Eindrapport doorwerkingsonderzoek Barendrecht
Tekst van het document
eventuele afwijkingen van de oorspronkelijke planning. Daarnaast stelt het college de raad periodiek via de P&C-cyclus op de hoogte over de voortgang van de maatregelen uit het PSW.26
a. Een vorm van een separate voortgangsrapportage over de uitvoering van maatregelen uit het GRP; b. Of via een afzonderlijke paragraaf in de reguliere Planning & Control-stukken, zoals bijvoorbeeld in de jaarrekening 3. Informeer actief de raad over Het college heeft de raad hierover geïnformeerd in het PSW. Dit de mogelijke beleidskeuzes ten document presenteert, als gezegd, twee expliciete beleidskeuzes aanzien van het rioleringsbeleid, (varianten) voor het rioolvervangingsbeleid. Klimaatadaptatie is een het risicogestuurd rioolbeheer en integraal en leidend thema in het beleid. De gevolgen op korte en klimaatadaptatie. Geef hierbij de lange termijn, met name voor de rioolheffing en de gevolgen op korte en lange vervangingsopgave, zijn gedetailleerd in beeld gebracht. termijn aan. Ook voorafgaand aan de vaststelling van het PSW is de raad geïnformeerd over de te maken keuzes. Zo is in 2022 een strategie ten aanzien van klimaatadaptie aan de gemeenteraad voorgelegd.27 De hierin opgenomen handelingsperspectieven worden onder meer in het PSW nader uitgewerkt. 4. Maak een afwegingskader voor Er is een afwegingskader opgesteld dat is gebaseerd op videode rioolvernieuwing met daarin inspecties, waarbij de stabiliteit wordt beoordeeld met maatstaven of een andere wegingsfactoren (vastgelegd in bijlage 3 bij het PSW).
Dit wordt afwegingsmethode voor het aangevuld met informatie over onder andere hydraulisch bepalen van benodigde functioneren en meldingen. Het PSW stelt dit kader scherper door rioolvernieuwing (reparatie, een strategische keuze tussen vervangen en relinen voor te leggen. relinen en vervangen), inclusief de Acceptabele risico's voor wateroverlast zijn gedefinieerd (bv. water risico’s die de gemeente op straat is acceptabel, schade aan panden niet). Ook bevat het acceptabel acht. PSW een financiële paragraaf, waarin financiële overwegingen uiteengezet worden 5. Laat bij de uitvoering De uitvoering van het beleid is vastgelegd in een meerjarenplanning. gemaakte keuzes vastleggen, Verder bevat het PSW een uitgebreide evaluatie van de vorige evalueer de uitvoering en stel zo planperiode (GRP 2018-2022). Er is een gedetailleerde analyse nodig het afwegingskader bij en gemaakt van de langetermijneffecten van de oude strategie bepaal (bij implementatie van het (relinen) op de vervangingspiek. Deze analyse vormde de basis voor risicogestuurd rioolbeheer) wat de de nieuwe strategische keuzes die aan de raad zijn voorgelegd. De effecten zijn op de kwaliteit en analyse van de groeiende vervangingspiek heeft geleid tot het leeftijdsontwikkeling van de riolen voorstel om de strategie te wijzigen, wat de beheerlasten op de op de lange termijn.
Informeer de lange termijn beter spreidt en de kwaliteit van het systeem raad hierover zodat hij de kosten verbetert. en de toekomstige kwaliteit in samenhang kan afwegen. 26 Zie bijvoorbeeld Gemeente Barendrecht (Juli 2025). Jaarstukken 2024, p. 94. 27 Gemeente Barendrecht (2022). Strategie Klimaatadaptie 2022-2026.
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 26.
6. Stem de inspectiestrategie De aanbeveling om de inspectiefrequentie te differentiëren naar mede af op de leeftijd van de leeftijd en toestand van het riool heeft geen opvolging gekregen. Uit riolen, bijvoorbeeld door jongere gevoerde gesprekken volgt dat dit een bewuste keuze is geweest. riolen te inspecteren om de drie De strategie blijft een vaste cyclus van één keer per 7 jaar reinigen reinigingscycli (21 jaar) en oude en één keer per 14 jaar inspecteren voor het gehele stelsel. Dit riolen en riolen in matige/slechte beschouwt de gemeente als effectief, omdat het aantal staat bij elke reinigingscyclus (7 verstoppingen is afgenomen en er een goed inzicht is verkregen in jaar). Houdt eventueel ook de kwaliteit. In gesprekken is aangevoerd dat er momenteel geen rekening met de risicocategorieën aanleiding is om een andere strategie te kiezen. Ook is gesteld dat die voor het risicogestuurd differentiëren meer werk en menskracht kost. rioolbeheer worden ontwikkeld. Leg de herziene inspectiestrategie vast, kom deze na en rapporteer aan de raad over de uitvoering en gevolgen van eventuele afwijkingen. 7. Zet de huidige Deze aanbeveling is overgenomen. Het PSW stelt expliciet dat financieringswijze voor vervangingsinvesteringen voor riolering en gemalen direct worden rioolvervanging voort (d.w.z. bekostigd vanuit de 'voorziening vervanging riolering'.
Nieuwe investeringen vanuit uitbreidingen van het areaal, zoals klimaatmaatregelen, worden wel vervangingsvoorziening). Dit geactiveerd en afgeschreven. De financiële structuur is robuust en beperkt de rentekosten, de minder gevoelig voor renteschommelingen, wat bijdraagt aan een rentegevoeligheid en het aandeel stabielere ontwikkeling van de rioolheffing op de lange termijn. niet beïnvloedbare vaste lasten 8. Het door de gemeente recent Het PSW bevat een gedetailleerde financiële evaluatie van de vorige afgeronde project ‘Basis op Orde’ periode en een uitgebreide en onderbouwde begroting voor de (BAR-breed) is erop gericht het komende periode, inclusief dotaties aan voorzieningen en een financiële administratiesysteem te doorkijk naar de lange termijn. Budgetten worden expliciet verbeteren. Hoewel de verhoogd op basis van gestegen prijzen. rekenkamer dit project niet heeft beoordeeld, wil zij de volgende De ramingen voor vervanging en relining zijn gebaseerd op externe, aandachtspunten meegeven: geïndexeerde eenheidsprijzen van Stichting Rioned. Uitgevoerde activiteiten en inspecties worden direct verwerkt in het a. Voer de inhoudelijke toetsing beheersysteem. en controle op begroting en realisatie van rioleringsactiviteiten Het PSW zelf fungeert als een uitgebreid verantwoordingsdocument in. over de afgelopen periode en een onderbouwd plan voor de komende periode.
Wanneer er een nieuwe planperiode aanbreekt, b. Stel realistische ramingen van zal er worden teruggeblikt op de effecten van het huidige PSW. In activiteiten op en leg de de P&C-cyclus wordt verdere verantwoording afgelegd aan de raad uitgevoerde activiteiten periodiek over de voortgang. Met assetmanagement werkt de organisatie vast in volgens het ‘line of sight’-principe (expliciete koppeling tussen verantwoordingsdocumenten. Dit beleid en onderhoud). In 2024 heeft de gemeente de P&C-cyclys is noodzakelijk om de uitvoering doorontwikkeld en is er een jaarlijkse slotwijziging toegevoegd, en voortgang van het teneinde verrassingen bij de jaarrekening te voorkomen.28 rioleringsbeleid te monitoren en bij te sturen indien nodig. 28 Gemeente Barendrecht (2024). Slotwijziging 2024, p. 3.
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 27.
Tot slot hebben betrokkenen naar voren gebracht dat de organisatie naar aanleiding van ‘Basis op Orde’ is gestart met zogeheten budgetgesprekken. Iedere maand is er een voorbereidend budgetgesprek in het team tussen de kredietbeheerders, subbudgethouders, financieel adviseur en teammanager. Ook is er ieder kwartaal is een budgetgesprek tussen de beleidsadviseur, financieel adviseur en de concernmanager (budgethouder), waarin met elkaar de hoofdlijnen besproken worden.
