CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

(Bijlage bij het Ontwikkelkader) Speelruimteplan 2010 2020.pdf

gemeenteraad 25 januari 2022, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel De Stationstuinen (cofinanciering, parkeren en ontwikkelkader)28.480 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

SPEELruimteplan

2010 2020

uimte voor spel

f |

\\_ r *

SAMENVATTING Het huidige speelruimtebeleid is vastgelegd in het 'beleidsplan Speelvoorzieningen', dat in 1995 is geschreven. Dit beleidsplan is sterk gericht op het beheer en de veiligheid van speelvoorzieningen. In de gemeente Barendrecht leeft de wens om het huidig speelruimtebeleid uit 1995 te actualiseren en bestuurlijk vast te stellen. De komende jaren wil de gemeente een speelruimtebeleid ontwikkelen dat niet alleen gericht is op veiligheid, maar vooral ook op speelplezier. Daarnaast wordt niet alleen gekeken naar de ingerichte speelplekken, maar juist naar dé bespeelbaarheid van de gehele woonomgeving. Tenslotte is het sociale aspect van spelen van groot belang. Spelen is ook ontmoeten. Het primaire doel van het speelruimteplan is het waarborgen en creëren van de benodigde speelruimte in Barendrecht voor kinderen en jongeren in de leeftijd van O tot 23 jaar. Kort samengevat heeft het speelruimteplan als doel: • Het opstellen van een langetermijnvisie op spelen voor kinderen en jongeren van 0 tot 23 jaar; • Het vaststellen van normen voor de kwantiteit en kwaliteit van speelruimte; • Het opstellen van richtlijnen voor de inrichting en het beheer van de speel- en sportvoorzieningen; • Het inzichtelijk maken van de benodigde financiële middelen.

Spelen is in al haar vormen van wezenlijk belang voor de ontplooiing van de opgroeiende doelgroep en is de basis voor haar geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. Lichamelijke activiteit van kinderen, jeugd en jongeren heeft een positief effect op de gezondheid, op het psychisch en sociaal welzijn en op de motorische ontwikkeling. Bewegen heeft een positief effect op het tegengaan van overgewicht en bewegingsachterstand. Integrale aanpak De druk op de openbare ruimte wordt steeds groter, waardoor de fysieke ruimte om te spelen steeds verder af neemt; het (auto)verkeer, de verdichting van de woningen, voorzieningen voor volwassenen en hondenpoep vormen een belemmering voor met name het informeel spelen. Gemeenten moeten om deze reden creatiever omgaan met de gehele openbare ruimte ten aanzien van spelen, zowel formeel als informeel. Multifunctioneel gebruik van de openbare ruimte moet worden gestimuleerd. Indien dit niet mogelijk of niet gewenst is moet een zorgvuldige afweging tussen de verschillende belangen worden gemaakt. Kinderen dienen hierbij als volwaardige gebruikers van de openbare ruimte te worden behandeld. Hiervoor is een integrale aanpak noodzakelijk. Dit vereist een verandering in het denken bij het bestuur, de ambtenaren en de burgers. Informeel spelen De gehele openbare ruimte kan dienen als informele speelruimte.

Speeltoestellen kunnen dan ook gezien worden als een vervanging van de mogelijkheden die van nature aanwezig zijn. De noodzaak om formele speelplekken te creëren neemt toe naarmate de fysieke ruimte om te spelen afneemt. Indien er veel informele speelruimte is dan zal het dus niet nodig zijn om veel speelplekken aan te bieden: Speelruimte blijft echter maatwerk per wijk!

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

De gemeente wil voldoende informele speelruimte aanbieden aan de kinderen, jeugd en jongeren. Waar deze informele ruimte tekortschiet in kwantiteit of kwaliteit wordt zij aangevuld met formele speelruimte (speelplekken). Ontmoeten Naast het spelen en sporten is met name voor jongeren het ontmoeten van groot belang. Het zomaar wat rondhangen van jongeren op straat wordt al snel geassocieerd met niets doen, terwijl dit voor jongeren een activiteit van grote betekenis is. Het ontmoeten kan zowel plaatsvinden op informele plekken in de openbare ruimte als op een daarvoor aangewezen plek. Huidige situatie De gemeente Barendrecht heeft in totaal 1107 speeltoestellen in beheer verspreid over 273 speelplekken. Naast deze openbare speelplekken zijn nog eens 184 speeltoestellen op de schoolpleinen (openbaar toegankelijk) aanwezig. De kwaliteit van de speelruimte is zeer divers. Met name in Barendrecht Centrum zijn veel buurtspeelplekken verouderd en bieden de toestellen weinig uitdaging. In Carnisselande worden veel buurtspeelplekken aangetroffen die uit één of twee speeltoestellen bestaan, waardoor deze speelplekken met name voor de jeugd weinig uitdaging bieden. Ook de sociale onveiligheid is van negatieve invloed op de kwaliteit van spelen. Er is steeds vaker onverdraagzaamheid ten aanzien van speelruimte en het ontmoeten van jongeren.

In het algemeen kan worden gesteld dat in Carniselande minder informele speelruimte aanwezig is dan in Barendrecht Centrum. Daarbij komt dat de kinderen in Carnisselande grotendeels zijn aangewezen op het verharde deel van de openbare ruimte door het ontbreken van buurtparkjes. Dit deel is echter tevens het domein van de auto. De speelruimte is over het algemeen sterk op kinderen en jeugd gericht van 0 t/m 12 jaar. In de huidige situatie zijn er niet of nauwelijks ontmoetingsplekken voor jongeren aanwezig. Normen In het speelruimteplan zijn normen en richtlijnen opgenomen voor de formele en informele speelruimte. Door het toepassen van deze normen ontstaat een evenwichtig aanbod aan basisvoorzieningen. Streefbeeld In het speelruimteplan is het huidige speelvoorzieningenniveau getoetst aan het voorgestelde beleid. Om een volledig beeld te krijgen is tevens aan de kinderen in Barendrecht gevraagd hoe zij hun speelruimte ervaren. Deze bevindingen zijn in de analyse meegenomen. Op basis van het vastgestelde beleid zijn er per kern, buurt en speelplek voorstellen gedaan waarmee de informele speelruimte kan worden verbeterd en de formele speelruimte beter wordt verspreid en afgestemd op de leeftijdscategorie. Voorgesteld wordt om 19 nieuwe speelplekken aan te brengen en 81 speelplekken uit te breiden met speeltoestellen of ontmoetingsvoorzieningen.

Daarnaast worden 40 speelplekken aangewezen als secundair. Secundaire speelplekken zijn die plekken die op basis van de vastgestelde normen geen functie meer hebben in het openbare speelvoorzieningen. Het kan zijn dat in een speelbuurt te weinig kinderen wonen om een speelplek ingericht met speeltoestellen in stand te houden. Daarnaast is het mogelijk dat een speelplek als secundair wordt aangewezen als deze weinig uitdaging biedt en in de directe omgeving voldoende speelruimte aanwezig is. Deze plekken krijgen een functie als informele speelruimte. Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

Financiën In de huidige situatie zijn de financiële middelen ontoereikend om de bestaande speelvoorzieningen in stand te houden. Als gevolg hiervan worden speeltoestellen aangetroffen die de economische afschrijvingstermijn ruimschoots overschreden hebben. Hierdoor zijn de onderhoudskosten onevenredig hoog en kan een verloedering in het straatbeeld worden ervaren. Het huidige aantal speeltoestellen en de bijbehorende valondergronden vertegenwoordigen een vervangingswaarde van circa 2,8 miljoen euro. Gebaseerd op een gemiddelde afschrijvingstermijn van 12 jaar is jaarlijks een bedrag van€ 309.000,- noodzakelijk voor de vervanging van speelvoorzieningen (incl. areaaluitbreiding, herinrichtingskosten). In 2011 ontstaat hierdoor een financieel tekort van€ 10.000,-, dat oploopt tot€ 65.000,- in 2013. Om het streefbeeld te realiseren, is eenmalig een bedrag van€ 619.500,noodzakelijk. De uitvoering zal over drie jaar worden verspreid. Het gevolg van deze ambitie is dat in 2012 een financieel tekort ontstaat van€ 23.000,dat oploopt tot€ 69.000,- in 2014. Indien het streefbeeld wordt doorgevoerd zal het aantal speeltoestellen afnemen tot 1.100. Deze afname leidt echter niet tot een verlaging van het benodigd budget voor vervanging van speeltoestellen. De speeltoestellen die worden verwijderd bestaan voor een groot deel uit wipkippen en hebben een geringe vervangingswaarde.

