CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Harskamperweg-Oosterbrinkweg, ph Bgb 2012_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 6 juli 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Harskamperweg-Oosterbrinkweg (Kootwijkerbroek)18.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Harskamperweg-Oosterbrinkweg,partiële herziening Buitengebied 2012

(juli 2022) bestemmingsplan Plannr. 1624

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

6 6 7

Hoofdstuk 3

9

PLANBESCHRIJVING

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

12 12 12 13 17 18 19

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water

26 26 26 29 33 34 35 36 36 37 37 39 40 42 42 42

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving

44 44 44 44 44 45 45

Hoofdstuk 7

47

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen

Bijlage 2

Toelichting herinrichting Nat.compensatieperceel

2

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

48 48 48 48 49

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012

Bijlage 3

Nat.comp.perceel bijlage 1 - topografische kaart

Bijlage 4

Nat.comp.perceel bijlage 2 - maatregelenkaart

Bijlage 5

Nat.comp.perceel bijlage 3 - profielen

Bijlage 6

Nat.comp.perceel bijlage 4 - grondbalans

Bijlage 7

Nat.comp.perceel bijlage 5 - Quickscan natuurtoets

Bijlage 8

Nat.comp.perceel bijlage 6 - kostenraming

Bijlage 9

Archeologisch onderzoek Nat.compensatieperceel

Bijlage 10

Natuurtoets Harskamperweg 32

Bijlage 11

Toelichting AERIUS-berekeningen Harskamperweg 32

Bijlage 12

AERIUS-berekening bouwfase Harskamperweg 32

Bijlage 13

AERIUS-berekening gebruiksfase Harskamperweg 32

Bijlage 14

AERIUS-berekening bouw- en gebruiksfase Harskamperweg 32

Bijlage 15

AERIUS-berekening bouwfase Oosterbrinkweg

Bijlage 16

Akoestisch onderzoek Harskamperweg 32

Bijlage 17

Akoestisch onderzoek Oosterbrinkweg

Bijlage 18

Nota Zienswijzen

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

3

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012

4

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Voor het perceel Harskampweg 32 in Kootwijkerbroek is een verzoek ingediend om het daar gevestigde niet-agrarische bedrijf te vergroten. Ter compensatie wordt het inmiddels beëindigde agrarische bedrijf (glastuinbouw) op het perceel Oosterbrinkweg 12-16 in Kootwijkerbroek ingezet en omgezet naar drie bestemmingsvlakken 'Wonen'. Eén van deze bestemmingsvlakken is voor een te verplaatsen woonrecht van het perceel Heetkamperweg 27 in Stroe. Daarnaast wordt een agrarisch perceel langs de N310 bij Stroe (hierna: Natuurcompensatieperceel) omgezet naar de bestemming 'Natuur'. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2012'. Daarom is voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Op onderstaande afbeelding zijn de drie planlocaties weergegeven, waarvan het perceel Harskamperweg 32 rood omlijnd, het perceel Oosterbrinkweg 12-16 blauw omlijnd en het Natuurcompensatieperceel geel omlijnd is.

Afbeelding: Planlocaties Harskamperweg 32, Oosterbrinkweg 12-16 en Natuurcompensatieperceel

Voorliggend plan (partiële herziening van de verbeelding en de regels) bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van deze partiële herziening.

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

5

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Begrenzing plangebied

Het plangebied bestaat uit drie planlocaties ten zuiden en ten oosten van de kern Stroe: Harskamperweg 32, Oosterbrinkweg 12-16 en het Natuurcompensatieperceel. De locatie Harskamperweg wordt aan de oostzijde begrend door de provinciale weg N310 en het Natura 2000-gebied 'Veluwe'. De overige zijden worden begrensd door andere (niet-)agrarische bedrijven, woonbestemmingen en agrarische gronden. De locatie Oosterbrinkweg wordt omringd door agrarische gronden met woonbestemmingen en enkele agrarische en niet-agrarische bedrijven. Het Natuurcompensatieperceel maakt onderdeel uit van het genoemde Natura 2000-gebied en wordt aan de westzijde begrensd door de N310. De overige zijden is heide- en bos. Onderstaande afbeeldingen geven de ligging van de drie planlocaties weer.

