A-9 B Variantenonderzoek.pdf
Tekst van het document
Bijlage bij Statenbrief
Datum
versie: definitief
Zaaknummer
12 januari 2021
2020-018299 Blad
1 van 30
Onderwerp
Bijlage B1: Afwegingsdocument Portefeuillehouder
Jan Markink
AFWEGINGSDOCUMENT VARIANTEN T.B.V. BESTUURLIJK OVERLEG 15 DECEMBER 2020
Inleiding Dit document is opgesteld voor het Bestuurlijk Overleg van 15 december 2020 in het kader van het open overleg Wet Arhi naar aanleiding van besluitvorming hierover in het College GS Gelderland op 14 juli jl. Het Bestuurlijk Overleg wordt gevraagd om aan de hand van dit document een afweging te maken tussen 3 varianten voor de versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel (zoals opgenomen in het Plan van Aanpak): 1.
Scherpenzeel blijft zelfstandig;
2.
Scherpenzeel en Barneveld gaan een duurzaam partnerschap aan;
3.
Scherpenzeel en Barneveld fuseren per 1-1-2023.
De afweging in dit document is gebaseerd op een drietal bouwstenen: 1.
Het brondocument met basisgegeven over de beide gemeenten en de regio, de feitelijke karakteristieken per variant, met daarin opgenomen een zgn. voorzieningenscan, alsmede een overzocht van kansen en risico’s per variant op de verschillende beoordelingscriteria.
2.
Het participatieverslag met de resultaten van het participatieproces “Kijk op Scherpenzeel”;
3.
Het verslag van de bestuurlijke consultaties van de omringende gemeenten, de Regio Food Valley en de provincie Utrecht.
Het document hanteert de volgende redeneerlijn in stappen om tot de afweging te kunnen komen: 1.
De maatschappelijke opgaven staan centraal. In deze stap wordt een beeld geschetst in hoofdlijnen van de verwachtingen en belangen die de inwoners van Scherpenzeel en Barneveld hebben. Deze vormen het algemeen kader voor de beoordeling van de varianten.
2.
Bestuurskrachtopgave Scherpenzeel staat niet op zichzelf. In deze stap wordt aangegeven dat de bestuurskrachtopgave van Scherpenzeel niet alleen een lokaal en/of incidenteel karakter heeft, maar (mede) voortvloeit en onderdeel is van een bredere
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
2 van 30
schaal gerelateerde uitdaging in het lokaal bestuur. Ingegaan wordt op strategieën die kleine gemeenten hanteren om hiermee om te gaan en hoe die zich verhouden tot de af te wegen varianten. 3.
Inrichting van varianten bepaalt effectiviteit (“of” en “hoe”). In deze stap wordt aangegeven hoe de verbinding kan worden gelegd tussen de verwachtingen en belangen van inwoners en de kenmerken van de verschillende varianten, zoals beschreven in het Brondocument. Die verbinding kan tot stand worden gebracht door de varianten nader te beschrijven om aan de hand daarvan niet alleen te beoordelen of varianten in algemene zin tot oplossing kunnen leiden, maar ook hoe ze dat dan (eventueel) kunnen doen. Daarbij wordt ook gekeken of de varianten te optimaliseren zijn om beter aan te kunnen sluiten bij verwachtingen en belangen van inwoners. Tevens wordt ingegaan op het belang van constructieve relaties en samenwerkingsgedrag bij het tot een succes maken van met name varianten 2 (strategisch partnerschap) en 3 (fusie).
4.
Beschouwing varianten t.b.v. eindafweging De varianten (en hun mogelijkheden tot optimalisatie) worden beschouwd vanuit het perspectief van de maatschappelijke opgaven, waarmee met name wordt ingezoomd op de meer structurele en lange termijn effecten van de varianten. Deze beschouwing is bedoeld voor de bestuurlijke discussie.
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
3 van 30
1
Maatschappelijke opgaven staan centraal
Een gemeente is een hulpmiddel, een vehikel om maatschappelijke doelen te bereiken en publieke belangen te bewerkstelligen. Lokaal bestuur krijgt daarbij vorm in een veelheid van constructen. Deze constructen hebben geen waarde op zichzelf, maar ontlenen hun waarde aan de mate waarin ze in staat zijn om de leefwereld van inwoners1 vorm te geven. Om resultaten te bereiken die aansluiten bij de belangen, wensen en ideeën van inwoners. Begrippen als schaal, zelfstandigheid, samenwerking van een gemeente hebben (dus) ook geen waarde op zichzelf. Het zijn componenten of kenmerken van die bestuurlijke constructen. Dat wil overigens niet zeggen dat ze geen betekenis kunnen hebben. Maar dan alleen als ze verschil maken voor de mate waarin ze als kenmerk van die constructen de belangen en wensen van inwoners dienen. In discussies en besluitvorming over bestuurskracht dient dat dan ook voorop te staan. Oplossingen voor versterking van de bestuurskracht zijn hierdoor maatwerk. Leidend bij de afweging van varianten voor de versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel is wat inwoners - van Scherpenzeel en Barneveld - vanuit hun leefwereld formuleren als de belangrijkste belangen en wensen die door middel van die varianten kunnen worden gerealiseerd. De inwoners van Scherpenzeel hebben daar een goed inhoudelijk beeld van. Dat is al opgehaald in het proces van Toekomstvisie 2018.
Het is bevestigd in het dialoogproces dat door de gemeente in 2019 is uitgevoerd en vervolgens ook in het participatieproces dat ten behoeve van dit variantenonderzoek is uitgevoerd. De belangen en wensen van de inwoners Scherpenzeel richten zich in grote lijnen op: A. de instandhouding en mogelijke versterking van belangrijke gemeenschapsvoorzieningen, zowel die gebouw- en grond gebonden zijn (Kulturhus De Breehoek, bibliotheek, zwembad) als die onderdeel uitmaken van de verenigingsstructuur (scouting, sportverenigingen e.a.). B.
de borging en bevestiging van het karakter en identiteit van het dorp zowel in ruimtelijke zin (open, groen), als in maatschappelijke zin (sociale infrastructuur, zie boven) als de ondernemende en zelfredzame “mind set” van een groot deel van de inwoners.
C. Adequate dienstverlening en bestuur, voldoende nabij en tegelijk van een hoge kwaliteit. D. De kosten van het gemeentebestuur moeten in proportie zijn met de kwaliteit; kwaliteit mag wel wat kosten. De inwoners van Scherpenzeel willen aanmerkelijke invloed hebben op de voor A., B. C. en D. te nemen beslissingen; en een vorm van zelfbeschikking over zaken die voor het dorp en de gemeenschap van 1
Inwoners in ruime definitie: mensen/huishoudens die wonen, werken, ondernemen, zorgen, recreëren, verblijven etc. binnen een geografisch gebied.
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
4 van 30
belang zijn. De inwoners van Scherpenzeel verwachten van hun gemeentebestuur dat ze zowel heel “nabij” opereert als tegelijk op andere relevante schaalniveaus dingen weet te realiseren voor de inwoners die hiervoor van belang zijn. De inwoners zijn veelal bereid om een redelijke prijs te betalen voor een goed gemeentebestuur en adequate dienstverlening. De wensen en belangen van inwoners van Barneveld zijn tot heden in dit afwegingsproces minder scherp en uitgebreid gearticuleerd. Op basis van de (beperkte) deelname en de inhoudelijke reacties in het participatieproces (zie ook het participatieverslag) valt af te leiden dat de inwoners van Barneveld vinden dat bestuurskrachtversterking van Scherpenzeel hun eigen belangen en ontwikkelingsmogelijkheden niet zouden moeten aantasten en dat naar hun inschatting op basis van huidige (beperkte) informatie ook niet zal doen. Ook zij zullen hoge verwachtingen van hun gemeentebestuur hebben wat betreft prestaties, doelbereiking en dienstverlening en verwachten dat bestuur en organisaties op meerdere schaalniveaus kunnen acteren in hun belang.
Voor de variantenafweging betekent bovenstaande dat de keuze van en/of de inrichting van varianten zal plaatsvinden met inachtneming van de expliciet geuite verwachtingen en belangen en vanuit de inwoners van Scherpenzeel en binnen de randvoorwaarde dat bij een keuze voor een duurzaam partnerschap of herindeling, voor de inwoners van Barneveld - zo mogelijk - voordeel kan ontstaan.
