CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

rapportage IHP Barendrecht

commissie Samenleving 24 september 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP) 202419.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Integraal huisvestingsplan Gemeente Barendrecht

Opdrachtgever Gemeente Barendrecht

Datum 23 september 2024

Referentienummer 2220424/20240903KP01

Auteurs Leonoor Clemens Bram Treffers Merijn van Osnabrugge

│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

Samenvatting

4

Visie op onderwijshuisvesting

4

Kernopgave IHP

5

Huisvestingsingrepen in het IHP

5

Aanbevelingen

6

Inleiding

7

2.1

Terugblik op voorgaand Integraal Huisvestingsplan (IHP 2017 – 2022)

8

2.2

Proces

9

Juridisch en beleidsmatig kader

10

3.1

Onderwijswetten en verordening onderwijshuisvesting

10

3.2

Taken en verantwoordelijkheden (zorgplicht)

10

3.3

Wetswijzigingsvoorstel

11

3.4

Onderwijsachterstanden beleid

11

3.5

Speelpleinen beleid

12

3.6

Gelden onderwijshuisvesting

12

3.7

Beschikbare subsidies onderwijshuisvesting

13

Huidig aanbod van onderwijshuisvesting in Barendrecht

14

4.1

Basisonderwijs

14

4.2

Speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs

15

4.3

Voortgezet onderwijs

15

4.4

Lopende projecten

16

Visie en ambitie

17

5.1

Brede voorzieningen

17

5.2

Inclusieve voorzieningen

18

5.3

Beweging stimuleren

18

5.4

Renovatie als alternatief voor nieuwbouw

19

5.5

Duurzame huisvesting

19

5.6

Flexibele huisvesting

20

5.7

Standaardisatie

20

De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

6.

Portefeuille analyse 6.1

21

6.1.1

Kwaliteit

21

6.1.2

Financiën

24

6.1.3

Vraag en aanbod

25

6.2

7.

Analyse

21

Kernopgave

Knelpunten & oplossingsrichtingen

27

28

7.1

Barendrecht West

29

7.2

Barendrecht Centrum

35

7.3

Barendrecht Oost

41

7.4

Planning

44

8.

Bewegingsonderwijs

46

9.

Financiën & planning

48

9.1

Financiën

48

9.2

Planning

48

10. Slotsom en aanbevelingen

49

10.1 Slotsom

49

10.2 Aanbevelingen

49

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

1. Samenvatting Barendrecht staat voor diverse uitdagingen op het gebied van onderwijshuisvesting, waarbij het Integraal Huisvestingsplan (IHP) fungeert als een strategisch document om deze aan te pakken en de onderwijsfaciliteiten te verbeteren. Het IHP is tot stand gekomen door een gezamenlijke inspanning van de gemeente Barendrecht, scholen en andere belanghebbenden. Het plan omvat verschillende aspecten van onderwijshuisvesting zoals nieuwbouw, renovatie, onderhoud, capaciteitsbeheer en het waarborgen van een veilige en stimulerende leeromgeving. Het biedt een toekomstperspectief voor de komende 16 jaar voor 24 onderwijsgebouwen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs, evenals 5 onderwijsgebouwen voor het voortgezet onderwijs in de gemeente Barendrecht. De 5 onderwijsgebouwen voor het voortgezet onderwijs zijn allemaal na 2011 gebouwd, met uitzondering van één gebouw uit 2006. Gezien de leeftijd en vastgelegde afspraken binnen het convenant zijn deze onderwijsgebouwen opgenomen in het IHP. Toekomstige ontwikkelingen, zoals het verwachte (nagenoeg) gratis worden van kinderopvang in 2027, zijn nog niet meegenomen vanwege grote onzekerheid. Echter, bij een volgend IHP zal dit aspect invloed hebben op de vraag naar onderwijsfaciliteiten en capaciteitsbeheer.

Naast het juridisch en beleidsmatig kader, bevat het IHP een gezamenlijke visie op onderwijshuisvesting, een inventarisatie van gebouwen, situatieschetsen per wijk met passende oplossingsrichtingen, en een financiële vertaling.

Visie op onderwijshuisvesting De visie op onderwijshuisvesting in Barendrecht zoals beschreven in het Integraal Huisvestingsplan (IHP), legt de nadruk op diverse belangrijke punten. Hierbij staat het streven naar kindcentra, afgestemd op de behoefte vanuit de wijk, centraal. Met kindcentra wordt bedoeld het huisvesten van onderwijs, kinderopvang en zorg onder één dak, met een eenduidige gedragen visie op ontwikkeling en onderwijs, aangestuurd vanuit één overkoepelende organisatie of bestuur, waarbij ook de toegang tot passend onderwijs en zorg voor alle kinderen, inclusief diegenen met extra ondersteuningsbehoeften, binnen reguliere scholen wordt gewaarborgd. Verder wordt ingezet op het bevorderen van vitaliteit en gezondheid van kinderen door meer beweging te stimuleren, zowel binnen als buiten het klaslokaal. Renovatie wordt gezien als een gelijkwaardig alternatief voor nieuwbouw, met als doel het behoud van bestaande structuren en het verminderen van grondstofgebruik. Duurzaamheid staat hoog in het vaandel, met streven naar energiezuinige en gezonde schoolgebouwen, alsook het bevorderen van circulaire principes in de bouw. Flexibiliteit en standaardisatie spelen ook een belangrijke rol, met de realisatie van flexibel indeelbare kindcentra die kunnen inspelen op veranderende ruimtevragen en gestandaardiseerde processen en documenten om efficiëntie en kwaliteit te bevorderen.

Brede voorzieningen

Inclusieve voorzieningen

Standaardisatie

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

Beweging stimuleren

Duurzame huisvesting

Renovatie als alternatief voor nieuwbouw

Flexibele huisvesting

Kernopgave IHP Uit de inventarisatie van de schoolgebouwen blijkt dat de onderwijsportefeuille in Barendrecht er redelijk voor staat. De gemeente heeft de afgelopen 20 jaar geïnvesteerd in vernieuwing, waardoor de portefeuille nog relatief jong is. De kernopgaven die voor het IHP gelden zijn de volgende: ▪

▪

▪

Terugdringen van de overcapaciteit: Op veel scholen in Barendrecht is een normatief ruimteoverschot aanwezig dat de komende periode fors groeit. Het IHP dient in te spelen op het terugdringen van deze overcapaciteit daar waar mogelijk. Bieden van perspectief: Het IHP biedt zowel de gemeente als schoolbesturen een helder en uitvoerbaar meerjaren perspectief, zodat beide partijen weten waar zij aan toe zijn en op efficiënte wijze met de beschikbare middelen kunnen omgaan. Anticiperen op ontwikkelingen: Het IHP adresseert verwachte ontwikkelingen en verankert deze, maar laat ook ruimte voor onvoorziene ontwikkelingen in de toekomst.

Huisvestingsingrepen in het IHP In Barendrecht West/Carnisselande zijn de meeste schoolgebouwen nog relatief jong, hoofdzakelijk gebouwd tussen 2000 en 2010. Hoewel de functionele en technische staat van deze gebouwen over het algemeen redelijk is, kampen ze met problemen met het binnenklimaat en de noodzaak tot verduurzaming tegen 2050. Bovendien is er in deze wijk een overschot aan onderwijscapaciteit. Om deze uitdagingen aan te pakken, zijn de volgende huisvestingsingrepen geformuleerd: ▪ ▪ ▪ ▪

Afstoten van semi-permanente locatie zoals Smitshoek Brandsma-Akker, na overleg met het schoolbestuur. Ruimte vrijmaken bij OBS De Driehoek voor de school Smitshoek, waardoor de semi-permanente locatie Smidshoek Brandsma-Akker kan worden afgestoten. Onderzoek naar het afstoten of alternatieve invulling van normatieve ruimteoverschotten bij CBS De Vrijenburg en RKMBS De Trinoom in fase 1 van het IHP. Monitoring van leerlingontwikkeling in relatie tot benodigde ruimte bij IKC Cadans en OBS De Zeppelin.