Afbeelding: Planlocatie Harskamperweg 32

6

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding: Planlocatie Oosterbrinkweg 12-16

Afbeelding: Planlocatie Natuurcompensatieperceel

2.2

Geldende bestemmingen

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. De gronden hebben de (dubbel)bestemmingen 'Agrarisch', 'Bedrijf - Niet agrarisch', 'Groen', 'Natuur', 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Openheid en Reliëf'. Daarnaast zijn meerdere aanduidingen van toepassing. De uitbreiding van het niet-agrarische bedrijf, de beëindiging van het agrarische bedrijf, het verplaatsen van een woning en het omzetten van agrarische grond naar natuur is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan in zijn geheel mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Onderstaande afbeeldingen geven de zogenaamde 'was-wordt situatie' van het bestemmingsplan voor de drie planlocaties weer. De linkerzijde is de 'was-' en de rechterzijde is de 'wordt-situatie'.

Afbeelding: Planlocatie Harskamperweg 32

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

7

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding: Planlocatie Oosterbrinkweg 12-16

Afbeelding: Planlocatie Natuurcompensatieperceel

8

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

Het niet-agrarische bedrijf op het perceel Harskamperweg 32 wil met 1.450 m2 aan bedrijfsbebouwing uitbreiden, verharding aanbrengen ter verbetering van de manoeuvreerruimte en een gedeelte van de buitenopslag en verharding buiten het bestemmingsvlak 'Bedrijf - Niet agrarisch' legaliseren. Hiervoor wordt de ten zuiden liggende natuurbestemming langs de Oude Garderenseweg met circa 2.500 m2 verkleind. Verder wordt de grens van het bestemmingsvlak 'Bedrijf - Niet agrarisch' in overeenstemming met het huidige gebruik van de gronden gebracht, zoals beschreven staat in artikel 7.2 van de regels. Door deze ontwikkeling wordt de toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing 7.345 m2. Zie onderstaande afbeelding en bijlage 1 van de regels voor de inrichting van deze planlocatie:

Afbeelding: Toekomstige inrichting Harskamperweg 32

Ter compensatie voor de gevraagde ontwikkeling is inmiddels een kassencomplex van 5.118 m2 op het perceel Oosterbrinkweg 12-16 gesloopt. Met voorliggende partiële herziening wordt het 2,7 hectare grootte agrarische bouwvlak verwijderd en omgezet naar drie woonbestemmingsvlakken. Twee van deze vlakken zijn voor de voormalige bedrijfswoningen en één vlak is voor een te verplaatsen woning vanaf het perceel Heetkamperweg 27 in Stroe, die al in 2015 is gesloopt. Zie onderstaande afbeelding en bijlage 2 van de regels voor de inrichting van deze planlocatie:

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

9

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding: Toekomstige inrichting Oosterbrinkweg 12-16

De verplaatsing van de woning hangt samen met de overeenstemming en aankoop van de planlocatie Natuurcompensatieperceel. Dit agrarische perceel van bijna 1,9 hectare, kadastraal bekend als gemeente Garderen, sectie C, nummer 557, wordt omgezet naar en ingericht als natuur. Dit perceel ligt langs de Houtbeek en de N310 bij Stroe. Op dit perceel vindt ook de invulling plaats van 4.000 m2 boscompensatie ter compensatie van de kap van bomen bij de planlocatie Harskamperweg 32. Deze compensatie bestaat uit het versterken van de zuidelijke bosrand met een mantelzoom. De rest van het perceel wordt natuurlijk ingericht waarbij hekwerken verwijderd worden. De compensatie is in overleg met de initiatiefnemer, de provincie en Staatsbosbeheer tot stand gekomen. In paragraaf 5.12 wordt verder ingegaan op dit perceel. Zie onderstaande afbeelding en bijlage 3 van de regels voor de inrichting van deze planlocatie:

Afbeelding: Toekomstige inrichting Natuurcompensatieperceel

De beoogde invulling van de planlocatie Harskamperweg 32 leidt ertoe dat de opslag op het voorterrein verminderd en landschappelijk ingepast wordt. Daarbij ontstaat meer parkeer- en manoeuvreerruimte. Naar aanleiding van stedebouwkundige opmerkingen is het te realiseren bedrijfsgebouw enigzins gedraaid en daarmee ingepast op het terrein. Verder wordt de groenstrook aan de westkant van deze planlocatie, langs de Oude Garderenseweg voorzien van onderbegroeiing. Hierdoor wordt het nieuwe bedrijfsgebouw ook landschappelijk ingepast. Daarnaast wordt het buitenterrein aan de oostzijde ook landschappelijk 10

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012 ingepast. De beoogde invulling van de planlocatie Oosterbrinkweg 12-16 zorgt ervoor dat er geen agrarisch bedrijf meer op deze locatie aanwezig is. Daarnaast worden de woningen landschappelijk ingepast en voorzien van erfbeplanting. Voor de ontsluiting van de nieuwe woning wordt een bestaande uitrit verplaatst.

