CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing_bijlagen 5-9.pdf

gemeenteraad 26 januari 2021, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Herontwikkeling Gouwe 6-10 (Residence De Gouwe Hoeck)23.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

0,0005 0,0005 0,0005 0,0005 0,0005 0,0005 0,0005 0,0041

-

0,007

0,02

0,51

1

0,48 0,81 <0,050 0,25 0,15 0,36 0,057 0,1 0,089 0,061 2,4

0,4103 0,6923 0,0299 0,2137 0,1282 0,3077 0,0487 0,0854 0,076 0,0521 2,044

*

0,35

1,5

20,8

40

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

T

83 <0,20 16 31 0,29 <1,5 43 20 78

Gebruikte afkortingen -

AW

Uitgevoerd

Overschrijding Achtergrondwaarde

*

RG

11,7 13,7

Legenda Nr.

Oordeel

BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

10824.001 Gouwe 8-10 29-11-2019 Marc Timmermans 2019179916 29-11-2019 05-12-2019

Analyse

Eenheid

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses % (m/m) Droge stof % (m/m) ds Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen mg/kg ds Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) Minerale olie mg/kg ds Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB mg/kg ds PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7)

1

GSSD

65 <0,20 3,8 5,4 <0,050 <1,5 7,7 11 53

242,8 0,2399 12,93 11,06 0,05 1,05 21,91 17,22 123,9

-

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430

920 13 190 190 36 190 100 530 720

<3,0 <5,0 <5,0 <11 5,9 <6,0 <35

10,5 17,5 17,5 38,5 29,5 21 122,5

-

35

190

2600

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245

-

0,007

0,02

0,51

1

<0,050 <0,050 <0,050 0,054 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,37

0,035 0,035 0,035 0,054 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,369

-

0,35

1,5

20,8

40

2,3

Analytico-nr

Monster MM01 01 (7-50) 02 (7-40) 03 (7-40) 03 (40-60) 04 (0-15) 04 (15-50) 05 (7-50) 06 (7-30) 07 (7-50) Voldoet aan Achtergrondwaarde

Gebruikte afkortingen groter dan Achtergrondwaarde

**

groter dan Tussenwaarde

***

groter dan Interventiewaarde

GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

RG

Vereiste Rapportagegrens

AW

Achtergrondwaarde

T

Tussenwaarde

I

Interventiewaarde

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

I

86,5 1,6

11079097

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

T

86,5 1,6 98,3 2,3

1

*

AW

Uitgevoerd

Nr.

-

RG

1,6 2,3

Legenda

Eindoordeel:

Oordeel

BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

10824.001 Gouwe 8-10 29-11-2019 Marc Timmermans 2019179916 29-11-2019 05-12-2019

Analyse

Eenheid

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses % (m/m) Droge stof % (m/m) ds Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen mg/kg ds Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) Minerale olie mg/kg ds Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB mg/kg ds PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7)

2

GSSD

23 <0,20 4,2 <5,0 <0,050 <1,5 9,8 <10 23

72,02 0,2342 12,23 6,796 0,0487 1,05 24,68 10,64 49,77

-

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430

920 13 190 190 36 190 100 530 720

<3,0 <5,0 <5,0 <11 <5,0 <6,0 <35

10,5 17,5 17,5 38,5 17,5 21 122,5

-

35

190

2600

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245

-

0,007

0,02

0,51

1

<0,050 <0,050 <0,050 0,054 <0,050 0,053 <0,050 <0,050 <0,050 <0,050 0,39

0,035 0,035 0,035 0,054 0,035 0,053 0,035 0,035 0,035 0,035 0,387

-

0,35

1,5

20,8

40

Analytico-nr

Monster MM02 01 (100-150) 01 (150-200) 02 (130-180) 07 (100-150) 07 (150-200) Voldoet aan Achtergrondwaarde

Gebruikte afkortingen groter dan Achtergrondwaarde

**

groter dan Tussenwaarde

***

groter dan Interventiewaarde

GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

RG

Vereiste Rapportagegrens

AW

Achtergrondwaarde

T

Tussenwaarde

I

Interventiewaarde

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

I

79,5 0,49

11079098

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

T

79,5 <0,7 99,2 3,9

2

*

AW

Uitgevoerd

Nr.

-

RG

0,7 3,9

Legenda

Eindoordeel:

Oordeel

3,9

BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep) Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

10824.001 Gouwe 8-10 06-12-2019 Marc Timmermans 2019184523 09-12-2019 13-12-2019

Analyse

Eenheid

Metalen µg/L Barium (Ba) µg/L Cadmium (Cd) µg/L Kobalt (Co) µg/L Koper (Cu) µg/L Kwik (Hg) µg/L Molybdeen (Mo) µg/L Nikkel (Ni) µg/L Lood (Pb) µg/L Zink (Zn) Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen µg/L Benzeen µg/L Tolueen µg/L Ethylbenzeen µg/L o-Xyleen µg/L m,p-Xyleen µg/L Xylenen (som) factor 0,7 µg/L BTEX (som) µg/L Naftaleen µg/L Styreen Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan µg/L µg/L Trichloormethaan µg/L Tetrachloormethaan µg/L Trichlooretheen µg/L Tetrachlooretheen 1,1-Dichloorethaan µg/L 1,2-Dichloorethaan µg/L 1,1,1-Trichloorethaan µg/L 1,1,2-Trichloorethaan µg/L cis 1,2-Dichlooretheen µg/L trans 1,2-Dichlooretheen µg/L CKW (som) µg/L Tribroommethaan µg/L Vinylchloride µg/L 1,1-Dichlooretheen µg/L 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 µg/L 1,1-Dichloorpropaan µg/L 1,2-Dichloorpropaan µg/L 1,3-Dichloorpropaan µg/L Dichloorpropanen som factor 0.7 µg/L Minerale olie Minerale olie (C10-C12) µg/L Minerale olie (C12-C16) µg/L µg/L Minerale olie (C16-C21) µg/L Minerale olie (C21-C30) µg/L Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) µg/L Minerale olie totaal (C10-C40) µg/L Extra parameters µg/L som 16 aromatische oplosmiddelen

1

GSSD

Analytico-nr

Monster

1

11094957

01-1-1 01 (150-250)

Eindoordeel:

kleiner dan of gelijk aan Streefwaarde groter dan Streefwaarde

**

groter dan Tussenwaarde

***

groter dan Interventiewaarde

GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

RG

Vereiste Rapportagegrens

S

Streefwaarde

T

Tussenwaarde

I

Interventiewaarde

I

20 0,2 2 2 0,05 2 3 2 10

50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65

338 3,2 60 45 0,175 153 45 45 433

625 6 100 75 0,3 300 75 75 800

<0,20 <0,20 <0,20 <0,10 <0,20 0,21 <0,90 <0,020 <0,20

0,14 0,14 0,14 0,07 0,14 0,21

-

0,2 0,2 0,2

0,2 7 4

15,1 504 77

30 1000 150

-

0,2

0,2

35,1

70

0,014 0,14

-

0,02 0,2

0,01 6

35 153

70 300

<0,20 <0,20 <0,10 <0,20 <0,10 <0,20 <0,20 <0,10 <0,10 <0,10 <0,10 <1,6 <0,20 <0,10 <0,10 0,14 <0,20 <0,20 <0,20 0,42

0,14 0,14 0,07 0,14 0,07 0,14 0,14 0,07 0,07 0,07 0,07

-

0,2 0,2 0,1 0,2 0,1 0,2 0,2 0,1 0,1

0,01 6 0,01 24 0,01 7 7 0,01 0,01

500 203 5 262 20 454 204 150 65

1000 400 10 500 40 900 400 300 130

-

0,2 0,1 0,2

0,01 0,01 0,01

2,5 5 10

630 5 10 20

-

0,6

0,8

40,4

80

<10 <10 <10 <15 <10 <10 <50

7 7 7 10,5 7 7 35

-

50

50

325

600

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

T

* -

Gebruikte afkortingen -

S

130 0,24 1,4 2,2 0,035 1,4 2,1 1,4 34

Overschrijding Streefwaarde

*

RG

130 0,24 <2,0 2,2 <0,050 <2,0 <3,0 <2,0 34

Legenda Nr.

