B-1.1 Besluit B&W Lokale Inclusie Agenda Samen Gelijk 2025-2026 d.d. 18-3-25
Tekst van het document
6 | Sociale inclusie in Barneveld
Met name binnen de lhbtqia+-inwoners en de inwoners met een migratieachtergrond is de representativiteit niet gewaarborgd. Daarnaast is de diversiteit binnen de aandachtsgroepen niet gegarandeerd. De focusgroepen Vanuit de analyse van de enquête kwamen er meerdere aandachtsgroepen naar voren: inwoners in de leeftijdscategorie 60+, mensen met een migratieachtergrond, mantelzorgers, mensen die zich identificeren als lhbtqia+, mensen met een laag huishoudinkomen en mensen met psychische problematiek. Om het onderzoek beheersbaar te houden, heeft de gemeente ervoor gekozen om drie aandachtsgroepen te selecteren. De selectie is pragmatisch tot stand gekomen op basis van de mate van reeds beschikbare kennis en reeds bestaand beleid over de genoemde groepen. Er zijn focusgroepen gehouden met inwoners met een lhbtqia+-achtergrond, 60+-inwoners en inwoners met een migratieachtergrond. Werving van respondenten voor de drie focusgroep-interviews werd door de gemeente gedaan. De drie focusgroep-interviews waren fenomenologisch van aard (de dagelijkse ervaring en woorden van de inwoners staan hierin centraal), met als doel de opgehaalde data uit de enquête beter te kunnen duiden en te beschrijven. In alle groepen is gestart met de brede thema’s ‘erbij horen’ en ‘mee mogen en kunnen doen zoals u dat zelf wenst’.
Respondenten van de focusgroep gingen vervolgens samen in gesprek over hoe zij dit ervaren in hun eigen dorp/wijk en gemeentebreed. Daarnaast is er gevraagd naar mogelijke verbeterpunten.
De samenstelling van de drie focusgroepen was zodanig dat ze maar een deel van de gehele aandachtsgroep representeerden; de uitkomsten kunnen daarom gezien worden als een goede bron van indicatieve informatie, maar niet als representatief voor de gehele aandachtsgroep. Voor de 60+-inwoners zijn er tien respondenten bevraagd, waarvan zeven inwoners een actieve rol spelen in een belangenorganisatie. Voor de lhbtqia+-inwoners waren er vijf respondenten aanwezig vanuit diverse kernen binnen de gemeente Barneveld. Voor de mensen met een migratieachtergrond waren er drie respondenten aanwezig met een niet-westerse migratieachtergrond. Analyse De uitkomsten van de data zijn geanalyseerd met behulp van SPSS, een statistisch analyseprogramma. Waar kwalitatieve informatie werd verkregen, is ervoor gekozen deze zoveel mogelijk te benutten. Hierdoor wordt een rijk beeld verkregen van wat er zoal gezegd is. Dat geldt zowel voor de enquête als voor de focusgroepen. Hierbij is de anonimiteit van respondenten zoveel mogelijk bewaakt. Viaa en CHE hebben de data opgeslagen volgens de ethische richtlijnen voor het onderzoek.
7 | Sociale inclusie in Barneveld
Theoretisch kader Het is niet eenvoudig om valide en betrouwbare indicatoren te identificeren om sociale inclusie te meten. Want waar hebben we het eigenlijk over als we praten over sociale inclusie? Erbij horen? Ruimte voor eigenheid, mee mogen doen? Met wie dan en waarin? Allerlei concepten hebben invloed op of mensen het gevoel hebben erbij te horen en mee te mogen doen in hun directe omgeving, zoals ruimte voor diversiteit, sociale samenhang, sociale cohesie, sociaal kapitaal, sociale inclusie en sociale uitsluiting. Het gaat naast feitelijke, meetbare aspecten ook om het gevoel en de ervaring, waardoor het ‘erbij horen’ en ‘mee mogen doen’ per persoon anders kan zijn. Daarnaast is het nodig om te specificeren waar de inclusie dan zou moeten plaatsvinden en bij wie: wat is dan die Barneveldse samenleving waarin mensen zich geïncludeerd en geaccepteerd zouden moeten voelen? In deze paragraaf wordt kort geschetst welke kernconcepten zijn gebruikt om sociale inclusie en sociale uitsluiting te definiëren en te operationaliseren. Sociale samenhang In het onderzoek van 2010 werd de sociale samenhang, ook wel sociale cohesie genoemd, beschreven op basis van de definitie van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) (Roes, 2002, in Jager-Vreugdenhil et al., 2010, Bijlage 1, p.
2): “De betrokkenheid van mensen onderling, bij maatschappelijke organisaties en andere sociale verbanden en bij de samenleving als geheel.” Deze betrokkenheid heeft zowel een gevoels- of emotionele component – voel ik mij betrokken, hoor ik erbij? – als een praktische component – hoe word ik betrokken? Hoe deze onderlinge betrokkenheid er precies uitziet, kan nader geoperationaliseerd worden aan de hand van de begrippen sociaal kapitaal en moreel kapitaal. Sociaal kapitaal gaat over het vermogen van mensen om verbindingen met elkaar aan te gaan en vormt de weg naar de verdere ontsluiting van moreel kapitaal. Moreel kapitaal is het
vermogen (individueel en collectief) op een zorgende manier bij de ander en bij de wereld te zijn (Kuiper, 2009, in JagerVreugdenhil et al., 2010, p. 15). De socioloog Putnam (2000) heeft sociaal kapitaal verder ingedeeld in bonding en bridging sociaal kapitaal: - Bonding kapitaal doe je op in gemeenschappen met interne verbondenheid, wederkerigheid en vertrouwensrelaties tussen de leden onderling. - Bridging kapitaal ontwikkel je in contacten tussen de gemeenschappen die van elkaar verschillen. Gemeenschappen gekenmerkt door relatief sterke bonding en relatief weinig bridging kapitaal hebben een meer gesloten karakter. Gemeenschappen en netwerken met meer bridging kapitaal hebben meestal een meer open karakter. Beide vormen van sociaal kapitaal zijn van belang voor een sterke samenleving. Bonding zorgt ervoor dat mensen naar elkaar omzien en zorg voor elkaar hebben. Bridging is nodig om een samenleving te creëren waar mensen zich ondanks verschillen opgenomen voelen en elkaar helpen. Naast de horizontale bonding en bridging relaties zijn ook de meer verticale relaties tussen mensen met verschillende soorten macht van belang: het linking sociaal kapitaal (Szreter & Woolcock, 2004).
