CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Zienswijzen_WP Natuurgoed Ziedewij (geanoniseerd).pdf

commissie Ruimte 7 juni 2022, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Wijzigingsplan Natuurgoed Ziedewij13.090 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4 Vaststelling 17 september 2013, gewijzigd vastgesteld 17 februari 2015, wijziging had geen betrekking

op wijzigingsbevoegdheid voor Natuurgoed Ziedewij.

Pagina 19 van 28

Beantwoording De schaal van het plan is niet gewijzigd ten opzichte van de wijzigingsbevoegdheid. De maximale hoeveelheid recreatieve bebouwing is zelfs ingeperkt van 2.600 meter² die is toegestaan in het geldende bestemmingsplan naar 2.0802 meter. Bij het toestaan van de verschillende functies is rekening gehouden met de afstand tot de nieuwe en bestaande woningen, zie punt 3.

Zienswijze 8 en 9 1. Wijzigingsbevoegdheid (art 3.4 regels wijzigingsplan) is strijdig met het stelsel van de Wet ruimtelijke ordening. Er is namelijk sprake van een onbeperkte afwijkingsbevoegdheid. Hierdoor worden ook planologisch relevante wijzigingen van het toegelaten gebruik mogelijk gemaakt. Beantwoording De Wet ruimtelijke ordening kent aan de gemeenteraad toe om bij het vaststellen van een bestemmingsplan de bevoegdheid voor ons college op te nemen om binnen bij het bestemmingsplan te bepalen grenzen het plan te wijzigen (artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening). Dit wijzigingsplan voldoet aan de regels die in het geldende bestemmingsplan door de gemeenteraad zijn gesteld. De afwijkingsbevoegdheid in artikel 3.4 in de planregels van het wijzigingsplan zijn overgenomen uit het bestemmingsplan Zuidrand. Deze bepaling lijkt inderdaad strijdig met jurisprudentie over onbeperkte afwijkingsbevoegdheden. Het artikel kan weliswaar uit het wijzigingsplan geschrapt worden, maar blijft dan vanuit het bestemmingsplan “Zuidrand” nog steeds van kracht. De gemeente concludeert dat van deze afwijkingsmogelijkheid geen gebruik mag worden gemaakt om via dit artikel met een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan of wijzigingsplan. 2. De bouwmogelijkheden van een van de eigenaren binnen wro-zone wijzigingsgebied 2 wordt ingeperkt.

De 10 volumes die maximaal via het wijzigingsplan worden mogelijk gemaakt worden namelijk toegewezen aan het plan voor Natuurgoed Ziedewij. Beantwoording Reclamant is zelf geen belanghebbende hierin. Voor de desbetreffende grondeigenaar voor wie zij opkomen geldt dat deze geen bouwrecht heeft voor de bouw van 1 (of meerdere) volumes uit de wijzigingsbevoegdheid. Een bouwrecht ontstaat pas op het moment dat het wijzigingsplan is vastgesteld. Het is immers een wijzigingsbevoegdheid, geen wijzigingsverplichting. De wijzigingsbevoegdheid schrijft niet voor waar de volumes binnen het wijzigingsgebied mogen komen. Zolang desbetreffende eigenaar de gemeente niet verzoekt gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid, neemt de gemeente ook geen stappen om voor dat perceel de planologie te wijzigen waardoor bouwmogelijkheden ontstaan. De gemeente heeft in deze het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt” gehanteerd. 3. De ecolodges mogen volgens het wijzigingsplan gesplitst worden in 2 verhuurbare delen. Eigenlijk zou elk verhuurbaar deel als een volume gezien moeten worden. Hierdoor ontstaan meer dan 10 volumes. Dit is volgens de wijzigingsbevoegdheid niet toegestaan. Beantwoording Een verhuurbaar deel is in juridische zin niet hetzelfde als een volume.

4 De bepaling dat volgens het BKP voor de recreatieve gebouwen geldt dat deze als een ‘landmark’ in het landschap komen is strijdig met de planregels waarin staat dat het gebouw maar 1 bouwlaag hoog mag zijn.

