CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Veiligheidsanalyse Barendrecht 2022 V1.7.pdf

commissie Samenleving 20 juni 2023, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Veiligheidsanalyse Integraal Veiligheidsbeleid 2024-202719.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Sociale veiligheid De afgelopen jaren is er in toenemende mate sprake van excessief geweld onder jongeren. Zowel vanuit het landelijke als lokale bestuur, de ketenpartners en de media is de belangstelling voor deze problematiek groot. In Barendrecht is hier in 2020 het project ‘Jeugd en excessief geweld’ uit voortgevloeid. De afgelopen jaren heeft de gemeente een coördinerende rol gehad op het gebied van voorkomen van geweldsincidenten op school en het bevorderen van schoolveiligheid. Uit gesprekken met de scholen blijkt dat er steeds vaker onveilige situaties op school zijn. Een aantal van de Barendrechtse scholen vestigt een gros leerlingen afkomstig uit Rotterdam 24. De meest genoemde (ernstige) problematiek op school zijn bedreigingen, vechtpartijen, diefstal, vernieling, orde verstoring en/of fysiek geweld. Rond de zomer in 2022 signaleerde de scholen dat er sprake was van leerlingen die geronseld werden voor criminele klusjes door een crimineel die de jongeren snus verkocht. Hier is actief op ingezet vanuit zowel de school als politie. Daarnaast signaleren de partners dat er in toenemende sprake is van straatcultuur onder de scholieren. Een enkeling docenten vind het lastig hiermee om te gaan en/of voelt zich zelfs onveilig. Een aantal van de scholen zetten hier gericht op in, bijvoorbeeld door trainingen aan docenten of het opstellen van een plan van aanpak.

Ook dit is een landelijke trend wat nu zichtbaar wordt in de lokale gemeenten. De scholen geven aan dat het percentage jongeren die zorgwekkend en grensoverschrijdend gedrag vertoont weliswaar gering is, maar dit grote invloed heeft op de algemene veiligheidsgevoel van de scholieren. Het regulier onderwijs loopt groter risico op jongeren die grensoverschrijdend gedrag vertonen, omdat er minder zicht is op de doelgroep en minder handvaten beschikbaar zijn binnen de schooldeuren. Op het speciaal onderwijs speelt groepsvorming een kleiner rol vanwege zowel interventie mogelijkheden als de grootte van klassen. Vanwege lange wachtlijsten bij speciaal onderwijsinstellen zijn er scholieren binnen het regulier onderwijs die momenteel geen passend onderwijs ontvangen en thuis zitten. Thuiszittende scholieren zijn een doelgroep waarbij een hoge risico bestaat voor eventueel verder afglijden in de samenleving. Tot slot geven de partners aan dat zij merken dat scholieren steeds jonger grensoverschrijdend en agressief gedrag vertonen. Er zijn een aantal situaties waarbij derde- en vierde

24

Het is onduidelijk welk gedeelte van de scholieren in Barendrecht woonachtig is in een andere gemeente. Een aantal scholen geven aan dat minstens de helft van alle scholieren woonachtig is in Rotterdam. Pagina 25 van 48

klassers jongere scholieren meetrekken in hun gedrag. Dit is een trend die op landelijk niveau erkend wordt25. Conclusie problematiek De toenemende geweld op school vormt een aandachtspunt voor alle ketenpartners in Barendrecht. Hier wordt actief op ingezet door middel van het samenwerkingsverband ‘Jeugd en excessief geweld’. De grootste aandachtspunten zijn de ontwikkelingen op het gebied van jonge aanwas, toenemende straatcultuur en (steek)wapenbezit onder jongeren. Dit zijn landelijke trends waarbij culturele en opvoedingsproblematiek een rol speelt. Daarnaast maken partners zich ook zorgen om de toenemende mate van eenzaamheid, depressie en angststoornissen onder jongeren. Er zijn op enkele scholen zorgen rondom verkeersveiligheid. Dit komt voort uit verkeersonveilig gedrag door scholieren en door ouders die hun kinderen naar school brengen. De beleid en uitvoering hiervan ligt bij Team Verkeer binnen de gemeente.

25

Weijers, I., Ferweda, H., Roks, R. (2021). Verharding van de jeugdcriminaliteit. Het probleem van de potentiële doorgroeiers. Bureau Beke. https://bureaubeke.nl/publicaties/verharding-van-de-jeugdcriminaliteit/ Pagina 26 van 48

Veiligheidsveld 4: fysieke veiligheid Thema 4.1: verkeersveiligheid Verkeersveiligheid heeft betrekking op de veiligheid van verkeer voor verkeersdeelnemers in het algemeen, voor specifieke doelgroepen en in bepaalde gebieden (woongebied, scholen, winkelgebied e.d.). Deze veiligheid wordt beïnvloed door fysieke factoren (infrastructuur) en het rijgedrag van verkeersdeelnemers. Onderscheiden kunnen worden objectieve verkeersveiligheid, subjectieve verkeersveiligheid en verkeers- en parkeeroverlast. Om Barendrecht de komende jaren verkeersveiliger te maken, heeft de gemeente in 2021 een plan verkeers- en sociale veiligheid opgesteld als uitvoering van het door de raad geprioriteerde thema ‘Veilige Wijken’26. In het plan zijn er interventies uitgeschreven die zowel op wijkveiligheid als verkeersveiligheid zijn gericht.

Aanpak verkeersveiligheid In het plan worden de volgende investeringen beschreven voor het verbeteren van de algemene verkeersveiligheid in Barendrecht -

Aanpak onveilige locaties; Veilige inrichting 30km/h wegen; Herinrichting naar 30km/h wegen; Aanpak geluidshinder verkeeraso’s;

Deze aanpak is gericht op specifieke doelgroepen. Op basis van een analyse van de verkeersdata is in beeld gebracht welke doelgroepen het grootste risico hebben op ongevallen. Vervolgens is hier een prioritering in aangebracht. Dit zijn jongeren tussen 16 en 24 jaar; (e-)fietsers en bromfietsers; de inrichting van 30km/h-gebieden; en onveilige voetgangers- en fietsoversteekpunten en kruispunten op 50km/h-wegen. Op basis van deze geprioriteerde doelgroepen zijn er een aantal maatregelen uitgewerkt, waaronder de inrichting van 30km/h-zones conform de ontwerprichtlijnen en de herinrichting van wegen van 50 naar 30km/h-zones op de Boerhaavelaan, Dudokdreef, Lindehoevelaan en Middeldijk. In 2022 is geïnvesteerd in de herinrichting van de Boerhaavelaan, de oversteek bij het kruispunt 3e Barendrechtseweg/Kilweg/Leedepad en een veilige inrichting van de Riedermorgen. Daarnaast is er middels extra FTE aan BOA-capaciteit ingezet op de fysieke veiligheid in wijken en worden er in een aantal gebieden camera’s geplaatst ten behoeve van de verkeersveiligheid27.

Conclusie problematiek De afgelopen jaren is door de gemeente ingezet op verkeersveiligheid om de objectieve en subjectieve veiligheid in onze wijken te vergroten. In 2022 en 2023 zijn een aantal van de plannen die omschreven zijn in het plan verkeers- en sociale veiligheid uitgevoerd dan wel voorbereid. De komende jaren blijft de gemeente inzetten op verkeersveiligheid. Vanuit het cluster Veiligheid ligt de focus op gedragsbeïnvloeding en handhaving van onveilige verkeerssituaties.