Oordeel

0,14 0,07 0,07 0,14 0,14 0,14 0,14 0,42

0,77 Geen oordeel mogelijk

BoToVa T13 Toetsing Wbb grondwater (ondiep) Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

10824.001 Gouwe 8-10 06-12-2019 Marc Timmermans 2019184523 09-12-2019 13-12-2019

Analyse

Eenheid

Metalen µg/L Barium (Ba) µg/L Cadmium (Cd) µg/L Kobalt (Co) µg/L Koper (Cu) µg/L Kwik (Hg) µg/L Molybdeen (Mo) µg/L Nikkel (Ni) µg/L Lood (Pb) µg/L Zink (Zn) Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen µg/L Benzeen µg/L Tolueen µg/L Ethylbenzeen µg/L o-Xyleen µg/L m,p-Xyleen µg/L Xylenen (som) factor 0,7 µg/L BTEX (som) µg/L Naftaleen µg/L Styreen Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan µg/L µg/L Trichloormethaan µg/L Tetrachloormethaan µg/L Trichlooretheen µg/L Tetrachlooretheen 1,1-Dichloorethaan µg/L 1,2-Dichloorethaan µg/L 1,1,1-Trichloorethaan µg/L 1,1,2-Trichloorethaan µg/L cis 1,2-Dichlooretheen µg/L trans 1,2-Dichlooretheen µg/L CKW (som) µg/L Tribroommethaan µg/L Vinylchloride µg/L 1,1-Dichlooretheen µg/L 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 µg/L 1,1-Dichloorpropaan µg/L 1,2-Dichloorpropaan µg/L 1,3-Dichloorpropaan µg/L Dichloorpropanen som factor 0.7 µg/L Minerale olie Minerale olie (C10-C12) µg/L Minerale olie (C12-C16) µg/L µg/L Minerale olie (C16-C21) µg/L Minerale olie (C21-C30) µg/L Minerale olie (C30-C35) Minerale olie (C35-C40) µg/L Minerale olie totaal (C10-C40) µg/L Extra parameters µg/L som 16 aromatische oplosmiddelen

2

GSSD

Analytico-nr

Monster

2

11094958

02-1-1 02 (150-250)

Eindoordeel:

kleiner dan of gelijk aan Streefwaarde groter dan Streefwaarde

**

groter dan Tussenwaarde

***

groter dan Interventiewaarde

GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

RG

Vereiste Rapportagegrens

S

Streefwaarde

T

Tussenwaarde

I

Interventiewaarde

I

20 0,2 2 2 0,05 2 3 2 10

50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65

338 3,2 60 45 0,175 153 45 45 433

625 6 100 75 0,3 300 75 75 800

<0,20 <0,20 <0,20 <0,10 <0,20 0,21 <0,90 <0,020 <0,20

0,14 0,14 0,14 0,07 0,14 0,21

-

0,2 0,2 0,2

0,2 7 4

15,1 504 77

30 1000 150

-

0,2

0,2

35,1

70

0,014 0,14

-

0,02 0,2

0,01 6

35 153

70 300

<0,20 <0,20 <0,10 <0,20 <0,10 <0,20 <0,20 <0,10 <0,10 <0,10 <0,10 <1,6 <0,20 <0,10 <0,10 0,14 <0,20 <0,20 <0,20 0,42

0,14 0,14 0,07 0,14 0,07 0,14 0,14 0,07 0,07 0,07 0,07

-

0,2 0,2 0,1 0,2 0,1 0,2 0,2 0,1 0,1

0,01 6 0,01 24 0,01 7 7 0,01 0,01

500 203 5 262 20 454 204 150 65

1000 400 10 500 40 900 400 300 130

-

0,2 0,1 0,2

0,01 0,01 0,01

2,5 5 10

630 5 10 20

-

0,6

0,8

40,4

80

<10 <10 <10 <15 <10 <10 <50

7 7 7 10,5 7 7 35

-

50

50

325

600

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

T

* -

Gebruikte afkortingen -

S

260 0,14 2,1 1,4 0,035 1,4 2,1 1,4 7

Overschrijding Streefwaarde

*

RG

260 <0,20 2,1 <2,0 <0,050 <2,0 <3,0 <2,0 <10

Legenda Nr.

Oordeel

0,14 0,07 0,07 0,14 0,14 0,14 0,14 0,42

0,77 Geen oordeel mogelijk

Bijlage 5

Toetsingskader Circulaire bodemsanering AW = achtergrondwaarde S = streefwaarde I = interventiewaarde t.b.v. sanering(-sonderzoek)

voorkomen in:

Grondwater (μg/l opgelost, tenzij anders vermeld)

Grond/sediment (mg/kg droge stof)

Stof/niveau AW

I

S

I 20 60 625 6 30 100 75 0,3 75 300 75 800

I.

Metalen antimoon (Sb) arseen (As) barium (Ba) cadmium (Cd) chroom (Cr) chroom III chroom VI cobalt (Co) koper (Cu kwik (Hg) kwik (anorganisch) kwik (organisch) lood (Pb) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) tin (Sn) vanadium (V) zink (Zn)

4,0 20 0,60 55 15 40 0,15 50 1,5 35 6,5 80 140

22 76 920* 13 180 78 190 190 36 4 530 190 100 720

10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65

II.

Anorganische verbindingen chloride cyaniden-vrij cyaniden-complex thiocyanaat

3 5,5 6,0

20 50 20

100 (mg/l) 5 10 -

1500 1500 1500

III.

Aromatische verbindingen benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen styreen (vinylbenzeen) fenol cresolen (som) dodecylbenzeen aromatische oplosmiddelen (som)

0,20 0,20 0,20 0,45 0,25 0,25 0,30 0,35 2,5

1,1 110 32 17 86 14 13 -

0,2 4 7 0,2 6 0,2 0,2 -

30 150 1000 70 300 2000 200 -

IV.

Polycyclische aromatische waterstoffen (PAK's) naftaleen antraceen fenantreen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen benzo(k)fluoranteen indeno(1,2,3cd)pyreen PAK (som 10)

1,5

40

0,01 0,0007 0,003 0,003 0,0001 0,003 0,0005 0,0003 0,0004 0,0004 -

70 5 5 1 0,5 0,2 0,05 0,05 0,05 0,05

Gechloreerde koolwaterstoffen vinylchloride dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 1,2-dichlooretheen (cis- en trans-) dichloorpropanen trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachloormethaan (Tetra) tetrachlooretheen (Per)

0,10 0,10 0,20 0,20 0,30 0,30 0,80 0,25 0,25 0,3 0,25 0,30 0,15

0,1 3,9 15 6,4 0,3 1 2 5,6 15 10 2,5 0,7 8,8

0,01 0,01 7 7 0,01 0,01 0,8 6 0,01 0,01 24 0,01 0,01

5 1000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40

monochloorbenzeen dichloorbenzenen trichloorbenzenen tetrachloorbenzenen pentachloorbenzeen hexachloorbenzeen

0,20 2,0 0,015 0,0090 0,0025 0,0085

15 19 11 2,2 6,7 2,0

7 3 0,01 0,01 0,003 0,0009

180 50 10 2,5 1 0,5

monochloorfenolen(som) dichloorfenolen (som) trichloorfenolen (som) tetrachloorfenolen (som) pentachloorfenol

0,045 0,20 0,0030 0,015 0,0030

54 22 22 21 12

0,3 0,2 0,03 0,01 0,04

100 30 10 10 3

PCB's (som 7) chloornaftaleen (som) monochlooranilinen (som) dioxine (som I-TEQ)

0,020 0,070 0,20

1 23 50 0,00018

0,01 -

0,01 6 30 -

V.

pentachlooraniline

kool-

0,000055 0,15

-

-

-

-

* De norm voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor barium tijdelijk buiten werking gesteld.

