CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

rapportage IHP Barendrecht

commissie Samenleving 24 september 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP) 202419.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Tot op heden hebben zowel de gemeente als de schoolbesturen geen grootschalige bouwkundige of installatietechnische investeringen gedaan om de ervaren klachten omtrent het binnenklimaat in de schoolgebouwen te verhelpen. Wel is geïnvesteerd in de onderzoeken en op een aantal scholen in relatief kleine ingrepen zoals het toepassen van een aircosysteem. In bijlage 4 is de brief van voormalig wethouder P.W.J. Luijendijk opgenomen waarin de belangrijkste conclusies van de onderzoeken worden opgesomd.

Veiligheid De beoordeling van de veiligheid geeft aan hoe de veiligheid in en rond het gebouw en de verkeersveiligheid ervaren worden. Daarnaast is er bij dit onderdeel aandacht voor vandalisme. Slechts vier van de scholen scoren op dit onderdeel goed. Dit betekent dat er bij de overige 20 gebouwen in meer of mindere mate klachten over de veiligheid in en rond het gebouw zijn en er sprake is van vandalisme. Bij drie schoolgebouwen wordt deze zelfs als slecht beoordeeld. Eén school benoemt specifieke zorgen over de veiligheid als gevolg van bouwverkeer in de nabije omgeving, aanwezigheid van hangjeugd op het schoolplein, en gebreken in de veiligheidsmaatregelen binnen de schoolgebouwen zelf. Deze observaties benadrukken de noodzaak van verbeteringen op meerdere fronten om een veilige leeromgeving te waarborgen.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

23/51

De beoordeling door de kinderopvangorganisaties is vergelijkbaar. Bij één locatie wordt een hele slechte beoordeling gegeven (op beide onderdelen een 6 op een schaal van 6), daarbij wordt aangegeven dat dit met name komt door de omgeving (open water en een tramlijn nabij de locatie).

6.1.2 Financiën Het thema financiën geeft inzicht in de exploitatielasten (onderhoud- en energiekosten) van de onderwijsgebouwen. Deze kosten zijn voor rekening van de schoolbesturen. Binnen de beoordeling wordt onderscheid gemaakt tussen de onderhoudslasten, waarbij gekeken wordt naar het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) van de komende 10 jaar, en energielasten, waarbij gekeken wordt naar de afschriften van de afgelopen jaren. De kosten zijn vervolgens vergeleken met een door ICSadviseurs opgestelde benchmark (2021). De benchmark bevat schoolgebouwen van uiteenlopende bouwjaren uit heel Nederland en is daarmee een representatieve database. Figuur 3 maakt de beoordeling van de financiën op basis van de benchmark inzichtelijk.

Beoordeling financiën schoolgebouwen 25

2

4

20 15 10 5

11

8

3

5

8

7

Onderhoud

Energie + water

0 Goed

Gemiddeld

Slecht

Geen gegevens

Figuur 3: Beoordeling van exploitatielasten van de scholen in Barendrecht

Energielasten De energielasten van de onderwijsgebouwen zijn vastgesteld op basis van de meest recente jaarafrekeningen van het gas-, water- en elektraverbruik. Ook deze jaarlijkse lasten zijn afgezet tegen de gemiddelde energielasten uit de benchmark van ICSadviseurs. De gemiddelde jaarlijkse energielasten uit de benchmark bedragen € 13,- per m2 bvo voor po-scholen. Uit de factsheets blijkt dat van de in totaal 24 schoolgebouwen in Barendrecht, 8 gebouwen hoge exploitatielasten kennen, terwijl 5 scholen conform de benchmark scoren. Daarentegen hebben 7 scholen relatief lage energielasten. In de praktijk zien we dat de energiekosten sterk afhankelijk zijn van het energiecontract van een school (langlopend contract of recent afgesloten), de hoeveelheid installaties in het gebouw en of de school zelf energie opwekt door middel van PV-panelen. In Barendrecht zien we dat gebouwen vóór 2005 nog relatief zuinig zijn door het ontbreken van complexe installatietechniek, en na 2015 ook relatief zuinig zijn omdat ze zijn voorzien van betere installaties en vaak PV-panelen. De generatie gebouwen daartussen scoort vaak minder goed doordat inmiddels verouderde installatietechniek gebruikt werd en de gebouwen (nog) niet verduurzaamd zijn. Bij de gebouwen gerealiseerd tussen 2005 en 2015 zien we landelijk vaak klachten rondom het binnenklimaat terugkomen, zo ook in Barendrecht.

Bij sterk verouderde onderwijsgebouwen (40-50 jaar of ouder) is ook vaker een hoog energieverbruik te constateren door bijvoorbeeld enkelglas en slechte isolatie. Deze generatie gebouwen heeft Barendrecht echter (bijna) niet meer.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

24/51

De scholen met hoge exploitatielasten kunnen mogelijk investeren in energiebesparende maatregelen, zoals het verbeteren van de isolatie. Door deze maatregelen kunnen deze scholen niet alleen hun energiekosten verlagen, maar ook hun algehele financiële positie versterken. Onderhoudslasten Voor de schoolgebouwen zijn de onderhoudslasten in beeld gebracht op basis van de verwachte onderhoudskosten zoals opgenomen in het MJOP. Deze bedragen zijn omgerekend naar een jaarlijks gemiddelde onderhoudslast per vierkante meter bruto vloeroppervlak. Dit gemiddelde is vervolgens afgezet tegen de gemiddelde onderhoudskosten uit de benchmark opgesteld door ICSadviseurs, die € 33,- per m2 bvo voor po-scholen bedraagt. De besturen zijn gevraagd de geraamde onderhoudskosten aan te leveren. In totaal zijn er 11 van de 22 onderwijsinstelling in Barendrecht die hoger scoren op het gebied van onderhoudslasten dan het landelijk gemiddelde. Deze gebouwen kennen hoge onderhoudslasten aan onder andere installaties. Dit is in lijn der verwachting gezien de bouwjaren van de meeste scholen (circa 20-25 jaar oud), waarbij op deze leeftijd in het MJOP vaak grootschalige investeringen verwacht worden in de installatietechniek. Dit is ook vaak een natuurlijk moment om te investeren in verduurzaming of het binnenklimaat van een schoolgebouw.

Bij 8 scholen liggen de onderhoudslasten lager dan het landelijk gemiddelde. Dit kan mede komen doordat bij een aantal gebouwen het onderhoud wordt afgeschaald in aanloop naar de geplande nieuwbouw of renovatie, of dat juist net is geïnvesteerd in grote ingrepen waardoor de onderhoudslasten de komende jaren laag zijn. Op de factsheets zijn de uitgaven van het MJOP weergegeven en is ook per school zichtbaar wanneer een piek in het onderhoud verwacht wordt.

6.1.3 Vraag en aanbod De gemeente Barendrecht heeft eind 2023 leerlingprognoses laten opstellen. Deze prognose is opgesteld op basis van de oktobertelling van 2023 en zijn meegenomen als uitgangspunt van het IHP. Ook zijn de vastgestelde woningbouwontwikkelingen in de verschillende deelgebieden meegenomen in de prognose. Onderstaand wordt de verwachte leerlingontwikkeling van Barendrecht in beeld gebracht. De leerlingprognose is de basis voor de berekening van de ruimtebehoefte. In hoofdstuk 6 wordt verder ingegaan op de verhouding tussen de vraag en het aanbod op wijk- en schoolniveau. Leerlingprognose De opgestelde leerlingprognoses zijn hieronder weergegeven. Figuur 4 laat zien dat in het regulier basisonderwijs op gemeenteniveau een krimp van het aantal leerlingen verwacht wordt tot en met +/- 2030, daarna blijft het aantal leerlingen redelijk stabiel. Voor het aantal leerlingen in het s(b)o is de verwachting dat deze groep stabiel blijft en daardoor dus niet (fors) groeit of krimpt.

6000 5000 4000 3000 2000 1000 0

2024

Leerlingaantallen BO

2030

2035

Leerlingaantallen S(B)O

2038

Figuur 4: Leerlingontwikkeling Barendrecht

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

25/51

De krimp van de leerlingaantallen concentreert zich voornamelijk in Carnisselande, terwijl in Oud Barendrecht het leerlingenaantal over het algemeen stabiel blijft. De dalende trend in Carnisselande is te verklaren doordat het een relatief jong gebied is waar veel jonge gezinnen zijn gaan wonen, waardoor de "gemiddelde woningbezetting door de basisgeneratie" (GWB-bg) hoger was en is dan het Barendrechtse gemiddelde. Naar verwachting zal dit in de komende 10 jaar in combinatie met het woonprogramma dalen naar het Barendrechtse gemiddelde, zoals afgebeeld in figuur 5. Figuur 5: Ontwikkeling basisgeneratie

Figuur 6 zet de normatieve ruimtebehoefte van deze leerlingaantallen af tegenover de beschikbare permanente capaciteit van de schoolgebouwen. Daarin is niet alleen het wettelijk kader meegenomen, maar voor de volledigheid óók het medegebruik van onderwijscapaciteit en de toeslag voor inclusiever onderwijs zoals deze in de visie op onderwijshuisvesting is beschreven. Daaruit blijkt dat er op gemeenteniveau enige overcapaciteit beschikbaar is. Deels wordt de normatieve leegstand ingevuld door medegebruikers en kan deze benut worden voor het faciliteren van inclusiever onderwijs. In de weergegeven capaciteit (rode lijn) wordt al voorgesorteerd op de ontwikkelingen van de komende jaren in het onderwijscarrousel en een aantal concrete voorgenomen projecten in het IHP.