26

Verhoeckx, D., Meijerink, S., Dickson, S. (2021). Plan investeren in verkeers- en sociale veiligheid. BAR-organisatie: Barendrecht. 27 Meijerink, S. (2022). Uitvoering plan ‘Investeren in Verkeers- en Sociale Veiligheid’. BAR-organisatie: Barendrecht. Pagina 27 van 48

Thema 4.2: brandveiligheid Een hoger brandveiligheidsbewustzijn leidt tot brandveiliger gedrag en daardoor tot minder branden en slachtoffers. Het brandveiligheidsbewustzijn bestaat uit het herkennen en voorkomen van brandgevaarlijke situaties en het vrijhouden van vluchtwegen. De behoefte aan extra inzet op het verbeteren en vergroten van het (brand) veiligheidsbewustzijn is vanaf 2020 aanleiding geweest voor de inzet van een wijkbrandweerfunctionaris (WBF). Vanuit de afdeling “Veilig Leven” (onderdeel van de brandweer/VRR), is de wijkbrandweerfunctionaris ingezet met als doel om onze inwoners bewust te maken. Cijfers Barendrecht De pilot WBF is geëvalueerd. Tijdens de evaluatie is vooral onderzocht welke vragen en behoeften inwoners hebben. Daarnaast is onderzocht of de doelgroepen bereikt zijn. Ten tijde van de pilot is geen onderzoek verricht of het brandveiligheidsbewust-zijn van onze inwoners vergroot is. Dit is mede gerelateerd aan de Coronaperiode en de (nog) verkennende inhoud van deze nieuwe functie. Uit de resultaten van de evaluatie blijkt dat 41% verzocht heeft om informatie over brandveiligheid. Daarnaast is 21% vrijblijvend/ nieuwsgierig naar informatie over brandveiligheid en de werkzaamheden van de WBF. Dit blijken vooral inwoners zijn die op de workshops afkwamen die gegeven zijn en die de WBF hebben ontmoet.

Opvallend is dat 6% gebruik heeft gemaakt van het spreekuur. 20% van de ondervraagden had vragen over rookmelders en koolmonoxidemelders. Daarnaast heeft 6% een hulp en adviesaanvraag gedaan. De WBF heeft verwezen naar de juiste instanties en/of heeft een huisbezoek gebracht om verder te spreken met de bewoner(s).

Onderwerpen Wijkbrandweerfunctionaris 2021-2022 Verzoek om algemene informatie over brandveiligheid 41%

Workshop Melding doen 4% 2%Hulp- en adviesvraag 6% Spreekuur/ algemeen 6%

Vraag over rookmelders/ koolmonoxidemelders 20%

Vrijblijvend / nieuwsgierig 21% Anders 0%

Conclusie problematiek Wat de precieze effecten van het inzetten van een WBF is voor brandveiligheid in de aangewezen straat, buurt of wijk is lastig te kwantificeren. Effecten zoals brandveiligheidsbewustzijn zijn moeilijk te meten, maar inwoners zijn bijzonder positief over de dienstverlening van de WBF. De ondervraagden beoordelen de dienstverlening met een 9,6. Geconcludeerd kan worden dat de WBF een effectief instrument is binnen het totale netwerk van sociale en fysieke veiligheid en bijdraagt aan de versterking van risicobewustzijn en zelfredzaamheid. Op aanbeveling is de pilot gecontinueerd en de WBF conform een dienstverleningsovereenkomst structureel ingehuurd van de VRR. Aan de hand van de bevindingen uit de pilot is bij de continuering van de WBF een activiteitenplan opgesteld. In het activiteitenplan 2023 staan de speerpunten opgenomen van de WBF. Het activiteitenplan heeft als vertrekpunt het landelijke Programmaplan Veilig Leven, en de door de gemeente aangedragen aandachtspunten uit het IVB en het meerjarenprogramma 2022-2026 gerelateerd aan Veilig leven. Het activiteitenplan wordt periodiek besproken, aangevuld en bijgesteld op basis van evaluatie, nieuwe ideeën, trends maar ook behoeften die vanuit inwoners zijn aangegeven.

Pagina 28 van 48

Thema 4.3: externe veiligheid Bij dit thema staan de risico’s van gevaarlijke stoffen centraal. Gevaarlijke stoffen worden opgeslagen en/of bewerkt in inrichtingen en vervoerd via weg, water, spoor, lucht en buisleidingen. Te onderscheiden zijn het zgn. ‘groepsrisico’ (GR) en het ‘plaatsgebonden risico’ (PR). In beide gevallen gaat het om de zgn. ‘naar buiten gerichte’ (ofwel externe) veiligheidsrisico’s van de gevaarlijke stoffen. Barendrecht is een gemeente met veel risicobronnen. Transport van gevaarlijke stoffen vindt plaats over de weg (vooral A15), het spoor (Havenspoorlijn en Betuweroute), door buisleidingen en via het water (Oude Maas). Barendrecht is omgeven en doorsneden met transport van gevaarlijke stoffen. Daarnaast bevinden zich een tiental inrichtingen met gevaarlijke stoffen in Barendrecht 28. Het Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) geeft aan hoe groot in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval met gevaarlijke stoffen: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is de risico kleiner. De grenswaarde voor kwetsbare objecten is de plaatsgebonden risicocontour 10-6/jr. Kwetsbare objecten zijn niet toegestaan binnen de PR10. Beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan als daarvoor voldoende motivatie is gegeven.

Voor Barendrecht geldt dat 99,84% van het gemeente oppervlak buiten het plaatsgebonden risicocontour valt (PR10-6)29.

Het Groepsrisico Op 1 januari 2024 gaat de Omgevingswet in. De Omgevingswet moet een veelheid van huidige wetten en Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) vereenvoudigd beschrijven en bundelen onder één nieuwe wet en 4 AMvB’s. Onder de Omgevingswet moet het bevoegd gezag ook rekening houden met het groepsrisico. Bij het groepsrisico blijft de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als gevolg van een ongewoon voorval. De gemeente moet in het omgevingsplan binnen aandachtsgebieden rekening houden met dit groepsrisico. De inventarisatie en beoordeling van de risico’s gebeurt onder andere aan de hand van aandachtsgebieden voor brand, explosies en gifwolken. Het is aan het bevoegd gezag om van al deze risicobronnen de aandachtsgebieden in kaart te brengen. Er zijn drie aandachtsgebieden, te weten:  

Brandaandachtsgebied (BAG): het gebied waar de warmtestraling 10 kW/m2 of hoger is ten gevolge van een plasbrand of fakkelbrand Explosieaandachtsgebied (EAG): het gebied waar - ten gevolge van een vloeistof-gasexpansie-explosie (BLEVE) de warmtestraling 35 kW/m2 of hoger is; of - een explosie waarvan de overdruk 10 kPa of hoger is. Gifwolkaandachtsgebied1 (GAG): het gebied waar personen in een gebouw overlijden door blootstelling aan de ministerieel vastgestelde concentratie van een gevaarlijke stof gedurende een aangegeven periode

Door de DCMR zijn de aandachtgebieden binnen de gemeente Barendrecht vastgesteld 30. In de onderstaande paragrafen worden de risicobronnen en bijbehorende bijzonderheden beschreven die binnen de gemeente Barendrecht vallen. Autosnelwegen In de onderstaande tabel zijn de nu bekende autosnelwegen in de gemeente Barendrecht die onder het basisnet vallen beschreven. Naam

Omschrijving

Aandachtsgebieden

A29

Knp. Vaanplein - afrit 20 (Barendrecht)

BAG, EAG

28

Raaijmaker, A. (2013-2017). Externe Veiligheidsvisie Gemeente Barendrecht. BAR-organisatie: Barendrecht. Staat van Rijnmond (2023). Veilige regio. Geraadpleegd op 26 mei 2023, van https://staatvanrijnmond.nl/mosaic/moidashboard/veilige-regio 29

30

Belderbos, F.H. (2023). Aandachtgebieden gemeente Barendrecht. DCMR.

Pagina 29 van 48

A15 A15

Knp. Vaanplein - Knp. Ridderkerk Noord afrit 19 (Rotterdam Charlois) Knp. Vaanplein

BAG, EAG BAG, EAG

Spoorroutes In de onderstaande tabel zijn de nu bekende spoorroutes in de gemeente Barendrecht die onder het basisnet vallen beschreven. Naam

Omschrijving

Aandachtsgebieden

RotterdamDordrecht Havenspoorlijn

Ca. 30B.1 t/m 203AB.2

BAG, EAG

Ca. 201G.3+204B,1 t/m 440A.1+445B.1+201A.1

BAG, EAG

Vaarroutes In de onderstaande tabel zijn de nu bekende vaarroutes die onder het basisnet vallen beschreven. Het is nog onduidelijk of er een verschil wordt gemaakt tussen de risico’s externe veiligheid (aandachtsgebieden) van binnenvaart en zeevaart. Naam

Omschrijving

Aandachtsgebieden

Corridor Rotterdam – Moerdijk

Oude Maas (tot Dordtsche Kil)