2.3 In gebreke gebleven (2019) Kernbevinding: Het college heeft de (sub)aanbevelingen uit dit rekenkameronderzoek grotendeels opgevolgd, in lijn met de bestuurlijke reactie op het rapport. Waar aanbevelingen gedeeltelijk of niet zijn opgevolgd, komt dit met name doordat de beoogde verbeterslag op een andere manier tot stand kwam of dat uitvoering van de aanbeveling niet technisch mogelijk was. In dit onderzoeksrapport deed de rekenkamer vier aanbevelingen met een aantal subaanbevelingen aan de gemeenteraad en het college. In onderstaande tabel geeft de rekenkamer de aanbevelingen volledig weer. Voor het overzicht vat de rekenkamer de aanbevelingen eerst kort samen: De rekenkamer beval aan om het inzicht in de doelgroep te vergroten en hen actiever te bereiken. Daarnaast werd aanbevolen de aanpak om kandidaten ‘job-ready’ te maken te verbeteren en de kansen tot een garantiebaan te vergroten. Tenslotte beval de rekenkamer aan om de mogelijkheid te verkennen om alsnog beschutte werkplekken te realiseren via afspraken met SW-bedrijven in de regio en de mogelijkheid tot het oprichten van een eigen sociaal werkbedrijf voor de BARgemeenten. In onderstaande tabel analyseert de rekenkamer de doorwerking van dit rekenkamerrapport.
Een deel van de subaanbevelingen wordt afzonderlijk besproken in de tabel, omdat de mate waarin ze doorwerking hebben gekregen afwijkt van de andere subaanbevelingen. Aanbeveling Mate van doorwerking 1. Vergroot het inzicht in de In algemene zin geldt dat integraal werken – en dus intensief omvang en samenstelling van de samenwerking – het leidende principe is voor de gemeentelijke doelgroep arbeidsgehandicapten uitvoering. Hoewel het verwezenlijken van dit principe in de praktijk en zet in op het actief bereiken een uitdaging kan zijn, zijn er volgens gesprekspartners al veel van de doelgroep (nietgoede stappen gezet op dit vlak. Als voorbeeld wijzen zij onder meer uitkeringsgerechtigde) op de samenwerking tussen senioren van team Voorzieningen en arbeidsgehandicapten. Doe dit beleidscollega’s en het organiseren van casusoverleggen/intervisie. door: In gesprekken is er bovendien op gewezen dat de huidige organisatie kleiner is dan ten tijde van de BAR-organisatie, waardoor a. De samenwerking tussen team medewerkers elkaar makkelijker weten te vinden dan voorheen. Participatie, team WMO en de wijkteams te intensiveren. Ook is er ingezet op de samenwerking met externe samenwerkingspartner. Betrokkenen hebben hiervan meerdere b. De samenwerking te vergroten voorbeelden gegeven, waaronder het afleggen van werkbezoeken.
met externe Er zijn mensen met specifieke kennis en ervaring aangetrokken. De samenwerkingspartners die gemeente voert zelf de regie uit en onderhoudt de contacten. kennis hebben van de doelgroep, Daarnaast is er meer focus vanuit accountmanagement.
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 28.
zoals woonzorginstellingen, justitiële instellingen en (reguliere) scholen.
Uit de gesprekken volgt dat de omvang en samenstelling van de doelgroep inmiddels goed in beeld is bij het team Voorzieningen. Er zijn twee klantmanagers die zich specifiek met deze doelgroep bezighouden (ca. 150 mensen). Qua capaciteit zou dat voldoende zijn. Van de 14 inwoners met een indicatie beschut werk zijn er volgens de gesprekspartners inmiddels 12 geplaatst. Verder geven zij aan dat er voor iemand binnen de doelgroep arbeidsgehandicapten in de praktijk altijd een plaats wordt gevonden, mits er sprake is van arbeidspotentie. In de aangeleverde documentatie en het raadsinformatiesysteem komt deze informatie niet terug, zodat de rekenkamer deze cijfers niet heeft kunnen controleren. Uit gesprekken volgt dat het contact met de externe samenwerkingspartners voor de doelgroep arbeidsgehandicapten goed verloopt. De klantmanagers zijn hier verantwoordelijk voor. Zij spreken met een klant of betrokken partij, halen op wat de behoefte is en zorgen er vervolgens voor dat er contact gelegd wordt. In de praktijk komt het regelmatig voor dat de klanten, organisaties en bedrijven zelf contact opnemen met de gemeente.
1c. Actief communicatiemiddelen De communicatie is volgens de betrokkenen op verschillende in te zetten (zoals folders, manieren ingericht. Allereerst is de afspraak gemaakt dat de berichten in huis-aan-huisbladen accountmanager WSP op bezoeken bij werkgevers standaard of op social media) om nietinformatie deelt over de doelgroep arbeidsgehandicapten. Verder is uitkeringsgerechtigde er, zoals hierboven vermeld, goed contact tussen de klantmanager arbeidsgehandicapten te en de samenwerkingspartners. Daarnaast haakt de gemeente aan op bereiken. communicatiemiddelen vanuit de arbeidsmarktregio, conform de Wet SUWI. De betrokkenen betwijfelen in hoeverre aanvullende communicatiemiddelen nog nodig zijn. In gesprekken is in algemene zin nog de kanttekening geplaatst dat de toenemende complexiteit van de samenleving vraagt om een heel gerichte inzet van verschillende soorten communicatiemiddelen. Dat is in de praktijk niet eenvoudig te realiseren. Niettemin is dit iets waar de gemeente volgens de gesprekspartners al een aantal goede stappen op heeft weten te zetten. 2.Verbeter de aanpak om De accountmanager WSP en de klantmanager zijn belast met het kandidaten ‘job-ready’ te maken, zoeken van geschikte werkervaringsplekken. Via deze weg zijn er door: met lokale en regionale partners afspraken gemaakt over de plaatsing van zowel reguliere klanten als klanten met een indicatie a.
Te zorgen voor doelgroepregister. Voor het plaatsen van laatstgenoemde groep zijn werkervaringsplaatsen die beter momenteel verschillende plekken beschikbaar bij externe partijen. geschikt zijn voor de doelgroep. De rekenkamer heeft deze informatie niet kunnen controleren op Overweeg hierbij onder meer het basis van de aangeleverde documentatie of documenten in het alsnog oprichten van een eigen raadsinformatiesysteem. leerwerkbedrijf en (verbetering
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 29.
van de) samenwerking met bestaande leerwerkbedrijven.
Verder heeft Barendrecht dit jaar een pilot gedraaid met een klantmanager Werkervaringsplaatsen. Deze hield zich specifiek bezig met het zoeken van werkervaringsplaatsen. Uit gesprekken volgt dat de resultaten van de pilot positief waren. Gesprekspartners hebben aangegeven dat het realiseren van werkervaringsplaatsen als een belangrijk punt van aandacht wordt gezien. Het maakt ook onderdeel uit van de actiepunten die de gemeente momenteel aan het opstellen is op het gebied van bestaanszekerheid.
De gemeente beschikt niet over een eigen leerwerkbedrijf. Het oprichten daarvan is weliswaar overwogen, maar de gemeente zou te klein voor een eigen leerwerkbedrijf. Wel is de gemeente Barendrecht op dit moment samen met andere gemeenten bezig aan een traject ter versterking van de sociale infrastructuur in de regio. 2b. Beleid en uitvoering van de Zoals opgemerkt bij aanbeveling 1 is integraal werken een van de Participatiewet en de Wmo speerpunten voor de gemeentelijke uitvoering. Verder geldt dat de integraler te maken. Maak hiertoe Wmo-dagbesteding op grond van de wet al toegankelijk is voor onder meer Wmo-dagbesteding inwoners met een bijstandsuitkering. Gesprekspartner plaatsen ook toegankelijk voor inwoners hierbij echter de kanttekening dat dit een zeer geringe groep betreft met een bijstandsuitkering. en dat men dagbesteding als een ultimum remedium beschouwt: dagbesteding komt pas aan de orde als andere opties (gericht op leer- en arbeidsvermogen) geen uitkomst kunnen bieden. 3. De huidige krapte op de De BAR-organisatie is ontvlochten. Barendrecht heeft daarmee arbeidsmarkt biedt kansen om (weer) een eigen ambtelijke organisatie voor alle beleids- en arbeidsgehandicapten aan een uitvoeringstaken. De gemeente heeft sindsdien een eigen garantiebaan te helpen. Vergroot accountmanager WSP.
