CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

PlanMER Windenergie Vaanplein 2-1 221111.pdf

gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Windenergie Vaanplein24.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daartoe hebben de gemeenten uit de voormalige stadsregio, de provincie Zuid-Holland, de NWEA, de Zuid-Hollandse Milieufederatie en het Havenbedrijf Rotterdam in 2012 het ‘Convenant realisatie windenergie Stadsregio Rotterdam’ ondertekend om gezamenlijk een inspanning te leveren voor de realisatie van 150 MW aan opgesteld vermogen.

6

Locatieafweging

Monitor wind op land over 2021 (RVO) d.d. 12/5/2022.

Windturbines Vaanplein PlanMER Het gaat nadrukkelijk om een regionale opgave waarbij ook op regionaal niveau naar een invulling van de doelstelling wordt gezocht. De gemeenten hebben samen met de voormalige stadsregio Rotterdam de locaties in het convenant aangedragen. De provincie Zuid-Holland heeft op 9 juli 2014 bijna alle locaties voor windenergie uit het convenant (te realiseren en potentiële locaties) vastgelegd in de verordening Ruimte behorend bij de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM). De studielocaties uit het convenant, waarvoor nog nader onderzoek nodig was, zijn niet in de VRM van 2014 opgenomen. In het convenant met de partners in de stadsregio Rotterdam is de doelstelling opgenomen om 150 MW windenergie te realiseren. Daartoe is in het convenant voor (indicatief) 180 MW aan locaties opgenomen. In 2015 was de inschatting dat circa 80 MW op de in het convenant opgenomen locaties gerealiseerd konden worden. En om de doelstelling van 150 MW te behalen hiervan 70 MW op nieuw aan te wijzen alternatieve locaties gerealiseerd moet worden. Deze locaties zijn samen met de oorspronkelijke convenantlocaties onderzocht (minus locaties die reeds ver in procedure waren of technisch niet haalbaar bleken). Het uitgangspunt daarbij is dat bestaande convenantlocaties niet afvallen, tenzij uit onderzoek blijkt dat deze niet haalbaar zijn. Een van de vastgestelde locaties is Vaanplein.

In 2013 is in het portefeuillehoudersoverleg Groen, Ruimtelijke Ordening en Milieu (GROM) van de voormalige stadsregio Rotterdam geconstateerd dat de opgave van 150 MW niet gehaald kan worden omdat de realisatie van een aantal van de convenantlocaties technisch ingewikkeld en niet haalbaar blijkt. Daarnaast constateert de provincie dat de bestuurlijke context als gevolg van de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 is gewijzigd. In het GROM is - in overleg met de provincie - besloten daarna op zoek te gaan naar nieuwe locaties. Op basis hiervan is in 2017 het ‘PlanMER partiële herziening windenergie Zuid-Holland’7 opgesteld. Aanvankelijk zijn 50 locaties onderzocht. Een aantal hiervan zijn reeds uitgevoerd of onhaalbaar gebleken, deze zijn in de partiële herziening niet meegenomen. Wel zijn er extra locaties toegevoegd8. Na effectbeoordeling én samenvoeging van de laatste 14 locaties, is gekomen tot een vijftal locaties9. Deze vijf locaties zijn vervolgens nader onderzocht in de partiële herziening: Distributiepark Eemhaven, Beneluxplein, Oost 2, Heinenoord en Vaanplein. Deze locaties zijn beoordeeld op de milieuaspecten geluid, slagschaduw, ecologie, landschap, recreatie, cultuurhistorie en archeologie en veiligheid.

Geconcludeerd is dat voor de locatie Veenplein relatief veel geluidsgevoelige objecten in de nabijheid staan en er grote kans is op gecumuleerde geluidsbelasting en slagschaduw binnen de contour. Een ander aandachtspunt is de landschappelijke aansluiting op de mogelijke turbines bij Nieuwe Reijerwaard, potentiële negatieve effecten op cultuurhistorie en archeologie, beperkte plaatsingsruimte en de beperking i.v.m. vliegverkeer en radar.

7

Op de website van de provincie zijn de diverse onderdelen van dat planMER in te zien: https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/ruimte/vrm-downloads/planmer-windenergie/ 8 PlanMER Partiële Herziening VRM Windenergie Zuid-Holland Deel A (2017) 9 Zie https://www.zuid-holland.nl/publish/pages/18346/20171010samenvattingplanmervrmwindenergiepzh.pdf pagina 59/60.

Locatieafweging

Windturbines Vaanplein PlanMER Locatie Vaanplein is mede op basis van het MER aangewezen als VRM-locatie omdat uit de afweging tussen locaties onderling en het provinciale doelbereik is gebleken dat de locatie een belangrijke bijdrage kan leveren en dat de milieugevolgen volgens de provincie aanvaardbaar (te maken) zijn. Figuur 10

Windenergie locatie Vaanplein is door de provincie aangewezen.

De locatiekeuze voor windenergie bij het Vaanplein volgt uit eerder gemaakte afwegingen en keuzes. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van relevante besluiten en onderzoeken. In Tabel 5 zijn alleen afgeronde documenten opgenomen.

Locatieafweging

Tabel 5

Lijst van besluiten.

Datum

2003 2008 2009

Gremium Rijk, de twaalf provincies en de VNG Provinciale Staten Provinciale Staten Rijk

Aard van besluit of titel document De Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling Windenergie (BLOW) Nota Wervel Klimaatagenda stadsregio Rotterdam Nota energiebeleid in uitvoeringssperspectief 2009

2009

Provinciale Staten

Project ‘Ruimte creëren voor windmolens’

2011

Rijk

Nota Wervelender 2011, plaatsingsvisie

2012

Gemeenteraad

Structuur Visie Barendrecht

2012

Vastgesteld door (voormalig) de stadsregio Rotterdam, de provincie Zuid-Holland, de NWEA, de Zuid-Hollandse Milieufederatie en het Havenbedrijf Rotterdam

Convenant realisatie windenergie stadsregio

2012, 2014

Provinciale staten

Provinciale structuurvisie, actualisatie structuurvisie

2014

Provinciale staten

Visie Ruimte en Mobiliteit, Verordening Ruimte en programma ruimte 2014

2015

Gedeputeerde Staten

Hoofdlijnenakkoord 2015-2019

2015

stadsregio Rotterdam, Goeree-Overflakkee en de Rotterdamse Haven

Gezamenlijke uitkomst van het proces

2015

Gemeenteraad

Toetsingskader windenergie Barendrecht

2016

Gemeenteraad

2017

Provinciale staten

Barendrechts Buitenboek Herziening VRM Windenergie Zuid-Holland, onderzoek Pondera

2019

Rijk

Nationale Klimaatakkoord

2020

Rijk

NOVI

2020

Stadsregio

Verlenging convenant realisatie windenergie

2021

Gemeente/provincie

Bestuursovereenkomst

2002

Gevolg van besluit Doel is om eind 2010 tenminste 1500 MW windvermogen in Nederland te hebben staan. Langs (hoofd) infrastructuur in combinatie met een agrarisch of recreatiegebied. start project ruimte creëren voor windmolens. Aangegeven dat in 2020 circa 1.000 MW op land en vlak voor de kust (‘near shore’) haalbaar lijkt. Doel is het aandeel duurzame energie dat binnen de regiogemeenten wordt opgewekt door toepassing van windenergie te vergroten en zo een bijdrage te leveren aan de ambitie uit de Nota Wervelender van de provincie. Uitkomst van dit project is de benoeming van een ambitie van 150 MW voor de stadsregio Rotterdam. Ontwikkeling windenergie versnellen, doorkijk naar 1.000 MW in 2020 en hoe nieuwe locaties en zoekgebieden aan te pakken. Visie neergelegd voor 2020 van 500-600 MW in 2020. Barendrecht wil in 2030 een CO2 neutrale gemeente zijn door het energieverbruik significant af te laten nemen. De energie die gebruikt wordt moet groen zijn. Om dit te bereiken zet Barendrecht in op het opwekken van groene energie door een combinatie van verschillende duurzame energiebronnen. Regionale ambitie voor 150 MW vastgelegd. De convenantpartners hebben afgesproken zich in te spannen voor 100 MW aan windenergievermogen voor 2020 op ‘Te realiseren locaties’ en ‘Potentiële locaties’.

