AANGEPASTE VERSIE (11-11-2025) Ontwerp Programmabegroting 2026
Tekst van het document
Programmabegroting 2026
Inhoudsopgave
1. Aanbieding en inleiding
1
2. Financieel beeld en beslispunten
6
3. Financiële begroting
9
4. Programma’s
14
Programma 1 – Participatie & Ondersteuning Programma 2 – Bedrijvigheid & Bereikbaarheid Programma 3 – Woon- en Leefomgeving Programma 4 – Samenwerken, dienstverlenen en besturen
5. Paragrafen
44
Paragraaf 1 – Lokale heffingen Paragraaf 2 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf 3 – Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf 4 – Financiering Paragraaf 5 – Grondbeleid Paragraaf 6 – Verbonden partijen Paragraaf 7 – Bedrijfsvoering Paragraaf 8 – Wet open overheid
6. Bijlagen 1. Reserves en voorzieningen 2. Beleidstoevoegingen 2025-2028 3. Berekening EMU-saldo 4. Overzicht programma’s en taakvelden 5. Kerngegevens en indicatoren 6. Incidentele baten en lasten 7. Taakstellingen 8. Begrotingssubsidies
83
Aanbieding en inleiding Aanbieding
Koers houden: 'verantwoorde groei' Voor u ligt de Programmabegroting 2026. Het is de eerste uitwerking van de Kadernota 2026–2029, die uw raad in juli 2025 heeft vastgesteld. In de Kadernota 2026-2029 beklemtoonden wij het belang om onverkort vast te houden aan de ingezette koers van ‘verantwoorde groei’. De uitdagingen voor de groeiende gemeente Barneveld zijn groot. Naast de kansen die dit met zich meebrengt, zijn er tegelijkertijd doelgerichte keuzes nodig. Naast de druk op de overheidsfinanciën, zien we dat onze maatschappelijke opgaven steeds complexer zijn geworden. Dat vraagt - naast het voorbereiden en het doen van de nodige investeringen voor de toekomst van onze gemeente ook om het doen van gerichte beleidsimpulsen. Beleidsimpulsen waarmee wij de complexe opgaven in het Sociaal Domein dan wel in de Leefomgeving effectief kunnen aanpakken. Bij de behandeling van de Kadernota 2026 heeft u deze koers nog eens bevestigd. Nu gaat het om het samen vasthouden en het verder uitwerken van die koers. Via deze Programmabegroting doen we dat voor 2026, het laatste begrotingsjaar van deze bestuursperiode. We maken keuzes, die passen bij de vastgestelde ambities én bij wat financieel verantwoord is. Daarbij werken we vanuit een strategische blik, met duidelijke prioriteiten en uitvoeringskracht. Uitwerken voor 2026 2026 staat in het teken van het uitwerken.
Allereerst gericht op de ‘basis op orde’. Dat heeft vooral te maken met het verder versterken van onze financiële en organisatorische basis en het zo goed mogelijk uitvoering geven onze gemeentelijke taken. Tegelijkertijd bereiden wij de toekomstige investeringen voor en geven uitvoering aan de nodige beleidsimpulsen. In de vier programma’s binnen deze Programmabegroting treft u de onderbouwing daarvoor aan en leggen wij u keuzes voor passend bij de vastgestelde ambities voor de gemeente Barneveld. Daarmee is de Programmabegroting 2026 voor u een instrument om de vastgestelde koers verder te brengen. 2026 is ook het jaar waarin we een begin maken met het uitwerken naar acties van de recent vastgestelde plannen zoals verwoord in de Omgevingsvisie 2040 en in de Visie Sociaal Domein 2040. Twee cruciale inhoudelijke koersdocumenten voor onze gemeente, waarin het zorgen voor mensen, als ook het bieden van ruimte om te kunnen leven bij elkaar komen. Door sociaal en fysiek beleid met elkaar te verbinden, bouwen we aan een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Samenwerken We doen dit als gemeentebestuur niet alleen, maar vooral ook in samenspraak. Met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Zij denken mee, nemen initiatief en dragen eveneens verantwoordelijkheid.
Daarvoor zetten wij in 2026 onze samenwerking onverkort voort via onder andere participatietrajecten, cocreatie bij beleid en ondersteuning van lokale initiatieven. Zo zorgen we ervoor dat beleid aansluit bij wat er leeft en dat oplossingen gedragen worden. De kracht van de samenleving is leidend in hoe we keuzes maken en uitvoeren. Zoals gezegd, de maatschappelijke opgaven zijn steeds ingewikkelder geworden. Gemeente en samenleving hebben elkaar daarbij meer dan ooit hard nodig. Te denken valt aan bijvoorbeeld de weerbaarheid van onze samenleving. Weerbaar zijn tegen crises en onverwachte bedreigingen. Dat vraagt om vooruitdenken en tijdige voorbereiding – bij inwoners, organisaties én ondernemers. Samen met de rijksoverheid ondersteunen we dit, om het bewustzijn en gevoel van urgentie te vergroten. Juist daarom is samenwerking essentieel: gemeente, inwoners en partners trekken samen op, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid. Verkiezingen als momentum De Programmabegroting 2026 wordt opgesteld in een periode waarin democratische besluitvorming nadrukkelijk op de agenda staat. Op 29 oktober 2025 vinden de Tweede Kamerverkiezingen plaats, en in maart 2026 volgen de gemeenteraadsverkiezingen. Deze momenten onderstrepen het belang van koersvast bestuur en het versterken van het vertrouwen in de overheid.
De keuzes die wij nu maken, zijn niet alleen van invloed op het komende jaar, maar vormen ook het fundament voor het nieuwe gemeentebestuur dat in 2026 aantreedt. Juist daarom is het van belang dat we met deze begroting laten zien hoe we verantwoord omgaan met groei, middelen en maatschappelijke opgaven. Verantwoord omgaan met middelen De Programmabegroting 2026 is de eerste financiële uitwerking van de Kadernota 2026-2029 (juli 2025 vastgesteld door uw raad). De Programmabegroting 2026 laat inclusief incidentele baten en lasten een negatief resultaat van € 0,7 miljoen zien, maar een positief structureel saldo van € 2,1 miljoen. In het meerjarenperspectief is 2027 ook nog structureel sluitend, maar 2028 en met name 2029 niet. De financiële ruimte die is ontstaan voor 2026 en 2027 door de Voorjaarsnota Kabinet 2025 biedt weliswaar kansen, maar er is vanaf 2028 meer nodig. Voor de lange(re) termijn kunnen we ons niet rijk rekenen. De groei, het op peil houden van ons voorzieningenniveau en de aanpak van de grote complexe maatschappelijke opgaven binnen
1
onze gemeente gaan een nog groter beroep doen op onze financiële mogelijkheden. Bovendien is er ook meer inzicht gekregen in onze beheer- en investeringsopgaven en onze organisatorische opgaven, die meer vragen om op een gepaste wijze invulling te kunnen geven aan de maatschappelijk opgaven die op korte en middellange termijn in onze gemeente aan de orde zijn. Kortom, er is veel te doen terwijl de middelen schaars zijn. Bij verantwoord groeien hoort dan ook in één adem het verantwoord omgaan met de schaarse middelen. Daarvoor zetten we in 2026 de financieel-inhoudelijke lijn door zoals besloten bij de Kadernota 2026-2029. Financieel staan we er goed voor, maar voor langere termijn kunnen we ons zeker niet rijk rekenen. De groei, het op peil houden van ons voorzieningenniveau en de aanpak van de grote maatschappelijke opgaven zullen sowieso een nog grotere beroep gaan doen op onze financiële mogelijkheden. Dat betekent dat we naast de financiële inzet voor de korte termijn, tegelijkertijd via het vastgestelde ombuigingspakket 2026-2029 middelen vrijmaken voor de lange(re) termijn ter ondersteuning van een verantwoorde groei. Met ingang van het begrotingsjaar 2026 maken we een begin met doorvoeren van ombuigingen overeenkomstig de met uw raad gemaakte afspraken.
