B-1.1 Besluit B&W inzake Lokaal Uitvoeringsplan Geweld in Afhankelijkheidsrelaties d.d. 2-2-21.pdf
Tekst van het document
Afdeling: Sociaal Domein Behandelaar: Goutbeek, Erwin Telefoonnummer: 06-13400144 Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:
Onderwerp:
Voorstelnr. 1193 Barneveld, Portefeuillehouder: P.J.T. van Daalen Op overzicht Bestaand beleid (website)
Lokaal uitvoeringsplan Geweld in Afhankelijkheidsrelaties Barneveld 2021+
Gevraagde beslissing: 1. Instemmen met het Lokaal uitvoeringsplan Geweld in Afhankelijkheidsrelaties Barneveld 2021+ 2. De eerder vastgestelde regiovisie en het Lokaal uitvoeringsplan ter kennisname naar de gemeenteraad te sturen
1. Inleiding In het 2e kwartaal van 2020 is de regiovisie ‘geweld in afhankelijkheidsrelaties 2020-2024’ vastgesteld. De regiovisie komt voort uit het landelijke meerjarenprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis’, waarin drie landelijke actielijnen vanuit het meerjarenprogramma zijn uitgewerkt in vijf ambities per actielijn. De regiovisie schrijft tevens voor dat de gemeente afzonderlijk een lokaal uitvoeringsplan op kan stellen, als uitwerking van de regiovisie. Middels het bijgevoegde lokale uitvoeringsplan wordt hier invulling aan gegeven. Het lokale uitvoeringsplan is een schematische weergave van de lokale en regionale aanpak om huiselijk geweld en kindermishandeling verder terug te dringen.
2. Beoogd effect a) Meetbaar effect De cijfers van Veilig Thuis (meldingen en adviezen t.a.v. huiselijk geweld en kindermishandeling) ondersteunen in het bepalen van trends en de effecten van de aanpak. Hierdoor kunnen (weliswaar beperkt) ook de cijfermatige effecten van de aanpak inzichtelijk gemaakt worden. De cijfers over meldingen en adviezen zijn desondanks multi-interpretabel. Omdat we in de praktijk zien dat veel organisaties meer en structureler gebruik moeten maken van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en Veilig Thuis, zetten we daar extra op in. Een verhoogde meldingsbereidheid zal de cijfers van meldingen en adviezen daarom ook kunnen doen stijgen. Een stijging is dus niet per definitie toe te schrijven aan een hogere incidentie van huiselijk geweld en kindermishandeling. b) Maatschappelijk effect Het eerder herkennen, signaleren terugdringen en (structureler) aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarnaast dient de schade van geweld en de cirkel van geweld (overdracht van generatie op generatie) duurzaam te worden beperkt en doorbroken.
3. Argumenten 1. Instemmen met het lokaal uitvoeringsplan Geweld in Afhankelijkheidsrelaties Barneveld 2021+ 1.1. Het eerste gemeentelijke uitvoeringsplan betreft een doorkijk voor de periode vanaf het 1e kwartaal van 2021. De gemeentelijke taken op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties worden hierin geborgd. Het uitvoeringsplan is een limitatief overzicht van activiteiten en interventies die de komende periode herhaald of uitgerold worden. Daarbij is een onderverdeling gemaakt tussen lokale en regionale projecten. De regionale projecten dienen de lokale projecten te versterken, en andersom. 1.2. Er is bewust voor gekozen geen lokale aanvullende ambities of doelen te stellen, daar deze in de regiovisie duidelijk benoemd staan. De activiteiten zoals in het uitvoeringsplan genoemd dragen allen bij aan deze ambities of doelen, die op hun beurt weer aansluiten bij de landelijke actielijnen uit het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’. 1.3. De genoemde projecten in het uitvoeringsplan is een volledige weergave en laat de diversiteit en integraliteit zien van de huidige focus en inzet.
2. De eerder vastgestelde regiovisie en het uitvoeringsplan ter kennisname naar de gemeenteraad te sturen 2.1. Na het vaststellen van de regiovisie is besloten om eerst te komen tot een lokaal uitvoeringsplan, alvorens de regiovisie ter kennisname naar de gemeenteraad te sturen. Het lokaal uitvoeringsplan en de regiovisie vullen elkaar in en geven een volledig beeld van onze visie en de daarbij behorende lokale en regionale focus en inzet.
4. Kanttekeningen Eind 2021 loopt het landelijke (ondersteunings)programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ af. De regionale en landelijke ondersteuning vanaf 2022 is dus onzeker. In de loop van 2021 zal duidelijk worden of en hoe het rijk hier een vervolg aan gaat geven. Vanuit de gemeente zullen we ons sterk maken voor een passend vervolg en continuïteit van regionale & landelijke ondersteuning.
5. Financiën De middelen die genoemd staan in de regiovisie, en de middelen die jaarlijks vanuit de gemeente Barneveld beschikbaar gesteld worden in de kadernota en het preventief jeugdbeleid (€35.000) zijn dekkend om de regiovisie en dit lokaal uitvoeringsplan mogelijk te maken. Het landelijke (ondersteunings)programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ maakt de regionale projecten grotendeels mogelijk.
6. Uitvoering Planning De genoemde projecten en activiteiten hebben hun eigen planning en acties en vinden gedurende dit jaar plaats. Communicatie Na instemming door het college worden de regiovisie en het lokaal uitvoeringsplan ter kennisname aan de gemeenteraad gestuurd. Evaluatie/controle Monitoring en evaluatie van projecten vindt afzonderlijk en doorlopend het jaar plaats, en niet op een vast moment omdat projecten hun eigen start- en einddatum kennen. Op basis van de evaluatie zal bepaald worden in hoeverre deze projecten blijven bijdragen aan de gestelde doelen en ambities. Elk 4e kwartaal van het kalenderjaar wordt bekeken of dit uitvoeringsplan nog recht doet aan de situatie, of dat een herijking gewenst is.
7. Bijlagen 1. Regiovisie Geweld in Afhankelijkheidsrelaties 2020-2024 2. Lokaal Uitvoeringsplan GIAR Barneveld 2021+
Lokaal uitvoeringsplan Geweld in Afhankelijkheidsrelaties Barneveld 2021+
Inleiding Medio 2020 is de regiovisie opgesteld ‘geweld in afhankelijkheidsrelaties 2020 – 2024’. De regiovisie is opgesteld op basis van het landelijke programma ‘Geweld hoort nergens thuis’, wat loopt vanaf 2018. De regiovisie beschrijft dat de gemeente separaat zijn voornemens concretiseert in een gemeentelijk uitvoeringsplan. Door middel van dit lokaal uitvoeringsplan geeft de gemeente Barneveld daar invulling aan. Het eerste gemeentelijke uitvoeringsplan betreft een doorkijk voor de periode vanaf het 1e kwartaal van 2021. De gemeentelijke taken op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties worden hierin geborgd. Dit lokale uitvoeringsplan en dus onze aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling focust zich met name op bewustwording, signalering, deskundigheidsbevordering en verbetering van de ketensamenwerking. Logischerwijs zet de gemeente zich ook in om dit alles, en dus huiselijk geweld en kindermishandeling, te voorkomen. Alle inzet die de gemeente, CJG en andere maatschappelijke partners pleegt op het gebied van preventie staan beschreven in het beleidsplan sociaal domein ‘mensen voorop’, en worden bewust niet meegenomen in dit lokale uitvoeringsplan (denk aan de jeugdgezondheidszorg, gezinscoaching, kansrijke start of het cursusaanbod van het CJG).
Het uitvoeringsplan is een limitatief overzicht van projecten en activiteiten die de komende periode herhaald of uitgerold worden. Daarbij is een onderverdeling gemaakt tussen lokale en regionale projecten. De regionale projecten dienen de lokale projecten te versterken, en andersom. Er zijn geen lokale aanvullende ambities of doelen opgesteld, daar deze in de regiovisie duidelijk benoemd staan. De activiteiten zoals hieronder genoemd dragen allen bij aan deze ambities of doelen, die op hun beurt weer aansluiten bij de landelijke actielijnen uit het programma ‘Geweld hoor nergens thuis’: 1. Eerder en beter in beeld 2. Stoppen en duurzaam oplossen 3. Aandacht voor specifieke doelgroepen
Geweld in afhankelijkheidsrelaties voorkomen of zo vroeg mogelijk signaleren en adequaat reageren. Het geweld zo snel mogelijk en duurzaam stoppen, schade beperken en herstel bevorderen, zodat nieuwe ontwikkelingskansen ontstaan voor de betrokkenen. Voor extra kwetsbare groepen met specifieke problemen is de nodige deskundigheid in de West Veluwe Vallei aanwezig
De middelen die genoemd staan in de regiovisie, en de middelen die jaarlijks vanuit de gemeente Barneveld beschikbaar gesteld worden in de kadernota en het preventief jeugdbeleid (€35.000) zijn dekkend om de regiovisie en dit uitvoeringsplan mogelijk te maken. Het landelijke (ondersteunings)programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ maakt de regionale projecten grotendeels mogelijk.