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

11

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond.

Doorwerking Het beoogde plan is, hoewel het op plaatselijk niveau is, in lijn met de prioriteiten. Zo wordt bij het nieuwe bedrijfsgebouw en de woning rekening gehouden met het gemeentelijke energiebeleid (§ 4.6.4). Daarnaast wordt het bedrijf met de uitbreiding en herinrichting toekomstbestendiger. Ook draagt het plan bij aan het versterken van het landschap door de sloop van bebouwing en de omzetting van een agrarisch perceel naar natuur. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan.

4.2.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

12

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.2.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing.

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting 1 juli 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.

4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch "Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

13

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012 krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. Doorwerking in plangebied Met de herontwikkeling van het Natuurcompensatieperceel wordt bijgedragen aan het versterken van de biodiversiteit. De in het verlenden gebruikte maïsakker, die aan drie zijden omsloten wordt door natuur, wordt omgezet naar droog schraalgrasland en kruiden- en faunarijk grasland. Daarbij wordt aan de zuidzijde van het perceel een mantelzoom aangebracht om de bosrand te versterken en worden hekwerken verwijderd. Hierdoor wordt het perceel onderdeel van het omliggende gebied. Met de uitbreiding van het bestaande niet-agrarische bedrijf op het perceel Harskamperweg 32 ontstaat een meer toekomstbestendig bedrijf die goed ontsloten is bij de N310. In paragraaf 4.3.1.2 wordt ingegaan op de toetsing aan de Omgevingsverordening en is de uitbreiding op deze locatie onderbouwd. Het wegbestemmen van het agrarische bouwvlak van het perceel Oosterbrinkweg 12-16 leidt ertoe dat op dit perceel geen nieuw agrarisch bedrijf zondermeer gerealiseerd kan worden. Hierdoor ontstaat een beter woon- en leefklimaat, wat ook gunstig is voor de aanwezige woonbestemmingen rondom het perceel.

Ditzelfde geldt voor de te verplaatsen woning vanaf het perceel Heetkamperweg 27. Daar blijft immers het agrarisch bedrijf gehandhaafd.

4.3.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 1: Regels Landbouw Kaart 2: Regels Glastuinbouw Kaart 3: Regels Natuur Kaart 9: Regels Water en Milieu Naast de kaarten en de daarbijbehorende artikelen is artikel 2.12 met betrekking tot solitaire bedrijvigheid in het buitengebied van toepassing. Dit bestemmingsplan maakt een dergelijke ontwikkeling mogelijk.

Doorwerking in plangebied Kaarten Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening. De planlocaties Harskamperweg 32 en Natuurcompensatieperceel liggen in het ammoniakbuffergebied (kaart 1). In dit gebied is de nieuwvestiging en uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijtakken aan regels gebonden, maar aangezien voorliggend plan hier niet op ziet is er geen strijd met de Omgevingsverordening. Datzelfde geldt voor de glastuinbouw (kaart 2). Dit plan maakt glastuinbouw niet mogelijk, het verminderd zelfs de glastuinbouw door op de planlocatie Oosterbrinkweg 12-16 een dergelijk bedrijf weg te bestemmen en om te zetten naar woningbestemmingen. Verder maakt voorliggend plan de winning van fossiele energie niet mogelijk (kaart 9), waardoor het plan ook daarmee in overeenstemming is met de Omgevingsverordening. Op onderstaande afbeelding die een fragment is van kaart 3, zijn de drie planlocaties zichtbaar met hun ligging ten opzichte van de Groene Ontwikkelingszone (GO) en het Gelders natuurnetwerk (hierna: GNN). Te zien is dat alleen de planlocatie Natuurcomepensatieperceel in één van deze gebieden lig, namelijk in 14

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012 het GNN.

Afbeelding: Fragment kaart 3 met planlocaties

Voor de planlocatie Natuurcompensatieperceel gelden de kernkwaliteiten van het deelgebied Radio Kootwijk. Het GNN is een gebied met een samenhangend netwerk van binnen de provincie Gelderland bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang dat strekt tot de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten. Vanwege de ligging van deze planlocatie is het bepaalde uit paragraaf 2.6.1 Gelders Natuurnetwerk van de Omgevingsverordening van toepassing. Het bureau Ecogroen heeft onderzoek uitgevoerd naar de herinrichting van dit perceel en hiervoor een notitie opgesteld (kenmerk 18255, d.d. 17 januari 2019). Dit onderzoek is opgenomen als bijlagen 2 t/m 8 bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Uit de notitie blijkt dat de planlocatie is opgenomen op de ‘Ambitiekaart 2019’ behorend tot het Ontwerp Natuurbeheerplan 2019 van de provincie. De beschreven beheertype ambitie is: N00.01 ‘Functieverandering van landbouw naar nieuwe natuur’. Na uitvoeren van de inrichtingswerkzaamheden zou het gehele perceel bestaan uit het beheertype N06.04: ‘Vochtige heide’, maar na overleg met de provincie is dit omgezet naar de typen N11.01 ‘Droog schraalgrasland’ en N12.02 ‘Kruiden- en faunarijk grasland’. Het perceel is namelijk zeer sterk fosfaatrijk en het grondwater is te diep om vochtige heide te laten ontstaan.

