PlanMER Windenergie Vaanplein 0.4 220711
Tekst van het document
Alternatieven 3x klein
2x groot
3x groot
3
2
3
Ashoogte (m)
87
165
165
Rotordiameter (m)
126
170
170
Tiphoogte (m)
150
250
250
Vestas V126 (3,45MW)
Siemens Gamesa SG6.6 170 (6,6MW)
Siemens Gamesa SG6.6 170 (6,6MW)
Aantal windturbines
Gebruikt windturbinetype
Effectbeoordeling planMER
42
Windturbines Vaanplein PlanMER
Naast het gekozen type houdt het rekenprogramma Geomilieu rekening met verschillende omgevingsspecifieke kenmerken, zoals de overheersende windrichting en de absorptie/reflectie factor van de bodem (waaronder de reflectiewaarde van de zonnevelden die onderdeel uitmaken van de opstellingsalternatieven). Het programma zoekt hiervoor aansluiting bij het “Reken- en meetvoorschrift windturbines” uit bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer. Als een woning binnen een bepaalde contour valt, betekent dat de geluidsimmissie daar gelijk is aan de bijbehorende Lden waarde.
7.2.3
Beoordeling – absoluut
In deze paragraaf worden ter illustratie de 47 dB Lden, 42 dB Lden en 37 dB Lden contouren weergegeven van de alternatieven. Dergelijke contouren geven grafisch weer hoe hoog de jaargemiddelde geluidsbelasting is op elke plek rondom de MERalternatieven. Een 47 dB Lden-contour wil zeggen dat de jaargemiddelde Lden-geluidsbelasting binnen de contour hoger is dan 47 dB en erbuiten 47 dB of lager. Figuur 21
Alternatief 3x klein - 47, 42 en 37 dB Lden contour.
Effectbeoordeling planMER
43
Windturbines Vaanplein PlanMER
Figuur 22
Alternatief 2x groot - 47, 42 en 37 dB Lden contour
Figuur 23
Alternatief 3x groot - 47, 42 en 37 dB Lden contour
In de bovenstaande afbeeldingen is te zien welke en hoeveel gevoelige objecten binnen de verschillende Lden-contouren vallen. Hieronder is het aantal gevoelige objecten waar de geluidsbelasting 37, 42 en 47 dB Lden of hoger is in onderstaande tabel weergegeven:
Effectbeoordeling planMER
44
Windturbines Vaanplein PlanMER
Tabel 9 Kop 1
Aantal woningen binnen de geluidscontouren
Woningen binnen de 37 dB Lden contour Woningen binnen de 42 dB Lden contour Woningen binnen de 47 dB Lden contour
7.2.4
Alternatief 3x klein
Alternatief 2x groot
Alternatief 3x groot
6.478 1.260 13
9.462 1.753 15
16.179 4.348 106
Beoordeling – relatief
Om een evenwichtige vergelijking te kunnen maken tussen alternatieven is ook gekeken naar de hoeveelheid woningen in relatie tot de hoeveelheid geproduceerde energie per alternatief. Op deze wijze wordt inzichtelijk gemaakt wat de relatieve effecten per opstelling zijn. De energieopbrengst resultaten voor nabijgelegen woningen zijn per alternatief samengevat in onderstaande tabel. Tabel 10 Kop 1
Aantal relatieve woningen binnen de geluidscontouren
Energieopbrengst (GWh/jr) Woningen/GWh/jr binnen de 37 dB Lden contour Woningen/GWh/jr binnen de 42 dB Lden contour Woningen/GWh/jr binnen de 47 dB Lden contour
7.2.5
Alternatief 3x klein
Alternatief 2x groot
Alternatief 3x groot
28 346 67 1
49 192 36 0
74 219 59 1
Overige terreinen
In de nabije omgeving van de MER-alternatieven zijn verschillende recreatiegebieden, een crematorium en een kinderboerderij gelegen. Per MER-alternatief is de verwachte geluidsbelasting op deze terreinen berekend. De selectie van recreatiegebieden is gedaan op basis van enkelbestemmingen ‘recreatie’ in bestemmingsplannen en op basis van de structuurvisie Barendrecht (Vastgesteld op 2 juli 2012). Onderstaande tabel toont de geluidsbelasting van de alternatieven op de recreatiegebieden, het crematorium en de kinderboerderij. Daarbij is per gebied steeds de hoogste en laagste waarde in de tabel opgenomen. Tabel 11
Geluidsbelasting nabijgelegen recreatiegebieden, het crematorium en de kinderboerderij. Zie Figuur 24 voor de ligging van de verschillende onderzochte gebieden.
Kop 1
Terrein
Recreatieterreinen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
Effectbeoordeling planMER
3x klein Laag Hoog (dB Lden) (dB Lden) 34 39 43 44 45 48 47 27 29 32 33
38 43 46 47 47 49 51 28 30 32 33
2x groot Laag Hoog (dB Lden) (dB Lden) 36 40 43 44 45 48 48 30 32 35 35
39 44 46 47 47 49 52 30 33 35 35
3x groot Laag Hoog (dB Lden) (dB Lden) 37 41 45 44 45 47 48 35 36 39 40
40 45 49 47 47 48 50 35 38 40 41
45
Windturbines Vaanplein PlanMER
Kop 1
Terrein
12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Crematorium Kinderboerderij Aantal met >47
Figuur 24
3x klein Laag Hoog (dB Lden) (dB Lden) 33 35 36 37 27 31 30 38 37 40 39 47 46 58 41 59 34 42 26 49 48 51 45 48 7
2x groot Laag Hoog (dB Lden) (dB Lden) 35 37 37 38 30 34 33 39 38 40 40 46 45 55 42 56 36 43 29 49 48 51 45 49 7
3x groot Laag Hoog (dB Lden) (dB Lden) 41 42 43 44 35 38 38 45 45 48 47 56 49 55 46 55 39 47 34 50 48 51 45 48 10
Ligging van de hierboven genummerde recreatiegebieden in de omgeving.
7.2.6
Laagfrequent geluid
Een gedeelte van het geluid dat windturbines produceren heeft een frequentie van 4-160 Hz en wordt daarom geclassificeerd als laagfrequent geluid. Het onderdeel laagfrequent geluid is geen onderdeel van het beoordelingscriterium maar omdat uit zienswijzen op eerdere windprojecten is gebleken dat de vrees bestaat dat laagfrequent geluid gezondheidseffecten veroorzaakt is in het akoestisch onderzoek
Effectbeoordeling planMER
46
Windturbines Vaanplein PlanMER
(Bijlage A bij dit MER) het laagfrequente geluid op nabijgelegen woningen inzichtelijk gemaakt. Uit deze analyse blijkt dat de immissiewaarden bij de octaafbanden 31,5 en 63 Hz voor alle alternatieven lager zijn dan de waarnemingsdrempel bij de betreffende toonhoogte. Geluid in de octaafband 125 Hz is wel waarneembaar, maar zal met een immissie van 12 tot 28 dB niet significant bijdragen aan de geluidsbeleving.
7.2.7
Gemeentelijk geluidsbeleid
Het gemeentelijke geluidsbeleid gaat uit van het stand-still principe. Het akoestisch onderzoek (Bijlage A) beschrijft de wijze waarop de 3 MER-alternatieven zich tot dit principe verhouden.
7.2.8
Conclusie
Onderstaande tabel toont de beoordeling van de 3 MER-alternatieven aan de hand van het in paragraaf 7.2.1 beschreven beoordelingskader. Geluid Aantal woningen binnen 37 dB Lden-contour
3x klein -
2x groot -
3x groot --
Aantal woningen binnen 42 dB Lden-contour
-
-
--
Aantal woningen binnen 47 dB Lden-contour
-
-
--
Aantal woningen/GWh/jr binnen 37 dB Lden-contour
--
-
-
Aantal woningen/GWh/jr binnen 42 dB Lden-contour Aantal woningen/GWh/jr binnen 47 dB Lden-contour Overige terreinen mett een geluidsbelasting van >47 dB Lden
--
0 -
---
7.3
Gezondheid
Om een beeld te geven van de effecten die op treden in relatie tot gezondheid wordt een GES uitgevoerd. GES staat voor gezondheidseffectscreening. GES is ontwikkeld om bij ruimtelijke planvorming in beeld te brengen wat de werkelijke gezondheidsrisico’s zijn rondom enkele milieufactoren, in aanvulling op wettelijke milieunormen of afspraken, die lang niet altijd voldoende zijn om risico’s en klachten te vermijden. Niet alleen de feitelijke kwaliteit in de omgeving wordt daarbij in aanmerking genomen, maar ook het aantal blootgestelde mensen. Geluid is één van de milieusegmenten die in het kader van een GES beoordeeld wordt op mogelijke gezondheidseffecten (Bron: InfoMil). Voor windenergie geldt dat geluid het enige aspect is dat in verband wordt gebracht met gezondheid. Daarom wordt bij de bepaling van de GES-score enkel de geluidsbelasting ter plaatse van omliggende woningen beschouwd.