2
Bestuurskrachtopgave Scherpenzeel staat niet op zichzelf
De bestuurskracht van kleine(re) gemeenten staat onder druk. Van gemeenten worden steeds meer en complexere prestaties verwacht. Deels door hogere kwaliteitseisen vanuit inwoners, deels door meer en complexere beleidsregels/wet- en regelgeving, deels door toenemend belang van samenwerking in een steeds grotere verscheidenheid van bestuurlijke en maatschappelijke netwerken. Daar waar steeds hogere eisen gesteld worden aan prestaties, waar doelbereiking complexer wordt, waar meer kennis en middelen nog zijn om resultaten te halen, daar ontstaan “aan de onderkant van de schaal” vragen over prestaties en voortbestaan. Gemeenten kunnen daarbij – anders dan commerciële organisaties of organisaties met meer beperkte doelstelling - ook maar beperkt fundamentele keuzes maken in takenen ambitieniveau. De bestuurskrachtopgave van Scherpenzeel staat niet op zichzelf. Kleine gemeenten ervaren eigenlijk allemaal - naast mogelijke voordelen - ook de knellendheid die met de kleine schaal gepaard gaat. De lokale overheden in Nederland overziend benutten kleine gemeenten verschillende strategieën om met deze schaalvragen om te gaan. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de 28 Nederlandse gemeenten tot 12.000 inwoners (medio 2020) en manieren waarop ze om gaan met de schaalvragen en
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
5 van 30
daaruit voortvloeiende bestuurskrachtvragen. De bestuurlijke strategieën die ze daarvoor hanteren zien in te delen in 4 hoofdgroepen: A. kiezen voor bestuurlijke fusie (zoals bv. Loppersum of Mill en St. Hubert) B.
kiezen voor vergaande ambtelijke samenwerking met andere gemeenten met daarbij enkele subvarianten: o
ambtelijke fusie met buurgemeenten (bv. BEL, OVER en ABG-gemeenten)
o
verregaande samenwerking met een substantieel grotere buurgemeente (bv. Rozendaal, Renswoude, Simpelveld, Oudewater)
o
vergaande deelname in breder regionaal arrangement (bv. Zoeterwoude)
C. kiezen voor een solitaire aanpak, met daarbij een arrangement van verschillende samenwerkingspartners op verschillende taakvelden/domeinen (bv. Doesburg, Scherpenzeel, Mook en Middelaar) D. specifieke gebiedsgebonden arrangementen (Waddengemeenten). Er is dus een brede variëteit in manieren waarin kleine gemeenten proberen hun schaalnadelen te beperken dan wel op te lossen. Er is niet simpelweg “op papier” te bepalen welke manier het beste is (“there are no easy answers”). Het gaat immers niet om de constructie maar om de mate waarin die constructie kan bijdragen aan de realisatie van de maatschappelijke opgaven. Bovendien zal per situatie de context verschillen op grond waarvan de keuzes gemaakt worden. Zo kunnen geografische kenmerken een rol spelen (bv. Noord-Beveland letterlijk als eiland). Regionale bestuurlijke verhoudingen en ontwikkelingen spelen ook een belangrijk rol; samenwerken of fuseren doe je immers als gemeente niet alleen. De keuze van vorm, aard en omvang van samenwerking en/of fusies is ook de uitkomst van een dialoog- en afwegingsproces met meerdere partijen om tot die keuze te komen. De varianten die nu voorliggen in de bestuurlijke afweging sluiten aan bij de verschillende landelijk gehanteerde strategieën door en voor kleine gemeenten.
Het is van groot belang om bij de afweging de structurele aspecten van het bestuurskrachtvraagstuk van kleine gemeenten goed mee te wegen. Die structurele aspecten leiden in Nederland al enkele tientallen jaren tot de stijging van zowel de minimale als gemiddelde omvang van gemeenten. Wellicht kan dat om een aantal redenen ook betreurd worden, maar het is wel de realiteit waarbinnen ook deze variantenafweging plaatsvindt. De varianten dienen daarom wel vooral gewogen te worden op de duurzaamheid en de lange termijneffecten van de betreffende variant, vanuit het perspectief van de maatschappelijke opgaven. Ook is het van belang om de specifieke belangen en context van – in dit geval – de bestuurskrachtopgave van Scherpenzeel goed te wegen; het is tenslotte maatwerk.
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
6 van 30
3
Optimalisering van varianten (“of” en “hoe”)
Zoals eerder aangegeven worden in het open overleg 3 varianten onderzocht: 1.
Zelfstandigheid
2.
Duurzaam partnerschap met Barneveld
3.
Bestuurlijke fusie met Barneveld per 1 januari 2023.
In de loop van het Variantenonderzoek zijn deze varianten verder geladen en is gebleken dat binnen deze hoofdvarianten subvarianten zijn te onderscheiden. Waar relevant wordt dit in de beschouwing over de varianten (hoofdstuk 4) vermeld en meegenomen. Daarmee ontstaat een gedifferentieerd beeld (en vanuit een bepaald perspectief ook een “glijdende schaal”) in mogelijke samenwerkings- en fusiearrangementen, waaruit een keuze kan worden gemaakt. Voor de afweging van de varianten zijn een zestal criteria gesteld (zie schema hieronder). In het Brondocument is beschreven dat ieder van de drie onderzoeksvarianten voor de gestelde criteria kansen en risico’s in zich draagt. De mate waarin die kansen en risico’s in die variant zich daadwerkelijk voordoen zal mede afhangen van de wijze waarop die variant is ingericht. Zo zal bv. het risico van “gebrek aan maatwerk” bij het op afstand plaatsen of uitbesteden van een taak in de zelfstandigheidsvariant kunnen worden beperkt door hierover goede afspraken aan de voorkant te maken. Of de kans dat door samenwerking op bepaalde taken financiële voordelen ontstaan kan alleen maar gerealiseerd worden als er heldere uitvoerings- en bedrijfsvoeringsafspraken over worden gemaakt. Bij de afweging van de varianten zal daarom niet alleen “of-vraag” (abstracte keuze tussen de drie varianten) aan de orde zijn.
Het is zeker ook een “hoe-vraag”: hoe kunnen varianten zo worden ingericht dat ze – als bestuurlijk hulpconstruct - maximaal waarde toevoegen voor de betrokken inwoners? In het algemeen is het daarnaast van belang om mee te wegen dat het succes van varianten van samenwerking en samenvoeging vooral ook zit in de onderlinge relatie en het samenwerkingsgedrag van deelnemende partijen. Dus bij de bestuurlijke weging van varianten gaat het niet alleen bestuurskundige, financiële of andere instrumentele aspecten doch zeker ook om de weging van aspecten van relatie en gedrag van partijen die binnen die varianten een succesvol verbinding moeten aangaan. In de volgende stap is per variant een eerste - globale - beschouwing gegeven van de wijze waarop en de mate waarin iedere variant kan inspelen op de wensen en belangen van de inwoners. Daarbij is per
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
7 van 30
variant aangegeven wat de mogelijkheden zijn om de betreffende variant te optimaliseren vanuit het perspectief van de belangen van inwoners. Vanuit de uiteindelijke bestuurlijke afweging tussen de varianten zal dan een invulling kunnen worden gegeven van de beoordelingsmatrix uit het Plan van Aanpak (zie hieronder), waarbij dus ook voor de verschillende criteria optimaliseringsmogelijkheden kunnen worden beschreven, die als leidraad dienen voor verdere uitwerking van de gekozen variant. Varianten
zelfstandig
Beoordelingscriteria Sz*
Bv*
duurzaam
Herindeling
partnerschap
per 1-1-2023
Sz
Bv
Sz
Bv
1. Gemeenschap (incl. kernenbeleid) 2. Bestuur 3. Ambtelijke organisatie 4. Samenwerking en partnerschap 5. Financiën 6. Specifieke onderwerpen: a. Sociaal domein b. Breehoek
4
Beschouwing varianten t.b.v. bestuurlijke afweging
In deze beschouwing wordt input gegeven voor de bestuurlijke afweging van de varianten. Per variant wordt een algemene beschouwing gegeven en worden de optimalisatiemogelijkheden benoemd, die bij de bestuurlijke afweging èn in de verdere uitwerking van die variant (na bestuurlijk afweging) een rol kunnen spelen. Het gaat er bij de optimalisatie om de variant zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de verwachtingen en belangen van de inwoners van Scherpenzeel en Barneveld. 4.1
Variant 1. Zelfstandigheid
De variant Zelfstandigheid die in eerste instantie wordt beschouwd is die, zoals door Scherpenzeel uitgewerkt in de Kadernota 2021-2024. De variant is te omschrijven als het construct “solitair met samenwerkingsarrangementen met verschillende partners”. Verdere uitwerking van de variant op het aspect samenwerking heeft plaatsgevonden in de raadsmemo d.d. 17 november van het College van B&W van Scherpenzeel.
