Begroting 2024 Barendrecht
Tekst van het document
2.262.200 12.404.200 -147.100 381.800 122.000 2.516.000 64.700 17.603.800
2.252.200 12.386.500 103.500 381.900 122.500 2.682.000 64.700 17.993.300
2.248.800 12.443.700 534.300 381.900 122.600 2.833.000 64.700 18.629.000
-1.449.600 -74.400 -572.100 -7.202.700 -4.208.700 -299.600 -77.550.000 8.000 -91.349.100
-1.482.000 -98.400 -571.700 -7.528.000 -4.490.300 -345.300 -83.813.000 -50.000 -98.378.700
-1.482.000 -98.400 -571.600 -7.561.900 -4.502.200 -345.300 -88.513.000 -100.000 -103.174.400
-1.482.000 -98.400 -571.600 -7.632.700 -4.506.000 -345.300 -86.387.000 -100.000 -101.123.000
-1.482.000 -98.400 -571.500 -7.709.000 -4.517.800 -345.300 -88.661.000 -100.000 -103.485.000
-71.765.100
-81.107.000
-85.570.600
-83.129.700
-84.856.000
Algemene dekkingsmiddelen
75
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027
Paragrafen Inleiding De 8 paragrafen geven voor het desbetreffende onderwerp een dwarsdoorsnede door de begroting. Een paragraaf is een verplicht onderdeel uit het BBV. Hieronder is een overzicht gegeven van de paragrafen die van toepassing zijn voor de gemeente Barendrecht: 1. § § Lokale heffingen 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. § Onderhoud Kapitaalgoederen 4. § Financiering 5. § Bedrijfsvoering 6. § Verbonden partijen 7. § Grondbeleid 8. § Wet Open Overheid (Woo) Deze paragrafen zullen hierna worden toegelicht.
Paragrafen
76
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027
1. § Lokale heffingen In deze paragraaf staat informatie over de gemeentelijke belastingen en gebonden heffingen, het beleid rondom de lokale heffingen, een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk. Algemene uitgangspunten lokale heffingen Bij de uitgangspunten meerjarenramingen zijn de uitgangspunten voor het begrotingsjaar 2024 opgenomen. Ten aanzien van de gemeentelijke belastingen en heffingen geldt een indexering van de (belasting)tarieven en heffingen met een inflatiecorrectie van 3,9%. Voor de rioolheffing is dit 3,0%. Woonlasten en tarieven De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de uitgaven van burgers aan onroerende zaakbelastingen (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing. In deze paragraaf vergelijken we de woonlasten van vergelijkbare gemeenten met de lasten van Barendrecht. De gebonden heffingen (Afvalstoffenheffing, Reinigingsrecht, Rioolheffing, Bedrijven Investeringszone (BIZ), Lijkbezorgingsrechten, Marktgelden en Leges) mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn, inclusief toe te rekenen compensabele btw, mutaties in voorzieningen en reserves en toe te rekenen kosten voor overhead. Voor de belastingtarieven van de OZB, toeristenbelasting en de hondenbelasting geldt dat de tarieven niet meer dan trendmatig stijgen (inflatiecorrectie).
De raad is vrij om van dit standpunt af te wijken, bijvoorbeeld als dit nodig is vanwege financieel-economische ontwikkelingen. Benchmark woonlasten Een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten maakt de onderlinge verschillen van de woonlasten tussen Barendrecht en omliggende gemeenten inzichtelijk. Deze vergelijking is in deze paragraaf opgenomen. Het overzicht vergelijkt de tarieven van de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing per gemeente en het cumulatieve bedrag van de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing per gemeente. Begrotingsregels en kostenonderbouwing tarievenberekening Het Besluit begroting en verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in de paragraaf Lokale heffingen kostenonderbouwingen voor belastingtarieven zijn opgenomen. Dit geldt met name voor de gebonden heffingen. In deze paragraaf zijn de kostenonderbouwingen opgenomen. Deze geven inzicht in hoe de geraamde baten en de geraamde lasten met elkaar in verhouding staan. Overzicht geraamde belastingen en heffingen Onderstaand totaaloverzicht geeft u inzicht in de begroting geraamde opbrengsten van de ongebonden en gebonden heffingen. Voor de gebonden heffingen zijn ook de kosten van de dienstverlening en het dekkingspercentage opgenomen. De tarieven van gebonden heffingen mogen, zoals hiervoor is vermeld, maximaal 100% kostendekkend zijn.
