B-1.1 Besluit B&W inzake Lokaal Uitvoeringsplan Geweld in Afhankelijkheidsrelaties d.d. 2-2-21.pdf
Tekst van het document
Kern van de visie is dat samenwerking voorop staat en dat die in de eerste plaats gericht moet zijn op het werken aan directe veiligheid en pas daarna gericht kan worden op het aanpakken van de oorzaken die ten grondslag liggen aan de onveiligheid. Dit laatste wordt risicogestuurde zorg genoemd en moet leiden tot stabiele veiligheid. Dit legt de basis voor het werken aan herstel. Door gefaseerd te werken wordt het natuurlijke herstelproces van het gezin in de tijd ondersteund en gevolgd. Tevens biedt het de professionals overzicht en rust gedurende het proces van hulpverlening Het gebruik van het triage-instrument Veilig Thuis speelt een essentiële rol bij het in gang zetten van dit zorgproces omdat: • het de feiten aanlevert die noodzakelijk zijn om een veiligheidsplan op te stellen; • het indiceert voor de juiste zwaarte van onderzoek en zorg; • het met feiten in kaart brengt welke vormen van geweld en onveiligheid en welke emotioneel nadelige probleemsituaties de jeugdigen en volwassenen binnen hun familie hebben doorgemaakt. Hiervan moet de hulpverlening verderop in de keten op de hoogte zijn om de juiste (individuele) hulp in te kunnen zetten.
Deze werkwijze is meer dan uit- en afspreken dat we goed gaan samenwerken. Het vraagt lef om buiten het eigen professionele kader te handelen of om ruimte te geven aan een ander om in diens professionele kader te stappen wanneer de situatie daarom vraagt. Doen wat nodig is om geweld te doen stoppen.
6 Visie ketenzorg 'Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg', Vogtländer en Van Arum , mei
2016.
Veilig thuis in de Vallei
14
Ook lokale (wijk)teams hebben een groot belang bij goede samenwerking in de keten. Een goede samenwerking biedt namelijk mogelijkheden om het geweld te stoppen. Veiligheid voorop. Dit vraagt ook om gezamenlijk leren van professionals over domeinen heen. Niet alleen tijdelijk, maar als een duurzaam proces zodat zij voortdurend de inzet kunnen aanpassen aan nieuwe inzichten, successen en mislukkingen. Het programma ‘Geweld Hoort Nergens Thuis’ zal zorgen voor trainingen voor professionals in multidisciplinair werken. Daarin is aandacht voor privacy-aspecten, feitenonderzoek doen, samen een goed veiligheidsplan maken, gezamenlijke risicogestuurde en herstelgerichte zorg inrichten en het samen inrichten van de monitoring van veiligheid. Regionaal en lokaal streven we ernaar om in ons beleid en de uitvoering van hulp de principes gefaseerde ketenzorg centraal te stellen. Aandacht blijft voor de werkwijze één gezin, één plan, één regisseur’. Het creëren van veiligheid krijgt voortaan een prominente plaats in de hulpverleningsketen. De pilot ‘Jeugdbescherming Dichterbij’ die in de West Veluwe Vallei loopt, geeft invulling aan het versterken van multidisciplinair samenwerken binnen de jeugdbescherming. Hierin spelen de lokale (wijk) teams een cruciale rol. b.
Ketensamenwerking bij acuut – of structureel onveilige casussen – MDA++ Soms zijn problemen van mensen die een afhankelijkheidsrelatie hebben zo ernstig, hardnekkig en complex, dat de inzet van reguliere hulp en interventies niet heeft geleid tot het creëren van duurzame veiligheid. De onveiligheid blijft structureel. Iedere gemeenten kent wel een aantal van zulke gezinnen/huishoudens.