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
8 van 30
Algemene beschouwing variant zelfstandigheid Bij solitaire (door)ontwikkeling van organisatie en bestuur van Scherpenzeel zal er bij het veeleisende opgavenprofiel de komende jaren een steeds groter beroep worden gedaan op organisatie en bestuur om de prestaties en kwaliteit minimaal op basisniveau te houden. Binnen de bestaande context van organisatie en bestuur zal dit tot op een bepaald niveau kunnen. In deze aanpak zal er telkens een afnemende meeropbrengst van die inspanningen. De kaders van de schaal en het functioneren van een kleine organisatie veranderen in de kern niet. In het algemeen verschilt Scherpenzeel hier niet van andere kleine gemeenten. Wel heeft Scherpenzeel veel ambitie en ontwikkelpotentie (woningbouw, voorzieningen, sociaal domein), waarvoor uiteraard ook extra bestuurskracht nodig is ten opzichte van gemeenten die dat niet hebben. In dit solitaire scenario zal samenwerking met andere gemeenten structurele voordelen kunnen brengen. Het onderbrengen van specifieke taken op een hoger schaalniveau zal schaalvoordelen opleveren voor die taken. Door de huidige keuze van Scherpenzeel om dit taakafhankelijk bij verschillende partners te doen zal dit de complexiteit van de sturing van het gehele systeem wel doen toenemen.
Een splitsing in taakvelden en partners vermindert het zicht op de effecten van dienstverlening, de democratische legitimatie en de controlemogelijkheden. Bovendien, zo is gebleken uit de bestuurlijke consultatie, stellen potentiële samenwerkingspartners het niet op prijs om het gevoel te krijgen dat er “geshopt” wordt en dat ze mogelijk tegen elkaar worden uitgespeeld. De solitaire aanpak met verschillende samenwerkingspartners op onderdelen leidt dus wel tot mogelijke korte termijnverbeteringen in de organisatie, doch niet tot structurele versterking van de bestuurskracht. De recente BMC-review bevestigt dit algemene beeld voor Scherpenzeel. Dit onderzoek geeft aan dat – met veel extra inspanningen en investeringen - op onderdelen voortuitgang wordt geboekt en dat op diverse onderdelen doorontwikkeling nodig is. De kaders en context voor het functioneren van organisatie en bestuur veranderen echter niet. Bij deze strategie van bestuurskrachtversterking (solitair met verschillende samenwerkingspartners) moet er dus steeds meer, complexere en moeilijker stuurbare output uit het systeem komen, zonder dat de basiskenmerken (kleine organisatie, bestuurlijke kwaliteit, beperkte gereedschappen) van het systeem veranderen en zonder dat de middelen van het systeem (kennis, ervaring, financiële middelen) verbeteren.
Vanaf een bepaald moment wordt dat meer een overlevingsslag dan een ontwikkelslag. Dat overleven kan voor een bepaalde periode lukken als er een voortdurende toevoer is van extra middelen, maar feitelijk wordt hiermee een (onvolkomen) systeem in de lucht gehouden, zonder dat duurzame versterking van dat systeem plaatsvindt. Met andere woorden, de gemeente kan vooralsnog wel zelfstandig blijven bestaan, maar wordt niet en eigenlijk steeds minder bestuurskrachtig.
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
9 van 30
Het feit dat in Scherpenzeel een investering van 1,2 miljoen extra per jaar nodig is om de “basis op orde” te houden, duidt er op dat deze situatie (binnenkort) aan de orde is. De financiële middelen moeten worden gebruikt om het systeem in stand te houden en komen niet direct of indirect ten goede aan de voorzieningen en het karakter van het dorp. Inwoners hebben geen direct zicht en zeggenschap over de besteding van de middelen; het gaat “ergens” het systeem in om dat draaiende te houden. Of de dienstverlening er beter van wordt, het beleid flexibeler of de procedures sneller wordt niet duidelijk. En deze investering is voor Scherpenzeel de komende jaren financieel weliswaar nog op te brengen (met het genereren van extra inkomsten en benutting van reserves), maar dat is uitstel van echte systeemverandering. Zakelijk gezien is het dus een slechte investering vanuit de belangen en wensen van inwoners gezien. Daarenboven worden de middelen om dit mogelijk te maken in ieder geval deels gehaald uit incidentele inkomsten, hetgeen de tijdelijkheid van dit model versterkt. Dit scenario van solitaire doorontwikkeling van bestuur en organisatie is door Scherpenzeel gekozen vanuit het streven naar “eigen regie” en zeggenschap voor de inwoners van Scherpenzeel, wat ook als een belangrijke waarde wordt gezien door de inwoners.
De onderliggende veronderstelling daarbij is dat bestuurlijke zelfstandigheid deze eigen regie en zeggenschap van inwoners versterkt. Uitvoering van dit scenario heeft echter het omgekeerde effect. Het scenario leidt er toe dat, in weerwil van de investeringen, de invloed en zeggenschap van het gemeentebestuur in bestuurlijke en maatschappelijke netwerken per saldo afneemt. Dit door de afhankelijkheid bij gemeentelijke taakuitvoering van meerdere partijen en omdat geen gelijke tred gehouden kan worden met schaalvergroting van maatschappelijke processen en maatschappelijke organisaties. Het effect van dit scenario is dat inwoners van Scherpenzeel wel (mogelijk) directe zeggenschap hebben op wat hun gemeentebestuur besluit, maar dat hun gemeentebestuur steeds minder invloed kan hebben op ontwikkelingen die voor inwoners belangrijk zijn. Enkele mogelijke voorbeelden van dat risico:
Als voor in stand houden of verbeteren van een belangrijke voorziening zoals bv. het zwembad andere partijen moeten gaan meebetalen, meebeslissen of meebepalen, heeft de gemeente niet de kennis, ervaring, netwerken en invloed om die partijen te beïnvloeden, laat staan iets af te dwingen;
Als een voor de inwoners belangrijk nieuw ontwikkelingsproject (bv. brede school, anderhalve lijns zorgvoorziening) of de daarbij betrokken organisatie net even een maatje te groot/te lastig is voor de gemeente, komt het er niet;
Als er stappen moeten worden gezet om voor de inwoners belangrijke voorzieningen die niet binnen de huidige gemeentegrens liggen (denk bv. aan gezondheidszorg of openbaar vervoer) te verbeteren kan de gemeente hierop geen invloed uitoefenen;
Als de dienstverlening moet worden verbeterd, zal dit door andere (samenwerkings)partijen moeten gebeuren die wel belang hebben bij zakelijke afspraken maar niet direct door de inwoners afgerekend kunnen worden op de kwaliteit.
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
10 van 30
In deze situaties wordt de “eigen zeggenschap” voor inwoners over voor hen belangrijke thema’s en wensen in deze variant dus – ondanks de intentie van het omgekeerde - verminderd. Naast de meer fundamentele aspecten van deze variant zijn ook enkele praktische aspecten zichtbaar die in de afweging van belang zijn. Voor het welslagen van deze variant zal fors (extra) geïnvesteerd moeten worden in eigen menskracht èn er zal ook veel samengewerkt moeten worden met meerdere partijen en gemeenten op verschillende taakvelden in het gebied. Deze samenwerking is – zo blijkt uit de rondgang langs de buurgemeenten – nog niet op gang gekomen. Tevens is door enkele recente ervaringen (o.a. belastingsamenwerking) reserve ontstaan bij buurgemeenten om vergaande samenwerkingsarrangementen met Scherpenzeel aan te gaan. Vooralsnog is deze belangrijke randvoorwaarde voor de versterking van de bestuurskracht volgens deze formule dus niet vervuld. De vraag moet ook gesteld worden of met de huidige bestuurlijke kwaliteit van Scherpenzeel en de verhoudingen in het gebied deze afspraken snel tot stand zullen kunnen komen. Optimalisatiemogelijkheden Variant 1 De door Scherpenzeel gekozen Variant Zelfstandigheid leidt gezien het bovenstaande niet of slechts beperkt tot versterking van de bestuurskracht, zeker gezien de grote investeringen die hiervoor nodig zijn.