Op de nieuwe speelplekken zullen meer uitdagende, grotere en hiermee duurdere speeltoestellen worden geplaatst, waardoor de totale vervangingswaarde toeneemt. Tenslotte bestaat dë wens om structureel een landelijke buitenspeeldag te organiseren. Hierdoor ontstaat structureel een financieel tekort van € 10.000,-per jaar.

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING 1.1. Waarom een speelruimteplan? 1.2. Proces 1.3. Doelstelling 1.4. Probleemstelling 1.5. Periode en evaluatie speelruimtebeleid 1.6. Leeswijzer

9 9 10 10 11 11 11

2.

HET KADER 2.1. Nut en noodzaak spelen 2.2. Het recht op (speel)ruimte 2.3. Wetten en beleidskaders 2.4. Gemeentelijk beleid

13 13 14 14 15

3.

VISIE OP SPELEN 3.1. Doelgroepen in de speelruimte 3.2. Anders denken over de openbare ruimte 3.3. Samen werken aan speelruimte 3.4. Multifunctioneel ruimtegebruik 3.5. Veiligheid en uitdaging (recht op een bult!) 3.6. Normen informele en formele speelruimte 3.7. Spreiding van speelplekken

19 19 20 22 24 24 25 28

4.

INRICHTING 4.1. Spelen in de openbare ruimte 4.2. Ontmoeten in de openbare ruimte 4.3. Ruimteontwikkelingsplannen 4.4. Ontwerpen en aanleggen van speelvoorzieningen

29 29 30 33 33

5.

BEHEER 5.1. Huidige beheerkwaliteit 5.2. Kwaliteitsambitie IBOR 5.3. Onderhoud en beheer van speelvoorzieningen 5.4. Vervangen van speelvoorzieningen 5.5. Beheer en onderhoud schoolterreinen 5.6. Valondergronden 5.7. Milieubeleid speeltoestellen 5.8. Spelen en hondenpoep

35 35 35 36 36 37 38 38 38

6.

SPELEN IN BARENDRECHT 6.1. Huidige situatie 6.2. Opbouw analyse speelruimte 6.3. Wat vinden de kinderen ervan?

41 41 42 44

7.

ANALYSE BOVENWIJKSE SPEEL- EN SPORTVOORZIENINGEN

45

8.

WIJKANALYSE GEBIEDSDEEL 1 8.1. Binnenland 8.2. Noord 8.3. Centrum

49 49 50 50

9.

WIJKANALYSE GEBIEDSDEEL 2 9.1. Buitenoord 9.2. Ter Leede 9.3. Oranjewijk

53 53 54 55

10.

WIJKANALYSE GEBIEDSDEEL 3 10.1. Molenvliet 10.2. Nieuweland

57 57 58

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

11.

WIJKANALYSE GEBIEDSDEEL 4 11.1. Bijdorp 11 Al. Dorpzicht en Centrum west 11.3. Paddewei

59 59 60 60

12.

WIJKANALYSE GEBIEDSDEEL 5 12.1. Vrijenburg 12.2. Vrijheidsakker

63 63 64

13.

WIJKANALYSE GEBIEDSDEEL 6 13.1. Smitshoek 13.2. Riederhoek

65 66 66

14.

WIJKANALYSE GEBIEDSDEEL 7 14.1. Gaatkensoog 14.2. Havenkwartier 14.3. Waterkant 14.4. Meerwede

69 69 70 71 71

15.

FINANCIËLE VERANTWOORDING 15.1. Huidige opbouw investeringen 15.2. Benodigd budget realiseren streefbeeld 15.3. Benodigd budget vervanging speelvoorzieningen 15.4. Benodigd budget beheer speeltoestellen 15.5. Benodigd budget voor onderhoud speeltoestellen 15.6. Benodigd budget beheer en onderhoud schoolpleinen 15.7. Benodigd budget landelijke buitenspeeldag 15.8. Benodigde versus beschikbare middelen

73 73 73 75 77 77 77 78 78

16.

EEN GERICHTE AANPAK 16.1. Uitvoeringsprogramma 16.2. Participatie

81 81 81

BIJLAGEN SPEELRUIMTEPLAN BIJLAGE I. SPEELPRIKKELS BIJLAGE II. ONTWIKKELING VAN HET KIND BIJLAGE III. BESLISBOOM SPEELPLEK BIJLAGE IV. WHOZNE)Cr BIJLAGE V. PROGRAMMA VAN EISEN

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

83 85 87 89 91 93

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

Definitie van speelruimte Speelruimte betreft ten eerste de ruimte die fysiek aanwezig is om te spelen, zowel in de openbare ruimte als op de ingerichte speelplekken. Ten tweede gaat speelruimte over de spreekwoordelijke ruimte die de doelgroep gegund wordt, met andere woorden: waar mag hij of zij spelen? Met informele speelruimte wordt de ruimte aangeduid waar de doelgroep leeft, woont en veilig kan spelen, zoals op de straat, de stoep, het plantsoen en het water, maar waar geen specifieke speeltoestellen staan. Met formele speelruimte wordt de ruimte aangeduid die specifiek en exclusief is ingericht voor de speelfunctie.

EdeUbtêift

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

1.

INLEIDING

"Kinderen spelen overal. Op straten en pleinen, in parken. Op braakliggende terreintjes, op achterpaden bij woningen, langs de waterkant, op pleintjes en plantsoenen. Kinderen vinden hun favoriete speelplek op de gekste plaatsen en ze laten zich in hun spel niet beperken tot de plekken die volwassenen daarvoor bedacht hebben zoals speeltuinen of kinderboerderijen. En geen kind is hetzelfde: er zijn verschillen tussen jongens en meisjes, tussen leeftijdscategorieën, tussen allochtone en autochtone kinderen. Al die verschillen hebben betekenis voor de behoefte aan speelruimte. De inrichting van de wijk (ofwel de woonomgeving) bepaalt de mogelijkheden voor de jeugd om buiten te kunnen spelen. Volgens onderzoek draagt buitenspelen bij aan de sociale, cognitieve en motorische ontwikkeling van kinderen. Het gaat overgewicht tegen en voorkomt op langere termijn gezondheidsproblemen. Kinderen van diverse pluimage leren hoe ze met elkaar moeten omgaan en betrekken daarbij hun ouders. Hierdoor krijgen ook volwassen buurtbewoners meer contacten met elkaar waardoor een positief effect op de sociale cohesie optreedt Voldoende goede buitenspeelmogelijkheden voor kinderen voorkomen verveling, overlast druk op kleinbehuisde gezinnen binnenshuis, vandalisme en kleine criminaliteit. Dat bespaart de gemeente veelgeld.

Tenslotte wordt de woonomgeving door buitenspeelmogelijkheden aantrekkelijker als vestigingsplaats voorgezinnen met kinderen en stijgt hiermee de economische waarde van een woongebied." (citaat uit Gemeentelijk Speelruimteplan, een praktische handleiding). Als volwassenen het over 'spelen' hebben wordt vaak gedacht aan de ingerichte speelplekken in de wijk. Spelen is echter veel omvangrijker. Uit bovenstaand citaat blijkt dat spelen niet alleen gaat om speelplezier, maar essentieel is voor de ontwikkeling van een kind. Spelen legt de basis voor het voorstellingsvermogen, voor creativiteit, voor organiseren en plannen. Het stimuleert samenwerking en goed omgaan met elkaar. Het leert kinderen zich aan regels te houden en zichzelf te beheersen; teleurstellingen te incasseren en tegen je verlies te kunnen. Ze raken spelenderwijs thuis in de eisen die de samenleving stelt. In spel kunnen kinderen zich bovendien afreageren en gebeurtenissen verwerken. In een tijd waarin kinderen veel moeten (school, sporten, muziekles) en waarin de tv en computer een grote rol spelen, is het belangrijk dat ouders zorgen dat hun kind voldoende tijd en ruimte krijgt om gewoon lekker buiten te spelen! Het is een taak van de gemeente om in deze behoefte te voorzien en te zorgen voor voldoende speelruimte. Het speelruimteplan is de basis voor het waarborgen van deze benodigde speelruimte.

