CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Zienswijzen_WP Natuurgoed Ziedewij (geanoniseerd).pdf

commissie Ruimte 7 juni 2022, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Wijzigingsplan Natuurgoed Ziedewij13.090 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NOTA ZIENSWIJZEN (ONTWERP) WIJZIGINGSPLAN NATUURGOED ZIEDEWIJ NL.IMRO.0489.BPZUR20200002-ON01 NL.IMRO.0489.BPZUR20200002-VI01 (ONTWERP) BEELDKWALITEITSPLAN NATUURGOED ZIEDEWIJ (ONTWERP) BESLUIT HOGERE WAARDEN WET GELUIDHINDER PROJECTNUMMER 231822 31 december 2021 Gemeente Barendrecht

Pagina 1 van 28

1. INLEIDING Het ontwerpwijzigingsplan Natuurgoed Ziedewij (OWP Natuurgoed Ziedewij) lag samen met het beeldkwaliteitplan (BKP) en een ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder (ontwerpbesluit HGW) vanaf 21 mei 2021 tot en met 1 juli 2021 ter inzage. Reacties (zienswijzen) zijn beoordeeld en beantwoord via deze nota.

2. ZIENSWIJZEN OP HET ONTWERPBESLUIT Datum Nr. Naam reclamant Adres ontvangst zienswijze 28-5-2021 1 30-6-2021 2 25-6-2021 3 29-6-2021* 4 24-6-2021 5 30-6-2021 6 30-6-2021 7 1-7-2021 8 1-7-2021 9 2-7-2021** 10 2-7-2021** 11 14-7-2021*** 12 * zienswijze zowel via reguliere als aangetekende post ontvangen ** 1 juli per aangetekende post verzonden *** 30 juni per e-mail een zienswijze ontvangen. De digitale route is niet geopend. Er is daarom tot en met 16 juli 2021 een herstelmogelijkheid geboden alsnog de zienswijze schriftelijk per post in te dienen. Hieronder volgt een puntsgewijze samenvatting en beantwoording van de ontvangen zienswijzen.

Zienswijze 1 1. Reclamant stelt dat door de realisatie van de voorgenomen bestemming de gevolgen voor de waterhuishouding in de desbetreffende polder van een dusdanige aard zijn, dat er sprake zal zijn van een stijging van zowel het grondwaterpeil als van het waterpeil oppervlaktewater. Reclamant meent daardoor gedupeerd te worden omdat het eigen perceel (D 101261) daardoor niet meer gebruikt kan worden waarvoor het oorspronkelijk bedoeld is 2. Er zijn technische voorzieningen nodig om de waterhuishouding op orde te krijgen. Beantwoording In de toelichting van het wijzigingsplan is in de waterparagraaf toegelicht dat het plan past binnen het beleid van het Waterschap Hollandse Delta. Het plan is tevens ter advisering aan dit waterschap voorgelegd, zie Nota Vooroverleg, bijlage 14 bij toelichting wijzigingsplan. In de waterparagraaf van het (ontwerp)wijzigingsplan staat toegelicht: 1 In de zienswijze staat perceel D 7102 genoemd. Uit de navraag bij reclamant blijkt dit het verkeerde

perceelnummer te zijn. Perceelnummer D 10126 is correct. 2 Hoewel dit niet expliciet in de zienswijze staat benoemd, wordt bij de beantwoording ervan uitgegaan dat hier ‘agrarisch gebruik’ wordt bedoelt.

Pagina 2 van 28

“Om grondwateroverlast te voorkomen, wordt gestreefd naar een bepaalde minimale ontwateringsdiepte bij de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Voor stedelijk bebouwd gebied wordt een ontwateringsdiepte van 0,70 m –mv nagestreefd. Uitgaande van een GHG die zich bevindt op ten hoogste 0,25 m–mv, dient de bebouwing hiermee op 0,45 m boven het maaiveld te komen. Voor de nog op te richten bebouwing is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen toe te passen om diffuse verontreinigingen van water en bodem te voorkomen. Zink, lood, koper en PAK-houdende materialen mogen uitsluitend worden toegepast als deze worden voorzien van een coating.” – paragraaf 4.3 toelichting ontwerpwijzigingsplan

Natuur BV volgt bij realisatie van het plan de adviezen op ten aanzien van het compenserende waterberging, behandeling regenwater (RWA) en vuilwater (VWA) en ontwatering van de planlocatie bij verdiept bouwen. Wij hebben op voorhand geen aanwijzingen dat als gevolg van de uitvoering van dit wijzigingsplan het bestaande waterpeil van het grondwater of van het oppervlaktewater gewijzigd wordt. Voor een eventuele wijziging van het grondwaterpeil of het peil van het oppervlaktewater ter uitvoering van dit wijzigingsplan is een aparte watervergunning nodig. De beoordeling of een eventueel noodzakelijke watervergunning kan worden verleend geschiedt aan de hand van de verordening van het waterschap of de provinciale omgevingsverordening. Nu de voornoemde aanwijzingen er niet zijn, kan het wijzigingsplan worden vastgesteld. 2. Reclamant stelt dat door de hoeveelheid bebouwing de hoeveelheid zonlicht op het eigen perceel zal afnemen. Dit heeft een negatief effect op de rentabiliteit van het perceel van reclamant.

Beantwoording Gelet op de aard, omvang en positionering van de nieuwe bebouwing die met het ontwerpwijzigingsplan mogelijk wordt gemaakt zijn er geen grote nadelige effecten van de bebouwing op het perceel van reclamant te verwachten. Het perceel van reclamant ligt direct ten oosten van natuurgoed Ziedewij. Schaduwslag kan daardoor aan het begin van de dag überhaupt niet aan de orde zijn. Nieuwe bebouwing in het gebied bestaat uit laagbouw (maximaal 1 bouwlaag). Het gebied waar bebouwing mag komen ligt op minimaal 10 meter afstand tot het perceel van reclamant. De te realiseren woningen hebben een maximale goothoogte van 6 meter en bouwhoogte van maximaal 10 meter. Deze woningen liggen echter op ruime afstand (minimaal 87 meter) van het perceel van reclamant. Bovendien voldoet het wijzigingsplan aan de voorwaarden binnen de aanduiding: “wro zone-wijzigingsgebied 2”. Eventuele schaduwwerking wanneer gebruik wordt gemaakt van deze wijzigingsbevoegdheid, is reeds afgewogen bij het toekennen van deze aanduiding op het perceel in het bestemmingsplan “Zuidrand”.

Zienswijze 2 1. Reclamant stelt dat in de plantoelichting een deugdelijke analyse ontbreekt van het plangebied en zijn omgeving en van kansen om de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied te versterken. A. ontbrekende motivering omvang stedelijke ontwikkeling tot voorgenomen natuur en landschapsontwikkeling De omvang van economische dragers is te fors in relatie tot natuur/landschapsontwikkeling.

Pagina 3 van 28

B. De inhoud van nieuwe woningen (1.000m3) is te groot. Er ontbreekt een ruimtelijke samenhang tussen de woningen en het natuurgoed. Beantwoording De hoeveelheid bebouwing in relatie tot de totale grootte van het gebied is beperkt (nog geen 5% van ca. 9 hectare). Het initiatief vult een regionale vraag naar meer recreatieve mogelijkheden in het buitengebied van Barendrecht. De vraag naar multifunctioneel ruimtegebruik en functiemenging van het agrarisch buitengebied is tevens beschreven in gemeentelijke en provinciale beleidsstukken, als ook in de nationale omgevingsvisie. Besluitvorming over de hoeveelheid toegestane bebouwing in relatie tot natuurontwikkeling is al via vaststelling van het bestemmingsplan Zuidrand genomen. Voorliggend wijzigingsplan maakt zelfs minder bebouwing mogelijk dan de wijzigingsbevoegdheid in het geldende bestemmingsplan toestaat. De inhoudsmaat van de woningen (en overige bebouwing) is overgenomen uit de wijzigingsregels. Voor het plan is een apart beeldkwaliteitplan (BKP) opgesteld. De ruimtelijke samenhang van de woningen is qua uitstraling geregeld via dit BKP. In de planregels zijn bepalingen opgenomen (artikel 16) dat bouwwerken moeten voldoen aan het BKP zoals opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. 2. Reclamant stelt dat een zekerstelling van de natuur en landschapsontwikkeling ontbreekt. A.

