CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

PlanMER Windenergie Vaanplein 2-1 221111.pdf

gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Windenergie Vaanplein24.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bosch & van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht 030 - 677 6466

Auteurs Albertine Tjeenk Willink Steven Velthuijsen Marlin ter Huurne

Windturbines Vaanplein PlanMER

Opdrachtgever Gemeente Barendrecht

Windturbines Vaanplein PlanMER Datum 11 november 2022

Versie 2.1

Bosch & van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel: Mail: Web:

030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl

© Bosch & van Rijn 2022 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie

Windturbines Vaanplein PlanMER

Inhoudsopgave H OOFDSTUK 1

SAMENVATTING

Inleiding MER-alternatieven Milieuthema’s Effectbeoordeling Lokale normen

H OOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

H OOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

H OOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

H OOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4

H OOFDSTUK 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

H OOFDSTUK 7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9 7.10 7.11

H OOFDSTUK 8

4 5 6 7 11 12

INLEIDING

15

Voornemen Aanleiding Doel milieueffectrapportage Lokale normen Leeswijzer

16 16 17 17 18

PROCEDURE

19

Inleiding Procedurestappen Initiatiefnemer Bevoegd gezag Overige betrokken partijen Communicatie en participatie

20 20 21 22 22 23

BELEIDSKADER

25

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

26 26 27 30 31 33

LOCATIEAFWEGING

35

Inleiding Bestuurlijke voorgeschiedenis Locatiekeuze Conclusie

36 36 41 41

MER-ALTERNATIEVEN

42

Inleiding Locatiebeschrijving Uitgangspunten voor plaatsing windturbines MER-alternatieven Referentiesituatie

43 43 46 46 49

EFFECTBEOORDELING PLANMER

51

Inleiding Energieopbrengst en vermeden emissies Geluid Gezondheid Slagschaduw Externe Veiligheid Bodem, water, archeologie Landschap en cultuurhistorie Ecologie Overzichtstabel Kleinere windturbinetypes

52 53 56 63 66 72 76 81 91 99 100

MITIGERENDE MAATREGELEN

116

Samenvatting 2

Windturbines Vaanplein PlanMER

8.1 8.2 8.3 8.4

H OOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3

BEGRIPPENLIJST BIJLAGE A BIJLAGE B BIJLAGE C BIJLAGE D BIJLAGE E BIJLAGE F

Inleiding Geluid Slagschaduw Overige mitigerende maatregelen

117 117 126 130

LEEMTEN IN KENNIS

131

Inleiding Leemten in informatie en kennis Monitoring en evaluatie

132 132 132

AKOESTISCH ONDERZOEK SLAGSCHADUWONDERZOEK ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID LANDSCHAPPELIJKE BEOORDELING ECOLOGISCHE KNELPUNTENANALYSE BRONNENLIJST ECOLOGIE

133 138 139 140 141 142 143

Samenvatting 3

Windturbines Vaanplein PlanMER

Hoofdstuk 1 Samenvatting

Samenvatting

4

Windturbines Vaanplein PlanMER

Inleiding De gemeente Barendrecht onderzoekt de milieueffecten van windturbines bij knooppunt Vaanplein. De provincie Zuid-Holland heeft het bevoegd gezag voor een windpark overgedragen aan de gemeente. Dit is afgesproken in een bestuursovereenkomst1 tussen de gemeente en de provincie. Ter voorbereiding op een eventueel bestemmingsplan, stelt de gemeente een plan-milieueffectrapport (planMER) op. Het planMER beschrijft 3 onderzoeksopstellingen (ook wel MER-alternatieven genoemd), die verschillen in aantal, afmetingen en positie van de windturbines. Zo is een goed beeld te krijgen van de te verwachten milieueffecten die optreden wanneer op deze locatie een windpark wordt gebouwd. Figuur 1

Projectgebied windpark Vaanplein (rood).

Het MER onderzoekt in hoeverre het opgestelde windvermogen bij Vaanplein zoals benoemd in het afgesloten convenant2 (15 MW op de locatie Vaanplein) en de gesloten bestuursovereenkomst (12 MW gezamenlijk op de locaties Vaanplein en BTOost) milieutechnisch mogelijk is. Daarnaast dient het planMER als basis voor te stellen lokale normen zoals die in een bestemmingsplan kunnen worden opgenomen. Een bestemmingsplan bevat dus de randvoorwaarden waaraan concrete

1

Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente Barendrecht, ondertekend op 28 januari 2021. 2 Convenant realisatie windenergie stadsregio Rotterdam, ondertekend op 21 juni 2012.

Samenvatting

5

Windturbines Vaanplein PlanMER windprojecten moeten voldoen. Denk hierbij aan maximaal aantal turbines, beperkingen aan de afmetingen en lokale milieunormen op het gebied van (bijvoorbeeld) geluid. Het is gebruikelijk dat een planMER ook een locatieafweging bevat. Omdat de locatie Vaanplein al lange tijd in beeld is, zijn tussentijds zeer veel onderzoeken zijn uitgevoerd. Zo zijn reeds vergelijkingen van meerdere potentiële windlocaties gedaan. Daarom volstaat dit planMER met een beschrijving van de procesgeschiedenis en verwijzing naar eerdere onderzoeken. Zie daarvoor Hoofdstuk 5.

MER-alternatieven Het MER beschouwt drie onderzoeksopstellingen (hierna: MER-alternatieven). Door verschillende opstellingen te onderzoeken, ter beoordelen en te vergelijken kan een inhoudelijk onderbouwde keuze gemaakt worden voor de milieueffecten. De gemeente kan zo de milieueffecten op een volwaardige manier in de belangenafweging betrekken. MER-alternatieven moeten realistische opstellingen zijn, die op basis van geldende wet- en regelgeving en technische randvoorwaarden gerealiseerd zouden kunnen worden. Onderstaande figuur toont ruimtelijke beperkingen die zijn meegewogen bij het intekenen van de drie onderzochte opstellingen. Figuur 2

Ruimtelijke belemmeringen Windturbines Vaanplein.

In bovenstaande Figuur 2 is geen afstandseis voor woningen opgenomen, aangezien een landelijk normenkader (voor geluid en slagschaduw) momenteel ontbreekt Samenvatting

6

Windturbines Vaanplein PlanMER voor windprojecten van 3 of meer windturbines. De effecten van de MER-alternatieven op de gevoelige objecten in de omgeving is input die de gemeente Barendrecht kan gebruiken bij het opstellen van projectspecifieke lokale normen. Uitgangspunten voor de MER-alternatieven zijn: ➢ Voldoen aan wettelijke afstandseisen, zoals weergegeven in Figuur 2; ➢ Rekening houden met onderlinge afstand: ca. 3-4x de rotordiameter i.v.m. onderlinge windafvang; ➢ ‘Hoeken van het speelveld’ opzoeken: ook een opstelling die het plangebied maximaal vult; ➢ Realiseerbare onderzoeksalternatieven: windturbineafmetingen die momenteel commercieel verkrijgbaar en economisch uitvoerbaar zijn; ➢ Voldoen aan minimumeis van de provincie; 9 MW opgesteld vermogen. In Figuur 3 staat een schematische weergave van de windturbines die zijn onderzocht. Figuur 3

Schematische weergave van de afmetingen windturbines van de MER-alternatieven.

Naast de MER-alternatieven is een extra variant van vier kleine windturbinetypes in beeld gebracht (tiphoogte 100m). Deze opstelling is niet commercieel realiseerbaar en valt daarom (als niet-realiseerbare variant) buiten de samenvatting. De bevindingen van deze opstelling zijn te vinden in paragraaf 7.11.

Milieuthema’s Het planMER beoordeelt de MER alternatieven op een aantal belangrijke milieuthema’s: • geluid; • externe veiligheid; • gezondheid; • landschap; • slagschaduw; • ecologie en; • bodem, water en archeologie; • energieopbrengst en vermeden emissies.

Samenvatting

7

Windturbines Vaanplein PlanMER Hieronder worden de resultaten per milieuthema kort samengevat.