Bijlage 5

Toetsingskader Circulaire bodemsanering

voorkomen in:

Grondwater (μg/l opgelost, tenzij anders vermeld)

Grond/sediment (mg/kg droge stof)

Stof/niveau AW VI.

VII.

Bestrijdingsmiddelen chloordaan DDT (som) DDE (som) DDD (som) DDT/DDE/DDD (som) aldrin dieldrin endrin drins (som) -endosulfan -HCH -HCH -HCH (lindaan) HCH-verbindingen (som) heptachloor heptachloorepoxide (som) hexachloorbutadieen organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen(som landbodem) azinfos-methyl organotin verbindingen (som) tributyltin (TBT) MCPA atracine carburyl carbofuran 4-chloormethylfenolen (som) niet-chloorhoudende bestr.mid. (som) Overige verontreinigingen asbest cyclohexanon dimethyl ftalaat diethyl ftalaat di-isobutylftalaat dibutyl ftalaat butyl benzylftalaat dihexyl ftalaat di(2-ethylhexyl)ftalaat ftalaten (som) minerale olie pyridine tetrahydrofuran tetrahydrothiofeen tribroommethaan ethyleenglycol diethyleenglycol acrylonitril formaldehyde isopropanol (2-propanol) methanol butanol (1-butanol) butylacetaat ethylacetaat methyl-tert-butyl ether (MTBE) methylethylketon

I

S

I

0,0200 0,20 0,10 0,020 0,015 0,00090 0,0010 0,0020 0,0030 0,00070 0,0020 0,003 0,40

4 1,7 2,3 34 0,32 4 4 17 1,6 1,2 4 4 -

0,02 ng/l 0,004 ng/l 0,009 ng/l 0,1 ng/l 0,04 ng/l 0,2 ng/l 33 ng/l 8 ng/l 9 ng/l 0,05 0,005 ng/l 0,005 ng/l -

0,2 0,01 0,1 5 1 0,3 3 -

0,0075 0,15 0,065 0,55 0,035 0,15 0,017 0,60 0,090

2,5 4 0,71 0,45 0,017 -

0,05-16 ng/l 0,02 29 ng/l 2 ng/l 9 ng/l -

0,7 50 150 50 100 -

2,0 0,045 0,045 0,045 0,070 0,070 0,070 0,045 190 0,15 0,45 1,5 0,20 5,0 8,0 2,0 2,5 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0

100 150 82 53 17 36 48 220 60 5000 11 7 8,8 75 -

0,5 0,5 50 0,5 0,5 0,5 -

15000 5 600 30 300 5000 630 -

Bodemtypecorrectie Anorganische verbindingen

Lb = Lst *

a + b * % lut. + c * % org.st. a + b * 25 + c * 10

Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg);% lut. is gemeten percentage lutum in de te beoordelen bodem; % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; A, B en C zijn constantenafhankelijk van de stof; Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij achtergrondwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door achtergrondwaarde.

Bijlage 5

Toetsingskader Circulaire bodemsanering

STOF arseen barium beryllium cadmium chroom cobalt koper kwik lood nikkel tin vanadium zink

a 15 30 8 0,4 50 2 15 0,2 50 10 4 12 50

b

c

0,4 5 0,9 0,007 2 0,28 0,6 0,0034 1 1 0,6 1,2 3

0,4 0 0 0,021 0 0 0,6 0,0017 1 0 0 0 1,5

Organische verbindingen

Lb = Lst *

% org.st. 10

Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg); % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; Voor bodems met gemeten organisch stofgehalten van meer dan 30% respectievelijk minder dan 2%, worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden. Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij achtergrondwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door achtergrondwaarde.

Nader onderzoek

De tussenwaarde (T) is het toetsingscriterium ten behoeve van een nader onderzoek. Wordt de tussenwaarde overschreden, dan is een nader onderzoek, op korte termijn, noodzakelijk

T = 0,5 * (AW + I)

T is de tussenwaarde; AW is de achtergrondwaarde en I is de interventiewaarde.

173

Bijlage 6 Beoordeling externe veiligheid

omgevingsvergunning "Gouwe 6-10" (ontwerp)

A G E L

adviseurs

ruimte infra bouw milieu

Memo – Externe veiligheid Datum

:

26 september 2019

Bestemd voor

:

Wissing B.V.

Van

:

ing. J. Sips

Projectnummer

:

20180654-024

Betreft

:

Bouwplan Gouwe 6-10 (Barendrecht)

Paraaf :

1 AANLEIDING Het voornemen is om op de adressen Gouwe 6-10 in Barendrecht een appartementengebouw te realiseren. Het betref de realisatie van 10 appartementen. Dit bouwplan past niet in het vigerend bestemmingsplan ‘Woongebied Oost’. Om het bouwplan juridisch-planologisch mogelijk wordt een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor het afwijken van het bestemmingsplan. De Roon architecten heeft het bouwplan ontworpen, d.d. 2 mei 2019. Het bouwplan bestaat uit 4 bouwlagen. Op figuur 1 is een 3D artist impression van het ontwerp van het bouwplan weergegeven. Figuur 1: 3D artist impression bouwplan (bron: De Roon architecten)

Pagina 1 van 7 Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout

t. 0162 - 456481 f. 0162 - 435588 e. info@ageladviseurs.nl i. www.ageladviseurs.nl

Op alle door ons aanvaarde opdrachten en verrichte werkzaamheden zijn de ‘De rechtsverhouding opdrachtgever-architect, ingenieur en adviseur DNR 2011 herzien (juli 2013)’ van toepassing. De DNR 2011 herzien (juli 2013) wordt op verzoek toegezonden. Btw nr. NL800203823B01 - IBAN NL72ABNA0594482291 - BIC ABNANL2A - KvK Breda 20051141

A G E L

adviseurs Memo – Externe veiligheid Bouwplan Gouwe 6-10 (Barendrecht)

ruimte infra bouw milieu

20180654-024 september 2019

Vanuit de wetgeving omtrent het aspect externe veiligheid is het bouwplan als een kwetsbaar object aan te merken. Uit de risicokaart blijkt dat in de omgeving van het bouwplan verschillende risicobronnen aanwezig zijn. Om deze reden is een nadere beschouwing opgesteld voor het aspect externe veiligheid. 2 TOETSINGSKADER Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening, gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid, moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de omgeving van de locatie waarop het Wro-besluit betrekking heeft. In dat geval dienen het plaatsgebonden risico (PR), het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan berekend te worden, met bijbehorende verantwoordingsplicht. Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden.

Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10 -6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour zijn alleen toegestaan op basis van gewichtige redenen. Hierbij kan o.a. gedacht worden aan zwaarwegende maatschappelijke, economische en/of planologische redenen. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour. Groepsrisico Het GR wordt beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit. Het drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit. De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. De verantwoordingsplicht groepsrisico De verantwoordingsplicht van het GR houdt in dat naast een rekenkundige beoordeling van de hoogte en toename van het GR ook een beoordeling moet plaatsvinden naar de aspecten ‘plasbrandaandachtsgebied’, ‘zelfredzaamheid’ en ‘bestrijdbaarheid’ bij een incident.

