CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan Dierensteinweg

commissie Ruimte 28 november 2023, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Dierensteinweg26.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Barendrecht

Bestemmingsplan “Dierensteinweg” ONTWERP

622.166.60 KUIPERCOMPAGNONS Datum: 23 oktober 2023

GEMEENTE BARENDRECHT

BESTEMMINGSPLAN “DIERENSTEINWEG”

TOELICHTING, REGELS, VERBEELDING

werknummer 622.166.60 datum 23 oktober 2023 bestand J:\622\166\60\3.projectresultaat\c.ontwerp

Procedureoverzicht Fase

Datum

Concept

23 maart 2023

Ontwerp

23 oktober 2023

Vaststelling

TOELICHTING

Inhoudsopgave van de toelichting 1. 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding en doel van het plan Ligging en begrenzing plangebied Voorgaande bestemmingsplannen Leeswijzer

1 1 1 1 2

2. 2.1 2.2 2.3

Planbeschrijving Bestaande situatie Ontwikkelingen Juridische aspecten

4 4 4 6

3. 3.1 3.2 3.3 3.4

Ruimtelijke Ordening Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

10 10 12 16 19

4 4.1 4.2 4.3

Natuur Kader Onderzoek Conclusie

20 20 22 23

5 5.1 5.2 5.3

Water Kader Onderzoek Conclusie

24 24 26 28

6 6.1 6.2 6.3

Archeologie en cultuurhistorie Kader Onderzoek Conclusie

29 29 29 29

7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

Milieu Algemeen M.e.r.-beoordeling Bodemkwaliteit Akoestische aspecten Luchtkwaliteit Milieuzonering Externe veiligheid Overige belemmeringen Duurzaamheid

30 30 30 30 32 32 33 34 37 37

8 8.1 8.2 8.3 8.4

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Procedure Handhavingsaspecten

41 41 41 41 42

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1: idverde Bomendienst (4 oktober 2023) Bomen Effect Analyse Dierensteinweg Bijlage 2: ABO-Milieuconsult (24 februari 2023) Flora- en faunaonderzoek, Barendrecht Dierensteinweg Bijlage 3: KuiperCompagnons (20 oktober 2023) Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 4: Archeologie Rotterdam (BOOR) (15 februari 2023) Advies Dierensteinweg Barendrecht Bijlage 5: Koenders & Partners adviseurs en procesmanagers bv (1 oktober 2019) Indicatief onderzoek depot-/stortlocatie ‘Dierenstein’ Bijlage 6: Aviv (5 april 2023) Onderzoek externe veiligheid Bijlage 7: Aviv (11 mei 2023) Onderzoek externe veiligheid Verantwoording Groepsrisico

Afbeelding 1.1: Globale ligging plangebied in de omgeving (het plangebied is rood omkaderd) (bron: Google Maps)

Afbeelding 1.2: Ligging plangebied in meer detail (bron: Google Maps)

1

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel van het plan Het voornemen bestaat om op het braakliggende perceel tussen de A15 en de Dierensteinweg in Barendrecht een bedrijfspand te ontwikkelen. Er zijn op momenteel nog bedrijven gevestigd op de op de toekomstige woningbouwlocatie Stationstuinen, een gebied ten oosten van station Barendrecht dat de komende jaren getransformeerd wordt van bedrijventerrein naar gebied voor woningbouw. Voor de bedrijven die daar nu gevestigd zijn is gezocht naar een passende nieuwe locatie binnen Barendrecht. Die nieuwe locatie is gevonden aan de Dierensteinweg. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan benodigd. De locatie ligt grotendeels binnen het huidige bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Barendrecht Noordoost’ en heeft een groenbestemming. Daarnaast zijn een aantal dubbelbestemmingen in het plangebied gelegen, waaronder de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’, ten behoeve van een gasleiding die van west naar oost door het plangebied loopt. Met dit bestemmingsplan wordt de ontwikkeling van het nieuwe bedrijfspand in juridisch-planologische zin mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt aan de noordzijde van het bedrijventerrein Dierenstein in de gemeente Barendrecht. Ten westen wordt de locatie begrensd door het spoor. Ten noorden door de Rijksweg A15, en ten oosten afgebakend door restaurant de Beren Barendrecht. Aan de noord- en oostzijde van het plangebied loopt de Lorentzweg. Ten oosten van het restaurant ligt de verkeersontsluiting van de A15 met de gemeentelijke hoofdontsluiting. De globale ligging van het plangebied in de omgeving is weergegeven in afbeelding 1.1, afbeelding 1.2 toont de ligging van het plangebied in meer detail.

1.3

Voorgaande bestemmingsplannen Ter plaatse van het plangebied gelden momenteel de bestemmingsplannen ‘Bedrijventerreinen Barendrecht Noordoost’ (vastgesteld door de gemeenteraad op 6 november 2013) en ‘Grootschalige Infrastructuur’ (vastgesteld op 2 juni 2012). Daarnaast geldt het paraplubestemmingsplan ‘Parapluherziening Staandplaatsen en evenementen’ (vastgesteld op 27 mei 2014) en de herziening ‘Bedrijventerreinen Barendrecht Noordoost – herziening perifere detailhandel’ (vastgesteld op 27 mei 2014). Binnen het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Barendrecht Noordoost’ zijn de verschillende functies in het plangebied voorzien van de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Water’. Daarnaast kent het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’, ‘Waterstaat’ en loopt de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ van west naar oost over het plangebied. De noordkant van het plangebied ligt binnen het bestemmingsplan ‘Grootschalige Infrastructuur’ en heeft de bestemming ‘Verkeer’ en de dubbelbestemming ‘Archeologie – 3’. In afbeelding 1.3 en 1.4 zijn de uitsneden van de vigerende bestemmingsplannen weergegeven. Het plangebied is rood omkaderd.

Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

2

Afbeelding 1.3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Barendrecht Noordoost’ (vastgesteld 6 november 2013). Het plangebied is rood omkaderd.

Afbeelding 1.4: Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Grootschalige Infrastructuur’ (vastgesteld 2 juni 2012). Het plangebied is rood omkaderd.

1.4

Leeswijzer Deze toelichting is als volgt ingedeeld. In dit hoofdstuk, hoofdstuk 1, zijn een aantal algemene planaspecten opgenomen. Hoofdstuk 2 bevat een planbeschrijving, waarin de huidige situatie, toekomstige ontwikkelingen en juridische vertaling in dit bestemmingsplan aan bod komen. Hoofdstuk 3 tot en met 7 vormt feitelijk de achterliggende onderbouwing voor dit bestemmingsplan en gaat onder Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

3

andere in op ruimtelijke beleidskaders, natuur en ecologie, water, archeologie en cultuurhistorie en de verschillende milieuaspecten. Ten slotte worden in hoofdstuk 8 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aangetoond, waarbij ook wordt ingegaan op het overleg- en inspraaktraject.

Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

4

2.

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie De voorgenomen ontwikkeling bevindt zich ten zuiden van de A15, ten westen van restaurant De Beren Barendrecht, ten noorden van de Dierensteinweg en ten oosten van de spoorverbinding tussen Rotterdam en Barendrecht. Het perceel is in de huidige situatie braakliggend, en bestaat vrijwel volledig uit grasland zonder bebouwing of opgaande beplanting. Het plangebied wordt omringd door een watergang. Aan de noord- en zuidzijde ligt een smalle waterstrook. Aan de zuidzijde van het plangebied loopt een bomenrij achter de waterstrook. In het plangebied ligt ook de Lorentzweg, die nu nog in het noorden – evenwijdig aan de A15 – en in het oosten van het plangebied loopt. Afbeelding 2.1 toont een impressie van de huidige situatie van het plangebied vanuit de lucht.

Afbeelding 2.1: Bestaande situatie plangebied, gezien vanuit de lucht (bron: Inventarisatie van ruimtelijke situatie en randvoorwaarden ter plaatse van de Dierensteinweg / Lorentzweg locatie, ten behoeve van de realisatie van een bedrijfspand)

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1 Programma De voorgenomen ontwikkeling is gebaseerd op een onderzoek naar de realisatie van één bedrijfspand. De nieuwbouw is gelegen op een langgerekt kavel ingeklemd tussen de snelweg A15 en Dierensteinweg. Om de beschikbare ruimte optimaal te benutten wordt de Lorentzweg in zuidelijke richting verschoven. Het te bebouwen kavel wordt op drie plaatsen via deze nieuwe weg ontsloten. Tussen het kavel en de huidige Lorentzweg ligt een 17 meter brede veiligheidszone die vrij moet blijven van bebouwing vanwege de aanwezige aardgastransportleiding. 2.2.2 Ruimtelijke en stedenbouwkundige inpassing Het is wenselijk dat het te realiseren bedrijfspand een opvallende, maar aangename architectuur krijgt dat de locatie als entree van Barendrecht recht doet. De precieze invulling (van de architectuur) van het bedrijfspand zal later worden bepaald. Aan de oost-, west- en zuidzijde van het pand bevinden zich aan beide zijden parkeerplaatsen. Op basis van de onderzoeksuitgangspunten, zijn er 59 parkeerplaatsen benodigd. Verder is er aan de oostzijde ruimte gecreëerd voor een buitenopslag. Aan de westzijde van het pand bevinden zich 11 Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

5

parkeerplaatsen, Over de veiligheidszone van de aardgastransportleiding, die tussen het bedrijfspand en de nieuwe Lorentzweg loopt, loopt een groenstrook. Het gebied boven de leiding is daarmee vrij van bebouwing. Het te realiseren bedrijfspand biedt mogelijkheid voor opslag en kantoorruimtes van respectievelijk zo’n 4.000m2 BVO en 200m2 BVO. Daarnaast is er een mogelijkheid om een tweede verdieping van 500m2 BVO te realiseren. 2.2.3 Verkeer en parkeren Om inzicht te verkrijgen in de mate van verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling en de parkeernorm, kan gebruik worden gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstig parkeren’. De mate van stedelijkheid en ligging van het projectgebied zijn bepalend voor de hoogte van de verkeersgeneratie en parkeernormen. Het CBS schaalt Barendrecht in als ‘sterk stedelijke’ gemeente. Voor de omgeving van het projectgebied wordt het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’ uit de CROWrichtlijnen gehanteerd. Gezien er verschillende functies voorkomen in het bedrijfspand is er uitgegaan van vier verschillende CROW-categorieën voor het berekenen van de parkeerbalans en verkeersgeneratie: loods, kantoor, winkel en opslag. In afbeelding 2.2 is de grootte van de functies weergegeven die zijn gebruikt om de parkeerbalans te berekenen. De berekening van de parkeerbalans is weergegeven in tabel 2.1.