Zoals de term al impliceert, gaat het hier over een specifieke vorm van ‘verbindende’ relaties; in dit geval de banden en het vertrouwen die inwoners hebben met instituties die ten dienste staan van de samenleving. Hierbij kan gedacht worden aan gemeenten, wijkorganisaties en zorginstellingen. Inwoners met veel linking sociaal kapitaal kunnen door deze relaties makkelijker invloed uitoefenen op de maatschappij om hen heen en hun belangen daarbinnen behartigen, omdat er naar ze geluisterd wordt (Verharen & Rözer, 2022). De Gemeente Barneveld hanteert in het Beleidskader Inclusie (Gemeente Barneveld, 2023, p. 6) de volgende definitie:
8 | Sociale inclusie in Barneveld
“Inclusie is het op gelijkwaardige manier omgaan met en het respecteren van diversiteit.” Benadrukt wordt dat het hier gaat om gelijkwaardigheid en volwaardigheid van elke inwoner in de Barneveldse samenleving en het tonen van respect voor de onderlinge diversiteit. Binnen de inclusieve samenleving kan en mag iedereen meedoen. Dat vergt dat er nadrukkelijk aandacht is voor de onderlinge verschillen en voor wat ieder nodig heeft om mee te kunnen doen naar eigen wens (JagerVreugdenhil et al., 2022). Tegenover sociale inclusie staat sociale uitsluiting. Er zijn verschillende definities voor sociale uitsluiting. Voor de GGD-monitor is de volgende definitie gehanteerd, op basis van onderzoek van Van Bergen (2022, p. 97): “Social exclusion refers to the inability of people to participate fully in the society in which they live” (“Sociale uitsluiting is het onvermogen van mensen om volledig deel te nemen aan de maatschappij waarin ze leven”). In bovenstaande definitie is geen aandacht voor de component macht. Het is niet alleen een kwestie van onvermogen van een individu of van een groep; uitsluiting/exclusie bestaat namelijk nooit op zichzelf, maar in een context waarin diverse machtsbronnen een rol spelen. Het gebeurt in samenhang met de omgeving en in relatie: je wordt door iets of iemand uitgesloten. Sociale uitsluiting is daarmee sterk verbonden met sociale ongelijkheid.
Machtsbronnen kunnen worden ingezet om andere mensen te includeren of juist uit te sluiten. Dit maakt dat sociale uitsluiting ook verbonden is aan de wil van diegenen met economische, sociale of politieke macht om daadwerkelijk inclusie te bevorderen (Kastelein, 2021). Onderzoek van Pharos (Hosper et al., 2024) naar sociale uitsluiting en gezondheidsverschillen onderstreept het belang van gelijkwaardigheid en volwaardigheid. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen integratie en inclusie. Bij integratie is er sprake van het aanpassen van individuen aan de dominante groep of dominante norm. Pas dan is er sprake van gelijke toegang tot de samenleving. Inclusie vereist daarentegen dat de onderlinge verschillen en diversiteit juist worden geaccepteerd en gewaardeerd en ieder kan
deelnemen zoals diegene zelf zou willen. Dit vergt veel meer dan het toegankelijk maken van de samenleving; het vereist ook een waarderende blik voor diversiteit en het inzetten van bronnen om deze diversiteit te respecteren en ruimte te geven. Dit normaliseren van diversiteit in de samenleving is niet iets wat de overheid van bovenaf kan opleggen; het gaat immers over sociale cohesie, waarbij ‘betrokkenheid op elkaar’ het centrale doel is. Inclusie vindt plaats in sociale verbanden, in het dagelijks leven. Het gaat om menselijk contact en menselijk handelen. Denk hierbij aan sportverenigingen, kerkgemeenschappen, buren onderling, vrijwilligersorganisaties en binnen families en vriendenkring. Deze verschillende participatiepraktijken hebben hun eigen normen en doelen (Jager-Vreudenhil, 2012). Maar naast deze meer bonding en bridging contacten heeft ook het linking contact met de gemeente en andere instituties die door de burger met de overheid worden geassocieerd (zoals medische voorzieningen, onderwijs, politiek et cetera), invloed op gevoelens van inclusie. Dit gebeurt op directe wijze via het contact met de mensen (ambtenaren) die daar namens ‘de samenleving’ werken en op indirecte wijze via de taal, het beleid en de uitvoering van dat beleid.
Het gaat om gehoord, gezien en behandeld te worden als volwaardig, gerespecteerd medemens en hiermee daadwerkelijk invloed te kunnen uitoefenen (in beleid, de regels, de praktische toegankelijkheid, de symboliek van handelingen). De overheid kan dit in woord en daad stimuleren door te luisteren naar diegenen die nog niet volwaardig mee kunnen of mogen doen, aan te sluiten bij de sociale verbanden in de samenleving en door in haar taal en handelen normalisering uit te dragen en randvoorwaarden te creëren. Barneveld Barneveld is een oude gemeente op de Veluwe, met meerdere dorpen en een uitgestrekt grondgebied met veel boerderijen. De gemeente heeft een eigen karakter dat gekleurd wordt door ‘het Veluws eigene’ en de religieuze identiteit. Een groot deel van de bewoners is lid van een orthodoxe christelijke gemeente.
9 | Sociale inclusie in Barneveld
Dit eigen karakter brengt Barneveld in een eigen positie ten opzichte van de rest van Nederland. Cultureel wordt dat ook ‘gevoeld’. Zowel vanwege de eigen geloofscultuur en de eigen lokale cultuur als vanwege de aard van deze plattelandsgemeente waar zelfredzaamheid en eigenaarschap belangrijk zijn (boeren, praktisch geschoolden, veel zzp’ers), voelen velen zich ‘vreemdelingen in hun eigen land’. Vanuit de dominante waarden en denkkaders van de bredere Nederlandse samenleving wordt de Barneveldse manier van leven moreel afgekeurd en bespot (Dekker, 2021). Hierbij kan gedacht worden aan het denken en spreken over gender en seksualiteit, over religie, maar ook over het te onderzoeken thema ‘inclusiviteit voor iedereen’. Het gevoel ‘niet meer zichzelf te mogen zijn’ kan gepaard gaan met boosheid, gevoelens van machteloosheid, en angst voor wat er komen gaat. Vervolgens leidt dit eerder tot een sterkere focus op het beschermen van de eigen denkkaders dan tot toenadering en verbinding met andersdenkenden. Wanneer we focussen op de inclusiviteit voor inwoners binnen de gemeente Barneveld die juist weer afwijken van het meer dominante orthodox-protestants-christelijke denkkaders en de Veluwse mentaliteit van hard werken en zelfredzaamheid, kan hier eenzelfde proces worden onderscheiden.
De inwoners met andere denkkaders of levensstijlen kunnen binnen deze gemeenschappen zich juist uitgesloten voelen. Onderzoek van Vizier (Hasselt et al., 2023) naar het welzijn van lhbtqia+inwoners in Overijssel en Gelderland toont bijvoorbeeld aan dat mensen die niet-cisgender3 of heteroseksueel zijn, met name binnen geloofsgemeenschappen en in dorpen of in het buitengebied, een afname ervaren in veiligheid en acceptatie, geconfronteerd worden met een negatievere houding en vaak slachtoffer zijn van ongewenst gedrag. Ook hier zijn er logischerwijs gevoelens van machteloosheid, boosheid, verdriet en weerstand tegen de dominante denkkaders binnen de lokale samenleving.