Er is een risico dat wel de economische dragers worden gerealiseerd, maar geen natuur en landschapsontwikkeling. De voorwaardelijke verplichting bevestigd dat dit risico aanwezig is. B. De voorwaardelijke verplichting is niet gekoppeld aan het gebruik van de dijk- en polderwoningen. C. In BKP staan enkel algemene aanwijzingen voor inrichting landschap, Er ontbreekt een uitgewerkt inrichtingsplan BKP. Hierdoor is handhaving op de voorwaardelijke verplichting voor het realiseren van de natuur- en landschapsontwikkeling niet goed genoeg geborgd. Beantwoording Via een anterieure overeenkomst zijn met Natuur BV afspraken gemaakt over realisatie van het Natuurgoed (landschappelijke ontwikkeling en natuurontwikkeling) in relatie tot de bouw van de 8 woningen. Dit ter voorkoming dat het wijzigingsplan benut wordt om 8 woningen te realiseren en te gebruiken zonder dat daadwerkelijk natuurontwikkeling plaatsvindt. Wij hebben in de planregels dan ook door de opname van zogenaamde ‘voorwaardelijke verplichtingen’ en de opname van een toetsingsregel voor de afgifte van omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten geborgd dat de aanleg en in stand houding van het Natuurgoed in het plangebied verzekerd is en deze omgevingsvergunning voldoet aan het BKP. De planregels worden op dit punt gewijzigd ten opzichte van het ontwerp.

Aanvullend op de bestaande voorwaardelijke verplichtingen, is een verplichting opgenomen die toeziet op de realisatie van een minimale hoeveelheid van het gebied dat moet zijn ingericht voor Natuur/ecoakkers, voordat nieuwe bebouwing (woningen en recreatieve bebouwing) in gebruik genomen kan worden. 3. De economische uitvoerbaarheid is niet geborgd. A. Gemeente en provincie zijn grootste grondbezitters. Er is sprake van ongeoorloofde staatssteun als de gronden onder de economische verwachtingswaarde verkocht worden. B. In de toelichting van de economische uitvoerbaarheid ontbreekt een beschrijving van de exploitatieopzet en de afspraken daarover tussen gemeente, provincie en initiatiefnemer. C. Een toelichting over het kostenverhaal en planschade ontbreekt eveneens. D. Een toelichting op onderbouwing noodzaak realisatie kostendrager (woningen, recreatiewoningen, winkel en horeca) ontbreekt.

Pagina 4 van 28

Beantwoording De gemeente is een anterieure overeenkomst aangegaan met Natuur BV. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van het plan geborgd omdat daarin afspraken over de uitvoering van het plan zijn opgenomen. Over de verwerving van gronden door Natuur BV zijn met de gemeente ook afspraken gemaakt die in de overeenkomst zijn opgenomen. Aan de koopprijs van de grond die de gemeente levert aan Natuur BV ligt een taxatie van een extern bureau ten grondslag. In de overeenkomst is ook het verhaal door de gemeente van plankosten en eventuele de kosten van planschade die in voorkomend geval moet worden uitgekeerd, geregeld. Het initiatief wordt volledig op kosten van de initiatiefnemer (Natuur BV) gerealiseerd. Door middel van een anterieure overeenkomst wordt dit verzekerd. Ook is een exploitatieberekening opgesteld, die als bijlage bij de anterieure overeenkomst is gevoegd. Dit exploitatieberekening geeft de haalbaarheid voldoende aan. De kennisgeving van sluiting van de overeenkomst wordt openbaar gepubliceerd. Een onderbouwing van de noodzaak van realisatie van de kostendragers in het plan is niet opgenomen in de toelichting van dit wijzigingsplan. Dit is geen noodzakelijk onderdeel van het wijzigingsplan. 4. Reclamant stelt dat een milieueffectrapportage verplicht is. A.

De ontwikkeling leidt tot meer dan 250.000 bezoekers per jaar, waardoor de drempelwaarden D10 bijlage besluit milieueffectrapportage wordt voldaan. B. Ook als niet aan de drempelwaarde wordt voldaan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. De toelichting in het ontwerpwijzigingsplan is op dit punt summier. C. De ontwikkeling dient tevens in samenhang met locatie Parq Waal bezien te worden. Beantwoording In paragraaf 4.11 van de toelichting van het wijzigingsplan is onderbouwd waarom een milieueffectrapportage niet nodig is. Het college heeft tevens besloten op basis van een zogenoemde “vormvrije mer-beoordeling” dat gezien de aard, omvang en locatie van de ontwikkeling geen milieueffectrapportage nodig is voor het opstellen van dit wijzigingsplan. De aanname uit de zienswijze dat het natuurgoed jaarlijks meer dan 250.000 bezoekers zal aantrekken is niet reëel. De cijfers en de berekening uit de zienswijze die daaraan ten grondslag liggen gaat mank op verschillende punten. Zo worden bijvoorbeeld verkeersbeweging per etmaal onjuist vertaald naar aantal bezoekers per dag. Los van het feit dat dit getal dan op zijn minst dan gehalveerd zou moet worden (aankomst en vertrek zijn samen 2 verkeersbewegingen), gaan de verkeerscijfers uit het verkeersonderzoek uit van een worst-case benadering. Dit is dus geen goede basis voor een dergelijke berekening.

Door de initiatiefnemer is aangegeven dat het jaarlijks aantal bezoekers tussen de 40.000 en 60.000 zal bedragen. Dit aantal is ruim onder de drempelwaarde D10 uit het besluit milieueffectrapportage. De gemeente ziet geen reden om op dit punt nader onderzoek te doen. Tot slot staat de ontwikkeling van Natuurgoed Ziedewij los van de ontwikkeling op de GTI-locatie (plan ‘Parq Waal’). De gelijkenis tussen deze ontwikkelingen is dat bij beide projecten woningen langs de Noldijk worden gebouwd. Het natuurgoed zelf wordt echter ontsloten via de Boezemweg. Tevens geldt dat voor beide projecten al een ruimtelijke afweging is gemaakt in de vorm van een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan Zuidrand. 5. Er is in het wijzigingsplan, noch in het bestemmingsplan Zuidrand getoetst aan de Ladder van duurzame verstedelijking. Dit betekent dat niet wordt voldaan aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Pagina 5 van 28

Beantwoording Bij de beantwoording wordt ingegaan op de ladder van duurzame verstedelijking uit artikel 3.1.6 van het besluit ruimtelijke ordening en de ladder van duurzame verstedelijking uit Omgevingsverordening ZuidHolland. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening, waarin de zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen, is alleen van toepassing wanneer met dit wijzigingsplan een “nieuwe stedelijke ontwikkeling” zou zijn beoogd. Het begrip stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd: “een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Hiervan is geen sprake. Voor de vraag of er in een concreet geval sprake is van een stedelijke ontwikkeling zijn de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden die dit wijzigingsplan biedt, beslissend. Het wijzigingsplan voorziet in een wijziging van “agrarische gronden” naar de functies “wonen” en recreatie”. Blijkens de toelichting voorziet dit wijzigingsplan in de aanleg van een landschapstuin met bijbehorende horeca, een werkhof, 6 woningen, een fietspad en 6 ecolodges met een parkeerterrein voor de diverse functies. Langs de Noldijk worden ook 2 nieuwe woningen gerealiseerd die deel uitmaken van het gehele plan voor het Natuurgoed.