In Barendrecht Centrum zijn de vraag en het aanbod op wijkniveau redelijk in balans, maar de meeste scholen zijn van vóór 2000 en vereisen mogelijk op middellange tot lange termijn vernieuwing vanwege technische problemen en binnenklimaatkwesties. De volgende huisvestingsingrepen zijn voor deze wijk geformuleerd: ▪ ▪ ▪ ▪

De Wijngaard SBO is onderdeel van lopende planvorming voor vernieuwbouw elders in de onderwijscarrousel. Jaarlijkse evaluatie van de ruimtebehoefte in relatie tot het recht op uitbreiding bij De Wilgen SO. Mogelijke (ver)nieuwbouw in 2035 van Groen van Prinsterer Stellingmolen & Torenmolen en OBS De Draaimolen Stellingmolen, afhankelijk van technische staat en integrale gebiedsplanning. Onderzoek naar opleverproblemen bij Groen van Prinsterer Hedwigepolder.

In Barendrecht Oost zijn vernieuwbouwprojecten al onderdeel van lopende plannen gepland op korte termijn. Op de langere termijn zal de wissellocatie worden afgestoten, maar blijft er normatieve overcapaciteit op wijkniveau aanwezig. Na afronding van lopende projecten zullen er geen gebouwen meer zijn van voor 2013, en de kwaliteit van de gebouwen is goed. De volgende huisvestingsingrepen zijn geformuleerd voor deze wijk: ▪ ▪ ▪ ▪

Vernieuwbouwprojecten voor De Rank, IKC De Tweemaster en CBS De Ark als onderdeel van lopende onderwijscarrousel. Monitoring van leerlingontwikkeling bij CBS De Hoeksteen. Evaluatie van ruimtegebruik na overdracht van het tussenstuk bij Dr. Schaepmanschool Evertsenstraat. Realisatie van een nieuwe schoolvoorziening in de Stationstuinen voor de nieuwbouwwijk, is afhankelijk van verdere planvorming.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

Aanbevelingen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪

▪

Voer elke vier jaar een actualisatie uit van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) met heldere procesafspraken om ervoor te zorgen dat het plan actueel blijft en de uitvoering effectief verloopt. Stel elke twee jaar een leerlingenprognose op en houd vraag en aanbod van onderwijshuisvesting in de gaten om te kunnen anticiperen op toekomstige behoeften en ontwikkelingen. Actualiseer de factsheets van het IHP tweejaarlijks en zorg voor afstemming tussen het Integraal Accommodatieplan (IAP) en het IHP om een geïntegreerde aanpak te waarborgen. Actualiseer bestaande beleidsstukken zoals het schoolpleinen beleid 2013 en de Verordening Voorziening Huisvesting Onderwijs 2009, en breng ze in lijn met de doelstellingen en richtlijnen van het IHP. Stel een gedetailleerd uitvoeringsplan op met duidelijke stappen, rollen en planning, waarin ook een businesscase voor gebouwen wordt opgenomen met verschillende scenario's en mogelijkheden voor koppelkansen tussen onderwijsniveaus. Voer tevens locatiestudies uit voor potentiële schoolverplaatsingen of dependances. Houd de beschikbare huisvestingssubsidies, zoals het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting en de DUMAVA, nauwlettend in de gaten. Maak samen met de schoolbesturen een plan voor subsidieaanvragen en bepaal wanneer deze worden ingediend.

Zorg voor regelmatige en duidelijke communicatie tussen de gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties over de plannen en planning van huisvestingsprojecten. Dit is vanwege de brede impact op leerlingen, ouders en bewoners.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

2. Inleiding Barendrecht kent een bloeiend onderwijssysteem en staat voor een aantal uitdagingen op het gebied van onderwijshuisvesting. De kwaliteit van de faciliteiten, de ontwikkelingen rondom inclusief onderwijs, IKC’s, verduurzaming en het beheer van ruimteoverschotten en -tekorten zijn belangrijke aandachtspunten. We willen leeromgevingen creëren die voldoen aan de huidige standaarden en behoeften, zowel voor de ontwikkeling van onze jeugd als voor de versterking van onze gemeenschap. Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor Barendrecht is daarom een strategisch document, gericht op het aanpakken van deze uitdagingen en het verbeteren van de onderwijshuisvesting. Het IHP is het resultaat van een gezamenlijke inspanning van de gemeente Barendrecht, scholen en andere maatschappelijke belanghebbenden zoals kinderopvangorganisaties. Doel is verbetering van de kwaliteit en toegankelijkheid van onze onderwijsfaciliteiten. Het plan omvat verschillende aspecten van onderwijshuisvesting zoals nieuwbouw, renovatie, onderhoud, capaciteitsbeheer, en het waarborgen van een veilige en stimulerende leeromgeving voor alle leerlingen. Momenteel vertonen de onderwijsgebouwen in Barendrecht een gemengd beeld wat betreft kwaliteit, financiën en capaciteit. Veel van deze gebouwen scoren gemiddeld tot matig op verschillende aspecten zoals technische staat, functionaliteit en binnenklimaat.

Ook zijn er aanzienlijke verschillen in exploitatielasten, waarbij sommige scholen hogere kosten hebben dan het landelijk gemiddelde. Bovendien ervaren enkele scholen problemen op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. Dit kan de algehele kwaliteit van de leeromgeving beïnvloeden. Op dit moment wordt geen rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen zoals het (nagenoeg) gratis worden van kinderopvang in 2027. Vanwege de grote onzekerheid zal dit bij een volgende IHP van invloed zijn op de vraag naar onderwijsfaciliteiten en capaciteitsbeheer. Tussentijds wordt deze ontwikkeling nauwlettend gevolgd. De belangrijkste uitdaging voor de onderwijsgebouwen is het anticiperen op veranderingen in capaciteitsbehoeften. In Barendrecht Carnisselande ontstaat door een dalende trend een overschot aan ruimte, terwijl in Barendrecht Centrum in de nieuwe wijk De Stationstuinen onderwijsvoorzieningen moeten worden gerealiseerd. Om de veiligheid en leefbaarheid rondom de onderwijsgebouwen te waarborgen nemen we waar nodig passende maatregelen. Een voorbeeld hiervan is het plaatsen van extra voorzieningen om bijvoorbeeld voetbaloverlast tegen te gaan. Daarnaast zorgen we voor extra controle door BOA's (Buitengewoon Opsporingsambtenaren) bij hangjongeren en ter preventie van vernielingen.

Het aanpakken van deze uitdagingen vergt een geïntegreerde en doelgerichte benadering, waarbij nauwe samenwerking

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

7/51

tussen diverse belanghebbenden een voorwaarde is. Met een gedetailleerd uitvoeringsplan en de juiste middelen streven we naar verbetering van de onderwijshuisvesting en het creëren van optimale leeromgevingen voor alle leerlingen in Barendrecht.

2.1 Terugblik op voorgaand Integraal Huisvestingsplan (IHP 2017 – 2022) Het voorgaande Integraal Huisvestingsplan (IHP) behandelde de onderwijshuisvestingsprogramma's voor de periode 2017 - 2022. De belangrijkste conclusies omvatten de ontevredenheid van schoolbesturen over het beheer en de exploitatie van gebouwen door de gemeente, met name in Carnisselande. Hieruit ontstond de dringende behoefte aan duidelijke afspraken en ingebruikgevingsovereenkomsten. Daarnaast voorspelde het plan een sterke daling van het aantal leerlingen in Carnisselande, dat leidde tot zorgen over te verwachten leegstand in de wijk. Niettemin verkeerden de schoolgebouwen over het algemeen in goede staat. Enkele scholen dienden aanvragen in voor vervangende bouw vanwege veroudering en onvoldoende aanpassing aan huidige onderwijskundige eisen. Het advies omvatte onder meer de vervangende bouw voor OBS De Tweemaster en CBS De Ark, met de overweging om beide projecten te combineren voor mogelijke schaalvoordelen en duurzaamheidsvoordelen. Ook werd benadrukt oplossingen te vinden voor ruimtegebrek bij CBS Groen van Prinsterer. In 2019 is een beschikking gegeven voor een uitbreiding van 235 m². Echter, vanwege de onzekerheid rondom het onderwijs tijdens de coronapandemie is dit toentertijd niet uitgevoerd. Later bleek dat deze uitbreiding door de dalende trend in het aantal leerlingen niet meer nodig was.