We onderkennen ten zeerste de maatschappelijke impact van de gekozen besparingen en nemen bij de uitwerking zo groot mogelijke zorgvuldigheid in acht. Vervolg en besluitvorming Wij bieden u deze Programmabegroting aan ter voorbereiding op de besluitvorming. De keuzes die wij hierin voorleggen zijn bedoeld om de koers van verantwoord groeien te versterken en de gemeente Barneveld verder te brengen – samen met onze inwoners, organisaties en ondernemers. Zorgen voor nu, bouwen voor straks. Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van Barneveld Secretaris W. Wieringa
Burgemeester J. van der Tak
2
Inleiding
1. Bestuurlijke opgave Werken aan verantwoorde groei vanuit een sterke basis Verantwoorde groei is onze bestuurlijke opgave. Dat is nog eens bevestigd in de Kadernota 2026-2029. De groei van de gemeente Barneveld brengt met zich mee dat het nu het moment is om te plannen voor de toekomst (ook financieel). Daarvoor is het bewandelen van twee sporen nodig door nu te investeren in de behoeften van onze inwoners, organisaties en ondernemers voor de korte termijn;de basis op orde; door tegelijkertijd nu keuzes te maken voor de toekomst, die de groei en maatschappelijke opgaven verantwoord en duurzaam begeleiden; verantwoorde groei. Kort samengevat: vooruitgang boeken met oog voor evenwicht. Tussen groei en leefbaarheid. Tussen investeren en beheersen. Tussen ambitie en realiteitszin. Het is een bewuste keuze om niet alleen te bouwen aan woningen, infrastructuur en economie, maar ook aan gemeenschappen, vertrouwen en bestaanszekerheid. Groei is geen doel op zich, maar een middel om de kwaliteit van leven voor onze inwoners, ondernemers en organisaties duurzaam te versterken. De maatschappelijke opgaven waar wij voor staan — van woningbouw tot jeugdzorg, van energietransitie, opgaven in het landelijk gebied tot bereikbaarheid en werkgelegenheid — zijn complex en onderling verweven.
Dat vraagt om een gemeente die strategisch plant, keuzes durft te maken en investeert in de toekomst en in het nu via beleidsimpulsen bijdraagt aan het verder brengen van de maatschappelijke opgaven. Zonder de draagkracht en directe behoeften van vandaag uit het oog te verliezen. Visies als fundament voor onze bestuurlijke opgave Bestuurlijke opgave -> Visie(s) en ambitie Onze bestuurlijke opgave geeft richting aan waar we als gemeente naartoe willen. Wat daarbij helpt, zijn de langetermijnvisies die in 2025 zijn vastgesteld. Deze visies vormen het inhoudelijke fundament onder onze ambities en geven richting aan de keuzes die we maken.Twee belangrijke visies vormen samen dit fundament: Omgevingsvisie 2040 (juli 2025) Een integrale langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving, waarin thema’s als wonen, werken, mobiliteit, duurzaamheid, energie, landbouw, natuur en gezondheid met elkaar worden verbonden. De visie legt nadruk op de samenhang tussen fysieke en sociale ontwikkelingen en maakt gebruik van de lagenbenadering (ondergrond, netwerken, gebruik, sociale structuur) om afwegingen te maken. Visie op het Sociaal Domein (oktober 2025) Deze visie sluit qua benadering aan bij de Omgevingsvisie en richt zich op de sociale kant van de samenleving. Denk aan zorg, ondersteuning, participatie en leefbaarheid.
Samen vormen deze visies een stevig fundament voor het aanpakken van complexe maatschappelijke opgaven. Beide visies helpen ons om onze bestuurlijke opgave verder te concretiseren en vormen het vertrekpunt voor de uitvoeringsplannen die we de komende jaren ontwikkelen. 2. Financiële situatie De gemeente Barneveld is over het algemeen een financieel gezonde gemeente. Door de ontwikkelingen met betrekking tot de algemene uitkering is het meerjarenperspectief verbeterd, maar voor het realiseren van de geschetste ambities in het kader van 'Vasthouden aan verantwoord groeien' zijn nog steeds extra middelen nodig. In de Kadernota 2026 hebben wij dit reeds beschreven en het financiële meerjarenperspectief geschetst. Deze is door uw raad als kader voor de Programmabegroting 2026 vastgesteld. Door de extra middelen vanuit het Rijk zijn de eerste jaren in het meerjarenperspectief (t.o.v. de vorige Programmabegroting 2025-2028) verbeterd, maar vanaf 2028 moeten we middelen en opgaven nog met elkaar in balans brengen. Tegelijkertijd weten we nu al dat er in de nabije toekomst aanzienlijke financiële uitdagingen en opgaven op de gemeente afkomen. De meerjarenraming ziet er als volgt uit: Begroting 2026
MJR 2027
MJR 2028
MJR 2029
Begrotingsresultaat Programmabegroting 2025
- 1.482
- 494
- 936
- 936
Raadsbesluiten gedurende 2025 Totaal mutaties Kadernota 2026
- 1.320 2.630
- 87 2.201
777 1.778
936 101
Meerjarenraming
3
Prognose resultaat per begrotingsjaar bij Kadernota 2026
- 173
1.619
1.619
101
Meicirculaire 2025 - effect t.o.v. Kadernota 2026
1.427
317
379
418
Prognose resultaat per begrotingsjaar na Meicirculaire 2025
1.255
1.936
1.998
519
Totaal mutaties
- 2.053
- 1.732
- 2.058
- 3.060
Prognose resultaat per begrotingsjaar
- 798
204
- 60
- 2.541
Waarvan incidenteel
- 2.789
- 823
339
-1
Totaal Structureel resultaat
1.991
1.026
- 400
- 2.541
In het hoofdstuk Financiële begroting onder meerjarenperspectief vindt u een uitgebreidere toelichting op de meerjarenraming 2026-2029. 3. Uitgangspunten Bestuurlijke opgave -> visie(s) en ambitie -> uitgangspunten Bij de uitwerking van de in 2025 vastgestelde visies hanteren wij de hiernavolgende uitgangspunten; inhoudelijk, financieel en organisatorisch: 3.1. Inhoudelijke uitgangspunten Evenals in het vorige begrotingsjaar zetten we in 2026 in op twee sporen: zorgen dat de basis op orde is én gericht investeren in verantwoord groeien. Deze vormen samen de rode draad in onze keuzes en plannen. Basis op orde Een gemeente moet gewoon goed functioneren. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het vraagt om voortdurende aandacht. Onze kerntaken uitvoeren op een manier die past bij deze tijd, vanuit een gezonde financiële basis met behulp van een toekomstbestendige organisatie. We zorgen dat onze dienstverlening past bij de verwachtingen van vandaag. Dat onze leefomgeving veilig, gezond en duurzaam is. En dat wegen, gebouwen, voorzieningen en het buitengebied goed worden onderhouden. Maar de basis is meer dan stenen en systemen. Het gaat ook om mensen. Daarom blijven we investeren in een samenleving waarin inwoners elkaar ontmoeten, ondersteunen en versterken. Voor deze basis zijn de reguliere middelen beschikbaar.
Daarnaast investeren we gericht via het Uitvoeringsplan 2026 van het Meerjaren Investeringsplan (MIP) en versterken we bestaand beleid en zorgen we dat de basis meebeweegt met de groei van onze gemeente. Verantwoord groeien Barneveld groeit – en dat vraagt om visie én voorbereiding. In 2026 zetten we verdere stappen richting grote investeringen, zoals betere infrastructuur, toekomstbestendige werkterreinen en goede onderwijshuisvesting. Denk aan infrastructuurprojecten zoals de Rondweg Oost en de aansluiting op de A30, het opknappen van werkterreinen en het investeren in onderwijshuisvesting en het maatschappelijk vastgoed binnen onze gemeente in het algemeen. Maar verantwoord groeien betekent ook: vooruitdenken in beleid. We leggen de basis voor keuzes die passen bij een grotere, diverse en duurzame gemeente en werken onze visies voor de omgeving, sociaal domein, landelijk gebied, duurzaamheid en cultuur uit in uitvoeringsplannen. Gerichte beleidsimpulsen – zoals eerder verwoord in de Kadernota’s voor 2025 en 2026 - zorgen ervoor dat we deze complexe opgaven goed op kunnen pakken. We brengen in kaart wat nodig is, en wat er nog mist. Zo zorgen we dat Barneveld niet alleen groeit, maar ook sterk en leefbaar blijft. Onze inzet: zorgen voor vandaag, bouwen aan morgen 3.2.
Financiële uitgangspunten Ook in de Programmabegroting 2026 is één van de uitgangspunten het bieden van een financieel (meerjarig) sluitende begroting met daarbij een stevige 'basis op orde’. Voor 2026 en 2027 is dat het geval, maar voor 2028 en 2029 is sprake van een oplopend structureel tekort. Dat wordt niet alleen veroorzaakt door verminderde Rijksinkomsten, maar ook door eigen beleidstoevoegingen in de ‘basis op orde’ en het opvangen van autonome ontwikkelingen zoals prijs- en loonontwikkelingen en uitbreiding van het onderhouden van het uitgebreide woongebied (areaal). De kostenbesparende maatregelen uit het vorig jaar aangekondigde Basispakket en Basispakket Plus, en de inkomstenverhogende maatregelen uit het Aanvullend Pakket waren al opgenomen in de Programmabegroting 2025 en de Meerjarenraming 2026-2028. In de Programmabegroting 2026 zijn nu ook de kostenbesparende maatregelen uit het Aanvullend Pakket verwerkt, oplopend van structureel € 1,1 miljoen in 2026 tot structureel € 3,2 miljoen in 2029.
