Nota verbonden partijen
Tekst van het document
Vast agendapunt in portefeuillehouders overleg VP-en waar we als chauffeur of bijrijder betrokken zijn kunnen als vast agendapunt in het portefeuillehouders overleg worden opgenomen om regelmatige afstemming tussen portefeuillehouder en accounthouder te bevorderen. Vaste financieel adviseur per Verbonden Partij Vanwege het vaak grote financiële belang dat met een Verbonden Partij gemoeid is zal er per Verbonden Partij één vaste financieel adviseur zijn. Eenduidige correspondentie processen Correspondentie processen verlopen op dit moment niet eenduidig. Daardoor komt het voor dat accounthouder, portefeuillehouder of de vertegenwoordiger vanuit de raad niet direct op de hoogte is van beschikbare BAR-organisatie Pagina 22 van 34
informatie. Om een Verbonden Partij goed en eenduidig aan te kunnen sturen is dit wel noodzakelijk. De coördinator verbonden partijen zal hiervoor in overleg met de afdeling Documentatie en Informatievoorziening en de griffie een voorstel maken. Voor vergaderingen één BAR annotatie maken en per gemeente specifieke zaken toevoegen Door de accounthouder kan er één annotatie gemaakt worden. Eventuele specifieke zaken per gemeente kunnen daar dan aan toegevoegd worden. Inhoudelijk overleg met de accounthouder binnen de VP Bij een positie aan het stuur of als bijrijder is het belangrijk goed op de hoogte te zijn van het functioneren van de VP. Daarom is er vanuit de gemeente ambtelijk overleg met de accounthouder binnen de VP. Introductieprogramma VP-en voor nieuwe raadsleden De aansturing van Verbonden Partijen vast onderdeel laten zijn in introductieprogramma raadsleden. Werken met taakhouders in de raad Binnen de raad kan de keus gemaakt worden om bepaalde raadsleden aan te wijzen als taakhouder voor bepaalde VP’en. Dit kan zijn voor alle VPén of bijvoorbeeld alleen voor die waarvoor we op de ‘voorbank’ willen zitten. Taakhouders kunnen ‘belast’ worden met het ‘volgen’van de VP, bijv. door het doornemen van de ABstukken, en het aan de orde stellen van belangrijke kwesties die binnen de VP spelen, o.a.
door het informeren bij de eigen vertegenwordigers, het stellen van raadsvragen, het agenderen van de kwestie. De taakhouders kunnen ook degenen binnen de raad zijn die zich een oordeel vormen over de ontwerpbegroting van de VP en een oordeel uitspreken over het collegevoorstel ten aanzien van de zienswijze over de ontwerpbegroting. Nota Verbonden Partijen actualiseren Met het vaststellen van deze nota is de nota Verbonden Partijen geactualiseerd. Dit zal elke 4 jaar plaatsvinden. Aangepast format paragraaf Verbonden Partijen in P&C cyclus Een nieuw format voor de paragraaf Verbonden Partijen is opgenomen als bijlage 6. Onderwerpen opnemen in format zienswijze ontwerpbegroting In de zienswijze op de ontwerpbegroting kan worden opgenomen: Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage; Oordeel financiële positie; Belangrijkste nieuwe beleidsontwikkelingen van de regeling; Relatie van het beleid van de VP met de maatschappelijke effecten uit de begroting; Verdere informatie uit de ontwerpbegroting die van belang is vanuit het oogpunt van actieve informatieplicht college; Het scenario (chauffeur, bijrijder of achterbank) op basis waarvan de VP aangestuurd zal worden.
Introductie VP-en voor nieuwe colleges en aandacht overdracht bestuurlijke vertegenwoordiging collegeleden Het goed informeren van nieuwe colleges en nieuwe collegeleden over de aansturing van en vertegenwoordigijg in verbonden partijen. Risico analyse (update jaarlijks) en keuze aansturingsscenario De risico analyse wordt voor iedere Verbonden Partij per gemeente gemaakt aan de hand van het Governance model en jaarlijks ge-updatet. Het format hiervoor is opgenomen in bijlage 2. Op basis van dit format wordt in onderling overleg tussen portefeuillehouder, betrokkenen vanuit de raad (bestuursleden en/of taakhouders) en de accounthouder AB-leden bepaald wat het gewenste scenario is voor de aansturing van die Verbonden Partij: chauffeur, bijrijder of achterbank. Één accounthouder per Verbonden Partij in BAR verband, tenzij… Om hoger kennisniveau te realiseren en efficiënter te werken wordt per Verbonden Partij één accounthouder aangesteld binnen de BAR organisatie. De accounthouder vervult een belangrijke functie in de relatie tussen een VP en de deelnemende gemeente. De accounthouder vervult verschillende rollen als ambtelijk
BAR-organisatie
Pagina 23 van 34
vertegenwoordiger. De rollen die de accounthouder vervult zijn o.m. afhankelijk van de keuzes die worden gemaakt mbt de aansturing (chauffeur, bijrijder, achterbank). De accounthouder heeft een taakinhoudelijke rol. Vanuit zijn/haar beleidsveld of takenpakket onderhoudt men contacten met de VP, behartigd de belangen van de gemeente en deelt informatie met de bestuurder en andere relevante betrokkenen binnen de organisatie. De accounthouder ondersteunt en adviseert de bestuurder. De accounthouder zorgt verder voor een geannoteerde agenda, stuurt aan op eenduidige aanlevering van jaarstukken en de procedures hieromtrent. Indien meerdere ambtenaren betrokken zijn bij een VP vervult de accounthouder ook een coördinerende rol als centraal aanspreekpunt. Naast de taakinhoudelijke rol kan de accounthouder als vertegenwoordiger ook een “ambassadeursrol” vervullen met als doel om de invloed van de gemeente binnen een VP te optimaliseren. Hierbij kan gedacht worden aan het beïnvloeden van de agenda middels lobby, of het creëren van draagvlak bij andere deelnemers voor bepaalde ideeën. Daarnaast heeft de accounthouder een rol in de zogenaamde “soft controls”; het opbouwen en bewaken van (de balans tussen vertrouwen en regels) het wederzijds vertrouwen in de vaardigheden , welwillendheid en integriteit van de VP.