7.3.1
Beoordelingscriterium en effectbeoordeling
Bij de bepaling van de GES-score wordt voor het onderdeel geluid, de geluidsbelasting ter plaatse van omliggende woningen beschouwd. Aangezien de cumulatieregels alle geluid omrekenen naar wegverkeerequivalente geluidsniveaus wordt de Effectbeoordeling planMER
47
Windturbines Vaanplein PlanMER
GES-beoordeling van wegverkeer gehanteerd om het gecumuleerde geluidsniveau om te rekenen naar een GES-score. Op deze manier krijgt dus elke woning een GESscore waarbij cumulatie met andere bronnen is verwerkt. Een GES-score is een getal van 0 t/m 8, waarbij bij score 6 het Maximaal Toelaatbare Risico wordt overschreden. In het akoestisch onderzoek (Bijlage A) is voor de omliggende woningen, naast de cumulatieve geluidsbelasting, ook de GES-score bepaald. Tabel 12
Beoordelingscriteria geluid Beoordelingscriteria Toename van de som van de GES-scores van woningen met tenminste 37 dB Lden: absoluut Toename van de som van de GES-scores van woningen met tenminste 37 dB Lden: relatief
De GES-methodiek hanteert de volgende tabel: Tabel 13
Relatie tussen de cumulatieve geluidsbelasting en de GES-scores. GES-score Beoordeling van (dB) tot (dB) GES 0 Zeer goed 0 43 GES 1 Goed 43 48 GES 2 Redelijk 48 53 GES 4 Matig 53 58 GES 5 Zeer matig 58 63 GES 6 Onvoldoende 63 68 GES 7 Ruim onvoldoende 68 73 GES 8 Zeer onvoldoende 73 100
De GES-scores zijn bepaald door het cumulatieve geluidsniveau voor en na de komst van de windturbines te berekenen. De som van de GES-scores van de woningen is een (versimpelde) maat voor het totale gezondheidseffect van een situatie. De toename van deze GES-score is een beoordelingscriterium voor het MER. De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘-‘ tot ‘+ +’. In onderstaande tabellen wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ´slagschaduw´ toegelicht. Tabel 14
Toename van de som van de GES-scores absoluut en relatief Absoluut Relatief (toename/GWh/jr) -0
Toename van meer dan 2.000 Toename van 1.000-2.000 Toename van minder dan 1.000
Toename van meer dan 100 Toename van 10-100 Toename van minder dan 10
+ ++
n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
Met 'relatief' in bovenstaande tabel wordt bedoeld: de toename van de som van de GES-scores, gedeeld door de verwachte elektriciteitsproductie van het betreffende MER-alternatief.
Effectbeoordeling planMER
48
Windturbines Vaanplein PlanMER
7.3.2
Beoordeling
De som van de GES-scores van de onderzochte woningen is een (versimpelde) maat voor het totale gezondheidseffect van een situatie. De toename van de opgetelde GES-scores van alle omliggende woningen is een beoordelingscriterium voor het MER. Tabel 15
Aantal woningen per GES-klasse, per alternatief huidige situatie 0
GES0
3x klein 0
2x groot 0
3x groot 0
GES1
81
56
34
14
GES2
11055
9968
9687
8375
GES4
8591
9554
9713
10305
GES5
3671
3813
3952
4634
GES6
1514
1521
1526
1584
GES7
35
35
35
35
GES8 Totaal aantal woningen
0
0
0
24947
24947
24947
24947
0
Opgetelde GES-scores
84239
86644
87421
90903
Toename t.o.v. huidig*
-
1293
1767
3917
Toename GES-score / GWh
-
46
36
53
* Het feit dat de toename van de GES-score kleiner is dan het verschil tussen de sommen van de GES-scores wordt veroorzaakt door het feit dat GES-score 3 niet bestaat. Voorbeeld: een woning die van score 1 naar score 4 gaat ondervindt een toename van 2 klassen.
7.3.3
Conclusie gezondheid
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de scores van de verschillende alternatieven, gebaseerd op de toename van de opgetelde GES-scores en het beoordelingskader uit paragraaf 7.2.2. Gezondheid Toename cumulatieve GES-score Toename cumulatieve GES-score/GWh/jr
7.4
3x klein -
2x groot -
3x groot --
Slagschaduw
Slagschaduw van een windturbine is de bewegende schaduw van de draaiende wieken. Als slagschaduw op het raam van een woning of kantoor valt kan dat als hinderlijk worden ervaren. Sinds een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State kunnen de landelijke milieunormen voor windturbines (vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer) op het gebied van geluid, slagschaduw, lichtschittering en externe veiligheid niet langer toegepast worden op windparken van 3 of meer windturbines.
Effectbeoordeling planMER
49
Windturbines Vaanplein PlanMER
Voor opstellingen van 3 of meer windturbines is er op dit moment, gebaseerd op de uitspraak van de Raad van State, geen landelijke norm en kan het bevoegd gezag zelf een norm opnemen in het bestemmingsplan, mits deze is voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de lokale situatie toegesneden motivering.
7.4.1
Beoordelingscriterium en effectbeoordeling
Om het milieueffect slagschaduw te beoordelen wordt als criterium het aantal woningen dat jaarlijks een bepaalde hoeveelheid slagschaduw zou ondervinden gehanteerd. Onderstaande tabel toont de beoordelingscriteria waarop het MER de MER-alternatieven beoordeelt op het milieuthema slagschaduw. Om een goede afweging te kunnen maken tussen de voor- en nadelen van windenergie wordt het thema slagschaduw ook uitgedrukt in relatie tot de energieopbrengst. Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel slagschaduw er veroorzaakt wordt op nabijgelegen recreatieterreinen. Tabel 16
Beoordelingscriteria slagschaduw Beoordelingscriteria Aantal gevoelige objecten binnen de slagschaduwcontouren 1, 6 en 10 u/jr: absoluut. Aantal gevoelige objecten binnen de slagschaduwcontouren 1, 6 en 10 u/jr: relatief. Slagschaduwbelasting ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen (recreatieterreinen, crematorium en kinderboerderij). % benodigde stilstand om alle slagschaduw per jaar op woningen te voorkomen.
Met 'relatief' in bovenstaande tabel wordt bedoeld: het aantal woningen, gedeeld door de verwachte elektriciteitsproductie van het betreffende MER-alternatief. De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘-‘ tot ‘+ +’. In onderstaande tabellen wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ´slagschaduw´ toegelicht. Tabel 17
Beoordelingstabel slagschaduw absoluut (aantal woningen binnen contour) Binnen 1 uur-contour Binnen 6 uur-contour Binnen 10 uur-contour -Meer dan 10.000 woningen Meer dan 5.000 woningen Meer dan 2.500 woningen 5.000 – 10.000 woningen 1.000 – 5.000 woningen 500 – 2.500 woningen 0 < 5.000 woningen < 1000 woningen < 500 woningen + n.v.t. n.v.t. n.v.t. ++ n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Tabel 18
Beoordelingstabel slagschaduw relatief Relatief t.o.v. 1u slagschaRelatief t.o.v. 6u slagschaduw duw ->200 woningen/GWh/jaar >75 woningen/GWh/jaar 100-200 woningen/GWh/jaar 40-75 woningen/GWh/jaar 0 < 100 woningen/GWh/jaar < 40 woningen/GWh/jaar + n.v.t. n.v.t. ++ n.v.t. n.v.t.
Effectbeoordeling planMER
Relatief t.o.v. 10u slagschaduw >50 woningen/GWh/jaar 20-50 woningen/GWh/jaar < 20 woningen/GWh/jaar n.v.t. n.v.t.
50
Windturbines Vaanplein PlanMER
Tabel 19
Beoordelingstabel slagschaduwbelasting ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen (recreatieterreinen, crematorium en kinderboerderij). Slagschaduwbelasting ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen ->3.000 uren slagschaduw ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen. 1.000-3.000 uren slagschaduw ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen. 0 <1.000 uren slagschaduw ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen. + n.v.t. ++ n.v.t.