Deze berekening resulteert in een parkeerbalans van afgerond 59 parkeerplaatsen. De kencijfers in de CROW-publicatie geven een minimaal en een maximaal getal weer. Bij de berekeningen wordt uitgegaan van een gemiddelde van deze twee cijfers. Deze cijfers zijn exclusief vrachtwagenparkeren en inclusief 5% bezoekersaandeel.

Afbeelding 2.2: Grootte van de verschillende functies ten behoeve van de berekening van de parkeerbalans (Bron: de Roon architecten (29 november 2022)).

Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

6

Functie Loods (bedrijf arbeidsextensief /bezoekersextensief) Kantoor met baliefunctie (commerciële dienstverlening) Winkel (tuincentrum) Opslag (bedrijf arbeidsextensief /bezoekersextensief) Totaal

Parkeerbalans 100 m2 bvo 0,95

per

bvo

Totaal

3.995 m2

37,95

2,25

193 m2

4,34

2,55

507 m2

12,93

0,95

310 m2

2,95

(0,7 – 1,2) (2,0 – 2,5) (2,3 – 2,8) (0,7 – 1,2)

58,17

Tabel 2.1: Parkeerbalans

Bij de exacte uitwerking zal het plan voorzien in 59 parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen zullen zich aan de west-, zuid- en oostzijde van het bedrijfspand bevinden. Daarnaast is aan de achterzijde van het bedrijfspand bij de personeelsingang ruimte voor fietsen gecreëerd. Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag. De kencijfers in de CROW-publicatie geven een minimaal en een maximaal getal weer. Bij de berekeningen wordt uitgegaan van een gemiddelde van deze twee cijfers. Deze cijfers zijn inclusief vrachtverkeer en 5% bezoekersaandeel. De berekening van de verkeersgeneratie wordt in tabel 2.2 weergegeven. Dit resulteert in 271 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Functie Loods (bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief) Kantoor met baliefunctie (commerciële dienstverlening) Winkel (tuincentrum)

Opslag (bedrijf arbeidsextensief /bezoekersextensief) Totaal

Maximale Verkeersgeneratie 3.6 – 5.3 1.9 – 2.4 13.3 – 16.2 3.6 – 5.3

bvo

Totaal 3995 m2 193 m2

177,78 4,15

507 m2 310 m2

74,78 13,80 270,51

Tabel 2.2: Verkeersgeneratie

Ontsluiting In het ontwerp is de Lorentzweg in zuidelijke richting verplaatst. Het kavel wordt op drie plaatsen via deze nieuwe weg ontsloten. Het kruispunt met de Dierensteinweg / Lorentzweg / Donk wordt momenteel onderzocht ten aanzien van verkeersveiligheid. Om de noodzakelijke draaicirkels van vrachtwagens in te kunnen passen is de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ rondom het kruispunt verruimd. Het daadwerkelijke ontwerp zal door de gemeente Barendrecht beoordeeld worden op ruimtelijke inpasbaarheid. 2.3

Juridische aspecten De gewenste ontwikkeling van het plangebied zoals beschreven in vorige paragrafen, is juridisch vertaald in de planregels en de planverbeelding. In deze paragraaf wordt een nadere toelichting gegeven op deze juridische vertaling.

2.3.1 Planmethodiek Voorliggend bestemmingsplan is ontwikkelgericht van aard en heeft als doel de voorgenomen ontwikkeling van een bedrijfspand mogelijk te maken. Bij de opzet van dit bestemmingsplan is zo veel mogelijk aangesloten bij de planmethodiek en systematiek van het huidige bestemmingsplan en al opgestelde bestemmingsplannen in de omgeving. Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

7

Omdat het om een concrete ontwikkeling gaat en het bouwplan al bekend is, is in het voorliggende plan gekozen voor een redelijk gedetailleerde eindbestemming, waarin het bouwvlak het oppervlak van het toekomstige bedrijfspand betreft. Een eindbestemming biedt een directe bouwtitel, wat betekent dat wanneer het bouwplan past binnen de in de bestemming genomen regels, een bouwvergunning (‘omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen’) kan en moet worden afgegeven. 2.3.2 Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn opgesteld conform de SVBP 2012. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de begrippen verklaard die gebruikt worden in hoofdstuk 2 en 3. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel “wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden.

Bedrijventerrein De bestemming bedrijventerrein is toegekend aan de kavel waar het nieuwe bedrijfspand gepositioneerd wordt. Deze kavel bevindt zich langs de noordzijde van het plangebied. Deze gronden zijn bestemd voor bedrijven en andere bij deze bestemming horende voorzieningen. Groen De bestemming groen is opgenomen voor de groenstrook langs de zuidelijke rand van het plangebied. Daarnaast is deze bestemming toegekend aan de groenstrook die tussen de nieuwe Lorentzweg en het bedrijfspand loopt. Deze gronden zijn onder meer bestemd voor groen en water en enkele andere bij deze bestemming horende voorzieningen. Er mogen op deze gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Verkeer – Verblijfsgebied De voor ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen, en bij deze bestemming horende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, kunst- en reclame uitingen, water er groen. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. De bestemming is opgenomen voor de ontsluitingsstructuur binnen het gebied. Water De watergang die langs het zuidelijk deel van het plangebied, naast de groenstrook, loopt is bestemd als ‘Water’.