45.000 m² 40.000 m² 35.000 m² 30.000 m² 25.000 m² 20.000 m² 15.000 m² 10.000 m² 5.000 m² 0 m²

2024

2030

2035

2038

Ruimtebehoefte BO

Ruimtebehoefte SO

Medegebruik onderwijscapaciteit

Ruimtetoeslag inclusief onderwijs

m² bvo capaciteit Figuur 6: Ontwikkeling ruimtebehoefte Barendrecht

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

26/51

Gebiedsontwikkeling Stationstuinen In het oosten van Barendrecht wordt de komende jaren gebouwd aan een nieuwe wijk. In dit nieuwe stuk Barendrecht ten oosten van het NS-station komen tussen de 3.000 en 4.000 woningen. Deze ontwikkeling bevindt zich op dit moment nog in de planvormingsfase, naar verwachting wordt er in 2024 gestart met de bouw van de eerste woningen. Naast de woningen is er plek voor bedrijvigheid, maar ook maatschappelijke functies. De gehanteerde leerlingenprognose houdt geen rekening met deze woningbouwontwikkeling. De behoefte aan onderwijscapaciteit die deze ontwikkeling met zich meebrengt was idealiter meegenomen in het IHP. De doelgroepenanalyse is echter nog niet definitief vastgesteld, waardoor het op dit moment nog niet duidelijk is welke leerlingaantallen verwacht kunnen worden. Op het moment dat dit bekend is wordt de nodige onderwijscapaciteit binnen de Stationstuinen gerealiseerd en heeft daarmee geen effect op de andere gebieden in Barendrecht. De onderwijsinvesteringen in de Stationstuinen zijn daarom als P.M. opgenomen in de planvorming.

6.2 Kernopgave Over het algemeen kan gesteld worden dat de onderwijsportefeuille in Barendrecht er redelijk voor staat. De gemeente heeft de afgelopen 20 jaar geïnvesteerd in een vernieuwingsopgave en is daar nog steeds mee bezig. Hierdoor is de portefeuille nog relatief jong. Toch constateren we binnen Barendrecht een aantal kernopgaven, te weten: ▪

▪

▪

Terugdringen overcapaciteit: op gemeenteniveau beschikt Barendrecht nu en, in toenemende mate, in de toekomst over een overschot aan capaciteit van onderwijsruimte. Een overcapaciteit in beperkte mate kan ruimte geven voor frictieleegstand of om bredere functies te huisvesten, maar te veel extra ruimte is voor schoolbesturen moeilijk te bekostigen. In bepaalde wijken is de overcapaciteit dusdanig groot dat gekeken wordt naar slimme oplossingen om deze overcapaciteit terug te dringen. Dit hoeft niet altijd te resulteren in het afstoten van gebouw(delen), maar kan ook tot zijn recht komen door het gebruik van het gebouw te intensiveren. Bieden van perspectief: vanwege het uitvoeren van de onderwijscarrousel staat de gemeente reeds de komende jaren voor een grote (financiële) opgave. Zeker op de korte termijn is daarmee de investeringsruimte voor de gemeente beperkt. Dit IHP zal dan ook voor zowel de gemeente als de schoolbesturen een helder en uitvoerbaar meerjaren perspectief geven, zodat beide partijen weten waar ze aan toe zijn en op efficiënte wijze met de beschikbare middelen kunnen omgaan. Anticiperen op ontwikkelingen: de wereld rondom onderwijshuisvesting staat nooit stil. In dit IHP worden verwachte ontwikkelingen aangepakt en verankerd. Een voorbeeld daarvan is het verder vormgeven van inclusief onderwijs en de effecten op de huisvesting.

Het anticiperen op toekomstige woningbouwontwikkelingen is in deze fase noodzakelijk, mede om te borgen dat er in de verdere planontwikkeling rekening gehouden kan worden met het realiseren van onderwijshuisvesting.

In de volgende hoofstukken wordt een concretere uitwerking van deze kernopgave geformuleerd.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

27/51

7. Knelpunten & oplossingsrichtingen In dit hoofdstuk wordt op basis van de opgehaalde informatie van de scholen (factsheets in bijlage 1), de visie en de leerlingprognoses per school stilgestaan bij de belangrijkste knelpunten. De opbrengsten uit het proces zijn gecomprimeerd in een stoplichtmodel (rood, oranje, groen) met daarin 4 thema’s (voorbeeld rechts): ▪

▪ ▪ ▪

BS De Trinoom (2002) OW KOV GEM Energielast Onderhoudslast Energieverbruik: Zuinig Onderwijscapacit eit : 1.830 m² Onderwijsbehoeft e 2030: 1.156 m² Medegebruik (enkel): 56 m² Toeslag inclusief OW: 50 m² Vraag & aanbod 2030: 568 m²

Het eerste stoplicht geeft de gemiddelde kwaliteitsscore weer. Hierin is onderscheid gemaakt tussen de beoordeling van het schoolbestuur (OW) en wanneer van toepassing, de beoordeling van de opvang (KOV) en als laatste de technische beoordeling vanuit de gemeente (GEM). Het tweede stoplicht geeft de exploitatiekosten (energie en onderhoud) weer tegenover een benchmark van ICS. Indien van één van beide geen informatie beschikbaar is, kleurt de indicator grijs. Het derde stoplicht geeft de classificatie van het energieverbruik aan. Hiervoor wordt de Werkelijke Energie Intensiteit Indicator (WEii) gebruikt. Het vierde stoplicht geeft de normatieve vraag tegenover de beschikbare permanente capaciteit weer, inclusief de onderliggende berekening. Hierin wordt ook het medegebruik en de toeslag voor inclusiever onderwijs (zoals beschreven in de visie) meegenomen. Een positief getal geeft een normatief overschot aan, een negatief getal geeft een normatief tekort aan. Indien meer dan 55 m2 bvo te kort is (drempelwaarde voor extra ruimte), kleurt deze indicator rood. Indien minder dan 2 lokalen leegstand aanwezig is (120 m2) kleurt deze indicator groen. Van belang is dat het hier om een normatieve berekening van de ruimtebehoefte gaat, maar dat dit in de praktijk op scholen anders kan worden ervaren.

Zo kan het zijn dat in de praktijk normatieve leegstand wordt ingevuld door kleinere groepsgroottes, specifieke lokaalinvulling (zoals techniek of handvaardigheid) of een inefficiënte indeling van het gebouw (veel oppervlakte voor weinig lokalen). De overweging of ook in de praktijk een gebouw of bouwdeel afgestoten of anders ingevuld kan worden vindt dan ook altijd plaats in overleg tussen de gemeente en het schoolbestuur.

Achter de stoplichten liggen uiteraard verschillende nuances ten grondslag. Deze zijn terug te lezen in de tekst en in de bijlagen. Aan het eind van iedere paragraaf worden oplossingsrichtingen voor de scholen binnen het betreffende gebied beschreven. Het gaat daarbij om oplossingsrichtingen waarbij de gemeente vanuit haar zorgplicht een verantwoordelijkheid heeft. Aanleidingen voor oplossingsrichtingen kunnen één of meerdere van de volgende zijn: 1.

2.

3. 4. 5.

