CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport doorwerkingsonderzoek Barendrecht

gemeenteraad 16 december 2025, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Rekenkamer Rapport Doorwerkingsonderzoek17.418 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Doorwerkingsonderzoek Rekenkamer Barendrecht Eindrapport

Doorwerkingsonderzoek | 28-11-2025 Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 1.

Colofon Datum: 28-11-2025 Eindrapport Rekenkamer Barendrecht: Prof. dr. Marcel Boogers, directeur Dr. Marieke Oprel, plaatsvervangend directeur Onderzoekers: Robert Klaassen robert@necker.nl Julia de Langen julia@necker.nl Wouter Doeleman wouter@necker.nl

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 2.

Inhoudsopgave Colofon

2

Inleiding

5

Aanleiding en doelstelling Vraagstelling Leeswijzer

5 5 6

Kernbevindingen

7

Behandeling, besluitvorming en verantwoording Doorwerking van de onderzoeken Duiding van de aanbevelingen

7 7 8

Conclusies en aanbevelingen

9

Conclusies Aanbevelingen Aandachtspunten voor de eigen werkwijze van de rekenkamer

9 10 11

Reactie van college van B&W

13

Nawoord rekenkamer

15

1. Behandeling, besluitvorming en verantwoording

17

1.1 Behandeling en besluitvorming over de onderzoeksrapporten 1.2 Verantwoording aan en rolneming door de gemeenteraad

17 22

2. Doorwerking van de onderzoeken

24

2.1 Toelichting op de toetsing van doorwerking 2.2 Riolering uit beeld (2018) 2.3 In gebreke gebleven (2019) 2.4 Grond voor twijfel (2020) 2.5 Bouwen in balans (2022)

24 25 28 31 36

3. Duiding van de aanbevelingen

38

3.1 Adressering en aard van de aanbevelingen 3.2 Overkoepelende analyse van de doorwerking van de aanbevelingen

38 39

Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording

45

Werkwijze en uitvoering Schriftelijke documentatie Gevoerde interviews

45 45 45

Bijlage 2. Analysekader

46

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 3.

Bestuurlijke nota

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 4.

Inleiding Aanleiding en doelstelling Een rekenkamerkamerrapport dat in de la blijft liggen, mist zijn doel. Rekenkamerrapporten kunnen bijdragen aan de controlerende en kaderstellende rol van de raad. Om na te gaan in hoeverre de rapporten daadwerkelijk bijdragen aan deze rol, is het belangrijk om te onderzoeken wat er precies met de aanbevelingen van rekenkameronderzoeken gebeurt. Het uitvoeren van een doorwerkingsonderzoek is daartoe een passend instrument. Met een doorwerkingsonderzoek wordt beoordeeld of de conclusies en aanbevelingen van een afgerond onderzoek op enige manier in de praktijk effect hebben gehad. Er wordt onderzocht hoe de raad het rapport heeft behandeld, hoe het college hierop heeft gereageerd en met de aanbevelingen aan de slag is gegaan en hoe het vervolgens door de ambtelijke organisatie is opgepakt. In 2025 is de zelfstandige rekenkamer Barendrecht van start gegaan. In de jaren daarvoor heeft rekenkamer Barendrecht als onderdeel van de Rekenkamer Rotterdam een aantal onderzoeken uitgevoerd. Bij de start van de nieuwe rekenkamer Barendrecht is het goed om in kaart te brengen wat de opbrengst is geweest van deze eerdere onderzoeken.

Welke onderzoeken en aanbevelingen hebben resultaat gehad? Welk effect zien organisatie, college en raad? Wat zijn succesfactoren en knelpunten in het proces van rekenkameronderzoek? En wat kan de nieuwe rekenkamer daarvan leren? Een doorwerkingsonderzoek geeft de raad inzicht in het effect van de door de raad overgenomen aanbevelingen en in eventuele nieuwe aandachtspunten. Het gaat daarbij niet enkel om het in kaart brengen van de feitelijke implementatie en het effect hiervan, maar ook om de redenen voor de mate van doorwerking. Dit stelt de raad in staat om het gesprek te voeren met het college en met elkaar over de realisatie van gemaakte afspraken en eventueel te komen tot hernieuwde afspraken, passend bij actuele ontwikkelingen. Ook geeft het de nieuwe rekenkamer een vliegende start, doordat duidelijk wordt wat wel en niet werkt in het onderzoeksproces en bijvoorbeeld de toonzetting en aard van de aanbevelingen. Eventuele lessen hieruit kan de rekenkamer meteen meenemen in haar werkwijze voor de komende jaren. Doorwerking heeft een instrumentele kant, maar ook een meer conceptuele kant. Dit doorwerkingsonderzoek zal in eerste instantie in kaart brengen in welke mate de aanbevelingen en conclusies uit rekenkamerrapporten uiteindelijk hun doorwerking vinden in het beleid: dit is het instrumentele aspect van doorwerking.

Daarnaast onderzoekt de rekenkamer welke impact de rekenkamer als instrument heeft gehad op het gevoerde bestuur en beleid: dit is de conceptuele kant van doorwerkingsonderzoek. Daarom onderzoekt de rekenkamer ook hoe de rekenkamerrapporten zijn behandeld door de raad, het college en de ambtelijke organisatie.

Vraagstelling In dit onderzoek wordt in beeld gebracht of de (door de raad overgenomen) aanbevelingen van vier verschillende rekenkameronderzoeken navolging hebben gekregen in de gemeente Barendrecht. De rekenkamer onderzoekt de doorwerking van de onderstaande rekenkamerrapporten van de voormalige rekenkamer Barendrecht: ● ● ● ●

2018: onderzoek ‘Riolering uit beeld’ 2019: onderzoek ‘In gebreke gebleven’ 2020: onderzoek ‘Grond voor twijfel’ 2022: onderzoek ‘Bouwen in balans’

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 5.

De rekenkamer voert dit onderzoek uit aan de hand van de volgende centrale onderzoeksvraag: Hoe is aan de aanbevelingen van de rekenkameronderzoeken in de periode 2018-2023 opvolging gegeven door de gemeente Barendrecht en welke lessen volgen hieruit om de toekomstige doorwerking van rekenkameronderzoek te bevorderen? Om de hoofdvraag te beantwoorden zijn er deelvragen geformuleerd. De deelvragen zijn:

Adressering en aard van de aanbevelingen 1. 2. 3.

Hoe luiden de vastgestelde aanbevelingen? Aan welk gremium zijn de aanbevelingen van de rekenkamer gericht? Wat is de inhoudelijke aard van de aanbevelingen?

Besluitvorming 4. 5.

Op welke manier is door de raad met de aanbevelingen omgegaan en welke besluiten zijn genomen? Heeft het college van B&W concrete opdrachten gekregen van de gemeenteraad?

Uitvoering 6.

In welke mate en op welke manier zijn deze aanbevelingen door het college van B&W opgepakt en uitgevoerd? 7. Zijn aanbevelingen vertaald in concrete maatregelen en hoe hebben deze opvolging gekregen? 8. Is duidelijk welk effect de opvolging van aanbevelingen heeft gehad en zo ja, wat is dat effect? 9. Welke aanbevelingen zijn niet geïmplementeerd en welke redenen zijn hiervoor aan te wijzen? 10. Hoe vindt verantwoording plaats over de uitvoering van raadsbesluiten ten aanzien van rekenkameronderzoek? 11. Heeft de raad zelf de uitvoering van de vastgestelde aanbevelingen gecontroleerd en op basis daarvan gehandeld?

Lessen 12. Welke lessen kunnen worden getrokken uit de wijze waarop aanbevelingen doorwerking hebben gekregen en hoe hierover verantwoording wordt afgelegd? 13. Welke lessen kunnen worden getrokken over de rol van de raad bij de doorwerking van aanbevelingen?

