CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-1.16 Besluit B&W inzake verdeling Covid-19 compensatie lokale culturele voorzieningen 1e helft 2021 d.d. 22-6-21.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken23.897 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Chief Economist Directie Algemene Economische Politiek Ons kenmerk

Medeoverheden CE-AEP / 21140598 Voor medeoverheden is eerder afgesproken dat de bestaande afspraken met betrekking tot de reële compensatie van de extra uitgaven en de inkomstenderving met betrekking tot corona voor de reeds in kaart gebrachte dossiers voor de eerste twee kwartalen van 2021 gelden. Hiervoor zijn dit voorjaar middelen gereserveerd op de Aanvullende Post. Het kabinet hevelt de voor de lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen gereserveerde 60 miljoen euro over naar het Gemeentefonds ter compensatie van de extra uitgaven. Op sommige terreinen zijn eerder al specifieke afspraken voor heel 2021 gemaakt. Zo is voor geheel 2021 volledige compensatie afgesproken voor de meerkosten van jeugd en Wmo en voor de extra kosten van GGD-en en veiligheidsregio’s op basis van declaratie van de daadwerkelijke uitgaven. Voor het ov is afgesproken de beschikbaarheidsvergoeding te verlengen voor heel 2021. Voor de extra kosten voortkomend uit de Tijdelijke Wet COVID-19, onder andere op het gebied van Toezicht en Handhaving, is besloten dat de kosten in 2021 worden vergoed. Ook zijn reeds eerder middelen ter beschikking gesteld voor bijzondere bijstand, gemeentelijk schuldenbeleid, crisisdienstverlening, re-integratie, additionele impuls re-integratie, verkiezingen, jeugdpakket en de efficiencykorting.

Aanvullend hierop heeft het kabinet besloten de reële compensatie voor de inkomstenderving over 2021 over het gehele kalenderjaar te bezien. Daarnaast reserveert het kabinet voor het derde kwartaal 2021 51,5 miljoen euro voor de regionale en lokale cultuur, waarvan 36,5 miljoen euro voor de instandhouding van de regionale en lokale culturele infrastructuur en 15 miljoen euro ter compensatie voor de inkomstenderving van medeoverheden door onder andere het kwijtschelden van huren. Gezien de economie weer opengaat in de tweede helft van dit jaar worden voor andere dossiers in beginsel geen nieuwe middelen gereserveerd. Mochten toch weer coronamaatregelen getroffen moeten worden die tot extra kosten voor medeoverheden leiden in het derde kwartaal voor de reeds in kaart gebrachte dossiers dan zal tijdig met de medeoverheden overlegd worden met betrekking tot de reële compensatie. Verlenging steunpakket sportsector Met de huidige sectorspecifieke steunmaatregelen wordt de sportsector het eerste halfjaar van 2021 financieel gesteund. Bij de te verwachten heropening van Nederland in de komende periode zal ook de sportsector verder geopend worden.

De steunmaatregelen voor de sport zullen in principe met één kwartaal verlengd worden, waarbij in de inhoudelijke invulling rekening zal worden gehouden met het effect van de daadwerkelijke geldende versoepelingen in het derde kwartaal in de sportsector. De regelingen uit dit pakket zijn erop gericht om die infrastructuur zoveel mogelijk in stand te houden. Met het steunpakket wordt de infrastructuur met verenigingen en sportbonden en de exploitanten van zwembaden en ijsbanen ondersteund. Zoals ook in de voorgaande periode trekt het kabinet hierin samen op met de sportsector, zodat de regelingen en mogelijke versoepelingen goed aansluiten bij de veelvormige praktijk die kenmerkend is voor de sector. Ook voor deze periode zullen we continu de effecten van de steun evalueren. De kosten van deze maatregel zijn 40 miljoen euro en dit wordt gereserveerd op de aanvullende post. Pagina 34 van 47

Chief Economist Directie Algemene Economische Politiek

Daarnaast kan de sportsector uiteraard ook, als aan de geldende voorwaarden voldaan wordt, gebruik blijven maken van de generieke steunmaatregelen. De in deze brief aangekondigde verlenging van het steunpakket in Q3 biedt ook de overige sportaanbieders in de sportsector de mogelijkheid om de financiële gevolgen van het derde kwartaal op te vangen. Samen met de sport zetten we erop in dat zoveel mogelijk mensen blijvend de weg naar de sportsector weten te vinden. Op die manier zorgen we samen voor een sportsector die nu en in de toekomst een bijdrage aan de gezondheid en vitaliteit kan leveren.