Tabel 20
Beoordelingstabel percentage benodigde stilstand van totaal aantal draaiuren per jaar om alle veroorzaakte slagschaduw door windturbines op woningen te voorkomen. Percentage benodigde stilstand van totaal aantal draaiuren per jaar om alle veroorzaakte slagschaduw door windturbines op woningen te voorkomen. ->2,5% stilstand benodigd van totaal aantal draaiuren per jaar. 1-2,5% stilstand benodigd van totaal aantal draaiuren per jaar. 0 <1% stilstand benodigd van totaal aantal draaiuren per jaar. + n.v.t. ++ n.v.t.
7.4.2
Beoordeling - absoluut
In het kader van dit MER is een slagschaduwonderzoek opgesteld, waarin met het rekenprogramma WindPRO de slagschaduwbelasting als gevolg van de verschillende opstellingsalternatieven is berekend. Het gehele onderzoek is te vinden in het slagschaduwrapport in Bijlage B. Hieronder worden de resultaten per alternatief gegeven. Onderstaande afbeeldingen tonen de 1 uur-, 6 uur- en 10 uur-contour. Dit wil zeggen dat de verwachte jaargemiddelde slagschaduwduur binnen de 10 uur-contour per jaar gemiddeld hoger is dan 10 uur en erbuiten lager.
Effectbeoordeling planMER
51
Windturbines Vaanplein PlanMER
Figuur 25
1 uur, 6 uur en 10 uur slagschaduwcontouren van alternatief 3x klein en gevoelige objecten.
Figuur 26
1 uur, 6 uur en 10 uur slagschaduwcontouren van alternatief 2x groot gevoelige objecten.
Effectbeoordeling planMER
52
Windturbines Vaanplein PlanMER
Figuur 27
1 uur, 6 uur en 10 uur slagschaduwcontouren van alternatief 3x groot en gevoelige objecten.
Tabel 21
Aantal woningen binnen de slagschaduwcontouren van de opstellingen. Alternatief Alternatief 3x Klein Alternatief 2x Groot Alternatief 3x Groot
7.4.3
binnen de 1 uur-contour 5304 13203 18136
binnen de 6 uur-contour 1480 5008 7338
binnen de 10 uur-contour 709 2989 4410
Beoordeling – relatief
Om een evenwichtige vergelijking te kunnen maken tussen alternatieven is ook gekeken naar de hoeveelheid woningen binnen de slagschaduwcontouren in relatie tot de hoeveelheid geproduceerde energie per alternatief. (Zie paragraaf 7.9 voor de berekening van de verwachte jaarproductie per alternatief). Tabel 22
Opbrengst en relatieve beoordeling slagschaduw Alternatief JaarBinnen productie 1 uur-contour GWh/jr woningen /GWh/jr Alternatief 3x Klein 28,1 188,8 Alternatief 2x Groot 49,2 268,4 Alternatief 3x Groot 73,9 245,4
Effectbeoordeling planMER
Binnen 6 uur-contour woningen /GWh/jr 52,7 101,8 99,3
binnen 10 uur-contour woningen /GWh/jr 25,2 60,8 59,7
53
Windturbines Vaanplein PlanMER
7.4.4
Slagschaduwbelasting ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen
In de nabije omgeving van de MER-alternatieven zijn een crematorium, een kinderboerderij en verschillende recreatiegebieden gelegen. Per MER-alternatief is de verwachte slagschaduwbelasting op het crematorium en recreatiegebieden berekend. Binnen de verschillende recreatiegebieden zijn ook de volkstuinen (recreatiegebied 1 t/m 4), het Clarabos (recreatiegebied 14), en het restaurant Vrijenburg (recreatiegebied 17) gelegen. Figuur 28
Onderzochte overige terreinen in omgeving van MER-alternatieven.
Tabel 23
Verwachte slagschaduw per jaar op nabijgelegen overige terreinen.
Onderzocht terrein
Alternatief 3x Klein (uu:mm)
Alternatief 2x Groot (uu:mm)
Alternatief 3x Groot (uu:mm)
Recreatiegebied 01
02:55
16:20
15:27
Recreatiegebied 02
12:48
30:46
44:47
Recreatiegebied 03
48:51
56:46
118:34
Recreatiegebied 04
64:18
85:06
110:46
Recreatiegebied 05
51:01
73:08
80:24
Recreatiegebied 06
81:44
86:08
71:40
Recreatiegebied 07
220:47
290:10
206:52
Recreatiegebied 08
00:00
00:00
02:43
Recreatiegebied 09
00:03
01:43
05:15
Recreatiegebied 10
00:29
02:46
09:03
Effectbeoordeling planMER
54
Windturbines Vaanplein PlanMER
Onderzocht terrein
Alternatief 3x Klein (uu:mm)
Alternatief 2x Groot (uu:mm)
Alternatief 3x Groot (uu:mm)
Recreatiegebied 11
00:49
03:32
11:52
Recreatiegebied 12
01:56
06:03
20:29
Recreatiegebied 13
01:56
05:41
20:49
Recreatiegebied 14
01:06
06:20
21:47
Recreatiegebied 15
13:54
29:32
109:38
Recreatiegebied 16
22:58
44:44
156:56
Recreatiegebied 17
101:01
106:15
481:44
Recreatiegebied 18
925:54
599:45
708:30
Recreatiegebied 19
780:22
563:24
813:53
Recreatiegebied 20
40:05
87:46
171:17
Recreatiegebied 21
18:08
30:40
79:40
Crematorium
216:09
257:58
241:02
Kinderboerderij Totale slagschaduw op overige terreinen Totale slagschaduw veroorzaakt door opstellingsalternatieven op overige terreinen
91:27
108:28
110:38
2698:41
2493:01
3613:46
2769:53
1810:37
2708:47
7.4.5
Conclusie
De alternatieven scoren op basis van de criteria uit 7.4.1 als volgt: Tabel 24
Conclusie slagschaduw Alternatief
3x Klein -
2x Groot ---
3x Groot ---
Absoluut – aantal woningen binnen 10u-contour Relatief – aantal woningen binnen 1 u-contour per GWh/jr
-
---
---
Relatief – aantal woningen binnen 6 u-contour per GWh/jr Relatief – aantal woningen binnen 10 u-contour per GWh/jr Slagschaduwbelasting ter plaatse van nabijgelegen overige terreinen
-
---
----
% benodigde stilstand om alle slagschaduw per jaar op woningen te voorkomen.
-
--
--
Absoluut – aantal woningen binnen 1u-contour Absoluut – aantal woningen binnen 6u-contour
7.5
Externe Veiligheid
Vanwege de kans op falen kunnen windturbines een risico opleveren voor de omgeving. Bij de toetsing op veiligheidsaspecten wordt gebruik gemaakt van verschillende (wettelijke) kaders.
Effectbeoordeling planMER
55
Windturbines Vaanplein PlanMER
Sinds een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State kunnen de landelijke milieunormen voor windturbines (vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer) op het gebied van geluid, slagschaduw, lichtschittering en externe veiligheid niet langer toegepast worden op windparken van 3 of meer windturbines. Voor opstellingen van 3 of meer windturbines is er op dit moment, gebaseerd op de uitspraak van de Raad van State, geen landelijke norm ten aanzien van (beperkt) kwetsbare objecten en kan het bevoegd gezag zelf een norm opnemen in het bestemmingsplan, mits deze is voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de lokale situatie toegesneden motivering.
7.5.1
Beoordelingscriteria en effectbeoordeling
Onderstaande tabel toont de beoordelingscriteria waarop het MER de MER-alternatieven beoordeelt op het milieuthema externe veiligheid. Tabel 25
Beoordelingscriteria externe veiligheid Beoordelingscriterium Ligging t.o.v. hoogspanningsinfrastructuur Ligging t.o.v. buisleidingen Ligging t.o.v. wegen, spoorwegen en waterwegen Aantal (beperkt) kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 en PR 10-5 contour Aantal risicovolle installaties binnen de werpafstand
De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘- -‘ tot ‘+ +’. In onderstaande tabel wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ´externe veiligheid’, onderverdeeld in vijf beoordelingscriteria, toegelicht. Tabel 26
Beoordelingstabel externe veiligheid. Bebouwing
--
Kwetsbaar object in PR 10-6 contour of beperkt kwetsbaar object in PR 10-5 contour.
0
Met zekerheid geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour. n.v.t.
+ ++
Beperkt kwetsbaar object binnen de PR 10-6 contour maar buiten de PR 10-5 contour.
n.v.t.
Wegen, waterwegen en spoorwegen
--
Locatie voldoet niet aan beleidsregels t.a.v. Rijkswegen, waterwegen of spoorwegen.
0
Locatie voldoet aan beleidsregels t.a.v. wegen, waterwegen of spoorwegen. n.v.t.