Tenslotte kan de accounthouder ook een signalerende rol hebben in het functioneren van een VP als organisatie. Dit kan een gunstig effect hebben bij voorbeeld een VP die een grote mate van autonomie heeft ontwikkeld. Een overzicht van de activiteiten van de accounthouder: -
Lobbywerkzaamheden Regulier overleg (via PHO) Annotatie op BAR niveau maken, met lokale specificatie Controleren op toezending eenduidige aanlevering jaarstukken Aansturen op aanpassen aanleverprocedure jaarstukken Relatie onderhouden en inhoudelijk met vast aanspreekpunt (accounthouder) binnen VP Inhoudelijk overleg met financieel adviseur gemeente en andere inhoudelijk adviseurs Aansturen en onderhouden van eenduidige correspondentieprocessen Aandacht voor soft controls – opbouw, in stand houden van wederzijds vertrouwen tussen gemeente en VP.
Verbonden Partijen coördinator aanstellen Binnen de BAR organisatie wordt een coördinator Verbonden Partijen aangesteld. Deze ondersteunt de uitvoering van de aansturing volgens deze nota door het proces te monitoren en daar waar nodig acties te ondernemen om te verbeteren. Ook coördineert deze de paragraaf Verbonden Partijen in de gemeentelijke p&c cyclus. Faciliteren contact tussen accounthouders tbv professionalisering en onderlinge versterking Accounthouders kunnen van elkaars ervaringen leren. Daarom zal de coördinator Verbonden Partijen onderlinge contactmomenten organiseren.
BAR-organisatie
Pagina 24 van 34
Bijlage 4. Instrumenten gemeenteraad uit de handreiking voor raadsleden en griffiers ‘Grip op Gemeenschappelijke Regelingen’ Wetende dat er een wisselwerking is tussen raad en college maar ook tussen het gemeentebestuur en het bestuur van het samenwerkingsverband, is het zaak de formele instrumenten van de raad te beschouwen. Daarvoor worden de drie invloedselementen van de raad (informatie, verantwoording en sturing) als uitgangspunt genomen. 1. Allereerst zal de raad informatie moeten inwinnen over de werking van het samenwerkingsverband. 2. Vervolgens beoordeelt de raad deze informatie en indien nodig vraagt de raad het AB om een nadere toelichting. 3. Tot slot kan de raad sturen of ingrijpen door middel van het toepassen van een aantal instrumenten.
Informatieve instrumenten Kadernota samenwerkingsverband Grondslag Artikel 34b Wgr Doel Het bestuur van het openbaar lichaam, van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan informeert de betrokken gemeenteraden voor 15 april van het jaar waarvoor de kadernota geldt over de financiële en beleidsmatige uitgangspunten voor dat betreffende kalenderjaar. Hiermee krijgt de raad eerder dan voorheen al informatie over het samenwerkingsverband, zodat de raad alvast allianties kan sluiten om eventuele wijzigingen te kunnen bewerkstelligen. Reikwijdte De kadernota gaat uitsluitend over de financiële en beleidsmatige uitgangspunten van het samenwerkingsverband als geheel, niet over de uitgangspunten die de individuele gemeenten willen bereiken. Daarnaast gaat de kadernota uitsluitend over het navolgende kalenderjaar. Praktische toepasbaarheid De kadernota is een informatief instrument, deze wordt niet vastgesteld door de gemeenteraden, noch wordt aan de gemeenteraad om zienswijzen of iets dergelijks gevraagd. Het is uitsluitend een middel om vroegtijdig te informeren. De raad kan natuurlijk wel beraadslagen over de kadernota en de eigen vertegenwoordiger in het algemeen bestuur richtlijnen meegeven.
