CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitieve Nota Integraal Beleid Sociaal Domein Barendrecht

gemeenteraad 30 maart 2021, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Nota Integraal Beleid Sociaal Domein29.091 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

7.1 Wat willen we bereiken? De gemeente vindt het belangrijk dat alle inwoners in een veilige thuissituatie kunnen leven. Thuis is de situatie waar inwoners zich prettig en veilig horen te voelen. Een (veilig) thuis zorgt voor een stabiele basis, bijvoorbeeld bij het opgroeien of het ouder worden. Voor jeugdigen geldt dat een veilig thuis bijdraagt aan gezond opgroeien en ontplooiing. Voor ouderen geldt dat een (veilig) thuis bijdraagt aan het prettig oud worden in de omgeving die zij verkiezen; de omgeving waar zij vertrouwd mee zijn en waar zich veelal ook hun sociale netwerk bevindt. Voor inwoners met een beperking streeft de gemeente ernaar om hen zolang en zoveel mogelijk deel uit te laten maken van de gezinssituatie. Als voor jeugdige inwoners, oudere inwoners, inwoners met een beperking geldt dat blijven wonen in de oorspronkelijke thuissituatie (gedeeltelijk) niet houdbaar is, stelt de gemeente daarvoor (bij voorkeur tijdelijk) passende voorzieningen beschikbaar. 

Alle inwoners zijn in staat om (langer) (veilig) thuis te (blijven) wonen

7.1.1 Vergrijzing; een belangrijke motor van extramuralisering en innovatie Het aantal senioren stijgt in Barendrecht de komende decennia aanzienlijk; senioren blijven langer thuis wonen, worden ouder en blijven langer vitaal. De behoefte aan zorg en ondersteuning voor deze doelgroep zal hierdoor (blijven) toenemen en meer inzet van mantelzorgers en vrijwilligers zal nodig zijn. In hoofdstuk 5 is al beschreven wat de inzet is op het gebied van ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers. In dit hoofdstuk gaan we nader in op ‘vrijwillige zorg’. Deze vorm van informele zorg wordt vanuit een georganiseerd verband geboden en de hulp wordt veelal één op één geboden. De vrijwilligers hebben werkervaring in de zorg of hulpverlening. Zij bieden ondersteuning aan bijvoorbeeld mensen met dementie of personen die zich eenzaam voelen. Deze extra inzet op informele zorg is met oog op het langer zelfstandig blijven wonen van senioren nodig. Samen met onze maatschappelijke partners wordt een netwerk ‘vrijwillige zorg’ opgezet. Een groeiende groep senioren wenst met andere leeftijdsgenoten bij elkaar te wonen; de behoefte aan collectieve woonvoorzieningen waar senioren voor elkaar zorgen en gezamenlijk activiteiten ontplooien, samen eten et cetera groeit. De gemeente wil deze ontwikkeling in samenwerking met de woningcorporatie en andere partners stimuleren.

Daarnaast wil de gemeente de behoefte aan zogenaamde kangoeroewoningen21 in Barendrecht onderzoeken. ‘It takes a village to raise a child’ is een bekende uitspraak. De essentie van deze uitspraak is dat de hele samenleving nodig is om een kind groot te brengen; dat dus iedereen een bijdrage zou moeten hebben in het zorgen voor kinderen. En wat voor de kinderen geldt, geldt eigenlijk ook voor de doelgroep thuiswonende senioren met een zorgbehoefte. Om -zo nodig in samenhang met professionele zorg- aan deze behoefte tegemoet te komen en ter ontlasting van mantelzorgers is een wijkgericht hulp- en welzijnsaanbod van belang. De haalbaarheid wordt onderzocht van aanvulling

21

Gekoppelde woningen, bijvoorbeeld voor een gezin en een zorgbehoevende ouder.

48

van de huidige digitale sociale kaart met een matchingsfunctie van vraag en aanbod op dit gebied op wijkniveau. De verschuiving van (intramurale) woonvoorzieningen naar ambulante zorg in de thuissetting is ook een gewenste ontwikkeling om de druk op de (gezondheids)zorg terug te dringen. Dit betreft zowel de doelgroep senioren als inwoners met een psychiatrische aandoening. De gemeente wil dan ook ruimte bieden aan initiatieven voor het opzetten van woonvormen voor inwoners met een andere hulpvraag, zoals mensen met psychiatrische -, psychosociale en/of psychogeriatrische problematiek of mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Door de wensen, behoeften en ideeën van inwoners te combineren met het netwerk, organisatiekracht en financiële middelen van de gemeente en de woningcorporatie, kan zorg binnen deze woonvormen doelmatiger en efficiënter worden ingezet. Door deze co-creatie ontstaan oplossingen waarin sprake is van gedeeld eigenaarschap en draagvlak vanuit de samenleving. Sommige kwetsbare groepen mijden, al dan niet bewust, zorg. Doordat hulpdiensten achter de voordeur komen, komen zij in contact met moeilijk bereikbare groepen zoals personen met verward gedrag, betrokkenen bij huiselijk geweld of eenzame ouderen. We willen de signalerende functie van hulpdiensten en de samenwerking met de wijkteams versterken.

Een risico van het langer thuis wonen van senioren is dat een deel van hen wel ondersteuning of zorg nodig hebben, maar dit niet aangeeft of de weg daar naartoe niet weet te vinden. Voor het signaleren van dergelijke situaties blijft het vijfjaarlijks afleggen van huisbezoeken aan 75+ers belangrijk. Voor de groep mensen met dementie die langer thuis woont is extra aandacht nodig. Tot 2040 verdubbelt het aantal personen met dementie in Nederland. 70% van hen woont thuis en worden met name verzorgd door hun mantelzorger(s) die hier zo’n 20 uur per week aan besteden. 50% van deze mantelzorgers is overbelast of dreigt dat te raken. De Ketenzorg Dementie van de BAR-regio is dan ook onmisbaar. Het meerjarenplan Dementie 2018-2021 wordt onverkort uitgevoerd. Blijvend investeren in vitaliteit moet mede leiden tot een afname van het aandeel ouderen met dementie.

7.1.2 Borging veiligheid in thuissituatie De gemeente vindt het van groot belang dat de veiligheid in de thuissituatie voor alle inwoners geborgd is. Als er sprake is van dreiging of escalatie in een thuissituatie heeft de gemeente meerdere instrumenten tot de beschikking om in te grijpen voor jeugdigen en volwassenen. Het doel is deescalatie van problematiek en de rust herstellen. Sinds 2019 moeten professionals signalen van kindermishandeling en huiselijk geweld melden bij Veilig Thuis. De uitgangspunten zijn vastgelegd in de regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling 2020-2023. Deze uitgangspunten worden lokaal geïmplementeerd. Ook ouderenmishandeling verdient meer aandacht. Deze vorm van mishandeling komt in verschillende gedaanten voor: lichamelijke of psychische mishandeling, maar ook verwaarlozing, financiële uitbuiting of seksueel misbruik. De mishandeling kan worden gepleegd door partners, familieleden of bijvoorbeeld huisvrienden. Ouderenmishandeling wordt nog onvoldoende gesignaleerd en gemeld.

7.1.3 Versterken van verbinding tussen zorg en veilig via het Zorg- en Veiligheidshuis De gemeente wil de verbinding tussen de domeinen zorg en veilig verbeteren. Een belangrijk samenwerkingsverband in dit kader is het Zorg – en Veiligheidshuis Rotterdam Rijnmond (ZVHRR) waarin de gemeente participeert. Vanuit dit samenwerkingsverband wordt maatwerk geleverd om 49

complexe problematiek aan te pakken. Het betreft een domeinoverstijgende samenwerking tussen het zorg -, jusititieel en sociaal domein. Sommige problemen van mensen zijn zo complex dat geen oplossing wordt bereikt in de reguliere processen van zorg en veiligheid. Er is dan regie en coördinatie nodig om tot een doorbraak te komen. De procesregisseurs van het ZVHRR brengen professionals uit de domeinen zorg, veiligheid en gemeente bij elkaar. Zonder de verantwoordelijkheden over te nemen, dragen zij oplossingen aan voor gecoördineerde acties. Het ZVHRR bewaakt de uitvoering van de afspraken en kan vooruitgang forceren als het proces stagneert. Dankzij de netwerksamenwerking worden complexe problemen integraal aangepakt en beter beheersbaar. Het ZVHRR richt zich op personen met complexe problematiek waaronder de EPA-top (personen met verward gedrag en Ernstig Psychiatrische Aandoeningen), HIT’ers (veroordeelde woninginbrekers, straatrovers en overvallers), radicalisering, excessief geweld/wapens en drugsrunners, Huiselijk Geweld (inclusief stalking), hoog risico personen (bedreiging/geweld) en criminele gezinnen.