Voor dit wijzigingsplan is een zogenoemde laddertoets niet noodzakelijk omdat de planologische mogelijkheden die in het wijzigingsplan zijn beoogd naar hun aard niet stedelijk zijn en dus niet kunnen worden gekwalificeerd als een stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1. eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het realiseren van Natuurgoed Ziedewij is dus geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het gaat om een versterking van de natuurontwikkeling met (verblijfs)recreatie in het gebied. Deze typen functies vinden per definitie buiten het stedelijk gebied plaats. Het parkeerterrein op zichzelf is ook geen stedelijke ontwikkeling omdat te voorkomen dat er verkeersoverlast optreedt als gevolg van de niet stedelijke voorzieningen in het plan. Ter financiering van de aanleg van de geplande voorzieningen wordt woningbouw toegestaan in het plangebied. Woningbouw heeft dus in dit plan geen zelfstandige betekenis maar fungeert als economische drager voor de in het plan opgenomen functies voor natuur en recreatieontwikkeling. De keuze voor de locatie van deze 8 woningen ligt dan ook voor de hand. Woningbouw is bovendien pas als een stedelijke ontwikkeling te beschouwen in een omvang vanaf 12 woningen, zo ligt de rechtspraak ten minste het begrip: “stedelijke ontwikkeling” uit. Het plan voorziet echter slechts in de bouw van maximaal 8 woningen.

Als gekeken wordt naar de totale oppervlakte van de bebouwing in relatie tot de oppervlakte van het totale plangebied (minder dan 5% van ca. 9 hectare), kan eveneens niet worden geconcludeerd dat dit wijzigingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Na realisatie van het wijzigingsplan blijft het buitengebied nog steeds buitengebied. Het gaat dus niet om een stedelijke ontwikkeling, waarmee een gebied dat oorspronkelijk buiten het bestaand stedelijk gebied ligt binnen het stedelijk gebied komt te liggen. Bij het versterking van de recreatieve functie waarin eventueel de bouw van ecolodges passen is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet aan de orde. Het initiatief vult een regionale vraag naar meer recreatieve mogelijkheden in het buitengebied. De vraag naar multifunctioneel ruimtegebruik en functiemenging van het agrarisch buitengebied is tevens beschreven in gemeentelijke, provinciale beleidsstukken, als ook in de nationale omgevingsvisie. Een dergelijke ontwikkeling kan niet binnenstedelijk plaatsvinden. De ladder van duurzame ontwikkelingen in de Omgevingsverordening Zuid-Holland luidt als volgt: Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen:

Pagina 6 van 28

a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 2. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 3. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Het bepaalde onder b is niet van toepassing, ingeval van dit wijzigingsplan.

De woningen, die worden gerealiseerd, worden niet gerealiseerd als een buitenstedelijke bouwlocatie, buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De beperkte woningbouw waarin dit wijzigingsplan voorziet betreft geen buitenstedelijke bouwlocatie maar fungeert als economische drager voor de herinrichting van het gebied.

6. Er ontbreekt een archeologisch onderzoek in de toelichting van het wijzigingsplan. Beantwoording De dubbelbestemmingen voor archeologische waarden zijn opgenomen in het geldende bestemmingsplan “Zuidrand”, welk bestemmingsplan de grondslag vormt voor dit wijzigingsplan. Niettemin hebben wij voor de duidelijkheid de geldende dubbelbestemming ook in dit wijzigingsplan openomen met de daarbij behorende regels. Dit is voldoende voor de vaststelling van het wijzigingsplan. Aanvullend is Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam gevraagd om advies over de mogelijkheden tot uitvoering van het plan. Hieruit komt naar voren dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologisch veldonderzoek een indieningsvereiste is. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld een bouwactiviteit of voor de uitvoering van werken en werkzaamheden moet bij de aanvraag aantonen dat geen archeologische belemmeringen bestaan tegen het verlenen van deze omgevingsvergunningen. 7. De benodigde ontheffingen op de Wet natuurbescherming voor de aanwezigheid van de grote modderkruiper en buizerd in het plangebied is nog niet verleend. Volgens reclamant komen er ook andere beschermde dieren voor in het gebied, zoals reeën, vossen, diverse soorten uilen- en spechtsoorten. Het uitgevoerde ecologisch onderzoek maakt hier geen melding van.

Beantwoording De toelichting van het wijzigingsplan bevat onderzoeksresultaten van een ecologische quickscan. Deze quick scan is uitgevoerd door een professionele partij en dit is voldoende voor de vaststelling van het wijzigingsplan. Uit de quickscan komt naar voren dat de planlocatie verdacht is op de aanwezigheid van

Pagina 7 van 28

een aantal diersoorten waarvoor, bij verstoring, ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig is. Deze ontheffing is een indieningsvereiste voor de benodigde omgevingsvergunning. Uit de quickscan blijkt ook dat er wat betreft de mogelijke aanwezigheid van soorten die in de Wet natuurbescherming worden beschermd er geen zodanige belemmeringen zijn die zich op voorhand verzetten tegen de vaststelling van dit wijzigingsplan. Er zijn bijvoorbeeld geen vaste rust – of verblijfplaatsen aangetroffen die moeten worden verplaatst om het wijzigingsplan te realiseren. Daarbij is niet voor alle diersoorten uit de zienswijze een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Voor deze dieren geldt een algemene zorgplicht. Deze zorgplicht moet altijd in acht genomen worden bij de uitvoering van het plan. 8 Uit de plantoelichting blijkt niet of de bodemgesteldheid geschikt is voor wonen op perceel D471. Beantwoording Op basis van bodemkwaliteitskaart 2019 voldoen boven- en ondergrond van de percelen D 471, D 7097, D 7099, D 9626 en D 11656 (nu D12033) aan klasse Achtergrondwaarde. De bodemonderzoeken die inmiddels zijn uitgevoerd bevestigen (met uitzondering van de toegangsdammen) dit beeld. Er zijn 2 verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd: een onderzoek voor de percelen D926 en 11656 en een onderzoek voor de percelen D097 en 7099.

Perceel D471 en het perceel voor de 2 dijkwoningen is in deze onderzoeken niet meegenomen en dat is ook zo verwoord in de toelichting. Uit de resultaten van de uitgevoerde bodemonderzoeken in het ontwerpwijzigingsplan blijkt geen dusdanige mate van verontreiniging die zich op voorhand verzet tegen het realisering van dit wijzigingsplan. In het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt een bodemrapport voor deze percelen overlegd. Dat is geregeld in artikel 2.1.5 van de bouwverordening en artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht. Voor de volledigheid is ervoor gekozen voor de ontbrekende percelen alsnog een bodemonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage bij de toelichting van het vast te stellen wijzigingsplan. Het onderzoeksresultaat uit dat rapport vormen geen belemmering voor het voorgenomen gebruik. 9. De woningen liggen in de beschermingszone van een waterkering. Hiervoor is een vergunning nodig van het waterschap. Er is niet onderbouwd of deze vergunning verleend kan worden. Beantwoording Bij de voorbereiding van het wijzigingsplan en bij de uitwerking van het initiatief is contact geweest met het waterschap Hollandse Delta. Naar verwachting zal de beschermingszone langs woningen een watervergunning worden verleend.

de Noldijk geen dermate belemmering vormen, waardoor het wijzigingsplan niet uitvoerbaar zal zijn. In verband met deze beschermingszone moet voor de te bouwen Uiteraard zal bij de vergunningaanvraag (watervergunning) getoetst worden of de woningen voldoen aan de gestelde normen ter bescherming van de waterkering. Op voorhand zijn er geen aanwijzingen dat deze watervergunning niet kan worden verleend. 10. Volgens het wijzigingsplan worden standplaatsen en evenementen mogelijk gemaakt. Het vigerende bestemmingsplan standplaatsen en evenementen biedt onvoldoende waarborgen om op de locatie van Natuurgoed Ziedewij een aantasting van het woon- en leefklimaat te voorkomen. De ruimtelijke impact van evenementen op de omgeving zijn onvoldoende onderzocht in het wijzigingsplan.

