Jaarstukken 2025
Tekst van het document
63.085
Totaal Lasten
10.306.400
18.145.200
28.451.600
27.624.431
827.169
-840.000
-1.774.300
-2.614.300
-2.539.875
-74.425
8.2:Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
-5.416.700
-15.736.400
-21.153.100
-22.386.363
1.233.263
8.3:Wonen en bouwen
-1.612.000
-302.100
-1.914.100
-3.831.295
1.917.195
Totaal Baten
-7.868.700
-17.812.800
-25.681.500
-28.757.532
3.076.032
Saldo lasten en baten programma VHROSV
2.437.700
332.400
2.770.100
-1.133.102
3.903.202
Baten 8.1:Ruimte en leefomgeving
Toelichting afwijkingen Taakveld 8.1 ruimte en leefomgeving (saldo € 853.061 nadeel) Omgevingsvisie (€ 53.093 voordeel) Van dit budget zijn uitsluitend de initiële uren en de vervolgopdracht van de voormalige externe projectleider voor het opstellen van de ruimtelijke verkenning bekostigd. De kosten voor de planMER-procedure zijn in de begroting 2025 ondergebracht bij het budget voor de implementatie van de Omgevingswet, maar zijn in het verslagjaar nog niet gerealiseerd; deze worden in deze jaarrekening onder dat budget nader toegelicht. De resterende kosten voor de uitvoering van de omgevingsvisie in 2026 worden eveneens vanuit dit budget gefinancierd. Omgevingsprogramma Wonen (€ 72.050 voordeel) Dit wordt toegelicht bij de budgetoverhevelingen (nr. 27). Implementatie Omgevingswet (€ 344.950 voordeel) Dit wordt toegelicht bij de saldoverklaring (nr. 14). Marktinitiatief Natuurgoed Ziedewij (€ 141.757 nadeel) Dit wordt toegelicht bij de saldoverklaringen (nr. 10). Marktinitiatieven (€ 842.898 nadeel) De negatieve afwijking is ontstaan doordat de opbrengsten uit de verkoop van gronden lager zijn uitgevallen dan begroot. Dit hangt samen met het later of in mindere mate realiseren van geplande grondverkopen. Per saldo is het budgettair neutraal, omdat hiervoor aan de lastenkant een storting in de reserve Stationstuinen begroot was die in werkelijkheid niet gedaan is.
Dit voordeel is opgenomen in het onderdeel mutaties reserves. Aan dit taakveld is een hoger bedrag van € 22.513 aan personeelskosten doorbelast. Per saldo blijft er een nadeel over van € 315.986. Dit komt met name door de Stationstuinen, waarvan de lasten voor 50% gedekt worden uit de reserve Stationstuinen. Voor de jaarrekening 2025 is deze afwijking budgettair neutraal. De onttrekking aan de reserve is opgenomen bij het onderdeel mutaties reserves.
Programma 9 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing 76
Jaarstukken 2025 Taakveld 8.2 grondexploitatie (saldo € 2.775.983 voordeel) Grexen (€ 2.783.199 baten) Het bedrag is als volgt te verklaren: Grex BT Oost € 263.645 (verhoging verliesvoorziening) Grex Lagewei € 65.684 (verlaging verliesvoorziening) Grex Carnisselande € 201.015 (verlaging verliesvoorziening) Grex Vrouwenpolder (tussentijdse winstuitname € 2.780.145) Voor de grondexploitatie Vrouwenpolder hebben we een tussentijdse winstneming van € 2,8 miljoen. Daarnaast hebben we een drietal mutaties op de verliesvoorziening van de grondexploitaties met per saldo een voordeel van € 3.000. Het betreft een nadeel op de verliesvoorziening van Bedrijventerrein Oost van € 264.000. En een voordeel op de verliesvoorzieningen van Lagewei van € 66.000 en Carnisselande € 201.000. De tussentijdse winstneming en het saldo van de mutaties op de verliesvoorzieningen worden aan de reserve grondbedrijf toegevoegd en onttrokken. Voor de jaarrekening 2025 zijn deze afwijkingen budgettair neutraal. Deze stortingen en onttrekkingen aan de reserve zijn opgenomen bij het onderdeel mutaties reserves. Aan dit taakveld is een hoger bedrag van € 7.216 aan personeelskosten doorbelast.
Taakveld 8.3 wonen en bouwen (saldo € 1.980.280 voordeel) Asielzaken (€ 36.950 nadeel) De gerealiseerde kosten hebben grotendeels betrekking op de exploitatie en afronding van de opvanglocatie aan de Talmaweg, waar 15 statushouders tijdelijk waren gehuisvest in afwachting van gezinshereniging. In het bijzonder heeft het leeg opleveren van het gebouw tot aanvullende kosten geleid. Realisatiestimulans-uitkering (€ 1.211.000 voordeel) Dit wordt toegelicht bij de saldoverklaring (nr. 12). Leges omgevingsvergunningen (€ 810.825 voordeel) Dit wordt toegelicht bij de saldoverklaring (nr. 13). Aan dit taakveld is een hoger bedrag van € 10.757 aan personeelskosten doorbelast. De afwijkingen kleiner dan € 25.000 bedragen € 6.162 (voordeel).
Programma 9 Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling en Stedelijke Vernieuwing 77
Jaarstukken 2025
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Wat heeft het gekost? Algemene dekkingsmiddelen Exploitatie
Begroting 2025
Begrotingswijzigingen 2025
Begroting 2025 na wijziging
Werkelijk 2025
Afwijking (voordeel is + nadeel is -)
Lasten 0.3:Beheer overige gebouwen en gronden
2.010.700
518.200
2.528.900
2.781.032
-252.132
0.4:Overhead
24.464.600
2.858.900
27.323.500
28.313.996
-990.496
0.5:Treasury
913.800
-992.500
-78.700
322.151
-400.851
0.61:OZB woningen
456.400
-45.900
410.500
342.210
68.290
0.62:OZB niet-woningen
11.400
-11.400
0
0
0
0.64:Belastingen overig
0
0
0
0
0
0.8:Overige baten en lasten
2.104.400
-1.979.300
125.100
144.481
-19.381
0.9:Vennootschapsbelasting (VpB)
199.700
337.000
536.700
833.858
-297.158
30.161.000
685.000
30.846.000
32.737.728
-1.891.728
0.3:Beheer overige gebouwen en gronden
-1.562.000
-403.700
-1.965.700
-2.145.205
179.505
0.4:Overhead
-1.558.300
1.376.100
-182.200
-811.682
629.482
0.5:Treasury
-654.000
0
-654.000
-633.915
-20.085
0.61:OZB woningen
-7.737.000
0
-7.737.000
-7.742.213
5.213
0.62:OZB niet-woningen
-6.773.100
-158.000
-6.931.100
-7.119.630
188.530
0.63:Parkeerbelasting
0
0
0
-887
887
0.64:Belastingen overig
-358.600
0
-358.600
-317.185
-41.415
0.7:Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
-89.464.000
-3.976.000
-93.440.000
-93.579.562
139.562
Totaal Lasten Baten
0.8:Overige baten en lasten
-100.000
-2.925.000
-3.025.000
-3.074.339
49.339
Totaal Baten
-108.207.000
-6.086.600
-114.293.600
-115.424.620
1.131.020
Saldo lasten en baten algemene dekkingsmiddelen
-78.046.000
-5.401.600
-83.447.600
-82.686.892
-760.708
0.10:Mutaties reserves
-2.039.600
-1.228.500
-3.268.100
-2.966.111
-301.989
Totaal Onttrekkingen
-2.039.600
-1.228.500
-3.268.100
-2.966.111
-301.989
0.10:Mutaties reserves
1.136.400
0
1.136.400
1.136.400
0
Totaal Stortingen
1.136.400
0
1.136.400
1.136.400
0
Mutaties reserves
-903.200
-1.228.500
-2.131.700
-1.829.711
-301.989
-78.949.200
-6.630.100
-85.579.300
-84.516.603
-1.062.697
Onttrekkingen
Stortingen
Saldo na mutaties reserves
Algemene dekkingsmiddelen
78
Jaarstukken 2025
PARAGRAFEN Inleiding paragrafen Inleiding De paragrafen geven voor het desbetreffende onderwerp een dwarsdoorsnede door de jaarrekening. De paragrafen zijn een verplicht onderdeel uit het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten (BBV). Hieronder is een overzicht gegeven van de paragrafen: 1. § Lokale heffingen 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. § Onderhoud Kapitaalgoederen 4. § Financiering 5. § Bedrijfsvoering 6. § Verbonden partijen 7. § Grondbeleid 8. § Wet Open Overheid (Woo) Deze paragrafen zullen hierna worden toegelicht.