Daarnaast stelden we een Plan van Aanpak voor leegstaande delen van schoolgebouwen vast. Hierin werd de noodzaak benadrukt om leegstand effectief in te vullen vanwege de verwachte daling van het aantal leerlingen in de gemeente. Hierbij lag de nadruk op maatschappelijke invullingen die de onderwijsomgeving versterken. Huidige stand van zaken Sinds het vorige IHP zijn er ontwikkelingen geweest met betrekking tot de ingebruikgevingsovereenkomsten, die in samenspraak met de scholen zijn opgezet en afgestemd bij alle multifunctionele accommodaties (MFA). Deze overeenkomsten dienen nu als basis bij het onderhoud van de gebouwen. Dit versterkte de samenwerking tussen schoolbesturen en de gemeente. De voorspelde daling van het aantal leerlingen zet zich voort. Dit blijkt uit de huidige leerlingenprognoses. Deze trend heeft binnen dit IHP geleid tot verdere onderzoeken naar mogelijke scenario's om de leegstand te verminderen en de beschikbare ruimtes effectief te benutten. Als reactie op de aanvragen en het advies uit het vorige IHP onderzochten we verschillende scenario’s. Dit leidde tot de ontwikkeling van de onderwijscarrousel, die de gemeenteraad in maart 2021 vaststelde. Momenteel wordt dit plan uitgevoerd. Dit betekent dat we actief werken aan het vernieuwen van schoollocaties en het optimaliseren van de onderwijsruimtes om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

8/51

2.2 Proces Het voorliggende IHP-rapport is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met alle schoolbesturen, opvangorganisaties en de gemeente Barendrecht. Deze partijen zijn te vinden in onderstaande tabel. Organisatie Gemeente Barendrecht Schoolbestuur

Kinderopvang

Wethouder onderwijshuisvesting Beleidsadviseur onderwijshuisvesting Protestants Christelijk Primair Onderwijs Barendrecht en Ridderkerk (PCPOBR) Stichting reformatorisch speciaal onderwijs Randstad (SO Randstad) Vereniging voor Christelijk Onderwijs op Reformatorische Grondslag gevestigd te Barendrecht (Rehobôthschool) Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs (RVKO) Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden (OZHW) Yulius Onderwijs Stichting Onderwijs Eiland Marlyne Kibeo Partou Trinoom

Met bovenstaande partijen is een zorgvuldig proces doorlopen om tot een gedragen IHP te komen. De partijen hebben geparticipeerd in een aantal gezamenlijke bijeenkomsten. Hier zijn informatie, inzichten en standpunten onderling gedeeld om zo tot een samenhangend en gedragen plan te komen. De volgende stappen zijn daarbij doorlopen: ▪

▪

▪

▪

Visie op de onderwijshuisvesting – Met de betrokken partijen is gezamenlijk aan de hand van diverse thema’s nagedacht over wat de gemeente en schoolbesturen met de onderwijshuisvesting beogen. De visie op onderwijshuisvesting is beknopt beschreven in hoofdstuk 4 en volledig opgenomen in bijlage 2. Inventarisatie gebouwen – Voor elke locatie is op basis van zoveel mogelijk objectieve informatie een zogenaamde ‘factsheet’ gemaakt. Het gaat hier om gegevens als bouwjaar, exploitatielasten, technische en functionele kwaliteit en de ontwikkeling van vraag en aanbod op basis van de leerlingenprognoses. Tevens is het medegebruik en de verhuur van (onderwijs)capaciteit inzichtelijk gemaakt. Een samenvatting van de factsheets wordt gegeven in hoofdstuk 5: Portefeuille analyse. Daarnaast zijn de factsheets opgenomen als bijlage 1 aan dit IHP. Situatieschets per wijk – Aan de hand van de basisinformatie, interviews en het inzicht in de vooraf benoemde knelpunten en ontwikkelingen, is een wijkgerichte situatieschets gemaakt. Deze kaarten geven de knelpunten per wijk in een visualisatie weer. Tijdens de werksessies zijn alle knelpunten per school(gebouw) met elkaar gedeeld, zodat er een integraal beeld is ontstaan van de opgave die voorligt. De wijkkaarten vormen daarmee een belangrijke basis om tot gedragen oplossingen te komen.

De toelichting op de wijkkaarten is weergeven in hoofdstuk 6: Knelpunten & oplossingsrichtingen. Financiële vertaling - Voor de voorgestelde oplossingsrichtingen zijn de investeringskosten (voor de gemeente en schoolbesturen) in beeld gebracht. De financiële vertaling is opgenomen in hoofdstuk 8: Financiën.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

9/51

3. Juridisch en beleidsmatig kader 3.1 Onderwijswetten en verordening onderwijshuisvesting De wettelijke basis voor regelgeving over onderwijshuisvesting is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet op de expertisecentra (WEC) en de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO). Deze wetten verplichten de gemeente om te zorgen voor adequate huisvesting. Bij het uitoefenen van deze taak dient de gemeente onder meer rekening te houden met de materiële gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs. Deze gelijkstelling houdt in dat alle scholen recht hebben op dezelfde voorzieningen in dezelfde omstandigheden. De regels die in acht moeten worden genomen zijn uitgewerkt in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs die de gemeenteraad in 2009 heeft vastgesteld. De verordening is gedateerd en dient op onderdelen te worden herzien. In de verordening is vastgelegd welke verantwoordelijkheden de gemeente en de schoolbesturen hebben ten aanzien van de huisvesting van de binnen de gemeente Barendrecht gevestigde scholen voor primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Ook is beschreven welke voorzieningen schoolbesturen kunnen aanvragen bij de gemeente en welke procedures daarbij gelden. De verordening is de uitwerking van een aantal wettelijke bepalingen.

De belangrijkste daarvan is dat de verordening zodanig moet worden opgezet dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt. Over aanvragen voor onderwijshuisvestingsvoorzieningen die de gemeente in behandeling heeft genomen, wordt op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de schoolbesturen gevoerd.

3.2 Taken en verantwoordelijkheden (zorgplicht) De taken en verantwoordelijkheden van gemeente en schoolbestuur zijn wettelijk bepaald. De afbeelding hieronder (figuur 1) toont het onderscheid in wettelijke taken en verantwoordelijkheden. De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair, speciaal, voortgezet onderwijs en bewegingsonderwijs. Deze zorgplicht is uitgewerkt in de verordening voorziening huisvesting onderwijs gemeente Barendrecht. De gemeente is onder andere verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. Vooruitlopend op de aangekondigde wetswijziging wordt de gemeente tevens verantwoordelijk voor renovatie (zie ook hoofdstuk 4, visie op onderwijshuisvesting). Voor de gymzalen die in eigendom zijn van schoolbesturen in het basisonderwijs dient de gemeente te voorzien in het zogenaamde buitenonderhoud zoals daken, kozijnen enz. (de onderdelen die voorheen ten aanzien van de schoolgebouwen vielen onder het ‘groot onderhoud’). Voor de uitvoering van de zorgplicht ontvangt de gemeente jaarlijks ongelabeld budget in het gemeentefonds vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit budget wordt jaarlijks gebaseerd op verschillende maatstaven (factoren) en verschilt per gemeente. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de instandhouding van het schoolgebouw.

Taken als het onderhouden (op basis van een Meerjaren Onderhoudsplan, MJOP), exploiteren en het uitvoeren van inpandige (onderwijskundige) aanpassingen zijn belegd bij het schoolbestuur. Voor deze taken ontvangen de besturen jaarlijks vanuit het Rijk middelen. Deze vergoeding wordt gebaseerd op het aantal ingeschreven leerlingen. Figuur 1: Taken en verantwoordelijkheden

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

10/51

3.3 Wetswijzigingsvoorstel Er is een wetswijziging in behandeling waardoor het wettelijk kader voor onderwijshuisvesting gaat veranderen. De streefdatum voor de inwerkingtreding van het wetswijzigingsvoorstel is 1 augustus 2025. Het voorstel bevat de volgende elementen: ▪ ▪

▪ ▪

Het IHP wordt een wettelijke verplichting van gemeenten. Het IHP heeft een scope van 16 jaar en daarbinnen een perspectief van een beschikking voor alle projecten in de eerste 4 jaar. Renovatie wordt een voorziening in de huisvesting en valt onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid. De taakverdeling met betrekking tot het bouwheerschap wordt daarmee ook gelijk aan de taakverdeling bij nieuwbouw (bouwheerschap in de basis bij het schoolbestuur, maar daarvan kan worden afgeweken). Het investeringsverbod voor het primair en speciaal onderwijs wordt gedeeltelijk opgeheven. Gemeente en schoolbesturen hebben de verplichting te zorgen voor een gezond binnenklimaat. Waarbij de gemeente bij (ver)nieuwbouw verantwoordelijk is voor het creëren van een goed binnenklimaat en het schoolbestuur verantwoordelijk is om het gezonde binnenklimaat te behouden.