Uit gevoerde gesprekken volgt dat de die kansen door: accountmanager goede resultaten weet te behalen, en dat de rol van accountmanager verder zal worden versterkt met de wijziging van a. De continuïteit van de de Wet SUWI. dienstverlening vanuit het WSPBAR te verbeteren, onder meer Door de ontvlechting van de BAR-organisatie is de aanbeveling deels door afhankelijkheid van één achterhaald. De kern ervan blijft echter overeind: er is nog steeds ‘dedicated accountmanager’ te sprake van afhankelijkheid van één accountmanager. Uit een interne verkleinen. zelfevaluatie op het gebied van arbeidsbemiddeling volgt bovendien dat de aanwezigheid van één accountmanager te weinig is om te kunnen voldoen aan de wettelijke opgaven. Derhalve concludeert de rekenkamer dat deze aanbeveling, ondanks de inzet van de accountmanager, niet is opgevolgd. 3b. Werkgevers actiever te Vanuit de Arbeidsmarktregio Rijnmond (AMR) zijn verschillende benaderen en hen te wijzen op de regionale activiteiten georganiseerd voor de regio, zoals een mogelijkheden om moeilijk communicatiecampagne richting werkgevers inzake de vervulbare vacatures in te vullen arbeidsgehandicaptendoelgroep. De accountmanager grijpt met kandidaten uit de doelgroep. dergelijke acties aan om lokale werkgevers op te zoeken, bijvoorbeeld binnen Dutch Fresh Port (DFP) of in relatie tot werkervaringsplaatsen
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 30.
3c. Garantiebanen ook bereikbaar Hoewel het voor de rekenkamer niet mogelijk is om dit vast te te maken voor stellen, geven betrokkenen aan dat de gemeente niet op voorhand arbeidsgehandicapten met een naar de loonwaarde kijkt van arbeidsgehandicapten. Deze zou pas lage loonwaarde, ook als dit worden bepaald nadat de betrokkene aan een werkplek is geholpen. betekent dat hierdoor meer geld De hoogte van de kosten voor loonkostensubsidie en jobcoaching beschikbaar gesteld moet worden zouden niet als belemmering worden beschouwd. Volgens voor loonkostensubsidie en betrokkenen heeft deze benadering een positief effect. Mensen jobcoaching. zouden op geschiktere werkplekken worden geplaatst, en er zouden meer mogelijkheden zijn voor plaatsing bij de huidige werkgevers. 3d. Aan te sluiten bij het Uit de bestuurlijke reactie op rapport bleek dat het technisch werkzoekendensysteem Sonar. onmogelijk was voor Barendrecht om van Sonar gebruik te maken. In gesprekken is daarnaast aangegeven dat Sonar slechts een van de vele systemen is voor de doelgroep participatie. Aan andere systemen neemt de gemeente wel deel. Deze zijn ook afgestemd binnen de AMR. Tot slot zij opgemerkt dat het UWV-portaal, waar Sonar een onderdeel van is, vanaf 1 januari 2026 wordt uitgefaseerd. Vanaf dat moment kunnen gemeenten ook geen gebruik meer maken van Sonar. 4.
Verken de mogelijkheid om Ten tijde van het rekenkameronderzoek waren er nul plaatsingen op alsnog beschutte werkplekken te beschut werk. Inmiddels heeft de gemeente meerdere afspraken realiseren via afspraken met SW- met externe partijen kunnen maken over het plaatsen van mensen. bedrijven in de regio (bijvoorbeeld Van de 14 inwoners met een indicatie beschut werk zijn er nu 12 door weer toe te treden tot een geplaatst. gemeenschappelijke regeling) en de mogelijkheid tot het oprichten De gemeente beschikt niet over een eigen sociaal werkbedrijf. van een eigen sociaal werkbedrijf Hierbij moet worden aangetekend dat de BAR-organisatie inmiddels voor de BAR-gemeenten. ontvlecht is en dat Barendrecht weer over een eigen ambtelijke organisatie beschikt. Verder is hierboven al opgemerkt dat de gemeente momenteel met andere gemeenten werkt aan een traject ter versterking van de sociale infrastructuur in de regio. Hierbij wordt ook gekeken naar sociale werkbedrijven.
2.4 Grond voor twijfel (2020) Kernbevinding: Het college heeft de aanbevelingen uit dit rekenkameronderzoek grotendeels opgevolgd. Waar de aanbevelingen gedeeltelijk of niet zijn opgevolgd, komt dit onder meer door technische aspecten of doordat de aanbeveling op een andere manier is opgevolgd dan destijds door de rekenkamer beoogd. Dit omdat het college koos voor een opvolging die beter aansloot bij de bestaande praktijk. In dit onderzoeksrapport deed de rekenkamer vijf aanbevelingen aan de gemeenteraad en het college. In onderstaande tabel geeft de rekenkamer de aanbevelingen volledig weer. Voor het overzicht vat de rekenkamer de aanbevelingen eerst kort samen: De rekenkamer beval aan om binnen de GR Nieuw Reijerwaard aan te dringen op een enquête onder lokale ondernemers om de werkelijke vraag naar ruimte te peilen, en op basis daarvan het AGF-label te handhaven voor dit gebied en los te laten voor het overige deel. Verder adviseerde de rekenkamer om binnen de GR verdere afspraken te maken over de OZB-opbrengsten. Ook werd aanbevolen om de besluitvorming binnen de GR te verbeteren, onder andere door te investeren in een goede verstandshouding binnen het AB en DB. Daarnaast beval de rekenkamer aan om een realistische berekening van het risico op een negatief financieel resultaat te maken en bij
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 31.
toekomstige participatie in verbonden partijen zorg te dragen voor een deugdelijke onderbouwing van het maatschappelijk belang. Tot slot beval de rekenkamer aan om een beleidskader op te stellen voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen. In onderstaande tabel analyseert de rekenkamer de doorwerking van dit rekenkamerrapport. Aanbeveling
Mate van doorwerking
1. Dring binnen de GR aan op:
In hoeverre vanuit Barendrecht binnen de GRNR is aangedrongen om een enquête uit te voeren, heeft de rekenkamer niet kunnen a. Een enquête onder lokale vaststellen. Wel heeft de GRNR Buck Consultants International ondernemers om de omvang van gevraagd om te onderzoeken welk type bedrijven, aanvullend op de de actuele en toekomstige vraag gevestigde bedrijven, nodig zijn voor versterking van de naar ruimte voor clusterkracht van de DFP. Voor dit onderzoek is geen enquête bedrijfsuitbreiding in Nieuw onder lokale ondernemers uitgezet, wel zijn er interviews met Reijerwaard (met label) te lokale bedrijven afgenomen. De resultaten van dit onderzoek zijn bepalen; opgenomen in het rapport ‘Clusterkracht Dutch Fresh Port’ b. Het label te handhaven voor een (2020).29 gebied met deze omvang; De vraag of het brede AGF-label gehandhaafd diende te worden c. Het loslaten van het label in de was onderdeel van het bovengenoemde onderzoek van Buck. In de ‘Bestuurlijke afspraken ontwikkeling Dutch Fresh Port’ is door de rest van het gebied. gemeenten Barendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, de GRNR, de provincie Zuid-Holland en het betrokken bedrijfsleven (vertegenwoordigd door VBO Fresh Port) op 1 februari 2021 onder meer besloten om het AGF-label voor maximaal 10% te verruimen voor de categorie AGF-gerelateerd, en maximaal 10 procent voor de categorie overige.
De laatste categorie is ingevuld door de vestiging van Quooker. Vanuit Dutch Fresh Port is ingezet op een brede doorontwikkeling van het gebied. De plannen hiervoor zijn opgenomen het Gebiedsperspectief Dutch Fresh Port 2040 (2024) en een daaruit voortvloeiend integraal uitvoeringsprogramma (2024).30 Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de belangen van Barendrecht. Zo draagt de ontwikkeling bij aan het project ‘Stationstuinen’ en wordt er gewerkt aan de vorming van een campus binnen dat gebied. Verder is er een regiodeal gesloten (‘Samen Sterker!’), waarmee het Rijk ruim acht miljoen euro heeft toegekend aan de regio ten behoeve van brede welvaart. De aanpak die hierin is opgenomen heeft mede betrekking op Dutch Fresh Port.