Locatie voldoet niet aan beleidsregels t.a.v. overige openbare wegen.
+ ++ n.v.t.
Industrie en inrichtingen
--
≥ 10% faalkansverhoging bij risicovolle installaties als gevolg van de windturbines.
0
Geen risicovolle installaties binnen de maximale werpafstand bij overtoeren.
Effectbeoordeling planMER
< 10% faalkansverhoging bij risicovolle installaties als gevolg van de windturbines.
56
Windturbines Vaanplein PlanMER
+ n.v.t. ++ n.v.t. Transportleidingen en hoogspanningsleidingen
-0
Transportleidingen binnen de adviesafstand van Gasunie of hoogspanningsinfrastructuur binnen de adviesafstand van TenneT. Transportleidingen of hoogspanningsinfrastructuur binnen de maximale werpafstand bij overtoeren maar buiten de adviesafstanden van Gasunie en TenneT. Geen hoogspanningsinfrastructuur binnen de maximale werpafstand bij overtoeren. n.v.t.
+ ++ n.v.t. IJsafworp
--
> 500 meter aan wandelpaden binnen ijsafworp contour
0
< 250 meter aan wandelpaden binnen ijsafworp contour
Tussen 250 en 500 meter aan wandelpaden binnen ijsafworp contour
+ n.v.t. ++ n.v.t.
7.5.2
Beoordeling
Bebouwing In het externe veiligheidsonderzoek zijn de berekende PR 10-5 en PR 10-6 contouren per alternatief weergegeven op kaart. Per windturbinelocatie is nagegaan of (geprojecteerde) kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen de PR contouren aanwezig zijn. Voor de gebouwen binnen de 10-6 contour is nagegaan of sprake is van een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object (op basis van risicokaart.nl / luchtfoto’s / ruimtelijke plannen). Uit het onderzoek blijkt dat binnen de PR 10-6 contour van alle alternatieven geen kwetsbare objecten zijn gelegen. Hierdoor wordt in geval van alle alternatieven voldaan aan een grenswaarde voor het PR van 10-6. Binnen de PR 10-6 contour van alternatief 1 is een beperkt kwetsbaar object gelegen. Voor de andere twee alternatieven is geen sprake van een beperkt kwetsbaar object binnen de binnen de PR 10-6 contour. Alternatief 2 en 3 scoren op dit onderdeel neutraal (‘0’), alternatief 1 scoort op dit onderdeel beperkt negatief (‘-‘). Wegen Binnen de maximale werpafstand bij overtoeren van de windturbines zijn Rijkswegen en overige openbare wegen gelegen. Voor de alternatieven is nagegaan of deze voldoen aan de beleidsregel van Rijkswaterstaat t.a.v. Rijkswegen. Hieruit is gebleken dat alle alternatieven aan de beleidsregel van Rijkswaterstaat voldoen.
Voor de alternatieven is tevens nagegaan of deze boven overige openbare wegen (niet zijnde rijkswegen) zullen overdraaien. Dit is bij alle drie de alternatieven het Effectbeoordeling planMER
57
Windturbines Vaanplein PlanMER
geval. Hiermee wordt voor de betreffende wegen niet voldaan aan de “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over Rijkswaterstaatwerken”. Alle alternatieven scoren op dit onderdeel beperkt negatief (‘-‘). Spoorwegen Voor de alternatieven is nagegaan of de mast van de windturbine zich buiten de vergunningengrens en afstandseis van ProRail bevinden. In alle drie de alternatieven wordt voldaan aan de afstandseis van ProRail. In alternatief 1 en 3 wordt ook voldaan aan de vergunningseis. In alternatief 2 ligt de vergunningsgrens voor één van de windturbines precies op het hart van het buitenste spoor. Alle alternatieven scoren op dit onderdeel neutraal (‘0’). Industrie en inrichtingen Voor de alternatieven is nagegaan of zich industrie en inrichtingen met risicovolle installaties binnen de maximale werpafstand bij overtoeren bevinden. Hiervan is bij geen van de alternatieven sprake. Alle alternatieven scoren op dit onderdeel neutraal (‘0’). Hoogspanningsinfrastructuur Binnen de maximale werpafstand bij overtoeren van alternatief 1, 2 en 3 bevindt zich hoogspanningsinfrastructuur van TenneT. De hoogspanningsinfrastructuur bevindt zich voor geen van de alternatieven binnen de adviesafstand van TenneT volgens de Handreiking Risicozonering Windturbines. Alle alternatieven scoren op dit onderdeel beperkt negatief (‘-’).
IJsafworp Binnen de ijsafworp contour van alle alternatieven zijn wandelpaden gelegen. De windturbines zijn dusdanig gedraaid dat het aantal meters aan paden zo klein mogelijk is. Alternatief 1 scoort op dit onderdeel neutraal (‘0’). Alternatief 2 scoort op dit onderdeel beperkt negatief (‘-’). Alternatief 3 scoort op dit onderdeel dubbel negatief (‘- -‘).
7.5.3
Conclusie
De alternatieven scoren als volgt: Tabel 27
Conclusie externe veiligheid Alternatief
Effectbeoordeling planMER
3x klein
2x groot
3x groot
58
Windturbines Vaanplein PlanMER
Bebouwing
-
0
0
Wegen Spoorwegen Industrie en inrichtingen
0 0
0* 0
0 0
Hoogspanningsinfrastructuur IJsafworp 0 -* Het alternatief heeft de score neutraal gekregen doordat er met een simpele mitigerende maatregel alsnog kan worden voldaan aan de vergunningseis.
7.6
Bodem, water, archeologie
De realisatie van een windturbinepark heeft mogelijke effecten op de bodemkwaliteit en waterhuishouding. Ook kunnen er mogelijk effecten zijn op de archeologische waarden.
7.6.1
Toetsingskader
Bodem De Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit regelen de bewaking van de bodemkwaliteit en de bescherming van de bodem tegen vervuiling. Wanneer grond wordt ontgraven of wordt aangevoerd naar of vanaf de projectlocatie, is sprake van roering van de bodem. Water In de Waterwet is de waterhuishouding, het beheer van oppervlaktewater en grondwater geregeld. Het provinciaal waterbeleid is vastgelegd in de omgevingsverordening. Dit beleid betreft bijvoorbeeld waterkwaliteit, de grondwatervoorraad en de zoetwatervoorziening. Archeologie De Wet op de archeologische monumentenzorg regelt hoe met (mogelijke) archeologische waarden omgegaan moet worden en in welke gevallen onderzoek en/of behoud nodig is. Dit is verder uitgewerkt in de Monumentenwet, Ontgrondingwet, de Wet milieubeheer en de Woningwet. Daarnaast wordt getoetst aan het gemeentelijk archeologiebeleid.
7.6.2
Beoordelingscriteria
Onderstaande tabel toont de beoordelingscriteria waarop het MER de MER-alternatieven beoordeelt op de milieuthema’s bodem, water en archeologie. Tabel 28
Beoordelingscriterium bodem, water en archeologie Beoordelingscriterium Bodemkwaliteit o.b.v. Bodematlas Zuid-Holland Ligging t.o.v. grondwaterbeschermingsgebieden/waterwingebieden Noodzaak tot archeologisch vervolgonderzoek o.b.v. aanwezige waarden
Effectbeoordeling planMER
59
Windturbines Vaanplein PlanMER
7.6.3
Beoordeling Bodem
Voor de inschatting van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie voor de windturbines is onderzocht of er op dit moment activiteiten plaatsvinden waarbij effecten op de bodemkwaliteit plaatsvinden. Om dit inzichtelijk te krijgen is de bodematlas van de provincie Zuid-Holland geraadpleegd. In bodematlas, zie Figuur 29, is te zien dat de ondergrond van de projectlocatie Zeekleigronden (groen) bevat. De bijbehorende bodemcode is MN35A. Dit heeft de classificatie: Kalkrijke poldervaaggronden; lichte klei, profielverloop 5. Het gebied met de rode kleur is geïdentificeerd als bebouwd gebied. Dit vormt geen belemmeringen voor het windpark. Figuur 29
Bodemkwaliteit (Bron: Bodematlas (zuid-holland.nl))
Verder zijn er enkele slootdempingen bekend in de bodem, zie Figuur 30. Dit figuur laat enkele slootdempingen in het gebied zien (blauw). Nabij pascalweg was een voormalige startplaats (rood).