Deze beoordeling is noodzakelijk indien de locatie in het verantwoordingsgebied van een transportroute is gelegen en als er sprake is van een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het GR en bij een toename van 0,1 * de oriëntatiewaarde van het GR indien het totale GR beneden de oriënterende waarde blijft. De verantwoording van het GR dient plaats te vinden voor het gebied dat aangemerkt wordt als het invloedsgebied dan wel veiligheidsgebied van de risicobron. In veel gevallen is voor de omvang van dat invloedsgebied de 1% letaliteitscontour van het maatgevend ongevalscenario bepalend. Dit is de afstand waarbinnen 1% van de slachtoffers van het ongeval komt te overlijden.

Pagina 2 van 7

A G E L

adviseurs Memo – Externe veiligheid Bouwplan Gouwe 6-10 (Barendrecht)

ruimte infra bouw milieu

20180654-024 september 2019

Verantwoordingsplicht zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het vermogen van de persoon om zichzelf of andere personen in veiligheid te brengen zonder tussenkomst van professionele hulpverleners bij de dreiging van, of het optreden van, een gevaarlijke situatie. Hierbij spelen o.a. de fysieke gesteldheid van de aanwezige personen, de beschikbare vluchtmogelijkheden en de mogelijkheden tot tijdig waarschuwen een belangrijke rol. Verantwoordingsplicht bestrijdbaarheid In de verantwoordingsplicht moet met name aandacht worden besteed aan de benodigde en aanwezige hulpverleningscapaciteit, de inzet van blusmiddelen, bereikbaarheid e.d. Het brandweeradvies is hierbij een belangrijke informatiebron. 3 ONDERZOEK In de omgeving van het bouwplan Gouwe 6-10 zijn verschillende risicobronnen aanwezig. Het betreft vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en over het spoor: A. Rijksweg A15:  1,5 km B. Rijksweg A29:  2,2 km C. Spoorlijn Kijfhoek - Rotterdam Lombardijen:  340 m D. Verbindingsboog Betuweroute:  1,7 km In figuur 2 is de ligging van de risicobronnen ten opzichte van het bouwplan (blauwe stip) weergegeven. Figuur 2: Ligging risicobronnen t.o.v. het bouwplan Gouwe 6-10 (bron: risicokaart)

D A

C

B

Het bouwplan Gouwe 6-10 is niet gelegen binnen 200 meter van de vier transportroutes, waardoor het berekenen van het groepsrisico niet aan de orde is.

Pagina 3 van 7

A G E L

adviseurs Memo – Externe veiligheid Bouwplan Gouwe 6-10 (Barendrecht)

ruimte infra bouw milieu

20180654-024 september 2019

Rijkswegen In het Basisnet Weg zijn het aantal toegestane transporten gevaarlijke stoffen weergegeven. Tabel 1 geeft een overzicht van de vervoersgegevens van gevaarlijke stoffen over de Rijkswegen A15 en A29. Tabel 1: Overzicht invloedsgebied en aantallen transporten over de weg Stofgroep

Invloedsgebied

LF1 LF2 LT1 LT2 LT3 GF1 GF2 GF3 GT2 GT3 GT4 GT5

45 meter 45 meter 730 meter 880 meter > 4000 meter 40 meter 280 meter 355 meter 245 meter 560 meter > 4000 meter > 4000 meter

Brandbare vloeistoffen Brandbare vloeistoffen Toxische vloeistoffen Toxische vloeistoffen Toxische vloeistoffen Brandbare gassen Brandbare gassen Brandbare gassen Toxische gassen Toxische gassen Toxische gassen Toxische gassen

Aantal transporten Rijksweg A15 Rijksweg A29 (Z74) (Z88) 28.174 9.865 55.468 2.105 2.341 849 3.635 17 130 0 1.036 0 2.913 0 max. 39.917 0 9 0 355 0 155 0 0 0

Uit tabel 1 blijkt dat het invloedsgebied van toxische stoffen die over de Rijksweg A15 worden vervoerd over het bouwplan is gelegen. Het invloedsgebied van de vervoerde stoffen over de Rijksweg A29 reiken niet tot het bouwplan, waardoor deze transportroute niet relevant is. Op basis van artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) is wel een verantwoording benodigd dat ingaat op de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Spoorlijnen Het aantal aangegeven transporten van gevaarlijke stoffen op deze trajecten zijn overgenomen uit Basisnettabellen Spoor. In tabel 3.1 zijn de gegevens van het transport gevaarlijke stoffen over de onderzochte spoorlijn weergegeven. Tabel 2: Overzicht invloedsgebied en aantallen transporten over het spoor Stofgroep

Invloedsgebied

A B2 B3 C3 D3 D4

460 meter 995 meter > 4000 meter 35 meter 375 meter > 4000 meter

Brandbare gassen Toxische gassen Toxische gassen Brandbare vloeistoffen Toxische vloeistoffen Toxische vloeistoffen

Aantal transporten Kijfhoek Verbindingsboog Lombardijen Betuweroute (203AD.2) (445B.1) 34.440 1.080 18.650 360 560 0 151.780 2.720 12.910 360 4.590 180

Uit tabel 2 blijkt dat invloedsgebied van zowel brandbare als toxische stoffen die over de spoorlijn Kijfhoek - Lombardijen worden vervoerd over het bouwplan zijn gelegen. Voor de Verbindingsboog Betuweroute is alleen het invloesgebied van toxische stoffen over het bouwplan gelegen.

Pagina 4 van 7

A G E L

adviseurs Memo – Externe veiligheid Bouwplan Gouwe 6-10 (Barendrecht)

ruimte infra bouw milieu

20180654-024 september 2019

Op basis van artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) is eveneens wel een verantwoording benodigd dat ingaat op de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Mogelijke rampenscenario’s Gelet op het voorgaande is voor het bouwplan Gouwe 6-10 een rampenscenario met zowel brandbare als toxische stoffen van toepassing. Hierna zijn de beide rampenscenario’s beschreven.

Brandbaar scenario

Het maatgevende scenario voor brandbare stoffen is een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) van een tankwagon. Een BLEVE bestaat uit een vuurbal en een drukgolf. Slachtoffers vallen door de warmtestraling en de drukgolf, alsmede door rondvliegende brokstukken en glasscherven die zware schade kunnen aanbrengen aan personen en gebouwen. Een warme BLEVE treedt op vanwege een externe brand. Wanneer een tankwagon bezwijkt vanwege een mechanische oorzaak treedt een koude BLEVE op. Het optredende effect en het moment van exploderen is afhankelijk van de inhoud van de tankwagon.

Toxisch scenario

Door een incident van met een tankwagen/-wagon met toxische stoffen scheurt de tankwand. Een groot deel van de toxische stoffen lekken in korte tijd uit. De toxische vloeistof vormt een plas. De toxische damp wordt meegevoerd door de wind. Bij toxische gassen komen als gevolg van een brand toxische dampen direct vrij. De toxische stoffen worden meegevoerd door de wind. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Het nieuwe appartementengebouw is geen bebouwing die specifiek bedoeld is voor minder zelfredzame personen, zoals kinderen of ouderen. Dit betekent dat personen zich bij een eventuele dreigende situatie over het algemeen op eigen kracht goed in veiligheid kunnen brengen.

BLEVE

Bij het scenario van een koude BLEVE zal er geen tijd beschikbaar zijn voor zelfredding. Bij een warme BLEVE is er mogelijk beperkte vluchttijd. Gezien deze korte tijd zijn er geen mogelijkheden tot evacuatie. Daarom zullen de personen op eigen kracht het gebied moeten ontvluchten in geval van een incident. De maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid zullen daarom in de planologische, organisatorische en bouwkundige sfeer moeten worden gezocht. Wanneer een incident optreedt op de is het beste advies om te schuilen totdat de BLEVE heeft plaatsgevonden. Daarna verdient het aanbeveling om te vluchten in verband met secundaire branden. Gelet op de afstand van het bouwplan tot aan de spoorlijn (ongeveer 340 meter) zijn personen (ook in gebouwen) bij het maximale beschreven scenario voldoende beschermd tegen de gevolgen van een BLEVE. Mensen die zich buiten binnen bevinden kunnen bij een incident van de spoorlijn af vluchten, in westelijke richting over de Binnenlandse Baan of de Gebroken Meeldijk.