Leeswijzer Dit rapport bestaat uit twee delen: de bestuurlijke nota en de nota van bevindingen. • De bestuurlijke nota bevat de centrale boodschap van het onderzoek in de vorm van kernbevindingen, conclusies en aanbevelingen. Daarna is de bestuurlijke reactie van het college van B&W integraal opgenomen. • De nota van bevindingen gaat achtereenvolgens in op de behandeling, besluitvorming en verantwoording over de onderzoeken; de (aard van de) aanbevelingen uit de onderzochte rapporten en een overkoepelende analyse van de doorwerking van deze aanbevelingen. In de bijlage heeft de rekenkamer een nadere onderzoeksverantwoording opgenomen.

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 6.

Kernbevindingen Hieronder geeft de rekenkamer de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek weer. Daarmee beantwoordt de rekenkamer de onderzoeksvragen. Samen met de conclusies en aanbevelingen kunnen deze kernbevindingen als managementsamenvatting van het rapport gelezen worden.

Behandeling, besluitvorming en verantwoording    

Op welke manier is door de raad met de aanbevelingen omgegaan en welke besluiten zijn genomen? Heeft het college van B&W concrete opdrachten gekregen van de gemeenteraad? Hoe vindt de verantwoording plaats over de uitvoering van raadsbesluiten ten aanzien van rekenkameronderzoek ? Heeft de raad zelf de uitvoering van de vastgestelde aanbevelingen gecontroleerd en op basis daarvan gehandeld?

De raad heeft de conclusies en aanbevelingen van alle vier onderzoeken door middel van een besluit overgenomen. De raad heeft het college bij de rapporten ‘in gebreke gebleven’ en ‘grond voor twijfel’ verzocht toe te lichten hoe het college de aanbevelingen uit zou voeren. Het college heeft dit ook gedaan. Bij deze twee rapporten nam de raad een actieve rol in ten aanzien van de doorwerking van de aanbevelingen. Sinds de inwerkingtreding van de Wet Versterking Decentrale Rekenkamers in 2023 is het college verplicht jaarlijks aan de raad verantwoording af te leggen over de doorwerking van rekenkameronderzoek. Het college van Barendrecht heeft in de afgelopen raadsperiode voor de rapporten ‘in gebreke gebleven’ en ‘grond voor twijfel’ een terugkoppeling gegeven, nadat de raad hier in raadsbesluiten om vroeg. Voor de rapporten ‘riolering uit beeld’ en ‘bouwen in balans’ heeft het college geen terugkoppeling gegeven over de doorwerking aan de raad, maar de gemeenteraad heeft dit zelf ook niet getoetst. De gemeenteraad heeft mede daardoor momenteel geen overkoepelend inzicht in de doorwerking van rekenkameronderzoek, maar heeft zelf ook geen initiatieven genomen om dit inzicht te verkrijgen.

Doorwerking van de onderzoeken     

Hoe luiden de vastgestelde aanbevelingen? In welke mate en op welke manier zijn deze aanbevelingen door het college van B&W opgepakt en uitgevoerd? Zijn aanbevelingen vertaald in concrete maatregelen en hoe hebben deze opvolging gekregen? Is duidelijk welk effect de opvolging van aanbevelingen heeft gehad en zo ja, wat is dat effect? Welke aanbevelingen zijn niet geïmplementeerd en welke redenen zijn hiervoor aan te wijzen?

Het college heeft de aanbevelingen uit het onderzoek ‘riolering uit beeld’ (2018) grotendeels opgevolgd. Dit is in lijn met de positieve bestuurlijke reactie op het rapport. Van de acht aanbevelingen is één aanbeveling niet opgevolgd. Dit betreft een aanbeveling om de frequentie van inspecties van de riolering te verhogen. Volgens gesprekspartners is hier momenteel geen aanleiding voor.

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 7.

Het college heeft de (sub)aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek ‘in gebreke gebleven’ (2019) grotendeels opgevolgd, in lijn met de bestuurlijke reactie op het rapport. Waar aanbevelingen gedeeltelijk of niet zijn opgevolgd, komt dit met name doordat de beoogde verbeterslag op een andere manier tot stand kwam of dat uitvoering van de aanbeveling niet technisch mogelijk was. Het college heeft de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek ‘grond voor twijfel’ (2020) grotendeels opgevolgd. Waar de aanbevelingen gedeeltelijk of niet zijn opgevolgd, komt dit onder meer door technische aspecten of doordat de aanbeveling op een andere manier is opgevolgd dan destijds door de rekenkamer beoogd. Dit omdat het college koos voor een opvolging die beter aansloot bij de bestaande praktijk. Het college heeft twee van de drie aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek ‘bouwen in balans’ (2022) opgevolgd. De derde aanbeveling heeft het college niet opgevolgd, omdat het college oordeelde dat hier al op een andere manier in was voorzien.

Duiding van de aanbevelingen  

Aan welk gremium zijn de aanbevelingen van de rekenkamer gericht? Wat is de inhoudelijke aard van de aanbevelingen?

De aanbevelingen van de rekenkamer zijn in de vier onderzochte rapporten vooral (impliciet) gericht aan het college. Alleen in het rapport ‘riolering uit beeld’ zijn er aanbevelingen expliciet aan de raad gericht. Deze aanbevelingen hadden ook betrekking op de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. De meeste aanbevelingen van de rekenkamer (35 van de 42 subaanbevelingen) zijn (grotendeels) opgevolgd. Voor aanbevelingen die gedeeltelijk of niet zijn opgevolgd zijn verschillende verklarende factoren aan te wijzen. Een belangrijke verklarende factor is dat die aanbevelingen van de rekenkamer volgens college en organisatie niet altijd goed aansloten bij de uitvoeringspraktijk.

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 8.

Conclusies en aanbevelingen Conclusies Op basis van de nota van bevindingen trekt de rekenkamer de volgende conclusies. Conclusie 1. De doorwerking van rekenkameronderzoek is in Barendrecht goed geborgd en wanneer doorwerking in mindere mate of niet plaatsvindt, is dat ook te verklaren. In dit doorwerkingsonderzoek stonden vier rekenkameronderzoeken centraal, met in totaal 42 aanbevelingen (inclusief subaanbevelingen). De grote meerderheid van deze aanbevelingen is helemaal of gedeeltelijk opgevolgd. De rekenkamer identificeert drie mogelijke bepalende factoren voor de doorwerking van aanbevelingen:  Bij de bestuurlijke behandeling is bij drie van de vier onderzochte rapporten (soms per aanbeveling) schriftelijk vastgelegd hoe de aanbevelingen opgevolgd zouden worden door het college. Dit is een positieve verklaring voor de doorwerking van de betreffende aanbevelingen.  Doorwerking van de aanbevelingen (op de wijze zoals destijds door de rekenkamer bedoeld) is ook afhankelijk van de acceptatie of steun voor de aanbevelingen bij het college en de organisatie. Dit kan zowel een positieve als negatieve verklaring zijn voor de doorwerking: aanbevelingen waar steun voor is leiden ook tot vervolgacties, terwijl aanbevelingen waar dit minder het geval is niet of op een andere wijze worden opgevolgd.

Dit hangt ook samen met het derde en laatste punt:  Bepalend is de mate waarin aanbevelingen van de rekenkamer aansluiten bij de uitvoeringspraktijk. Ook dit kan zowel een positieve als negatieve verklaring zijn voor de doorwerking. Wanneer de aanbevelingen goed aansluiten bij de uitvoeringspraktijk, betreft dit veelal technische (sub)aanbevelingen waarvan de organisatie de afweging maakt deze niet of op een andere manier op te volgen. Bijvoorbeeld aanbevelingen over het gebruik van een bepaalde vorm van monitorings- of verantwoordingssystematiek. Waar aanbevelingen gedeeltelijk of niet zijn opgevolgd, komt dit in bepaalde gevallen ook door ontwikkelingen die (gedeeltelijk) buiten de gemeente liggen, zoals de ontvlechting van de BAR-organisatie. Conclusie 2. Er zijn geen expliciete afspraken gemaakt over wie intern verantwoordelijk is voor de opvolging van aanbevelingen van de rekenkamer, wat kwetsbaarheden met zich meebrengt. In de gemeente Barendrecht zijn er geen expliciete afspraken gemaakt over de verantwoordelijkheden over de opvolging van rekenkamerrapporten. In de praktijk zijn dit de inhoudelijk betrokken beleidsmedewerkers die ook als ambtelijk contactpersoon bij het rekenkameronderzoek betrokken waren. Deze situatie is vergelijkbaar met die in andere gemeenten.