Figuur 30
Slootdempingen en stortplaatsen (Bron: Bodematlas (zuid-holland.nl))
Effectbeoordeling planMER
60
Windturbines Vaanplein PlanMER
Bovenstaande ondergrondclassificaties, slootdempingen en voormalige stortplaatsen leiden niet tot een onderscheid in de effecten van de onderzochte opstellingen Hiermee scoren alle alternatieven neutraal. Tabel 29
Overzicht van de scores per alternatief Bodem Bodemkwaliteit o.b.v. Bodematlas Zuid-Holland
7.6.4
3x klein 0
2x groot 0
3x groot 0
Beoordeling Water
Op grond van de Wro moet bij een ruimtelijke ontwikkeling inzicht worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding. In de Waterwet is de waterhuishouding, veiligheidsnormering voor primaire waterkeringen, het beheer van oppervlaktewater en grondwater geregeld. Waterschap Hollandse Delta draagt in het plangebied zorg voor het functioneren van het watersysteem. Grondwaterbeschermingsgebieden/waterwingebieden In Figuur 31 is te zien dat op de te onderzoeken locatie ‘Vaanplein’ geen sprake is van een grondwaterbeschermingsgebied. Wel is ten oosten een grondwaterbeschermingsgebied. Dit gebied ligt op grote afstand en intervenieert niet met de ontwikkelplannen. Figuur 31
Grondwaterbeschermingsgebied Provincie Zuid-Holland (bron: Nationaal georegister)
Bovenstaande indicaties leiden niet tot een onderscheid in de effecten van de onderzochte opstellingen. Hiermee scoren alle alternatieven neutraal.
Effectbeoordeling planMER
61
Windturbines Vaanplein PlanMER
Tabel 30
Overzicht van de scores per alternatief Water Ligging t.o.v. grondwaterbeschermings-/waterwingebieden
7.6.5
3x klein 0
2x groot 0
3x groot 0
Beoordeling Archeologie
In de Wet op de archeologische monumentenzorg (2007) zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta (1992) binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij in beginsel geldt: “de veroorzaker betaalt”. Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief “in situ” (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Gemeenten zijn verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor overweging van archeologievriendelijke alternatieven. Na de invoering van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving hebben provincies de bevoegdheid gekregen om zogenaamde attentiegebieden aan te wijzen. Dit zijn gebieden die archeologisch waardevol zijn of naar verwachting waardevol zijn. Gemeenten zullen in dat geval verplicht worden hun bestemmingsplan in het desbetreffende gebied te herzien. Gemeenten kunnen dan in het bestemmingsplan deze gebieden archeologische waarden toekennen waarbij een vergunning met onderbouwend archeologisch onderzoek verplicht gesteld wordt.
Zoals te zien in Figuur 32 zijn er geen archeologische waarden in het plangebied. Wel is in het vigerende bestemmingsplan, zie Figuur 33 de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’ toegevoegd. Hierbij is het noodzakelijk nader archeologisch onderzoek uit te voeren voor werkzaamheden die dieper reiken dan 80 cm beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte groter dan 200 m² beslaan.
Effectbeoordeling planMER
62
Windturbines Vaanplein PlanMER
Figuur 32
Archeologische waardenkaart Vaanplein (bron: Archeologie in Nederland (webgispublisher.nl))
Figuur 33
Uitsnede Bestemmingsplan ‘Noordrand’
Bovenstaande indicaties leiden niet tot een onderscheid in de effecten van de onderzochte opstellingen Bij het aanvragen van de omgevingsvergunning bouwen dient mogelijk archeologisch onderzoek te worden overlegd wanneer meer dan 200m2 en dieper dan 80cm wordt geroerd. De archeologische waardenkaart geeft geen extra gebieden weer ten opzichte van de onderzoeksplicht vanuit het vigerend bestemmingsplan. Gezien windturbinefunderingen altijd groter zijn dan 200 m2 en dieper dan 80 cm is voor een windpark altijd archeologisch vervolgonderzoek nodig. De MER-alternatieven zijn niet onderscheidend op het onderwerp Archeologie en hebben als gevolg van de optredende onderzoeksplicht een score ‘negatief’ (‘-‘) gekregen. Tabel 31
Overzicht van de scores per alternatief Archeologie Noodzaak tot archeologisch vervolgonderzoek
Effectbeoordeling planMER
3x klein -
2x groot -
3x groot -
63
Windturbines Vaanplein PlanMER
7.6.6
Conclusie
De alternatieven scoren als volgt: Tabel 32
Conclusie bodem, water archeologie Bodem, water en archeologie Bodemkwaliteit o.b.v. Bodematlas Zuid-Holland Ligging t.o.v. grondwaterbeschermings-/waterwingebieden Noodzaak tot archeologisch vervolgonderzoek o.b.v. aanwezige waarden.
7.7
3x klein 0 0
2x groot 0 0
3x groot 0 0
-
-
-
Landschap en cultuurhistorie
Vanuit het oogpunt van landschap zijn enkele aspecten relevant. Enerzijds gaat het om effecten op het gebied en landschap (o.a. ruimtelijke kenmerken, maat, schaal en inrichting), anderzijds gaat het om de zichtbaarheid (o.a. beleving en verlichting) van de opstelling en de interferentie met andere windparken. Ook het accentueren van landschappelijke structuren en de onderlinge afstand tussen windturbines kunnen een rol spelen bij de landschappelijke beoordeling. De beschrijving van het landschap rondom Barendrecht vormt de basis voor de beoordeling van de landschappelijke effecten, per alternatief. Deze beschrijving is opgenomen in Bijlage D Landschappelijke beoordeling. Visualisaties vanuit diverse zichtpunten onderbouwen de landschappelijke beoordeling. Ook deze zijn opgenomen in Bijlage D.
7.7.1
Beoordelingscriterium
In Tabel 33 zijn de te beschrijven effecten weergegeven. De wijze van beoordeling is steeds in de individuele beoordelingsparagraaf opgenomen. Tabel 33
Beoordelingscriterium landschap en cultuurhistorie Beoordelingscriterium Effect op bestaande structuren Herkenbaarheid van de opstelling Visuele interferentie met andere windparken Ligging t.o.v. cultuurhistorisch waardevolle gebieden en objecten Beleving windturbine(s) in het landschap Oppervlakte bomen onder wiekoverdraai
7.7.2
Mate van aansluiting bij bestaande structuren
Het beoordelingscriterium ‘effect op de bestaande structuren‘ wordt beoordeeld aan de hand van de locatie van het windpark ten opzichte van de landschappelijke lijnen. Er wordt gekeken of het windpark aansluit bij (parallel loopt aan) de landschappelijke lijnen (op macroniveau) en in hoeverre het van invloed is op de herkenbaarheid en leesbaarheid van deze landschappelijke lijnen. Onderstaande kaart
Effectbeoordeling planMER
64
Windturbines Vaanplein PlanMER
is opgesteld ten behoeve van de beoordeling. Alleen de landschappelijke lijnen op macroniveau zijn geanalyseerd. Ook zijn de planMER-alternatieven ingetekend.
Figuur 34
De grote (infrastructurele) structuren binnen en rondom Barendrecht. Bron: Grootschalige structuren provincie Zuid-Holland.
Effectbeoordeling planMER
65
Windturbines Vaanplein PlanMER
Figuur 35
De kaart van landschapstypen nabij de gemeente Barendrecht. Bronlandschappelijke waardenkaart provincie Zuid-Holland.
Tabel 34
Scoretabel: Mate van aansluiting bij bestaande structuren en patronen. Negatief
Licht negatief
Het alternatief sluit niet aan bij de landschappelijke lijnen (structuren) en zorgt voor een onduidelijk beeld. Hieronder wordt verstaan dat het de windturbines van het alternatief een andere richting aannemen/ niet parallel lopen ten opzichte van de hoofdstructuren van het landschap.
Het alternatief sluit niet aan op de landschappelijke lijnen (structuren) maar heeft geen negatieve invloed op de beleef- en leesbaarheid ervan. Hieronder wordt verstaan dat het de windturbines van het alternatief net iets afwijken van de richting van de hoofdstructuren van het landschap.
Neutraal
Licht positief
Het alternatief sluit aan op de landschappelijke lijnen (structuren) en heeft geen negatieve invloed op de beleef- en leesbaarheid van de hoofdstructuren van het landschap. Hieronder wordt verstaan dat het de windturbines van het alternatief in dezelfde richting lopen van de hoofdstructuren van het landschap.
Wanneer dankzij het alternatief de landschappelijke lijn(en) (structuren) van het landschap worden verduidelijkt en deze de structuur leesbaarder maakt.