29 Buck Consultants International (december 2020). Clusterkracht Dutch Fresh Port. 30 Dutch Fresh Port (maart 2024). Gebiedsperspectief 2024;
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 32.
In gesprekken is aangegeven dat het risicoprofiel van de GRNR anno 2025 sterk is verminderd, omdat alle gronden binnen het gebied inmiddels gereserveerd dan wel verkocht zijn.31 2. Dring binnen de GR aan op het Na het rekenkamerrapport hebben de betrokken partijen op korte termijn maken van aanvullende afspraken gemaakt over de omgang met de OZBafspraken met de gemeente opbrengsten.32 Ridderkerk over: Omdat de risico’s voor deelname aan de GRNR over de drie a. De kaders voor de doelmatige deelnemers zijn gespreid, hebben de partijen afgesproken dat ook besteding van de gereserveerde de inkomsten aan de drie deelnemers toekomen. Dit is vastgelegd OZB-opbrengsten, bijdragend aan in artikel 2 van de overeenkomst 'Financiële en Operationele de ontwikkeling van Nieuw Afspraken betreffende Waardecreatie en Beheer Nieuw Reijerwaard; Reijerwaard van 15 juni 2020, zoals afgesloten tussen de gemeente Ridderkerk en de GRNR. De GRNR constateerde in 2024 dat deze b. Een toevoeging van deze financiële afspraken onvoldoende passen in een overeenkomst opbrengsten aan de tussen Ridderkerk en GRNR, aangezien het primair een financiële grondexploitatie bij een negatief compensatie-afspraak over het profijt tussen de deelnemende resultaat van de GR; gemeenten in de GRNR betreft. Bovengenoemde overeenkomst is aangepast en de raad van Ridderkerk heeft op 19 mei 2025 c.
Een bredere bestemming van deze opbrengsten, bijvoorbeeld ingestemd met het aangaan van een overeenkomst met Rotterdam ten behoeve van het gehele Dutch en Barendrecht, om de inkomsten naar rato te verdelen. Berekend is dat de totale inkomsten uit OZB voor Nieuw Reijerwaard tot 2029 Fresh Port gebied, wanneer negen miljoen euro zou bedragen. Dit bedrag verdeelt Ridderkerk onvoldoende mogelijkheden bestaan om deze gelden doelmatig over de drie deelnemende gemeenten van de GRNR, waarbij elke deelnemer 1/3 toekomt. Dit betekent dat Barendrecht bijna drie te besteden ten behoeve van miljoen euro van Ridderkerk krijgt op basis van de bedoelde (exclusief) de ontwikkeling van overeenkomst. Dit is verwerkt in de Tussenrapportage 2025.33 Nieuw Reijerwaard; d. De afrekening van OZBopbrengsten en beheerkosten tussen de GR en Ridderkerk.
Wat betreft de bredere bestemming van de OZB-opbrengsten geldt dat vanuit de GRNR op verschillende manieren wordt bijgedragen aan Dutch Fresh Port.34 Tevens is er een afspraak gemaakt om vanuit de GRNR één miljoen euro bij te dragen aan het weefvak A15 vanaf de IJsselmondse knoop.35
3. Verzilver het voordeel van de juridische vorm van een gemeenschappelijke regeling,
In 2021 heeft het college van Barendrecht een plan van aanpak opgesteld ter uitvoering van de aanbevelingen van de
31 Zie: https://www.nieuwreijerwaard.eu/wat-doen-we/kavelkaart/ (geraadpleegd op 20 oktober 2025). 32 Brief college Barendrecht (20 mei 2025). Overeenkomst verdeling waardecreatie Nieuw Reijkerwaard; Overeenkomst
‘Financiële afspraken betreffende verdeling waardecreatie Nieuw Reijerwaard’; 1e Allonge ‘Financiële en operationale afspraken betreffende waardecreatie en beheer Nieuw Reijerwaard’. 33 Gemeente Barendrecht (2025). Tussenrapportage 2025, p. 49. 34 Brief Nieuw Reijerwaard (2025). Memo ‘Overdracht van de kassiersfunctie van Dutch Fesh Port van Barendrecht naar de GR
Nieuw Reijerwaard’. 35 Brief Nieuw Reijerwaard (27 oktober 2022). Cofinanciering weefvak A-15.
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 33.
namelijk inspraak van gemeentebesturen ‘aan de voorkant’, door binnen de GR aan te drinken op:
rekenkamer.36 Hierin merkt het college op dat punt a van aanbeveling 3 niet correct aansluit op de spelregels en bestuurlijke verhoudingen, zoals neergelegd in de gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard. Het college wijst erop dat er geen formele verantwoordings- of informatierelatie bestaat tussen het DB van de GR en de colleges van B&W.
a. Afspraken over tijdige afstemming van besluiten in het DB binnen de colleges van b en w In hoeverre het college van Barendrecht binnen de GRNR heeft van de deelnemers; aangedrongen op het realiseren van de genoemde punten onder aanbeveling 3 kan door de rekenkamer niet worden achterhaald. b. Voorbereiding van complexe Wel blijkt uit de gevoerde gesprekken dat er inmiddels veel besluiten, waarbij de belangen van verschillende overlegstructuren rondom de GRNR bestaan en dat er de deelnemers verschillen, door ook sprake is van meer informele afstemming binnen en met de een werkgroep met ambtenaren GRNR. Ook is aangegeven dat complexe besluiten in de praktijk uit de drie deelnemende samen worden opgepakt in de ambtelijke vooroverleggen. Verder is gemeenten met bestuurlijk in meer algemene zin opgemerkt dat de GRNR sinds de opdrachtgeverschap van één van verschijning van het rapport meer kennis en ervaring heeft de DB-leden; opgebouwd en een verdere professionaliseringsslag heeft gemaakt. c. Het voortvarend oppakken van Dit zou volgens gesprekspartners ook een positief effect hebben deze onderwerpen door ze vaste gehad op de samenwerking en afstemming met de deelnemende agendapunten te maken op DB- gemeenten. vergaderingen; d. Het investeren in een goede onderlinge verstandhouding binnen het AB en DB door informele afstemmingsmomenten buiten vergadering. 4.
Maak voor de berekening van In gesprekken is aangevoerd dat in 2020 het risicomanagement van het benodigd de GRNR nader is aangescherpt en geprofessionaliseerd. Dit heeft weerstandsvermogen in de volgens de betrokkenen geleid tot een realistischere inschatting jaarrekening van Barendrecht over van de opbrengsten en kosten. 2020 een realistische berekening Daarnaast is hierboven al opgemerkt dat alle gronden binnen het van het risico op een negatief gebied inmiddels zijn gereserveerd dan wel verkocht. Hierdoor is resultaat van de GR, rekening het risicoprofiel van de GRNR volgens betrokkenen sterk houdend met: verminderd anno 2025. a. De relatief geringe omvang van de tot nog toe afgesloten (voor)reserveringen en koopovereenkomsten;
36 College Barendrecht (2021). Plan van aanpak aanbevelingen rekenkameronderzoek grond voor twijfel.
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 34.
b. De resultaten van de enquête onder lokale ondernemers (zie aanbeveling 1a) c. Een mogelijk negatief effect op de opbrengsten van de grondverkopen door het niet aanleggen van de derde ontsluitingsweg. 5. Draag, voordat in de toekomst In het plan van aanpak uit 2021 heeft het college van Barendrecht wordt overgegaan tot een het voornemen uitgesproken om bij een nieuwe verbonden partij risicodragende participatie in een door een onafhankelijke partij in een vroegtijdig stadium een nieuwe verbonden partij, zorg voor maatschappelijke kosten en baten analyse (MKBA) te laten een deugdelijke onderbouwing van uitvoeren. Gezien het belang van een integrale maatschappelijke het publieke belang: afweging is een MKBA volgens het college een geschikt middel om de positieve en negatieve effecten van een risicodragende a. Een adequate beleidsparticipatie in een nieuwe verbonden partij scherp in beeld te theoretische onderbouwing van krijgen. maatschappelijke effecten; Van een situatie zoals in aanbeveling 5 is sinds de verschijning van b. Een cijfermatige onderbouwing het rekenkamerrapport nog geen sprake geweest. van deze effecten; c. Een deugdelijke afweging van de noodzaak om dit publieke belang veilig te stellen door risicodragend te participeren. 6.