Gezien de mate van opvolging van de aanbevelingen van de onderzochte rapporten, hoeft deze werkwijze niet per definitie problematisch te zijn. Tegelijkertijd kent deze werkwijze wel kwetsbaarheden, met name wanneer zich personele wisselingen voordoen. Wanneer de kennis over een rekenkamerrapport en de verantwoordelijkheid voor de opvolging van aanbevelingen niet wordt overgedragen, kan een rapport in de spreekwoordelijke la belanden. Conclusie 3. De raad heeft beperkt grip op de inhoudelijke opvolging van rekenkameronderzoek, mede omdat de raad de opvolging van aanbevelingen steeds in handen geeft van het college. De gemeenteraad van Barendrecht neemt in de regel kennis van de conclusies en aanbevelingen uit rekenkamerrapporten, of neemt de conclusies en aanbevelingen over. De raad heeft het college bij drie van de vier onderzochte rapporten een nader verzoek gedaan ten aanzien van de opvolging. Bij de

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 9.

rapporten ‘in gebreke gebleven’ en ‘grond voor twijfel’ vroeg de raad het college om een plan van aanpak te verstrekken over de opvolging van de aanbevelingen en bij het rapport ‘bouwen in balans’ vroeg de raad het college om de aanbevelingen te betrekken bij de uitwerking van de woonvisie. De raad vervult dus een actieve rol om te verzekeren dat er opvolging van rekenkameronderzoek plaatsvindt. Bij deze werkwijze geeft de raad echter geen expliciete opdracht aan het college om de aanbevelingen uit te voeren. Feitelijk geeft de raad de opvolging van rekenkamerrapporten steeds in handen van het college. Tegelijkertijd maakt de raad in deze werkwijze niet duidelijk aan het college hoe de raad het liefst wil dat de aanbevelingen opgevolgd worden en welke prioriteiten de raad daarbij stelt – dit laat de raad in de huidige werkwijze aan het college. Hierdoor kunnen aanbevelingen op een manier uitgevoerd worden die minder in lijn is met wat de raad belangrijk vindt. De raad heeft momenteel ook onvoldoende (overkoepelend) inzicht in de opvolging van aanbevelingen. Dit signaal is ook al bij de consultatie door de rekenkamer aan de orde gekomen en was mede aanleiding om dit onderzoek uit te voeren.

Uit dit onderzoek komt naar voren dat dit gebrek aan inzicht ten dele komt doordat het college niet altijd een terugkoppeling geeft over hoe het college de aanbevelingen opvolgt of heeft opgevolgd, en ten dele doordat de raad zelf ook niet actief toetst of aanbevelingen opgevolgd zijn.

Aanbevelingen Op basis van de nota van bevindingen en de conclusies formuleert de rekenkamer de volgende aanbevelingen aan de gemeenteraad: Aanbeveling 1. Geef in raadsvoorstellen expliciet opdracht aan het college om de aanbevelingen uit te voeren. Door expliciete opdrachten aan het college te geven om de aanbevelingen van de rekenkamer uit te voeren, stelt de raad zichzelf in staat om actiever te sturen op de doorwerking. Door het college in een beslispunt van het raadsvoorstel concreet de opdracht te geven om aanbevelingen uit te voeren, geeft de raad richting en kan het college makkelijker op de uitvoering worden aangesproken. Ook kan de raad op hoofdlijnen aangeven hoe het college met de aanbevelingen aan de slag kan gaan en hoe het college verantwoording aflegt over de opvolging. Uiteraard kan het college vervolgens de raad informeren en consulteren over de precieze uitwerking. Het college is uiteindelijk verantwoordelijk voor opvolging, maar het is wel belangrijk dat de raad aan de voorkeur meegeeft wat hierbij voor de raad belangrijk is. Aanbeveling 2. Vraag het college om de verantwoordelijkheden voor het opvolgen van aanbevelingen te expliciteren. Zoals geconcludeerd zijn de betrokken beleidsmedewerkers in eerste instantie verantwoordelijk voor de opvolging van aanbevelingen. In de praktijk kent deze werkwijze echter kwetsbaarheden.

Expliciet vastleggen wie wanneer en waarvoor verantwoordelijk voor is, kan een extra waarborg zijn om de opvolging van aanbevelingen te verzekeren. Wanneer aanbevelingen uit rekenkameronderzoek op het functioneren van de raad zelf zijn gericht, kan de raad overwegen de verantwoordelijkheid voor opvolging te beleggen bij de griffie, één van de raadscommissies of een aparte raadswerkgroep. Aanbeveling 3. Maak met het college afspraken over de verplichte jaarlijkse verantwoording aan de raad over de doorwerking van aanbevelingen en toets die verantwoording ook actief.

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 10.

Sinds enkele jaren verplicht de Gemeentewet het college ertoe om jaarlijks verantwoording af te leggen aan de gemeenteraad over de doorwerking van aanbevelingen van de rekenkamer. De wet stelt geen verplichtingen aan de wijze waarop het college hier uitvoering aan moet geven. De rekenkamer adviseert de raad om hier met het college afspraken over te maken, zodat er helderheid bestaat over hoe en op welke momenten het college de raad informeert over de verantwoording over de doorwering van de aanbevelingen. Dat kan ook op de wijze waarop dit bij de onderzoeken ‘in gebreke gebleven’ en ‘grond voor twijfel’ is gedaan. Daarbij heeft de raad het college verzocht binnen een bepaalde tijdspanne toe te lichten aan de raad hoe het college opvolging zou geven aan de aanbevelingen. Wanneer voor die methode wordt gekozen, is het wel van belang dat het college rapporteert over in hoeverre die voorgenomen inspanningen na verloop van tijd daadwerkelijk zijn uitgevoerd. En dat de raad ook actief toetst of de inspanningen overeenkomen met wat de raad belangrijk vond ten aanzien van dat specifieke onderzoek.

Aandachtspunten voor de eigen werkwijze van de rekenkamer De Rekenkamer Barendrecht heeft dit onderzoek bewust als eerste onderzoek in de nieuwe samenstelling uitgevoerd. Doel van het onderzoek was mede om lessen hieruit mee te nemen in de werkwijze voor de komende jaren. De rekenkamer neemt vanuit dit doorwerkingsonderzoek drie aandachtspunten mee voor de eigen werkwijze: 1. De rekenkamer zorgt voor een zorgvuldige consultatie van de raad én de organisatie vooraf aan het bepalen van het jaarlijkse onderzoeksprogramma. In de totstandkoming van het jaarlijkse onderzoeksprogramma ligt een kans besloten om rekenkameronderzoek beter aan te laten sluiten bij de wensen en informatiebehoefte van de raad. De rekenkamer neemt zich voor de raad bij het selecteren van onderwerpen uit te dagen en in een goed gesprek scherpte aan te brengen in de scope van de onderzoeken. Bij de start van de onderzoeken is het belangrijk ook te weten te komen wat de informatiebehoefte vanuit de organisatie is, en welke initiatieven de organisatie zelf neemt op het gebied van onderwerpen waar de rekenkamer onderzoek naar wil doen. Zo kunnen onderzoeken beter aansluiten bij de beleidswerkelijkheid van Barendrecht en kunnen aanbevelingen beter landen in de organisatie. De rekenkamer zal daar bij de startfase van onderzoeken scherp op zijn. 2.

De rekenkamer zal zelf steeds een voorzet doen voor raadsvoorstellen over rekenkameronderzoeken. De rekenkamer ondersteunt de raad door het gevoerde bestuur en beleid te toetsen vanuit een onafhankelijke positie. De rekenkamer is van mening dat de totstandkoming van raadsvoorstellen aangaande rekenkamerrapporten bij de raad zou moeten liggen. Dit sluit aan bij de huidige werkwijze in Barendrecht, waarbij de griffier en niet het college de raadsvoorstellen voor rekenkamerrapporten opstelt. Door (mee te denken bij) het opstellen van de betreffende raadsvoorstellen kan de rekenkamer in aanvulling daarop bijdragen aan werkbare besluiten waarmee de raad afgebakende opdrachten kan meegeven aan het college. Daarmee wil de rekenkamer ook bijdragen aan het eigenaarschap van de raad over de rekenkamerrapporten en de opvolging daarvan. De rekenkamer wil daarom in toekomstig onderzoek aanbevelingen formuleren op een manier waarbij deze gemakkelijk door de griffier als beslispunt in een raadsvoorstel opgenomen kunnen worden. 3.