BAG, EAG

Buisleidingen In de onderstaande tabel zijn de nu bekende buisleidingen beschreven. Voor alle aandachtsgebieden van buisleidingen geldt dat deze indicatief zijn. Naam Omschrijving Aandachtsgebieden Opmerkingen rrp-l6; 24" Products PipeliDe aandachtsgebieden van omschrijving ne Pernis – Venlo deze buisleiding moeten nog berekend worden en staan daarom niet op de kaart NM-415103 Leiding NAM BAG, EAG GHY_507_H2_ Air Products Pipeline De aandachtsgebieden van Unimills deze buisleiding moeten nog berekend worden en staan daarom niet op de kaart A-559 Leiding Gasunie BAG Hoge druk aardgasleidingen produceren geen EAG A-517 Leiding Gasunie BAG Hoge druk aardgasleidingen produceren geen EAG A-559-07 Leiding Gasunie BAG Hoge druk aardgasleidingen

Bedrijven In de onderstaande tabel zijn de nu bekende inrichtingen beschreven. Naam BKL-categorie Aandachtsgebieden Opmerkingen Handelsondernemin A.11 Uit de BKL-categorie van de g A. Versluis inrichting blijkt dat er geen aandachtsgebieden ontstaan Nederlandse A.1 Uit de BKL-categorie van de gasunie A495 inrichting blijkt dat er geen aandachtsgebieden ontstaan Tankstation De A.1a BAG, EAG Boom

Pagina 30 van 48

Ziedewij Tanken en Wassen Bouwdok Barendrecht Barendrecht Ziedewij Berkman Barendrecht Beheer

A.1a

BAG, EAG

-

A.7

BAG, EAG

-

E.11 A.12 en A.1a

BAG, EAG BAG, EAG

EAG reikt tot in gemeente Ridderkerk

Conclusie problematiek De Omgevingswet heeft als uitgangspunt dat elke bestuurslaag hun regels over activiteiten die mogelijke gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving samenvoegen in één gebiedsdekkende regeling. Op gemeentelijk niveau betreft dit het omgevingsplan. Hierin worden ontwikkelingsrichtingen van een bepaald gebied en randvoorwaarden voor de voorgenomen activiteiten vastgelegd. Tevens wordt in dit plan de geboden omgevingskwaliteit binnen het plangebied gemotiveerd en onderbouwd, waardoor een vertaalslag wordt gemaakt naar omgevingsveiligheid. De gemeente dient in het omgevingsplan in elk geval de locaties in een brand- of explosieaandachtsgebied waar een zeer kwetsbaar gebouw is toegelaten aanwijzen als brand- of explosievoorschriftengebied. Daarnaast zijn lokale overheden bevoegd om in het omgevingsplan ruimte te reserveren voor aandachtsgebieden, zodat ruimtelijke ontwikkeling zich kan volstrekken. Dit veronderstelt dat het bevoegd gezag ruimte kan reserveren voor nieuwe en niet voorziene risicovolle activiteiten. De keuze hiervoor dient verantwoord te worden, waarbij de betreffende keuze ook goedgekeurd dient te worden door de gemeenteraad.

Naast dat het reserveren van ruimte voor aandachtsgebieden wordt belegd bij het bevoegd gezag, worden zij op grond van artikel 5.15 (tweede lid, Bkl) verantwoordelijk gesteld voor een specifiekere uitwerking van ‘bescherming’ binnen aandachtsgebieden. Het bevoegd gezag kan diverse maatregelen inzetten om mensen te beschermen binnen de aandachtsgebieden. Deze gereedschapskist bestaat uit de volgende maatregelen: - Afstand houden tot de risicobron binnen het aandachtsgebied; - aanvullende risicocommunicatie; - beperken van personendichtheden in de omgeving van de risicobron; - vlucht- en schuilmogelijkheden; - omgevingsmaatregelen; - aanvullende bouwmaatregelen in een voorschriftengebied.

Pagina 31 van 48

Thema 4.4: rampenbestrijding en crisisbeheersing Bij dit thema zijn de pijlers van de gemeentelijke crisisbeheersing zijn risico-inventarisatie (‘wat kan er gebeuren?’), planvorming (‘wat moet ik doen?’), opleiden, trainen en oefenen (OTO) (‘wat moet ik kunnen?’) en beheer van faciliteiten zoals het klantcontactcentrum (KCC) en ICT (‘wat moet ik hebben?’). De gehele ambtelijke organisatie heeft raakvlaken met de voorbereiding op crisisbeheersing. Solide, professionele borging ervan is dan ook onvermijdelijk een strategisch thema: noodzakelijk is het de vele betrokken functionarissen (teamleden, het team bevolkingszorg (TBz) en gemeentelijk beleidsteam (GBT)) te blijven betrekken en informeren en hun kennis en deskundigheid op peil te houden. Deze strategische aandacht is daarnaast nodig vanwege de veranderende omgeving en nieuwe risico’s die op ons afkomen. Cijfers voortgang crisisorganisatie Barendrecht Van 2021 tot en met heden zijn er in totaal 54 meldingen ontvangen van de meldkamer. Opvallend is dat de meldingen met name betrekking hebben op ongevallen bij wegvervoer en/of verkeersongevallen. Andere veelvoorkomende meldingen zijn een gebouw- en woningbrand, stormschade en elektrische auto’s die in brand stonden. Dit vraagt om inzicht en deskundigheid als het gaat om nieuwe risico’s. Het vraagt om geoefend en getraind personeel.

De gemeente heeft daarom geïnvesteerd in de toekomstbestendigheid en kwaliteit van haar crisisorganisatie. Naast dat er aandacht is besteed voor traditionele incidenten, is er ook aandacht besteed aan nieuwe vormen van crisis, zoals klimaatverandering, digitale verstoringen, continuïteit, pandemie etc. Hierbij is gezorgd voor een goede basis om op effectieve en veilige wijze incidenten te kunnen bestrijden. De crisisorganisatie is intern getraind en geoefend, met name op basis van specifieke behoefte van crisisteams en bestuurders zelf. Het OTO-jaarplan (Opleiden, Trainen en Oefenen) vormde hierbij de basis voor het ontwikkelen, het voorbereiden, het uitvoeren en het evalueren van de activiteiten. Hiermee hebben we ons oefenbeleid verder kunnen ontwikkelen en een betere kwaliteit van onze crisisorganisatie kunnen bewerkstelligen. Tot slot is de samenwerking met andere gemeenten van belang geweest. Er is intensief samengewerkt met gemeenten in de regio om de veiligheid te waarborgen. De gemeenten in de regio hielden elkaar betrokken en sloten waar mogelijk bij elkaar aan. Crises en verbeterpunten In de afgelopen jaren hebben een enkele crises plaatsgevonden waarbij is opgeschaald binnen de crisisorganisatie. Dit zijn belangrijke leermomenten voor ons geweest. Evalueren is voor de gemeente Barendrecht van groot belang. De gemeente Barendrecht wil kunnen leren van de ervaringen.

Hieronder worden de crises kort beschreven met de belangrijkste lessen. Windhoos Op donderdagnacht 21 oktober 2021 is de gemeente Barendrecht opgeschaald geweest naar GRIP 1 in verband met een windhoos. Naast het commando plaats incident (COPI) is binnen de gemeente Barendrecht een aantal medewerkers actief geweest. Er was sprake van een flink aantal omgevallen bomen die gevaar of verkeershinder opleverden. Daarnaast zijn meerdere auto’s door de wind meegenomen, dakpannen losgekomen, ramen van woningen gesneuveld, schuttingen en lantaarnpalen omgewaaid. Omdat de schade in de wijk Ter Leede het grootst was zijn daar 3 brandweereenheden ingezet. De politie was ook ter plaatse om het gebied af te zetten. De inzet van de crisisorganisatie bij het incident is op een later tijdstip intern geëvalueerd. Hieruit zijn de volgende (belangrijkste) leermoment naar voren gekomen: -

-

-

Betrek meer mensen zoals HTO'ers erbij, laat de OVD-BZ echt een buddy zoeken (lokaal of regionaal altijd iemand op piket), start de juiste teams op, maar maak ook gebruik van de kennis en kunde van de medewerkers, ook al zitten die niet in een team dat van nature ingezet zou worden. Realiseer een duidelijkere informatielijn met (loco)burgemeester. Heldere afspraken maken voor een juist verloop van de alarmering is belangrijk. Je moet altijd een goede afweging maken over de benodigde inzet van het team crisiscommunicatie van de gemeente. In deze crisis nadruk op communicatie door bestuurder(s)vanuit gemeente. Interne communicatie moet beter op orde zijn.

