Ondertekende nota activabeleid gemeente Barendrecht.pdf
Tekst van het document
investeringsbudgettenworden overgeheveldnaar volgende boekjaren. Daar is wel een apart raadsbesluit voor nodig. Datzelfde geldt voor een wijziging van de omvang en/of het doel van een investering. In de regel leggen we de raad deze wijziging voor in de documenten van de planning &
control-cyclus. De gewijzigde kapitaallasten alsgevolg van de mutatie worden (meerjarig) verwerkt in de lopende begroting /meerjarenraming. In de jaarrekening en de tussenrapportages wordt een overzicht verstrekt van alle lopende investeringsbudgetten en wordt duidelijk aangegeven welke investeringsbudgetten kunnen worden
afgeslotenof gereed gemeld en welke restantbudgetten worden doorgeschovennaar het volgende boekjaar. Daarbij hanteren wij het uitgangspunt dat restantbudgetten slechts één keer naar het volgende jaar worden overgeheveld. Daarna komt het te vervallen, tenzij de raad anders beslist. Investeringsbudgetten waarvan de uitvoering met een jaar is opgeschoven kunnen, na toestemming van de raad, worden verschoven naar een volgend jaar. Ook hierbij hanteren we de stelregel dat dit slechts eenmaal is toegestaan. Hierna vervalt het investeringsbudget en dient het eventueel opnieuw te worden aangevraagd. De bevoegdheid tot het toekennen, wijzigen en afsluiten van een investeringsbudget ligt bij de raad.
Het is daarom van belang dat investeringsbudgettenop voorhand worden voorzien van een realistische looptijd en planning. Daarbij speelt ook het verschuiven van deze budgetten in de tijd een rol; in hoeverre is de originele planning nog realistisch en uitvoerbaar als er vanuit eerdere jaren investeringsbudgetten zijn opgeschoven.
25
8. Inwerkingtreding en ondertekening Deze nota treedt in werking op de dag na de bekendmaking. De “Nota activabeleid 2016“ zoals vastgesteld in december 2015 vervalt op bovenstaande datum. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raadJ gehouden op de griffier de Voorzitter
3-4-20211
drs. J. van Belzen
L .ok. vv\r
b,\L„„_ ..\, \C) c-0 2
26
BijlageA: Stellige uitspraken van de Commissie BBV In de notitie materiële vaste activa (2020) heeft de Commissie BBVde volgende stellige uitspraken opgenomen: •
•
Software als afzonderlijk actief valt onder de materiële vaste activa, als bedoeld in artikel 35 lid la BBV(investeringen met een economisch nut); Licenties op software voor onbepaalde duur, die in één keer in rekening worden gebracht
vallen onder de materiële vaste activa als bedoeld in artikel 35, lid la BBV(investeringenmet een economisch nut); •
Voor vastgoed met een economische functie is – ingeval van een duurzame
waardevermindering - afwaarderingverplicht en wordt de toets met behulp van de •
•
directe opbrengstwaarde voorgeschreven;
Eenwijziging van een verwachte toekomstige gebruiksduurc.q. gebruiksintensiteit is een schattingswijziging. De bestaande {rest)boekwaarde wordt niet herrekend, maar over de
langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte toekomstige gebruiksduur •
afgeschreven.; Eenwijziging van de 'vrij te kiezen’ waarderingsgrondslagen is een stelselwijziging. Bij een stelselwijziging worden bestaande (rest)boekwaarden niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte gebruiksduur afgeschreven;
•
Uit hoofde van rechtmatigheid kunnen besluiten tot een stelsel- of schattingswijzigingmet betrekking tot materiële vaste activa uiterlijk tot het einde (31 december) van het
desbetreffende begrotingsjaarworden genomen door de raad; •
Klein en groot onderhoud houdt of brengt een object in goede, oorspronkelijke staat en is
dus niet van invloed op de bepaaldegebruiksduur (afschrijvingstermijn)van het object en mag daarom niet worden geactiveerd; •
•
Voorzieningendie vooraf worden gevormd om lasten van groot onderhoud gelijkmatig te verdelen over meerdere begrotingsjaren, kunnen alleen met instemming van de raad ingesteld en gevoed worden op basis van een recent beheerplan; Onder recent beheerplan wordt een beheerplan verstaan van maximaal vijf jaar oud ten
opzichte van het verslagleggingsjaar.Dezevijf jaar dient te worden gehanteerd als richttermijn waar gemotiveerd van kan worden afgeweken.Eengemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord is in de paragraaf 'onderhoud kapitaalgoederen’ van de begroting en de jaarstukken; •
Tussentijdsebijstelling van het beheerplanbinnen de vijf jaar is verplicht indien een belangrijke afwijking is opgetreden in de staat van het onderhoud;
•
In gevalvan achterstallig onderhoud waarbij sprake is van kapitaalvernietigingen/of onveilige situaties wordt er op basis van artikel 44 lid la BBVeen voorziening gevormd
27
Bijlage B: Relevante wetsartikelen uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) Artikel 33 Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de fïnanciële vaste activa. Artikel 34