Diep afgraven is daarbij ongewenst omdat het perceel in de huidige situatie al als een ‘badkuip’ diep in het landschap ligt. Met het nog verder afgraven wordt deze onnatuurlijke situatie versterkt. Uit de AERIUS-berekening uit de bijbehorende Quickscan Natuurtoets, die als bijlage 7 bij de toelichting van dit bestemmingsplan is opgenomen, blijkt dat voor de uitvoeringsfase géén sprake is van een toename van stikstofdepositie (0,0 mol N/ha/jaar) op voor stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in Natura 2000-gebieden. Hoewel deze berekening het rekenjaar 2019 heeft, is op basis van de bouwvrijstelling uit de Wet en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering geen stikstofberekening meer nodig voor de aanlegfase van ontwikkelingen. Deze zijn met het Besluit vrijgesteld. De herinrichting van de planlocatie past binnen artikel 2.39 van de Omgevingsverordening aangezien het geen nadelige gevolgen heeft voor de kernkwaliteiten. Deze worden namelijk versterkt met bijvoorbeeld het aanbrengen van de mantelzoom en het verwijderen van hekwerken. Geconcludeerd kan worden dat voorliggend bestemmingsplan niet in strijd is met de Omgevingsverordening.

Artikel 2.12 Solitaire bedrijvigheid Bestaande bedrijven in het buitengebied, die naar de huidige planologische inzichten thuishoren op een bedrijventerrein, zijn vaak kleinschalig begonnen en steeds verder doorgegroeid. In sommige gevallen "Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

15

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012 leveren ze hinder op voor de omgeving. Als vanwege een uitbreiding van meer dan 250 m2 de oppervlakte van de bedrijfsbebouwing boven de 1.000 m2 komt, moet eerst worden gekeken of verplaatsing van (een deel van) het bedrijf naar een bedrijventerrein in redelijkheid mogelijk is. Dit vraagt een goede onderbouwing, waarvan ook de langetermijnvisie van het bedrijf deel uitmaakt. Is verplaatsing in redelijkheid niet mogelijk, bijvoorbeeld als is aangetoond dat de verplaatsing bedrijfseconomisch niet haalbaar is of als kan worden onderbouwd dat het bedrijf aan de huidige locatie is gebonden, gelden voorwaarden voor de uitbreiding. De uitbreiding moet regionaal zijn afgestemd. De reikwijdte van de regionale afstemming kan per initiatief verschillen. Ze moet passen bij de aard en omvang en het verzorgingsgebied van het uitbreidende bedrijf. Daarnaast moet de uitbreiding landschappelijk goed worden ingepast en een maatwerkbestemming krijgen. Zo kan na bedrijfsbeëindiging niet elke andere vorm van bedrijvigheid op een locatie in het buitengebied worden gestart. In dit bestemmingsplan is sprake van een dergelijke uitbreiding. Om dit mogelijk te maken moet aangetoond worden dat: a. b. c. d.

verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is; de uitbreiding regionaal is afgestemd; de uitbreiding landschappelijk goed wordt ingepast; de uitbreiding mogelijk wordt gemaakt met een maatbestemming.

Ad a.: Van de Pol Hout- en Bouwmaterialen B.V. is al sinds 1961 op de locatie aanwezig en dan ook niet meer weg te denken van de locatie. Door de jaren heen heeft het bedrijf geïnvesteerd in haar gebouwen en de bedrijfsvoering geoptimaliseerd en verduurzaamd. Dit heeft geresulteerd in een stevig fundament voor de onderneming op deze locatie. Op de locatie is in de huidige situatie 5.895 m2 aan bedrijfsbebouwing toegestaan. De bebouwing is bouwkundig in goede staat en voorzien van 1.000 zonnepanelen. In de gewenste situatie wordt de maximale toegestane oppervlakte aan bebouwing uitgebreid tot 7.345 m2. Er is in de regio geen locatie te vinden waar deze oppervlakte beschikbaar is en de bedrijfsactiviteiten in bestaande bedrijfsbebouwing duurzaam uitgeoefend kunnen worden. Verplaatsing naar een nog onbebouwd terrein is daarnaast ongewenst. In dat geval zou het bedrijf geheel opnieuw opgebouwd moeten worden, terwijl op de huidige locatie sprake is van bebouwing die bouwkundig nog in goede staat is en optimaal ingericht is voor de eigen bedrijfsvoering. Dit zou kapitaalvernietiging tot gevolg hebben en een optimalisatieproces van ruim 60 jaar teniet doen. Ad. b.: In het Regionaal Programma Werklocaties Food Valley is één van de speerpunten 'Het juiste bedrijf op de juiste plek'.