Zijn er dan mogelijkheden om deze variant te optimaliseren vanuit wensen en belangen van inwoners? De Variant Zelfstandigheid zou kunnen worden geoptimaliseerd als die wordt omgebogen van “solitair met verschillende samenwerkingsarrangementen” naar een variant waarin de zelfstandige gemeente Scherpenzeel kiest voor een duurzaam partnerschap met een sterke partner, zoals veel andere kleinere gemeenten dat doen (zie het overzicht van strategieën voor bestuurskrachtversterking in de volgende paragraaf). In zo’n variant kan voor bepaalde taken en dienstverlening in de organisatie een echte schaalsprong worden gemaakt tegen aanzienlijk lagere investeringen dan in variant 1 ingezet moeten worden. Bijkomend effect is mogelijk dat er een duidelijke bestuurlijke (kerntaken)discussie op gang komt over welke taken echt in eigen huis moeten worden gehouden en welke taken ergens anders kunnen worden belegd. En daarmee dus ook scherpte komt in waar de gemeente nu en in de toekomst voor staat en gaat. In deze variant kan daarenboven ook nog een bestuurlijke versterking worden aangebracht als het partnerschap tevens gericht wordt op het gezamenlijk bestuurlijk optrekken bij gemeentegrensoverschrijdende vraagstukken. Dan ontwikkelt de samenwerking zich niet alleen op uitvoerend en dienstverlenend niveau, maar ook op strategisch en beleidsinhoudelijk niveau.
Vanuit het oogpunt van bestuurskrachtversterking is dat voor Scherpenzeel een interessante mogelijkheid, omdat
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
11 van 30
daarmee de performance in het dorp beter verbonden kan worden met het optreden en het behalen van resultaten op hogere schaalniveaus. Om die mogelijkheid te realiseren, is een sterke en duurzame partner voor Scherpenzeel nodig, die bereid en in staat is om die rol op langdurige basis en in goed partnerschap te vervullen. Potentiële partners zijn de gemeenten Ede, Veenendaal en Barneveld. Uiteraard zijn dan nadere besprekingen nodig met een of meer van deze gemeenten om zo’n verregaand partnerschap aan te gaan. Ook is een keuze nodig tussen deze potentiële partners omdat dan uitgegaan moet worden van een min of meer exclusief “verbond”. Op dit moment vinden er nog geen besprekingen op dit punt met partners plaats; wel is recent vanuit Scherpenzeel aangegeven dat er behoefte bestaat om hier met Barneveld over te spreken. Wanneer Barneveld als duurzame samenwerkingspartner voor Scherpenzeel zou gaan optreden, komt feitelijk Variant 2 in beeld. Deze variant heeft – ten opzichte van Veenendaal en Ede - als extra mogelijkheid dat, gegeven de geografische positie als buurgemeenten ten opzichte van elkaar, desgewenst ook nog toegewerkt kan worden naar een bestuurlijke fusie op enig moment. Recapitulatie beschouwing variant 1 – Scherpenzeel zelfstandig
Deze variant (solitair met verschillende samenwerkingspartners) heeft veel investeringen nodig voor het blijvend adequaat functioneren van het bestaande politiek-organisatorisch systeem zonder dat hiermee het rendement van schaalvoordelen en systeemaanpassingen wordt bereikt;
De beoogde “eigen regie” en zeggenschap van inwoners op voor hen belangrijke ontwikkelingen neemt per saldo eerder af dan toe;
De randvoorwaarde van het sluiten van stevige samenwerkingsarrangementen met een of meerdere partijen is niet vervuld;
Keuze voor 1 samenwerkingspartner (organisatorisch + bestuurlijk) biedt de mogelijkheid van een flinke optimalisatie van de effecten op verwachtingen en belangen van inwoners. In de beschouwing van Variant 2 wordt dit verder beschreven voor zo’n partnerschap tussen Scherpenzeel en Barneveld.
4.2
Variant 2. Duurzaam partnerschap Scherpenzeel en Barneveld
De variant Duurzaam Partnerschap is in het plan van aanpak voor dit open overleg nog slechts in algemene zin geformuleerd. Er zijn meerdere mogelijkheden waarop die kan worden vormgegeven. In onderstaand overzicht worden de verschillende aanpakken en strategieën die de 28 kleinste gemeenten (tot 12.000) inwoners hanteren om tot versterking van hun bestuurskracht te komen.
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
12 van 30
Gemeente
Inwoneraantal
bestuurlijk construct
1.
Schiermonnikoog
947
waddensamenwerking
2.
Vlieland
1.155
waddensamenwerking
3.
Rozendaal
1.704
regiegemeente i.s.m. Rheden
4.
Ameland
3.716
waddensamenwerking
5.
Terschelling
4.888
waddensamenwerking
6.
Renswoude
5.444
duurzame samenwerking Veenendaal
7.
Baarle-Nassau
6.859
ambtelijke fusie
8.
Noord-Beveland
7.392
solitair met sw.arrangementen
9.
Mook en
7.847
solitair met sw.arrangementen
10. Zoeterwoude
8.605
servicepunt 71/Leidse Regio
11. Eemnes
9.247
ambtelijke fusie/BEL
12. Loppersum
9.537
bestuurlijke fusie per 1-1-2021
13. Oostzaan
9.735
ambtelijke fusie/Over
14. Scherpenzeel
9.880
solitair met sw. arrangementen
15. Beemster
10.022
16. Vaals
10.105
solitair met sw.arrangementen
17. Alphen-Chaam
10.203
ambtelijke fusie (ABG)
18. Oudewater
10.230
regiegemeente i.s.m. Woerden
19. Simpelveld
10.555
duo-gemeente met Voerendaal
20. Boekel
10.785
regiegemeente (algemeen)
10.939
bestuurlijke fusie per 1-1-2022
22. Doesburg
11.077
solitair met sw.arrangementen
23. Laren
11.280
ambtelijke fusie (BEL)
24. Landsmeer
11.491
bestuurlijke fusie (zo mogelijk) per 1-1-2023
Middelaar
21. Mill en Sint Hubert
ambtelijke fusie Purmerend/ bestuurlijke fusie per 1-1-2023
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
13 van 30
Gemeente
Inwoneraantal
bestuurlijk construct
25. Blaricum
11.540
ambtelijke fusie (BEL)
26. Appingedam
11.642
bestuurlijke fusie per 1-1-2020
27. Sint Anthonis
11.664
bestuurlijk fusie per 1-1-2022
28. Opmeer
11.836
bestuurlijke fusie per 1-1-2022
Dit overzicht geeft diverse voorbeelden en mogelijke invullingen uit de bestuurspraktijk. Deze ruimte kan benut worden om een invulling te kiezen die optimaal aansluit bij de belangen en wensen van inwoners in de beide gemeenten. Voor de invulling van deze variant en voor de verdere uitwerking zijn 3 aspecten van belang: 1.
Ambtelijk-organisatorische samenwerking (3 niveaus)
2.
Bestuurlijke samenwerking (3 niveaus)
3.
Lange termijnperspectief (3 opties)
Ad 1. Invulling ambtelijk-organisatorische samenwerking Voor de invulling van de ambtelijk-organisatorische samenwerking in deze variant kunnen globaal 3 niveaus worden gekozen. In alle niveaus wordt uitgegaan van een exclusieve samenwerkingsrelatie van Scherpenzeel met Barneveld (“preferred supplier”). 1.