7.7.2.1
Beoordeling
In Figuur 35 is te zien dat het landschap rondom Barendrecht zich een eind van de opstellingsalternatieven bevindt. Het effect op bestaande landschappelijke structuren zal hierdoor minimaal zijn. Alle drie de PlanMER-alternatieven parallel aan de snelweg zijn gesitueerd. Te zien is hoe de richting van de (infra)structuur hierdoor
Effectbeoordeling planMER
66
Windturbines Vaanplein PlanMER
wordt versterkt. Kijkend naar de scores in Tabel 34 scoren alle alternatieven neutraal (0). Tabel 35
Overzicht van de scores per alternatief. Alternatief 3x klein Effect op de bestaande structuren 0
7.7.3
2x groot 0
3x groot 0
Herkenbaarheid van de opstelling
Het beoordelingscriterium ‘Herkenbaarheid van de opstelling’ beoordeelt windparken t.o.v. hoe de opstellingspatronen overkomen in het landschap. Voor dit criterium zijn visualisaties gemaakt om te kunnen beoordelen hoe de opstelling gelegen is in het landschap. Plaatsing en plaatsingsafstand Strakke duidelijke geometrische lijnen zijn eerder herkenbaar dan willekeurig geplaatste windturbines met verschillende afstanden ten opzichte van elkaar. Door de afstand van de windturbines (binnen een windpark) ten opzichte van elkaar en het daardoor ontstane perspectief, kan een lichte knik of vervorming in een lijn al een negatieve invloed hebben op de leesbaarheid van de opstelling en daarmee op de beleving van het windpark in het landschap.
Tabel 36
Scoretabel: De herkenbaarheid van de lijnopstelling van het windpark in het landschap. Negatief
Licht negatief
Het windpark is een ernstige storende factor voor de waarnemer. De windturbines staan niet in een herkenbaar patroon en veroorzaken zo een verstorend beeld.
Het windpark is een storende factor voor de waarnemer. De windturbines staan in een matig herkenbaar patroon en veroorzaken een rommelig beeld.
Neutraal
Licht positief
Het windpark is in kleine mate een storende factor voor de waarnemer. De windturbines staan in een herkenbaar patroon en veroorzaken geen rommelig beeld.
Niet van toepassing.
7.7.3.1
Beoordeling
Voor alle alternatieven geldt dat de opstelling uit een lijn bestaat. Voor alternatieven 3x klein en 3x groot bestaat deze uit drie turbines en voor alternatief 2x groot uit twee turbines. De herkenbaarheid van de opstelling is hierdoor herkenbaar in het landschap voor zover dit mogelijk is met een opstelling van twee turbines. Alle alternatieven scoren volgens de beoordelingswijze in Tabel 36 neutraal (0). Tabel 37
Overzicht van de scores per alternatief. Alternatief 3x klein Herkenbaarheid van de opstelling
Effectbeoordeling planMER
0
2x groot
3x groot
0
0
67
Windturbines Vaanplein PlanMER
7.7.4
Visuele interferentie met andere windparken
Het beoordelingscriterium ‘visuele interferentie met andere windturbine(s)’ wordt beoordeeld aan de hand van de locaties van de windturbines in de alternatieven ten opzichte van bestaande hoogspanningstracés. Uit de landschappelijke analyse kwam naar voren dat er zich hoogspanningstracés nabij de locatie van de PlanMERalternatieven bevinden. Daarom wordt er gekeken naar de ligging van de windparken t.o.v. hoogspanningstracés en masten. Er wordt vanuit gegaan dat windparken met een afstand tot 2,5 kilometer van een hoogspanningstracé er visuele interferentie ontstaat. Er wordt vanuit gegaan dat dit tot 1,5 kilometer grote impact kan hebben. Tabel 38
Scoretabel Ligging t.o.v. andere (geplande) windparken. Negatief
Licht negatief
Wanneer het windpark en meerdere hoogspanningstracés binnen een straal van 1,5 kilometer bij elkaar staan, er veel interferentie plaatsvindt en er geen eenduidige opstellingsstructuur is tussen de bouwwerken.
Wanneer het windpark en meerdere hoogspanningstracés binnen een straal van 2,5 kilometer bij elkaar staan, er veel interferentie plaatsvindt en er geen eenduidige opstellingsstructuur is tussen de bouwwerken.
Neutraal
Licht positief
Wanneer er in de omgeving van het windpark geen hoogspanningstracés binnen een straal van 2,5 kilometer is gesitueerd.
Niet van toepassing.
7.7.4.1
Beoordeling
Er zijn momenteel geen andere windparken bekend nabij het projectgebied waardoor er niet beoordeeld wordt op interferentie met andere windparken. Op de visualisaties is te zien dat alle PlanMER-alternatieven in de buurt van hoogspanningstracés staan. Te zien is hoe de horizon voller raakt door de komst van de windturbines. Dit geeft een rommelig beeld op de horizon. Dit beeld ontstaat vanuit meerdere waarnemingspunten. Volgens de scoretabel behorende bij dit beoordelingscriterium (zie Tabel 38) scoren de alternatieven licht negatief (-). De horizon wordt bij elk alternatief voller doordat de hoogspanningstracés binnen 1,5 km staan. Omdat het aantal windturbines gering is en de horizon niet uit elke hoek voller zal worden zal het negatieve effect hiervan beperkt blijven. Tabel 39
Overzicht van de scores per alternatief Alternatief Visuele interferentie met andere windturbine(s) Visuele interferentie met hoogspanningstracés
Effectbeoordeling planMER
3x klein n.v.t.
2x groot n.v.t.
3x groot n.v.t.
-
-
-
68
Windturbines Vaanplein PlanMER
7.7.5
Ligging t.o.v. cultuurhistorisch waardevolle gebieden en objecten
Het beoordelingscriterium ‘Ligging ten opzicht van cultuurhistorisch waardevolle gebieden en objecten’ wordt beoordeeld aan de hand van de PlanMER-alternatieven. Er wordt gekeken hoe de PlanMER-alternatieven ten opzichte van de gebieden of objecten waar landschappelijk gezien veel cultuurhistorische waarde aanwezig is zijn gelegen en waar windturbines een negatieve impact op kunnen hebben. Het gaat om de volgende gebieden: het dijkensysteem langs de uiterwaarde, beschermde dorpsgezichten van centrum van Barendrecht en Vreewijk en de Pendrechtse molen. 7.7.5.1
Beoordeling
Pendrechtse molen De alternatieven zullen een negatief effect hebben op de beleving en waarde van de Pendrechtse molen. Het historische karakter van de molen zal worden beïnvloed door de komst van windturbines. Hierdoor scoort dit object negatief (--). Beschermd dorpsgezicht centrum Barendrecht De alternatieven zullen een negatieve invloed hebben op het historisch karakter van het oude centrum. Doordat de windturbines zichtbaar zijn is er al sprake van een negatieve impact. Omdat de afstand tot de windturbines circa 1,5 km is, zijn de windturbines niet dominant aanwezig. Hierdoor scoort dit gebied licht negatief(-). Beschermd dorpsgezicht Vreewijk De alternatieven zullen een negatieve invloed hebben op het historisch karakter van Vreewijk. Doordat de windturbines zichtbaar zijn is er al sprake van een negatieve impact. Omdat de afstand tot de windturbines, circa 1,8 km is, zijn de windturbines niet dominant aanwezig. Hierdoor scoort dit gebied licht negatief(-). Boerderijen De cultuurhistorische boerderijen gelegen aan de Voordijk zullen negatief worden beïnvloed door de komst van windturbines. De windturbines zijn echter niet dominant aanwezig waardoor deze objecten licht negatief scoren (-). Dijkensysteem Het dijkensysteem van langs de Oude Maas zal negatief worden beïnvloed door de komst van windturbines.
Omdat de windturbines in de rug gelegen zijn scoren deze objecten lichtnegatief (-). Tabel 40
Overzicht per alternatief van de scores op het criterium CHW Alternatief 3x klein Pendrechtse molen -Beschermd dorpsgezicht Barendrecht Beschermd dorpsgezicht Vreewijk Boerderijen Dijkensysteem -
Effectbeoordeling planMER
2x groot --
3x groot --
69
Windturbines Vaanplein PlanMER
Totaalscore In Tabel 44 is het gemiddelde van alle scores voor het beoordelingscriterium ‘Ligging ten opzicht van cultuurhistorisch waardevolle gebieden en objecten’ weergegeven. Het gemiddelde is hier afgerond op (-). Er is hier geen onderscheid gemaakt in het formaat van de winturbines omdat de zichtbaarheid van de windturbines al zorgt voor een negatieve invloed ongeacht het formaat.