Pagina 20 van 28

Beantwoording Bouwregels over bijvoorbeeld de hoogte, hoeveelheid en afmetingen van bouwwerken, dus ook recreatieve gebouwen, worden geregeld in de planregels, niet het BKP, zoals hiervoor al is opgemerkt. Het BKP is een beoordelingsregel in het bestemmingsplan. Een omgevingsvergunning voor deze gebouwen kan alleen worden verleend wanneer het bouwwerk in overeenstemming is met de regels van het bestemmingsplan. Bij het bepalen van de planregels over de hoogte van bouwwerken is uitgegaan van de wijzigingsregels in het moederbestemmingsplan. Hierin staat dat volumes niet hoger dan 1 bouwlaag mogen worden toegestaan. In het BKP staat op pagina 16: “Het centrumgebouw ligt als een ‘landmark’ in het hart van het gebied. Ontworpen als een eenheid met het landschap. Groots en intiem tegelijk”. Een ‘landmark’ heeft in het BKP de betekenis van een herkennings- of oriëntatiepunt in het landschap. Een landmark hoeft niet noodzakelijkerwijs een hoog gebouw te zijn. Deze bepaling in het BKP is niet strijdig met de planregel dat niet hoger dan 1 bouwlaag gebouwd mag worden. Gezien de wens om meer rechtszekerheid te geven naar belanghebbenden in de omgeving is er echter voor gekozen alsnog een goot- en bouwhoogte op te nemen in het wijzigingsplan. 5. Als gevolg van het plan ontstaat een onevenredige toename van verkeer. Dit is strijdig met de wijzigingsregels in het moederbestemmingsplan.

In de berekende verkeerstoename is tevens uitgegaan van verkeerde verkeerscijfers. Het plan zal echter een grotere verkeersaantrekkende werking hebben door de eigen publieksaanzuigende werking van horeca (foodhal en restaurant) dat wordt toegestaan. Beantwoording In de wijzigingsregels van het bestemmingsplan Zuidrand is opgenomen: “Het bevoegd gezag kan de gronden ter plaatse van de aanduiding Wro-zone - wijzigingsgebied 2 wijzigen in de bestemmingen Wonen en Recreatie met in achtneming van de volgende regels: [a-p ….] q. wijziging leidt niet tot onevenredige verkeersaantrekkende werking of overlast op aanvoerwegen;” Er is in de planregels van het geldende bestemmingsplan geen kwantitatieve normering vanaf wanneer sprake is van een “onevenredige verkeersaantrekkende werking”. In de toelichting van het wijzigingsplan is gekeken naar de te verwachten verkeersgeneratie op aanvoerwegen. Uit het verkeersonderzoek wordt geconcludeerd dat het plan niet leidt tot problemen of overlast op de aanvoerwegen. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van kengetallen uit de richtlijnen van het CROW. Niet voor alle onderdelen in het plan is een pasklaar kengetal beschikbaar. Er is daarom gezocht naar functies die qua aard en omvang overeenkomen met de te verwachten aantal bezoekers.

In het onderzoek is ervoor gekozen om daarom de kengetallen voor een tuincentrum met ondergeschikte horeca erbij te pakken. De ondersteunend en lichte horeca (categorieën 1a en 1b) die met het wijzigingsplan wordt toegestaan zal geen onevenredige eigen verkeersaantrekkende werking hebben. Volgens de planregels is horeca tot en met categorie 1b toegestaan. Vanaf categorie 1c ontstaat volgens de staat van horeca-activiteiten bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking. De m2 dat voor horeca gebruikt mag worden is namelijk beperkt tot 250 m 2. De eventuele eigen verkeersaantrekkende werking van horeca-activiteiten in het plan is verder voorkomen door expliciet op te nemen in de regels dat horeca-activiteiten ondergeschikt moeten zijn aan