Het eerste niveau (“dienstverleningsformule”) is waarin Scherpenzeel als zelfstandige gemeente zoveel mogelijk dagelijkse taken zelf blijft uitvoeren en hiervoor ook een substantiële organisatie in eigen dienst houdt. Hierbij worden met name back-office taken en taken die aantoonbaar een grotere schaal vragen dan die van een kleine organisatie, via een of meerdere dienstverleningsovereenkomsten uitgevoerd door Barneveld. Als indicatie voor de taken die het betreft kan aangesloten worden bij het overzicht bij de memo van B&W Scherpenzeel. Deze formule lijkt op die van de samenwerking tussen Renswoude en Veenendaal.
2.
Het tweede niveau is dat waarin Scherpenzeel de eigen organisatie richt op regie en alle of zoveel mogelijke uitvoerende taken overdraagt en uitbesteed aan Barneveld (of eventueel deels nog aan private partijen). Om dit te regelen is meer nodig dan een “simpele” dienstverleningsovereenkomst; ook een flink deel van de organisatie zal moeten worden overgedragen, evenals uitvoerende bevoegdheden en mandaat. Er zal minimaal een bestuursovereenkomst voor een langere termijn moeten worden gesloten. Deze “regieformule” lijkt op die van Oudewater/Woerden en Rozendaal/Rheden.
3.
Het derde niveau dat kan worden gekozen, is dat van een volledige ambtelijke fusie. Scherpenzeel blijft bestuurlijk zelfstandig en beschikt alleen over een eigen bestuurlijk secretariaat en griffie en eventueel enkele accounthouders. Deze formule gaat net een stap verder dan de regieformule, zeker
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
14 van 30
als de totale organisatie (van Barneveld en Scherpenzeel) ondergebracht wordt in een apart construct/GR. Een “ambtelijke fusie formule” kan overigens ook met alle medewerkers in dienst van de gemeente Barneveld, waarbij dan voor Scherpenzeel beperkte bestuurlijke sturing op de organisatie mogelijk is. Deze laatste invulling lijkt op die van de gemeenten Purmerend en Beemster. Voor ieder van de drie niveaus zullen passende bestuurlijk-juridische constructen uitgewerkt moeten worden. In ieder van de drie formules zullen – tot op zekere hoogte - werkprocessen en beleid geharmoniseerd moeten worden om de organisatorische samenwerking zo goed mogelijk te laten verlopen. Ad 2. Invulling bestuurlijke samenwerking Voor de invulling van de bestuurlijke samenwerking wordt gedoeld op de mate waarin de besturen van Scherpenzeel en Barneveld samen willen optrekken in beleidsmatige en strategische dossiers en trajecten. Dit dus nog los van de bestuurlijke vormgeving van de organisatorische samenwerking, zoals boven bedoeld. Ook voor de invulling van de bestuurlijke samenwerking zijn enkele niveaus te onderscheiden, grofweg ook in drie categorieën in te delen: 1.
Beperkte/incidentele bestuurlijke samenwerking. In deze formule trekken de besturen van Scherpenzeel en Barneveld hun eigen plan. Ze werken (uiteraard) samen in de Regio Food Valley en andere gremia, maar kiezen daarin hun eigen route en prioriteiten. Daar waar vanuit de inhoud zich voor beiden een voordeel voordoet door samen op te trekken, wordt dat opgepakt. Maar dit is niet structureel of vanuit een brede gezamenlijke inhoudelijke beleidsagenda.
2.
Brede, programmatische bestuurlijke samenwerking. In deze formule wordt door de beide B&W’s – in afstemming met de raden – bewust ingezet in op een zo breed mogelijke samenwerking op inhoudelijke issues van belang voor beide gemeenten. Hier worden gezamenlijke projecten en uitvoeringsactiviteiten aan ontleend, die in een samenwerkingsprogramma worden gebracht.
3.
Bestuurlijk optrekken als eenheid. In deze formule trekken de besturen in alle gevallen (in principe) gezamenlijk op vanuit een gezamenlijke beleidsagenda en gezamenlijke doelstellingen. Er wordt veel gezamenlijk vergaderd, er vindt onderlinge vervanging plaats in gezamenlijke dossiers en gremia en ook de raden trekken hierbij samen op en hebben veel overleg.
Ad 3. Invulling lange termijnperspectief Wat betreft het toekomstperspectief van een duurzame samenwerking bevat bovengenoemd overzicht interessante voorbeelden en praktijkcases. De toekomstperspectieven van die samenwerkingen verschillen nogal:
In sommige gevallen is de samenwerking nadrukkelijk gericht op het eindperspectief van een bestuurlijke fusie (bv. Purmerend- Beemster).
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
15 van 30
In sommige gevallen is het perspectief nadrukkelijk gericht op het zelfstandig blijven en juist niet op
In sommige gevallen wordt het perspectief voor de langere termijn bewust opengelaten (bv.
bestuurlijke fusie (bv. BEL-construct). Renswoude-Veenendaal). In deze voorbeelden wordt de keuze minder bepaald door de mate waarin en de wijze waarop dat perspectief bijdraagt aan bestuurskrachtversterking, maar vooral door de voorkeuren, posities en percepties van de samenwerkingspartners. Algemene beschouwing variant duurzame samenwerking Zoals in de reflectie over de optimalisatiemogelijkheden van variant 1 aangegeven, biedt de variant duurzaam partnerschap tussen Scherpenzeel en Barneveld veel mogelijkheden om de (structurele) schaalvragen waar Scherpenzeel voor staat op te lossen:
Het biedt schaalvoordelen in de uitvoering van Scherpenzeelse taken (kennis, deskundigheid, continuïteit, kosten);
Het biedt de mogelijkheid om de in variant noodzakelijke investeringen in de eigen organisatie van Scherpenzeel (1,2 miljoen per jaar) deels te benutten voor organisatieversterking en deels voor een ander doel te gebruiken dan voor de versterking van de organisatie;
Het biedt via bestuurlijke samenwerking meer strategische kracht om de grotere en zwaardere thema’s in Scherpenzeel naar de toekomst goed te kunnen borgen en waar te maken;
Het partnerschap en meer samen optrekken, biedt voor beide gemeenten extra mogelijkheden om in maatschappelijke en bestuurlijke netwerken en vanuit verschillende invalshoeken resultaten voor de inwoners te bereiken;
Het bevat de mogelijkheid voor eindperspectief in een organische bestuurlijk fusie, indien de bestuurskracht van Scherpenzeel verder onder druk zou komen en/of om andere redenen zo’n fusie wenselijk of noodzakelijk zou worden geacht.
Mogelijke nadelen/risico’s vanuit het perspectief van Scherpenzeel zitten in de mogelijkheid dat bij dienstverlening en taakuitvoering minder nabijheid en/maatwerk voor Scherpenzeelse inwoners kan worden aangebracht en dat de directe bestuurlijke invloed op de uitvoering minder kan worden. Vanuit het perspectief van Barneveld heeft deze variant ook enkele voordelen. Het biedt meer massa en robuustheid voor de organisatie en een wat hogere dekking van de overheadkosten van de organisatie. Voor medewerkers kan het interessant en uitdagend zijn om voor 2 verschillende besturen en bestuursculturen te werken. Maar het brengt vanuit Barnevelds perspectief zeker ook nadelen en risico’s met zich mee. De taakuitoefening voor twee gemeentebesturen zal substantieel meer overleg vragen, er
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
16 van 30
is meer kans op “ruis op de lijn” en dat kan ook leiden tot meer uren en hogere kosten voor de taakuitvoering. Optimalisatiemogelijkheden Variant 2 Vanuit het perspectief van de belangen en inwoners van Barneveld en Scherpenzeel zal deze variant veelal ervaren worden als “onder de motorkap”, dus met weinig direct zichtbare veranderingen en aanpassingen voor hen. Ze zullen wel de positieve effecten kunnen ervaren als op deze manier de dienstverlening en taakuitvoering verder kan worden geprofessionaliseerd, meer continuïteit kan krijgen en een hogere kwaliteit. Of dat ook daadwerkelijk zo is, hangt af van enerzijds de wijze waarop de variant concreet wordt ingericht en anderzijds van de mindset en de bestuurlijke en ambtelijke houding waarmee het partnerschap wordt ingevuld. Variant 2 kan alleen geoptimaliseerd worden als beide gemeenten zich van harte willen inzetten om tot een echt gezamenlijk partnerschap te komen, hoe dat dan ook exact gestalte krijgt. Deze situatie is (nog) niet ontstaan tussen beide gemeenten maar is wel randvoorwaardelijk om tot succes in deze variant te kunnen komen. Bij de uitwerking kan een dilemma ontstaan omdat de belangen en wensen van Scherpenzeel en Barneveld daarin niet per se congruent zijn. Wat goed, werkbaar en efficiënt is voor Scherpenzeel is hoeft dat niet vanuit Barnevelds perspectief te zijn. En andersom.