Pagina 32 van 48

Oekraïne en de COVID-19-crisis De gemeente heeft door diverse langlopende crises de afgelopen jaren een sterke positie verworven. Denk aan de aanpak van het coronavirus en de opvang van asielzoekers. De oorlog in Oekraïne heeft aangetoond hoe dit conflict een domino-effect kan hebben. Tijdens de coronapandemie is ook gebleken dat een gezondheidscrisis van deze schaal de samenleving ernstig kan verstoren. Hiermee groeit logischerwijs het takenpakket van lokale overheden. Daarnaast is het van belang om inspanningen voor langere tijd vol te houden in samenwerking met de ketenpartners. Om alles in goede banen te leiden en de afzonderlijke gemeenten hierin goed te kunnen ondersteunen is de crisisorganisatie opgeschaald. Bij beiden crises heeft dit veel van de organisatie gevraagd. Conclusie problematiek Gemeenten hebben tijdens de coronacrisis laten zien dat zij onmisbaar zijn in crisistijden. Veel noodmaatregelen op rijksniveau vragen immers om lokale vertaling. Daarnaast zijn we als gemeenten, dus als BAR-organisatie, wettelijk verplicht om opdrachten die vanuit de regio binnen komen met prioriteit te behandelen (Wet veiligheidsregio’s). Dit loopt via een Regionaal Operationeel Team en een Regionaal Beleidsteam van de Veiligheidsregio. Een belangrijkste leerpunt uit de langdurige crises betreft dan ook het afstemmen van een duidelijke lijnorganisatie.

Het is van belang dat er een kern Team Bevolkingszorg (TBz) wordt georganiseerd vanuit de organisatie. Het TBz is het team dat op operationeel niveau de gemeentelijke actiecentra aanstuurt en op tactisch niveau het Regionaal Operationeel Team (ROT) adviseert. De opbouw van de kern TBz dient vanaf de werkvloer door te gaan tot aan de top van de organisatie, waarbij gebruik wordt gemaakt van de crisisstructuur. De werkzaamheden van de kern Tbz dienen hierbij goed te worden afgestemd op de crisis en de te verrichten taken vanuit de regio, zodat alle vragen en problemen op lange termijn ‘in de lijn’ worden opgelost. Een ander aandachtspunt betreft de ontvlechting en onthechting van de BAR-organisatie. In lijn met de uitgangssituatie is het zaak om de crisisorganisatie te bezien en op welke manier uitvoering hiervan in het vervolg kan worden georganiseerd. Wat reeds bekend is, is dat de ontvlechting ertoe leidt dat gemeenten niet gebruik kunnen maken van elkaars deskundigheid, medewerkers en middelen. Tegelijkertijd zal in het kader van de ‘versterking oranje kolom’ een kwaliteitsverbetering doorgevoerd moeten worden in de drie zelfstandige organisaties. De gestelde normen vormen de basis voor het opleiden, trainen en oefenen van medewerkers in de gemeentelijke crisisorganisatie.

In deze normen wordt onderscheid gemaakt tussen: opleiden (kennisoverdracht), trainen (verwerven van vaardigheden) en oefenen (onderhoud en ervaring). Aangezien de taken in de crisisorganisatie niet dagelijks uitgevoerd worden is het van belang om de benodigde kennis eigen te maken en te onderhouden. Dit heeft te maken met de beschikbare capaciteit op regionaal en lokaal niveau, maar ook met de financiën. Dit betekent dat elk gemeente haar eigen budget nodig zal hebben om te kunnen voldoen aan de gestelde normen voor het opleiden, trainen en oefenen van medewerkers. We zijn ervan overtuigd dat de gemeenten afzonderlijk van elkaar in staat zijn om te voldoen aan de landelijke veiligheidscriteria, maar daarbij wel rekening moeten houden met schaarse capaciteit binnen de organisatie.

Pagina 33 van 48

Veiligheidsveld 5: integriteit en veiligheid Thema 5.1: polarisatie en radicalisering Bij dit thema gaat het om ideologische groepen/stromingen in de samenleving die dermate zijn geradicaliseerd, dat zij een bedreiging vormen of kunnen gaan vormen voor de veiligheid. Sprake kan zijn van dreigend geweld. Deze groepen vergroten de polarisatie in de samenleving waarbij sprake kan zijn van dreigend geweld. Stromingen die op die manier kunnen radicaliseren, zijn bijvoorbeeld: rechtsextremisme, islamradicalisme, dierenrechtenradicalisme, links-extremisme. Polarisatie en radicalisering Van polarisatie wordt gesproken in situaties waarbij steeds meer wij-zij-denken ontstaat tussen groepen in de samenleving en deze groepen steeds meer tegenover elkaar komen te staan, waardoor onderlinge spanningen kunnen oplopen en de maatschappij verhardt. Radicalisering is het proces31 waarbij een persoon of groep in toenemende mate opvattingen ontwikkelt over de samenleving die niet passen en samengaan bij onze democratische maatschappij. De persoon of groep is daarbij steeds meer bereid om zich ook echt naar deze idealen te gedragen, bijvoorbeeld door bepaalde dingen te doen of te communiceren en daarbij gebruik maakt van methoden die afbreuk doen aan het functioneren van de democratische rechtsorde 32.

Probleemschets Waar voorheen de aandacht lag bij het opkomend jihadisme, de jihadgang en aanslagen in het buitenland is de context door ingrijpende maatschappelijke crises verschoven naar een bredere benadering van het thema. De woning-, vluchtelingen-, gas-, stikstof- en coronacrisis zijn stapelende voorbeelden die spanningen veroorzaken in de Nederlandse samenleving. Recente protesten van jongeren, boeren en bouwbedrijven duiden op maatschappelijk onbehagen vanuit diverse lagen in de samenleving. Een dalend vertrouwen in de aanwezige constituties (politiek, wetenschap en media) is bijv. aanleiding voor het ontstaan van complottheorieën. Deze bieden een alternatieve verklaring vergeleken met de verklaringen van autoriteiten of institutionele actoren. Om die reden is er meer aandacht dan voorheen voor toenemende tegenstellingen tussen (groepen) burgers (horizontale polarisatie). Maar ook het wantrouwen en beschadigde vertrouwen richting (delen van) overheden vraagt aandacht (verticale polarisatie) 33. Landelijke beeld polarisatie radicalisering Onderzoek wijst uit dat veel Nederlanders de manier van samenleven als belangrijk maatschappelijk probleem ervaren. Als mensen praten over polarisatie dan hebben ze het vaak over een verharding van de toon en verslechterde omgangsvormen in het debat.

Veel mensen noemen de manier waarop we in Nederland met elkaar samenleven als belangrijk maatschappelijk probleem. Er zijn zorgen over polarisatie en over groepen die sterker tegenover elkaar staan. Ondanks de breed gedeelde perceptie van verdergaande polarisatie, wijst wetenschappelijk onderzoek naar de publieke opinie niet op eenduidige polarisatie trends. Daarnaast laat de mate waarin burgers partijpolitieke polarisatie waarnemen sinds de jaren tachtig geen duidelijke stijging zien34. De afkeer tussen politieke kampen van alle tijden en komt en gaat het met golven. Wel is te zien dat Nederland de laatste jaren echter steeds meer gepolariseerd. ‘Een vergelijking tussen 2019 en 2021 laat zien dat polarisatie in die twee jaar substantieel was toegenomen. ‘De oorzaken van polarisatie zetten zich ook door: radicale partijen radicaliseren verder, sociale media sluiten ons op in bubbels, en de politieke discussie verhardt35. Lokale vertaling Gemeenten hebben, naast een preventieve rol, ook een cruciale rol bij het realiseren van een integrale lokale aanpak op het gebied van polarisatie (Maatschappelijk ongenoegen), waarbij de verbinding 31