2
Hierdoor doet zich al gauw de situatie voor dat de minderheidsgroep tornt aan het morele gelijk en de sociale macht van de als machtig ervaren meerderheidsgroep. Die meerderheidsgroep heeft hierdoor het gevoel dat hun identiteit door zowel de minderheidsgroep als de bredere samenleving ter discussie wordt gesteld. Dit maakt inclusiebeleid tot een precair onderwerp, waarbij zorgvuldigheid geboden is. Beleid De Gemeente Barneveld hanteert in het Beleidskader Inclusie (Gemeente Barneveld, 2023, p. 6) de volgende definitie: “Inclusie is het op gelijkwaardige manier omgaan met en het respecteren van diversiteit.” Benadrukt wordt dat het hier gaat om gelijkwaardigheid en volwaardigheid van elke inwoner in de Barneveldse samenleving en het tonen van respect voor de onderlinge diversiteit. Binnen de inclusieve samenleving kan en mag iedereen meedoen. Tot zover het theoretisch kader dat een rol heeft gespeeld bij de opzet van het onderzoek. In de conclusies en aanbevelingen naar aanleiding van de analyse van de onderzoeksuitkomsten wordt hier nader aan gerefereerd.
Je bent cisgender als het jou toegewezen geboortegeslacht en de bijbehorende lichamelijke kenmerken wél aansluiten bij je gender. Voor uitleg over de afkorting lhbtqia+, zie Bijlage 4.
10 | Sociale inclusie in Barneveld
Onderzoeksresultaten In het uitgebreide onderzoeksrapport worden de uitkomsten van het onderzoek, zowel van de enquête als van de focusgroepen, uitgebreid weergegeven en geduid. Het levert een rijk palet aan gegevens, opvattingen en ervaringen op van de inwoners van Barneveld. De uitkomsten kunnen zeker van pas komen bij de formulering van nieuw beleid. Het biedt ook veel aanknopingspunten voor het voeren van goede gesprekken door inwoners en hun organisaties onderling, tussen inwoners en de gemeente en in het gemeentelijke en politieke apparaat. In deze verkorte versie van het onderzoeksrapport worden vooral de conclusies aan de hand van de geformuleerde deelvragen weergegeven. Waardering van de sociale inclusie in Barneveld Deelvraag 1: Hoe waarderen inwoners van de gemeente Barneveld de sociale inclusie? De sociale betrokkenheid op elkaar van mensen binnen de gemeente Barneveld is sterk aanwezig: buren helpen elkaar en kijken onbaatzuchtig naar elkaar om. Inwoners zetten zich ook in voor anderen die niet goed mee kunnen doen in de samenleving. Hieruit blijkt dat het sociaal kapitaal van de inwoners in de gemeente Barneveld gekenmerkt wordt door bonding (Putnam, 2000).
Inwoners van de gemeente Barneveld vinden wederzijds respect, aandacht hebben voor elkaar, het helpen van elkaar, wederzijds begrip en het behoud van persoonlijke vrijheid belangrijke pijlers voor een goede samenleving. Er is sprake van sterke betrokkenheid op elkaar en van gedeelde normen en waarden onder een groot deel van de bevolking. Dit zorgt voor een krachtige samenleving. Maar dat heeft ook een keerzijde. Respondenten geven aan dat er sprake is van sterke sociale controle vanuit dominante normen en waarden, die van invloed is op de gehele populatie. Nieuwkomers en andere mensen die afwijken van de norm hebben het gevoel zich aan te moeten
passen. Een substantieel deel van de inwoners van Barneveld staat voor integratie3. Het streven naar sociale inclusie is wel wat men uitspreekt, wanneer men nadenkt over een goede samenleving, maar in de praktijk blijkt dit niet zonder voorwaarden te zijn. Men hecht grote waarde aan zelfredzaamheid. Hulpvragen worden voornamelijk in de familiare sfeer gesteld en vrijwel niet bij bijvoorbeeld geloofsgenoten (die geen familieleden zijn) of leden van een vereniging. Het gaat hier over hulpvragen met een praktisch, zakelijk of persoonlijk karakter. Een substantieel deel (15%) van de inwoners van Barneveld ervaart niet zo goed mee te kunnen komen in de samenleving. Een klein maar aantoonbaar deel van de bevolking (6%) geeft aan zich zelden of nooit verbonden te voelen, zich in de steek gelaten te voelen. Zij geven ook aan geen mensen om zich heen te hebben om op terug te kunnen vallen bij narigheid of tegenslag of om hulp van te kunnen krijgen bij dagelijkse problemen. Circa tien procent van de bevolking geeft aan alleen soms op anderen terug te kunnen vallen; daarnaast missen zij gezelligheid om zich heen. Het gebrek aan steun vanuit de samenleving lijkt niet per se voort te komen uit onwil vanuit de mede-inwoners: inwoners geven voornamelijk hulp aan de ander vanuit persoonlijke betrokkenheid en zichtbare noodzaak.
Deze verbinding lijkt voornamelijk binnen familie- en vriendenkring voor te komen en bij praktische hulp ook tussen buren. Ook tijdgebrek is een reden om de betrokkenheid op elkaar niet ‘uit te breiden’ naar inwoners buiten de eigen directe sociale cirkel.
3. Bij integratie is er sprake van het aanpassen van individuen aan de dominante groep of dominante norm.
11 | Sociale inclusie in Barneveld
Sociale uitsluiting Deelvraag 2: Welke inwonersgroepen ervaren sociale uitsluiting en op welke manier gebeurt dat? De inwoners in Barneveld die zich het vaakst buitengesloten voelen, hebben de volgende diversiteitsfactoren (Movise, 2020; Hosper et al., 2024): • leeftijd (ouderen), wat vaak gepaard gaat met beperkte gezondheid, mogelijk ook mantelzorgtaken en beperkte mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (met name in de groep 60-75 jaar); • sociaal-culturele achtergrond (mensen met een migratieachtergrond), wat vaak gepaard gaat met afwijkende uiterlijke kenmerken, beperkingen in taalvaardigheid, afwijkende religie en levensbeschouwing en moeite met arbeidsparticipatie, waardoor mogelijk de financiële situatie beperkend is; • financiële situatie (inwoners met een laaghuishoudinkomen); • seksuele oriëntatie (lhbtqia+); • mantelzorgers, waarbij geldzorgen relatief vaker voorkomen en mensen minder tijd hebben voor nevenactiviteiten, waardoor sociale participatie wordt bemoeilijkt. Uit de data is niet op te maken of de mantelzorgers ook vallen onder de groep ouderen. Aannemelijk is wel dat hier een grote mate van overlap is. Verschillende uitsluitingsmechanismen worden genoemd en zijn onder te verdelen in twee categorieën. De eerste categorie betreft het niet mee kunnen doen door een (psychische) gezondheidsbeperking, die vaak samengaat met een mobiliteitsbeperking.