Geluid In het geluidonderzoek is voor de MER-alternatieven eerst berekend hoeveel geluid de windturbines op omliggende woningen en andere gevoelige objecten veroorzaken. Vervolgens is in het onderzoek een brede effectbepaling en beoordeling gemaakt. De beoordeling is voornamelijk gebaseerd op het aantal woningen binnen verschillende geluidscontouren. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de effecten van MER-alternatief 3x groot op een aantal aspecten, waaronder aantal woningen binnen de geluidscontouren, slechter scoort dan de andere twee alternatieven. Gezien de ligging van het plangebied in binnen een stedelijk gebied, is sprake van relatief veel woningen. Bij alle MER-alternatieven vindt een toename van de geluidsbelasting op nabijgelegen woningen plaats.

Gezondheid Voor windenergie geldt dat geluid het enige aspect is dat in verband wordt gebracht met gezondheid. Daarom wordt bij de bepaling van het gezondheidseffect enkel de geluidsbelasting ter plaatse van omliggende woningen beschouwd. Bij de beschouwing van de hinder die door windturbines wordt veroorzaakt is het zuiver om ook de aard van de omgeving mee te nemen in de overweging. Daarom is een analyse gemaakt van de huidige mate van (geluids)overlast en de toename van deze overlast als gevolg van de komst van windturbines. Om de huidige hinder te kwantificeren maken wij gebruik van de volgende relatie tussen geluidsbelasting en hinder: Figuur 4

Relatie tussen de hoeveelheid geluid (van alle bronnen samen) en de verwachte ernstige hinder.

De toename van overlast als gevolg van de komst van windturbines wordt vervolgens gebruikt als maatstaf voor het gezondheidseffect van de verschillende MERSamenvatting

Windturbines Vaanplein PlanMER alternatieven. Hieruit volgt dat alle alternatieven negatief scoren. Alternatief 3x klein en 2x groot zijn niet onderscheidend van elkaar op het thema gezondheid. Alternatief 3x groot scoort slechter.

Slagschaduw Voor hinder door slagschaduw is het aantal woningen bepaald dat jaarlijks een bepaalde hoeveelheid (1, 6 of >10 uur per jaar) slagschaduw zou ondervinden als gevolg van de windturbines. Uit het onderzoek volgt dat alle MER-alternatieven een negatief effect hebben op de omgeving, waarin alternatief 3x klein iets minder effect heeft. In het slagschaduwonderzoek is de opbrengstderving als gevolg van het voorkomen van alle slagschaduw op woningen inzichtelijk gemaakt. Uit het onderzoek blijkt dat de wettelijk verplichte stilstand een rendabele exploitatie van geen van de onderzochte opstellingen in gevaar brengt.

Bodem, archeologie en water Voor bodemverontreiniging is gekeken of voor de MER-alternatieven verdachte locaties aanwezig zijn. Geen enkele locatie is verdacht op basis van bedrijfsactiviteiten die plaatsvinden of -vonden. Dit houdt in dat er geen verontreinig van de bodem te verwachten is. Bodemkwaliteit vormt daarom geen belemmering voor de bouw van de windturbines. De windturbines zelf hebben geen effect op de bodemkwaliteit. Op dit punt is geen onderscheid tussen de verschillende MER-alternatieven. Voor het gehele plangebied geldt een trefkans op archeologische sporen. Zowel de onderzochte alternatieven als de onder- en bovengrens van het archeologisch onderzoek zijn op dit punt niet onderscheidend. Wel is archeologisch vervolgonderzoek nodig in het geval dat een vergunningentraject gaat worden doorlopen. Voor water is gekeken naar de invloed op het oppervlaktewater en naar mogelijk effect op grondwater. Door de aanleg van windturbinefunderingen, kraanopstelplaatsen, toegangswegen en transformatorhuizen neemt het verhard oppervlak toe. Voor de uiteindelijke gekozen opstelling moeten daarom compenserende maatregelen worden genomen. Tussen de beoogde windturbines en de grondwaterkwaliteit is geen relatie.

Externe veiligheid Uit het onderzoek naar externe veiligheid is gebleken dat de verschillende alternatieven geen onacceptabele risico’s veroorzaken voor gebouwen en risicovolle installaties. Voor wegen is gebleken dat alle drie de alternatieven hetzelfde negatieve effect scoren door de overdraai over de wegen. Voor ijsafworp is het effect van de grote turbines groter dan van de kleine windturbines.

Samenvatting

Windturbines Vaanplein PlanMER

Landschap Uit het landschappelijk onderzoek blijkt enig onderscheid tussen de verschillende alternatieven. Het effect op de bestaande structuren en de herkenbaarheid is nagenoeg niet aanwezig en is niet onderscheidend voor de onderzochte alternatieven. Overige aspecten scoren negatief voor het landschap. De verschillen tussen de alternatieven worden duidelijk bij de beleving van de windturbines in het landschap, hier scoren de alternatieven 2x groot en 3x groot slechter dan het alternatief 3x klein. Voor alternatief 2x groot bestaat de kans dat er meer bomen gekapt moeten worden dan voor de andere alternatieven.

Ecologie Uit de knelpuntenanalyse blijkt dat de 3 MER-alternatieven op geruime afstand van de Natura 2000-gebieden liggen. Dit betekent dat de gebiedseffecten gering zijn. In de bouwfase en exploitatiefase zijn negatieve effecten te verwachten voor vogels en vleermuizen. De effecten op vogels zijn tussen de MER-alternatieven niet te onderscheiden. Voor vleermuizen zijn de effecten voor alternatief 3x groot in de exploitatiefase negatiever dan voor de andere alternatieven. Ten behoeve van een eventuele vergunningprocedure is aanvullend (veld)onderzoek noodzakelijk.

Energieopbrengst en vermeden emissies Op basis van het lokale windaanbod en technische eigenschappen van windturbines is de verwachte elektriciteitsopbrengst berekend. In Figuur 4 is de energieproductie te zien. Hieruit kan worden geconcludeerd dat alternatief 3x groot het beste scoort van de alternatieven. Figuur 4

Samenvatting

Energieproductie van de drie MER-alternatieven. De zwarte lijnen geven de productie per windturbine weer.

Windturbines Vaanplein PlanMER

Effectbeoordeling De complete effectbeoordeling is samengevat in onderstaande Tabel 1. De effecten van de 3 MER-alternatieven zijn hiermee inzichtelijk gemaakt ten opzichte van elkaar. Zie Hoofdstuk 7 voor een uitgebreide toelichting op deze effectbeoordeling. Tabel 1 Thema

Overzichtstabel milieueffecten van MER-alternatieven. Beoordelingscriterium

3x klein

2x 3x groot groot

Energieopbrengst

Energieopbrengst

+

+

++

Geluid

Aantal woningen binnen 37 dB Lden-contour Aantal woningen binnen 42 dB Lden-contour Aantal woningen binnen 45 dB Lden-contour Aantal woningen binnen 47 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 37 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 42 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 45 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 47 dB Lden-contour Overige locaties met een max. geluidsbelasting van >47 dB Lden

0 -

0 -

--------

Gezondheid

Toename aantal ernstig gehinderden

-

-

--

Slagschaduw

Absoluut – aantal woningen binnen 1u-contour Absoluut – aantal woningen binnen 6u-contour Absoluut – aantal woningen binnen 10u-contour Relatief – aantal woningen binnen 1 u-contour per GWh/jr Relatief – aantal woningen binnen 6 u-contour per GWh/jr Relatief – aantal woningen binnen 10 u-contour per GWh/jr Slagschaduwbelasting bij nabijgelegen overige terreinen % stilstand om alle slagschaduw op woningen te voorkomen

0 -

------

---------

Externe veiligheid

Bebouwing Wegen Spoorwegen Industrie en inrichtingen Hoogspanningsinfrastructuur IJsafworp

0 0 0

0 0 0 -

0 0 0 --

Bodem

Bodemkwaliteit o.b.v. Bodematlas Zuid-Holland

0

0

0

Water

Ligging t.o.v. grondwaterbeschermingsgebieden/waterwingebieden

0

0

0

Archeologie

Noodzaak tot archeologisch vervolgonderzoek

-

-

-

Landschap

Effect op de bestaande structuren Herkenbaarheid van de opstelling Visuele interferentie met andere windparken Ligging t.o.v. cultuurhistorisch waardevolle gebieden en objecten Beleving windturbines in het landschap Oppervlakte bomen

0 0 -

0 0 ---

0 0 --

Ecologie

Beschermde gebieden - Bouwfase Natura 2000 Beschermde gebieden - Exploitatiefase Natura 2000 Beschermde soorten - Bouwfase: vogels Beschermde soorten - Bouwfase: vleermuizen Beschermde soorten - Bouwfase: overige soorten Beschermde soorten - Exploitatiefase: vogels Beschermde soorten - Exploitatiefase: vleermuizen Beschermde soorten - Exploitatiefase: overige soorten

0 0 0 0

0 0 0 0

0 0 0 -0

Samenvatting

Windturbines Vaanplein PlanMER

Lokale normen Omdat in de zomer van 2021 de landelijke milieunormen voor windparken (zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer) buiten toepassing zijn verklaard door de Raad van State biedt dit planMER inzicht in de gevolgen van enkele mogelijke toe te passen geluids- en slagschaduwnormen. Zie voor de uitgebreide toelichting Hoofdstuk 8 en de bijlagen voor geluid en slagschaduw.

