CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuursrapportage Sociaal Domein BD tm Q2.pdf

gemeenteraad 9 november 2021, gemeente BarendrechtBij agendapunt: 2e Tussenrapportage 20219.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestuursrapportage Sociaal Domein 2021 t/m Q2 Gemeente Barendrecht

Inhoud Inleiding................................................................................................................................................... 4 Samenvatting .......................................................................................................................................... 4 Succesverhalen ....................................................................................................................................... 6 Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schulddienstverlening ................................................... 7 Ontwikkeling van het uitkeringsbestand ............................................................................................. 7 Ontwikkeling uitkeringen 2021 ........................................................................................................... 8 In- en Uitstroom .................................................................................................................................. 9 Preventie Instroom............................................................................................................................ 10 Uitstroom ..........................................................................................................................................

11 Segmentatie ...................................................................................................................................... 12 Doorstroom segment re-integratie ................................................................................................... 13 Hallo Werk!........................................................................................................................................ 14 Ontwikkeling segment sociale activering .......................................................................................... 15 Ontwikkeling garantiebanen en nieuw beschut werk....................................................................... 16 Klantgroepen en klantkenmerken ..................................................................................................... 17 Uitkeringsdossiers per wijk ............................................................................................................... 19 Taakstelling vergunninghouders ....................................................................................................... 20 Minimabeleidsvoorzieningen ............................................................................................................ 21 Schulddienstverlening .......................................................................................................................

22 Jeugdhulp en Wijkteams ...................................................................................................................... 23 Leeftijdsverdeling .............................................................................................................................. 23 Unieke cliënten per contract ............................................................................................................. 24 Unieke cliënten.................................................................................................................................. 25 Unieke cliënten per perceel .............................................................................................................. 26 Aantal unieke cliënten lokale jeugdhulp per wijk lokaal ................................................................... 28 Aantal unieke cliënten regionale jeugdhulp per wijk ........................................................................ 29 Meervoudige problematiek Lokaal en regionaal .............................................................................. 30 Verwijzers lokale jeugdhulp .............................................................................................................. 31 Verwijzers Regionale jeugdhulp ........................................................................................................

32 Wachttijd lokale Jeugdhulp ............................................................................................................... 33 Wachttijd Regionale jeugdhulp ......................................................................................................... 34 Hulpverlening vanuit de wijkteams ................................................................................................... 35 Wmo en doelgroepenvervoer .............................................................................................................. 37 Wmo cliënten per wijk ...................................................................................................................... 38 Leeftijdsopbouw Wmo ...................................................................................................................... 39 2

Zorgstapeling Wmo ........................................................................................................................... 40 Beschikkingen Wmo .......................................................................................................................... 41 Doelgroepenvervoer ......................................................................................................................... 43

3

Bestuursrapportage Sociaal Domein over 2021 t/m Q2

Inleiding Eind 2017 is gestart met het ontwikkelen van een rapportage Sociaal Domein, die is gekoppeld aan de P&C cyclus. De ontwikkeling van de bestuursrapportage is een continu proces. Elke nieuwe versie van de bestuursrapportage wordt beter en specifieker. In de rapportage treft u de cijfers aan over januari tot en met juni 2021 van het Sociaal Domein. Deze cijfers gaan over een aantal inhoudelijke onderwerpen: Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schulddienstverlening, Jeugdhulp en wijkteams en WMO en doelgroepenvervoer. We starten de rapportage met een samenvatting van de belangrijkste ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein en vervolgens worden een aantal succesverhalen van het afgelopen half jaar uitgelicht. In de tabellen in deze bestuursrapportage zijn de cijfers opgenomen tot en met 30 juni 2021. Na deze datum kunnen deze cijfers nog wijzigen, als gevolg van mutaties die na de peildatum plaats vinden. Dit is een gevolg van het administratieve proces. Wij zijn ons ervan bewust dat veel wordt verklaard en toegeschreven aan de coronamaatregelen. Echter, de consequenties van deze maatregelen zijn binnen het sociaal domein goed te zien en daarom van belang om te vermelden.

Samenvatting Hieronder worden de belangrijkste ontwikkelingen per aandachtsgebied in het sociaal domein kort samengevat. Participatie In het 2e kwartaal van 2021 zien we dat het uitkeringsbestand niet langer stijgt. Door de versoepelingen vanaf mei 2021 trekt de werkgelegenheid weer aan. Er zijn meer vacatures beschikbaar. Ook kunnen wij kandidaten weer plaatsen op vrijwilligerswerk, stages en werkervaringsplekken. Dit zien we ook terug in onze cijfers. Er is minder instroom en meer uitstroom. Er zijn meer personen op werk geplaatst en ook het aantal trajecten is flink gestegen ten opzichte van het eerste kwartaal. Een ander positief resultaat is dat bijna alle plaatsingen naar werk duurzaam zijn. Dit betekent dat alle personen die aan het werk zijn gegaan, in ieder geval 6 maanden aan het werk zijn gebleven. De verwachtingen voor het komende half jaar blijven onzeker. Dit heeft vooral te maken met de mogelijkheden om kandidaten door te plaatsen naar werk, een werkervaringsplek, vrijwilligerswerk etc. Mocht er weer een lockdown komen, dan worden deze mogelijkheden beperkt. Toch gaan we inzetten op een afname van ons uitkeringsbestand. Wij proberen samen met maatschappelijke partners en ondernemers om zoveel mogelijk kandidaten een passend traject of een baan aan te bieden. Op dit moment zijn we bezig met een aanbesteding voor een poortinstrument.

Hiermee willen we kandidaten die nog in het aanvraagproces van een uitkering zitten, direct door bemiddelen naar werk. Hiermee zorgen we voor minder instroom en blijft de mindset van de kandidaten gericht op werk in plaats van het aanvragen van een uitkering. Als we kijken naar de doorrekening van de begroting van het BUIG budget dan is dit positief. De begroting van het BUIG budget kan als volgt worden gedefinieerd: De werkelijke inkomensoverdracht van het Rijk + de ontvangsten uit terugvordering en verhaal – de uitgaven op de BUIG. Als we de cijfers van het afgelopen halfjaar doorrekenen verwachten we binnen de begroting te blijven. Voorwaarde hierbij is dat aantal uitkeringen in de tweede helft van 2021 stabiel blijft of gaat dalen. Voor het minimabeleid zijn de aanvragen stabiel en in lijn met de verwachting. Ondanks de coronamaatregelen hebben we geen exponentiele groei van de aanvragen gezien. Bij de taakstelling voor statushouders zien we voor 2021 een verdubbeling van de taakstelling ten opzichte van 2020. Op dit moment is de huizenmarkt binnen de gemeente Barendrecht zeer krap en is het zeer lastig om geschikte permanente woningen te vinden voor deze doelgroep. De verwachting is dat de taakstelling voor 2021 niet gehaald wordt. Ook tijdelijke woningen bieden geen oplossing.

In de praktijk is gebleken dat deze statushouders alsnog via urgenties doorgeplaatst moeten worden naar een permante woning.