Ook gebrekkige financiën zijn een reden om niet mee te kunnen doen aan sport- of recreatieactiviteiten. Daarnaast is digitalisering van allerlei diensten een enorme drempel voor mensen die niet digitaal vaardig zijn. De tweede categorie betreft het gevoel niet mee te mogen doen omdat men niet voldoet aan de dominante normen en het bijbehorende gedrag. Verschillende groepen tekenen
zich hier af. We zien de nieuwkomer die het gevoel heeft als ‘import’ behandeld te worden, de Nederlander met een migratieachtergrond, de mensen die een afwijkende levensovertuiging hebben en mensen die op basis van sekse of gender niet voldoen aan de heersende norm. De dominante cultuur wordt getypeerd door meer orthodox georiënteerde protestants-christelijke normen en waarden en de mentaliteit van ‘hoe we het altijd al doen’ in Barneveld. Een aanzienlijk deel van de bevolking lijkt eerder een voorkeur te hebben voor integratie dan voor inclusie en diversiteit. Er lijkt onvrede te zijn over het niet meer zichzelf te mogen zijn en daarop veroordeeld te worden door de omliggende Nederlandse cultuur. Dit sluit aan bij de bevindingen van Dekker (2021), zoals beschreven in het theoretische hoofdstuk. Drie groepen zijn nader onderzocht en worden hieronder toegelicht. Ouderen 60+ Ouderen die op enige wijze betrokken zijn op het bestuur van de gemeente, met veel linking sociaal kapitaal, zijn positiever over de sociale inclusie dan ouderen voor wie dat niet het geval is. De ouderen zonder deze directe lijn met de gemeente ervaren dat ze weinig invloed kunnen uitoefenen op zaken in hun dagelijkse leven die hen belemmeren en die zorgen voor sociale uitsluiting. Ouderen die lid zijn van een kerk hebben veel bonding sociaal kapitaal door sociale contacten die ze hebben met gemeenteleden.
Deze ouderen spreken zich positief uit over de sociale inclusie. Er is waardering voor activiteiten op wijkniveau die het bridging sociaal kapitaal in de samenleving lijken te versterken, waardoor meer ouderen actief kunnen participeren en meedoen. Deze waardering is er voor initiatieven vanuit welzijnsinstellingen, maar ook voor verbindende initiatieven vanuit vrijwilligers van kerken. Ouderen geven aan een drempel te ervaren om hulp te vragen. Digitalisering en het gebrek aan persoonlijk contact, met bijvoorbeeld ambtenaren of medewerkers van de bank, zorgt voor een gevoel van uitsluiting. Bij ouderen met een fysieke beperking valt op dat de publieke ruimte, waaronder winkels, niet altijd goed bereikbaar is voor hen. Andere
12 | Sociale inclusie in Barneveld
redenen waardoor ouderen minder goed kunnen meedoen, zijn de fysieke afzondering van sociale voorzieningen en seniorenwoningen van de rest van de samenleving. Aangegeven wordt dat juist het bevorderen van ‘het sociaal mixen’ van leeftijdsgroepen van belang is om nog gewoon mee te kunnen doen. Lhbtqia+ Het vinden van deelnemers voor deze focusgroep verliep moeizaam. Wat hier de reden van is, is niet met zekerheid te zeggen. Wat wel uit de data blijkt, is dat er wantrouwen en frustratie bestaat richting gemeentelijk bestuur en ambtenaren. De frustratie komt vooral voort uit het gebrek aan het ervaren van invloed. Zoals Kastelein (2021) en het SCP (Hoff & Vrooman, 2011) aangeven, speelt bij sociale uitsluiting (en inclusie) de machtspositie een rol in de relatie. Respondenten geven aan dat het in de relatie tussen de gemeente en de lhbtqia+-inwoners zo lijkt te zijn, dat de kennis en ervaringen van de lhbtqia+-inwoners onvoldoende worden gevalideerd en bekrachtigd. Hierdoor voelen zij zich ook niet daadwerkelijk geïncludeerd. De aanpassingsbereidheid is groot in deze groep. Om door de samenleving geaccepteerd te worden, houdt men in het publieke leven rekening met de heteroseksuele norm. Er is begrip en respect voor anderen die homoseksualiteit afkeuren.
Dit is opvallend, omdat ze zelf vanuit de samenleving én vaak vanuit hun eigen directe omgeving afkeuring en afwijzing van hun seksuele geaardheid bemerken. Deze afkeuring en afwijzing zorgen ervoor dat de respondenten zich zorgen maken om kinderen binnen orthodoxe kerkgemeenschappen die niet voldoen aan de gender- of seksuele religieuze norm. Nieuwkomers hebben het extra moeilijk en ervaren sociale uitsluiting. Zelfs in vriendengroepen is er dan sprake van het niet uitgenodigd worden voor activiteiten tot het genegeerd worden als ‘partner van’. In de Barneveldse samenleving lijkt het ‘doen alsof het er niet is, want dan hoeven we er ook niet over te praten’ een sterke norm, zo wordt aangegeven. Dit zien ze ook terug in het gedrag van de gemeente, die niet publiekelijk laat zien het gesprek in de samenleving hierover te
willen opzoeken. Online, waar mensen zich anoniem kunnen uiten, is de discriminatie veel explicieter. De gemeente Barneveld is een plattelandsgemeente met sterke geloofsgemeenschappen. Uit het welzijnsonderzoek lhbtqia+ van Vizier (Hasselt et al., 2023) blijkt dat er voor lhbtqia+-personen die woonachtig zijn in een dorp of buitengebied en met sterke geloofsgemeenschappen, over het algemeen veel sprake is van uitsluiting en eenzaamheid. De gemeente Barneveld is hierop geen uitzondering. Ook geeft in het onderzoek van Vizier een substantieel deel van de respondenten aan te willen verhuizen naar een meer tolerante plek, zoals stedelijke gebieden. De bij het huidige onderzoek betrokken respondenten hebben copingmechanismes ontwikkeld om met de afkeuring vanuit een deel van de samenleving om te gaan. Dit doen zij door zich aan te passen, door op zoek te gaan naar kerken waar ze wel welkom zijn, door ontmoetingsgroepen voor lhbtqia+-personen te bezoeken, maar ook door een beroep te doen op innerlijke kracht en acceptatie van de eigen seksualiteit. Mensen met een migratieachtergrond Net als bij de lhbtqia+-focusgroep was het ook lastig voor de gemeente om respondenten met een migratieachtergrond te vinden. Een deel van de mensen met een migratieachtergrond lukt het om te integreren in de Barneveldse samenleving. Er lijkt echter nauwelijks sprake van inclusie.