“Grootmoeder Dirkje woont naar haar zin in haar flat. Omdat het bijhouden van het huishouden door de ouderdom en longemfyseem moeilijk voor haar is, komt één keer per week de huishoudelijke hulp langs. De wijkverpleging helpt haar elke morgen en avond bij het aan en uittrekken van haar steunkousen. Voor het douchen en de toilet heeft ze twee jaar geleden zelf handgrepen gekocht die Ahmed voor haar heeft geïnstalleerd.” “Corrie maakt zich zorgen om haar moeder. Dirkje wordt steeds vergeetachtiger. Daarom heeft Corrie contact opgenomen met het Wmo loket van de gemeente. Zij hebben haar doorverwezen naar de Case Manager Dementie van het zorgkantoor. De Case Manager biedt samen met de ouderenadviseur emotionele ondersteuning en geeft tips aan Corrie en Dirkje over hoe om te gaan met vergeetachtigheid. Ook houdt de coördinator samen met de ouderenadviseur vinger aan de pols om te kijken of de situatie van Dirkje niet verslechterd. Als dit het geval is dan zal een indicatie voor ondersteuning vanuit de Wet langdurige zorg aangevraagd worden.’’

50

7.2 Inspanningen Bij de inspanningen die gemeenten en partners leveren of gaan leveren bij dit speerpunt is aandacht voor bovenstaande ontwikkelingen. Speerpunt 5 - (veilig) Thuis wonen Visie en missie

Maatschappelijk effect: Doelen:

Maatschappelijke baten:

Maatschappelijke partners

5.1 Thuis Wonen Wonen-welzijn-zorg

Samen met inwoners en maatschappelijke partners wil de gemeente werken aan een vitale samenleving waarin iedereen mee kan doen. Voor inwoners die (tijdelijk) hulp en ondersteuning nodig hebben is een vangnet aanwezig. 2. Alle inwoners zijn in staat om (langer) (veilig) thuis te (blijven) wonen  Meer inwoners met een ondersteuningsbehoefte kunnen thuis blijven wonen  Meer inwoners hebben een veilige thuissituatie  Inwoners hebben grip op hun leven  Daling beroep op hulp en ondersteuning  Daling kosten per hoofd van de bevolking  Het welbevinden van inwoners groeit  Afname gevoel van eenzaamheid  Effectiever herstel of stabilisatie van problematiek  Niet limitatief en ten tijde van opstelling van deze nota onder meer: Veilig Thuis, Zorgkantoren, CIZ, Woningbouw, omliggende gemeenten (BG), zorgaanbieders, zorgverleners, wijkteam, zorg- en welzijnsorganisaties, Centrum voor Jeugd en Gezin, Centrum voor dienstverlening, vrijwilligers, mantelzorgers, Kleurrijk, De Barendrechtse Uitdaging, Velerlei, sportverenigingen. Inspanningen Samen met onze partners willen we in de komende periode een toekomstbestendig, wijkgericht hulp- en welzijnsaanbod realiseren. We richten ons daarbij op de meest kwetsbaren.

Het gaat om inwoners met psychiatrische – en psychosociale problematiek, inwoners met een verstandelijke beperking, inwoners met een lichamelijke beperking, zowel jeugd (jong)volwassenen als ouderen. De samenwerking is gericht op actief meedoen en zo lang mogelijk thuis wonen. Partners op het gebied van wonen, welzijn en zorg leveren een afgestemd aanbod waarbij de focus ligt op preventie, vroegsignalering, het versterken van de wijkvoorzieningen en het realiseren van passend woonaanbod. We willen investeren in verbeterde ketenzorg en we verkennen de mogelijkheden tot meer synergie op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Dit geldt ook voor de wijze van financieren door bijvoorbeeld integrale ketencontracten. We betrekken hierbij de wensen, behoeften en ideeën van inwoners. Planning Kosten Start Eind BBB doorlopend doorlopend

51

5.2 Begeleid Wonen

5.3 Beschermd Wonen & Maatschappelijke Opvang (BW-MO)

5.4 Verplichte Zorg Thuis

Voor inwoners die vanwege psychosociale, psychiatrische problemen en/of door een lichamelijke en/of verstandelijke beperking niet zelfstandig kunnen blijven wonen zijn er verschillende vormen van ondersteuning mogelijk, waaronder begeleid wonen en intensieve ambulante ondersteuning thuis. Door wetgeving, transitie en extramuralisering van de zorg zal er meer nadruk komen te liggen op begeleid wonen in combinatie met ambulante zorg thuis. In de komende periode ontwikkelt de gemeente met aanbieders een vernieuwd aanbod voor deze kwetsbare groepen. De gemeente start met een inventarisatie van het bestaande ondersteuningsaanbod. Door verbetering van de samenwerking tussen de deelnemende partijen rondom bestaande ondersteuningsvormen en het leren van ‘nieuwe’ en/of experimentele particuliere en andere initiatieven kunnen in de praktijk innovatieve woonvormen en begeleidings-arrangementen worden ontwikkeld. Planning Kosten Start Eind doorlopend doorlopend BBB Vanaf 2021 start de verdere doordecentralisatie BW-MO. De gemeente wil in dit traject inhoudelijke verbeteringen bereiken en wil een beweging van beschermd wonen naar een beschermd thuis in de wijk realiseren. De gemeente wil een daling realiseren op het gebruik van Beschermd Wonen.

Door de ontwikkeling van nieuwe huisvestingsen bijpassende ondersteuningsvormen kan een inwoner met psychiatrische problematiek langer thuis en in de wijk wonen. In het kader van de doordecentralisatie bereidt de gemeente zich voor op wijzigingen in beleid en financiering. Daarnaast heeft de verbinding tussen Wmo, GGZ zorg, welzijn en wonen de aandacht. Op langere termijn moet er een besluit komen over de inrichting en/of bekostiging van de maatschappelijke opvang. Planning Kosten Start Eind doorlopend doorlopend BBB Vanaf 1 januari 2020 biedt de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) zorgverleners meer instrumenten voor zorg op maat. De wet is er op gericht om verplichte zorg voor mensen met psychische problemen zo veel mogelijk te voorkomen. Als verplichte zorg echt noodzakelijk is, moeten de minst ingrijpende vorm worden ingezet en de dwang zo snel mogelijk worden afgebouwd. Verplichte zorg in de thuissituatie is één van de mogelijkheden. Voorbeelden zijn: medicatie toedienen, medische controles doen of het bieden van begeleiding. Doordat deze zorg nu vaker thuis wordt geboden vraagt dit meer aandacht voor de leefbaarheid en de veiligheid. Ook is er met de nieuwe wet meer mogelijk op het gebied van signalering. Inwoners kunnen 24/7 een melding doen als zij zich als directe naaste zorgen maken om een persoon met verward gedrag.

52

5.5 Ambulante Hulp Thuis

5.6 Dagbesteding ter ondersteuning van Thuis Wonen

Daarom blijven we de komende jaren inzetten op de samenwerking met onze ketenpartners in op zorg voor kwetsbare inwoners. Planning Kosten Start Eind doorlopend doorlopend BBB Ambulante hulp in de thuissituatie wordt geboden in de vorm van Wmo begeleiding en Hulp bij het huishouden, bijvoorbeeld het schoonmaken van de woning. Bij de inzet van deze ondersteuning sluiten we aan op wat de inwoner en het netwerk zelf kan en zetten we in op het benutten van het ontwikkelperspectief22. Onder andere door vergrijzing, ambulantisering en het complexer worden van de samenleving doen steeds meer inwoners een beroep op ambulante hulp in de thuissituatie. Dit vraagt om een nieuwe werkwijze zodat duurzame inzet en kwaliteit binnen de financiële kaders kan worden gerealiseerd. Door schaalvoordelen te benutten kan inzet efficiënter en doelmatiger. De nieuwe werkwijze wordt ontwikkeld binnen het project inkoop Hulp bij het Huishouden en Begeleiding en moet in het vierde kwartaal van 2021 gereed zijn. Vanaf 2022 zetten we in op monitoring en optimalisatie van de nieuwe werkwijze. Planning Kosten Start Eind BBB 2020 2021 Intensieve en/of gedwongen zorg wordt steeds vaker thuis geboden en valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Medische zorg valt onder de zorgverzekeringswet (Zvw).