1
Monitoring & Evaluatie Monitoring en evaluatie van projecten vindt afzonderlijk en doorlopend het jaar plaats, en niet op een vast moment omdat projecten hun eigen start- en einddatum kennen. Op basis van de evaluatie zal bepaald worden in hoeverre deze projecten blijven bijdragen aan de gestelde doelen en ambities. Elk 4e kwartaal van het kalenderjaar wordt bekeken of dit uitvoeringsplan nog recht doet aan de situatie, of dat een herijking gewenst is. Monitoring & evaluatie speelt ook een belangrijke rol in het bepalen van voldoende urgentiebesef binnen de domeinen (onderwijs, jeugd, Wmo, etc.), en of er voldoende inzet en focus is ten aanzien van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zowel de urgentie, de behoefte als het aanbod creëren de toekomstige inzet en focus. De cijfers van Veilig Thuis (meldingen en adviezen t.a.v. huiselijk geweld en kindermishandeling) ondersteunen in het bepalen van trends en de effecten van de aanpak. Hierdoor kunnen (weliswaar beperkt) ook de cijfermatige effecten van de aanpak inzichtelijk gemaakt worden. Wat hebben we reeds bereikt? Vanaf 2016 kent de gemeente Barneveld een specifieke aanpak op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. De aanpak was met name gericht op signalering, bewustwording en het trainen van professionals. Deze professionals kunnen uiteindelijk gezinnen en kinderen de ondersteuning bieden die nodig is.
Belangrijk onderdeel van deskundigheidsbevordering is het trainen en faciliteren van aandachtsfunctionarissen, waar de gemeente Barneveld mee gestart is in 2017. In deze trainingen gaat men onder andere in op signaleren, de meldcode, de verwijsindex, risico- en veiligheidstaxatie en gespreksvaardigheden. Door de aanpak en de trainingen zijn honderden professionals getraind. Naast deze trainingen zijn vanuit de regio verschillende projecten afgerond (vanuit ondersteuningsprogramma ‘Geweld hoort nergens thuis’) en geborgd. Recent voorbeeld zijn de projecten ‘Sneller thuis’ en de plegersaanpak. ‘Sneller thuis’ zet zich in op nieuwe afspraken met woningbouwverenigingen met als doel het versnellen van zelfstandig wonen op een vaste plek zodat cliënten van Moviera in hun eigen leefomgeving sneller kunnen toewerken naar een duurzaam en veilig leven. De plegersaanpak richt zich op plegers door middel van het organiseren van laagdrempelige ondersteuning aan plegers van huiselijk geweld, en het bieden van handvaten aan professionals voor het begeleiden en betrekken van de plegers, om zo huiselijk geweld duurzaam tegen te gaan. Moviera draagt zorg voor verdere uitrol en borging van beide projecten.
Naast deze projecten zet de gemeente Barneveld de ‘Week tegen kindermishandeling’ al jaren in om bewustwording te creëren over dit onderwerp, en inwoners en professionals handvaten te bieden om dit onderwerp bespreekbaar te maken.
2
Lokale projecten – activiteiten Hieronder staan lokaal georganiseerde projecten en activiteiten weergegeven, al dan niet in samenwerking met omliggende gemeenten, of in samenwerking met externe deskundigen of organisaties.
HGKM = GHNT = CJG = AF(’en) = WtK =
Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Geweld hoort nergens thuis (landelijk programma) Centrum voor Jeugd en Gezin Aandachtsfunctionaris(sen) Week tegen Kindermishandeling
LOKAAL Activiteit Trainingen en bijeenkomsten aandachtsfunctionarissen
Doelgroep
Doel & Inhoud
Acties - Planning
Maatschappelijke organisaties en professionals die werken met kinderen en kwetsbare groepen
Alle maatschappelijke organisaties en professionals die werken met inwoners en kwetsbare groepen hebben minimaal 1 opgeleide AF. Deel van inhoud van de training is signaleren, de meldcode, de verwijsindex, risico- en veiligheidstaxatie en gespreksvaardigheden.
In 2021 zullen drie trainingstrajecten en drie netwerkbijeenkomsten plaatsvinden.
Bijscholing interne AF’en via aanbod nul23 en/of LVAK (landelijke vereniging van AF’en)
Intervisie aandachtsfunctionarissen
Alle AF’en binnen de gemeente Barneveld
Bijscholing AF’en en bespreken nieuwe ontwikkelingen. Blijvende positionering en borging van AF’en.
Extern betrokkenen Nul23
In april 2021 eenmalig een bestuurdersbijeenkomst voor maatschappelijk organisaties voor borgen en positioneren AF’en.
Drie á vier keer per jaar
CJG (begeleider)
Evaluatie en planning WtK 2021
Nul23
Gedragsdeskundige vanuit het CJG begeleidt de intervisie.
Week tegen kindermishandeling en andere campagnes
Maatschappelijke organisaties en professionals die werken met kinderen en kwetsbare groepen
Eerder en beter in beeld. Bewustwording creëren over het onderwerp HGKM.
Bepalen deelname campagnes zoals Orange The World en maken communicatie kalender
3
Incompany trainingen
Gespreksvoerders gemeente Barneveld
Aandacht voor specifieke doelgroepen. Denk aan specifieke trainingen over eergelateerd geweld, ouderenmishandeling, complexe scheidingen etc.
Bespreken behoefte en plannen trainingen.
Gespreksvoerders
Zelfscan ‘werken aan veiligheid’
Toegang sociaal domein gemeente Barneveld
De gemeente kan deze zelfscan gebruiken om een goed beeld te krijgen in hoeverre de inrichting van de toegang voldoende is voor een effectieve signalering en aanpak van HGKM.
Interpretatie en analyse van de reeds ingevulde zelfscan. In het 1e kwartaal zullen de resultaten en mogelijke verbeterpunten in beeld gebracht worden.
Gespreksvoerders
Kijken of en hoe verbreding kan plaatsvinden richting voortgezet onderwijs. Link met het project Handle with Care (zie regionaal)
Augeo Primair Onderwijs
Plannen voor 2021
CJG (Uitvoerder, Schoolmaatschappelijk werk)
Onderzoeken (meerwaarde) financiële alliantie (veilig ouder worden), samen met de gemeente Scherpenzeel. Vervolgens opzetten en eerste samenwerking / verdieping lokale alliantie. Dit project en regionale
Moviera GHNT Gemeente Scherpenzeel
Op basis van de resultaten van deze zelfscan kan de gemeente bepalen of en zo ja op welke onderdelen de lokale toegang verbetert kan worden.
Online scholingsaanbod Augeo
Primair onderwijs
Gastlessen basisscholen
Kinderen in het PO
Signaleren en ondersteunen van kwetsbare kinderen. Er is een digitaal scholingsaanbod beschikbaar voor primair onderwijsscholen, waar men het gehele jaar gebruik van kan maken o.b.v. de behoefte. Bewustwording creëren bij kinderen in groep 7 en 8 van de basisschool. Dit aanbod is ontwikkeld o.b.v. een klokhuis programma (kennis, filmpjes, en ervaringsdeskundige). Maakt onderdeel uit van het generieke aanbod van preventielessen vanuit het CJG, zoals ook kind- en oudertrainingen of weerbaarheidstrainingen.
Aanpak ouderenmishandeling
Maatschappelijke organisaties en professionals die werken met kwetsbare ouderen
In beeld brengen omvang en noodzaak tot een specifieke aanpak financiële uitbuiting bij ouderen. Mogelijke lokale en regionale activiteiten zijn:
4
Voorlichtingsbijeenkomsten voor kwetsbare ouderen kennisbijeenkomst voor professionals digitale toolkit voor professionals informatieve flyer voor ouderen training sleutelfiguren aanpak ouderenmishandeling
activiteiten vinden doorlopend in 2021 plaats.