Stel een beleidskader op voor de De gemeente Barendrecht werkt momenteel nog aan het opstellen ontwikkeling van van een omgevingsvisie.37 Daarin zal de gemeente ook aandacht bedrijventerreinen en leg dit ter besteden aan de bedrijventerreinen in de gemeente. besluitvorming voor aan de Het gebied Nieuw Reijerwaard valt onder gemeente Ridderkerk en gemeenteraad. Verwerk in dit is onderdeel van de Omgevingsvisie Ridderkerk, die de beleidskader wetenschappelijke gemeenteraad van Ridderkerk in september 2025 heeft inzichten over de vorming- en vastgesteld.38 economische effecten van clusters. Daarnaast is gewerkt aan het versterken van de clusterkracht van het AGF-cluster. Hierbij zijn tevens wetenschappelijke inzichten en benchmarkgegeven betrokken. Vanuit het samenwerkingsverband Dutch Fresh Port is de benadering ten aanzien van het AGF-cluster verder uitgewerkt in het Gebiedsperspectief Dutch Fresh Port 2040
37 Zie de pagina ‘Omgevingsvisie’ op Barendrecht.nl. 38 Zie de pagina ‘Omgevingsvisie’ op ridderkerk.nl.
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 35.
(2024) en het daaruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma (2024).
2.5 Bouwen in balans (2022) Kernbevinding: Het college heeft twee van de drie aanbevelingen uit dit rekenkameronderzoek opgevolgd. De derde aanbeveling heeft het college niet opgevolgd, omdat het college oordeelde dat hier al op een andere manier in was voorzien. In dit onderzoeksrapport deed de rekenkamer acht aanbevelingen aan de gemeenteraad en het college. In onderstaande tabel geeft de rekenkamer de aanbevelingen volledig weer. Voor het overzicht vat de rekenkamer de aanbevelingen eerst kort samen: De rekenkamer beval aan om de woonvisie te actualiseren, een totaaloverzicht van segmenten van opgeleverde en geplande woningen op te nemen en stil te staan bij de beperkte ambtelijke capaciteit. Bovendien beval de rekenkamer aan om terughoudend te zijn met het introduceren van nieuwe definities van vraag en aanbod en eventuele wijzigingen goed te onderbouwen in beleid en doelstellingen. Tenslotte beval de rekenkamer aan om een visie te formuleren op de wisselwerking tussen de gemeente en de regio en de rol van de raad daarbij. In onderstaande tabel analyseert de rekenkamer de doorwerking van dit rekenkamerrapport. Aanbeveling
Mate van doorwerking
1. Actualiseer de woonvisie. Houd In 2023 heeft de gemeente Barendrecht de nieuwe Woonvisie 2023zicht op de uitvoering van het 2027 vastgesteld en in 2024 het Programma Wonen.39 De woonvisie beleid door bestaande vormen bevat de ambities en doelstellingen voor de komende jaren en sluit van registratie op projectniveau aan op regionale afspraken over woningbouwaantallen en samen te voegen tot een prestatieafspraken. Het woonprogramma werkt de woonvisie verder totaaloverzicht. Sta ook stil bij de uit en geeft een beschrijving van de woonbehoeften tot circa 2040. beperkte ambtelijke capaciteit en De monitoring van geplande en opgeleverde nieuwbouwwoningen de inzet daarvan. vindt jaarlijks plaats op regionaal niveau. Daarnaast wordt in de P&C-cyclus gerapporteerd over de nieuwbouwproductie.40 In hoeverre bij het actualiseren van de woonvisie ook rekening is gehouden met de beperkte ambtelijke capaciteit heeft de rekenkamer niet kunnen vaststellen. Uit gesprekken komt naar voren dat de ambtelijke capaciteit nog steeds beperkt is. 2. Wees zuinig met het introduceren van nieuwe definities van vraag en aanbod. Als het onontkoombaar is, werk
In gesprekken is aangegeven dat de gemeente probeert om het introduceren van nieuwe definities tot een minimum te beperken. Wel wordt hierbij de kanttekening geplaatst dat het Rijk de huurprijsgrenzen en kooprijsgrenzen jaarlijks aanpast. Gemeenten
39 Gemeente Barendrecht (2023). Goed wonen in Barendrecht. Woonvisie 2023-2027; Gemeente Barendrecht (2025).
Programma Wonen, te raadplegen via: link. 40 Zie bijvoorbeeld Gemeente Barendrecht (2024). Jaarstukken 2024, p. 71 e.v.
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 36.
deze nieuwe definities dan uit in moeten deze aanpassingen vervolgens een plek geven in hun beleid. het woonbeleid en de Het college informeert de raad hierover middels informatiebrieven.41 nieuwbouwdoelstellingen. 3. Formuleer een visie op de Deze aanbeveling is niet opgevolgd. De gevraagde visie is niet wisselwerking tussen de geformuleerd. Als reden hiervoor wordt aangevoerd dat bij het gemeente en de regio, en de rol opstellen van beleid altijd al nadrukkelijk rekening wordt gehouden van de gemeenteraad daarbij, en met de regionale context en kaders. Tevens is in gesprekken leg deze aan de raad voor. aangegeven dat de raad naast de P&C-cyclus door middel van raadsinformatiebrieven en (regionale) informatiebijeenkomsten op de hoogte wordt gehouden over regionale ontwikkelingen.42
41 Zie bijvoorbeeld College Barendrecht (21 januari 2025). Prijsgrenzen huur- en koopwoningen 2025. 42 Zie bijv. College Barendrecht (februari 2025). Stand van zaken nieuwe verordening Woonruimtebemiddeling regio
Rotterdam 2025.
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 37.
3. Duiding van de aanbevelingen In het vorige hoofdstuk is een toelichting gegeven op de mate waarin de aanbevelingen van de zes rapporten zijn opgevolgd. In dit hoofdstuk worden de aanbevelingen nader geanalyseerd: aan wie de aanbevelingen zijn gericht, en wat de aard van de aanbevelingen is op inhoudelijk vlak. Verder geeft de rekenkamer in dit hoofdstuk een overkoepelende analyse van de (doorwerking van) aanbevelingen uit de zes onderzochte onderzoeksrapporten. Hierin staan we stil bij in hoeverre aanbevelingen wel of niet of deels zijn opgevolgd en wat mogelijke verklaringen hiervoor zijn. In dit hoofdstuk wordt daarmee antwoord gegeven op de volgende onderzoeksvragen:
Aan welk gremium zijn de aanbevelingen van de rekenkamer gericht? Wat is de inhoudelijke aard van de aanbevelingen?
3.1 Adressering en aard van de aanbevelingen Kernbevinding: De aanbevelingen van de rekenkamer zijn in de vier onderzochte rapporten vooral (impliciet) gericht aan het college. Alleen in het rapport ‘riolering uit beeld’ zijn er aanbevelingen expliciet aan de raad gericht. Deze aanbevelingen hadden ook betrekking op de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad.
Aanbevelingen zijn vooral gericht aan het college Alleen in het rapport ‘riolering uit beeld’ richtte de rekenkamer zijn aanbevelingen rechtstreeks aan de raad. Deze aanbevelingen hebben te maken met de informatievoorziening vanuit het college en de controlerende taak van de raad. In de andere rapporten zijn alle aanbevelingen expliciet of impliciet (hoewel soms via de raad) gericht aan het college. Aanbevelingen gericht aan de raad, het college of de organisatie? Rekenkamers maken verschillende keuzes over de vraag aan wie aanbevelingen gericht moeten zijn. Sommige rekenkamers kiezen er expliciet voor om aanbevelingen zo veel mogelijk aan de gemeenteraad te richten, omdat rekenkameronderzoek in eerste instantie een instrument is dat ten bate van de informatievoorziening en rolneming van de raad wordt toegepast. Het voordeel van die werkwijze is dat aanbevelingen van de rekenkamer direct door de raad kunnen worden overgenomen in raadsbesluiten over de rapporten, ofwel door de raad geamendeerd kunnen worden. Andere rekenkamers kiezen ervoor aanbevelingen direct of indirect aan het college of de organisatie te richten. In ander onderzoek zagen de onderzoekers dat doorwerking van aanbevelingen soms niet plaatsvond in gevallen wanneer niet duidelijk was welk gremium de aanbeveling zou moeten oppakken.