Voor de meest kwetsbare mensen, die 24 uur per dag intensieve zorg nodig hebben, is opname in een instelling geregeld9 binnen de Wet langdurige zorg (Wlz). Doordat verantwoordelijkheden zijn gefragmenteerd en de nadruk ligt op de kanteling van zorg naar preventie is een nieuwe focus op de keten nodig. Door ketenzorg te organiseren ontvangen inwoners thuis passende gecontinueerde zorg en ondersteuning afgestemd op de verschillende levensfases. Hierbij ligt ook de nadruk op het integraal bekijken van aanbod op het gebied van Wonen, Welzijn en Zorg. We zetten in op het ondersteunen van mantelzorgers door inwoners met een beperking actief te begeleiden naar dagbesteding of vrijwilligerswerk. Naast participatie door de inwoner met een beperking, ontlasten we ook structureel de thuissituatie en kan een gezinssysteem duurzamer ondersteuning bieden. Ook gaan we het gesprek aan over- en treffen we in gezamenlijkheid voorbereidingen op het moment dat thuis verzorgen van gezinsleden niet meer gaat. Hiermee creëren we rust en voorkomen we dure crisiszorg. Planning Kosten

22

Het ontwikkelperspectief is de inschatting van de ontwikkelingsmogelijkheden van een cliënt voor een bepaalde, langere periode. Tot welk niveau van zelfstandigheid kan de cliënt door middel van de interventie(s) uiteindelijk vooruitgaan?

53

5.7 Hulpmiddelen en Voorzieningen Thuis

5.8 Aanpak Kindermishandeling & Huiselijk geweld

5.9 Huisbezoeken 75+

5.10 Dementievriendelijk Barendrecht

Start Eind doorlopend doorlopend BBB Wmo Hulpmiddelen en Voorzieningen worden geboden in drie categorieën: rolstoelen, vervoershulpmiddelen en woonvoorzieningen. Doordat inwoners steeds langer thuis blijven wonen neemt de vraag naar hulpmiddelen en voorzieningen thuis verder toe. Dit vraagt om de huidige inspanning van het stimuleren van bewustwording en tijdig anticiperen op veranderende woonwensen te intensiveren. Het creëren van levensloopbestendige woningen geeft inwoners een alternatief. Daar waar nodig ondersteunen we de inwoner zodat deze ondanks de ervaren beperking(en) zo lang mogelijk thuis kan blijven wonen. Planning Kosten Start Eind BBB Doorlopend Doorlopend Sinds 2019 hebben professionals een wettelijk plicht om signalen van kindermishandeling en huiselijk geweld te melden bij Veilig Thuis. Als gevolg van deze meldcode en de maatschappelijke aandacht is dit een onderwerp waar steeds meer de focus op ligt. De lokale uitwerking is vastgelegd in de regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling 2020-2023. De uitgangspunten van de regiovisie werken we lokaal verder uit. Hierbij nemen we onderwerpen als het voorkomen van geweld tegen kinderen en ouderen, babbeltrucs en digitale oplichting mee. Ook wordt de link gelegd met jeugdbescherming en –reclassering en de positie van het Zorg- en veiligheidshuis.

Planning Kosten Start Eind doorlopend doorlopend BBB De gemeente vindt het belangrijk dat het goed gaat met onze ouderen. Daarom nodigt de gemeente i.s.m. Kijk op Welzijn alle 75+-ers voor een huisbezoek. We komen langs en gaan met ouderen in gesprek om te horen hoe het gaat. Vragen en signalen die voortkomen uit de verschillende gesprekken worden opgepakt. Dit kan middels collectieve voorlichtingsbijeenkomsten of via individuele ondersteuning. Planning Kosten Start Eind doorlopend doorlopend BBB In het meerjarenplan Dementie BAR 2018-2021 zijn vijf thema’s op hoofdlijnen beschreven. Een van de thema’s is het dementievriendelijker maken van de samenleving. Gedurende de looptijd van het meerjarenplan concretiseren we de thema’s in samenwerking met onze ketenpartners en leggen dit vast in een plan van aanpak. Een voorbeeld hiervan is het Alzheimercafé. Hierbij sluiten we aan bij de projectdoelen uit de Focusbrief dementie 2019 voor gemeenten (Alzheimer Nederland). We richten we ons op de verdere ontwikkeling van onze professionals die direct contact hebben met dementerende inwoners en hun naasten. Hiervoor maken we gebruik van de trainingen die worden aangebonden vanuit het initiatief Samen 54

dementievriendelijk (een samenwerking van Alzheimer Nederland, PGGM en het Ministerie van VWS).

5.12 Herontwikkeling Borgstede

In Barendrecht heeft KoW een opdracht rondom een Dementievriendelijk Barendrecht gekregen, waaronder het organiseren van activiteiten als: - Een Alzeimercafé - Workshops herkennen dementie - Lotgenotencontactgroep - Voorlichting algemene doelgroep dementie - Sporten en dementie Planning Kosten Start Eind BBB 2018 2021 De gemeente is vanuit een faciliterende rol betrokken bij de ver/herbouw van Borgstede. Er wordt meegedacht over de faciliteiten die het gebouw kan hebben voor de inwoners van Barendrecht en op welke wijze de voorziening geïntegreerd wordt in de buurt. De gemeenschappelijke ruimte dient ook een buurtfunctie te hebben waar bijvoorbeeld restaurant van Harte in gehuisvest kan worden. KijkopWelzijn huurt momenteel de gemeenschappelijke ruimte voor het Dienstencentrum de Windsingel. Er worden minimaal vijf dagdelen per week activiteiten georganiseerd. In de herontwikkeling wordt ook gekeken naar een mogelijke buurtfunctie en eventuele huisvesting van een restaurant. De mogelijkheden voor het vestigen van een huisartsenpraktijk worden mee genomen in de plannen. De start van de bouw van Borgstede is gepland in het voorjaar van 2021. Planning Kosten Start Eind Incidenteel Structureel Planning n.v.t. n.v.t. voorjaar 2021

55

8. Implementatie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de stappen die de gemeente in de achterliggende jaren heeft gezet. Ook wordt het perspectief voor de gemeentelijke organisatie geschetst en wordt inzicht gegeven in de beleidsimplementatie en financiële aspecten.

8.1 De basis is gelegd In 2015 heeft de gemeente te maken gekregen met een flinke uitbreiding van de taken: de drie decentralisaties. De gemeente is bestuurlijk en financieel verantwoordelijk geworden voor de Jeugdwet, Wmo 2015 en de Participatiewet. Ook voor de vierde decentralisatie van Passend Onderwijs draagt de gemeente mede verantwoordelijkheid. De gemeente heeft in de beginperiode de basis gelegd door de beleidskaders vast te stellen die de basis vormen voor het nieuw lokaal stelsel: Wmo beleidsplan 2015, Meerjarenbeleidskader Jeugdhulp 2015-2018, Beleidskader Participatiewet ‘Samenwerken aan werk’. Ook zijn daarvoor organisatiesystemen ingericht ten behoeve van registratie en administratieve afhandeling. De gemeente heeft contracten gesloten op het gebied van onder andere begeleiding, huishoudelijke hulp, lokale jeugdhulp en via de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond: (hoogwaardige) specialistische jeugdhulp. Op die manier is de continuïteit van hulpverlening georganiseerd. Ook zijn contract- en subsidieafspraken gemaakt voor de vormgeving van lokale wijkteams en zij kregen hun eigen ‘uitvalsbasis’.

8.2 Doorontwikkeling gemeentelijke organisatie In de afgelopen vijf jaar zijn belangrijke stappen gezet om de diverse wetgeving en beleidsterreinen beter met elkaar te verbinden. Dat is de opdracht van het gemeentebestuur en niet in de minste plaats: van de wetgever.

