CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

03_Stroeërweg III_Bijlagen.pdf

Gemeenteraad 3 november 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Stroeërweg III in Stroe17.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het plangebied is niet geschikt voor reptielen door het ontbreken van water, voortplantingsen schuilplekken. Ongewervelden/ overige soorten Het ontbreken van specifieke habitats zoals heide en (laag)veen, grote rivieren en oude, rottende eiken maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet te verwachten. Die soorten hebben vaak specifieke ecologische eisen die in dergelijke plangebieden beperkt aanwezig zijn. De Veluwe nabij heeft voor dergelijke soorten een hogere potentie.

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 14

5 EFFECTENBEOORDELING Hieronder zijn de effecten van de voorgenomen ingrepen op eventueel aanwezige beschermde gebieden en de aanwezige flora en fauna getoetst aan de Wet natuurbescherming. In de rapportage van Ecologisch adviesbureau Henk Baptist wordt nog gesproken over de Flora- en faunawet. Deze wet is in 2017 opgegaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Ff-wet is zogenaamd beleidsarm overgegaan in de Wnb. Dit houdt in dat er zo min mogelijk veranderingen zijn doorgevoerd. Wel is de beschermingsstatus van enkele soorten veranderd (strikter of minder beschermd). Ook de Natuurbeschermingswet 1998 die in de rapportage wordt genoemd is opgegaan in de Wnb. De benaming voor de Ecologische hoofdstructuur (EHS) is veranderd in Natuurnetwerk Nederland (NNN) en in Gelderland specifiek in het Gelders Natuurnetwerk (GNN). 5.1 Effecten beschermde gebieden/ houtopstanden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het GNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Het plangebied betreft tevens geen weidevogelgebied of een ander gebied dat is beschermd overeenkomstig het provinciale natuurbeleid. Dergelijk beschermd gebied zal derhalve niet verloren gaan of aangetast worden. Op circa 2.000 meter afstand ligt het Natura2000-gebied.

De verwachting is dat er geen rechtstreekse aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) plaatsvinden op soorten die voor dat Natura2000-gebied zijn aangewezen. De voornaamste verstoring van de helikopters wordt veroorzaakt door het opstijgen en het landen. Tevens zullen er geen worden uitgevoerd binnen 1.000 meter van het Natura2000gebied. Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is in onderhavige situatie niet van toepassing, er worden geen bomen gekapt. De conclusies uit de rapportage van Henk Baptist kunnen worden gehandhaafd, namelijk dat er geen significante aantasting te verwachten is op het GNN en Natura2000-gebieden. Vervolg onderzoek/ vervolg acties of een ontheffing/ vergunning worden derhalve niet noodzakelijk geacht. Thema’s als verdroging en vermesting/ verzuring (stikstof/ PAS) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Aangaande stikstof zal een separate rapportage worden opgesteld. 5.2 Effecten soorten Er wordt in het kader van de vigerende wetgeving nagegaan of beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen door het project opzettelijk worden aangetast (vernield, beschadigd of ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood.

Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren.

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 15

Flora Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aanwezig binnen het plangebied. Er kan in de groenstructuren en gebouwen nabij worden gebroed door algemeen voorkomende soorten. Nabij kunnen ook weidevogels broeden. Echter, de huidige situatie bestaat al ruim 10 jaar en zal niet worden geïntensiveerd. De aanwezige soorten zullen zich al volledig hebben aangepast aan de situatie en niet gaan broeden in de groenstructuren wanneer de verstoring te groot is. Ook kan de weide met de groenstructuren rondom dienen als foerageergebied voor roofvogels en uilen. Er worden per dag hoogstens 1 of 2 vluchten uitgevoerd, op sommige dagen geen. Roofvogels kunnen derhalve de weide gewoon gebruiken als foerageergebied. De meeste uilen zijn nachtactief, in de nacht wordt niet gevlogen waardoor er dan zeker geen spraken is van verstoring. Tevens is er voldoende foerageergebied aanwezig in de directe omgeving. Er zijn geen negatieve effecten op vogels te verwachten. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen soorten waargenomen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of niet zijn vrijgesteld door de provincie vastgesteld.