In Barendrecht heeft dit blijkens dit onderzoek minder een rol gespeeld bij de doorwerking.
De meeste aanbevelingen van de rekenkamer zijn beleidsinhoudelijk of praktisch van aard De aanbevelingen in het rapport ‘riolering uit beeld’ zijn met name gericht op de informatiepositie van de raad (‘informeer de raad’). In de andere rapporten van de rekenkamer is dit minder (expliciet) het geval en zijn de aanbevelingen meer beleidsinhoudelijk of praktisch van aard. De aanbevelingen van het rapport ‘in gebreke gebleven’ betreffen voornamelijk praktische aanbevelingen om de doelgroep beter te bereiken en arbeidsgehandicapten ‘job ready’ te maken. Ook de aanbevelingen van het rapport
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 38.
‘grond voor twijfel’ zijn beleidsinhoudelijk van aard: een deel richt zich op de (beleidsmatige) afspraken binnen de GR en de rest is voornamelijk gericht op de interne werkwijze in de gemeente Barendrecht. De aanbevelingen in het rapport ‘bouwen in balans’ focussen meer op visies en definities, waarbij de derde aanbeveling ook op de betrokkenheid van de raad toeziet.
3.2 Overkoepelende analyse van de doorwerking van de aanbevelingen Kernbevinding: De meeste aanbevelingen van de rekenkamer (35 van de 42 subaanbevelingen) zijn (grotendeels) opgevolgd. Voor aanbevelingen die gedeeltelijk of niet zijn opgevolgd zijn verschillende verklarende factoren aan te wijzen. Een belangrijke verklarende factor is dat die aanbevelingen van de rekenkamer volgens college en organisatie niet altijd goed aansloten bij de uitvoeringspraktijk. De vier onderzochte onderzoeksrapporten bevatten in totaal 21 aanbevelingen. Met de subaanbevelingen meegerekend zijn er in totaal 42 aanbevelingen. Hieronder geeft de rekenkamer een overzicht van de doorwerking van de aanbevelingen. Omdat de doorwerking soms per subaanbeveling verschilt, telt de rekenkamer iedere subaanbeveling mee in dit overzicht.
Kleur
Betekenis
Aantal (sub)aanbevelingen
Groen
Doorwerking heeft plaatsgevonden
29
Doorwerking heeft gedeeltelijk plaatsgevonden of de beoogde verbeterslag is op een andere wijze tot stand gekomen
6
Oranje
Rood
Doorwerking heeft niet plaatsgevonden
3
Blauw
De doorwerking is niet navolgbaar
4
Totaal
42
De analyse van de doorwerking van de onderzochte aanbevelingen laat zien dat een grote meerderheid van de aanbevelingen geheel of gedeeltelijk is opgevolgd. Dat geldt voor 35 van de 42 onderzochte (sub)aanbevelingen. Bij drie (sub)aanbevelingen heeft er geen doorwerking plaatsgevonden. De rekenkamer heeft de opvolging van vier aanbevelingen om verschillende redenen niet kunnen vaststellen. Wanneer een aanbeveling gedeeltelijk is uitgevoerd, geldt vaak dat er wel maatregelen zijn getroffen die raken aan de maatregel, maar die niet aansluiten bij hoe de rekenkamer de aanbeveling heeft bedoeld. Zo is na het onderzoek ‘grond voor twijfel’ geen apart beleidskader voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen opgesteld, maar worden aspecten die de rekenkamer in de betreffende aanbeveling meegaf wel op andere manieren geadresseerd. Aanbevelingen die helemaal niet zijn opgevolgd zijn
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 39.
niet opgevolgd doordat de aanbeveling volgens gesprekspartners niet goed aansluit bij de uitvoeringspraktijk, soms vanwege ontwikkelingen ná het onderzoek. Hieronder werkt de rekenkamer een aantal mogelijke verklaringen voor de opvolging van aanbevelingen nader uit.
De doorwerking is geborgd en waar geen doorwerking plaatsvond is dat te verklaren Zoals gezegd is het grootste deel van de aanbevelingen geheel of gedeeltelijk opgevolgd. Uit eerder doorwerkingsonderzoek in andere gemeenten zijn diverse verklaringen aan bod gekomen over in hoeverre aanbevelingen van de rekenkamer zijn opgevolgd (zie ook bijlage 2). In de onderstaande tabel vat de rekenkamer deze kort samen en licht de rekenkamer toe in hoeverre dit inderdaad een verklaring is geweest voor de mate van doorwerking. Samengevat komt hieruit naar voren dat de doorwerking van aanbevelingen van de vier onderzochte rapporten is geborgd. Een paar factoren zijn (mogelijke) verklaringen voor het gebrek aan doorwerking, waaronder de afspraken over afhandeling van rapporten, beleidsinhoudelijke of praktische keuzes om aanbevelingen gedeeltelijk of niet op te volgen en de acceptatie of steun in de organisatie voor de aanbevelingen. Na de tabel volgt nog een nadere inhoudelijke duiding. Mogelijke verklaring
Bevindingen
Keuze voor een onderwerp dat aansluit bij de (informatie)behoefte van de raad;
Dit was een belangrijk criterium voor de rekenkamer bij de selectie van de onderzochte onderwerpen in 2018-2022. Er zijn geen aanwijzingen dat de onderwerpkeuze een negatieve invloed heeft gehad op de mate van doorwerking. Er zijn geen aanwijzingen dat de timing van een onderzoek op zich invloed heeft gehad op de opvolging van een onderzoek. Wel gold voor het onderzoek ‘bouwen in balans’ dat de organisatie volgens gesprekspartners ten tijde van het onderzoek al was gestart met de actualisatie van de woonvisie en het opstellen van een woonprogramma. De doorlooptijd van dit onderzoek was met bijna twee jaar uitzonderlijk lang - de overige onderzoeken zijn binnen een tijdspanne van een halfjaar tot een jaar uitgevoerd.43 Ook komt uit gesprekken naar voren dat ontwikkelingen buiten de gemeente ten tijde van of na de onderzoeken van invloed zijn geweest op de praktische werkbaarheid van aanbevelingen. Er zijn geen aanwijzingen dat de kwaliteit van de analyse, conclusies en aanbevelingen uit rekenkamerrapporten een negatieve invloed heeft gehad op de mate van doorwerking. Er zijn geen aanwijzingen dat de vorm of presentatie van het onderzoek een negatieve
Timing van het onderzoek;
Kwaliteit van de analyse, conclusies en de aanbevelingen;
Vorm/presentatie van het onderzoek;
43 Rekenkamer Barendrecht (2022). Rekenkameronderzoek ‘bouwen in balans’: link.
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 40.
Heldere communicatie rond de publicatie van het rapport;
Heldere procedures en besluitvorming rond de behandeling van rekenkamerproducten;
Heldere procedures en verantwoordelijkheden omtrent de afhandeling van aanbevelingen uit rekenkameronderzoek;
Bestuurscultuur binnen de organisatie;
Interactie rekenkamer met de raad en het college;
Interactie rekenkamer met de ambtelijke organisatie en bekendheid van de rekenkamer bij de organisatie;
Acceptatie/steun binnen de ambtelijke organisatie voor de aanbevelingen.
invloed heeft gehad op de mate van doorwerking. Er zijn geen aanwijzingen dat de communicatie rond de publicatie van rapporten negatieve invloed heeft gehad op de mate van doorwerking. De processtappen bij de behandeling van rekenkamerrapporten zijn in principe helder. Bij drie van de vier rapporten heeft de raad bij besluitvorming een nader verzoek aan het college gedaan ten aanzien van de opvolging. De raad geeft in de huidige werkwijze niet expliciet opdracht aan het college om aanbevelingen uit te voeren. Er zijn echter geen aanwijzingen dat dit gevolgen heeft gehad voor de mate van doorwerking. Er zijn geen expliciete afspraken over wie verantwoordelijk is voor de opvolging van rekenkamerrapporten, maar in de praktijk zijn dit blijkens gesprekken de inhoudelijk betrokken beleidsmedewerkers. In de gevoerde gesprekken komt naar voren dat de aanbevelingen soms ‘tussen wal en schip kunnen vallen’ wanneer de betreffende ambtelijke contactpersoon de gemeente verlaat. Dit kan een verklaring zijn voor de wijze waarop aanbevelingen zijn opgevolgd. Er zijn geen aanwijzingen dat de bestuurscultuur in de organisatie negatieve invloed heeft gehad op de mate van doorwerking. De rekenkamer heeft meerdere keren per jaar (en ook gedurende het uitvoeren van onderzoeken) contact gehad met de raad en het college.