1. § Lokale heffingen In deze paragraaf staat informatie over het gevoerde beleid en de gerealiseerde opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en heffingen. Lokale heffingen kunnen worden onderverdeeld in gebonden en ongebonden heffingen. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges, begraafrechten en marktgelden, worden besteed aan specifieke (wettelijke) taken van de gemeente en worden daarom niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Aan de andere kant worden ongebonden lokale heffingen, zoals de onroerendezaakbelasting (OZB), hondenbelasting en toeristenbelasting, wel tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat de besteding ervan niet aan een bepaalde taak is gebonden.
Woonlasten en tarieven In 2025 geldt als uitgangspunt dat de tarieven worden geïndexeerd met maximaal de inflatiecorrectie van 2,5%. Daarnaast is er een wettelijk maximum van 100% kostendekking voor de gebonden heffingen. Verder in deze paragraaf onder 'lokale woonlasten' wordt verder ingegaan op de ontwikkeling van de woonlasten en tarieven in 2025 in vergelijking met 2024. De gemeentelijke woonlasten omvatten de uitgaven van huishoudens aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing.
Overzicht gerealiseerde inkomsten lokale heffingen Hieronder bevindt zich een totaaloverzicht van de geraamde en gerealiseerde inkomsten uit de belastingen en de gebonden heffingen.
Paragrafen
79
Jaarstukken 2025
Inkomsten lokale heffingen
Begroting 2025 primair
Realisatie 2025
na wijziging
Afwijking in Euro
in %
Algemene dekkingsmiddelen Onroerende Zaak Belasting
14.510.100
14.668.100
14.861.843
193.743
1,3%
Hondenbelasting
358.600
358.600
317.185
-41.415
-11,5%
Toeristenbelasting
83.000
51.000
109.934
58.934
115,6%
Afvalstoffenheffing
8.208.300
8.208.300
8.045.391
-162.909
-2,0%
Rioolheffing
4.342.600
4.342.600
4.340.976
-1.624
0,0%
Gebonden heffingen
Marktgelden
59.400
69.400
71.554
2.154
3,1%
Begraafrechten
748.200
623.200
632.315
9.115
1,5%
Leges Algemene diensten & Burgerzaken
1.025.700
1.025.700
1.075.134
49.434
4,8%
Leges Omgevingsvergunningen
1.545.500
1.446.700
2.257.525
810.825
56,0%
Leges APV- en overige vergunningen
12.000
12.000
13.954
1.954
16,3%
Totaal
30.893.400
30.805.600
31.725.812
920.212
3,0%
Kostendekkendheid gebonden heffingen
Baten
Lasten
Dekking in %
2025
2025
Afvalstoffenheffing
8.045.391
8.045.391
100%
Rioolheffing
4.340.976
4.340.976
100%
Marktgelden
71.554
98.324
73%
Begraafrechten
632.315
1.227.344
52%
1.075.134
1.138.123
94%
13.954
57.928
24%
16.436.849
17.184.294
96%
Leges Algemene diensten & Burgerzaken Leges APV- en overige vergunningen Totaal
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen In bepaalde situaties zijn belastingplichtigen niet in staat om hun aanslag gemeentelijke belastingen volledig te betalen. Onder specifieke wettelijke voorwaarden kunnen ze in aanmerking komen voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Het proces van indiening tot en met de toekenning van kwijtscheldingsverzoeken verloopt via het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW). In het onderstaande overzicht is een vergelijking tussen de geraamde en de gerealiseerde kwijtscheldingen van gemeentelijke belastingen te zien. De totaal gerealiseerde kosten van kwijtscheldingen in 2025 bedragen als volgt: Overzicht kwijtscheldingsbedragen Jaar
Begroot
Realisatie
2024
€ 267.700
€ 302.801
2025
€ 327.000
€ 387.655
De toename van de werkelijke kosten is het gevolg van de tariefstijging van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing ten opzichte van 2024 van respectievelijk 13,6% en 22.0%. In 2025 is er een lichte stijging van 11 verzoeken in het aantal ingediende kwijtscheldingsverzoeken. Dit betekent een toename van 1%. Echter het percentage van de verzoeken dat is toegekend, is gestegen van 68% naar 72%. Dit betekent dat van de 1006 ingediende verzoeken, er 725 zijn gehonoreerd. Overzicht verzoeken kwijtschelding Omschrijving
2024
2025
Gehonoreerd
677
725
Afgewezen
318
281
Totaal
995
1.006
Paragrafen
80
Jaarstukken 2025
Lokale woonlasten Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) van de Rijksuniversiteit Groningen houdt elk jaar de ontwikkeling van de lokale lasten in de gaten, zoals OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Ze publiceren de 'Atlas van lokale lasten', met informatie over alle gemeenten in Nederland. Hierna wordt de ontwikkeling van de woonlasten in 2025 ten opzichte van 2024 weergegeven. Vervolgens volgt een vergelijking van de lokale lastendruk van de gemeente Barendrecht met die van omliggende gemeenten, evenals een vergelijking met gemeenten die de laagste en hoogste woonlasten in Nederland hebben. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende situaties: A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar bewoner) B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder bewoner) Woonlastenontwikkeling Barendrecht De woonlasten bestaan uit de onroerende zaakbelastingen woningen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De ontwikkeling van de woonlasten voor de verschillende huishoudens ziet er als volgt uit. Woonlasten Barendrecht
Tariefontwikkeling Lasten 2024 Lasten 2025 Lasten tov 2024 % tov 2024
Onroerende zaakbelastingen*
-0,1%
426,69
437,3
10,61
2,5%
Rioolheffing eenpersoonshuishoudens
21,9%
67,32
82,08
14,76
21,9%
Rioolheffing tweepersoonshuishoudens
22,0%
129,48
157,92
28,44
22,0%
Rioolheffing meerpersoonshuishoudens
22,0%
198,96
242,64
43,68
22,0%
Afvalstoffenheffing eenpersoonshuishoudens
13,5%
241,44
274,08
32,64
13,5%
Afvalstoffenheffing tweepersoonshuishoudens
13,6%
377,04
428,28
51,24
13,6%
Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishoudens
13,6%
441,24
501,12
59,88
13,6%
Totale woonlasten Eigenaar-bewoner eenpersoonshuishouden
735,45
793,46
58,01
7,9%
Totale woonlasten Eigenaar-bewoner tweepersoonshuishouden
933,21
1023,50
90,29
9,7%
Totale woonlasten Eigenaar-bewoner meerpersoonshuishouden
1066,89
1181,06
114,17
10,7%
Totale woonlasten Huurder-bewoner eenpersoonshuishouden
308,76
356,16
47,40
15,4%
Totale woonlasten Huurder-bewoner tweepersoonshuishouden
506,52
586,20
79,68
15,7%
Totale woonlasten Huurder-bewoner meerpersoonshuishouden
640,20
743,76
103,56
16,2%
* uit Coelo atlas: gemiddelde OZB-lasten woning
Paragrafen
81
Jaarstukken 2025
Vergelijkende grafieken Woonlastenvergelijking met omliggende gemeenten In vergelijking met de woonlasten van de omliggende gemeenten laat het Coelo het volgende zien. Grafiek woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar bewoner):
Grafiek woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder bewoner):
Uit voorgaande overzichten volgt de conclusie dat, in vergelijking met de omliggende gemeenten, de woonlasten voor eenpersoonshuishoudens ruim onder het gemiddelde liggen. Meerpersoonshuishoudens hebben in Barendrecht boven het landelijk gemiddelde aan woonlasten.