Voorlopig jaarverslag samenwerkingsverband Grondslag Artikel 34b Wgr Doel Het bestuur van het openbaar lichaam, van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan moet voor 15 april van het jaar na afloop van waarvoor het jaarverslag geldt alvast een voorlopig jaarverslag naar de gemeenteraden sturen. Zo worden de raden vroegtijdig geïnformeerd over de financiële en beleidsmatige afwikkeling van het voorgaande kalenderjaar zodat zij dit kunnen betrekken bij hun zienswijzen op de begroting voor het navolgende kalenderjaar (of bij een eventuele begrotingswijziging voor het lopende kalenderjaar). Reikwijdte Het voorlopig jaarverslag geeft een eerste indicatie over het afgelopen kalenderjaar voor het samenwerkingsverband. Het betreft een voorlopig verslag, nog niet alles hoeft definitief vast te staan en een accountantscontrole hoeft nog niet te hebben plaatsgevonden. Dat volgt allemaal voor 15 juli van het jaar na afloop van het betreffende kalenderjaar. Praktische toepasbaarheid Het voorlopig jaarverslag is een informatief instrument, het verslag wordt niet vastgesteld door de gemeenteraden, noch wordt aan de gemeenteraad om zienswijzen of iets dergelijks gevraagd. Het is uitsluitend een middel om vroegtijdig te informeren.
Ontwerpbegroting samenwerkingsverband Grondslag Artikel 35 Wgr Doel Het dagelijks bestuur van een openbaar lichaam, het bestuur van een bedrijfsvoeringsorganisatie en een gemeenschappelijk orgaan moeten de ontwerpbegroting aan de raden zenden alvorens deze wordt vastgesteld. Reikwijdte De ontwerpbegroting maakt inzichtelijk wat er het komende boekjaar gaat plaatsvinden binnen het samenwerkingsverband, zowel beleidsmatig als financieel. De ontwerpbegroting geeft daarnaast aan wat de financiële bijdrage van iedere afzonderlijke gemeente in een bepaald jaar is. Praktische toepasbaarheid De raad kan beraadslagen over de begroting en zienswijzen indienen (zie
BAR-organisatie
Pagina 25 van 34
onder de stap sturing). Jaarverslag samenwerkingsverband Grondslag Artikel 34 lid 3 Wgr Doel Het bestuur van het openbaar lichaam, van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan moet voor 15 juli van het jaar na afloop van waarvoor het jaarverslag geldt een definitief jaarverslag naar gedeputeerde staten en de gemeenteraden sturen. Zo worden de raden geïnformeerd over de financiële en beleidsmatige afwikkeling van het voorgaande kalenderjaar die weer als input geldt voor het eigen gemeentelijke jaarverslag (met name de paragraaf verbonden partijen). Reikwijdte Het jaarverslag geeft een verslag over het afgelopen kalenderjaar voor het samenwerkingsverband. Praktische toepasbaarheid Het jaarverslag is een informatief instrument, het verslag wordt niet vastgesteld door de gemeenteraden, noch wordt aan de gemeenteraad om zienswijzen of iets dergelijks gevraagd. Het is uitsluitend een middel om te informeren en verantwoorden. Jaarverslag gemeente – Paragraaf verbonden partijen Grondslag Artikel 198 Gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten Doel Het jaarverslag van de gemeente kent net als de begroting een paragraaf verbonden partijen. Daarin moet het college verantwoording afleggen over het reilen en zeilen van de verbonden partijen en in hoeverre zij de door de raad in de begroting meegegeven kaders hebben uitgevoerd.
Reikwijdte Geldt alleen ten aanzien van een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft (art. 1 BBV). Netwerksamenwerkingen vallen hier niet onder. Praktische toepasbaarheid In de paragraaf verbonden partijen wordt de raad jaarlijks per verbonden partij geïnformeerd hoe de gemeentelijke en samenwerkingsbelangen zijn gediend en wat het financiële resultaat is. raadscommissie verbonden partijen Grondslag Artikel 82 Gemeentewet Doel De raad kan bijzondere raadscommissies instellen die toezien op de sturing en controle van gemeenschappelijke regelingen in het bijzonder of verbonden partijen in den brede. Reikwijdte De raadscommissie kan niet meer doen dan het voorbereiden van de raadsvergadering. De commissie kan geen besluiten nemen, maar kan natuurlijk wel overleggen met het college of met raden of raadscommissie van de andere betrokken gemeenten om zo tot betere informatievoorziening te komen. Praktische toepasbaarheid De raadscommissie kan neutrale informatievoorziening borgen, zonder direct in een politiek steekspel te geraken. De politieke weging van de feiten moet dan in de raad of een andere inhoudelijke raadscommissie plaatsvinden. De raadscommissie biedt ook een mogelijkheid om gestructureerd met andere gemeentebesturen in contact te treden. Informatierecht t.a.v. college Grondslag Doel
Reikwijdte Praktische toepasbaarheid
BAR-organisatie
Artikel 169 Gemeentewet (zie ook artikel 155 en 25 Gemeentewet) De raad kan het college alle gewenste informatie vragen over door het college gevoerd bestuur. Dit geldt voor alles wat door of namens het college wordt besloten. Voor stukken die door het college aan de raad worden voorgelegd over het samenwerkingsverband kan geheimhouding worden opgelegd (gelet op art. 10 Wet openbaarheid bestuur) door het college. Informatie over door het college gevoerd bestuur. De raad kan het college of individuele leden van het college in beginsel alles vragen.