Het structureel aanpakken en tegengaan van seksuele uitbuiting (gedwongen prostitutie, loverboys), arbeidsuitbuiting of criminele uitbuiting (gedwongen worden om winkeldiefstal te plegen).
In 2022 dient er een plan van aanpak opgeleverd te worden.
Aanpak mensenhandel
Ketenpartners binnen het sociaal en veiligheidsdomein
Moviera GHNT
5
Regionale projecten – activiteiten Onder de regionale activiteiten worden de projecten en activiteiten bedoeld waarbij de coördinatie in regionaal verband plaatsvindt.
REGIONAAL Activiteit
Doelgroep
Doel & Inhoud
Gespreksvoerders, lokaal bestuur, maatschappelijke organisaties en professionals die werken met inwoners en kwetsbare groepen, vluchtelingenwerk en risicodoelgroepen
Versterken van de deskundigheid rondom schadelijke traditionele praktijken en cultuursensitief werken. Tevens creëren we bewustwording binnen de gesloten gemeenschappen rondom huiselijk geweld & schadelijke traditionele praktijken.
Handle with Care
Primair onderwijs Voortgezet onderwijs
Meldcode in het PO
Primair onderwijs
Schadelijke traditionele praktijken
Acties - Planning
Betrokkenen
Reeds in 2019 gestart. Medio 2021 loopt dit project ten einde.
GHNT – Regionaal projectleider Salouz ECS Trainingen
Steun bieden in de klas aan kinderen die getuige zijn van HGKM. De politie geeft na een gewelddadig incident aan de leerplichtambtenaar en school door dát er iets is gebeurd, zonder te vertellen wát er is gebeurd.
Reeds uitgerold. Voorjaar 2021 monitoring en mogelijke verbreding naar het voortgezet onderwijs.
GHNT – Regionaal projectleider
Het versterken van het gebruik van de meldcode en verwijsindex binnen het onderwijs, en het meer bespreekbaar maken van Geweld in Afhankelijkheidsrelaties binnen de schoolbesturen, directie en scholen. Dit moet de meldingsbereidheid verhogen waarbij kinderen binnen de West Veluwe Vallei eerder en beter in beeld komen.
Reeds begonnen met uitzetten van fase 1: 0-meting d.m.v. digitale enquête, en groepsgesprekken. Fase 4 dient eind 2020 gerealiseerd te zijn, waarbij we verbeteracties in beeld hebben, en meer vraag- en behoeftegericht werken.
GHNT – Regionaal projectleider
Cultuursensitief werken en aanpak van eergelateerd geweld (is geestelijk of lichamelijk geweld om de geschonden eer van de familie te herstellen). Denk aan huwelijksdwang.
Looptijd 1 september 2020 t/m 31 december 2021.Nulmeting en groepsgesprekken al vanaf start.
6
Vraag- en behoeftegericht aanbod start vanaf Q2 2021.
Meldcode HGKM overig
Maatschappelijke organisaties en professionals die werken met kinderen en kwetsbare groepen
Alle voorgenoemde organisaties kennen een wettelijke verplichting om de meldcode te gebruiken indien daar aanleiding voor is. De meldcode HGKM helpt professionals bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling.
Implementatie meldcodetour kinderopvang, BSO en gastouders. Start 9 maart 2021. Er vinden vier sessies plaats. Focus op meldcode in de praktijk: hoe maak ik het bespreekbaar en hoe doorloop ik de stappen.
GHNT – Regionaal projectleider
MDA++
Betrokken maatschappelijke partners
Specialistische aanpak voor het doorbreken van hardnekkige patronen van huiselijk geweld en kindermishandeling en richt zich op ongeveer 5% van alle gevallen waar sprake is van ernstige structurele onveiligheid in hun gezinssysteem of leefwereld.
Deze aanpak zal de komende tijd in onze regio worden geïmplementeerd. Start met creëren urgentiebesef en organiseren inspiratiesessie over werken met visie op Veiligheid.
GHNT - Regionaal Projectleider Lokale gespreksvoerders/ CJG Veilig Thuis OM GGZ Moviera Veiligheidshuis & Overige specialistische instellingen.
De ketenaanpak en -samenwerking versterken waarbij psychosociale, medische, forensische en justitiële specialisten uit verschillende instellingen hun expertise bundelen.
Looptijd 1 januari t/m 31 december 2021.
Preventie activiteiten en trainingsaanbod Moviera
Maatschappelijke organisaties en professionals die werken met kinderen en kwetsbare groepen
Iedere gemeente in de regio kan twee interventies van Moviera inzetten op een onderwerp en doelgroep dat lokaal wordt bepaald. Vaak zijn dit trainingen, workshops of voorlichtingen.
Bespreken trainingsaanbod 2021 en plannen trainingen en/of bijeenkomsten
Moviera
Verwijsindex
Maatschappelijke organisaties en professionals die werken met kinderen en kwetsbare groepen
De verwijsindex heeft tot doel vroegtijdige en onderlinge afstemming tussen hulpverleners te bewerkstelligen, zodat jeugdigen tijdig passende hulp, zorg of bijsturing kunnen ontvangen. Met name als er sprake is van risicovolle opvoedsituaties is het belangrijk om deze zo snel mogelijk in beeld te krijgen.
Trainingen plannen.
Gemeente Ede (coördinatie) Overige gemeenten Foodvalley
Communicatie en stimuleren van organisaties in het gebruik van de verwijsindex. Accenten aanbrengen o.b.v. gebruik en data.
7
Mogelijke implementatie ‘pilot sluis’ voor verbreding van de verwijsindex (0 – 100 jaar).
Veilig thuis en veiligheidshuis Niet in het overzicht opgenomen maar een voorziening in de gemeente Barneveld (en de regio) waar inwoners dan wel professionals een beroep op kunnen doen is Veilig Thuis Gelderland Midden. Hier kan men een melding doen bij concrete of acute signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling, of het inwinnen van advies om mogelijke onveilige thuissituaties te bespreken. Reguliere hulpverlening en inzet binnen een huishouden (al dan niet naar aanleiding van een melding bij of advies door Veilig Thuis) leidt niet altijd tot het gewenste resultaat, waarbij structurele onveiligheid aanwezig blijft. Structureel onveilig is het in gezinnen en huishoudens waar zich herhalende of voortdurende onveilige en schadelijke gebeurtenissen en situaties voordoen. Als dit het geval is kan het veiligheidshuis West Veluwe Vallei (of Arnhem) uitkomst bieden. Het veiligheidshuis en partners voeren een Multi disciplinair overleg (MDO) waarbij de instrumenten repressie, bestuurlijke interventies en zorg tot de mogelijkheden behoren. In de uitvoering en behandeling van casuïstiek is de afstemming tussen het sociale domein en veiligheidsdomein cruciaal, om een duurzame oplossing te bieden voor huishoudens waar sprake is van structurele onveiligheid. Binnen de hierboven genoemde lokale en regionale projecten zal daar structureel aandacht voor zijn.
8
Regiovisie Geweld in afhankelijkheidsrelaties Regiovisie West Veluwe Vallei 2020-2024 BB.pdf
Veilig thuis in de Vallei 2020 - 2024
“Er is maar 1 iemand nodig om de cirkel van geweld te doorbreken. En iedereen kan die ene zijn. Die ene hulpverlener, die ene leraar, die ene buurvrouw of die ene wethouder.” Samen maken wij het verschil!
Mevrouw L.D. de Brito Wethouder Wageningen
Mevrouw H.E. van Dijk-van Ommering Wethouder Scherpenzeel
De heer H. Dijksterhuis Wethouder Nijkerk
De heer P.J.T. van Daalen Wethouder Barneveld
De heer L. Meijer Wethouder Ede
Veilig thuis in de Vallei
2
Inhoudsopgave
1. Inleiding ................................................................................................... 4 2. Omvang van geweld in afhankelijkheidsrelaties ....................................... 6 3. Regiovisie 2020 – 2024 ............................................................................ 7 4. Actielijnen................................................................................................. 8 4.1. Actielijn 1: Eerder en beter in beeld .................................................... 8 4.2. Actielijn 2: Stoppen en duurzaam oplossen ...................................... 14 4.3. Actielijn 3: Specifieke groepen .......................................................... 18 5. Financiering ........................................................................................... 21 6. Uitvoeringsagenda ................................................................................. 22
Veilig thuis in de Vallei
3
1.