Het trapmodel uit 2005 van de Iraans-Amerikaanse onderzoeker Fathali Moghaddam beschrijft ruwweg het radicaliseringsproces in zes overgangsfasen kunnen uitgroeien tot de bereidheid om terroristische acties uit te voeren. 32 Actieplan polarisatie en radicalisering. (2007). Den Haag: Ministerie van BZK. 33 Www.inspectie-jenv.nl 34 Sociaal en Cultureel Planbureau rapport burgerperspectieven 2022, Den Haag, december 2022. 35 UVA Eelco Harteveld Polarisatie in Nederland: hoe verdeeld zijn we?, 22 februari 2022 Pagina 34 van 48

tussen het zorgdomein, onderwijs en het veiligheidsdomein wordt doorontwikkeld en bestendigd. In nauwe samenwerking met het maatschappelijk veld onderzoek de politie een mogelijk signaal van polarisatie (Maatschappelijk ongenoegen).In Barendrecht is tot nu toe sprake geweest van één casus (antioverheid sentiment). Signalen van deze casus zijn opgepikt vanuit de reguliere zorg- en hulpverlening en via de politie opgeschaald. Het betrof een casus waarbij een overlastgever via sociale media openlijk bedreigingen uitte. Conclusie problematiek In algemene zin wordt opgemerkt dat gevallen van polarisatie (Maatschappelijk ongenoegen) moeilijk te duiden zijn. De gemeente moet daarom inzetten op het waarnemen van trends. Om in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen en te zorgen voor een gezonde dynamiek met en tussen de kritische massa is het van belang dat gemeenten aansluiten bij initiatieven vanuit de samenleving. Daarnaast is het van groot belang dat de afdeling veilig nauwe contacten onderhoudt met zowel in- (o.a. de wijkteams) als externe partijen (waaronder de regiogemeenten en politie) om polarisatie en radicalisering voor te blijven, maar ook om waar nodig in te grijpen. Aandachtspunt blijft bij dit onderwerp dat dit veelal achter de voordeuren plaatsvindt en dat de gemeente weinig tot geen zicht hierop heeft36. .

36

Rapport Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Den Haag, 2019-11 - Handhaving door en voor gemeenten.

Pagina 35 van 48

Thema 5.2: georganiseerde criminaliteit Bij dit thema gaat het om vormen van georganiseerde criminaliteit die zich manifesteren in binnensteden/op gemeentelijk grondgebied en die in bepaalde mate gebruik (misbruik) maken van gemeentelijke voorzieningen en beschikkingen (waaronder vergunningen en aanbestedingen). Sprake is van verweving van onder- en bovenwereld en vaak ook van ‘witwassen’. Misdaadbranches die het betreft zijn vooral drugshandel, vastgoedfraude en mensenhandel. Aanpak ondermijning In samenwerking met de politie, Openbaar Ministerie en het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) heeft de gemeente Barendrecht de afgelopen jaren intensief ingezet op het thema ondermijning. Voor het verzamelen, bespreken en verrijken van informatie over ondermijning is onder regie van de gemeente Barendrecht een ambtelijk informatieoverleg gestart (werkgroep ondermijning). Op advies van de werkgroep ondermijning besluit de stuurgroep ondermijning welke verdere strategie gekozen wordt in de aanpak ondermijning. Het RIEC participeert in het signaaloverleg van de gemeente, gericht op het opwerken van casuïstiek en informeert de gemeente over informatiesystemen en instrumenten die de positie kan vergroten. Om de progressie in de ontwikkeling van de aanpak ondermijning te meten wordt in samenwerking met het RIEC een tweejaarlijks weerbaarheidsscan uitgevoerd. 1.

Versterken bestuurlijke weerbaarheid Bij de aanpak van ondermijning is het belangrijk dat repressief wordt opgetreden, maar ook dat er barrières worden opgeworpen die het de crimineel moeilijker maken om zijn criminele activiteiten uit te voeren. En dat is juist het terrein waar ook het openbaar bestuur een taak in heeft. Voorwaarde daarbij is dat de gemeente voldoende weerbaar is. In hoeverre een gemeente is opgewassen tegen ondermijnende criminaliteit (dus bestuurlijk weerbaar is), wordt bepaald door de status van de informatiepositie van de gemeente (zowel kwantitatief als kwalitatief). Daarnaast door de mate waarin de gemeente gebruik maakt van de haar ter beschikking staande bestuursrechtelijke instrumenten om hiertegen op te treden37.  Bestuurlijke informatiepositie Binnen de Werkgroep ondermijning wordt informatie gedeeld tussen verschillende gemeentelijke afdelingen, de politie en het RIEC. Bij het Meldpunt ondermijning kunnen medewerkers binnen de organisatie hun vermoedens en/of concrete signalen over ondermijning kwijt. Met veel afdelingen die beschikken over eventuele nuttige informatie (zoals de Front- en Backoffice, medewerkers vergunningen en BOA’s) zijn korte lijntjes, de informatie vloeit (binnen de vastgestelde wettelijke kaders) makkelijk over.

Daarnaast is een samenwerking met Meld Misdaad anoniem waar inwoners hun vermoedens over ondermijning kwijt kunnen.  Bestuurlijke instrumenten Het gemeentebestuur heeft diverse (wettelijke en juridische) instrumenten ter beschikking om ondermijning te voorkomen en/of tegen te gaan. In hoeverre een gemeente is opgewassen tegen ondermijnende criminaliteit (dus bestuurlijk weerbaar is), wordt bepaald door de mate waarin de gemeente gebruik maakt van de haar ter beschikking staande bestuursrechtelijke instrumenten om hiertegen op te treden. Met het invoeren van nieuwe wet- en regelgeving is flink geïnvesteerd in bestuurlijke weerbaarheid van onze gemeente. Het gemeentelijk BIBOB (Wet bevordering integriteitsboordelingen door het openbaar bestuur (Wet BIBOB) beleid wordt ingezet om het witwassen van geld aan te pakken. Een herziening van het BIBOB beleid maakt het in de toekomst mogelijk om naast de horecabranche een BIBOB toets te passen bij de aanvraag van WABO vergunningen, subsidies en vastgoedtransacties. De toets wordt op deze nieuwe gebieden risicogericht en signaal gestuurd ingezet. Vanuit de afdeling APV en Bijzondere wetten hebben er meerdere zogenoemde BIBOB onderzoeken plaatsgevonden. In 2019 waren dit er 6, in 2020 4, in 2021 7, in 2022 12 en in het 1e Q 2023 10.

37

Actieplan ondermijning Barendrecht 2019.

Pagina 36 van 48

Aantal Bibob-onderzoeken in Barendrecht 2019-2023 14 12 10 8 6 4 2 0 2019

2020

2021

2022

2023 (1e kwartaal)

De Geus, N. (2023). Aantal Bibob-onderzoeken in Barendrecht. Barendrecht: BAR-organisatie.

De Bibob-toetsen die deze cijfer betreffen, hebben betrekking op aanvragen exploitatievergunning en/of alcoholvergunning. Hierbij is een Bibob-onderzoek standaard procedure voor nieuwe ondernemers. Conclusie problematiek In 2020 heeft corona een grote rol gespeeld in de exploitatie van de horeca. Dit verklaart het lage aantal van dat jaar. De toename in 2022 is mogelijk te wijten aan het bijtrekken van de horecasector. En in 2023 is het hoge aantal vooral te verklaren doordat de burgemeester het aanwijzingsbesluit inzake uitzondering vergunningsplicht openbare inrichtingen heeft ingetrokken. Een aantal bestaande ondernemingen die voorheen geen vergunning nodig had, heeft die nu moeten aanvragen – waarbij een Bibob-onderzoek onderdeel is van de aanvraag. Op 1 oktober 2022 is een wetsaanpassing ingevoerd die het gemeenten, provincies en rijksdiensten mogelijk maakt om elkaar te informeren bij een vermoeden van criminele betrokkenheid bij een vergunningaanvraag, overheidsopdracht of vastgoedtransactie. Daarnaast leidt de wijziging Wet Bibob tot een uitbreiding van het toepassingsbereik op bijvoorbeeld het gebied van vastgoedtransactie en aanbestedingen38 2.

Drugshandel hennep De Opiumwet (artikel 13b) geeft de burgemeester de bevoegdheid om panden te sluiten nadat er een handelshoeveelheid wordt aangetroffen of in gevallen waarbij sprake is van voorbereidingshandelingen voor het vervaardigen van drugs. Het in 2017 opgestelde Damoclesbeleid – ook wel aangeduid als de Wet Damocles – is een bestuurlijk instrument welke de burgemeester de mogelijkheid biedt om op te treden tegen illegale drugshandel door het opleggen van een last onder bestuursdwang met een pandsluiting tot gevolg. Om te komen tot een eenduidige regionale werkwijze in de aanpak en informatie-uitwisseling neemt de gemeente Barendrecht sinds 2016 deel aan het convenant gezamenlijke aanpak van hennepkwekerijen. Daarnaast zijn contractuele afspraken vastgelegd met domein Roerende zaken die betrekking hebben op het ontmantelen, vervoeren en vernietigen van bestuurlijk in beslaggenomen goederen in het kader van bestrijding van hennepteelt (Hennepteam). Uitbreiding van de beleidsregels Damocles maakt het de burgemeester sinds 2019 mogelijk om een pand te sluiten indien sprake is van strafbare voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en/of productie van drugs. Het sinds 1 januari 2023 strafbaar gestelde recreatief gebruik van lachgas wordt opgenomen in de beleidsregels Damocles.