Lange termijn, systeemgericht, multidisciplinair, + specialistisch + intersectoraal: MDA++ Dan is langdurige inzet van specialisten uit verschillende sectoren in samenwerking met het gezin en haar sociale netwerk nodig. Dit is de ‘Multidisciplinaire Aanpak ++’ (MDA++). Wethouders7 stemden in met het voorstel van het VNG-programma Doorontwikkeling Veilig Thuis, dat in samenwerking met Movisie en het Nederlands Jeugdinstituut werd opgesteld. Elke regio heeft de opdracht gekregen om een MDA++ in te richten. Hiervoor heeft het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ bouwstenen ontwikkeld. MDA++ is expliciet gericht op het doorbreken van het patroon van geweld en verwaarlozing (structurele onveiligheid). Dit richt zich op ongeveer 5% van alle gevallen waar sprake is van ernstige structurele onveiligheid in hun gezinssysteem of leefwereld. In dit patroon van geweld en verwaarlozing doen zich ook situaties voor waarin het acuut onveilig is voor een of meer leden van het gezin/huishouden. De afbeelding hieronder laat het zien: binnen de structurele onveiligheid zijn er ook pieken met acuut onveilig situaties. De inzet van MDA++ op het doorbreken van het patroon van geweld en verwaarlozing moet verbonden zijn aan de inzet van organisaties in situaties van acute onveiligheid, en andersom.
In de situaties van acute onveiligheid zullen de relevante organisaties (o.a. politie, OM, Veilig Thuis, Centrum Seksueel Geweld) hun reguliere werkzaamheden uitvoeren en met elkaar samenwerken om de veiligheid van betrokkenen direct te borgen. In MDA++ bundelen psychosociale, medische, forensische en justitiële specialisten uit verschillende instellingen hun expertise. Samen zorgen zij voor een gecoördineerd en gefaseerd onderzoek en een goede opvang na acuut geweld. Bij structureel geweld maakt een MDA++-team met het gezin en het lokale sociaal wijkteam gezamenlijke een analyse van oorzaken en risicofactoren. Vervolgens stellen zij samen een veiligheidsplan en een hulpverleningsplan op. Eerste doel is om directe veiligheid in het gezin te bewerkstelligen, daarna om recidive en herhaald slachtofferschap te voorkomen. 7
VNG-wethoudersoverleg van 17 april 2015
Veilig thuis in de Vallei
15
De lokale (wijk)teams vervullen in de MDA++-aanpak een belangrijke rol. Zij zijn verwijzers en ook uitvoerders van zorg. Zij voeren regie of voeren het plan van aanpak uit, eventueel samen met de MDA++specialisten.. Zij kunnen de casusregie voeren, indiceren voor andere hulp, vrijwilligers inschakelen en nazorg bieden. Het is mogelijk dat het lokale team alleen de hulpverlening oppakt, als men maar werkt vanuit het hulpverlenings- en veiligheidsplan en onder coördinatie van de casusregisseur. c. Ketensamenwerking lokaal: Het principe ‘één gezin, één plan, één regisseur’ (1G1P1R) In de afgelopen jaren zijn er stappen gezet in het werken met het principe ‘één gezin, één plan, één regisseur’ als middel voor gefaseerde ketenzorg. De aanpak is erop gericht om multiprobleemgezinnen te helpen door hen actief te betrekken bij hulp. Bij multiprobleemgezinnen is vaak een verscheidenheid aan instellingen betrokken. Multiprobleemgezinnen zijn gebaat bij een integrale aanpak waarin zorg en strafpartners samenwerken. Zij maken één gezamenlijk doeltreffend plan van aanpak voor alle individuele gezinsleden en het systeem als geheel. De werkwijze 1G1P1R is in de West Veluwe Vallei nog niet overal voldoende geïmplementeerd en wordt niet overal op dezelfde manier toegepast.