Pagina 5 van 7

A G E L

adviseurs Memo – Externe veiligheid Bouwplan Gouwe 6-10 (Barendrecht)

ruimte infra bouw milieu

20180654-024 september 2019

Toxisch scenario

Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk overlijden is afhankelijk van de dosis waaraan de persoon is blootgesteld, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie. Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident op de spoorlijn is te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden (safe-haven-principe). In de gevel worden ventilatievoorzieningen geplaatst ten behoeve van de toevoer van verse lucht. Geadviseerd wordt om de ventilatievoorzieningen afsluitbaar uit te voeren. Is schuilen niet mogelijk, dan kan ervoor worden gekozen om te vluchten. Bij een toxische wolk dient gevlucht te worden haaks op de wolk. Bij een incident op de spoorlijn Kijfhoek - Rotterdam Lombardijen is dat, zoals eerder aangegeven over de Binnenlandse Baan of de Gebroken Meeldijk in westelijke richting. Bij een incident op de Rijksweg A15 of de Verbindingsboog Betuweroute is de Gouwe/Marijkesingel in zuidelijke richting een geschikte vluchtroute van de bron af. Maatregelen die de zelfredzaamheid vergroten, zijn:  Woningen uitrusten met een drukbestendige gevel;  Het glasoppervlak aan de zijde van de risicobron te beperken;  Het gebruik van brandwerende materialen;  Het borgen van bluswatervoorzieningen.

Daarnaast is het van belang dat aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt mogelijk door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwing- en Alarmering Systeem) als onderdeel van de algemene rampenbestrijding. Bovendien is alarmering via de telefonische dienst NL-Alert mogelijk. Bestrijdbaarheid

BLEVE

Bestrijding van een dreigende BLEVE vereist een goede bereikbaarheid en veel bluswater bedoeld voor het koelen van de tankwagon. Bij voldoende koeling zal een BLEVE worden voorkomen. Hiervoor wordt (vanwege de snelheid die is geboden) gebruik gemaakt van primaire bluswatervoorzieningen (in het voertuig aanwezige water en brandkranen op het openbaar waterleidingnet). Noodzakelijk voor het voorkomen van een (dreigende) warme BLEVE is:  Tijdige aankomst brandweer;  Tijdige bereikbaarheid tankwagon;  Tijdige beschikbaarheid bluswater;  Inzet waterkanonnen voor tweezijdige koeling tankwagon. Indien de warme BLEVE niet voorkomen kan worden, is het relevant dat er voldoende bluswatervoorzieningen zijn en dat het gebied tweezijdig toegankelijk is.

Pagina 6 van 7

A G E L

adviseurs Memo – Externe veiligheid Bouwplan Gouwe 6-10 (Barendrecht)

ruimte infra bouw milieu

20180654-024 september 2019

Voor effectief optreden na het plaatsvinden van een warme of koude BLEVE is het relevant dat:  Het gebied tweezijdig toegankelijk is;  Een effectieve bluswatervoorziening;  Er passende slagkracht is van de brandweer (in de omgeving). Toxisch scenario Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank, zal deze effectbestrijding lastig te realiseren zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Slachtofferreductie is ook mogelijk door snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen. Resteffect Na het treffen van maatregelen resteert een resteffect. Dit betreft een inschatting van het aantal doden, gewonden en materiële schade bij de representatieve scenario's ondanks de getroffen maatregelen.

Het resteffect van een BLEVE is moeilijk concreet in te schatten. Er zijn maatregelen beschreven die de kans op dodelijke slachtoffers in het plangebied verkleinen. Over het aantal gewonden kan geen concrete voorspelling worden gedaan. De genoemde maatregelen zullen zorgen voor een daling van het aantal gewonden en schade in het plangebied. De mate van daling is afhankelijk van meerdere factoren, zoals de vullingsgraad van de tank, de hoeveelheid vrijgekomen gevaarlijke stoffen, weersinvloeden e.d. De schade die resteert zal bestaan uit brand veroorzaakt door de hitte van de BLEVE (secundaire brand) en materiële schade aan gebouwen en inventaris door de drukeffecten. Advies veiligheidsregio Geadviseerd wordt om de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond in een vroeg stadium van de bestemmingsplanprocedure te betrekken en om advies te vragen. 4 CONCLUSIE Het voornemen is om op de adressen Gouwe 6-10 in Barendrecht een appartementengebouw met 10 appartementen te realiseren. Om dit juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. In de omgeving van dit adres vindt transport van gevaarlijke stoffen over de Rijkswegen A15 en A29 en de spoorlijn Kijfhoek - Rotterdam Lombardijen en de Verbindingsboog Betuweroute. Gelet op de afstand van het bouwplan tot de transportroutes is er geen QRA uitgevoerd om de hoogte van het GR inzichtelijk te maken.

Een motivering met betrekking tot de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid is wel opgesteld. Geadviseerd wordt om het ruimtelijk plan, inclusief deze memo, voor advies voor te leggen aan de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.

Pagina 7 van 7

181

Bijlage 7 Verkeerskundige analyse

omgevingsvergunning "Gouwe 6-10" (ontwerp)

Wissing BV

Nieuwbouw appartementen Residence De Gouwe Hoeck in Barendrecht Verkeerskundige analyse

Datum:

18 september 2019

Kenmerk:

NOT19160786-02

1

Inleiding

Voor het bestaande kantoorgebouw aan de Gouwe 6-10 in Barendrecht is een nieuwbouwplan opgesteld. Om het plan genaamd ‘Residence De Gouwe Hoeck’ mogelijk te maken, zal het op het perceel nog aanwezige kantoorgebouw worden gesloopt. In figuur 1.1 is de ligging van de planlocatie weergegeven op een luchtfoto.

Figuur 1.2: Ligging planlocatie 'Residence De Gouwe Hoeck' aan de Gouwe 6-10 in Barendrecht 1

De planlocatie is gelegen op de hoek van de Gouwe en de Binnenlandse Baan in Barendrecht. Het huidige kantoorgebouw wordt voor verkeer ontsloten aan de Gouwe, aan de westzijde van het gebouw. In de plansituatie is dit ook het geval. De bestemmingswijziging heeft mogelijk consequenties voor de verkeerssituatie. Ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning dient daarom inzicht te worden gegeven in de verkeerseffecten van het plan. Ten aanzien van het parkeren van auto's bij de nieuwbouw wordt voldaan aan de bij het plan behorende parkeerbehoefte. Parkeerruimte wordt gecreëerd onderin het gebouw. In opdracht van Wissing bv heeft BuroDB de benodigde verkeerskundige analyse voor het plan uitgevoerd. De analyse gaat in op de verkeersaantrekkende werking van het plan en de effecten daarvan op de wegen in de nabije omgeving. Het aspect parkeren maakt geen onderdeel uit van deze verkeersanalyse.

2

Het plan en de planlocatie

In figuur 2.1 is een impressie van het nieuwbouwplan weergegeven.

Figuur 2.1: Impressie plan 'Residence De Gouwe Hoeck' in Barendrecht

2

Het plan omvat de realisatie van elf nieuwe koopappartementen op een locatie van een (voormalig) kantorengebouw. In figuur 2.2 is de situering van de nieuwbouw in de plansituatie weergegeven.