4
3.3. Organisatorische uitgangspunten We hebben steeds beter zicht op wat er op ons afkomt – in beheer, investeringen én organisatie. De omslag van een vooral intern gerichte organisatie naar een strategische, wendbare en externe blik is ingezet. Dat vraagt om duidelijke keuzes en een toekomstbestendige manier van werken. Voor 2026 hanteren we de volgende prioritaire uitgangspunten: Wendbaarheid & Opgavegericht werken Flexibele organisatievormen, minder hiërarchie en teams die samenwerken rond maatschappelijke opgaven. Organisatieontwikkeling & Personeel Investeren in leiderschap, organisatiecultuur en strategische personeelsplanning. Aandacht voor ontwikkeling van medewerkers en hybride werken. Digitalisering & Data Versnellen van digitale transformatie en datagedreven werken, met oog voor digitale ethiek, veiligheid en privacy. Meerjarig sturen op beheer- en ontwikkelopgaven Integrale, langetermijnplanning van beheer en investeringen. Heldere prioriteiten, realistische uitvoeringsplannen en structurele monitoring van voortgang en capaciteit. 4. Wat gaan we doen in 2026 Bestuurlijke opgave -> visie en ambitie -> uitgangspunten ->begrotingsprogramma’s => Uitvoering begrotingsprogramma’s Met inachtneming van de uitgangspunten geven we In 2026 verder vorm aan onze visie en ambitie voor Barneveld.
Langs de geschetste lijnen: ervoor zorgen dat de basis op orde is – met goede dienstverlening, een veilige leefomgeving en solide voorzieningen – verder voorbereiden op en ondersteuning geven aan verantwoord groeien, met investeringen en beleidsimpulsen die passen bij het Barneveld van morgen. Daarvoor geven wij in 2026 uitvoering aan de vier begrotingsprogramma’s: Participatie en Ondersteuning Bedrijvigheid & Bereikbaarheid Woon- en Leefomgeving Samenwerken, Dienstverlenen en Besturen Via de Kadernota 2026–2028 is inhoudelijke inzet voor de hierboven genoemde programma’s al geprioriteerd en zijn de beleidstoevoegingen vastgesteld. In deze Programmabegroting 2026 gaan we een stap verder: we verbinden beide lijnen binnen elk begrotingsprogramma. Daarbij beschrijven we per programma de belangrijkste ontwikkelingen, onze doelen, speerpunten en bijbehorende activiteiten – steeds gekoppeld aan het vastgestelde beleid en aangevuld met de voor 2026 vastgestelde beleidstoevoegingen. => Realiseren van het Uitvoeringsplan Meerjaren Investeringsplan (MIP) 2026 Bij de Kadernota 2026-2029 (raadsvergadering 9 juli 2025) is besloten het investeringsplafond vanaf 2026 op te hogen naar gemiddeld € 24,5 miljoen per jaar voor categorie II. instandhouding / beheerplannen.
Daarbij zijn in aanvulling op het in maart 2025 vastgestelde IHP Onderwijshuisvesting voor een bedrag van in totaal € 77,6 miljoen aan kredieten beschikbaar gesteld waarvan de uitvoering aanvangt in 2026 en 2027.
Bij de Kadernota 2026-2029 is tevens een motie 25-93 'Uitvoeringsplan Categorie II.A Integraal fysiek domein' aangenomen. Hierin is verzocht om bij de Programmabegroting 2026 in kaart te brengen op welke wijze daadwerkelijk invulling wordt gegeven aan de projecten categorie II.A (Integraal fysiek domein) in de uitvoeringsagenda 2027- 2029, inclusief de afdoening van motie 24-71 ’Capaciteit fysiek domein’. Wij hebben u geïnformeerd over deze motie 25-93 tijdens de raadscarroussel van 30 september 2025 en we zullen de voortgang op dit punt monitoren en zonodig aan de raad terugkoppelen. 5. Leeswijzer In de hiernavolgende hoofdstukken verdiepen wij de onderwerpen als volgt: Financieel beeld en beslispunten Verdere analyse en wat we te beslissen hebben Financiële begroting Begrotingsprogramma’s In de vier programma’s zoomen we in op de ontwikkelingen en opgaven en werken deze uit in speerpunten. Daarin vindt u het nieuwe beleid en de koppeling met de beleidstoevoegingen. Paragrafen In de paragrafen zijn de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot de meer beheersmatige activiteiten en de lokale heffingen. Doel van de paragrafen is dat onderwerpen met een groot financieel belang, die min of meer versnipperd in de begroting staan, worden gebundeld in een kort overzicht om de raad voldoende inzicht te geven. Bijlagen
5
Financieel beeld en beslispunten Inleiding
Met de Kadernota 2026 zijn het speelveld en de uitgangspunten voor de Programmabegroting 2026 bepaald. In de Kadernota stellen we het 'Vasthouden aan verantwoorde groei' centraal. De groei van de gemeente Barneveld is structureel en manifesteert zich zowel economisch als demografisch. Deze ontwikkeling biedt kansen, maar vereist tegelijkertijd ook doelgerichte keuzes. Daarom investeren wij nu in voorzieningen, die onze gemeente toekomstbestendig maken. Door in te spelen op de behoeften van inwoners, organisaties en ondernemers, kan de gemeente Barneveld niet alleen haar sterke positie behouden, maar zich ook verder versterken. Het sterkt ons in onze visie om de inhoudelijke lijn van verantwoord groeien vast te houden en door te zetten op weg naar een nieuwe bestuursperiode. De groei van de gemeente Barneveld brengt met zich mee dat nu het moment is om te plannen voor de toekomst, ook financieel. In deze Programmabegroting 2026, een verdere uitwerking van de Kadernota en financiële ontwikkelingen die later plaats hebben gevonden, presenteren we een sluitende begroting voor 2026 en 2027. Hierin is de bezuinigingsopgave opgenomen, die volledig is ingevuld rekening houdend met de door de raad aangenomen amendementen. In bijlage 7 Taakstellingen treft u een toelichting aan op de voortgang en invulling van de maatregelpakketten.
Financieel beeld
Financiële positie De gemeente Barneveld is over het algemeen een financieel gezonde gemeente. Door de ontwikkelingen met betrekking tot de algemene uitkering is het meerjarenperspectief verbeterd, maar voor het realiseren van de geschetste ambities in het kader van 'Vasthouden aan verantwoord groeien' zijn nog steeds extra middelen nodig. In de Kadernota 2026 hebben wij dit reeds beschreven en het financiële meerjarenperspectief geschetst. Deze is door uw raad als kader voor de Programmabegroting 2026 vastgesteld. Door de extra middelen vanuit het Rijk zijn de eerste jaren in het meerjarenperspectief wellicht verbeterd, maar vanaf 2028 moeten we middelen en opgaven nog met elkaar in balans brengen. Tegelijkertijd weten we nu al dat er in de nabije toekomst aanzienlijke financiële uitdagingen en opgaven op de gemeente afkomen. Het al vastgestelde meerjarenperspectief bij de Kadernota 2026 was ons uitgangspunt. In deze begroting is de bezuinigingsopgave van structureel € 4 tot 5 miljoen (Basispakket en Basispakket Plus), gericht op een (meerjarig) sluitende begroting, volledig verwerkt. Daarnaast is er het extra maatregelenpakket van structureel € 5 miljoen om gefaseerd extra financiële ruimte te creëren vanaf 2026 volledig opgenomen in deze begroting.