Geluid De omgeving van de windturbines is zeer stedelijk en kent al een hoog achtergrondgeluidsniveau. Het MER onderzoekt voor geluid de mogelijke lokale normgrenzen van 43, 45 en 47 dB Lden. 47 dB Lden: de waarde waarbij het hinderpercentage ongeveer overeenkomt met dat bij de hoogste grenswaarden voor rail- en wegverkeerslawaai. 45 dB Lden: norm die aansluit bij de voorwaardelijke aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie3 om een hogere milieubescherming te bieden. 43 dB Lden: zeer strenge norm om de haalbaarheid te toetsen van een windpark dat qua geluid een minimale toevoeging doet aan het hoge cumulatieve achtergrondgeluidniveau. Deze norm sluit aan bij het hinder-percentage dat hoort bij de voorkeurswaarden voor wegverkeer/industrielawaai. Toepassing van deze normen heeft enerzijds het gevolg dat er minder geluid op gevoelige objecten valt, met lagere hinder als gevolg (Figuur 5). Anderzijds kan dit betekenen dat de windturbines minder elektriciteit produceren, wat de economische uitvoerbaarheid kan schaden (Tabel 2). Figuur 5

Toename van het aantal ernstig gehinderden als gevolg van de windturbines, bij verschillende mogelijke normgrenzen.

3

Samenvatting

Environmental Noise Guidelines for the European Union, WHO, 2018.

Windturbines Vaanplein PlanMER Tabel 2

Opbrengstderving bij toepassing mitigerende maatregelen. Productie (GWh/jr) geen norm 47 dB Lden 45 dB Lden 3x klein Netto parkproductie 28 27 26 Opbrengstderving 1 2 Opbrengstderving (%) 3% 9% 2x groot Netto parkproductie 49 48 42 Opbrengstderving 1 7 Opbrengstderving (%) 3% 15% 3x groot Netto parkproductie 74 72 67 Opbrengstderving 2 7 Opbrengstderving (%) 3% 9%

43 dB Lden 25 3 11% 38 11 23% 56 18 24%

Slagschaduw Slagschaduw is een milieueffect dat enkel voorkomt bij windturbines. De dichtsbijgelegen windturbines zijn WP Oude Maas in de gemeente Hoeksche Waard op 4km ten zuiden van het plangebied en windturbine Kralingseveer op 5km ten noordoosten. Dergelijke afstanden betekenen dat cumulatieve effecten met zekerheid zijn uit te sluiten. De omgeving van de plangebied is zeer dichtbevolkt. Anderzijds is de slagschaduwnorm uit de Activiteitenregeling milieubeheer (zoals die nog steeds van toepassing is op windprojecten van 1 of 2 windturbines) al zeer streng (ca. 6 uur per gevoelig object per jaar). Om een goede indicatie te krijgen van de effectiviteit en haalbaarheid van een lokale slagschaduwnorm beschouwt het MER 3 mogelijke normgrenzen: ➢ Max. 1 uur slagschaduw per object per jaar: zeer strenge norm om de haalbaarheid te toetsen van een windpark dat qua slagschaduw minimale effecten op de omgeving veroorzaakt. Slagschaduw voor 100% voorkomen (0 uur per jaar) is niet mogelijk, omdat bij plotseling optredende slagschaduw de windturbine enige tijd nodig heeft om af te remmen. ➢ Max. 6 uur slagschaduw per object per jaar: norm die het meest in Nederland wordt toegepast ter vermindering van de slagschaduwhinder, en die voor windprojecten van 1 of twee windturbines landelijk is voorgeschreven in de Activiteitenregeling. ➢ Max.

10 uur slagschaduw per jaar: om te onderzoeken wat in geval van een soepelere norm de extra energieproductie is, als er minder gebruik hoeft te worden gemaakt van een stilstandsvoorziening. Voor slagschaduw kan met behulp van een automatische stilstandvoorziening geregeld worden dat de hoeveelheid slagschaduw die elke woning ondervindt wordt gemaximeerd. Dit betekent dat gedurende de momenten dat een windturbine stilstaat geen elektriciteit wordt geproduceerd. Doordat slagschaduw alleen op bepaalde tijden van het jaar optreedt (voor een gegeven woning), en de schaduw alleen ver reikt tijdens bepaalde momenten van de dag is de hoeveelheid stilstand beperkt.

Samenvatting

Windturbines Vaanplein PlanMER Onderstaande tabel toont het opbrengstverlies bij de drie onderzochte slagschaduwnormen. Tabel 3

Samenvatting

De hoeveelheid slagschaduw die wordt veroorzaakt op gevoelige objecten bij verschillende mogelijke normgrenzen, afgezet tegen het opbrengstverlies als gevolg van de benodigde stilstand. Alle slagschaduw Geen norm 10 uur 6 uur 1 uur voorkomen* Opbrengstverlies (%) 3x klein 0,0% 0,16% 0,31% 0,82% 1,1% 2x groot 0,0% 0,72% 1,15% 2,31% 2,7% 3x groot 0,0% 1,03% 1,48% 2,57% 3,0% Opbrengstverlies (GWh/jr) 3x klein 0,0 0,05 0,09 0,23 2x groot 0,0 0,35 0,57 1,14 3x groot 0,0 0,76 1,09 1,90 * Dit dervingspercentage is een beoordelingscriterium voor de MER-alternatieven.

Windturbines Vaanplein PlanMER

Hoofdstuk 2 Inleiding

Inleiding

Windturbines Vaanplein PlanMER

2.1

Voornemen Gemeente Barendrecht heeft het voornemen om een windturbinepark, inclusief bijbehorende infrastructuur te realiseren. Het voorgenomen plangebied grenst aan de noordzijde van het Knooppunt Vaanplein en ten zuiden van de wijk Lombardijen in Rotterdam. De locatie bestaat uit bosgronden en graslanden en heeft daarmee ook een recreatieve functie. Om deze redenen wil de gemeente Barendrecht antwoord krijgen op de vragen: ➢ Hoeveel energie kunnen windturbines in het plangebied Vaanplein produceren en hoe verhoudt zich dat tot de in het convenant “Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam: en in de Verordening Ruimte en Mobiliteit opgenomen doelstellingen op dat gebied? ➢ Welke mogelijkheden zijn er om windturbines binnen het plangebied te plaatsen en met welke tiphoogte? ➢ Welke milieueffecten gaan daarmee gepaard?

2.2

Aanleiding

2.2.1

Aanleiding vanuit project De voorgenomen ontwikkeling van een windpark wordt in veel gevallen geïnitieerd door de provincie Zuid-Holland. De gemeente heeft voor deze locatie, na ondertekening van de bestuursovereenkomst, de keuze gemaakt om eerst zelf, zonder invloed van commerciële partijen, een bestemmingsplan voor te bereiden. Daartoe wordt tevens een milieueffectrapport opgesteld. Pas nadat de gemeente de milieueffecten inzichtelijk heeft, lokale normen heeft bepaald en een bestemmingsplan heeft vastgesteld is het voor marktpartijen mogelijk om met een vergunningaanvraag het voornemen verder vorm te geven. Het bestemmingsplan zal spelregels bevatten waar elke vergunningaanvraag voor een windpark aan moet voldoen.