Pagina 21 van 28

de recreatieve functie van het gebied. Dit is nader gespecificeerd door in de regels de openingstijden van de horeca te koppelen aan de openingstijden van het Natuurgoed. 6. Het beoogde fietspad kan niet aangelegd worden, omdat dan niet aan de wijzigingsregels (onder b) kan worden voldaan. Het perceel Stationsweg 128 is namelijk verkocht. Ook is het fietspad niet ruimtelijk ingepast. Hierdoor ontstaat een onaanvaardbare aantasting van de privacy en het woon- en leefgenot van reclamant. Beantwoording In het geldend bestemmingsplan is de volgende wijzigingsregel opgenomen: “Het bevoegd gezag kan de gronden ter plaatse van de aanduiding Wro-zone - wijzigingsgebied 2 wijzigen in de bestemmingen Wonen en Recreatie met in achtneming van de volgende regels: [a…] b. binnen een zone van 8 meter vanaf het woonperceel Stationsweg 128 mag geen bebouwing, ontsluiting dan wel parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Langs de perceelsgrens van de locatie Stationsweg 128 dient een grondwal te worden opgericht met een minimale breedte van 8 meter en een minimale hoogte van 2 meter, ten behoeve van het behoud van een goed woon- en leefklimaat;”

Het vrijliggende fietspad wordt over de lengte van het plangebied ingepast. Ter plaatse van de aansluiting op het Boezempad zal het fietspad overgaan op de toegangsweg en aan de overzijde van het Boezempad weer aansluiten op het bestaande vrij liggende fietspad. De realisatie van het fietspad is niet afhankelijk van extra ruimte, maar het is wel wenselijk om het vrijliggende karakter volledig door te zetten. Om die reden is het gesprek aangegaan met de nieuwe eigenaar van Stationsweg 128. Die heeft aangegeven mee te willen werken aan grondruil zodat het eindbeeld met volledig vrijliggend fietspad gerealiseerd kan worden. Gemeente is van mening dat dit aspect niet negatief is voor het woon- en leefgenot van omwonenden.

Zienswijze 10 1. Overnachtingsmogelijkheden dienen uit het plan geschrapt te worden. De overnachtingsplekken zullen gebruikt worden voor arbeidsmigranten en permanente bewoning. Beantwoording De gemeente acht het wenselijk dat de recreatiemogelijkheden in het buitengebied van Barendrecht worden verruimd. Het toestaan van logementen (oftewel overnachtingsplaatsen) staat beschreven in de wijzigingsregels van het geldend bestemmingsplan “Zuidrand”. De gemeente ziet geen problemen om overnachtingsplaatsen op deze locatie toe te staan. Het gaat om een betrekkelijk klein aantal overnachtingsplaatsen. Het gebruik van de overnachtingsplaatsen voor huisvesting van arbeidsmigranten en/of permanente bewoning is niet toegestaan. De gemeente kan hierop handhaven. De ecolodges liggen op ruime afstand van de dichtstbijzijnde woningen. In de regels is bepaald dat de exploitant de volumes voor ecolodges niet oneindig kan opsplitsen in meerdere verhuurbare delen. Naar aanleiding van zienswijzen op dit onderwerp is een aanvullende beperking opgelegd in de vorm van het vastleggen van een maximum aantal overnachtingsplaatsen (50 personen) op het terrein.

Pagina 22 van 28

2. het plan is niet afgestemd met de omgeving. Reclamant heeft geen uitnodiging ontvangen voor een nadere informatie- of inspraakavond. Beantwoording Het idee om een natuurgoed te ontwikkelen met ruimte voor natuur en recreatie is niet nieuw. Tevens zijn de kaders waarbinnen een dergelijke ontwikkeling zou kunnen plaatsvinden al jarenlang bekend. Hoewel het mogelijk is dat de invulling binnen deze kaders door de jaren heen verder is ontwikkeld door de initiatiefnemer, is de schaal van het project hetzelfde gebleven. In het geldende bestemmingsplan “Zuidrand” (17-2-20155) is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het initiatief voor een natuurgoed. De kaders, waaronder de omvang, van dit initiatief staan omschreven in de wijzigingsregels van het geldende bestemmingsplan. Het voorliggende plan past binnen deze kaders. Iedereen heeft op het bestemmingsplan Zuidrand kunnen reageren. Vanaf 21 mei 2012 heeft namelijk een voorontwerp van dit plan ter inzage gelegen en vanaf 15 januari 2013 heeft een ontwerpbestemmingsplan 6 weken ter inzage gelegen. Reacties op de wijzigingsbevoegdheid zijn terug te vinden in respectievelijk de ‘Nota inspraakreacties voorontwerp-bestemmingsplan Zuidrand’ en de ‘Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Zuidrand Barendrecht’ bij dat bestemmingsplan.