Een extra argument voor het verder verankeren en bestendigen van 1G1P1R is het in toenemende mate voorkomen van complexe situaties, waarbij de verbinding met veiligheid moet worden geborgd. Een gebrek aan gemeenschappelijke definities en goede randvoorwaarden kunnen hierbij een rol spelen. Of hier sprake van is wordt nader onderzocht en eventuele maatregelen worden opgenomen in het uitvoeringsplan. Het gebruik van de Verwijsindex is een goed hulpmiddel om ketensamenwerking meer tot stand te laten komen. d. Pilot “Jeugdbescherming Dichterbij” In december 2018 hebben de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk en Scherpenzeel samen met de partijen betrokken bij de jeugdbeschermingsketen in FoodValley een intentieverklaring getekend waarin ze verklaren op een nieuwe manier te gaan samenwerken. De pilot genaamd ‘Jeugdbescherming Dichterbij” gaat eind 2019 van start. Met integrale jeugdbeschermingsteams worden niet langer na elkaar en los van elkaar, maar gezamenlijk en tegelijkertijd interventies uitgevoerd. Professionals van de multidisciplinair samengestelde jeugdbeschermingsteams denken en handelen niet langer vanuit de strikte taakomschrijving die ze vanuit de eigen organisatie meekrijgen. Ze voeren samen de taken uit binnen de kaders van jeugdwet, burgerlijk wetboek, WMO en AVG. Beslissingen worden steeds in teamverband genomen.
Daardoor is het ook mogelijk om deze juridisch binnen de regels toe te rekenen aan de specifieke functionaris die hiertoe gemachtigd is. De randen van de wettelijke mogelijkheden worden in deze pilot opgezocht. Er is ruimte voor professionals in de pilot om los van bestaande protocollen van de afzonderlijke instanties het proces vorm en inhoud te geven. Organisaties die nu verder van het lokale team af werken en inwoner komen fysiek nabij werken in het team Jeugdbescherming Dichtbij. Daardoor verwachten we dat kwetsbare kinderen die bescherming nodig hebben deze sneller en op een effectieve wijze krijgen. Om de opbrengsten van de pilot na afloop goed te kunnen toepassen op andere plekken is grondig wetenschappelijk onderzoek nodig. In aansluiting met het programma Geweld Hoort Nergens Thuis en het programma ‘Zorg voor de jeugd, jeugdigen beter beschermen’ is een subsidieaanvraag komt er (gesubsidieerd) onderzoek. Dit richt zich op hoe er in een integraal jeugdbeschermingsteam kan worden samengewerkt zodat sneller passende hulp tot stand komt.. e. Opvang voor slachtoffers van huiselijk geweld verbeteren De opvang voor slachtoffers van geweld in huiselijke kring maakt een belangrijk deel uit van de aanpak van huiselijk geweld. Slachtoffers van huiselijk geweld hebben recht op bescherming en veilige opvang. Dit is vastgelegd in de Wmo.
In situaties van huiselijk geweld waarin de veiligheid ernstig in het geding is en vrouwen en mannen met hun kinderen in gevaar zijn, kunnen zij worden opgenomen in de opvang. Dat is een veilige omgeving waarin zij bescherming vinden, tot rust kunnen komen en kunnen werken aan hun weerbaarheid en herstel. Het is daarnaast in het belang van vrouwen en hun kinderen dat de periode in de opvang niet langer duurt dan nodig. Wanneer de situatie weer voldoende veilig is, kunnen zij doorstromen Veilig thuis in de Vallei
16
naar een woning. Zij krijgen hiervoor een urgentieverklaring. Het feit dat de woningmarkt (zeker voor sociale huurwoningen) onder druk staat heeft ook effect op de mogelijkheden om uit te stromen. De Nationale ombudsman heeft in juli 2017 het rapport ‘Vrouwen in de knel’ gepubliceerd. En in 2017 is er vanuit de samenwerkende inspecties rapport verschenen over de vrouwenopvang genaamd ‘Moeder en kind verlaten de vrouwenopvang: (wie) is dat een zorg?’. In deze rapportages wordt er aandacht gevraagd voor de doorontwikkeling van het stelsel van de vrouwen: verbeteren van de instroom, doorstroom en uitstroom en de verhoging van de kwaliteit van de vrouwenopvang. Om deze taak te volbrengen werken de vier Gelderse centrumgemeenten Ede, Arnhem, Apeldoorn en Nijmegen samen met vrouwenopvang Moviera. De afgelopen jaren is ingezet op meer inzet van ambulante hulpverlening. Daarnaast is extra formatie voor begeleiding in de crisisopvang mogelijk gemaakt. Ook is gestart met een pilot Kinderen in de opvang. Kinderen in de crisisopvang krijgen meer aandacht en begeleiding dan eerder mogelijk was. Deze pilot loopt van 1 juli 2019 tot 1 juli 2020. In 2020 start het project “Sneller Thuis” in de hele provincie Gelderland.