2.2.2

Aanleiding vanuit beleid Op 28 juni 2019 is het nationale Klimaatakkoord gepubliceerd door het kabinet. Het doel is om ten minste 35 terawattuur (TWh) aan hernieuwbare energie op land te realiseren. Decentrale overheden spelen hierin een belangrijke rol. In Nederland is windenergie één van de goedkoopste manieren om duurzame energie op te wekken. Om aan de ambitieuze doelstelling voor hernieuwbare energie op land te voldoen zal windenergie de komende jaren één van de meest kosteneffectieve wijzen om hernieuwbare energie te produceren zijn. De gezamenlijke provincies hebben in 2013 afspraken gemaakt met het Rijk over de verdeling per provincie van de Rijksdoelstelling van 6.000 MW windenergie op land in 2020. De afspraak van 6.000 MW windenergie op land is tevens inzet van de gezamenlijke provincies in het kader van het door de SER gefaciliteerde Nationaal Energieakkoord. De provincies hebben hier allen een aandeel in. De provincie ZuidHolland heeft in dit kader zich gecommitteerd aan 735,5 MW.

Inleiding

Windturbines Vaanplein PlanMER Op basis van het afgesloten convenant “Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam” zoals gesloten op 21 juni 2012 en verlengd in 2020 tot 31 december 2025 is de ambitie om binnen het gebied van de voormalige stadsregio Rotterdam 150 MW aan windenergie gerealiseerd. De provincie heeft in het kader van de verordening Ruimte en Mobiliteit de locatie Vaanplein bestemd als windlocatie. De bevoegdheid is op 28 januari 2021 gemandateerd aan de gemeente Barendrecht middels een ‘Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente Barendrecht’. Alvorens een bestemmingsplan in procedure te gaan nemen is het van belang een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de milieueffecten. Dit wordt gedaan aan de hand van de beoordeling van milieueffecten van enkele mogelijke opstellingen van windturbines in een milieueffectrapport (MER). Het MER biedt mede input voor de keuze van een geschikte opstelling met windturbines of randvoorwaarden. De Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) die hieraan vooraf ging bepaalde de kaders waaruit dit onderzoek is opgesteld.

2.3

Doel milieueffectrapportage Het doel van het milieueffectrapport is het vooraf bieden van informatie over de milieueffecten van een voornemen, in dit geval de ontwikkeling van windenergie, zodat deze milieu-informatie een volwaardige rol kan spelen in de besluitvorming. Het MER en de m.e.r. Milieueffectrapportage (afkorting m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een besluit in beeld, voordat het besluit genomen wordt. De afkorting m.e.r. wordt gehanteerd bij aanduiding van de procedure. De onderzoeksresultaten worden gepubliceerd in het milieueffectrapport (MER).

De voorgenomen activiteit – de oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark met een gezamenlijk vermogen van 15 MW of meer – is opgenomen als activiteit 22.2 in lijst D van het Besluit m.e.r. Dat betekent dat in het kader van een vergunningaanvraag beoordeeld moet worden of er belangrijke nadelige gevolgen op het milieu kunnen zijn (de zogenaamde m.e.r.-beoordeling). Uit artikel 7.2 Wet milieubeheer en artikel 2, lid 3 Besluit m.e.r. volgt dat indien er een kaderstellend plan wordt vastgesteld voor deze activiteit, het verplicht is om daarvoor een planMER op te stellen. Het opstellen van een bestemmingsplan is een zo’n kaderstellend plan.

2.4

Lokale normen Aangezien voor windprojecten van drie of meer windturbines momenteel geen landelijk normenkader geldt, moeten lokale normen goed onderbouwd worden. Deze normen kunnen worden opgenomen in het bestemmingsplan, dan wel in de voorschriften voor het windpark. Het MER is een logische plaats voor de onderbouwing van lokale milieunormen voor geluid en slagschaduw. Als eerste uitgangspunt is het ‘Toetsingskader Windenergie’ gebruikt en als tweede de resultaten uit het MER.

Inleiding

Windturbines Vaanplein PlanMER Hieruit volgen de effecten op lokale normen: ruimtelijk, geluid, gezondheid/lichthinder, slagschaduw, externe veiligheid, bodem, water, archeologie, landschap, cultuurhistorie en ecologie. De lokale normen worden door de geringe omvang van het effect en de aard van de normstelling gemotiveerd in de toelichting op het bestemmingsplan. Het bevoegd gezag is in de gelegenheid lokale normen op te stellen. Na vast stellen van die normen kan hieraan worden getoetst. Mochten in de tussentijd landelijke normen gelden, worden die lokale normen tenminste als minimale normen gehanteerd. Uit de toetsing van het project op de lokale normen zal blijken of mitigerende maatregelen toegepast moeten worden. Om die reden is het onderzoek naar de effecten van diverse mogelijke lokale geluid- en slagschaduwnormen opgenomen in Hoofdstuk 8 (mitigerende maatregelen).

Inleiding

2.5

Leeswijzer

Figuur 6

Leeswijzer.

Windturbines Vaanplein PlanMER

Hoofdstuk 3 Procedure

Procedure

Windturbines Vaanplein PlanMER

3.1

Inleiding De gemeente wenst het bestemmingsplan voor Windpark Vaanplein in ontwerp te publiceren voordat de Omgevingswet in werking treedt (verwachte datum 1 juli 2023). Daarmee valt deze procedure onder de overgangsregeling van de Omgevingswet en geldt de bestemmingsplanprocedure uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Om inzicht te krijgen in de rol en positie van dit planMER in relatie tot het bestemmingsplan wordt in dit hoofdstuk eerst deze procedurestappen beschreven. Daarna wordt per betrokken partij aangegeven welke rol deze partij speelt in het proces. Tot slot wordt specifiek ingegaan op de communicatie en participatie die parallel loopt aan deze stappen en ook onderdeel uitmaakt van de procedure.

3.2

Procedurestappen Kennisgeving Voorafgaand aan het opstellen van het planMER is een kennisgeving gedaan door de gemeente Barendrecht. Vanaf 28 februari 2022 heeft de concept Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) voor zes weken ter inzage gelegen. NRD In de NRD zijn de procedurestappen beschreven om te komen tot een bestemmingsplan voor windturbines en voor het planMER. De stappen die genomen worden om tot een (ontwerp)bestemmingsplan te komen, lopen parallel aan de stappen voor het MER. De NRD had als doel belanghebbenden te informeren over de beoogde plannen ten aanzien van het windpark, het milieueffectrapport (MER) dat hiervoor wordt opgesteld en wat er in het MER onderzocht gaat worden. Vanuit de participatietraject en de zienswijzen op de NRD zijn extra aandachtspunten naar voren gekomen. Deze zijn gebundeld in de Nota van Beantwoording Zienswijzen op de NRD. De NRD, de ingediende zienswijzen en de beantwoording daarvan vormden samen de basisuitgangspunten van dit planMER. De milieueffectrapportage en het ontwerpbestemmingsplan Onderzoeken ten behoeve van de milieueffectrapportage en onderzoeken voor het bestemmingsplan worden tegelijk uitgevoerd. Resultaten van de deze onderzoeken worden vervolgens gedeeld met betrokken alle partijen. Hoe dit wordt gedaan is in de paragraaf communicatie en participatie beschreven.

Alle onderzoeksresultaten (zie hoofstukken 7 van dit MER) en de effectbeoordeling (hoofdstuk 9) landen in dit MER. Op basis van de resultaten van het MER wordt een opstelling gekozen die met het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Ook hierbij worden direct omwonenden en andere partijen betrokken door de gemeente. Vervolgens wordt in het ontwerpbestemmingsplan de gekozen opstelling verder uitgewerkt. Waarna de raad het ontwerpbestemmingsplan samen met het planMER vast stelt.