8.2.1 Integrale dienstverlening De Wet maatschappelijke ondersteuning schrijft voor om bij de planvorming “bijzondere aandacht te geven aan een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, publieke gezondheid, preventie, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen te organiseren”23. Dit ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’ gaat daar uitvoerig op in. Tegelijkertijd heeft de gemeente in de afgelopen vijf jaar op een aantal punten doorontwikkeld en gelijktijdig de ‘winkel open gehouden’. Een aantal voorbeelden hiervan zijn: 

 

De gemeente is gestart met het organiseren van een ‘integrale toegang’. Alle (primaire en ondersteunende) werkprocessen van het domein maatschappij zijn opnieuw beschreven. Rollen en taken zijn daar waar nodig herzien en onnodige processtappen zijn uit het proces gehaald. Er is een (integraal) dienstverleningsmodel opgeleverd. De huidige en gewenste ICT-architectuur (ter illustratie: het domein maatschappij telt meer dan 50 noodzakelijke applicaties) is in kaart gebracht. Er heeft een marktonderzoek plaats gevonden naar de verschillende (software) mogelijkheden voor E-dienstverlening zowel op kortere en langere termijn. Er is een kennissysteem aangeschaft (implementatie afgerond eerste kwartaal 2020) voor medewerkers zodat landelijke en lokale wetgeving en werkinstructies eenduidig wordt ontsloten. Er is een werkorganisatie ingericht en daarmee is de interne sturing verbeterd door de span of control te verkleinen.

De uitvoerende afdelingen zetten in op een effectieve dienstverlening. Dat wil zeggen dat als er een enkelvoudige vraag is, deze vraag ook zo snel mogelijk enkelvoudig wordt afgehandeld. Als een vraag 23

Wet maatschappelijke ondersteuning Artikel 2.1.2

56

meervoudig is dan wordt deze vraag integraal benaderd en gekeken waarmee de inwoner voor de lange termijn het meest mee geholpen is.

8.2.2 Organisatiecultuur De gemeente heeft ook oog voor de organisatiecultuur. De gemeente wil dat medewerkers een gezamenlijke mindset hebben om de inwoners duurzaam en mensgericht van dienst te zijn. Bij alles staat de meerwaarde voor de samenleving en de vraag ‘waar is de inwoner bij gebaat’ centraal. Gewenste cultuurveranderingen in organisaties vragen tijd. In het geval van deze gewenste cultuurverandering (de transformatie) betreft het in feite een optelsom van alle organisatieculturen van de gemeente en maatschappelijke partners samen.

8.2.3 Organisatieperspectief De gemeente werkt aan de doorontwikkeling van een robuuste gemeentelijke (uitvoerings)organisatie. De gemeente werkt TOE naar:   

Een organisatie die Transparant is. Inwoners en partners zijn goed op de hoogte van stappen die de gemeente zet. Een organisatie met een Open en ook enthousiasmerende houding waar partners en inwoners zich geholpen, betrokken en gewaardeerd weten. Een organisatie die handelt vanuit Eenheid: één (integrale) toegang, één integraal beleid, uniforme werkprocessen en één gezamenlijke mindset!

In de afgelopen periode is er extra geïnvesteerd in de gemeentelijke dienstverlening. Dat was noodzakelijk om ‘op vlieghoogte te kunnen komen’. Nu is de tijd aangebroken om de focus naar buiten toe te versterken. Samen met partners en inwoners gaat de gemeente aan de slag met de opgaven die er zijn in de samenleving. De gemeente werkt toe naar de verwezenlijking van de missie van dit beleid: werken aan een vitale samenleving waarin iedereen naar vermogen mee kan doen.

8.3 Implementatie De ambities uit deze nota kan de gemeente alleen samen met de maatschappelijke partners realiseren wanneer sprake is van een zorgvuldige implementatie van het beleid. Op welke wijze en onder welke specifieke voorwaarden de implementatie goed geborgd kan worden zal de komende periode nader uitgewerkt worden. Op een aantal elementen wordt in deze paragraaf al ingegaan.

8.3.1 Een programmatische benadering Om te beginnen met betrekking tot de ambtelijke organisatie. Een programmatische benadering lijkt het meest passend voor de implementatie van het vastgestelde beleid. Het benodigde integrale perspectief, gericht op de transformatie waarbij de mens centraal staat, vraagt om aanscherping op zowel uitvoerend-, beleids- als managementniveau en zowel op het vlak van deskundigheid, houding als cultuur.

8.3.2 Inkoopstrategie en opdrachtgeverschap De uitgangspunten van dit beleid vormen de basis voor de inkoopstrategie binnen het sociaal domein en voor de wijze waarop het opdrachtgeverschap vorm zal krijgen.

8.3.3 Outcomegerichte sturing en partnerschap De vormgeving van de outcomegerichte sturing is een essentieel onderdeel van de implementatie, alsmede de versterking van de informatiepositie van de gemeente.

57

Versterking van het partnerschap vormt -last but not least- ook een belangrijk aandachtspunt. Van de maatschappelijke partners wordt betrokkenheid en commitment gevraagd. Het vermogen en de bereidheid het organisatiebelang te overstijgen wanneer het collectieve belang hierom vraagt is van groot belang. Om met elkaar de focus op het zo effectief en efficiënt mogelijk werken aan de maatschappelijke opgaven te krijgen en te behouden, is een wendbare houding van alle betrokkenen nodig.

8.3.4 Beleidsmonitor Om goed te kunnen sturen op de maatschappelijke effecten die we willen bereiken en de resultaten die behaald worden te monitoren, is een monitor per maatschappelijk effect opgesteld. Deze monitor is opgenomen in bijlage 3 bij deze beleidsnota. De effectiviteit van het beleid zullen gemeente en partners samen tegen het licht houden en zal mede onderdeel uitmaken van het gesprek aan de opgavetafels. In deze beleidsmonitor zijn per maatschappelijk effect de (sub)doelstellingen, onderliggende ambities en een eerste inventarisatie van mogelijke indicatoren geformuleerd die aansluiten bij de richting en gewenste ‘outcome’ van dit ‘Integraal Beleid Sociaal Domein’. De monitor vormt voor de komende jaren de basis voor het volgen van de resultaten van dit beleid. De monitor is geen statisch geheel maar zal door de gemeente samen met partners door worden ontwikkeld op basis van o.a. voortschrijdend inzicht, (snelheid van) beschikbaarheid van data en de inbreng van gemeente en partners aan de opgavetafels. In de monitor zijn geen streefcijfers opgenomen. Het is de wens van de gemeente om eventuele streefwaarden steeds meer onderdeel uit te laten maken van de jaarlijkse planning & control-cyclus. De eventuele streefwaarden sluiten op die manier het beste aan op de actuele situatie in de gemeente.

8.3.5 Deskundigheidsbevordering De inbreng van ervaringsdeskundigheid van de doelgroepen van het beleid, vrijwilligers en mantelzorgers is eveneens een belangrijke succesfactor voor de beoogde aanpak. Dit vraagt om erkenning van deze vorm van deskundigheid; zowel binnen de gemeente als de bij dit beleid betrokken maatschappelijke organisaties. Op deskundigheidsbevordering zal daarom ook voortdurend worden geïnvesteerd.

8.4 Financiën Net als in veel andere gemeenten in Nederland lopen de inkomsten en uitgaven van het sociaal domein helaas ook in Barendrecht steeds meer uiteen. Dit stelt onze gemeente voor een ingewikkelde opgave: steeds meer grip op de uitgaven krijgen en de inkomsten & uitgaven van het sociaal domein meer in evenwicht brengen met elkaar. Een feit is echter dat zowel aan de inkomsten- als de uitgavenkant grote mate van onzekerheid en/of een negatieve ontwikkeling te zien is.