Inleiding
Een veilig thuis in de Vallei Geweld in afhankelijkheidsrelaties is één van de omvangrijkste geweldsvormen in onze samenleving. Er zijn verschillende vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties zoals partnergeweld, kindermishandeling, ouderenmishandeling, eergerelateerd geweld of financiële uitbuiting. Kenmerk van het geweld is dat er een afhankelijkheidsrelatie is tussen slachtoffer en pleger. Dan kan het gaan om relationele afhankelijkheid, economische afhankelijkheid, zorgafhankelijkheid of een combinatie daarvan. Deze vormen van geweld komen voor in alle sociaal -economische klassen en binnen alle culturen in de Nederlandse samenleving. Slachtoffers zijn in de meeste gevallen vrouwen en kinderen, maar het treft ook mannen, ouders en ouderen. Als een mens zich ergens veilig moet kunnen voelen dan is dat wel thuis. Iedereen heeft recht op een veilige thuisbasis. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet geeft gemeenten de verantwoordelijkheid voor het voeren van beleid ter bestrijding van geweld in afhankelijkheidsrelaties Er gebeurt al veel maar de problematiek blijkt hardnekkig Met deze Regiovisie geven we een nieuwe impuls aan ons lokaal en regionaal beleid. Daarin kunnen alle partijen hun verantwoordelijkheid nemen in de aanpak van dit maatschappelijk probleem.
De gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen werken hierin samen: lokaal waar het kan, samen waar het moet en altijd in samenhang Terugblik Regiovisie 2014 – 2018 In de nieuwe Wmo is opgenomen dat alle centrumgemeenten in samenspraak met hun regiogemeenten een regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling opstellen, als onderdeel van het Wmo beleidskader. Doel van het opstellen van de regiovisie is de samenwerking tussen centrumgemeenten en regiogemeenten te versterken, verantwoordelijkheden te verhelderen en gezamenlijk de doorlopende lijn van preventie tot nazorg te organiseren1. Centrumgemeente Ede heeft samen met de regiogemeenten hier uitvoering aangegeven en destijds Regiovisie aanpak van geweld in huiselijke kring 2014-2018 opgesteld. Aanvullend heeft de regio in 2017 het Manifest Meldcode uitgebracht waarmee een impuls werd gegeven tot het gebruik van de Meldcode geweld in afhankelijkheidsrelaties. Er is de afgelopen jaren veel in gang gezet. Dat geeft een goede basis om op te bouwen; er is geïnvesteerd in het gebruik van de Verwijsindex, er zijn vele aandachtsfunctionarissen aangesteld en getraind, er is aandacht gegeven aan de verbeterde Meldcode. En er zijn vele netwerkbijeenkomsten, trainingen voor professionals en vrijwilligers georganiseerd.
Nu, vijf jaar later, is voor alle betrokken partijen duidelijk dat geweld in afhankelijkheidsrelaties nog steeds onderdeel is van onze samenleving. We slagen er onvoldoende in om geweld in afhankelijkheidsrelaties te voorkomen en terug te dringen. Dat is niet alleen zo in de West Veluwe Vallei, maar ook landelijk. Midden 2018 is door de VNG, samen met Veiligheid en Justitie en VWS, het meerjarenprogramma “Geweld hoort nergens thuis” gepresenteerd. Gemeenten gaan samen met het Rijk de strijd aan tegen huiselijk geweld. De nieuwe Regiovisie West Veluwe Vallei 2020-2024 biedt de mogelijkheid om de eerdere samenwerking verder te brengen, zowel op bestuurlijk als op uitvoerend niveau. Programma Geweld Hoort Nergens Thuis Het nationale meerjarenprogramma “Geweld hoort nergens thuis” loopt tot 2022. De ambitie van dit programma is om; geweld in afhankelijkheidsrelaties terug te dringen, de schade ervan te beperken en zo de cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie, te doorbreken. Deze doelstelling wordt door de West Veluwe Vallei volledig onderschreven. Het programma heeft deze ambities uitgewerkt in drie actielijnen: 1. Geweld in afhankelijkheidsrelaties eerder en beter in beeld te hebben; 2. Geweld in afhankelijkheidsrelaties te stoppen en duurzaam op te lossen; 3. Specifieke doelgroepen met specifieke problemen extra aandacht te schenken.
In de Regiovisie West Veluwe Vallei 2020-2024 worden de actielijnen uit dit landelijke programma vertaald naar een lokale visie. Hierbij worden de nieuwe ontwikkelingen als de aanscherping van de Wet Meldcode, de radarfunctie Veilig Thuis en de ontwikkeling van MDA++ meegenomen. Hierbij is er nog veel winst te behalen met preventiever werken, nog beter samenwerken en nog beter signaleren op lokaal niveau. Samenwerken en deskundigheid zijn nadrukkelijke randvoorwaarden in de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties.
1
Kamerbrief Staatssecretaris van VWS van 14 december 2011 & WMO 2015
Veilig thuis in de Vallei
4
Noodzakelijke samenwerking De aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties dient zowel vanuit de verbinding met het sociaal domein als ook vanuit de verbinding met veiligheid te worden opgepakt. Samenwerking tussen de verschillende domeinen is essentieel. Actieve inzet van alle gemeenten is hierbij noodzakelijk. Elke gemeente hoort de aanpak zo te organiseren dat problemen zoveel mogelijk worden voorkomen of worden aangepakt voordat er überhaupt sprake is van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Elke gemeente is zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van deze taken. Het belang van het uitvoeren van deze gemeentelijke taken is groot omdat daardoor gewerkt kan worden aan het voorkomen en het duurzaam beëindigen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. De lokale (wijk)teams spelen hierin een belangrijke rol. Regionaal zijn opvangplaatsen beschikbaar voor die situaties waar dit vanwege de veiligheid noodzakelijk is. Voor mensen in een huishouden waar huiselijk geweld dreigt, zou het beter zijn als ze eerder in beeld zijn en al thuis de nodige hulp kunnen krijgen. Als we daarmee een voor hen zeer ingrijpende opname in de vrouwenopvang kunnen voorkomen, zou dat wenselijk zijn. Samenwerking in de keten huiselijk geweld en kindermishandeling lokaal en bovenlokaal is hiervoor essentieel. Regionaal Uitvoeringsplan De Regiovisie bepaalt de koers voor de komende jaren.
Door vaststelling van deze visie stemmen gemeenteraden hiermee in. Het is van belang dat de gemeenten binnen de West Veluwe Vallei in gezamenlijke verantwoordelijkheid zorg gaan dragen voor de implementatie hiervan. Na vaststelling van de Regiovisie door de gemeenteraden worden door de colleges van B&W de voornemens geconcretiseerd in gemeentelijke uitvoeringsplannen. Het eerste gemeentelijke uitvoeringsplan is voor de periode 2020/2021. Hierbij is de afstemming met de gehele aanpak van het sociale domein en veiligheidsdomein cruciaal. De gemeentelijke taken op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties worden hierin geborgd. Totstandkoming Deze Regiovisie is tot stand gekomen onder regie van de regionaal projectleider Huiselijk Geweld, in nauwe samenwerking met de ambtenaren, wethouders en ketenpartners van de West Veluwe Vallei. Er is ingezet op een breed draagvlak, waarbij gebruik is gemaakt van de expertise van verschillende belanghebbenden. Bijlage 1 bevat een lijst van de mensen en organisaties met wie is gesproken. De Regiovisie zal het beleid voor de komende vier jaar bepalen. De Regiovisie beschrijft de gezamenlijke visie, ambities en geeft duidelijkheid over taken en verantwoordelijkheden .
De West Veluwe Vallei
Veilig thuis in de Vallei
5
2.
Omvang van geweld in afhankelijkheidsrelaties
Landelijke cijfers Geweld in afhankelijkheidsrelaties is de meest voorkomende vorm van geweld in Nederland. Jaarlijks worden in Nederland minstens 200.000 personen slachtoffer van huiselijk geweld en 119.000 kinderen worden mishandeld. Geweld in afhankelijkheidsrelaties raken alle leeftijden en alle lagen van de bevolking. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum heeft in opdracht van het Rijk recent onderzoek gedaan naar de prevalentie van geweld in afhankelijkheidsrelaties in Nederland2. Enkele conclusies zijn: •
Ongeveer 1 op de 20 volwassenen heeft in een periode van vijf jaar wel eens met een voorval van fysiek en/of seksueel geweld in huiselijke kring te maken gehad.