Paragrafen
82
Jaarstukken 2025 Woonlastenvergelijking met gemeenten met laagste en hoogste woonlasten. In deze vergelijking is landelijk gezien zowel de gemeente met de laagste woonlasten als de gemeente met de hoogste woonlasten opgenomen. De volgende grafieken laten dit zien. Grafiek woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar bewoner) De gemeente met de laagste woonlasten is de gemeente Aalten. De hoogste woonlasten worden in de gemeente Bloemendaal betaald. Barendrecht staat landelijk op plek 166 van de 342 gemeenten. Daarmee zit Barendrecht wat betreft woonlasten rondom het landelijk gemiddelde.
Grafiek woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder bewoner) Nijmegen (1e plaats) blijft nog steeds een erg aantrekkelijke gemeente voor huurders; de woonlasten voor huurders zijn daar het laagst. De gemeente West Betuwe (342e plaats) is in 2025 de duurste gemeente. Barendrecht neemt hierin de 316e plaats in.
De woonlasten voor een éénpersoonshuishouden in Barendrecht zijn lager dan het gewogen landelijk gemiddelde, de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden zijn hoger dan het gewogen landelijk gemiddelde.
Paragrafen
83
Jaarstukken 2025
2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Aanleiding en achtergrond De gemeente Barendrecht voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is het weerstandsvermogen. Voor de dossiers binnen de top 10 met een algemeen gemeentelijk karakter zijn ter vergelijking cijfers van referentiegemeenten opgenomen. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de werkelijk beschikbare financiële middelen (weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen.
2. Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt. Ook wordt er continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd t/m 27 februari 2026. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren. Hierin wordt rekening gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst. De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht in het vervolg van deze paragraaf.
Belangrijkste financiële risico’s gemeente Barendrecht Nr. Risico
Maatregelen/Opmerkingen
Kans
Financieel gevolg
1 Geconsolideerd risico Project Stationstuinen Barendrecht
Gecontroleerde projectomgeving, fasering, prioritering, partneroverleg
5
max. € 3.627.674
27,92%
2 Lagere Algemene Uitkering gemeentefonds door wijziging in herverdelingsmaatstaven en/of bezuinigingen van het Rijk
Monitoring/benchmarking. Her-prioritering, bezuinigingen, inkomsten verhogen
4
max. € 750.000
9,08%
3 Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving informatiebeveiliging en privacy
De BedrijfsvoeringsPartner (DBP), Proces meldpunt datalekken, beheer register gegevensverzamelingen, Compliance
5
max.€ 800.000
9,02%
4 Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan Beperkte invloed, transformatie keten, monitoring/ in de uitvoering van de Jeugdwet benchmarking, business intelligence
4
max.€ 1.000.000 8,82%
5 Risico dat De BedrijfsvoeringsPartner haar taken niet kan DBP, monitoring, business intelligence, uitvoeren binnen het beschikbaar gestelde budget competentieontwikkeling
4
max.€ 989.000
6 Faillissement van derden of instellingen bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan leiden tot onvoorziene uitgaven
Beperkte invloed, DBP, monitoring, business intelligence
3
max.€ 1.000.000 6,86%
7 Cluster BUIG, (Participatiewet) rijksbijdrage niet toereikend
Optimaliseren uitvoering processen preventie, activering en handhaving
4
max.€ 750.000
6,76%
8 Cluster WMO gerelateerde risico's. Overschrijding van budget(ten)
Beperkte invloed, monitoring, business intelligence
4
max.€ 600.000
4,87%
9 Risico’s projecten
Gecontroleerde projectomgeving, scenario-analyse/ risicoanalyse, DBP
4
max.€ 500.000
3,81%
10 Risico tekorten in open eindregelingen Schulddienstverlening, Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand
Gecontroleerde projectomgeving, scenario-analyse/ risicoanalyse, DBP
4
max.€ 400.000
3,51%
8,01%
Totaal van alle risico 's: € 17.271.295
Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren, met daarbij het maximaal ingeschatte financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd. Onderstaande tabel geeft aan hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen.
Paragrafen
84
Jaarstukken 2025 Kwantiteit Referentiebeelden
Kansklasse Toelichting kansklasse
10%
0 of 1 keer per 10 jaar 1
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30%
1 keer per 5 – 10 jaar 2
Deze klasse hanteren we voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
50%
1 keer per 2 – 5 jaar
3
Deze klasse hanteren we voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70%
1 keer per 1 – 2 jaar
4
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90%
1 keer per jaar of meer
5
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.
Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doen dit met behulp van risicoanalyse software. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen 100.000 keer doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. We doen dit vooral omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage
Bedrag
5%
€ 2.101.958
25%
€ 2.993.876
50%
€ 3.743.101
75%
€ 4.602.930
90%
€ 5.391.507
95%
€ 5.841.575
Uit de tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 5.391.507 (benodigde weerstandscapaciteit).
3. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Barendrecht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand
Huidige capaciteit
Algemene reserve aanvang 2025
€ 7.924.337
Stortingen in 2025
€0
Jaarresultaat 2024
€ 2.314.406
Onttrekkingen 2025
-€ 695.700
Totale weerstandscapaciteit eind 2025
€ 9.543.043
Jaarresultaat 2025
€ 7.285.287
Budgetoverhevelingen 2025
-€ 593.000
Overheveling van reserve grondbedrijf
€ 288.000
Overheveling naar reserve groot onderhoud zwembad Inge de Bruijn
-€ 403.893
Totale weerstandscapaciteit eind 2026
€ 16.119.437
4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
Paragrafen
85
Jaarstukken 2025 Ratio weerstandsvermogen
꓿ Beschikbare weerstandscapaciteit
꓿
€ 9.543.043 ꓿
Benodigde weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen
1,77
eind 2025
2,99
eind 2026
€ 5.391.507
꓿ Beschikbare weerstandscapaciteit
꓿
€ 16.119.437 ꓿
Benodigde weerstandscapaciteit
€ 5.391.507
De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Weerstandsnorm Klasse
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 – 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 – 1,4
Voldoende
D
0,8 – 1,0
Matig
E
0,6 – 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
De ratio weerstandsvermogen van de gemeente Barendrecht bedraagt eind 2025 1,77 en valt daarmee in klasse B, wat staat voor een ruim voldoende weerstandsvermogen.