Pagina 8 van 28

Beantwoording Het wijzigingsplan wijzigt de bestaande planologische regeling voor standplaatsen en evenementen niet. Dit is ook niet toegestaan binnen de wijzigingsbevoegdheid. Voor het organiseren van evenementen met een beperkte tot grote impact op de omgeving is een vergunning nodig van de burgemeester (zie Algemene Plaatselijke Verordening Barendrecht). De gemeente Barendrecht heeft een Evenementenhandboek, waarin voorwaarden zijn opgenomen voor het houden van een evenement. Ter plaatse van het plangebied geldt ook de parapluherziening 'staandplaatsen en evenementen' (vastgesteld op 27 mei 2014). Dit plan vult namelijk de regels van het geldende bestemmingsplan aan en dat bestemmingsplan blijft van kracht naast de regels van dit wijzigingsplan. Door de aanvulling met de regels van de parapluherziening bepaalt het geldende bestemmingsplan momenteel waar, welke evenementen mogen plaatsvinden en waar het innemen van standplaatsen is toegestaan. Hierbij wordt onder andere gekeken naar bereikbaarheid en potentiële geluidsoverlast op de omgeving. Met dit wijzigingsplan wordt het geldende bestemmingsplan Zuidrand en het paraplubestemmingsplan “staandplaatsen en evenementen” niet gewijzigd. De bestaande regeling over standplaatsen en evenementen blijft daardoor onverminderd van toepassing.

Concreet betekent dit dat op het natuurgoed geen jaarlijks terugkerende meerdaagse evenementen mogen plaatsvinden, of evenementen met een grote impact op de omgeving. In strijd met deze, al geldende bestemmingsplannen, mogen ter plaatse geen evenementen worden gehouden of standplaatsen worden ingenomen.

Zienswijze 3 1. Omwonenden zijn niet voorzien van voldoende en juiste informatie over de omvang van het plan. Dit verklaart waarom dit plan in de zomer van 2015 zonder tegenwerpingen van omwonenden door de raad kon worden aangenomen. Van het oorspronkelijke, kleinschalige plan is niets meer overgebleven. Beantwoording Het idee om een natuurgoed te ontwikkelen met ruimte voor natuur en recreatie is niet nieuw. Tevens zijn de kaders waarbinnen een dergelijke ontwikkeling zou kunnen plaatsvinden al jarenlang bekend. Hoewel het mogelijk is dat de invulling binnen deze kaders door de jaren heen verder is ontwikkeld door de initiatiefnemer, is de schaal van het project hetzelfde gebleven. In het vigerend bestemmingsplan Zuidrand (17-2-20153) is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het initiatief voor een natuurgoed. De kaders, waaronder de omvang, van dit initiatief staan omschreven in de wijzigingsregels van het geldende bestemmingsplan. Het voorliggende plan past binnen deze kaders. Iedereen heeft op het bestemmingsplan Zuidrand kunnen reageren. Vanaf 21 mei 2012 heeft namelijk een voorontwerp van dit plan ter inzage gelegen en vanaf 15 januari 2013 heeft een ontwerpbestemmingsplan 6 weken ter inzage gelegen.

Reacties op de wijzigingsbevoegdheid zijn terug te vinden in respectievelijk de ‘Nota inspraakreacties voorontwerp-bestemmingsplan Zuidrand’ en de ‘Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Zuidrand Barendrecht’ bij dat bestemmingsplan.

3 Vaststelling 17 september 2013, gewijzigd vastgesteld 17 februari 2015, wijziging had geen betrekking

op wijzigingsbevoegdheid voor Natuurgoed Ziedewij.

Pagina 9 van 28

Bij de totstandkoming van het (ontwerp)wijzigingsplan Natuurgoed Ziedewij heeft initiatiefnemer meerdere sessies met de omgeving georganiseerd, waaronder een informatieavond op 16 en 17 juni 2021. Het bestaan van een wijzigingsbevoegdheid in het geldende bestemmingsplan kan in deze vaststellingsprocedure van het wijzigingsplan niet meer aan de orde zijn. 2. Recentelijk zijn containers geplaatst op het terrein. Dit blijkt een pop-up restaurant te gaan worden. Mag dit zomaar? Beantwoording Voor het (ver)plaatsen van containers op eigen terrein gelden regels. Hieraan dient initiatiefnemer te voldoen. Binnen het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan containers met het oog op het gebruik als pop-up restaurant te plaatsen op het terrein. Nadat het wijzigingsplan is vastgesteld zijn horeca-activiteiten, onder voorwaarden, toegestaan. Deze opmerking maakt onderdeel uit van de zienswijze tegen het wijzigingsplan. Over de aanwezigheid van deze containers kan in voorkomend geval een afzonderlijk verzoek om handhavend optreden worden ingediend. De gemeente kan dat onderzoeken of inderdaad sprake is van strijdig gebruik. 3. Er wordt gesproken over evenementen die in het gebied gehouden gaan worden.

Waar in het gebied, hoe vaak en op welke schaal mag dit plaatsvinden? En zijn daar vergunningen voor? Beantwoording Voor de reactie op dit onderdeel van de zienswijze verwijzen wij naar hetgeen als reactie op zienswijze 2 (punt 10) hierover is opgemerkt. 4. Er zijn grote zorgen over de veiligheid in dit gebied, zoals hangjongeren, feestgangers en anderen. De handhaving is totaal onduidelijk en zeker omdat er een openbaar fietspad is gepland vanaf de Boezemweg naar de Noldijk. Dat is o.i. vragen om moeilijkheden. Beantwoording De gemeente kan in voorkomend geval handhaven op eventuele overtredingen van bijvoorbeeld de APV in het openbaar gebied. Natuur BV kan, in de eerste plaats, als eigenaar en beheerder handhaven bij eventueel overlast op het natuurgoed. Bij de inrichting van het wijzigingsplan is gekeken naar voorzieningen in verband met de openbare veiligheid, zoals de openbare verlichting. Het natuurgoed zal in de avonduren afgesloten worden voor publiek (met uitzondering van verblijfsrecreanten). 5. Is er voldoende onderzoek gedaan naar de nut en noodzaak van de omvang van de toegestane bebouwing? Beantwoording Er is door initiatiefnemer gekeken naar de benodigde ruimte om het Natuurgoed nu en in de toekomst op duurzame wijze te kunnen exploiteren.

De maximale hoeveelheid bebouwing die met het wijzigingsplan mogelijk wordt gemaakt is aanzienlijk minder dan de wijzigingsbevoegdheid in het geldend bestemmingsplan toestaat. Initiatiefnemer verwacht overigens niet op voorhand direct alle maximaal toegestane bebouwing die het wijzigingsplan toestaat te realiseren. 6. Is een sluitende milieueffectrapportage gedaan? Beantwoording Er is geen milieueffectrapportage opgesteld. In paragraaf 4.11 van de toelichting van het wijzigingsplan is onderbouwd waarom voor dit plan een geen milieueffectrapport noodzakelijk is. Tot slot heeft het college,

Pagina 10 van 28

aan de hand van de vormvrije m.e.r.-beoordeling, geoordeeld dat geen omvangrijke negatieve milieueffecten aan de orde zijn die een milieueffectrapportage rechtvaardigen. 7. De Noldijk is verkeersonveilig. Het recreatieve voet- en fietsverkeer gaat niet samen met het autoverkeer over deze weg. Beantwoording Verkeersveiligheid van de Noldijk heeft de aandacht van de gemeente. Het waterschap Hollandse Delta is echter de beheerder van deze openbare weg, niet de gemeente. De wegbeheerder is verantwoordelijk voor het nemen van verkeersmaatregelen op de weg ten behoeve van de verkeersveiligheid. De verkeerskundige inrichting van de Noldijk zelf wordt niet gewijzigd door het wijzigingsplan. Wel beoogd de gemeente een fietspad op de Noldijk aan te sluiten. In de bestaande situatie moet (recreatief) voet- en fietsverkeer de weg al delen met gemotoriseerd verkeer. Momenteel lopen diverse projecten langs de Noldijk die voorzien in een wandelroute langs de Waaloever. Recreatief wandelverkeer krijgt daardoor meerdere alternatieven voor de route via de Noldijk. Het project Natuurgoed Ziedewij draagt hieraan bij door de recreatieve route aan te sluiten op het nieuwe wandelpad in het tegenovergelegen plan Parq Waal (voormalig GTI-terrein). 8. De aansluiting van het fietspad op de Noldijk ter hoogte van huisnummer 105 is onveilig.