Daarin zal gewerkt worden aan het verbeteren van afspraken met woningbouwverenigingen en gemeenten om sneller duurzame veiligheid in de nieuwe leefomgeving van cliënten uit de opvang te realiseren. Hier is financiële ondersteuning voor ontvangen vanuit het programma Geweld Hoort Nergens Thuis.
Onze ambities. Binnen de West Veluwe Vallei willen we dat:
1
2
Alle professionals werken volgens de visie: “Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg”: geweld wordt zo snel mogelijk gestopt doordat professionals eerst samenwerken voor veiligheid. Samenwerkende hulpverleners bieden vervolgens samenhangende hulp, gericht op duurzaam herstel van veiligheid. Zorg- en veiligheidspartners werken hierin samen. Er wordt multidisciplinair en systeemgericht samengewerkt in zowel reguliere situaties als bij de aanpak van complexe en ernstige vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties.
3
Herhaling van geweld komt minder voor doordat duurzame veiligheid en herstel wordt gerealiseerd.
4
Voor complexere vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties hebben we een MDA++ aanpak.
5
Knelpunten in- en na de vrouwenopvang worden opgelost. Hierdoor is de periode dat vrouwen en hun kinderen in de opvang verblijven niet langer dan nodig. Zij kunnen doorstromen naar een woning wanneer de situatie voldoende veilig is en krijgen passende hulp en begeleiding.
Veilig thuis in de Vallei
17
4.3.
Actielijn 3: Specifieke groepen
Voor een aantal doelgroepen met specifieke problemen is specifieke expertise nodig en/of een specifieke aanpak. Het gaat om groepen die extra kwetsbaar zijn en niet altijd direct te herkennen zijn. Duurzaam oplossen of stoppen vraagt soms om een andere aanpak met specifieke expertise of er moeten andere organisaties bij worden betrokken. Als we voor deze specifieke groepen geen oog hebben, vallen ze tussen wal en schip. De gemeenten binnen de West Veluwe Vallei vinden het belangrijk dat er in de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties aandacht is voor en kennis is van deze specifieke doelgroepen. Dit betreft in ieder geval: • • • • •
Slachtoffers van seksueel geweld Slachtoffers van eergerelateerd geweld en schadelijke traditionele praktijken Kinderen bij complexe scheidingen Ouderen Mensenhandel
a. Slachtoffers van seksueel geweld Signalen van seksueel geweld zijn ook voor professionals moeilijk te duiden, zowel bij volwassen slachtoffers als kinderen die seksueel misbruikt zijn. Op seksueel geweld ligt een taboe waardoor slachtoffers niet snel naar buiten treden. Vaak is de pleger een bekende. Bij kinderen is het in veel gevallen iemand van wie het kind afhankelijk is. Doordat het misbruik vaak geheim blijft - soms onder druk - en de misbruiker zich in de kring van het slachtoffer beweegt, is de kans op herhaling groot. Als er sprake is van seksueel geweld in een gezinssituatie vraagt dit van hulpverleners dat zij hier specifiek aandacht voor hebben. Ook hier werken we eerst samen aan veiligheid. Vervolgens pakken we de oorzaken die ten grondslag liggen aan de onveiligheid aan door risicogestuurde en herstelgerichte zorg. Als het gaat om een acute situatie van seksueel geweld is snel handelen ook belangrijk voor het zorgvuldig verzamelen van (forensisch) bewijs. Slachtoffers kunnen hiervoor terecht bij de Centra Seksueel Geweld (CSG) waar politie en zorgverlening samenwerken. De kennis van het CSG over seksueel geweld en hoe daarbij te handelen kan beter benut worden door reguliere zorgpartijen. Ook zou het goed zijn als professionals meer bekend zijn met het CSG en in voorkomende gevallen van acuut seksueel geweld daarnaartoe doorverwijzen. b.