De rekenkamer zal bij toekomstige onderzoeken extra aandacht hebben voor de formulering van aanbevelingen, zodat zij zo veel mogelijk aansluiten bij de beleidswerkelijkheid De rekenkamer wil zo goed mogelijk in te spelen op de beleidswerkelijkheid van Barendrecht, bijvoorbeeld door aanbevelingen zo te formuleren dat deze aansluiting vinden bij waar de organisatie mee bezig is of de organisatie in staat stellen een andere afweging te maken. Het is echter niet altijd te

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 11.

voorkomen dat de rekenkamer een aanbeveling doet die in de praktijk al door de organisatie is of wordt opgepakt. Dit hoeft niet per se een probleem te zijn wanneer de rekenkamer een aanbeveling doet die één op één aansluit bij waar de organisatie mee bezig is. Dan kan dit ook als een extra validatie voor de ingeslagen weg worden gezien. Doorwerking van het rekenkameronderzoek vindt in die gevallen dan meer plaats doordat er überhaupt onderzoek naar het betreffende onderwerp wordt gedaan of doordat het onderzoek gaandeweg de uitvoering al leidt tot verbeteringen. En ook wanneer het college of de organisatie ervoor kiest een aanbeveling op een andere manier uit te voeren of niet uit te voeren, kan daar een legitieme reden voor zijn. Het is wel van belang dat die reden dan inzichtelijk is voor de raad en dat de raad dit kan toetsen.

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 12.

Reactie van college van B&W Geachte heer Boogers, Op 12 november 2025 heeft u het rapport 'Doorwerkingsonderzoek' aan ons toegestuurd. U geeft ons de gelegenheid voor bestuurlijke wederhoor en daar maken wij graag gebruik van. Waardevol onderzoek en herkenning in conclusies en aanbevelingen Wij hebben met belangstelling kennisgenomen van het rapport en waarderen de zorgvuldigheid waarmee u de doorwerking van vier onderzoeken uit de periode 2018–2023 in kaart heeft gebracht. Het onderzoek geeft een waardevol inzicht in hoe eerdere aanbevelingen zijn uitgevoerd en op welke punten verbetering mogelijk is. Wij herkennen ons in de conclusies en aanbevelingen en gaan hier graag mee aan de slag. Ruime meerderheid van aanbevelingen is uitgevoerd Het stemt ons tevreden dat u concludeert dat de doorwerking van de rekenkameronderzoeken over het algemeen goed is geborgd en dat aanbevelingen in ruime meerderheid (35 van de 42) daadwerkelijk (grotendeels) zijn uitgevoerd en vertaald in passende maatregelen. U stelt dat voor aanbevelingen die gedeeltelijk of niet zijn opgevolgd een belangrijke verklarende factor is dat die aanbevelingen niet altijd goed aansloten bij de uitvoeringspraktijk. Daarom wilt u bij toekomstige onderzoeken extra aandacht besteden aan de formulering van aanbevelingen, zodat zij (nog) beter aansluiten bij de beleidswerkelijkheid.

Wij onderstrepen het belang hiervan, omdat wij graag het rekenkameronderzoek benutten voor verbetering van ons beleid en onze dienstverlening Opdracht aan college met reële uitvoeringsmogelijkheden en termijnen (aanbeveling 1) De rekenkamer adviseert de gemeenteraad om in raadsvoorstellen over rekenkameronderzoek expliciete opdrachten aan het college te formuleren. Wij onderschrijven dat dit bijdraagt aan meer duidelijkheid over de verwachtingen van de raad en aan heldere afspraken over de wijze van uitvoering en verantwoording. Wel hechten wij eraan dat het college in de gelegenheid is de raad te informeren over de uitvoeringsmogelijkheden en termijnen, zodat de raad reële en weloverwogen beslissingen kan nemen. Verantwoordelijkheid opvolging aanbevelingen expliciet beleggen binnen organisatie (aanbeveling 2) De rekenkamer constateert dat de opvolging van aanbevelingen in de praktijk in handen ligt van de betrokken beleidsafdelingen, maar dit niet expliciet is vastgelegd. Wij erkennen dat deze werkwijze kwetsbaar kan zijn. Wij hebben het management van onze organisatie gevraagd om dit beter te borgen en bij toekomstige onderzoeken de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de aanbevelingen en de verantwoording hierover aan de raad expliciet te beleggen.

Jaarlijkse verantwoording over doorwerking aanbevelingen inmiddels opgepakt (aanbeveling 3) In uw onderzoek refereert u aan de verplichting om aan de gemeenteraad jaarlijks verantwoording af te leggen over de doorwerking van de aanbevelingen. Mei 2024 heeft onze gemeenteraad een nieuwe verordening op de rekenkamer vastgesteld. In deze verordening is hierover nog een aantal specifieke bepalingen vastgelegd. Inmiddels hebben wij invulling gegeven aan deze verplichting. Wij hebben de datum van inwerkingtreding van de verordening als startpunt genomen. Sinds mei 2024 is er een tweetal

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 13.

onderzoeksrapporten uitgebracht door de rekenkamer, te weten 'Meer bereiken' (maart 2025) en 'Samen op zoek naar zicht’ (juni 2025). Onlangs hebben we aan onze gemeenteraad een brief gestuurd over de opvolging van de aanbevelingen uit het onderzoek 'Meer bereiken’. Het rapport 'Samen op zoek naar zicht’ is pas in september in onze raad behandeld en hebben wij nog buiten beschouwing gelaten Wij stellen onze gemeenteraad voor om jaarlijks uiterlijk in juli een raadsinformatiebrief te sturen met een verantwoordingsoverzicht van de recente onderzoeken. In dit overzicht nemen we in elk geval op welk standpunt het college inneemt op de aanbevelingen en wat de voortgang ervan is. In het verantwoordingsoverzicht van 2026 zullen we ook de aanbevelingen betrekken uit de onderzoeken 'Samen op zoek naar zicht’ en 'Doorwerkingsonderzoek’ Wij kijken uit naar een constructieve samenwerking Wij waarderen dat de rekenkamer niet alleen terugkijkt, maar ook toekomstgericht reflecteert en uit dit doorwerkingsonderzoek aandachtspunten meeneemt voor haar eigen werkwijze. Scherpe formulering van aanbevelingen en concrete besluiten van de gemeenteraad over rekenkamerrapporten helpen college en ambtelijke organisatie bij de implementatie ervan.

Wij zien uit naar een constructieve samenwerking met u en naar onderzoeken die een bijdrage leveren aan de kwaliteit van ons bestuur, beleid en dienstverlening. Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht, de secretaris,

de burgemeester,

L. van Zanten MSc

drs. R.E. Schneider

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 14.

Nawoord rekenkamer Dit doorwerkingsonderzoek is het eerste onderzoek wat de Rekenkamer Barendrecht in nieuwe samenstelling aan de gemeenteraad oplevert. De rekenkamer is verheugd met de reactie van het college op de uitkomsten van dit rekenkameronderzoek en de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer. Het college geeft aan het onderzoek waardevol te vinden en de conclusies en aanbevelingen te herkennen. Ook geeft het college aan hoe het college opvolging wil geven aan dit onderzoek. De rekenkamer hecht eraan dat voor de raad inzichtelijk is hoe rekenkameronderzoek opgevolgd wordt en dat de raad dit kan toetsen. Met de door het college voorgestelde opvolging wordt de raad die mogelijkheid ook geboden. Het is daarnaast van belang dat de raad zelf ook actief invulling blijft geven aan het eigenaarschap van rekenkamerrapporten, in het bijzonder wanneer aanbevelingen aan de raad zelf zijn gericht, en de opvolging actief volgt. Zo borgen we een goed werkend samenspel bij rekenkameronderzoek in de toekomst. Wij zien de raadsbehandeling van dit rapport met vertrouwen tegemoet en kijken uit naar de verdere samenwerking met raad, college en organisatie in de komende periode. Prof. dr. M.J.G.J.A. Boogers Directeur Dr. M. O. Oprel Plv. directeur

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 15.