Procedure

Windturbines Vaanplein PlanMER Ter inzage en zienswijzen Het vastgestelde ontwerpbestemmingsplan en planMER worden gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl. In een kennisgeving zal worden aangegeven hoe een ieder op het plan een zienswijze kan indienen. De periode voor het indienen van zienswijzen duurt minimaal zes weken. Tegelijkertijd zal aan de Commissie voor de milieueffectrapportage toetsingsadvies worden gevraagd op het MER (dit is een verplichte stap volgens de Wet milieubeheer). Er wordt ook een informatieavond gehouden tijdens de inzageperiode. Aan de hand van deze zienswijzen en het advies van de Commissie voor de m.e.r. kan het MER en het bestemmingsplan worden aangevuld en aangepast. Vastellen bestemmingsplan Na eventuele wijzigingen en aanpassingen stelt de raad het bestemmingsplan vast. Dit vaststellingsbesluit wordt (inclusief alle stukken) bekend gemaakt. Eenieder die een zienswijze tegen het ontwerpbesluit indiende wordt gedurende zes weken in staat gesteld om beroep bij de Afdeling bestuursrechtspaak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) aan te tekenen tegen het vastgestelde plan en het bijbehorende MER. Bezwaar en beroep Eenieder die een zienswijze tegen het ontwerpbesluit indiende wordt gedurende zes weken in staat gesteld om beroep aan te tekenen tegen het vastgestelde plan en het bijbehorende MER.

Omgevingsvergunning Na vaststelling van het bestemmingsplan kan een omgevingsvergunning voor de windturbines worden aangevraagd (zie ook de paragraaf over de initiatiefnemer).

3.3

Initiatiefnemer Gemeente Barendrecht is initiatiefnemer voor het planMER en het bestemmingsplan voor de windturbines nabij knooppunt Vaanplein. De beoordeling en vergelijking van de in het MER onderzochte onderzoeksopstellingen (de MER-alternatieven) dienen als onderbouwing voor het op te stellen bestemmingsplan. In het bestemminsplan staan ‘spelregels’ voor mogelijke windturbines, bijvoorbeeld voor wat betreft het aantal en de afmetingen van toegestane windturbines. Tevens kan de gemeente lokale milieunormen opnemen in het bestemmingsplan, bijvoorbeeld op het gebied van geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Na vaststelling van een bestemmingsplan kan een marktpartij een vergunning aanvragen voor het bouwen en in werking hebben van windturbines. Onderdeel van de vergunningprocedure kan zijn dat een project-m.e.r. of m.e.r.-beoordeling dient te worden doorlopen. In die vervolgstap is de marktpartij dan initiatiefnemer.

Procedure

Windturbines Vaanplein PlanMER Het is te verwachten dat de initiatiefnemer onder de dan geldende wet- en regelgeving nog een aanvullend m.e.r.-procedure moet doorlopen om tot realisatie te komen waarbij de exacte plaatsing van de windturbines centraal staan bijvoorbeeld door het opstellen van een projectMER.

3.4

Bevoegd gezag Gemeente Barendrecht is op basis van de gesloten bestuursovereenkomst bevoegd gezag voor het planMER en het bestemmingsplan. Op basis van art. 9 Elektriciteitswet beschikt de provincie in beginsel over de bevoegdheid voor het vaststellen van een inpassingsplan. In het geval toepassing wordt gegeven aan deze bevoegdheid zijn Provinciale Staten tevens bevoegd gezag voor het inpassingsplan voor de realisatie van een windpark van 5 MW of meer en niet meer dan 100 MW. Gedeputeerde Staten draagt deze bevoegdheid echter over aan gemeenten onder de aanname dat ruimtelijke besluitvorming door Gedeputeerde Staten niet sneller verloopt dan besluitvorming door de gemeente. Het college van burgemeester en wethouders heeft bij Gedeputeerde Staten het verzoek ingediend voor overdracht van de bevoegdheid. De bevoegdheid is op 28 januari 2021 gemandateerd aan de gemeente Barendrecht middels een ‘Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente Barendrecht’4. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd een bestemmingsplan voor te bereiden. De gemeenteraad van Barendrecht is bevoegd het bestemmingsplan vast te stellen. Op basis van de Wro is voor de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (de zogenoemde uitgebreide procedure).

Dat houdt in dat eerst een ontwerp van het bestemmingsplan met de bijbehorende documenten ter inzage wordt gelegd op basis waarvan eenieder zijn zienswijze naar voren kan brengen. Na de periode van terinzagelegging van het ontwerp kan de gemeenteraad het bestemmingsplan definitief vaststellen.

3.5

Overige betrokken partijen

3.5.1

Adviseurs en bestuursorganen De Provincie Zuid-Holland en andere bestuursorganen worden vroeg bij de voorbereiding betrokken. Denk hierbij aan DCMR Milieudienst Rijnmond, buurgemeenten, de GGD, de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, waterschap Hollandse Delta, Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed etc. Alle adviseurs en bestuursorganen die op grond van de Wro en het Besluit m.e.r. een rol hebben, worden betrokken.

4

Procedure

PZH-2020-762171637

Windturbines Vaanplein PlanMER DCMR heeft een toetsende en adviserende rol in het proces.

3.5.2

Commissie voor de milieueffectrapportage De onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Cie-m.e.r.) toetst het MER op juistheid en volledigheid, nadat het MER is afgerond.

3.5.3

Belanghebbenden Inwoners en belanghebbende partijen zoals natuur-, landschaps- en milieuorganisaties en andere maatschappelijke organisaties worden op diverse wijzen bij de planvorming betrokken. Daarvoor is een participatieplan opgesteld waarin de procesparticipatie is beschreven. Voor de vormgeving van het verdere verloop van het participatieproces wordt verwezen naar het participatieplan. Ten tijde van de tervisielegging van dit MER en het ontwerp bestemmingsplan krijgt eenieder de mogelijkheid zienswijzen kenbaar te maken. Tevens is het mogelijk om na vaststelling van het bestemmingsplan de formele bezwaar- en beroepsprocedure te gebruiken.

3.6

Communicatie en participatie De initiatiefnemer gemeente Barendrecht vindt het belangrijk dat omgevingspartijen betrokken zijn bij het proces om de mogelijkheden van windenergie nabij knooppunt Vaanplein te onderzoeken. Naast de formele procedure is voor dit windpark een participatieplan uitgewerkt, alsmede een aanpak om met elkaar in dialoog te gaan over de ontwikkeling. Daarnaast zal ten minste de Nederlandse Windenergie Associatie (NWEA) richtlijn met betrekking tot omgevingsparticipatie worden geïmplementeerd. De gemeente Barendrecht heeft er voor gekozen om al in een vroegtijdig stadium inwoners te betrekken bij het opstellen en aanvullen van de NRD. In vroegtijdig stadium is een klankbordgroep geformeerd met inwoners zowel uit Barendrecht als uit Rotterdam. Deze ‘Klankbordgroep Vaanplein’ heeft meegedacht en -gewerkt om het participatieproces rondom de NRD op te zetten. Onder procesparticipatie wordt het volgende verstaan: • formele participatie zoals de ter inzagelegging van de NRD alsook verwerking van bijbehorende zienswijzen; • informele participatie zoals de participatie-avonden die voorafgingen aan de zienswijzeperiode. De NRD bevatte een overzicht van de onderwerpen die reeds in het informele participatietraject naar voren waren gekomen. In het voortraject waren de participatieavonden digitaal georganiseerd.

Hier konden deelnemers aangeven wat zij belangrijk vinden in hun leefgebied en wat zijn

Procedure

Windturbines Vaanplein PlanMER onderzocht wensten te hebben in de milieuonderzoeken. Daarnaast is input opgehaald bij de gemeenteraad en overige belanghebbenden. Deze input is gedeeld met de gemeenteraad. De informatiebijeenkomsten die begin juli 2022 hebben plaatsgevonden hadden het doel om te informeren over de stand van zaken en de direct omwonenden (tot 1.000m) te betrekken bij de stand van zaken. Hierbij is input opgehaald voor de lokale normen door middel van een enquête. Deze input wordt gelijktijdig gepresenteerd aan het gemeentebestuur ter afweging van de lokale normen. Naast procesparticipatie wordt ook op financiële participatie gestuurd. In overleg met de omgeving zal worden bekeken hoe verder vorm kan worden geven aan mogelijkheden tot financiële participatie in bijvoorbeeld een coöperatie.