Deze gronden zijn bestemd voor water ten behoeve van de waterhuishouding, en daarbij behorende voorzieningen. Dubbelbestemming Leiding – Gas De gasleiding die van oost naar west door het midden van het plangebied loopt is bestemd als ‘Leiding – Gas’. Deze gronden zijn bestemd voor aardgastransportgasleiding. Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

8

Dubbelbestemming Waarde – Archeologie – 2 De archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’ is opgenomen voor het hele plangebied. Behalve voor andere voorkomende bestemmingen zijn daarmee de gronden mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Voor de voorgenomen ontwikkeling van een bedrijfspand wordt onderzoek uitgevoerd om de gronden vrij te geven, zoals beschreven in paragraaf 6.2. Voor eventuele toekomstige ingrepen is deze dubbelbestemming met bijbehorende vrijstellingsgrens van 0,8 m -mv en 100 m2 uit het moederplan overgenomen. Dubbelbestemming Waterstaat Langs de watergang die langs het zuidelijk deel van het plangebied loopt, is de dubbelbestemming ‘Waterstaat’ opgenomen. Behalve voor andere voorkomende bestemmingen zijn daarmee de gronden mede bestemd voor de bescherming van de watergang. Op deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die op alle bestemmingen van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Het gaat om de volgende artikelen.

Anti-dubbeltelregel In deze bepaling is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel zijn enkele aanvullende bouwregels opgenomen, die in het algemeen voor alle bestemmingen gelden. Deze hebben met name betrekking op het toestaan van bestaande maatvoeringen die afwijken van geldende bestemmingsregels. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels zijn enkele vormen van gebruik opgenomen die strijdig zijn met alle bestemmingen, waaronder een gebruik van gronden als stort-, stallings- en/of opslagplaats. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen.

Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden. Het betreft bijvoorbeeld een geringe wijziging van de bestemmingsgrens. Algemene procedureregels Dit artikel regelt de procedure die burgemeester en wethouders dienen te volgen indien toepassing wordt gegeven aan een in dit plan opgenomen afwijkingsregels of wijzigingsbevoegdheid.

Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

9

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 2.3.3 Geometrische plaatsbepaling Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden (en in dit geval ook wateren) een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.

Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

10

3.

Ruimtelijke Ordening

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio’s vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger ’orden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één Rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.

Dit toekomstperspectief voor Nederland is: - Een klimaatbestendige delta; - Duurzaam, concurrerend en circulair; - Kwaliteit van leven in stad en dorp; - Nabijheid en betrouwbare verbindingen; - Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie; 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema’s die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken.

Die inrichtingsprincipes zijn: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen voorkomen. De komst van de Omgevingswet maakt het mogelijk om het beleid en aanpak rondom de gezonde leefomgeving steviger te verankeren, rekening houdend met de samenstelling van de wijk en de Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

11

behoeften van inwoners. Gemeenten krijgen onder de Omgevingswet namelijk meer ruimte voor lokaal maatwerk doordat taken worden gedecentraliseerd. Volgens het Rijk is een gezonde leefomgeving een omgeving waar inwoners zich prettig voelen, die uitnodigt tot gezond gedrag en zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid. Voor gemeenten is onder andere de 'Handreiking Gezonde Gemeente' door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgesteld om te ondersteunen bij het sturen op een gezonde fysieke en sociale leefomgeving. De NOVI is zelfbindend voor het Rijk. De rijksoverheid zet er wel op in dat provincies en gemeenten bij het vaststellen van hun eigen omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat. Voorliggend projectgebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AmvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het SVIR (beleid) is opgegaan in de NOVI.

De uitwerking ervan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het Bkl wordt dus uitgewerkt in regelgeving op basis van het beleid dat in de NOVI staat. Binnen het plangebied komen geen nationale ruimtelijke belangen voor. Het Barro vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de haalbaarheid van dit plan. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.

Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het plan kan worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling, en wordt gerealiseerd binnen stedelijk gebied. Voorgenomen ontwikkeling betreft de bouw van een nieuw bedrijfspand. De huidige locatie van deze bedrijven betreft de toekomstige woningbouwlocatie Stationstuinen, een gebied ten noorden van station Barendrecht. Dit gebied wordt de komende jaren getransformeerd van bedrijventerrein naar gebied voor woningbouw. De voorgenomen ontwikkeling betreft dan ook een verplaatsing van bestaande bedrijvigheden en geen extra toevoeging van nieuwe bedrijvigheid. Bestaand stedelijk gebied De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied van Barendrecht en betreft uitsluitend een verplaatsing van bestaande bedrijvigheid. De locatiekeuze behoeft dan ook geen verdere onderbouwing in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

12

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland Oorspronkelijk op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland haar ‘Omgevingsbeleid’ vastgesteld. Het omgevingsbeleid omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving in Zuid-Holland. Het bestaat uit drie hoofdinstrumenten: de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en de omgevingsverordening. De omgevingsvisie schetst de beleidskaders; de strategische ambities, beleidsdoelen en -keuzes voor de toekomst van de fysieke leefomgeving van Zuid-Holland. In het omgevingsprogramma zijn deze nader uitgewerkt in maatregelen die de provincie treft. De omgevingsverordening stelt de juridische kaders; instructieregels voor andere overheden en direct werkende regels voor burgers en bedrijven. De provincie wijzigt de verschillende onderdelen wanneer daartoe aanleiding is; de laatste integrale herziening (Herziening 2021) is op 2 februari 2022 door Provinciale Staten vastgesteld en op 15 maart 2022 in werking getreden. Omgevingsvisie Zuid-Holland De omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid voor de gehele fysieke leefomgeving van de provincie Zuid-Holland.

Ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes Naast de algemene sturingsfilosofie en een analyse van de huidige situatie van Zuid-Holland, schetst de provincie in de omgevingsvisie haar toekomstgerichte beleid in zeven provinciale vernieuwingsambities: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid‐Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid‐Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid‐Holland. 5. Versterken natuur in Zuid‐Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid‐Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid‐Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze zeven vernieuwingsambities zijn geconcretiseerd in 18 beleidsdoelen, die omschrijven aan welke maatschappelijke opgaven de provincie werkt. De beleidsdoelen zijn vervolgens uitgewerkt in beleidskeuzes. Ruimtelijke hoofdstructuur De essentie en samenhang van de verschillende ruimtelijke keuzes uit de omgevingsvisie, is gevat in de ruimtelijke hoofdstructuur.

Opgebouwd uit verschillende kaartbeelden, vormt de ruimtelijke hoofdstructuur een integraal kaartbeeld dat inzichtelijk maakt hoe de strategische beleidskeuzes van de provincie ruimtelijk samenkomen. Afbeelding 3.1 geeft de ruimtelijke hoofdstructuur van Zuid-Holland weer.

Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

13

Afbeelding 3.1: Omgevingsvisie Zuid-Holland – ruimtelijke hoofdstructuur.

Uitgangspunten en kaders voor de fysieke leefomgeving Bij het vormgeven en uitvoeren van de ambities hanteert de provincie de volgende uitgangspunten en kaders voor de fysieke leefomgeving: - Streven naar het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; - Gebruik van een kwaliteitskaart met richtpunten en gebiedsprofielen, waarin is beschreven welke kwaliteiten in welke gebieden de provincie nastreeft; - Handvatten voor passende ruimtelijke ontwikkeling, om te beoordelen of bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen wenselijk zijn. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie Zuid-Holland geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. Uitgangspunt van het kwaliteitsbeleid is een ‘ja, mits’-beleid: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van Zuid-Holland bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengebracht in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten, gebiedsprofielen en enkele bepalingen in de omgevingsverordening. De kwaliteitskaart toont de kwaliteitsambities van de provincie. De belangrijke gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland zijn weergegeven in vier lagen: de laag van de ondergrond, laag van de cultuur- en natuurlandschappen, laag van de stedelijke occupatie en laag van de beleving.

De integrale kwaliteitskaart vat de vier lagen in één kaartbeeld samen. Met behulp van de kwaliteitskaart houden betrokken partijen bij ruimtelijke ingrepen rekening met de gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde van een gebied. De kwaliteitskaart biedt randvoorwaarden voor het maken van integrale afwegingen, die nader zijn geconcretiseerd in richtpunten. De richtpunten beschrijven de bestaande kenmerken en waarden, en de wijze waarop ruimtelijke ontwikkelingen daarmee rekening kunnen houden. De kwaliteitskaart en bijbehorende richtpunten zijn regionaal vertaald in verschillende gebiedsprofielen. Deze gebiedsprofielen fungeren niet als toetsingskader maar als handreiking voor het gebiedsspecifiek omgaan met ruimtelijke kwaliteit. Passende ruimtelijke ontwikkeling Om te bepalen of een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling passend is, is de ruimtelijke impact van belang. In de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder deze raakt aan provinciale belangen. Ook de waarde en kwetsbaarheid van de kwaliteit Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

14

van het gebied speelt daarbij een rol. De gebiedsprofielen bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact van een ontwikkeling in een bepaald gebied is. In dit kader maakt de provincie onderscheid in drie typen ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Daarbij spelen de schaalniveaus van de kavel, de structuur en de gebiedsidentiteit een rol. Wanneer een plan aansluit bij de gebiedsidentiteit en zich voegt in de bestaande structuur, is sprake van inpassing. Een ontwikkeling die aansluit bij de gebiedsidentiteit maar op structuurniveau wijzigingen voorziet, betekent een aanpassing. Bij transformatie zorgen de aard en omvang van een ontwikkeling voor een verandering van de gebiedsidentiteit. Deze indeling van ontwikkelingen is ook doorvertaald in de instructieregels met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit in de omgevingsverordening. Doorwerking in het plangebied Het voorliggende plangebied valt niet binnen een van de gebiedsprofielen. Wel is het aangeduid op twee van de kwaliteitskaarten. Het plangebied is opgenomen in twee kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het plangebied aangeduid als ‘Rivierdeltacomplex – Jonge zeeklei’. Richtpunt is dat ontwikkelingen bijdragen aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden.