Schadelijke traditionele praktijken/ Eergerelateerd geweld In sommige gemeenschappen spelen groepsdruk en eer een rol. Dat speelt met name bij gemeenschappen met een collectivistische ‘wij’-cultuur. Een collectivistische cultuur brengt veel positieve waarden en gebruiken met zich mee. Collectivistische waarden zijn onder andere het hechten aan traditie, veiligheid, sociaal gedrag en conformisme. Er is sprake van loyaliteit aan de groep, de mensen steunen elkaar en het grote sociale netwerk biedt bescherming en veiligheid. Deze collectieve waarden kunnen bijvoorbeeld verbonden zijn aan een geloof, maar ook aan de cultuur van een volk. Wanneer deze bescherming vanuit de sociale controle omslaat en de collectieve norm belangrijker wordt dan het individu, kan dit ertoe leiden dat de zelfontplooiing van het individu onder druk staat en het zelfbeschikkingsrecht van het individu wordt geschonden. Dit kan bijvoorbeeld uitmonden in gedwongen huwelijken, huwelijkse gevangenschap, kindhuwelijken, achterlating, eergerelateerd geweld, vrouwelijke genitale verminking, gedwongen leven in isolement of de ‘non-acceptatie’ van homoseksualiteit. Dit zijn allemaal voorbeelden van schadelijke traditionele praktijken. Deze praktijken beperken mensen in hun fundamentele rechten en vrijheden tot zelfbeschikking.
Mensen die toch deze zelfbeschikking willen uitoefenen, worden daarom vaak uitgesloten en/of verstoten en verliezen zo hun netwerk. Uit onderzoek naar de aard en omvang blijkt dat dit méér dan incidenteel voorkomt. Het gaat om misstanden met een structureel karakter. Ieder jaar wordt een aanzienlijk aantal vrouwen en mannen, jongeren en ook kinderen slachtoffer. Het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd geweld (LEC EGG) ondersteunt de nationale politie bij complexe zaken waar eer een motief is voor geweld of een dreiging van geweld. Om en nabij de 500 zaken met een vermoeden van een eermotief zijn aan hun voorgelegd. Een groot deel van de zaken wordt door de politieteams zelf afgehandeld. Volgens de politie van Oost-Nederland spelen naar schatting minimaal 200-220 eerproblematiekzaken per jaar af binnen Gelderland8. Dat is onacceptabel. 8
Projectvoorstel Schadelijke Traditionele Praktijken – West Veluwe Vallei - 2019
Veilig thuis in de Vallei
18
Uit recent onderzoek9 blijkt dat hulpverleners niet altijd weten om te gaan met (signalen van) bijvoorbeeld huwelijksdwang en eergerelateerd geweld. Men blijft handelingsverlegenheid ervaren in het bespreekbaar maken van deze moeilijke onderwerpen. Voorlichting en scholing van hulpverleners in deze problematiek is essentieel om ervoor te zorgen dat zij hun handelingsverlegenheid kwijtraken. In aansluiting met het programma Geweld Hoort Nergens Thuis is er voor dit thema een regionale subsidie aangevraagd en toegekend. Hiermee kunnen wij werken aan deskundigheidsbevordering om te komen van handelingsverlegen naar handelingsbekwaam. Dit richt zich op de lokale infrastructuur, professionals en gesloten gemeenschappen. c. Complexe scheidingen / vechtscheidingen Een steeds vaker voorkomend fenomeen zijn ‘vechtscheidingen’: ouders die hun relationele problemen blijven uitvechten en er samen niet uitkomen. Een scheiding is een leven veranderende gebeurtenis. In totaal zijn er in Nederland 16.000 minderjarige kinderen die ernstig lijden onder de vechtscheiding van hun ouders. Door een vechtscheiding kunnen kinderen zo ernstig in de knel raken, dat het risico op problemen groter is. De lokale (wijk)teams binnen de West Veluwe Vallei hebben regelmatig te maken met jeugdproblematiek die verband houdt met een vechtscheiding.