1.1.

Waarom een speelruimteplan?

Het huidige speelruimtebeleid is vastgelegd in het 'beleidsplan Speelvoorzieningen', dat in 1995 is geschreven. Dit beleidsplan is sterk gericht op het beheer en de veiligheid van speelvoorzieningen. In de gemeente Barendrecht leeft de wens om het huidig speelruimtebeleid uit 1995 te actualiseren en bestuurlijk vast te stellen. Het doel is te komen tot een praktisch en breed gedragen beleidsplan. Het primaire doel van het speelruimteplan is het waarborgen en creëren van de benodigde speelruimte in Barendrecht voor kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 tot 23 jaar. Het speelruimteplan is een hulpmiddel om bewuste en juiste keuzes te maken ten aanzien van speelruimte.

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

Het plan speelruimteplan geeft een visie op spelen voor de komende 10 jaar. In dit plan worden de ambities op het gebied van inrichting en beheer vastgelegd. Het speelruimtebeleid legt normen vast voor de kwantiteit en kwaliteit voor het spelen en ontmoeten van kinderen en jongeren in de leeftijd van 0-23 jaar. Het speelruimteplan dient tevens als toetsingskader bij belangenafwegingen tussen de functie spelen en de overige functies binnen de openbare ruimte. Per wijk is een analyse gemaakt van de beschikbare en gewenste speelruimte (formeel en informeel). Het plan wordt als toetsingskader voor de kwaliteit en de omvang van de bestaande en nieuw aan te leggen speelterreinen ingezet. Kort samengevat heeft het speelruimteplan als doel: • Het opstellen van een langetermijnvisie op spelen voor kinderen en jongeren van 0 tot 23 jaar; • Het vaststellen van normen voor de kwantiteit en kwaliteit van speelruimte; • Het opstellen van richtlijnen voor de inrichting en het beheer van de speel- en sportvoorzieningen; • Het inzichtelijk maken van de benodigde financiële middelen.

1.2.

Proces Dit speelruimteplan is opgesteld door het adviesbureau OBB in samenwerking met diverse ambtenaren uit de gemeente Barendrecht. OBB heeft een onafhankelijk onderzoek verricht naar de bespeelbaarheid van de speelruimte in Barendrecht. In dit speelruimteplan wordt een samenvatting gegeven van deze bevindingen. Er is gekozen om de doelgroep 6 tot en met 12 jaar intensief bij de analyse van de speelruimte te betrekken. Diverse scholen zijn benaderd om hieraan mee te werken. Aan de scholen is gevraagd om met groep vier tot en met acht een enquête in te vullen. Ook is per buurt een rondwandeling met enkele kinderen gemaakt om een indruk te krijgen hoe de jeugd de directe woonomgeving gebruikt om te spelen. Deze input is gebruikt voor de analyse en zal in de toekomst ook worden gebruikt bij de aanleg of herinrichting van speelplekken.

1.3.

Doelstelling

In 1997 is het zogenoemde Attractiebesluit vastgesteld, waarin de wettelijke verplichting voor de veiligheid van speeltoestellen is geregeld. Op Europees niveau zijn veiligheidseisen opgesteld waaraan speeltoestellen en de bijbehorende valondergronden moeten voldoen. Dit attractiebesluit is van grote invloed geweest op het inrichten van speelterreinen. Lange tijd was het beheer en de inrichting van speelterreinen als gevolg van dit attractiebesluit sterk gericht op veiligheid. De komende jaren wil de gemeente een speelruimtebeleid ontwikkelen dat niet alleen gericht is op veiligheid, maar vooral ook op speelplezier. Daarnaast wordt niet alleen gekeken naar de ingerichte speelplekken, maar juist naar de bespeelbaarheid van de gehele woonomgeving. Tenslotte is het sociale aspect van spelen van groot belang. Spelen is ook ontmoeten; speelplekken moeten aantrekkelijke verblijfsruimtes zijn waar niet alleen kinderen en ouders elkaar treffen, maar ook de overige buurtbewoners hun plek kunnen vinden. Spelen kan de leefbaarheid en sociale cohesie in een wijk versterken.

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari'10

IQ

1.4.

1.5.

1.6.

Probleemstelling

De fysieke ruimte om te spelen neemt steeds verder af; het (auto)verkeer, de verdichting van de woningen, voorzieningen voor volwassenen en hondenpoep vormen een belemmering voor met name het informeel spelen. Ook de sociale onveiligheid is van negatieve invloed op de kwaliteit van spelen. Daarnaast is er steeds vaker onverdraagzaamheid ten aanzien van speelruimte en het ontmoeten van jongeren. De kwaliteit van de speelruimte is binnen Barendrecht zeer divers. Met name in Barendrecht Centrum zijn veel buurtspeelplekken verouderd en bieden de toestellen weinig uitdaging. In Carnisselande worden veel buurtspeelplekken aangetroffen die uit één of twee speeltoestellen bestaan, waardoor deze speelplekken met name voor de jeugd weinig uitdaging bieden. De speelruimte is over het algemeen sterk op kinderen en jeugd gericht van 0 t/m 12 jaar. Naast het spelen en sporten is voor jongeren met name het ontmoeten van belang. In de huidige situatie zijn er echter niet of nauwelijks ontmoetingsplekken voor jongeren aanwezig. In het algemeen kan worden gesteld dat in Carniselande minder informele speelruimte aanwezig is dan in Barendrecht Centrum. Daarbij komt dat de kinderen in Carnisselande grotendeels zijn aangewezen op het verharde deel van de openbare ruimte door het ontbreken van buurtparkjes. Dit deel is echter tevens het domein van de auto.

In de huidige situatie zijn de financiële middelen ontoereikend om de bestaande speelvoorzieningen in stand te houden. Als gevolg hiervan worden speeltoestellen aangetroffen die de economische afschrijvingstermijn ruimschoots overschreden hebben, waardoor de onderhoudskosten onevenredig hoog zijn en een verloedering in het straatbeeld wordt ervaren.

Periode en evaluatie speelruimtebeleid

Het voorliggende speelruimteplan geeft het beleid weer voor de wijze waarop men de komende tien jaar met de speelruimte wil omgaan. De gemeente is echter continu in beweging. Daarom zal na vijf jaar een evaluatie van het voorliggende speelruimtebeleid en de voortgang van de uitwerking plaatsvinden. Tegelijkertijd zullen opnieuw de demografische gegevens en de aanwezige speelruimte per wijk tegen elkaar worden afgezet.

Leeswijzer

Bovenstaande doelstelling en visie zijn uitgewerkt in het speelruimteplan. Na de inleiding in hoofdstuk 1 beslaat hoofdstuk 2 tot en met 5 voornamelijk beleid. In de hoofdstukken 6 tot en met 14 wordt aan de hand van het geformuleerde beleid een analyse gemaakt van de mate waarin de aanwezige speelruimte voldoet aan de geformuleerde beleidsuitgangspunten. Met andere woorden: hoe ziet het openbare speelvoorzieningenniveau eruit? Daarbij worden de noodzakelijke aanpassingen en financiële consequenties beschreven in hoofdstuk 15. Dit deel biedt een leidraad voor de aanpassingen aan de speelruimte in gemeente Barendrecht.

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

11

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

12

2.

HET KADER Binnen het kader van dit speelruimteplan spelen diverse andere actoren een belangrijke rol. Wettelijke beleidskaders geven naast het gemeentelijk beleid richting aan dit speelruimteplan.

2.1.

Nut en noodzaak spelen Spelen is in al haar vormen van wezenlijk belang voor de ontplooiing van de opgroeiende doelgroep en is de basis voor haar geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. Om de ontwikkeling maximaal te kunnen stimuleren, is het nodig inzicht te hebben in de functies die spelen daarbij heeft.

2.1.1.