Bij de totstandkoming van het (ontwerp)wijzigingsplan Natuurgoed Ziedewij heeft initiatiefnemer meerdere participatiesessies met de omgeving georganiseerd, waaronder een informatieavond op 16 en 17 juni 2021. Reclamant is geen direct omwonende en is daardoor mogelijk niet direct uitgenodigd voor de informatieavonden. Reclamant woont op meer dan 150 meter afstand van de plangrens van het wijzigingsplan en op meer dan 400 meter afstand van de dichtstbijzijnde plek om een ecolodge toe te staan. Het bestaan van een wijzigingsbevoegdheid in het geldende bestemmingsplan kan in deze vaststellingsprocedure van het wijzigingsplan niet meer aan de orde zijn.

Zienswijze 11 1. Reclamant is grondbezitter binnen het wijzigingsgebied in het bestemmingsplan Zuidrand. De gemeente dient hierdoor in overleg te treden met reclamant voor akkoord. Dit is niet gebeurd. Reclamant stelt de gemeente aansprakelijk voor eventueel nadeel hiervan. In dit geval heeft de ene particulier iets te zeggen over een ander. Het lijkt mij dat het Nederlands recht daarvoor geen basis geeft . Beantwoording De gronden waarvan reclamant eigenaar is, zijn niet opgenomen in het wijzigingsplan. Het college is niet verplicht om alle gronden, waarop een wijzigingsbevoegdheid rust, mee te nemen in het wijzigingsplan. De vaststelling is daarom ook niet afhankelijk van een akkoord van reclamant. Initiatiefnemer geeft aan herhaaldelijk gesprekken te hebben gevoerd met reclamant over onder andere deelname aan het initiatief. Uitkomst hiervan is dat initiatiefnemer uiteindelijk niet deelneemt aan het initiatief.

5 Vaststelling 17 september 2013, gewijzigd vastgesteld 17 februari 2015, wijziging had geen betrekking

op wijzigingsbevoegdheid voor Natuurgoed Ziedewij.

Pagina 23 van 28

Indien reclamant alsnog gebruik wil maken van de wijzigingsbevoegdheid op zijn perceel, dan kan daarvoor een principeverzoek worden ingediend bij de gemeente Barendrecht. Het initiatief wordt dan afzonderlijk beoordeeld.

2. Waarom brengt initiatiefnemer de ontwikkeling en exploitatie niet onder in de stichting. Dan is er vanaf het begin geen twijfel of er sprake is van verstrengeling tussen het particulier belang van de aandeelhouder(s) en het algemeen belang van het Natuurgoed. Een andere mogelijkheid tot belangenverstrengeling is de mogelijke verkoop van de werkhof aan Paul Castelijn Hoveniersbedrijf B.V. Hierover is nergens iets afgesproken. Wie bepaalt de prijs? Beantwoording De gemeente gaat niet over de bedrijfsvoering en exploitatie van het natuurgoed. Dit is ook niet relevant voor de vaststelling van het wijzigingsplan. De verplaatsing van het Hoveniersbedrijf is niet geregeld via dit wijzigingsplan. Dit is via het wijzigingsplan dus niet toegestaan. Initiatiefnemer heeft wel het voornemen om het bedrijf op termijn te verplaatsen naar het werkhof. Hiervoor dient een apart plan in procedure gebracht te worden. Gemeente en initiatiefnemer hebben afspraken vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Hierin zijn ook afspraken gemaakt over de prijs die Natuur BV betaald voor de grond die van de gemeente wordt afgenomen. 3. Het fietspad wat komt tussen Boezemweg en Noldijk dient tegelijk met het natuurgoed in de nacht afgesloten te zijn.