Algemeen voorkomende soorten kunnen gebruik maken de huidige situatie bestaat al ruim 10 jaar en zal niet worden geïntensiveerd. De aanwezige soorten zullen zich al volledig hebben aangepast aan de situatie. De aanwezig schapen in de oostelijke weide reageerden wel op de voorbij vliegende helikopter, maar in slechts beperkte maten. Ook deze dieren hebben zich al aangepast aan de aanwezigheid van overvliegende helikopters. Veel zoogdieren zijn nachtactief. Zoals reeds vermeld wordt er in de nachtelijke uren niet gevlogen. Derhalve zal er op deze soorten geen verstoring optreden. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Er zijn door het ontbreken van geschikte gebouwen en bomen geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen te verwachten binnen het plangebied. Mogelijk wordt gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In onderhavige situatie zal dit zeker niet aan de orde zijn, er is veel foerageergebied in de directe omgeving aanwezig. Tevens vinden de helikoptervluchten overdag plaats, waardoor de nachtactieve vleermuizen niet verstoord zullen worden. Er zijn geen vliegroutes aanwezig binnen het daadwerkelijke plangebied. De platanen zijn geen onderdeel van het plangebied.

Er geen negatieve effecten te verwachten aangaande vleermuizen. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen exemplaren waargenomen of vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroepen.

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 16

Ongewervelden/ overige soorten Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of voorkomen op de ‘nationale lijst’. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande overige soorten. Ook de conclusie aangaande soorten in de rapportage van Henk Baptist kan worden gehandhaafd, namelijk dat er geen significante verstoring, doding of verwonding plaatsvindt van beschermde soorten. In de Wet natuurbescherming zijn deels andere soorten beschermd dan in de voormalige Flora- en faunawet. Voor onderhavige situatie maakt dat geen verschil, de toegevoegde soorten in de Wnb zijn eveneens niet te verwachten binnen het plangebied. De zorgplicht De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk.

Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan waarschijnlijk ook al uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten.

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 17

6 CONCLUSIE Op basis van onderhavige quickscan is beoordeeld of er procedurele gevolgen zijn betreffende de vigerende (natuur)wetgeving. Voor toelichting bij de conclusie dient hoofdstuk vijf geraadpleegd te worden.

Conclusie GNN/ GO Het plangebied is niet gelegen binnen het Gelders Natuurnetwerk. Natura2000/ → De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om houtopstanden het GNN. Extra toetsing wordt niet noodzakelijk geacht. Het plangebied ligt op circa 2.000 meter van het Natura2000-gebied ‘Veluwe’. → Het project zal geen direct negatief effect hebben op de aangewezen soorten van dit Natura2000-gebied; Er worden in het kader van het project geen bomen gekapt. → Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is niet van toepassing. Thema’s als verdroging en vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. → Er zal een separate rapportage opgesteld worden aangaande stikstofdepositie. Soortgroepen Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aanwezig. Het plangebied betreft geen significant foerageergebied. Grondgebonden zoogdieren Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Door de provincie vrijgestelde soorten kunnen voorkomen. Vleermuizen Er zijn geen verblijf- en/of voortplantingsplaatsen te verwachten in het plangebied.

Tevens betreft het plangebied geen essentieel foerageergebied en er zijn geen significante vliegroutes aanwezig. Amfibieën, reptielen en vissen Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Rapportage De conclusies weergegeven in de rapportage van Henk Baptist Henk Baptist aangaande GNN (voormalig EHS), Natura2000-gebieden en soorten kunnen worden aangehouden. Er hebben geen fysieke ingrepen plaatsgevonden de afgelopen jaar. De natuurwetgeving is veranderd, maar niet relevant m.b.t. onderhavige project.

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 18

Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat er aangaande de Wnb en het GNN in de onderzochte situatie geen procedurele gevolgen zijn te verwachten m.b.t. het planologisch vergunnen van de helihaven. → Nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; → Een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; → Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; → De zorgplicht is altijd van toepassing.

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 19

BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 20

1.1 Wet natuurbescherming (Wnb) De Flora- en faunawet is op 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de wet is nog steeds een deling van bescherming van soorten en gebieden (Natura2000). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd (Vogelrichtlijn). Sommige soorten genieten een extra bescherming onder het verdrag van Bern of is het nest ervan jaarrond beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. - Verbodsbepalingen Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 21

De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3).

- Ontheffing of vrijstelling Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: → Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. → Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn. → Ten slot mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’).

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 22

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingenmogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Vrijstellingen kunnen in principe gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Om soorten vrij te stellen, zal altijd voldaan moeten zijn aan de vereisten van de wet, met name de afweging dat de vrijstelling geen afbreuk mag doen aan het streven de populatie van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (voor Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten) dan wel dat de vrijstelling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van vogelsoorten.

Belangen voor ontheffingsverlening of vrijstelling onder de Wet natuurbescherming Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 23

Voor andere, 'nationaal' beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd; • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, • in het algemeen belang van de betreffende soort.

Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Onder meer op basis van regionale verschillen in de staat van instandhouding van soorten kunnen de vrijgestelde soorten per provincie verschillen.

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 24

(Bron: Website Ecologica, maart 2019).

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 25

- Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscodes zijn bedoeld voor organisaties die in hun reguliere taken of activiteiten regelmatig met de wet te maken hebben. Elke sector kan een gedragscode opstellen en laten goedkeuren. Wanneer een gedragscode is goedgekeurd, kan eenieder die aantoonbaar in overeenstemming met de betreffende gedragscode handelt, zonder ontheffing de handelingen verrichten. Er kan gecontroleerd worden of er gehandeld wordt volgens de gedragscode. Dat dient aangetoond te worden; de bewijslast dat er correct wordt gehandeld ligt bij de initiatiefnemer.

Gedragscodes worden goedgekeurd door de Minister van EZ, in overleg met de provincies. De goedkeuring geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. - Ecologisch onderzoek laten uitvoeren Voordat de beoogde ingreep kan plaatsvinden dient inzichtelijk gemaakt te zijn dat er door de ingreep geen overtreding zal plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. Meestal wordt eerst een zogenaamde quickscan (natuurtoets) flora en fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek dient naar voren te komen of er vervolgstappen genomen dienen te worden. De vervolgstappen kunnen bestaan uit een nader onderzoek, het nemen van mitigerende maatregelen en/ of het aanvragen van een ontheffing. De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren wordt overtreden. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied.

Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen. Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt). De redenering hierbij is dat bij een dergelijke verstoring de ecologische functionaliteit van de voortplantings- of rustplaatsen niet meer gegarandeerd is.

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 26

In deze gevallen is dan ook artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Het ministerie van Economische Zaken heeft een stappenschema opgesteld die door initiatiefnemers doorlopen dient te worden.

.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 27

Natura2000 (gebiedsbescherming) Gebieden die bescherming genieten zijn Natura2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Handelingen binnen beschermde gebieden die de wezenlijke kenmerken van het gebied aantasten, zijn in principe verboden en worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Bij ruimtelijke ingrepen in de nabije omgeving van de beschermde gebieden moet worden bepaald in hoeverre de externe werking van de ingreep een effect heeft op het beschermde gebied. Indien er negatieve effecten te verwachten zijn, bijvoorbeeld door een toename van stikstofdepositie, dient er een vervolgonderzoek plaats te vinden. Dit onderzoek vindt plaats in het kader van de PAS (Programma Aanpak Stikstof). Mogelijk dient er een vergunning Wnb aangevraagd te worden. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant.

Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Ook kan de provincie een ontheffing verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond. Verder kan de provincie ontheffing verlenen en kan de provincie bij verordening vrijstelling verlenen van zowel de meldingsplicht als de plicht tot herbeplanting. 1.2 Nationaal Natuur Netwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige EHS) komt voort uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het netwerk kan in verschillende provincie andere benamingen hebben, zo heet de NNN in provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en in Noord-Brabant Natuurnetwerk Brabant. Dit NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.

Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In het NNN liggen: bestaande natuurgebieden (waaronder Natura2000, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden (beheerd volgens agrarisch natuurbeheer) en ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee.

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 28

In het netwerk geldt voor nieuwe ontwikkelingen het 'nee, tenzij'-principe. Ruimtelijke ingrepen zijn niet toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn. Ook moeten de ontwikkelingen een groot openbaar belang hebben. De schadelijke effecten van de activiteit op de natuur moeten bovendien worden gemitigeerd. De kernkwaliteiten en omgevingscondities vormen het toetsingskader. De initiatiefnemer dient onderzoek te doen naar eventuele significant negatieve effecten die een activiteit kan hebben op het NNN. 1.3 Overige natuurgebieden Buiten de bescherming van de Wet natuurbescherming en het NNN bevinden zich ook natuurgebieden beschermd middels provinciaal beleid, veelal beschreven in Omgevingsplannen of Streekplannen. In dit provinciale beleid is de bescherming van bijvoorbeeld ganzenfoerageergebied en weidevogelgebied uitgewerkt. 1.4 Rode Lijst Rode Lijst soorten zijn soorten die zijn opgenomen op officiële, door het parlement bekrachtigde en in de Staatscourant gepubliceerde, lijsten van soorten die gevoelig of kwetsbaar zijn of zelfs direct in hun voortbestaan bedreigd worden. De bedreigde dier- en plantensoorten op de Rode Lijsten hebben geen juridische status, tenzij ze ook in de wet zijn opgenomen. De aanwijzing van nationale soorten is mede gebaseerd op de status die de soorten in de rode lijsten hadden ten tijde van het opstellen van de Wnb.