Vanuit optimalisatiemogelijkheden kan ook de keuze van het lange termijnperspectief van belang zijn. In deze variant gaat het om een – nader in te richten – vorm van duurzame en lange termijn samenwerking, daar moet dus behoorlijk en langjarig in geïnvesteerd worden. Het helpt daarbij als er een gezamenlijk beeld is tussen partners van het mogelijke lange termijn perspectief. Het is dus vooral belangrijk dat er een vorm van overeenstemming is of komt. Recapitulatie beschouwing variant 2 – duurzaam partnerschap Scherpenzeel-Barneveld
Voor een uiteindelijke keuze voor deze variant is nadere invulling nodig op 3 punten: ambtelijkorganisatorische invulling, bestuurlijke invulling en lange termijnperspectief.
Een duurzaam partnerschap kan een evidente bijdrage leveren aan de versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel en heeft – mits de inrichting adequaat plaatsvindt – naast de voordelen die hiermee gepaard gaan weinig tot geen specifieke nadelen voor de inwoners van Scherpenzeel.
Een belangrijk voordeel van deze variant boven de optimaliseringsvariant in 1 is dat in deze variant een lange termijn perspectief wordt aangegaan voor zowel organisatie en bestuur van zowel Scherpenzeel als Barneveld (hoe dan ook in te vullen).
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
17 van 30
Vanuit het perspectief van Barneveld zijn er voordelen van deze variant op het gebied van
organisatie (robuustheid, massa) en bestuur, maar ook mogelijke nadelen en risico’s met name in organisatorische en mogelijk financiële zin. Deze zijn te ondervangen door een goede inrichting van de variant. Een belangrijke randvoorwaarde voor optimalisatie van deze variant is dat beide gemeenten vanuit
een positieve en constructieve houding de samenwerking willen inrichten en daarbij ook een gezamenlijk beeld ontwikkelen over hoe om te gaan met een lange termijnperspectief in de samenwerking. De nadere inrichting van de variant kan tot optimalisatie leiden, waarbij de voor- en nadelen tussen
beide partners mogelijk niet gelijkelijk verdeeld zijn; wat goed is voor Scherpenzeel is niet automatisch goed voor Barneveld en andersom. Dit vraagt dus zorgvuldig overleg en afweging tevoren. 4.3
Variant 3. Bestuurlijke fusie Scherpenzeel -Barneveld per 1-1-2023
Bestuurlijke fusie leidt tot vorming van een nieuwe gemeente met ca. 69.000 inwoners en een oppervlakte van ca. 190km2. De gemeente is gericht op - met behoud van haar identiteit en kwaliteiten – verdere groei naar 75.000 tot 80.000 inwoners (2030-2040). Binnen de gemeente zijn diverse kernen, dorpen en buurtschappen: Inwoners per woonkern met kerngebied op 1 januari 2020 Barneveld
34.800
Voorthuizen
10.920
Scherpenzeel
9.880
Kootwijkerbroek
5.635
Garderen
2.125
Stroe
1.645
Terschuur
1.515
Zwartebroek
1.420
De Glind
610
Kootwijk
265
Achterveld
140
Totaal
68.955
De nieuwe gemeente combineert de kwaliteitskenmerken van de beide huidige gemeenten Barneveld en Scherpenzeel. Beide gemeenten hebben een sterke economische positie en potentie en een sterk ontwikkeld gemeenschapsleven in de kernen, met eigen identiteiten. De regionale oriëntatie van beide
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
18 van 30
gemeenten is gelijkgericht (Regio Food Valley). Binnen die Regio wordt de nieuwe gemeente de 2 e gemeente ( na Ede) in omvang. Beide gemeenten beschikken op dit moment over een goed voorzieningenniveau, passend bij de huidige schaal en de kenmerken van de bevolking. Meerwaarde van de vorming van de nieuwe gemeente voor de huidige gemeente Scherpenzeel in algemene zin is dat de sterke gemeenschap van Scherpenzeel onderdeel wordt van een samenstel van vitale dorpsgemeenschappen in een sterke bestuurskrachtige gemeente. Meerwaarde van de vorming van de nieuwe gemeente voor de huidige gemeente Barneveld in algemene zin is dat de regionale positie wordt bevestigd en verder versterkt, dat een kwaliteitsdorp wordt toegevoegd aan de bestaande gemeenschappen en dat de omvang en kwaliteit van de ambtelijke organisatie wordt verstevigd. De nieuwe gemeente heeft (uiteraard) 1 gemeentebestuur en 1 ambtelijke organisatie van waaruit alle taken integraal worden uitgevoerd. Daarin zal de huidige organisatie- en bestuurspraktijk van Barneveld leidend zijn. In verband met de vorming van de nieuwe gemeente zal overdracht en integratie van taakuitvoering en organisaties nodig zijn om vanaf 1-1-2023 zo effectief mogelijk te kunnen werken. Voor de vorming van een nieuwe gemeente op deze manier is een Arhi-traject nodig. Om per 1-1-2023 een nieuwe gemeente te kunnen vormen dient het zgn.
Herindelingsadvies daarvoor uiterlijk 1 juli 2021 toegezonden te worden aan de Minister van BZK. Punt van overweging is daarbij de vorm van samenvoeging (licht/regulier). De keuze hierin is vooral van belang voor de inrichting van het voorbereidingsproces; voor de inrichting van de nieuwe gemeente maakt het niet uit en voor de belangen van inwoners ook niet direct. Algemene beschouwing variant fusie Met een bestuurlijke fusie tussen Scherpenzeel en Barneveld zal de bestuurskrachtopgave van Scherpenzeel structureel en definitief worden opgelost. Daarmee ontstaan in principe positieve effecten voor zowel de inwoners van Scherpenzeel als Barneveld, omdat inwoners hiermee een krachtiger gemeente krijgen die in staat is om op meerdere schaalniveaus zaken voor elkaar te krijgen en tegelijkertijd in staat is om op het schaalniveaus van dorpen en kernen nabijheid en maatwerk te organiseren in taakuitvoering, dienstverlening en ontwikkelingsprojecten (“small enough to care and big enough to make it happen”). De variant bestuurlijke fusie betekent dat de in variant 1 voorziene investering in de ambtelijke organisatie van Scherpenzeel en nieuwe gemeentelijke huisvesting grotendeels achterwege kan blijven. Over een periode van 10 jaar gaat het daarbij om (minimaal) € 14 miljoen euro besparing.
Deze zal deels ingezet moeten worden om ook in de nieuwe organisatie kwaliteitsverbetering te kunnen realiseren, maar kan deels ook ingezet voor andere doelen in de nieuwe gemeente c.q. het dorp Scherpenzeel.
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
19 van 30
Voor de kosten van de organisatorische integratie en andere fusiekosten is bij bestuurlijke fusie een eenmalig bedrag van € 5-6 miljoen beschikbaar in het Gemeentefonds. Optimalisatiemogelijkheden variant fusie Of inwoners van zowel Scherpenzeel als Barneveld ook daadwerkelijk de gevolgen van een bestuurlijke fusie als positief zullen ervaren zal sterk afhangen van inrichting van de taakuitoefening en dienstverlening in de nieuwe gemeente. Vanuit het perspectief van de inwoners van Scherpenzeel zijn daarbij de voorzieningen, de zeggenschap en de nabijheid van het bestuur belangrijk. Voor de inwoners van Barneveld is belangrijk dat de kwaliteit die zij nu ervaren in het optreden van de gemeente op niveau blijft en dat hun lasten/kosten als gevolg van een fusie niet toenemen. Bij verdere invulling van de fusievariant dient in ieder geval aan de volgende aspecten invulling te worden gegeven:
De wijze waarop in de nieuwe gemeente omgegaan zal worden met voor de inwoners van Scherpenzeel en het gemeenschapsleven cruciale voorzieningen;
De wijze waarop zeggenschap van de inwoners van Scherpenzeel wordt geborgd bij de ontwikkeling van dorp en gemeenschap en daarmee samenhangend gemeentelijk optreden;
De wijze waarop dienstverlening in algemene zin en specifiek voor de inwoners van Scherpenzeel zal worden ingericht in de nieuwe gemeente;
De gevolgen van de beantwoording van deze specifieke inrichtingsvragen voor de (overige) inwoners van de gemeente.