Na de vaststelling van de Kadernota 2026 hebben nog wat ontwikkelingen plaatsgevonden waardoor het meerjarenperspectief iets verandert. Dit is toegelicht onder het meerjarenperspectief in het hoofdstuk financieel beeld. Hierdoor stellen we meerjarig een begroting voor waarvan de structurele uitgaven gedekt worden door structurele inkomsten. Hierin zijn zowel de bezuinigingsopgave als de maatregelen voor het creëren van extra financiële ruimte opgenomen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen komt uit op een factor van 1,93. Dit is boven de optimale bandbreedte (1,2 - 1,6) en binnen de maximale streefwaarde. In de Kadernota 2026 is besloten om nog in 2025 vanuit de algemene reserve € 18,8 miljoen te storten in de reserve Verantwoord groeien. Dit met als uitgangspunt dat het weerstandsvermogen (met de toenmalige risico's) op 2,0 uitkwam. De risico's zijn voor de programmabegroting 2026 geactualiseerd en daarmee komt het weerstandsvermogen nu op 1,93. Zoals al in de Kadernota 2026 opgenomen kunnen we een nieuwe afweging over de streefwaarde van het weerstandsvermogen maken bij de nieuwe nota risicomanagement & weerstandsvermogen die op een later moment wordt voorgelegd aan de raad. Het weerstandsvermogen moet mede worden beoordeeld in het licht van de solvabiliteit en de netto schuldquote.
De beschikbare weerstandscapaciteit (in de vorm van de algemene reserve) maakt onderdeel uit van de solvabiliteit. Hoewel de beschikbare weerstandscapaciteit niet direct een onderdeel uitmaakt van de netto schuldquote, kan het besteden van middelen uit de algemene reserve wel leiden tot het aantrekken van nieuwe leningen en daarmee tot het stijgen van de netto schuldquote. De solvabiliteit bevindt zich nog boven de minimale streefwaarde (zie paragraaf 2.6). De netto schuldquote is al ruim boven de streefwaarde (zie paragraaf 2.6). Meerjarenbalans prognose en financiële ratio’s Wij beoordelen de financiële positie van de gemeente Barneveld niet alleen op basis van het
6
weerstandsvermogen en het begrotingsresultaat, maar ook op basis van de solvabiliteit en de nettoschuldquote gebaseerd op een meerjarenbalans prognose. In paragraaf 2.6 is een meerjarenbalans prognose opgenomen. Graag verwijzen wij u hiernaar. In deze begroting zien we dat de solvabiliteit, ten opzichte van de jaarverslaggeving 2024 (35%), in 2026 daalt (28%), maar meerjarig boven de drempelwaarde van 20% blijft. De netto schuldquote stijgt ten opzichte van de Jaarverslaggeving 2024. Dit heeft vooral te maken met het investeringsvolume. Een belangrijk deel van het investeringsvolume moet gefinancierd worden met vreemd vermogen. Voor een nadere toelichting, aanvullende kengetallen en definities van deze financiële kengetallen verwijzen wij u graag naar paragraaf 2. De komende jaren blijven de financiële kengetallen de aandacht vragen. Onze ambities gaan namelijk gepaard met investeringen. Hierdoor zal bijvoorbeeld de netto schuldquote de komende jaren hoog blijven. Beleidstoevoegingen In deze begroting zijn ten opzichte van de Kadernota 2026 geen nieuwe beleidstoevoegingen opgenomen. Een totaalbeeld vindt u terug in bijlage 2. Tarieven Volgens het coalitieakkoord 2022-2026 wordt voor de inflatieontwikkeling van de belastingen, heffingen en leges het 3-jaars gemiddelde van de BBP-ontwikkeling gebruikt. Voor 2026 is het percentage voor de inflatieontwikkeling vastgesteld op 3,8%.
Dit geldt voor alle belastingen, heffingen en leges tenzij er vanwege maximale kostendekkendheid of wettelijke maximumtarieven aanpassingen noodzakelijk zijn. Voor de OZB betekent dit, afgezien van de groei, een stijging van de opbrengst met 3,8% inflatie voor eigenaren woningen en voor de eigenaren en gebruikers van niet-woningen. Daarnaast is bij de behandeling van de Kadernota 2026 besloten om de OZB voor 2026 extra te verhogen met 2,5% per jaar, bovenop de inflatie. Dit komt voor 2026 neer op een OZB stijging van de opbrengst van 6,3%. Bij tarieven streven wij naar een kostendekkend tarief, waarbij wij zo nodig een geleidelijke tariefontwikkeling voorstaan. Voor de afvalstoffenheffing wordt een tariefstijging van 1,0% voorgesteld. Als gevolg van inflatie en daarmee stijgende kosten voor personeel en materieel nemen de totale lasten binnen het product Afval toe. Zie voor een nadere toelichting de paragraaf Lokale heffingen en de bijlage Taakstellingen. Voor de rioolheffing is er sprake van een tariefsverhoging met 4% op basis van het in mei 2021 vastgestelde GRP. De lasten binnen het product Begraven zijn de laatste jaren toegenomen, dit is voornamelijk het gevolg van de lasten die voortvloeien uit de investeringen. Om de kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten te behouden is in 2026 een tariefstijging van 7,6% benodigd.
Ook voor de forensenbelasting wordt voor 2026 het percentage voor de inflatieontwikkeling van 3,8% toegepast. Daarnaast is bij de behandeling van de Programmabegroting 2025 besloten om de extra verhoging van 2,5% die op de OZB wordt toegepast (zie hierboven) ook toe te passen op de forensenbelasting. In tegenstelling tot de extra OZB-verhoging is dit structureel verwerkt voor 2026-2029. Voor de toeristenbelasting is daar vanaf geweken. Ondanks de verhoging van het tarief per overnachting naar € 1,35 in 2025, komt uit de benchmark van de tarieven van de toeristenbelasting met de omliggende gemeenten naar voren dat Barneveld nog steeds het laagste tarief per overnachting heeft. Voor 2026 stellen wij voor enige vorm van differentiatie toe te passen in het tarief per overnachting waarbij onderscheid wordt gemaakt naar een hotelovernachting en overige overnachtingen. Dit houdt in een groei van het (hoogste) tarief naar € 1,50 per overnachting. Dit mede ingegeven door de BTW verhoging van 9 naar 21% waar de toeristische sector volgend jaar mee wordt geconfronteerd. Dat betekent een verhoging van het tarief van 11,1%, waarbij ook de inflatieontwikkeling van 3,8% wordt afgedekt.
Beslispunten
Wij stellen u voor de Programmabegroting 2026 vast te stellen en daarmee: 1. Opdracht te verlenen aan ons college tot uitvoering van de programma's en de bijbehorende doelstellingen en speerpunten vast te stellen; 2. De bijbehorende budgetten per programma voor 2026 te autoriseren; 3. De voorgestelde aanwendingen en stortingen in de reserves en voorzieningen te autoriseren, zoals opgenomen in bijlage 1; 4. De belastingen (ozb en forensenbelasting) voor het jaar 2026 te verhogen met de bij de Kadernota 2026 voorgestelde 6,3%, bestaande uit 3,8% inflatie en 2,5% extra verhoging; 5. De jaarlijkse extra verhoging van de OZB voor de jaren 2027-2028 bij de Kadernota 2027, conform het voorstel bij Kadernota 2026, te heroverwegen en te toetsen op noodzaak; 6. Voor de toeristenbelasting het tarief voor een hotelovernachting te stellen op € 1,50 en het tarief voor de overige overnachtingen gelijk te houden aan het tarief 2025 (€ 1,35);
7
7. De rioolheffing te verhogen met 4% om de kostendekkendheid te behouden, volgens het in mei 2021 vastgestelde verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP); 8. De afvalstoffenheffing te verhogen met 1% om de kostendekkendheid te behouden; 9. De tarieven van de grafrechten te verhogen met 7,6% door kostenstijgingen om de kostendekkendheid te behouden; 10. De leges burgerzaken (binnen het kader van de landelijke maximumtarieven) te verhogen met de bij de Kadernota 2026 voorgestelde 3,8% voor inflatie; 11. Akkoord te gaan met de uitvoering van de bij de Kadernota 2026 voorgestelde beleidstoevoegingen 2026 en de daarbij behorende baten en lasten zoals opgenomen in bijlage 2; 12. De mandaten op het gebied van strategische grondaankopen (maximaal € 5 miljoen) en het instellen van voorbereidingskredieten (maximaal € 0,5 miljoen) voor grondexploitatie toe te kennen op basis van de in december 2016 vastgestelde Nota grondbeleid (zie ook paragraaf Grondbeleid).