Ook is de wens om de markt te stimuleren en draagvlak bij en het betrokkenheid van burgers en bedrijven. Een van de drie vastgestelde locaties is Vaanplein. verdeling van de opgave, waarvan 200-300 MW: overig Zuid-Holland (waaronder 100-150 MW conform Convenant ‘realisatie windenergie stadsregio Rotterdam’, 2012). Plaatsingsvisie integraal opgenomen met onderverdeling in technische eisen en ruimtelijke kwaliteit. Locatie combineren met infrastructuur In 2020 moet voorzien in 735,5MW opgesteld vermogen op land. Om alternatieve locaties te vinden is ruim gezocht in de hele voormalige stadsregio Rotterdam. Locaties zijn in beeld gebracht met een belemmeringenonderzoek. Door met de weg van verduurzaming bij de aanleg van nieuwe infrastructuur. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de ruimtelijke inpassing van de huidige met het Rijk overeengekomen opgave voor windenergie op land. Daarboven zien wij geen ruimte voor een extra opgave windenergie op land.

Geeft invulling aan de aspecten waarbij gemeente beleidsvrijheid heeft bij de mogelijke plaatsing en exploitatie van windturbines. Hieruit vloeien onderzoek verplichtingen voort. Het Barendrechts Buitenboek is gemaakt om de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te verbeteren. Er zijn 16 locaties voor windenergie met ca 35 windturbines aangewezen in het Rijnmondgebied. Vaanplein is een van deze locaties. Het doel is om ten minste 35 terawattuur (TWh) aan hernieuwbare energie op land te realiseren. De uitwerking hiertoe zal in de RES worden uitgevoerd. Ten aanzien van de productie van duurzame energie (door windturbines, eventueel in combinatie met zonnevelden) wordt in het NOVI een voorkeur voor grootschalige clustering van duurzame energieproductie meegegeven. Daarbij is het wel van belang dat er een afweging wordt gemaakt tegenover andere relevante waarden zoals landschap, nationale veiligheid, natuur, cultureel erfgoed, water en bodem en draagvlak. De benoemde periode uit het convenant realisatie windenergie stadsregio, uit 2012, wordt tot en met 31 december 2025 verlengd. De ‘Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente Barendrecht’ is op 28 januari 2021 ondertekend.

Datum

Gremium

2021

Provinciale Staten

2021

RES-regio

2021

Gemeenteraad

Aard van besluit of titel document Omgevingsverordening Zuid Holland, Omgevingsvisie Zuid-Holland, Omgevingsprogramma Zuid-Holland, Regionale Energie Strategie Rotterdam Den Haag 1.0 Besluit voor start planMER

Gevolg van besluit Aangegeven Vaanplein als locatie voor Windenergie. De omgevingsverordening heeft Artikel 6.28 over windenergie opgenomen. In de regio wordt gezocht naar mogelijkheden van zonne-energie en aanvullend naar ca. 27 extra windmolens. Windpark Vaanplein valt binnen deze zoeklocaties. De Raad heeft besloten om te starten met een planMER en zo de milieueffecten in kaart te brengen.

Windturbines Vaanplein PlanMER

5.3

Locatiekeuze De uiteindelijk te onderzoeken inrichtingsalternatieven in het planMER moeten aan een aantal randvoorwaarden voldoen, zoals bijvoorbeeld: ➢ moet voldoen aan de Omgevingsverordening Zuid-Holland; ➢ moet kunnen voldoen aan wettelijke normen en indien van toepassing aan lokaal vastgestelde normen in het bestemmingsplan (bv. Voor geluid); ➢ mag instandhoudingsdoelen van beschermde natuurgebieden niet in gevaar brengen en mag geen invloed hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten; ➢ Opstelling moet voorzien zijn van een goede landschappelijke inpassing. Daarnaast zijn bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energieopwekking altijd een zorgvuldige locatiekeuze en de inbedding in de omgeving van belang. Een beeldkwaliteitsparagraaf moet inzicht geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving. De Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland geven locatie Vaanplein als een locatie die vanuit een regionale beoordeling geschikt is bevonden. Dit wordt nogmaals benoemd in de Regionale Energie Strategie Rotterdam-Den Haag 1.0.

5.4

Conclusie Het provinciaal beleid kent een voorgeschiedenis, hierin is de locatie meermaals afgewogen. Op nationale schaal zijn er randvoorwaarden gesteld voor het toestaan van windturbines, op provinciale schaal is onderzocht wat de beste methode is om windturbines te plaatsen. Dit leidde tot de inrichting van zoekgebieden. Vaanplein is hier onderdeel van. Er is een planMER uitgevoerd waarin de locatie Vaanplein, samen met diverse andere locaties, is onderzocht. Hiermee is een weloverwogen locatiekeuze gemaakt om de locatie, ondanks de genoemde (milieu)aandachtspunten, aan te wijzen als ‘locatie windenergie’ in de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Locatieafweging

41

Windturbines Vaanplein PlanMER

Hoofdstuk 6 MER-alternatieven

MER-alternatieven

42

Windturbines Vaanplein PlanMER

6.1

Inleiding Uit het voorgaande hoofdstuk is duidelijk geworden hoe de locatiekeuze voor windturbines nabij het Vaanplein tot stand is gekomen. Binnen de locatie (het plangebied) zijn verschillende opstellingen mogelijk. Door in dit MER verschillende ‘MER-alternatieven’ te onderzoeken, ter beoordelen en te vergelijken krijgt de gemeente een goed beeld van de maximale effecten die kunnen optreden, en kan zij een inhoudelijk onderbouwde keuze maken, waarbij de milieueffecten op een volwaardige manier in de belangenafweging worden betrokken. In het MER moeten realiseerbare alternatieven onderzocht worden. Omdat het plan invulling geeft aan een specifieke taakstelling voor windenergie vanuit de provinciale omgevingsvisie en -verordening beschouwt het MER geen andere vormen van opwekking van duurzame energie. De alternatieven bestaan uit verschillend ingerichte windturbineopstellingen.

6.2

Locatiebeschrijving

6.2.1

Plangebied windpark Vaanplein Het plangebied voor het windpark ligt binnen het Zuidelijk Randpark. Het Zuidelijk Randpark ligt tussen Barendrecht en de A15 in. Het wordt aan de noordzijde begrensd door de gemeente Rotterdam, zie Figuur 11. Het park bestaat uit kleine aaneengeregen natuurgebieden, gelegen in de geluidszone van Rijksweg A15. Het is een keten van groene gebieden van oost naar west genaamd: Koolwalbos, Vaanbos, Vrijenburgbos, Pendrechtse molen en Clarabos. Het park wordt intensief gebruikt door omwonenden uit zowel Barendrecht als Rotterdam. De gronden bestaan uit bos en polders en vormen een recreatiegebied, met enkele waterplassen, fiets- en wandelpaden. De gronden van het plangebied zijn in eigendom bij Staatsbosbeheer en worden gepacht door het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ). Onderstaande figuur toont het plangebied, waarbij ook de ligging ten opzichte van nabijgelegen woonwijken goed te zien zijn.

MER-alternatieven

43

Windturbines Vaanplein PlanMER

Figuur 11

Uitsnede plangebied windenergie Vaanplein.

6.2.2

Ruimtelijke belemmeringen MER-alternatieven moeten realistische opstellingen zijn, die op basis van geldende wet- en regelgeving en technische randvoorwaarden gerealiseerd zouden kunnen worden.

MER-alternatieven

44

Windturbines Vaanplein PlanMER

Figuur 12

Ruimtelijke belemmeringen Windturbines Vaanplein.

Hieronder worden de aangehouden afstanden toegelicht behorende bij de totstandkoming van Figuur 12: ➢ panden 85m, afstand van 1x wieklengte om overdraai te voorkomen; ➢ buisleidingen 250m, de tiphoogte (adviesafstand van Gasunie); ➢ hoogspanningsinfrastructuur 250m, de tiphoogte (adviesafstand van TenneT); ➢ spoorwegen 96m, de wieklengte + 11 m (adviesafstand van ProRail); ➢ rijkswegen 85m, de wieklengte, om overdraai te voorkomen (beleidsregel Rijkswaterstaat); ➢ overige wegen 20m, om te zorgen dat de fundering niet op de weg komt te liggen. In Figuur 12 is geen afstandseis voor woningen opgenomen, aangezien een landelijk normenkader (voor geluid en slagschaduw) momenteel ontbreekt. De effecten van de MER-alternatieven op de gevoelige objecten in de omgeving is input die de gemeente Barendrecht gebruikt en bij het opstellen van projectspecifieke lokale normen. De overige gebieden waar in de onderzoeken voor geluid en slagschaduw de effecten op zijn bepaald zijn te zien in Figuur 13.

MER-alternatieven

45

Windturbines Vaanplein PlanMER

Figuur 13

6.3

Nabijgelegen overige gebieden.