Figuur 2.2: Nieuwe situatie locatie plan 'Residence De Gouwe Hoeck' in Barendrecht

3

Verkeersgeneratie

Voor het vaststellen van de verkeerseffecten van het plan zijn de verkeersaantrekkende werking van de planlocatie in de huidige situatie en plansituatie bepaald en met elkaar vergeleken. De verkeersgeneratie is bepaald met behulp van daarvoor beschikbare kencijfers uit de publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' en de publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' 1

van het CROW . De onderzoekslocatie in Barendrecht is qua ligging gelegen in het gebied 'Rest bebouwde kom'. Barendrecht is daarnaast een sterk stedelijk gebied met stedelijkheidsgraad 2 volgens het CROW.

3.1

Huidige situatie

In de huidige situatie is op de locatie aan de Gouwe een kantoorgebouw aanwezig. Het gebouw 2

2

kent volgens het BAG een oppervlakte van circa 900 m bvo. Het kantorengebouw gaf

plaats aan bedrijven als

een administratiekantoor

en een

vastgoedbeheerbedrijf. Volgens de definities van het CROW is dit de functie 'kantoor zonder baliefunctie'. 2

Het kencijfer voor de verkeersgeneratie ligt hierbij tussen de 4,7 en 6,5 autoritten per 100 m bvo kantooroppervlak per etmaal. De theoretische verkeersgeneratie van het kantoorgebouw lag daarmee tussen de (4,7x(900/100)=) 43 en (6,5x)900/100)= 59 autoritten per etmaal.

1 2

Het CROW is een onafhankelijke kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer Basisregistraties Adressen en Gebouwen

3

3.2

Plansituatie

In de plansituatie zijn in het gebouw elf koopappartementen aanwezig in het dure segment. Volgens het CROW hoort op deze locatie daar per appartement een verkeersgeneratie bij van 6,7 tot 7,5 autoritten per etmaal. Voor de elf appartementen komt dit in totaal neer op een verkeersaantrekkende werking van (6,7x11=) 74 tot (7,5x11=) 83 autoritten per etmaal. In tabel 3.1 is de verkeersaantrekkende werking van de locatie in de huidige situatie en plansituatie naast elkaar gezet. Situatie

Minimale ritgeneratie autoverkeer

Maximale ritgeneratie autoverkeer

[autoritten/etmaal]

[autoritten/etmaal]

Huidig

43

59

Plan

74

83

Tabel 3.1: Verkeersaantrekkende werking onderzoekslocatie Gouwe 6-10 in Barendrecht

Ten opzichte van de huidige situatie is sprake van een bepaalde toename van de verkeersgeneratie van de onderzoekslocatie. In de worst case-situatie gaat het om een verschil van 43 naar 83 is 40 extra autoritten per etmaal. Dit verkeer wordt afgewikkeld over de Gouwe en de Binnenlandse Baan. Gelet op de geografische ligging van de locatie en de omliggende wegenstructuur zal dit verkeer voornamelijk gebruik maken van routes van en naar de Buitenlandse Baan en Binnenlandse Baan, ten westen van de locatie.

3.3

Beoordeling

De verkeersgegevens van de wegen in de omgeving van de Gouwe zijn aangeleverd door de gemeente Barendrecht. Het betreft informatie uit verkeerstellingen die zijn gehouden in februari 2019. De tellingen zijn beschikbaar voor de Binnenlandsebaan (noord) tussen de Lindehoevelaan en Windsingel en de Binnenlandse Baan tussen de Buitenlandse Baan en de Gouwe. In bijlage 1 zijn de resultaten van de betreffende verkeerstellingen weergegeven. Van de Gouwe zijn geen verkeerstellingen beschikbaar. Voor een indicatie van de hoeveelheid 3

verkeer op deze weg is het MRDH -verkeersmodel (versie 2.0) geraadpleegd. In tabel 3.2 zijn de beschikbare verkeersintensiteiten van de omliggende wegen samengevat weergegeven. Weg(vak)

Etmaalintensiteit [mvt/etm]

1. Binnenlandse Baan (ten noorden van Buitenlandse Baan)

7.200

2. Buitenlandse Baan

7.200

3. Binnenlandse Baan (ten westen van Gouwe)

4.400

4. Binnenlandse Baan (ten oosten van Gouwe)

1.500

5. Gouwe (ten noorden van Binnenlandse Baan)

1.000

6. Gouwe (ten zuiden van Binnenlandse Baan)

3.000

Tabel 3.2: Overzicht gehanteerde verkeersintensiteiten, planjaar 2029

3

Metropoolregio Rotterdam Den Haag

4

In de huidige situatie is er op geen van de wegen sprake van een capaciteitsoverschrijding. Onder normale omstandigheden kan het verkeer zonder knelpunten en congestie worden afgewikkeld. Het verkeer van en naar de nieuwe appartementen zal voornamelijk rijden via de Gouwe ten zuiden van de Binnenlandse Baan (wegvak 6 uit de tabel), de Binnenlandse Baan ten westen van de Gouwe (wegvak 3) en de Buitenlandse en Binnenlandse Baan (wegvakken 1 en 2). In figuur 3.1 zijn deze routes weergegeven.

5 4

1 3 6

2

Figuur 3.1: Meest gebruikte rijroutes autoverkeer van en naar de planlocatie

De maximaal 40 extra autoritten per etmaal vormen op de wegvakken 1 en 2 een verkeerstoename van ongeveer 0,5 procent. Op wegvak 3 gaat het om een verkeerstoename van minder dan 1 procent en op de Gouwe (wegvak 6) om een verwachte verkeerstoename van maximaal circa 1,33 procent. Gesteld kan worden dat de door het plan verwachte verkeerstoename ten opzichte van de huidige situatie zeer beperkt en niet significant is. Het plan heeft geen nadelige gevolgen voor de verkeerssituatie. De goede verkeersafwikkeling en veiligheid komen niet in het gedrang. Er is en blijft sprake van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Vanuit het aspect verkeer kan het plan zonder verdere maatregelen en/of voorzieningen worden gerealiseerd.

5

Bijlage 1: Verkeersgegevens

Rapport Identificatie - CustomList-1679 Lokatienaam - BIN20 Beschrijving - BIN20 Richting - Het noorden Het oosten Zuiden Het westen Binnenlandse Baan (noord) Virtuele Dag (7) Time

Total

0000 0100 0200 0300 0400 0500 0600 0700 0800 0900 1000 1100 1200 1300 1400 1500 1600 1700 1800 1900 2000 2100 2200 2300 00-07 07-19 19-00 00-00

35 21 14 7 13 31 119 198 356 396 456 475 498 491 503 505 528 544 430 345 209 147 123 78 239 5380 902 6522

Cls 1 32 19 12 6 10 26 102 172 320 363 424 446 467 461 469 470 492 513 409 330 201 141 120 75 208 5006 868 6081

Cls 2 3 1 1 1 3 5 17 24 34 31 31 28 31 28 33 33 35 30 19 15 8 6 3 3 31 357 34 422

Cls 3 0 0 0 0 0 0 1 2 2 2 1 1 1 1 1 2 2 1 1 0 0 0 0 0 1 17 1 19

Mean

49,2 50,1 51 50,7 49,7 48,8 46,5 46,1 45,2 44,7 44 43,9 44,3 43,9 43,4 43,6 44,1 45,2 45,2 45,4 46,3 47 46,8 48,1 48 44,3 46,3 44,8

Vpp 85 58 58,3 61,6 58,3 57,6 52,9 52,6 50,8 50,4 49,7 49,7 50 50 49,3 49,3 49,7 50,4 50,8 51,1 52,6 53,3 52,9 55,1 55,8 50 52,2 50,8