Het voorliggende IHP sluit aan op het wijzigingsvoorstel. Zowel in de visie als in bij het formuleren van scenario’s en het berekenen van investeringen zijn bovenstaande thema’s onder de aandacht gebracht en vertaald naar concrete voorstellen.

3.4 Onderwijsachterstanden beleid Als gemeente hebben we geen rol in het (uitvoerend) onderwijsbeleid van de scholen. Wel zijn we verantwoordelijk voor het vormgeven en uitvoeren van voorschoolse en vroegschoolse educatie (onderwijsachterstandenbeleid) en passend onderwijs. Samen met Kinderopvangorganisaties, primair onderwijs en het Samenwerkingsverband geven we hier uitvoering aan. Onze eerste ambitie is dat kinderen bij de start van het basisonderwijs zo min mogelijk onderwijsachterstand hebben. Dit betekent dat wij ons extra inspannen om de juiste, passende ondersteuning in de voorschoolse periode aan te bieden, zodat jonge kinderen goed voorbereid het onderwijs instromen. Tegelijkertijd weten we dat niet alle onderwijsachterstanden bij de start van het onderwijs verdwenen zijn. Ook zijn er kinderen met een onderwijsachterstand die tussentijds instromen in het onderwijs. Onze tweede ambitie is daarom dat kinderen bij de start van het voortgezet onderwijs zo min mogelijk onderwijsachterstand hebben. En onze derde ambitie is dat alle kinderen thuis nabij (passend) onderwijs kunnen volgen. Om deze drie ambities uit te voeren moeten we: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

hoogwaardig aanbod realiseren; kwalitatief sterke voorzieningen hebben; samenwerken om aanbod en voorzieningen met elkaar te verbinden; zicht op de doelgroep hebben; inclusief onderwijs verder vorm gaan geven.

De doelgroep gaat voornamelijk om peuters, schoolgaande kinderen, gevluchte kinderen en kinderen van statushouders. Kinderen krijgen op de kinderopvang of de school een passend aanbod op hun onderwijsbehoefte. Veelal kan dat in de bestaande klas. Maar het werken naar inclusief onderwijs, zoals het Rijk dat beoogt, vraagt onherroepelijk om extra ruimte. Voordat ruimteoverschotten binnen schoolgebouwen worden afgestoten zal ook de ruimtevraag rondom inclusief en passend onderwijs onderzocht moeten worden. Een laatste ontwikkeling die wisselend ruimte vraagt zijn de schakelklassen. De afgelopen twee jaar hebben we als gemeente meer onderwijs voor vluchtelingen en nieuwkomerskinderen moeten inrichten. Als we kijken

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

11/51

naar de taakstelling voor de huisvesting van statushouders dan zullen we rekening moeten houden met een toenemende vraag voor schakelklassen. Op dit moment is een semi-permanente voorziening bij De Draaimolen geplaatst waardoor voorlopig het knelpunt rondom ruimte is opgelost. Ook hier zullen we regelmatig moeten blijven evalueren.

3.5 Speelpleinen beleid Sinds 2003 zijn de schoolpleinen van de meeste basisscholen in onze gemeente opengesteld voor publiek, in samenwerking met de gemeente en de schoolbesturen. Dit initiatief beoogde kinderen altijd toegang te bieden tot speelmogelijkheden. Dit zorgde voor meer toegankelijke en inclusieve schoolomgevingen. Na enkele jaren ervaring werd besloten het beheer en onderhoud van deze pleinen bij de gemeente onder te brengen, om consistente standaarden te handhaven en middelen efficiënt te beheren. Dit werd vastgelegd in de "Notitie Beheer en Onderhoud Openbaar Toegankelijke Schoolpleinen Basisonderwijs" in 2013. Hierin zijn de verantwoordelijkheden en taken van zowel de gemeente als de schoolbesturen vastgelegd, inclusief richtlijnen voor samenwerking, communicatie, inspectie, onderhoudsplanning en budgettoewijzing. Op 1 januari 2015 werd de verantwoordelijkheid voor huisvestingsvoorzieningen en aanpassingen, inclusief onderhoud, van gemeenten door het rijk overgeheveld naar schoolbesturen. Deze overdracht werd gekoppeld aan een verlaging van het gemeentefonds en een verhoging van de rijksvergoeding voor onderhoud van materieel aan schoolbesturen. Verschillende aspecten met betrekking tot het beheer en onderhoud van terreinen werden de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen, die hiervoor de bijbehorende middelen ontvingen.

Deze wetswijziging heeft gevolgen voor de eerdergenoemde notitie, vastgesteld in 2013. Hoewel de afspraken over beheer en onderhoud niet ter discussie staan, is de financiering na de wetswijziging herzien. De gemeente bleef verantwoordelijk voor het beheer van alle publiek toegankelijke schoolpleinen, inclusief onderhoud aan verschillende voorzieningen. Omdat het aantal genormeerde m² niet gerelateerd is aan de grootte of inrichting van de schoolpleinen, is de vergoeding gebaseerd op de huidige situatie. De betreffende memo is als erratum aan de schoolpleinennotitie toegevoegd. Het bedrag wordt jaarlijks door de gemeente bij de schoolbesturen in rekening gebracht. Door de schoolbesturen is aangegeven dat het speelpleinenbeleid gedateerd is en dat het beleid in samenspraak met de schoolbesturen dient te worden herzien als vervolg op het IHP.

3.6 Gelden onderwijshuisvesting Door het land zien we dat de (inmiddels voormalige) Materiële Instandhoudingsvergoeding voor schoolbesturen niet voldoende is om een schoolgebouw te onderhouden en wanneer nodig te verduurzamen of te verbeteren. Daarnaast zien ook gemeenten hun budgetten krapper worden en wordt vanaf 2026 een forse korting verwacht op de bekostiging van het Rijk. Binnen gemeenteland wordt naar dit jaar verwezen als het ‘ravijnjaar’. Incidenteel stelt het Rijk subsidies beschikbaar om schoolgebouwen te verduurzamen of het binnenklimaat te verbeteren, het gaat dan vaak om een beperkt aandeel van de totale kosten. Het gevolg van de financiële situatie van schoolbesturen en gemeente is dat het vaak voorkomt dat beide partijen niet over de financiële middelen beschikken om de resterende investering te doen. Minister Paul (Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs) heeft bij de behandeling van de begroting van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) op 18 januari 2024 aangegeven dat onderwijshuisvesting geen speerpunt is. Daarmee komt voorlopig geen (extra) geld vrij voor onderwijshuisvesting en daarmee wordt dit onderwerp doorgeschoven naar het volgend kabinet. Op dit moment is er dus nog geen perspectief op structurele wijzigingen in de bekostiging voor onderwijshuisvesting.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

12/51

3.7 Beschikbare subsidies onderwijshuisvesting Zoals in de vorige paragraaf beschreven is er op dit moment geen perspectief voor structurele wijzigingen in de bekostiging voor onderwijshuisvesting. Wel worden geregeld subsidies opengesteld die als incidentele dekking aan te wenden zijn voor onderwijshuisvesting. In het verleden zijn dat de SUVIS en Vangnet subsidie geweest. Op dit moment kunnen de onderstaande subsidies aangewend worden: ▪

Om het maatschappelijk vastgoed in Nederland te verduurzamen heeft het Ministerie van BZK in 2022 de investeringssubsidie duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) ingevoerd. Het hoofddoel is om eigenaren van maatschappelijk vastgoed te stimuleren te investeren in verduurzamingsmaatregelen om de energieprestatie te verbeteren en de CO2-uitstoot te verlagen. De regeling is bedoeld voor bestaand maatschappelijk vastgoed, waaronder schoolgebouwen die minimaal 10 jaar oud zijn. Per project kan voor maximaal 30% van de kosten subsidie worden aangevraagd. Afhankelijk van de benodigde maatregelen varieert het te verkrijgen subsidiebedrag tussen de € 25.000,- en maximaal € 2,5 miljoen. In het IHP wordt benoemd voor welke projecten het kansrijk is om de DUMAVA subsidie aan te vragen. De openstelling in 2023 heeft laten zien dat een toewijzing van de DUMAVA subsidie geen garantie is. De inschrijvingen hadden binnen één dag het beschikbare subsidiebudget overschreden. De verwachting is dat voor de openstelling in 2025 de regeling wordt aangepast waardoor voor meer inschrijvingen een subsidiebedrag toegewezen kan worden.