4

Jeugdwet In het tweede kwartaal van 2021 zien we een lichte stijging op zowel de regionale- als de lokale jeugdhulp. Waar we in het eerste kwartaal van 2021 een daling zagen in het aantal toewijzingen, zien we nu een lichte stijging. Die stijging lijkt veroorzaak te worden doordat de coranamaatregelen zijn versoepeld en er nu meer gebruik gemaakt wordt van uitgestelde zorg. De stijging op lokale jeugdhulp en PGB’s wordt mede beïnvloedt door de wachtlijsten op specialistische jeugdhulp. Deze wachtlijsten worden nu teruggedrongen en de lange termijnverwachting is dat dit de toeleiding naar lokale jeugdhulp zal dalen. Of de bovenstaande ontwikkeling zich ook vertaald naar PGB’s is lastig te voorspellen omdat in Barendrecht structureel een hoger beroep wordt gedaan op PGB’s. Inwoners in Barendrecht zijn relatief gezien hoog opgeleid, zijn goed geïnformeerd, doen een groter beroep op maatwerk en willen vaak een grote mate van eigen regie op jeugdhulptrajecten waardoor eerder een beroep wordt gedaan op PGB’s. In het tweede kwartaal zien we een stijging op PGB die niet meer te dekken valt uit de huidige budgetten waardoor in de tweede tussenrapportage zal moeten worden bijgeraamd. Een onzekere factor is het beroep dat op uitgestelde zorg worden gedaan en wat nog verder kan stijgen.

Lokaal, regionaal en landelijk zien we doordat de corona-maatregelen zijn versoepeld en de scholen weer open zijn gegaan er beter gesignaleerd wordt en het aantal jeugdigen dat ondersteuning nodig heeft, kan stijgen. Uit periodieke corona-overleggen met onze partners uit het onderwijs, de jeugdgezondheidszorg en de zorgaanbieders komt naar voren dat jeugdigen en hun ouders meer zijn belast door de 2e lockdown dan door de 1e lockdown. Het aantal verwijzingen vanuit de huisartsen is in het tweede kwartaal van 2021 gestegen en het aantal gemeentelijke toewijzingen is gedaald. Deze ontwikkeling speelt al langer en momenteel wordt er gericht ingezet op een betere samenwerking en afstemming met de Barendrechtse huisartsen. Het doel is dat hierdoor een aantal verwijzingen vanuit de huisartsen zal afnemen. Wet Maatschappelijke ondersteuning De lange termijn verwachting is dat het aantal cliënten en de zorgstapeling zullen toenemen. De toename is vooral toe te schrijven aan autonome trends en ontwikkelingen zoals de vergrijzing en de ambulantisering van zorg. In de meeste wijken neemt het aantal cliënten in zorg dan ook over de jaren toe, het beeld over de gehele gemeente in 2021 is dat het aantal cliënten nagenoeg gelijk is gebleven. Verreweg het grootste gedeelte van de cliënten is 60 jaar of ouder.

In lijn met de lange termijn verwachting is in het eerste halfjaar van 2021 sprake van een toename in de zorgstapeling. Dit komt vooral door de toename van de cliënten die gebruik maken van de diensten Hulp bij het Huishouden (AVS en HH). Het zelfde beeld is te zien bij het aantal openstaande en nieuwe beschikkingen. Ook hier is de stijging vooral toe te schrijven aan de diensten Hulp bij het Huishouden (AVS en HH). Bij de eerste tussenrapportage 2021 is al zo goed mogelijk rekening gehouden met de bovengenoemde stijgingen. Zo zijn de budgetten voor Wmo Voorzieningen en Hulp bij het huishouden gelijkgesteld aan het uitgaven niveau van 2020 en is rekening gehouden met indexatie van tarieven. Bij hulp bij het huishouden is ook rekening gehouden met een groei in het aantal cliënten in 2021. Het advies is om bij de tweede tussenrapportage het budget voor Wmo voorzieningen en Hulp bij het Huishouden niet verder te verhogen. Echter kan het uiteindelijke financiële resultaat bij de jaarrekening door bijvoorbeeld een incidentele dure woningaanpassing negatief zijn. Zoals eerder gerapporteerd neemt het aantal cliënten in zorg en het aantal beschikkingen van Begeleiding (en dagbesteding) in tegenstelling tot afgelopen jaren (voor 2019) af.

We verwachten dat in de komende periode, nadat corona een minder grote rol speelt in ons dagelijks leven, de aantallen BG weer zullen toenemen tot minimaal het niveau van dec 2019 en mogelijk zelfs een autonome groei laten zien. De verwachting dat rond juni het aantal ritten van Wmo vervoer zou toenemen is uitgekomen. Op dit moment is er sprake van een bezettingsgraad tussen de 60 en 70%. Sinds de scholen weer open zijn is de bezettingsgraad van het leerlingenvervoer ook weer volledig genormaliseerd.

5

Succesverhalen In dit hoofdstuk lichten we een paar mooie succesverhalen uit binnen het sociaal domein en maatschappelijke zaken. De casussen die in dit hoofdstuk worden aangehaald zijn geanonimiseerd. “Ik heb weer het gevoel dat ik leef” Henk-Jan1 heeft een zware tijd gehad. Door een beperkte longinhoud en slijtage in de ruggenwervel, waarbij de pijn uitstraalt naar de benen, kan hij slecht lopen en staan. Ook is hij erg snel vermoeid. Toen zijn zoon bij hem in huis kwam wonen dacht hij een oplossing gevonden te hebben voor zijn problemen. Wat zo mooi had moeten zijn, liep echter anders. Zijn zoon mishandelde hem en Henk-Jan voelde zich alleen, gestrest en moe. Hij kwam hierdoor in een sociaal isolement. Met hulp van een non-profit organisatie heeft Henk-Jan zich bij de gemeente gemeld. Gezamenlijk is naar de situatie van Henk-Jan gekeken. In overleg heeft de zoon een eigen woonplek gevonden en is vanuit de Wmo een scootmobiel en een collectief vervoerspas aan Henk-Jan verstrekt. Henk-Jan voelt zich thuis weer veilig en kan er nu weer op uit en dat doet hij veelvuldig. “Ik heb weer het gevoel dat ik leef wanneer ik er met mijn hond op uit trek” geeft Henk-Jan aan tijdens een van de gesprekken met de Wmo-klantmanager. “Ook ga ik weer langs bij vrienden van vroeger die ik al heel lang niet meer heb gezien. Ik ben ontzettend blij met mijn scootmobiel” vervolgt hij.

Met het collectief vervoer kan hij ook weer op bezoek bij familie die wat verder weg wonen. Door zijn vernieuwde mobiliteitsmogelijkheden kan Henk-Jan weer volop bouwen aan zijn Sociale netwerk. Henk-Jan sluit af: “Het belangrijkste is dat ik weer naar buiten kan gaan en anderen kan zien en spreken. De Wmo helpt me hier enorm bij en daar ben ik blij mee”.

Werkervaringsplek Meryem Vijf jaar geleden kwam Meryem van Syrië naar Nederland. Sinds een aantal jaar is zij, samen met haar man en twee kinderen, woonachtig in Barendrecht. Meryem wilde heel graag tandartsassistente worden en had hier veel voor over. Om de haalbaarheid te toetsen, is ze vorig jaar gestart op een Werkervaringsplek bij een tandartsenpraktijk. Al snel bleek ze gevoel voor het vak te hebben. Na overleg met de klantmanager is zij de opleiding tot tandartsassistent gestart. Dit heeft per 1 april jl. geresulteerd in een fulltime dienstverband van een jaar. Haar motivatie, geloof in eigen kunnen en leergierigheid hebben ervoor gezorgd dat ze nu verder kan bouwen aan de toekomst van haar en haar gezin.