Pagina 26 van 34
Informatierecht t.a.v. eigen bedrijfsvoeringsorganisatie Grondslag Doel
Reikwijdte Praktische toepasbaarheid
lid
algemeen
bestuur;
lid
gemeenschappelijk
orgaan
of
lid
bestuur
Artikel 16 lid 2, 18 en 19 Wgr Een lid van het algemeen bestuur, van het bestuur van een bedrijfsvoeringsorganisatie of van een gemeenschappelijk orgaan moet de raad alle inlichtingen geven die door een of meer leden van raad gevraagd worden. In beginsel kan alles gevraagd worden, maar het lid moet zelf natuurlijk wel over de informatie kunnen beschikken of daar naar kunnen vragen. De praktijk laat zien dat er weinig informatie rechtstreeks aan het lid van het algemeen bestuur wordt gevraagd door de raad, althans bij collegeregelingen. Vaak richten de vragen zich tot de wethouder als lid van het college. Dat is bij collegeregelingen ook het meest wenselijk, zodat het college ook zijn verantwoordelijkheid kan pakken.
Informatierecht t.a.v. algemeen bestuur, dagelijks bestuur of voorzitter openbaar lichaam; gemeenschappelijk orgaan; bestuur bedrijfsvoering organisatie Grondslag Artikel 17 Wgr Doel Het bestuur van een openbaar lichaam (zowel het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur als de voorzitter), het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan moeten de raden alle door een of meer raadsleden gevraagde inlichtingen verschaffen. Het algemeen bestuur kan ook besloten vergaderen (conform art. 10 Wet openbaarheid bestuur) en over die stukken geheimhouding opleggen. Deze geheimhouding kan ook door dagelijks bestuur of voorzitter worden opgelegd. Reikwijdte In beginsel mag alles gevraagd worden. Praktische toepasbaarheid De praktijk laat zien dat er weinig informatie rechtstreeks aan een samenwerkingsverband wordt gevraagd. Dit is een goede manier om aanvullende of hele specifieke informatie te krijgen. Rekenkamer(functie) Grondslag Doel
Reikwijdte
Praktische toepasbaarheid
Onderzoekscommissie Grondslag Doel
Reikwijdte
Praktische toepasbaarheid
BAR-organisatie
Artikel 182 en 184 Gemeentewet Onderzoeken doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Daar hoort ook het door verbonden partijen gevoerde bestuur bij. Onderzoek bij openbaar lichaam, bedrijfsvoeringsorganisatie en gemeenschappelijk orgaan waarin gemeentebestuur participeert; onderzoek bij naamloze vennootschap en besloten vennootschap waarin gemeente(n) meer dan 50% van de aandelen heeft; andere privaatrechtelijke rechtspersonen waarbij de gemeente(n) voor minimaal 50% financieren via subsidie, lening of garantiestelling. Gemeenteraden maken nog weinig gebruik van de mogelijkheid om extra informatie te krijgen via het rekenkameronderzoek. Rekenkamers doen nog met name onderzoek naar het gemeentelijk beleid naar verbonden partijen, maar niet naar concrete verbonden partijen. Dat zou vaker toegepast kunnen worden.
Artikel 155a Gemeentewet De raad kan een onderzoekscommissie instellen die onderzoek doet naar het handelen van het college of een van zijn leden binnen een samenwerkingsverband. De raad kan alleen onderzoeken doen t.a.v. (voormalige) leden van het college van burgemeester en wethouders, niet ten aanzien van het samenwerkingsverband. Indien vermoeden bestaat dat een wethouder of burgemeester geen volledige informatie heeft gegeven, dan kan een nader onderzoek worden ingesteld om te kijken wat de wethouder precies allemaal gedaan heeft binnen het samenwerkingsverband. Pagina 27 van 34
Verantwoording college en leden college Grondslag Artikel 169 Gemeentewet Doel Via de verantwoordingsrelatie tussen college en raad kan de raad controleren en zijn eindverantwoordelijkheid waarmaken. Zo komt de democratische legitimatie van uitvoering van gemeentelijk beleid tot stand. Reikwijdte Het college en zijn leden zijn slechts verantwoording schuldig over door hen gevoerd bestuur. Zij zijn geen verantwoording schuldig over handelingen van een algemeen bestuur of een dagelijks bestuur, of het bestuur van bedrijfsvoering organisatie of gemeenschappelijk orgaan. Praktische toepasbaarheid De raad kan het college in beginsel voor alles wat het college aangaat ter verantwoording roepen. Wel moet men zich er van bewust zijn dat het college noch een individueel collegelid ter verantwoording kan worden geroepen voor dat wat een algemeen bestuur of dagelijks bestuur doet, evenmin voor wat een gemeenschappelijk orgaan of het bestuur van een bedrijfsvoering organisatie doet. Bij netwerksamenwerking is het college wel volledig aanspreekbaar, omdat daar vaak met mandaat wordt gewerkt. Dat geldt evenzeer bij bijvoorbeeld omgevingsdiensten, voor zover collegebevoegdheden in mandaat worden uitgevoerd.
