Ruimtelijke onderbouwing_bijlagen 5-9.pdf
Tekst van het document
De in de noordelijke kopgevel van de buren (welke nu boven het bestaande dak uit steekt) aanwezige stootvoegen zijn eerder in het verleden gedicht. Op donderdag 26 september 2019 zijn dan ook totaal geen sporen van vleermuizen vastgesteld zoals keutels en vleugels van vlinders. De bebouwing is geen onderdeel in een lijnvormig landschapselement waarop vleermuizen zich kunnen oriënteren. Lijnvormige landschapselementen kunnen bijvoorbeeld een route vormen tussen foerageergebieden en zomerverblijfplaatsen. De kans hierop is echter nihil doordat het pand aan de voorzijde wordt verlicht en er ook veel strooilicht is van straatverlichting. De ruimte aan de oostzijde is te beperkt voor een route. De bebouwing wordt daarnaast vervangen waardoor vleermuizen zich kunnen blijven oriënteren. Negatieve effecten op vliegroutes worden derhalve uitgesloten. De aanwezigheid van migratieroutes kan worden uitgesloten omdat grootschalige landschapselementen niet grenzen aan het plangebied. Negatieve effecten op migratieroutes worden derhalve uitgesloten. Met de realisatie van de plannen zal het gebied niet wezenlijk van vorm veranderen, gelet op de foerageermogelijkheden van vleermuizen. Mogelijk foerageert er sporadisch gewone dwergvleermuis als gevolg van de aanwezige ecotopen (pioniervegetatie, verhardingen, veel licht).
Het plangebied en directe omgeving is nu niet van waarde als essentieel foerageergebied. Door de realisatie van een tuin zullen de foerageermogelijkheden in de toekomst mogelijk verbeteren. Negatieve effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. 4.3 Overige zoogdieren Gelet op de aanwezige ecotopen in het plangebied en de geografische ligging (zie Broekhuizen e.a., 2016) wordt het de aanwezigheid van overige zoogdieren uitgesloten. Gedurende het verkennend onderzoek zijn er geen aanwijzingen gevonden van het voorkomen van de steenmarter.
Adviesbureau Mertens
9
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht. Eindrapport september 2020
4.4 Broedvogels Gedurende het verkennend veldonderzoek op donderdag 26 september 2019 zijn geen geschikte (potentiële) nestlocaties aangetroffen voor vogels (al dan niet met met vaste rust- en verblijfplaatsen). Voor huismus en gierzwaluw zijn de opstallen in en direct rond het plangebied volledig ongeschikt. Er zijn geen geschikte openingen vastgesteld voor huismus of gierzwaluw. Gedurende het verkennend veldonderzoek op donderdag 26 september 2019 zijn geen huismussen vastgesteld. Negatieve effecten op (nesten en eieren van) vogels derhalve worden uitgesloten.
4.5 Amfibieën Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied en de geografische ligging (zie Ravon.nl, Creemers & Delft, 2009) wordt de aanwezigheid van amfibieën uitgesloten.
4.6 Vissen Door het ontbreken van oppervlaktewater in en direct rond het plangebied aan de Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht, wordt de aanwezigheid van vissen uitgesloten.
4.7 Reptielen Gezien de huidige aanwezige ecotopen van de opstallen en directe omgeving ten opzichte van de verspreiding van reptielen (zie Ravon.nl, Creemers & Delft, 2009), kan de aanwezigheid van reptielen worden uitgesloten.
4.8 Overige Gezien de huidige aanwezige ecotopen kan de aanwezigheid van beschermde ongewervelden (o.a. diverse soorten dagvlinders en libellen) worden uitgesloten. Nationaal beschermde dagvlinders en libellen komen alleen voor in specifieke ecotopen.
Adviesbureau Mertens
10
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht. Eindrapport september 2020
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE
Er is het voornemen voor de sloop van een kantoor om ter plaatse woningbouw te kunnen realiseren. Deze activiteiten zouden kunnen samen gaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Op grond hiervan is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen in beperkte mate. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Het voorkomen van overige beschermde soorten, inclusief broedvogels, wordt uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de plannen aan de Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming.