38

www.cvv.nl Pagina 37 van 48

Aantal bestuursrechtelijke maatregelen in Barendrecht 2019-2022 10 5 0 2019

2020 Last onder bestuursdwang

2021

2022

2023 (1e kwartaal)

Bestuurlijke waarschuwing

Conclusie problematiek In de gemeente Barendrecht is t.a.v. illegale drugshandel 16 maal een last onder bestuursdwang opgelegd vanaf het eerste kwartaal van 2019 tot het eerste kwartaal van 2023. Tevens zijn er in 2021 tot het eerste kwartaal 2023 12 bestuurlijke waarschuwingen uitgedeeld op basis van de Opiumwet. De cijfers laten een daling zien van het aantal opgelegde last onder bestuursdwang. Dit kan een gevolg zijn van ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden in de jurisprudentie. Een overzichtsuitspraak van de staatsraden advocaat-generaal Wattel en Widdershoven heeft ertoe geleid dat het toetsen van het evenredigheidsbeginsel een grotere rol is gaan spelen bij het opleggen van bestuurlijke besluiten op basis van Opiumwet 13b39. Gevolg van deze uitspraak is dat meer onderzoek naar ieder individueel geval moeten worden gedaan wanneer een ingrijpend besluit als een pandsluiting wordt toegepast. Een goede informatievoorziening en het tijdsbestek waarbinnen een bestuurlijke maatregel wordt genomen zijn essentieel voor een positief resultaat van een besluit. 3. Controle bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn plekken waar men, wanneer gewenst, anoniem kan opereren. Het zijn daarom gebieden die uitermate geschikt zijn om criminele activiteiten te ontplooien en in stand te houden.

Om zichtbaar op te treden tegen malafide activiteiten is 2020 een start gemaakt met het project Mistral. Het integraal ondernemingsproject is gericht op bedrijventerrein Barendrecht-Oost. Het heeft een looptijd gehad tot december 2022 en heeft plaatsgevonden in samenwerking met politie en veiligheidspartners gericht. De beoogde resultaten van et project waren: het verzamelen van informatie, creëren van bewustzijn en het starten van interventies. De controles werden signaal gestuurd en steekproefsgewijs opgezet en op basis van signalen betreffende ondermijning geselecteerd. Er zijn tijdens het project meer dan 300 ondernemers bezocht waarvan 43 ondernemers nader zijn onderzocht. Hierbij zijn 4 panden gesloten o.b.v. de APV en Opiumwet, 2 bestuurlijke waarschuwingen gegeven, harddrugs en een vuurwapen aangetroffen en ruim 1 miljoen euro’s in beslag genomen. 40 Conclusie problematiek Na afronding van het project Mistral wil de gemeente vanaf 2023 ook ervaring opdoen met andere methoden in de aanpak van bedrijventerreinen, zoals de ‘risicomatrix bedrijventerreinen’. Aan de hand van een risicomatrix wordt beoordeeld waar risico’s liggen binnen de bedrijventerreinen. De gemeente schrijft een plan voor de aanpak van andere bedrijventerreinen, waarna zij integrale sessie(s) zal organiseren die door het RIEC en het SGBO ondermijning in goede banen geleid zal worden. 4.

Mensenhandel Mensenhandel is moderne slavernij, waarbij ernstige schending van de mensenrechten wordt begaan. Het is dan ook een zware vorm van criminaliteit. Mensenhandel kenmerkt zich door mensen (on)vrijwillig en onder mensonterende omstandigheden te laten werken en daarvan te profiteren. Mensenhandel kent vele verschijningsvormen; van arbeids- of criminele uitbuiting, manipulatie en misbruik door pooiers tot handel in menselijke organen en arbeidsuitbuiting.

39 40

Raad van State Uitspraak 202006932/3/A3, 202002668/2/A3 en 202000475/2/A3. Evaluatie project Mistral, 2022. Pagina 38 van 48

Regionale samenwerking Ten behoeve van de bestrijding van mensenhandel is in 2011 in het Regionaal College het convenant Mensenhandel ondertekend. Het convenant is een samenwerking tussen 32 gemeenten, het onderwijs en zorg- en veiligheidsorganisaties en maakt het mogelijk om juridisch informatie te delen om te komen tot een eenduidige en sluitende regionale aanpak op alle verschijningsvormen van mensenhandel. In 2018 is regionaal uitvoering gegeven aan de pilot regionaal beleidskader mensenhandel. Hierin zijn regionale opgave beschreven waarmee uitvoering wordt gegeven aan het uitvoeringsplan mensenhandel onder regie van het regionaal controleteam mensenhandel (RCTM- gemeentelijke toezichthouders). De pilot liep tot 2022 en de voortgang is vastgelegd in 2020 rapportage voortgang aanpak mensenhandel. Concrete voorstellen die in het regionaal beleidskader zijn benoemd als prioriteit: - Inzet op het versterken van de integrale informatiepositie voor een beter zicht op mensenhandel. Resultaat opzet van een regionale monitor mensenhandel - Intensiveren regionale samenwerking; bevoegdheid toekennen aan gemeentelijke toezichthouders om controles uit te kunnen oefenen vanuit het RCTM en het per gemeente aanstellen van een contactpersoon/aandachtsfunctionaris aan te stellen en de contactinformatie te delen met het Regionaal Platform Mensenhandel.

- Inzet op awareness, signaleren en melden met als resultaat opleiden van professionals binnen de gemeenten en het betrekken van scholen bij de aanpak. - aanpakken van faciliteerders en mensenhandelaren; Vervolg geven aan regionaal controleteam. Inzetten op deskundigheid op mensenhandel bij ZSM. - Preventie & zorg voor slachtoffer; oprichten van een werkgroep met gemeentelijke vertegenwoordigers uit het zorgdomein. Cijfers landelijke ontwikkeling mensenhandel De Regionale Mensenhandelmonitor biedt inzicht in de aard (verschijnselen) en geschatte omvang van mensenhandel en in de geleverde inspanningen en is een product van Directie Veilig van gemeente Dordrecht, Rotterdam en samenwerkingspartners AVIM, RIEC, Fier, Inspectie SZW. Over 2020 werd voor de eerste keer een regionale monitor gemaakt. Die monitor bood in de eerste instantie informatie die makkelijk te ontsluiten was, zoals het aantal strafrechtelijke onderzoeken en het aantal uitgevoerde bestuurlijke controles. Deze cijfers zeggen echter op zichzelf echter weinig over de aard van de problematiek. Bij verschillende instanties wordt melding gemaakt van mensenhandel (politie, Humanitas, Coördinatiecentrum Mensenhandel (CoMensha). In 2022 zijn een stuk minder meldingen binnengekomen bij Co Mensa ten opzichte van vorige jaren.

Volgens CoMensha is dat lage aantal te verklaren door de coronapandemie, de strikte interpretatie van de privacywetgeving AVG en prioritering en capaciteitsgebrek bij de politie41. Uit de monitor mensenhandel 2021 valt op dat een afwijking is te zien tussen het geschatte aantal slachtoffers mensenhandel in de regio en het daadwerkelijk aantal aangetroffen slachtoffers. Voorlopig is nog niet duidelijk welke factoren hierbij een rol spelen. Conclusie problematiek Binnen de aanpak van mensenhandel heeft een verkenning plaatsgevonden op de beschreven onderwerpen. Het regionaal concept van het beleid is nog niet gereed (VAR). Als gevolg hiervan zijn nog niet alle onderdelen uitgevoerd, zoals het opstellen van beleid (prostitutiebeleid + beleidsregel) passend bij regionaal APV-artikel. Als aandachtsfunctionaris mensenhandel is de opgavemanager aanpak Ondermijning aangewezen voor Barendrecht. Per 1 oktober 2022 is de gemeente Barendrecht aangesloten bij het regionale meldpunt ESSM van Humanitas (Expertisecentrum Seksualiteit, Sekswerk en Mensenhandel). Vanwege het zorgcomponent binnen het thema, wordt in de uitvoering actief opgetrokken met het sociaal domein. In 2023 wordt de aanpak verder uitgerold.