Uitgangspunten voor plaatsing windturbines Uitgangspunten voor het MER-alternatief zijn: ➢ Voldoen aan wettelijke afstandseisen; ➢ Rekening houden met onderlinge afstand (ca. 3-4x rotordiameter); ➢ ‘Hoeken van het speelveld’ opzoeken; ➢ Realiseerbare onderzoeksalternatieven; ➢ Voldoen aan minimumeis van de provincie; 9 MW opgesteld vermogen.

6.4

MER-alternatieven Het MER beschouwt conform de NRD drie alternatieven, die verschillen door het aantal en de posities van de windturbines. Per alternatief is een windturbinetype geselecteerd dat representatief is voor de betreffende klasse van windturbines. Per categorie betekent dit dat een windturbine gekozen is waarvan bekend is dat dit niet de stilste en niet de luidste in haar klasse is. Voor de kleine variant windturbine is uitgegaan van de Vestas V126-3.45 LTq (hierna in de tekst aangeduid als V126) en voor de grote variant windturbine is de Siemens SG6.6 170 aangehouden. Meer over de typeselectie is te lezen in het akoestisch onderzoek (Bijlage B).

MER-alternatieven

46

Windturbines Vaanplein PlanMER

In aanvulling hierop is een extra opstelling onderzocht die bestaat uit 4 kleine windturbines (tiphoogte 100m). Hoewel een dergelijke opstelling niet financieel haalbaar lijkt (en daarmee formeel geen MER-alternatief kan zijn) is specifiek gevraagd om de milieueffecten van een dergelijke opstelling in beeld te brengen. In de verschillende milieuonderzoeken (die de basis vormen van Hoofdstuk 7) is dit aanvullende onderzoeksvariant apart beoordeeld, om de bijzondere status van deze opstelling te benadrukken. De resultaten zijn samengevat in paragraaf 7.11. Figuur 14 geeft de grootte van de onderzochte windturbines schematisch weer. Figuur 14

Afmetingen Windturbines Vaanplein.

Onderstaande figuren tonen de planMER-alternatieven die worden onderzocht.

Tabel 6

Eigenschappen onderzoeksopstellingen. 3x klein

MER-alternatieven

2x groot

3x groot

Aanvullend 4x100m

Aantal windturbines

3

2

3

4

Tiphoogte (m)

150

250

250

100

Rotordiameter (m)

126

170

170

70

Korte omschrijving

‘Compacte opstelling’

‘Ver van woningen’

‘Maximale benutting’

‘Minimale visuele impact’

47

Windturbines Vaanplein PlanMER

Figuur 15

Alternatief 3x klein.

Figuur 16

Alternatief 2x groot.

Figuur 17

Alternatief 3x groot.

MER-alternatieven

48

Windturbines Vaanplein PlanMER

Figuur 18

Variant 4x 100m tip.

N.B. In eerder onderzoek is uitgegaan van een bouwhoogtebeperking van 145,7m i.v.m. Rotterdam The Hague Airport. De Inspectie Leemomgeving en Transport (ILT) heeft op basis van aeronautisch onderzoek vrijstelling verleend van de bouwhoogtebeperking. De hierboven genoemde afmetingen zijn indicatief en representatief voor de betreffende ‘afmetingsklasse’. Voor concrete projecten geldt altijd dat de afmetingen in meer detail beschouwd moeten worden. Het bestemmingsplan kan afmetingseisen bevatten. Te realiseren windturbines zullen moeten voldoen aan zowel de regels uit het bestemmingsplan als de hoogtebeperkingen die gelden ten tijde van vergunningverlening.

6.5

Referentiesituatie Het MER beschouwt de milieueffecten van de windturbines ten opzichte van een zogenaamde ‘referentiesituatie’: de situatie waarin de voorgenomen activiteit niet wordt uitgevoerd. De referentiesituatie wordt gevormd door de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. Onder autonome ontwikkeling wordt verstaan: ontwikkelingen die nog niet zijn gerealiseerd, maar waarvan wel de planologische procedure is gestart (publicatie van een ontwerp).

6.5.1

Huidige planologische situatie Het plangebied van Windpark Vaanplein is gelegen op de grens van de gemeenten Barendrecht en Rotterdam. Het plangebied is omgeven - en wordt gedomineerddoor infrastructurele werken. De huidige functie van het plangebied is overwegend recreatief. De bestemmingsplannen ‘Noordrand’ en ‘Grootschalige Infrastructuur’ vigeren in het gehele plangebied. Ook de Parapluherziening Standplaatsen en evenementen is op dit terrein van toepassing met de functie ‘Overige zone – standplaatsen’.

MER-alternatieven

49

Windturbines Vaanplein PlanMER

Figuur 19

Bestemmingsplan ‘Noordrand’.

Figuur 20

Uitsnede bestemmingsplan ‘Grootschalige Infrastructuur’.

6.5.2

Autonome ontwikkelingen Als onderdeel van de referentiesituatie worden in het MER de autonome ontwikkelingen beschreven. Het gaat hierbij om voorzienbare ruimtelijke ontwikkelingen in het zoekgebied en de directe omgeving. Er zijn geen ruimtelijke ontwikkelingen bekend in het plangebied.

MER-alternatieven

50

Windturbines Vaanplein PlanMER

Hoofdstuk 7 Effectbeoordeling planMER

Effectbeoordeling planMER

51

Windturbines Vaanplein PlanMER

7.1

Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft en beoordeelt de effecten van de MER-alternatieven op de relevante milieuaspecten. De milieueffecten zijn gegroepeerd naar de thema’s: geluid, slagschaduw, bodem, archeologie en water, externe veiligheid, landschap en cultuurhistorie, ecologie, energieopbrengst en vermeden emissies. Het totaal aan milieuthema’s en de wijze waarop de effecten worden uitgedrukt in het MER vormt het beoordelingskader.

Tabel 7

Aspecten die in het planMER aan de orde komen en hun beoordelingscriteria.

Thema

Beoordelingscriterium

Geluid

Aantal geluidsgevoelige objecten binnen de geluidscontouren 37, 42, 45 en 47 dB Lden: absoluut. Aantal geluidsgevoelige objecten binnen de geluidscontouren 37, 42, 45 en 47 dB Lden: relatief. Geluidsbelasting ter plaatse van nabijgelegen recreatieterreinen, het crematorium en de kinderboerderij.

Gezondheid

Toename van het aantal ernstig gehinderden als gevolg van de toevoeging van het windturbinegeluid aan het cumulatieve achtergrondgeluidsniveau van woningen met tenminste 37 dB Lden.

Slagschaduw

Aantal gevoelige objecten binnen de slagschaduwcontouren 1, 6 en 10 u/jr: absoluut. Aantal gevoelige objecten binnen de slagschaduwcontouren 1, 6 en 10 u/jr: relatief. Slagschaduwbelasting ter plaatse van nabijgelegen recreatieterreinen. % benodigde stilstand om alle slagschaduw per jaar op woningen te voorkomen.

Externe veiligheid

Ligging t.o.v. hoogspanningsinfrastructuur Ligging t.o.v. buisleidingen Ligging t.o.v. wegen, spoorwegen en waterwegen Aantal (beperkt) kwetsbare objecten binnen 10-6 contour Ligging t.o.v. risicovolle installaties

Bodem, water en archeologie

Bodemkwaliteit o.b.v. Bodematlas Zuid-Holland Ligging t.o.v. grondwaterbeschermingsgebieden/waterwingebieden Noodzaak tot archeologisch vervolgonderzoek o.b.v. aanwezige waarden.

Landschap en cultuurhistorie

Effect op bestaande structuren Herkenbaarheid van de opstelling Visuele interferentie met andere windparken Ligging t.o.v. cultuurhistorisch waardevolle gebieden en objecten Beleving windturbine(s) in het landschap

Ecologie

Effecten op beschermde gebieden Effecten op beschermde soorten

Energieopbrengst

Elektriciteitsproductie

De beoordeling van deze aspecten wordt in het planMER uitgevoerd op basis van kwantitatieve gegevens. Waar dat niet mogelijk is wordt kwalitatief beoordeeld. Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van een 5 puntenschaal. Met uitzondering van energieopbrengst en landschap is de maximaal te behalen score ‘neutraal’ (0). Voor landschap wordt de score ++ niet toegekend (zie Tabel 8). Tabel 8

5-puntenschaal beoordeling voor de verschillende milieueffecten. Beoordeling Energieopbrengst Landschap Positief effect ++ n.v.t. Beperkt positief effect + + Neutraal effect 0 0 Beperkt negatief effect n.v.t. Negatief effect n.v.t. --

Effectbeoordeling planMER

Overige milieuthema’s n.v.t. n.v.t. 0 --

52

Windturbines Vaanplein PlanMER

De beoordelingscriteria worden per milieuthema toegelicht in de betreffende paragraaf. Elk beoordelingscriterium krijgt een eigen beoordelingstabel, waaruit blijkt welke effecten leiden tot welke score. Deze beoordelingstabel is opgesteld met als doel niet alleen de beoordeling in absolute zin, maar ook om een vergelijking van de onderzochte alternatieven mogelijk te maken. De beoordelingsklassen per criterium zijn met die gedachte ontworpen.