8
Financiële begroting Inleiding
De begroting 2026 is opgesteld volgens de reguliere richtlijnen en uitgangspunten, die zijn opgenomen in de Kadernota 2026. De belangrijkste uitgangspunten zijn: Algemeen: Structurele doorwerking effecten uit Eerste en Tweede Tussenrapportage 2025; Algemene uitkering: circulaires verwerkt tot en met Meicirculaire 2025; Loon- en prijsontwikkeling op basis van prijsontwikkeling BBP; Volume-ontwikkeling op basis van volumeontwikkeling BBP; Lokale heffingen (belastingen en rechten) indexeren we volgens het coalitieakkoord 2022-2026 met het 3-jaars gemiddelde van de BBP-ontwikkeling; Aanvullende verhoging van de OZB voor 'Verantwoord groeien'; Loonontwikkeling ambtelijk apparaat volgens huidige onderhandelingsakkoord CAO gemeenten; Dat betekent voor 2026 voor de loon-, prijs- en volumeontwikkelingen: Loon- en prijsontwikkeling, loon- en prijsontwikkeling derden en subsidies: +2,7%; Volume-ontwikkeling voor budgetten die daar (gedeeltelijk) gevoelig voor zijn (bijvoorbeeld door bevolkingsgroei): +2,0%; Lokale heffingen (belastingen en rechten): +3,8%; Aanvullende verhoging van de OZB: +2,5%; voor 2026 komt dat neer op een totale OZB stijging van +6,3%; Loonontwikkeling ambtelijk apparaat: per 1 januari 2026 € 35 nominaal bruto en per 1 juli 2026 +1,25%.
Verder worden voor de heffingen de volgende verhogingen voorgesteld (inclusief inflatieontwikkeling +3,8%): Afvalstoffenheffing: +1,0%; Rioolheffing: +4,0%; Leges voor de grafrechten: +7,6%; Toeristenbelasting: +11,1%. Voor een uitgebreide onderbouwing zie de toelichting in de paragraaf Lokale heffingen. In de financiële begroting worden weergegeven: Een overzicht van baten en lasten per programma, voor en na resultaatbepaling, inclusief inzicht in kosten van overhead, algemene dekkingsmiddelen en de incidentele begrotingsruimte; De meerjarenraming 2027-2029 en een toelichting hierop.
Begroting 2026 Ontwikkelingen
In de voorliggende meerjarenraming zien we dat: Het eerste jaar structureel sluit met een positief resultaat van € 2 miljoen; Het jaar 2027 ook structureel sluitend is, maar 2028 en (met name) 2029 niet; Het begrotingsresultaat 2026 is ten opzichte van de Kadernota 2026 gewijzigd: van € -0,2 miljoen naar € 0,8 miljoen. Dit wordt vooral veroorzaakt door autonome ontwikkelingen in de lasten en baten die niet volledig konden worden gecompenseerd door positieve effecten vanuit de Meicirculaire. Het structurele resultaat 2026 is in negatieve zin gewijzigd ten opzichte van de Kadernota. In 2026 is het resultaat zo’n € 1,0 miljoen lager. Dit heeft vooral te maken met lagere incidentele effecten. Het structurele resultaat voor 2027 is € 1,8 miljoen lager, voor 2028 € 2,2 miljoen lager en voor 2029 € 3,0 miljoen lager ten opzichte van de Kadernota. Het begrotingsresultaat wordt mede behaald doordat in het meerjarenperspectief de maatregelpakketten zijn opgenomen. Deze zijn allemaal concreet ingevuld. Een toelichting hierop treft u in bijlage 7 Taakstellingen. Het meerjarenperspectief voldoet aan het toetsingskader van de provincie waarbij onder andere wordt getoetst op het structureel sluitend zijn van de begroting (1e jaar of laatste jaar sluitend). Op basis daarvan bepaalt de provincie of er een repressief of preventief toezicht wordt ingesteld.
Daarnaast is er sprake van een reëel evenwicht, de ramingen zijn volledig, realistisch en haalbaar omdat loon- en prijsstijgingen en de algemene uitkering zijn verwerkt.
9
Overzicht baten en lasten per programma bedragen x € 1.000 Overzicht baten en lasten
Begroting 2026 Lasten
Baten
Saldo
- 162.417 - 77.120 - 5.749 - 73.141 - 6.408
49.509 16.501 1.279 27.283 4.446
- 112.908 - 60.619 - 4.470 - 45.857 - 1.962
- 30.892 - 4.565 - 26.228 - 100
142.521 142.296 225
111.628 137.731 - 26.003 - 100
- 193.310
192.029
- 1.280
Mutatie reserves Mutatie reserves
- 1.733
2.215
482
Mutatie reserves
- 1.733
2.215
482
- 195.042
194.244
- 798
Saldo van baten en lasten Programma's 1. Participatie en ondersteuning 2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid 3. Woon- en leefomgeving 4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen Alg. dekkingsmiddelen, overhead, vpb en onvoorzien Algemene dekkingsmiddelen Overhead Onvoorzien Saldo van baten en lasten
Totaal
10
Meerjarenraming 2026-2029 Meerjarenraming bedragen x € 1.000 Meerjarenraming
Begrotingsresultaat Programmabegroting 2025 Raadsbesluiten gedurende 2025 Totaal mutaties Kadernota 2026 Prognose resultaat per begrotingsjaar bij Kadernota 2026 Meicirculaire 2025 - effect t.o.v. Kadernota 2026 Prognose resultaat per begrotingsjaar na Meicirculaire 2025
Begroting 2026
MJR 2027
MJR 2028
MJR 2029
- 1.482
- 494
- 936
- 936
- 1.320 2.630
- 87 2.201
777 1.778
936 101
- 173
1.619
1.619
101
1.427
317
379
418
1.255
1.936
1.998
519
Overige mutaties Mutaties t.o.v. voorgaand jaar Mutaties lasten 1. Ontwikkelingen Jeugdzorg en WMO (indexatie) 2. Overige autonome ontwikkelingen 3. Verwerking richtlijn provincie stelpost index Jeugd 2028 e.v. 4a. Treasury en kapitaallasten 4b. Stelpost kapitaallasten rente 5. Effect opheffen reserve bovenformatieven 6. Effect opheffen voorziening WAO 7. Subsidietenderregeling cultuurorganisaties 8. Representatiekosten
83
1.234 - 250 - 153 - 120
- 2.080 -244 -1.278 2.211 - 500 - 153 - 120
- 2.080 -245 -1.287 1.839 - 750 - 153 - 120
- 65
- 65
- 65
- 2.268
- 1.678
- 2.229
- 2.778
Mutaties baten 9. Ontwikkeling opbrengsten OZB o.b.v. stijging waarden 10. Treasury - rentebaten 11. Indexatie heffingen en leges
424 - 142 - 91
424 - 142 - 372
424 - 142 - 524
424 - 152 - 674
Totaal mutaties baten
191
- 90
- 242
- 402
Mutaties reserves 12. Mutaties reserves en voorzieningen 13. Storting reserve verantwoord groeien - verschuiving VLC kap lstn
51 - 27
479 - 443
418 -5
121
Totaal mutaties reserves
24
35
413
121
- 2.053
- 1.732
- 2.058
- 3.060
- 798
204
- 60
- 2.541
Waarvan incidenteel
- 2.789
- 823
339
-1
Totaal Structureel resultaat
1.991
1.026
- 400
- 2.541
Totaal mutaties lasten
Totaal mutaties Prognose resultaat per begrotingsjaar
- 2.010 -319
- 2.080 -244
489 - 153 - 120 - 90 - 65
Toelichting meerjarenraming
Hieronder worden alle ontwikkelingen toegelicht die van invloed zijn op de meerjarenraming 20262029. Het vertrekpunt hiervoor is de stand die in de Kadernota 2026 werd gepresenteerd. Effecten Meicirculaire 2025 De Meicirculaire 2025 is op 28 mei verschenen en geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van het Rijk. Deze bevat onder andere informatie over de demping terugval in het gemeentefonds, tekorten in het budget voor jeugdzorg en de actualisatie van het volume accres en LPO accres. Voor een nadere toelichting op de uitkomsten verwijzen we u naar de separate raadsmemo 'Informeren uitkomsten Meicirculaire 2025'. We zien een redelijk positief effect op het meerjarenperspectief (2026: € 1,4 miljoen daarna € 0,4 miljoen). Mutaties lasten:
11
1. Ontwikkelingen Jeugdzorg en Wmo (indexatie) Op basis van de huidige prognose voor de kosten jeugdhulp en Wmo 2025 is de verwachting dat de kosten voor 2026 significant stijgen door hogere loon- en prijscompensatie. Het ministerie van VWS berekent de prijsindexcijfers die gebruikt kunnen worden om de tarieven in de zorg te indexeren, dat zijn de OVA (Overheidsbijdrage in de Arbeidskosten) en PPC (Prijsindexcijfer Particuliere Consumptie). Samen vormen deze het totaalindexcijfer voor de indexering van de tarieven. Voor 2026 bedraagt dit totaalindexcijfer 5,13%. In de Programmabegroting hebben we het verschil tussen deze index en de al in de Kadernota 2026 opgenomen index (BBP: 2,7%) opgenomen. De stijging van de jeugdhulpkosten is in heel Nederland en in Barneveld al jaren een uitdaging. De Jeugdwet is een open einde-regeling en verplicht gemeenten om ouders en jeugdigen te ondersteunen met jeugdhulp als dit noodzakelijk is. Daarmee zijn de kosten voor jeugdhulp dus grotendeels onvermijdelijk. Als gemeente willen we deze kosten monitoren en betaalbaar houden, daarom is in 2025 de Lokale Hervormingsagenda Jeugd vastgesteld. Hierin is een structurele besparing van 1,5 mln opgenomen. Los van deze besparing is echter sprake van stijgende kosten door loon- en prijscompensatie. Zie de bijlage Taakstellingen voor een uitgebreidere toelichting op de Hervormingsagenda.