Ons kenmerk CE-AEP / 21140598

Land- en tuinbouw Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit keert net als in 2020 80% van de directe inkomenssteun uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) eerder uit aan landbouwers om liquiditeitsproblemen te voorkomen. Het voorschot zal naar verwachting in juli/augustus worden betaald. Dit heeft geen gevolgen voor de Rijksbegroting aangezien de uitgaven van circa 500 miljoen euro, zijnde 80% van het totale budget aan directe inkomenssteun, geraamd stonden voor december 2021 en nu eerder in het jaar worden uitgekeerd. Ook voor het derde kwartaal reserveert het kabinet middelen (20 miljoen euro) om middelgrote bedrijven in de land- en tuinbouw gebruik te laten maken van de hogere subsidiegrens voor de tegemoetkoming vaste lasten. De verwachting is dat er meer land- en tuinbouwbedrijven tegen de grens van de reguliere TVL aanlopen. Dierentuinen Het kabinet verlengt de steunmaatregel voor dierentuinen en trekt daarvoor additioneel maximaal 42,5 miljoen euro uit voor Q2 2021. Dierentuinen zijn sinds 15 december jl. wederom gesloten. Om deze reden treft het kabinet aanvullend op de eerdere steunmaatregelen, een reservering op de Aanvullende Post om dierenwelzijn te waarborgen. De meeste dierentuinen mogen vanaf 19 mei 2021 (gedeeltelijk open). Het definitieve subsidiebedrag wordt hiervoor gecorrigeerd.

5.3 Aanvullend sociaal pakket Vorig jaar is het aanvullend sociaal pakket van 1,4 miljard euro aangekondigd en nader toegelicht.37 Het doel van dit pakket is om mensen die in onzekerheid verkeren, de zekerheid te bieden van aanspraak op passende begeleiding bij het zoeken naar werk of nieuwe bedrijfsactiviteiten en inkomen. Deze ondersteuning is ingericht middels vier bouwstenen: 1. Intensieve ondersteuning en begeleiding naar nieuw werk/activiteiten 2. Scholing en ontwikkeling 3. Bestrijding van jeugdwerkloosheid 4. Aanpak armoede en schulden Het kabinet acht dit in gang gezette beleid van wezenlijk van belang om aanpassingen in de economie verder te faciliteren en om te voorkomen dat mensen – ook op later moment – forse (economische) gevolgen ondervinden van de huidige coronacrisis. Hierbij is specifieke aandacht voor kwetsbare groepen, 37

Kamerstukken 35420, nr. 105, 35420 nr. 134 en 35420 nr. 228. Pagina 35 van 47

Chief Economist Directie Algemene Economische Politiek

waaronder mensen met een arbeidsbeperking, zoals genoemd in de motie Van Dijk.38 Het (verlengde) steun- en herstelpakket zelf is natuurlijk ook beschikbaar voor kwetsbare groepen, waaronder sekswerkers die vanwege de coronacrisis niet of minder werken en voldoen aan de voorwaarden van steunmaatregelen. 39 Beeld is dat het aanvullend sociaal pakket in combinatie met (de verlenging van) het steun- en herstelpakket op dit moment voldoende ondersteuning biedt. Het kabinet ziet daarom voor nu geen aanleiding om dit beleid verder te intensiveren. Corona en de genomen maatregelen werken naar verwachting langer door in de economie en het werk en inkomen van mensen. Dit pakket loopt daarom ook (deels) meerjarig door: het kabinet zet vol in op de uitwerking en uitvoering van de verschillende onderdelen. Wel houdt het kabinet de omstandigheden en uitkomsten van het beleid nauwlettend in de gaten. Hierbij heeft het kabinet specifieke aandacht voor kwetsbare groepen, zoals jongeren (zie onderstaande box).

Ons kenmerk CE-AEP / 21140598

Het kabinet onderstreept hiermee het belang van (nieuw) werk, leren en ontwikkelen, het voorkomen van schulden en het helpen van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Nader inzicht in het gebruik van de maatregelen uit het aanvullend sociaal pakket wordt – voor zover mogelijk en beschikbaar – opgenomen in de monitoringsbrief arbeidsmarkt en beroep noodpakket van eind deze maand. 5.4 Verlenging maatregelen re-integratie jongeren Vanwege de bijzondere omstandigheden op de arbeidsmarkt is met de ‘Tijdelijke wet Covid-19 SZW en JenV’ een aantal tijdelijke maatregelen geïntroduceerd die de positie van jongeren versterkt, zoals door uw Kamer verzocht met de motie Smeulders c.s.40 Het gaat hierbij om het tijdelijk openstellen van een aantal reintegratie-instrumenten waar jongeren tot 27 jaar onder normale omstandigheden van zijn uitgesloten. Ook is de zoektermijn van vier weken voor kwetsbare jongeren (tot 27 jaar) tot 1 juli 2021 buiten werking gesteld. Voor andere jongeren tot 27 jaar kunnen gemeenten maatwerk toepassen bij het al dan niet hanteren van de zoektermijn. Deze maatregelen worden verlengd tot 1 oktober 2021. Het Koninklijk Besluit waarmee dit geregeld wordt, zal zo snel mogelijk bij uw Kamer worden voorgehangen.