In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kosten verbonden aan het sluiten van geldleningenen het saldovan agio en disagio; b. kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; c. bijdragen aan activa in eigendom van derden. Artikel 35 1. In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
a. investeringen met een economischnut; b. investeringen met een economischnut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; c. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut 2. Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven. Artikel 36
In de balansworden onder de financiële vasteactiva afzonderlijk opgenomen: a. kapitaalverstrekkingen aan: 1. deelnemingen; 2. gemeenschappelijke regelingen; 3. overige verbonden partijen; b. leningen aan:
1. openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden;
2. woningbouwcorporaties; 3. deelnemingen; 4. overige verbonden partijen; c.
overige langlopende leningen;
d. uitzettingen in ’s Rijks schatkistmet een rentetypische looptijd van één jaar of langer; e. uitzettingen in de vorm van Nederlandsschuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
f.
overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Artikel 37
Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, de liquide middelen en de overlopende activa. Artikel 44 1. Voorzieningen worden gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; b. op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; 28
c.
2
kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;
d. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen,waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49,
onderdeel b. 3.
Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde
verplichtingen van vergelijkbaar volume. Artikel 51 In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend. Artikel 52 1. In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. gronden en terreinen;
b. woonruimten; c.
bedrijfsgebouwen;
d. grond-, weg- en waterbouwkundige werken;
e. vervoermiddelen; f.
machines, apparaten en installaties;
g. overige materiële vaste activa. 2. In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing: a. de boekwaarde aan het begin van het begrottngsjaar; b. de investeringen ofdesinvesteringen; c. de afschrijvingen;
d. bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief; e. afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen; f.
de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.
Artikel 59 1. Alle investeringen worden geactiveerd.
2. In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd . Artikel 60
Kostenvan onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnenworden geactiveerd indien: a. het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; b. de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; c. c. het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en; d. d. de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
29
Artikel 61 Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien: a. er sprake is van een investering door een derde; b. de investering bijdraagt aan de publieke taak; c. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Artikel 62 1. Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht. 3
In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen,bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.
Artikel 63 1. Activa worden gewaardeerd op basisvan de verkrijgings- of vewaardigingsprijs. 2. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. 3. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten
4
en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardigingvan het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. Voor in erfpacht uitgegevengronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs.
5
Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen
6
In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer.
7
8
Passivaworden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend.
Artikel 64 1. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. 2. Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.
3. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduurwordt jaarlijks afgeschrevenvolgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. 4 In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduurvoor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.
5. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduurvoor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar.
30
6. Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduurmaximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt
verstrekt. Artikel 65 1. Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
2. Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
3. Eenactief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerdop het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.