7.2

Energieopbrengst en vermeden emissies Wanneer windturbines elektriciteit produceren wordt op dat moment minder ‘grijze’ stroom door kolen- en (vooral) gascentrales geproduceerd, met bijbehorende vermindering van CO2-, fijnstof en emissies van verzurende stoffen. In het MER vindt een analyse plaats van het voorkomen van emissies elders.

7.2.1

Referentiesituatie In de referentiesituatie is er op de locaties geen sprake van opwekkingen van elektriciteit met behulp van windenergie.

7.2.2

Beoordelingscriterium en effectbeoordeling De elektriciteitsproductie per MER-alternatief is het beoordelingscriterium. Ter illustratie wordt deze productie ook uitgedrukt in vermeden emissies: in Nederland wordt per opgewekte GWh aan grijze stroom gemiddeld 557 ton CO2 uitgestoten10. De emissie-intensiteit van de totale elektriciteitsmix is 480 ton CO2/GWh. Deze uitstoot wordt met de opwekking van windenergie gemitigeerd. De vermindering van deze emissies is een direct gevolg van de energieopbrengst.

Tabel 9

Beoordelingscriterium energieopbrengst en vermeden emissies. Thema Beoordelingscriterium

Methode

Energieopbrengst

Kwantitatief

Elektriciteitsproductie

De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘-‘ tot ‘+ +’. In onderstaande tabel wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ´energieopbrengst´ toegelicht. Tabel 10

Beoordelingstabel energieopbrengst/vermeden emissies. Elektriciteitsproductie – aantal windturbines -n.v.t.

10

n.v.t.

0 0 – 25 GWh/jaar

+ 25 – 50 GWh/jaar

++ > 50 GWh/jaar

Wielders en Nusselder, Emissiekentallen elektriciteit, CE Delft, januari 2020.

53 Effectbeoordeling planMER

Windturbines Vaanplein PlanMER

7.2.3

Analyse Uitgaande van de twee windturbinetypen (alternatief klein en alternatief groot) kan op basis van de gemiddelde windsnelheid op ashoogte een inschatting worden gemaakt van de jaarlijkse elektriciteitsproductie per windturbine. Deze jaaropbrengst hangt enerzijds af van hoe vaak het hoe hard waait, en anderzijds van hoeveel vermogen de windturbine levert bij verschillende windsnelheden. Het KNMI heeft voor heel Nederland informatie beschikbaar over het langjarig gemiddelde windaanbod. Fabrikanten van windturbines stellen gegevens beschikbaar over het vermogen van hun windturbines. Onderstaande grafiek toont de gegevens waarop de berekening van de verwachte jaarlijkse elektriciteitsproductie is gebaseerd.

Figuur 21

Windsnelheidsverdeling op de beide onderzochte ashoogtes (weergegeven op de linker verticale as) en het vermogen van de onderzochte referentiewindturbinetypes (weergegeven op de rechter verticale as).

Combinatie van de gegevens uit bovenstaande figuur leidt tot een bruto-productie van het kleine type per windturbine van 10.770 MWh per jaar. Voor het grote type is de bruto-energieopbrengst 28.300 MWh per windturbine. Voor het planMER doen wij de aanname dat windturbines in de praktijk een nettoproductie hebben die ongeveer 13% lager ligt dan de bruto productie, i.v.m. zogeffecten11 en andere verliezen. Dit betekent een jaarlijkse nettoproductie van 9.370 MWh voor het kleine alternatief en 24.621 MWh voor het grote alternatief per windturbine per jaar. Wanneer windturbines elektriciteit produceren wordt op dat moment minder uitstoot veroorzaakt van CO2, fijnstof en emissies van verzurende stoffen door fossiele

11

Zogeffect is het effect waarbij vermogensreductie van een windturbine optreedt als gevolg van een andere, nabijgelegen windturbine die de wind deels ‘afvangt’. de onderlinge afstand tussen windturbines.

Effectbeoordeling planMER

54

Windturbines Vaanplein PlanMER

alternatieven. De emissies per gemiddelde opgewekte MWh zijn in Nederland als volgt12,13: Tabel 11

Uitstoot per MWh (op basis van energiemix in NL). CO2 NOX Uitstoot per MWh 480 kg 0,71 kg

SO2 0,39 kg

Bovenstaande emissiekentallen zijn aan verandering onderhevig, bijvoorbeeld als gevolg van de geopolitieke situatie en de energiemix. De relatieve verschillen tussen de MER-alternatieven veranderen daar niet door. De beoordeling op basis van het aantal windturbines wordt dan als volgt.

Figuur 22

3x groot

2x groot

Resultaten opbrengst en vermeden emissies per alternatief.

3x klein

Tabel 12

Aantal windturbines

3

2

3

Energieopbrengst (GWh) Vermeden uitstoot CO2 - kton Vermeden uitstoot NOx - ton

28 13 20

49 24 35

74 35 52

Vermeden uitstoot SOx - ton

11

19

29

Energieproductie van de 3 MER-alternatieven, grafisch weergegeven. Elke windturbine is als een donkergroen bouwblok van de grafiekstaven weergegeven.

12

Voor de individuele emissies van NOx, SOx en fijnstof: Otten M. & Afman M., 2015. Emissiekentallen elektriciteit. CE Delft. 13 Voor de ketenemissies (gram CO2-eq./kWh): Wielders en Nusselder, Emissiekentallen elektriciteit, CE Delft, januari 2020.

Effectbeoordeling planMER

55

Windturbines Vaanplein PlanMER

7.2.4

Conclusie De opstellingen scoren als volgt:

Tabel 13

Conclusie energieopbrengst. Energieopbrengst

7.3

3x klein

2x groot

3x groot

+

+

++

Geluid Windturbines produceren geluid, dat meestal wordt omschreven als suizend of zoevend. Er is veel onderzoek gedaan naar windturbinegeluid en de effecten van blootstelling aan dit geluid. Op basis van deze onderzoeken zijn relaties bepaald tussen de hinderbeleving en de blootstelling aan geluidniveaus. Dit zijn dosis-effectrelaties waarbij met de mate van blootstelling een bepaalde mate van effect gepaard gaat. Deze relaties vormen (voor windenergie, maar ook voor andere geluidsbronnen) de basis voor de geluidwetgeving. Tot voorkort waren er rechtstreeks geldende geluidsnormen voor windparken opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer: 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Omdat voor het Activiteitenbesluit ten onrechte geen milieueffectrapport is opgesteld zijn deze normen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State buiten toepassing verklaard voor windturbineprojecten die vallen onder bijlage II van de Europese m.e.r.-richtlijn. In Hoofdstuk 8 gaat het MER in op mitigerende maatregelen, waaronder voor dit planMER ook lokale milieunormen worden verstaan.

7.3.1

Beoordelingscriterium en effectbeoordeling Voor de alternatieven is de geluidemissie naar de omgeving berekend conform het ‘Reken- en meetvoorschrift windturbines’. Met behulp van geluidsberekeningen maakt het MER inzichtelijk hoeveel geluid woningen in de omgeving van de windturbines zullen ondervinden. Het aantal geluidgevoelige objecten (zoals woningen van derden) binnen de geluidscontouren van 47 dB Lden, 45 dB Lden, 42 dB Lden en 37 dB Lden zijn berekend en weergeven op de kaarten met geluidscontouren per alternatief. Tevens is de geluidsbelasting van de omliggende recreatieterreinen, het crematorium en de kinderboerderij berekend. Daarnaast worden in het MER de effecten in relatie tot de hoeveelheid opgewekte energie inzichtelijk gemaakt, namelijk het aantal woningen binnen de geluidscontouren per eenheid opgewekte energie (MWh). Onderstaande tabel toont de beoordelingscriteria waarop het MER de MER-alternatieven beoordeelt op het milieuthema geluid.

Effectbeoordeling planMER

56

Windturbines Vaanplein PlanMER

Tabel 14

Beoordelingscriteria geluid. Beoordelingscriteria Aantal geluidsgevoelige objecten binnen de geluidscontouren 37, 42, 45 en 47 dB Lden: absoluut. Aantal geluidsgevoelige objecten binnen de geluidscontouren 37, 42, 45 en 47 dB Lden: relatief. Geluidsbelasting ter plaatse van nabijgelegen recreatieterreinen, het crematorium en de kinderboerderij.