8.4.1 De inkomsten Sinds de decentralisatie van de zorgtaken in het kader van de Wmo en de Jeugdwet begin 2015 heeft de destijds al jaren bestaande trend van toenemend zorggebruik en stijgende zorgkosten zich onverminderd voortgezet. Ten tijde van de overheveling heeft de rijksoverheid een korting toegepast onder de aanname dat gemeenten de hulpverlening effectiever en goedkoper zouden kunnen uitvoeren. Op de budgetten die gemeenten overgeheveld kregen werden direct kortingen doorgevoerd. Naast deze initiële korting heeft de gemeente Barendrecht in de afgelopen jaren met extra kortingen op het rijksbudget te maken gekregen. Dit betrof circa 3 miljoen euro, wat neerkomt op een extra korting van circa 13% op de rijksinkomsten. 58

De Nederlandse gemeenten staan nu opnieuw aan de vooravond van een herziening van de verdeelmodellen in het sociaal domein met ingang van 2022. Deze herziening wordt meegenomen in de totale herziening van het gemeentefonds. Via de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn de afgelopen jaren meerdere signalen afgegeven dat het macrobudget van het sociaal domein te laag is. De rijksoverheid doet op dit moment onderzoek hiernaar en heeft aangegeven dat het resultaat van dit onderzoek meegewogen wordt in de herziening. De consequenties van de herziening zijn op dit moment nog ongewis, maar de verwachting is dat het een negatief effect zal hebben op de budgetten die Barendrecht van het Rijk ontvangt.

8.4.2 De uitgaven De uitgaven in het sociaal domein nemen daarnaast jaarlijks toe. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de autonome ontwikkelingen binnen Barendrecht zoals de toename van de vraag naar ondersteuning en zorg en een toename van de complexiteit van die zorgvragen. Een andere oorzaak is het inperken van de gemeentelijke beleidsvrijheid. Het Rijk schrijft gemeenten bijvoorbeeld voor een reële kostprijs te hanteren bij de inkoop van diensten en heeft het abonnementstarief voor Wmo-voorzieningen ingevoerd waardoor gemeenten geen inkomensafhankelijke bijdragen meer kunnen vragen voor de diensten. Als gevolg hiervan zijn de opbrengsten uit de eigen bijdragen gedaald.

8.4.3 Grip op kosten deels beïnvloedbaar Als gemeente hebben we slechts ten dele grip op deze uitgaven. Allereerst hebben we een wettelijke zorgplicht uit te voeren. Dit betekent dat wanneer een inwoner zorg of ondersteuning nodig heeft, we deze moeten bieden en betalen. In tegenstelling tot wat bij de WMO het geval is (waarbij wij als gemeente de enige indicatiesteller zijn), zijn er in het kader van de jeugdhulp meerdere verwijzers zoals de gecertificeerde instellingen, huisartsen en medisch specialisten. De directe invloed wordt hierdoor beperkt. In het voorjaar 2020 is onderzocht aan welke knoppen gedraaid kan worden in de directe invloedsfeer. Dit is mogelijk op het vlak van handhaving en de inkoop. Voor de andere knoppen die onder de noemer ‘transformatiebeweging’ vallen, is een langere adem nodig. De transformatiebeweging vraagt om investeringen in welzijn, preventie en vroegsignalering. Hoe we daarop willen gaan sturen is uitgewerkt in deze nota. De outcomegerichte sturing en het versterkte partnerschap moeten zorgen voor een breed gedragen verantwoordelijkheid om gezamenlijk de alsmaar stijgende zorgkosten te keren en de effectiviteit van de middelen die worden ingezet te vergroten. Beoogd wordt een zodanig preventief en effectief aanbod te ontwikkelen, dat een beroep op zwaardere zorg daalt of uitgesteld kan worden.

Alleen wanneer dit de gemeente samen met haar partners lukt, zal het mogelijk zijn een goed vangnet voor de meest kwetsbaren in onze samenleving te kunnen blijven bieden. Uitgangspunt bij de inzet die in deze nota is opgenomen is dat een en ander zoveel mogelijk binnen bestaande budgetten wordt uitgevoerd24. De gemeentelijke ambities zijn hoog, maar de huidige financiële positie van de gemeente noopt tegelijk tot terughoudendheid. De inspanningen die onderdeel uitmaken van deze conceptnota kunnen worden opgevangen binnen de bestaande budgetten

24

Behoudens financiële gevolgen van autonome ontwikkelingen aangaande het beroep op voorzieningen in het kader van de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet

59

Voor nieuwe inspanningen of intensivering van activiteiten geldt dat het principe ‘nieuw voor oud’ wordt gehanteerd. Daar waar zal blijken dat dit niet mogelijk is, zal de afweging via de gebruikelijke planning- en controlcyclus plaats vinden. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de taakvelden uit de begroting 2020 van de gemeente Barendrecht die raken aan de uitvoering van deze nota. Het overzicht geeft een beeld van de reikwijdte en de omvang die het ‘Integraal Beleid Sociaal Domein Barendrecht’ beslaat.

60

BIJLAGE 1 Trends & kwantitatieve gegevens A. Trends Op het beleid in het sociaal domein is een aantal trends van invloed. Daarnaast moet een aantal kwantitatieve gegevens in acht worden genomen voor het beleid in het sociaal domein. Vergrijzing De gemiddelde leeftijd van de inwoners van Barendrecht neemt toe door een stijging van het aantal ouderen en een daling van het aantal jongeren. Het aantal personen met dementie neemt eveneens toe. Toename complexiteit van de samenleving Door de toenemende complexiteit van de samenleving kan een groeiende groep mensen niet meedoen in de samenleving, met onder meer eenzaamheid en/of GGZ-problematiek tot gevolg. Toenemend beroep op zorg en ondersteuning Doordat de gemiddelde leeftijd van de bevolking stijgt en door veranderingen in de zorg, blijven steeds meer mensen met een zorgvraag langer thuis wonen. De behoefte aan zwaardere zorg aan huis neemt als gevolg hiervan toe. De extramuralisering25 in de zorg versterkt dit, ook voor wat betreft andere doelgroepen. Toename tweedeling De verschillen in leefstijl en gezondheid, gekoppeld aan de sociaal-economische status van mensen nemen toe. Flexibilisering van de arbeidsmarkt De arbeidsmarkt flexibiliseert. Organisaties werken steeds meer met een zogenaamde flexibele schil in het personeelsbestand.

Het aantal werknemers met een arbeidscontract voor onbepaalde tijd neemt af en het aantal tijdelijke krachten zoals uitzendkrachten en zelfstandigen zonder personeel neemt toe. Het bevordert de wendbaarheid van de arbeidsmarkt en kan voor werknemers meer onzekerheid met zich mee brengen. Stijging armoede en schuldenproblematiek Een toenemend aantal huishoudens leeft in armoede. Deze groep breidt zich ook uit naar de groep werkenden als gevolg van de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Globalisering en digitalisering Als gevolg van globalisering en digitalisering wordt de invloed van buitenaf groter. Mensen krijgen meer toegang tot informatie en de digitalisering heeft grote invloed op de (mogelijkheden in de) dienstverlening. Ook valt hierdoor een groep mensen ‘buiten de boot’. Van zorg naar preventie

25

Extramuralisering is het streven om buiten de muren van een intramurale instelling gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning

61

Toenemende aandacht voor vroegtijdige signalering van risicovolle situaties en tijdige interventie ter voorkoming van het beroep op (zwaardere) zorg. Verandering relatie tussen burger en overheid Burgers nemen geleidelijk vaker het initiatief en de overheid neemt dan een meer faciliterende rol aan. Het beroep op eigen kracht en sociale kracht neemt toe. Smart living Door de technologische ontwikkelingen kunnen ouderen en hulpbehoevenden ondersteund worden in het langer zelfstandig thuis wonen en kan de veiligheid hierbij bevorderd worden. Zorgprofessionals en mantelzorgers kunnen op afstand contact houden. Aantal echtscheidingen Het aantal echtscheidingen blijft stijgen in Nederland. Het aantal senioren dat sinds een decennium van elkaar scheidt is opmerkelijk hoog. Individualisering Als gevolg van de voortschrijdende individualisering neemt het aantal eenpersoonshuishoudens toe. Deze trend heeft ook invloed op de mate van eenzaamheid onder alle leeftijdsgroepen.

62

B. kwantitatieve gegevens Dit deel van de bijlage is vrijwel geheel (tenzij anders vermeld) gebaseerd op de gemeentescan Barendrecht 2019. Waar andere bronnen dan de gemeentescan zijn gebruikt, is dit aangegeven. Totaal aantal inwoners Barendrecht in 2019 naar postcodegebied Op 1 januari 2019 telde de gemeente Barendrecht 48.340 inwoners. Naar postcodegebied is de verdeling over de wijken als hieronder:

63

De prognose voor de bevolkingsgroei tot 2040 is als in onderstaande grafiek:

Onderverdeeld in leeftijdscategorieën, geeft dit het volgende beeld.