Aangegeven wordt dat inwoners met een migratieachtergrond worden gezien als nieuwkomers en zich vooral moeten aanpassen aan de gangbare norm; ze ervaren uitsluiting en (arbeidsmarkt) discriminatie. Het niet goed beheersen van de Nederlandse taal is een oorzaak van het nog niet mee kunnen doen in de samenleving zoals ze dat zelf zouden willen. Net als bij alle andere Nederlandse of westerse nieuwkomers ervaart ook deze groep moeite met het in contact komen met anderen. Maar voor inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond is dit nog extra lastig, vanwege de meer zichtbare verschillen in cultuur, religie en taal.
13 | Sociale inclusie in Barneveld
Bekend is dat werken van groot belang is voor het verwerven van een volwaardige plek in de samenleving (De Gruijter et al., 2021). In de gemeente Barneveld is het voor mensen met een migratieachtergrond moeizaam om aan werk te komen en te blijven. Dit past bij het landelijk beeld waar de arbeidsmarktpositie van werkenden met een migratieachtergrond gekenmerkt wordt door onder andere het hebben van een lager inkomen, het minder vaak hebben van een vast contract en het vaker onregelmatig werken (De Winter-Koçak et al., 2023). Een gevolg hiervan is dat deze groep vaker financiële problemen ervaart, zoals ook in dit onderzoek zichtbaar wordt. Het is vanwege de gebrekkige representativiteit lastig om de resultaten uit de online enquête kwalitatief te onderbouwen, simpelweg omdat het focusgroep-interview geen goede representatie was van de populatie. Er waren drie respondenten aanwezig die allemaal nog volop met het proces van de eigen integratie in de samenleving bezig zijn. Om beter zicht te krijgen op de ervaren uitsluitingsmechanismen zal vervolgonderzoek nodig zijn.
Verbeteren van sociale inclusie Deelvraag 3: Welke ideeën hebben inwoners die nu uitsluiting ervaren zelf over het verbeteren van de sociale inclusie in de gemeente Barneveld? Inwoners die zelf uitsluiting ervaren doen de suggestie om te investeren in het versterken van contact tussen de inwoners onderling (bridging) en in het verbeteren van de relatie met de gemeente (linking). Daarnaast worden suggesties gedaan die gaan over toegang tot voorzieningen, wonen en werk. Bridging sociaal kapitaal versterken Het is niet verwonderlijk dat inwoners die te maken hebben met sociale uitsluiting zelf met ideeën komen die zich richten op het vergroten van het zogenoemde bridging sociaal kapitaal: de overbruggende sociale contacten. Het stimuleren van deze sociale contacten kan ervoor zorgen dat inwoners die in het dagelijks leven niet zo snel met elkaar
in aanraking komen, toch meer verbonden en vertrouwd met elkaar raken. Vanuit de literatuur (Putnam, 2000) blijkt dat door het vergroten van het bridging sociaal kapitaal het vertrouwen in én de acceptatie van de ‘onbekende’ ander in de samenleving wordt vergroot. Respondenten geven aan dat het faciliteren en ondersteunen van vrijwilligers – kerkelijk of niet-kerkelijk – in het organiseren van activiteiten waardoor mensen elkaar ontmoeten, een goede manier is om sociale inclusie te bevorderen. Hierin kan de gemeente accenten aanbrengen, door expliciet te kiezen voor het ondersteunen van interventies en activiteiten die bruggen slaan tussen bepaalde inwonersgroepen. De gemeente kan zelf in taal en actie laten zien dat ze positief staat tegenover inclusie en dit waar mogelijk ondersteunen en stimuleren. Lhbtqia+-inwoners geven aan dat het van belang is om de sociale veiligheid van de ontmoeting en het gesprek zoveel mogelijk te waarborgen, door onder andere op ‘neutralere’ plekken, zoals sportclubs, het gesprek over gender- en seksuele identiteit te stimuleren. Linking sociaal kapitaal versterken Respondenten geven aan dat de toegankelijkheid van de gemeente beter kan. Het gaat hierbij om het makkelijk in contact komen met personen binnen de gemeente bij wie ze hun behoeften en wensen kunnen neerleggen. Met name voor ouderen is de digitale toegang een belemmering.
Daarnaast gaat het om de relatie met de ambtenaar. Bij ontoegankelijkheid wordt de gemeente als machtig ervaren. Inwoners hebben behoefte echt gehoord te worden en willen dat eigen ideeën en (ervarings)kennis serieus genomen wordt. Uit dit onderzoek blijkt dat het aangaan van contact vanuit de dialoog en zorgvuldig zijn in het geven van een terugkoppeling wanneer er vragen zijn, hierin essentieel is. Natuurlijk is de systemische context van de gemeenteambtenaar ook bepalend voor de mogelijkheid om daadwerkelijk iets te kunnen doen voor de inwoner. Maar alleen al door in de relatie expliciet aandacht te hebben voor de leefwereld van de inwoner, de inwoner serieus te nemen en in gezamenlijkheid te kijken naar oplossingen en acties om (toch) invloed te kunnen uitoefenen
14 | Sociale inclusie in Barneveld
op de gewenste situatie, kan de inwoner al bekrachtigd worden, los van de uitkomsten. Naast de gemeente kunnen ook andere organisaties het linking sociaal kapitaal verbeteren. Denk hierbij aan formele welzijnsorganisaties en buurthuizen. Voor de lhbtqia+groep zou gedacht kunnen worden aan adviescommissies, aansluitend bij de uitkomsten van Vizier (Hasselt et al., 2023). Voor de inwoners met een migratieachtergrond zou ook gekeken kunnen worden naar de rol van overkoepelende organisaties voor de inwoners (denk aan religieuze organisaties) of het door henzelf genoemde Vluchtelingenwerk en de betrokken welzijnsorganisaties.
Werk blijkt ook een belangrijke bron voor sociale verbondenheid. Het ondersteunen van mensen die ongewild werkloos zijn of zijn geworden, wordt door de respondenten aanbevolen. Met name vanuit het focusgroep-interview met mensen met een migratieachtergrond kwam naar voren dat ze behoefte hadden aan een aangepaste Module Arbeidsmarkt en participatie (MAP), meer gericht op de praktische toepasbaarheid bij het zoeken naar werk. Los hiervan was het opvallend dat het erg lastig was voor de respondenten om werk te vinden. Dus er zou ook breder gekeken kunnen worden naar de mogelijke oorzaken hiervan en naar wie betrokken kan worden om de toegang tot werk voor mensen met een migratieachtergrond te versoepelen.
Toegang tot voorzieningen, wonen en werk Het bevorderen van de toegang tot voorzieningen en publieke ruimtes waar inwoners samenkomen is een punt van aandacht. Denk hierbij aan de toegankelijkheid van en binnen winkels en de toegankelijkheid van stoepen en wegen. Voor mensen met een (psychische/mentale) beperking kan de omgeving en vorm van activiteiten belemmerend werken om deel te nemen en zorgen voor (sociale) uitsluiting. De oudere inwoners geven aan dat er behoefte is aan betaalbare woningen of appartementen in wijken waar ze in contact kunnen blijven met andere generaties. De behoefte aan betaalbare woningen geldt ook voor starters op de woningmarkt en voor inwoners met een smallere portemonnee.