Deze stijgende kosten door loon- en prijscompensatie zien we ook terug m.b.t. Wmo. Daarnaast leidt de vergrijzing tot een toename van het aantal cliënten in de Wmo. 2. Overige autonome ontwikkelingen Dit betreffen wat kleinere nagekomen autonome ontwikkelingen na het opstellen van de Kadernota. 3. Verwerking richtlijn provincie stelpost index Jeugd 2028 e.v. Vanaf 2028 heeft het Rijk een extra korting doorgevoerd op de gemeentelijke inkomsten ter hoogte van de indexatie jeugdzorgkosten. Gemeenten moeten hiervoor zelf concrete maatregelen treffen om deze besparing te realiseren. De provincie heeft in een aanvullende brief op de begrotingscirculaire 2026 aangegeven dat gemeenten voor deze besparing geen stelpost mogen opnemen, maar daadwerkelijk concrete maatregelen moeten uitvoeren. Bij de Kadernota 2026 (en de raadsmemo Meicirculaire 2025) is in eerste instantie een stelpost opgenomen, omdat nog niet duidelijk was hoe we deze moesten invullen. Nu blijkt dat dit niet mag en er op dit moment geen concrete maatregelen zijn getroffen, corrigeren we deze stelpost. Dit leidt tot een nadeel op het structurele begrotingsresultaat. Wel houden we het bedrag inzichtelijk in de totale taakstelling Hervormingsagenda, omdat er door het Rijk mogelijk nog wijzigingen kunnen worden aangebracht. 4a.
Treasury en kapitaallasten Voor deze begroting hebben we in het kader van de gemeentelijke treasuryfunctie de rentelasten berekend (zie paragraaf Financiering) en het onderhanden werk en daarmee afschrijvingslasten geactualiseerd. Ten opzichte van de Kadernota 2026 leidt dit tot een voordeel van € 0,5 miljoen in 2026, € 1,2 miljoen in 2027, € 2,2 miljoen in 2028 en € 1,8 miljoen in 2029. Daarnaast zien we door de herberekening een effect op de kapitaallasten die worden gedekt uit leges (afval, riool en begraven). Deze zijn opgenomen onder 9. (zie toelichting hieronder). Tot slot is er door de herberekening een effect op de kapitaallasten VLC die verrekend worden met de storting in de reserve Verantwoord Groeien. Deze zijn opgenomen onder 11. (zie toelichting hieronder). Het betreft vooral een voordeel op rentelasten door: Afname van de voorraad GREX, vooral in 2027, waardoor er een lagere financieringsbehoefte is. Dit was nog niet verwerkt bij de Kadernota 2026; Positief rekeningresultaat 2024 en positieve begrotingsresultaten voor de jaren 2025, 2027 en 2028, wat ook leidt tot een lagere financieringsbehoefte; Lagere gemiddelde rente voor leningen met een langere looptijd (2,8%) ten opzichte van het uitgangspunt bij de Kadernota 2026 (3,0%); Verschuiven van onderhanden werk naar achteren door realistischer plannen (doorontwikkeling MIP). 4b.
Stelpost kapitaallasten rente Omdat er een onzekerheid zit in de voorraadontwikkeling GREX, de renteontwikkelingen (rentestijging) en de doorgroei van de kapitaallasten na 2029 (door het plafond van het MIP blijven de kapitaallasten doorstijgen in de jaren 2030 en verder) nemen wij een stelpost rentelasten op. Deze stelpost loopt op van € 0,25 miljoen in 2027 tot € 0,75 miljoen in 2029.
5. Effect opheffen reserve bovenformatieven Bij de actualisatie van de Nota reserves en voorzieningen heeft de raad besloten de reserve bovenformatieven te laten vrijvallen en de lasten voortaan op te vangen in de reguliere exploitatie. Dit leidt tot het opnemen van € 153.000 in de lasten in de begroting. Hier tegenover staat het vervallen van de storting van € 375.000 en de onttrekking van € 222.000, per saldo een positief effect van € 153.000 opgenomen onder 12. (zie toelichting hieronder). Beide mutaties zijn samen dus neutraal. 6. Effect opheffen voorziening WAO Bij de actualisatie van de Nota reserves en voorzieningen heeft de raad besloten de voorziening WAO te laten
12
vrijvallen en de lasten voortaan op te vangen in de reguliere exploitatie. Dit leidt tot het opnemen van € 120.000 in de lasten in de begroting. Hier tegenover staat het vervallen van de dotatie van € 120.000 en de onttrekking van € 120.000, per saldo € 0. Beide mutaties samen leiden dus tot een nadeel van € 120.000.
7. Subsidietenderregeling Via het collegebesluit 4277 is incidenteel voor 2026 € 90.000 beschikbaar gesteld voor het opstellen van de subsidietenderregeling als kader voor de exploitatiesubsidies cultuurorganisaties. Dit is een nadere uitwerking van de eerder vastgestelde Integrale Cultuurvisie. Bij de Kadernota 2027 zal dit als structurele beleidstoevoeging worden ingebracht en afgewogen. 8. Representatiekosten Het gaat hier om een structurele verhoging van de representatiekosten doordat er meer activiteiten en participatie met inwoners plaatsvinden dan voor de Corona periode. 9. Ontwikkelingen opbrengsten OZB Het structurele voordeel ontstaat door de groei van de gemeente (toename waarde door nieuwbouw en verbouwing), bestandsoptimalisatie van het segment courante niet-woningen, een nieuw overeengekomen fiscale overeenkomst met defensie (2025-2027) en een inhaalslag op de leegstand van de gebruikers van nietwoningen. De ontwikkeling van het meerjarenperspectief geeft geen reden om de bij de Kadernota 2026 besloten en gemandateerde beleidslijn over de OZB te heroverwegen. 10. Treasury rentebaten Dit betreft een bijstelling van de te ontvangen rente over onze overtollige middelen, omdat de officiële rentetarieven waarop deze rentevergoeding is gebaseerd, de afgelopen periode zijn gedaald. 11.
Indexatie heffingen en leges Dit is het effect van de verhoging van de heffingen en leges (zie paragraaf 1. Lokale heffingen) door de reguliere indexatie. De stijging van de lasten kan niet geheel worden opgevangen door deze tariefsverhogingen. Het nadeel wordt deels opgevangen door het positieve effect door de lagere toerekening van kapitaallasten (zie toelichting bij 4a. hierboven). 12. Mutaties reserves en voorzieningen In de Programmabegroting 2026 zijn alle mutaties op reserves en voorzieningen verwerkt op basis van de laatste inschattingen. Deze mutaties laten het effect op het begrotingsresultaat zien ten opzichte van eerdere jaren. Zie voor een toelichting bijlage 1. 13. Storting reserve verantwoord groeien Door het aanpassen van de planning van de tot dusver geautoriseerde investering in het VLC, verschuiven de bijbehorende kapitaallasten naar achteren. Hierdoor wijzigt in de jaren 2026-2028 ook de storting in de reserve verantwoord groeien, waarmee deze kapitaallasten verrekend worden.