Preventief Jeugdbeleid Het eerste uitvoeringsjaar van het Preventief jeugdbeleid in Barendrecht loopt op zijn einde. Het eerste jaar waarin alle partijen hun ideeën in konden dienen en gezamenlijk werd gekeken welke activiteit toegekend werden. In de allianties is gebrainstormd over plannen. Uiteindelijk rolden er 9 mooie plannen uit waarbij er altijd samenwerking is tussen verschillende partijen. De activiteiten lopen ontzettend uiteen. Van jongerenwerk dat structureel aanwezig is op het Voortgezet Onderwijs, zodat de drempel heel laag is om binnen te lopen, tot het ontwikkelen van webinars voor Perfectionisme en Faalangst. Daarnaast werden de groepen 7 en 8 van de Barendrechtse basisscholen voorgelicht over pesten en andere taboes als scheidingen of huiselijk geweld. Op het gebied van weerbaarheid van kinderen en jeugd waren er drie mooie activiteiten: Weerbaarheidstrainingen, persoonlijke 1 op 1 trainingen voor kinderen van de basisschool en intensieve (groeps-)trainingen op het gebied van perfectionisme. Ondanks dat we het hele jaar moesten uitvoeren in de corona crisis, zijn bijna alle activiteiten uitgevoerd. In totaal hebben we ongeveer 1500 mensen bereikt met alle plannen; van kinderen, jongeren, ouders tot leraren. We zijn erg trots op deze resultaten en het tweede uitvoeringsjaar voorspelt nog meer goeds!

Cultuurnota De tussenevaluatie van de cultuurnota is vastgesteld. Wij gaan de komende periode aan de slag met de opvolging van de aanbevelingen. Zo zijn de voorbereidingen getroffen voor de uitwerking van een belangrijk speerpunt: Cultuurparticipatie. Voor deze koppeling wordt in het tweede kwartaal van 2021 het eerste online Cultureel Café georganiseerd voor welzijns- en cultuurpartners. Het doel is om deze werkvelden meer te gaan verbinden. Dit in aansluiting op de ‘Nota Integraal Beleid Sociaal Domein.’

6

Werk en inkomen, minimavoorzieningen en schulddienstverlening Ontwikkeling van het uitkeringsbestand

Historisch overzicht

Algemene toelichting Het betreft het aantal uitkeringsdossiers aan het einde van de maand, ongeacht het aantal personen. Een uitkering die aan 1 persoon wordt verstrekt telt dus voor 1 en een uitkering die aan meerdere personen (gezin) wordt verstrekt telt ook voor 1. ‘Ioaw/Ioaz’ zijn regelingen voor oudere werklozen (Ioaw: geboren voor 1965; Ioaz: ex-zelfstandigen van 55 jaar of ouder). De 'Bbz' is een regeling voor inkomensondersteuning voor zelfstandigen. Financiële toelichting Vanuit de Rijksoverheid ontvangt de gemeente een vergoeding voor de kosten van de te verstrekken uitkeringen. Dit heet het BUIG budget (Gebundelde Uitkering Gemeenten). De bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van een standaard verdeelsystematiek. Deze verdeelsystematiek is gebaseerd op verschillende componenten zoals regionale en landelijke trends (stijging/daling), maar ook aantal inwoners en de demografie van een gemeente. Het BUIG budget van de gemeente wordt onder meer gebaseerd op regionale en landelijke trends. Deze trends zijn daarmee een (goede) indicator in hoeverre het (toekomstig) beschikbaar gestelde budget wordt gebruikt. Als we de huidige cijfers van het uitkeringsbestand doorrekenen verwachten we aan het einde van het jaar binnen de begroting van het BUIG budget te blijven. Op dit moment zien we een stagnatie van de stijging van het uitkeringsbestand.

In de maanden mei, juni en juli is het uitkeringsbestand gelijk gebleven. Dat is positief. Als het aantal uitkeringen in de tweede helft van 2021 stabiel blijft of gaat dalen, kan worden voorkomen dat er aan het einde van het jaar een tekort op de begroting zal zijn. Nadere toelichting In de maanden mei juni en juli zien we een stagnatie van de stijging van het uitkeringsbestand. Het aantal verstrekte uitkeringen blijft stabiel. De coronamaatregelen zijn versoepeld en er zijn meer vacatures. We merken dat het beter gaat om mensen naar werk te begeleiden en ook kunnen we weer meer kandidaten op vrijwilligerswerk en werkervaringsplekken plaatsen.

7

Ontwikkeling uitkeringen 2021

Toelichting Uitkeringsdossiers In het tweede kwartaal van 2021 blijven het verstrekte aantal uitkeringen stabiel. Wij blijven hiermee onder de doelstelling van 533 verstrekte uitkeringen of lager en voldoen op dit moment aan de gestelde KPI. De maatregelen die de afgelopen periode genomen zijn ter bestrijding van de corona pandemie (strenge lockdown), maakten het lastig om personen met een uitkering naar werk te bemiddelen. Hierdoor was er de afgelopen maanden een lichte stijging van het aantal uitkeringen. In de maanden mei juni en juli zien we een stabilisatie van het uitkeringsbestand. De coronamaatregelen zijn versoepeld en er zijn meer vacatures. We merken dat het beter gaat om mensen naar werk te begeleiden en ook kunnen we weer meer kandidaten op vrijwilligerswerk en werkervaringsplekken plaatsen ten opzichte van het eerste kwartaal. Ook in het tweede half jaar van 2021 zal de inzet zijn om in ieder geval 533 of minder uitkeringen te verstrekken. Dit willen we doen door intensiever samen te werken met maatschappelijke organisaties en (lokale) ondernemers om onze kandidaten van een passend traject of baan te voorzien. Daarnaast wordt op dit moment een aanbesteding in de markt gezet voor de inkoop van een poortinstrument. Hiermee willen we kandidaten al tijdens het aanvraagproces door bemiddelen naar betaalde arbeid en instroom in de bijstand voorkomen.

Toelichting Jongeren Relatief weinig jongeren hebben een uitkering. Ook ten tijde van de coronapandemie zien wij geen sterke stijging van het aantal jongeren in de bijstand. Wij blijven hiermee beter scoren dan de doelstelling die gesteld is voor 2021 (maximaal 15% jongeren met een uitkering). Wel zien we in de maanden april, mei en juni een lichte stijging van het aantal jongeren met een uitkering. Dit loopt niet in lijn met de algemene stabilisatie van het aantal uitkeringen. Een eenduidige verklaring is hiervoor niet te geven.

8

In- en Uitstroom

Historisch overzicht

Algemene toelichting Het aantal uitkeringsdossiers dat per maand geopend en het aantal dossiers wat per maand afgesloten is. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: In het tweede kwartaal van 2021 is vanaf mei te zien dat er minder instroom is en meer uitstroom. De coronamaatregelen zijn versoepeld en er zijn meer vacatures. We merken dat het beter gaat om mensen naar werk te begeleiden. De cijfers voor juni 2021 zijn nog niet volledig. Dit komt omdat onderzoeken naar een toekenning dan wel beëindiging enige tijd in beslag kunnen nemen.

9

Preventie Instroom

Algemene toelichting Om ervoor te zorgen dat het uitkeringenebstand niet stijgt is het een goede controle aan de poort belangrijk. Enerzijds dient er goed beoordeeld te worden of iemand recht heeft op een uitkering. Anderzijds zetten we in op het gelijk vinden werk tijdens het aanvraag proces. Hiermee blijft de mindset van de aanvragers gericht op werk en niet op een uitkering. Dit geldt voor alle inwoners, maar in het bijzonder voor jongeren. De gemeente vindt het belangrijk dat jongeren niet in een uitkeringssituatie terecht komen, maar actief blijven met werk of een opleiding. Deze doelstelling wordt gemeten met de preventie quote. Er is te zien hoeveel meldingen er zijn gedaan en hoeveel aanvragen uiteindelijk zijn toegekend. Als een aanvraag niet is toegekend betekent dit dat een inwoner tijdens het aanvraagproces werk of een opleiding heeft gevonden of op een andere manier niet in aanmerking komt voor een uitkering (vermogen, voorliggende voorziening etc.). Nadere toelichting Voor de eerste helft van 2021 is te zien dat er van de 48 meldingen van jongeren uiteindelijk 11 een uitkering hebben ontvangen. Dit komt neer op een preventie quote van 77%. Hiermee voldoen wij op dit moment aan de doelstelling van 50%. De jongeren die geen uitkering toegekend hebben gekregen zijn over het algemeen doorbemiddeld naar werk of een opleiding.