De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘- -‘ tot ‘+ +’. In onderstaande tabellen wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ´geluid´ toegelicht. Op basis van de NRD is het onderscheid gemaakt tussen >37 dB Lden, >42dB Lden, >45 dB Lden, en >47dB Lden. De exacte invulling van de kwalitatieve beoordeling is gekozen op basis van expert judgement met als doel deze onderling te kunnen vergelijken. Tabel 15

Tabel 16

Tabel 17

7.3.2

Scoretabel geluidsgevoelige objecten binnen drie geluidscontouren absoluut. >37 dB Lden >42 dB Lden >45 dB Lden >47 dB Lden -Meer dan 10.000 Meer dan 2000 Meer dan 250 Meer dan 25 5000-10.000 1000-2000 75-250 0-25 0 +

0-5000 n.v.t.

0-1000 n.v.t.

0-75 n.v.t.

0 n.v.t.

++

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Scoretabel relatieve beoordeling: aantal geluidsgevoelige objecten per GWh/jr binnen drie geluidscontouren. >37 dB Lden >42 dB Lden >45 dB Lden >47 dB Lden -> 250 > 50 > 25 >5 0 +

1-250 <1 n.v.t.

1-50 <1 n.v.t.

1-10 <1 n.v.t.

1-5 <1 n.v.t.

++

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Beoordelingstabel geluidsbelasting overige terreinen. Aantal terreinen met een maximale geluidsbelasting > 47 dB Lden -> 7 locaties 0 +

1 - 7 locaties 0 locaties n.v.t.

++

n.v.t.

Beoordeling – kwantitatief In het kader van dit MER is een akoestisch onderzoek opgesteld, waarin met het akoestisch rekenprogramma Geomilieu de geluidbelasting als gevolg van de verschillende opstellingsalternatieven is berekend. Per grootteklasse is een windturbinetype geselecteerd dat representatief is voor de betreffende klasse van windturbines. Per categorie betekent dit dat een windturbine gekozen is waarvan bekend is dat dit niet de stilste en niet de luidste in haar klasse is. Hieronder de akoestische eigenschappen van de gekozen representatieve turbines per alternatief:

Effectbeoordeling planMER

57

Windturbines Vaanplein PlanMER

Tabel 18

Alternatieven. 3x groot

3x klein

2x groot

Aantal windturbines

3

2

3

Ashoogte (m)

87

165

165

Rotordiameter (m)

126

170

170

Tiphoogte (m)

150

250

250

Vestas V126 (3,45 MW)

Siemens Gamesa SG6.6 170 (6,6 MW)

Siemens Gamesa SG6.6 170 (6,6 MW)

Gebruikt windturbinetype

Naast het gekozen type houdt het rekenprogramma Geomilieu rekening met verschillende omgevingsspecifieke kenmerken, zoals de overheersende windrichting en de absorptie/reflectie factor van de bodem (waaronder de reflectiewaarde van de zonnevelden die onderdeel uitmaken van de opstellingsalternatieven). Het programma zoekt hiervoor aansluiting bij het ‘Reken- en meetvoorschrift windturbines’ uit bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer. Als een woning binnen een bepaalde contour valt, betekent dat de geluidsimmissie daar gelijk is aan de bijbehorende Lden waarde.

7.3.3

Beoordeling – absoluut In deze paragraaf worden ter illustratie de 47 dB Lden 45 dB Lden, 42 dB Lden en 37 dB Lden contouren weergegeven van de alternatieven. Dergelijke contouren geven grafisch weer hoe hoog de jaargemiddelde geluidsbelasting is op elke plek rondom de MER-alternatieven. Een 47 dB Lden-contour wil zeggen dat de jaargemiddelde Lden-geluidsbelasting binnen de contour hoger is dan 47 dB en erbuiten 47 dB of lager.

Figuur 23

Geluidscontouren van alternatief 3x klein.

Effectbeoordeling planMER

58

Windturbines Vaanplein PlanMER

Figuur 24

Geluidscontouren van alternatief 2x groot.

Figuur 25

Geluidscontouren van alternatief 3x groot.

In de bovenstaande afbeeldingen is te zien welke en hoeveel gevoelige objecten binnen de verschillende Lden-contouren vallen. Hieronder is het aantal gevoelige objecten waar de geluidsbelasting 37, 42, 45 en 47 dB Lden of hoger is in onderstaande Tabel 19 weergegeven:

Effectbeoordeling planMER

59

Windturbines Vaanplein PlanMER

Tabel 19

Aantal woningen binnen de geluidscontouren. Woningen binnen de 37 dB Lden contour Woningen binnen de 42 dB Lden contour Woningen binnen de 45 dB Lden contour Woningen binnen de 47 dB Lden contour

7.3.4

3x klein

2x groot

3x groot

6.478 1.260 95 13

9.462 1.753 193 15

16.179 4.348 856 106

Beoordeling – relatief Om een evenwichtige vergelijking te kunnen maken tussen alternatieven is ook gekeken naar de hoeveelheid woningen in relatie tot de hoeveelheid geproduceerde energie per alternatief. Op deze wijze wordt inzichtelijk gemaakt wat de relatieve effecten per opstelling zijn. De energieopbrengst resultaten voor nabijgelegen woningen zijn per alternatief samengevat in onderstaande Tabel 20. Zie voor de berekening van de energieopbrengst paragraaf 7.2.

Tabel 20

Aantal relatieve woningen binnen de geluidscontouren. Energieopbrengst (GWh/jr) Woningen/GWh/jr binnen de 37 dB Lden contour Woningen/GWh/jr binnen de 42 dB Lden contour Woningen/GWh/jr binnen de 45 dB Lden contour Woningen/GWh/jr binnen de 47 dB Lden contour

7.3.5

3x klein

2x groot

3x groot

28 230 45 3 0

49 192 36 7 0

74 219 59 30 1

Overige terreinen In de nabije omgeving van de MER-alternatieven zijn verschillende recreatiegebieden, een crematorium en een kinderboerderij gelegen. Per MER-alternatief is de verwachte geluidsbelasting op deze terreinen berekend. De selectie van recreatiegebieden is gedaan op basis van enkelbestemmingen ‘recreatie’ in bestemmingsplannen en op basis van de structuurvisie Barendrecht (Vastgesteld op 2 juli 2012). Tabel 21 toont de geluidsbelasting van de alternatieven op de recreatiegebieden, het crematorium en de kinderboerderij. Daarbij is per gebied steeds de hoogste en laagste waarde in de tabel opgenomen.

Tabel 21

Geluidsbelasting nabijgelegen recreatiegebieden, het crematorium en de kinderboerderij. Zie Figuur 26 voor de ligging van de verschillende onderzochte gebieden. Terrein

Recreatieterreinen 1 2 3 4 5 6 7 8 9

Effectbeoordeling planMER

3x klein Laag Hoog (dB Lden) (dB Lden) 34 39 43 44 45 48 47 27 29

38 43 46 47 47 49 51 28 30

2x groot Laag Hoog (dB Lden) (dB Lden) 36 40 43 44 45 48 48 30 32

39 44 46 47 47 49 52 30 33

3x groot Laag Hoog (dB Lden) (dB Lden) 37 41 45 44 45 47 48 35 36

40 45 49 47 47 48 50 35 38

60

Windturbines Vaanplein PlanMER

Terrein

10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Crematorium Kinderboerderij Aantal met >47

3x klein Laag Hoog (dB Lden) (dB Lden) 32 32 33 33 33 35 36 37 27 31 30 38 37 40 39 47 46 58 41 59 34 42 26 49 48 51 45 48 7

2x groot Laag Hoog (dB Lden) (dB Lden) 35 35 35 35 35 37 37 38 30 34 33 39 38 40 40 46 45 55 42 56 36 43 29 49 48 51 45 49 7

Figuur 26

Ligging van de hierboven genummerde recreatiegebieden in de omgeving.

7.3.6

Laagfrequent geluid

3x groot Laag Hoog (dB Lden) (dB Lden) 39 40 40 41 41 42 43 44 35 38 38 45 45 48 47 56 49 55 46 55 39 47 34 50 48 51 45 48 10

Een gedeelte van het geluid dat windturbines produceren heeft een frequentie van 4-160 Hz en wordt daarom geclassificeerd als laagfrequent geluid. Het onderdeel laagfrequent geluid is geen onderdeel van het beoordelingscriterium, maar omdat

Effectbeoordeling planMER

61

Windturbines Vaanplein PlanMER

uit zienswijzen op eerdere windprojecten is gebleken dat de vrees bestaat dat laagfrequent geluid gezondheidseffecten veroorzaakt is in het akoestisch onderzoek (Bijlage A bij dit MER) het laagfrequente geluid op nabijgelegen woningen inzichtelijk gemaakt. Uit deze analyse blijkt voor alle drie de alternatieven het laagfrequente geluiddrukniveau bij de vier dichtstbijzijnde woningen van de vier woonwijken ten opzichte van het windpark niet boven de Vercammen-curve komt. Gegeven de ligging van de maatgevende woningen en de mate waarin het geluiddrukniveau onder de Vercammen-curve blijft kunnen we daarmee stellen dat er geen woningen zijn waar deze alternatieven wel een overschrijding van de Vercammencurve veroorzaken.