7.7.6
De beleving van de windturbines in het landschap
De beleving van een windpark heeft te maken met hoe waarnemers (bewoners in de omgeving, passanten, etc.) het windpark beleven en hoe groot de impact is op hen en op de beleving van het landschap en haar kwaliteiten vanuit hun oogpunt. Daarnaast beïnvloedt het type windturbine (vormgeving en kleur) en de draaisnelheid van de wieken de beleving van een windpark. Deze aspecten worden niet meegenomen in deze PlanMER-beoordeling.
De mate van beleving van een windpark wordt sterk bepaald door de afstand van de waarnemer ten opzichte van de windturbines en door het landschap waarin de waarnemer zicht bevindt en hoe dat landschap wordt ervaren. Zo zullen windturbines vanuit een natuurlijk landschap als negatiever en storende beleefd worden dan vanuit een landschap met een meer industrieel karakter. Daarnaast beïnvloedt de eenheid van de opstelling (die bepaald wordt door een gelijke onderlinge plaatsingsafstand en hoogte verhouding tussen windparken binnen een alternatief) en de verhouding rotordiameter – ashoogte. Plaatsing en plaatsingsafstand Strakke duidelijke geometrische lijnen zijn eerder herkenbaar dan willekeurig geplaatste windturbines met verschillende afstanden ten opzichte van elkaar. Door de afstand van de windturbines (binnen een windpark) ten opzichte van elkaar en het daardoor ontstane perspectief, kan een lichte knik of vervorming in een lijn al een negatieve invloed hebben op de leesbaarheid van de opstelling en daarmee op de beleving van het windpark in het landschap. Verhouding rotordiameter - ashoogte Voor het aspect rotordiameter - ashoogte geldt dat een goede verhouding tussen de rotordiameter en de ashoogte vaak als minder storend wordt ervaren dan wanneer deze verhouding verschilt van elkaar. De verhouding 1:1 is daarom esthetisch het meest wenselijk. 7.7.6.1
Beoordeling
Algemeen De verschillende landschapstypen zijn ver gelegen van het projectgebied (minimaal 2,5 km) waardoor de beleving vanuit deze landschapstypen niet negatief zal worden beïnvloed. Het gebied rondom het projectgebied wat vooral bestaat uit urbane (stedelijke) gebieden zal negatief worden beïnvloed door de windturbines. De grote Effectbeoordeling planMER
70
Windturbines Vaanplein PlanMER
windturbines zullen over het algemeen doordat ze dominanter aanwezig zijn een negatievere impact hebben op het landschap. Tabel 41
Overzicht van de score voor het aspect beleving vanuit de landschapstypen. 3x klein 2x groot Zeekleipolderlandschap 0 0 Buitendijks natuurlandschap 0 0 Veenweidelandschap 0 0 Urbane gebieden --
7.7.7
3x groot 0 0 0 --
Oppervlakte bomen
De oppervlakte aan bomen onder de rotorcirkel van de windturbineopstellingen kan als indicatie dienen voor de mate waarin bomenkap nodig is voor realisatie van de windturbines en bijbehorende voorzieningen zoals toegangswegen en kraanopstelplaatsen. Onderstaande figuur laat zien welk deel van het gebied onder elke rotorcirkel met bomen begroeid is. Figuur 36
Ligging van de rotorcirkels van de 3 MER-alternatieven en het gebied daarbinnen waar bomen staan.
In onderstaande tabel wordt per opstelling de oppervlakte aan bomen per windturbine weergegeven. Tabel 42
Oppervlakte bomen onder overdraaicirkel, per alternatief. oppervlakte in hectare Turbine 1 0,8 3x klein 1,8 2x groot 0,4 3x groot
Effectbeoordeling planMER
Turbine 2 0,8 1,5 0,3
Turbine 3 1,0 1,2
Totaal 2,5 3,4 1,9
71
Windturbines Vaanplein PlanMER
Figuur 37
Grafische weergave van het oppervlak met bomen onder de rotorcirkel van de windturbineposities van de 3 MER-alternatieven.
Tabel 43
Overzicht van de score voor het beoordelingscriterium ‘oppervlak bomen’ 3x klein (kans op) te kappen bomen -
7.7.8
2x groot --
3x groot -
Conclusie
Onderstaande tabel toont de score per alternatief en per beoordelingscriteria, conform de hierboven beschreven scoretabellen. De scores op de beoordelingscriteria van het PlanMER zijn hieronder in één overzicht weergegeven. Tabel 44 geeft per criteria de individuele scores van elk alternatief weer. Tabel 44
Overzicht scores per alternatief Alternatief
3x klein 0 0
2x groot 0 0
3x groot 0 0
Visuele interferentie Ligging t.o.v. cultuurhistorisch waardevolle gebieden en objecten Beleving windturbines in het landschap
-
--
--
Oppervlakte bomen
-
--
-
Effect op de bestaande structuren Herkenbaarheid van de opstelling
Het landschap rondom knooppunt Vaanplein zal veranderen door de komst van de beoogde windturbines. Vanwege de cultuurhistorische waarden zal de meeste negatieve impact zich voordoen bij de aanwezige cultuurhistorische objecten. Omdat landschappelijk gezien er bijna geen sprake is van een negatieve impact op de bestaande structuren scoort dit neutraal evenals de herkenbaarheid van de opstelling aangezien elk MER-variant duidelijk als lijn-opstelling te herkennen is. Ondanks dat Effectbeoordeling planMER
72
Windturbines Vaanplein PlanMER
er geen andere windparken aanwezig zorgen de hoogspanningstracés voor interferentie waardoor dit toch onderdeel toch licht negatief scoort. Wat betreft beleving van de windturbine in het landschap is het effect op urbane gebieden maatgevend.
7.8
Ecologie
In dit onderdeel wordt op hoofdlijnen gekeken en beoordeeld wat het effect is van de drie verschillende MER-alternatieven op beschermde natuurgebieden en beschermde soorten. Deze beoordeling vindt plaats op het detailniveau van een planMER: er is geen veldbezoek uitgevoerd en het betreft een literatuuronderzoek. Desalniettemin is, mede op basis van ervaringen elders in Nederland en de eerder uitgevoerde ‘Ecologisch knelpuntenanalyse windenergie Zuidelijk Randpark’ een goede beoordeling en vergelijking van de onderzoeksopstellingen (‘MER-alternatieven’) mogelijk. Voor de beoordeling/vergelijking tussen de aangewezen alternatieven voor de realisatie van windenergie is een specifieke beoordeling gehanteerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Paragraaf 7.8.1 licht het beoordelingskader toe, waarna dit vervolgens in paragraaf 7.8.3 wordt gebruikt om de MER-alternatieven te beoordelen. Bijlage F bevat de bronnenlijst waar in de tekst naar verwezen wordt.