Bovendien kan schade aan auto’s ontstaan die daar staan geparkeerd. Beantwoording Bij het ontwerp van de aansluiting van het fietspad is nadrukkelijk gekeken naar de verkeersveiligheid. In dat kader wordt in het ontwerp uitgegaan van een rechte (haakse) aansluiting op de Noldijk. Fietsers die de Noldijk oprijden, hebben daardoor links en rechts goed zicht op de weg. Schade aan geparkeerde voertuigen als gevolg van de aanpassing van de weg ligt niet voor de hand. Op grond van artikel 24, lid 1 sub a Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) is het namelijk verboden een voertuig te parkeren bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan. Eigenaren van voertuigen die dit verbod negeren riskeren een boete of schade aan hun voertuig. Dit is overigens ook in de huidige situatie al het geval. 9. Reclamant meldt dat eventuele schade als gevolg van dit plan verhaald gaat worden op de gemeente indien het plan doorgaat. Beantwoording Indien reclamant meent planschade als gevolg van dit plan te lijden, kan reclamant een verzoek tot planschade indienen bij de gemeente Barendrecht. Op de website https://www.barendrecht.nl/planschade/ staat meer informatie hierover. Het feit dat er eventueel planschade moet worden uitgekeerd betekent niet dat wijzigingsplan op voorhand niet uitvoerbaar is. 10.

Er is geen noodzaak voor een fietspad door de polder, er ligt immers al een fietspad langs de Stationsstraat. Beantwoording De gemeente Barendrecht acht het wenselijk om de recreatieve fiets en wandelverbindingen door het buitengebied te verbeteren. Het beoogde fietspad (tevens te gebruiken als wandelpad) vormt onderdeel van het recreatieve routenetwerk. Door de ligging verbetert de bereikbaarheid van het natuurgoed per fiets. Andersom zorgt het natuurgoed voor een uitnodigende entree voor de wandelrecreatie door het buitengebied. De beleving van dit fietspad is ook anders dan het bestaande fietspad langs de

Pagina 11 van 28

Stationsweg. Op termijn ziet de gemeente graag een verdere verbetering van de aansluiting op het recreatienetwerk in de Zuidpolder. 11. Indien dit fietspad er toch moet komen, dan kan deze beter richting de Stationsweg aangelegd worden. De verbinding richting de Ziedewijdsedijk kan dan vervallen. Maak in dat geval de Noldijk voor autoverkeer een eenrichtingsweg, of nog beter een doodlopende weg. Beantwoording In dat geval zou het fietspad dwars door het natuurgoed lopen. Zowel de gemeente als Natuur BV achten het wenselijker dat het fietspad langs het natuurgoed komt te liggen en aansluit op de Noldijk. Bovendien is het wenselijk om de recreatieve verbinding richting de Zuidpolder te versterken. Een aansluiting richting de Stationsweg voegt niet veel toe aan het verbeteren van deze verbinding ten opzichte van het bestaande fietspad langs de Stationsweg. De aanpassing van de Noldijk vormt geen onderdeel van het wijzigingsplan, zie punt 7 . 12. Overwogen kan worden de polderwoningen via de Boezemweg te ontsluiten in plaats van via de Noldijk. Beantwoording De polderwoningen liggen in het zuiden van het plangebied aan de Noldijk. Het is niet logisch om dwars door dit gebied een aparte toegangsweg aan te leggen voor 6 polderwoningen. De capaciteit van de Noldijk kan het extra verkeer van en naar deze woningen aan.

Zienswijze 4 1. Gelet op de korte afstand van de wandelpaden, ecolodges (ecologische) recreatie tot de woning van reclamant, is het wenselijk om net als bij de locatie Stationsweg 128 een grondwal tussen het natuurgoed en de woning te plaatsen. In het wijzigingsplan kan hiervoor een voorwaardelijke verplichting worden opgenomen. Beantwoording Een grondwal tussen het natuurgoed en de woningen aan de Noldijk is niet noodzakelijk om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen. Voor zover er überhaupt overlast van extensieve dagrecreatie en verblijfsrecreatie is te verwachten, bevat het wijzigingsplan al voldoende waarborgen voor een goed woon- en leefklimaat. Het gebied waar ecolodges zijn toegestaan ligt op ruime afstand van de dichtstbijzijnde woning (ca. 85 meter). Direct achter de woningen aan de Noldijk ligt tevens een functieaanduiding ‘natuur’. Binnen die aanduiding is (extensieve) dagrecreatie niet toegestaan. De functies in het gebied die mogelijk hinder kunnen veroorzaken liggen dusdanig ver van de dichtstbijzijnde nieuwe of bestaande woningen, dat een grondwal niet noodzakelijk is uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Deze toets is gedaan aan de hand van de VNG-handreiking bedrijven- en milieuzonering 2009. Hierin staat een tabel met richtafstanden op basis van verschillende hindervormen (geur, geluid, gevaar, stof).

Indien een plan voldoet aan de richtafstand, dan wordt er in beginsel van uitgegaan dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voldoet het plan niet aan de richtafstanden, dan moet onderbouwd worden waarom er toch sprake kan zijn van een goed woon- en leefklimaat. In dat geval kan het zijn dat er aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals het realiseren van een grondwal. In paragraaf 4.1 van de toelichting in het wijzigingsplan is onderbouwd dat het plan voldoet aan de richtafstanden.

Pagina 12 van 28

De Grondwal tussen het natuurgoed en Stationsweg 128 zit in het wijzigingsplan omdat dit als voorwaarde is opgenomen bij de wijzigingsbevoegdheid die in het geldende bestemmingsplan is opgenomen. De wijzigingsbevoegdheid zelf en de voorwaarden waaronder van deze wijzigingsbevoegdheid in het geldende bestemmingsplan gebruik kan worden gemaakt is in deze procedure niet meer aan de orde. Hooguit kan in deze procedure aan de orde zijn de vraag of het wijzigingsplan voldoet aan de voorwaarden die in het geldende bestemmingsplan over deze wijzigingsbevoegdheid zijn opgenomen. 2. De bufferzone met functieaanduiding ‘Natuur’ is te smal. Bij gebrek aan een grondwal wordt het woonen leefklimaat onvoldoende beschermd door aantasting van privacy van reclamant. Beantwoording In de zienswijze wordt niet onderbouwd, waarom de bufferfunctie te smal is. Bij punt 1 is toegelicht dat het plan voldoet aan de richtafstanden van de VNG-handreiking bedrijven en milieuzonering. Het Burgerlijk Wetboek kent nog een minimale afstand van 2 meter van de ramen/zichtvensters tot de tuin of perceel van de buren. Het voorliggende wijzigingsplan voldoet hier ruimschoots aan.