Nota van bevindingen

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 16.

1. Behandeling, besluitvorming en verantwoording In dit hoofdstuk gaat de rekenkamer in op de uitkomsten, de behandeling en de besluitvorming over de vier onderzochte onderzoeksrapporten. Daarna licht de rekenkamer toe hoe het college momenteel verantwoording aflegt over de doorwerking van rekenkameronderzoek en hoe de raad hier momenteel zelf op toeziet. In dit hoofdstuk beantwoordt de rekenkamer de onderstaande deelvragen:    

Op welke manier is door de raad met de aanbevelingen omgegaan en welke besluiten zijn genomen? Heeft het college van B&W concrete opdrachten gekregen van de gemeenteraad? Hoe vindt de verantwoording plaats over de uitvoering van raadsbesluiten ten aanzien van rekenkameronderzoek ? Heeft de raad zelf de uitvoering van de vastgestelde aanbevelingen gecontroleerd en op basis daarvan gehandeld?

Op sommige plekken in dit rapport verwijst de rekenkamer naar de werkwijze in andere gemeenten. Dit is gebaseerd op kennis van de Vereniging van Rekenkamers, evenals ervaringen van de onderzoekers van Necker met rekenkameronderzoek in andere gemeenten. In de bijlage is hier een recent overzicht van opgenomen.

1.1 Behandeling en besluitvorming over de onderzoeksrapporten Kernbevinding: Het college heeft de aanbevelingen van de onderzoeksrapporten ‘riolering uit beeld’ en ‘grond voor twijfel’ grotendeels overgenomen, maar dit geldt niet voor de andere twee onderzoeken. De raad heeft de conclusies en aanbevelingen van de vier onderzoeken door middel van een besluit overgenomen. De raad heeft het college bij de rapporten ‘in gebreke gebleven’ en ‘grond voor twijfel’' verzocht toe te lichten hoe het college de aanbevelingen uit zou voeren. Het college heeft dit ook gedaan. Bij deze twee rapporten nam de raad een actieve rol in ten aanzien van de doorwerking van de aanbevelingen.

Onderzoek ‘riolering uit beeld’ (2018) Riolering is een grotendeels onzichtbare voorziening, maar het financiële en inhoudelijke belang ervan voor gemeenten is aanzienlijk. Mede gezien de verwachte toename van de kosten voor rioleringszorg en de gevolgen van klimaatverandering, heeft de Rekenkamer Barendrecht onderzoek uitgevoerd naar de doelmatigheid van het rioleringsbeheer- en onderhoud en de informatievoorziening hierover aan de raad.1 Conclusies van de rekenkamer De toenmalige rekenkamer concludeerde dat dat de betrokkenheid van de raad bij strategische keuzes in het rioleringsbeheer en rioleringsonderhoud beperkt was, mede door een gebrekkige

1 Rekenkamer Barendrecht (2018). Rekenkameronderzoek ‘riolering uit beeld’.

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 17.

informatievoorziening vanuit het college. Door de beperkte informatievoorziening werd de raad onvoldoende in staat gesteld zijn kaderstellende en controlerende rol te vervullen. Tegelijkertijd was de houding van de raad ten aanzien van dit onderwerp passief. Hoewel het Barendrechtse rioolstelsel relatief jong was en de risico’s op de korte termijn beperkt waren, concludeerde de rekenkamer dat er op onderdelen sprake van achterstand was. Ook schoot de interne bedrijfsvoering ten aanzien van het beheer en onderhoud van riolering te kort. De rekenkamer concludeerde dat het college niet kon aantonen of het de juiste keuzes heeft gemaakt op het gebied van rioolvernieuwing. Verder was de kostendaling de afgelopen jaren voornamelijk te danken aan een gewijzigde financieringswijze, niet aan een meer efficiënte en effectieve uitvoering van het rioleringsbeleid. Aanbevelingen van de rekenkamer Op basis van de conclusies beval de rekenkamer aan om de raad actiever te informeren over de beleidskeuzes ten aanzien van het rioleringsbeleid, het risicogestuurd rioolbeheer en klimaatadaptatie. Ook beval de rekenkamer aan om een afwegingskader te ontwikkelen voor rioolvernieuwing en dit kader in de praktijk ook toe te passen en periodiek te evalueren. Verder achtte de rekenkamer het van belang dat de inspectiestrategie beter werd afgestemd op de leeftijd van de riolen.

De bestaande financieringswijze werd positief beoordeeld en verdiende een voortzetting volgens de rekenkamer. Tot slot gaf de rekenkamer enkele aandachtspunten mee voor het afgeronde project ‘Basis op Orde’. Reactie van het college Het college reageerde positief op het rapport en zag de analyse van de rekenkamer als ‘opbouwend.’2 Het college erkende alle conclusies en nam alle aanbevelingen over. In de bestuurlijke reactie gaf het college per aanbeveling een nadere toelichting op hoe het college de aanbevelingen wilde opvolgen. In hoofdstuk 2 gaat de rekenkamer nader in op de daadwerkelijke doorwerking. Behandeling en besluitvorming door de gemeenteraad De gemeenteraad behandelde het eindrapport van de rekenkamer eerste in de commissie Ruimte op 4 december 2018. In die commissie lichtte de rekenkamer het rapport nader toe en was er ruimte voor het stellen van vragen door de commissieleden. De commissie achtte het bijbehorende raadsvoorstel besluitrijp en adviseerde de gemeenteraad het voorstel als hamerstuk te agenderen voor de raadsvergadering van 18 december 2018.3 Tijdens die vergadering is het raadsvoorstel inderdaad als hamerstuk aangenomen. De raad besloot daarbij kennis te nemen van de conclusies en de aanbevelingen over te nemen.4

Onderzoek ‘in gebreke gebleven’ (2019) Met de invoering van de participatiewet in 2015 kregen gemeenten de verantwoordelijkheid om inwoners met een beperking aan passend werk te helpen. In Barendrecht bleek er tijdens een sessie met de rekenkamer veel animo voor een onderzoek hiernaar. Om deze reden heeft de rekenkamer onderzoek gedaan naar het beleid ten aanzien van arbeidsgehandicapten in het kader van de Participatiewet.5

2 Rekenkamer Barendrecht (2018). Rekenkameronderzoek ‘riolering uit beeld’: link, p. 19. 3 Gemeenteraad Barendrecht (6 december 2018). Advies commissie Ruimte 4 december 2018: link. 4 Gemeenteraad Barendrecht (18 december 2018). Raadbesluit Rapport Rekenkamer riolering uit beeld 5 Rekenkamer Barendrecht (2019). Rekenkameronderzoek ‘in gebreke gebleven’.

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 18.

Conclusies van de rekenkamer De rekenkamer concludeerde dat de gemeente Barendrecht de wettelijke taken slechts beperkt uitvoerde. Slechts een derde van de geïndiceerde inwoners had een garantiebaan en het quotum voor het beschut werk werd niet gehaald. De gemeente had volgens de rekenkamer onvoldoende zicht op de doelgroep en ondernam onvoldoende om deze groep te bereiken. Met betrekking tot de uitvoering concludeerde de rekenkamer dat de gemeente te weinig deed om arbeidsgehandicapten inwoners ‘jobready’ te maken. De gemeente maakte daarnaast keuzes die plaatsing van kandidaten bemoeilijkten, zoals het prioriteren van plaatsing van arbeidsgehandicapten inwoners met een hoge loonwaarde. Een rode draad in het gemeentelijk beleid was een te sterke financiële benadering. Aanbevelingen van de rekenkamer In het kader van deze conclusies beval de rekenkamer aan om het inzicht in de doelgroep te vergroten en hen actiever te bereiken. Daarnaast werd aanbevolen de aanpak om kandidaten ‘job-ready’ te maken te verbeteren en de kansen tot een garantiebaan te vergroten. Tenslotte beval de rekenkamer aan om de mogelijkheid te verkennen om alsnog beschutte werkplekken te realiseren via afspraken met SW-bedrijven in de regio en de mogelijkheid tot het oprichten van een eigen sociaal werkbedrijf voor de BAR-gemeenten.