38 39 40

Kamerstuk 35644, nr. 7 Zoals verzocht in de motie Bikker c.s. (Kamerstuk 25295, nr. 1210) Kamerstuk 35420, nr. 118 Pagina 36 van 47

Chief Economist Directie Algemene Economische Politiek

De positie van jongeren op de arbeidsmarkt

Ons kenmerk CE-AEP / 21140598

Jongeren worden door de coronacrisis flink geraakt. Ook op de arbeidsmarkt hebben zij het moeilijk. Zo bedroeg de jeugdwerkloosheid op het hoogtepunt 11,3% in augustus 2020, om daarna licht te dalen naar 8,9% in maart 2021. Dit is wel nog fors hoger dan de 6,3% uit maart 2020. Jongeren werken vaker in de geraakte sectoren en hebben relatief vaker een flexibel contract. Als zij net van school komen, kan het moeilijk zijn om in deze tijd aan het werk te gaan. Over het algemeen zijn jongeren veerkrachtig en verbetert hun positie op de arbeidsmarkt snel als de economie weer aantrekt. Voor meer kwetsbare jongeren bestaat echter het risico dat ze langdurig langs de kant komen te staan en ze de gevolgen van de crisis langer zullen merken. Het kabinet wil mede daarom jeugdwerkloosheid aanpakken en voorkomen. Hiervoor is de Aanpak Jeugdwerkloosheid in het leven geroepen. De aanpak bevat maatregelen die ervoor zorgen dat jongeren doorleren, of hulp krijgen bij het vinden van werk. Deze maatregelen worden uitgevoerd in de arbeidsmarktregio’s door regionale mobiliteitsteams, gemeenten en de scholen voor praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Elke regio weet namelijk het beste wat er speelt op de lokale arbeidsmarkt. Gemeenten en scholen trekken hierbij samen op. Deze aanpak loopt als onderdeel van het steun- en herstelpakket tot en met 2021.

Daarnaast zet SBB met haar Actieplan stage- en leerbanen in op het terugdringen van stage- en leerbaantekorten. Beide programma’s zijn in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs verlengd tot en met 2022. Het kabinet blijft extra aandacht houden voor de positie en het welzijn van jongeren tijdens de coronacrisis. In juni wordt hierover een brief naar de Kamer verzonden waarin wordt gereageerd op de motie Ploumen (nr. 25295-960),), de motie Palland en Peters (nr. 35570-XV-40) en het advies van de Jongeren Denktank Coronacrisis (JDC).

5.5 Coronabanen Om de zorg, het onderwijs en toezicht en handhaving te ondersteunen heeft het kabinet tijdelijke coronabanen opgezet. Hierover is uw Kamer op 14 december jl. geïnformeerd.41 Met deze tijdelijke coronabanen worden deze sectoren ontlast én kunnen mensen die vanwege de coronacrisis geen werk hebben, tijdelijk elders aan de slag te gaan. Op dit moment is er voor de coronabanen in totaal ca. 69 miljoen euro van de beschikbaar gestelde 160 miljoen euro uitgegeven. Dit kan nog oplopen omdat gemeenten nog tot eind juni 2021 aanvragen kunnen indienen voor coronabanen in de handhaving. De middelen staan op de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en JenV. In de zorg zijn in totaal 381 aanvragen gedaan door zorginstellingen voor in totaal 3.740 coronabanen. Hiermee is 38 miljoen euro van de beschikbare 80 miljoen euro uitgegeven. Voor de subsidieregeling coronabanen in de zorg is de aanvraagperiode inmiddels verstreken; 947 mensen op een coronabaan doen dat met de ambitie om duurzaam in de zorg te komen werken: zij maken gebruik van de opleidingsmogelijkheid via de Nationale Zorgklas om een mbo-certificaat voor een zorgfunctie te behalen. Omdat naar verwachting de druk op de zorg in het najaar hoog blijft, is besloten om de regeling opnieuw open te stellen. Voor een

41

Kamerstuk 35420, nr. 219 Pagina 37 van 47

Chief Economist Directie Algemene Economische Politiek

tweede tijdvak is 40 miljoen euro beschikbaar. Subsidie is mogelijk voor een periode van maximaal 6 maanden, binnen de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021. De voorwaarden van de regeling veranderen niet.

Ons kenmerk CE-AEP / 21140598

In het hoger onderwijs zijn 28 aanvragen gedaan door hbo-instellingen en 16 door wo-instellingen. Hiermee is circa 15 miljoen euro van de beschikbare 20 miljoen euro uitgegeven. Er is geen zicht op het aantal banen dat gerealiseerd is. Ook voor het hoger onderwijs is de aanvraagperiode inmiddels verstreken. Bij toezicht en handhaving is ca. 15 miljoen euro van de in totaal 60 miljoen euro uitgekeerd aan gemeenten. Bij de aanvraag vullen gemeenten alleen het gevraagde bedrag aan bijdrage in waardoor er op dit moment geen zicht is op het gerealiseerde aantal banen. Gezien de verwachte drukte in publieke en buitenruimtes in de zomermaanden, zal er aandacht blijven voor toezicht en handhaving. Om toezicht en handhaving binnen de gemeenten ook in deze periode te ontlasten zal de regeling voor JenV worden verlengd tot 1 oktober 2021. De uitgaven die met deze verlenging gemoeid zijn, moeten passen binnen het huidige budget. 5.6 Coulancemaatregelen loonwaardebepalingen Participatiewet Gemeenten hebben tot 1 juli 2021 toestemming om loonwaardebepalingen in het kader van de Participatiewet, die volgens de regels op de werkplek moeten plaatsvinden, telefonisch uit te voeren in die situaties dat de werknemer vanwege de coronamaatregelen niet op de werkplek aanwezig is.