Ze hebben moeite op school, emotionele stress, vertonen meer crimineel gedrag en krijgen vaker problemen in toekomstige relaties 10: De Kinderombudsman maakt zich hard voor de positie van het kind in vechtscheidingssituaties. In het adviesrapport 'Vechtende ouders, het kind in de knel' uit 2014 staan aanbevelingen geformuleerd voor een aanpak van de gehele 'scheidingsketen'. Daarbij zijn taken weggelegd voor de Rijksoverheid, gemeenten, rechters, advocaten en mediators, aanbieders van jeugd- en opvoedhulp, scholen en de wetenschap. Sleutelbegrippen in dit rapport zijn vroeger signaleren, vroeger ingrijpen en de regie op één plek. Dit alles om te voorkomen dat het kind de dupe wordt van de strijd tussen de ouders. Het programma Geweld Hoort Nergens Thuis en het actieprogramma Scheiden… en de kinderen dan? lopen hierin samen op met als doel het belang van kinderen bij scheidingen voorop te stellen. Belangrijke knelpunten in de huidige aanpak zijn dat scheidingsproblemen moeilijk te herkennen zijn en dat één van de ouders relatief vaak hulp weigert. Veel ouders weten bovendien niet dat zij met scheidingsproblemen terecht kunnen bij het lokale (wijk)team. Op basis van deze inzichten lijkt het investeren in meer kennis over vechtscheidingen aan ouders en professionals wenselijk. Ook is het zinvol om lokale (wijk)teams meer kennis en vaardigheden bij te brengen in conflicthantering.
d. Ouderenmishandeling Ook ouderen kunnen te maken krijgen met mishandeling. Zij zijn veelal gedeeltelijk of geheel afhankelijk van anderen in hun omgeving. Daarom is extra aandacht voor deze vorm van geweld belangrijk. Ouderenmishandeling – inclusief financiële uitbuiting – komt voor in zorgrelaties, bijvoorbeeld binnen zorginstellingen of thuiszorg, maar óók in gezins- of familierelaties. Vaak is sprake van een persoonlijke afhankelijkheidsrelatie met degene die hen mishandelt of misbruikt. De mishandeling kan actief (het plegen van handelingen) of passief (het nalaten van handelingen) zijn. Bij overbelaste mantelzorgers kan ontsporing optreden, omdat iemand de zorg voor een ander niet meer aankan. Ook dat kan leiden tot ouderenmishandeling. Daarnaast spreken we van ouderenmishandeling bij het wegnemen van geld of bezittingen door iemand van wie de oudere afhankelijk is. Een belangrijk aspect bij het doorbreken van het taboe op ouderenmishandeling is het onderwerp bespreekbaar maken. Want erover praten is het begin van de oplossing. Verder investeren in het wegnemen van handelingsverlegenheid, zowel bij de professional als bij de oudere zelf, is helpend. Trainingen, bijeenkomsten en voorlichting dragen daar aan bij. Het voorkomen van financiële uitbuiting bij ouderen is belangrijk. Door het hele land hebben professionals het initiatief genomen tot ‘lokale allianties’.
Dat zijn lokale netwerken van deelnemers (bijv. notaris, bank, gemeente, huisarts, dementiecoach, politie, veilig thuis, thuiszorg) die kennis over financieel misbruik van ouderen delen, bundelen en financieel misbruik op die manier sneller signaleren en stoppen. De gemeente Ede heeft een lokale alliantie sinds 2013. Uitbreiding hiervan binnen de regio is wenselijk. 9
onderzoeksrapport “Dilemma’s in de hulpverlening” Scheiden… en de kinderen dan? – André Rouvoet - 2019
10
Veilig thuis in de Vallei
19
e. Mensenhandel Mensenhandel gaat om het werven, vervoeren, overbrengen, opnemen of huisvesten van een persoon, met gebruik van dwang (in brede zin) en met het doel die persoon uit te buiten. De (beoogde) uitbuiting is de kern van mensenhandel. Mensenhandel is dus niet hetzelfde als mensensmokkel. Mensenhandel kent veel verschillende verschijningsvormen. Het kan bijvoorbeeld gaan om seksuele uitbuiting (gedwongen prostitutie, loverboys), arbeidsuitbuiting of criminele uitbuiting (gedwongen worden om winkeldiefstal te plegen). Omdat er sprake is van een afhankelijkheid tussen slachtoffer en pleger, valt dit ook onder geweld in afhankelijkheidsrelaties. In het Interbestuurlijke Programma 2018[1] hebben gemeenten afgesproken dat iedere gemeente per 2022 duidelijk beleid heeft om de aanpak van mensenhandel te borgen. Het is aan iedere gemeente om hier beleid op te ontwikkelen. De VNG ondersteunt gemeenten hierin via het project ‘Aanpak mensenhandel’. Mensenhandel wordt gezien als een vorm van ondermijning en heeft daarmee ook een duidelijke verbinding met veiligheidsbeleid. Op dit moment verschilt het per gemeente in hoeverre hier specifiek aandacht voor is. In het beleid ten aanzien van mensenhandel is het nodig aandacht te hebben voor preventie, aanpak/vervolging, bescherming/zorg en samenwerking. Samenwerkingspartners op dit onderwerp zijn o.a.