Verantwoording lid algemeen bestuur, lid bestuur bedrijfsvoering organisatie of lid gemeenschappelijk orgaan Grondslag Artikel 16 lid 1, 18 en 19 Wgr Doel Een lid van het algemeen bestuur, van het bestuur van een bedrijfsvoering organisatie of van een gemeenschappelijk orgaan is verantwoording schuldig aan zowel de raad als het college (bij raads- en collegeregelingen alleen aan de raad). Reikwijdte Het lid is uitsluitend verantwoording schuldig over door hemzelf gevoerd bestuur. Hij is geen verantwoording schuldig over wat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, het bestuur van een bedrijfsvoering organisatie of een gemeenschappelijk orgaan heeft gedaan. Praktische toepasbaarheid Het eigen lid in het algemeen bestuur, gemeenschappelijk orgaan of bestuur van de bedrijfsvoering organisatie is de vertegenwoordiger van de gemeente (zie de inleiding van dit hoofdstuk). Dat betekent dat het lid ook verantwoording moet afleggen over wat hijzelf gedaan heeft. Aan de hand van de openbare verslagen van vergaderingen van het algemeen bestuur (voor het gemeenschappelijk orgaan of het bestuur van de bedrijfsvoering organisatie geldt niet altijd openbaarheid) kan eerst bekeken worden wat het eigen lid gedaan heeft. Zienswijzeprocedure Grondslag Doel
Reikwijdte
Praktische toepasbaarheid
BAR-organisatie
Artikel 35 Wgr Ten aanzien van de begroting van een samenwerkingsverband kan de raad zienswijzen indienen. De begroting van een samenwerkingsverband is een verplichte uitgave voor de gemeente, en dus is de zienswijze in het leven geroepen om de beperking op het budgetrecht van de raad weer enigszins ongedaan te maken. De zienswijze mag uitsluitend gaan over de begroting van het samenwerkingsverband en wat daarin zou moeten worden opgenomen. De zienswijze is juridisch niet bindend. Dit instrument krijgt pas echt kracht wanneer de raad afstemt over de zienswijzen met andere vertegenwoordigende organen die bij de samenwerking zijn betrokken. Dan ontstaat politieke druk voor het (algemeen) bestuur van het samenwerkingsverband om daadwerkelijk iets met de zienswijze te doen.
Pagina 28 van 34
Gemeentelijke begroting (paragraaf verbonden partijen) Grondslag Artikel189 Gemeentewet en BBV Doel In de paragraaf verbonden partijen in de begroting kan de raad financiële kaders per jaar per verbonden partij meegeven aan het college. Reikwijdte Het moet gaan om verbonden partijen gaan van de gemeente. Indien geen sprake is van een bestuurlijk of financieel belang, dan is ook geen sprake van een verbonden partij. Zo vallen netwerksamenwerkingen buiten deze definitie. Praktische toepasbaarheid De paragraaf maakt inzichtelijk wat de gemeenteraad met zijn verschillende verbonden partijen wil bereiken. Het college van burgemeester en wethouders kan daarop afgerekend worden. De paragraaf verbonden partijen is echter niet bindend voor de besturen van de verbonden partijen. Moties Grondslag Doel
Reikwijdte Praktische toepasbaarheid
Verordenende bevoegdheid Grondslag Doel
Reikwijdte Praktische toepasbaarheid
Beleidsregels Grondslag Doel
Reikwijdte Praktische toepasbaarheid
Reglement van orde Indien de raad niet zelf bevoegd is, kan hij via moties en politieke druk altijd proberen het college gebruik te laten maken van zijn bevoegdheden tot ingrijpen bij het samenwerkingsverband. De raad kan over alles moties aannemen. Moties richten zich in beginsel tot het college, en moeten voor het college wel uitvoerbaar zijn. Het college kan immers niet altijd besluitvorming afdwingen en een motie die dat eist kan dus nimmer uitgevoerd worden.
Artikel 147 en 149 Gemeentewet De raad maakt alle verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig acht. Hij kan daarbij beleidsmatige en inhoudelijke keuzes vastleggen die bindend zijn voor het college van burgemeester en wethouders en daarmee ook voor een eventueel samenwerkingsverband (tenzij verordenende bevoegdheid wordt overgedragen). De raad maakt, binnen wettelijke kaders, de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig acht. De verordenende bevoegdheid blijft bij de meeste samenwerkingsverbanden onaangetast. Dat laat onverlet dat verordeningen wel vaak (ambtelijk) worden voorbereid door het samenwerkingsverband. In die zin zal toch vaak op enige harmonisatie van verordeningen worden gestuurd.