▪

Het Nationaal Groeifonds investeert in de komende jaren middels het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting in het verhogen van leerprestaties door kwalitatief betere onderwijshuisvesting en het realiseren van efficiëntere bouwprocessen. Door bouwend te leren, te innoveren en te standaardiseren kan renovatie en vervanging van schoolgebouwen kwalitatief beter, sneller en kostenefficiënter uitgevoerd worden. Op 15 maart 2024 is de aanvraag van het Innovatieprogramma door het Nationaal Groeifonds definitief toegekend. Op 19 maart 2024 werd echter bekend dat het Nationaal Groeifonds voorlopig stopt, de Tweede Kamer heeft op deze dag tegen een motie gestemd die de steun voor het fonds uitsprak. Het zal afhankelijk zijn van de formerende partijen wanneer en of het Groeifonds herstart wordt.

Gemeente en schoolbesturen hebben beide de verantwoordelijkheid om zich te blijven informeren over de actuele beschikbare huisvestingssubsidies. In samenspraak met gemeente en schoolbestuur wordt bepaald welke subsidies worden aangevraagd, op welk moment dat gebeurt en welke rolverdeling daarbij gehanteerd wordt.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

13/51

4. Huidig aanbod van onderwijshuisvesting in Barendrecht In Barendrecht zijn in totaal 22 onderwijsinstellingen gehuisvest, verdeeld over: ▪ ▪ ▪ ▪

basisonderwijs (14 onderwijsinstellingen op 20 locaties) speciaal basisonderwijs (1 onderwijsinstelling op 1 locatie) (voortgezet) speciaal onderwijs (3 onderwijsinstellingen op 3 locaties) voortgezet onderwijs (4 onderwijsinstellingen op 4 locaties)

4.1 Basisonderwijs Barendrecht heeft 14 onderwijsinstellingen voor basisonderwijs, die gezamenlijk volgens de meest recente leerlingentelling (1 oktober 2023) 4.682 leerlingen huisvesten. Vier van de scholen beschikken naast hun hoofdlocaties over één of meerdere dislocaties (CBS Smitshoek [2x dislocatie], OBS De Draaimolen [1x dislocatie], Groen van Prinsterer [2x dislocatie] en de RKBS Dr. Schaepmanschool [1x dislocatie]). Het totaal aantal permanente gebouwen waar basisonderwijs in gehuisvest is komt hiermee op 20. Onderstaand is een overzicht van alle locaties voor het basisonderwijs weergegeven.

Ver. CO St. RVKO op RG te OW Bar.

PCPOBR

OZHW

Schoolbestuur Schoolnaam De Driehoek

Adres Kouwenhoven-akker 14

Bouw- Onderwijsjaar capaciteit 2004 1.692 m² bvo 1233m² bvo 1998 203 m² bvo tijdelijk 1989 914 m² bvo 1975 984 m² bvo 2000 1.837 m² bvo 2017 1.470 m² bvo 2014 1.245 m² bvo 1995 1.313 m² bvo 1995 299 m² bvo 2006 2.545 m² bvo 1977 1.953 m² bvo 2011 1.915 m² bvo 2003 1.801 m² bvo 2004 900 m² bvo 2003 2.960 m² bvo 2003 1.438 m² bvo 2002 1.830 m² bvo 2013 1.477 m² bvo

OBS De Draaimolen Bachlaan

Bachlaan 4

OBS De Draaimolen Stellingmolen OBS De Tweemaster OBS De Zeppelin CBS De Hoeksteen CBS Gr V Prinsterer Hedwigepolder CBS Gr V Prinsterer Stellingmolen CBS Gr V Prinsterer Torenmolen CBS De Vrijenburg CBS De Ark CBS Het Kompas Smitshoek Brandsma-akker Smitshoek Kouwenhoven-akker Smitshoek Riederhof Dr Schaepmanschool Evertsenstraat BS De Trinoom Dr Schaepmanschool M arijkesingel

Stellingmolen 12 Schoener 120 M iddeldijkerplein 3 Kruidentuin 6 Hedwigpolder 2 Stellingmolen 10 Torenmolen 68 Vrijenburglaan 61 Klipper 109 Hoefslag 20 Brandsma-akker 3 Kouwenhoven-akker 14. Riederhof 37 Evertsenstraat 16 Olmenwede 1 M arijkesingel 30

IKC Cadans

Olmenwede 1

2002

450 m² bvo

Rehoboth-School

Dorpsstraat 184

1982

1.946 m² bvo

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

14/51

4.2 Speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs In Barendrecht zijn in totaal vier onderwijsinstellingen voor speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs aanwezig, waar gezamenlijk 628 leerlingen gehuisvest worden volgens de meest recente leerlingtelling (1 oktober 2023).

Schoolbestuur Schoolnaam

Bouw- Onderwijsjaar capaciteit

SO Randstad

De Rank

Dorpsstraat-Oost 3a

1986

1.752 m²

De Wijngaard

Petrus Camperstraat 1

1997

1.293 m²

Yulius Onderwijs Onderwijs

Adres

De Wilgen

Boerhaavelaan 2

1995

1.434 m²

Discovery College

Dennenhout 1

2007

1.677 m² OW + 633 m² huur

4.3 Voortgezet onderwijs Ontwikkelingen voortgezet onderwijs In de gemeente Barendrecht zijn 5 schoolgebouwen voor voortgezet onderwijs gevestigd: Locatie Portus

Adres Haarspitwei 11

Bouwjaar 2013

BVO 8.996 m2

Dalton

Zichtwei 1 Hakwei 6 Dierensteinweg 4

2006 2011 2015

6.750 m2 2.246 m2 10.354 m2

Haarspitwei 5

2016

1.443 m2

Dierensteinweg 2

2024

1.065 m2

Beroepsacademie Focus MFA Zichtwei

OZHW Groen

Type vwo, havo en mavo vwo, havo en mavo vmbo Permanente voorziening t.b.v. ruimtebehoefte vo vmbo

De onderwijshuisvestingsportefeuille voor het voortgezet onderwijs is dus nog relatief jong, alle gebouwen zijn van na 2005. Daarnaast zijn in een convenant (d.d. 6 maart 2013) afspraken vastgelegd met betrekking tot de onderwijscapaciteit van de gebouwen en is bepaald dat de schoolbesturen voor het voortgezet onderwijs afzien van extra huisvestingsaanvragen ten behoeve van uitbreidingen van deze gebouwen. Dit convenant is op dit moment nog steeds geldig en er worden hierover periodiek gesprekken tussen de gemeente en de schoolbesturen gevoerd. Daardoor wordt in de komende jaren geen investering meer verwacht vanuit de gemeente en is ervoor gekozen om de vo-gebouwen buiten de scope van dit IHP te houden.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

15/51

4.4 Lopende projecten Voortkomend uit het IHP 2017 zijn in Barendrecht inmiddels een aantal projecten in uitvoering. Binnen de gemeente wordt hiernaar gerefereerd als de ‘onderwijscarrousel’, omdat het gaat om een aantal scholen uit een vergelijkbare bouwperiode die elkaar opvolgen. Op deze manier wordt bespaard op tijdelijke huisvesting. De projecten uit de onderwijscarrousel zijn als volgt: ▪ ▪