Voor volwassenen (ouder dan 27) ligt de preventiequote op 54%. Van de 63 meldingen zijn er 29 toegekend. Ook hiermee voldoen wij op dit moment aan de preventie doelstelling van 40%. Voor de personen die uiteindelijk geen uitkering hebben gekregen kunnen andere voorliggende voorzieningen een rol spelen, zoals het vinden van werk of studie, recht op een andere voorziening (UWV) of veel eigen vermogen bezitten waardoor bijstand niet mogelijk is. Het is niet mogelijk om deze gegevens per afwijzing inzichtelijk te maken. Daarnaast speelt de extra inzet bij handhaving ook een rol. Bij het aanvraagproces wordt er door handhaving effectief gecontroleerd of iemand in aanmerking komt voor een uitkering.

10

Uitstroom

Algemene Toelichting Het college wil arbeidsparticipatie bevorderen en mensen naar werk begeleiden. De uitkeringsgerechtigden uit het segment werk worden dan ook actief bemiddeld naar een nieuwe baan. Voor 2021 hebben we hiervoor ook doelen gesteld. *Deze cijfers komen niet 1 op 1 overeen met het historisch overzicht van in- en uitstroom. Dit komt omdat de gegevens uit 2 verschillende systemen wordt gehaald. Er wordt aan gewerkt om dit te corrigeren. Uitstroom naar werk en opleiding In 2021 willen wij 90 personen naar werk of een opleiding bemiddeld hebben. De afstand tot de arbeidsmarkt voor uitkeringsgerechtigden is gemiddeld groot. Wel zien we in het tweede kwartaal van 2021 meer dan een verdubbeling van de uitstroom richting werk ten opzichte van het eerste kwartaal van 2021. De coronamaatregelen zijn versoepeld en er zijn meer vacatures. We merken dat het beter gaat om mensen naar werk te begeleiden. SRoI In het tweede kwartaal van 2021 zijn er 3 personen aan het werk gegaan door een plaatsing via een SRoI verplichting. Op dit moment wordt er intensief samengewerkt met aanbieders om onze kandidaten te plaatsen op een SRoI plek en de aanbieder te ondersteunen en adviseren bij het vervullen van de SRoI verplichting. Inkomsten uit deeltijd werk In het eerste kwartaal van 2021 heeft ongeveer 7,7% van het aantal uitkeringsgerechtigden parttime inkomsten.

Op dit moment is dat 8,6%. De doelstelling is, om dit tenminste 10% te laten zijn. Het aantal uitkeringsgerechtigden met een parttime aanstelling en daarnaast een aanvullende uitkering is in het tweede kwartaal van 2021 licht gestegen. Aannemelijk is dat de versoepelingen van de coronamaatregelen hier invloed op heeft gehad. De cijfers voor juni 2021 zijn nog niet compleet, dit komt omdat veel loonstroken over juni pas in juli verstrekt worden. Dit zal achteraf gecorrigeerd worden. Duurzame uitstroom Wij willen onze inwoners graag aan het werk helpen en hierbij ondersteuning bieden. Wat wij hierbij ook belangrijk vinden, is dat de inwoner voor langere tijd aan het werk is. Dit betekent in ieder geval een contract van 6 maanden met een inkomen boven het bijstandsniveau. Dit is zowel voor de inwoners als voor de gemeente een voordeel. Dit noemen we duurzame uitstroom. Nadere toelichting Voor 2021 hebben we de doelstelling gesteld om ervoor te zorgen dat in ieder geval 55% van de uitstroom naar werk duurzaam is. Dat betekent dat kandidaten die aan het werk zijn gegaan in ieder geval 6 maanden aan het werk zijn en blijven. Omdat wij hier iets over een langere periode meten (uitstroom langer dan 6 maanden) wordt voor 2021 het peiljaar juli 2020 t/m juli 2021 aangehouden. Op dit moment is de duurzame uitstroom bijna 95%.

Dit is gemeten over de periode van 1 juli 2020 tot 1 januari 2021. Dit betekent dat de personen die aan het werk gaan ook aan het werk blijven en duurzaam re-integreren op de arbeidsmarkt.

11

Segmentatie

Algemene toelichting Personen die een bijstandsuitkering ontvangen zijn verdeeld in 3 segmenten. Op deze manier kan de ontwikkeling goed gemonitord worden. Het gaat hierbij om het aantal personen dat wij in begeleiding hebben en niet om het aantal uitkeringsdossiers. De 3 segmenten zijn: - Werk: De verwachting is dat de klant binnen 0 tot 3 maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn geen belemmeringen. - Re-integratie: De verwachting is dat de klant binnen 3 tot 18 maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn belemmeringen, bijvoorbeeld op het gebied van werknemersvaardigheden, werkervaring of Nederlandse taal. - Sociale activering: De klant is niet beschikbaar voor werk of re-integratie en de verwachting is dat hij dat ook niet binnen 18 maanden zal zijn. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem langdurig zullen beperken. Begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij. Nadere toelichting In het overzicht is te zien dat het grootste gedeelte van de uitkeringsgerechtigden (54%) enige ondersteuning nodig heeft bij het vinden van werk. Voor 30% is het doen van vrijwilligerswerk het hoogst haalbare en voor 16% is het mogelijk direct aan het werk te gaan. Er is te zien dat het overgrote deel van de uitkeringsgerechtigden een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft.

Een oorzaak hiervoor is dat er meer tijd nodig is om mogelijke belemmeringen weg te nemen of werkgevers te vinden die ruimte hebben voor meer begeleiding op de werkvloer. Personen die direct aan het werk kunnen, stromen over het algemeen ook snel uit. Hierdoor is de uitstroom uit het segment werk groter dan de instroom in segment werk en is dit segment in verhouding klein.

12

Doorstroom segment re-integratie

Algemene Toelichting Voor een deel van de mensen met een uitkering is werken niet meteen mogelijk. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn. Door deze mensen een passend traject aan te bieden, wil de gemeente ervoor zorgen dat deze groep ook weer aan de slag kan. Dit betekent dat uitkeringsgerechtigden uit het segment re-integratie door kunnen stromen naar het segment werk. Nadere toelichting In 2021 willen wij voor meer doorstroom tussen het segment, re-integratie en werk zorgen en meer kandidaten ‘jobready’ maken. Dit betekent dat er over 2021 een doorstroom van in ieder geval 20% moet zijn van de segmenten sociale activering en re-integratie naar werk. In het tweede kwartaal van 2021 is de doorstroom gestegen naar 14%. Wij willen bovenstaande KPI behalen door onze kandidaten trajecten aan te bieden die bij hen passen en waar zij zich kunnen ontwikkelen. Hier kunnen zij werkervaring opdoen en werknemersvaardigheden aanleren. Dit betekent dat wij in ieder geval 42 personen een opleidingstraject hebben kunnen aanbieden, 40 personen een werkervaringsplek en dat in ieder geval 130 personen een traject hebben gevolgd dat bijdraagt aan de ontwikkeling van de persoon, mogelijk richting de arbeidsmarkt. Ten opzichte van het eerste kwartaal (opleiding 4, werkervaring 0 en overig 6) is er een toename te zien bij alle trajecten.

Door de versoepelingen van de coronamaatregelen kunnen wij weer kandidaten op trajecten plaatsen. Door de beperkte mogelijkheden de afgelopen periode om personen te activeren en via een werkervaringsplek meer ervaring op laten te doen, hebben we een achterstand op de doelstellingen en is de verwachting dat we de KPI’s voor 2021 niet zullen halen. In de tweede helft van 2021 zullen we, waar mogelijk, zoveel mogelijk plaatsingen proberen te realiseren. Hierbij werken we nauw samen met onze maatschappelijke partners en (lokale) ondernemers.