Reactie van het college Het college onderschreef de conclusies van de rekenkamer maar gedeeltelijk en nam geen van de aanbevelingen van de rekenkamer geheel over.6 Ook gaf het college aan dat het rekenkamerrapport aansloot bij hun zienswijze en dat het college zich gesteund voelde om verdere stappen te ondernemen. Volgens het nawoord van de rekenkamer was het onduidelijk wat het college met de aanbevelingen zou gaan doen. Volgens de rekenkamer destijds zou het rapport tot onderkenning moeten leiden dat het college in zijn beleid voor arbeidsgehandicapten te kort is geschoten. Het noodzakelijke besef van urgentie miste, zo gaf de rekenkamer destijds aan. Behandeling en besluitvorming door de gemeenteraad De raad behandelde het eindrapport eerst in de commissie Samenleving van 4 februari 2020. Vooraf aan de commissievergadering stuurde de wethouder een brief aan de raad over de ontwikkelingen op het gebied van arbeidsparticipatie, waarin de wethouder een reflectie gaf op de uitkomsten van het onderzoek.7 Tijdens de commissie stelden de commissieleden een groot aantal technische vragen en werd het rapport als bespreekstuk geagendeerd voor de raadsvergadering van 18 februari 2020.89 De commissie adviseerde daarbij om het college te verzoeken binnen vier maanden een plan van aanpak ter uitvoering van de aanbevelingen op te stellen.

Tijdens de raadsvergadering nam de raad een amendement aan om de termijn van vier maanden in dit beslispunt in te korten naar twee maanden. Verder besloot de raad kennis te nemen van de conclusies en de aanbevelingen over te nemen.10 Het college heeft uiteindelijk in mei 2020 een plan van aanpak met de gemeenteraad gedeeld.11

6 Rekenkamer Barendrecht (2019). Rekenkameronderzoek ‘in gebreke gebleven’: link, p. 21 7 Brief wethouder Bults (30 januari 2020). Ontwikkelingen Participatie en Re-integratie. 8 Zie brief wethouder Bults (17 februari 2020). Beantwoording technische vragen n.a.v. commissievergadering 4 februari jl. 9 Zie brief wethouder Bults (13 februari 2020). Beantwoording onderzoeksvragen. 10 Amendement van 18 februari 2020, Opstellen Plan van Aanpak ter uitvoering aanbevelingen Rekenkamerrapport;

Gemeenteraad Barendrecht (18 februari 2020). Raadbesluit Rekenkamerrapport ‘In gebreke gebleven’ (onderzoek naar beleid arbeidsgehandicapten). 11 Gemeente Barendrecht (6 mei 2020). Plan van aanpak doelgroep arbeidsbeperkten: link.

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 19.

Onderzoek ‘grond voor twijfel’ (2020) De gemeente Barendrecht participeert, samen met Ridderkerk en Rotterdam, in de gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard, gericht op de ontwikkeling van een bedrijventerrein in Ridderkerk. Binnen de Barendrechtse raad bestond al geruime tijd discussie over de verdeling van de risico’s en opbrengsten van het bedrijventerrein, zowel financieel als maatschappelijk. De rekenkamer zag hierin aanleiding om onderzoek te doen naar de verdeling van kosten en opbrengsten van Nieuw Reijerwaard.12 Conclusies van de rekenkamer De rekenkamer concludeerde dat het besluit van de Barendrechtse raad om deel te nemen aan de GR onvoldoende was onderbouwd en doordacht. Ook bleek uit het onderzoek dat het maatschappelijke voordeel voor Barendrecht van deelname aan de GR beperkt was. De rekenkamer concludeerde dat een verbreding van het label nadelig zou zijn voor Barendrecht en dat Barendrecht het risico liep bij te dragen aan een negatief resultaat van de GR. Bovendien concludeerde de rekenkamer dat Barendrecht bij de oprichting van de GR geen afspraken had gemaakt over de verdeling van de OZB-opbrengsten, wat tot langdurige discussies leidde. Slechte bestuurlijke verhoudingen en gebrekkige voorbereiding vertraagden de besluitvorming binnen de GR over deze OZB-opbrengsten.

Het uiteindelijke besluit over de OZB-opbrengsten leidt volgens de rekenkamer waarschijnlijk wel tot een evenwichtige verdeling van kosten en baten. Aanbevelingen van de rekenkamer De rekenkamer beval aan om binnen de GR aan te dringen op een enquête onder lokale ondernemers om de werkelijke vraag naar ruimte te peilen, en op basis daarvan het AGF-label te handhaven voor dit gebied en los te laten voor het overige deel. Verder adviseerde de rekenkamer om binnen de GR verdere afspraken te maken over de OZB-opbrengsten. Ook werd aanbevolen om de besluitvorming binnen de GR te verbeteren, onder andere door te investeren in een goede verstandshouding binnen het AB en DB. Daarnaast beval de rekenkamer aan om een realistische berekening van het risico op een negatief financieel resultaat te maken en bij toekomstige participatie in verbonden partijen zorg te dragen voor een deugdelijke onderbouwing van het maatschappelijk belang. Tot slot beval de rekenkamer aan om een beleidskader op te stellen voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Reactie van het college Het college nam de aanbevelingen van dit onderzoek over, maar plaatste wel twee kanttekeningen. Bij de aanbeveling over het AGF-label gaf het college aan dat deze variant ‘in deze fase’ niet de voorkeur van het college verdiende.

Verder gaf het college aan dat de aanbeveling over besluitvorming binnen de GR ten dele niet aansloot bij de spelregels en verhoudingen in de GR.13 Behandeling en besluitvorming door de gemeenteraad De gemeenteraad behandelde het rapport eerst in de commissie Planning en Control op 7 september 2020. Het rapport werd op advies van de commissie als bespreekstuk geagendeerd voor de raadsvergadering van 22 september 2020.14 De raad besloot kennis te nemen van de conclusies en de aanbevelingen over te nemen. Verder verzocht de raad het college binnen drie maanden een plan van

12 Rekenkamer Barendrecht (2020). Rekenkameronderzoek ‘grond voor twijfel’: link. 13 Rekenkamer Barendrecht (2020). Rekenkameronderzoek ‘grond voor twijfel’: link, p. 21. 14 Gemeente Barendrecht (7 september 2020). Advies commissie Planning en Control: link.

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 20.

aanpak ter uitvoering van de door de raad opgenomen aanbevelingen op te stellen.15 Het college heeft na de raadsvergadering inderdaad een plan van aanpak met de gemeenteraad gedeeld.16 Tijdens de raadsvergadering nam de raad tevens een motie aan die het college verzocht om ‘’in gesprek c.q. onderhandeling te treden met de gemeente Ridderkerk, de gemeente Rotterdam en andere relevante stakeholders, met als doel de risicodragende participatie van Barendrecht in de GRNR zo snel en zo gunstig mogelijk te beëindigen; de gemeenteraad in kennis te stellen van het behaalde onderhandelingsresultaat, zodat mogelijke vervolgstappen zorgvuldig kunnen worden afgewogen.”17 Een ander amendement, waarbij de tekst van beslispunt 2 zou worden gewijzigd naar ‘’de aanbevelingen conform de reactie van het college over te nemen’’ werd verworpen.18

Onderzoek ‘bouwen in balans’ (2022) In dit onderzoek toetste de rekenkamer in hoeverre de gemeente Barendrecht erin is geslaagd om te sturen op een betere aansluiting tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Hiermee wilde de rekenkamer de inwoners en raad van Barendrecht “meer inzicht geven in mogelijkheden die de gemeente tot haar beschikking heeft en de mate waarin zij die effectief benut.”19 Conclusies van de rekenkamer De rekenkamer concludeerde dat het woonbeleid in de periode 2015-2020 niet had geleid tot betere aansluiting tussen vraag en aanbod. De gemeente baseerde haar beleid op een probleemanalyse waarin de vraag naar goedkope woningen werd onderschat en de vraag naar dure woningen werd overschat. Slechts twee derde van de beoogde bouwproductie werd gerealiseerd, waarbij het aandeel sociale huurwoningen onder de eigen doelstelling bleef. Tegelijkertijd nam het aandeel dure woningen toe, terwijl het aantal huishoudens met een hoog inkomen juist daalde. De rekenkamer constateerde daarnaast dat het inzicht in de woningmarktontwikkeling beperkt was. Ook introduceerde de gemeente nieuwe definities van vraag en aanbod, die het inzicht in de lokale woningmarkt ontnamen. Verder concludeerde de rekenkamer dat de beschikbare ambtelijke capaciteit onvoldoende was voor de complexiteit van het woonbeleid.