We streven er niet naar om bedrijvigheid in het buitengebied uit te sluiten of te mitigeren, maar streven naar het principe 'het juiste bedrijf op de juiste plek'. Dit betekent dat een lokaal bedrijf onder bepaalde voorwaarden de ruimte moet kunnen (blijven) hebben om zich in eigen gemeente dan wel (sub)regio te kunnen vestigen en/of uit te breiden. Een ondernemer in een gemeente die lokaal wil uitbreiden ziet - als er geen kavels beschikbaar zijn in de gemeente zelf - alternatieve kavels in een andere gemeente of (sub)regio vaak niet als realistisch alternatief. De lokale gebondenheid van het personeel, de afzetmarkt en de sociale verbondenheid met een dorp/stad kan hierbij van invloed zijn. De geografische 'inwisselbaarheid' van (de beschikbaarheid van) locaties ten behoeve van lokale uitbreidingsvraag, kent daarmee zijn beperkingen. Voldoende (kleinschalige) beschikbare ruimte per gemeente is het uitgangspunt.

Tegelijkertijd blijven we het uitgangspunt hanteren dat het bieden van lokaal maatwerk geen onaanvaardbare ruimtelijke impact mag hebben op de omgeving (denk aan transportbewegingen, landschapsvervuiling of leegstand in de bestaande voorraad) en dat we eerst kijken naar bestaand aanbod (leegstand) of bestaande plekken (planaanbod) voordat we nieuw ontwikkeling mogelijk maken Van de Pol Hout- en Bouwmaterialen is de grootste leverancier van hout- en bouwmaterialen in de regio. Het bedrijf betreft een groothandel. Slechts op zeer kleine schaal (3,5%) vindt detailhandel plaats. De materialen worden voor meer dan 80% verkocht aan klanten uit de regio Veluwe. In de regio zijn nog een handvol kleinere groothandels aanwezig welke vergelijkbare activiteiten uitvoeren. De vraag naar hout- en bouwmaterialen is in de huidige situatie zodanig groot dat de bedrijven tezamen niet in de regionale behoefte kunnen voorzien. De verwachting is dat deze trend zich ook in de toekomst zal doorzetten. Daarom wenst Van de Pol Hout- en Bouwmaterialen uit te breiden. Op de locatie zijn ongeveer 70 personen (FTE) in dienst. Het bedrijf draagt ook bij aan de werkgelegenheid binnen de regio. Het plan is ambtelijk en bestuurlijk besproken in het 'Portefeuillehoudersoverleg Economie Regio Foodvalley'. In dit overleg is zowel ambtelijk als bestuurlijk ingestemd met de uitbreiding.

Via de aangeleverde informatie ten behoeve van de bestemmingsplanherziening is aangetoond dat het plan geen 16

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012 onaanvaardbare ruimtelijke impact heeft op de omgeving. Daarnaast is aangetoond dat verplaatsing in redelijkheid niet mogelijk is. Er zijn door het bevoegd gezag voorwaarden gesteld waaronder het bedrijf de ruimte wordt geboden om uit te breiden. Aan deze voorwaarden wordt voldaan. Het plan is dan ook niet in strijd met het Regionaal Programma Werklocaties Food Valley. Ad. c.: De uitbreiding van de bedrijfsbebouwing is in de gewenste situatie landschappelijk ingepast conform het landschapstype ter plaatse. Ten zuiden van de uitbreiding is al een bosschage aanwezig. Aan de westzijde wordt de bestaande groenstrook aangevuld met twee eiken en onderbegroeiing. Ook worden een andere beplantingselementen op het perceel aangepast of toegevoegd en wordt ter compensatie van het plan een natuurgebied van bijna 1,9 hectare ontwikkeld (het Natuurcompensatieperceel) en een agrarisch bouwvlak van 2,7 hectare groot aan de Oosterbrinkweg 12 ingeleverd. Hiermee wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en versterking, die met voorwaardelijke verplichtingen is vastgelegd in het bestemmingsplan. Ad. d.: Het plan wordt mogelijk gemaakt via een maatbestemming. In de regels van het bestemmingsplan wordt alleen de toegestane oppervlakte aan bedrijfsgebouwen gewijzigd van 5.895 m2 naar 7.345 m2.