13

Hallo Werk!

Hallo Werk! Profielen Barendrecht 25 20 15 10 5 0 helpen

maken

aanpakken

verkopen

vervoeren

Algemene toelichting Een instrument wat gebruikt wordt om kandidaten in het segment werk direct aan een baan te helpen, is Hallo Werk! Hallo werk is een online platform waar werkgevers en werkzoekenden aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Daarbij worden er voor de werkzoekenden workshops georganiseerd waarbij er aan de hand van hun talenten en wensen CV’s gemaakt worden. Werkzoekenden worden ingedeeld in verschillende profielen, die aansluiten bij hun talenten. Door de kandidaten in te delen in profielen, kan er gerichter naar vacatures gezocht worden. Een kandidaat kan in meerdere profielen worden ingedeeld. Nadere toelichting Er is te zien dat het merendeel van de aangemelde deelnemers ingedeeld is in het profiel helpen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan functies in de zorg, het onderwijs of (administratief) ondersteunende functies. In het eerste kwartaal van 2021 zijn 9 succesvolle matches gecreëerd. Op dit moment zijn er al 17 succesvolle matches gecreëerd.

14

Ontwikkeling segment sociale activering

Algemene toelichting Voor personen die in het segment sociale activering vallen is de kans op het direct vinden van betaald werk klein. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem langdurig zullen beperken. De begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij. Nadere toelichting Voor het segment sociale activering hebben wij ook een aantal doelen gesteld. Ook al is het doel niet gericht op het vinden van betaald werk, ook voor deze doelgroep zijn er passende trajecten. Voor 2021 willen wij dat in ieder geval 60 personen vrijwilligerswerk verrichten.. In Q2 is dit aantal gestegen naar 43. Op dit moment zijn wij de samenwerking met onze maatschappelijke partners aan het evalueren en intensiveren om ook voor deze doelgroep passende trajecten te vinden waar ontwikkeling mogelijk is. Daarbij streven wij er naar dat er maximaal 15% van het segment sociale activering is ontheven van alle verplichtingen. Dit percentage ligt nu op 22%. De ontheffingen worden door een onafhankelijk adviesbureau getoetst middels een medische keuring. Bij een ontheffing heeft een kandidaat geen re-integratie verplichten. Wij proberen wel regelmatig contact te houden om te kijken of wij op een ander vlak mogelijk wel ondersteuning kunnen bieden.

15

Ontwikkeling garantiebanen en nieuw beschut werk

Algemene toelichting Mensen die werken in een garantiebaan of in het kader van nieuw beschut werk zijn, vanaf de invoering van de Participatiewet een nieuwe doelgroep van gemeenten. Om ervoor te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking toch kunnen werken regelt de Wet Banenafspraak dat werkgevers arbeidsplaatsen hiervoor beschikbaar te stellen. Gemeenten hebben als opdracht gekregen om ervoor te zorgen dat bedrijven in één arbeidsmarktregio op dezelfde wijze daarbij worden geholpen. Een van de voorzieningen is een loonkostensubsidie die de loonwaarde van de medewerker aanvult tot het wettelijk minimum loon. Deze wordt betaald uit de Wet Bundeling uitkeringen inkomensvoorzieningen gemeenten (Buig). Deze doelgroep viel voor de decentralisatie onder de Wajong en/of de Wsw-regeling. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: Voor 2021 hebben we als doel gesteld om 30 nieuwe garantiebaan plaatsingen te realiseren. In de eerste helft van 2021 hebben we er 10 gerealiseerd. In het eerste kwartaal van 2021 is er een lichte afname te zien van het aantal personen dat een garantiebaan heeft gevonden. De voornaamste reden hiervoor is het aflopen van tijdelijke contracten. Ondanks de gevolgen van de coronacrisis en het wegvallen van werkgelegenheid in een aantal sectoren, is het mogelijk geweest om personen met een arbeidsbeperking te kunnen plaatsen en behouden op een betaalde werkplek.

In het tweede kwartaal zien we een lichte stijging van het aantal garantiebanen. Ook hier spelen de versoepelingen van de coronamaatregelen en de aantrekkende economie een rol. Ook hier hebben we door de beperkte mogelijkheden de afgelopen periode een achterstand op onze doelstellingen voor 2021. De verwachting is ook hier om de KPI voor het aantal gestarte garantiebanen niet te kunnen realiseren. Voor deze doelgroep hebben we nieuwe afspraken gemaakt met werkgevers waar we personen met een doelgroep indicatie kunnen plaatsen.

16

Klantgroepen en klantkenmerken

Instelling

Deels werk / deels uitkering

Leeftijd

17

Uitkeringsduur

Leefvorm

Algemene toelichting Het gaat in bovenstaande tabellen om klantgroepen en kenmerken: Instelling Het aantal uitkeringsgerechtigden dat in een instelling verblijft is stabiel. Zij krijgen begeleiding vanuit de instelling zelf. Parttime inkomsten Het aantal uitkeringsgerechtigden met een parttime aanstelling en daarnaast een aanvullende uitkering is in het eerste kwartaal van 2021 licht gedaald. Als er gekeken wordt naar de afgelopen jaren dan is te zien dat er tijdens de eerste lockdown (maart/april/mei 2020) een daling is van parttime inkomsten. Een tweede daling is te zien tijdens de 2e lockdown vanaf oktober 2020. Dat de coronamaatregelen hier een rol spelen is aannemelijk. Wij verwachten dat de parttime inkomsten weer zullen toenemen met de recente versoepelingen van de coronamaatregelen. De cijfers voor juni 2021 zijn nog niet compleet, dit komt omdat veel loonstroken over maart pas in april verstrekt worden. Dit zal achteraf gecorrigeerd worden. Leeftijd De verhoudingen voor wat betreft leeftijd zijn ongewijzigd. Er zijn relatief weinig jongeren die een beroep doen op een uitkering. Voor de ouderen is het relatief het moeilijkst om werk te vinden, ook als ze direct aan het werk kunnen. Uitkeringsduur Hoe langer mensen een uitkering hebben hoe groter de afstand tot de arbeidsmarkt. In de afgelopen periode is er een toename in instroom in de bijstand geweest.

Hierdoor is de groep personen die kort in de uitkering zitten (korter dan een jaar) toegenomen. Dit komt met name door de gevolgen van de coronacrisis. In het tweede kwartaal van 2021 zien we een kleine afname van personen die korter dan een jaar een uitkering ontvangen. De coronamaatregelen zijn versoepeld en er zijn meer vacatures. Voor personen met een korte afstand tot te arbeidsmarkt zijn de omstandigheden verbeterd om aan het werk te kunnen gaan. leefvorm Onder de leefvorm 'gehuwd' vallen ook gezinnen en samenwonende partners of personen die een gezamenlijke huishouding met elkaar voeren. De verhoudingen voor de leefvormen blijven ongewijzigd.

18

Uitkeringsdossiers per wijk

Algemene toelichting Deze tabel geeft een overzicht weer van het aantal uitkeringsgerechtigden per wijk in de gemeente. Daar waar relatief veel sociale huurwoningen zijn, zullen over het algemeen ook meer bijstandsgerechtigden zijn. Dit komt onder meer doordat er in de bijstand een vermogensgrens is. Een koopwoning is vaak niet mogelijk. Daarnaast speelt de hoogte van de huur ook een rol. Tevens is de groep ‘Buiten Barendrecht’ opgenomen. Het betreft hier personen waarvan de verblijfplaats (nog) niet was geregistreerd. Door de systemen steeds nauwkeuriger te vullen neemt het aantal cliënten in deze groep de laatste jaren flink af. Nadere toelichting Ten opzichte van voorgaande jaren hebben er in het eerste helft van 2021 geen grote wijzigingen plaatsgevonden.