Wel zag de rekenkamer een actieve opstelling van de gemeente binnen het woondossier en een verbetering van werkafspraken met corporaties en marktpartijen. Tot slot concludeerde de rekenkamer dat de invloed van regionale afspraken op het lokale beleid steeds groter werden. Aanbevelingen van de rekenkamer De rekenkamer beval aan om de woonvisie te actualiseren, een totaaloverzicht van segmenten van opgeleverde en geplande woningen op te nemen en stil te staan bij de beperkte ambtelijke capaciteit. Bovendien beval de rekenkamer aan om terughoudend te zijn met het introduceren van nieuwe definities van vraag en aanbod en eventuele wijzigingen goed te onderbouwen in beleid en doelstellingen. Tenslotte beval de rekenkamer aan om een visie te formuleren op de wisselwerking tussen de gemeente en de regio en de rol van de raad daarbij.

15 Gemeenteraad Barendrecht (22 september 2020). Raadbesluit Rekenkamerrapport Grond voor twijfel. 16 Gemeente Barendrecht (18 februari 2020). Plan van aanpak doelgroep arbeidsbeperkten: link; Gemeente Barendrecht (14 juli

2021). Plan van aanpak aanbevelingen rekenkameronderzoek Grond voor Twijfel: link. 17 Motie van 22 september 2020, ‘Onderhandelen beëindigen deelname GRNR’. 18 Amendement van 22 september 2020, ‘Grond voor succes’. 19 Rekenkamer Barendrecht (2022). Rekenkameronderzoek ‘bouwen in balans’.

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 21.

Reactie van het college Het college gaf aan één aanbeveling over te nemen en de mogelijkheden voor uitvoering van een andere aanbeveling te onderzoeken. Wat betreft de aanbeveling over de definities van vraag en aanbod gaf het college aan deze niet te kunnen overnemen, omdat de gemeente hierin afhankelijk is van ontwikkelingen op landelijk en regionaal niveau. Verder vond het college dat de conclusies van het onderzoek ‘niet (geheel) recht doen aan de door [het college] behaalde resultaten.’20 Behandeling en besluitvorming door de gemeenteraad De raad behandelde het rapport eerst in de commissie Ruimte op 7 juni 2022. De commissie adviseerde het stuk vervolgens als hamerstuk in de raadsvergadering te behandelen.21 In het raadsbesluit over het rapport besloot de raad om kennis te nemen van de conclusies en de aanbevelingen over te nemen. Tevens verzocht de raad het college om de aanbevelingen ‘te betrekken bij de herijking van de woonvisie.’22

1.2 Verantwoording aan en rolneming door de gemeenteraad Kernbevinding: Sinds de inwerkingtreding van de Wet Versterking Decentrale Rekenkamers in 2023 is het college verplicht jaarlijks aan de raad verantwoording af te leggen over de doorwerking van rekenkameronderzoek. Het college van Barendrecht heeft in de afgelopen raadsperiode voor twee rapporten een terugkoppeling gegeven, nadat de raad hier in raadsbesluiten om vroeg. Voor de andere twee rapporten heeft het college geen terugkoppeling gegeven over de doorwerking aan de raad, maar de gemeenteraad heeft dit zelf ook niet getoetst. De gemeenteraad heeft mede daardoor momenteel geen overkoepelend inzicht in de doorwerking van rekenkameronderzoek, maar heeft zelf ook geen initiatieven genomen om dit inzicht te verkrijgen.

Verantwoording door het college over de doorwerking van onderzoek Bij de behandeling van de vier onderzochte rapporten hebben raad en college volgens gesprekspartners geen afspraken gemaakt over hoe het college zou moeten terugkoppelen over de doorwerking van aanbevelingen. In de raadsbesluiten over de drie rapporten ‘grond voor twijfel’, ‘in gebreke gebleven’ en ‘bouwen in balans’ heeft de raad het college zoals benoemd wel verzocht een plan van aanpak op te stellen over de aanbevelingen, respectievelijk deze te betrekken bij de bestaande beleidsvorming. Sinds de inwerkingtreding van de Wet Versterking Decentrale Rekenkamers (1 januari 2023) is het college van B&W verplicht om jaarlijks verantwoording af te leggen aan de gemeenteraad over de doorwerking van aanbevelingen van de rekenkamer: Artikel 185a Gemeentewet Het college zendt de raad jaarlijks een overzicht van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven.23

20 Rekenkamer Barendrecht (2022). Rekenkameronderzoek ‘bouwen in balans’: link, p. 25. 21 Gemeenteraad Barendrecht (18 december 2018). Raadbesluit Rapport Rekenkamer riolering uit beeld; Gemeenteraad

Barendrecht (21 juni 2022). Raadbesluit Rekenkamerrapport Bouwen in Balans. 22 Gemeente Barendrecht (2018-2022). Raadsvoorstellen rekenkamerrapporten periode 2018-2022. Geraadpleegd via het

raadsinformatiesysteem: link. 23 Zie ook: Overheid.nl (2025). Gemeentewet: link.

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 22.

Deze verplichting gold nog niet ten tijde van de behandeling van de vier onderzochte rapporten. De Gemeentewet stelt geen verplichtingen aan welke vorm het college moet kiezen voor de verantwoording over de doorwerking van rekenkameronderzoek. Dit kan via de vaste P&C-cyclus zijn, maar ook bijvoorbeeld in een jaarlijkse raadsinformatiebrief. De rekenkamer is via het raadsinformatiesysteem24 en het P&C-portaal25 van de gemeente Barendrecht nagegaan in hoeverre in de afgelopen raadsperiode verantwoording heeft plaatsgevonden over rekenkameronderzoek. Hieruit komt naar voren dat het college de gemeenteraad in de afgelopen raadsperiode niet op één plek heeft geïnformeerd over de opvolging van aanbevelingen uit rekenkameronderzoek. Voor de twee genoemde rapporten heeft het college een plan van aanpak met de raad gedeeld over hoe het college de aanbevelingen wilde uitvoeren, maar hierna geen nadere terugkoppeling gegeven. Wel heeft het college de gemeenteraad over diverse onderwerpen ingelicht die raken aan het rekenkameronderzoek en in sommige gevallen ook inzicht geven in de doorwerking, hoewel dit niet expliciet gemaakt is. De rekenkamer gaat hier in hoofdstuk 2 nader op in.

Betrokkenheid van de raad bij de doorwerking van rekenkameronderzoek De gemeenteraad van Barendrecht heeft de wens om beter geïnformeerd te worden over de opvolging van rekenkameronderzoek. Dat is mede de aanleiding geweest om dit rekenkameronderzoek uit te voeren. Hoewel het college wettelijk verplicht is om verantwoording af te leggen over de doorwerking, kan de raad zelf ook de doorwerking van rekenkameronderzoek toetsen. De gemeenteraad kan dat op verschillende manieren doen. In de eerste plaats door gebruik te maken van het raadsinstrumentarium, bijvoorbeeld door mondelinge of schriftelijke vragen te stellen aan het college. Ook kan de gemeenteraad de griffie, de commissie Algemene Zaken en Financiën of een raadswerkgroep vragen de doorwerking van rekenkameronderzoek periodiek te toetsen. Ook de rekenkamer zelf kan hier een rol in spelen, bijvoorbeeld door hier jaarlijks een gesprek over te voeren met de gemeentesecretaris en de griffier. Wie pakt aanbevelingen aan de raad op? De doorwerking van rekenkameronderzoek is een taak van het college voor zover de aanbevelingen aan het college en/of de organisatie gericht zijn. Sommige aanbevelingen uit rekenkameronderzoek zijn echter gericht op (de rolinvulling door) de gemeenteraad zelf. In die gevallen is het dus aan de raad zelf om opvolging te geven aan de rekenkamer.