15 | Sociale inclusie in Barneveld
Aanbevelingen De overheid kan inclusie niet opleggen. Inclusie krijgt vorm in sociale relaties en komt voort uit betrokkenheid op elkaar. Inclusie zou benaderd kunnen worden als een positieve grondhouding en daaruit voortvloeiend gedrag dat bijdraagt aan ‘goed (samen)leven’ en niet als een wettelijke norm. De verantwoordelijkheid voor een inclusieve samenleving ligt dan ook bij inwoners. Dat betekent niet dat de gemeente niets kan doen. Inclusie krijgt ook vorm in de interactie tussen de gemeente als instituut en de inwoners. Als de gemeente een inclusieve samenleving hoog in het vaandel heeft en zegt dit na te streven voor alle inwoners, dan is het aan de gemeente om dit ook uit te dragen/voor te leven. Daarnaast kan de gemeente een inclusieve samenleving wel stimuleren en versterken door verbindende en vooral overbruggende contacten binnen de lokale gemeenschap te versterken. Verder richten de aanbevelingen zich op andere instituties en organisaties in de Barneveldse samenleving, waaronder de kerkelijke gemeenten en scholen, waarbinnen sociale relaties en betrokkenheid op elkaar specifiek vorm krijgen. Het is daarbij van belang de kracht van de sterke gemeenschap, die Barneveld ook is en heeft, niet te ondermijnen.
Versterk het inclusieve karakter van de relatie gemeente inwoners De gemeente, burgemeester, wethouders, gemeenteraad en het ambtelijke apparaat hebben als eerste verantwoordelijkheid de publieke zaak te dienen. Het eigen beleid geeft aan dat inclusie daar deel van uitmaakt. Wettelijk is dat ook een taak. Ook wanneer een deel van de bevolking uit angst om de eigen identiteit gedeeltelijk te verliezen, terughoudend is om zich open te stellen voor mensen die anders denken of anders zijn, heeft de gemeente de taak er voor alle bewoners te zijn. Opvallend in het onderzoek naar inclusiviteit is dat inwoners behorend tot de categorieën die kwetsbaar zijn voor uitsluiting, zelf vrij stevige kanttekeningen plaatsen bij het inclusieve gehalte van de Gemeente Barneveld als instituut. Een belangrijk deel van de aanbevelingen is hier dan ook op gericht.
I. Gemeentebestuur: Oefen je in het omgaan met diversiteit en inclusiviteit. • Voer binnen het gemeentebestuur (college en gemeenteraad) het gesprek over inclusie en het uitdragen van het inclusiebeleid. Bespreek de taak en de rol van het gemeentebestuur en de verantwoordelijkheid en de leiderschapsrol die er liggen om inclusie te bevorderen en polarisatie te voorkomen. Betrek hierbij inwoners die zich nu niet geïncludeerd, gewaardeerd en geaccepteerd voelen. • Laat in symbool en taal zien dat de overheid er ook is voor de minderheden en de inwoners die zich niet gerepresenteerd voelen door het gemeentebestuur. Doorbreek het ervaren ‘stilzwijgen’. • Ontwikkel op basis van gesprekken met inwoners taal en beleid die enerzijds recht doen aan de bezorgdheid van groepen inwoners die bang zijn dat hun identiteit wordt aangetast en anderzijds recht doen aan de beleefde ervaring van inwoners die zich buitengesloten voelen omdat ze niet helemaal zouden voldoen aan de dominante identiteit en denkkaders. Sluit hierbij aan bij de taalkaders van de diverse groepen in de samenleving zelf. Wellicht dat de term ‘inclusie’, die in deze tijd geen neutraal begrip meer is, geen ingang of aansluiting vindt bij bepaalde inwoners. Er zou bijvoorbeeld met de kerken gekeken kunnen worden naar welke (theologische) taal en principes voor hen passender zijn. II.
Gemeenteambtenaren: Investeer in relaties met alle inwoners en met name met de aandachtsgroepen. • Bouw aan duurzame (samenwerkings)relaties met inwoners die behoren tot de genoemde aandachtsgroepen. Zorg hierbij voor een verbreding, waardoor er een betere representatie van de groepen in beeld is. Kijk hierbij met name naar diversiteitsfactoren (binnen de lhbtqia+inwoners: ook de personen die sterker afwijken van de binaire (man/vrouw) norm; binnen de groep mensen met een migratieachtergrond: eerste en tweede generatie,
16 | Sociale inclusie in Barneveld
culturele en etnische diversiteit et cetera). Heb binnen de relaties tussen gemeentevertegenwoordigers en inwoners aandacht voor de machtposities van de betrokkenen en zet in op het bekrachtigen van de ideeën, kennis en ervaringen van de inwoners. Betrek de inwoners bij het proces van het zoeken naar mogelijke vervolgstappen. Het kennisplatform Inclusief samenleven heeft meerdere publicaties over het komen tot meer diversiteit in gemeentelijke adviesraden. Zie bijvoorbeeld Kros & Cadat-Lampe (2023). III. Gemeenteambtenaren: Investeer in toegankelijkheid en ontvankelijkheid van de gemeente. Door linking sociaal kapitaal tussen inwoners/ inwonersgroepen en de gemeente te bevorderen, ontstaat er voor de genoemde aandachtsgroepen ruimte om invloed te hebben op het gemeentebeleid en de uitvoering daarvan en daarmee op hun leefomgeving. • Verlaag de drempel voor inwoners om contact met de gemeente(ambtenaren) te krijgen. Let erop dat er naast digitale toegankelijkheid ook telefonische en fysieke bereikbaarheid is. • Zorg voor zorgvuldige aandacht voor klachten, problemen en ideeën van inwoners. Onderneem actie waar mogelijk en zorg voor een goede terugkoppeling. Stimuleer en ondersteun initiatieven die sociaal contact tussen inwoners bevorderen Bij alle aanbevelingen is het van belang expliciet aandacht te hebben voor de machtscomponent die in de relaties meespeelt.