19

Taakstelling vergunninghouders

Algemene Toelichting De rode lijn geeft de halfjaarlijkse taakstelling weer voor de gemeente. Het staafdiagram geeft per half jaar cumulatief het aantal geplaatste vergunninghouders weer dat door de Rijksoverheid wordt gepubliceerd. Doordat er uitgegaan wordt van de cijfers van de Rijksoverheid zit er een vertraging in de gerapporteerde cijfers. De gerealiseerde taakstelling wordt bepaald door het resultaat van de voorafgaande periode en het aantal geplaatste statushouders in de betreffende periode. Als het staafdiagram boven de rode lijn komt, betekent dit dat er iets meer statushouders zijn geplaatst dan voor die specifieke periode zijn gevraagd te huisvesten. Alle gezinsleden tellen mee in het aantal gehuisveste statushouders. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: De huisvestingstaakstelling voor de eerste helft van 2021 is verdubbeld ten opzichte van de taakstelling in 2020. Voor de eerste helft van 2021 is de taakstelling 38 personen. Voor de tweede helft van 2021 zijn dit er 31. Op dit moment is de huizenmarkt binnen de gemeente Barendrecht zeer krap en is het zeer lastig om geschikte permanente woningen te vinden voor deze doelgroep. De verwachting is dan ook dat de taakstelling voor 2021 niet gehaald zal worden. Op dit moment worden er gesprekken gevoerd met de woningbouwverenigingen om te kijken hoe dit probleem opgelost kan worden.

Voor het woningen tekort is helaas geen snelle oplossing.

20

Minimabeleidsvoorzieningen

Minimabeleid

Meedoen

Algemene Toelichting De aanvragen van de regelingen binnen de bijzondere bijstand geven geen afwijkend beeld. Vanaf 1 januari 2021 is de nieuwe verordening Meedoen ingegaan. Uitkeringsgerechtigden bij de gemeente krijgen nu een automatische toekenning van Meedoen. Dat is te zien in de maand februari. De overige aanvragen zijn minima zonder uitkering bij de gemeente. De aanvragen minimabeleid zijn stabiel en in lijn met de verwachting. Schoolkosten is geen aparte regeling meer binnen Meedoen, we zien daarom in 2021 deze aanvragen niet meer terug in het overzicht. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling Ten gevolge van corona verwachten we een toename van het aantal minima en het gebruik van de regelingen. Tot nog toe is deze toename niet te zien. Het aantal kinderen dat geholpen wordt door Stichting Leergeld is net als vorig jaar hoog, deze hulp is laagdrempelig en goed toegankelijk. 75% van de minima heeft langdurig (3 jaar of langer) een laag inkomen, dit aantal is gelijk gebleven met voorgaand jaar. Binnen de minimapopulatie stijgt het aandeel alleenstaande ouders, AOW gerechtigden en de niet westerse migranten.

21

Schulddienstverlening

Algemene Toelichting In de tabel kunt u zien hoeveel aanmeldingen wij ontvangen, alsmede doorgeleiden naar PLANgroep voor een minnelijk dan wel wettelijk traject (WSNP is de Wet Schuldhulpverlening Natuurlijke Personen). Het aantal schuldbemiddelingen geeft het aantal gestarte minnelijke trajecten aan. Ook staan in de tabel het aantal crisisinterventies. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: We zien een dalende lijn in het aantal aanmeldingen; dit houdt in dat minder inwoners zich melden voor schuldhulpverlening. Dit vertaalt zich door naar minder doorgeleidingen (nieuwe aanmeldingen Plangroep) alsmede minder dossiers in behandeling. PLANgroep is in juni overgestapt naar een nieuw systeem en om die reden zijn de cijfers van juni niet geleverd.

22

Jeugdhulp en Wijkteams Leeftijdsverdeling

Algemene toelichting: De verhouding jeugdigen in leeftijd in zorg bij de tweede lijn. Het betreft het aantal unieke cliënten met een beschikking in 2021 in het kader van een arrangement en/of PGB ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen in 2020. Nadere toelichting: Het percentage cliënten naar leeftijdscategorie met jeugdhulp is ten opzichte van 2020 gestegen. De leeftijdscategorie 18 t/m 23 jaar laat de laagste afname zien. De percentages wijzigen nog verder in het jaar.

23

Unieke cliënten per contract

Algemene toelichting: De bovenstaande tabel betreft het aantal unieke cliënten met een openstaande beschikking voor Zorg in Natura voor lokale jeugdhulp, regionale jeugdhulp of een combinatie van beide. Dit betreft een voorlopig beeld omdat tot 40% van de toewijzingen met terugwerkende kracht wordt verwerkt. Nadere toelichting: Na een aanvankelijke daling in het aantal unieke cliënten die gebruik maakt van jeugdhulp zien we nu een lichte stijging op zowel lokale- als regionale jeugdhulp. De toename lijkt samen te hangen met de versoepeling van de corona-maatregelen en dat nu gebruikt wordt gemaakt van uitgestelde zorg. De verhouding regionale- versus lokale jeugdhulp blijft ongeveer gelijk en illustreert dat de doelstelling om meer in te zetten op lokale jeugdhulp en minder op regionale jeugdhulp structureel effect heeft.

24

Unieke cliënten

Algemene toelichting: De bovenstaande tabellen maken het aantal unieke cliënten inzichtelijk. Nadere toelichting: Ten opzichte van het tweede kwartaal 2020 zien we een lichte stijging van het aantal ZIN-cliënten over het tweede kwartaal van 2021 die het gevolg is van de coronacrisis en waar nu gebruik gemaakt wordt van uitgestelde zorg. Bij de cliënten die gebruik maken van PGB’s en de gecombineerde ZIN/PGB’s zien we geen opvallende ontwikkeling. PGB’s worden zowel ingezet als alternatief voor lokale en regionale jeugdhulp.

25

Unieke cliënten per perceel

Lokaal

Algemene toelichting Bovenstaande tabellen maken het aantal unieke cliënten per perceel lokale jeugdhulp inzichtelijk. Nadere toelichting: Ten aanzien van JMEB en JGGZ zien we een toename. De stijging op JMEB en JGGZ lijken veroorzaakt te worden doordat cliënten op deze percelen meer last hebben gehad van de coronasituatie. Op deze percelen word tevens meer gebruik gemaakt van uitgestelde zorg. Dyslexie en vervoer laten doorgaans weinig schommelingen zien. De aantallen die zichtbaar zijn in de tabellen betreffen een voorlopig beeld omdat toewijzingen met terugwerkende kracht wordt verwerkt.

26

Regionaal

Algemene toelichting Bovenstaande tabel geeft een beeld van het aantal unieke cliënten per zorgvorm van de regionale jeugdhulp, ook is de inzet van landelijke jeugdhulp in beeld gebracht. Nadere toelichting Er is sprake van een lichte toename van de inzet van opname en crisishulp, dit lijkt een direct gevolg van meer inzet van spoed en crisis sinds de 2de lockdown eind 2020. De meeste van deze cliënten stromen snel uit naar andere zorgvormen (lokaal of regionaal). Daarnaast is sprake van een toename op de inzet van laag frequente medicatie. Dit gaat om cliënten voor wie na een behandeling alleen nog de inzet van medicatie periodiek moet worden bijgesteld door een psychiater. Voor de overige zorgvormen is het gebruik ten opzichte van 2020 relatief stabiel.