In de laag van de stedelijk occupatie is het plangebied aangeduid als ‘Steden en dorpen’. Relevante richtpunten voor voorgenomen ontwikkeling zijn: • Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. • Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. • Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. • Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. • Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). • Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Grofweg zal het er op neer komen dat dit een zorgvuldig afgewogen locatie is en dat de gebouwen passen binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur. De locatie van de voorgenomen ontwikkeling is zorgvuldig afgewogen. Met de verplaatsing van de bedrijven wordt ruimte gecreëerd in de toekomstige woningbouwlocatie Stationstuinen, een gebied ten oosten van station Barendrecht.

Het nieuw te realiseren bedrijfspand past binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur en creëert een prettig silhouet voor passanten die via de Dierensteinweg Barendrecht binnenrijden. Met de ontwikkeling worden daarnaast geen cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen aangetast. Omgevingsverordening Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. Sindsdien zijn verschillende (partiële) herzieningen doorgevoerd. De Herziening 2021 is door Provinciale Staten op 2 februari 2022 vastgesteld. De instructieregels hebben een directe doorwerking in bestemmingsplannen. Voor dit bestemmingsplan zijn de volgende regels van belang.

Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

15

Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: • de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); • als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo tenminste gelijk blijft door: o zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid.

Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: • een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Met de voorgenomen ontwikkeling is sprake van transformeren: de ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit (verdichting van het gebied rondom de Dierensteinweg en toevoeging van representatieve bedrijven) maar veroorzaakt wijzigingen op structuurniveau (toevoegen van bebouwing, verkeers- en groenstructuren). Wanneer sprake is van aanpassen of transformeren moet daarnaast een zorgvuldige afweging over de locatiekeuze worden gemaakt. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop (lid 4). Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit braakliggend grasland. Daarnaast ligt het plangebied niet in een gebied waarvoor in de omgevingsverordening een beschermingscategorie is aangewezen.

Op de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit is onder het kopje ‘Omgevingsvisie’ nader ingegaan. De ruimtelijke kwaliteit van de beoogde ontwikkeling is vastgelegd in een integraal stedenbouwkundig ontwerp. De ontwikkeling is qua stedenbouwkundige structuur, schaal en ontwerp afgestemd op de bebouwing in de omgeving. De uiteindelijke bouwplannen worden getoetst aan gebied Bedrijventerrein, kantorenlocatie. Stedelijke ontwikkelingen Volgens artikel 6.10 van de omgevingsverordening (Stedelijke ontwikkelingen) gaat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6 Bro (lid 1 sub a). Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 ha nodig is, wordt gebruik gemaakt van de in de omgevingsverordening aangewezen bouwlocaties en criteria (lid 1 sub b). Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling (lid 3).

In de omgevingsverordening is zodoende bepaald dat toepassing moet worden gegeven aan de Ladder voor duurzame verstedelijking conform het Bro. Daaraan is het aspect van regionale afstemming Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

16

toegevoegd. Voor de voorgenomen ontwikkeling is op de Ladder als onderdeel van het Rijksbeleid nader ingegaan in paragraaf 3.1. Detailhandel Een deel van de mogelijke toekomstige bedrijfsactiviteiten valt niet onder de bedrijfsbestemming met categorie 4.1. maar onder detailhandel (tuincentrum). Detailhandel binnen het plangebied is conform de Omgevingsverordening Zuid Holland (versie 24 juni 2021) niet toegestaan. Een uitzondering hierop vormt detailhandel in de vorm van een tuincentrum. Dit is bepaald in artikel 7.49 eerste lid, onderdeel a, onder 4° van de Omgevingsverordening, waarin regels voor uitzonderingen voor detailhandel zijn opgenomen. In de planregels van dit bestemmingsplan is in afwijking van het bepaalde onder artikel 3.1 lid b een afwijking opgenomen waarin het benodigde aantal m2 ten behoeve van een tuincentrum (zijnde 459 m2 bvo) wordt toegestaan. 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie ‘Samen de Ruimte’ Op 2 juli 2012 heeft de gemeente Barendrecht de structuurvisie ‘Samen de Ruimte’ vastgesteld. De Structuurvisie geeft op hoofdlijnen richting aan de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente en vormt een afwegingskader voor nieuwe initiatieven. De uitwerking van het in de structuurvisie beschreven beleid vindt plaats in gebiedsvisies, bestemmingsplannen, beleidnota's en projecten. Het koesteren en uitbouwen van de werkgelegenheid, het vestigingsklimaat en de economisch sterke positie van Barendrecht is het uitgangspunt. Daarom wordt ingezet op optimaal gebruik van bestaande bedrijventerreinen en openbaar vervoerslocaties voor werkgelegenheid. Daarnaast worden – waar mogelijk – de beperkt aanwezige uitbreidingsmogelijkheden benut voor het realiseren van nieuwe hoogwaardige werklocaties. Verdichting van het gebied rondom de Dierensteinweg en het station is wenselijk in relatie tot de entreefunctie en de ligging nabij het station. Passende functies zijn representatieve maatschappelijke voorzieningen, bedrijven en kantoren. In de structuurvisie staat vermeld dat de entree A15/Dierensteinweg veel meer dan nu het geval is Barendrecht kan etaleren als werkende gemeente met de agrifood-sector als vlag (zie figuur 3.2). De realisatie van het voorgenomen bedrijfspand in de behoefte aan verdichting in het gebied.

Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

17

Afbeelding 3.2: Uitsnede visiekaart structuurvisie ‘Samen de Ruimte’ (het plangebied is globaal rood omcirkeld).

3.3.2 Strategische visie ‘Samen Bouwen aan Barendrecht’ In 2008 is een duidelijke koers bepaald voor de gemeente, neergelegd in “Barendrecht investeert in ontmoeting”, visie op Barendrecht 2025. In de tijd tussen 2008 en 2017 is veel veranderd en verschillende ontwikkelingen maakten het nodig om opnieuw het gesprek aan te gaan over de toekomst van Barendrecht. Naar aanleiding hiervan is begin 2018 de strategische visie ‘Samen Bouwen aan Barendrecht’ vastgesteld. Door middel van deze visie maakt de gemeente de kansen en ontwikkelingen inzichtelijk waar de gemeente de komende jaren mee te maken krijgt. De visie is een leidraad en het toetsingskader voor alle gemeentelijke beleidsterreinen. Daarnaast geeft de visie een politiek draagvlak voor te maken beleidskeuzes in de toekomst. Ten slotte geeft de visie een duidelijke koers aan voor de bestuurlijke en ambtelijke organisatie. Het is een levend document en is niet uitputtend. De visie kan richting geven aan het nieuwe coalitieakkoord. De strategische visie vormt bovendien input voor de omgevingsvisie, die momenteel wordt opgesteld. In de strategische visie benadrukt de gemeente het belang van winkelgebieden en bedrijventerreinen. Om deze voorzieningen aantrekkelijk, veilig en goed bereikbaar te houden en maken investeert de gemeente samen met de bedrijven in de bedrijventerreinen.

Specifiek wordt bedrijventerrein Dierenstein genoemd als locatie die wordt aangepakt op het gebied van wegen, groen en verlichting. Daarnaast zet Barendrecht zich in voor een nog beter vestigingsklimaat. De ambitie of lange termijnstrategie sluit aan bij de Roadmap Next Economy van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Hiervoor wordt binnen de metropoolregio samengewerkt op de volgende punten: - Een betere (internationale) bereikbaarheid van de metropoolregio; - Economische vernieuwing; Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

18

- Een beter vestigingsklimaat; - Duurzaamheid die toonaangevend is in de wereld. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op deze ambities. Het nieuwe bedrijfspand zorgt voor kwaliteitsimpuls voor het bedrijventerrein Dierenstein. De nieuwe ontsluiting en ligging van het plangebied maakt het gebied goed bereikbaar. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan een beter vestigingsklimaat. De ontwikkeling is hiermee in lijn met de strategische visie. 3.3.2 Uitvoeringsprogramma duurzaam energiebeleid Als nadere uitwerking van het Schetsplan Duurzaam Energiebeleid is het Uitvoeringsprogramma Energiebeleid Barendrecht opgesteld. Het duurzaam energiebeleid heeft voor 2030 vier pijlers of aandachtsgebieden, te weten: 40% energie besparen, 60% duurzame warmte inzetten, 60% duurzame stroom opwekken, en mobiliteit op basis van een 100% duurzame brandstof mix. Om dit te realiseren is een aantal activiteiten en projecten benoemd, toegespitst op de verschillende sectoren in de samenleving. Het college heeft de gemeenteraad geadviseerd dit Schetsplan nader uit te werken en de projecten nader te specificeren. Dat is gedaan in dit Uitvoeringsprogramma Duurzaam Energiebeleid, wat kan worden beschouwd als een plan van aanpak voor de komende jaren. Hierbij is de nodige flexibiliteit ingebouwd voor fasering en prioritering van activiteiten en technologisch oplossingen.

3.3.3 Strategie Klimaatadaptatie 2022-2026 In de Strategie Klimaatadaptatie 2022-2026 worden de kerndoelen en handelingsperspectieven voor de Gemeente Barendrecht en haar inwoners omschreven. De gemeente Barendrecht wil de klimaatverandering zoveel mogelijk beperken. De gemeente Barendrecht volgt het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Doel hiervan is om het bebouwde gebied in Nederland, dus ook in Barendrecht, zo goed mogelijk ‘waterrobuust’ en klimaatbestendig in te richten zodat vitale en kwetsbare objecten zo min mogelijk last ondervinden van de klimaatverandering. De kerndoelen worden als volgt omschreven: • “We zijn waterrobuust en klimaatbestendig” • “We hebben een leefbare en gezonde leefomgeving” De handelingsperspectieven worden als volgt omschreven: • “Werken aan waterrobuuste omgeving “ Grote delen van IJsselmonde liggen onder de zeespiegel. Dit maakt de gemeente kwetsbaar voor overstromingen vanuit de Noordzee en de rivieren die het eiland IJsselmonde omsingelen. Dit gaat de gemeente doen: De risico’s op overstromingen verkleinen en voldoen aan landelijke normen. In de openbare ruimte rekening houden met mogelijke overstromingen. Daar waar nodig, die ruimte aanpassen. Het behouden en versterken van het huidige systeem van compartimenten aan primaire en secundaire dijken om te beschermen tegen overstromingen.