•
Bij een derde van de volwassen slachtoffers bleef het bij een eenmalig voorval. Bij een grote groep vond echter enkele malen of zelfs structureel geweld plaats.
•
Het grootste deel van het geweld in huiselijke kring betreft (ex-)partnergeweld.
•
Huiselijk geweld is genderspecifiek; meer vrouwen dan mannen zijn slachtoffer van huiselijk geweld. Vrouwen zijn voorts vaker slachtoffer van structureel geweld.
•
Een vijfde van de slachtoffers praat niet over het geweld.
•
Gemiddeld heeft 1 kind in een schoolklas te maken met kindermishandeling.
•
Naar schatting wordt 5% van de thuiswonende ouderen boven de 65 jaar slachtoffer van mishandeling door partners, familie, huisvrienden of zorgverleners
•
Jaarlijks kloppen zo’n 10.000 vrouwen met hun kinderen aan bij de vrouwenopvang voor hun veiligheid
•
In 2018 zijn in de West Veluwe Vallei 27 slachtoffers van mensenhandel aangemeld voor hulp.
Cijfers Veilig Thuis De omvang van het probleem is ook terug te zien in het beroep dat wordt gedaan op Veilig Thuis Gelderland Midden. Onderstaande tabel bevat gegevens over het beroep dat vanuit de West Veluwe Vallei wordt gedaan op Veilig Thuis Gelderland Midden. De gegevens zijn verwerkt t/m september 2019. Regio West Veluwe Vallei Barneveld Ede Nijkerk Scherpenzeel Wageningen Totaal
Meldingen 2018 123 636 131 27 102 1019
2019* 100 587 103 28 103 921
Ondersteuning 2018 7 23 4 4 7 45
Onderzoeken 2019* 16 37 22 0 5 80
2018 19 50 10 6 10 95
Tijdelijk Huisverbod 2019* 12 31 9 4 11 67
2018 6 10 4 1 21
2019* 1 5 2 2 2 12
* Cijfers t/m september 2019
De adviesaanvragen zijn pas per 2019 te herleiden naar gemeenten van herkomst. Daarom staan hieronder het aantal adviesvragen voor de gehele regio Gelderland Midden. Ook hier zijn de gegevens verwerkt t/m september 2019. Veilig Thuis Gelderland-Midden
2019*
2018
2017
Adviesaanvragen aan Veilig Thuis
4259
4.076
3.241
De zichtbare stijging heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met de aangescherpte wettelijke meldcodes voor beroepsgroepen als het onderwijs, (huis)artsen, dagverblijven en sociaal werkers. Die zijn volgens de nieuwe regels verplicht om altijd melding te doen bij Veilig Thuis, ook als ze zelf hulp kunnen bieden . De cijfers laten alleen zien wat bij Veilig Thuis terecht komt. Het is aannemelijk dat het probleem nog groter is, omdat lang niet alle slachtoffers in beeld komen. 2 Syntheserapport ‘De prevalentie van geweld in afhankelijkheidsrelaties in Nederland’ - 2019
Veilig thuis in de Vallei
6
3.
Regiovisie 2020 – 2024
Centrale visie Iedereen heeft recht op een veilige thuisbasis. In de West Veluwe Vallei zetten we ons daarom in voor een toekomst zonder geweld. Dat doen de gemeenten niet alleen. Het voorkomen en aanpakken van geweld in afhankelijkheidsrelaties is een verantwoordelijkheid van iedereen. Het moet de norm worden dat geweld in afhankelijkheidsrelaties niet normaal gevonden wordt en uit de taboesfeer komt. Het ontwikkelen van een gedeeld normbesef is hier aan de orde: geweld in afhankelijkheidsrelaties is niet normaal en wordt niet getolereerd binnen de West Veluwe Vallei. We streven er naar om voor iedereen die met geweld in afhankelijkheidsrelaties te maken heeft of krijgt een passend hulpaanbod te realiseren. De veiligheid van slachtoffers staat in die aanpak voorop. Aandacht voor (potentiële) plegers en hun sociale omgeving is ook van belang. Voorkomen en stoppen van geweld doen we met de betrokkenen en met aandacht voor alle leefgebieden. Om het patroon van geweld te doorbreken is multidisciplinair en systeemgericht werken nodig. Dit wordt in de West Veluwe Vallei gedaan volgens de visie van Vögtlander en Van Arum: eerst samenwerken aan veiligheid, vervolgens om de oorzaken die ten grondslag liggen aan de onveiligheid aan te pakken door risicogestuurde en herstelgerichte zorg 3. Ook Veilig Thuis werkt volgens deze visie.
Een toekomst zonder geweld en het duurzaam borgen van veiligheid.
In het aspect van de veiligheid zit ook de urgentie van deze visie. Het is onacceptabel dat elk jaar opnieuw de thuissituatie van naar schatting meer dan 200.000 volwassenen en meer dan 119.000 kinderen onveilig is. Centrale uitgangspunten • Veiligheid heeft hoge prioriteit. • Preventie, signalering en nazorg vormen de basis van de aanpak om de geweldsspiraal van generatie op generatie te doorbreken; • De problematiek vereist (soms) langdurige begeleiding en een systeemgerichte en integrale aanpak vanuit het principe ‘één gezin, één plan, één regisseur’ met waar mogelijk ondersteuning vanuit het eigen sociale netwerk. • Lokaal als het kan, samen als het moet, maar altijd in samenhang. Centrale ambities In deze Regiovisie sluiten we aan bij de actielijnen uit het landelijk programma ‘Geweld hoort nergens thuis’: 1. Eerder en beter in beeld. Geweld in afhankelijkheidsrelaties voorkomen of zo vroeg mogelijk signaleren en adequaat reageren. 2. Stoppen en duurzaam oplossen. Het geweld zo snel mogelijk en duurzaam stoppen, schade beperken en herstel bevorderen, zodat nieuwe ontwikkelingskansen ontstaan voor de betrokkenen. 3. Aandacht voor specifieke doelgroepen. Voor extra kwetsbare groepen met specifieke problemen is de nodige deskundigheid in de West Veluwe Vallei aanwezig
3 Visiedocument gefaseerde ketensamenwerking mei 2016 Vögtlander & Van Arum
Veilig thuis in de Vallei
7
4.
Actielijnen
De drie actielijnen van het programma bestaan uit verschillende bouwstenen, die op hun beurt weer bestaan uit een groot aantal thema’s. Een deel van deze thema’s vraagt uitwerking en uitvoering op landelijk niveau. Een ander deel vraagt om uitwerking en uitvoering op regionaal of lokaal niveau. Het is niet mogelijk om op alle thema’s van het programma gelijktijdig in te zetten. Regionaal en lokaal stellen wij daarom prioriteiten in het uitvoeringsplan.
4.1.
Actielijn 1: Eerder en beter in beeld
Geweld in afhankelijkheidsrelaties kan nog meer worden voorkomen door inzet op preventie. Door het geweld dat al plaatsvindt eerder in beeld te hebben, kan de duur van het geweld worden verkort en kan vaak erger worden voorkomen. Hierdoor weten we ook hoe het slachtoffer en diens omgeving het beste kan worden geholpen. Binnen de West Veluwe Vallei focussen we ons vooral op de basis die op orde moet zijn. Dit bestaat uit het meer bespreekbaar maken van geweld in afhankelijkheidsrelaties, een krachtig lokaal (wijk)team en een goede implementatie van de Meldcode.
Veilig thuis in de Vallei
8
a. Bespreekbaar maken De ambitie bij de aanpak van huiselijk geweld richt zich o.a. op het vroegtijdig signaleren van geweld in afhankelijkheidsrelaties én idealiter het voorkomen hiervan. Elke gemeente is verantwoordelijk voor preventief beleid. Preventie is gericht op inwoners en gaat onder meer over kennis, houding en gedrag van volwassenen en kinderen. Het helpt als zij zich bewust zijn van het thema en van signalen die kunnen wijzen op geweld. Geweld in afhankelijkheidsrelaties bevindt zich nog te vaak in de taboesfeer. Wij streven naar een gedeeld normbesef: geweld in afhankelijkheidsrelaties is niet normaal en wordt niet getolereerd.