27

Aantal unieke cliënten lokale jeugdhulp per wijk lokaal

Algemene toelichting: De bovenstaande tabellen maken het aantal unieke clienten lokale jeugdhulp per wijk lokale jeugdhulp inzichtelijk. Nadere toelichting In deze bestuursrapportage is inzichtelijk gemaakt hoe het zorggebruik per wijk is opgebouwd. Uit de tabellen wordt duidelijk dat in de meeste wijken de toeleiding naar lokale jeugdhulp stijgt door een groter beroep op uitgestelde zorg. Wat de verschillen per wijk verklaart, is op dit moment lastig te duiden. Het doel om het zorggebruik per wijk in beeld te brengen past bij de ontwikkeling om meer wijkgericht interventies te kunnen plegen om o.a. meer thuisnabij preventief ondersteuning te organiseren. De aantallen die zichtbaar zijn in de tabellen betreffen een voorlopig beeld omdat toewijzingen met terugwerkende kracht wordt verwerkt.

28

Aantal unieke cliënten regionale jeugdhulp per wijk

Algemene toelichting: De bovenstaande tabellen maken het aantal unieke clienten regionale jeugdhulp per wijk lokale jeugdhulp inzichtelijk. Nadere toelichting In deze bestuursrapportage is inzichtelijk gemaakt hoe het zorggebruik per wijk is opgebouwd. Uit de tabellen wordt duidelijk dat in de meeste wijken de toeleiding naar regionale jeugdhulp daalt, maar dat voor een aantal wijken weer sprake is van een lichte stijging in 2021 vermoedelijk als gevolg van Corona. Wat de verschillen per wijk verklaart, is op dit moment lastig te duiden. Het doel om het zorggebruik per wijk in beeld te brengen past bij de ontwikkeling om meer wijkgericht interventies te kunnen plegen om o.a. meer thuisnabij preventief ondersteuning te organiseren. De aantallen die zichtbaar zijn in de tabellen betreffen een voorlopig beeld omdat toewijzingen met terugwerkende kracht wordt verwerkt.

29

Meervoudige problematiek Lokaal en regionaal

Algemene toelichting Bovenstaande tabel maakt inzichtelijk wat de verhouding is tussen het aantal cliënten per combinatie van lokale jeugdhulp in relatie tot meervoudige problematiek (inzet van meerdere resultaatgebieden). Nadere toelichting Bovenstaande tabel laat zien dat voor meervoudige problematiek (inzet van meerdere resultaatgebieden) vooral de combinatie van JMEBJGGZ wordt ingezet. Meervoudige problematiek regionaal

Algemene toelichting Bovenstaande tabel maakt inzichtelijk wat de verhouding is tussen het aantal cliënten per combinatie van regionale jeugdhulp in relatie tot meervoudige problematiek (inzet van meerdere resultaatgebieden). Nadere toelichting Bovenstaande tabel laat zien dat voor meervoudige problematiek (inzet van meerdere resultaatgebieden) het aantal unieke cliënten lijkt af te nemen. Voor de top 3 combinaties van percelen in 2021 zien we vooral dat de combinatie van pleegzorg in combinatie met ambulante hulpverlening wordt ingezet.

30

Verwijzers lokale jeugdhulp

Algemene toelichting: Bovenstaande tabellen maakt de verwijzers lokale jeugdhulp inzichtelijk. Nadere toelichting: In vergelijking met het 2e kwartaal van 2020 is het aandeel van gemeentelijke verwijzingen lager geworden. Het aandeel verwijzingen van huisartsen is verder gestegen. Momenteel wordt ingezet op een betere samenwerking met de huisartsen. Het beoogd effect van deze inzet is dat het aantal verwijzingen vanuit de wijkteams toeneemt en verwijzingen vanuit de huisartsen afnemen.

31

Verwijzers Regionale jeugdhulp

Algemene toelichting: Bovenstaande tabellen maakt de verwijzers regionale jeugdhulp inzichtelijk Nadere toelichting: In vergelijking met het 2e kwartaal van 2020 is het beeld wat betreft de verwijzers wisselend maar zien we geen structurele veranderingen in de percentages. Belangrijkste verwijzer blijft de huisarts, dit betreft met name naar ambulante specialistische jeugdhulp. Verwijzingen naar jeugdhulp met verblijf verlopen in meerderheid via de gecertificeerde instellingen.

32

Wachttijd lokale Jeugdhulp

Algemene toelichting: De bovenstaande tabellen maken de wachttijd voor zorg in natura voor lokale jeugdhulp op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum inzichtelijk. En in de wachttijd voor zorg in natura voor regionale jeugdhulp op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum. Nadere toelichting De wachttijden laten per maand een ander beeld zien, des te langer je terug kijkt des te meer de daadwerkelijke wachttijden inzichtelijk zijn gemaakt. Hier zijn geen bijzondere stijgingen of dalingen in te zien. Dit komt doordat arrangementen vaak later binnekomen bij de backoffice. De wachtlijsten op lokale jeugdhulp zijn doorgaans lager dan die op regionale jeugdhulp.

33

Wachttijd Regionale jeugdhulp

Algemene toelichting: De bovenstaande tabellen maken de wachttijd voor zorg in natura voor regionale jeugdhulp op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum inzichtelijk. En in de wachttijd voor zorg in natura voor regionale jeugdhulp op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum. Nadere toelichting De wachttijden laten per maand een ander beeld zien, des te langer je terug kijkt des te meer de daadwerkelijke wachttijden inzichtelijk zijn gemaakt. Er lijkt sprake te zijn van een stijging van het aantal toewijzingen waarbij de wachttijd onbekend is, de hulp is dan nog niet gestart en daarmee lijken ook de wachttijden toe te nemen. Ook vragen zorgaanbieders nog regelmatig een toewijzing met terugwerkende kracht aan, waardoor niet alle wachttijden inzichtelijk zijn.

34

Hulpverlening vanuit de wijkteams

Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: Het aantal nieuwe dossiers en gestarte intakes fluctueren per maand en is toegenomen ten opzichte van het jaar 2020. De complexiteit van de casussen is eveneens toegenomen. Als gevolg van Corona is het aantal gestarte intakes, intakes, maar ook de uitvoering van de ondersteuningsplannen en het aantal gezinnen dat gemonitord wordt, ten opzichte van vorig jaar gedaald. Om escalaties bij kwetsbare gezinnen te voorkomen is bij het begin van de Coronacrisis en de periode daarna onderzocht welke kwetsbare gezinnen langer en intensiever gemonitord zouden moeten worden. Hierdoor hebben de wijkteams escalaties in gezinnen weten te voorkomen. Tevens zijn er vanwege de crisis in verhouding meer herindicaties aangevraagd en afgegeven, omdat hulpverlening is vertraagd en/of suboptimaal is uitgevoerd. De uitstroom is hoger dan in 2020. Dit komt o.a. door de toegenomen sturing op de caseload door de gedragsdeskundigen aan de hand van caseloadnormering en te hanteren doorlooptijden van de casuïstiek. Gevolgen Corona De wijkteammedewerkers hebben waar mogelijk binnen de richtlijnen van het RIVM hulpverlening geboden aan gezinnen. Het aantal meldingen is in de afgelopen maanden gelijk gebleven, waarbij in de maand mei sprake was van een lichte stijging. Vanwege de Corona-maatregelen is minder hulpverlening vanuit specialistische aanbieders geboden.

Wijkteamprofessionals hebben ingezet op het organiseren van alternatieve vormen van opvang, hulp en ondersteuning. Op basis van de gezinssituatie is bekeken of toegeleid kon worden naar lokaal gecontracteerde aanbieders. De verwachting is dat als gevolg van de opgelegde maatregelen en de daarbij behorende beperkingen dat hulpverleningstrajecten langer nodig zullen zijn. Wachttijden Binnen de wijkteams is sprake van wachttijden. De wachttijd is in Oud Barendrecht licht gedaald. De verwachting is dat in de tweede helft van 2021 ook de wachttijd in Carnisselande iets af gaat nemen. Sturing vindt plaats op de caseload, de functies en bijbehorende taken op het gebied van hulpverlenen, indiceren en evalueren.