Inzetten op bewustwording van inwoners om meer zelfredzaam te zijn voor het geval het wel fout gaat. • Een natuurlijkere waterkringloop De waterkringloop wordt gevormd door rivieren, oude kreken, hoofdwatergangen, sloten, singels, waterplassen en vijvers. De huidige waterkringloop kenmerkt zich nu door verstening van het omliggende oppervlak waardoor de waterkringloop minder goed functioneert als afvoersysteem van het (regen)water. Dit gaat de gemeente doen: Waar mogelijk de verstoorde Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

19

•

•

kringloop herstellen om wateroverlast door extreme buien aan te kunnen. Dit doet de gemeente samen met het waterschap Hollandse Delta. Alle nieuwbouw klimaatadaptief Er ligt een enorme opgave voor het realiseren van nieuwe woningen. Dit gaat de gemeente doen: Het opleveren van deze woningen waar mogelijk en gewenst zowel energieneutraal als klimaatadaptief (‘klimaatproof’). Klimaatadaptief inrichten van stedelijk gebied In het stedelijk gebied beter omgaan met de gevolgen van een mogelijke overstroming, wateroverlast, hittestress en/of droogte.

De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de strategie klimaatadaptatie 2022 – 2026. De bestaande watergang in het plangebied blijft behouden. Deze watergang vangt water op en kan wateroverlast voorkomen. Daarnaast vindt watercompensatie plaats. 3.4

Conclusie Gezien het voorgaande vormen het rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

20

4

Natuur

4.1

Kader Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden, met wetgeving ten aanzien van planten- en diersoorten en Natura 2000-gebieden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Daarnaast hebben provincies eigen beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en overige natuurwaarden buiten het NNN.

4.1.1 Soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl.

Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het – aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen – verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het – aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen – verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: - er geen andere bevredigende oplossing is, en - geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en - sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen:

Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

21

• •

de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.

3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien:  er geen andere bevredigende oplossing is, en  indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In de gemeente Barendrecht is de provincie Zuid-Holland het bevoegd gezag voor de Wnb. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb).

Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. 4.1.2 Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door ‘externe werking’) op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een ‘habitattoets’ dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. 4.1.3 Natuurnetwerk Nederland en overige bos- en natuurgebieden Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.

Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid).

Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

22

4.2

Onderzoek

4.2.1 Soortenbescherming De kans bestaat dat in het plangebied beschermde planten- en/ of diersoorten voorkomen. Werkzaamheden zoals slopen en bouwen kunnen van invloed zijn op de aanwezige beschermde flora en fauna in het plangebied. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. ABO-Milieuconsult heeft daarom een flora- en faunaonderzoek (quickscan) uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 2. Uit de quickscan blijkt dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfsplaatsen worden aangetast in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Nadelige effecten op beschermde flora en fauna kunnen daarom worden uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is eveneens niet benodigd. De zorgplicht van de Wet natuurbescherming is wel altijd van toepassing. Aan deze zorgplicht kan invulling worden gegeven door struikgewassen handmatig en gefaseerd te kappen en door werkzaamheden buiten het broedseizoen te laten plaatsvinden. Bomen Effect Analyse Idverde Bomendienst heeft een Bomen Effect Analyse uitgevoerd. Deze analyse is opgenomen als bijlage 1.

Er zijn in dit plangebied geen bomen aangetroffen die zijn opgenomen als structuurelement of monumentale boom in de groene kaart. Van de 40 beoordeelde bomen zijn er 36 visueel beoordeeld als gezond, met een daarbij horende toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. In afbeelding 4.1 is weergegeven welke van deze bomen in het plangebied kunnen blijven staan. Een aantal bomen zal op basis van het ontwerp niet kunnen blijven staan. Er wordt hiervoor naar een passende oplossing gezocht.

Afbeelding 4.1 Eindoordeel Effecten op bomen in het plangebied (Bron: Bomen Effect Analyse Idverde)

Bestemmingsplan Dierensteinweg Toelichting Ontwerp – Oktober 2023

23

4.2.2 Gebiedsbescherming Rondom het project zijn diverse Natura 2000-gebieden gelegen. Voor de gebieden Oude Maas (circa 3,5 km afstand), Boezems Kinderdijk (circa 6 km afstand), Oudeland van Strijen (circa 9 km afstand) en Donkse Laagten (circa 13 km afstand) geldt dat binnen deze gebieden geen stikstofgevoelige habitats aanwezig zijn, zodat het onderzoek geen betrekking heeft op deze natuurgebieden. De meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn Biesbosch (circa 14,5 km afstand), KrammerVolkerak (circa 21 km afstand) en Solleveld & Kapittelduinen (circa 27,5 km afstand). Het plangebied ligt ook niet op gronden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Er gaat dan ook geen oppervlakte aan NNN-gebied verloren. Er is dan ook geen sprake van directe effecten op deze beschermde gebieden. KuiperCompagnons heeft in oktober 2023 een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. De notitie inclusief de berekeningen is opgenomen als bijlage 5. In dit onderzoek is beoordeeld of de aanleg- en de gebruiksfase van de bouw en het gebruik van de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden.

Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprak is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door de aanleg en het gebruik van een bedrijfspand. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit project. 4.3

Conclusie Nadelige effecten op beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Daarnaast kunnen significant negatieve effecten op de instandhouding van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden worden uitgesloten en leidt de Wet natuurbescherming niet tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit project. Het aspect natuur vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13557803/1