41

www.comensha.nl Pagina 39 van 48

Thema 5.3: informatieveiligheid Gemeenten zijn, net als andere (overheids-)organisaties, kwetsbaar als het gaat om de (digitale) dienstverlening en met name het veilig/beveiligd uitvoeren van deze dienstverlening en het beheer van persoonsgegevens. Als de overheid de digitale beveiliging hiervan niet voldoende kan borgen, is het vertrouwen in de overheid in het geding. Vandaag de dag bewaren burgers en overheden al onze gegevens en kennis ergens elektronisch en zijn we aangewezen op de beschikbaarheid en integriteit van computersystemen en telecommunicatienetwerken. Hoe is de waarborging in kader van een cyberaanval in de gemeente Barendrecht geregeld? Op dit moment is er een Computer Emergency Response Team (CERT) die cyberaanvallen procesmatig doorlopen in de maatregelen hierop. Hiervoor wordt nog een Business Continuity Management plan (BCM) geschreven en een duidelijk RACI-model42 gemaakt worden waarbinnen de Taken Bevoegdheden Verantwoordelijkheden (TBV’s) bij een ieder duidelijk zijn. Daarnaast moet er met regelmaat een simulatie worden doorlopen op cyberaanvallen, waarbij het proces doorlopen worden en het proces na evaluatie wordt verbeterd Cijfers Cybercrime Barendrecht Het aantal misdrijven horizontale fraude (-31%) is afgenomen ten opzichte van 2021, net als in de eenheid. Ook cybercrime (-59%) is afgenomen in de gemeente.

400

Aantal misdrijven cybercrime en horizontale fraude in Barendrecht 2019-2022

300 200 100 0 2019

2020 Cybercrime

2021 Horizontale fraude

2022

Adringa, W., Brookman, S. & Bruijn, S. (2023). Gezamenlijk Veiligheidsbeeld regio Rotterdam 2022. Amsterdam: I&O Research.

Specificatie cijfers (potentiele) risico’s, datalekken en incidenten gemeente Barendrecht 2022 Virus(Phishing, hacking etc)

47

IBD

17

Verlies apparaat of hardware

11

E-mail aan verkeerde ontvanger

9

Post aan verkeerde ontvanger

8

Data per ongeluk gepubliceerd

7

Papier of post kwijt/gestolen

4

Anders, namelijk

6

Onnodige toegang / Autorisatie

4

Extern (niet IBD/ Nextfence)

2

Nextfence

2

E-mail niet in BCC verstuurd

2

Data toegev. verkeerd dossier

1

Conclusie problematiek Het is voor de gemeente Barendrecht belangrijk om vast te stellen wat de kritieke processen zijn en welke maatregelen noodzakelijk zijn om de continuïteit van de bedrijfsvoering te waarborgen indien een 42

Responsible (verantwoordelijke), Accountable (eindverantwoordelijk), Consulted (iemand die geraadpleegd moet worden) en Informed (iemand die geïnformeerd moet worden).

Pagina 40 van 48

cyberaanval werkelijkheid wordt. De primaire onderdelen zoals BAG Wet basisregistratie adressen en gebouwen), BGT (Wet basisregistratie grootschalige topografie), BRO (Wet Basisregistratie Ondergrond), WOZ, (Waardering Onroerende Zaken), BIO zijn in de verantwoording plichtig aan college, en Rijk (horizontale en verticale verantwoording) de DigiD en Suwinet onderdelen zijn audit plichtig middels een externe audit. De verwachting is dat de komende jaren de BAG, BGT, BRO, WOZ en BIO ook audit plichtig zullen gaan worden waarmee wordt getoetst of juiste maatregelen worden genomen. Vanaf eind 2023 zullen er veel wijzigingen zijn: BIO 2.0 op maat, NIS2 (Europese richtlijn voor Netwerk- en Informatiesystemen), Wet digitale overheid (WDO), Wet op Netwerken, Meer digitaal gebruik burgers. Hiervoor wordt een roadmap gemaakt, en parallel daaraan worden de jaarplannen en consequenties op capaciteit gekoppeld. Voor de komende jaren (vanaf 2024) start Barendrecht met Governance Risk en Control Tool (GRC) waarbinnen de normering staat, de maatregelen daarop gedefinieerd, bijgehouden kan worden in welke status de normering verkeerd (Opzet, Bestaan en Werking), waarbinnen een dashboard functionaliteit aanwezig is en alle taken (kunnen gemonitord worden) in relatie tot verbeteringen naar compliance op de onderwerpen binnen de normering.

Volgend jaar wordt begonnen met een goed fundament voor deze normeringen, volwassenheid opdat we dan een juist risicomanagement kunnen uitvoeren, ook zal het risicomanagement proces dan gestalte krijgen door de risico’s te bespreken, maatregelen voor te stellen en eventueel ook te laten voorzien met een RAO (Risico Acceptatie overeenkomst).

Pagina 41 van 48

Thema 5.4: ambtelijke en bestuurlijke integriteit Hier gaat het om de meest interne vorm van interne integriteit: ambtelijke en bestuurlijke integriteit. Schending daarvan kan het gevolg zijn van belangenverstrengeling, maar ook van ‘niet-intentionele’ verrommeling van procedures. In dit laatste geval ontstaat de integriteitschending min of meer ‘per ongeluk’. Integriteitschendingen kunnen de lokale veiligheid in gevaar brengen doordat daardoor bijvoorbeeld fysiek gevaarlijke situaties ontstaan of in stand blijven (vergunning voor onveilige gebouwen of bedrijfsvoering), criminele groepen extra bewegingsruimte krijgen (geen BIBOB-procedure toegepast) en ambtenaren of bestuurders kwetsbaar worden voor verdere aantastingen van hun integriteit. Veiligheid Werknemers met een publieke taak worden regelmatig geconfronteerd met agressie en geweld bij het uitoefenen van hun taak. Agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak hebben een ondermijnend effect op de werking van de overheid en partners. De maatschappelijke omgeving kan zich intimiderend, bedreigend, soms letterlijk gewelddadig opstellen met het gevolg dat de uitvoering van publieke taken onder druk kan komen te staan. Het vertrouwen in de overheid kan hierdoor aangetast raken.

Vanuit deze overwegingen is in 2007 het programma Veilige Publieke Taak geïnitieerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Flankerend daaraan zijn er Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) met politie en Openbaar Ministerie gemaakt - deze vormen het kader voor de justitiële reactie op geweldsincidenten. Voor de bundeling en doorontwikkeling van kennis en expertise is het Expertisecentrum Veilige Publieke Taak (EVPT) opgericht. Daarnaast biedt de monitor Integriteit en Veiligheid inzicht in de mate waarin politieke ambtsdragers en medewerkers in het openbaar bestuur te maken krijgen met agressie en geweld door burgers, de wijze waarop hier beleidsmatig mee wordt omgegaan en de mate waarin integriteitsregels door politieke ambtsdragers en medewerkers worden nageleefd. Landelijke cijfers43 De belangrijkste bevindingen voor het thema veiligheid met betrekking tot politiek ambtsdrager zijn: -

-

Het percentage politieke ambtsdragers bij decentrale overheden dat vanuit hun functie te maken had met agressie of geweld, is gestegen van 23 procent in 2014 naar 49 procent in 2022. Ook ernstige incidenten nemen in aantal toe. Daarnaast vindt agressie vaker plaats via sociale media. Het aangiftepercentage daalt: van dertien procent in 2014 naar zeven procent in 2022. Bijna de helft (47%) ondervindt nadelige gevolgen van incident. Dit uit zich vooral in een afname van het werkplezier. Het percentage ambtsdragers dat nadelige effecten ervaart, is hoger dan in eerdere jaren (rond de 40 procent).

De belangrijkste bevindingen met betrekking tot overheidsmedewerkers zijn: -

Van de ambtenaren die contact hebben met burgers, heeft 33 procent te maken gehad met een vorm van agressie, bedreiging of intimidatie. Verbale agressie komt het meest voor. Het percentage incidenten waarvan aangifte wordt gedaan, is gedaald van dertien procent in 2016 naar vijf procent in 2022. Vier op de tien medewerkers (42%) die te maken hadden met externe agressie of geweld, hebben hiervan nadelige effecten ervaren. In 2016 was dit 37 procent.