De bevolking van Barendrecht neemt de komende jaren licht toe en stabiliseert vervolgens. De stijging zit in postcodegebieden 2991 en 2992 en een lichte daling in 2993 en 2994. 64

In postcodegebied 2994 zijn opvallend veel jonge gezinnen woonachtig; in postcode 2991 is het aantal 65+ en 75+-ers groot. Voor de gemeente als geheel geldt dat de bevolking in de jaren op weg naar 2030 al vergrijst: zowel de groep 45+ als 65+ zal groeien. In 2030 zal al een kwart van de inwoners boven de 65 jaar zijn. Tussen 2030 en 2040 zet die vergrijzing door.

Samenstelling huishoudens, w.o. eenoudergezinnen en eenpersoonshuishoudens Barendrecht kent relatief weinig eenpersoonshuishouders, gemiddeld ongeveer 24% t.o.v. een landelijk gemiddelde van 38%. Postcode 2994 heeft met ruim 18% zelfs een zeer laag aantal eenpersoonshuishoudens. Het aantal gezinnen met kinderen ligt in Barendrecht op 45% t.o.v. een landelijk gemiddelde van 33%. Waarbij opvalt dat dit in postcode 2994 zelfs ruim 57% is. Het percentage samenwonenden zonder kinderen (in huis) ligt rond het landelijk gemiddelde met ruim 30% t.o.v. bijna 29%. In 2013 was in Barendrecht 7,2% van de gezinnen een eenoudergezin, het Nederlands gemiddelde is 6,9%, maar in de regio Rotterdam Rijnmond ligt het percentage eenoudergezinnen rond de 9%. Helaas zijn er geen recentere gegevens beschikbaar. Hoewel Barendrecht de komende decennia vergrijst, is het beeld van oudere eenpersoonshuishoudens niet opvallend ten opzichte van het hele land.

65

Gezondheidsbeleving Gemiddeld ervaart 81% van de volwassen inwoners van Barendrecht hun gezondheid als goed of zeer goed. De groep 65+ers waardeert de eigen gezondheid wat lager met een gemiddelde van 68%.

De inwoners van Barendrecht geven hun gezondheid gemiddeld een 7,6. Dit cijfer is het resultaat van de gemiddelden van onderstaande elementen waarop de ondervraagden een vragenlijst invulden.

66

Bewegen (en overgewicht) Bijna 60% van de inwoners van Barendrecht haalt de beweegnorm. Opvallend is dat in de vier jaar tussen 2012 en 2016 de groep volwassen tot 65 jaar een reductie van het overgewicht heeft weten te bereiken. Voor de jongeren en ouderen is dat nog niet het geval geweest.

Mantelzorg Precieze cijfers over mantelzorg in de gemeente Barendrecht zijn niet bekend. Wel hebben 688 mantelzorgers in 2019 vanuit de gemeente een formele waardering gekregen voor hun mantelzorgtaken (mantelzorg compliment). In de afgelopen jaren is er sprake van een toename van het aantal aanvragen voor de mantelzorgpluim. Vanuit landelijke cijfers is bekend dat 1 op de 3 volwassenen (16+ tot 65 jaar) mantelzorg verleent. Daarvan doen velen dat langdurig (> 3 mnd) en eenvijfde intensief (> 8 uur per week). Ongeveer 9% van de mantelzorgers voelt zich met deze taken erbij zwaar belast, te meer daar velen mantelzorgtaken combineren met betaald werk. De trends die worden gesignaleerd in het jaarverslag van het Mantelzorg Adviespunt 2019 is dat er sprake is van een toename van complexe mantelzorgsituaties, een behoefte aan avondactiviteiten, dat digitalisering ervoor zorgt ervoor dat er vanuit de ondersteuning makkelijker en sneller kan worden gecommuniceerd met mantelzorgers. In dit (landelijk) onderzoek constateren mantelzorgers dat zij minder ondersteuning ontvangen dan voorheen. De kans op overbelasting en daarmee ook op ontsporing neemt hierdoor toe.

67

Gezondheid 65+ Zoals blijkt uit de informatie in paragraaf 3 ervaart 68% van de oudere (65+) inwoners van Barendrecht zijn gezondheid als goed of zeer goed. In 2030 zal de gemeente volgens de prognose 11.300 inwoners van 65+ tellen (+45%) In 2030 zal de gemeente volgens de prognose ruim 1000 inwoners met dementie tellen (+56%) Van de groep ouderen boven de 65 jaar heeft 58% overgewicht De wijken met postcodes 2991 en 2992 tellen een relatief hoog aantal kwetsbare ouderen Oudere niet-westerse migranten met een hogere zorgvraag worden behalve in de wijken 1 en 2 m.n. aangetroffen in de wijken 14 t/m 20 van de postcodegebieden 2993 en 2994. Eenzaamheid De cijfers over eenzaamheid zijn niet geheel eenduidig. In de gezondheidsmonitor volwassenen van 2016 wordt gesteld dat 40% van de volwassenen zich matig tot ernstig eenzaam voelt. In de grafiek van de gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen 2016 met uitsplitsing naar leeftijdsgroep ligt het percentage mensen boven de 19 jaar dat zich matig tot ernstig eenzaam voelt per wijk tussen de 22% en 30%. (bron: gezondheidsmonitor GGD RR 2016).

Totaal aantal mensen met dementie/alzheimer in Barendrecht In lijn met de vergrijzing wordt in de komende decennia een stijging verwacht van het aantal inwoners met dementie of de ziekte van Alzheimer. De verschillen in de verwachte zorgvraag in de vier postcodegebieden zijn in lijn met de leeftijdsopbouw in deze wijken, dus met het zwaartepunt in 2991, en doet zich vooral voor bij de leeftijdsgroep van 75 jaar en ouder.

68

In de factsheet ‘mensen met dementie per gemeente’ van Alzheimer Nederland uit januari 2020 is een hoger aantal weergegeven. Volgens deze factsheet omvat het aantal mensen met dementie van 2020 tot 2050 in Barendrecht: Jaartal

2020 690

2025 820

2030 1000

2040 1400

2050 1800

Gebruik geestelijke gezondheidszorg De vraag naar hulp bij psychische en psychosociale problemen nam de laatste jaren toe. De huisarts is in veel gevallen de poortwachter naar basis en specialistische ggz: de inzet van een praktijkondersteuner ggz (POH ggz) en van een ggz-geschoolde wijkteammedewerker om ggzproblematiek zo snel mogelijk te herkennen en door vroege inzet te voorkomen dat een signaal uitgroeit tot een probleem. Cijfers over de effecten van de aanpak zijn nog niet voorhanden. De toegenomen extramuralisering heeft een aanzienlijk effect op de benodigde ambulante ggz-inzet. Deze professionals zetten zich o.a. in om de zeer diverse groep van ‘verwarde personen’ goed te begeleiden. Zorgvraagontwikkeling De zorgvraagontwikkeling blijft in alle postcodegebieden in de prognose voor 2040 onder het landelijk gemiddelde, zelfs in het vergrijzende postcodegebied 2991.

69

Jongeren  Jeugdhulp (https://www.cbs.nl/benchmark-jeugdzorg#barendrecht) Sinds 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de jeugdzorg. In 2019 ontvingen in de gemeente Barendrecht 970 jongeren van 0 tot 23 jaar één of meerdere vormen van jeugdhulp in natura. 935 van hen ontvingen daarbij jeugdhulp zonder verblijf, en 85 van hen ontvingen daarbij jeugdhulp met verblijf.

70

In verhouding verwijzen de huisartsen en de wijkteams het meest naar ambulante vormen van jeugdhulp. Daarentegen verwijzen voornamelijk de Gecertificeerde Instellingen (Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond) naar jeugdhulp met verblijf. Dit is logisch gezien hun expertise en de specifieke doelgroep die zij bedienen.

Het aantal jongeren dat één of meerdere vormen van jeugdbescherming ontving is in de afgelopen jaren stabiel. In 2019 ontvingen 80 jongeren van 0 tot 18 jaar één of meerdere vormen van jeugdbescherming. Hetgeen lager is aan het landelijke gemiddelde en het gemiddelde in de regio Rijnmond. Bij 55 van hen ging het om een ondertoezichtstelling, en 25 van hen ontvingen voogdij.