Economische levensduur. In de gemeente Barendrecht worden schoolgebouwen na realisatie in 40 jaar tot € 0, - afgeschreven. Na deze periode kan onderzocht worden of een technische ingreep door de gemeente noodzakelijk is. Technische staat. Op basis van de beoordeelde kwaliteit, energieprestatie en exploitatielasten tegenover benchmarks wordt in dit IHP een beeld geschetst van de technische staat van ieder schoolgebouw. Een slechte technische staat kan aanleiding zijn om te investeren in een nieuw of vernieuwd schoolgebouw. Beschikbare budgetten. Afhankelijk van de financiële mogelijkheden binnen de gemeente kan ervoor gekozen worden om bepaalde investeringen te maken of juist te temporiseren. Ontwikkelingen op gebiedsniveau. Ontwikkelingen op gemeente-, wijk- of buurtniveau kan de planning van een onderwijshuisvestingsproject vertragen of versnellen. Leerlingontwikkeling in relatie tot de aanwezige onderwijscapaciteit. Als een school uit zijn of haar bestaande jas groeit, kan dat een reden zijn om een school te verwijzen naar capaciteit elders of de bestaande capaciteit uit te breiden. Als een school krimpt ten opzichte van de beschikbare capaciteit kan dat reden zijn om te onderzoeken welke andere functies gehuisvest kunnen worden binnen een gebouw, of om zelfs gebouwdelen fysiek af te stoten.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

28/51

In de volgende paragrafen wordt waar nodig en mogelijk per school een oplossingsrichting geformuleerd voor de geconstateerde knelpunten.

7.1 Barendrecht West

OBS De Driehoek Smitshoek Kouwenhoven-akker 1

CBS De Vrijenburg

Smitshoek Brandsmaakker

3

Discovery College Smitshoek Riederhof 2

IKC Cadans RKMBS De Trinoom

OBS De Zeppelin 3

2500 2000 1500 1000 Leerlingprognose scholen Barendrecht West

500 0 2024

2030

Leerlingaantallen BO Ruimtebehoefte vs. permanente capaciteit Barendrecht West Inclusief: voorgenomen afstoten Smitshoek BA Exclusief: (mogelijke) mutaties De Vrijenburg, De Zeppelin & De Trinoom

2035

2038

Leerlingaantallen S(B)O

20.000 m²

10.000 m²

0 m² 2024 Ruimtetoeslag inclusief onderwijs Ruimtebehoefte

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

2030

2035

2038

Medegebruik onderwijscapaciteit m² bvo capaciteit 29/51

Op wijkniveau constateren we dat de meeste gebouwen binnen een vergelijkbare periode zijn gerealiseerd. De meeste gebouwen stammen uit de periode 2000-2010 en zijn daarmee nog relatief jong. Functioneel en technisch zijn de gebouwen nog redelijk. De voornaamste knelpunten in deze generatie van gebouwen zijn problemen met het binnenklimaat en de verduurzamingsopgave richting 2050. Ook constateren we binnen deze wijk een relatief grote overmaat van onderwijscapaciteit. Planvorming is wenselijk om deze overmaat terug te dringen. Smitshoek Riederhof is gehuisvest in een MFA die is Smitshoek Riederhof (2003) gerealiseerd in 2003. Riederhof is de hoofdlocatie van de OW KOV GEM school Smitshoek. De technische en functionele kwaliteit van Energielast Onderhoudslast het gebouw is door zowel gemeente als schoolbestuur Energieverbruik: Zeer zuinig gemiddeld tot goed beoordeeld. Het binnenklimaat van de locatie Riederhof is matig beoordeeld. Met name de Onderwijscapacit eit : 5.661 m² temperatuur is een aandachtspunt, door de hoge ramen Onderwijsbehoeft e 2030: 4.116 m² stijgt de temperatuur snel. De energielasten voor deze school Medegebruik (enkel): 0 m² zijn gemiddeld, de onderhoudslasten zijn hoog. De hoge Toeslag inclusief OW: 155 m² onderhoudslasten worden veroorzaakt door een piek in het Vraag & aanbod 2030: 1.390 m² MJOP in 2024.

Dit is circa 20 jaar na de ingebruikname en daarom is het mogelijk dat grotere onderhoudsinvesteringen aan de orde zijn. Specifieke gebouwonderdelen zoals installaties en dakbedekking hebben vaak een levensduur van 20 jaar. De classificatie van het energieverbruik is zeer zuinig. Daarin zit een mismatch met de energiekosten. De leerlingontwikkeling laat voor de komende jaren een krimp zien. Deze school verspreidt zich over 3 locaties, maar wordt door de gemeente als één school gezien. Het leerlingaantal daalt in totaal van 841 leerlingen in 2024 tot 672 leerlingen in 2038. Dit vertaalt zich naar een ruimtebehoefte van 4.830 m 2 bvo in 2024 en een ruimtebehoefte van 3.980 m2 bvo in 2038 (inclusief 3x een vaste voet). Op middellange termijn wordt een overschot verwacht van circa 1.390 m2 over alle locaties. Binnen de onderwijscapaciteit van dit gebouw is één andere gebruiker aanwezig: ▪

BSO Kibeo, 175 m2 bvo, dubbelgebruik

Smitshoek Kouwenhoven-akker is gehuisvest in een MFA die is gerealiseerd in 2004. Deze locatie is een dislocatie van de Smitshoek Kouwenhoven-akker school Smitshoek, de hoofdlocatie is Smitshoek Riederhof. De (2004) technische en functionele kwaliteit van het gebouw wordt door zowel het schoolbestuur als de gemeente als OW GEM gemiddeld beschreven. De gebruikers ervaren echter Energielast Onderhoudslast klachten met betrekking tot het binnenklimaat. De Energieverbruik: Zeer zuinig temperatuur loopt bij gemiddelde buitentemperaturen Onderwijscapacit eit : binnen hoog op en er is aangegeven dat er niet voldoende Onderwijsbehoeft e 2030: frisse lucht aanwezig is. De klachten zijn herkenbaar voor Medegebruik (enkel): 0 m² deze generatie scholen waarin vaak gebouwd is met suboptimale installaties en weinig tot geen ramen die Toeslag inclusief OW: geopend kunnen worden. Deze school heeft onderdeel Vraag & aanbod 2030: Zie hoofdloc. uitgemaakt van de eerder benoemde pilot met betrekking tot het binnenklimaat. De beoordeling van de exploitatiekosten (energie en onderhoud) van dit gebouw zijn relatief hoog. Dit wordt veroorzaakt doordat het MJOP in 2024 een grote uitgave voorziet van circa € 120.000,-. Vaak zijn in het 20e jaar na realisatie enkele grote ingrepen voorzien, zoals in de installatietechniek of de dakbedekking.

De classificatie van het energieverbruik van dit gebouw is zeer zuinig. Daarin zit een mismatch met de energiekosten, mogelijk heeft de school een relatief hoog energietarief. Het gebouw is waarschijnlijk relatief goed geïsoleerd, wat bij het ontbreken van actieve koeling in de zomer bijdraagt aan de hoge temperatuur. De ruimtebehoefte wordt behandeld bij de hoofdlocatie van de school Smitshoek.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

30/51

Binnen de onderwijscapaciteit van dit gebouw zijn geen andere gebruikers aanwezig. De MFA waarin Smitshoek Brandsma-akker gehuisvest is, is Smitshoek Brandsma-akker (2003) gerealiseerd in 2003. Deze locatie is een dislocatie van de OW KOV GEM school Smitshoek. De technische en functionele kwaliteit van het Energielast Onderhoudslast gebouw is door zowel gemeente als het schoolbestuur Energieverbruik: Zeer zuinig beoordeeld als gemiddeld tot goed. Het binnenklimaat wordt Onderwijscapacit eit : echter als zeer slecht ervaren. Vooral in de kantoor-units worden problemen ervaren bij een buitentemperatuur van boven de 20 Onderwijsbehoeft e 2030: graden. De exploitatielasten van dit gebouw zijn relatief hoog. Medegebruik (enkel): 0 m² De hoge onderhoudslast wordt veroorzaakt door een grote Toeslag inclusief OW: uitgave in het MJOP in 2024. Circa 20 jaar na oplevering kan dit Vraag & aanbod 2030: Zie hoofdloc. gaan om grote investeringen zoals installatietechniek of dakbedekking. De hoge energiekosten hebben mogelijk te maken met een relatief duur energiecontract, de classificatie van het energieverbruik van dit gebouw is namelijk zeer zuinig. Het gebouw is waarschijnlijk goed geïsoleerd, maar dat zorgt zonder actieve koeling ook voor de hoge binnentemperatuur. De ruimtebehoefte wordt behandeld bij de hoofdlocatie van de school Smitshoek.