Bijvoorbeeld omdat betrokkene thuis moet werken of als de veiligheid op de werkplek niet kan worden gegarandeerd vanwege het risico op besmetting met het coronavirus. Verder is stilzwijgende verlenging van forfaitaire loonkostensubsidie ook tot 1 juli 2021 toegestaan. Er zijn gemeenten die een stuwmeer voorzien van in te halen werkplekbezoeken tegen 1 juli 2021. Daarnaast is nog ongewis of in alle gevallen vanaf 1 juli 2021 een loonwaardebepaling op de werkplek veilig kan worden verricht. Verzocht is om enige coulance te betrachten bij de loonwaardebepaling, door gemeenten meer tijd te geven om de werkplekbezoeken die alsnog moeten plaats vinden, uit te voeren. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid komt aan dit verzoek tegemoet. Voor die gevallen waarin ook na 1 juli 2021 een loonwaardebepaling op de werkplek nog niet veilig kan worden verricht, wordt bovendien de mogelijkheid geboden om een telefonische loonwaardebepaling uit te voeren, onder de voorwaarde dat die loonwaardebepaling een geldigheidsduur heeft van maximaal drie maanden en dat een werkplekbezoek plaatsvindt zodra dat op een veilige manier kan. Het uitgangspunt is dat gemeenten op 1 oktober 2021 de werkplekbezoeken die moesten worden ingehaald, hebben uitgevoerd en dat per die datum alle loonwaardebepalingen weer veilig volgens de regels, dus op de werkplek, kunnen plaatsvinden.

Het verlengen van de mogelijkheid van stilzwijgende verlenging van de periode van forfaitaire loonkostensubsidie is niet noodzakelijk. Overeenkomstig het Pagina 38 van 47

Chief Economist Directie Algemene Economische Politiek

vorenstaande kan –als een loonwaardebepaling op de werkplek nog niet veilig op de werkplek kan worden uitgevoerd- in telefonisch overleg tussen de gemeente, werkgever en werknemer worden bepaald of een werknemer daadwerkelijk per uur verminderd productief is. Op deze wijze wordt gewaarborgd dat de loonkostensubsidie wordt ingezet voor wie het bedoeld is.

Ons kenmerk CE-AEP / 21140598

5.7 Verlengen tijdelijke verlaging van de maximale kredietvergoeding voor consumptief krediet In verband met de verwachtingen over het doorwerken van de gevolgen van de crisis, wil het kabinet de tijdelijke verlaging van de maximale kredietvergoeding die in rekening mag worden gebracht door aanbieders van consumptief krediet verlengen tot 1 juli 2022. Op 10 augustus 2020 werd de maximale kredietvergoeding tijdelijk verlaagd van 14% naar 10% in verband met de gevolgen van de coronacrisis.42 De maximale kredietvergoeding geldt voor alle soorten consumptief krediet dat wordt verstrekt aan consumenten, zoals rood staan, doorlopend (goederen)krediet of een persoonlijke lening voor de financiering van bijvoorbeeld een auto. Hierdoor kunnen consumenten langer tegen lagere maandlasten geld lenen voor consumptieve uitgaven en zijn zij beter beschermd tegen de hoge kosten van krediet. Het conceptbesluit over de verlenging zal via internet worden geconsulteerd. 5.8 Beëindiging Garantieregeling Herverzekering Leverancierskredieten Per 1 juli 2021 zal de herverzekeringsovereenkomst tussen de Staat en zeven particuliere kredietverzekeraars tot een einde komen. Net als in Duitsland, Denemarken en Engeland concluderen de Nederlandse staat en de betrokken kredietverzekeraars op basis van de huidige marktinformatie dat de regeling niet langer noodzakelijk is.

In het voorjaar van 2020 kwam de kredietcapaciteit door de onzekerheid in de markt onder druk te staan. De garantie van de Nederlandse staat heeft de betrokken kredietverzekeraars in staat gesteld de limieten op leverancierskredieten te handhaven. De regeling heeft daarmee bijgedragen aan het in standhouden van toeleveringsketens en de stabiliteit van de economie tijdens de coronacrisis. De economische vooruitzichten wijzen op een herstel en de verzekeraars hebben op dit moment beter zicht op de risico’s in de portefeuille. Bovendien zullen veel van de overige steunmaatregelen na 1 juli 2021 doorlopen. Hierdoor hebben de verzekeraars genoeg vertrouwen in de markt om hun taak zonder staatsgarantie te vervullen. De kredietverzekeraars zijn zich bewust van hun economische verantwoordelijkheid en zullen ook zonder garantie van de Nederlandse staat, op basis van een gedegen risicoanalyse, dekking blijven bieden. Ook na 30 juni 2021 blijven de Staat en de kredietverzekeraars met elkaar in contact. Gezamenlijk zullen wij marktontwikkelingen nauwgezet volgen en elkaar over mogelijke knelpunten informeren om snel te kunnen optreden als de 42

Kamerstuk 24515, nr. 531 Pagina 39 van 47

Chief Economist Directie Algemene Economische Politiek

economische situatie daartoe aanleiding geeft en een bedreiging vormt voor de onderliggende toeleveringsketens, binnen het kader van de EU-wetgeving.