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 29

BIJLAGE 2 LIJSTEN BESCHERMDE SOORTEN

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 30

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 31

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 32

BIJLAGE 3 JAARROND BESCHERMDE NESTEN (CATEGORIE 1-4) Mogelijk dat in de loop der tijd per provincie de lijst met jaarrond beschermde nesten wordt aangepast. Voor een actuele stand van zaken dient altijd de stand van zaken in de desbetreffende provincie bekeken te worden.

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 33

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 34

BIJLAGE 4 LITERATUURLIJST

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 35

Broekhuizen, S e.a., Atlas van de Nederlandse zoogdieren, uitgeverij KNNV, Utrecht,1992 Diepenbeek A, Twisk P, Veldgids diersporen, KNNV, Zeist 2013 IKC Natuurbeheer, Handboek natuurdoeltypen in Nederland, uitgeverij Judels&Brinkman, Delft, 1995 Meesters, G, Natuuratlas van Nederland, uitgeverij Icob b.v. Alphen aan den Rijn, 2001 Olsen L-H, Dier & spoor, KNNV uitgeverij, 2012 Ravon, De amfibieën en reptielen van Nederland, 2009 Sovon Vogelonderzoek Nederland, Atlas van de Nederlandse Broedvogels, uitgeverij KNVV, Utrecht, 2002 Smit, J.T. & R.F.M. Krekels 2008. Vliegend hert op de Veluwe Beschermingsplan 2009-2013. – EIS-Nederland en Bureau Natuurbalans-Limes Divergens, Leiden – Nijmegen. Vogelbescherming Nederland, Topografische Inventarisatieatlas voor flora en fauna van Nederland, Zeist, 2003. www.google.nl minez.nederlandsesoorten.nl/soorten www.natura2000.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl

- Q2019.102- Quickscan flora en fauna Stroeërweg 46 te Stroe-

Pagina | 36

Helihaven De Kruif Machines B.V. te Stroe Onderzoek externe veiligheid

Rapportnummer DA 2722-3-RA-002 d.d. 17 maart 2022

Helihaven De Kruif Machines B.V. te Stroe Onderzoek externe veiligheid

opdrachtgever

De Kruif Machines B.V.

rapportnummer

D A 2 72 2- 3 - R A - 0 02

datum

17 m a a r t 2 02 2

referentie

E B / P I / / D A 2 72 2- 3 - R A - 0 02

verantwoordelijke ir. H. Buikema opsteller

BSc P. Imminkhuizen +31858228612 p.imminkhuizen@peutz.nl

peutz bv, postbus 66, 6585 zh mook, +31 85 822 86 00, mook@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook – zoetermeer – groningen – eindhoven – düsseldorf – dortmund – berlijn – leuven – parijs – lyon

DA 2722-3-RA-002 2

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

2

Externe veiligheid

5

3

We t - en re ge l g ev i n g

6

3.1

Besluit burgerluchthavens

6

3.2

Regeling burgerluchthavens

7

Uitgangspunten

8

4.1

Algemeen

8

4.2

Gehanteerde uitgangspunten

8

4

5

Rekenresultaten

10

5.1

Plaatsgebonden risico

10

5.2

To t a a l R i s i c o G e w i c h t

11

Conclusie

12

6

DA 2722-3-RA-002 3

1

Inleiding In opdracht van De Kruif Machines B.V. te Stroe (hierna te noemen De Kruif ) is een onderzoek verricht naar de risico's voor de omgeving (externe risico's) ten gevolge van vliegbewegingen van helikopters in de directe omgeving van de helihaven op het terrein van De Kruif te Stroe. Het Besluit burgerluchthavens stelt dat vaststelling van een luchthavenbesluit vereist is indien de plaatsgebonden risicocontour van 10 -6 per jaar of een geluidcontour van 56 dB(A) Lden buiten het luchthavengebied valt. Indien deze contouren binnen het luchthavengebied gelegen zijn kan volstaan worden met een luchthavenregeling. Indien een luchthavenbesluit van toepassing is op een helihaven dient het plaatsgebonden risico (PR) en Totaal Risico Gewicht (TRG) bepaald te worden. In deze rapportage is met behulp van het rekenpakket GEVER de ligging van de PR-contour van 10-6 per jaar bepaald. Geconcludeerd kan worden dat de PR-contour van 10 -6 per jaar binnen het luchthavengebied is gelegen en derhalve ten aanzien van het aspect 'externe veiligheid' een luchthavenregeling van toepassing is.