Binnen de onderwijscapaciteit van dit gebouw is één andere gebruiker aanwezig: ▪

BSO Kibeo, 105 m2 bvo, dubbelgebruik

OBS De Driehoek is gehuisvest in dezelfde MFA als de De Driehoek (2004) Smitshoek Kouwenhoven-akker. De technische en OW KOV GEM functionele kwaliteit van het gebouw is door zowel Energielast Onderhoudslast gemeente als schoolbestuur beschreven als gemiddeld tot Energieverbruik: Zuinig goed. Het binnenklimaat is matig beoordeeld, voor de Onderwijscapacit eit : 1.692 m² medewerkers wordt dit als kritisch ervaren. Deze school heeft Onderwijsbehoeft e 2030: 1.171 m² net zoals Smitshoek Kouwenhoven-Akker onderdeel uitgemaakt van de eerder benoemde pilot met betrekking Medegebruik (enkel): 0 m² tot het binnenklimaat. Naar aanleiding van deze pilot zijn Toeslag inclusief OW: 50 m² geen grootschalige bouwkundige of installatietechnische Vraag & aanbod 2030: 471 m² investeringen gedaan om het binnenklimaat te verbeteren. Daarnaast is aangegeven dat het gebouw functioneel niet goed bij het onderwijsconcept past, zonder onderbouwing. In het gebouw bevindt zich ook een BSO, die de functionaliteit als goed ervaart. De exploitatielasten voor dit gebouw zijn relatief hoog, zowel voor onderhoud als energie. Zie hiervoor ook Smitshoek Kouwenhoven-Akker. Het energieverbruik wordt geclassificeerd als zuinig. De leerlingontwikkeling laat voor de komende jaren een krimp zien, na een piek in 2023.

Het leerlingaantal daalt van 276 leerlingen in 2024 naar uiteindelijk 164 geprognosticeerde leerlingen in 2038. Dit vertaalt zich naar een ruimtebehoefte van 1.588 m2 in 2024 en een ruimtebehoefte van 1.025 m2 in 2038. Op de middellange termijn, in 2030, betekent dit dat het normatief ruimteoverschot toe zal nemen tot 471 m2 bvo. Op dit moment herkent de school niet het beeld dat er normatieve overmaat aanwezig is, wel dat deze op termijn zal ontstaan. Binnen de onderwijscapaciteit van dit gebouw zijn geen andere gebruikers aanwezig. CBS De Vrijenburg is gehuisvest in een MFA die is gerealiseerd in 2006. In 2011 is het gebouw uitgebreid. De technische en functionele kwaliteit van het gebouw is door zowel gemeente als schoolbestuur als gemiddeld beoordeeld. Klachten worden ervaren in het binnenklimaat van het gebouw. Aangegeven is dat van april t/m oktober de temperatuur in het gebouw hoog is, daar hebben zowel de leerlingen als leerkrachten last van. De school is gebouwd in

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

CBS De Vrijenburg (2006) OW KOV GEM Energielast Onderhoudslast Energieverbruik: Gemiddeld Onderwijscapacit eit : 2.545 m² Onderwijsbehoeft e 2030: 1.447 m² Medegebruik (enkel): 0 m² Toeslag inclusief OW: 60 m² Vraag & aanbod 2030: 1.038 m² 31/51

een periode waarin deze klachten herkenbaar zijn door het toepassen van suboptimale installatietechniek en het ontbreken van actieve koeling. Deze school heeft deel uitgemaakt van de eerder benoemde pilot met betrekking tot het binnenklimaat. Voor wat betreft de exploitatie zijn de energielasten voor dit gebouw hoog, maar de onderhoudslasten relatief laag. In het onderhoud worden de komende 3 jaar grote investeringen voorzien in het MJOP. De classificatie van het energieverbruik is gemiddeld. De leerlingontwikkeling laat voor de komende jaren een krimp zien, na een piek van het aantal leerlingen in 2024. Het leerlingaantal daalt van 363 leerlingen in 2024 tot 212 leerlingen in 2038. Dit vertaalt zich naar een ruimtebehoefte van 2.026 m 2 bvo in 2024 en een ruimtebehoefte van 1.266 m2 bvo in 2038. Dit betekent een verwacht overschot op middellange termijn (2030) van 1.038 m2 bvo in het gebouw. Binnen de onderwijscapaciteit van dit gebouw is één andere gebruiker aanwezig: ▪

BSO Kibeo Hertenburg, 82 m2 bvo, dubbelgebruik

Door het schoolbestuur is aangegeven dat het gebouw een wijkfunctie heeft. Veel kinderen maken daardoor na schooltijd gebruik van het plein. RKMBS De Trinoom is gehuisvest in een MFA die is BS De Trinoom (2002) gerealiseerd in 2002. De technische en functionele kwaliteit OW KOV GEM van het gebouw is gemiddeld tot goed. Het binnenklimaat is Energielast Onderhoudslast voor deze een aandachtspunt: in de zomer is het te warm en Energieverbruik: Zuinig in de winter is het te koud. Daarnaast wordt het gebouw volgens de gebruikers niet voldoende geventileerd. Ook dit Onderwijscapacit eit : 1.830 m² gebouw is gerealiseerd in een periode waarvan we nu Onderwijsbehoeft e 2030: 1.156 m² weten dat de installatietechniek een aandachtspunt is. De Medegebruik (enkel): 56 m² energiekosten zijn niet beschikbaar, maar de Toeslag inclusief OW: 50 m² onderhoudslasten zijn opvallend hoog. In het MJOP worden Vraag & aanbod 2030: 568 m² in 2025, 2026 en 2031 forse onderhoudsinvesteringen verwacht. De classificatie van het energieverbruik is zuinig. Daarnaast geeft de school aan dat de verkeerssituatie rondom de school onveilig is. De leerlingontwikkeling laat voor de komende jaren een krimp zien. Het leerlingaantal daalt van 221 in 2024 tot 182 leerlingen in 2038. Dit vertaalt zich naar een ruimtebehoefte van 1.321 m2 bvo in 2024 en een ruimtebehoefte van 1.115 m2 in 2038.

Op middellange termijn (2030) verwachten we een overschot van 568 m2 bvo in het gebouw. Het overschot in onderwijscapaciteit wordt op dit moment deels gevuld met de volgende gebruiker: ▪

KDV Peutergroep De Trinoom, 56 m2 bvo, enkelgebruik

IKC Cadans is in augustus 2022 gestart en is gehuisvest in een IKC Cadans (2002) MFA die is gerealiseerd in 2002, in hetzelfde gebouw als OW KOV GEM RKMBS De Trinoom. De technische en functionele kwaliteit Energielast Onderhoudslast van het gebouw is goed beoordeeld. Het binnenklimaat is net als bij De Trinoom voor deze school een aandachtspunt. Energieverbruik: Zuinig De exploitatielasten van dit gebouw zijn relatief laag. De Onderwijscapacit eit : 450 m² classificatie van het energieverbruik is zuinig. De Onderwijsbehoeft e 2030: 446 m² leerlingontwikkeling laat voor de komende jaren een groei Medegebruik (enkel): 53 m² zien. Het leerlingaantal stijgt van 13 in 2024 tot 50 leerlingen in Toeslag inclusief OW: 0 m² 2038. Dit vertaalt zich naar een ruimtebehoefte van 256 m 2 in 2 Vraag & aanbod 2030: -49 m² 2024 en een ruimtebehoefte van 452 m in 2038. IKC Cadans beschikt op dit moment over 450 m2 bvo binnen hetzelfde gebouw als De Trinoom. Om de rijksbekostiging te behouden dient deze school echter binnen 8 jaar te groeien tot de stichtingsnorm. In de gemeente Barendrecht is dat 302 leerlingen. Binnen 4 jaar na het stichten van de school dient de helft van de stichtingsnorm behaald te zijn. Binnen de onderwijscapaciteit van dit gebouw zijn de volgende andere gebruikers aanwezig: ▪

Peuteropvang, 53 m2 bvo, enkelgebruik

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

32/51

▪

BSO, dubbelgebruik

Discovery College VSO is gehuisvest in een gebouw dat is Discovery College (2007) gerealiseerd in 2007. De technische en functionele kwaliteit OW GEM van het gebouw is gemiddeld beoordeeld. De Energielast Onderhoudslast luchtbehandeling/het klimaat is onvoldoende beoordeeld. Ook voor dit gebouw geldt dat het is gerealiseerd in een Energieverbruik: Gemiddeld periode waarvan op dit moment bekend is dat de installaties Onderwijscapacit eit : 2.310 m² een aandachtspunt zijn. De energielasten van dit gebouw Onderwijsbehoeft e 2030: 2.245 m² zijn laag, de onderhoudslasten zijn relatief hoog. Dit wordt Medegebruik (enkel): 0 m² met name veroorzaakt doordat in 2031 een grote investering Toeslag inclusief OW: 80 m² verwacht wordt in het MJOP. De classificatie van het energieverbruik is gemiddeld. De school heeft geen Vraag & aanbod 2030: -15 m² separate energiemeter, daardoor is een aanname gedaan in de verdeling van de energie tussen het zorggedeelte en het onderwijsgedeelte van het gebouw. De leerlingontwikkeling is voor de komende jaren naar verwachting relatief stabiel. Het leerlingaantal daalt naar verwachting van 182 leerlingen in 2024 tot 175 leerlingen in 2038. Dit vertaalt zich naar een ruimtebehoefte van 2.220 m2 in 2024 en een ruimtebehoefte van 2.135 m2 in 2038. Dit betekent een beperkt tekort van 15 m2 in het gebouw.