Ons kenmerk CE-AEP / 21140598

In de 2022 ontwerpbegroting van Financiën worden de ramingen van de inkomsten en uitgaven uit hoofde van de garantieregeling voor de komende jaren naar beneden bijgesteld. Omdat schades en recuperaties een vertraagd karakter bevatten verwachten we nog wel inkomsten en uitgaven na afloop van de herverzekering. 5.9 Verlenging crisismaatregelen om handelsstromen op gang te houden Maart afgelopen jaar hebben de ministeries van Financiën en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) een viertal maatregelen genomen binnen het ekv (exportkredietverzekeringen) instrumentarium.43 Deze maatregelen, waaronder het verhogen van het maximale gedekte percentage op liquiditeitsverruimende producten wat gericht is om financiering voor exporttransacties in stand te houden, zijn bedoeld ter ondersteuning van het exporterend bedrijfsleven. Door de coronacrisis zijn de risico’s voor het exporterend bedrijfsleven onverminderd hoog, waardoor het Tijdelijk Staatsteunkader van de Europese Commissie verlengd is tot 31 december 2021. Mede hierdoor, en het belang van een gelijk internationaal speelveld voor Nederlandse exporteurs, is ervoor gekozen om deze maatregelen te verlengen tot 31 december 2021. Een verlenging van de crisismaatregelen heeft geen budgettaire gevolgen, gelet op het kostendekkende principe van de ekv, waar ook deze crisismaatregelen onderhevig aan zijn. 5.10

Caribisch Nederland

Het uitgangspunt blijft dat voor Caribisch Nederland een vergelijkbare benadering wordt gekozen als voor Europees Nederland, rekening houdend met de lokale situatie. Dit betekent dat de middelen voor de tijdelijke subsidieregeling loonkosten en inkomstenverlies voor het derde kwartaal worden doorgetrokken (6 miljoen euro). Daarnaast wordt hiermee samenhangend 0,5 miljoen euro beschikbaar gesteld voor aanvullend eilandelijk beleid voor het derde kwartaal. Verder wordt in lijn met Europees Nederland de subsidieregeling Tegemoetkoming Vaste Lasten BES doorgetrokken voor het derde kwartaal met dezelfde opzet als voor het tweede kwartaal (10 miljoen euro). Het uitstel van betaling van belastingen in Caribisch Nederland wordt met drie maanden verlengd, van 30 juni tot en met 30 september 2021. Het tijdstip waarop in Caribisch Nederland de gefaseerde terugbetaling van de uitgestelde belasting moet beginnen, wordt eveneens uitgesteld, van 1 oktober 2021 naar 1 oktober 2022. De terugbetaaltermijn wordt hierbij verlengd van 3 naar 5 jaar. Verder is Caribisch Nederland in het steun- en herstelpakket van 21 januari 2021 abusievelijk niet meegerekend in de vrijstelling van algemene bestedingsbelasting op mondkapjes, vaccins en testkits. Deze vrijstelling (0,1 miljoen euro) wordt met

43

Kamerstukken 35420, nr. 16 Pagina 40 van 47

Chief Economist Directie Algemene Economische Politiek Ons kenmerk CE-AEP / 21140598

terugwerkende kracht verrekend. Besluitvorming over sectorspecifieke steun voor Caribisch Nederland volgt een separaat besluitvormingstraject. Over de uitkomsten van de gehele besluitvorming voor Caribisch Nederland en de uitwerking in concrete maatregelen die aansluiten bij de lokale omstandigheden wordt uw Kamer door middel van een aparte brief voor de zomer nader geïnformeerd. 6

Budgettaire aspecten

De budgettaire gevolgen van de maatregelen uit deze brief zijn in tabel 2 hieronder weergegeven. Tabel 3 toont wat de steunmaatregelen in totaal hebben gekost sinds het uitbreken van de coronacrisis. De budgettaire gevolgen zullen in de eerste suppletoire begrotingswetten voor 2021 aan u worden voorgelegd. In de Voorjaarsnota 2021 die uw Kamer op korte termijn ontvangt, zal uitgebreid inzicht worden geboden in de budgettaire gevolgen van de coronamaatregelen. De budgettaire gevolgen van deze maatregelen worden in de 1e suppletoire begrotingswetten aan u voorgelegd. Normaliter wordt nieuw beleid pas in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswetten heeft geautoriseerd. De voorgenomen steunmaatregelen in deze brief helpen om burgers en bedrijven te steunen in met name het derde kwartaal. Het is niet in het belang van het Rijk om uitvoering van het beleid dat ten grondslag ligt aan de begrotingswetten uit te stellen. De meest uitgaven en verplichtingen zijn gepland vanaf de start van het derde kwartaal. Voor een deel zullen de voorgenomen uitgaven en verplichtingen ook betrekking hebben op het tweede kwartaal, namelijk het verruimde omzetbegrip in de NOW, de referentiesystematiek en het subsidieplafond in de TVL, en steun voor de dierentuinen.