Argumenten hiervoor zijn dat het een zuiver recreatief fietspad is; voorkomen van criminaliteit; vanaf mei tot en met november lopen er paarden op het perceel langs het fietspad. Beantwoording Het wijzigingsplan verzet zich niet tegen eventuele afsluiting van het fietspad. Er is echter geen dringende reden waarom het fietspad ’s nachts afgesloten zou moeten zijn. Het fietspad hoeft niet uitsluitend voor recreatief verkeer gebruikt te worden. Het fietspad ligt in openbaar gebied. Er is geen aanleiding om er op voorhand vanuit te gaan dat het fietspad tot veel overlast of criminele doeleinden wordt gebruikt. Tussen het fietspad en het perceel van reclamant ligt een watergang die voldoende breed is. In de zienswijze wordt niet aannemelijk gemaakt dat de ligging van het fietspad onacceptabel hinderlijk zou zijn voor de paarden die reclamant op het eigen perceel laat lopen. 4. De sloot welke gepland staat tussen het fietspad en het eigen perceel D9220 dient minimaal 3 meter op het water te zijn en in de legger van het waterschap dient opgenomen te worden dat het gehele onderhoud vanaf de insteek op mijn kant door de eigenaar van de grond waarop het fietspad ligt wordt verzorgd vanaf het fietspad. Beantwoording Het wijzigingsplan verzet zich niet tegen een watergang van 3 meter breed.

Aanpassing van de legger van het waterschap is echter niet aan de orde voor de vaststelling van het wijzigingsplan. Dat is een aparte procedure. Ook de manier van onderhoud wordt niet geregeld via het wijzigingsplan. Het waterschap kan aan de hand van een watervergunning bepalen of de legger moet worden aangepast. 5. is of wordt nagegaan of de bommen welke door de Engelse luchtmacht in januari 1945 op het viaduct van de RTM (over de spoorlijn) zijn geworpen en waarvan er ook in de polder richting Heerjansdam terecht zijn gekomen allemaal ontploft zijn. Althans voor zover deze zijn neergekomen op de grond van het natuurgoed.

Pagina 24 van 28

Beantwoording Hier is geen directe aanleiding toe. Voor zover bekend liggen er geen niet-ontplofte bommen/blindgangers op de grond van het natuurgoed. Indien bij de werkzaamheden dergelijk explosieven aangetroffen worden, dient direct de Explosieven Opsporingsdienst ingeschakeld te worden. De mogelijke aanwezigheid van deze explosieven is geen reden om het wijzigingsplan niet vast te stellen. 6. In het wijzigingsplan is geen rekening gehouden met geluiden van motorfietsen, sportieve auto’s, luchtverkeer (al dan niet afkomstig van Schiphol of Zestienhoven. Beantwoording

Het aspect geluidhinder is onderzocht. Voor de geluidgevoelige objecten in het plan is wegverkeerslawaai onderzocht. Het aspect geluid is geen belemmering voor het wijzigingsplan. Geluid afkomstig van vliegverkeer is niet onderzocht. Het plangebied ligt namelijk niet in een luchthavenindelingbesluit, waarin het luchthavengebied en het beperkingengebied zijn opgenomen. Hierdoor geldt geen beperking voor het toestaan van nieuwe geluidgevoelige objecten in verband met luchtverkeer, al dan niet afkomstig van Rotterdam – The Hague Airport (vroeger: Zestienhoven) of Schiphol. 7. Reclamant vindt het niet terecht dat de bouwrechten binnen de wijzigingsbevoegdheid worden toegewezen aan het natuurgoed, aangezien reclamant zelf ook grondbezitter is binnen het wijzigingsgebied. Beantwoording Het college is niet verplicht om alle gronden waarop een wijzigingsbevoegdheid rust mee te nemen in het wijzigingsplan. Zie punt 1. 8. De getekende fietsverbinding gaat over het perceel van reclamant. Reclamant geeft hier geen toestemming voor. Beantwoording Initiatiefnemer en reclamant hebben gesprekken gevoerd over gebruik van het perceel voor realisatie van een fietsverbinding. Indien reclamant als grondeigenaar toch besluit geen medewerking te verlenen om een fietspad over een klein deel van zijn perceel te laten lopen, dan zijn er alternatieven.