▪

▪

Vernieuwbouw De Rank & De Wijngaard aan de Dierensteinweg. De oudbouw van SBO De Wijngaard (locatie Petrus Campertstraat) wordt naar verwachting afgestoten. Renovatie IKC De Tweemaster locatie Dorpsstraat Oost. Dit is de oudbouw van De Rank en wordt na het uithuizen van deze school gerenoveerd ten behoeve van de huisvesting van OBS De Tweemaster. Naast onderwijscapaciteit voor De Tweemaster bestaat voor dit project ook de wens om capaciteit voor Kinderopvang en zorg, begeleiding & onderwijs te realiseren. Realisatie tijdelijke huisvesting CBS De Ark, locatie Schoener. Dit is de huidige locatie van OBS De Tweemaster. Na het uithuizen van deze school wordt dit gebouw in combinatie met tijdelijke units ingezet als tijdelijke huisvesting voor CBS De Ark. Herontwikkeling CBS De Ark, locatie Klipper. Dit gebouw wordt als laatste onderdeel van de onderwijscarrousel gerenoveerd, daarna verhuist CBS De Ark terug naar dit gebouw. De tijdelijke huisvesting op locatie Schoener wordt naar verwachting afgestoten.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

16/51

5. Visie en ambitie Gemeente en schoolbesturen hebben gezamenlijk een visie en ambitie op onderwijshuisvesting geformuleerd. Voor de diverse thema’s die de onderwijshuisvesting raken is, naast de gezamenlijke ambitie, op hoofdlijnen nagedacht over de uitvoering van de ambities in de projecten. De visie is daarmee een belangrijke basis voor de uitvoering van het IHP. De visie is separaat als bijlage 2 aan dit IHP toegevoegd. In de onderstaande paragrafen worden de hoofdpunten uit het visiestuk benoemd. Voor sommige thema’s geldt dat de uitgangspunten verder uitgewerkt kunnen worden in de vorm van een gemeentelijke beleidsregel. De gemeente bepaalt na het vaststellen van het IHP per thema in hoeverre dat nodig is voor het toepassen van de uitgangspunten in de visie. In algemene zin geldt voor de geformuleerde uitgangspunten dat ze aan verandering onderhevig kunnen zijn door veranderende inzichten vanuit gemeente of schoolbesturen, maar ook doordat de uitgangspunten ingehaald kunnen worden door Europese of landelijke wetgeving. Het herijken van de visie en ambitie (en daarmee de kaders en spelregels) vindt minimaal elke 4 jaar plaats.

5.1 Brede voorzieningen Steeds vaker is er in plaats van een schoolgebouw sprake van een kindcentrum: een brede voorziening met een sterke relatie met de wijk waarin voorzieningen geclusterd worden die verder gaan dan alleen het onderwijs. De scholen in Barendrecht worden door de gemeente en de schoolbesturen gezien als centrale knooppunten waarin onderwijs, kinderopvang en zorg voor kinderen en ouders samenkomen. Het kindcentrum wordt gezien als logische plek om zorg en begeleiding rondom het kind te organiseren. Er wordt in de gemeente Barendrecht gestreefd naar kindcentra met een aanbod aan functies dat passend is bij de wijk. Het aanbieden van een doorgaande leerlijn is het uitgangspunt. Bij zowel nieuwe ontwikkelingen als bestaande gebouwen wordt met een integrale blik naar de wijk gekeken om koppel- en synergiekansen te signaleren en waar van toepassing een plaats te bieden in het gebouw. Enerzijds biedt de bestaande leegstand in gebouwen een kans om voorzieningen, zoals kinderopvang, in het gebouw onder te brengen en daarmee de leegstand terug te dringen. Bij nieuwbouw is de gemeente bereid te investeren in extra capaciteit (boven op de onderwijscapaciteit) en deze capaciteit kostprijsdekkend te verhuren aan derden.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

17/51

Door het realiseren van brede kindvoorzieningen voldoet de gemeente aan haar verplichting om te voldoen in voldoende en adequate onderwijshuisvesting (zorgplicht), maar neemt zij een extra stap in het realiseren van een voorziening waarbij de doorgaande leerlijn voor het kind centraal staat. Er is behoefte aan heldere beleidsuitgangspunten ten behoeve van het vormgeven van kindcentra in de volgende situaties: ▪ ▪ ▪

nieuwbouw bestaande gebouwen met leegstand in de onderwijscapaciteit bestaande gebouwen zonder leegstand in de onderwijscapaciteit

Na vaststelling van het IHP wordt voor bovenstaande situaties uitgewerkt welke opties er zijn ten aanzien van het eigendom, de investering en het beheren van kindcentra. Gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties werken gezamenlijk aan de totstandkoming van dit beleid.

5.2 Inclusieve voorzieningen In de gemeente Barendrecht wordt niemand uitgesloten en is er voor zoveel mogelijk kinderen thuis nabij onderwijs en opvang, ook als ze wat extra ondersteuning nodig hebben. Dit sluit aan op wat beschreven wordt in de Wet Passend Onderwijs en de route naar inclusief onderwijs 2035 vanuit het Ministerie OC&W. Alle samenwerkende scholen in een regio bepalen vanuit een samenwerkingsverband samen wat er onder hun basisondersteuning passend onderwijs valt en zorgen samen voor een dekkend aanbod in de regio. (Jeugd)hulp en andere expertise wordt daarmee deels op scholen aangeboden. Een kind gaat naar een gewone school als dat kan en naar het speciaal onderwijs als er intensieve begeleiding nodig is. In de gemeente Barendrecht worden inclusievere schoolgebouwen gerealiseerd door bij nieuwe projecten basisvoorzieningen voor kinderen met een zorgbehoefte op te nemen. Denk hierbij aan extra multifunctioneel inzetbare spreek- of behandelruimte. Hierdoor wordt een toegankelijke leeromgeving gecreëerd voor kinderen zonder én met een lichte tot middelzware zorgbehoefte. Bij bestaande gebouwen biedt de huidige leegstand in de onderwijscapaciteit een kans om inclusieve voorzieningen in bestaande schoolgebouwen te integreren.

Om dit te faciliteren is de gemeente bereid om bij het realiseren van een nieuw of vernieuwd schoolgebouw financiële ruimte te reserveren voor aanvullende voorzieningen. De extra ruimtebehoefte (aanvullend op de onderwijscapaciteit) in het kader van inclusief onderwijs wordt vastgelegd in het IHP. Door het faciliteren van extra ruimte bij nieuwe projecten voldoet de gemeente aan haar verplichting om op eigen wijze invulling te geven aan het realiseren van inclusiever onderwijs. Daarnaast ontvangen gemeente en scholen geld van de Rijksoverheid om voorschoolse en vroegschoolse educatie (vve) aan te bieden. Dit is bedoeld om onderwijsachterstanden op de basisschool te voorkomen, het aanbieden van vve is één van de voorbeelden voor inclusiever onderwijs.

5.3 Beweging stimuleren De gemeente en schoolbesturen zien de vitaliteit en gezondheid van (jonge) kinderen als belangrijk thema waaraan het onderwijs kan bijdragen. De gemeente Barendrecht wil stimuleren om de leerlingen méér dan de 1,5 normklokuren per week te laten bewegen. Hiervoor kunnen scholen gebruik maken van onbenutte capaciteit in de bestaande binnensportaccommodaties. Een alternatief is om extra bewegingsonderwijs te faciliteren op het schoolplein of openbare buitenruimte. Er wordt naar gestreefd om het bewegingsonderwijs zo dicht mogelijk bij de school te laten plaatsvinden om de reistijd voor de leerlingen te beperken.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

18/51

Er wordt inzichtelijk gemaakt of er voldoende binnensportaccommodaties binnen de gemeente aanwezig zijn om aan de wettelijke kaders te voldoen. In het geval hier knelpunten in ontstaan wordt gezocht naar een oplossing. In het geval dat schoolbesturen meer dan de 1,5 klokuur bewegingsonderwijs willen faciliteren gaan zij daarover met de gemeente in gesprek. Door voldoende binnensportcapaciteit binnen de gestelde normen beschikbaar te hebben voldoet de gemeente aan haar wettelijke zorgplicht. Het faciliteren van extra uren bewegingsonderwijs op het schoolplein of in de publieke ruimte is een bovenwettelijke ambitie.