In geval het kabinet al verplichtingen aangaat en uitgaven doet voor het moment van de autorisatie door de Staten-Generaal, dan beroept het kabinet zich op artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016. Tabel 2. Budgettaire gevolgen van verlenging steunmaatregelen in mln. euro's (plus is saldoverslechterend) Uitgaven Generieke steunmaatregelen NOW* TVL Tozo TONK Doorvertaling naar Caribisch Nederland (SZW-deel) Doorvertaling naar Caribisch Nederland (EZK-deel) Lagere ontvangsten uit invorderingsrente door verlaagd 7 rentepercentage** 8 Schuldenpositie bedrijven 1 2 3 4 5 6

Sectorspecifieke steunmaatregelen

2021

2022

4.436

1.559

4.251 1.960 2.025 231 0 7 10

1.499 1.440

43 19

16

185

60 Pagina 41 van 47

Chief Economist Directie Algemene Economische Politiek Ons kenmerk CE-AEP / 21140598

9 10 11 12 13 14 15

Cultuur*** Medeoverheden Amateursport IJsbanen en zwembaden Land- en tuinbouw**** Dierentuinen Crisisbanen Inkomsten

Fiscale maatregelen 1 Onbelaste reiskostenvergoeding Uitstel administratieve verplichtingen rondom 2 loonheffingen Akkoord met Duitsland en Belgie belastingheffing 3 grenswerkers 4 Vrijstel van belasting aantal Duitse nett-uitkeringen 5 Btw-nultarief op mondkapjes 6 Btw-nultarief op uitleen van zorgpersoneel 7 Btw-nultarief op COVID-19 vaccins en tekstkits 8 Behoud hypotheekrenteaftrek bij hypotheekbetaalpauze Totaal uitgaven en inkomsten Niet-EMU-relevant Uitstel van belastingbetaling (kasschuif)***** wv. Doorvertaling naar Caribisch Nederland

70 52 0 0 20 43 0

40 20

157

10

157 25

10

0 0 0 75 50 17 -10

10

4.593

1.569

500 500 2

2.700 2.700

*Het bedrag van 1.440 mln. in 2022 betreft de raming voor het deel nabetalingen dat gespreid over meerdere jaren zal plaatsvinden. Deze raming zal later meerjarig worden gespecificeerd. **Dit betreft het effect op de Financiën-begroting. In de periode 2023 t/m 2026 bedraagt de derving 61 mln. Voor de begrotingen van SZW en BZK werkt deze maatregel ook (in beperkte mate) door op de invorderingsrente op de toeslagenvorderingen bij SZW en BZK. ***Hier bovenop wordt 26 mln. aan eerder begrote maar niet uitgeputte steunmiddelen beschikbaar ****Bij deze maatregel wordt onder andere 500 mln. aan GLB-middelen eerder in 2021 bevoorschot aan boeren. Deze middelen waren reeds begroot voor 2021, dus dit leidt niet tot hogere uitgaven. *****Naar verwachting leidt het additionele uitstel van belasting ook tot meer afstel van belasting. Volgens de huidige inschatting leidt het uitstel tot 450 mln. aan additioneel afstel in de komende jaren.

Pagina 42 van 47

Chief Economist Directie Algemene Economische Politiek

Tabel 3. Totale budgettaire gevolgen van de steun- en herstelmaatregelen in mld. euro's (plus is 2020 2021 2022 Totaal saldoverslechterend) EMU-relevante uitgaven (1) 27,8 40,9 9,0 77,7 Eerder besloten 27,8 36,5 7,5 71,8 Kamerbrief d.d. 27 mei 2021 4,4 1,6 6,0 Fiscale maatregelen (2) Eerder besloten Kamerbrief d.d. 27 mei 2021 Totaal EMU-relevante maatregelen (1+2) Belastinguitstel (niet EMUrelevant) (3) Eerder besloten* Versoepeling terugbetaling* Leningen (niet EMU-relevant) (4) Eerder besloten

4,4 4,4

-1,8 -2,0 0,2

0,5 0,5 0,0

3,1 2,9 0,2

32,2

39,1

9,5

80,8

12,9

-0,7

-2,4

9,8

12,9

-1,2 0,5

-5,1 2,7

6,6 3,2

1,6 1,6

1,5 1,5

-0,1 -0,1

3,0 3,0

Ons kenmerk CE-AEP / 21140598

*Naar verwachting leidt het additionele uitstel van belasting ook tot meer afstel van belasting. De eerder besloten uitstelmaatregelen leiden naar verwachting tot 0,9 mld. aan belastingafstel. De additionele versoepeling van terugbetaling leidt naar verwachting tot 0,45 mld. aan aanvullend afstel.