Dit is niet voldoende tekort voor het recht op permanente of tijdelijke uitbreiding van capaciteit. Het onderwijsgedeelte van het gebouw bestaat uit 1.677 m2, daarnaast huurt de gemeente voor 15 jaar vanaf 2017 633 m2 (4 lokalen) van het zorggedeelte van het gebouw. De totale onderwijscapaciteit is daarmee 2.310 m2 bvo. De prognoses laten zien dat deze extra lokalen vooralsnog nodig zijn. Indien de lokalen vanaf 2032 niet langer gebruikt kunnen worden zou het tekort op lange termijn oplopen naar 648 m 2 bvo. Binnen de onderwijscapaciteit van dit gebouw zijn geen andere gebruikers aanwezig. OBS De Zeppelin is gehuisvest in een MFA die is gerealiseerd OBS De Zeppelin (2000) in 2000. De technische en functionele kwaliteit van het OW KOV GEM gebouw is gemiddeld. Het binnenklimaat wordt beoordeeld Energielast Onderhoudslast als matig. Ook hier geldt het eerder benoemde Energieverbruik: Zuinig aandachtspunt van de installaties van gebouwen die gerealiseerd zijn rond deze periode. De energielasten van dit Onderwijscapacit eit : 1.837 m² gebouw zijn relatief hoog, de onderhoudslasten relatief laag. Onderwijsbehoeft e 2030: 1.236 m² In de komende jaren, 2024 en 2025, worden in het MJOP nog Medegebruik (enkel): 315 m² enige grote ingrepen verwacht. De classificatie van het Toeslag inclusief OW: 55 m² energieverbruik is zuinig.

De leerlingontwikkeling laat voor de Vraag & aanbod 2030: 231 m² komende jaren een krimp zien. Het leerlingaantal daalt van 263 in 2024 tot 214 leerlingen in 2038. Dit vertaalt zich naar een ruimtebehoefte van 1.523 m2 in 2024 en een ruimtebehoefte van 1.276 m2 in 2038. Op middellange termijn (2030) verwachten we daarmee een overschot van 231 m2 bvo in het gebouw. Het schoolbestuur stuurt op een groei van deze locatie naar circa 350 leerlingen, tegen de verwachtingen van de prognoses in. Onderwijscapaciteit in het gebouw wordt door de gemeente verhuurd, niet door het schoolbestuur. Een deel van deze normatieve leegstand wordt opgevuld door de volgende gebruikers: ▪ ▪ ▪

BSO Kibeo, 105 m2 bvo, enkelgebruik. KDV Kibeo, 105 m2 bvo, enkelgebruik. PSG Kibeo, 105 m2 bvo, enkelgebruik.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

33/51

Huisvestingsingrepen IHP voor Barendrecht West Op basis van de bovenstaande beschreven knelpunten worden de volgende huisvestingsingrepen voorgesteld: ▪

▪

▪

▪

▪

▪

▪

Smitshoek Riederhof, Brandsma-akker & Kouwenhoven-akker: de locatie Smitshoek Brandsma-Akker is een semi-permanente locatie. Volgens de laatste prognoses kan deze locatie omstreeks 2030 in overleg met het schoolbestuur afgestoten worden. Daarvoor is het nodig om de ruimte binnen het gebouw van de locatie Smitshoek Kouwenhoven-Akker en De Driehoek te herverdelen. OBS De Driehoek: volgens de laatste prognoses kan omstreeks 2030, in overleg met het schoolbestuur, ruimte afgestaan worden aan de school Smitshoek, zodat de locatie Smitshoek Brandsma-Akker afgestoten kan worden. CBS De Vrijenburg: op deze school ontstaat op termijn een forse normatieve leegstand. In fase 1 van het IHP dienen de mogelijkheden onderzocht te worden om in overleg met het schoolbestuur gebouwdelen fysiek af te stoten of in te vullen met andere gebruikers, mogelijk in combinatie met het Integraal Accommodatieplan. IKC Cadans: voor deze relatief nieuwe school dient de leerlingontwikkeling gemonitord te worden, zodat de gemeente en het schoolbestuur tijdig kunnen sturen op passende huisvesting. Daarnaast geldt voor deze school dat de stichtingsnorm behaald dient te worden om de rijksbekostiging te behouden. RKMBS De Trinoom: op deze locatie ontstaat op termijn een forse normatieve leegstand.

In fase 1 van het IHP dienen de mogelijkheden onderzocht te worden om in overleg met het schoolbestuur gebouwdelen fysiek af te stoten of in te vullen met andere gebruikers, mogelijk in combinatie met het Integraal Accommodatieplan. Discovery College: in 2032 loopt het huurcontract af van de 4 additionele lokalen die door de gemeente gehuurd worden van het zorggedeelte van het gebouw. Vooralsnog blijkt de aanvullende ruimte ook op langere termijn nodig te zijn. De gemeente en Yulius gaan hier volgend jaar over in gesprek om tijdig afspraken te maken. OBS De Zeppelin: op deze locatie ontstaat op termijn een forse normatieve leegstand. Het schoolbestuur heeft de ambitie om deze trend te keren, daarom dienen de leerlingprognoses gemonitord te worden zodat zowel gemeente als schoolbestuur tijdig kunnen sturen op passende huisvesting. Indien de ruimteoverschotten aanhouden dienen in fase 1 van het IHP in overleg met het schoolbestuur de mogelijkheden onderzocht te worden om gebouwdelen fysiek af te stoten of in te vullen met andere gebruikers, mogelijk in combinatie met het Integraal Accommodatieplan.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

34/51

7.2 Barendrecht Centrum

De Wilgen SO

De Wijngaard SBO 1

Dr. Schaepmanschool Evertsenstraat

Rehobothschool

CBS Het Kompas 3

OBS de Draaimolen Bachlaan CBS Gr v Prinsterer Stellingmolen OBS de Draaimolen Stellingmolen

CBS Gr v Prinsterer Torenmolen

CBS Gr v Prinsterer Hedwigepolder

1 1 3

Leerlingprognose scholen Barendrecht Centrum

2500 2000 1500 1000 500 0 2024

2030

Leerlingaantallen BO Ruimtebehoefte vs. permanente capaciteit Barendrecht Centrum Inclusief: afstoten De Wijngaard Exclusief: (mogelijk) afstoten deel Rehoboth

2035

2038

Leerlingaantallen S(B)O

15.000 m² 10.000 m² 5.000 m² 0 m² 2024 Ruimtetoeslag inclusief onderwijs Ruimtebehoefte

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

2030

2035 2038 Medegebruik onderwijscapaciteit m² bvo capaciteit 35/51

Op wijkniveau constateren we dat de vraag en het aanbod redelijk in balans zijn. Over de gehele wijk is er voor het primair onderwijs voldoende onderwijscapaciteit aanwezig om aan alle vraag te kunnen voldoen, zelfs met het medegebruik en de capaciteit voor inclusiever onderwijs daarin meegenomen. Uitzondering daarop is de capaciteit van De Wilgen SO. De meeste scholen in deze wijk zijn van voor het jaar 2000 en een aantal daarvan kunnen op middellange tot lange termijn mogelijk toe zijn aan vernieuwing. Ook voor deze wijk geldt dat diverse scholen problemen ervaren met het binnenklimaat. De Wilgen SO is gehuisvest in een gebouw dat is gerealiseerd De Wilgen (1995) in 1995 en in uitgebreid in 2017. Deze uitbreiding was OW GEM specifiek gericht op onderwijs. De technische en functionele Energielast Onderhoudslast kwaliteit van het gebouw is gemiddeld. De energielasten Energieverbruik: Onzuinig van dit gebouw zijn relatief hoog, de onderhoudslasten zijn relatief laag. In het MJOP wordt in 2025 een grote ingreep in Onderwijscapacit eit : 1.434 m² het gebouw voorzien. De classificatie van het Onderwijsbehoeft e 2030: 1.743 m² energieverbruik is onzuinig, passend bij een gebouw van Medegebruik (enkel): 0 m² deze leeftijd. De leerlingontwikkeling laat voor de komende Toeslag inclusief OW: 70 m² jaren een lichte groei zien.