Adviesbureau Mertens
11
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht. Eindrapport september 2020
GERAADPLEEGDE LITERATUUR
Literatuur Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, VZZ, Nijmegen, 1-348. Creemers, C.M., Delft, J., 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nijmegen, 1-476. EEG, 1979. Richtlijn 79/43/EEG inzake het behoud van de Vogelstand. Publicatieblad den Europese Gemeenschap, nummer L. 103. EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van den van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7. Gerstmeier, R., Romig, T., 1997. Zoetwatervissen van Europa, Tirion, Baarn, 1-368. Hustings, F., Vergeer, J.W., Eekelder, P., 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, SOVON, Beek-Upbergen, 1-584. Limpens, H., Mostert, K., Bongers, W., 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV, Utrecht, 1260. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009a. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009b. Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag.
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2004. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2009. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Economische Zaken, 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 34 (2016), 1-84. SOVON, 1987. Atlas van de Nederlandse broedvogels. Nie, H.W. de, 1996. Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Media Publishing, Doetinchem, 1-151. Spikmans, F, Jong, T. de, 2006. Het waarnemen van zoetwatervissen, Nijmegen, 1-55.
Website www.ravon.nl www.waarneming.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.zoogdiervereniging.nl www.netwerkecologischemonitoring.nl www.verspreidingsatlas.nl
Adviesbureau Mertens
12
Wageningen
BIJLAGEN
1. PLANGEBIED N▲
2. BEGRIPPEN
Baltsplaats
Plaats waar een vleermuis al roepend rondvliegt in de herfst en die doorgaans wordt verdedigd tegen andere mannetjes.
Foerageergebied
Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. Dat gebied wordt regelmatig bezocht door vleermuizen om in te foerageren en dat doorgaans meerdere foerageerplaatsen kent die langere tijd worden gebruikt.
Foerageerplaats
Plek (jachtplek) waar wordt gejaagd door vleermuizen. De plek kan in de directe omgeving van de kolonieplaats liggen maar ook kilometers verderop.
Kolonie
Groep vleermuizen (kleine groep mannetjes of meestal grotere groep vrouwtjes, soms gemengd (soorten, geslacht)) die in het voorjaar tot de herfst bijeen blijven. De groep kan zich vestigen in gebouwen (in spouwmuren of onder daklijsten e.d.) of bomen (spechtengaten, scheuren). Een groep vrouwelijke vleermuizen wordt ook wel aangeduid als een kraamkolonie. In zo'n groep worden jongen geboren en grootgebracht. Een kolonie maakt vaak gebruik van meerdere verblijfplaatsen die soms gelijktijdig worden gebruikt.
Migratieroute
Een vaste route van zomerverblijfplaats naar winterverblijfplaats en visa versa (zie ook vliegroute) of een route in een andere tijd; bijvoorbeeld tussen foerageerplaatsen.
Paarplaats
Territorium van territoriale mannetjes. Voor de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis is dit doorgaans te vinden in boomholten. Voor de laatvlieger en de dwergvleermuis is dit te vinden in gebouwen. Voor de watervleermuis is dit te vinden in bomen en later, tegen de winter, zijn ze te vinden in overwinteringverblijven. Het mannetje vormt een harem met meerdere vrouwtjes. De paartijd valt in de herfst (uitgezonderd de grootoorvleermuis waarbij het in april valt (vroege voorjaar). De hier geschetste situatie van de paring wordt in dit rapport omschreven als “herfst situatie”.
Verblijfplaats
Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters permanent).
Vliegroute
Route die door vleermuizen elke avond wordt gebruikt om van de kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en visa vers (zie ook migratieroute). Vrouwtjes met jongen keren soms midden in de nacht terug om de jongen te zogen en gebruiken dan de route. Vliegroutes liggen over het algemeen langs lijnvormige (landschaps)elementen als bomenlanen, huizenrijen e.d. De functies zijn beschutting bij winderig en koud weer, oriëntatie in verband met de echolokatie-geluiden en het vinden van voedsel.