Bij de behandeling van de Programmabegroting 2025 is toegezegd bij de volgende begroting inzicht te geven in de te verwachten opbrengsten uit grondexploitaties in het betreffende begrotingsjaar. In de meest recente MPG wordt voor 2026 een nihil resultaat verwacht. Gecombineerd met recente negatieve bijstellingen (De Eendracht) stellen wij voor om nu geen rekening te houden met een positief resultaat voor de grondexploitaties in 2026. Incidentele baten en lasten en structureel evenwicht
bedragen x € 1.000 Begroting 2026
MJR 2027
MJR 2028
MJR 2029
Saldo van baten en lasten Programma lasten Programma baten Saldo van baten en lasten
- 193.310 192.029 - 1.280
- 192.109 193.668 1.558
- 193.282 194.842 1.559
- 197.461 196.771 - 690
Mutatie reserves Stortingen reserves Onttrekkingen reserves Mutatie reserves
- 1.733 2.215 482
- 2.564 1.209 - 1.355
- 2.585 965 - 1.619
- 2.717 865 - 1.851
- 798
203
- 60
- 2.541
Af: incidentele baten en lasten Incidentele lasten Incidentele baten Incidentele stortingen Incidentele onttrekkingen Af: incidentele baten en lasten
- 4.278 89 - 50 1.450 - 2.789
- 1.305 89 - 50 443 - 823
100 89 - 50 200 339
- 140 89 - 50 100 -1
Totaal structureel resultaat
1.990
1.026
- 400
- 2.541
Structureel resultaat
Resultaat
13
Programma's 1. Participatie & Ondersteuning
Inleiding Op 8 oktober 2025 stelde de gemeenteraad de nieuwe Visie Sociaal Domein vast. Deze visie vraagt om een verdere inhoudelijke vertaling naar de programmabegroting en de uitvoering. In het komende jaar werken we eraan om de begroting zowel inhoudelijk als qua opbouw beter te laten aansluiten bij deze vernieuwde koers. In 2026 voeren we een onderzoek uit naar de mate waarin de visie aansluit bij de huidige uitvoeringspraktijk. Daarbij kijken we onder andere naar de inrichting van de gemeentelijke uitvoering, de toegang tot ondersteuning en de rol van het preventieve veld. Ook onderzoeken we hoe we versnippering kunnen verminderen, samenwerking kunnen versterken en het voorveld toekomstbestendig kunnen maken. Dit doen we ook in relatie tot de voorbereiding van ombuigingsmaatregel 62 (Diensten in het voorveld door minder partners laten uitvoeren). Met deze ontwikkelopgaven bouwen we voort op wat al goed gaat en leggen we samen met onze partners de basis voor een toegankelijke, wendbare en veerkrachtige uitvoering.
Wat willen we bereiken? In onze gemeente zijn we er voor elkaar, en dat is wat ons sterk maakt. Onze negen dorpen zijn plekken waar we elkaar helpen, samen problemen aanpakken en voor elkaar zorgen. Die verbondenheid willen we versterken in onze groeiende gemeenschap. We willen dat onze dorpen plekken zijn waar iedereen zich thuis en veilig voelt en waar onze kinderen zich kunnen ontwikkelen. De gemeente zorgt voor de juiste randvoorwaarden, zodat inwoners en lokale partners samen het verschil kunnen blijven maken. Samenleven vraagt om inzet van iedereen. We verwachten dan ook dat inwoners zich, binnen hun mogelijkheden, inzetten voor de gemeenschap. Iedereen is dan onderdeel van een netwerk om op terug te kunnen vallen. De gemeente helpt initiatieven die hieraan bijdragen zo nodig een stap verder. Zo pakken we samen de vraagstukken van de toekomst aan. Eigen verantwoordelijkheid en elkaar helpen zijn belangrijk. Wanneer daarnaast extra ondersteuning nodig is, zorgt de gemeente voor passende hulp. Het liefst collectief, informeel en dicht bij het gewone leven. Zo kan iedereen meedoen. Deze ambitie vertaalt zich naar de volgende opgaven: 1. Verbondenheid in groeiende gemeenschappen 2. Gelijke kansen op meedoen en ontwikkelen 3. Gezond en weerbaar samenleven 4.
Passende woonsituatie met de juiste hulp en ondersteuning In onderstaand hoofdstuk (Wat gaan we daarvoor doen?) zijn de doelen en activiteiten nog ondergebracht onder de speerpunten uit de huidige indeling van de programmabegroting. In 2026 werken we aan het meer in lijn brengen van de programmabegroting met de Visie Sociaal Domein. Wel is er alvast gekozen om de indeling van beleidsterreinen uit de Visie Sociaal in de programmabegroting terug te laten komen. Ombuigingen: Een aantal ombuigingen uit de kadernota 2026-2029 heeft betrekking op het sociaal domein. Een deel daarvan wordt al in 2026 ingevoerd, een ander deel volgt later. Vanuit programma 1 werken we in 2026 aan de voorbereiding en implementatie van deze veranderingen binnen het sociaal domein.
14
Wat gaan we daarvoor doen? 1.1 Zelfredzame inwoners Speerpunt Iedereen kan meedoen
Doel
We willen dat iedereen mee kan doen. Dat betekent bijvoorbeeld dat inwoners zich geen zorgen hoeven te maken over hun bestaanszekerheid. Programma bestaanszekerheid We willen dat inwoners zich geen zorgen hoeven te maken over hun bestaanszekerheid. Want zonder zekerheid over inkomen, wonen en gezondheid is meedoen moeilijk. We geven ook in 2026 uitvoering aan het programma bestaanszekerheid. Daarbij staan drie thema's centraal: financiële zekerheid en het voorkomen van geldzorgen, positieve gezondheid, passend wonen. Als onderdeel van het programma wordt o.a. gewerkt aan het toegankelijker maken van het minimabeleid. In 2026 wordt hiervoor een nieuw aanvraagsysteem uitgerold. Leefbaarheid en verbinding in de wijk De pilot Buurtgerichte aanpak Rootselaar west en de Dorpendeal Oldenbarneveld hebben een impuls gegeven aan de samenwerking van de verschillende organisaties die actief zijn in deze wijken. In 2026 zal een onderzoek plaatsvinden naar inrichting van de gemeentelijke uitvoering, de toegang tot ondersteuning en de rol van het preventieve veld. In afwachting van de uitkomsten van dit onderzoek zal het buurtgericht werken in deze wijken in zijn huidige vorm worden voortgezet. Inclusie Volgens het VN Verdrag Handicap zijn gemeenten verplicht om een Lokale Inclusie Agenda op te stellen. Ook in 2026 geven we uitvoering aan de Lokale Inclusie Agenda: Samen Gelijk 2025-2026.
Deze nieuwe agenda heeft als focus sociale inclusie en is meer actiegericht. Werk en participatie In 2026 zijn meerdere landelijke ontwikkelingen van invloed op de uitvoering van de Participatiewet: Invoering Participatiewet in Balans. Dit betekent onder andere een vereenvoudiging van regels en meer ruimte voor maatwerk bij de begeleiding naar werk of participatie. In Barneveld kennen we al langere tijd het uitgangspunt meedoen naar vermogen. We toetsen de wijzigingen in wetgeving aan de Barneveldse situatie op beleid- en uitvoeringsniveau en passen dit aan waar nodig. Invoering wet Van school naar duurzaam werk. Gemeenten krijgen hiermee een grotere rol in de begeleiding van jongeren naar werk of terug naar school. Opening van het Werkcentrum Foodvalley: één loket voor werkzoekenden, werkenden en werkgevers. Het Werkcentrum is onderdeel van een landelijke hervorming om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar aan te sluiten. De regionale inrichting voor Foodvalley wordt momenteel voorbereid. Tegelijkertijd verandert de samenstelling van het bijstandsbestand. Door nieuwe doelgroepen (o.a. exWajong) neemt de complexiteit van de ondersteuningsvraag toe. Dit vergroot de druk op de beschikbare reintegratiegelden. In 2026 zetten we verder in op de samenwerking met het lokale bedrijfsleven en sociale ontwikkelbedrijven.
Samen creëren we zo regulier mogelijke ontwikkel- en werkplekken voor inwoners. Zodat iedereen naar vermogen mee doet en bieden we toekomstbestendige oplossingen voor arbeidsmarktkrapte.