7.3.7

Cumulatie met andere geluidsbronnen Het akoestisch onderzoek Bijlage A brengt uitgebreid in beeld wat de huidige akoestische situatie is en hoe de geluidsbelasting bij woningen toeneemt als gevolg van de windturbines. De resultaten van deze analyse zijn opgenomen in de effectbeoordeling van ‘Gezondheid’ (paragraaf 7.4), omdat gezondheidseffecten van windturbines enkel voortkomen uit de geluidsbelasting.

7.3.8

Gemeentelijk geluidsbeleid In het toetsingskader windenergie, zoals beschreven in 4.5.2 zijn voor geluid van windturbines eisen benoemd. Daarnaast zijn in het Actieplan Omgevingslawaai een aantal plandrempels vastgesteld: 60 dB Lden voor industrielawaai, 65 dB Lden voor railverkeerslawaai en 63 dB Lden voor wegverkeerslawaai (gecumuleerd voor lokale plus rijkswegen). Voor alle bronnen tezamen wordt een maximale gecumuleerde geluidsbelasting van 65 dB vastgesteld. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de windturbines er voor zorgen dat sommige woningen een hogere cumulatieve geluidsbelasting ondervinden. Onderstaande tabel vat deze resultaten samen. Zie voor een uitgebreidere toelichting paragraaf 4.5 van het akoestisch onderzoek.

Tabel 22

Verandering van de geluidsbelasting (percentages over de gehele gemeente Barendrecht). Achter elk percentage is tussen haakjes de toe- of afnamen van het aantal woningen binnen een geluidsklasse weergegeven. Geluidsklasse

2006

huidige situatie

met windturbines: 2x groot

3x groot

van 0 tot 54 dB

72,0%

66,7%

66,3% (-87)

66,0% (-139)

64,3% (-473)

van 55 tot 59 dB

16,9%

21,1%

21,5% (+87)

21,8% (+138)

23,0% (+386)

van 60 tot 64 dB

10,5%

11,0%

11,0%

11,0% (+1)

11,2% (+49)

van 65 tot 69 dB

0,6%

1,2%

1,2%

1,2%

1,4% (+48)

-

-

-

-

-

70 dB of meer

o.b.v. RIVM-data

3x klein

Naast de plandrempels hanteert de gemeente Barendrecht het standstill-principe ten aanzien van het percentage gehinderden door geluid. De gemeente Barendrecht wil het percentage gehinderden door geluid niet laten toenemen ten op-

Effectbeoordeling planMER

62

Windturbines Vaanplein PlanMER

zichte van het percentage in 2006 (te weten 7,0% gehinderden en 2,9% ernstig gehinderden). Uit bovenstaande tabel blijkt dat in de huidige situatie reeds hogere geluidsbelastingen optreden dan in 2006, waardoor het voldoen aan het standstillprincipe in geen van de alternatieven mogelijk is. Uit de berekening van de toename van het aantal ernstig gehinderden als gevolg van de cumulatieve geluidsbelasting (zoals samengevat in paragraaf 7.4 en uitgebreid beschreven in hoofdstuk 4 van het akoestisch onderzoek) blijkt de volgende toename van het aantal ernstig gehinderden: ➢ Voor alternatief 3x klein: 129 ➢ Voor alternatief 2x groot: 187 ➢ Voor alternatief 3x groot: 371 Het akoestisch onderzoek (Bijlage A) beschrijft in paragraaf 4.5 de wijze waarop de drie MER-alternatieven zich tot het gemeentelijk geluidsbeleid verhouden.

7.3.9

Conclusie Tabel 23 toont de beoordeling van de drie MER-alternatieven aan de hand van het in paragraaf 7.3.1 beschreven beoordelingskader.

Tabel 23

7.4

Totaalscore geluid. Geluid Aantal woningen binnen 37 dB Lden-contour Aantal woningen binnen 42 dB Lden-contour Aantal woningen binnen 45 dB Lden-contour Aantal woningen binnen 47 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 37 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 42 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 45 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 47 dB Lden-contour Overige terreinen met een geluidsbelasting van >47 dB Lden

3x klein 0 -

2x groot 0 -

3x groot --------

Gezondheid Om een beeld te geven van de effecten die op treden in relatie tot gezondheid wordt een gezondheidseffectscreening (GES) uitgevoerd. GES is ontwikkeld om bij ruimtelijke planvorming in beeld te brengen wat de werkelijke gezondheidsrisico’s zijn rondom enkele milieufactoren, in aanvulling op wettelijke milieunormen of afspraken, die lang niet altijd voldoende zijn om risico’s en klachten te vermijden. Niet alleen de feitelijke kwaliteit in de omgeving wordt daarbij in aanmerking genomen, maar ook het aantal blootgestelde mensen. Geluid is één van de milieusegmenten die in het kader van een GES beoordeeld wordt op mogelijke gezondheidseffecten (Bron: InfoMil). Voor windenergie geldt dat geluid het enige aspect is dat in verband wordt gebracht met gezondheid. Daarom wordt bij de bepaling van de GES-score enkel de geluidsbelasting ter plaatse van omliggende woningen beschouwd.

Effectbeoordeling planMER

63

Windturbines Vaanplein PlanMER

Bij de beschouwing van de hinder die door windturbines wordt veroorzaakt is het zuiver om ook de aard van de omgeving mee te nemen in de overweging. Daarom is een analyse gemaakt van de huidige mate van (geluids)overlast en de toename van deze overlast als gevolg van de komst van windturbines. Om de huidige hinder te kwantificeren maken wij gebruik van de volgende dosis-hinderrelatie voor cumulatief geluid, die ook in het planMER is gebruikt: Figuur 27

Grafische weergave van de Gezondheideffectscreening (GES), en hinder die daarmee gepaard gaat.

Wij gebruiken de zwarte lijn14 in bovenstaande figuur om voor alle woningen in de omgeving van het windpark te berekenen hoe groot het hinderpercentage is als gevolg van de cumulatieve geluidsbelasting, zowel zonder als met de windturbines. Combinatie met het gemiddelde aantal bewoners per woning levert een indicatie van het totale aantal ernstig gehinderden. Huidige situatie De omgeving van de locatie Vaanplein kent een hoog achtergrondgeluidsniveau, zie figuur hieronder.

14

Bron: Handboek GES, 2018 p. 122. Om per woning de hinder nauwkeuriger te berekenen is de een tweedegraads polynome functie berekend die de zwarte lijn zeer goed benadert (R2 = 0,996): 𝑦 = 0,0296𝑥 2 − 2,4197𝑥 + 50,097

Effectbeoordeling planMER

64

Windturbines Vaanplein PlanMER

Figuur 28

Overzicht van de huidige cumulatieve geluidsbelasting van bijna 25.000 onderzochte woningen15 in de omgeving van de windlocatie.

Uit de berekening blijkt dat er in de huidige situatie 3.440 ernstig gehinderden zijn, een hinderpercentage van zo’n 6%. De komst van windturbines heeft effect op de cumulatieve geluidsbelasting en daarmee op de hinder. Onderstaande figuur laat de toename van het aantal ernstig gehinderden zien: Figuur 29

Toename van het aantal ernstig gehinderden als gevolg van de toevoeging van het windturbinegeluid aan bijna 25.000 woningen.

Toename aantal ernstig gehinderden

400 350 300 250

200 150 100 50 0 Alternatief: 3x klein

Alternatief: 2x groot

Alternatief 3x groot

Bij alternatief 3x klein neemt het aantal ernstig gehinderden toe van 3.440 naar 3.569; een toename van 4%. ➢ Bij alternatief 2x groot neemt het aantal ernstig gehinderden toe van 3.440 naar 3.627; een toename van 5%. ➢ Bij alternatief 3x160 neemt het aantal ernstig gehinderden toe van 3.440 naar 3.811; een toename van 11%. ➢

15

Het onderzoek kijkt naar alle geluidgevoelige objecten, incl. woonwagens en onderwijsen gezondheidsfuncties. Voor de leesbaarheid vatten we dit samen als ‘woningen’.