DA 2722-3-RA-002 4

2

Externe veiligheid Met externe veiligheid wordt in dit verband het "beheersen van het risico dat personen lopen in de directe omgeving van de helihaven" bedoeld. Het betreft hierbij het risico dat personen komen te overlijden als direct gevolg van een helikopterongeval in de omgeving van de helihaven. Het risico voor personen op het terrein van de helihaven alsmede de inzittenden van de helikopter welke van of naar de helihaven vliegt wordt hierbij uitgesloten. Ten behoeve van de bepaling van het externe risico kunnen twee risico-maten worden bepaald, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het Totaal Risico Gewicht (TRG). De definities hiervan zijn: Plaatsgebonden Risico

De kans per jaar dat een 'denkbeeldig' persoon die zich een jaar lang onbeschermd op een bepaalde locatie bevindt in de omgeving van de helihaven komt te overlijden als een direct gevolg van een helikopterongeval. Bij het PR is het dus niet van belang of er daadwerkelijk personen op die bepaalde locatie aanwezig zijn. To t a a l R i s i c o G e w i c h t

Het product van de totale ongevalskans en het maximale startgewicht (MTOW) per beweging, gesommeerd voor alle bewegingen per jaar. De grenswaarde voor het TRG wordt bepaald op grond van het verkeersscenario dat als basis dient voor het luchthavenbesluit (of de luchthavenregeling).

DA 2722-3-RA-002 5

3

We t - e n r e g e l g e v i n g

3.1 B e s l u i t b u r g e r l u c h t h a v e n s

Het Besluit burgerluchthavens geeft in artikel 10 en artikel 11 de beperkingen voor bebouwing binnen de plaatsgebonden risicocontouren van 10 -5 en 10-6 per jaar aan.

DA 2722-3-RA-002 6

In artikel 5 van het Besluit burgerluchthavens wordt gesteld dat vaststelling van een luchthavenbesluit vereist is indien een contour van het plaatsgebonden risico van 10 -6 of een geluidcontour van 56 dB(A) L den buiten het luchthavengebied valt. Een luchthavenbesluit moet bepalingen bevatten voor het luchthavenluchtverkeer en voor de ruimtelijke indeling van het gebied rondom de luchthaven. Bij een luchthavenbesluit wordt een luchthavengebied en een beperkingengebied (rondom de luchthaven) aangewezen. De regels voor de ruimtelijke indeling gelden voor het beperkingengebied. Een luchthavenregeling stelt alleen eisen aan het luchtvaartverkeer, dus alleen voor de luchtzijde. Bij een luchthavenregeling wordt alleen een luchthavengebied vastgesteld. 3.2 R e g e l i n g b u r g e r l u c h t h a v e n s

In artikel 5 van de Regeling burgerluchthavens wordt het volgende gesteld (in geval van een luchthavenbesluit):

Het rekenpakket GEVERS rekent conform de voorschriften van bijlage 2 van de Regeling burgerluchthavens.

DA 2722-3-RA-002 7

4

Uitgangspunten

4.1 A l g e m e e n

De berekening van het risico rond een helihaven kan grofweg in drie stappen worden bepaald. Als eerste dient de kans op het verongelukken van een helikopter ingeschat te worden. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van de locatie waar een helikopter zal neerstorten. Tot slot wordt ingeschat wat de (dodelijke) gevolgen van het ongeval op de betreffende locatie zullen zijn. 4.2 G e h a n t e e r d e u i t g a n g s p u n t e n

Helikopters

Er worden twee verschillende helikopters gebruikt, namelijk: − de Eurocopter EC 120 B Colibri: een eenmotorige turbine aangedreven helikopter met een MTOW van 1.720 kg; − de Robinson R44 Raven: een eenmotorige piston aangedreven helikopter met een MTOW van 1.090 kg. De gebruiksverhouding is 75% Eurocopter EC 120 en 25% Robinson R44. D efaultwaarden

In de berekening zijn de defaultwaarden uit GEVERS gehanteerd, te weten: − ongevalskans voor start: 1,482 x 10 -6 per beweging; − ongevalskans voor landing: 1,164 x 10 -6 per beweging; − letaliteit: 0,17; − ongeval gevolggebied: 230 ln(MTOW/1000) + 330 = 455 m 2 (voor de Eurocopter EC 120 B Colibri) en 350 m2 (voor de Robinson R44 Raven); − grid: 25 x 25 m2. Ligging helihaven

De ligging van de helihaven in de omgeving is weergegeven in figuur 1. De coördinaten van het 'aiming point' in het RD-stelsel zijn: x = 174895 en y = 465246. Vanuit de opstelplaats van de helihaven wordt getaxied naar het aiming point van waaruit de startfase wordt geïnitieerd, en vice versa voor de landing. Het luchttaxiën is geen onderdeel van de externe veiligheidsberekening (alleen het starten en landen via de vliegroute dient te worden beschouwd).