De overige bestemmingsplanregels ten aanzien van de niet-agrarische bedrijfsbestemming blijven ongewijzigd. Verder wordt de verbeelding op een aantal aspecten herzien zodat de grotere oppervlakte mogelijk kan worden gemaakt.

Conclusie Gelet op bovenstaande wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan de Omgevingsverordening.

4.4

Regio

4.4.1

Menukaart Regio FoodValley

Op 3 oktober 2018 heeft de gemeenteraad van Barneveld de Menukaart Regio FoodValley vastgesteld. De Menukaart is een regionaal afwegingskader voor (agrarische en niet agrarische) bedrijven die verder willen uitbreiden dan dat het bestemmingsplan toestaat. De Menukaart werkt voor niet-agrarische bedrijven aanvullend op het Functieveranderingsbeleid Regio Foodvalley 2016. De Menukaart kent een meervoudige doelstelling: - Het bieden van groeiruimte aan ondernemers die zich duurzaam willen doorontwikkelen - Het afspreken en vastleggen van tegenprestaties die leiden tot een betere kwaliteit van de leefomgeving - Het betrekken van de samenleving bij de economische ontwikkeling van het platteland. Dat houdt in dat een ontwikkeling wordt gecombineerd met een maatschappelijke tegenprestatie op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, milieu, dierenwelzijn en/of gezondheid en dat dat plaatsvindt in overleg met de ondernemer, de buurt en de gemeente. De Menukaart sluit goed aan bij de aanstaande Omgevingswet en bevat onder andere een regionale vertaling van het Gelderse Plussenbeleid. De acht regiogemeenten hebben hierbij samengewerkt met de provincies Utrecht en Gelderland, het waterschap Vallei en Veluwe. Ook zijn in een aantal themasessies de LTO en natuur- en milieuorganisaties betrokken. De Menukaart maakt een onderscheid in vaste randvoorwaarden en menukaart-voorwaarden.

Deze laatstgenoemde voorwaarden hebben betrekking op de inzet van sloopmeters en het leveren van een extra maatschappelijke tegenprestatie, bovenop de eisen die de gemeente stelt voor de realisatie van de plannen. De maatschappelijke tegenprestatie moet minimaal ter hoogte van 8% van de bouwsom van de te realiseren ontwikkeling zijn. Voor de maatschappelijke tegenprestatie gelden een aantal voorwaarden: de tegenprestatie is altijd fysiek van aard en waar mogelijk ruimtelijk relevant; prestaties mogen alleen bovenwettelijke maatregelen zijn (dus ook buiten de eisen die het bestemmingsplan al stelt). Zo stellen bestemmingsplannen vanuit de watertoets de eis dat een initiatief waterneutraal moet zijn. Waterberging als compensatie voor nieuw verhard oppervlak telt daarom niet mee bij de maatschappelijke tegenprestatie; de tegenprestatie wordt in principe voorafgaand of tijdens de bouw geleverd. Als dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld in verband met het plantseizoen, dan kan een gemeente nadere afspraken maken in een anterieure overeenkomst; de tegenprestatie wordt in principe op of zo dicht mogelijk bij de planlocatie gerealiseerd. "Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

17

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012

Behalve de maatschappelijke tegenprestatie is er ook de voorwaarde van een 'buurtdialoog' met de naaste omgeving (alle omwonenden binnen een afstand van 250 meter van het plangebied). Dit met het doel een stuk wederzijds begrip te kweken en inspiratie op te doen over wat de omwonenden graag zouden willen zien als maatschappelijke compensatie.

Doorwerking in plangebied Vanaf 2014 zijn diverse gesprekken gevoerd met onder andere de initiatiefnemer, Dorpsbelang Stroe, Staatsbosbeheer, de provincie en de gemeente. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een tegenprestatie in de vorm van natuurontwikkeling op het Natuurcompensatieperceel. Daarbij is ook gekeken om op het perceel de bouwmogelijkheid voor een schaapskooi te kunnen realiseren. Echter, deze mogelijk is komen te vervallen. Ten eerste vanwege de mogelijke stikstofuitstoot van schapen en de eventuele vergunbaarheid hiervan in het kader van de Wnb en ten tweede vanwege de onzekerheid of een schaapskooi op dit perceel of in deze omgeving gerealiseerd zou moeten worden. Daarmee ziet het Natuurcompensatieperceel alleen op natuurontwikkeling, het verwijderen van rasters en poorten, de aanleg van een zandpad en de realisatie van 4.000 m2 boscompensatie (zie paragraaf 5.3.1.3). Voor de buurtdialoog wordt verwezen wordt naar paragraaf 8.1.