Er zijn geen aanwijzingen dat dit een negatieve invloed heeft gehad op de doorwerking van aanbevelingen. De rekenkamer heeft gedurende het uitvoeren van onderzoeken intensief contact gehad met de ambtelijke organisatie. Hoewel de bekendheid van de rekenkamer binnen de organisatie per medewerker verschilt, zijn er geen aanwijzingen dat dit een negatieve invloed heeft gehad op de doorwerking van aanbevelingen. Zoals eerder in deze paragraaf toegelicht, werden sommige aanbevelingen minder of niet gesteund door de organisatie, bijvoorbeeld omdat de aanbeveling niet voldoende aansloot op de praktijk van het werk of doordat andere
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 41.
inhoudelijke ontwikkelingen ertoe leidden dat aanbevelingen niet goed werkbaar waren. Dit is een mogelijke verklaring voor de verminderde doorwerking van deze aanbevelingen. Het omgekeerde geldt ook: de uitkomsten van het onderzoek ‘riolering uit beeld’ werden zowel door het college als de organisatie gedragen en veruit de meeste aanbevelingen zijn dan ook opgevolgd.
Nadere analyse van verklaringen voor de mate van doorwerking Is kennisnemen van de conclusies en de aanbevelingen overnemen voldoende? De raad kent geen auditcommissie of begeleidingscommissie. Organisatorische kwesties rondom rekenkameronderzoek worden in beginsel besproken in de commissie Algemene Zaken en Financiën. De inhoudelijke behandeling van rekenkamerrapporten vindt plaats in de relevante inhoudelijke commissie en indien nodig in de daaropvolgende raadsvergadering. Uit de gevoerde gesprekken komt naar voren dat de griffie de raadsvoorstellen over rekenkamerrapporten opstelt. Vervolgens neemt de raad het raadsvoorstel meestal conform aan. Dit gold ook voor de behandeling van de vier onderzochte rekenkamerrapporten, hoewel de raad bij de rapporten ‘in gebreke gebleven’ en ‘grond voor twijfel’ wel amendementen en een motie indiende. Raadsvoorstellen over rekenkamerrapporten kennen vaak dezelfde formulering die in de gemeente Barendrecht gebruikt worden. In die formulering neemt de raad ‘kennis van’ de conclusies en aanbevelingen, of neemt de raad de conclusies en aanbevelingen over. Met deze formulering alleen geeft de raad echter niet expliciet opdracht aan het college om de aanbevelingen uit te voeren, en wordt niet expliciet gemaakt hoe en op welke termijn de raad wil dat de aanbevelingen worden uitgevoerd.
Voor de vier onderzochte rapporten geldt dit alleen voor het rapport ‘riolering uit beeld’. Bij de overige rapporten heeft de raad wel een nader verzoek gedaan aan het college. Bij het rapport ‘bouwen in balans’ gaf de raad echter niet aan hoe het college precies de aanbevelingen bij de uitwerking van de woonvisie zou moeten verwerken. Bij deze werkwijze geeft de raad de opvolging van de aanbevelingen in principe in handen van het college. Dat kan een voordeel zijn, omdat op die manier de doorwerking geborgd is. Een nadeel kan zijn dat de raad op deze manier minder eigenaarschap heeft over de doorwerking van rekenkameronderzoek. Ook kan een nadeel zijn dat aanbevelingen op een manier worden uitgevoerd die minder in lijn is met wat de raad belangrijk vindt. In de conclusies en aanbevelingen gaat de rekenkamer hier nader op in. Schriftelijke vastlegging van de opvolging is een positieve verklarende factor Voor de opvolging van de aanbevelingen van de rapporten ‘in gebreke gebleven’ en ‘grond voor twijfel’ heeft het college – op verzoek van de raad – elk een plan van aanpak opgesteld. Voor beide rapporten geldt dat de aanbevelingen goeddeels door het college zijn opgevolgd. Ook is de opvolging beter herleidbaar, omdat het college de wijze van opvolging schriftelijk heeft vastgelegd.
Dit geldt in mindere mate voor het onderzoek ‘bouwen in balans’, waar de raad het college verzocht om de aanbevelingen mee te nemen bij de actualisatie van de woonvisie. In de woonvisie (en het bijbehorende programma wonen) zijn de belangrijkste aandachtspunten uit het rekenkameronderzoek destijds geadresseerd, wat de belangrijkste verklaring is voor de doorwerking ervan.
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 42.
De opvolging van het onderzoek ‘riolering uit beeld’ is het meest eenduidig. Dit komt in dat geval doordat de aanbevelingen van de rekenkamer grotendeels zijn geadresseerd in het Programma Stedelijk Water 2024-2028 (PSW). In het PSW is echter niet expliciet teruggegrepen op de aanbevelingen van de rekenkamer. Uit gesprekken komt naar voren dat de aanbevelingen van de rekenkamer goed bekend waren in de organisatie en wel degelijk mee zijn genomen bij de totstandkoming van het PSW. Als aanbevelingen worden opgevolgd is dat niet altijd vanwege het rekenkameronderzoek In gesprekken komt naar voren dat een deel van de aanbevelingen zijn opgevolgd, hoewel dit niet direct te danken is aan de uitkomsten van het rekenkameronderzoek. Dit geldt bijvoorbeeld voor twee van de drie aanbevelingen van het onderzoek ‘bouwen in balans’, omdat de woonvisie volgens gesprekspartners al in ontwikkeling was en aandachtspunten uit het rekenkameronderzoek al adresseerde. Steun en/of acceptatie van de aanbevelingen is een bepalende factor Steun of acceptatie voor de aanbevelingen uit rekenkameronderzoek is een bepalende factor voor opvolging. Dit geldt niet alleen voor steun of acceptatie van de organisatie, maar ook bestuurlijke steun voor de conclusies en aanbevelingen is daarbij van belang. Een goed voorbeeld is het onderzoek ‘riolering uit beeld’.
De uitkomsten van dit onderzoek werden volgens gesprekspartners door zowel raad, college als organisatie als waardevol gezien. Volgens gesprekspartners was daarbij een bepalende factor dat de aanbevelingen goed aansloten bij de uitvoeringspraktijk. De verklaring die zij hiervoor geven is dat het onderzoeksbureau dat het onderzoek destijds voor de rekenkamer uitvoerde gespecialiseerd was in het onderwerp riolering. Wanneer er minder steun of acceptatie voor aanbevelingen was, om welke reden dan ook, ziet de rekenkamer dat de aanbevelingen in mindere mate opvolging kregen, of op een andere manier opvolging kregen dan de rekenkamer destijds beoogde. Dit is voor een belangrijk deel weg te verklaren doordat dit vaak aanbevelingen betreft die minder goed aansloten bij de uitvoeringspraktijk of die door andere ontwikkelingen niet goed opvolgbaar waren. Verloop in de organisatie als verklarende factor? Gesprekspartners geven aan dat bij twee van de onderzochte rapporten de betrokken beleidsmedewerkers niet meer bij de gemeente werken. Hun opvolgers waren tot dit doorwerkingsonderzoek niet altijd bekend met het rekenkameronderzoek van destijds, laat staan de achtergrond of intenties van de rekenkamer bij bepaalde aanbevelingen. Dit kan een knelpunt zijn voor de doorwerking van rekenkameronderzoek.