DA 2722-3-RA-002 8

f1

Overzicht situatie

Aantal bewegingen en verdeling

De Kruif is voornemens maximaal 800 helikopterbewegingen per jaar uit te voeren (400 starts en 400 landingen). Alle bewegingen vinden in de daglichtperiode plaats. Circa 90% van de vluchten vindt plaats in de dagperiode (7.00u tot 17.30u) en circa 10% in de avondperiode. Een overzicht van de sectorverdeling met betrekking tot het starten en landen is weergegeven in tabel 4.2. Conform opgave van de opdrachtgever is gerekend met een openingshoek van 40 graden (20 graden aan weerszijden) voor de sectoren. t4.1 Sectorverdeling helihaven De Kruif Richting

Koers

Uitvliegsector

Invliegsector

Aantal starts

Aantal landingen

Totaal

Oost

80 graden

80 graden

260 graden

150

150

300

Zuid-oost

140 graden

140 graden

320 graden

60

60

120

Zuid-west

220 graden

220 graden

40 graden

150

150

300

Noord

350 graden

350 graden

170 graden

Totaal

40

40

80

400

400

800

De berekeningen zijn uitgevoerd inclusief meteotoeslag van 20% (NB. in het rekenmodel is als “worst-case” aanname uitgegaan van 1.000 starts en landingen, hetgeen impliciet een meteocorrectie van 25% betekent).

DA 2722-3-RA-002 9

5

Rekenresultaten

5.1 P l a a t s g e b o n d e n r i s i c o

Het plaatsgebonden risico is berekend met GEVERS versie 2.2 conform de uitgangspunten zoals gegeven in paragraaf 4.2. Figuur 2 geeft het berekende plaatsgebonden risico weer op basis van de genoemde uitgangspunten. f2

Ligging plaatsgebonden risicocontour 10 -6 per jaar

Conform de Wet luchtvaart is het luchthavengebied het gebied dat bestemd is voor gebruik als luchthaven. De volledige inrichting van De Kruif wordt beschouwd als luchthavengebied. De PR-contour van 10-6 per jaar is gelegen binnen de grenzen van het luchthavengebied. Er is geen sprake van een PR-contour van 10 -5 per jaar. Binnen de PR-contour van 10 -6 per jaar zijn geen kwetsbare gebouwen of bedrijfswoningen van derden gelegen. De maximale afstand van de PR-contour van 10 -6 per jaar tot het aiming point is circa 80 meter in zowel westelijke als oostelijke richting. Indien een luchthavenbesluit van toepassing zou zijn dient de PR-contour van 10 -5 per jaar gebaseerd te zijn op het aantal vliegbewegingen inclusief een meteocorrectie (conform paragraaf 2.7 van bijlage 2 van de Regeling burgerluchthavens). Gezien de ligging van de PR-contour van 10-6 per jaar binnen luchthavengebied is er geen noodzaak om de

DA 2722-3-RA-002 10

meteocorrectie toe te passen, aangezien deze contour ook inclusief meteocorrectie binnen het luchthavengebied gelegen zal zijn. 5.2 T o t a a l R i s i c o G e w i c h t

Het Totaal Risico Gewicht (TRG) voor de helihaven bedraagt voor de doorgerekende sectorverdeling 0,002 ton/jaar, maar is echter alleen relevant indien sprake is van een luchthavenbesluit.

DA 2722-3-RA-002 11

6

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de PR-contour van 10 -6 per jaar binnen het luchthavengebied is gelegen en derhalve ten aanzien van het aspect externe veiligheid een luchthavenregeling van toepassing is.

Mook, Dit rapport bevat 12 pagina's.