Spelen is leren Spelen is in al haar vormen van wezenlijk belang voor de ontplooiing van de opgroeiende doelgroep en is de basis voor haar geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. Kinderen leren door te spelen de vaardigheden die ze de rest van hun leven nodig zullen hebben. Door buitenspelen wordt de grove motoriek van kinderen ontwikkeld en krijgen ze inzicht in eigen emoties en die van anderen. Door te spelen leren kinderen na te denken over problemen en leren ze hun omgeving kennen. Tijdens het spelen worden grenzen verlegd en leren de kinderen om meer vertrouwen te hebben in zichzelf. Het ontwikkelen van zelfvertrouwen is erg belangrijk bij het leggen van sociale contacten.

2.1.2.

Sporten is gezond Lichamelijke activiteit van kinderen, jeugd en jongeren heeft een positief effect op de gezondheid, op het psychisch en sociaal welzijn en op de motorische ontwikkeling. De meeste kinderen hebben plezier in bewegen en bewegen het liefst de hele dag. Bewegen heeft een positief effect op het tegengaan van overgewicht en bewegingsachterstand. Uit onderzoek blijkt echter dat kinderen tegenwoordig steeds minder bewegen. Kinderen die overgewicht hebben eten vaak niet te veel, maar bewegen te weinig. Dit wordt onder andere veroorzaakt door minder buitenspeelruimte en meer tv-kijken. Om overgewicht te verminderen is de aanwezigheid van voldoende formele en informele speelruimte belangrijk.

Ambitie: De gemeente wil de motorische ontwikkeling van het kind stimuleren en overgewicht tegengaan door speelruimte aan te bieden.

2.1.3.

Ambitie: De gemeente investeert in ontmoeting

Ontmoeten is van betekenis Wanneer spreken we over een leefbare wijk? Een algemene definitie van leefbaarheid luidt als volgt; 'geschikt om erin of ermee te kunnen leven' (Van Dale, 1997). De aanwezigheid van speelruimte is van essentieel belang voor de leefbaarheid van een wijk. Naast het spelen en sporten is met name voor jongeren het ontmoeten van groot belang. Jongeren komen graag bijeen op plekken waar ze een 'zone van vrijheid' ervaren en waar ze hun gang kunnen gaan zonder dat er toezicht is van volwassenen. Ze willen 'zien en gezien worden'. Het zomaar wat rondhangen van jongeren op straat wordt al snel geassocieerd met niets doen, terwijl dit voor jongeren een activiteit van grote betekenis is. Het ontmoeten kan zowel plaatsvinden op informele plekken in de openbare ruimte als op een daarvoor aangewezen plek.

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

13

2.2.

Het recht op (speel)ruimte Er is (nog) geen expliciete wet die overheden verplicht om speelplekken aan te leggen. Wel is er het verdrag inzake de Rechten van het kind dat werd aangenomen door de Verenigde Naties op 20 november 1989. Het omvat alle kinderrechten, geldt wereldwijd en heeft dezelfde kracht als een wet in Nederland. Het verdrag is eigenlijk een contract tussen de overheden en hun minderjarige bevolking. Het is de plicht van elke overheid om daarmee rekening te houden. Lid 1 van Artikel 31 verdrag Rechten van het kind De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind, en op vrije deelneming aan het culturele en artistieke leven.

Ambitie: De gemeente onderkent het recht en het belang van speelruimte en wil zowel het informele als formele spelen stimuleren.

Door de SP (Mw. Agnes Kant) is in 2003 een initiatiefwet ingediend over buitenspeelruimte. Dit initiatief heeft echter niet geleid tot een wet. Het indienen van de initiatiefwet met daarin de zogenoemde 3%-norm' was voor minister Dekker (VROM) wel de aanleiding om in 2006 een beleidsbrief rond te sturen aan de Nederlandse gemeenten. In deze brief wordt de zorg van de regering uitgesproken over het feit dat de kinderen ogenschijnlijk minder buitenspelen en dat dit zou komen doordat er een tekort aan speelruimte en ontwikkelingsmogelijkheden is. De gemeenten werd verzocht alsnog invulling te geven aan deze 3%-norm, met als aandachtspunt de verantwoordelijkheid voor een integrale ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente Barendrecht voldoet aan de gestelde 3% norm.

2.3.

Wetten en beleidskaders

2.3.1.

Attractiebesluit De wettelijke verplichting voor de veiligheid van speeltoestellen is geregeld in het 'Besluit Veiligheid van Attractie- en Speeltoestellen' van maart 1997 en de Europese Normen (o.a. NEN-EN 1176-1 tot en met 1176-7 en 1177). In het zogenoemde Attractiebesluit zijn de wettelijke bepalingen voor aansprakelijkheid en veiligheid vastgelegd. Indien er sprake is van een ongeval door een gebrek aan het speeltoestel of een onveilige ondergrond, dan is degene die het speeltoestel voorhanden heeft altijd als eerste aansprakelijk. Deze verantwoordelijkheid is conform aan en aanvullend op de risicoaansprakelijkheid die wordt omschreven in het Burgerlijk Wetboek. Het aanbieden van onveilige speeltoestellen wordt gezien als het plegen van een onrechtmatige daad. Er is (gelukkig) nog weinig jurisprudentie rondom de aansprakelijkstelling voor speeltoestellen aanwezig. Vooralsnog moet ervan worden uitgegaan dat de eigenaar van het speeltoestel als eerste aansprakelijk is. De gemeente heeft de wettelijke verplichting het Attractiebesluit uit te voeren en moet kunnen aantonen dat zij alles in het werk heeft gesteld de toestellen veilig te plaatsen en in stand te houden.

1

Van de openbare ruimte zou 3% de bestemming speelruimte moeten krijgen. Bezwaren daarbij waren dat bij deze norm elke vorm van kwalificatie ontbrak en er geen rekening werd gehouden met het aantal kinderen. Ook zouden de kinderen dan in "speelhokjes" worden gezet in plaats van integratie van het spelen in de openbare ruimte. Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

14

Indien een speeltoestel op gemeentelijke grond wordt geplaatst door bijvoorbeeld een particulier, school of speeltuinvereniging, wordt het toestel automatisch eigendom van de gemeente. De juridische term hiervoor is natrekking. De gemeente kan bij ongevallen mecfeaansprakelijk worden gesteld. Daarom kan de gemeente de plaatsing van toestellen door derden op gemeentelijk eigendom niet gedogen zonder dat de aansprakelijkheid goed geregeld is. Een mogelijkheid om deze aansprakelijkheid te regelen, is het afsluiten van een overeenkomst (opstalrecht) tussen de gemeente en de plaatser van het toestel. Voorbeelden hiervan zijn het vestigen van een opstalrecht, waarbij de aansprakelijkheid bij de plaatser blijft, of het aangaan van een beheercontract waarin afspraken worden gemaakt over beheer, onderhoud en aansprakelijkheid. 2.3.2.

WMO De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) draagt ertoe bij dat élle burgers kunnen participeren in de samenleving. Sinds 1 januari 2007 is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo. Door de invoering van de Wmo is er meer samenhang in de ondersteuning voor de burger gekomen. De Wmo bepaalt dat gemeenten hun beleid op een aantal vastgestelde prestatievelden moet vastleggen in een beleidskader. In de gemeente Barendrecht is het beleid op deze prestatievelden nader uitgewerkt in het WMO beleidskader 2008-2011'. Het maatschappelijke doel van de Wmo is 'meedoen'. De wet moet ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en mee kunnen doen in de samenleving. Een van de prestatievelden in de Wmo is het bevorderen van de sociale samenhang en de leefbaarheid van een stad of dorp. Spelen bevordert de sociale cohesie in een wijk. Als kinderen buitenspelen vormen zij een netwerk. Ze betrekken daarin al gauw ouders en overige buurtbewoners. In het Wmo beleidskader is ook een apart hoofdstuk gewijd aan jeugd. Het jeugdbeleid heeft prioriteit binnen de gemeente Barendrecht. Een van de thema's binnen deze visie is 'gezond en veilig opgroeien'. In het speelruimteplan wordt dit thema nader uitgewerkt.

2.4.

Gemeentelijk beleid

2.4.1.