5. Kengetallen In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en het jaarverslag worden kengetallen opgenomen voor de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio, de structurele exploitatieruimte, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. Deze kengetallen maken het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. Realisatie 2024
Prognose 2025
Realisatie 2025
Netto schuldquote
Kengetallen
83,1%
83,2%
76,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd
83,1%
83,2%
76,7%
Solvabiliteitsratio
22,4%
22,8%
22,9%
Structurele exploitatieruimte
-3,4%
2,0%
1,5%
Grondexploitatie
0,2%
2,0%
3,6%
Belastingcapaciteit
113,0%
118,8%
118,8%
De waarden van de kengetallen op de hieronder afgebeelde kengetallenmonitor zijn ingedeeld in 3 categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote
Kengetal
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
>50%
20-50%
<20%
Grondexploitatie
<20%
20-35%
>35%
Structurele exploitatieruimte begroting
>0%
0%
<0%
Belastingcapaciteit
<95%
95-105%
>105%
Paragrafen
86
Jaarstukken 2025 De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De netto schuldquote wordt berekend als: totaal schulden gedeeld door de totale baten (exclusief mutaties in reserves). In 2025 komt de netto schuldquote uit onder de 90% (categorie A). De daling van de netto schuldquote ten opzichte van 2024 wordt met name veroorzaakt door een stijging van de baten (exclusief mutaties in reserves), onder andere als gevolg van de grondexploitaties. bedragen * 1.000 Netto schuldquote
Realisatie
Prognose
Realisatie
2024
2025
2025
Vaste schulden
+
115.759
129.544
129.544
Netto vlottende schuld
+
11.334
11.344
12.309
Overlopende passiva
+
41.664
41.666
44.960
168.757
182.554
186.813
2.206
2.206
2.045
0
0
0
13.758
16.558
24.018
Totale bruto schuld Financiële activa (excl. kapitaalverstr. , leningen)
-
Financiële activa (verstrekte leningen) Uitzettingen < 1 jaar
-
Liquide middelen
-
538
1.000
310
Overlopende activa
-
14.740
14.740
14.218
Totale netto schuld
137.515
148.050
146.222
Totale netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
137.515
148.050
146.222
Totale saldo van baten (excl. mutatie reserves)
165.541
177.878
190.657
Netto schuldquote
83,1%
83,2%
76,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
83,1%
83,2%
76,7%
De solvabiliteit geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Deze blijft in categorie B. bedragen * 1.000 Solvabiliteit
Realisatie
Prognose
Realisatie
2024
2025
2025
Eigen vermogen
51.792
56.217
58.726
Totaal passiva
230.985
246.727
256.220
Solvabiliteit
22,4%
22,8%
22,9%
De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering en opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (inclusief rente en aflossingen van leningen) te dekken. De structurele exploitatieruimte valt in categorie A. bedragen * 1.000 Structurele exploitatieruimte
Realisatie
Saldo van baten en lasten
+
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
+
Rekeningsaldo Waarvan incidentele lasten en baten
Realisatie
2025
2025
-3.862
4.425
6.933
6.176
2.180
352
2.314
6.605
7.285
8.022
3.056
4.343
Structureel saldo
-5.708
3.549
2.942
Totale saldo van baten (excl. mutatie reserves)
165.541
177.878
190.657
-3,4%
2,0%
1,5%
Structurele exploitatieruimte
Paragrafen
-
Prognose
2024
87
Jaarstukken 2025 Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Hoe lager het percentage hoe beter. Bij de grondexploitaties is sprake van een laag risico. bedragen * 1.000 Grondexploitatie A. Bouwgronden in exploitatie
Realisatie
Realisatie
2025
2025
+
402
3.537
6.908
402
3.537
6.908
/
165.541
177.878
190.657
0,2%
2,0%
3,6%
Totale bouwgronden B. Totale saldo van baten (excl. mutatie reserves)
Prognose
2024
Grondexploitatie
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Barendrecht zit boven het landelijk gemiddelde met 118,8% in categorie C. Volgens de BBV voorschriften moet dit vergeleken worden met de landelijk gemiddelde woonlasten van het jaar er voor. In onderstaande tabel is ook een vergelijking gemaakt met de landelijk gemiddelde woonlasten van hetzelfde jaar. bedragen * 1.000 Belastingcapaciteit
Realisatie
Prognose
Realisatie
2024
2025
2025
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
+
427
437
437
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
+
199
243
243
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin
+
441
501
501
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin
-
0
0
0
1.067
1.181
1.181
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde E. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1
/
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor E. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde zelfde jaar
/
944
994
994
113,0%
118,8%
118,8%
994
1.053
1.053
107,3%
112,2%
112,2%
6. Trends en ontwikkelingen risicoprofiel Barendrecht In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de (financiële) risico’s. 1. Project Stationstuinen Barendrecht (€ 3.628.000 | Kansklasse 5) Dit is de meest omvangrijke ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente, sterk blootgesteld aan schommelende bouwkosten en rentefluctuaties. De kans op financiële afwijkingen is reëel aanwezig. Het opgenomen risicobedrag representeert de laatst uitgewerkte risicoanalyse voor de gebiedsontwikkeling, bijgewerkt t/m februari 2026. Eind november 2025 is het bestemmingsplan fase 1 van De Stationstuinen onherroepelijk geworden. Vanaf dat moment is het risicoprofiel van het rode knop scenario toegenomen. Dit is te verklaren door het toenemen van mogelijke claims bij het stoppen van het project. Daarnaast zijn ten opzichte van voorgaande rapportage de gerealiseerde kosten hoger. Het nu stoppen van De Stationstuinen zal leiden tot risicoscenario met mogelijk een hoger risico dan de gebiedsontwikkeling als geheel. 2. Informatieveiligheid en Privacy (€ 800.000 | Kansklasse 5) Dit risico is nadrukkelijk opgenomen vanuit de wettelijke aansprakelijkheid (AVG/BIO) en staat in directe relatie tot de strenge handhaving en actieve boetebevoegdheid van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).
De digitale dreiging voor lokale overheden is onverminderd hoog, waarbij een incident niet alleen leidt tot juridische sancties, maar ook de continuïteit van de dienstverlening direct raakt. De stevige inschatting in Barendrecht is een bewuste en verantwoorde keuze die past bij de juridische realiteit, de omvangrijke digitale afhankelijkheid en de intensieve verwevenheid met de BedrijfsvoeringsPartner (DBP).
Paragrafen
88
Jaarstukken 2025 3. Tekorten uitvoering Jeugdwet (€ 1.000.000 | Kansklasse 4) Naast de reguliere volumegroei kent dit open-einde domein een ketenrisico: de verschuiving naar een hogere zorgwaarde versus de netto kosten. Door een relatief hoog verloop en de aanhoudend krappe arbeidsmarkt, gecombineerd met ziekteverzuim bij zowel verwijzers als zorgaanbieders, stagneert de instroom in preventieve of lichtere trajecten. Dit kan leiden tot escalatie van problematiek, waardoor jeugdigen direct instromen in zwaardere, en daarmee aanzienlijk duurdere, specialistische zorg. De raming van € 1 miljoen, die aansluit bij het regionale gemiddelde (€ 1,1 miljoen), dekt deze complexe en kostenverhogende dynamiek af. De uitvoering van de Jeugdwet kent in sommige situaties zeer kostbare casuïstiek waarmee budgetten door slechts enkele zorgtrajecten snel kunnen worden overschreden. 4. Budgettaire druk BedrijfsvoeringsPartner (DBP) (€ 989.000 | Kansklasse 4) De operationele en financiële verwevenheid met de DBP is voor de gemeente een gegeven. In plaats van een geïsoleerde gemeentelijke raming, vormt dit bedrag de directe vertaling van het gedetailleerde en vastgestelde risicoprofiel van de DBP zelf. Macro-economische factoren zoals CAO-stijgingen, inflatie, een relatief hoog verloop en de aanhoudend krappe arbeidsmarkt werken door in de gehele organisatieketen.