DA 2722-3-RA-002 12

Helihaven De Kruif Machines BV te Stroe Geluidonderzoek

Rapportnummer DA 2722-5-RA-002 d.d. 24 juni 2022

Helihaven De Kruif Machines BV te Stroe Geluidonderzoek

opdrachtgever

De Kruijf Machines B.V.

rapportnummer

D A 27 22 - 5- R A - 00 2

datum

2 4 j u n i 20 22

referentie

E B / E B / / D A 27 22 - 5- R A - 00 2

verantwoordelijke ir. H. Buikema opsteller

ir. H. Buikema +31 24 3570699 e.buikema@peutz.nl

peutz bv, postbus 66, 6585 zh mook, +31 85 822 86 00, mook@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook – zoetermeer – groningen – eindhoven – düsseldorf – dortmund – berlijn – leuven – parijs – lyon

DA 2722-5-RA-002 2

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

2

We t - e n r eg el g ev i n g

5

3

Uitgangspunten

6

3.1

Helikoptertypen

6

3.2

Ligging helihaven

6

3.3

Aantal bewegingen en verdeling over routes

7

4

Rekenresultaten

8

5

Conclusie

9

DA 2722-5-RA-002 3

1

Inleiding In opdracht van De Kruijf Machines BV te Stroe is onderzoek verricht naar de geluidimmissie in de omgeving van de geprojecteerde helihaven aan de Stroeërweg 46 te Stroe (verder te noemen: helihaven). Het Besluit burgerluchthavens stelt dat vaststelling van een luchthavenbesluit vereist is indien de geluidcontour van 56 dB Lden buiten het luchthavengebied valt. Indien deze contour binnen het luchthavengebied gelegen is, kan volstaan worden met een luchthavenregeling. Door de gemeente Barneveld is aangegeven dat vanwege een ruimtelijke procedure de wens bestaat om de geluidbelasting bij de dichtstbij gelegen woningen in kaart te brengen. Ten behoeve hiervan zijn berekeningen uitgevoerd met het rekenpakket Lden-tool. In voorliggend rapport zijn de resultaten van deze berekeningen gepresenteerd.

DA 2722-5-RA-002 4

2

We t - e n r e g e l g e v i n g Met de Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML) bevat de Wet luchtvaart in de hoofdstukken 8, 8a en 10 een stelsel van regels voor de burger- en militaire luchthavens in Nederland. Het stelsel regelt onder meer de wijze waarop met geluidaspecten en externe veiligheids-aspecten rond luchthavens moet worden omgegaan, zowel voor het gebruik van de luchthaven door het luchthavenluchtverkeer als voor de ruimtelijke indeling van de directe omgeving van een luchthaven. Voor burgerluchthavens van regionale betekenis zijn provincies het bevoegde gezag. Over de milieugebruiksruimte van een luchthaven kan worden beslist door de vaststelling van een luchthavenbesluit of een luchthavenregeling. Artikel 8.44, derde lid, van de Wet luchtvaart bepaalt dat voor een burgerluchthaven van regionale betekenis in het Besluit burgerluchthavens nadere regels worden gesteld omtrent de in luchthavenbesluiten op te nemen grenswaarden en regels. In artikel 5 van het Besluit burgerluchthavens wordt gesteld dat vaststelling van een luchthavenbesluit vereist is indien een geluidcontour van 56 dB L den buiten het luchthavengebied valt, anders kan worden volstaan met een vaststelling van een Regeling burgerluchthaven.

In de Regeling burgerluchthavens (Regeling) is de rekenmethodiek voor geluidberekeningen gegeven (geïmplementeerd in het rekenpakket L den-tool).

DA 2722-5-RA-002 5

3

Uitgangspunten

3.1 H e l i k o p t e r t y p e n

De helikopters die voornamelijk gebruik maken van de helihaven zijn: − een Eurocopter EC 120 Colibri (turbine) met een MTOW van circa 1.720 kg; − een Robinsion R44 (piston) met een MTOW van circa 1.090 kg. Het betreffen lichte, éénmotorig aangedreven helikopters. De EC 120 valt in categorie 10 en de R44 valt in categorie 11 conform de Regeling burgerluchthavens. Het aandeel EC120 is 75%, het aandeel R44 is 25%

3.2 L i g g i n g h e l i h a v e n

De ligging van de helihaven in de omgeving is weergegeven in figuur 3.1. De coördinaten van de helihaven in het RD stelsel zijn: x = 174895, y = 465246 en z = 0 hoogte maaiveld. Vanuit de opstelplaats van de helihaven wordt vliegend getaxied naar het aiming point van waaruit de startfase wordt geïnitieerd, en vice versa voor landingen. De luchttaxi bewegingen behoren officieel niet tot de start- en landingsfasen. f3.1 Overzicht situatie