Collegeprogramma Er wordt veel waarde gehecht aan een hoge kwaliteit van de leefomgeving van bewoners. Bewoners moeten betrokken worden bij de openbare ruimte. Er moet niet meer gedacht worden óver mensen en hun leef-, woon-, werkomgeving, maar mèt de mensen. Barendrecht wil bijdragen aan een sociale en levendige samenleving, waarin sociale cohesie voorop staat. Spelen heeft een belangrijke sociale functie en kan de leefbaarheid en sociale cohesie in een wijk of buurt versterken. Al in de ontwerpfase van speelruimte is het van belang dat bewoners betrokken worden. Samen met inwoners van Barendrecht ontstaat hierdoor meer draagkracht voor speelruimte.

2.4.2.

Barendrecht 2025 In 2025 moet iedereen in Barendrecht mee kunnen doen. Jongeren zo vroeg mogelijk en ouderen zo lang mogelijk. Goede en bereikbare voorzieningen, zoals speelruimte, dragen daaraan bij. Dit speelruimteplan kan als middel worden gezien om dit doel te bereiken. Barendrecht is een veilige gemeente, vooral voor kinderen.

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

15

In Barendrecht 2025 richt de gemeente zich op het behouden van jongeren in de gemeente. Maar ook voor kinderen, die in feite de brug naar de toekomst vormen, wil Barendrecht meer betekenen. Dit betekent investeringen in goede voorzieningen: van speelplaats tot hangplek en disco. De gemeente zorgt er onder andere voor dat in de wijken een goede verkeersveiligheid wordt gerealiseerd, zodat kinderen veilig buiten kunnen spelen en ouderen veilig gebruik kunnen maken van én deel kunnen nemen aan het verkeer. Kortom: De gemeente Barendrecht investeert in een sociale gemeente waar iedereen zich welkom voelt. 2.4.3.

Nota jeugd De jeugd vormt een belangrijke doelgroep voor het gemeentelijke beleid. Om buiten te kunnen spelen en elkaar te ontmoeten is er voor kinderen en jongeren voldoende ruimte nodig. De ruimte moet veilig en bereikbaar zijn. De buitenruimte moet geschikt zijn als ontmoetingsplek en aanleiding geven tot spelen. Het gaat hierbij niet alleen om speciaal ingerichte speelplaatsen; de gehele openbare ruimte kan dienen als ontmoetingsplek.

2.4.4.

Sportnota De gemeente organiseert, faciliteert en regisseert sportbeleid. Sport zal meer worden ingezet om de sociale cohesie binnen de gemeentegrenzen te bevorderen, waarbij een bijdrage van sportverenigingen en scholen wordt verwacht. Er is een uitvoeringsplan opgesteld voor de besteding van subsidiebedragen om achterstanden, ondermeer op het gebied van gezondheid, bij de jeugd te verkleinen. Dit alles is in het kader van de Buurt Onderwijs Sport (BOS) Impuls. Door het ontwikkelen van activiteiten voor alle kinderen kan, naast het bevorderen van de sociale cohesie ook de scheiding tussen BarendrechtCentrum en Carnisselande minder scherp worden.

2.4.5.

Integrale visie openbare ruimte Begin 2008 is de 'Integrale Visie Openbare Ruimte' vastgesteld. De visie geeft een kijk op de gewenste structuur & inrichting en de beheerkwaliteit van de openbare ruimte. De gewenste structuur en inrichting zijn aan de hand van streefbeelden geformuleerd. De strategie is leidend voor beleidsstukken van wegen, groen, straatmeubilair en speelplekken. De beheerkwaliteit van de openbare ruimte, die tevens is vastgelegd voor de speelplekken, wordt in hoofdstuk 5 nader toegelicht.

2.4.6.

Groenbeleidsplan In het groenbeleidsplan heeft de gemeente haar ambities vastgelegd voor het groen binnen Barendrecht. Groen is van groot belang voor de leefbaarheid en de volksgezondheid. Een groene recreatieve omgeving nodigt uit tot bewegen en sporten. Spelende kinderen maken in een groene omgeving makkelijker contact waardoor de sociale ontwikkeling wordt bevorderd. In combinatie met speelmogelijkheden in de openbare ruimte, bevordert de aanwezigheid van groen de fysieke en motorische ontwikkeling van kinderen. Groen is ook natuur en haalt de natuur van de buitengebieden dichterbij de woonomgeving. Voor kinderen en jongeren vervult de natuur een belangrijke educatieve functie.

2.4.7.

Parkeernota / verkeersplan Barendrecht wil voldoende en adequate parkeergelegenheid bieden in de gemeente. Mobiliteit wordt als een noodzakelijke voorwaarde gezien voor economische en sociale ontwikkeling. Het gemeentelijke parkeerbeleid is gericht op het zo maximaal mogelijk faciliteren van parkeren in de gemeente. De parkeemorm bij nieuwbouw is gesteld op 1,8 parkeerplaats per woning. Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

16

De doelstelling om het parkeren zoveel mogelijk te faciliteren zal regelmatig conflicteren met de doelstelling om de informele speelruimte te waarborgen. Het spelen op straat en in het groen is van groot belang voor de kinderen en de jeugd. Bij de herinrichting van een straat of de aanleg van parkeervoorzieningen dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van kinderen. Bij elke herinrichting dient een juiste belangenafweging gemaakt te worden tussen het aanbieden van voldoende speelruimte en het aanbieden van voldoende parkeergelegenheid.

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

17

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

18

3.

VISIE OP SPELEN Spelen en plezier, twee woorden die altijd samengaan, althans in de optimale situatie. Plezier kan zitten in het bouwen van hutten of een balletje trappen op straat. Het feit dat plezier niet vanzelfsprekend is en soms hulp nodig heeft, mag niet vergeten worden. Wanneer informele of formele speelruimte onvoldoende aanwezig is moet de gemeente maatregelen nemen. Een duidelijke visie is daarom erg belangrijk.

3.1. Ambitie: de gemeente streeft naar variatie in speelruimte om zo veel mogelijk doelgroepen te bedienen.

6-12 12-U 18-23

deren en jjongeiren in de leeftijd

Doelgroepen in de speelruimte Om de speelruimte goed in te richten is het van belang te weten welke doelgroepen gebruik maken van de informele en formele speelruimte en hoe deze doelgroepen de speelruimte gebruiken. Elke doelgroep heeft zijn eigen specifieke wensen en zal op een andere wijze gebruik maken van de speelruimte. Men moet ervan uitgaan dat baby's zo gauw ze gaan lopen tot en met de jongeren van circa drieëntwintig jaar gebruik maken van de aanwezige speelruimte. De scheidslijnen van de leeftijdscategorieën zijn niet haarscherp, maar bij de beoordeling van speelruimte wordt een indeling van leeftijdscategorieën gehanteerd naar de schoolindeling.' De kinderen (0 tot en met 5 jaar) Voor kinderen van nul tot en met circa drie jaar is de speelplek zeker een plaats waar hij of zij onder begeleiding van een oudere veilig kan liggen, kruipen, staan of rondstruinen. Het alleen en zelfstandig spelen van een dergelijk jong kind vindt plaats in de besloten omgeving van de woning, bijvoorbeeld in de tuin, de woonkamer of eventueel direct bij de voordeur. Als de kinderen naar groep één en twee van de basisschool gaan (vier en vijfjaar), worden ze langzaamaan steeds zelfstandiger en willen en mogen ze meer hun omgeving verkennen.

Dat gebeurt eerst dicht bij huis, zodat de ouders nog enig zicht op het kind hebben, maar al snel verder de straat in waar het kind steeds meer nieuwe mogelijkheden vindt om te spelen. De jeugdigen (6 tot en met 11 jaar) De jeugdigen bestaan uit de kinderen uit de groepen drie tot en met acht van de basisschool. Op deze leeftijd gaan ze steeds meer op ontdekkingstocht uit verder van huis en doen ze dit vaker in groepsverband. Jeugdigen uit de onderbouw mogen vaak nog geen drukke straten oversteken en moeten dichter bij huis blijven. Vanaf een jaar of acht zwermen ze echter uit over de gehele wijk. De jongeren (12 toten met 18 jaar) Eenmaal op het voortgezet onderwijs treedt er meestal een gedrags- en interesseverandering op. De jongeren blijken de al dan niet daartoe ingerichte openbare ruimte vaak te gebruiken om zich te verzamelen, te ontmoeten en te sporten. Ze verplaatsen zich hiervoor zelfstandig door de gehele wijk en de stad. Jong volwassenen(l 8 tot en met 23 jaar) De Jong volwassenen zullen over het algemeen gebruik maken van de voorzieningen voor jongeren in de gemeente. Voor deze doelgroep behoeven geen specifieke voorzieningen te worden getroffen.