5.4 Renovatie als alternatief voor nieuwbouw Renovatie is een actueel thema, maar vooralsnog hanteert de (onderwijs)wet het begrip renovatie niet. PORaad, VO-Raad en VNG hebben recent de minister geadviseerd om renovatie een formele status te geven en een wetwijziging wordt momenteel voorbereid. Het is de ambitie om, vooruitlopend op de aanstaande wetwijziging, in het IHP, naast de in de verordening opgenomen voorzieningen ‘nieuwbouw’ en ‘uitbreiding’, uitgangspunten op te nemen ten aanzien van de oplossingsrichting ‘renovatie’. Gemeente en schoolbesturen zien renovatie als een gelijkwaardig alternatief voor (vervangende) nieuwbouw. We spreken in het vervolg daarom van het begrip ‘vernieuwbouw’ in plaats van renovatie. Met een vernieuwbouw wordt gestreefd naar hetzelfde kwaliteitsniveau als nieuwbouw. Met als voordeel dat bij vernieuwbouw een deel van het gebouw behouden blijft, op zijn minst de constructie. Een vernieuwbouw draagt zodoende bij aan het verminderen van het grondstofgebruik en hergebruik van materiaal. Er is geen principevoorkeur voor vernieuwbouw of nieuwbouw. De beste optie is altijd afhankelijk van de specifieke situatie en wordt afgewogen op basis van diverse criteria zoals kwaliteit, aansluiting bij onderwijsvisie, duurzaamheid, cultuurhistorie, tijd/procedures en financieel.

Uitgangspunt is dat bij vernieuwbouw een gelijkwaardige kwaliteit als bij nieuwbouw wordt behaald, daarmee ook het budget en de afschrijftermijn voor vernieuwbouw gelijk is aan die voor nieuwbouw. Met het hanteren van vernieuwbouw als voorziening sorteert de gemeente voor op de aankomende wetswijziging, zoals beschreven in paragraaf 3.3.

5.5 Duurzame huisvesting De “Milieuopgave Barendrecht 2023-2026” heeft als doelstelling het beperken van het elektriciteitsgebruik in de gebouwde omgeving en streeft, waar financieel haalbaar, naar energieneutrale gebouwen (ENG). Dit houdt in dat het gebouwgebonden energieverbruik van gebouwen volledig op locatie zelf wordt opgewekt, wat leidt tot een neutrale CO2-uitstoot. Deze ambitie ondersteunt de bredere doelen van het Klimaatakkoord, dat voorziet in een reductie van de CO2-emissie met 55% tegen 2030 en 95% tegen 2050, evenals de overgang naar een volledig aardgasvrije energievoorziening tegen 2050. Bij nieuwbouw of renovatie van schoolgebouwen is de gemeente verantwoordelijk voor het voldoen aan de Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG)-eisen conform het bouwbesluit. Verder moet de haalbaarheid van de overgang van BENG naar ENG worden geëvalueerd op basis van een Total Cost of Ownership (TCO)berekening, waarbij gekeken wordt of de extra investering gerechtvaardigd is door een bijdrage van het schoolbestuur. Wat betreft gezondheid en comfort, wordt Frisse Scholen1 Klasse B als minimumnorm beschouwd voor (ver)nieuwbouw, met als streven om Frisse Scholen Klasse A te behalen. Het doel is een optimale balans te vinden tussen het reduceren van de energiebehoefte en het waarborgen van een gezond binnenklimaat, waarbij de eisen per gebouw kunnen variëren.

1 https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/06/PvE-Frisse-Scholen-2021.pdf

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

19/51

Nederland wil in 2050 een volledig circulaire economie zijn 2 en in 2030 het grondstofgebruik halveren. Het realiseren van schoolgebouwen maakt integraal onderdeel uit van de ontwikkeling naar een circulaire economie en levert hieraan een bijdrage. In Barendrecht onderzoeken we, bij de (ver)nieuwbouw van scholen, welke circulaire principes kunnen worden toegepast. Om deze doelstelling te verwezenlijken, hebben gemeente en schoolbesturen de ambitie om bij projecten te onderzoeken welke circulaire maatregelen er binnen het projectbudget en exploitatiemiddelen mogelijk zijn. De komende jaren zetten de gemeente en schoolbesturen zich in om kennis op te doen over de mogelijkheden van onderwijshuisvesting in de ontwikkeling van de circulaire economie. Ook voor gebouwen die gedurende de looptijd van het IHP geen grootschalige ingreep in de vorm van (ver)nieuwbouw krijgen is het de ambitie om bij te dragen aan de verduurzaming. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhouden van het gebouw. Op natuurlijke momenten in de onderhoudscyclus wordt door het schoolbestuur bekeken of de onderhoudsingreep gecombineerd kan worden met verduurzaming of het verbeteren van het binnenklimaat. Onderzocht wordt of er subsidies beschikbaar zijn om de investering (voor een deel) mee te dekken.

De gemeente is bij bestaande schoolgebouwen niet verplicht om te investeren in duurzaamheid en gezondheid.

5.6 Flexibele huisvesting Maatschappelijke ontwikkelingen hebben invloed op de vraag naar onderwijshuisvesting. Om in te spelen op groei en krimp en mogelijke veranderingen in het gebruik (functionaliteit), is het de ambitie om flexibele kindcentra te realiseren. Met name de onvoorspelbaarheid van leerlingprognoses zorgen ervoor dat er zich vaak onverwachte ontwikkelingen voordoen waar het gebouw op in moet kunnen spelen. Flexibele schoolgebouwen zijn gebouwen die eenvoudig aanpasbaar zijn aan een veranderende ruimtevraag. Het zijn gebouwen die over ruimten beschikken die voor verschillende doeleinden kunnen worden ingezet en waar verschillende gebruikers multifunctioneel gebruik van maken. Dit vraagt om een flexibele inrichting en het mogelijk maken van dubbel/naschools gebruik. Flexibiliteit houdt ook verband met het aanpassen van de onderwijscapaciteit en -kwaliteit aan de wijkbrede behoefte. In iedere wijk dient in deze toekomstbestendige huisvestingsbehoefte te worden voorzien. Dit kan in de vorm van passende nieuwbouw of vernieuwbouw. Maar ook een wijkgerichte verwijzing van leerlingen en het inzetten van leegstaande onderwijsruimten wordt gezien als een middel om flexibel met de bestaande capaciteit om te gaan.

5.7 Standaardisatie Nederland staat voor een enorme opgave rond onderwijshuisvesting. Zeker nu de bouwbudgetten onder druk staan is het zaak slimmer te bouwen, met meer kwaliteit voor hetzelfde geld. Standaardisatie kan daar een oplossing voor bieden. De kansen voor standaardisatie in Barendrecht worden met name gezien in de processen. Het standaardiseren van procesonderdelen leidt tot kortere doorlooptijden wat een beter beheersbaar en betaalbaar proces oplevert. Bij het standaardiseren van procesonderdelen weten partijen vooraf beter welke input wanneer van ze wordt verwacht. Het werken met vaste formats voor onder andere businesscases, Programma van Eisen, overeenkomsten en selectieprocedures is hierin een eerste stap. Het standaardiseren van deze documenten zorgt daarnaast voor een uniforme beoordeling, wat de besluitvorming ten goede komt. Een andere vorm van standaardisatie die landelijk voorkomt, maar inmiddels ook wordt overwogen binnen Barendrecht is het middels een TCO-constructie (Total Cost of Ownership, zoals beschreven bij de kop “Duurzame huisvesting”) langjarig uitbesteden of afkopen van het groot onderhoud. Hierdoor ontstaan efficiëntievoordelen en minder risico’s voor de eigenaar van het gebouw. Ook dit is een optie die in gesprek tussen gemeente en de schoolbesturen de komende jaren verder verkend kan worden.

2 Nederland Circulair in 2050 – Rijksoverheid

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/circulaire-economie/nederland-circulair-in-2050

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

20/51

6. Portefeuille analyse Om een nulmeting vast te stellen is binnen dit IHP de staat van de schoolgebouwen is in kaart gebracht. Door middel van openbare informatie, informatie van de gemeente en enquêtes bij de schoolbesturen en opvangpartijen is voor ieder onderwijsgebouw een factsheet opgesteld. De separate factsheets zijn te vinden in bijlage 1. Aan de hand van de uitgevoerde inventarisatie beschrijft dit hoofdstuk op hoofdlijnen de stand van zaken binnen de huisvestingsportefeuille op de thema’s kwaliteit, financiën en leerlingontwikkeling. Voor een totaaloverzicht van de resultaten op hoofdlijnen is in bijlage 3 een matrix te vinden met daarin de belangrijkste resultaten per school. Daarnaast wordt in hoofdstuk 6 verder ingegaan op deze knelpunten op wijk- en schoolniveau. Uit de resultaten van de inventarisatie volgt in de laatste paragraaf binnen dit hoofdstuk de kernopgave voor dit IHP.