Het moet normaal worden dat geweld in afhankelijkheidsrelaties niet normaal gevonden worden. Via landelijke publiekscampagnes wordt er steeds aandacht gevraagd voor specifieke vormen van huiselijk geweld zoals de campagne ‘Het houdt niet op, totdat je iets doet’ van juni 2019. Veel preventieactiviteiten worden al in de lokale omgeving uitgevoerd, soms vanuit lokale plannen en soms vanuit regionale aanpak. Blijvende inzet op preventie en voorlichting is noodzakelijk; zoveel mogelijk ‘dicht bij huis’, in de (regio) gemeenten, wijken, buurten, vindplaatsen. b. Krachtige lokale (wijk)teams Lokale (wijk)teams hebben een belangrijke rol in de effectieve aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Dit vraagt onder andere om krachtige lokale (wijk)teams. Ze hebben een rol in het beter signaleren en bespreekbaar maken van geweld. En in het bieden van of het inzetten van zorg of hulpverlening om de risicofactoren van geweld in afhankelijkheidsrelaties weg te nemen. De lokale (wijk)teams hebben ook een rol in het in gang zetten van zorg- en/of hulpverlening gericht op het herstel van de gevolgen van geweld. Dit doen de lokale (wijk)teams in samenwerking met andere partners en instanties en in opdracht van de gemeenten. Daarnaast dragen zij zorg voor het zicht op veiligheid in die huishoudens die door Veilig Thuis worden overgedragen.
In ruim 85% van de meldingen die bij Veilig Thuis Gelderland Midden binnenkomen wordt na beoordeling van de veiligheid overgedragen naar de lokale (wijk) teams. Dit heeft als doel dat zij zich kunnen inzetten om directe en stabiele veiligheid in gezinnen/huishoudens te creëren. In de overige 15% doet Veilig Thuis onderzoek of zet Voorwaarden & Vervolg in. Na afronding hiervan, draagt Veilig Thuis ook deze huishoudens over aan de lokale wijkteams. Elke gemeente richt zijn lokale (wijk)team anders in. Er zijn bijvoorbeeld ‘0-100 wijkteams’ voor alle inwoners of aparte jeugd- en gezinsteams, waarbij sommige wijkteams zich vooral richten op het gezin en andere teams meer de focus leggen op het kind. Het ene wijkteam legt het initiatief vooral bij de inwoners, het andere wijkteam gaat de wijk in om signalen op te vangen of inwoners hulp nodig hebben (outreachend werken). Elke van deze keuzes brengt bepaalde risico’s en aandachtspunten met zich mee voor het borgen van de veiligheid. De VNG heeft, ondersteund door het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’, een handreiking voor kwaliteitsstandaarden opgesteld voor lokale (wijk)teams als het gaat om de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Deze handreiking heet: Veiligheid voor lokale (wijk)teams als uitwerking van het Kwaliteitskader Veilig Thuis – zicht op veiligheid4.
Deze handreiking heeft als doel gemeenten te ondersteunen in het inrichten en versterken van hun lokale (wijk)teams. Zo kunnen zij geweld in afhankelijkheidsrelaties eerder en beter in beeld krijgen en het geweld stoppen en duurzaam oplossen. De handreiking richt zich daarmee op gemeenten in hun (opdrachtgevende) verantwoordelijkheid naar lokale (wijk)teams en de regie daarop. Dat kan zijn als inkoper of uitvoerder, om de kwaliteit van de aanpak van onveiligheid in gezinnen en huishoudens op een voldoende niveau kunnen borgen.
4
Kwaliteitskader Veilig Thuis – zicht op veiligheid, Landelijk Netwerk Veilig Thuis, Utrecht, 1 juli 2016
Veilig thuis in de Vallei
9
Hieronder een korte schets hoe we er per gemeenten in de West Veluwe Vallei, anno midden 2019 ervoor staan: Barneveld (58.000 inwoners) In Barneveld is er geen sociale wijkteam maar wordt er gewerkt met gespreksvoerders die toe leiden naar ondersteuning. Eén team met verschillende expertise: jeugd, onderwijs, WMO, participatiewet en schuldhulpverlening. Hierbij is het van belang dat de professionals antennes hebben voor dingen die zich buiten hun vakgebied kunnen voordoen. Daar worden de 40 medewerkers doorlopend op getraind. Er wordt voornamelijk vraaggericht gewerkt, door de goede samenwerking met netwerkpartners is er oog voor signalen en hier wordt op geanticipeerd (outreachend). CJG is het voorliggende veld waar binnen de jeugd de eenvoudige casussen worden opgepakt, de complexe worden opgepakt door de gespreksvoerders. De gespreksvoerders zijn alle getraind rondom de meldcode, verwijsindex en kindcheck. Door de infrastructuur van Barneveld heeft het zijn tentakels in alles wat er gebeurt: bemoeizorg, onderwijs, etc. Huiselijk geweld is binnen Barneveld echt een thema. Door de hele gemeente heen zijn er inmiddels meer dan 90 aandachtsfunctionarissen opgeleid die verspreid zijn over vrijwel alle takken van het sociaal domein. Maar ook medici en vertegenwoordigers van kerken maken hier deel van uit.
Zij vormen samen een netwerk en nemen verschillende keren per jaar deel aan door de gemeente geïnitieerde scholing, intervisie en netwerkbijeenkomsten. Sinds april 2019 is een proces in het werksysteem van de gemeente gebouwd welke registreert hoe vaak de meldcode wordt gestart. Er zijn binnen de gemeente in totaal 6 aandachtfunctionarissen welke onderling intervisieoverleg hebben. Kindcheck wordt volop gestimuleerd zo dienen de gespreksvoerders participatiewet en schuldhulpverlening ook oog te hebben voor de kindcheck. Alle SKJ gespreksvoerders zijn in staat om een veiligheidsplan op te stellen, hiervoor is een format aanwezig. Onlangs ook een training gehad omtrent risicoanalyse. Er is een goede samenwerking met de kerkgemeenschap. Een beleidsmedewerker zit tweejaarlijks met de Pastoren om tafel waar ook HGKM wordt geagendeerd. Casussen die binnenkomen vanuit gesloten groepen zijn veelal complexe situaties daar men te lang heeft gewacht om hulp in te schakelen. Dit betreft veelal casussen rondom kinderen.
Ede (115.000 inwoners) In Ede is de infrastructuur per januari 2019 gewijzigd, er wordt nu gewerkt met drie teams: CJG, Toegangsteam Jeugd en het Sociaal Team. Er zijn 4 Sociaal Teams in de gemeente actief. Het Sociaal Team is er voor 0-100 jarigen en richt zich op complexe multiprobleem gezinnen die niet in staat zijn om langdurig zelfstandig regie te kunnen voeren en dus vragen om een integrale oplossing. Zij verbinden ondersteuningsvragen op diverse leefgebieden aan elkaar en voeren actieve regie. Er wordt vraaggericht gewerkt, alle aanmeldingen komen binnen bij het klantcontactcentrum. Inwoners kunnen niet rechtstreeks terecht bij het sociaal team, professionals wel. Het maatschappelijk werk kan rechtstreeks gezinnen aanmelden bij de sociale teams daar waar sprake is van bovenstaande problematiek. Er zijn in totaal circa 50 medewerkers. Om goed in te kunnen zetten voor een leefbare en veilige omgeving heeft Ede het Interventieteam opgericht. Dit team voert regie op multiprobleem gezinnen waar sprake is van een combinatie straf en zorg. De problematiek wordt hier in volle breedte in kaart gebracht door gebruik te maken van alle systemen van de gemeente. Samen met relevante professionals komt men tot een integrale probleemanalyse en oplossingsrichting. Het lokale team is getraind rondom de Meldcode, verwijsindex, kindcheck en Signs of Safety.
Het bijhouden van deze kennis en vaardigheden is een aandachtspunt. Dit is op het vizier en er wordt aandacht aanbesteed: ondersteuning van de gedragswetenschapper en trainingen. Er is nog wel wens tot verdiepingen op het terrein van kindermishandeling en schadelijke traditionele praktijken. Complexe scheidingen zijn een groot probleem in Ede, zowel herkend bij gecertificeerde instellingen, zorgaanbieders en lokale teams. Het valt op dat de problematiek binnen de casussen vanuit gesloten groepen groot is. Hier zien we grote gezinnen en soms in combinatie met kinderen met beperkingen. Contacten tussen de lokale teams en de scholen verloopt goed. Een samenwerking met kerkgemeenschappen is nog een belangrijk aandachtspunt. Naast bovenstaande samenwerkingen is Ede ook bezig de ketensamenwerking met de huisartsen te versterken.