3.1.1.

Het combineren van leeftijdscategorieën Het combineren van leeftijdsgroepen op één speelplek is zowel voor de sociale als lichamelijke ontwikkeling aan te raden. Een speelplek kan immers functioneren als ontmoetingsplek voor jong en oud uit de hele wijk. 1

Ook in de nota Ruimte voor

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

19

Een nadeel van het combineren van leeftijdsgroepen is dat jonge kinderen (en jeugdigen) zich soms geïntimideerd voelen door jongeren en daardoor niet op de plek (durven) spelen. Om deze reden vereist de inrichting bij dergelijke speelplekken de nodige aandacht. Het combineren van leeftijdscategorieën kan alleen dan gerealiseerd worden als er voldoende ruimte is. Er moet voor elke doelgroep immers voldoende uitdaging zijn. Daarnaast dient er binnen deze ruimte een zonering aangebracht te worden, met in elke zone de voorzieningen voor de verschillende leeftijdscategorieën. Op deze wijze zullen de verschillende leeftijdsgroepen hun eigen plek en uitdagingen hebben. De jeugdigen en jongeren zullen dan respect hebben voor de speelplek voor de kinderen en de toestellen weinig of niet misbruiken. 3.1.2.

Jongens versus meisjes In de meeste gevallen is speelruimte voor jongens gelijk aan die van meisjes. Toch hebben beide doelgroepen soms een andere kijk op spelen. Voor jongens is de aanwezigheid van trapveldjes bijvoorbeeld belangrijk, meisjes hebben daarentegen meer behoefte aan plekken om te kunnen ontmoeten. Voor beide doelgroepen moet er geschikte speelruimte zijn.

3.1.3.

Integratie van de doelgroep met beperkingen Verspreid over de gemeente Barendrecht wonen ook kinderen, jeugd en jongeren die in meer of mindere mate een beperking hebben. Ook voor hen is het belangrijk om samen met anderen te kunnen spelen. Dit betekent niet dat iedere speelplek en ieder speeltoestel voor alle vormen van beperking geschikt moet zijn, maar wel dat nagedacht moet worden over hoe een speelplek voor een brede doelgroep geschikt kan zijn. Zo kan bijvoorbeeld overwogen worden om een netschommel toe te passen in plaats van een traditionele schommel. Een dergelijk toestel heeft zowel voor de doelgroep met als zonder een beperking grote speelwaarde.

voorbeeld van een netschommel

3.2.

Anders denken over de openbare ruimte Wegen, groen en wonen hebben allemaal raakvlakken met speelruimte. De druk op de openbare ruimte en dus ook op speelruimte wordt steeds groter. Gemeenten moeten creatiever omgaan met de gehele openbare ruimte ten aanzien van spelen, zowel formeel als informeel.

3.2.1. Ambitie: De gemeente moet creatief omgaan met de openbare ruimte ten aanzien van spelen.

Informele en formele (speel)ruimte Als kinderen, jeugdigen of jongeren willen spelen, kunnen zij in een gevarieerde omgeving met gras, struiken, bomen, pleinen, stoepen en water vrijwel alle vormen van spel uitoefenen. Speeltoestellen kunnen dan ook gezien worden als een vervanging van de mogelijkheden die van nature aanwezig zijn. De noodzaak om formele speelplekken te creëren neemt toe naarmate de fysieke ruimte om te spelen afneemt. Uiteraard wordt er gestreefd naar zoveel mogelijk informele speelruimte. Het zou ideaal zijn als iedereen voldoende natuurlijke informele ruimte in zijn omgeving heeft om te spelen zonder dat hiervoor speciale voorzieningen aangebracht hoeven te worden. De praktijk is echter dat dit op veel plaatsen niet het geval is. De fysieke ruimte om te spelen binnen het bebouwde gebied neemt steeds verder af; het (auto)verkeer, de verdichting van de woningen, voorzieningen voor volwassenen en hondenpoep vormen een belemmering. Ook de sociale onveiligheid is van negatieve invloed op de kwaliteit van spelen. Er is steeds vaker onverdraagzaamheid ten aanzien van speelruimte.

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

20

Indien er veel informele speelruimte is dan zal het dus niet nodig zijn om veel speelplekken aan te bieden. Speelruimte blijft echter maatwerk per wijk! De gemeente wil voldoende informele speelruimte aanbieden aan de kinderen, jeugd en jongeren. Waar deze informele ruimte tekortschiet in kwantiteit of kwaliteit wordt zij aangevuld met formele speelruimte (speelplekken). 3.2.2.

De informele (speel)ruimte De informele speelruimte in een wijk laat zich niet makkelijk kwantificeren. De hoeveelheid informele speelruimte wordt in ieder geval bepaald door de ruimtelijke opbouw van de wijk. De hoeveelheid, structuur en samenstelling van het openbaar groen, het water en de wegen bepalen de bespeelbaarheid. Voorbeelden van informele speelruimte zijn volwassen bomen waar kinderen in kunnen klimmen en hutten kunnen bouwen, de aanwezigheid van brede trottoirs of pleintjes waar kinderen met hun driewieler kunnen fietsen, doodlopende straten waar nauwelijks verkeer komt en grasveldjes waar kan worden gevoetbald. Uiteraard spelen zaken als het aantal kinderen, jeugd en jongeren, het veiligheidsgevoel en de kwaliteit van de informele ruimte een belangrijke rol in de kwantificering van de informele ruimte. Elke leeftijdscategorie heeft zijn eigen eisen en wensen met betrekking tot de informele speelruimte. Deze specifieke wensen zullen hieronder nader worden omschreven. Informeel spel kinderen De kinderen spelen dicht bij huis, bij wijze van spreken onder het keukenraam. Dit is vaak goed te zien aan het speelgoed dat rondom het huis ligt op een mooie zomerdag. Een fiets, een bal, stoepkrijt en veel rommeldingetjes als stokken, stenen, doeken en klein speelgoed van binnen. Meestal spelen de kinderen individueel of met een buurmeisje of -jongen.

Voor een kind valt al heel wat te beleven op twintig vierkante meter! Omdat een kind geen of moeilijk gevaren kan inschatten, is het belangrijk dat er geen of zeer weinig auto's, brommers en fietsers rijden over zijn informele speelruimte. Daarom zijn de tuin, de oprit, de stoep, de (doodlopende) straat, het achterplein en het grasveldje grenzend aan de voordeur de belangrijkste bron van informele speelruimte. Informeel spel jeugd De jeugd gaat steeds verder de wijk in. Hun verkenningsgebied is vrijwel de gehele openbare ruimte. Wanneer men door een wijk loopt waar veel jeugdigen wonen, zal men vrijwel in ieder plantsoen, langs iedere sloot, op elk stuk verharding en op menig blinde muur de sporen van spel aantreffen. De jeugd is minder individueel gericht en speelt vaak in groepjes met schoolvriendjes of buurtkinderen. Per jeugdige is circa 10 m2 groene en 10 m2 verharde ruimte nodig, maar dan wel gebundeld met de ruimte van vijf andere jeugdigen zodat er ruimtes van circa 50 m2 ontstaan. Daarnaast moet er voldoende plantsoen en ruigte zijn waar jeugdigen kunnen struinen en hutten kunnen bouwen. Ook verkeersluwe wegen, stoepen, hofjes en pleintjes voor straatspelen zijn nodig voor deze leeftijdsgroep. Verder groeit in deze leeftijd onder de meisjes de behoefte aan ontmoetingsplekken.

Informeel spel jongeren Voor de jongeren kun je niet echt spreken van spelen; het verblijf van deze leeftijdscategorie in de openbare ruimte richt zich op het sporten en het ontmoeten van leeftijdsgenoten. Het ontmoeten gebeurt veelal informeel, op spontaan ontstane plekken en veel minder op speciale speel- en ontmoetingsplekken.