6.1 Analyse 6.1.1 Kwaliteit Binnen het thema kwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen vier criteria: ▪ ▪ ▪ ▪

technische staat functionele staat binnenklimaat veiligheid

De schoolbesturen hebben aan de hand van een vragenlijst de onderwijsgebouwen kwalitatief beoordeeld. In de vragenlijsten is gevraagd naar de ervaring van de schoolbesturen bij de verschillende onderdelen. Er zijn geen metingen uitgevoerd. Deze beoordeling en de context vanuit het onderwijs hebben zij toegelicht in een individueel interview. De uitkomsten van de beoordeling zijn weergegeven in figuur 2. Ook de kinderopvangorganisaties is gevraagd de locaties te beoordelen op functionele staat, binnenklimaat en veiligheid. Deze beoordeling is niet meegenomen in figuur 2, maar wordt in de toelichtende tekst wel beschreven en vergeleken met de beoordeling van de schoolbesturen. Ook namens de gemeente is de technische staat van de schoolgebouwen beoordeeld, naast de beoordeling van de schoolbesturen en opvangpartijen. De resultaten hiervan worden in de toelichtende tekst beschreven.

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

21/51

Beoordeling kwaliteit schoolgebouwen 25 20

1 2

1

7

15 10

18

3

17

20

15

5 0

5

1 Technische staat

2

Functionaliteit Goed

Gemiddeld

Binnenklimaat Slecht

4 Veiligheid

Geen gegevens

Figuur 2: Beoordeling van de kwaliteit van de schoolgebouwen door de gebruikers

Technische staat De technische staat geeft inzicht in de kwaliteit van de installaties en de binnen- en buitenkant van het gebouw. Op de technische staat scoren de meeste schoolgebouwen redelijk tot matig (20 van de 24 gebouwen). Dit houdt in dat enige tot substantiële veroudering zichtbaar is en er regelmatig gebreken aan het gebouw of installaties worden geconstateerd. Dit is passend bij de grootste generatie schoolgebouwen in de portefeuille (vanaf het bouwjaar 2000). Zij naderen de leeftijd van 20 jaar of zijn deze leeftijd al gepasseerd. Het is realistisch dat de onderhoudsvraag dan begint toe te nemen. Van het schoolgebouw dat het laatst in de gemeente is gebouwd (namelijk in 2017) is geen beoordeling op de technische staat ontvangen, maar daarbij is het aannemelijk dat ook daar de technische staat goed is. Bij twee schoolgebouwen wordt een slechte score gegeven op het onderdeel technische staat. Dit zijn Groen van Prinsterer Torenmolen en CBS De Ark. Voor de Groen van Prinsterer Torenmolen wijkt de score af van de score die de gemeente heeft toegekend (de gemeente beoordeelt de technische staat als redelijk), nader onderzoek is nodig om het verschil te duiden. Voor CBS De Ark is de slechte score gezien het bouwjaar (1977) in lijn der verwachting. Namens de gemeente is ook de technische staat beoordeeld.

Hierin zien we veelal hetzelfde beeld ontstaan als bij de beoordeling door de schoolbesturen en is daarmee een goede validatie van het beeld dat is ontstaan. Bij een enkele school wijkt het beeld van de gemeente af van die van het schoolbestuur. Dat geeft aanleiding om het gesprek aan te gaan over waar dit verschil vandaan komt. Het enige gebouw waar de score 2 of meer punten afwijkt is de eerder benoemde Groen van Prinsterer Torenmolen. Bij de andere gebouwen is de technische beoordeling hetzelfde of wijkt deze maximaal 1 punt af. Functionele staat De functionele staat geeft aan in welke mate het gebouw het onderwijsconcept faciliteert. Hierin spelen onderwijsruimtes, het speelplein, de werkomgeving van de staf, de toegankelijkheid en de facilitaire voorzieningen een rol. Bij 5 gebouwen wordt de functionaliteit goed beoordeeld. Deze scholen beschikken over voldoende ruimte om verschillende onderwijsvormen (klassikaal en individueel) onder te brengen. Het grootste deel van de gebouwen (18 van de 24 schoolgebouwen) scoort gemiddeld tot matig op het onderdeel functionaliteit. De functionaliteit sluit niet (geheel) meer aan op de wensen vanuit het onderwijs voor de huisvesting en belemmert het uitvoeren van bepaalde activiteiten.

Uit de inventarisatie blijkt geen correlatie tussen de beoordeling van de functionele staat en andere variabelen zoals het bouwjaar of normatieve ruimteoverschotten. Nader onderzoek en specifieke context op de scholen is nodig om daar een beter beeld van te kunnen schetsen. Ook de kinderopvangorganisaties werd gevraagd de functionaliteit van de ruimten te beoordelen. Daaruit zien we terug dat de kinderopvangorganisaties de functionaliteit van de ruimten over het algemeen goed tot

2220424/20240903KP01 | www.icsadviseurs.nl

22/51

gemiddeld beoordelen. Veelal redelijk gelijk aan de beoordeling van de scholen, of zelfs iets beter. Met een enkele keer een slechtere beoordeling op specifieke onderdelen zoals de werkomgeving staf of de toegankelijkheid. In overleg met de eigenaar van het gebouw zou de opvangpartij mogelijk kunnen investeren in het verbeteren van deze specifieke punten. Binnenklimaat De beoordeling van het binnenklimaat geeft aan hoe de ventilatie, de temperatuur, het licht en het geluid binnen het gebouw ervaren worden. Van de vier onderdelen waarop het binnenklimaat wordt beoordeeld scoren ventilatie en de temperatuur vaker slecht dan de onderdelen licht en geluid. Bij twee scholen zijn er geen klachten over het binnenklimaat. Bij de andere 20 schoolgebouwen zijn er in meer of mindere mate geregeld klachten ten aanzien van de temperatuur en/of ventilatie in het gebouw. Opvallend is dat de schoolgebouwen die als slecht worden beoordeeld allemaal slechts 10 tot 30 jaar oud zijn, dus in wezen nog redelijk jong zijn. Bij deze jongere gebouwen zijn slecht werkende of ingewikkelde mechanische installaties daarvan de oorzaak. Bij oudere gebouwen worden de klachten veroorzaakt door het ontbreken van mechanische ventilatie. In de toelichting, die de scholen konden gegeven op de beoordeling, werd aangegeven dat de problemen met het binnenklimaat als kritisch worden ervaren.

Daarnaast hebben de schoolbesturen op het opmerkingenveld van de factsheets (bijlage 1) aangegeven welke specifieke klachten op het binnenklimaat ervaren worden (zoals te warm, te koud, ventilatie et cetera). De kinderopvangorganisaties geven met hun beoordeling ook aan dat het binnenklimaat op veel locaties problematisch is. De gegeven beoordeling is overwegend slecht op de onderdelen ventilatie en temperatuur. Het binnenklimaat is een thema dat al langer binnen de gemeente speelt. In de periode 2017/2018 hebben verschillende onderzoeken naar het binnenklimaat plaatsgevonden voor de scholen Driehoek/Smitshoek en De Vrijenburg. Hieruit is geconcludeerd dat de gebouwen voldoen aan de geldende bouwnorm ten tijde van de realisatie, Bouwbesluit 2003. Daarnaast kon ook geconcludeerd worden dat de scholen niet voldoen aan de norm Frisse Scholen Klasse B, zoals deze is opgenomen in het Bouwbesluit 2015. Gezien het bouwjaar van deze scholen is dat geen wettelijke eis, maar de ervaring leert dat het binnenklimaat suboptimaal is als hier niet aan wordt voldaan. De investeringen die nodig zijn om de gebouwen dit niveau te laten behalen zijn substantieel omdat hiervoor een groot deel van de installatietechniek vervangen zou moeten worden. Toentertijd werden de kosten geraamd op € 252.000 tot € 415.000 per gebouw, exclusief bijkomende kosten en btw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14555410/1