35

Samenwerking huisartsen De samenwerking tussen de wijkteammedewerkers en de huisartsen is goed. Ze weten elkaar steeds beter te vinden maar we zien nog steeds dat huisartsen vaak direct doorverwijzen naar lokale- of specialistische jeugdhulp. Door te overleggen met de huisartsen en aanbieders van specialistische jeugdhulp, zetten we in op het optimaal afstemmen van de verwijzingen en het op- en afschalen van zorg. In de tweede helft van 2021 is gestart met een pilot praktijkondersteuner huisartsen Jeugd GGZ. Hiermee hopen we een kwalitatieve verbetering in te zetten alsmede een vermindering van verwijzingen naar lokale- en regionale jeugdhulp.

36

Wmo en doelgroepenvervoer De rapportages die volgen gaan in op de Wmo cliënten en dienstverlening die de gemeente vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verzorgt. Achtereenvolgens komen de volgende rapportages aan bod: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Trends en ontwikkelingen Wmo Wmo cliënten per wijk Leeftijdsverdeling Wmo Zorgstapeling Wmo Wmo beschikkingen Doelgroepenvervoer

Trends en ontwikkelingen Lokaal en landelijk is het de verwachting dat in de toekomst meer inwoners, vaker en intensiever een beroep (gaan) doen op Wmo voorzieningen. Dit is te verklaren uit de volgende drie maatschappelijke trends en ontwikkelingen: 1. Het abonnementstarief Een landelijk bevestigd beeld is dat door de invoering van he abonnementstarief in 2018 de groei van het aantal unieke cliënten met een Wmo voorziening extra toe neemt. Vooral door extra instroom vanuit de hogere inkomensklassen en bij 65-plussers2. De genoemde trenbreuk is vooral waarneembaar bij de voorziening Hulp bij het Huishouden. 2. De (dubbele) vergrijzing Dubbele vergrijzing is het verschijnsel dat niet alleen de groep ouderen een relatief groter aandeel vormt van de bevolking (o.a. als gevolg van de babyboom na de Tweede Wereldoorlog), maar dat ook de gemiddelde leeftijd steeds hoger komt te liggen. Op twee manieren neemt de vergrijzing daardoor toe. De verwachting is dat het percentage 65- en 75-plussers in de jaren 2020 tot 2030 zal groeien van 17.5% naar 24.1% en tot 2040 verder zal toenemen tot 29.5%3. Naast dat er dus meer (oudere) ouderen zullen zijn, blijven deze ouderen bovendien langer thuis wonen. Hierdoor maken zij (langer) gebruik van Wmo voorzieningen voordat zij doorstromen naar de Wlz. 3.

De ambulantisering van de zorg Hulp en ondersteuning worden steeds vaker in de eigen wijk geboden (ambulantisering). Voor inwoners met psychiatrische problematiek is het bijvoorbeeld sinds de invoering van de wet Verplichte GGZ mogelijk om thuis behandeling en begeleiding te krijgen in plaats van een opname in een instelling. Hierdoor wordt de doelgroep voor de Wmo vergroot.

2 TWEEDE RAPPORTAGE 2020 - Monitor abonnementstarief Wmo 3 Nota Integraal Beleid Sociaal Domein gemeente Barendrecht, pag. 65.

37

Wmo cliënten per wijk

Toelichting In de grafiek is een weergave te zien van het aantal cliënten in zorg in het eerste en tweede kwartaal van de jaren 2018 tot 2021. Over het algemeen is het beeld dat het aantal cliënten in zorg door de jaren heen toe neemt. Dit is in lijn met de lange termijn verwachting. Ook is logischerwijs te zien dat de wijken met een groter aantal inwoners relatief meer cliënten in zorg heeft. Tevens is de groep ‘Buiten Barendrecht’ opgenomen. Het betreft hier vooral personen waarvan de verblijfplaats (nog) niet was geregistreerd. Door de systemen steeds nauwkeuriger te vullen neemt het aantal cliënten in deze groep de laatste jaren flink af.

38

Leeftijdsopbouw Wmo

Toelichting De gestapelde staafdiagram laat de verdeling van het aantal unieke cliënten verdeeld naar leeftijdsgroep zien. In de periode januari 2021 – juni 2021 is het aantal cliënten nagenoeg gelijk gebleven (-7 cliënten). In juni 2021 is verreweg de grootste groep de 75-plussers en daarna de 60-plussers. De groep 60- en 75-plussers doet over het algemeen een beroep op de Wmo vanuit ouderdom gerelateerde klachten zoals somatische en/of psychogeriatrische klachten. Hierbij passen maatwerkvoorzieningen zoals collectief vervoer, Hulpmiddelen, Hulp bij het Huishouden en (minder vaak voorkomend) dagbesteding. De groepen (jongere) Wmo cliënten zijn minder groot. Deze groepen cliënten doen vaak een beroep op de Wmo om de volgende redenen: een beperking of handicap, hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen hulpmiddelen, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; GGZ gerelateerde hulpvragen, hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; hulpvragen naar aanleiding van een ingrijpende levensgebeurtenis (zoals echtscheiding en/of problematische schulden), hierbij is vaak individuele begeleiding een passende oplossing.

39

Zorgstapeling Wmo

Toelichting Legenda:  HM = Hulpmiddelen, bestaande uit Rolstoelvoorzieningen, Vervoersvoorzieningen en Woonvoorzieningen. Cliënten met een enkel een vervoersvoorziening Collectief vervoer zijn niet in deze weergave opgenomen omdat dit geen hulpmiddel betreft.  HH = Hulp bij het Huishouden, bestaande uit de algemene- en de maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening.  BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding. Toelichting ontwikkeling zorgstapeling: De gestapelde staafdiagram ‘zorgstapeling Wmo’ laat het aantal unieke cliënten in zorg met één of meer Wmo voorzieningen zien. In de periode juni 2020 – juni 2021 is het aantal cliënten met een voorziening (HH, BG en/of HM) toegenomen (+50). Ook in het eerste halfjaar 2021 (periode jan – jun) is sprake van een toename (+27 cliënten). De toename komt vooral door de instroom van cliënten die gebruik maken van Hulp bij het Huishouden. Wat verder opvalt is dat een meerderheid van de cliënten (juni 2021: 1274 cliënten) bestaat uit cliënten met één enkele voorziening (alléén HH, HM óf BG), een minderheid (juni 2021: 306 cliënten) maakt gebruik van twee of zelfs alle drie de soorten voorzieningen.

40

Beschikkingen Wmo

2021

2020

Toelichting Legenda:  AVS = Hulp bij het Huishouden: algemene voorziening schoonmaakondersteuning;  BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding;  HH = Hulp bij het Huishouden: maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening;  RO = Rolstoelvoorziening: rolstoelen en toebehoren  VV = Vervoersvoorziening: zoals een scootmobiel, aangepaste fiets of een collectiefvervoerspas;  WV = Woonvoorziening: zoals een deurdranger, traplift of woningaanpassing;

Toelichting ontwikkeling ‘Beschikkingen Wmo’ De gestapelde staafdiagram ‘beschikkingen Wmo’ laat het aantal nieuwe en openstaande beschikkingen Wmo zien. In de periode juni 2020 – juni 2021 is het aantal openstaande beschikkingen toegenomen (+179 beschikkingen). In het eerste halfjaar 2021 is ook sprake van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10540956/1