In andere gemeenten is dit een aspect wat vaak tussen wal en schip valt, omdat er geen afspraken zijn over hoe de raad met dergelijke aanbevelingen omgaat. De gemeenteraad heeft blijkens het raadsinformatiesysteem in de afgelopen raadsperiode geen gebruik gemaakt van het raadsinstrumentarium om de doorwerking van rekenkameronderzoeken te toetsen. Er zijn momenteel ook geen andere manieren ingericht waarop de raad dit inzicht wel kan krijgen. De rekenkamer ziet dit als een lacune waarin de rekenkamer in de nieuwe periode wil gaan voorzien. In de conclusies en aanbevelingen gaat de rekenkamer hier nader op in.

24 Gemeente Barendrecht (2025). Raadsinformatiesysteem: link. 25 Gemeente Barendrecht (2025). P&C-portaal: link.

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 23.

2. Doorwerking van de onderzoeken In het vorige hoofdstuk is de rekenkamer ingegaan op mogelijke verklarende factoren voor de doorwerking van aanbevelingen, aan de hand van de processtappen in rekenkameronderzoeken. In dit hoofdstuk behandelt de rekenkamer de aanbevelingen uit de onderzoeksrapporten zelf. Per onderzoeksrapport vat de rekenkamer de bevindingen eerst kort samen en gaat de rekenkamer vervolgens per aanbeveling in op de doorwerking. Dit oordeel is tot stand gekomen op basis van schriftelijke input van de ambtelijke organisatie, documentanalyse en interviews. In dit hoofdstuk beantwoordt de rekenkamer de onderstaande deelvragen:     

Hoe luiden de vastgestelde aanbevelingen? In welke mate en op welke manier zijn deze aanbevelingen door het college van B&W opgepakt en uitgevoerd? Zijn aanbevelingen vertaald in concrete maatregelen en hoe hebben deze opvolging gekregen? Is duidelijk welk effect de opvolging van aanbevelingen heeft gehad en zo ja, wat is dat effect? Welke aanbevelingen zijn niet geïmplementeerd en welke redenen zijn hiervoor aan te wijzen?

2.1 Toelichting op de toetsing van doorwerking Om doorwerking van de aanbevelingen van ieder onderzoek te analyseren, maakt de rekenkamer gebruik van een ‘stoplichttabel’ op basis van onderstaande legenda: Kleur

Betekenis

Groen

Doorwerking heeft plaatsgevonden

Oranje

Doorwerking heeft gedeeltelijk plaatsgevonden of de beoogde verbeterslag is op een andere wijze tot stand gekomen

Rood

Doorwerking heeft niet plaatsgevonden

Blauw

De doorwerking is niet navolgbaar

De kleur oranje heeft twee betekenissen. Enerzijds kan het zijn dat de aanbeveling gedeeltelijk is uitgevoerd en de beoogde verbeterslag nog niet volledig is gerealiseerd. Anderzijds kan het betekenen dat het college van B&W of de gemeenteraad een andere invulling aan de aanbeveling heeft gegeven of een andere keuze heeft gemaakt om de verbeterslag te realiseren. Grondslag hiervoor kan zijn dat de aanbeveling ‘door de tijd is ingehaald’ en niet meer relevant is (maar de verbetering wel) of dat er een ander inzicht is geweest in hoe de verbetering tot stand moest komen. Oranje kan daarmee ook betekenen dat er wel is gewerkt aan de verbeterslag of dat deze zelfs is gerealiseerd, maar niet op de manier die de rekenkamer had voorgesteld. Dat is niet altijd een probleem. Het is aan de raad om te controleren of de manier waarop het college de verbeterslag tot stand heeft gebracht, aan de kaders van de raad voldoet.

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 24.

2.2 Riolering uit beeld (2018) Kernbevinding: Het college heeft de aanbevelingen uit dit onderzoek grotendeels opgevolgd. Dit is in lijn met de positieve bestuurlijke reactie op het rapport. Van de acht aanbevelingen is één aanbeveling niet opgevolgd. Dit betreft een aanbeveling om de frequentie van inspecties van de riolering te verhogen. Volgens gesprekspartners is hier momenteel geen aanleiding voor. In dit onderzoeksrapport deed de rekenkamer acht aanbevelingen met een aantal subaanbevelingen aan de gemeenteraad en het college. In onderstaande tabel geeft de rekenkamer de aanbevelingen volledig weer. Voor het overzicht vat de rekenkamer de aanbevelingen eerst kort samen: De rekenkamer beval aan om de raad actiever te informeren over de beleidskeuzes ten aanzien van het rioleringsbeleid, het risicogestuurd rioolbeheer en klimaatadaptatie. Ook beval de rekenkamer aan om een afwegingskader te ontwikkelen voor rioolvernieuwing en dit kader in de praktijk ook toe te passen en periodiek te evalueren. Verder achtte de rekenkamer het van belang dat de inspectiestrategie beter werd afgestemd op de leeftijd van de riolen. De bestaande financieringswijze werd positief beoordeeld en verdiende een voortzetting volgens de rekenkamer. Tot slot gaf de rekenkamer enkele aandachtspunten mee voor het afgeronde project ‘Basis op Orde’.

In onderstaande tabel analyseert de rekenkamer de doorwerking van dit rekenkamerrapport. Aanbeveling Mate van doorwerking 1. Het college van B en W wil Gedurende de periode 2022-2024 heeft het college in overgaan op risicogestuurd samenwerking met waterschap Hollandse Delta gewerkt aan de rioolbeheer en klimaatadaptief opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP): het beleid. Dit kan gevolgen hebben Programma Stedelijk Water 2024-2028 (PSW). Het PSW zet twee voor de rioolheffing, de kwaliteit strategische varianten voor rioolbeheer uiteen, inclusief van de riolering en de risico’s op gedetailleerde gevolgen voor de rioolheffing, de aanpak van schade en overlast voor bewoners. klimaatadaptatie en de kwaliteit van de openbare ruimte. Om de raad in staat te stellen om zijn kaderstellende rol vorm te In variant 1 wordt riolering alleen nog vervangen in integrale geven: projecten met weg- en groenbeheer. Er wordt gekozen voor een inrichting die klimaatbestendig is, maar ook zorgt voor veilige en a. Draag het college van B en W fijne verblijfsplekken en robuuste groenstructuren. In variant 2 op om de raad actief te wordt de eerdere strategie voortgezet, waarbij 50% van het riool informeren over de gevolgen op wordt gerelined en 50% van het riool wordt vervangen. korte en lange termijn Vanwege de financiële impact en de bepaling van de rioolheffing is b.

Ga de discussie met het college ervoor gekozen het PSW ook vast te laten stellen door de van B en W aan over de te volgen gemeenteraad. De gemeenteraad heeft in februari 2024 met het strategie en het gewenste PSW ingestemd. Op voorstel van het college heeft de raad gekozen kwaliteitsniveau. voor variant 1. 2. Vul de controlerende rol ten Met het PSW is de gemeenteraad op een integrale en thematische aanzien van de voortgang van het wijze op de hoogte gebracht van de voortgang van het gemeentelijk gemeentelijk rioleringsbeleid in de rioleringsbeleid. Het PSW bevat een uitgebreide evaluatie van de volle breedte actiever in. Stel maatregelen en doelen uit de voorgaande planperiode (GRP 2018daartoe vast met welke regelmaat 2022). De raad is daarmee geïnformeerd over de behaalde resultaten, de projecten die zijn uitgevoerd en de redenen voor

Rekenkamer Barendrecht | Doorwerkingsonderzoek | 25.

en op welke wijze de raad wil worden geïnformeerd. Via:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16340839/1