Ter plaatse van de aansluiting op het Boezempad zal het fietspad overgaan op de toegangsweg en aan de overzijde van het Boezempad weer aansluiten op het bestaande vrij liggende fietspad. De realisatie van het fietspad is niet afhankelijk van extra ruimte, maar het is wel wenselijk om het vrijliggende karakter volledig door te zetten. Om die reden is het gesprek aangegaan met de nieuwe eigenaar van Stationsweg 128. Die heeft aangegeven mee te willen werken aan grondruil zodat het eindbeeld met volledig vrijliggend fietspad gerealiseerd kan worden. Gemeente is van mening dat dit aspect niet negatief is voor het woon- en leefgenot van omwonenden. 9. Is er door de gemeente nagedacht over het effect van het plan op de bezonning van het naastgelegen volkstuinen? Beantwoording Gelet op de aard, omvang en positionering van de nieuwe bebouwing die met het ontwerpwijzigingsplan mogelijk wordt gemaakt zijn er geen grote nadelige effecten van de bebouwing op het perceel van reclamant, of op andere naastgelegen percelen, te verwachten.

Pagina 25 van 28

Het perceel van de volkstuinen ligt direct ten oosten van natuurgoed Ziedewij. Schaduwslag kan daardoor aan het begin van de dag überhaupt niet aan de orde zijn. Nieuwe bebouwing in het gebied bestaat uit laagbouw (maximaal 1 bouwlaag). Het gebied waar bebouwing mag komen ligt op minimaal 10 meter afstand tot het perceel van reclamant. De te realiseren woningen hebben een maximale goothoogte van 6 meter en bouwhoogte van maximaal 10 meter. Deze woningen liggen echter op ruime afstand (minimaal 300 meter) van de volkstuinen. Bovendien voldoet het wijzigingsplan aan de voorwaarden binnen de aanduiding: “wro zone-wijzigingsgebied 2”. Eventuele schaduwwerking wanneer gebruik wordt gemaakt van deze wijzigingsbevoegdheid, is reeds afgewogen bij het toekennen van deze aanduiding op het perceel in het bestemmingsplan “Zuidrand”. 10. Neem als gemeente zelf de regie over de uitvoer van het bodemonderzoek. Laat dit door een professionele onafhankelijke partij uitvoeren. Beantwoording Op de bodemgesteldheid is al bij zienswijze 2 ingegaan. Bij particuliere initiatieven vraagt de gemeente initiatiefnemer een goed onderbouwd plan aan te leveren. De gemeente heeft hierop een controlerende taak. Aangezien de gemeente voor dit plan ook grond verkoopt is gebruik gemaakt van de onderzoeksrapporten die de gemeente heeft laten opstellen door een onafhankelijk professioneel bureau.

Het wijzigingsplan en de daarbij behorende onderzoeken zijn uitgevoerd door een onafhankelijke professionele partij/partijen. Het verrichte onderzoek geeft geen aanleiding om te twijfelen aan de professionaliteit of onafhankelijkheid van deze partijen die het onderzoek verrichten ook de inhoud van de onderzoeksrapporten en de daarin opgenomen conclusies zijn betrouwbaar.