Artikel 4:81 en artikel 10:16 Awb resp. artikel 10:6 Awb De raad kan beleidsregels stellen over bevoegdheden die hij aan een samenwerkingsverband heeft overgedragen (gedelegeerd). Ook het college van burgemeester en wethouders kan dat over door hem overgedragen bevoegdheden. Indien bevoegdheden niet worden gedelegeerd maar gemandateerd dan kan de mandaatgever algemene en concrete instructies geven. Mocht het college verantwoordelijk zijn, dan kan de raad natuurlijk via moties verzoeken dat het college dit doet. De raad respectievelijk het college kan alleen beleidsregels stellen over door hen overgedragen bevoegdheden, niet over andere zaken. Bij de beleidsregels mogen geen algemeen verbindende voorschriften worden vastgesteld, het moet gaan om normen over de uitoefening van een reeds bestaande (en genormeerde) bevoegdheid.
Ontslag lid algemeen bestuur, lid bestuur bedrijfsvoeringsorganisatie of lid gemeenschappelijk orgaan Grondslag Artikel 16 lid 4 Wgr; artikel 18 Wgr Doel Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad (bij een raadsregeling of gemengde regeling) of door het college (bij een collegeregeling) ontslagen worden indien hij niet langer het vertrouwen bezit van dat orgaan. Reikwijdte Een lid van het algemeen bestuur, een lid van het bestuur van een bedrijfsvoeringsorganisatie of een lid van het gemeenschappelijk orgaan kan in
BAR-organisatie
Pagina 29 van 34
Praktische toepasbaarheid
Ontslag wethouder Grondslag Doel Reikwijdte Praktische toepasbaarheid
beginsel voor alles ontslagen worden, dat is de vertrouwensregel. Bij raads- en gemengde regelingen is de raad bevoegd tot ontslag; bij collegeregelingen komt deze bevoegdheid toe aan het college. De praktijk laat zien dat leden van het algemeen bestuur niet zo snel worden weggestuurd voor problemen in samenwerkingsverbanden. Dat is terecht, dit zou alleen moeten geschieden wanneer het lid er echt een potje van maakt of niet langer de gemeente vertegenwoordigt.
Artikel 49 Gemeentewet Een wethouder kan worden ontslagen als er niet langer vertrouwen bestaat in het functioneren van deze wethouder. Voor de burgemeester geldt dit niet. Een wethouder kan in beginsel voor alles ontslagen worden, dat is de vertrouwensregel. De praktijk laat zien dat wethouders niet zo snel worden weggestuurd voor problemen in samenwerkingsverbanden. Dat is terecht, dit zou alleen moeten geschieden wanneer de wethouder er echt een potje van maakt. De wethouder kan er immers niks aan doen als hij overstemt wordt in het algemeen bestuur, het bestuur van een bedrijfsvoeringsorganisatie of een gemeenschappelijk orgaan.
Wijziging gemeenschappelijke regeling Grondslag Artikel 1 en 9 lid 1 Wgr Doel Indien blijkt dat de kaders in de gemeenschappelijke regeling zelf niet toereikend zijn, dan kan de gemeenschappelijke regeling gewijzigd worden. Hiervoor is echter, net als bij het treffen van de gemeenschappelijke regeling, wel besluitvorming van alle deelnemers inclusief eventuele toestemming door vertegenwoordigende organen nodig. Reikwijdte De gemeenschappelijke regeling kan gewijzigd worden door de deelnemers. Indien het een collegeregeling betreft heeft het college net als bij het treffen van de gemeenschappelijke regeling de toestemming van de raad nodig. In de gemeenschappelijke regeling kunnen afspraken worden gemaakt dat reeds een bepaalde meerderheid van de deelnemers tot wijziging kan komen. Praktische toepasbaarheid Wijziging van de gemeenschappelijke regeling is een moeilijk proces, omdat een raad dit niet eenzijdig kan afdwingen. Er is overeenstemming nodig met (een meerderheid van) de overige deelnemers. Uittreding uit gemeenschappelijke regeling Grondslag Artikel 1 en 9 lid 1 Wgr Doel De ultieme consequentie van democratische legitimatie: het gemeentebestuur treedt uit het samenwerkingsverband als het allemaal te gortig wordt. In de regeling zelf zal bepaald moeten worden wat de gevolgen van de uittreding zijn.
Anders geldt een algemene norm waarbij nog vijf jaar deels moet worden doorbetaald alvorens men ook financieel van alle verplichtingen af is. Reikwijdte Een deelnemer kan altijd uittreden, maar is daarbij wel gebonden aan hetgeen in de gemeenschappelijke regeling daarover is afgesproken, zoals een opzegtermijn. Praktische toepasbaarheid Uittreding leidt vaak tot kosten, zo moet vaak personeel afvloeien en de kosten daarvoor worden door de uittreder betaald. In de gemeenschappelijke regeling kunnen afspraken worden gemaakt over de procedure voor uittreding. Indien geen afspraken bestaan over uittredingssommen (wat meestal zo is, omdat dit lastig op voorhand te bepalen is), dan hanteert de rechter vaak een afvloeiingsregeling van vijf kalenderjaren vanaf het moment van uittreding waarbij dan een bepaalde verdeelsleutel wordt gebruikt.