Veilig thuis in de Vallei
10
Nijkerk (43.000 inwoners) In Nijkerk zijn er vier gebiedsteams met in totaal 32 medewerkers waar twee teams zijn gekoppeld aan de gezondheidscentra in de wijk. De medewerkers van het gebiedsteam zijn alle getraind in veiligheid, veiligheidsplannen en geweld in afhankelijkheidsrelaties breed. Er is een centraal bureaudienst waar alle vragen, aanmeldingen en signalen binnenkomen. Werken voornamelijk vraaggericht maar hebben wel hun focus op outreachend werken door veel aan communicatie te doen: foldermateriaal is wijd verspreid, laagdrempelige inloopspreekuren op scholen en medewerkers zijn gekoppeld in rol van vraagbak aan mensen in voortgezet onderwijs. De gemeente organiseert 2 x per jaar netwerkbijeenkomsten voor alle AF waarbij specifieke thema’s aan de orde komen. Er wordt binnen de gemeente intensief ingezet op de rol van aandachtfunctionaris. Deze ondersteunt het centraal bureaudienst, geeft aansturing bij het opstellen van veiligheidsplan, en ondersteunt medewerkers als vraagbaak. Binnen de teams is er oog voor handelingsverlegenheid; volop ondersteuning van de gedragswetenschappers, toepassing vier ogen principe bij complexe zaken en scholing als training Signs of wellbeing. De medewerkers veiligheid/AF (in elk team 2) zijn alle getraind op de Meldcode, verwijsindex en kindcheck.
Sinds 2017 is de Meldcode geïmplementeerd in Mens Centraal (en halverwege 2018 ook in de andere systemen van leerplicht en Werk en Inkomen) zodat we kunnen monitoren hoe vaak de Meldcode gestart wordt. In 2018 en 2019 zijn kerkelijke groepen getraind in de Meldcode. Er zou nog wel een slag gemaakt kunnen worden in training rondom specifieke groepen als seksueel geweld en schadelijke traditionele praktijken, vooral het signaleren.
Scherpenzeel (9.800 inwoners) De gemeente Scherpenzeel heeft op de terreinen van Jeugd, Wmo en Participatie eigen consulenten in dienst, die werkzaam zijn in één sociaal team. Voor jeugd zijn dit 3 consulenten, er zijn 2 consulenten Wmo en 2 consulenten Participatie. Zij behandelen alle ondersteuningsvragen van inwoners op deze domeinen en geven eventueel een beschikking af. De consulenten van het jeugdteam zijn bovendien geschoold in het opstellen van veiligheidsplannen. Het (jeugd)team bestaat daarnaast ook uit 2 ambulante gezinsbegeleiders en een Centrum voor Jeugd en Gezin. Om de mix tussen regie en hulp verlenen te verbeteren wordt er intern naar toe gewerkt om meer integraal te werken en steeds meer één team te vormen met Jeugd, WMO, participatie. Focus ligt op een generalistische kijk naar buiten en een goede mix van specialismen in het team. Uitgangspositie is het in kaart brengen van de ondersteuningsvraag en een passende oplossing vaststellen waarbij eigen kracht/netwerk een belangrijke thema is. Er wordt oplossingsgericht gewerkt. Scherpenzeel heeft een goede samenwerking met scholen, huisartsen en welzijnspartners, netwerkpartners binnen Algemeen maatschappelijk werk (AMW) en met het programma Jeugd in Ontwikkeling in Scherpenzeel (JOS). Dit zijn vaak al zelfsignalerende partijen en gezien de grootte van de gemeente blijkt outreachend werken niet noodzakelijk.
De expertise binnen de gemeente rondom de Meldcode en kennis van de thema’s van geweld in afhankelijkheidsrelaties is op orde maar vergt blijvende aandacht. Er wordt aandacht gegeven aan het verbeteren van de regievoering voeren (coördinatie van zorg) en aandacht voor specifieke doelgroepen. Sinds dit jaar is er een intern overleg gericht op het ‘nietpluis gevoel’ bestaande uit onder meer de burgemeester, coördinator Sociaal Team en een beleidsmedewerker. Dit is een intern MDO-overleg waarin verschillende agendapunten rondom geweld in afhankelijkheidsrelaties aan bod komt. Er is 2 keer in het jaar overleg met alle kerkgemeenschappen in Scherpenzeel, de burgemeester, wethouder, coördinator Sociaal Domein en een beleidsmedewerker. Ook met alle Scherpenzeelse huisartsen is structureel overleg. Wat betreft casussen, komen er in Scherpenzeel regelmatig problemen vanuit gesloten groepen binnen. Het komt voor dat men lang heeft gewacht met inschakelen van hulp waardoor er eenmaal binnen, meer problematiek naar de oppervlakte komt. Daarnaast zien we het aantal complexe echtscheidingen toenemen.
Wageningen (39.000 inwoners) Wageningen is een studentenstad met een grote diversiteit aan inwoners. In Wageningen is gekozen voor één integraal team op één locatie: Startpunt Wageningen. Hier komen alle vragen terecht binnen het Sociaal Domein. Het Startpunt bestaat uit een frontoffice, welke wordt bezet door 13 generalistische medewerkers maar wel hun eigen specialisme hebben, en een midoffice bestaande uit wmo- en jeugdconsulenten, klantmanagers, schulddienstverleners en inkomensconsulenten. Uitgangspunt van het Startpunt is dat er vraaggericht gewerkt wordt. Er wordt met name GGZ- en verslavingsproblematiek ervaren binnen multi-probleem gezinnen. De meeste signalen van Geweld in afhankelijkheidsrelaties spelen zich af rondom jeugd, waarvan vele plaatsvinden binnen vechtscheidingen en bij gezinnen waarin LVB-problematiek speelt. Een kleine groep inwoners kampt met ernstige en complexe problemen die raken aan het zorg- én het veiligheidsdomein. Het kan gaan om een opeenstapeling van persoonlijke problemen. Oorzaken en gevolg lopen dwars door elkaar heen. Medewerkers van het Startpunt werken met het vier ogen principe, waarbij ondersteuning wordt geboden door de aandachtfunctionaris of gedragswetenschapper. Binnen het Startpunt is de Meldcode, verwijsindex en kindcheck geïmplementeerd en zijn er LVAK getrainde aandachtfunctionarissen.
Ook loopt in Wageningen het project Handle with Care. Hierin werken het onderwijs en de politie nauw samen bij het organiseren van snelle steun voor kinderen die thuis geweld meemaken. De politie geeft na geweld of andere heftige incidenten een signaal door aan de school. Zo kunnen leerkrachten een kind onmiddellijk steunen. Elk jaar wordt er aandacht gegeven aan het gebruik van de meldcode door het organiseren van trainingen voor maatschappelijke partners. Startpunt wil zich nog verder ontwikkelen op het gebied van integraal werken en steviger inzetten dat inwoners laagdrempelig terecht kunnen met zorgen rondom huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit heeft prioriteit in 2019 en 2020. Er ligt wel nog een wens naar een verdieping op het snijvlak kindermishandeling en schadelijke traditionele praktijken.
Veilig thuis in de Vallei
11
c. De Meldcode De Meldcode geldt voor alle professionals die werken met kinderen, jongeren en volwassenen (waaronder ook ouderen). Per 1 januari 2019 is de verbeterde Meldcode van kracht. Melden bij Veilig Thuis wordt bij vermoedens van acute en structurele onveiligheid de professionele norm. Om beroepskrachten te helpen bij het bepalen of hier sprake van is, zijn afwegingskaders gemaakt door de beroepsgroepen zelf. Het doel van de verbeterde Meldcode is ervoor te zorgen dat geweld in afhankelijkheidsrelaties eerder in beeld komt, betrokkenen zo snel mogelijk in veiligheid komen en dat deze veiligheid ook structureel geborgd is. Dit doel kan alleen gerealiseerd worden als professionals vanuit diverse disciplines met elkaar samenwerken. Veilig Thuis draagt vanuit partnerschap bij aan de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Het tijdig op de hoogte brengen van Veilig Thuis is nodig om Veilig Thuis in positie te brengen om signalen uit verschillende bronnen te verbinden met de melding. Het voordeel hiervan is dat Veilig Thuis over langere tijd kan monitoren (radarfunctie). De verwachting is dat structurele geweldspatronen daardoor eerder herkend en doorbroken kunnen worden.