De deelnemende gemeenten bieden gezamenlijk en naar rato dekking voor deze netto risico-impact van de partnerorganisatie. 5. Lagere Algemene Uitkering Gemeentefonds door herverdelingsmaatstaven en/of bezuinigingen van het Rijk(€ 750.000 | Kansklasse 4) De verwachte herijking van het Gemeentefonds en de naderende bezuinigingen vanuit het Rijk creëren structurele onzekerheid, mede omdat de compensatie voor lokale loon- en prijsstijgingen achterblijft. Het gemiddelde gewaardeerde risico bij de referentiegroep ligt rond de € 800.000. Barendrecht raamt dit zeer realistisch en geheel in lijn met deze benchmark, proportioneel aan de omvang van de eigen begroting. 6. Faillissement van derden of instellingen (€ 1.000.000 | Kansklasse 3) Dit risico dekt onvoorziene financiële claims af bij het omvallen van partijen met gemeentelijke leningen of garanties. De kans is beperkt (Klasse 3) dankzij de dempende werking van landelijke waarborgfondsen (zoals WSW en Wfz), waardoor de netto blootstelling proportioneel is aan de omvang van de leningenportefeuille. Bij deze inschatting is rekening gehouden met de openstaande borg- en garantstellingen t/m ultimo 2025. De raming in de referentiegroep voor dergelijke garantierisico's bedraagt circa € 900.000. 7.
Cluster BUIG / Participatiewet (€ 750.000 | Kansklasse 4) Door de koppeling aan het wettelijk minimumloon is er een aanzienlijk risico dat de macro-economische rijksbijdrage (BUIG) ontoereikend is. Ook hier fungeert de actuele dynamiek als een ketenrisico: een relatief hoog verloop en de aanhoudend krappe arbeidsmarkt, gecombineerd met ziekteverzuim binnen de keten, belemmeren een soepele en duurzame uitstroom naar werk. De 'zorgwaarde' voor langdurige activeringstrajecten neemt toe, wat resulteert in hogere netto uitvoeringskosten. De raming in de referentiegroep van vergelijkbare gemeenten is circa € 650.000. 8. Cluster Wmo gerelateerde risico's (€ 600.000 | Kansklasse 4) Vergrijzing drijft de volumes op, maar het daadwerkelijke financiële zwaartepunt ligt bij de noodgedwongen inzet op een hogere zorgwaarde. Door een relatief hoog verloop, de aanhoudend krappe arbeidsmarkt en ziekteverzuim bij thuiszorgorganisaties vallen preventieve netwerken en lichte ondersteuning vaak weg. Inwoners doen daardoor een zwaarder, duurder beroep op Wmo-maatwerkvoorzieningen, wat de netto kosten per cliënt opstuwt. Barendrecht taxeert dit risico op € 600.000. Dit is iets lager dan het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten (€ 750.000), omdat eerdere tussentijdse bijramingen de initiële raming al voor een deel hebben opgevangen. 9.
Risico's overige projecten (€ 500.000 | Kansklasse 4) Dit vormt het cumulatieve vangnet voor onvoorziene prijsstijgingen, vertragingen en planningsrisico's over het reguliere, diverse projectenportfolio van onze gemeente.
Paragrafen
89
Jaarstukken 2025
10. Schulddienstverlening & Bijzondere Bijstand (€ 500.000 | Kansklasse 4) De druk op de bestaanszekerheid leidt tot een stijgend beroep op minimaregelingen. Binnen de keten van schuldhulpverlening leidt de dynamiek van een relatief hoog verloop en de aanhoudend krappe arbeidsmarkt tot een rem op vroegsignalering. Het verborgen risico is hier de escalatie van problematiek: lichte interventies komen niet tijdig van de grond, waardoor uiteindelijk een hogere zorgwaarde in de vorm van complexe, langdurige en dure schuldhulptrajecten vereist is. De Barendrechtse raming weerspiegelt dit risico realistisch en vangt de stijgende trend op. Overige aandachtsgebieden buiten de Top 10 Hoewel de gepresenteerde Top 10 de kwantitatief zwaarste financiële risico's afdekt, vereist integraal en datagedreven risicomanagement ook een scherpe blik op de dossiers die net buiten deze top vallen. Deze thema's zijn strategisch van groot belang en hebben daarom de onverminderde aandacht: Financiële continuïteit Gesubsidieerde Instellingen: Voor lokale welzijns-, sport- en cultuurinstellingen is een bewuste en verantwoorde buffer aangehouden (kansklasse 4- € 300.000). Ook in deze sectoren zorgt de dynamiek van een relatief hoog verloop en de aanhoudend krappe arbeidsmarkt, in combinatie met opgelopen exploitatiekosten, voor financiële kwetsbaarheid.
Deze sturingsruimte voorkomt dat onvoorziene reddingsoperaties, of frictiekosten bij een noodzakelijke doorstart van een maatschappelijke voorziening, direct de algemene middelen belasten. Business Continuity Management (BCM): De borging van gemeentelijke kernprocessen is een essentieel ketenrisico. Binnen de collaboratieve governance met onze BedrijfsvoeringsPartner (DBP) en de gemeenten Albrandswaard en Ridderkerk sturen we nadrukkelijk op de continuïteit van onze dienstverlening richting de inwoners. Het uitvallen van kritieke voorzieningen of ketensystemen heeft directe maatschappelijke impact. Door gezamenlijke planvorming en actieve, datagedreven crisisoefeningen verhogen we de operationele weerbaarheid van de gehele werkorganisatie. (kansklasse 4- € 250.000) Verbonden Partijen: De gemeente participeert in diverse gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden. Financiële of operationele tegenvallers bij deze externe partners kunnen direct doorwerken in de eigen begroting. Om financiële verrassingen achteraf te voorkomen, voeren we een actieve regierol. Via periodieke analyse en partneroverleg monitoren we de financiële gezondheid en de doelmatigheid van deze verbonden partijen. (kansklasse 4- € 210.000)
Paragrafen
90
Jaarstukken 2025
3. § Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In de openbare ruimte zijn wegen, civiele kunstwerken, openbare verlichting, riolering, groen, straatmeubilair en speelvoorzieningen onze kapitaalgoederen. Om kapitaalvernietiging te voorkomen én veilig gebruik te borgen is verzorgend, klein en groot onderhoud nodig. Aan het eind van de levensduur wacht rehabilitatie of vervanging. Om het beheer en onderhoud van deze kapitaalgoederen beleids- en planmatig te organiseren, zijn beheer- en beleidsplannen essentieel. Onderstaande tabel geeft een overzicht van die beheer- en beleidsplannen. Beheerplan
Jaar van vaststelling
Wegen, fietsen- en 2023
Jaar van herziening
Financiële reserve/voorziening
Gemeentelijk beleid
2027
Nee
- Beheerplan Wegen 2022-2026 (2023)
voetpaden
- Herijking Integrale Visie Openbare Ruimte (2013)
Civiele Kunstwerken
2026
2031
Nee
- Beheerplan civiele kunstwerken gemeente Barendrecht 2026-2030 (2026)
Groen en bomen
2024
2028
Nee
- Groenbeheerplan 2024-2028 gemeente Barendrecht (2024) - Beleidsdoelen en uitgangspunten Bomenverordening (2024) - Groenvisie Barendrecht 2030 (2023) - Groene kaart gemeente Barendrecht (2019) - Bomenverordening gemeente Barendrecht (2013) - Herijking Integrale Visie Openbare Ruimte (2013) - Groenbeleidsplan 'Barendrecht ziet groen' (2008)
Verlichting
2020
2026
Nee
- Factsheet openbare verlichting (2020) - Appendix duurzaamheid beleidsplan openbare verlichting(2015) - Beleidsplan openbare verlichting (2004)
Speelvoorzieningen 2020
2026
Nee
- Speelruimteplan 'Spelen met ruimte' (2024) - Factsheet speelvoorzieningen (2020) - Notitie schoolpleinen (2013)
Straatmeubilair
2020
2027
Nee
- Factsheet straatmeubilair (2020)
Riolering
2024
2028
Ja
- Programma Stedelijk Water 2024-2028 (2024)
Water
2024
2028
Nee
- Programma Stedelijk Water 2024-2028 (2024) - Waterbeheerprogramma 2022-2027 WSHD (2021) - Gewijzigde nota bodembeheer (2021)
Wegen, fiets- en voetpaden (verhardingen) Wegen, fietspaden, trottoirs etc. hebben een cruciale functie in de samenleving. Beheer van deze infrastructuur is dan ook een van onze kerntaken. Ook in 2025 kregen we met periodieke inspecties en lokale metingen informatie over de kwaliteit van onze wegverharding. Met een geautomatiseerd beheerprogramma vertaalden we deze informatie naar klein en groot wegonderhoud. Zo hebben we in 2025 op diverse locaties in de gemeente de elementenverharding vervangen (bijv. fietspad 1e Barendrechtseweg), zijn diverse voetpaden hertegeld (o.a. Bizetstraat en Middeldijk), zijn rijbanen hersteld (bijv. Dorpstraat en Vrijenburglaan) en is wortelopdruk in parkeerplaatsen aangepakt (o.a. Berlagedreef en Meerwedesingel). Ook herstelden we op diverse plaatsen het asfalt en hebben we het fietspad Buitenlandse Baan opnieuw geasfalteerd. Tot slot hebben we in 2025 een inhaalslag gemaakt in het beheer van belijningen en markeringen.