Het aantal jongeren dat in de afgelopen jaren jeugdreclassering ontving is lager dan het regionaal en het landelijk gemiddelde. In 2019 ontvingen 25 jongeren van 12 tot 23 jaar in Barendrecht jeugdreclassering. Het gaat hier overigens om een kleine doelgroep. Omdat het om relatief kleine aantallen gaat vertalen verschillen in aantallen zich al snel in (lichte) pieken en (lichte) dalen.

71

Het aantal kinderen in pleegzorg neemt landelijk toe en het tekort aan pleeggezinnen wordt groter. In 2019 verbleven 23.272 kinderen en jongeren in een pleeggezin. In 2018 waren er 22.741 pleegkinderen. Het aantal pleegkinderen is dus met 531 gestegen. Het betreft het aantal unieke pleegkinderen dat voor kortere of langere tijd in een pleeggezin heeft gewoond. Het aantal kinderen en jongeren in de pleegzorg groeit gestaag sinds 2000. In december 2000 waren er circa 8.000 pleegkinderen. De groei is gestabiliseerd in 2014 en in 2015 is het aantal gegroeid naar 18.865 kinderen en jongeren. Sindsdien is het aantal met wat schommelingen nog verder gestegen naar 19.042 pleegkinderen op 31 december 2019. 48 procent van de pleegkinderen is geplaatst bij bekenden, bijvoorbeeld grootouders, tantes en ooms, maar ook onderwijzers of buren. In 2019 waren er 16.717 pleeggezinnen. Waaronder 2.778 nieuwe pleegouders. 2.386 pleegouders zijn gestopt (Pleegzorg Nederland, 2020). (https://www.nji.nl/Pleeggezin-Achtergronden-Cijfers en https://pleegzorg.nl/wp-content/uploads/2020/07/Factsheet-pleegzorg-2019-def.pdf)  Werkzoekende jongeren (https://monitoraoj.nl/werkzoekende-jongeren/#) In 2018 waren in Barendrecht 84 jongeren van 16 tot 23 jaar werkzoekend. Op het totaal van 4.562 jongeren van 16 tot 23 jaar in Barendrecht is dit 1.8%. Landelijk is dit 2.8%.

72

 Halt (https://www.halt.nl/) In Barendrecht is het aantal jongeren dat naar HALT is doorverwezen sinds 2017 licht gestegen, van 37 jongeren in 2017 naar 40 jongeren in 2019.  Vroegtijdig Schoolverlaters (VSV) (https://monitoraoj.nl/voortijdig-schoolverlaten-en-verzuim/#) In Barendrecht waren in 2018 18 jeugdigen, die ingeschreven zijn op het voortgezet onderwijs of MBO, voortijdig schoolverlater. Op het totaal van 3.452 jeugdigen die ingeschreven zijn op het voortgezet onderwijs of MBO in Barendrecht is dit 0.5%. Landelijk is dit ook 0.5%. Gezondheid en welzijn van jongeren Onderstaande infographics zijn afkomstig uit de gezondheidsmonitor jeugd 2019 Barendrecht van de GGD Rotterdam Rijnmond.

Ervaren gezondheid

Stress

73

Psychosociale gezondheid

Pesten

Professionele hulp en advies

74

Ingrijpende gebeurtenissen

Relatie met ouders

Bijbaan

75

Sport en beweging

Voeding

Middelengebruik onder jongeren Onderstaande tabellen geven een beeld van middelengebruik onder jongeren. Inzicht wordt gegeven in hoe vaak jongeren roken, alcohol drinken en drugs gebruiken. Roken

76

Alcohol

Drugs

Gamen Gamen

77

78

Overgewicht en obesitas zijn in Barendrecht gemeten in het basisonderwijs en het VO. De informatie uit 2016 gaf t.o.v. 2013 een stijging te zien van 4% in groep 2 en van 5% in groep 7. Op het VO steeg het percentage met ruim 2%. Barendrecht zit weliswaar lager dan de regio Rijnmond als geheel, maar de cijfers zijn toch zorgwekkend hoog, vooral omdat overgewicht op jonge leeftijd veelal leidt tot gezondheidsproblemen op latere leeftijd. Onderstaande infographic is afkomstig van het Centrum voor Jeugd en Gezin.

Middelengebruik Uit de GGD gezondheidsmonitor 2016 zien we in Barendrecht een stijging van 4% in het aantal jonge rokers (17-23 jaar) ten opzichte van 2012. Verder valt op dat in alle leeftijdsgroepen, dus ook bij jongeren, een procentuele daling te zien is in het overmatig alcoholgebruik.

79

Gamen, slapen en eenzaamheid onder jongeren26 Onderstaande tabel geeft een beeld van het verhoogde risico op gameverslaving, slaapproblemen en eenzaamheid27 onder derdejaarsleerlingen in het VO van het schooljaar 2017/2018 in Barendrecht.

T.o.v. het schooljaar daarvoor is het percentage van jongeren met een verhoogd risico op gameverslaving toegenomen (was 10 %). De risicogroepen van slaapproblemen en eenzaamheid zijn nagenoeg gelijk gebleven. Op het gebied van slaapproblemen en gameverslaving is de risicogroep in de gemeente Barendrecht groter dan bij gemeenten in de regio Rijnmond. Bij eenzaamheid ligt het percentage lager. Psychosociale problemen jeugdigen28 In Barendrecht is het percentage jeugdigen met psychosociale problemen aanzienlijk, in groep 2 gaat het om 9%, stijgend tot ongeveer een kwart van de jongeren in het voorlaatste jaar van het VO. Het percentage jeugdigen met psychosociale problematiek is de laatste jaren nagenoeg gelijk gebleven. In de regiogemeenten is daarentegen de laatste jaren het risico op psychosociale problematiek onder jeugdigen in het jaar voor eindexamen licht afgenomen en onder jeugdigen in VO 1 licht toegenomen. Onderstaand het beeld van psychosociale problemen onder derdejaars leerlingen van het VO in Barendrecht

26

Bron: beleidsadviesnota Barendrecht van het CJG Rijnmond Gamen, slapen en eenzaamheid onder jongeren Gehanteerde definitie van eenzaamheid: ‘Het subjectief ervaren van een onplezierige of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties.’ (Samentegeneenzaamheid.nl, 2018) 28 Bron: beleidsadviesnota 2017 Psychosociale problemen Jeugd Barendrecht van het CJG Rijnmond 27

80

Schoolziekteverzuim29 Het schoolziekteverzuim in Barendrecht stijgt de laatste jaren meer dan in de regio, al is er regionaal ook sprake van een toename. Onderstaande tabel illustreert dit. In de jaren voorafgaand aan het peiljaar was deze stijging al ingezet, met name bij kortdurend verzuim. Als oorzaken worden o.a. gevonden middelengebruik en gezinsproblematiek.

Gezondheid en welzijn van kinderen Onderstaande infographics zijn afkomstig uit de gezondheidsmonitor kinderen 2018 Barendrecht van de GGD Rotterdam Rijnmond.

29

Bron: beleidsadviesnota Schoolziekteverzuim Barendrecht 2017 van het CJG Rijnmond

81

82

83

Kwantitatieve gegevens Werk en inkomen, minimavoorzieningen en Schulddienstverlening Schulddienstverlening

Minimabeleid en –voorzieningen 84

Ontwikkelingen minimapopulatie In deze samenvatting van de Armoedemonitor 2019 van KWIZ staat een aantal kenmerken van de minimapopulatie in 2019 (huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm), evenals een vergelijking van deze doelgroep voor het minimabeleid met die in 2017 en 2018. Minimahuishoudens 2017 – 2019

Op 31 december 2019 heeft de gemeente 1.037 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld. Dat is een lichte daling ten opzichte van 31 december 2018, toen bestond de doelgroep voor het minimabeleid uit 1.063 huishoudens. Deze 1.037 huishoudens vormen 5,3 procent van alle huishoudens in de gemeente. Dat ligt in lijn met andere gemeenten met minder dan 50.000 inwoners. De daling van het aantal minimahuishoudens kan worden toegeschreven aan de daling van het aantal minima met een inkomen tussen 100 en 120 procent Wsm (- 46 huishoudens). Het aantal minima met een inkomen tot 100 procent Wsm is daarentegen gestegen (+ 20 huishoudens).