De verbeterde Meldcode komt voort uit de Wet Verplichte Meldcode. Deze wet zegt niet alleen dat er een Meldcode aanwezig moet zijn in een organisatie, maar ook dat de organisatie de kennis over, en het gebruik van de Meldcode binnen de organisatie moet bevorderen. Organisaties zijn zelf verplicht om de verbeterde Meldcode met afwegingskaders vast te stellen, deze te implementeren en de kennis en het gebruik van de ervan te bevorderen bij hun medewerkers. De Wet laat de invulling van deze verplichting over aan de individuele organisaties, zodat goed kan worden ingespeeld op de behoeften en vragen van de medewerkers. Deze ruimte om een eigen invulling te geven aan scholing en training laat onverlet dat het om een wettelijke plicht gaat. Met de inzet van het Manifest Meldcode in 2017 hebben de gemeenten in de West Veluwe Vallei het bespreekbaar maken van de Meldcode gestimuleerd. Inzet op het ontwikkelen en behouden van expertise en vaardigheden bij de professionals blijft ook in de komende jaren belangrijk. Uit onderzoek weten we namelijk dat professionals die met een Meldcode werken drie keer vaker ingrijpen dan professionals die onvoldoende de Meldcode geïmplementeerd hebben.
De gemeenten hebben de volgende taken ten aanzien van de Meldcode: • Als uitvoerder van jeugdtaken en leerplicht, dienen ze zelf de Meldcode te gebruiken; • Ze zijn formeel opdrachtgever van Veilig Thuis; • Ze zijn toezichthouder op naleving van de Wet Meldcode bij kinderopvang en WMO; • Gemeenten zijn opdrachtgever voor lokale (wijk)teams belast met uitvoering WMO en Jeugdhulp. Professionals in lokale teams vallen onder de verplichte Meldcode. Binnen een lokaal team kunnen professionals uit verschilde beroepsgroepen met verschillende afwegingskaders werken. Iedere gemeente is zelf verantwoordelijk om deze rollen juist in te vullen en uit te voeren. Op grond van de wet5 zijn gemeenten verplicht toezicht te houden op de naleving van de bepalingen in de Wmo 2015 en in die van de Wet kinderopvang, waaronder ook de bepalingen ten aanzien van de verplichte Meldcode. Voor het uitoefenen van het toezicht biedt de Algemene wet bestuursrecht (art. 5:11 - 5:20) de gemeente de bevoegdheid om informatie op te vragen en waar nodig op te eisen bij de instellingen.
5
artikel 6.1 Wmo 2015 en artikel 1:61 Wet kinderopvang
Veilig thuis in de Vallei
12
De afgelopen jaren hebben we binnen de West Veluwe Vallei niet stil gezeten met betrekking tot het gebruik van de Meldcode. Er zijn door het Manifest Meldcode al veel goede ontwikkelingen in gang gezet. Het Manifest loopt van 2017 t/m 2020. Het heeft ervoor gezorgd dat we als gemeente zelf de meldcode geïmplementeerd hebben. Daarnaast hebben we geïnvesteerd in partnerschap en eigenaarschap om de Meldcode blijvend onder de aandacht te hebben bij organisaties die hiertoe wettelijk verplicht zijn. Ook hebben we regionaal geëvalueerd zodat we weten hoe ver we zijn gekomen. We zetten in het uitvoeringsplan per gemeente in op het versterken van succes, het oplossen van knelpunten en aanpakken van actiepunten waarop we nog niet op gewenste niveau zitten. d. Signalering binnen onderwijs Scholen spelen een zeer voorname rol in het vroegtijdig signaleren van kindermishandeling omdat bijna alle kinderen naar school gaan. Leerkrachten zien de kinderen dagelijks en jaren achter elkaar. Onderzoek laat zien dat in vrijwel elke schoolklas een leerling zit die slachtoffer is van kindermishandeling. Van leerkrachten wordt verwacht dat ze signaleren, dat ze ontwikkelingen en signalen waarover ze bezorgd zijn (of die opvallen) vastleggen en dat ze dit tijdig delen met het zorgteam binnen de school.
Zo komt er eerder en gerichter zicht op de situatie van een kind en kan er zo nodig hulp en zorg op gang komen. Tot en met september 2019 zijn er in totaal 2813 meldingen bij Veilig Thuis Gelderland Midden geregistreerd, waarvan er (slechts) 58 vanuit onderwijs afkomstig waren. Daarvan kwamen er 20 uit de West Veluwe Vallei. Meldingen vanuit het onderwijs blijven getalsmatig sterk achter bij andere beroepsgroepen. Scholen zijn verplicht om de verbeterde Meldcode met afwegingskaders vast te stellen, deze te implementeren in hun organisatie en de kennis en het gebruik van de ervan te bevorderen bij hun medewerkers. Het bijhouden van de benodigde kennis en vaardigheden blijkt een uitdaging te zijn voor de scholen. Handelingsverlegenheid wordt soms ook ervaren. Inzet op beter gebruik van de Meldcode is hard nodig. Naast het verbeteren van het gebruik van de meldcode binnen scholen, zet de West Veluwe Vallei zich ook in voor de implementatie van de werkwijze ‘Handle With Care’. Als kinderen vanwege een incident met huiselijk geweld of kindermishandeling met de Politie te maken krijgen, weten de leerkrachten op school vaak van niets of ze horen pas veel later dat er iets aan de hand was. In het project 'Handle with Care' geeft de Politie bij een incident van huiselijk geweld een signaal aan school. Dit betekent alleen dat de school weet dat er wat is gebeurd, niet wat er is gebeurd.
En dat het kind mogelijk extra steun nodig heeft: ‘Handle with Care’. De leerkracht kan dan op eenvoudige wijze het kind steunen, bijvoorbeeld als hij of zij vanwege het geweldsincident te laat komt of zijn huiswerk niet af heeft. Kleine gebaren die voor een kind in de knel een groot verschil kunnen maken. Onze ambities. Binnen de West Veluwe Vallei willen we dat:
1
Inwoners makkelijker vermoedens melden en makkelijker om hulp vragen;
2
Slachtoffers en plegers de weg weten te vinden naar hulpverlening;
3
Elke gemeente een krachtig lokaal (wijk)team / eerstelijnsaanpak heeft.
4
Professionals die verplicht de Meldcode moeten gebruiken, signalen bespreekbaar maken en de juiste acties in gang zetten, met name in het onderwijs;
5
Professionals die de Meldcode moeten gebruiken, de werkwijze van Veilig Thuis kennen en in welke situaties inzet en/of advies van Veilig Thuis noodzakelijk is, met name in het onderwijs;
Veilig thuis in de Vallei
13
4.2.
Actielijn 2: Stoppen en duurzaam oplossen
Geweld in afhankelijkheidsrelaties is een complexe en vaak hardnekkige problematiek. Die kan van generatie op generatie doorgaan en grijpt op meerdere levensdomeinen in. We begrijpen steeds meer van het effect van partnergeweld binnen een gezin met kinderen en het risico op intergenerationele overdracht. Voor het stoppen van het geweld en het duurzaam doorbreken van de geweldspiraal moet multidisciplinair en systeemgericht worden gewerkt. Systeemgericht betekent gericht op alle gezinsleden en direct betrokkenen om de veiligheid te herstellen. Multidisciplinair betekent met een sterke verbinding en gezamenlijk optrekken van maatschappelijke ondersteuning, zorgpartners, justitiepartners en onderwijsinstellingen. In gemeenten en regio’s wordt dit door betrokken ketenpartners (zowel lokale, regionale als landelijke partners) in hun reguliere inzet van hulp en andere interventies steeds beter vormgegeven. Dit multidisciplinair en systeemgericht samenwerken wordt gedaan volgens de visie gefaseerde ketenzorg. Dit moet een verschil gaan maken in de effectiviteit van de aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties. a. Gefaseerde ketenzorg De gemeenten van de West Veluwe Vallei omarmen de principes uitgewerkt in de visie gefaseerde ketenzorg ‘Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg’ 6.