Civiele kunstwerken Naast diverse kleine reparaties aan onze civiele kunstwerken brachten we nieuwe slijtlagen aan (bijv. brug Sluisleede en Swinleede) of werden ze geschilderd (o.a. brug Van Pallandtvliet en Meerwedesingel). En op basis van eerder uitgevoerde inspecties, hebben we in 2025 een nieuw beheerplan civiele kunstwerken gemaakt.
Paragrafen
91
Jaarstukken 2025
Openbaar groen Barendrecht bleef in 2025 een groene gemeente en zorgde ons groen voor een leefbare en gezonde omgeving voor onze inwoners. Uit oogpunt van duurzame instandhouding voerden we diverse onderhoudswerkzaamheden uit zoals beplanting snoeien, hagen knippen, grasmaaien, onkruid bestrijden etc. Dit onderhoud is uitgevoerd door twee lokale bedrijven vanuit vier integrale onderhoudsbestekken. Daarnaast vervingen we verspreid over de gehele gemeente dode/beschadigde beplanting en/of bomen met einde levensduur of uit beheeroogpunt (bijv. Ziedewijdsedijk en Vrijenburglaan). En net als voorgaande jaren, is ook in 2025 weer ruim een derde van ons bomenbestand geïnspecteerd (in het kader van de zorgplicht) en voerden we de geadviseerde beheer- en onderhoudsmaatregelen uit (zoals snoeien, nader onderzoek, kappen e.d.) Daar waar mogelijk vergrootten we de boomspiegels en/of verbeterden we de groeiplaatsen voorafgaand aan het aanplanten van vervangende bomen.
Openbare verlichting Goede openbare verlichting is essentieel voor de verkeersveiligheid en het gevoel van veiligheid in onze openbare ruimte. Storingen en onveilige situaties pakken wij met prioriteit aan. In 2025 vervingen wij vooral verouderde verlichting met een hoog energieverbruik door duurzame ledverlichting. De verlichting langs de Carnisser Baan (hoofdrijbaan en fietspad) is volledig vernieuwd. Ook de vrachtwagenparkeerplaats aan de Eurekaweg heeft nieuwe verlichting gekregen. Daarnaast is de complete tunnelverlichting in de onderdoorgang Heulweg vervangen. Alle nieuwe installaties zijn voorzien van telemanagement. Hiermee stemmen wij de verlichting af op het daadwerkelijke gebruik: meer licht waar en wanneer dat nodig is, en minder waar het kan. Dit verlaagt het energieverbruik en ondersteunt onze duurzaamheidsdoelstellingen. Inmiddels bestaat 41% van ons totale verlichtingsareaal uit ledverlichting.
Speelvoorzieningen In 2025 hadden we 271 speelplekken. Speelplaatsen zijn de ontmoetingsplekken voor jong en oud. Om de veiligheid ervan te borgen, inspecteren wij de speelvoorzieningen 4x per jaar. Een gemiddelde speelplek gaat ongeveer 12 jaar mee. In 2025 zijn 12 plekken opnieuw ingericht (zoals Corniferenhout, Cornelis de Mooijstraat en Giraffenburg). Al deze speelplekken zijn integraal en in samenspraak met de gebruikers en buurtbewoners heringericht.
Straatmeubilair Straatmeubilair zijn banken, fietsenrekken, hekwerken, afvalbakken etc. Het onderhoud richt zich op schoon, heel en veilig. Verspreid over de gemeente zijn zitelementen op speelplekken geplaatst. Afvalbakken vervangen door vuurwerkschade en hekwerken gerepareerd.
Riolering Riolering beschermt de volksgezondheid en de kwaliteit van de leefomgeving, bodem en het grond- en oppervlaktewater. De gemeente is verantwoordelijk voor het inzamelen van stedelijk afval- en hemelwater. Het beheer en beleid zijn vastgelegd in het Programma Stedelijk Water, dat in februari 2024 door de gemeenteraad is vastgesteld. In het afgelopen jaar is ruim 46 kilometer riolering gereinigd in de wijken Meerwede, Centrum en Oranjewijk. Ongeveer de helft daarvan is direct geïnspecteerd. Begin 2025 ontstond wateroverlast bij de hockeyvelden door overstroomde wadi’s. Om gevaarlijke situaties te voorkomen zijn overstortvoorzieningen aangelegd, wat heeft geleid tot een betere afwatering. Uit camera-inspectie bleek dat het vuilwaterriool bij recreatieboerderij De Kleine Duiker in slechte staat verkeert. Gezien het maatschappelijk belang is besloten hier een nieuw riool aan te leggen. Verder zijn voorbereidingen getroffen voor rioolvervangingen aan de Talmaweg, het Jaagpad en in het Oude Dorp, gepland voor 2026. Op het gebied van gemalen en drukriolering zijn acht rioolgemalen, twee tunnelgemalen en vijf drukrioleringen voorzien van nieuwe besturing. Daarnaast zijn 27 pompen vervangen. In Smitshoek en bij hoofdgemaal Drechtwaard zijn installaties verduurzaamd en pompen vernieuwd, wat zorgt voor een efficiëntere en betrouwbaardere afvoer van (regen)water.
Tot slot zijn inspecties uitgevoerd en preventieve onderhoudsmaatregelen getroffen.
Paragrafen
92
Jaarstukken 2025
Afvalinzameling In juli 2025 stemde de gemeenteraad in met de Beleidsnota Afvalinzameling 2025-2028. Hierin staan doelen en ambities die Barendrecht onder andere wil behalen met een communicatiecampagne. Hiervoor betrekt de gemeente samen met BAR Afvalbeheer een communicatiebureau. Waar samenwerking elkaar kan versterken, wordt ook samengewerkt met gemeentes Ridderkerk en Albrandswaard. De laatste maanden van 2025 verrichtte het bureau onderzoek om in 2026 een effectieve communicatiecampagne op te zetten die het beste past in de Barendrechtse context. Begin 2025 is een aanbesteding voor een nieuwe textielinzamelaar opgestart. Dit heeft geleid tot de keuze van TexNL, die vanaf 2026 de grootschalige textielinzameling in Barendrecht op zich neemt. In maart is op het Afvalaanbiedstation nieuwe bebording geplaatst met duidelijke pictogrammen en kleuren die het afvalscheiden overzichtelijker en makkelijker moeten maken. Hierna is in april de elektrische bakfiets ingevoerd. Deze kunnen inwoners gratis reserveren om hun afval op deze wijze naar het Afvalaanbiedstation te vervoeren. BAR Afvalbeheer houdt bij hoe deze wordt ervaren. Ditzelfde geldt voor het Mobiele Afvalaanbiedstation. Sinds het najaar van 2024 is deze te vinden in Barendrecht en in 2025 is gekeken hoe deze over een heel jaar door inwoners wordt gewaardeerd.