7

Tot slot

Het kabinet heeft het afgelopen jaar uitzonderlijke maatregelen en middelen ingezet om de Nederlandse economie te ondersteunen. Dat is het waard geweest: er zijn veel banen behouden, bedrijven gered en mensen geholpen die door corona hun inkomen zagen wegvallen. De economie is daardoor overeind gebleven. Het kabinet is de uitvoeringsorganisaties en medeoverheden wederom zeer erkentelijk voor hun buitengewone inzet om het steunpakket mogelijk te maken. Met de veranderingen in de epidemiologische situatie en daarmee in de economie, breekt er nu een nieuwe fase aan. Het kabinet kijkt vooruit en wil zorgen voor een soepele overgang naar een economie met ondernemers en werkenden die weer op eigen benen kunnen staan. Om deze reden heeft het kabinet besloten het steunpakket te verlengen tot in het derde kwartaal van 2021. Ondernemers krijgen hierdoor de kans om zich voor te bereiden op de toekomst en uit het steunpakket te “groeien”. Vanuit economisch oogpunt is het namelijk verstandig om de steun weer af te bouwen zodra de contactmaatregelen (grotendeels) zijn opgeheven, met oog voor de naweeën van de crisis die veel bedrijven nog steeds ondervinden. Het kabinet verwacht dat dit in het derde kwartaal goeddeels het geval zal zijn. Het kabinet is voornemens in het vierde kwartaal te beginnen met afbouw, en gaat ervan uit dat de epidemiologische situatie dit toelaat.

Dit beziet het kabinet aan het eind van de zomer. Pagina 43 van 47

Chief Economist Directie Algemene Economische Politiek

Tijdens het besluitvormingsproces zag het kabinet zich geconfronteerd met dilemma’s die inherent zijn aan de vormgeving van het steun- en herstelpakket. Het kabinet heeft betracht de menselijke maat te houden bij het verlenen van steun, maar maatwerk is helaas niet mogelijk. Deze brief maakt inzichtelijk met welke overwegingen het kabinet de afgelopen periode heeft geworsteld. We vertrouwen op uw begrip voor de keuzes die gemaakt zijn en houden nauwlettend in de gaten of de vandaag aangekondigde maatregelen voldoende uitkomst bieden voor ondernemers en huishoudens.

Ons kenmerk CE-AEP / 21140598

Stef Blok Minister van Economische Zaken en Klimaat

Wopke Hoekstra Minister van Financiën

Wouter Koolmees Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Mona Keijzer Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat

Hans Vijlbrief Staatssecretaris van Financiën, Fiscaliteit en Belastingdienst

Pagina 44 van 47

Chief Economist Directie Algemene Economische Politiek

Bijlage 1. Nadere gegevens uitgestelde belastingbetaling

Ons kenmerk CE-AEP / 21140598

Zoals de Kamerbrief aangeeft, heeft het kabinet veel aandacht voor de belastingschuld van bedrijven. Daarom biedt deze bijlage een aantal kerncijfers over deze schulden, de ontwikkeling daarvan door de tijd, en hoe deze over verschillende bedrijven en sectoren is verspreid. Dit zijn allemaal voorlopige cijfers, aangezien bedrijven tot 1 juli 2021 nog hun belastingverplichtingen kunnen uitstellen. Op een later moment zal het kabinet meer volledige cijfers over de uitgestelde belastingbetaling publiceren, net zoals het kabinet ook de andere steunmaatregelen monitort.44 1. Ontwikkeling belastingschuld over tijd Sinds maart 2020 kunnen bedrijven gebruik maken van uitstel van hun lopende belastingverplichtingen. Onderstaand figuur geeft de ontwikkeling aan van de totale uitstaande belastingschuld gerelateerd aan corona45. De belastingschuld per 18 mei 2021 bedraagt 16,4 miljard euro en staat uit bij 252.000 debiteuren. Zoals de figuur laat zien, is dit bedrag in het voorjaar van 2020 en vervolgens in het begin van 2021 duidelijk opgelopen, en de afgelopen maanden ongeveer stabiel. In totaal is er voor ongeveer 36 miljard euro aan uitstel van belastingbetaling aangevraagd sinds de start van de regeling. Van dat bedrag is ongeveer 16 miljard euro inmiddels terugbetaald. Daarnaast is de belastingaanslag met 4 miljard euro verminderd door bijgestelde winstverwachtingen.

75.000 debiteuren hebben de belastingschuld al volledig terugbetaald, 240.000 hebben dat deels gedaan en 31.000 debiteuren hebben nog niet terugbetaald.46 Figuur 1. Totale uitstaande belastingschuld (in miljard euro) € 18 € 16 € 14 € 12 € 10 €8 €6 €4 €2 €0

Deze informatie zal ook online verschijnen op de site www.rijksfinancien.nl Overige belastingschulden, dus niet gerelateerd aan de coronaregeling, zijn hier niet in meegerekend. Het actuele saldo van debiteuren (252.000) is gecorrigeerd voor verminderingen op belastingaanslagen en ondernemingen die onterecht zijn genoteerd als covid-debiteur, bijvoorbeeld door verkeerd geregistreerde particulieren of faillissementen al voor corona. De cijfers voor het aantal debiteuren dat (deels) heeft terugbetaald houden hier geen rekening mee, waardoor deze niet optellen tot het actuele saldo. 44 45 46

Pagina 45 van 47

Chief Economist Directie Algemene Economische Politiek

2. Belastingschulden per sector De corona-gerelateerde belastingschuld staat uit over een groot aantal verschillende economische sectoren. Onderstaande tabel geeft aan wat de uitgestelde belasting was per sector op 28 februari 2021, op basis van SBI-codes. De cijfers laten de totale uitstaande schuld per sector zien. De grootste schuldbedragen, te zien in de middelste kolom, zitten in de sector handel, vervoer en opslag, nijverheid en bouw. Ook zakelijke dienstverlening heeft een relatief grote uitstaande schuld.