Het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering is in de periode 2017 – 2019 gedaald van 490 huishoudens naar 445 huishoudens, een trend die ook landelijk zichtbaar is. 85

De minimapopulatie bestaat voor 44 procent uit alleenstaanden en voor bijna een derde uit gezinnen met kinderen. Ten opzichte van 2018 is het aantal minimahuishoudens met kinderen gestegen, evenals het aantal minimahuishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond. Er zijn relatief veel AOW’ers met een minimuminkomen bijgekomen. Van alle 1.037 minima staan 35 huishoudens ingeschreven als ZZP’er. Doelgroepen Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen: 17 procent van alle eenoudergezinnen in de gemeente heeft een inkomen tot 120 procent Wsm (121 huishoudens). Ook alleenstaanden zijn vaker dan gemiddeld minima. Daarnaast zijn huishoudens tot 45 jaar vaker minima dan huishoudens van 45 jaar of ouder. Naar herkomst zijn huishoudens met een nietwesterse migratieachtergrond oververtegenwoordigd onder minima; 17 procent van alle huishoudens met een dergelijke achtergrond heeft een inkomen tot 120 procent Wsm. Onder huishoudens met een Nederlandse achtergrond is dat 3 procent. Tenslotte hebben huishoudens in de wijken Noord en Centrum het vaakst een minimuminkomen (resp. 14 procent en 12 procent van alle huishoudens in de wijken). Nieuwe minima en langdurige minima Op 31 december 2019 hadden 775 huishoudens (75 procent) al drie jaar of langer een inkomen tot 120 procent Wsm en sinds 2017 wordt deze groep ieder jaar wat groter.

Huishoudens met AOW, huishoudens zonder kinderen en huishoudens met een Nederlandse achtergrond hebben vaker dan gemiddeld langdurig een minimuminkomen. In 2019 zijn 101 huishoudens ‘ingestroomd’ in de minimapopulatie, zij vormen 10 procent van de doelgroep. Bij andere gemeenten zien we ook een stijging van het aantal langdurige minima. Er is relatief weinig nieuwe instroom in de minimapopulatie. Tegelijkertijd komen de huishoudens die behoren tot de minimadoelgroep moeilijk uit de situatie en blijven langdurig een minimuminkomen houden. 30 Minimakinderen In de periode 2017 – 2019 is het aantal minimakinderen tot 18 jaar dat de gemeente in beeld heeft stabiel gebleven; in 2017 had de gemeente 639 minimakinderen in beeld, in 2018 waren dit 651 minimakinderen en in 2019 zijn dit 643 minimakinderen. Het aandeel minimakinderen komt daarmee in 2019 op 5,8 procent van alle kinderen in de gemeente. Er groeien minder kinderen op in een bijstandsgezin en er zijn meer kinderen uit een minimagezin met

30 De verwachting is dat als gevolg van Covid-19 het aantal mensen met een bijstandsuitkering zal

stijgen. Hierdoor zal ook de minimapopulatie toenemen. Naarmate de economie weer uit het dal klimt zal deze nieuwe instroom weer gaan afnemen.

86

een andersoortig inkomen in beeld. Dat sluit aan op de ontwikkeling van alle huishoudens naar inkomensbron. Daarnaast is het aantal minimakinderen uit een meerpersoonshuishouden gestegen. De andere kenmerken zijn gelijk gebleven. Kinderen in een eenoudergezin, kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond en kinderen uit de wijken Noord en Centrum groeien vaker dan gemiddeld op in een minimahuishouden dan kinderen uit andere gezinnen. Van alle minimakinderen heeft 14 procent een indicatie voor de Jeugdwet, dat zijn er in totaal 87 (2017: 93, 2018: 102). Minimakinderen hebben vaker een indicatie voor de Jeugdwet dan kinderen die niet in een minimagezin opgroeien. Regelingen In de volgende figuur staat het bereik per regeling in 2017, 2018 en 2019. Dit is het gebruik van de regeling, afgezet tegen de doelgroep.

Onderstaand wordt het bereik van de gemeente Barendrecht vergeleken met het gemiddelde bereik in andere gemeenten. Regeling

Barendrecht

Kwijtschelding

81%

Gemiddeld andere gemeenten 70 à 75%

Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Meedoen: volwassenen Meedoen: Kindpakket Meedoen: schoolkosten

25% 41% 52% 36% 66% 30%

25 à 30% 50 à 55% 35 à 40% 40 à 45% 50 à 55% 40 à 45%

Tabel S2 Bereik regelingen en gemiddeld bij andere gemeenten

87

In 2019 hebben 657 huishoudens kwijtschelding voor de gemeentelijke heffingen gekregen, een bereik van 81 procent van de doelgroep. Gemiddeld ligt het bereik van de kwijtschelding tussen de 70 en 75 procent bij andere gemeenten; Het bereik van de bijzondere bijstand is in de periode 2017 – 2019 gedaald van 34 procent naar 25 procent. Dit bereik komt overeen met het bereik in andere gemeenten; Het bereik van de individuele inkomenstoeslag is in de periode 2017 – 2019 stabiel gebleven. In 2019 hebben 200 huishoudens gebruikgemaakt van de regeling, dit is een bereik van 41 procent van de doelgroep, dat lager ligt dan het gemiddelde bereik bij andere gemeenten van 50 à 55 procent; Het gebruik van de collectieve zorgverzekering is in de periode 2017 - 2019 nagenoeg gelijk gebleven. In 2019 hebben 544 huishoudens een collectieve zorgverzekering afgesloten. De meeste huishoudens (433 huishoudens) daarvan zijn verzekerd bij CZ. Bij een doelgroep van 1.037 huishoudens tot 120 procent Wsm, leidt dit tot een bereik van 52 procent. Dat ligt beduidend hoger dan in de meeste andere gemeenten (35 à 40 procent); In de periode 2017 – 2019 is het gebruik en bereik van de Meedoenregeling voor volwassenen gestegen. In 2019 hebben 371 huishoudens gebruikgemaakt van de Meedoenregeling voor volwassenen, een bereik van 36 procent (het landelijke gemiddelde ligt eveneens tussen de 40 en 45 procent).

In 2017 hadden 292 huishoudens gebruikgemaakt van de regeling, dit was een bereik van 30 procent; In 2019 hebben 224 huishoudens gebruikgemaakt van de Meedoenregeling voor kinderen (het Kindpakket), 66 procent van de doelgroep. Dat ligt hoger dan het bereik van een kindregeling in andere gemeenten (meestal tussen de 50 à 55 procent). Negen huishoudens hebben gebruikgemaakt van de vergoeding voor zwemles. In Barendrecht kunnen ook kinderen waarvan de ouders in de schuldhulpverlening zitten gebruikmaken van het Kindpakket. Het gebruik en bereik is in de ten opzichte van 2017 en 2018 nagenoeg gelijk gebleven; Het bereik van de Meedoenregeling schoolkosten is licht gedaald ten opzichte van 2018 (in september 2017 is de regeling ingevoerd). In 2019 hebben 61 huishoudens gebruikgemaakt van de regeling, dit is een bereik van 30 procent (2018: 37 procent); In 2019 heeft een huishouden gebruikgemaakt van de individuele studietoeslag. De doelgroep kan, op basis van de voor dit onderzoek gebruikte bestanden, niet worden vastgesteld. Meervoudige problematieken

Een deel van de minimahuishoudens heeft ook andere ondersteuningsvragen: 30 procent heeft een of meerdere Wmovoorzieningen, 9 procent is in beeld bij schulddienstverlening en 20 procent van de minimagezinnen heeft een indicatie vanuit de Jeugdwet. Huishoudens in de gemeente die geen minimuminkomen hebben maken minder vaak gebruik van een of meer van deze voorzieningen. Bestandsontwikkeling Participatiewet Sinds de inwerkingtreding van de Participatiewet heeft de gemeente de taak om te zorgen voor garantiebanen en beschut werk conform de wet Bundeling uitkeringen inkomensvoorzieningen gemeenten (wet BUIG, omvatte voorheen Wajong en/of Wsw). Sinds 2019 begint het aantal mensen 88

met een arbeidsbeperking aan deze voorzieningen te stijgen. Daarmee zijn meer mensen toegeleid naar passend werk.

Het totaal aantal uitkeringen is in de afgelopen jaren, met kleine variaties tussendoor, in juni 2020 ongeveer gelijk aan de aantallen in juni 2018.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9908674/1