politie, OM, Comensha (Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel), RIEC (Regionaal Informatie en Expertise Centrum), Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Omgevingsdienst en zorgpartijen. Als het gaat om bescherming van en zorg voor slachtoffers, is er voor onze regio sinds 2017 een zorgcoördinator werkzaam bij Moviera. Zij is bereikbaar voor informatie en advies bij mogelijke gevallen van mensenhandel. Zij coördineert en monitort het zorgtraject voor de slachtoffers als casemanager. Daarnaast onderhoudt en bouwt zij het netwerk met relevante partijen. Landelijk zijn er vanaf 2019 extra opvangplekken gerealiseerd voor de slachtoffers van mensenhandel.
Onze ambities. Binnen de West Veluwe Vallei willen we dat:
1
Er is voldoende deskundigheid en specialistische kennis omtrent de specifieke aanpak die nodig is om huiselijk geweld te signaleren en duurzaam te stoppen bij specifieke groepen;
2
Professionals zijn vaardig in het bespreekbaar maken van geweld m.b.t. de specifieke groepen;
3
Seksueel geweld, eergerelateerd geweld, complexe scheidingen en ouderenmishandeling (inclusief financiële uitbuiting) zijn eerder en beter in beeld, waardoor (nieuw) huiselijk geweld wordt voorkomen en duurzaam stopt.
4
In acute situaties van seksueel geweld wordt er door hulpverleners doorverwezen naar het Centrum Seksueel Geweld (CSG); Bekendheid van het Centrum Seksueel Geweld (CSG) is vergroot onder de hulpverleners.
5
Iedere gemeente uiterlijk 2022 duidelijk beleid heeft om de aanpak van mensenhandel te borgen. Daarin is aandacht voor preventie, aanpak/vervolging, bescherming/zorg en samenwerking.
[1] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/02/14/programmastart-interbestuurlijk-programma-ibp.
Veilig thuis in de Vallei
20
5.
Financiering
In de regiovisie wordt het beleid op regionaal niveau vastgelegd. Gemeenten financieren de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties met name vanuit de budgetten Wmo, Jeugdwet en de decentralisatieuitkering Vrouwenopvang (DU-VO) van de centrumgemeente. Financiering van de lokale zorg is een autonome verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten. In de West Veluwe Vallei is Ede de centrumgemeente voor de decentralisatie-uitkering VO. De centrumgemeente-middelen worden in zijn geheel ingezet voor centrale voorzieningen die voornamelijk of uitsluitend op bovenlokaal niveau te organiseren zijn. Denk hierbij aan de vrouwenopvang (incl. ambulante hulpverlening en zorgcoördinatie slachtoffers mensenhandel), een deel van Veilig Thuis en het Centrum Seksueel Geweld. Financiering vanuit het programma Geweld hoort nergens thuis Vanuit het programma ‘Geweld hoort nergens Thuis’ ontvangt Ede als centrumgemeente twee vormen van financiering: 1) Een financiële bijdrage voor de regionale projectleiding van € 25.000,- voor 2018 en € 75.000,- voor de jaren 2019, 2020 en 2021. Deze is/ wordt toegevoegd aan de uitkering van de centrumgemeente Ede. 2) Daarnaast kunnen we vanuit de projectenpool ‘van denken naar doen’ gekoppeld aan het landelijk programma financiële ondersteuning aanvragen op projecten voor de jaren 2019, 2020, 2021. Voor 2019 is dit reeds aan de regio toegekend.