De activiteiten zouden moeten bijdragen aan het bekrachtigen van de inwoners die zich uitgesloten voelen en de kennis en leefwereld van de ander valideren. Het zou niet moeten dienen om de waarden van de dominante groep inwoners nog verder te verstevigen ten koste van de ‘afwijkende’ ander. Dit zou gedaan kunnen worden door de groep inwoners die meedoen met de activiteiten invloed te geven (bijvoorbeeld door hen te betrekken in de organisatie) en aan te sluiten bij hun behoeften en expliciet ruimte te maken voor hun belevingswereld, ideeën en waarden (bijvoorbeeld qua eten, activiteiten, thema’s en dergelijke). Er
moet aandacht zijn voor de sociale veiligheid van alle inwoners en voor de toegankelijkheid van de activiteiten voor mensen met beperkingen. IV. Gemeente: Stimuleer en ondersteun initiatieven die het contact tussen inwoners(groepen) bevorderen. • Stimuleer en ondersteun activiteiten in de wijk/buurt vanuit welzijn én waar gewenst vanuit kerken om bridging sociaal kapitaal tussen inwoners te stimuleren. Elkaar leren kennen is de eerste stap tot dialoog, het wegnemen van onbegrip en het vergroten van wederzijds vertrouwen. Focus hierbij met name op ontmoeting tussen: inwoners met een migratieachtergrond en autochtone Barnevelders; nieuwkomers en mensen die er lang wonen; ouderen onderling en ouderen en inwoners van andere generaties; lhbtqia+-inwoners en mensen die daar nog niet veel van weten. Sluit hierbij aan bij wat er al is in de gemeente. Denk aan initiatieven van buurtgenoten, buurthuizen, initiatieven van welzijnsorganisaties en ontmoetingsplekken waar inwoners al komen. • De gemeente zou geld en ruimte kunnen vrijmaken voor het welzijns- en opbouwwerk dat in de wijken en kernen actief is. Zij zijn bij uitstek geschikt om sociale uitsluiting en discriminatie te signaleren, de bestaande sociale formele en informele initiatieven in kaart te brengen, te verbinden en te stimuleren op sociale inclusie.
Sluit hierbij ook aan bij de initiatieven die geïnitieerd worden vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Gezond & Actief Leven Akkoord (GALA) ter versterking van de sociale basis (Vitale Gelderse Vallei, 2023). Stimuleer waar mogelijk de samenwerking tussen informele vrijwilligers(verbanden) en formele welzijnsorganisaties. • De vele vrijwilligers die zich vanuit kerkgemeenschappen inzetten voor de totale gemeenschap over kerkmuren heen zijn een ware krachtbron. Heb oog voor deze informele initiatieven, en sluit hierbij aan als gemeente, breng formeel en informeel welzijnswerk met elkaar in contact. Doe dit met het oog op het bekrachtigen van de inwoners die zich uitgesloten voelen.
17 | Sociale inclusie in Barneveld
V. Gemeente: Faciliteer en stimuleer de dialoog tussen groepen inwoners. • Faciliteer de dialoog tussen groepen, juist nu de polarisatie tussen groepen in de samenleving toeneemt. Heb hierbij, naast de veiligheid van de groep die zich uitgesloten voelen, ook oog voor de onderhuidse angst voor verlies van identiteit bij de meerderheidsgroep, die een soortgelijk gevoel van ‘er niet mogen zijn’ ervaren in relatie tot de bredere Nederlandse samenleving. Het is aan te bevelen om deze dialogen op een voor alle betrokkenen sociaal veilige plek en door een onpartijdige mediator te laten plaatsvinden. Als de polarisatie rondom een bepaald thema zo groot is dat er geen open en verbindend gesprek mogelijk is, dan is het aan te bevelen om eerst te zoeken naar inwoners(groepen) en plekken waar dat wel mogelijk is. Dit wordt aanbevolen met het oog op het gedachtegoed over polarisatie van Brandsma (2016) en Verloove et al. (2020): ‘begin vanuit het midden’. • Zie kerken en scholen als mogelijke partners om bij aan te sluiten om samen te werken aan sociale inclusie en stimuleer ook daar het gesprek over inclusie en de eigen verantwoordelijkheid daarin, zonder voorbij te gaan aan de eigen identiteit van deze instituties. VI. Kerkelijke gemeenschappen: Onderzoek de mogelijkheden tot versterking van verbindingen met de bredere samenleving én de onderlinge zorg binnen de gemeenschap.
In de gemeente Barneveld lijkt zelfredzaamheid een groot goed. Vanuit de Wmo-gedachte is dit wenselijk gedrag en je zou kunnen zeggen dat het dus heel goed gaat in de gemeente Barneveld. Mensen hechten er waarde aan om hun zaakjes zelf op te lossen. Wanneer er hulp nodig is, wordt deze in de eigen sociale kring gezocht. Opvallend is dat bonding met name binnen families plaatsvindt en in veel mindere mate binnen de kerkelijke gemeenschap. Dit roept de vraag op of kerken de meer pastorale rol en het creëren van gemeenschapszin ook in het repertoire heeft.
• Kerkelijke vrijwilligers(organisaties); zoek de samenwerking met de meer formele (welzijns)organisaties en zoek naar manieren om niet-kerkelijke inwoners te includeren. • Ga in gesprek binnen de gemeente over een ‘goede samenleving’. Voer de dialoog over de rol die de kerken kunnen spelen in het bevorderen van bridging sociaal kapitaal. • Stimuleer het gesprek over de waarde van zelfredzaamheid versus samenredzaamheid binnen en buiten de kerkelijke gemeente. • De term inclusie is wellicht taal die niet geheel aansluit bij de theologische taal van de kerken of het taalkader van bepaalde inwoners. In deze tijd brengt deze term voor bepaalde groepen mogelijk ook negatief sentiment met zich mee, als zijnde opgelegd vanuit de ‘linkse’ politiek. Maar het gedachtegoed erachter, namelijk open staan voor de ander, vreemden opnemen in de gemeenschap en zorgen voor de naaste, betreft van oorsprong christelijke principes. Onderzoek binnen de kerken, mogelijk met de overheidsgemeente, welke taal en principes passend zijn om het gesprek binnen de gemeenschap aan te gaan over deze thematiek. VII. Scholen: Maak ruimte voor gesprekken over diversiteit en inclusie. Scholen zijn bij uitstek een vormende omgeving, waar leerlingen worden gesocialiseerd en leren over samenleven en burgerschap.
Iedere school, van welke gezindte dan ook, heeft te maken met diversiteit onder de leerlingen- en docentenpopulatie en staat in verbinding met de bredere samenleving. • Stimuleer veilige gesprekken en verstrek informatie over diversiteit. Maak hierbij gebruik van voorlichting door inwoners/personen die zelf hebben ervaren hoe het is om uitgesloten te worden. Juist persoonlijk contact en ervaringsverhalen zorgen voor het vergroten van empathie, het kunnen inleven (of je het er nu mee eens bent of niet) in de ervaringswereld en de denkkaders van de ander. Kijk naar wat verbindt.
18 | Sociale inclusie in Barneveld
Verbeter de toegankelijkheid van de publieke ruimte VIII. Gemeente, winkeliers en zorgorganisaties: • Investeer in de toegankelijkheid van de publieke ruimte, winkels en activiteiten voor mensen met een psychische en/of lichamelijke beperking. • Stimuleer het mengen van diverse generaties door diverse woningen in wijken/sociale voorzieningen voor ouderen in woonwijken/centrum te plaatsen. • Faciliteer het leren van de Nederlandse taal. Mogelijkheden om de Nederlandse taal goed te leren en in sociale interactie deze vaardigheid te oefenen is hierin cruciaal. • Ga op zoek naar een manier om arbeidsparticipatie van mensen met een migratieachtergrond te stimuleren. Het hebben van werk is een bepalende factor in het verwerven van een volwaardige plek in de samenleving. Neem de wensen van inwoners met een migratieachtergrond mee in de vormgeving van de Module Arbeidsmarkt en participatie.