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

21

De jongeren kiezen voor ontmoeting meestal plekken waar ze een beetje kunnen zitten om met elkaar te praten. Dat zijn plaatsen in het zicht, maar waar ze ook een beetje privacy hebben. Door vanuit deze visie met jongeren om te gaan, geeft men hun fysiek een plaats in de maatschappij en niet langs de rand van de maatschappij. Belangrijk is dat jongeren kunnen aflezen aan de ruimte welke regels er globaal gelden. Een enkel bankje dicht op de huizen biedt minder mogelijkheden dan een overkapping achter het buurthuis met meerdere banken. Dit begrijpen de jongeren ook. Door te zorgen voor variatie in en voldoende ontmoetingsplekken kan er gestuurd worden op de ontmoetingsplekken die de jongeren kiezen. Ook zijn er dan meer mogelijkheden voor verwijzing door een buurtbewoner of wijkagent. 3.2.3.

Ambitie: De gemeente ziet het kind als volwaardig deelnemer/gebruiker van de openbare ruimte.

3.3.

Integrale aanpak De openbare ruimte wordt steeds schaarser. Uitbreidingen van scholen, extra woningbouw, parkeren, ondergrondse afvalcontainers, de ligging van kabels en leidingen, bovengrondse voorzieningen voor de nutsbedrijven, hondenlosloopgebieden; alle voorzieningen hebben hun eigen ruimteclaim en gaan vaak ten koste van een andere functie. Om deze reden moet de gemeente creatiever met de openbare ruimte omgaan. Multifunctioneel gebruik van de openbare ruimte moet worden gestimuleerd. Indien dit niet mogelijk of niet gewenst is moet een zorgvuldige afweging tussen de verschillende belangen worden gemaakt. Kinderen dienen hierbij als volwaardige gebruikers van de openbare ruimte te worden behandeld. In Barendrecht bestaat immers bijna een derde van de bevolking uit kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 tot en met 23 jaar! Het is van belang dat bij het nemen van een maatregel in de openbare ruimte de invloed hiervan op de bespeelbaarheid in ogenschouw wordt genomen. Het creëren van bijvoorbeeld een extra parkeerstrook op een breed trottoir gaat ten koste van de informele speelruimte van met name de kleine kinderen die dicht bij huis spelen. Deze belangen moeten van te voren goed zijn afgewogen. Hiervoor is een integrale aanpak noodzakelijk. Dit vereist een verandering in het denken bij het bestuur, de ambtenaren en de burgers.

Samen werken aan speelruimte Het creëren van speelruimte is een taak van de gemeente. De gemeente is echter niet de enige speler. Bewoners, bewonersorganisaties, scholen, sportverenigingen, projectontwikkelaars en woningcorporaties hebben allemaal invloed op het gebruik en de inrichting van de buitenruimte. Al deze partijen hebben ieder hun eigen verantwoordelijkheid.

3.3.1.

Verantwoordelijkheid gemeente De gemeente is verantwoordelijk voor de realisatie van voldoende speelruimte en speelmogelijkheden voor zowel kinderen, jeugd als jongeren. De gemeente draagt zorg voor de veiligheid van de speeltoestellen. Daarnaast kan de gemeente buitenspelen bevorderen door het ondersteunen van bewonersactiviteiten, zoals de landelijke 'Straatspeeldag' (Stichting Kinderen Voorrang), de speelweek enzovoort.

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

22

3.3.2.

Verantwoordelijkheid bewoners De gemeente draagt zorg voor de "fysieke" invulling van speelruimte en mogelijkheden. De bewoners zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het werkelijke gebruik ervan. Allereerst moeten zij accepteren dat er in de buurt gespeeld wordt. Ook zullen bewoners moeten accepteren dat jeugd en jongeren elkaar ontmoeten in de openbare ruimte. Daarnaast zijn zij het "dagelijks toezicht" op de speelruimte. Er mag verwacht worden dat ze de speelplekken niet vervuilen en dat ze gebreken en gevaren op speelplekken melden aan de gemeente. Belangrijke voorwaarde voor deze bereidheid en alertheid is betrokkenheid bij de speelplekken. Om deze reden worden bewoners actief betrokken bij de inrichting van de speelvoorzieningen.

3.3.3.

Verantwoordelijkheid ouders De verantwoordelijkheid van de ouders of verzorgers begint al bij de voorlichting aan hun kinderen over onderwerpen als oneigenlijk gebruik van speeltoestellen. Goede voorlichting hierover kan vandalisme in de toekomst voorkomen. Jonge kinderen tot en met drie jaar kunnen niet zelfstandig op een openbare speelplek spelen. Deze hele jonge kinderen zullen begeleid moeten worden door een ouder/ verzorger of broertje/ zusje. Dit is een verantwoordelijkheid van de ouders en niet van de gemeente. Uiteraard kunnen hele jonge kinderen wel gebruik maken van de speelplekken die ingericht zijn voor kinderen tot en met vijf jaar. Belangrijk hierbij is dat de ouder zich realiseert op welke toestellen het kindje kan spelen. Speeltoestellen waar hele kleine kinderen niet zelfstandig op kunnen klimmen, zijn ook niet bedoeld voor deze allerkleinste doelgroep.

3.3.4.

Wijkregie Wijkregie is een gezamenlijke aanpak van professionele partners en bewoners met als doel om de leefbaarheid in een bepaald gebied te verbeteren. Wijkregie richt zich op sociale, fysieke en veiligheidsaspecten. Het project is 2008 van start gegaan in de twee pilotgebieden, de gebieden Vrijenburg/Vrijheidsakker/Vaanpark 4 en Buitenoord/Oranjewijk/Ter Leede. Om het project wijkregie vorm te geven zijn twee gebiedregisseurs aangesteld, die ieder een eigen pilotgebied onder hun hoede hebben. De gebiedsregisseurs zijn verantwoordelijk voor het onderhouden van contacten met bewoners, bewonersgroepen, maar ook met de professionele partners zoals de politie, woningcorporaties en scholen. Zij vormen een schakel tussen de gemeente enerzijds en de professionele partners en de bewoners anderzijds. Deze gebiedsgerichte aanpak vereist een integrale benadering van de openbare ruimte. Wijkregie heeft een belangrijke rol in het oppikken van signalen uit de wijk over de behoefte aan extra speel- of sportvoorzieningen, overlast van jeugd etc.

3.3.5.

De rol van jongerenwerk Jongerenwerk vormt de brug tussen de gemeente en de jongeren. Het ambulant jongerenwerk heeft contacten met jongeren op straat. Samen met jongeren worden activiteiten georganiseerd. Indien in een buurt overlast van jongeren wordt ervaren, kan het ambulant jongerenwerk bemiddelen. Het jongerenwerk vangt signalen op over verblijfsruimten van jongeren en heeft hierover contact met de gemeente. Om draagvlak bij de jongeren te verkrijgen dient de gemeente het jongerenwerk bij de aanleg en evaluatie van jongerenvoorzieningen te betrekken.

Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari'10

23

3.4. Ambitie: De gemeente wil efficiënt omgaan met de openbare ruimte en waar mogelijk functies bundelen.

Multifunctioneel ruimtegebruik

Spelen op het schoolplein De (speel)ruimten bij peuterspeelzalen, basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs met hun voorzieningen vormen vaak een belangrijk deel van de speelruimte van de jeugdigen. Voor, tijdens en na schooltijd spelen jeugdigen er, en de weg er naartoe is hun goed bekend. De speelruimten bij scholen dienen, daar waar mogelijk, te worden betrokken bij de openbare ruimte. Vooral in een buurt of kern waar geen of weinig ruimte aanwezig is om speelplekken te realiseren, kunnen schoolpleinen een oplossing bieden. Andersom maken de scholen ook gebruik van de openbare speelplekken tijdens de pauzes. Als een schoolterrein in het streefbeeld wordt opgenomen, dan zullen er met het schoolbestuur duidelijke afspraken gemaakt moeten worden over de verantwoordelijkheden, het beheer, het onderhoud en de vervanging van de speeltoestellen. Als een schoolplein niet specifiek in het streefbeeld wordt betrokken, bijvoorbeeld in het geval van speciaal onderwijs, betekent dit niet dat het plein afgesloten moet worden, maar dat het onderhoud, het beheer en de vervanging van de toestellen niet vanuit het budget openbare speelvoorzieningen moet plaatsvinden. De visie op de schoolpleinen zal nader worden uitgewerkt in de notitie schoolpleinen.