Het leerlingaantal groeit van 146 Vraag & aanbod 2030: -379 m² in 2024 tot 164 leerlingen in 2038. Dit vertaalt zich naar een ruimtebehoefte van 1.655 m2 in 2024 en een ruimtebehoefte van 1.813 m2 in 2038. Dit betekent in 2024 een tekort van 281 m2 bvo in het gebouw, en op de middellange termijn (2030) een tekort van 379 m2 bvo in het gebouw. Door het schoolbestuur is aangegeven dat uitbreiding op dit moment (in 2024) niet aan de orde is, ondanks dat deze school formeel extra ruimte zou kunnen aanvragen. Op dit moment zijn er nog voldoende lokalen aanwezig en wordt een deel van het ruimtetekort opgelost door gebruik te maken van de zorgvoorzieningen in het naastgelegen gebouw. Door de op handen zijnde verbouwing eind 2024 zal vanaf schooljaar 2025-2026 vermoedelijk uitbreiding noodzakelijk zijn. Het ruimtetekort dient jaarlijks tussen het schoolbestuur en de gemeente geëvalueerd te worden, zodat ingegrepen kan worden wanneer dat nodig is. Daarnaast is door Yulius aangegeven dat de zorgbehoeftes en ondersteuning steeds zwaarder wordt voor deze doelgroep, en daardoor in de praktijk meer ruimte benodigd is dan de norm voorschrijft. Denk daarbij aan spreekkamers, behandelkamers en kantoren. Binnen de onderwijscapaciteit zijn geen andere gebruikers aanwezig. De Wijngaard SBO is op dit moment gehuisvest in een gebouw uit 1977.

Deze school maakt onderdeel uit van de lopende onderwijscarrousel en wordt naar verwachting eind 2024 opgeleverd. Een deel van het huidige gebouw (tussengedeelte begane grond en de eerste verdieping) wordt na de verhuizing terug overgedragen aan de Dr. Schaepmanschool Evertsenstraat. Formeel was dit gedeelte altijd onderdeel van de capaciteit van de Dr. Schaepmanschool, maar in gebruik door De Wijngaard SBO. De verwachting is dat de rest van het huidige gebouw op termijn afgestoten wordt, maar zou ook nog ingezet kunnen worden als wissellocatie voor projecten op de langere termijn. OBS De Draaimolen Bachlaan is gehuisvest in een gebouw dat is gerealiseerd in 1998. Deze school de hoofdlocatie van de school De Draaimolen. De technische en functionele kwaliteit van het gebouw is gemiddeld. Het binnenklimaat wordt als slecht ervaren. Zowel de energie- als onderhoudslast van dit gebouw zijn laag. Het MJOP laat geen grote pieken zien in de komende 10 jaar, de onderhoudslasten zijn relatief gelijkmatig verspreid. De classificatie van het energieverbruik is zeer zuinig. Het schoolbestuur heeft aangegeven dat het gebouw is voorzien van zonnepanelen. Deze school verspreidt zich over 2 locaties, maar wordt door de gemeente als één school gezien. De leerlingontwikkeling laat voor de komende jaren een lichte krimp zien. Het leerlingaantal daalt in totaal van 312

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

OBS De Draaimolen Bachlaan (1998) OW GEM Energielast Onderhoudslast Energieverbruik: Zeer zuinig Onderwijscapacit eit : 2.147 m² Tijdelijke onderwijscap: 203 m² Onderwijsbehoeft e 2030: 1.618 m² Medegebruik (enkel): 0 m² Toeslag inclusief OW: 45 m² Vraag & aanbod 2030: 687 m²

36/51

in 2024 tot 293 leerlingen in 2038. Dit vertaalt zich naar een ruimtebehoefte van 1.769 m2 in 2024 en een ruimtebehoefte van 1.674 m2 in 2038 (inclusief 2x een vaste voet). Op de middellange termijn (2030) verwachten we een normatief ruimteoverschot van 687 m2 over beide locaties, inclusief de tijdelijke capaciteit. Op deze locatie van De Draaimolen wordt ook het nieuwkomersonderwijs van de gemeente gefaciliteerd in de vorm van schakelklassen. Deze leerlingen krijgen in kleinere klassen les (vergelijkbaar met sbo-norm), daardoor geeft het normatieve overschot een vertekend beeld. De school geeft aan dat in de praktijk het normatieve overschot ingevuld wordt door de schakelklassen. Binnen de onderwijscapaciteit zijn geen andere gebruikers aanwezig op deze locatie. OBS De Draaimolen Stellingmolen is gehuisvest in een gebouw dat is gerealiseerd in 1989. Deze locatie is een dislocatie van de school De Draaimolen. De technische en functionele kwaliteit van het gebouw is matig tot slecht beoordeeld door zowel het schoolbestuur als de gemeente. De energielasten van dit gebouw zijn gemiddeld, de onderhoudslasten zijn relatief laag. In 2030 wordt een grote investering voorzien in het MJOP, in de andere jaren is de planmatig onderhoudslast relatief laag. De classificatie van het energieverbruik is zuinig.

De leerlingontwikkeling is opgenomen bij de hoofdlocatie, daar wordt weergegeven dat voor de school over beide locaties op middellange termijn een overschot van 529 m2 bvo verwacht kan worden.

OBS De Draaimolen Stellingmolen (1989) OW KOV GEM Energielast Onderhoudslast Energieverbruik: Zuinig Onderwijscapacit eit : Onderwijsbehoeft e 2030: Medegebruik (enkel): 0 m² Toeslag inclusief OW: Vraag & aanbod 2030: Zie hoofdloc.

Binnen de onderwijscapaciteit zijn een aantal andere gebruikers aanwezig waardoor het normatief ruimteoverschot deels wordt teruggedrongen: ▪

BSO en PG Marlynemolen, 2 x 67 m2 bvo, dubbelgebruik (deels gebruik van het speellokaal)

CBS Gr v Prinsterer Stellingmolen is gehuisvest in een gebouw CBS Gr V Prinsterer Stellingmolen dat is gerealiseerd in 1995. In 2003 heeft er een uitbreiding (1995) plaatsgevonden. Locatie Stellingmolen is de hoofdlocatie van deze school. De technische en functionele kwaliteit van OW GEM het gebouw is gemiddeld beoordeeld. Het binnenklimaat en Energielast Onderhoudslast de installaties zijn aangegeven als aandachtspunt. Volgens Energieverbruik: Zuinig het schoolbestuur is dit voornamelijk te danken aan de Onderwijscapacit eit : 2.857 m² ramen die niet altijd te openen zijn en het gebrek aan een Onderwijsbehoeft e 2030: 2.759 m² airco of klimaatbeheersing in alle lokalen. De energielasten Medegebruik (enkel): 0 m² van dit gebouw zijn laag, de onderhoudslasten zijn echter hoog. In de komende jaren wordt in 2024, 2026, 2030 en 2031 Toeslag inclusief OW: 110 m² een forse investering voorzien in het planmatig onderhoud. Vraag & aanbod 2030: -12 m² De classificatie van het energieverbruik is zuinig, dit is gezien het bouwjaar opvallend. Mogelijk gaan de gebruikers bewust om met het gebouw, maar ook het ontbreken van installaties zal een rol spelen in het beperkte energieverbruik. Deze school verspreidt zich over 2 locaties en 3 gebouwen, maar wordt door de gemeente als één school gezien. De leerlingontwikkeling is naar verwachting de komende jaren stabiel.

Het leerlingaantal stijgt in totaal van 472 leerlingen in 2024 tot 477 leerlingen in 2038. Dit vertaalt zich naar een ruimtebehoefte van 2.774 m 2 in 2024 en een ruimtebehoefte van 2.799 m2 in 2038 (inclusief 2x een vaste voet). Op middellange termijn betekent een beperkt tekort van 12 m2 over alle locaties. Binnen de onderwijscapaciteit zijn geen andere gebruikers aanwezig.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

37/51

CBS Gr v Prinsterer Torenmolen is gehuisvest in een gebouw dat is gerealiseerd in 1995. Dit gebouw is een dislocatie van de Groen van Prinstererschool. De technische en functionele kwaliteit zijn door het schoolbestuur zeer slecht beoordeeld, terwijl volgens de gemeente de technische staat van gebouw matig tot redelijk is. Verder onderzoek dient uit te wijzen waar dit verschil vandaan komt. De energielasten van dit gebouw zijn relatief laag. De classificatie van het energieverbruik is zuinig. Het gebouw komt uit hetzelfde bouwjaar als de locatie Stellingmolen, daar spelen dan ook dezelfde aandachtspunten. De leerlingontwikkeling wordt beschreven bij de hoofdlocatie.

CBS Gr V Prinsterer Torenmolen (1995) OW KOV GEM Energielast Onderhoudslast Energieverbruik: Zuinig Onderwijscapacit eit : Onderwijsbehoeft e 2030: Medegebruik (enkel): 0 m² Toeslag inclusief OW: Vraag & aanbod 2030: Zie hoofdloc.