DA 2722-5-RA-002 6

3.3 A a n t a l b e w e g i n g e n e n v e r d e l i n g o v e r r o u t e s

Volgens opgave van de opdrachtgever gaat het scenario uit van een totaal aantal vliegbewegingen van circa 800 (400 starts en 400 landingen) per jaar. De routes/richtingen waarin gevlogen wordt is weergegeven in tabel 3.1 en is vastgesteld in overleg met de opdrachtgever. Circa 90% van de vluchten vindt plaats in de dagperiode (7.00u – 19.00u) en circa 10% in de avondperiode (19.00u-23.00u). t3.1 Sectorverdeling helihaven De Kruif Richting

Koers

Uitvliegsector

Invliegsector

Aantal starts

Aantal landingen

Totaal

Oost

80 graden

80 graden

260 graden

150

150

300

Zuid-oost

140 graden

140 graden

320 graden

60

60

120

Zuid-west

220 graden

220 graden

40 graden

150

150

300

Noord

350 graden

350 graden

170 graden

40

40

80

400

400

800

Totaal

De berekeningen zijn uitgevoerd inclusief meteotoeslag van 20%.

DA 2722-5-RA-002 7

4

Rekenresultaten In figuur 4.1 zijn de Lden-contouren van 56dB en 48dB (in rood) weergegeven alsmede de rekenresultaten bij woningen in de omgeving.

f4.1 Rekenresultaten

Nadere informatie is weergegeven in bijlage 1.

DA 2722-5-RA-002 8

5

Conclusie Op basis van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat in voorliggend geval kan worden volstaan met een luchthavenregeling. De 56 dB L den geluidcontour is gelegen binnen het eigen luchthavengebied. Op basis van de rekenresultaten, zoals gepresenteerd in figuur 4.1, blijkt dat in westelijke richting enkele woningen zijn gelegen binnen de 48 dB contour. Ter plaatse van de dichtstbij gelegen woning, direct ten westen van de inrichting, kan een geluidbelasting optreden tot 53 dB (Stroeërweg 42). Ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen nabij Stroeërweg 32/34 is een geluidbelasting berekend van 48 dB. In overige richtingen liggen de woningen buiten de 48 dB contour. Er zijn ten aanzien van het helikoptergeluid geen grenswaarden; de beoordeling of sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat is aan het bevoegd gezag (gemeente Barneveld).

Mook, Dit rapport bevat 9 pagina's en 1 bijlage.

DA 2722-5-RA-002 9

Bijlage 1 Invoergegevens

Berekeningsrapportage Versie 3.15

Project Informatie Project: Nieuw project Projecttype: Analysis Lden rapporteren en update: 3.3.0.093 Update 93 Berekeningsmodule: 3.0 build 20201102 Helihaven: BLAA Beschrijving: BLA Hoogte heliplatform (t.o.v. maaiveld): 0.0 meter Tijdsperiode Prognose: 1-1-2021 t/m 31-12-2021 Datum/tijd berekening: 24-6-2022 10:25:06 Netwerk Ondergrens: 173640,463990 Bovengrens: 176140,466490 Maaswijdte: 10 meter

Tabel 1: Vullingsgraad (handhavings)punten (ZOG t.o.v. MTG). Punt HH_1 HH_2 HH_3 HH_4 HH_5 HH_6 HH_7 HH_8 P0 P1 P2 P3 P4 P5 P6

X-coörd Y-coörd MTG 174.959 465.322 174.993 465.263 174.959 465.169 174.912 465.147 174.830 465.169 174.796 465.228 174.830 465.322 174.877 465.344 174.692 465.201 174.696 465.314 174.546 465.380 174.521 465.541 175.009 465.126 175.172 465.453 174.706 465.285

ZOG -

FGB 57,05 50,73 48,93 52,38 50,89 57,04 54,01 50,37 53,24 46,46 41,74 41,55 45,51 46,34 47,99

% -

-

Tabel 1a: Ligging punten ten opzichte van box. Deze tabel is alleen van toepassing op berekeningen waarbij radartracks worden gebruikt.

BLAA - 24-6-2022 10:25:06

1

DA2722­5­RA­002 1.1

Bijlage 1 Invoergegevens

BLAA - 24-6-2022 10:25:06

2

DA2722­5­RA­002 1.2

Bijlage 1 Invoergegevens Tabel 2: Aantallen per soort verkeer en per vliegtuigcategorie. (In deze tabel is uitsluitend verkeer opgenomen dat onderdeel uitmaakt van de berekening.)

Soort verkeer Heli Verkeer Totaal

Vliegtuigcategorie 010 011

Actueel

Prognose 0 0 0

BLAA - 24-6-2022 10:25:06

Totaal 720 240 960

720 240 960

3

DA2722­5­RA­002 1.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=c6508af5-2fab-42b7-a756-b109af823e03