaan.” Financieel gezonde vereniging met een aanbod voor jong en oud. Zowel recreatief als competitief. Waar plezier en sportiviteit centraal staan. Met een eigen accommodatie.” Wij streven het ledenaantal te kunnen uitbreiden; in ieder geval het huidige aantal te behouden. Bekwame bestuurders en vrijwilligers te kunnen aanstellen.” Een vereniging die regionaal betrokken is, die financieel gezond is en een bruisend vrijwilligersbeleid heeft.” 50

Driekwart van de clubs heeft een algemeen beleidsplan Bijna een op de vijf clubs heeft helemaal geen plan Driekwart van de verenigingen voert hun activiteiten uit aan de hand van een algemeen beleidsplan. Bijna twee op de vijf clubs hebben een jeugdbeleid, 35% van de clubs heeft een technisch en vrijwilligersbeleid. Bijna een kwart van de clubs heeft een beleidsplan aangaande sponsoring. Verschillen naar achtergrondkenmerken Grote clubs hebben vaker een beleidsplan dan kleine clubs. Deze plannen zijn dan vaker gericht op jeugd, sponsoring en het technische beleid. Ook de clubs in de kern van Barneveld hebben vaker een jeugd-, vrijwilligers- en/of technisch beleid.

Vraag: De vereniging heeft een actueel beleidsplan ten aanzien van: N: Alle verenigingen

51

Ledenwerving en -behoud voornaamste focus van driekwart van de clubs Ook werving en behoud voor de helft van de clubs focuspunt Het voornaamste focuspunt van verenigingen is gelijk aan het voornaamste knelpunt (zie eerder), namelijk: ledenwerving en -behoud. Voor ruim de helft van de clubs is het werven en behouden van vrijwilligers ook een belangrijk speerput net als sportiviteit en een veilig sportklimaat (43%). Verschillen naar achtergrondkenmerken Grote clubs zetten vaker in op werving en –behoud van vrijwilligers dan kleine clubs. Verenigingen met een eigen accommodatie zetten zich vaker in voor sfeer en cultuur op de vereniging.

Ledenbehoud en/of ledenwerving Werving en behoud vrij willigers Sportiviteit en respect/veilig sportklimaat Publiciteit, PR, communicatie Sfeer en cultuur op en van de vereniging Competitie Jeugd Samenwerking met andere sportvereniging(en) Activiteitenaanbod Beheer en onderhoud accommodatie Deskundigheidsbevordering / opleiding technisch kader Financiën Realisatie nieuwe/eigen accommodatie Kwaliteit verbeteren bestaand aanbod Professioneel kader (werven, behouden) Ontwikkelen van nieuw sportaanbod Realiseren van (top)sportambities Samenwerking met andere niet-sportorganisaties (bijv. school, wijk /… Samenwerking met onderwijs Deskundigheidsbevordering / opleiding bestuurlijk kader Uniek sporters (fysieke of mentale beperking, chronische ziekte of… Sportmedische zaken Sporttechnische zaken Specifieke doelgroepen Opzetten van aanvullende diensten, zoals kinderopvang tijdens… Anders, namelijk:

Vraag: Waar zet het bestuur zich het komende jaar met name voor in? Kruis maximal 5 speerpunten aan. N: 21 verenigingen

76% 52% 43% 38% 38% 29% 24% 24% 24% 19% 19% 14% 10% 10% 10% 10% 5% 5% 5% 5%

5%

52

Bekendheid en gebruik ondersteuningsmiddelen

Bijna vier op de tien clubs maken geen gebruik van ondersteuningsmogelijkheden Het vaakst wordt gebruik gemaakt van ondersteuningsmogelijkheden van de sportbond Ruim zes op de tien clubs maken gebruik van de ondersteuning van een organisatie. Bijna de helft van de clubs doet dit door gebruik te maken van de diensten van een sportbond, 35% van de ondersteuningsmogelijkheden van de gemeente en een kwart geeft aan gebruik te hebben gemaakt van Be Active & Creative. Bijna vier op de tien verenigingen geven aan helemaal geen gebruik te maken van diensten van ondersteuningsorganisaties. Verschillen naar achtergrondkenmerken Kleine clubs maken minder vaak gebruik van ondersteuning dan grote clubs. De grote clubs en de clubs in de kern van Barneveld maken vaker gebruik van de diensten van sportbonden. Vraag: Van de diensten van welke van onderstaande organisaties heeft u het afgelopen seizoen gebruik gemaakt? N: Alle verenigingen