Voor 2020 en 2021 nog niet. In 2019 ontvangen wij financiële ondersteuning voor: • Project Schadelijke Traditionele Praktijken • Project Plegersaanpak • Project “Sneller Thuis
€ 71.050,€ 54.632,€ 121.275,-
In de regio blijven we alert op deze mogelijkheden om ondersteuning/subsidie te vragen, ook voor het vervolg van projecten. Na het opstellen van het uitvoeringsplan is er meer duidelijkheid of extra middelen nodig zijn om de doelen te behalen.
Veilig thuis in de Vallei
21
6.
Uitvoeringsagenda
Een belangrijk onderdeel van de uitvoeringsplannen is de (door)ontwikkeling en implementatie van een gedragen werkwijze en netwerksamenwerking. Die moet passen bij de vraag en het aanbod in de regio. Verbetering van de aanpak kost tijd. Niet alles kan tegelijkertijd en ongetwijfeld doen zich de komende jaren nieuwe uitdagingen voor. Het succes van de uitvoeringsplannen is deels afhankelijk van de resultaten van andere trajecten in de regio die een betere samenhang en samenwerking op strategisch, tactisch en operationeel niveau tussen en binnen het zorg- sociaal- en veiligheidsdomein nastreven. Anderzijds zullen de uitvoeringsplannen ook aan het welslagen van deze trajecten bijdragen. Monitoring Het is van groot belang om te weten of de inzet van alle betrokken partners op de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties daadwerkelijk bijdraagt aan veiligheid en het duurzaam stoppen van geweld. Daarom heeft een landelijke onafhankelijke commissie een impactmonitor ontwikkeld. Er wordt een set van indicatoren opgesteld, waarmee de impact van de inzet van organisaties, professionals en overheden wordt gemonitord en onderzocht. Hierin wordt ook de ervaring van betrokken kinderen en volwassenen meegenomen. Verwachting is dat deze begin 2020 beschikbaar zal zijn. Die ontwikkelingen volgen we op de voet en haken aan wanneer mogelijk.
De voortgang van de uitvoering monitoren we halfjaarlijks in gelijke tred met het landelijk programma. Zo kunnen we de voortgang in de regio spiegelen aan de voortgang in de andere regio’s in Nederland.
Veilig thuis in de Vallei
22
Bijlage 1 - Rondje regio West Veluwe Vallei Deze visie is dankzij de inzet van veel mensen tot stand gekomen: •
Veilig Thuis Gelderland Midden - Manager en Beleidsadviseur
•
Moviera - Manager Dienstverlening
•
Veiligheidshuis - Ketenmanager, locatiemanager en procesregisseur
•
Wethouder gemeente Barneveld - de heer P.J.T. van Daalen
•
Wethouder gemeente Ede - de heer. L. Hoefslot
•
Wethouder gemeente Ede - de heer. L. Meijer
•
Wethouder gemeente Nijkerk - de heer. H.L. Dijksterhuis
•
Wethouder gemeente Scherpenzeel - Mevrouw H.E. van Dijk-van Ommering
•
Wethouder gemeente Wageningen - mevr. L.D. de Brito
•
Teamleiders lokale (wijk) teams van alle gemeenten
•
MEE - Regiomanager Veluwe
•
Verwijsindex coördinator
•
Veiligheidscoördinator Food Valley
•
VGGM - Manager Maatschappelijke Zorg
•
GGD Gelderland Midden - Manager JGZ
•
Politie Oost - Nederland
•
Reclassering
•
Vluchtelingenwerk
•
Ervaringsdeskundigen
•
Ambtenaren Zorg, Welzijn of Veiligheid van alle gemeenten
Veilig thuis in de Vallei
23