Effectbeoordeling planMER

65

Windturbines Vaanplein PlanMER

7.4.1

Beoordelingscriterium en effectbeoordeling Onderstaande tabel toont de beoordelingscriteria waarop het MER de MER-alternatieven beoordeelt op het milieuthema gezondheid.

Tabel 24

Beoordelingscriteria gezondheid. Beoordelingscriteria Toename van het aantal ernstig gehinderden als gevolg van de toevoeging van het windturbinegeluid aan het cumulatieve achtergrondgeluidsniveau van woningen met tenminste 37 dB Lden.

De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘- -‘ tot ‘+ +’. In onderstaande tabellen wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ´gezondheid´ toegelicht. Tabel 25

7.4.2

Beoordelingstabel cumulatief geluid: toename van het aantal ernstig gehinderden. Absoluut -Toename van meer dan 200 Toename van 1-200 0 +

Geen toename n.v.t.

++

n.v.t.

Conclusie gezondheid Onderstaande tabel geeft een overzicht van de scores van de verschillende alternatieven op basis van het aantal ernstig gehinderden als gevolg van de toevoeging van het windturbinegeluid aan het cumulatieve achtergrondgeluidsniveau van woningen met tenminste 37 dB Lden.

Tabel 26

7.5

Totaalscore gezondheid. Gezondheid Toename aantal ernstig gehinderden

3x klein -

2x groot -

3x groot --

Slagschaduw Slagschaduw van een windturbine is de bewegende schaduw van de draaiende wieken. Als slagschaduw op het raam van een woning of kantoor valt kan dat als hinderlijk worden ervaren. Sinds een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State kunnen de landelijke milieunormen voor windturbines (vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer) op het gebied van geluid, slagschaduw, lichtschittering en externe veiligheid niet langer toegepast worden op windparken van 3 of meer windturbines. Voor windprojecten van één of twee windturbines geldt de landelijke norm uit de Activiteitenregeling van maximaal 6 uur per jaar nog wel.

Effectbeoordeling planMER

66

Windturbines Vaanplein PlanMER

Voor opstellingen van 3 of meer windturbines is er op dit moment, gebaseerd op de uitspraak van de Raad van State, geen landelijke norm en kan het bevoegd gezag zelf een norm opnemen in het bestemmingsplan, mits deze is voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de lokale situatie toegesneden motivering.

7.5.1

Beoordelingscriterium en effectbeoordeling Om het milieueffect slagschaduw te beoordelen wordt als criterium het aantal woningen dat jaarlijks een bepaalde hoeveelheid slagschaduw zou ondervinden gehanteerd. Onderstaande tabel toont de beoordelingscriteria waarop het MER de MER-alternatieven beoordeelt op het milieuthema slagschaduw. Om een goede afweging te kunnen maken tussen de voor- en nadelen van windenergie wordt het thema slagschaduw ook uitgedrukt in relatie tot de energieopbrengst. Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel slagschaduw er veroorzaakt wordt op nabijgelegen recreatieterreinen.

Tabel 27

Beoordelingscriteria slagschaduw. Beoordelingscriteria Aantal gevoelige objecten binnen de slagschaduwcontouren 1, 6 en 10 u/jr: absoluut. Aantal gevoelige objecten binnen de slagschaduwcontouren 1, 6 en 10 u/jr: relatief. Slagschaduwbelasting ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen (recreatieterreinen, crematorium en kinderboerderij). % benodigde stilstand om alle slagschaduw per jaar op woningen te voorkomen.

Met 'relatief' in bovenstaande tabel wordt bedoeld: het aantal woningen, gedeeld door de verwachte elektriciteitsproductie van het betreffende MER-alternatief. De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘-‘ tot ‘+ +’. In onderstaande tabellen wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ´slagschaduw´ toegelicht. Op basis van de NRD is het onderscheid gemaakt tussen 1 uur per jaar, 6 uur per jaar en 10 uur per jaar. De exacte invulling van de kwalitatieve beoordeling is gekozen op basis van expert judgement met als doel deze onderling te kunnen vergelijken. Als voorbeeld is de 1.000 woningen (onder de 1 uur-contour) gekozen omdat de eventuele effecten waarschijnlijk goed te mitigeren zijn. Tabel 28

Beoordelingstabel slagschaduw absoluut (aantal woningen binnen contour). Binnen 1 uur-contour Binnen 6 uur-contour Binnen 10 uur-contour -Meer dan 10.000 woningen Meer dan 5.000 woningen Meer dan 2.500 woningen 1.000 – 10.000 woningen 1 – 5.000 woningen 1 – 2.500 woningen 0 < 1.000 woningen 0 woningen 0 woningen + n.v.t. n.v.t. n.v.t. ++ n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Effectbeoordeling planMER

67

Windturbines Vaanplein PlanMER

Tabel 29

Beoordelingstabel slagschaduw relatief. Relatief t.o.v. 1u slagschaRelatief t.o.v. 6u slagschaduw duw ->200 woningen/GWh/jaar >75 woningen/GWh/jaar 100-200 woningen/GWh/jaar 40-75 woningen/GWh/jaar 0 < 100 woningen/GWh/jaar < 40 woningen/GWh/jaar + n.v.t. n.v.t. ++ n.v.t. n.v.t.

Relatief t.o.v. 10u slagschaduw >50 woningen/GWh/jaar 20-50 woningen/GWh/jaar < 20 woningen/GWh/jaar n.v.t. n.v.t.

Tabel 30

Beoordelingstabel slagschaduwbelasting ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen (recreatieterreinen, crematorium en kinderboerderij). Slagschaduwbelasting ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen ->3.000 uren slagschaduw ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen. 1.000-3.000 uren slagschaduw ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen. 0 <1.000 uren slagschaduw ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen. + n.v.t. ++ n.v.t.

Tabel 31

Beoordelingstabel percentage benodigde stilstand van totaal aantal draaiuren per jaar om alle veroorzaakte slagschaduw door windturbines op woningen te voorkomen. Percentage benodigde stilstand van totaal aantal draaiuren per jaar om alle veroorzaakte slagschaduw door windturbines op woningen te voorkomen. ->2,5% stilstand benodigd van totaal aantal draaiuren per jaar. 1-2,5% stilstand benodigd van totaal aantal draaiuren per jaar. 0 <1% stilstand benodigd van totaal aantal draaiuren per jaar. + n.v.t. ++ n.v.t.

7.5.2

Beoordeling - absoluut In het kader van dit MER is een slagschaduwonderzoek opgesteld, waarin met het rekenprogramma WindPRO de slagschaduwbelasting als gevolg van de verschillende opstellingsalternatieven is berekend. Het gehele onderzoek is te vinden in het slagschaduwrapport in Bijlage B. Hieronder worden de resultaten per alternatief gegeven. Onderstaande afbeeldingen tonen de 1 uur-, 6 uur- en 10 uur-contour. Dit wil zeggen dat de verwachte jaargemiddelde slagschaduwduur binnen de 10 uur-contour per jaar gemiddeld hoger is dan 10 uur en erbuiten lager.

Effectbeoordeling planMER

68

Windturbines Vaanplein PlanMER

Figuur 30

1 uur, 6 uur en 10 uur slagschaduwcontouren van alternatief 3x klein en gevoelige objecten.

Figuur 31

1 uur, 6 uur en 10 uur slagschaduwcontouren van alternatief 2x groot gevoelige objecten.

Effectbeoordeling planMER

69

Windturbines Vaanplein PlanMER

Figuur 32

1 uur, 6 uur en 10 uur slagschaduwcontouren van alternatief 3x groot en gevoelige objecten.

Tabel 32

Aantal woningen binnen de slagschaduwcontouren van de opstellingen.

7.5.3

3x klein

2x groot

3x groot

Binnen de 1 uur-contour

5304

13203

18136

Binnen de 6 uur-contour

1480

5008

7338

Binnen de 10 uur-contour

709

2989

4410

Beoordeling – relatief Om een evenwichtige vergelijking te kunnen maken tussen alternatieven is ook gekeken naar de hoeveelheid woningen binnen de slagschaduwcontouren in relatie tot de hoeveelheid geproduceerde energie per alternatief. (Zie paragraaf 7.2 voor de berekening van de verwachte jaarproductie per alternatief).

Tabel 33

Opbrengst en relatieve beoordeling slagschaduw.