31
Bijlage C: Afschrijvingstermijnen per categorie L=Lineair,A=Annuïtair; T=Totaalbenadering, C= Componentenbenadering
Immateriële vaste activa
L/A T/C
Geldleningen Kosten van afsluiting
L
C
Termijn in
jaren 5
max. Saldo agio disagio
L
C
L
C
looptijd lening
Onderzoek en ontwikkeling
5
max. Bijdrage aan activa in eigendom van derden
L
C
termijn bij derde
Materiële vaste activa Gronden en terreinen Gronden en terreinen
nvt C L C
Terreininrichting Bedrijfsgebouwen
0 20
L
C
40
L
T
40
L
C
L
C
25 20
L
C
10
L
C
25
L
C
10
L
C
15
L
C
20
L
C
30
L
C
10 - 20
L
C
10
L
C
15
Aanleg bruggen,viaducten en tunnels (wegen)
L
C
60
Mechanisme bruggen en viaducten Technische haveninstallaties
L
C
25
L
C
15
Kunstwerken (bruggen, viaducten en duikers in parken etc.} Aanleg duikers (wegen) Metalen bolders
L
C
20
L
C
20
L
C
30
L
C
20
L
C
20
L
C
15
Nieuwbouw / Aankoop / Uitbreiding Onderwijsgebouwen (juridisch eigendom bij schoolbestuur) Woonwagens Semipermante gebouwen Noodgebouwen Restauratie gebouwen / gemeentelijke monumenten Bouwtechnische installaties en bouwkundige voorzieningen: Warmwatervoorziening, regelapparatuur, verlichting Klimaatregelapparatuur, energiebesparende maatregelen, zonnepanelen, verwarming- en luchtbehandelingsinstallaties Ventilatie, sanitair, zonwering Dakisolatie Overige bouwtechnische installaties en bouwkundige voorzieningen
(w.o. nieuwbouw) Inrichtingskosten, meubilair, inventarissen, stoffering Aanpassingen ten behoeve gebruiksvergurlrling
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Civieltechnische werken (bruggen, viaducten, duikers):
Overige civieltechnísche werken Openbare verlichting (aanleg, lantaarnpalen, lichtmasten, kabelnet,
armaturen) Aanleg beschoeiingen
32
Speeltuinen en -weiden en parken:
L/ Jo\ T / C
Aanleg (reguliere) ondergronden inclusief speeltoestellen Sport buiten: Aanleg en renovatie velden Kunstgrasveld - aanleg toplaag Kunstgrasveld - aanleg onder- en middenlaag Wegen (aanleg, fiets- wandetpaden en overige wegen, reconstructies en rehabilitatie, aanleg parkeerplaatsen) Rijwielstallingen Bushaltes, abri's, straatmeubilair
T e ;= = = 1n
L
C
12
L
C
20
L
C
10
L
C
20
L
C
30
L
C
15
L
C
10
L
C
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken waarvoor ter bestrijding van de kosten heffing kan worden geheven Aanleg, herinrichting en renovatie begraafplaatsen (w.o. ruimen graven) Riolering Aanleg waterwegen
Millieuparken Vervoermiddelen Bedrijfswagens, vrachtwagens, etc. Onderhoudsmaterieel Machines, apparaten en installaties
Automatisering, apparatuur en programmatuur Audiovisuele middelen Communicatiemiddelen, telefooncentrale (exclusief mobiele telefoons) Installaties: Liften, filterinstallaties, beregenings- en drainageapparatuur Overige installaties, w.o beveiliging en alarm Machines: Stemmachines Borstelmachines, sneeuwschuivers, sneeuwblazers en overige machines Vuilniswagen, veegwagen Opzetstrooiers Trekker, heftruck Mechanische afvalinzameling Technische installaties afvalinzameling Liftinstallatie begraafplaats
Overige materiële vaste activa Gereedschappen, instrumenten, materialen e.d. Onderwijsleerpa kketten, gymnastiekmateriaal Sportvloeren (sporthal of gymzaal) Hekwerken, terreinafrastering Verkeer.