Voorbijvliegend
Vleermuizen die voorbijvliegen, niet via een vaste route. Het betreft meestal zwervers of trekkers.
Zwermen
Direct na het uitvliegen, naar vooral voor het invliegen bij een kolonie zwermt een deel van de kolonie rond de kolonieplaats. Zwermgedrag is derhalve een indicatie voor een eventuele kolonieplaats.
Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Deze ruimte is doorgaans donker, heeft een hoge luchtvochtigheid en
temperatuurwisselingen zijn nihil. Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. In sommige gevallen vormen bijvoorbeeld mannetjes kleine groepjes.
213
Bijlage 9 Bezonningsstudie
omgevingsvergunning "Gouwe 6-10" (ontwerp)
RESIDENCE DE GOUWE HOECK dd.10-09-20
BEZONNINGSDIAGRAMMEN
Colofon Opdrachtgever
Gouwe Beheer BV
Architect
De Roon Architecten BV Augustapolder 40 2992 SR Barendrecht
Datum
10 september 2020
Aanleiding en toelichting Dit is een beknopte toelichting door De Roon Architecten opgestelde bezonningsdiagrammen voor de toekomstige situatie van de Appartementen Residence de Gouwe Hoeck in de gemeente Barendrecht.
Bezonningsdiagrammen Om inzicht te geven in de gevolgen voor de bezonning van omliggende panden zijn bezonningstekeningen opgesteld. In dit document is een bezonningsstudie uitgevoerd waarbij de toekomstige situatie inzichtelijk is gemaakt. Deze tekeningen geven een indicatie van de mogelijke scha duwwerking van het toekomstige appartementengebouw op verschillende representatieve tijdstippen in het jaar. Voor de bezonningsberekeningen zijn de volgende data van belang: 21 maart: de dag dat de zon op ‘half’ staat; 21 juni: de dag dat de zon het hoogst staat; 21 september: de dag dat de zon op ‘half’ staat; 22 december: de dag dat de zon het laagst staat. Voor deze dagen zijn op verschillende tijdstippen berekeningen uitgevoerd die een goede weergave van de werkelijkheid geven. De tijdstippen 9.00 u, 12.00 uur, 15,00 uur, 18,00 uur zijn relevant om de bezonning voldoende in beeld te krijgen. Er bestaan geen landelijk wettelijk vastgelegde normen en eisen ten aanzien van bezonning waar bebouwing aan moet voldoen. Met behulp van een bezonningsstudie kan een indruk worden verkregen of, en in hoeverre, voor bepaalde panden/percelen een minder gunstige situatie dreigt te ontstaan als gevolg van de benutting van de bouwmogelijkheden.
Uitgangspunten van de berekeningen Voor de schaduwberekening is een aantal uitgangspunten gehanteerd: programmatuur: Vectorworks 2019 en Artlantis 6.5 versie 2018; coördinatenstelsel: EPSG:28992, Amersfoort / RD New (Rijksdriehoekstelsel); tijdzone: MET/CET (UTC+1); er is voor de bezonningsstudie een 3D‐model gemaakt van de toekomstige situatie; het model is in de juiste tijdzone ingesteld; er is géén rekening gehouden met verschillen in maaiveldhoogte omdat het effect op de bezonning verwaarloosbaar is.
21 maart (wintertijd) Bestaande situatie
Nieuwe situatie
\
09.00 u
09.00 u
12.00 u
12.00 u
21 maart (wintertijd) Bestaande situatie
Nieuwe situatie
15.00 u
15.00 u
18.00 u
18.00 u
21 juni (zomertijd) Bestaande situatie
Nieuwe situatie
09.00 u
09.00 u
09
12.00 u
12.00 u
21 juni (zomertijd) Bestaande situatie
Nieuwe situatie
15.00 u
15.00 u
18.00 u
18.00 u
21 september (zomertijd) Bestaande situatie
Nieuwe situatie
09.00 u
09.00 u
12.00 u
12.00 u
21 september (zomertijd) Bestaande situatie
Nieuwe situatie
15.00 u
15.00 u
18.00 u
18.00 u