Activiteiten
Ombuiging 54: Voor inwoners voor wie werk (tijdelijk of duurzaam) niet haalbaar is, stimuleren we andere vormen van participatie, zoals vrijwilligerswerk in de wijk. Dit biedt rust en duidelijkheid aan inwoners die naar vermogen participeren en draagt bij aan doelmatig gebruik van onze uitvoeringscapaciteit. We evalueren deze werkwijze na twee jaar. Taal, informatie, ontwikkeling en dialoog Zorgplichtwet bibliotheek (Wsob) De gemeente stelt in overleg met de bibliotheek Barneveld een verplicht meerjarenplan op als onderdeel van de vernieuwde Zorgplichtwet. Dit meerjarenplan wordt in 2026 voorgelegd aan de gemeenteraad. Het sluit aan bij de maatschappelijke opgaves van de gemeente en het landelijke Bibliotheekconvenant door inzet van de wettelijke functies:
15
1) Ter beschikking stellen van kennis en informatie; 2) bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie; 3) bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur; 4) organiseren van ontmoeting en debat; en 5) laten kennis maken met kunst en cultuur. Maatschappelijke opvang In 2025 heeft de Valleiregio meegedaan aan een landelijke telling van dak- en thuisloze mensen. De uitkomsten zijn opgenomen in het regionaal actieplan dakloosheid. De focus ligt daarbij vanaf 2026 op preventie zoals ondersteunen bij psychische kwetsbaarheid en meer inzet op Housing First. Rust en stabiliteit van een eigen woning zijn essentieel voor verdere ondersteuning en herstel. Maatschappelijke opvang is aanwezig voor dak- en thuislozen in crisissituaties en zo tijdelijk mogelijk. Cliëntondersteuning We willen dat inwoners makkelijk hulp kunnen krijgen als ze dat nodig hebben. Daarom zorgen we voor onafhankelijke ondersteuning dichtbij huis. Bijvoorbeeld door sociaal-juridische hulp aan te bieden in Bronveld en bij Perron 16 in Voorthuizen. Zo kunnen mensen met vragen of problemen snel en zonder drempels terecht bij iemand die met hen meedenkt. Inburgering en integratie In 2026 zetten we ook belangrijke stappen in de voorbereiding op de komst van het AZC in 2027. Dit doen we in samenwerking met betrokken inwoners en maatschappelijke partners, o.a.
op het gebied van nieuwkomersonderwijs, taallessen en maatschappelijke begeleiding. Daarnaast werken we aan de implementatie van de nieuwe beleidsregels rondom inburgering. Hierbij ligt de nadruk op het versterken van de samenhang tussen taalonderwijs, inburgeringstrajecten en de voorwaarden voor succesvolle arbeidsmarktparticipatie. Ook geven we in 2026 uitvoering aan de verlengde Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) voor Oekraïense ontheemden, die loopt tot 4 maart 2027. In 2026 moeten we ook anticiperen op het aflopen van deze regeling en de invoering van de Nationale Terugvaloptie (NTO), die de huidige RTB vervangt. Dit vraagt beleidsmatige en operationele voorbereiding, mede vanwege de wijziging in verblijfsstatus van Oekraïense ontheemden. Het versterken van verbinding tussen verschillende groepen in de samenleving is een belangrijk doel binnen de Visie Sociaal Domein gemeente Barneveld 2040. In 2026 gaan we bezig met de verdere uitwerking hiervan. Structureel is 170.000 euro beschikbaar voor de inzet van medewerkers van het programmateam van het programma Bestaanszekerheid. We geven in 2026 uitvoering aan verschillende inspanningen in het kader van dit programma. Gedurende 2026 verwachten we een duidelijker beeld te hebben van het budget dat de inspanningen voor de volgende jaren vragen, een verzoek hiervoor volgt via de Kadernota 2027.
Voor de wet Van school naar duurzaam werk krijgen we (beperkte) extra re-integratiemiddelen. De Financiën financiële impact hangt mede af van regionale samenwerkingsafspraken met onderwijs en doorstroompunt. De financiële dekking voor het Werkcentrum Foodvalley is nog niet volledig uitgewerkt. Partners van het Werkcentrum (gemeenten, UWV, onderwijs en werkgevers- en werknemersorganisaties) nemen nog een besluit over mogelijke aanvullende capaciteit en/of financiële inbreng. Voor de doorontwikkeling van het beleid rondom nieuwkomers is een beleidstoevoeging opgenomen van €80.000,-. Voor de uitvoering van de zorgplichtwet ontvangt de gemeente extra rijksmiddelen. Dit is tijdelijk, Risico's landelijk is het voornemen om dit vanaf 1-1-2027 structureel te maken. Deze nieuwe wet is klaar, maar moet nog worden aangenomen. Beleidsproduct 113 Maatschappelijke zorg, 112 Re-integratie
1.2 Sociale en vitale samenleving Speerpunt Cultuur- en sportstimulering
Doel
Meer inwoners laten sporten, bewegen en meedoen aan cultuur.
16
Cultuur Integrale cultuurvisie en uitvoeringsagenda De cultuurvisie is vastgesteld en er is gestart met de inspanningen en begroting zoals vastgesteld in de uitvoeringsagenda 2025-2026. Hier werken we verder aan in 2026. Er wordt ingezet op vier ambities: 1) Cultuur is voor alle inwoners bereikbaar en toegankelijk. Het gaat om cultuur maken, delen en beleven voor iedereen die dat wil. 2) Cultuur draagt bij aan de hele samenleving. We verbinden cultuur aan maatschappelijke opgaven en zetten de brede waarden van cultuur in (artistiek, sociaal, educatief, historisch, ruimtelijk en economisch). 3) Cultuur is overal. In de samenleving, dorpen en omgeving wordt gewerkt aan cultuurspreiding, erfgoed en cultuur in de openbare ruimte. 4) Sterke infrastructuur met slagkracht en breed bereik. Zorgplichtwet bibliotheek (Wsob) Zie speerpunt 1.1. Regionale samenwerking cultuur (Food Valley gemeenten) We zetten in op een tweede termijn van drie jaar regionale samenwerking met provinciale ondersteuning. Het doel is het versterken van de regionale culturele infrastructuur gericht op het maken, delen en beleven van cultuur. Er is aandacht voor de koppeling van cultuur met andere domeinen. De lokale basis van culturele voorzieningen vormt het startpunt voor uitwerking van verschillende thema's.
Activiteiten
Sport en bewegen Lokaal Sport- en Beweegakkoord II We hebben een akkoord met als doel om meer mensen te laten sporten en bewegen. Dit Lokale Sport- en Beweegakkoord loopt tot en met 2026. Binnen dit akkoord werken we aan: Vitale sportaanbieders: we ondersteunen bestuurders en vrijwilligers met trainingen voor een sterke en toekomstbestendige vereniging. Sociaal Veilige sport: we ondersteunen bij het werken aan een veilige sportvereniging (o.a. via vertrouwenscontactpersonen en pedagogische ondersteuning voor trainers). Ruimte voor sport en bewegen: we hebben oog voor sporten, spelen en bewegen in de openbare ruimte en dragen bij aan een omgeving die uitnodigt tot bewegen. Vaardig in bewegen: we ondersteunen het onderwijs bij het ontwikkelen van de motorische vaardigheden van kinderen en stimuleren ouderen om te blijven bewegen. Inclusie en diversiteit: we stimuleren een inclusief sportklimaat en onderzoeken waar drempels liggen voor sport- en beweegdeelname via een inwonersonderzoek. Ook zetten we in op financiële regelingen die sport en bewegen toegankelijker maken. Verbinding sport, bewegen en cultuur met zorg/welzijn. In 2026 bouwen we verder aan de ingezette ontwikkelingen om sport, bewegen en cultuur meer te verbinden met zorg en welzijn. We zetten o.a.
in op de doorontwikkeling van de ketenaanpakken rondom valpreventie en kinderen en volwassenen met overgewicht en onderzoeken een bredere inzet van Welzijn op Recept. Daarnaast werken we in regionaal verband aan een pilot voor goede doorstroom van ziekenhuis- en revalidatiezorg naar passend lokaal sport- en beweegaanbod. Daarnaast bekijken we de inzet van de culturele subsidiepartners binnen de ketenzorg dementie.
Stichting Connect Ook in 2026 maken we gebruik van de BRC-Regeling. Via deze regeling zetten we cultuurcoaches en buurtsportcoaches/beweegcoaches in bij stichting Connect. De cultuurcoaches geven o.a. uitvoering aan het Convenant Cultuureducatie Gemeente Barneveld 2025-2028. Via een beleidstoevoeging is bij de Kadernota 2026 structureel 322.000 beschikbaar gekomen voor de Financiën Uitvoeringsagenda Cultuurvisie. Daarnaast is voor 2026 90.000 incidenteel beschikbaar gesteld voor de subsidietenderregeling exploitatiesubsidie cultuurorganisaties (collegebesluit 4277). Sport en cultuur zijn een onderdeel van de Brede SPUK-Regeling (zie speerpunt Veilig en gezond opgroeien en samenleven). De Brede SPUK-Regeling heeft een looptijd tot en met 2026. De voortzetting van de Risico's financiering van deze inzet via het nieuwe AZWA is vooralsnog onduidelijk. De beschikbare middelen in de toekomst kunnen consequenties hebben voor onze inzet. 121 Sportstimulering,122 Sociaal-cultureel werk Beleidsproduct Onder Programma 3: 333 Bibliotheek, 334 Kunst en Cultuur