Procedure

Windturbines Vaanplein PlanMER

Hoofdstuk 4 Beleidskader

Beleidskader

Windturbines Vaanplein PlanMER

4.1

Inleiding In dit hoofdstuk worden de hoofdlijnen van relevant beleid voor de voorgenomen activiteit beschreven.

4.2

Rijksbeleid De Raad en Europees parlement hebben richtlijn 2009/28/EG vastgesteld op grond waarvan Nederland wordt verplicht om in 2020 14% van het totale bruto eindverbruik aan energie op te wekken met behulp van hernieuwbare bronnen. Deze richtlijn vormt de basis voor het rijksbeleid ten aanzien van de opwekking van duurzame energie. Tijdens de eenentwintigste klimaatconferentie (COP21) van de Verenigde Naties in Parijs, eind 2015, bereikten de deelnemende landen overeenstemming over een bindend klimaatakkoord, met als doel de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden, met 1,5 graad als streefwaarde. Deze afspraak vraagt om een mondiale omschakeling van fossiele brandstoffen naar herbruikbare (duurzame) brandstoffen. De klimaatafspraken uit Parijs zijn voor Nederland vertaald naar concrete CO2- doelstellingen: 49% minder CO2-uitstoot in 2030 en 95% in 2050 ten opzichte van het peiljaar 1990. Op 28 juni 2019 is het nationale Klimaatakkoord gepubliceerd door het kabinet. Het doel is om ten minste 35 terawattuur (TWh) aan hernieuwbare energie op land te realiseren. Hierin krijgt de decentrale overheid een rol. De invulling hiervan is waarschijnlijk techniekneutraal. Techniekneutraal betekent dat er geen specifieke techniek is voorgeschreven om het doel aan hernieuwbare energie op land te realiseren.

De uitwerking van deze doelstelling van 35 TWh krijgt vorm in de regionale energiestrategieën (RES). De RES is een instrument om te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur.

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) schetst het Rijk een lange termijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van een duurzame leefomgeving in Nederland. Daarbij wordt een integrale benadering voorgesteld, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties en met meer regie vanuit het Rijk. In de NOVI worden de nationale belangen en opgaven in de fysieke leefomgeving vertaald naar prioriteiten, waarbij prioriteit 1 van de NOVI luidt: ‘Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’. Ten aanzien van de productie van duurzame energie (door windturbines, eventueel in combinatie met zonnevelden) wordt in het NOVI een voorkeur voor grootschalige clustering van duurzame energieproductie meegegeven. Daarbij is het wel van belang dat er een afweging wordt gemaakt tegenover andere relevante waarden zoals landschap, nationale veiligheid, natuur, cultureel erfgoed, water en bodem en

Beleidskader

Windturbines Vaanplein PlanMER draagvlak. Een natuur inclusief ontwerp en beheer van het windpark is hierbij van belang om verstoring of aantasting van natuur en biodiversiteit zoveel mogelijk te voorkomen. Ook moeten bewoners van een gebied worden betrokken, participeren in het project en waar mogelijk meeprofiteren. De ruimtelijke implicaties van de opgave van duurzame energie kunnen groot zijn. Samen met medeoverheden in RES-verband wordt invulling gegeven aan de ambitie om 35TWh elektriciteit op te wekken op land. Hierbij wordt rekening gehouden met effecten op landschap, natuur, landbouwgronden en de energiehoofdstructuur. Enkele richtingen die worden meegegeven vanuit de NOVI is de voorkeur voor grootschalige clustering van wind- en zonne-energie. Hierbij is een expliciete afweging op ook de andere waardes essentieel. Voorwaarde die gesteld wordt is de betrokkenheid van bewoners. Windpark Vaanplein kan een bijdrage leveren aan de grootschalige opwek van duurzame energie.

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1

Omgevingsverordening Zuid-Holland In de Omgevingsverordening Zuid-Holland (15 maart 2022) staat het gehele projectgebied voor Windpark Vaanplein aangegeven als locatie voor Windenergie op land. Zie hiervoor onderstaand Figuur 7.

Figuur 7

Uitsnede Omgevingsverordening Zuid-Holland, kaart 16, bijlage II.

Over windenergie zegt de omgevingsverordening het volgende: Artikel 6.28 Windenergie 1. Een bestemmingsplan laat nieuwe windturbines alleen toe op gronden binnen de locaties voor windenergie, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 16 in bijlage II.

Beleidskader

Windturbines Vaanplein PlanMER 2. In het bestemmingsplan kan de begrenzing van de in het eerste lid bedoelde locaties in beperkte mate worden aangepast, rekening houdend met de lokale omstandigheden. 3. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan voor gronden buiten het bestaand stads- en dorpsgebied kleine windturbines met een ashoogte tot 15m toelaten en kan een bestemmingsplan voor gronden binnen het bestaand stads- en dorpsgebied of voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II, kleine en middelgrote windturbines met een ashoogte tot 45m toelaten, voor zover dat passend is bij de lokale situatie. 4. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden buiten de locaties voor windenergie, bedoeld in het eerste lid, kan vervanging van bestaande grote windturbines door nieuwe windturbines mogelijk maken. Mogelijke wijzigingen aan omgevingsverordening De afronding van de regionale energiestrategieën 1.0 van de 7 RES-regio’s in ZuidHolland was aanleiding voor wijziging van de provinciale omgevingsverordening. Voorafgaand aan deze wijziging van de omgevingsverordening, aangeduid als module Energietransitie, is een verplichte planMER uitgevoerd.

Het ontwerp van het besluit tot wijziging van de Omgevingsverordening, de module Energietransitie heeft van 14 juni tot en met 8 augustus 2022 ter inzage gelegen. GS van Zuid-Holland bereidt momenteelt het definitieve besluit voor dat voor vaststelling is geagendeerd in de vergadering van PS op 14 december 2022. Ter voorbereiding op de agendering in PS vindt op 11 november 2022 een openbare hoorzitting plaats en wordt het definitieve besluit besproken in de vergadering van de Integrale Statencommissie (IC) die is gepland op 30 november 2022.

4.3.2

Omgevingsvisie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland biedt ruimtelijk mogelijkheden voor windenergie in de Omgevingsvisie Zuid-Holland (15 maart 2022). Rijk en provincies hebben afspraken gemaakt in het Nationaal Energieakkoord over het realiseren van de nationale doelstellingen. Voor windenergie is dit akkoord uitgewerkt in een bestuursakkoord tussen Rijk en provincies over de realisatie van 6000 MW windenergie in Nederland, waarvan 735,5 MW in Zuid-Holland. Hiervoor zijn ‘locaties windenergie’ aangewezen. De locaties zijn het resultaat van een afweging tussen eisen vanuit windenergie en voorwaarden vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit. Mede door de grote omvang en ruimtelijke invloed van moderne windturbines is het van belang om deze geconcentreerd te plaatsen in daarvoor geschikte gebieden en versnippering over de hele provincie te voorkomen. De ruimtelijke uitgangspunten zijn daarbij dat windenergie passend is langs grootschalige infrastructuur (snelwegen), op grote bedrijventerreinen of op de grote scheidslijnen tussen land en water; de randen van de Zuid-Hollandse eilanden. Windturbines plaatst de provincie ‘daar waar het waait’ (eilanden), ‘daar waar energie gevraagd wordt’ (industrie) en ‘daar waar ze aan kunnen sluiten bij grote landschappelijke structuren’ (grootschalige overgangen land-water, grote lijnvormige (infra)structuren).

De provincie geeft de voorkeur aan enkelvoudige lijnopstellingen en clusters, in samenhang met en evenwijdig aan de betreffende infrastructuur en scheidslijnen.