Door de opvolging van aanbevelingen vast te leggen, wordt dit risico (deels) voorkomen en dit zien we in Barendrecht ook terug. De mate waarin aanbevelingen aansluiten bij de uitvoeringspraktijk is een bepalende factor In hoofdstuk 2 lichtte de rekenkamer al bij diverse aanbevelingen toe dat een aanbeveling niet altijd is opgevolgd op de wijze die de rekenkamer destijds beoogde. Dit is voor een belangrijk deel te verklaren doordat aanbevelingen niet goed aansloten bij de uitvoeringspraktijk. Dit geldt bijvoorbeeld voor de ene aanbeveling van het onderzoek ‘riolering uit beeld’ die niet is opgevolgd. Dit betreft een aanbeveling om de frequentie van inspecties van de riolering te verhogen. Volgens gesprekspartners is hier momenteel geen aanleiding voor.
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 43.
Bij het onderzoek ‘in gebreke gebleven’ beval de rekenkamer aan om gebruik te gaan maken van het werkzoekendensysteem Sonar. Uit de bestuurlijke reactie op rapport bleek dat het technisch onmogelijk was voor Barendrecht om van Sonar gebruik te maken. Vanaf 1 januari 2026 is het ook niet meer mogelijk voor gemeenten om van het UWV-portaal, waar Sonar onderdeel van is, gebruik te maken. Nog een voorbeeld betreft een subaanbeveling in het onderzoek ‘grond voor twijfel’ ten aanzien van bestuurlijke afstemming. In de bestuurlijke reactie op dit onderzoek gaf het college aan dat deze aanbeveling niet goed aansloot op de spelregels en bestuurlijke verhoudingen binnen de GRNR, omdat er geen sprake was van een formele verantwoordingsrelatie tussen de colleges van B&W en het dagelijks bestuur van de GR. Ontwikkelingen buiten de gemeente zijn van invloed op de praktische werkbaarheid van aanbevelingen Waar aanbevelingen gedeeltelijk of niet zijn opgevolgd, komt dit in bepaalde gevallen ook door ontwikkelingen die (gedeeltelijk) buiten de gemeente liggen. Voor de opvolging van het onderzoek ‘in gebreke gebleven’ is de ontvlechting van de BAR-organisatie bijvoorbeeld relevant. De aanbeveling die zich richtte op afhankelijkheid van één accountmanager binnen deze organisatie is daarmee deels achterhaald geworden.
Voor het onderzoek ‘grond voor twijfel’ is relevant dat de context omtrent de GRNR sinds het onderzoek is gewijzigd: gesprekspartners geven aan dat alle gronden binnen het gebied inmiddels zijn gereserveerd dan wel verkocht, waardoor het risicoprofiel van de GRNR anno 2025 sterk is verminderd.
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 44.
Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording Werkwijze en uitvoering Dit doorwerkingsonderzoek richt zich op de volgende vijf rekenkameonderzoeken: • 2018: onderzoek ‘Riolering uit beeld’, te raadplegen via: link. • 2019: onderzoek ‘In gebreke gebleven’, te raadplegen via: link. • 2020: onderzoek ‘Grond voor twijfel’, te raadplegen via: link. • 2022: onderzoek ‘Bouwen in balans’, te raadplegen via: link. Voor elk onderzoek is geanalyseerd in hoeverre de aanbevelingen zijn opgevolgd. Daarnaast zijn de overkoepelende processen rondom rekenkameronderzoek geanalyseerd. Het onderzoek is in de periode juni – oktober 2025 uitgevoerd. Op 20 juni 2025 voerden de onderzoekers en de rekenkamer een startgesprek met een afvaardiging van de ambtelijke organisatie. Vervolgens is de organisatie gevraagd om per rekenkameronderzoek een ambtelijk contactpersoon aan te wijzen. De onderzoekers hebben de ambtelijk contactpersonen gevraagd om in een invulformat per aanbeveling aan te geven hoe deze is geïmplementeerd. Ook hebben de onderzoekers documenten opgevraagd en op basis hiervan een documentanalyse uitgevoerd. In augustus en september 2025 hebben de onderzoekers interviews gehouden met de ambtelijk contactpersonen van elk onderzoek. Daarnaast hebben de onderzoekers een gesprek gevoerd met de griffier van de gemeenteraad van Barendrecht.
Op basis van alle onderzoeksmaterialen hebben de onderzoekers in oktober 2025 de nota van bevindingen opgesteld. Deze is op 20 oktober 2025 aan de ambtelijke organisatie aangeboden voor een feitenverificatie. Na het verwerken van de reactie heeft de rekenkamer conclusies en aanbevelingen vastgesteld. Het onderzoeksrapport is op 12 november aangeboden aan het college van B&W voor een bestuurlijke reactie. Deze is op 25 november ontvangen en integraal opgenomen in het rapport, evenals het nawoord van de rekenkamer. De rekenkamer heeft het onderzoeksrapport op 28 november aangeboden aan de gemeenteraad.
Schriftelijke documentatie Voor de geraadpleegde schriftelijke documentatie verwijst de rekenkamer naar de voetnoten in de rapportage.
Gevoerde interviews De onderzoekers hebben de volgende interviews gevoerd: Datum gesprek
Naam/functie
Onderwerp
26 augustus 2025
Teammanager
Doorwerking onderzoek ‘riolering uit beeld’ (2018)
26 augustus 2025
Beleidsadviseur
Doorwerking onderzoek ‘bouwen in balans’ (2022)
3 september 2025
Medewerkers sociaal domein
Doorwerking onderzoek ‘in gebreke gebleven’ (2019)
3 september 2025
Griffier
Doorwerking van en betrokkenheid van de raad bij rekenkameronderzoeken
30 september 2025
Beleidsadviseur
Doorwerking onderzoek ‘grond voor twijfel’ (2020)
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 45.
Bijlage 2. Analysekader Onderstaande lijst met mogelijke verklaringen voor het wel of niet realiseren van doorwerking van aanbevelingen gebruiken we als uitgangspunt in het onderzoek: • • • • • • • • • • •
Keuze voor een onderwerp dat aansluit bij de (informatie)behoefte van de gemeenteraad; Timing van het onderzoek; Kwaliteit van de analyse, conclusies en de aanbevelingen; Vorm/presentatie van het onderzoek; Heldere communicatie rond de publicatie van het rapport; Heldere procedures en besluitvorming rond de behandeling van rekenkamerproducten; Heldere procedures en verantwoordelijkheden omtrent de afhandeling van aanbevelingen uit rekenkameronderzoek; Bestuurscultuur binnen de organisatie; Interactie rekenkamer met de gemeenteraad en het college; Interactie rekenkamer met de ambtelijke organisatie en bekendheid van de rekenkamer bij de organisatie; Acceptatie/steun binnen de ambtelijke organisatie voor de aanbevelingen.
Bronnen: • Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (2018), Inzicht in doorwerking van rekenkamerproducten; Keulen, S. (2021). • De doorwerking van lokaal rekenkameronderzoek: een empirische zoektocht naar succesfactoren van gebruik. Bestuurswetenschappen 75, 2, pp. 82-100. • Rekenkameronderzoeken uitgevoerd door Necker in de periode 2020-heden: o Rekenkamer Waterschap Rivierenland en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (2024). Doorwerkingsonderzoek: link. o Rekenkamer Halderberge (2024). Doorwerkingsonderzoek: link. o Rekenkamer West Twente (2024). Doorwerkingsonderzoek rekenkameronderzoeken 2017-2021 gemeente Wierden: link. o Rekenkamer West Twente (2024). Doorwerkingsonderzoek rekenkameronderzoek externe inhuur gemeente Twenterand. o Rekenkamer West Twente (2024). Doorwerkingsonderzoek privacy en informatieveiligheid sociaal domein gemeente Rijssen-Holten. o Rekenkamercommissie Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen (2023). Doorwerkingsonderzoek dienstverlening. o Rekenkamercommissie Vlaardingen (2022). Doorwerkingsonderzoek. o Rekenkamercommissie Noordoostpolder (2022). Doorwerkingsonderzoek. o Rekenkamer Nissewaard (2021). Doorwerkingsonderzoek. o Rekenkamer Diemen (2020). Doorwerkingsonderzoek.
Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 46.