Om aan de wensen en belangen van inwoners te kunnen voldoen dient er voor de gemeenschap Scherpenzeel een vorm van samenwerking en representatie te worden ontwikkeld die hen zeggenschap geeft over de ontwikkeling, het karakter van het dorp en de identiteit. De huidige gemeente Barneveld beschikt over het beleid en de instrumenten hiervoor. Zo kan een te ontwikkelen Dorpsvisie Scherpenzeel een goede inhoudelijke basis zijn. De bestaande Toekomstvisie Scherpenzeel biedt daar een goed houvast voor. Als in de periode vanaf de vaststelling van een eventueel Herindelingsontwerp tot de fusiedatum van 1-1-2023 in samenspraak met de inwoners deze Dorpsvisie wordt ontwikkeld, kan deze als uitgangspunt dienen voor het dorpsontwikkelingsproces in Scherpenzeel vanaf de start van de nieuwe gemeente. Kernthema’s van deze uit te werken Dorpsvisie Scherpenzeel na 2023 zouden kunnen zijn:
Instandhouding en (door) ontwikkeling van de aanwezige voorzieningen;
Balans tussen ontwikkeling van woningbouw, economie en groene waarden;
Bereikbaarheid en kwaliteit openbare ruimte;
Zeggenschap en representatie vanuit de gemeenschap in de nieuwe gemeente;
Professionaliteit en maatwerk in gemeentelijke dienstverlening voor Scherpenzeel.
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
20 van 30
Naast deze inhoudelijke basis dient een meer institutionele basis te worden geschapen in een nader in te vullen orgaan/instituut waarin de belangen van dorp en gemeenschap van Scherpenzeel kunnen worden gearticuleerd en in verbinding worden gebracht met het nieuwe gemeentebestuur. Goede voorbeelden van zo’n structuur zijn op dit moment al in Barneveld te vinden (kernenbeleid) en – met enig maatwerk – goed toe te passen in Scherpenzeel. Tenslotte is bij de invulling van de fusievariant van belang dat het in Barneveld van toepassing zijnde dienstverleningsconcept voor Scherpenzeel kan worden gevolgd, met de nodige ruimte voor maatwerk en eventueel overgangstermijn naar een nieuwe praktijk, daar waar dit voor bepaalde doelgroepen nodig is. Bovenstaande aspecten zijn met name van belang voor de inwoners van Scherpenzeel. Het is ook logisch en gerechtvaardigd dat hier aandacht voor is, omdat voor deze inwoners de overgang naar een nieuwe bestuurlijke eenheid naar verwachting het grootst zal zijn. En omdat het belangrijk is dat die inwoners het vertrouwen kunnen hebben dat hun belangen en waarden in die nieuwe bestuurlijke eenheid goed geborgd zijn en blijven. Tegelijk is het van belang dat voor de inwoners van Barneveld geen nadelen ontstaan als gevolg van de fusie en van een uitwerking waarin belangen van inwoners van Scherpenzeel goed geborgd worden.
Er dient wel evenwicht hierin te zijn; geen voorkeursbehandeling en geen verschuiving van lasten, kosten of moeite van een fusie richting de huidige inwoners van Barneveld. Hiertoe is het van belang dat in het voorbereidingsproces naar de nieuwe gemeente goede afspraken worden gemaakt over de financiële gevolgen en de verdeling daarvan over de huidige gemeenten. Tenslotte (last but not least) is het van belang dat ingezet wordt op het samen optrekken – als besturen èn gemeenschappen(/inwoners/ondernemers) – in de nieuwe gemeente. Alle burgers van de (nieuwe) gemeente Barneveld hebben immers belang bij een sterke gemeente en een evenwichtige verhouding tussen de dorpen en kernen, alsmede een goede “bediening” daarvan. In dit “samen optrekken naar een nieuwe gemeente” zouden de beide gemeentebesturen een voorbeeldfunctie kunnen vervullen. Recapitulatie variant 3 - fusie Scherpenzeel-Barneveld per 1-1-2023
Een bestuurlijke fusie van Barneveld en Scherpenzeel leidt tot een structurele en definitieve oplossing van de bestuurskrachtproblematiek van Scherpenzeel en substantiële kostenvoordelen ten opzichte van variant 1;
Een nieuwe gemeente Barneveld is in bestuurlijk, organisatorisch en financieel opzicht een uitstekend vehikel om de belangen van inwoners in die nieuwe gemeente te dienen. De gemeente
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
21 van 30
kan goed optreden op hogere schaalniveaus èn tegelijkertijd de kracht van de gemeenschappen in dorpen en kernen benutten en versterken; Om deze variant ook echt als zodanig te laten werken is nadere invulling nodig, waarbij zowel de
belangen van de huidige inwoners van Scherpenzeel als Barneveld goed bediend worden; Voor het welslagen van deze variant is het behulpzaam als inwoners en gemeenschappen (zowel in
Scherpenzeel als in Barneveld) samen in beweging willen komen om te bouwen aan een nieuwe gemeente en de kracht van de gemeenschappen daarin. De beide gemeentebesturen kunnen hierin een voorbeeldrol vervullen.
5
Afweging varianten op basis van beoordelingscriteria
In deze paragraaf wordt in ingegaan op de mate waarin de verschillende varianten effect hebben op de 6 beoordelingscriteria zoals benoemd in het plan van aanpak:
Gemeenschap (incl. kernenbeleid)
Bestuur
Ambtelijke organisatie
Samenwerking en partnerschap
Financiën
Specifieke onderwerpen (Breehoek, Sociaal Domein)
In een korte beschouwing wordt per criterium aangegeven hoe de varianten hierop in hoofdlijnen uitwerken (“scoren”), rekening houdend met de in het Brondocument geïdentificeerde kansen en risico’s van de varianten en de in het Variantenonderzoek gegenereerde informatie. Deze score is voor een belangrijk deel kwalitatief van aard. De symbolen in het overzicht geven de ontwikkeling van de prestatie (of bestuurskracht) van de gemeente binnen dit criterium aan. Hierbij wordt ook zichtbaar gemaakt hoe per (hoofd)variant optimalisatiemogelijkheden invloed uitoefenen op de prestaties van deze variant voor het betreffende beoordelingscriterium (bandbreedtebenadering): +(+)
de variant heeft (sterk) positieve effecten op de prestaties bij dit criterium
0
de variant heeft geen/beperkte gevolgen voor de prestaties bij dit criterium
- (-)
de variant heeft (sterk) negatieve effecten op de prestaties bij dit criterium
0/+
effect 0 tot + bij benutting optimalisatiemogelijkheden van de variant
Onvermijdelijk is dat met deze indikking van de analyse en onderliggende gegevens informatie en nuances verloren gaan. Het is dan ook bedoeld als hulpmiddel voor de bestuurlijke afweging; uiteindelijk is de variantenanalyse geen technische exercitie maar een politiek-bestuurlijke weging.