Via de klankbordgroep van BAR Afvalbeheer en via de Blik op Barendrecht zijn inwoners gevraagd om een enquête in te vullen. De hoofdconclusies hieruit zijn de hoge waardering en tevredenheid over de service, dat het MAAS duidelijk voorziet in een behoefte, en dat niet-gebruikers vooral praktische redenen als afstand of de tijdvakken benoemen. De BAR Afvalbeheer app bleef ook in ontwikkeling. Inwoners kunnen sinds 2025 de vulgraden zien van PMD+rest-, OPK- en glascontainers in hun omgeving waardoor zij gemakkelijk kunnen zien naar welke containers zij het beste kunnen gaan. Tot slot is aan de containers zelf ook ruim onderhoud verricht. In totaal zijn 166 containers vervangen en hebben 107 containers levensduurverlengend onderhoud gehad.
Waterhuishouding Watergangen zijn primair bedoeld om overtollig water voldoende af te voeren. Daarnaast zijn watergangen bijzonder belangrijk voor de biodiversiteit. Om aan de primaire functie te voldoen is in 2025 een lengte van 4,8 kilometer gebaggerd op diverse locaties in Barendrecht. Ook zijn alle planten in de watergangen één keer gemaaid en afgevoerd. Enkele plekken zijn niet gemaaid om schuil- en foerageermogelijkheden te bieden voor dieren. Beschoeiingen voorkomen dat grond afkalft in de watergang. In 2025 is een totale lengte van 64 meter aan beschoeiing vervangen langs verschillende watergangen.
Onderhoud openbare ruimte Onderhoud openbare ruimte
2025
Wegen
3.902.142
Groen
3.868.199
Riolering
2.211.698
Straatreiniging
790.530
Openbare verlichting
621.655
Water
776.676
Kunstwerken
185.629
Gladheidsbestrijding Totaal
Paragrafen
57.262 12.413.790
93
Jaarstukken 2025
Accommodaties Doel en omvang maatschappelijk Vastgoed Met de gebouwen van de gemeente stellen we inwoners in staat om onderwijs te volgen, te sporten, elkaar te ontmoeten en andere beleidsdoelen te realiseren. Bouwstenen voor Sociaal heeft in november 2024 een handreiking paragraaf kapitaalgoederen voor het begroten en verantwoorden van gemeentelijke gebouwen uitgebracht. In het realiseren, in stand houden en vernieuwen van de gebouwen gaat veel geld om. Daarom is het van belang goed en meerjarig inzicht te hebben in het nut van deze gebouwen en de te verwachten onderhoudskosten. In de handreiking worden bouwstenen gegeven voor het doel en de omvang van de gebouwen, kwaliteit van de gebouwen en financiële indicatoren. Hieronder geven wij hier invulling aan. Hiervoor is reeds in november 2025 het Integraal Accommodatieplan (IAP) vastgesteld door de raad. Functie
Aantal objecten
Aantal m2 bruto vloeroppervlak (BAG)
Programma
Ambtelijke huisvesting
2
11.616
Cultuur
6
7.499
Multifunctionele accommodaties 8
32.788
Onderwijs
19
60.893
Sport
13
28.589
Zorg en welzijn
4
2.239
Overig
16
5.918
Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Bestuur en Ondersteuning Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Onderwijs Algemene dekkingsmiddelen Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Algemene dekkingsmiddelen Onderwijs Volksgezondheid en milieu Algemene dekkingsmiddelen Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Volksgezondheid en milieu Volkshuisvesting, RO en stedelijke vernieuwing
Kwaliteit van de gebouwen Het uitgangspunt voor het beheer en het onderhoud van de maatschappelijk vastgoedportefeuille is het bieden van een hoogwaardig functioneel voorzieningsniveau. Het onderhoud is onderverdeeld in het planmatig, dagelijks en meldingenonderhoud. Het planmatig onderhoud richt zich op het in stand houden van het vastgoed dat voldoet aan conditiescore 3 van de NEN2767 (schoon, heel en veilig) en uiteraard aan de vigerende wet- en regelgeving van het Bouwbesluit. Daarnaast wordt bij onderhoudswerkzaamheden actief rekening gehouden met mogelijke duurzame opties om de energieprestaties van de panden te verbeteren. In november 2023 heeft de gemeente Barendrecht de “Milieuopgave Barendrecht 2023-2026” vastgesteld. Dit plan streeft ernaar het elektriciteitsverbruik in de gebouwde omgeving te beperken en, waar financieel haalbaar, gebouwen energie-neutraal (ENG) te maken. Dit betekent dat het energieverbruik van gebouwen volledig op locatie zelf wordt opgewekt. Bij diverse accommodaties zijn hiervoor maatregelen getroffen. Tevens is bij de opdracht voor het op te stellen Integraal Accommodatie Plan (IAP) verduurzaming als specifieke opdracht meegegeven. In het gehele jaar 2025 zijn verdere stappen ondernomen om te voldoen aan de wettelijke verplichting om uiterlijk in 2030 minimaal energielabel C te behalen.