Zienswijze 12 1. Er is onduidelijkheid over de te bouwen volumes op het land, verdeling over het land en de uiteindelijke vorm/uiterlijk van de gebouwen. Beantwoording Wat de gemeente betreft is deze onduidelijkheid er niet. Wel is het zo dat het wijzigingsplan enige flexibiliteit en ruimte biedt om binnen de regels het natuurgoed vorm te geven. In het bestemmingsplan “Zuidrand” zijn kaders vastgelegd, waaraan het wijzigingsplan moet voldoen. In het wijzigingsplan zijn deze kaders nader vertaald in de verbeelding en de regels van het wijzigingsplan. In deze vertaling is gezocht naar een goede balans tussen flexibiliteit richting initiatiefnemer en rechtszekerheid voor (onder andere) de omgeving. Het natuurgoed wordt niet in 1 keer ontwikkeld. Dit is gefaseerd proces, waarbij klein wordt begonnen. Het gaat om een relatief groot plangebied, met relatief beperkte bebouwing. Voor een dergelijke ontwikkeling past een manier van bestemmen waarbij op voorhand duidelijke kaders worden gegeven, maar niet alles strak in planregels wordt vastgelegd. In het belang van omwonenden is in ieder geval goed geborgd dat er ruime afstand is tussen eventueel overlast gevende functies (bijvoorbeeld ecolodges) en (bestaande) woningen. Daarnaast zijn de toegestane volumes uitgeschreven en toegewezen aan specifieke deelfuncties in het plangebied.

De mate van flexibiliteit die de wijzigingsbevoegdheid bood, is daarmee ingeperkt via de planregels van het wijzigingsplan. Er kan niet meer geschoven worden met deze volumes. Vormgeving van gebouwen wordt geregeld via dit wijzigingsplan. De kwaliteitseisen voor de vormgeving zijn geregeld via een beeldkwaliteitplan. Voor dit plan is eveneens gekozen om meer te sturen op hoofdlijnen.

Pagina 26 van 28

2. Zorgen over het veranderen van de waterhuishouding in het gebied. De woningen Noldijk 110,112 en 114 zijn niet onderheid en daarmee kwetsbaarder voor wisselingen in het grondwaterpeil. Ook verwacht reclamant schade door heiwerkzaamheden. Beantwoording De gemeente heeft op voorhand geen aanwijzingen dat op voorhand geen watervergunning verleend kan worden. Voor een eventuele wijziging van het grondwaterpeil of het peil van het oppervlaktewater ter uitvoering van dit wijzigingsplan is namelijk een aparte watervergunning nodig. De beoordeling of een eventueel noodzakelijke watervergunning kan worden verleend, geschiedt aan de hand van de verordening van het waterschap of de provinciale omgevingsverordening. Nu deze aanwijzingen er niet zijn, kan het wijzigingsplan worden vastgesteld. De gemeente heeft op voorhand geen aanwijzingen dat als gevolg van de uitvoering van dit wijzigingsplan er schade ontstaat als gevolg van hei- of ander bouwwerkzaamheden. De aannemer moet schade aan omliggende woningen als gevolg van realisatie van het plan voorkomen. Initiatiefnemer wordt geadviseerd een vooropname te doen van de woningen in de omgeving. 3. Het karakter van het gebied verandert. Dit heeft een afname van woongenot en planschade tot gevolg. Beantwoording De gemeente wenst het aantal recreatieve mogelijkheden in dit deel van het buitengebied van Barendrecht te verruimen.

De ontwikkeling van een natuurgoed en de daarvoor geldende kaders zijn inmiddels jaren bekend. Het plan past binnen de kaders van de wijzigingsregels van het geldend bestemmingsplan “Zuidrand”. Deze kaders staan bij de vaststelling van het wijzigingsplan niet meer ter discussie. Het bestemmingsplan “Zuidrand” is namelijk onherroepelijk. Indien reclamant meent planschade als gevolg van dit plan te lijden, kan reclamant te zijner tijd na de inwerkingtreding van dit wijzigingsplan een aanvraag tot vergoeding van zogenoemde “planschade” indienen bij het college van Barendrecht. Op de website https://www.barendrecht.nl/planschade/ staat meer informatie hierover. Het feit dat er eventueel planschade moet worden uitgekeerd betekent niet dat het wijzigingsplan op voorhand niet (financieel) uitvoerbaar is. 4. Reclamant is er niet gerust op dat de sympathieke doelstellingen (educatie en extensieve recreatie) van de huidige initiatiefnemer blijven bestaan bij een andere exploitant. Er moeten duidelijkere regels komen over welke ontwikkeling is toegestaan in het gebied. Beantwoording Het wijzigingsplan is een publiekrechtelijk bindend instrument. De regels van het geldend bestemmingsplan en dit wijzigingsplan blijven ook bij een andere opvolgende eigenaar of exploitant onverminderd gelden.