Discussie In het uitgebreide onderzoeksrapport is nog een nadere verantwoording gegeven van de betrouwbaarheid van het onderzoek. Daarbij wordt nadrukkelijk ingegaan op de representativiteit van het kwantitatieve onderzoek. Bovendien worden suggesties gedaan voor vervolgonderzoek.
19 | Sociale inclusie in Barneveld
Literatuur Brandsma, B. (2016) Polarisatie: Inzicht in de dynamiek van wij-zij denken. Inside Polarisation VOF. Coumans, M. & Schmeets, H. (2020, 16 december). Sociale uitsluiting in Nederland: wie staat er aan de kant? Centraal Bureau Voor de Statistiek. Geraadpleegd op 20 februari 2024, van https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistischetrends/2020/sociale-uitsluiting-in-nederland-wie-staat-aan-dekant-?onepage=true#c-Tabellenbijlage De Gruijter, M., Verloove, J., & Sikkema, M. (2021). Participatieprofielen vrouwen met een migratieachtergrond. Kennisplatform Integratie & Samenleving. Geraadpleegd op 4 mei 2024, van https://www.kis.nl/sites/default/ files/2022-06/participatieprofielen_vrouwen_met_een_ migratieachtergrond-_compleet.pdf Dekker, W. (2021, 29 maart). Reformatorischen voelen zich vreemden in hun eigen land. Sociale Vraagstukken. Geraadpleegd op 24 januari 2025, van https://www. socialevraagstukken.nl/reformatorischen-voelen-zichvreemden-in-hun-eigen-land/ De Winter-Koçak, S., Yassine, D., & Stobbe, E. (Umuhire, S. & Felten, H., medew.) (2023). De arbeidsmarktpositie van werkenden met een migratieachtergrond: wat is er tot nu toe bekend? Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS). Geraadpleegd op 4 mei 2024, van https://www.kis.nl/sites/ default/files/2023-02/Arbeidsmarktpositie-werkendenmigratieachtergrond.pdf
Hoff, S., & Vrooman, C. (2011). Dimensies van sociale uitsluiting: Naar een verbeterd meetinstrument. Sociaal en Cultureel Planbureau. Hosper, K., Venderbos, J., Van Veen, M., & Van Loenen, T. (2024). Sociale uitsluiting en gezondheidsverschillen. Pharos. I&O Research. (2022). Basisvragenlijst cGM V&O 2022. Geraadpleegd op 4 maart 2024, van https://www.rivm.nl/ sites/default/files/2024-05/Bijlage%201.3%20240422%20 Definitieve%20vragenlijst%20cGM%20VO%202022_01112022. pdf Jager-Vreugdenhil, M., Van Til-Teekman, C., Kruiswijk-van Hulst, K., & Slenderbroek-Meits, J. (2010). Kracht en kwetsbaarheid: Sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld. Centrum voor Samenlevingsvraagstukken, Hogeschool Viaa. Jager-Vreugdenhil, M. (2012). Nederland participatieland? De ambitie van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de praktijk in buurten, mantelzorgrelaties en kerken [Proefschrift]. Universiteit van Amsterdam. Jager-Vreugdenhil, M., Algera, M., Bos-de Groot, E., HaarsmaWisselink, A., Stouten-Hanekamp, M., & van der Vinne, T. (2022). Nederland participatieland: De ambitie van de transities in het sociaal domein en de praktijk volgens inwoners en professionals. Centrum voor Samenlevingsvraagstukken, Hogeschool Viaa. Kastelein, C. (2021). Inclusie en diversiteit: Wat, waarom en hoe? Movisie.
Gemeente Barneveld. (2023). Beleidskader inclusie: Meedoen is vanzelfsprekend. Gemeente Barneveld. Hasselt, M., Spierings, N., Van Hilten-Rutten, E., & De Koning, O. (2023). Welzijnsmonitor LHBTIQA+: Gelderland en Overijssel. Vizier & Radboud Social Cultural Research.
20 | Sociale inclusie in Barneveld
Kros, K., & Cadat-Lampe, M. (2023). Diversiteit in gemeentelijke adviesraden: Belemmerende en stimulerende factoren voor de participatie van inwoners met een migratieachtergrond. Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS). Geraadpleegd op 9 november 2024, van https://www.kis.nl/sites/default/ files/2023-09/Diversiteit%20in%20gemeentelijke%20 adviesraden_def.pdf?utm_source=chatgpt.com Movisie. (2020). Diversiteitsfactoren en uitsluiting: Een intersectionele benadering. Geraadpleegd op 20 februari 2024, van https://www.movisie.nl/artikel/diversiteitsfactorenuitsluiting#:~:text=De%20identiteit%20van%20mensen%20 bestaat%20uit%20verschillende%20elementen.,bezit%20 deze%20elementen%2C%20maar%20iedereen%20in%20 andere%20mate. Putnam, R. D. (2000). Bowling alone: The collapse and revival of American community. Simon & Schuster. Roes, T. (2002). Sociale cohesie en sociale infrastructuur: Verkenning van beleidsmogelijkheden en bestuurlijke modellen [Werkdocument 79]. Sociaal en Cultureel Planbureau.
Szreter, S., & Woolcock, M. (2004). Health by association? Social capital, social theory, and the political economy of public health. International Journal of Epidemiology, 33(3), 650-667. https://doi.org/10.1093/ije/dyh250 Verharen, L., & Rözer, J. (2022). Menselijk en sociaal kapitaal. In L. Veldboer, R. Engbersen, E. Hooghiemstra, J. Jansen, L. Koeter, L. Repetur, J. Rözer, & A. Sprinkhuizen (Reds.), Lexicon nabijheid en sociaal werk (versie 2.0) (pp. 38-42). Movisie & de Werkplaatsen Sociaal Domein. Verloove, J., Van Wonderen, R., & Felten, H. (2020). Theorieën en aanpakken van polarisatie. Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS). Geraadpleegd op 10 januari 2025, van https://www.kis.nl/sites/default/files/2022-06/theorieen-enaanpakken-van-polarisatie-uitgebreid.pdf Vitale Gelderse Vallei. (2023). Regioplan Vitale Gelderse Vallei 2023-2027. Geraadpleegd op 24 januari 2025, van https:// www.geldersevallei.nl/wcm/connect/www/3d55cac5-4648458d-acb2-dd1d9fe1a9d1/Regioplan+Vitale+Gelderse+Vallei+. pdf?MOD=AJPERES
Bijlagen Lees hier de volledige versie.
21 | Sociale inclusie in Barneveld
Centrum voor Samenlevingsvraagstukken