BAR-organisatie
Pagina 30 van 34
Bijlage 5:
Afwegingen bij een nieuwe samenwerkingsrelatie
Wanneer de gemeente Barendrecht een nieuwe samenwerking overweegt, is het goed om vooraf rekening te houden met geformuleerde afwegingen. Onderstaande vragen geven een kader aan bij die overweging. Doel • • • • • • • Vorm • • • • • • • • • • • • • Inhoud • • • •
Wat is het gemeentelijk kader om een taak (taken) gezamenlijk of door anderen uit te voeren? Is er een wettelijke plicht dan wel vrijheid om activiteiten op afstand te zetten? Is er afstemming en overeenstemming met het gemeentelijk beleid? In hoeverre is er sprake van een publiek belang? Is het doel van de samenwerking geformuleerd en zijn de verwachte prestaties helder beschreven? Zijn de voor- en nadelen van zelf doen of op afstand zetten afgewogen? Op welke wijze wordt de wenselijkheid van deelname geëvalueerd? Gaat het om uitvoerende taken of worden ook beleidsmatige taken overgedragen? Is het een bestuurlijke of ambtelijke samenwerking? Wat is de beste juridische vorm voor de samenwerking? Is uitbesteding aan private marktpartijen een optie? Wat zijn de gevolgen voor de inwoners van de gemeente? Op welke wijze is democratische controle mogelijk? Is de gekozen vorm de beste voor het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen? Wat zijn de prestaties en het serviceniveau dat de gemeente verlangt van de verbonden partij? En zijn die realiseerbaar? Op welke wijze worden de gerealiseerde prestaties en het serviceniveau gemeten en verantwoord? Blijft er voldoende bestuurlijke grip op de realisatie van het gewenste eindproduct en de realisatiewijze? Is de informatievoorziening en verantwoording aan de gemeente geregeld? Zijn er bestuurlijke afspraken en contracten, die de
mogelijkheden voor een nieuwe samenwerkingsrelatie beperken? Zijn de exit-strategie en consequenties voor uittreden of beëindiging beschreven? Zijn de kosten en baten in beeld gebracht? Welke nieuwe risico’s loopt de gemeente als de activiteit op afstand wordt gezet of gezamenlijk wordt uitgevoerd? Welke gevolgen heeft de uitbesteding voor de continuïteit van het betreffende onderdeel ten aanzien van kennis-, prestatie- en kostenniveau? Welke mogelijkheden heeft de gemeente tot interventie?
Wanneer deze aspecten zijn ingevuld en de uitvoering via een verbonden partij het meest wenselijk is, is het zinvol om de randvoorwaarden voor de samenwerkingsvorm goed vorm te geven.
BAR-organisatie
Pagina 31 van 34
Bijlage 6:
Inhoud paragraaf verbonden partijen
In het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten worden in artikel 15 de volgende eisen gesteld aan de paragraaf verbonden partijen: Artikel 15 o
o
1. De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste: a. de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting; b. de beleidsvoornemens over verbonden partijen; c. de lijst van verbonden partijen. 2. In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen: a. de naam en de vestigingsplaats; b. het openbaar belang dat op deze wijze behartigd wordt; c. het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; d. de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; e. de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar.
Hieronder is aangegeven hoe deze verplichte informatie en overige relevante informatie in de paragraaf verbonden partijen wordt weergegeven/uitgewerkt. Per verbonden partij worden de onderstaande gegevens vermeld. De met een * aangeduide onderdelen zijn voorgeschreven in het Besluit begroting en verantwoording gemeenten.
Inhoud paragraaf verbonden partijen
1. Inleiding Beschrijving van de opzet van de paragraaf.
2. Ambitie / doel gemeente met verbonden partijen * Hier wordt het sturingsscenario genoemd dat voor de verbonden partij is bepaald (chauffeur, bijrijder of achterbank). Aangegeven wordt op welke aspecten de raad en/of het college beleid richting verbonden partij wil maken. Ook kan de urgentie daarvan worden vermeld; waar het college en/of de raad bovenop wil zitten en waar niet.
3. Bestuurlijk belang / gemeentelijke vertegenwoordiging / andere deelnemers Er is sprake van een bestuurlijk belang als de gemeente rechtstreeks invloed heeft op de besluitvorming binnen een verbonden partij. Vertegenwoordiging van de gemeente in het bestuur en het hebben van stemrecht (via aandelen) zijn voorbeelden van een bestuurlijk belang. Vermeld in beide gevallen ook door wie de gemeente vertegenwoordigd wordt. Hier wordt vermeld in welke gremia van de verbonden partij gemeentelijke vertegenwoordigers zitting hebben. Door de andere deelnemers te vermelden (bij een groot aantal kan dit samenvattend gebeuren) ontstaat een beeld van de getalsmatige invloed die de gemeente in een verbonden partij heeft. Relevante ontwikkelingen rondom een verbonden partij worden vermeld. Voorbeelden van relevante ontwikkelingen zijn aan- of uittredende deelnemers, veranderingen in het aandelenkapitaal en beleidsveranderingen met impact op de gemeente.