Beleidskader

Windturbines Vaanplein PlanMER Bestaande opstellingen van moderne, grote turbines kunnen ter plaatse vervangen en opgeschaald worden. Bij de plaatsing van windturbines dienen op projectniveau effecten ten aanzien van o.m. natuur, flora en fauna, bescherming van waardevol cultureel erfgoed, geluid, externe veiligheid, slagschaduw, lichtschittering, vaarwegen en waterstaatswerken, landschappelijke inpassing, watertoets en archeologie te worden onderzocht. Het voorgaande dient in een MER en/of een ruimtelijke onderbouwing te worden vastgelegd. Voor Windpark Vaanplein worden de volgende aandachtspunten meegegeven: ➢ Het ontzien van meest westelijke deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw); ➢ Aansluiting van de opstelling bij de snelweg; ➢ Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met locatie Oost, Nieuw Reijerwaard en Poort van Charlois. Deze aandachtspunten komen voort uit het planMER5 dat is opgesteld in het kader van de aanwijzing van de locaties voor windenergie. Thema Energie Duurzame vormen van energie-opwek en uitbreiding van elektriciteitsopslag en distributie vragen om ruimte en nieuwe locaties. De nieuwe energiedragers zijn bouwwerken die, afhankelijk van hun verschijningsvorm en de locatie, enige tot grote invloed op het landschap hebben. Het is een ontwerpopgave om een eigentijds ruimtelijk beeld met kwaliteit te genereren.

Een windturbine is een mast met op de wind draaiende wieken, technische installatie en aansluiting op een elektriciteitsnetwerk. In verhouding is het grondvlak klein, de verschijning ijl met een forse hoogte, boven gebouwen en beplanting uit. Een windpark is een opstelling van minimaal drie grote windturbines; solitaire turbines zijn niet gewenst vanuit het oogpunt van de ruimtelijke kwaliteit. Door de autonome maat en schaal en de bewegende wieken hebben formaties van windturbines, ongeacht de ashoogte, een duidelijke ruimtelijke impact op een wijde omgeving. Ze kunnen als landmark grote landschappelijke en infrastructurele structuren accentueren. Een ruimtelijk onderzoek op verschillende schalen, waaronder de bovenregionale schaal naar de visuele effecten hoort bij de afweging en locatiekeuze. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit: ➢ Mede door de grote omvang en ruimtelijke invloed van moderne grote windturbines is het van belang om deze geconcentreerd te plaatsen in daarvoor geschikte gebieden en versnippering over de hele provincie te voorkomen. ➢ Een opstelling van windturbines is gekoppeld aan grote structuren en het type landschap is hierbij richtinggevend. ➢ In het midden van de provincie, langs de as Maasvlakte-Rotterdam-Drechtsteden-Merwedezone, is concentratie van windenergie gewenst.

Opstellingen sluiten aan bij economische en logistieke dynamiek en stedelijke bebouwing.

5

https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/ruimte/vrm-downloads/planmer-windenergie/#3509d633-1f1b-90c6-08c2-89a073dd2dba

Beleidskader

Windturbines Vaanplein PlanMER ➢ Een enkelvoudige opstelling in een lijn van minimaal drie windturbines evenwijdig aan de scheidslijn of de infrastructuur, of een cluster van minimaal vier in samenhang. ➢ Een beeldkwaliteitsplan geeft inzicht in de ruimtelijke impact op alle schaalniveaus. ➢ Windturbines met een ashoogte tot 45m kunnen binnen bestaand stads- en dorpsgebied, glastuinbouwgebied en bedrijventerreinen voor zover passend bij de lokale situatie. ➢ Windturbines met een ashoogte tot 15m kunnen overal, mits rekening gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. Deze richtpunten worden pas van toepassing op een windturbinelocatie nadat Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben besloten diezelfde locatie toe te laten op kaart 16 van de Omgevingsverordening, zoals voor deze locatie het geval is.

4.3.3

Omgevingsprogramma Zuid-Holland geconsolideerd (25 augustus 2022) In het omgevingsprogramma wordt zowel de visie als de omgevingsverordening benoemd. Hierin is vooral kaart 16, zoals ook opgenomen in Figuur 10. Tevens worden in het omgevingsprogramma de aandachtspunten benoemd zoals deze in paragraaf 4.3.2 zijn uitgeschreven. De provincie heeft de ambitie om bij te dragen aan een schone en duurzame elektriciteitsvoorziening. Windenergie levert een belangrijke bijdrage aan de doelstellingen voor schone en duurzame elektriciteit. Dit is onderverdeeld in ‘windenergie op zee’ en ‘windenergie op land’. Deze paragraaf gaat verder in op de maatregelen voor windenergie op land. De provincie zet zich in om de met gemeenten en rijk gemaakte afspraken voor windenergie op land te realiseren. De locaties waar de provincie plaatsing van windturbines toestaat, zijn opgenomen in de omgevingsverordening. Zuid-Holland is een drukbevolkte provincie met weinig open ruimte. Naast wind- en zonne-energie zetten verstedelijking en oprukkende bedrijvigheid ook druk op het open landschap.

4.4

Regionaal beleid

4.4.1

Regionale Energie Strategie Rotterdam Den Haag (RES 1.0) Regio Rotterdam Den Haag (bestaande uit 23 gemeenten, waaronder Barendrecht, 4 waterschappen en de provincie Zuid Holland) heeft op 1 juli 2021 de RES 1.0 vastgesteld. In deze regio zijn kansen om 2,8-3,2 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. In de regio wordt aanvullend gezocht naar mogelijkheden van zonne-energie en aanvullend naar ca. 27 extra windmolens. Figuur 7 laat zien waar de opwerk potentie van windenergie zich in deze regio bevind, Windpark Vaanplein valt binnen deze zoeklocatie.

Beleidskader

Windturbines Vaanplein PlanMER Figuur 8

Kaart kansen o.b.v. ruimtelijke beleid uit NOVI en POVI in relatie tot zoekgebieden wind (RES 1.0).

4.5

Gemeentelijk beleid

4.5.1

Structuurvisie Barendrecht (2012) De structuurvisie van Barendrecht zet in op kwaliteitsverbetering, uitbreiding en het verbinden van groen-, natuur- en waterstructuren voor een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Barendrecht wil in 2030 een CO2 neutrale gemeente zijn door het energieverbruik significant af te laten nemen. De energie die gebruikt wordt moet groen zijn. Om dit te bereiken zet Barendrecht in op het opwekken van groene energie door een combinatie van verschillende duurzame energiebronnen. Barendrecht heeft te maken met vele dynamieken. Bepalende elementen hierin zijn de grootschalige infrastructuur, waaronder de A15 en A29 en de spoorlijn. De wijken in Barendrecht hebben allen een eigen beeld, identiteit en bijbehorende kwaliteiten. Daarnaast zijn zowel aan de zuid- als noordrand van Barendrecht omvangrijke groene gebieden behouden en (her)ingericht. Deze noordrand wordt gezien als mogelijke (uitplaats) locatie voor sportvoorzieningen. Daarnaast zijn de bestaande parken/groenvoorzieningen interessante plekken om te voorzien in de recreatieve ruimtebehoefte en intensievere vormen van recreatie.

Beleidskader

Windturbines Vaanplein PlanMER De ligging nabij de A15 en het spoor maakt het gebied tussen Barendrecht en Rotterdam geschikt voor ruimte vragende en stedelijk recreatieve functies. Te denken valt aan inrichting van het gebied als sportboulevard georiënteerd op 'actie en uitdaging', zoals fietscross, speelbos, etc. Ook voor uitplaatsing van sportvoorzieningen biedt de noordrand plaats. Op deze manier ontstaat er in Barendrecht meer ruimte voor woningbouw die beantwoordt aan de regionale vraag. Figuur 9

Structuurvisiekaart Barendrecht.

4.5.2

Toetsingskader windenergie (2015)

Op 13 oktober 2015 is het toetsingskader windenergie gemeente Barendrecht vastgesteld. Uit dit toetsingskader komen onderzoeksverplichtingen voort. Voor zowel de onderwerpen uit het toetsingskader betrekking hebben op milieueffecten en de locatie Vaanplein zijn zij in onderstaande tabel opgenomen.