In 2025 hebben we aan vier grote verduurzamingsprojecten gewerkt: - Begin 2025 is de Jonge Gaarde (Dierensteinweg 2) opgeleverd. Dit gebouw is met een DUMAVA subsidie verduurzaamd. - Het gehele jaar 2025 is de renovatie van het Trefpunt doorgegaan met ook verduurzamingsmaatregelen, waaronder het gas-loos maken van het gebouw. Op 13 maart 2026 is het gebouw geopend. - In 2025 zijn voorbereidingen getroffen voor de wetgeving op de GACS (Gebouw- automatisering- en Controlesysteem). Gebouw het Kruispunt wordt hiervoor de pilot. - In 2025 hebben we op 14 gemeentelijke gebouwen nieuwe energie-labels kunnen ontvangen. Hierbij gingen Paragrafen
94
Jaarstukken 2025 13 labels D t/m G naar een A label en 1 gebouw naar een B label. Dit is het resultaat van diverse kleine verduurzamingsinvesteringen die tegelijkertijd met planmatig onderhoud zijn uitgevoerd. Financieel overzicht van de gebouwen In de onderstaande tabel wordt per functie een overzicht gegeven van gerealiseerde lasten en baten van het gemeentelijke vastgoed. Functie
Lasten
Baten
Resultaat
Ambtelijke huisvesting
1.674.805
-303.568
Cultuur
1.691.324
-1.022.105
1.371.237 669.219
Multifunctionele accommodaties
3.208.814
-1.994.168
1.214.646
Onderwijs
3.806.001
-807.563
2.998.438
Sport
5.354.254
-1.669.427
3.684.827
Zorg en welzijn
131.069
-259.122
-128.053
Overig
626.460
-171.677
454.783
Totaal
16.492.727
-6.227.630
10.265.097
Kerncijfers paragraaf kapitaalgoederen Asset
Assetonderdeel
Civiele kunstwerken
Licht verkeersbrug
101 stuks
Civiele kunstwerken
Overig kunstwerk
252 stuks
Civiele kunstwerken
Zwaar verkeersbrug
35 stuks
Gemalen
Bergbenzinkvoorziening
1 stuks
Gemalen
Centrale voedingskast
Gemalen
Drukriool
Gemalen
Groot gemaal (hoog)
2 stuks
Gemalen
Groot gemaal (nat)
60 stuks
Gemalen
Oppervlaktewatergemaal
Groen
Beplanting
Groen
Boom
Groen
Gras
2.165.166 vierkante meter
Groen
Haag
56.670 vierkante meter
Openbare verlichting
Armatuur
13.551 stuks
Openbare verlichting
Lamp
13.919 stuks
Openbare verlichting
Lichtmast
13.038 stuks
Riolering
Drukriolering
61.270 strekkende meter
Riolering
Rioolput
8.941 stuks
Riolering
Rioolvoorziening
Riolering
Vrijvervalleiding
Spelen
Schoolplein
17 stuks
Spelen
Speel- en sportplek
271 stuks
Spelen
Speeltoestel
1.490 stuks
Spelen
Valondergrond
17.738 vierkante meter
Verkeer
Verkeersbord
5.164 stuks
Verkeer
Verkeersteken (paal/drager)
3.831 stuks
Water
Natuurlijke over
29.691 strekkende meter
Water
Natuurvriendelijke oever
4.394 strekkende meter
Water
Oeverbeschoeiing
88.868 strekkende meter
Water
Watergang
737.528 vierkante meter
Wegen
Asfaltverharding
Wegen
Elementenverharding
Wegen
Goot
4.830 strekkende meter
Wegen
Kolk
32.418 stuks
Wegen
Overige verharding
160.033 vierkante meter
Paragrafen
Aantal
Eenheid
9 stuks 223 stuks
3 stuks 549.140 vierkante meter 23.525 stuks
2 stuks 344.426 strekkende meter
799.735 vierkante meter 1.858.884 vierkante meter
95
Jaarstukken 2025
4. § Financiering Algemeen In deze financieringsparagraaf beschrijven wij in hoeverre de plannen en acties, die wij in de begroting 2025 hebben beschreven, zijn uitgevoerd. Naast de onderwerpen die verplicht deel uit maken van de financieringsparagraaf, nemen wij u mee in een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie. Treasurystatuut De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. De uitwerking van deze kaders zijn vastgelegd in de Financiële Verordening 2023 en het Treasurystatuut 2018.
Renterisicobeheer Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: De renterisiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar en de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie, inclusief een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. In onderstaand overzicht is de toetsing van de kasgeldlimiet voor het jaar 2025 opgenomen. In 2025 is de kasgeldlimiet niet overschreden zoals in onderstaande tabel is weergegeven. Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000 ) Omvang begroting per 1-1-2025
€ 148.827
Kasgeldlimiet in bedrag
€ 12.650
8,50%
Omschrijving
bedragen x 1.000 euro 1e kw.
2e kw.
3e kw.
4e kw.
Totaal vlottende schuld
9.667
17.667
20.333
10.000
Totaal vlottende middelen
2.634
9.794
14.534
8.774
Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-)
7.033
7.873
5.799
1.226
Kasgeldlimiet
12.650
12.650
12.650
12.650
Ruimte onder kasgeldlimiet
5.617
4.777
6.851
11.424
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Onder herfinanciering verstaan we het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Paragrafen
96
Jaarstukken 2025 In het volgende overzicht geven wij u een beeld van de renterisico’s voor de vaste schuld, waarin zichtbaar is dat we ook dit jaar onder de renterisiconorm zijn gebleven. RENTERISICONORM EN RENTERISICO'S VAN DE VASTE SCHULD (bedragen x 1.000) Renterisico op vaste schuld
2025
1. Netto renteherziening op vaste schuld 2. Betaalde aflossingen
11.215
3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)
11.215
Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2025 4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Renterisiconorm
148.827 20% 29.765
Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3)
18.550
Renteontwikkeling Renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt zijn belangrijk vanwege de risico’s die ze voor ons in kunnen houden. Wij volgen de renteontwikkelingen daarom ook nauwlettend. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de informatie van geldverstrekkers, waarbij we op ieder moment van de dag de ontwikkelingen volgen. In onderstaande tabel geven wij u inzicht in het renteverloop van lineaire leningen met een looptijd van 20 jaar in de jaren 2024 en 2025.
Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte Algemeen De financieringsbehoefte van de gemeente is afhankelijk van diverse factoren welke de inkomende en uitgaande kasstromen beïnvloeden, zoals de investeringsplanning, de inkomsten en uitgaven van grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. We maken gebruik van een liquiditeitsplanning om zicht te krijgen en houden op de financieringsbehoefte. Leningenportefeuille In het vierde kwartaal van 2025 is een langlopende lening aangetrokken van € 25 miljoen met een looptijd van 20 jaar en een rentepercentage van 3,24%. In onderstaand overzicht is het verloop van de opgenomen langlopende leningen zichtbaar.
Paragrafen
97
Jaarstukken 2025 Overzicht Langlopende Leningen (bedragen x 1.000)
1-1-2025 1-1-2026 1-1-2027 1-1-2028
Stand leningen
115.758 129.543 137.907 145.771
Nieuwe lening
25.000
20.000
20.000
20.000
Reguliere aflossingen
11.215
11.636
11.136
11.136
0
0
1.000
2.000
Nieuwe aflossingen De cursief weergegeven bedragen betreffen de geprognotiseerde nieuwe leningen en aflossing o.b.v. de begroting 2025.
Liquiditeitsplanning Om de treasuryfunctie adequaat te kunnen invullen is de beschikbaarheid van juiste, tijdige en volledige financiële informatie van essentieel belang. Met behulp van een betrouwbare liquiditeitsplanning krijgen wij een beter beeld van de te verwachten inkomsten en uitgaven en de mogelijke financieringsbehoefte. Het verloop van de inkomsten en uitgaven van investeringen en grondexploitaties blijft echter lastig te voorspellen. Continue verbetering van de sturing op de uitgaven en inkomsten is daarom nog steeds een aandachtspunt. In de tussenrapportage houden we u op de hoogte van relevante ontwikkelingen op dit gebied. Renteomslag In de paragraaf financiering van de Begroting 2025 heeft u inzicht gekregen in de rentelasten en het renteresultaat. Ook de manier waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, programma’s en taakvelden hebben wij daarin beschreven. Bij de Begroting 2025 is de omslagrente vastgesteld op 1,0%. Het werkelijke percentage voor 2025 is 0,86%, zoals in onderstaand overzicht te zien is. Schema rentetoerekening a1.
Externe rentelasten over lange financiering
+/+
1.679.592
a2.
Externe rentelasten over korte financiering
+/+
342.424
b1.
Externe rentebaten over lange financiering
-/-
0
b2.
Externe rentebaten over korte financiering
-/-
223.456
Saldo rentelasten en rentebaten
1.798.560
c1.
Rente die doorberekend wordt aan de grondexploitaties
-/-
66.354
c2.
Rentelast projectfinanciering die doorgerekend wordt aan betreffende taakveld
-/-
0
c3.
Rentebaat projectfinanciering die doorgerekend wordt aan betreffende taakveld
+/+
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1.
Rente over het eigen vermogen
+/+
d2.
Rente over voorzieningen
+/+
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e.
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
f.
Renteresultaat op het taakveld treasury Toe te rekenen rente Boekwaarde per 1-1-2025 Gemiddelde rente
0 1.732.206 0 0 1.732.206
-/-
1.813.929 -81.723 1.732.206 201.547.528 0,86%
Garantstelling In het verleden zijn regelmatig garantstellingen geweest voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, gaan wij terughoudend om met het honoreren van deze aanvragen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend. Per 31 december 2025 is het totaal van de directe garantstellingen € 8.527.197. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is € 75.202.928. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen.
Paragrafen