BAR-organisatie
Pagina 32 van 34
4. Beleidsvoornemens / beleidsontwikkelingen gekoppeld aan beleidsvoornemens van raadsprogramma’s en de voortgang daarin * Hier worden de beleidsvoornemens van de gemeente gekoppeld aan het openbaar belang dat een verbonden partij nastreeft. Inzichtelijk wordt gemaakt welke bijdrage de verbonden partij levert aan het realiseren van de beleidsdoelen van de raadsprogramma’s. Het raadsprogramma wordt benoemd. Uit deze informatie volgt het belang van deelname van de gemeente aan de verbonden partij. Op het raadsprogramma wordt het gemeentelijk beleid uiteengezet; in de paragraaf wordt op hoofdlijnen aangegeven welke bijdrage de verbonden partij daaraan levert.
5. Financiële positie en risico’s verbonden partijen / beheersing door de verbonden partij zelf / relatie met paragraaf weerstandsvermogen van de gemeente Relevante ontwikkelingen rondom een verbonden partij worden vermeld. Voorbeelden van relevante ontwikkelingen zijn onverwachte financiële mee- en tegenvallers, veranderingen in het aandelenkapitaal. De samenvatting in de lijst van verbonden partijen van de weerstandparagraaf van de verbonden partij wordt hier in verband gebracht met de paragraaf weerstandsvermogen van de gemeente. De financiële en maatschappelijke risico’s die de gemeente bij de verbonden partij loopt worden vermeld. Bij vennootschappen wordt ingegaan op het maximale financiële risico voor de gemeente. Het risico beperkt zich daarbij tot het door de gemeente verworven aandelenkapitaal. Bij gemeenschappelijke regelingen en stichtingen wordt vooral het weerstandsvermogen van de verbonden partij beschreven. Ook wordt ingegaan op de maatschappelijk taken van gemeenten die door de verbonden partij worden uitgevoerd en bij een faillissement kunnen leiden tot een maatschappelijk risico.
Lijst verbonden partijen
De lijst wordt ingedeeld naar: 1. gemeenschappelijke regelingen; 2. deelnemingen 3. overige verbonden partijen (bijvoorbeeld gesubsidieerde instellingen waarin de gemeente een bestuurlijk belang heeft).
1. Naam * De volledige naam van de verbonden partij wordt vermeld.
2. Rechtsvorm De rechtsvorm van de verbonden partij wordt vermeld.
BAR-organisatie
Pagina 33 van 34
3. Vestigingsplaats * De vestigingsplaats van de verbonden partij wordt vermeld.
4. Openbaar belang en eventuele veranderingen daarin * Hier wordt kort het doel dat de verbonden partij nastreeft beschreven.
5. Financieel belang * Er is sprake van een financieel belang als de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld (subsidie, gemeentelijke bijdrage, koop van aandelen) die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente. De gemeentelijke bijdrage aan de verbonden partij wordt vermeld. Indien een gemeente aandelen heeft in een verbonden partij wordt beschreven hoeveel aandelen de gemeente bezit en het totaal aantal aandelen dat de verbonden partij heeft uitgegeven. Ook de nominale waarde van één aandeel wordt vermeld.
6. Eigen vermogen en vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar * Het beschrijven van het vermogen van een verbonden partij bestaat uit twee onderdelen: 1. Eigen vermogen (EV) op 31 december van het vorige begrotingsjaar (t-1) en het jaar daarvoor (t-2). Het eigen vermogen betreft de middelen die een verbonden partij ter beschikking kan stellen om risico’s en verliezen op te vangen (reserves). 2. Vreemd vermogen (VV) op 31 december van het vorige begrotingsjaar (t-1) en het jaar daarvoor (t-2). Het vreemd vermogen betreft de middelen die een verbonden partij van externe partijen heeft ontvangen om de eigen taken te financieren (schuld). De verhouding tussen eigen en vreemd vermogen bepaalt de solvabiliteit van een verbonden partij. Des te hoger de solvabiliteit (EV / VV), des te beter aan financiële verplichtingen kan worden voldaan. De gegevens worden ontleend aan de prognose over het eigen en vreemd vermogen bij gemeenschappelijke regelingen en de laatst vastgestelde jaarstukken van de overige verbonden partijen.
7. Financieel resultaat van de verbonden partij * Het financieel resultaat van het vorige begrotingsjaar (t-1) en het jaar daarvoor (t-2) geeft een indicatie van de financiële ontwikkeling van een verbonden partij. Samen met de algemene ontwikkelingen, de risico’s en de ontwikkelingen in het vermogen geeft het financieel resultaat een integraal beeld van de financiële stand van zaken bij een verbonden partij.
8. Weerstandscapaciteit van de verbonden partij. De weerstandsratio’s van de verbonden partij worden vermeld en het oordeel daarover van de verbonden partij zelf.
BAR-organisatie
Pagina 34 van 34