Beleidskader

Windturbines Vaanplein PlanMER Tabel 4 Onderwerp Eisen

Samenvatting van het toetsingskader windenergie (2015) Bevat minimaal

Woon- en leef- Onderzoek naar gevolgen voor klimaat de ruimtelijke leefomgeving

Hierbij wordt rekening gehouden met veiligheidsrisico’s, recreatiemogelijkheden, natuurwaarden, landschappelijke inpassing, gezondheidsrisico’s (door hinder van geluid en cumulatie) Onderzoek alternatieve opstelOnderzoeken van verschillen tussen alternatieve opstellingen en turbinetypes (hoogte, rolingen tordiameter, esthetica en vermogen. Met daarin o.a. geluidsbelasting en slagschaduw/ lichtschittering per opstelling en landschappelijke inpassing. Er mogen geen onveilige situaAangetoond dient te worden dat de kans op een ongeval verwaarloosbaar is. De veiligties en/of onbeheersbare risiheidsrisico's dienen meegenomen te worden bij het vaststellen van het bestemmingsplan. co's optreden in zowel de woon- In het onderzoek moet worden ingegaan op de veiligheidsrisico's (w.o. radarverstoring) van als de werkomgeving windturbines op kritische infrastructuur zoals vaarwegen, snel- en spoorwegen, en ook luchtverkeer, gas- en hoogspanningsleidingen en locaties waar gevaarlijke stoffen (bijv. ammoniak) zijn opgeslagen of worden verwerkt. Veiligheidsrisico's van ijsvorming op de rotorbladen, dienen verwaarloosbaar klein te zijn, door locatiekeuze en door toepassing van ijsdectectiesystemen met stilstandvoorziening.

Naast directe risico's dient te worden onderzocht wat de indirecte risico's (domino-effecten) zijn, de groepsrisico's en de risico's als gevolg van cumulatie met andere risicobronnen. De gemeente eist dat een wind- Mogelijke windturbinelocaties dienen aan provinciaal beleid te worden getoetst. Achterpark of (combinaties van) wind- grond is dat geen aantasting plaatsvindt van belangrijke landschapswaarden zoals openparken heid, oude structuren of identiteitsbepalende objecten. geen significante afbreuk doen aan de kwaliteit en openheid In de landschappelijke inpassing dient rekening te worden gehouden met de impact die van het landschap en de zichtlij- windturbines kunnen hebben op de ruimtelijke kwaliteit en beleving van het landschap nen die bepalend zijn voor beleving van dit landschap. Clustervorming dient daarbij te worden vermeden. Geen onaanvaardbare toename Goede ruimtelijke ordening van geluidsbelasting Zorgvuldig onderzoek. Gezien het aanwezige omgevingslawaai, de geluidsbelasting van windturbines, de mogelijke cumulatieve geluidsbelasting en gecombineerde effecten van slagschaduw door windpark Binnenmaas, dient zorgvuldig onderzocht te worden wat de geluidsbelasting is. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het huidige achtergrondniveau (omgevingslawaai). Het onderzoek moet duidelijk maken binnen welke contouren zich welke extra geluidbelasting zal voordoen.

Het onderzoek besteedt aandacht aan de effecten van eventuele strengere geluidnormen dan in het Activiteitenbesluit, en de effecten van het stil zetten van turbines. Tot dit onderzoek behoren de effecten op welzijn en gezondheid van bewoners wanneer in een gebied sprake is van cumulatieve geluidverstoring in recreatie, woon- en werkgebieden. Maatwerkvoorschriften Mogelijk stelt de gemeente op basis van het geluidsonderzoek, op grond van mogelijke cumulatie-effecten, dan wel naar aanleiding van bijzondere lokale omstandigheden, nadere geluidsnormen vast, die gekoppeld kunnen zíjn aan de windsnelheid, de windrichting, het tijdstip, het type windturbine en de locatie van de windturbine. Geen onaanvaardbare hinder Goede ruimtelijke ordening door slagschaduw en lichtschittering Zorgvuldig onderzoek Onderzoek bevat visualisatie van slagschaduw. Tot dit onderzoek behoren de effecten op welzijn en gezondheid als binnen een woongebied en een werkgebied zeer veel activiteiten de rust verstoren en daarbij cumulatief nog meer activiteiten en verstoringen komen. Maatwerkvoorschriften Slagschaduw op woningen wordt niet toegelaten. Verder dient een anti-reflecterende coating te worden toegepast voor de gehele windturbine, inclusief mast, en niet alleen voor de bewegende delen.

Veiligheid

Landschappelijke inpassing

Geluid

Lichtschittering en slagschaduw

4.6

Conclusie Het initiatief past in het nationale beleid en draagt bij aan de doelstelling van 35 TWh in de regionale energiestrategieën (RES). De locatie past in het provinciaal beleid gezien de aanduidingen ‘Windenergie kansrijke locaties extra ontwikkeling’ opgenomen in kaart 16 van de provinciale omgevingsvisie. Ook past het binnen de doelstelling van 735,5 MW opgesteld vermogen aan windenergie in 2020. De aandachtspunten uit de omgevingsvisie Zuid-Holland voor het MER zijn meegenomen

Beleidskader

Windturbines Vaanplein PlanMER in de uitwerking. Ook zijn de richtpunten met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit integraal meegenomen in de beoordeling. Een belangrijk onderdeel wordt hiervan verwerkt in het landschappelijk onderzoek. De structuurvisie van Barendrecht spreekt zich uit over het gebied als hoofdzakelijk stedelijke recreatief. Windenergie maakt daar geen onderdeel van uit. Wel zet Barendrecht zich in voor het toepassen van verschillende duurzame energie bronnen zoals met name zon op dak, geothermie op lokale schaal en aquathermie (Oude Maas).

Beleidskader

Windturbines Vaanplein PlanMER

Hoofdstuk 5 Locatieafweging

Locatieafweging

Windturbines Vaanplein PlanMER

5.1

Inleiding Dit hoofdstuk zet uiteen hoe de keuze voor de locatie Vaanplein tot stand gekomen is. Aangezien dit proces vooraf is gegaan aan de m.e.r.-procedure moge duidelijk zijn dat de uitkomsten van dit planMER niet aan deze keuze ten grondslag hebben gelegen. Het project Windpark Vaanplein is een concreet project voor windenergie op land. De beoogde locatie sluit aan bij nationaal en provinciaal beleid. Om de locatiekeuze toe te lichten wordt in dit hoofdstuk nog eens zorgvuldig en uitgebreid de locatie in de context van het (ruimtelijk) beleid voor windenergie geplaatst. Enige herhaling van het beleidskader in voorgaand hoofdstuk is hierbij aan de orde. Met dit project wordt invulling gegeven aan vastgesteld gemeentelijk beleid voor duurzame energie (Besluit op Raadsvoorstel Advies Gebiedsraad Locatieplan grootschalige opwek Zon en Wind, 2019). Daarom wordt bij de MER-alternatieven geen onderzoek verricht naar overige vormen van opwekking van duurzame energie. Dit betekent overigens niet dat andere vormen van opwekking van duurzame energie binnen het projectgebied worden uitgesloten.

5.2

Bestuurlijke voorgeschiedenis In de planMER partiele herziening VRM windenergie Zuid-Holland is de bestuurlijke voorgeschiedenis beschreven. Nederland heeft doelstellingen geformuleerd en in Europees verband afspraken gemaakt voor het realiseren van de opwekking van duurzame – hernieuwbare – energie. Windenergie speelt daarin een prominente rol. De provincies hebben op 31 januari 2013 een akkoord gesloten met het kabinet in het kader van het Nationaal Energieakkoord om ruimte te bieden aan 6.000 MW windenergie op land voor 2020. De verdeling van deze doelstelling over de provincies betekent voor Zuid-Holland een opgave van 735,5 MW aan opgesteld vermogen windenergie in 2020. In de provincie Zuid-Holland wordt deze opgave voor een groot deel gerealiseerd op GoereeOverflakkee (doelstelling 225 MW), in de Rotterdamse haven (doelstelling 300 MW) en in de voormalige stadsregio Rotterdam (doelstelling 150 MW). Hiervoor zijn convenanten en overeenkomsten afgesloten. Het convenant met de stadsregio is in 2020 verlengd. Overeengekomen is dat eind 2025 aan de doelstelling (150 MW operationeel) wordt voldaan. De convenanten voor Goeree-Overflakkee en Rotterdamse Haven zijn eind 2020 succesvol afgerond6. Een deel van de provinciale opgave van 735,5 MW wordt gezamenlijk met de gemeenten in de voormalige stadsregio Rotterdam ingevuld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13942837/1