Vbin 10 20

Vbin 20 30 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1 1 2 1 0 0 0 0 1 0 0 0 0 6 2 8

0 0 0 0 0 1 2 2 3 5 5 9 5 6 10 7 8 5 4 3 3 1 1 0 4 70 8 82

Vbin 30 40 4 2 1 1 1 4 17 31 62 73 102 103 108 121 125 126 112 93 73 59 27 16 16 9 30 1129 128 1287

Vbin 40 50 17 10 5 2 6 15 65 112 223 249 285 293 302 288 299 307 332 347 272 211 127 87 73 43 120 3310 542 3972

Vbin 50 60 10 6 4 3 4 8 31 46 61 62 57 63 75 67 62 57 70 89 71 64 43 35 26 19 66 781 186 1033

Vbin 60 70 3 2 2 1 1 3 4 6 5 6 6 4 7 7 5 6 5 8 8 7 7 5 6 5 15 74 29 118

Vbin 70 80 1 0 1 0 0 0 0 0 0 1 1 0 0 1 1 1 1 2 1 1 1 1 1 2 4 8 6 18

Vbin 80 90

Vbin 90 100 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 2 1 3

Vbin 100 110 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Vbin 110 120 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Vbin 120 130 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Vbin 130 140 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Vbin 140 150 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Vbin 150 160 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

>PSL 50

Vmin

Vmax

14 9 7 4 6 12 35 53 67 68 64 68 82 75 68 64 76 100 80 72 52 42 32 25 86 865 223 1173

25,8 29 13,4 33,4 24,3 18,4 17,5 21,5 19,3 15,1 17 14,5 10,2 13,2 10,1 15,1 17,7 20,6 15,1 15,2 14,9 11,4 22 19,9 13,4 10,1 11,4 10,1

87,3 84,2 79,8 73,6 84,5 91,2 85,4 74,2 83,8 78,1 89,8 81,2 85,4 90,9 74,7 84,8 86,1 83,3 81 88,6 84,3 83,8 102,9 85,9 91,2 90,9 102,9 102,9

Rapport Identificatie - CustomList-1672 Lokatienaam - BIN30 Beschrijving - BIN30 Richting - Het noorden Het oosten Zuiden Het westen Binnenlandse Baan Virtuele Dag (7) Time

Total

0000 0100 0200 0300 0400 0500 0600 0700 0800 0900 1000 1100 1200 1300 1400 1500 1600 1700 1800 1900 2000 2100 2200 2300 00-07 07-19 19-00 00-00

26 11 8 3 6 20 73 176 249 242 244 268 272 264 278 284 331 375 267 200 123 100 73 57 147 3250 553 3950

Cls 1 23 10 7 3 6 17 64 157 226 219 222 245 246 241 255 256 303 349 250 188 116 93 69 54 130 2967 520 3617

Cls 2 3 1 0 0 1 3 8 19 23 23 21 22 25 23 22 28 26 25 17 12 7 6 4 3 16 273 32 321

Cls 3 0 0 0 0 0 0 1 0 1 1 1 1 1 1 1 1 2 1 1 0 0 0 0 0 1 11 1 13

Mean

36,4 38,7 38,4 36,9 36,9 35,1 37,1 35,4 35,2 35,3 34,6 34,5 34,9 34,2 33,9 34,1 34,3 34,7 35,2 35,3 36 36,3 36,1 36 36,9 34,7 35,8 34,9

Vpp 85 42,8 46,4

42,1 43,2 41,4 41 41 40,3 40,3 41 40,3 40,3 40,3 40,3 40,7 41,4 40,7 41,8 42,5 41,4 41 43,6 40,7 41,4 41

Vbin 10 20 0 0 0 0 0 1 0 4 5 6 7 10 10 9 14 10 13 11 5 3 2 1 1 1 1 105 8 114

Vbin 20 30 3 1 1 0 1 3 9 26 40 34 41 44 42 45 50 54 63 62 44 28 15 12 9 7 19 544 71 634

Vbin 30 40 16 5 4 1 3 10 43 108 152 152 154 167 163 167 168 173 198 230 164 134 78 62 45 38 83 1997 357 2436

Vbin 40 50 6 3 2 1 2 5 18 35 50 46 40 43 51 40 42 45 52 66 48 32 26 21 15 10 37 559 104 700

Vbin 50 60 1 1 0 0 0 0 3 2 2 4 2 3 5 3 3 2 4 5 5 3 2 3 2 1 6 41 12 59

Vbin 60 70

Vbin 70 80 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1 1 1 0 0 1 0 0 4 2 6

Vbin 80 90 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Vbin 90 100 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Vbin 100 110 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Vbin 110 120 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Vbin 120 130 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Vbin 130 140 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Vbin 140 150 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Vbin 150 160 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

>PSL 50

Vmin

Vmax

1 1 1 0 0 0 3 3 2 4 2 4 5 4 4 2 5 5 6 4 3 4 2 1 6 45 14 65

12,5 15,9 25,3 18,3 17,9 17,2 20,9 11,9 10,8 10,9 12 10,5 11,7 10,9 10,5 11,1 11 11,8 10,2 10,9 14,1 13,8 12,5 14,3 12,5 10,2 10,9 10,2

63,3 60 65,8 48,2 58,2 52,8 58,6 63,9 64,7 64,1 59 63,1 66,4 60,1 60,2 66,8 70,7 67,1 67 62,9 60,8 68,9 68 65,1 65,8 70,7 68,9 70,7

191

Bijlage 8 Quickscan flora en fauna

omgevingsvergunning "Gouwe 6-10" (ontwerp)

QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN GOUWE 6, 8 EN 10 TE BARENDRECHT

Eindrapport

QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN GOUWE 6, 8 EN 10 TE BARENDRECHT

rapportnummer 2019.3461 september 2020 In opdracht van: Gouwe Beheer B.V. Aalscholverstraat 69 3082 ZA Rotterdam

Adviesbureau Mertens B.V. Bureau voor natuur, ruimtelijke ordening en natuurwetgeving Utrechtseweg 120, 6871 DV Renkum 06-29458456 info@adviesbureau-mertens.nl www.adviesbureau-mertens.nl

© Adviesbureau Mertens BV, Wageningen, 2020 Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier geschetste onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht. Eindrapport september 2020

INHOUDSOPGAVE

1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 2 1.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 2 1.2 HET PLANGEBIED EN DE PLANNEN .............................................................................................................. 2 1.3 DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK ........................................................................................................ 4 1.4 OPBOUW RAPPORT ................................................................................................................................... 5

2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN ............................................................................................... 6 2.1 WET NATUURBESCHERMING ...................................................................................................................... 6 2.2 RODE LIJST............................................................................................................................................... 6

3. METHODE........................................................................................................................................................... 8

4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING ...................................................................................... 9 4.1 FLORA ...................................................................................................................................................... 9 4.2 VLEERMUIZEN ........................................................................................................................................... 9 4.3 OVERIGE ZOOGDIEREN.............................................................................................................................. 9 4.4 BROEDVOGELS ....................................................................................................................................... 10 4.5 AMFIBIEËN .............................................................................................................................................. 10 4.6 VISSEN ................................................................................................................................................... 10 4.7 REPTIELEN ............................................................................................................................................. 10 4.8 OVERIGE ................................................................................................................................................ 10

5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE .................................................................................................................... 11

GERAADPLEEGDE LITERATUUR ...................................................................................................................... 12

BIJLAGEN ............................................................................................................................................................ 13 1. PLANGEBIED ......................................................................................................................................... 14 2. BEGRIPPEN ........................................................................................................................................... 16

Adviesbureau Mertens

1

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht. Eindrapport september 2020

1. INLEIDING

1.1 Inleiding Er is het voornemen voor de sloop van een kantoor aan de Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht om ter plaatse woningbouw te kunnen realiseren. De aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect omdat met de plannen effecten kunnen ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens B.V. uit Wageningen gevraagd om een verkennend veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten en indien aanwezig, aan te geven hoe hiermee dient te worden omgegaan. In dit rapport worden de resultaten van deze verkenning gepresenteerd.