Spelen op de sportvelden De sportvelden en het groen eromheen zijn voor het spelen, sporten en ontmoeten van de jeugdigen, jongeren en jong volwassenen van groot belang. Allereerst is daar natuurlijk de ruimte om met een groepfje) vrienden een wedstrijdje te spelen op de velden. Daarnaast bieden de velden ook de ruimte voor andere vormen van sporten, zoals bijvoorbeeld vliegeren, een boemerang uitproberen of een zweefvliegtuigje te laten vliegen. In de huidige situatie zijn alle sportcomplexen deels of geheel openbaar toegankelijk. De ambitie is om deze situatie te handhaven, zodat de sportvoorzieningen actief deel uitmaken van het speelvoorzieningenniveau binnen de gemeente. De sportcomplexen bieden tevens de mogelijkheid voor georganiseerde sportactiviteiten, zoals ook omschreven bij de producten in "Barendrecht beweegt" voor de doelgroep 13 tot en met 18, onder andere sporttoernooitjes en Whoznext (Bijlage IV) activiteiten. Een belangrijk aandachtspunt is het verhoogde risico op vernieling en bevuiling als gevolg van het intensieve gebruik en het gebrek aan sociaal toezicht. De gemeente dient de sportverenigingen hierbij te ondersteunen om het vandalisme zo veel mogelijk te voorkomen en te verhelpen.

3.5.

Veiligheid en uitdaging (recht op een bult!)

De doelgroep (en hun ouders) moet erop kunnen rekenen dat de speciaal tot spelen aangebrachte speelvoorzieningen veilig zijn. Daarmee wordt overigens niet bedoeld dat alle risico's vermeden kunnen worden. De risico's dienen echter beheersbaar en herkenbaar te zijn voor de doelgroep. Risico's zijn echter nooit volledig uit te sluiten. Het ervaren van een zekere mate van risico is een wezenlijk onderdeel van het spelen en maakt onderdeel uit van het leerproces en de ontwikkeling. Als de kinderen van jongs af aan niet leren "vallen" van lage hoogtes, omdat dit door de ouders/verzorgers steeds wordt vermeden, is de kans op letsel bij een val groter. Het kind weet namelijk niet hoe zich op te vangen en valt waarschijnlijk van een grotere hoogte, omdat de toestellen voor oudere kinderen hoger zijn. Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

24

Speeltoestellen mogen bij redelijkerwijze te verwachten gebruik geen gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van personen.

3.6. Ambitie: De gemeente wil nu en in de toekomst de kwaliteit, spreiding en kwantiteit van formele en informele speelruimte waarborgen.

Normen informele en formele speelruimte De hoeveelheid formele speelruimte laat zich makkelijker kwantificeren dan de informele speelruimte. De laatste jaren is er door verschillende organisaties die betrokken zijn bij speelruimte intensief samengewerkt' om te komen tot het opstellen van richtlijnen voor de aanleg en het onderhoud van speelvoorzieningen. Vooral het uitgeven van het 'Handboek Veiligheid van Speelvoorzieningen' heeft bijgedragen aan het tot stand komen van landelijk aanvaarde normen en richtlijnen. Dit handboek heeft onder andere geleid tot het vastleggen van de afstand die de doelgroep tot een speelvoorziening kan afleggen en de wenselijke oppervlakte van een speelvoorziening. Naast dit handboek geven vooral ervaringscijfers inzicht in hoe een speelplek functioneert. OBB heeft normen opgesteld voor het benodigde aantal speelvoorzieningen dat noodzakelijk is voor kinderen in een bepaalde leeftijdscategorie. Hierbij is gekeken naar de maximale afstand die kinderen moeten afleggen om hun speelplek zelfstandig te bereiken. De maximale afstand tot de speelplek is per leeftijdscategorie verschillend. Zoals eerder gesteld laat de informele speelruimte zich minder makkelijker kwantificeren dan de formele speelruimte. Op basis van ervaringscijfers zijn echter ook voor de informele speelruimte normen en richtlijnen ontwikkeld.

De normen en richtlijnen voor de formele en informele speelruimte zijn in tabel 1 en 2 samengevat weergegeven. Door het toepassen van de vastgestelde normen voor de formele en informele speelruimte ontstaat een evenwichtig aanbod aan basisvoorzieningen. Bij het toepassen van de normen bepaalt de omvang van de aanwezige doelgroep binnen de actieradius, plus de hoeveelheid informele speelruimte of er een formele speelplek noodzakelijk is. In de praktijk blijkt dat in buurten met veel informele speelruimte, de norm van 30 kinderen binnen de actieradius van een plek bijna nooit gehaald wordt. In Bijlage III is aan de hand van een beslisboom een toelichting op het toepassen van de normen weergegeven. Met name voor de jeugdigen is de mogelijkheid om balspelen te doen van groot belang. Per speelbuurt (loopafstand tot 350 meter) moet er een verharding of grasveldje van minimaal 50 vierkante meter aanwezig zijn, waar 'na schooltijd en na het eten' met een groepje van circa vijf jeugdigen gevoetbald kan worden. Zowel de jongens als de meisjes vinden dit belangrijk. Voor jongeren kan als norm voor ontmoeten gesteld worden dat voor elke 15 jongeren uit de hangleeftijd er één plek in de openbare ruimte aan te wijzen moet zijn waar hij of zij kan ontmoeten met andere jongeren. Vervolgens kan gesteld worden dat voor 50% van het "ontmoeten" geen specifieke voorzieningen noodzakelijk zijn.

Dit gebeurt op plekken in de wijk waar 2 tot 4 jongeren even een kwartiertje staan te kletsen, afscheid nemen of afspreken om op elkaar te wachten als ze samen ergens heen gaan (Kiss and Greet).

' Platform ruimte voor de jeugd. Zie www.ruimtevoordejeugd.nl. Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

25

Formele speelruimte

Oppervlakte Voorzieningen

voorbeelden voorzieningen

100 tot 500 m 3 toestellen 3 speelprikkels bank, afvalbak zandbak huisje

wip(veer)

glijbaantje schommel voorbeelden speel- betonpoefs prikkels en zitaan- betonbielzen verschillende boleidingen demmaterialen hoogteverschillen bankjes stimulatie en beveel variatie geleiding ontwik- veel fantasie keling duidelijke grenzen grove motoriek Tabel 1

500 tot 2.000 nV 3 toestellen 4 speelprikkels

1.000 tot 6.400 m' 4 toestellen 4 speelprikkels

trapveld klimtoestel schommel kabelbaan duikelrek betonpoefs paaltjes hoogteverschillen bosjes (verstoppen) zand en water

trapveld skateboardbaan basketbalveld zitaanleidingen schommel betonpoefs banken muurtjes pad of plein van glad asfalt

meting resultaten groepsbesef toename creativiteit grotere doelgerichtheid

informele ontmoeting zoekt bevestiging sportieve krachtmeting keuzes maken

Normen formele speelruimte

' Bij minder dan 15 kinderen verdwijnt een speelplek en bij meer dan 30 kinderen wordt een extra speelplek aangelegd. Bij weinig informele ruimte wordt voor elke 15 kinderen een plek gemaakt en bij veel informele ruimte voor elke 30 kinderen. Voor jeugd en jongeren geldt ditzelfde principe. Ruimte voor Spelen Gemeente Barendrecht februari '10

26

Informele speel- j Kinderen ruimte [o tot en m e t s jaar oppervlakte (minimaal)

ligging

geschikt voor

verkeer

overlast

schoon

ruimte

Tuin/erf

leugdigen 6 tot en met 11 jaar

20 m per jeugdige; 10 m2 voor spelen op straat en 10 m2 voor spelen in het groen. Aaneengesloten ruim- Binnen/rand wijk, eind te direct grenzend van de straat, veldje bij aan woning. de flats, pleintje achter huizen, overzichtelijk bereikbaar. Leren fietsen en ska- In groepjes; verstopten, rommelen, fanta- pertje, speurtocht door siespel (koken, hutje), wijk, touwspringen, balstoepkrijten, in letje trappen, kastanjes zon/schaduw zitten. zoeken, hut bouwen. 20 m per kind.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11017268/1