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
22 van 30
5.1
Afweging varianten op beoordelingscriterium gemeenschap
Dit thema gaat over het ruimte bieden aan de dorpsgemeenschap om zich te organiseren en actief en betrokken het eigen dorpsleven in te richten. De variantenanalyse richt zich op de mate en de wijze waarop dat in de verschillende varianten kan plaatsvinden. Meer concreet kan daarbij naar de volgende punten worden gekeken:
Organisatiegraad gemeenschapsleven (sociale kaart, verenigingen, burgerinitiatieven, informeel)
Manier waarop (deel)belangen worden georganiseerd (lokale ondernemers, sportvereniging e.d.) in gemeenschap
Manier waarop (deel)belangen worden verbonden met lokale politiek (informeel en formeel bv. dorpsraad)
Effectiviteit van belangenbehartiging dorpsgemeenschap
Voorzieningenniveau
Duurzame coproductie tussen gemeente en gemeenschap
In het algemeen blijkt uit onderzoek en casestudies dat de mate waarin en wijze waarop een dorpsgemeenschap zich organiseert weinig afhankelijk is van de bestuurlijke constructie waarin de gemeentelijke overheid zich bevindt. Uit de uitgevoerde casestudies blijkt dat onder iedere bestuurlijke constructie zich in principe een rijk, gevarieerd en productief verenigings- en gemeenschapsleven op dorpsniveau kan plaatsvinden. Toch kan wel verschil in de werking van varianten op dit thema worden geïdentificeerd vanuit de huidige situatie in Scherpenzeel: Varianten:
zelfstandig
Beoordelingscriteria Sz Gemeenschap (incl. kernenbeleid)
- /0
Bv 0
duurzaam
Herindeling
partnerschap
per 1-1-2023
Sz 0/+
Bv 0
Sz
Bv
-/+(+)
0/+
In Variant 1 (solitair met verschillende samenwerkingsarrangementen) zal de ondersteuning van de gemeenschap door de gemeente in Scherpenzeel per saldo afnemen en zal de gemeente steeds minder in staat zijn om alle belangen van de gemeenschap op meerdere schaalniveaus goed vorm te geven. Er zullen steeds meer middelen naar het organisatorisch en bestuurlijk systeem moeten om een basisniveau van functioneren in stand te kunnen houden, wat ten koste kan gaan van maatschappelijke voorzieningen. Invloed en zeggenschap op het lokaal bestuur vanuit de gemeenschap kan wel worden gezekerd, maar aangezien het lokaal bestuur steeds minder invloed en zeggenschap zal hebben op de ontwikkelingen die van belang zijn voor de gemeenschap, zal de invloed en zeggenschap van de gemeenschap op die ontwikkelingen per saldo afnemen.
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
23 van 30
Optimalisering van deze variant tot een variant van zelfstandigheid plus organisatorische samenwerking met een preferred partner kan bijdragen aan het op peil houden van de ondersteuning van de gemeenschap, maar zal niet kunnen bijdragen aan verdere ontwikkeling. Score in bandbreedte - tot 0 voor Scherpenzeel dus; voor Barneveld heeft deze variant geen/weinig positieve of negatieve effecten op het criterium gemeenschap (score 0). Variant 2 (duurzaam partnerschap met Barneveld) kan gezien het bovenstaande bijdragen aan het op langere termijn op peil houden van de ondersteuning van de gemeenschap in Scherpenzeel en Barneveld. Als de samenwerking zich verder verdiept en ontwikkelt en van daaruit door beide gemeentebesturen bewust kan worden gewerkt aan taken en ontwikkelingen die versterkend zijn voor de gemeenschap van Scherpenzeel (bv. doorontwikkeling belangrijke voorzieningen of verbetering toegang tot voorzieningen in andere dorpen) kan dat een plus opleveren voor Scherpenzeel (score 0 tot +). Voor Barneveld zal de samenwerking niet direct leiden tot versterking van gemeenschappen maar ook niet tot verzwakking (score 0). Variant 3 (herindeling per 1-1-2023) kent een flinke bandbreedte in de effecten voor de gemeenschap in met name Scherpenzeel.
Indien de fusie niet goed wordt voorbereid en er in de nieuwe gemeente geen rekening wordt gehouden met verwachtingen en belangen van inwoners van Scherpenzeel zal dat een negatieve invloed kunnen hebben op het gemeenschapsleven (bv. eroderen van voorzieningen). Indien dat wel gebeurt kunnen er juist (sterk) positieve effecten ontstaan. De mogelijkheden hiertoe zijn beschreven in de beschouwing over variant 3 in paragraaf 4.3 (score – tot +(+)). Voor de gemeenschap in Barneveld zal een fusie in eerste instantie geen verschil maken. Wel kan de versterking van bestuur en organisatie en de versterking van het karakter als meerkernige gemeente ook (beperkte) positieve invloed op andere kernen en de kwaliteit van wonen en leven daarin indien daar bewust aan gewerkt wordt (score 0 tot +). 5.2
Afweging varianten op beoordelingscriterium bestuur
Bij dit thema gaat het om het belang van een stabiel en daadkrachtig bestuur, dat haar wettelijke taken goed uitvoert en goed weet in te spelen op grote maatschappelijke vraagstukken. Daarbij is het vooral van belang dat het bestuur (college én raad) in goed samenspel met inwoners opereren. In de afweging van de varianten worden bij dit thema gekeken naar:
Formele organisatie bestuur (omvang raad, werkwijze, agenda etc.);
Bestuursstijl en werkwijze in de praktijk (incl. samenspel tussen college en raad);
Transparant besluitvormingsproces;
Toekomstige ontwikkelingen (taken, rollen, eisen) en invloed op functioneren bestuur;
Visiegericht werken met consistente aanpak voor de langere termijn;
Datum
12 januari 2021 Zaaknummer
2020-018299 Blad
24 van 30
Visie op overheidsparticipatie en toepassing in de praktijk.
De keuze van de varianten heeft flinke gevolgen voor het functioneren van het bestuur in met name Scherpenzeel en in beperkte mate in Barneveld: Varianten:
zelfstandig
Beoordelingscriterium Sz Bestuur
-/0
Bv 0
duurzaam
Herindeling
partnerschap
per 1-1-2023
Sz 0/+
Bv 0
Sz
Bv
+(+)
0/+
In Variant 1 zal de kracht van het bestuur in Scherpenzeel zich niet verder kunnen ontwikkelen. De beperkte recruteringsbasis zorgt op de lange termijn voor onvoldoende kwaliteit. De positie in bestuurlijke netwerken op verschillende schaalniveaus wordt per saldo zwakker in de loop van de tijd, terwijl de afhankelijkheid van samenwerking juist toeneemt. Het huidige slechte samenspel tussen College en Raad biedt verdere risico’s naar de toekomst en kan in deze variant niet structureel worden overbrugd. Optimalisering van deze variant via organisatorische samenwerking met 1 preferred partner leidt voor het bestuur niet tot grote verbeteringen, maar de huidige kwaliteit kan mogelijk wel op peil blijven op termijn (score – tot 0). Voor het bestuur in Barneveld heeft deze variant geen effect (score 0). In Variant 2 zal het bestuur in Scherpenzeel kunnen profiteren van een taakuitvoering en dienstverlening en ook bestuurlijke ondersteuning die op een hoger schaalniveau kan worden georganiseerd. Daarmee kan de bestuurlijke kwaliteit en de kwaliteit van het bestuurlijk proces op peil gehouden worden. De keuze voor duurzaam partnerschap èn een werkbaar lange termijn perspectief in deze variant biedt bestuur en politiek rust en duidelijkheid.
Het geeft bij doorgaande samenwerking het bestuur van Scherpenzeel potentieel (via partner Barneveld) ook toegang tot andere netwerken op andere schaalniveaus, waardoor een verbetering in het bestuurlijk optreden kan worden verwacht (score 0 tot +). Voor het bestuur in Barneveld heeft deze variant beperkte effecten, uitgaand van een constructieve samenwerkingsrelatie met Scherpenzeel (score 0). In Variant 3 zal er een nieuw bestuur ontstaan dat – vanuit huidig Scherpenzeels perspectief – meteen op hoger schaalniveau kan optreden en waarvan de kwaliteit ook op langere termijn geborgd is. De bestaande polarisatie en verdeeldheid in het politiek domein wordt opgelost. Toegang tot nieuwe netwerken en andere schaalniveaus is verzekerd en er wordt meer bestuurlijke invloed en “power” gegenereerd (score + (+)). Vanuit huidig Barnevelds perspectief zal de fusie tot een (beperkte) schaalvergroting leiden en uitbreiding van de gemeente met een krachtig dorp en dito gemeenschap. Dit biedt kansen voor bestuurlijke versterking in de regio en in intensivering en variatie in het samenspel tussen bestuur en gemeenschap (score 0 tot +).