In het plan zijn zogenoemde ‘voorwaardelijke verplichtingen’ opgenomen die voorkomen dat alleen de economische dragers worden gerealiseerd zonder dat natuurontwikkeling heeft plaatsgevonden. Naar aanleiding van andere zienswijzen op dit punt is gekeken of deze verplichtingen nader aangescherpt kunnen worden. De in de zienswijze specifiek genoemde ‘sympathieke doelstellingen’, educatie valt daar niet onder. Het begrip extensieve recreatie biedt ruimte voor interpretatie. Het extensieve karakter van recreatie is in die zin geborgd door de planologische beperkingen die gelden in het gebied.

Pagina 27 van 28

Volgens het college bieden de planregels voldoende duidelijkheid over de hoeveelheid en de locatie van de bebouwing die met het plan wordt toegestaan. Reclamant geeft niet aan waar de onduidelijkheid zit. 5. Samen met dit plan staan er nog een aantal plannen voor dit gebied op stapel. Afzonderlijk zullen al deze plannen best binnen normen en regels vallen. Leidt de optelsom van deze projecten niet tot de conclusie dat er van extensieve recreatie geen sprake meer is? Beantwoording In de polder Ziedewij lopen inderdaad meerdere initiatieven (Natuurgoed Ziedewij, Parq Waal en het Waalhaventje aan de Noldijk). De wenselijkheid van de ontwikkeling van recreatiemogelijkheden en natuur in het gebied staat al beschreven in de gebiedsvisie “Zuidrand 2008”. Deze algemene visie is steeds verder uitgewerkt in recentere gebiedsvisies, zoals het Barendrechts Buitenboek (2016) en de Waalvisie (2016). Specifiek voor de initiatieven Natuurgoed Ziedewij en Parq Waal geldt dat de kaders voor deze plannen al zijn beschreven in het bestemmingsplan “Zuidrand (2015)”. Bij deze kaders is ook rekening gehouden met het feit dat voor de ontwikkeling ruimte nodig is voor economische dragers. De ruimtelijke afweging is bij de vaststelling van dat bestemmingsplan feitelijk al gemaakt.

Ook nu al deze plannen richting uitvoeringsfase gaan, is de gemeente van oordeel dat deze initiatieven wenselijk zijn voor Barendrecht.

3. OVERZICHT AANPASSINGEN WIJZIGINGSPLAN Naar aanleiding van de zienswijzen is het ontwerpwijzigingsplan aangepast. Een overzicht van de wijzigingen die zijn doorgevoerd zijn opgenomen in paragraaf 6.2.3 van de toelichting bij het wijzigingsplan. Hieronder een samenvatting. Zienswijze nr. 2 (punt 2)

2 (punt 8) 4 (punt 4) 8 & 9 (punt 5) 4 (punt 6) 6 (punt 3) 8 & 9 (punt 4) 4 (punt 7) 10 (punt 1) 4 (punt 9)

Aard van de wijziging Voorwaardelijke verplichtingen (art 16 planregels) zijn herschreven en aangevuld. Onder andere is een ondergrens opgenomen aan oppervlakte dat moet zijn ingericht conform de paragraaf “Eco-akker” conform het BKP. Natuur- en landschapsontwikkeling is daarmee beter geborgd. Bodemrapport is toegevoegd als bijlage bij de toelichting. Planregels ten aanzien van horeca zijn aangepast. Explicieter opgeschreven dat horeca ten dienste moet staan van de bestemming “Recreatie – Natuur” (tegengaan zelfstandige horeca). In verbeelding en planregels zijn maatvoeringen opgenomen ten aanzien van de gooten bouwhoogte van recreatieve gebouwen.

In de planregels is recreatief nachtverblijf beperkt tot maximaal 50 personen Het onderzoeksrapport voor Verkeer en Parkeren is herzien op basis van juiste cijfers.

Pagina 28 van 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11539640/3