7.5.4

3x groot

3x klein

2x groot

GWh/jr

28,1

49,2

73,9

Binnen de 1 uur-contour

Woningen/GWh/jr

188,8

268,4

245,4

Binnen de 6 uur-contour

Woningen/GWh/jr

52,7

101,8

60,8

Binnen de 10 uur-contour

Woningen/GWh/jr

245,4

99,3

59,7

Jaarproductie

Slagschaduwbelasting ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen In de nabije omgeving van de MER-alternatieven zijn een crematorium, een kinderboerderij en verschillende recreatiegebieden gelegen. Per MER-alternatief is de

Effectbeoordeling planMER

70

Windturbines Vaanplein PlanMER

verwachte slagschaduwbelasting op het crematorium en recreatiegebieden berekend. Binnen de verschillende recreatiegebieden zijn ook de volkstuinen (recreatiegebied 1 t/m 4), het Clarabos (recreatiegebied 14), en het restaurant Vrijenburg (recreatiegebied 17) gelegen. Figuur 33

Onderzochte overige terreinen in omgeving van MER-alternatieven.

Tabel 34

Verwachte slagschaduw per jaar op nabijgelegen overige terreinen. Onderzocht Alternatief 3x Klein Alternatief 2x Groot terrein (uu:mm) (uu:mm) Recreatiegebied 01 02:55 16:20

Alternatief 3x Groot (uu:mm) 15:27

Recreatiegebied 02

12:48

30:46

44:47

Recreatiegebied 03

48:51

56:46

118:34

Recreatiegebied 04

64:18

85:06

110:46

Recreatiegebied 05

51:01

73:08

80:24

Recreatiegebied 06

81:44

86:08

71:40

Recreatiegebied 07

220:47

290:10

206:52

Recreatiegebied 08

00:00

00:00

02:43

Recreatiegebied 09

00:03

01:43

05:15

Recreatiegebied 10

00:29

02:46

09:03

Recreatiegebied 11

00:49

03:32

11:52

Recreatiegebied 12

01:56

06:03

20:29

Recreatiegebied 13

01:56

05:41

20:49

Recreatiegebied 14

01:06

06:20

21:47

Effectbeoordeling planMER

71

Windturbines Vaanplein PlanMER

7.5.5

Recreatiegebied 15

13:54

29:32

109:38

Recreatiegebied 16

22:58

44:44

156:56

Recreatiegebied 17

101:01

106:15

481:44

Recreatiegebied 18

925:54

599:45

708:30

Recreatiegebied 19

780:22

563:24

813:53

Recreatiegebied 20

40:05

87:46

171:17

Recreatiegebied 21

18:08

30:40

79:40

Crematorium

216:09

257:58

241:02

Kinderboerderij Totale slagschaduw op overige terreinen Totale slagschaduw veroorzaakt door opstellingsalternatieven op overige terreinen

91:27

108:28

110:38

2698:41

2493:01

3613:46

2769:53

1810:37

2708:47

Conclusie De alternatieven scoren op basis van de criteria uit 7.5.1 als volgt.

Tabel 35

Conclusie slagschaduw. Alternatief

3x Klein -

2x Groot ----

3x Groot ----

Relatief – aantal woningen binnen 1 u-contour per GWh/jr Relatief – aantal woningen binnen 6 u-contour per GWh/jr

-

---

---

Relatief – aantal woningen binnen 10 u-contour per GWh/jr Slagschaduwbelasting ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen % benodigde stilstand om alle slagschaduw per jaar op woningen te voorkomen.

-

---

----

Absoluut – aantal woningen binnen 1u-contour Absoluut – aantal woningen binnen 6u-contour Absoluut – aantal woningen binnen 10u-contour

7.6

Externe Veiligheid Vanwege de kans op falen kunnen windturbines een risico opleveren voor de omgeving. Bij de toetsing op veiligheidsaspecten wordt gebruik gemaakt van verschillende (wettelijke) kaders. Sinds een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State kunnen de landelijke milieunormen voor windturbines (vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer) op het gebied van geluid, slagschaduw, lichtschittering en externe veiligheid niet langer toegepast worden op windparken van 3 of meer windturbines. Voor opstellingen van 3 of meer windturbines is er op dit moment, gebaseerd op de uitspraak van de Raad van State, geen landelijke norm ten aanzien van (beperkt)

Effectbeoordeling planMER

72

Windturbines Vaanplein PlanMER

kwetsbare objecten en kan het bevoegd gezag zelf een norm opnemen in het bestemmingsplan, mits deze is voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de lokale situatie toegesneden motivering. De bescherming van (beperkt) kwetsbare objecten was niet alleen in het Activiteitenbesluit milieubeheer geregeld, maar ook in diverse andere externe veiligheidsbesluiten zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Hierin wordt telkens een grenswaarde voor het PR gesteld van 10-6 per jaar. Voor een uniforme berekening en vergelijking tussen de alternatieven is voor alle drie de alternatieven de grenswaarde gehanteerd.

7.6.1

Beoordelingscriteria en effectbeoordeling Onderstaande tabel toont de beoordelingscriteria waarop het MER de MER-alternatieven beoordeelt op het milieuthema externe veiligheid.

Tabel 36

Beoordelingscriteria externe veiligheid. Beoordelingscriterium Ligging t.o.v. hoogspanningsinfrastructuur Ligging t.o.v. buisleidingen Ligging t.o.v. wegen, spoorwegen en waterwegen Aantal (beperkt) kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 en PR 10-5 contour Aantal risicovolle installaties binnen de werpafstand

De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘- -‘ tot ‘+ +’. In onderstaande tabel wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ´externe veiligheid’, onderverdeeld in vijf beoordelingscriteria, toegelicht. Tabel 37

Beoordelingstabel externe veiligheid. Bebouwing

--

Kwetsbaar object in PR 10-6 contour of beperkt kwetsbaar object in PR 10-5 contour.

0

Met zekerheid geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour. n.v.t.

+ ++

Beperkt kwetsbaar object binnen de PR 10-6 contour maar buiten de PR 10-5 contour.

n.v.t.

Wegen, waterwegen en spoorwegen

--

Locatie voldoet niet aan beleidsregels t.a.v. Rijkswegen, waterwegen of spoorwegen.

0

Locatie voldoet aan beleidsregels t.a.v. wegen, waterwegen of spoorwegen. n.v.t.

Locatie voldoet niet aan beleidsregels t.a.v. overige openbare wegen.

+ ++ n.v.t.

Industrie en inrichtingen

--

≥ 10% faalkansverhoging bij risicovolle installaties als gevolg van de windturbines.

0

Geen risicovolle installaties binnen de maximale werpafstand bij overtoeren.

Effectbeoordeling planMER

< 10% faalkansverhoging bij risicovolle installaties als gevolg van de windturbines.

73

Windturbines Vaanplein PlanMER

+ n.v.t. ++ n.v.t. Transportleidingen en hoogspanningsleidingen

-0

Transportleidingen binnen de adviesafstand van Gasunie of hoogspanningsinfrastructuur binnen de adviesafstand van TenneT. Transportleidingen of hoogspanningsinfrastructuur binnen de maximale werpafstand bij overtoeren maar buiten de adviesafstanden van Gasunie en TenneT. Geen hoogspanningsinfrastructuur binnen de maximale werpafstand bij overtoeren. n.v.t.

+ ++ n.v.t. IJsafworp

--

> 500m aan wandelpaden binnen ijsafworp contour

0

< 250m aan wandelpaden binnen ijsafworp contour

Tussen 250m en 500m aan wandelpaden binnen ijsafworp contour

+ n.v.t. ++ n.v.t.

7.6.2

Beoordeling Bebouwing In het externe veiligheidsonderzoek zijn de berekende PR 10-5 en PR 10-6 contouren per alternatief weergegeven op kaart. Per windturbinelocatie is nagegaan of (geprojecteerde) kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen de PR contouren aanwezig zijn. Voor de gebouwen binnen de 10-6 contour is nagegaan of sprake is van een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object (op basis van risicokaart.nl / luchtfoto’s / ruimtelijke plannen). Uit het onderzoek blijkt dat binnen de PR 10-6 contour van alle alternatieven geen kwetsbare objecten zijn gelegen. Hierdoor wordt in geval van alle alternatieven voldaan aan een grenswaarde voor het PR van 10-6. Binnen de PR 10-6 contour van alternatief 3x klein is een beperkt kwetsbaar object gelegen. Voor de andere twee alternatieven is geen sprake van een beperkt kwetsbaar object binnen de binnen de PR 10-6 contour. Alternatief 2x groot en 3x groot scoren op dit onderdeel neutraal (‘0’), alternatief 3x klein scoort op dit onderdeel beperkt negatief (‘-‘). Wegen Binnen de maximale werpafstand bij overtoeren van de windturbines zijn Rijkswegen en overige openbare wegen gelegen. Voor de alternatieven is nagegaan of deze voldoen aan de beleidsregel van Rijkswaterstaat t.a.v. Rijkswegen. Hieruit is gebleken dat alle alternatieven aan de beleidsregel van Rijkswaterstaat voldoen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13942837/1