7.8.1
Beoordelingscriteria
Onderstaande tabel toont de beoordelingscriteria waarop het MER de MER-alternatieven beoordeelt op het milieuthema ecologie. Tabel 45
Beoordelingscriterium natuur Thema Beoordelingscriterium Gebiedsbescherming Soortenbescherming
7.8.2
Effecten op beschermde gebieden tijdens bouw Effecten op beschermde gebieden tijdens exploitatie Effecten op beschermde soorten tijdens bouw Effecten op beschermde soorten tijdens exploitatie
Methode Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief
Effectbeoordeling 7.8.2.1
Gebiedsbescherming
Voor de beoordeling van het aspect gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden is in eerste instantie gekeken naar de effecten ten opzichte van de verschillende MERalternatieven. Voor de effecten op Natura 2000-gebieden is op hoofdlijnen en kwalitatief onderzocht of het optreden van significant negatieve effecten kan worden uitgesloten. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen de effecten in de aanlegfase en in de exploitatiefase. Er is voor de Natura 2000-gebieden gekeken naar aange-
Effectbeoordeling planMER
73
Windturbines Vaanplein PlanMER
wezen habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten en Vogelrichtlijnsoorten (zowel broedvogels als niet broedvogels). Hierbij is onderzocht of er verlies van omvang of kwaliteit van leefgebied als gevolg van verstoring of sterfte optreedt. Daarnaast is gekeken naar mogelijke barrièrewerking van de opstelling van de windturbines voor passerende vogels. Er is sprake van significant negatieve effecten indien de voorgenomen activiteiten afbreuk doen aan de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de knelpuntenanalyse van Bureau Waardenburg, waarin beschermde natuurwaarden en eventuele ecologische knelpunten van het gehele plangebied Zuidelijk Randpark/Vaanplein te Barendrecht globaal in kaart zijn gebracht. De ecologische knelpuntenanalyse is opgenomen als bijlage bij deze ecologische effectbeoordeling (Bijlage E). In onderstaande tabel is de effectbeoordeling voor het aspect gebiedsbescherming geformuleerd: Tabel 46
Beoordelingstabel aspect ecologie gebiedsbescherming
Score gebiedsbescherming -Significant negatieve effecten op Natura 2000-doelsoorten zeer aannemelijk Significant negatieve effecten op Natura 2000-doelsoorten beperkt 0 Significant negatieve effecten op Natura 2000-doelsoorten uitgesloten
Natuurnetwerk Nederland Het plangebied Zuidelijk Randpark is niet gelegen binnen Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde gebied ligt op een afstand van ca. 2.7 km ten zuidwesten. Volgens de Omgevingsverordening Zuid-Holland kent het NNN geen externe werking, waardoor de effecten van de bouw en exploitatie van een windpark in het plangebied op NNN met zekerheid is uitgesloten. Het MER bevat dan ook geen beoordelingscriteria over het NNN. Naast NNN-gebieden zijn er door de provincie Zuid-Holland enkele gebieden aangewezen waarvoor een vorm van natuurbeheer geldt. Dit zijn weidevogelgebieden en ganzenopvanggebieden. In de ruime omgeving van het plangebied bevinden zich geen aangewezen gebieden behorende tot dit beleid. Ook voor dergelijke gebieden bevat het MER derhalve geen beoordelingscriteria. 7.8.2.2
Soortenbescherming
Voor de beoordeling van het aspect soortenbescherming die zijn beschermd op grond van de Wet natuurbescherming is onderscheid gemaakt tussen effecten in de aanlegfase en effecten in de gebruiksfase (met name aanvaringsslachtoffers vogels). Per soortgroep is beschreven welke beschermde flora en fauna mogelijk aanwezig zijn in het plangebied. Deze informatie is gebaseerd op veldbezoek (feb. 2021, Bureau Waardenburg) en recente verspreidingsgegevens (NDFF, 2021), uitgevoerd in het kader van de ecologische knelpuntenanalyse plangebied Zuidelijk Randpark/Vaanplein te Barendrecht (Bijlage E). Op basis van geschiktheid van het plangebied en de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten zijn de mogelijke ecologische knelpunten onderzocht voor zowel de aanleg als de exploitatiefase. Effectbeoordeling planMER
74
Windturbines Vaanplein PlanMER
In onderstaande tabel is de effectbeoordeling voor het aspect soortenbescherming geformuleerd: Tabel 47
Beoordelingstabel aspect ecologie soortenbescherming.
Score soortenbescherming -Significant negatieve effecten op beschermde soorten zeer aannemelijk; overtredingen van verbodsbepalingen hebben waarschijnlijk effect op GSI. Mitigatie is noodzakelijk om ontheffing/vergunning te krijgen. Negatieve effecten op beschermde soorten kunnen niet worden uitgesloten. Overtredingen van verbodsbepalingen kunnen gemitigeerd worden om ontheffing/vergunning te verkrijgen. 0 Negatieve effecten op beschermde soorten kunnen worden uitgesloten; geen aanvaringsslachtoffers onder vogel en/of vleermuissoorten of negatieve effecten op (andere) soorten kunnen volledig worden uitgesloten door mitigerende maatregelen.
7.8.3
Beoordeling 7.8.3.1
Gebiedsbescherming
De drie MER-alternatieven binnen het plangebied Vaanplein liggen op geruime afstand van de Natura 2000-gebieden. Wel liggen er een aantal Natura 2000-gebieden op enige afstand van het zoekgebied, waarvan aangewezen soorten mogelijk een binding met het plangebied kunnen hebben en/of effecten kunnen ervaren. Het gaat hierbij om de volgende gebieden: Oude Maas (± 3 km), Boezems Kinderdijk (± 8 km), Oudeland van Strijen (± 9 km). Daarnaast liggen de volgende Natura 2000gebieden op een grotere afstand: Donkse Laagten (± 15 km), Haringvliet (± 17 km), Biesbosch (± 17 km), Hollands Diep (± 17 km) en het Krammer-Volkerak (± 20 km). Zie onderstaande figuur.
Effectbeoordeling planMER
75
Windturbines Vaanplein PlanMER
Figuur 38
Natura 2000-gebieden nabij plangebied Winenergie Vaanplein
Aangezien geen van de MER-alternatieven binnen de begrenzing van Natura 2000gebied gelegen is, kan er enkel sprake zijn van effecten door eventuele externe werking. Deze effecten worden onderverdeeld in effecten door effecten via aanvaringsslachtoffers, verstoring en stikstofdepositie. De reikwijdte van externe werking van Vogelrichtlijngebieden is vaak groter dan de reikwijdte van Habitatrichtlijngebieden. Om deze reden wordt hier een onderscheid tussen gemaakt: Natura 2000-gebied Oude Maas Boezems Kinderdijk Oudeland van Strijen Donkse Laagten Haringvliet Biesbosch Hollands Diep Krammer-Volkerak
Vogelrichtlijngebied x x x x x x x
Habitatrichtlijngebied x
x x x x
Aanvaringsslachtoffers Op Oude Maas na, zijn alle Natura 2000-gebieden aangeschreven als Vogelrichtlijngebieden. De gebieden zijn zowel aangeschreven voor broedvogels als niet-broedvogels. Voor enkele broedvogels geldt dat zij een grotere foerageerafstand hebben dan de afstand tot het plangebied. Dit betreft de soorten aalscholver (BB), lepelaar, (HD/KV), purperreiger (BK), zwartkopmeeuw (HV/KV) en grote stern (HV). Hetzelfde Effectbeoordeling planMER
76
Windturbines Vaanplein PlanMER
geldt voor de volgende aangeschreven niet broedvogels: aalscholver (HV, KV/BB), grauwe gans (HV/HD/KV/BB), kolgans (OS/DL/HV/HD/BB), dwerggans (OS/HV), brandgans (OS/DL/HV/HD/KV/BB), wilde eend (HV/HD/BB) en smient (BK/OS). Bovengenoemde soorten zijn echter sterk gebonden aan grote waterrijke gebieden of open agrarische gebieden en daarnaast bevat het plangebied geen geschikte foerageergebieden en is in de omgeving geschikter foerageergebied aanwezig. Er is geen geschikter foerageergebied aanwezig ten noorden van het plangebied, waardoor barrièrewerking ook kan worden uitgesloten. Op basis hiervan kan worden uitgesloten dat aangeschreven broedvogelsoorten en niet-broedvogelsoorten het gebied met regelmaat passeren. Aangezien negatieve effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten voor het gehele plangebied, zijn de MER-alternatieven hierop niet onderscheidend van elkaar. Stikstofdepositie aanlegfase en exploitatiefase Tijdens de aanlegfase van windturbines kan sprake zijn van een tijdelijke uitstoot van stikstof door bouw- en aanrijverkeer. Sinds 1 juli 2021 is een vrijstelling van vergunningsplicht voor het aspect stikstof voor bouw-, sloop en eenmalige aanlegactiviteiten. Hieronder valt ook de realisatie van windturbines, waardoor toetsing van depositie niet langer noodzakelijk is.
Gedurende de exploitatiefase van de windturbines vindt er geen/zeer geringe uitstoot van stikstof plaats. Derhalve valt dit onderwerp buiten de reikwijdte en het detailniveau van het planMER. De MER-alternatieven zijn hierop niet onderscheidend van elkaar. Verstoring Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Oude Maas is een Habitatrichtlijngebied, waarvoor de bever en noordse woelmuis aangeschreven habitatrichtlijnsoorten zijn. Deze soorten zijn sterk gebonden aan de specifieke habitattypen en daarnaast liggen de gebieden op geruime afstand van het plangebied. Derhalve kunnen effecten door verstoring op habitatrichtlijnsoorten in aanleg- alsook exploitatiefase voor het hele plangebied worden uitgesloten. Voor vogelrichtlijngebieden wordt vaak een effectafstand van 500 meter gehanteerd voor verstoring. Dit vanwege het feit dat geluid van windturbines een verstoringsafstand heeft van maximaal zo’n 450-500 meter (Hötker et al. 2006; Steinborn et al. 2011; Langgemach & Dürr 2015), met name voor ganzen- en zwanensoorten. Ook sterfte van aangewezen doelsoorten (onder vogels) is binnen deze afstand niet uit te sluiten. Aangezien alle Natura 2000-gebieden op geruime afstand liggen van het plangebied kunnen effecten door verstoring voor alle MER-alternatieven worden uitgesloten. De MER-alternatieven zijn niet onderscheidend van elkaar. 7.8.3.2