De Wet ruimtelijke ordening kent privacy niet als toetsingscriterium tenzij het evident is dat deze regels uit het Burgerlijk Wetboek die zijn gesteld ter bescherming van het verlies op privacy op een belendend perceel, zich op voorhand verzet tegen de uitvoering van dit wijzigingsplan. Dat is hier dus niet het geval. 3. Reclamant is bevreesd voor ongewenste indringers die via het natuurgoed toegang verschaffen tot het perceel van reclamant. Tussen het perceel van reclamant en het Natuurgoed moet aan de noordzijde een sloot van 5 meter breed komen en aan de zijkant aan de westzijde van het perceel van reclamant een sloot van 2,5 meter breed. Beantwoording Het perceel van reclamant is nu omsloten door een watergang van 1 à 1,5 meter breed. In principe kan een ongewenste indringer zich in de huidige situatie op dezelfde manier toegang verschaffen tot het perceel van reclamant. Wat in de nieuwe situatie verandert is dat het perceel niet meer grenst aan een agrarisch perceel maar aan het natuurgoed met wandelpaden. Overdag is het Natuurgoed openbaar toegankelijk, in de avonduren is het natuurgoed afgesloten. Natuur BV is bereid om samen met reclamant te kijken of de watergang langs het perceel verbreed kan worden. Het wijzigingsplan staat toe dat de watergang verbreed wordt en hoeft daarom niet aangepast te worden. 4.

het wijzigingsplan staat een zwaardere categorie horeca toe dan de wijzigingsregels uit het moederbestemmingsplan toestaat. Een restaurant en foodhal hebben een eigen verkeersaantrekkende werking die niet in dienst staat van de recreatieve functie. In het plan moet worden geborgd, bijvoorbeeld via een voorwaardelijke verplichting, dat de horeca niet autonoom mag plaatsvinden. Beantwoording Volgens de wijzigingsregels uit het bestemmingsplan mag nieuwe bebouwing worden toegestaan die in dienst staat van de functie recreatie. Het is onjuist dat met het wijzigingsplan een zwaardere type horeca wordt toegestaan. Het wijzigingsplan staat horeca tot en met categorie 1b toe. Het gaat dan om aan detailhandelfunctie verwante en ondersteunende horeca (1a) en om lichte horeca (1b). Hieruit vloeit voort dat horecaactiviteiten niet meer dan 250 m 2 mag bedragen. Voor (horeca) met een grote verkeersaantrekkende werking is horecacategorie 1c nodig (meer dan 250 m2). Verwezen wordt naar de staat van horeca-activiteiten, die een bijlage is bij de regels van het wijzigingsplan.

Pagina 13 van 28

Deze manier van bestemmen is nodig om de beoogde functies te kunnen realiseren, ook als deze ondergeschikt zijn aan de recreatieve bestemming. Door de gekozen horecacategorie is de verkeersaantrekkende werking al beperkt. De suggestie om een voorwaardelijke verplichting op te nemen om zelfstandige horeca tegen te gaan voegt niets toe. Een horecavoorziening is als “openbare inrichting” is vergunningplichtig op grond van artikel 2.28 van de , Algemene plaatselijke verordening Barendrecht 2020 (APV). In deze vergunning kan de burgemeester voorschriften opnemen die waarborgen dat horeca-activiteiten geen strijd met het geldende bestemmingsplan opleveren. Bij een vergunningaanvraag moet immers ook worden beoordeeld of deze vergunning gelet op de inhoud van het geldende bestemmingsplan of wijzigingsplan kan worden verleend. De burgemeester kan aan deze vergunning nadere voorschriften verbinden met het oog op de naleving van het geldend bestemmingsplan en het wijzigingsplan. Gelet op de belangen uit de omgeving en in het kader van de rechtszekerheid is het wijzigingsplan aangepast. De aanpassing moet beter waarborgen dat de horeca-activiteiten (waaronder een foodhal) ten dienste staan van de functie Recreatie. In de planregels voor het recreatiehof is daarom expliciet opgenomen dat horeca ten dienste moet staan van de bestemming “Recreatie – Natuur”.

Daarbij is bepaald dat de openingstijden van de horeca-activiteiten zijn gekoppeld aan de openingstijden van het natuurgoed. 5. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt gesproken over het toestaan van zalenverhuur. De regels sluiten dit echter uit (categorie 2 Staat van Horeca-activiteiten). De toelichting moet aangepast worden om twijfels weg te nemen over het wel of niet mogen toestaan van zalenverhuur. Beantwoording Categorie 2 Staat van Horeca-activiteiten geldt alleen voor horeca-activiteiten. Zalenverhuur is toegestaan zolang dit niet strijdig is met de regels van het bestemmingsplan. 6. Er is geen bouwhoogte opgenomen voor de volumes die met het wijzigingsplan mogelijk worden gemaakt. Beantwoording Er is voor de recreatieve gebouwen geen bouwhoogte in meters opgenomen. Om meer zekerheid richting de omgeving te bieden, zijn alsnog maximale goot- en bouwhoogtes opgenomen in de planregels. 7. Gemeente wordt verzocht een maximum op te nemen wat betreft het aantal personen dat gelijktijdig van het nachtverblijf in de ecolodges gebruik maakt. Beantwoording Om de omgeving meer rechtszekerheid te bieden, is ervoor gekozen om het aantal overnachtingsplaatsen te maximaliseren in deze ecolodges. In de planregels is geregeld dat voor het terrein overnachting van maximaal 50 personen zijn toegestaan.

Het gekozen aantal overnachtingsplaatsen is bepaald aan de hand van het aantal verhuurbare delen van de ecolodges en afgerond naar 50 (12 verhuurbare delen à 4 personen = 48). 8. In de berekening van de verkeersgeneratie zijn verkeerde normen gehanteerd. Met name de zelfstandige horeca zal een eigen verkeersaantrekkende werking hebben ten opzichte van het Natuurgoed. Beantwoording

Pagina 14 van 28

De horeca is onderdeel van het Natuurgoed. De verkeersaantrekkende werking van beide functies zal dus grotendeels samenvallen. 9. De berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen voor ecolodges klopt niet. In de verkeersberekening wordt uitgegaan van 10 ecolodges, in de berekening van het aantal parkeerplaatsen is uitgegaan van 6 eenheden. Beide uitgangspunten kloppen niet omdat de ecolodges gesplitst mogen worden. Beantwoording Opmerking is terecht. Het onderzoeksrapport is op dit punt aangepast. Uit het herziene verkeersonderzoek concludeert dat voor zowel de aspecten verkeer en parkeren het plan zonder verdere maatregelen en/ of voorzieningen kan worden gerealiseerd. 10. In artikel 3.4 van de planregels moet is nu niet geregeld dat lid 1 tot en met 3 als randvoorwaarden dienen voor de afwijkingsbevoegdheid. Dit kan opgelost worden door het woord ‘mits’ achter het woord in ‘toegestaan’ te plaatsen in de aanhef van het artikel. Deze voorwaarden dienen bovendien cumulatief te zijn. Tevens wordt afgevraagd waarom in dit artikel over ‘het beoogde bedrijf’ wordt gesproken. Is dit om in de toekomst een nu nog niet voorzien (horeca) bedrijf mogelijk te maken? De afwijkingsmogelijkheid is strijdig met jurisprudentie hierover, zie AbRvS 13 juni 2018 ECLI: NL:RVS:2018:1955. Beantwoording Er is terecht opgemerkt dat het woord ‘mits’ ontbreekt in de plantekst.

Het artikel is overgenomen uit het geldend bestemmingsplan Zuidrand. De afwijkingsbevoegdheid in artikel 3.4 in de planregels van het wijzigingsplan zijn overgenomen uit het bestemmingsplan Zuidrand. Deze bepaling lijkt inderdaad strijdig met jurisprudentie over onbeperkte afwijkingsbevoegdheden. Het artikel kan weliswaar uit het wijzigingsplan geschrapt worden, maar blijft dan vanuit het bestemmingsplan “Zuidrand” nog steeds van kracht. De gemeente concludeert dat van deze afwijkingsmogelijkheid geen gebruik mag worden gemaakt om via dit artikel met een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan of wijzigingsplan.