Binnen de onderwijscapaciteit zijn geen andere gebruikers aanwezig. CBS Gr v Prinsterer Hedwigepolder, ook een dislocatie van de Groen van Prinstererschool, is gehuisvest in een MFA die is gerealiseerd in 2014. De technische en kwaliteit van het gebouw is gemiddeld. Het binnenklimaat en de functionele staat is aangegeven als aandachtspunt. De energielasten zijn voor een dergelijk jong gebouw zijn relatief hoog, de onderhoudslasten zijn relatief laag. Dit past bij een gebouw waar in de komende jaren weinig grootschalige investeringen verwacht worden. De classificatie van het energieverbruik is zuinig. De leerlingontwikkeling wordt beschreven bij de hoofdvestiging.

CBS Gr V Prinsterer Hedwigepolder (2014) OW KOV GEM Energielast Onderhoudslast Energieverbruik: Zuinig Onderwijscapacit eit : Onderwijsbehoeft e 2030: Medegebruik (enkel): 0 m² Toeslag inclusief OW: Vraag & aanbod 2030: Zie hoofdloc.

Voor dit schoolgebouw is aangegeven dat er veel technische problemen zijn sinds de oplevering in 2014. Nader onderzoek loopt om dit verder te duiden en te achterhalen of dit constructiefouten zijn (verantwoordelijkheid gemeente) of onderhoud betreft (verantwoordelijkheid schoolbestuur). Binnen de onderwijscapaciteit zijn geen andere gebruikers aanwezig. De Dr. Schaepmanschool Evertsenstraat is gehuisvest in een MFA die is gerealiseerd in 2003. Deze locatie is een dislocatie van de Dr. Schaepmanschool. In 2011 heeft er een uitbreiding plaatsgevonden. De technische en functionele kwaliteit van het gebouw is gemiddeld beoordeeld. De onderhoudslasten van dit gebouw zijn relatief hoog. In de komende jaren worden forse investeringen verwacht in het planmatig onderhoud. Dit past bij de leeftijd van het gebouw (20 jaar). De classificatie van het energieverbruik is onzuinig, wat minder goed is dan verwacht zou kunnen worden aan de hand van de leeftijd van het gebouw. De leerlingontwikkeling wordt bij de hoofdlocatie verder uiteengezet.

Dr Schaepmanschool Evertsenstraat (2003) OW KOV GEM Energielast Onderhoudslast Energieverbruik: Onzuinig Onderwijscapacit eit : Onderwijsbehoeft e 2030: Medegebruik (enkel): 0 m² Toeslag inclusief OW: Vraag & aanbod 2030: Zie hoofdloc.

Na de uithuizing van de naastgelegen school De Wijngaard SBO krijgt de Dr. Schaepmanschool een gedeelte van de capaciteit die nu in gebruik is bij De Wijngaard, terug in gebruik. Binnen de onderwijscapaciteit zijn geen andere gebruikers aanwezig.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

38/51

De Rehoboth-School is gehuisvest in een gebouw dat is Rehoboth-School (1982) gerealiseerd in 1982. De technische en functionele kwaliteit OW GEM van het gebouw wordt zowel door de gemeente als het Energielast Onderhoudslast schoolbestuur matig tot slecht beoordeeld. De energielasten Energieverbruik: Gemiddeld van het gebouw zijn gemiddeld, de onderhoudslasten zijn Onderwijscapacit eit : 1.946 m² relatief laag. De grootste pieken die verwacht worden in het onderhoud vallen in 2027 en 2030. Het belangrijkste Onderwijsbehoeft e 2030: 1.588 m² aandachtspunten voor dit gebouw zijn de installaties en het Medegebruik (enkel): 140 m² binnenklimaat. De classificatie van het energieverbruik is Toeslag inclusief OW: 75 m² gemiddeld, wat beter is dan op basis van het bouwjaar Vraag & aanbod 2030: 143 m² verwacht kan worden. De school heeft in 2020 geïnvesteerd in LED verlichting, maar verder is geen sprake van duurzaamheidsmaatregelen. De leerlingontwikkeling blijft naar verwachting redelijk stabiel. Het aantal leerlingen blijft tussen de circa 280 en 270 leerlingen tussen 2024 en 2038. De normatieve ruimtebehoefte ligt in 2024 op 1.603 m2 bvo en wijkt daar naar de toekomst toe weinig van af. Op middellange termijn (2030) wordt een normatief ruimteoverschot verwacht van 143 m2 bvo.

Binnen de onderwijscapaciteit zijn een aantal andere gebruikers aanwezig waardoor het normatief ruimteoverschot deels wordt teruggedrongen: ▪ ▪ ▪

kerk maakt gebruik van de aula, dubbelgebruik bso 70 m2 bvo, enkelgebruik peutergroep per 1/8/2024, 70 m2 bvo, enkelgebruik

CBS Het Kompas is gehuisvest in een gebouw dat is CBS Het Kompas (2011) gerealiseerd in 2011. De technische en functionele kwaliteit van het gebouw wordt door zowel gemeente als het OW KOV GEM schoolbestuur beoordeeld als redelijk tot goed. Een Energielast Onderhoudslast aandachtspunt is het binnenklimaat op de bovenste Energieverbruik: Zuinig verdieping, daar loopt de temperatuur te hoog op. Voor wat Onderwijscapacit eit : 1.915 m² betreft de exploitatie zijn de energielasten relatief laag, Onderwijsbehoeft e 2030: 1.739 m² maar zijn de onderhoudskosten hoog. Dit wordt met name Medegebruik (enkel): 90 m² veroorzaakt door een zeer hoge onderhoudsinvestering verwacht in 2030. Mogelijk zijn dit in circa 20 jaar na de Toeslag inclusief OW: 80 m² oplevering ingrepen in de installaties van het gebouw. De Vraag & aanbod 2030: 6 m² classificatie van het energieverbruik is zuinig. De leerlingontwikkeling blijft de komende jaren naar verwachting relatief stabiel, maar daalt rond 2028 en neemt daarna weer licht toe tot de huidige leerlingaantallen rond 2038. Op middellange termijn (2030) wordt een normatief ruimteoverschot van 6 m2 bvo verwacht. Binnen de onderwijscapaciteit zijn een aantal andere gebruikers aanwezig waardoor het normatief ruimteoverschot deels wordt teruggedrongen: ▪ ▪

KDV Marlynehoeve, 90 m2 bvo, enkelgebruik BSO Marlynehoeve, 60 m2 bvo, dubbelgebruik

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

39/51

Lopende projecten Barendrecht Centrum ▪

De Wijngaard SBO

Huisvestingsingrepen IHP voor Barendrecht Centrum Op basis van de bovenstaande beschreven knelpunten worden de volgende huisvestingsingrepen voorgesteld: ▪ ▪

▪ ▪

▪

▪

De Wilgen SO: jaarlijkse evaluatie ruimtebehoefte in relatie tot het recht op uitbreiding. Vermoedelijk noodzakelijk vanaf schooljaar 2025-2026. CBS Gr v Prinsterer Stellingmolen & Torenmolen: (ver)nieuwbouw in 2035 indien de technische staat daartoe aanleiding geeft. Voorafgaand hieraan dient een integraal gebiedsplan opgesteld te worden voor de behoeftes aan brede maatschappelijke voorzieningen in deze wijk, zodat die in het nieuwbouwplan meegenomen kunnen worden. Onderdeel van dit plan is ook de (ver)nieuwbouw van De Draaimolen Stellingmolen. CBS Gr v Prinsterer Hedwigepolder: onderzoek naar opleverproblemen in fase 1. Dr. Schaepmanschool Evertsenstraat: overdracht deel van capaciteit De Wijngaard na verhuizing van deze school. Formeel is hiervoor geen wijziging nodig, omdat dit reeds bij de onderwijscapaciteit behoort van deze school. Rehoboth-School: vernieuwbouw eindfase 1 of beginfase 2, eventueel in combinatie met DUMAVA subsidie. De subsidie kan vanaf 2024 aangevraagd worden. Indien de subsidie wordt toegekend dient het project binnen 3 jaar gerealiseerd te worden. Het schoolbestuur heeft hiervoor al de nodige planvorming voorbereid en heeft een visie op een volledige vernieuwbouw waarbij de volledige uitvoering plaatsvindt in de zomerperiode (7 weken). Hierdoor is tijdelijke huisvesting waarschijnlijk niet nodig.

Bij het project dient onderzocht te worden of het haalbaar en wenselijk is om in overleg met het schoolbestuur een deel van het normatief ruimteoverschot af te stoten of in te vullen met andere gebruikers. OBS De Draaimolen Stellingmolen: (ver)nieuwbouw in 2035 indien de technische staat daartoe aanleiding geeft. Voorafgaand hieraan dient een integraal gebiedsplan opgesteld te worden voor de behoeftes aan brede maatschappelijke voorzieningen in deze wijk, zodat die in het nieuwbouwplan meegenomen kunnen worden. Onderdeel van dit plan is ook de (ver)nieuwbouw van de Groen van Prinsterer Stellingmolen en Torenmolen.