4.5

Waterschap

4.5.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.5.2

BOP 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven.

Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen.

Watersysteem 18

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012 Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen.

Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.

Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving.

Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.6

Gemeente

4.6.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten.

Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen.

Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek "Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

19

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012 is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen. Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.

20

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda

Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in het volgende deelgebied.

4.6.1.1

Agrarisch bedrijvenlandschap

Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor de toekomstgerichte bedrijven die in staat zijn om te groeien en daarin te investeren.

Karakteristiek Het deelgebied wordt gekarakteriseerd door afwisselend kleinschalig landschap met diverse cultuurhistorische landschapstypes (kampenlandschap, heideontginningslandschap et cetera). Deze verschillende landschapstypen zijn op veel plekken niet langer direct herkenbaar. De agrarische bedrijven zijn op de voorgrond aanwezig in dit gebied. Sommige delen van het gebied zijn dichter dan andere delen door kleinschalige landschapselementen als houtsingels en door erfbeplanting. Daarbij vormen lanen en beken belangrijke landschappelijke elementen. De lanen zijn echter niet altijd consequent doorgezet en daardoor worden routes niet geaccentueerd. De beken vallen in de kleinschaligheid van het landschap nauwelijks op. In het groeiseizoen draagt de maïsteelt bij aan het kleinschalige karakter van het gebied.

Gebruik Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor bedrijven die in staat zijn om te investeren. Andere bedrijven zullen stoppen met hun agrarische activiteiten. In het kader van het functieveranderingsbeleid worden, in gevallen van vrijkomende en leegstaande agrarische bebouwing, planologische mogelijkheden geboden voor functiewijziging naar niet-agrarische bedrijvigheid. "Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

21

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012 Vanwege het primaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw, wordt in het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) in beginsel geen medewerking verleend aan verzoeken om functiewijziging naar wonen. Voor al aanwezige niet-agrarische bedrijven is het uitgangspunt dat eventuele uitbreiding alleen onder strenge voorwaarden wordt toegestaan. Hervestiging op een bestaand of nieuw bedrijventerreinen in de gemeente Barneveld is wenselijk. Behoudens de hiervoor genoemde mogelijkheden van functieverandering van stoppende agrarische bedrijven, worden in dit agrarische productiegebied geen nieuwe woningen of niet-agrarische bedrijven toegelaten. Deze functies horen thuis in de kernen. Het streefbeeld voor dit landschap is gericht op vernieuwing. Bestaande waardevolle natuur- en landschappelijke waarden worden beschermd en zijn nevengeschikt aan de hoofdfunctie landbouw.

4.6.1.2

Veluws natuurgebied met agrarische enclaves

Voor dit deelgebied zijn natuur en recreatie de belangrijkste gebruiksvormen. De gemeente streeft naar een goede balans met de economische ontwikkeling van dit gebied.

Karakteristiek Dit gebied bestaat uit diverse bosmilieus, heidevelden en (deels voormalige) agrarische enclaves rond de dorpen Kootwijk en Garderen. De enclaves zijn te karakteriseren als es- en brinkdorpen landschap. Dit deelgebied is van grote betekenis voor recreatie en toerisme met dag- en verblijfsrecreatie. In de agrarische enclave Garderen is de kalverhouderij van belang. In de enclaves zijn ook een boomkwekerij (Garderen) en een paardenhouderij (Kootwijk) opvallend.

Gebruik Voor dit deelgebied zijn natuur en recreatie de belangrijkste gebruiksvormen, landbouw is daaraan ondergeschikt. Ook Defensie heeft een belangrijk deel van het gebied in gebruik. Deze defensieterreinen hebben voor een groot deel ook een hoge natuurwaarde. De gemeente streeft naar het open houden van waardevolle open essen en ondersteunen het behoud en de ontwikkeling van de natuur. De gemeente wil daarbij nadrukkelijk wel de balans zoeken met een duurzame economische ontwikkeling. De Veluwe is aangewezen als Natura 2000-gebied. Ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente Barneveld mogen geen significant negatieve invloed hebben op de Natura 2000-gebieden. Daarbij gaat het in de gemeente met name om ontwikkelingen in de veehouderij en de recreatiesector. De gemeente zal initiatieven van individuele bedrijven op Natura 2000 toetsen in de vergunningprocedure, in overeenstemming met het Gelderse convenant stikstof en Natura 2000.