54

Ondersteuning bij sponsoring en accommodatie vraagstukken in trek Ruim vier op de tien clubs hebben geen behoefte aan ondersteuning op organisatorische thema’s zoals genoemd in de lijst Een kwart van de clubs zou graag ondersteuning krijgen rondom sponsoring en accommodatie vraagstukken. Ongeveer één op de vijf clubs wil hulp bij communicatie/PR. Ruim vier op de tien clubs hebben geen behoefte aan ondersteuning op deze organisatorische thema’s Verschillen naar achtergrondkenmerken Verenigingen met een eigen accommodatie en kleine clubs geven vaker aan dat zij graag ondersteuning krijgen rondom accommodatievraagstukken. Clubs die geen eigen accommodatie hebben en clubs in (de dorpen) het buitengebied geven vaker aan geen behoefte aan ondersteuning te hebben.

Vraag: Op welk/welke thema(’s) zou u komend seizoen graag ondersteuning krijgen (bij de uitvoering)? Organisatorische thema’s. N: Alle verenigingen

55

Vraag om ondersteuning op werving en behoud leden en vrijwilligers

Beleid op ledenwerving

38.5%

Beleid op ledenbehoud

34.6%

Werving en behoud vrij willigers/verenigingskader

23.1%

Scholing t.b.v. deskundigheidsbevordering/ opleiding trainers

11.5%

(Nieuw) sportaanbod

11.5%

Werving en behoud professioneel/betaald kader

7.7%

Sporttechnische zaken

7.7%

Talentherkenning en talentontwikkeling

7.7%

Scholing t.b.v. deskundigheidsbevordering/ opleiding bestuurders of ander vrijwillig kader Scholing t.b.v. deskundigheidsbevordering/ opleiding scheidsrechters/juryleden Uniek sporten (mensen met een fysieke of mentale beperking, chronische ziekte of indicatie)

Bijna twee op de vijf verenigingen zouden graag ondersteuning krijgen op het werven van nieuwe leden, 35% van de verenigingen geeft aan graag geholpen te worden bij ledenbehoud. Een kwart vraagt ondersteuning voor de werving en het behoud van vrijwilligers. Ruim vier op de tien heeft geen behoefte aan ondersteuning.

7.7% 3.9% 0.0%

Sportmedische zaken

0.0%

Sportaanbod voor specifieke doelgroepen

0.0%

Wij hebben geen behoefte aan ondersteuning op deze thema’s

Vraag: Op welk/welke thema(’s) zou u komend seizoen graag ondersteuning krijgen (bij de uitvoering)? Sportieve thema’s. N: Alle verenigingen

Ruim vier op de tien clubs hebben geen behoefte aan ondersteuning op de thema’s in deze lijst

42.3%

Verschillen naar achtergrondkenmerken Grote vereniging geven vaker aan graag ondersteuning te krijgen voor het behouden van leden. Verenigingen met een eigen accommodatie geven vaker aan ondersteuning te wensen bij het werven van leden. Verenigingen zonder eigen accommodatie en clubs in de kern van Barneveld en Voorthuizen geven vaker aan geen behoefte aan ondersteuning te hebben.

56

Meeste clubs wensen geen ondersteuning op andere thema’s Er is een club die wel ondersteunt wil worden op een thema dat nog niet eerder genoemd is Deze club geeft aan meer over subsidies voor het organiseren van toernooien te weten te willen komen.

Vraag: Zijn er thema’s die nog niet genoemd zijn waarop u graag ondersteuning zou willen? N: Alle verenigingen

57

Meeste clubs hebben geen behoefte aan contact met andere verenigingen Vijftien procent zou graag in contact gebracht worden met andere clubs Ja, op het thema:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=51476abf-d170-446a-9363-a099441890ef