Integriteit Naast veiligheid is de belangstelling voor integriteitsvraagstukken sterk toegenomen. Elke politieke ambtsdrager op elk bestuurlijk niveau kan bij alle afwegingen, soms plotseling, vragen krijgen over zijn integriteit. Politiek ambtsdragers vervullen een voorbeeldfunctie voor de burgers en voor hun ambtenaren. De handel en wandel van politiek ambtsdragers heeft zijn weerslag op de hele organisatie, zowel in positieve als negatieve zin. Zij zijn verantwoordelijk voor de integriteit van hun

43

Monitor integriteit en veiligheid 2022, I&O research 2022

Pagina 42 van 48

ambtenaren. Een politiek ambtsdrager moet 24 uur per dag alert zijn op handelingen of gedragingen (werk en privé) die het aanzien en de integriteit van het politieke ambt kunnen schaden. De belangrijkste bevindingen voor het thema ‘integriteit’ met betrekking tot decentrale politieke ambtsdragers zijn: - Negen op de tien politieke ambtsdragers zijn bekend met gedragscode en de verplichting om nevenfuncties te melden. - Van de negen vormen van niet-integer gedrag is belangenverstrengeling de meest waargenomen vorm die politieke ambtsdragers (menen te) zien bij hun collega-ambtsdragers, gevolgd door het meestemmen over zaken met persoonlijk belang en het misbruik maken van of niet vertrouwelijk omgaan met gevoelige informatie. - Het niet naleven van (integriteits-)regels rond het aannemen van geschenken en het ingaan op uitnodigingen zien politieke ambtsdragers veel minder gebeuren. - Op het moment dat men zelf te maken krijgt met een morele kwestie, zouden vrijwel alle politieke ambtsdragers op zoek gaan naar advies, bijvoorbeeld bij een collega of een steunpunt. De belangrijkste bevindingen met betrekking tot overheidsmedewerkers zijn: - Medewerkers zijn in meerderheid bekend met onderdelen van het integriteitsbeleid.

Dit geldt met name voor de regels over het omgaan met vertrouwelijke informatie en in mindere mate voor de taken van de vertrouwenspersoon, de geldende gedragscode en de regeling voor het melden van misstanden. - De overgrote meerderheid (90%) vindt dat collega’s zich inzetten om de taken zo goed mogelijk uit te voeren. Ook vertrouwt men erop dat collega’s de waarheid spreken. - Drie op de tien medewerkers hebben in het afgelopen jaar weleens het vermoeden gehad dat integriteitsregels niet zijn nageleefd door collega’s. Conclusie problematiek De gemeente heeft in tenminste drie opzichten een belangrijke rol ten aanzien van de veiligheid van medewerkers: als werkgever, als lokaal bestuur en als regisseur lokale veiligheid. De gemeente Barendrecht beschikt over integriteitsbeleid (vastgelegd in het BAR-Personeelshandboek (febr. 2021) waarin de geldende integriteitsnormen en de daarbij behorende plichten verder zijn uitgewerkt. Daarnaast beschikt de BAR over het protocol veilige dienstverlening. In dit protocol zijn maatregelen voor de BAR-organisatie benoemd en hiermee wordt de richtlijnen van de landelijke overheid gevolgd (ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, programma Veilig Publieke Taak). Binnen de gemeente zijn de VPT-taken vanuit de werkgeversrol doorgaans belegd bij de afdeling P&O.

De aanvullende voorzieningen en maatregelen voor politieke ambtsdragers worden veelal gecoördineerd door de afdeling OOV. Een goede invulling van de verbinding tussen P&O en OOV (tussen P&O-beleid en veiligheidsbeleid) is van groot belang. Om aandacht te blijven houden voor VPT is voorlichting en training op de werkvloer belangrijk.

Incident

2020

2021

2022

Gemeente

Eenheid

Geweld tegen Politie Ambtenaren (GTPA) Veilige Publieke taak (VPT) voetnoot (

3

8

3

-63%

+12%

2

5

9

-80%

+ 56%

Pagina 43 van 48

Concluderend hoofdstuk De gemeente Barendrecht heeft de afgelopen jaren actief ingezet op een breed spectrum van veiligheidsvraagstukken. Inbraken en vormen van criminaliteit hebben een grote impact op het leven van inwoners. Ook (dreigende) rampen hebben impact op het individuele leefklimaat. Veiligheid is een ingewikkeld onderwerp die veelzijdig is. Het gaat niet alleen om criminaliteit, maar ook fysieke veiligheid, veiligheid in onze wijken, overlast, ondermijning en radicalisme. Het container begrip ‘veiligheid’ is in deze rapportage met behulp van het VNG-model meetbaar gemaakt door het op te splitsen in vijf veiligheidsvelden. Deze veiligheidsvelden behelzen actuele veiligheidsonderwerpen die verder zijn opgesplitst in een aantal veiligheidsthema’s. de partners met onderliggende rapportages vormen de sleutel tot beantwoording van de vragen over de veiligheidsthema’s in de gemeente Barendrecht. In de praktijk is gebleken dat de partners niet altijd over de juiste informatie beschikken of deze niet kunnen delen waardoor witte vlekken ontstaan in het veiligheidsbeeld. Met witte vlekken wordt bedoeld: het verschil tussen de benodigde informatie en verkregen informatie voor het vormen van een compleet beeld.

In deze rapportage is met behulp van de veiligheids- en zorgpartners (intern en extern) per thema gezocht naar de impact en omvang van veiligheid in de gemeente Barendrecht.

Veilige woon- en leefomgeving - High Impact Crimes en vermogensdelicten zoals woninginbraken en auto-inbraken laten een dalende trend zien. Vooral het aantal diefstallen van fietsen is fors gedaald. Dit is mede te danken aan de inzet vanuit de gemeente, zoals gerichte campagnes ter voorkoming van fietsendiefstal en de bewaakte stalling bij het NS station. - Het aantal overlast incidenten is fors gestegen. De stijging is te verklaren doordat er vaker meldingen zijn van verwarde of overspannen personen. - Er is een duidelijke stijging in het aantal meldingen van huiselijk geweld binnen de gemeente Barendrecht. De landelijke ontwikkelingen zoals de huidige krapte op de woningmarkt, toestroom van vluchtelingen die vaak psychische zorg nodig hebben, toenemende financiële zorgen onder bewoners en lange wachtlijsten bij diverse GGZ-instellingen zijn verontrustende signalen waardoor het aannemelijk is dat Zorg en Veiligheid de komende jaren voor vele gemeenten een aandachtspunt zal zijn. In het algemeen gaat het goed met de veiligheidsgevoel van inwoners in Barendrecht. Slechts 10,9% van de inwoners van basisteam Oude Maas voelt zich vaak onveilig. Dit ligt 3,2% lager dan het landelijk gemiddelde. Opvallend is dat er in het gebied van het basisteam Oude Maas meer respondenten zijn die wel eens bang zijn om zelf slachtoffer te worden van criminaliteit.

Buurtpreventie signaleert dat zij merken dat er een aantal inwoners zijn die zich onveiliger voelen door nieuwsberichten over criminaliteit. Hierdoor passen inwoners hun gedrag aan, zoals niet meer ’s nachts naar buiten gaan. Ook geven zij aan dat zij vaak signalen van jeugdoverlast ontvangen. In de wijk Vrijenburg ervaart slechts 6% van de inwoners het dagelijks leven in hun buurt als (heel) slecht. De wijk Vrijenburg is de komende jaren door het college geprioriteerd omdat daar een aantal signalen zijn van jeugdoverlast en verkeersoverlast.

Bedrijvigheid en veiligheid - Het totaal aantal misdrijven is in de winkelgebieden in Barendrecht gedaald. Dit is mede te verklaren door een daling in het aantal gevallen van fietsendiefstal. Het aantal gevallen van winkeldiefstal laat wel een stijgende trend zien. Op landelijk niveau is er sprake van meer winkeldiefstal, onder andere door de toenemende inflatie en de invoering van zelfscankassa’s. - Het totaal aantal misdrijven is het hoogst in de wijk Bedrijventerreinen in vergelijking met andere wijken in Barendrecht. Eventueel is dit te verklaren doordat dit een groot gebied betreft. De

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12868860/1