Doorwerking in plangebied Zoals uit hoofdstuk 3 van de toelichting blijkt, ziet dit bestemmingsplan op de uitbreiding van een bestaand niet-agrarisch bedrijf waarvoor ter compensatie een agrarisch bedrijf beëindigd wordt en nieuwe natuur wordt aangelegd. Met deze nieuwe natuur wordt het Natura 2000-gebied 'Veluwe' versterkt. Verder blijft het aantal woningen met de verplaatsing van de woning van het perceel Heetkamperweg 27 per saldo gelijk.

4.6.2 Woonvisie Barneveld 2021-2025, regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021 In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen, waarvan gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop 22

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012 laag tot € 230.000 en sociale koop hoog van € 230.000 tot € 280.000), 20% middeldure woningen (middendure huur tot € 1.067,- en koop van € 280.000 tot € 350.000) en 30% duurdere woningen vanaf € 350.000,- en 10% vrij in te delen. In regio FoodValley zijn onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.800 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley, waarbij er in de periode 2020-2040 in Foodvalley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zou dit een opgave van tenminste 6.000 woningen beteken. Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor.

Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2021 t/m 2024 is een programma van ruim 2.600 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75-80% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, dit betekent zo'n 500 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2021 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen.

Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen (opgesplitst in sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog € 230.000 - € 280.000) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 1.067,- in 2022). In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen, goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en sociale koop hoog ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 65.000, voor sociale koop laag op € 55.000 en voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang. Prijsen inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. 4.6.3

Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het "Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

23

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012 Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.6.4

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd.

Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG).

Zonnepanelen en -collectoren Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw.

Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden.

Doorwerking in plangebied Het doel van de bouw van het bedrijfsgebouw op het perceel Harskamperweg 32 is het centraliseren van de opslag waardoor externe opslag wordt vermeden c.q. verminderd. Dit doel bewerkstelligd een vermindering 24

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012 van de interne en externe goederenbewegingen. Het gebouw wordt uitsluitend gebruikt voor opslag. Buiten verlichting (LED) is er geen energiebehoefte. In vrijwel de volledige eigen energiebehoefte van de gebouwen (verlichting en verwarming) wordt voorzien door een eigen duurzame opwekking via zonnepanelen. Een klein gedeelte (werkplaats) wordt nog verwarmd door gasheaters. Bij de opstelling is ermee rekening gehouden dat de (interne) transportafstanden zo klein mogelijk zijn.

4.6.5 4.6.5.1

Overige gemeentelijke beleidsnota's en notities Saldering

Salderen van bouwvlakgroei, nieuwvestiging en omschakeling In de beleidsnotitie 'Kaders herzieningen bestemmingsplan Buitengebied 2012' heeft de gemeenteraad een aantal beleidskeuzes vastgelegd die een aanvulling vormen op de Structuurvisie Buitengebied en het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012'. Een deel van deze beleidskeuzes heeft betrekking op de groeimogelijkheden voor agrarische bedrijven. Het gaat hierbij om een herverdeling van de ruimte die nu reeds in het bestemmingsplan geboden wordt. Deze herverdeling wordt bereikt door de introductie van een salderingsregistratie. Deze salderingsregistratie is een gemeentelijke administratie waarin twee elementen worden geregistreerd: 1. hoeveel agrarische bedrijven in planologische zin verdwijnen (bijvoorbeeld door functieverandering), respectievelijk worden toegevoegd; 2. welke oppervlakte aan agrarisch bouwvlak verdwijnt; respectievelijk wordt toegevoegd. Doorwerking plangebied Met het wegbestemmen van het agrarische bouwvlak op het perceel Oosterbrinkweg 12-16 verdwijnt één agrarisch bouwvlak ter grootte van 27.877 m2. Dit aantal is opgenomen in de salderingsregistratie.

"Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

25

Harskamperweg-Oosterbrinkweg, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 5

RANDVOORWAARDEN

5.1

Bodem

5.1.1

Bodemkwaliteit

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Op basis daarvan zijn er geen risico's te verwachten voor de beoogde bestemming en het gebruik. Voor de planlocaties Harskamperweg 32 en Oosterbrinkweg 12-16 zijn in het verleden bodemonderzoeken uitgevoerd. Op basis daarvan is geconstateerd dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor een herbestemming. Van de planlocatie Natuurcompensatieperceel is geen informatie aanwezig maar op de bodemkwaliteitskaart valt deze in de zone "Achtergrondwaarde". Dit betreft schone grond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=8058d297-2e02-45ca-9b5a-608f82ae073c