30
voorziening L
C C
20 15
L L
C C
8 5
L L L
C C C
4-5
L L
C C
15
L
C
10
L
C
10
L
C
8
L
C
10
L
C
15
L
C
20
L
C
10
L
C
5
L L L L
C C C C
5 - 10
L
4 5
10
10 15 15
Bewegwijzeri ngsborden Controlemiddelen/signaleringsborden Lichteninstallaties
L
C
10
L
C
5
L
C
12
Telapparatuur
L
C
5
L
C
15
L
C
10
(mini-)Containers en ondergrondse containers Elektronische voorzieningen containers (b.v. toegangscontrole) 33
Financiële vaste activa
L/A T/C
L/A nvt nvt nvt
Kapitaalverstrekking en deelnemingen Aa ndelenkapitaal Kapitaalverstrekking aan deelnemingen, GR en verbonden partijen
34
L/A nvt
Termijn in
jaren looptijd lening 0
looptijd lening
Bijlage D: Wijzigingen ten opzichte van vorige nota D.1 Vergelijking iitgangspunt n Vergelijking nieuwe uitgangspunten t.o.v. vorige nota Nieuwe nota
Vorige nota
1
Ondergrens was € 10.000. Zie punt 2 vorige
2
De ondergrens voor activering is gesteld op € 25.000, tenzij de raad in voorkomende gevallen anders besluit. Investeringen in gronden, terreinen en
financiële vaste activa worden altijd
nota. Keuzeom af te wijken van de grens toegevoegd. Nieuw t.o.v. vorige nota. Wettelijke verplichting.
geactiveerd, onafhankelijk van het bedrag. Er is sprake van onderhoud wanneer
Conform vorige nota punt 3.
uitgaven worden gedaan ten behoeve van het behoud van de oorspronkelijke kwaliteit en levensduur van een actief.
Dezemogen niet worden geactiveerd. Kostenverbonden aan het sluiten van ge}dleningen en het saldo van agio en disagio activeren wij alleen als de raad hier expliciet toe besluit. Bijdragen aan activa in eigendom van derden activeren wij alleen als de raad hier expliciet toe besluit. Bijdragen van derden die in directe relatie tot een vast actief staan worden op het investeringsbedrag in mindering gebracht. Wij passen de componentenbenadering toe, tenzij anders aangegeven in de bijgevoegde tabel met afschrijvingste rm ij nen Kosten welke rechtstreeks aan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs kunnen
worden toegerekend, moeten worden geactiveerd. Daarondervallen ook de interne en externe salarislasten. Kosten van overhead worden geactiveerd middels een opslag voor indirecte kosten
op het geldende uurtarief. Rentekosten 10.
11.
worden niet separaat geactiveerd. Jaarlijks toetsen wij bij het opstellen van de jaarrekening de waarde van het vastgoed met een economische functie aan de hand van de indirecte opbrengstwaarde. Wij passen standaard de lineaire afschrijvingsmethode toe. Bij uitzondering kan, middels een expliciet raadsbesluit,
In vorige nota niet als uitgangspunt opgenomen
In vorige nota niet als uitgangspunt opgenomen
Conform vorige nota punt 16.
Conform vorige nota punt 17.
Gewijzigd t.o.v. vorige nota. Bij punt 6 is daar aangegeven dat interne uren niet worden toegerekend, tenzij de raad anders beslist. Toerekenen van uren is echter door het BBV verplicht. Niet opgenomen in vorige nota. Voorgestelde systematiek in de nieuwe versie is in lijn met de huidige werkwijze van toerekenen van uren. Nieuw t.o.v. vorige nota. Toetsing is een wettelijke verplichting.
Conform vorige nota punt 7.
gekozenworden voor toepassingvan de annuïtaire methode.
35
De afschrijving start vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt of in gebruik wordt genomen. De afschrijvingsmethoden en -termijnen zijn vastgelegd in de bij deze nota bijgevoegde afschrijvingstabel met een indeling in (sub)categorieên. Indien er bij een voorgenomen investering sprake is van een nieuwe (sub)categorie en/of afwijkende afschrijvingstermijn wordt dit in het betreffende raadsvoorstel expliciet benoemd en gemotiveerd.
Conform vorige nota punt 18.
14.