Ons kenmerk CE-AEP / 21140598

Het CBS heeft ook op een meer gedetailleerd sectorniveau de belastingschulden ingedeeld.47 Op dit niveau is te zien dat bepaalde subsectoren soms een relatief hoge uitstaande belastingschuld hebben, zoals de detail- en groothandel (zowel voedsel als non-food) en uitzendbureaus. En ook binnen de detailhandel zijn bijvoorbeeld grote verschillen, en zit relatief veel schuld bij kledingwinkels. De meest rechtse kolom van de tabel laat zien hoeveel bedrijven binnen een sector een coronagerelateerde belastingschuld hadden. Ook dat verschilt sterk per sector: in de horeca ging het om meer dan een kwart van de bedrijven, maar in veel andere sectoren minder dan 10%. De cijfers laten zien dat bedrijven in een aantal sectoren die sterk zijn getroffen door contactbeperkende maatregelen, zoals de horeca en detailhandel, in relatieve zin vaker een belastingschuld hebben. In termen van de totale schuld is die relatie minder eenduidig, en staat ook veel schuld uit bij sectoren die niet direct van overheidswege zijn gesloten. Tabel 4. Uitstaande belastingschuld per sector (dd.

28 februari 2021) Totaal uitgesteld belastingbedrag (x €1 mln) Totaal aan economische activiteiten Landbouw, bosbouw en visserij Nijverheid (geen bouw) Bouwnijverheid Handel Vervoer en opslag Horeca Informatie en communicatie Financiële dienstverlening Verhuur en handel van onroerend goed Specialistische zakelijke diensten Verhuur en overige zakelijke diensten Onderwijs Gezondheids- en welzijnszorg Cultuur, sport en recreatie Overige dienstverlening Overige sectoren en onbekend Juridische eenheden niet gekoppeld aan een CBS bedrijfseenheid Bron: CBS.

16 843 137 1 967 1 129 3 478 2 119 943 913 370 200 1 568 1 678 165 693 412 196 5 871

% bedrijven met openstaand uitstel van belastingbetaling 10,748 4,0 14,0 12,7 13,5 17,2 26,2 9,3 8,4 8,8 8,6 14,7 8,0 6,6 8,0 10,5 2,6 onbekend

Deze nadere uitsplitsing is te vinden op de site van het CBS: Uitstel belastingbetaling in specifieke bedrijfstakken (cbs.nl) 48 Dit percentage geldt slechts voor de ondernemingen waarvan de CBS-bedrijfseenheid bekend is (95% van het totale schuldbedrag). 47

Pagina 46 van 47

Chief Economist Directie Algemene Economische Politiek Ons kenmerk CE-AEP / 21140598

3. Relatie belastingschuld en omzetontwikkeling Het belastinguitstel was bedoeld als maatregel om bedrijven snel en eenvoudig liquiditeit te bieden, en zo te ondersteunen om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen. In tegenstelling tot veel andere steunmaatregelen (zoals NOW, TOGS en TVL) kunnen ook bedrijven zonder (verwacht) omzetverlies hiervan gebruik maken. Onderstaande cijfers vergelijken de cijfers van de uitgestelde belasting per 28 februari 2021 met de omzetcijfers van 2020 op ondernemingsniveau (beiden afkomstig van het CBS). De omzetcijfers zijn slechts beschikbaar voor ongeveer de helft van de sectoren, en dit is dus nadrukkelijk een partiële analyse. De analyse richt zich op de sectoren waarvan de gegevens bekend zijn; op het niveau van de gehele economie kunnen de cijfers anders uitvallen. Deze cijfers zijn echter (nog) niet beschikbaar. Zoals de linkerfiguur hieronder laat zien, stond 69% van de totale uitstaande belastingschuld uit bij bedrijven die in 2020 een omzetverlies hadden geleden, en 45% bij bedrijven met een omzetverlies van meer dan 20%. 31% van de schuld stond uit bij bedrijven die in 2020 hun omzet zagen groeien. Binnen de groep bedrijven met een omzetverlies in 2020 had de overgrote meerderheid (86%) geen uitstaande belastingschuld aan het begin van 2021.

Dat betekent dat bedrijven met omzetverlies dit op een andere manier hebben opgevangen, of hun uitstaande belastingschuld op dat moment al volledig hadden terugbetaald. Figuur 2. Relatie belastingschuld en omzetontwikkeling Belastingschulden naar omzetontwikkeling t.o.v. 2019

Aandeel van het schuldbedrag

100%

80%

31%

Ondernemingen (%) met omzetverlies in 2020 met/zonder belastingschuld

Omzetgroei 14%

60%

24%

40%

20%

45%

Wel belastingschuld

Tussen 0% en 20% omzetverlies Meer dan 20% omzetverlies

86%

Geen belastingschuld

0% Bron: CBS, bewerking ministerie van Financiën.

Pagina 47 van 47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=b9c55fa9-c763-4d55-8255-7e6488c1f837