Zienswijze 5 1. Het plan zorgt voor verkeersoverlast op de Noldijk. Deze weg is al te druk en er wordt te hard gereden. Beantwoording In de toelichting van het wijzigingsplan is onderbouwd dat de Noldijk over voldoende capaciteit beschikt om de verkeersgeneratie als gevolg van dit plan te verwerken. Verkeersveiligheid van de Noldijk heeft de aandacht van de gemeente. Het waterschap Hollandse Delta is echter eigenaar en beheerder van deze weg, niet de gemeente en is uit dien hoofde bevoegd verkeersmaatregelen te nemen op grond van artikel 18 van de Wegenverkeerswet 1994. De verkeerskundige inrichting van de Noldijk zelf wordt niet gewijzigd door het wijzigingsplan. Wel beoogd de gemeente een fietspad op de Noldijk aan te sluiten. In de bestaande situatie moet (recreatief) voet- en fietsverkeer de weg al delen met gemotoriseerd verkeer. Momenteel lopen diverse projecten langs Noldijk die voorzien in een wandelroute langs de Waaloever. Recreatief wandelverkeer krijgt daardoor meerdere alternatieven voor de route via de Noldijk. Het project Natuurgoed Ziedewij draagt hieraan bij door de recreatieve route aan te sluiten op het nieuwe wandelpad in het tegenovergelegen plan Parq Waal (voormalig GTI-terrein). 2. Door het plan ontstaat geluidsoverlast, omdat er meer mensen in het gebied zullen zijn.

Pagina 15 van 28

Beantwoording In het kader van een goede ruimtelijke ordening is gekeken of de functies die op het terrein worden mogelijk gemaakt in strijd zijn met een goed woon- en leefklimaat ter hoogte van bestaande belendende woningen. Dit wordt gedaan aan de hand van de VNG-handreiking bedrijven- en milieuzonering 2009. Hierin staat een tabel met richtafstanden op basis van verschillende hindervormen (geur, geluid, gevaar, stof). Indien een plan voldoet aan de richtafstand dan wordt ervan uitgegaan dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In paragraaf 4.1 van de toelichting in het wijzigingsplan is onderbouwd dat het plan voldoet aan de richtafstanden. Ook als niet zou zijn voldaan aan deze richtafstanden concludeert de gemeente dat het plan niet strijdig is met een goede ruimtelijke ordening. Direct achter de woningen aan de Noldijk is een zone (van op z’n smalst 20 meter breed) met functieaanduiding ‘natuur’ opgenomen. Extensieve dagrecreatie is daar niet toegestaan. Het gebied waar ecolodges zijn toegestaan ligt op circa 85 meter afstand van de dichtstbijzijnde woning. Bij eventueel inrichting gebonden geluidhinder zoals geluid afkomstig van horeca-inrichtingen (o.a. terrassen) of recreatie-inrichtingen kan worden gehandhaafd op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer.

De locaties waar horeca, en ecolodges zijn toegestaan liggen overigens op ruime afstand van de dichtstbijzijnde woning (respectievelijk ca.140 meter en ca. 85 meter). Na invoering van de Omgevingswet, kan op basis van het (tijdelijk) omgevingsplan worden gehandhaafd. Bij (geluids)overlast in de openbare ruimte als gevolg van het aldaar verblijvend publiek kan de burgemeester optreden in het kader van de handhaving van de openbare orde. 3. Het natuurgoed wordt openbaar terrein dat met name in de avonduren hangjongeren en andere personen die hier niet horen aantrekt. Beantwoording Natuur BV is verantwoordelijk voor het beheer en exploitatie van het natuurgoed. Natuur BV sluit het terrein in de avonduren af voor publiek. Het terrein is in de avonduren enkel toegankelijk voor verblijfsrecreanten. Het fietspad vormt onderdeel van het openbaar gebied. Gemeente kan bij overlast handhaven, of maatregelen nemen op basis van de APV. 4. Indien een andere persoon of organisatie het terrein overneemt krijgt het gebied al snel een andere bestemming. Denk aan een partycentrum. Beantwoording Dit is niet juist. Het wijzigingsplan is een publiekrechtelijk bindend instrument. De regels van het geldend bestemmingsplan en dit wijzigingsplan blijven ook bij een andere eigenaar of exploitant onverminderd gelden.

Volgens de regels van het bestemmingsplan en wijzigingsplan is een partycentrum niet toegestaan.

Zienswijze 6 1. In verhouding tot natuurontwikkeling komt er teveel nieuwe bebouwing in het buitengebied. Reclamant stelt dat het gaat om 5.290m2 bebouwing op een oppervlakte van nog geen 9 hectare. Beantwoording Waar reclamant het getal van 5.290 m 2 aan bebouwing op baseert is niet duidelijk. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Zuidrand is via de wijzigingsbevoegdheid een afweging gemaakt in de hoeveelheid bebouwing die op de planlocatie kan worden toegestaan. Voor het natuurgoed geldt een maximale hoeveelheid bebouwing voor recreatieve gebouwen van 2.600 m2.

Pagina 16 van 28

Voorliggende wijzigingsplan staat minder recreatieve bebouwing toe, namelijk maximaal 2.080m 2. Dit is nog geen 2,5% van het totale plangebied. Ook aan de maximale inhoudsmaat van de nieuwe dijk- en polderwoningen uit de wijzigingsbevoegdheid wordt voldaan. De totale bebouwing is nog geen 5% van het totale plangebied. 2. Er ontbreekt een financiële onderbouwing voor de noodzaak van de hoeveelheid recreatieve gebouwen ten opzichte van de kosten voor het onderhoud van het gebied. Beantwoording Dit is ruimtelijk niet relevant. Initiatiefnemer verwacht niet op voorhand de maximale plancapaciteit te benutten. Het plan wordt gefaseerd uitgevoerd worden. Het wijzigingsplan staat deze uitbreiding niet in de weg. Het Natuurgoed kan op die manier nu en in de toekomst duurzaam geëxploiteerd worden. 3. In het plan ontbreekt informatie over de exacte vormgeving van de ecolodges. Ook is reclamant het niet eens met het aantal van 6 ecolodges (deelbaar in 2, dus 12 totaal). Er overnachten daardoor te veel mensen op een relatief klein stuk grond. Reclamant wenst dat de ecolodges geheel uit het plan geschrapt moeten worden. Beantwoording Via de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan Zuidrand is al een afweging gemaakt dat het college ecolodges mag toestaan in het gebied. De exacte aantallen die zijn toegestaan is niet vastgelegd.

De enige beperking die geldt is dat het totaal aantal volumes aan recreatieve bebouwing (waaronder ecolodges) niet meer dan 10 mag zijn. In de regels van het wijzigingsplan is de verdeling van de toegestane volumes uitgeschreven. Hierin zijn 6 van de 10 volumes toebedeeld aan ecolodges. Splitsing in meerdere verhuurbare delen is toegestaan. In de oorspronkelijke ruimtelijke onderbouwing is zelfs rekening gehouden met een splitsing in 4 verhuurbare delen. In het ontwerpbestemmingsplan is dit ingeperkt tot 2 verhuurbare delen. Ondanks dat het aantal verhuurbare delen is vastgelegd, is het aantal overnachtingsplekken vrijgelaten, en dus in principe onbegrensd. In de regels is daarom een maximale hoeveelheid overnachtingsplekken (max 50 personen) vastgelegd. Dit om meer rechtszekerheid richting de omgeving te bieden. Het gekozen aantal overnachtingsplaatsen is bepaald aan de hand van het aantal verhuurbare delen van de ecolodges en afgerond naar 50 (12 verhuurbare delen à 4 personen = 48). Voor de onderbouwing maakt heeft dit geen gevolgen. In bijvoorbeeld het onderzoek naar externe veiligheid is gerekend met een hoger aantal verblijfsrecreanten (namelijk 72). De afmetingen voor de ecolodges zijn overgenomen uit het geldend bestemmingsplan. Hierin stond geen exacte hoogte genoemd, wel dat recreatieve bebouwing niet hoger dan 1 bouwlaag mag zijn.