De restwaarde van het vaste actief wordt
In vorige nota niet als uitgangspunt opgenomen
15
op nihil gesteld Het ornslagpercentage ten behoeve van
Gewijzigdt.o.v. vorige nota punt 9. In de
het toerekenen van rente aan de taakvelden, wordt voor het nieuwe
nieuwe versie is gekozen voor vaststelling bij de begroting i.p.v. bij de voorjaarsnota.
12.
13.
Conform vorige nota punt 4.
begrotingsjaar bepaald bij de vaststelling van de begroting. 16,
Conform vorige nota punt 1.
De raad autoriseert bij de vaststelling van
de begroting de budgetten voor de
investeringen van het begrotingsjaar. Conform vorige nota punt 1.
o
begrotingsjaar die niet in de begroting zijn
opgenomen, legt het college een voorstel voor het vaststellen van een investeringsbudget aan de raad voor.
Conform vorige nota punt 5 en 11.
r uitvoering met een jaar is opgeschoven
kunnen, na toestemming van de raad, eenmalig worden verschoven naar een volgend jaar
Vervallen uitgangspunten vorige nota 8
Nieuwe nota
Vorige nota
De rente wordt gebaseerd op de boekwaarde van de activa per 1 januari,
Dit is het BBVvoorgeschreven werkwijze, geen uitgangspunt. Wordt verder toegelicht in de nieuwe nota
ongeacht of het actief wel of niet gereed
10
is en wordt ten laste van de exploitatie gebracht. Het afsluiten of het omzetten van een
Geen uitgangspunt, toekennen, wijzigen en afsluiten van investeringsbudgetten is geen bevoegdheid van het college, maar van de raad,
krediet in een ander krediet is niet toegestaan zonder besluit van de Raad.
Wordt in de nieuwe nota ook genoemd. 12
De kosten van onderzoek en/of voorbereidend werk (exclusief eigen ureninzet) worden bij de investering geraamd indien aan de voorwaarden is voldaan.
Vervallen. BBVschrijft voor dat uren altijd dienen te worden toegerekend.
36
Investeringen met een maatschappelijk nut worden geactiveerd. De minimum waarde van een investering met een
Geen onderscheid meer tussen activeringsgrenzen economisch en maatschappelijk nut. In lijn met aanpassing BBV
maatschappelijk nut bedraagt € 25.000
2017 (zie punt 1 nieuwe nota)
Er vindt geen jaarlijkse controle op de
Deels onjuist, zie punt 10 nieuwe nota. Verdere toelichting over waardeverminderingen staan genoemd in de nieuwe nota
juistheid van de waarde van alle activa plaats.
Standaard werkwijze, niet als uitgangspunt opgenomen
Alle volledig afgeschreven activa worden, zolang zij nog niet zijn afgestoten, in de activa administratie aangehouden
D.2 Wijzigingen afschrijvingstabel Activum
Termijn
Wijziging EOpmerking
Overige bouwtechnische installaties en bouwkundige voorzieningen (w.o. nieuwbouw) Aanleg bruggen, viaducten en tunnels (wegen)
10 - 20
Nieuw
60
Nieuw
Mechanisme bruggen en viaducten
25
Nieuw
Aanleg duikers (wegen)
20
Nieuw
Metalen bolders
30
Overige civieltechnische werken Wegen (aanleg, fiets- wandelpaden en overige wegen, reconstructies en rehabilitatie, aanleg parkeerplaatsen)
20
Nieuw Nieuw Was 20
Aanleg waterwegen
20
Was 25
Opzetstrooiers Gereedschappen, instrumenten, materialen e.d.
10
Nieuw
5 - 10
Nieuw
Controlemiddelen/signaleringsborden
5
Nieuw
Telapparatuur Elektronische voorzieningen containers (b.v. toegangscontrole)
5
Nieuw Nieuw
Kapitaalverstrekking en deelnemingen
o
cf. BBV
Aandelenkapitaal Kapitaalverstrekking aan deelnemingen, GR en verbonden partijen
e
cf. BBV
o
cf. BBV
30
Het gaat hier om functionele werken, geen kunstwerken Het gaat hier om functionele werken, geen kunstwerken
jaar
aar
10
37
Gereedschappen was 10 jaar, keuze toegevoegd