Op de volgende scholen voorzien we binnen dit IHP geen huisvestingsingrepen: ▪ ▪

OBS De Draaimolen Bachlaan: instandhouding CBS Het Kompas: instandhouding

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

40/51

7.3 Barendrecht Oost

CBS De Hoeksteen

De Rank (V)SO

Dr. Schaepmanschool Marijkesingel

CBS De Ark OBS De Tweemaster

Leerlingprognose scholen Barendrecht Oost

1400 1200 1000 800 600 400 200 0 2024

Ruimtebehoefte vs. permanente capaciteit Barendrecht Centrum Inclusief: Mutaties De Rank, De Wijngaard & De Tweemaster Exclusief: eventuele mutaties De Ark

2030

Leerlingaantallen BO

2035

2038

Leerlingaantallen S(B)O

15000 10000

5000 0 2024 2030 Ruimtetoeslag inclusief onderwijs Ruimtebehoefte

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

2035 2038 Medegebruik onderwijscapaciteit m² bvo capaciteit 41/51

Op wijkniveau constateren we dat een aantal locaties op de korte termijn gepland staan voor (vervangende) nieuwbouw. Door deze onderwijscarrousel neemt de aanwezige capaciteit en daarmee de normatieve leegstand tijdelijk toe. Op langere termijn kan de wissellocatie afgestoten worden, maar ook na de periode is er op wijkniveau een normatieve overcapaciteit aanwezig. Na afronding van de lopende projecten zijn in de wijk geen gebouwen meer aanwezig van voor 2017. De kwaliteit van de gebouwen staat er dan ook goed bij. CBS De Hoeksteen is gehuisvest in een MFA die is CBS De Hoeksteen (2017) gerealiseerd in 2017. De technische en functionele kwaliteit OW KOV GEM van het gebouw is door de gemeente als goed beoordeeld. Energielast Onderhoudslast Door het schoolbestuur is het binnenklimaat aangegeven als Energieverbruik: Zuinig aandachtspunt, met name de warmte in de zomer door het gebrek aan een actieve koeling. Zowel de energielasten als Onderwijscapacit eit : 1.470 m² de onderhoudslasten van dit gebouw zijn relatief laag, Onderwijsbehoeft e 2030: 1.231 m² passend bij het bouwjaar. Het energieverbruik van deze Medegebruik (enkel): 0 m² locatie wordt geclassificeerd als zuinig. De Toeslag inclusief OW: 55 m² leerlingontwikkeling blijft naar verwachting relatief stabiel. Vraag & aanbod 2030: 184 m² Het aantal leerlingen daalt van 205 leerlingen in 2024 naar 199 leerlingen in 2038.

Op de middellange termijn (2030) geeft dat een normatief ruimteoverschot van 184 m2 bvo. Dit is inclusief het aandeel in de gemeenschappelijke ruimte van het gebouw (300 m2 bvo). Het schoolbestuur heeft een groeiambitie voor deze school naar een gezond te exploiteren school. Dat strookt vooralsnog niet met de leerlingprognoses. Binnen de onderwijscapaciteit is de volgende gebruiker aanwezig: ▪

Eiland Marlyne, 210 m2 bvo, dubbelgebruik.

De Dr. Schaepmanschool Marijkesingel is de hoofdlocatie Dr Schaepmanschool Marijkesingel van de Dr. Schaepmanschool gehuisvest in een MFA die is (2013) gerealiseerd in 2013. De technische en functionele kwaliteit OW KOV GEM van het gebouw is zowel door de gemeente als het schoolbestuur als goed beschreven. Voor wat betreft de Energielast Onderhoudslast exploitatie zijn de onderhoudskosten van het gebouw relatief Energieverbruik: Zeer zuinig hoog, in het MJOP staan met name hoge onderhoudslasten Onderwijscapacit eit : 2.915 m² voorzien in 2023, 2029 en 2031. De kosten voor gas, water en Onderwijsbehoeft e 2030: 2.860 m² elektra zijn niet bekend. Deze school verspreidt zich over 2 Medegebruik (enkel): 0 m² locaties en 2 gebouwen, maar wordt door de gemeente als Toeslag inclusief OW: 115 m² één school gezien. Het energieverbruik van deze locatie wordt geclassificeerd als zeer zuinig, passend bij het Vraag & aanbod 2030: -60 m² bouwjaar. De leerlingontwikkeling van deze school is volgens de prognoses relatief stabiel. In 2024 heeft de school in totaal 517 leerlingen, naar verwachting heeft de school in 2038 489 leerlingen. Daarmee loopt de normatieve ruimtebehoefte af van 3.001 m2 bvo in 2024 (inclusief 2x een vaste voet) naar 2.860 m2 bvo in 2038.

Op middellange termijn (2030) beschikt de school over beide locaties een normatief ruimtetekort van 60 m2 bvo (inclusief 2x een vaste voet). Hierin is de aanvullende oppervlakte vanuit de huidige De Wijngaard nog niet meegenomen, door de overdracht van deze capaciteit op korte termijn als onderdeel van de onderwijscarrousel wordt dit tekort opgelost. Door de school is aangegeven dat er op de locatie Marijkesingel een tekort aan onderwijscapaciteit wordt ervaren, en op de dislocatie Evertsenstraat een overschot ontstaat. Op dit moment is binnen de onderwijscapaciteit is de volgende gebruiker aanwezig: ▪

BSO Dr. Schaepman, 56 m2 bvo, dubbelgebruik

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

42/51

Op deze schoollocatie loopt een ontwikkeling tot IKC-vorming. Zowel school als een aangesloten opvangpartij hebben de wens om het gebouw uit te breiden om ook dagopvang te kunnen huisvesten. De gesprekken hierover lopen met de gemeente. Het nog op te stellen beleid zoals benoemd in het hoofdstuk ‘visie’ kan daarvoor verdere richting geven. De Rank (V)SO, De Tweemaster en De Ark maken ook onderdeel uit van deze wijk en zijn onderdeel van de eerder beschreven lopende onderwijscarrousel. Stationstuinen is een nieuwe ontwikkeling in Barendrecht waar naar verwachting 3.500 tot 4.000 woningen worden gerealiseerd. De gemeente Barendrecht is betrokken bij de planvorming en het plannen van de nodige maatschappelijke voorzieningen in de wijk. Op dit moment is nog veel onduidelijk over de planvorming in deze wijk. Zo is nog niet exact bekend hoeveel woningen gerealiseerd gaan worden en welk type woningen dit zijn. Daarom is op het dit moment nog niet te bepalen welke omvang aan kindvoorzieningen nodig zal zijn. Op enig moment zal de gemeente een investering kunnen verwachten voor een school, in welke ordegrootte dat zal zijn is pas op een later moment bekend.

Lopende projecten Barendrecht Oost: ▪ ▪ ▪ ▪

Vernieuwbouw De Rank (in combinatie met De Wijngaard) aan de Dierensteinweg Vernieuwbouw IKC De Tweemaster locatie Dorpsstraat Oost Realisatie tijdelijke huisvesting CBS De Ark, locatie Schoener Herontwikkeling CBS De Ark, locatie Klipper

Huisvestingsingrepen IHP voor Barendrecht Oost: Op basis van de bovenstaande beschreven knelpunten worden de volgende huisvestingsingrepen voorgesteld: ▪

▪

▪

CBS De Hoeksteen: monitoring leerlingontwikkeling in relatie tot de groeiambities voor deze school. Indien de school tegen de verwachtingen van de prognoses in weet te groeien, is verwijzing van ruimte of uitbreiding mogelijk aan de orde. Dr. Schaepmanschool Marijkesingel: na het overdragen van de ruimte vanuit De Wijngaard SBO heeft de school over beide locaties een normatief ruimteoverschot. Op dit moment ervaart de school nog een ruimtetekort zonder deze ruimte. Na de overdracht dient geëvalueerd te worden in hoeverre de school baat heeft gehad bij deze extra ruimte. Mogelijk kan het normatief overschot in overleg met het schoolbestuur ingevuld worden met andere functies of kan het bouwdeel vanuit SBO De Wijngaard alsnog afgestoten worden. Voorziening onderwijs in de Stationstuinen: op dit moment is nog veel onduidelijk in de planvorming van deze wijk. Op enig moment zal de gemeente een investering kunnen verwachten voor het realiseren van een school, in welke ordegrootte dat zal zijn is pas op een later moment bekend.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

43/51

7.4 Planning De huisvestingsvoorstellen, zoals beschreven in de paragrafen 4.1 t/m 4.3, zijn in de onderstaande figuren per fase op een tijdlijn uiteengezet. Indien het een huisvestingsingreep betreft zijn de aangehouden jaartallen het beoogde jaar van oplevering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14555410/1