In de regels is een maximale hoogtemaat opgenomen, om zo meer rechtszekerheid richting de omgeving te bieden. 4. Reclamant is bang voor schade aan de eigen woning als gevolg van de realisatie van het plan. Beantwoording De aannemer moet schade aan omliggende woningen als gevolg van realisatie van het plan voorkomen en afdoende verzekeren zodat deze schade ook verhaalbaar is. Dit is een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Initiatiefnemer wordt geadviseerd een vooropname te doen van de woningen in de omgeving. Daarnaast is er de mogelijkheid om planschade te vragen in geval van bijvoorbeeld waardevermindering van de eigen woning als gevolg van dit wijzigingsplan.

Pagina 17 van 28

5. Het beheer van het terrein is onvoldoende geborgd. Wat gebeurd er als initiatiefnemer het terrein inclusief bebouwing wordt verkocht aan een ander. Beantwoording In dat geval is de nieuwe eigenaar verantwoordelijk voor het beheer. In principe wordt het beheer niet geregeld via een bestemmingsplan. Gelet op het belang van het behoud van het natuurgoed is echter wel een voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen die voorziet in de aanleg en in stand houding van het natuurgebied. Een andere eigenaar mag het gebied niet recreatief exploiteren zonder de instandhouding van het natuurgebied. 6. Er is geen rekening gehouden met de belangen van bewoners in de omgeving. Natuurgoed Ziedewij leidt tot een ingrijpende transformatie van het gebied. Het woon en leefklimaat van omwonenden wordt hierdoor onevenredig aangetast. Beantwoording De kaders voor de ontwikkeling zijn vastgelegd in het geldende bestemmingsplan Zuidrand. De belangenafweging over deze wijzigingsbevoegdheid heeft bij de vaststelling van dat geldende bestemmingsplan al plaatsgevonden. Het voorliggende plan past binnen de kaders van de wijzigingsbevoegdheid. In het kader van het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat is in paragraaf 4.2 van de toelichting van het wijzigingsplan onderbouwd dat het plan voldoet aan de daarvoor geldende richtafstanden.

Met de belangen van omwonenden is op verschillende manieren rekening gehouden. In de verbeelding en planregels is een functieaanduiding ‘natuur’ opgenomen achter de woningen van de Noldijk. Dagrecreatie is daar niet toegestaan. Overige functies binnen het gebied, zoals de werkschuur, recreatiehof en ecolodges liggen op ruime afstand van de dichtstbijzijnde woningen.

Zienswijze 7 1. Reclamant stelt dat het initiatiefnemer heeft gezegd dat het natuurgoed een stiltegebied zal zijn in verband met natuur. De verwachte hoeveelheid mensen in het gebied in combinatie met standplaatsen en evenementen passen gaan niet samen met flora en fauna in het gebeid. Beantwoording In reactie op zorgen van omwonenden over (geluids)overlast door het plan heeft initiatiefnemer tijdens de informatiebijeenkomst op 17 juli 2021 gezegd dat de natuurontwikkeling gebaad is bij rust en stilte in het gebied. Er is niet gezegd dat het gebied een ‘aangewezen stiltegebied’ wordt, zoals bedoeld in de milieuverordening provincie Zuid-Holland. Dit is namelijk niet het geval. Het gebied wordt aangelegd en ingericht overeenkomstig de eisen van het bestemmingsplan. De toelichting van het wijzigingsplan bevat onderzoeksresultaten van een ecologische quickscan. Deze quick scan is uitgevoerd door een professionele partij en dit is voldoende voor de vaststelling van het wijzigingsplan. Uit de quickscan komt naar voren dat de planlocatie verdacht is op de aanwezigheid van een aantal diersoorten waarvoor, bij verstoring, ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig is. Deze ontheffing is een indieningsvereiste voor de benodigde omgevingsvergunning.

Uit de quickscan blijkt ook dat er wat betreft de mogelijke aanwezigheid van soorten die in de Wet natuurbescherming worden beschermd er geen zodanige belemmeringen zijn die zich op voorhand verzetten tegen de vaststelling van dit wijzigingsplan.

Pagina 18 van 28

De bestaande planologische regeling voor standplaatsen en evenementen verandert niet door dit wijzigingsplan. Zie ook punt 10 bij zienswijze 2. 2. Het plan is grootschaliger geworden dan de initiatiefnemer altijd heeft voorgehouden aan omwonenden. Er is geen sprake meer van een kleinschalig extensieve recreatie. Ook worden er meer en grotere woning gebouwd dan eerder richting bewoners is geïnformeerd. Reclamant wil dat het de hoeveelheid en de afmetingen van de bebouwing wordt ingeperkt. De gebouwen staan volgens reclamant in het huidige plan niet ten dienste van het natuurgoed, maar andersom. Beantwoording Het idee om een natuurgoed te ontwikkelen met ruimte voor natuur en recreatie is niet nieuw. Tevens zijn de kaders waarbinnen een dergelijke ontwikkeling zou kunnen plaatsvinden al jarenlang bekend. Hoewel het mogelijk is dat de invulling van deze kaders door de jaren heen verder is ontwikkeld door de initiatiefnemer, is de schaal van het project hetzelfde gebleven. In het geldende bestemmingsplan Zuidrand (17-2-20154) is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het initiatief voor een natuurgoed. De kaders, waaronder de omvang, van dit initiatief staan omschreven in de wijzigingsregels. Het voorliggende plan past binnen deze kaders. Sterker nog de hoeveelheid bebouwing dat met het wijzigingsplan wordt toegestaan is minder dan de wijzigingsbevoegdheid toestaat. 3.

De ecolodges dienen geschrapt te worden uit het plan. Dit vanwege te verwachten geluidsoverlast. Beantwoording In het kader van een goede ruimtelijke ordening is gekeken of de functies die op het terrein worden mogelijk gemaakt in strijd zijn met een goed woon- en leefklimaat ter hoogte van bestaande belendende woningen. Dit wordt gedaan aan de hand van de VNG-handreiking bedrijven- en milieuzonering 2009. Hierin staat een tabel met richtafstanden op basis van verschillende hindervormen (geur, geluid, gevaar, stof). Indien een plan voldoet aan de richtafstand dan wordt ervan uitgegaan dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In paragraaf 4.1 van de toelichting in het wijzigingsplan is onderbouwd dat het plan voldoet aan de richtafstanden. Ook als niet zou zijn voldaan aan deze richtafstanden concludeert de gemeente dat het plan niet strijdig is met een goede ruimtelijke ordening. Direct achter de woningen aan de Noldijk is een zone (van op z’n smalst 20 meter breed) met functieaanduiding ‘natuur’ opgenomen. Extensieve dagrecreatie is daar niet toegestaan. Het gebied waar ecolodges zijn toegestaan ligt op circa 85 meter afstand van de dichtstbijzijnde woning. Bij eventueel inrichting gebonden geluidhinder zoals geluid afkomstig van horeca-inrichtingen (o.a. terrassen) of recreatie-inrichtingen kan worden gehandhaafd op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer.

De locaties waar horeca, en ecolodges zijn toegestaan liggen overigens op ruime afstand van de dichtstbijzijnde woning (respectievelijk ca.140 meter en ca. 85 meter). Na invoering van de Omgevingswet, kan op basis van het (tijdelijk) omgevingsplan worden gehandhaafd. Bij (geluids)overlast in de openbare ruimte als gevolg van het aldaar verblijvend publiek kan de burgemeester optreden in het kader van de handhaving van de openbare orde. 4. Reclamant is niet tegen het plan van een voedselbos en een kleinschalig theehuisje en kleinschalig educatiecentrum. Maar wel tegen de grootse villa's, de hoeveelheid en grootte van de gebouwen, en de grootschaligheid in zijn geheel, met alle overlast van dien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11539640/3