N▲

Figuur 1. Globale ligging van het plangebied (rood) aan de Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht.

1.2 Het plangebied en de plannen Aan de Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht is kantoor met rondom verhardingen gelegen. Het voornemen is om te slopen om woningbouw te kunnen realiseren. De nieuwbouw wordt 1.50 m hoger als het bestaande gebouw. In figuur 2 wordt een beeld gegeven van het plangebied op donderdag 26 september 2019.

Adviesbureau Mertens

2

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht. Eindrapport september 2020

Figuur 2. Foto-impressie van het gebied met de woningplannen aan de Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht op donderdag 26 september 2019. Adviesbureau Mertens

3

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht. Eindrapport september 2020

Vervolg figuur 2. Foto-impressie van het gebied met de woningplannen aan de Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht op donderdag 26 september 2019. 1.3 Doelstelling van het onderzoek De doelstelling van het onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt inzichtelijk gemaakt welke wettelijk beschermde natuurwaarden in het kader van de soortbescherming van planten- en diersoorten te verwachten zijn. Anderzijds worden de consequenties van deze aanwezigheid voor de planontwikkeling weergegeven. Gelet op de opdracht genoemd in de inleiding en de doelstelling, is het van belang dat de volgende vragen worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde planten- en diersoorten komen mogelijk voor ter plaatse van en in de directe omgeving van het plangebied? 2. Welke verwachte wettelijk beschermde planten- en diersoorten ondervinden nadelen van de plansituatie? Adviesbureau Mertens

4

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht. Eindrapport september 2020

1.4 Opbouw rapport Na een korte uitleg over de soortbescherming van de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) komen achtereenvolgens aan de orde: - De onderzoeksmethode (hoofdstuk 3). - Een beschrijving van de aanwezigheid van beschermde soorten (hoofdstuk 4). - Een beoordeling van de effecten op beschermde soorten (hoofdstuk 5). In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van de gebruikte definities en afkortingen.

Adviesbureau Mertens

5

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht. Eindrapport september 2020

2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet implementeert de Vogelen Habitatrichtlijn en andere verdragen in het nationaal natuurbeschermingsrecht. Het bevoegd gezag is Gedeputeerde Staten van de Provincie(s) waar een project wordt gerealiseerd. Gedeputeerde Staten kunnen deze bevoegdheid ook overdragen conform lid 7 van deze wet. Doorgaans zijn dit Omgevingsdiensten. De soortbescherming richt zich dan ook primair op de bescherming van plant- en diersoorten die genoemd zijn in deze richtlijnen. Daarnaast is een deel van de soorten van de Rode Lijst (zie paragraaf 2.2) beschermd via de Wet natuurbescherming. Voor alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten is de algemene zorgplicht van toepassing; handelen of nalaten die gevolgen kunnen hebben dienen achterwege gelaten te worden of er dienen maatregelen getroffen te worden om effecten te voorkomen, of zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Indien een plan resulteert in negatieve beïnvloeding van een soort of soorten kan ontheffing worden verleend conform artikel 3.3 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.1 en 3.2 (Vogelrichtlijnsoorten). Ontheffing kan worden verleend conform artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.4 en 3.6 (Habitatrichtlijnsoorten).

De criteria voor ontheffingsverlening voor deze soorten zijn identiek aan die Vogel- en Habitatrichtlijn omdat deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in het nationaal recht. Het nationaal recht staat het niet toe om hiervan af te wijken. De criteria zijn:  in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid;  in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;  ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren;  ter bescherming van flora en fauna. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing dienen mitigerende en eventueel compenserende maatregelen genomen te worden die tot gevolg hebben dat soorten niet nadelig worden beïnvloed in het voorkomen en gedurende de uitvoering van een project. Provincies kunnen voor de nationaal beschermde soorten een algemene vrijstelling verlenen. In de Provincie Zuid-Holland wordt voor een aantal soorten generieke vrijstelling verleend in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het betreft o.a. aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en woelrat. 2.2 Rode lijst De Rode lijst met bedreigde soorten is eind 2004 gepubliceerd in de Staatscourant en voor een deel in 2009 en 2017 herzien.

Aan de op deze lijst genoemde soorten komt bescherming toe voor zover zij vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Tussen de Wet natuurbescherming en de Rode lijsten bestaat geen formele relatie. Alleen op basis van “gunstige staat van instandhouding” kunnen bij beschermde Rode lijstsoorten "zwaardere" randvoorwaarden gelden ten aanzien van mitigerende en compenserende maatregelen dan voor algemene soorten. Zo zal het bij zeer algemeen voorkomende soorten die gering afnemen in aantal (Rode lijstsoort met het criterium gevoelig) relatief eenvoudig zijn om aan te tonen dat de "gunstige staat van instandhouding" niet in het geding komt. Voor soorten met een beperkt verspreidingsbeeld en die afnemen in aantal (soorten van de Rode lijst met het criterium bedreigd of ernstig bedreigd) is een uitgebreide Adviesbureau Mertens

6

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht. Eindrapport september 2020 effectenstudie wenselijk. Voor deze soorten geldt namelijk de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Op deze manier wordt nader invulling gegeven aan de bescherming van soorten die in aantal en/of verspreiding afnemen.

Adviesbureau Mertens

7

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht. Eindrapport september 2020

3. METHODE Op donderdag 26 september 2019 is een bezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving. Gedurende dit bezoek is dit gebied en de directe omgeving beoordeeld op het mogelijk voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Dit vond plaats aan de hand van aanwezige ecotopen en sporen. Er is beperkt gebruik gemaakt van bestaande verspreidingsgegevens om het (potentieel) voorkomen van beschermde soorten te bepalen omdat deze via o.a. Waarneming.nl worden beheerd voor een veel groter gebied. Overige waarnemingen worden tevens bewaard voor een groot gebied, namelijk op kilometerniveau zoals weergegeven op www.telmee.nl. en op een nog groter schaalniveau in verspreidingsatlassen.

Adviesbureau Mertens

8

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Gouwe 6, 8 en 10 te Barendrecht. Eindrapport september 2020

4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING

4.1 Flora Het plangebied en directe omgeving is volledig in cultuur gebracht en is verhard. De aanwezigheid van beschermde planten wordt derhalve uitgesloten. Gedurende het verkennend veldonderzoek op donderdag 26 september 2019 zijn geen beschermde plantensoorten of resten van beschermde plantensoorten vastgesteld. Op grond hiervan wordt de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uitgesloten. 4.2 Vleermuizen Getoetst is op de verschillende functies die het plangebied van het kantoor en directe omgeving kan hebben voor vleermuizen. Dit betreft plaatsen waar vleermuizen kunnen verblijven (verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en winterverblijfplaatsen), vaste routen tussen verblijfplaatsen in de zomer en winter; respectievelijk vlieg- en migratierouten en plaatsen en gebieden waar vleermuizen foerageren. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen zoals kolonie-, paar- en overwinteringsplaatsen kan worden uitgesloten. In het kantoor zijn geheel geen geschikte openingen aangetroffen waarin vleermuizen kunnen verblijven. In de muren ontbreekt het aan geschikte gaten (beluchtingsgaten, dilatatievoegen e.d.) voor vleermuizen om in te verblijven. Daklijsten zitten strak op de muren en bieden geen mogelijkheden voor vleermuizen om achter te kruipen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9634302/1