Met de inzet van andere middelen zoals bijvoorbeeld reserves, voorzieningen en andere middelen kan bereikt worden dat een tariefstijging gematigd wordt. Het tarief zal in dit geval niet kostendekkend zijn. Ongebonden heffingen
2023
2024
2025
2026
2027
11.411.400
12.018.300
12.064.100
12.138.700
12.226.800
Hondenbelasting
299.600
345.300
345.300
345.300
345.300
Toeristenbelasting
25.000
25.000
25.000
25.000
25.000
Gebonden heffingen
2023
2024
2025
2026
2027
Afvalstoffenheffing
6.279.800
6.670.800
6.672.800
6.795.600
6.867.000
Rioolheffing
3.357.200
3.442.000
3.442.800
3.527.700
4.825.700
Onroerende zaakbelastingen
Onroerende zaakbelastingen (OZB) De geraamde OZB-opbrengst wordt bepaald door de totale waarde van de onroerende zaken in het lopende belastingjaar te vermenigvuldigen met het dan geldende OZB-tarief. Er wordt hierbij rekening gehouden met een geschatte waardeontwikkeling van de WOZ en areaaluitbreiding. Hierbij geldt dat een waardestijging of –
Paragrafen
77
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 daling niet leidt tot extra OZB-opbrengst. Dit wordt bereikt door bij de tarievenberekening een waardestijging te dempen door middel van een evenredige tariefsverlaging. De inflatiecorrectie van 3,9% wordt pas dan toegepast. OZB tarieven 2024 Op basis van het voorgaande en door SVHW aangeleverde WOZ-waardeontwikkeling zien de OZB-tarieven voor 2024 er als volgt uit: Tarieven
2023
2024
Eigenaren woningen
0,0873%
0,0878%
Eigenaren niet-woningen
0,2160%
0,2205%
Gebruikers niet-woningen
0,1780%
0,1817%
Onroerende zaakbelastingen
Hondenbelasting De uitvoeringskosten voor het hondenbeleid (onder meer schoonmaken, toezicht houden, perceptiekosten, losloopgebieden en afvalbakken) worden gedekt door de inkomsten uit de hondenbelasting. Hieronder is het overzicht opgenomen van de (jaar)tarieven van de Hondenbelasting. Hondenbelasting
2023
2024
Eerste hond
110,40
114,72
Tweede hond
151,68
157,68
Derde en elke volgende hond
168,72
175,32
Toeristenbelasting Het gaat hierbij om belasting voor overnachtingen in een hotel, camping of Bed & Breakfast. Voor 2024 blijft het tarief van € 0,75 per persoon per nacht gehandhaafd. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om (een deel van) de kosten te dekken die de gemeente maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. De in de afvalstoffenheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing
2024
Kosten van de activiteit vanuit de NV BAR Afvalbeheer
3.858.000
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente
2.510.300
Inkomsten van de activiteit, exclusief heffingen Netto kosten van de activiteit
-460.300 5.908.000
Toe te rekenen kosten Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten
421.400
Overhead
211.200
Bijplaatsingen
51.200
BTW
1.298.900
Totale kosten
7.890.700
Opbrengst afvalstoffenheffing
6.670.800
Dekkingspercentage
85%
Paragrafen
78
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 De tarieven afvalstoffenheffing voor 2024 zien er dan als volgt uit: Afvalstoffenheffing
2023
2024
Eenpersoonshuishoudens
216,48
225,00
Tweepersoonshuishoudens
338,16
351,36
Huishouden van 3 of meer personen
395,76
411,24
Rioolheffing Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te betalen die samenhangen met de gemeentelijke watertaken. De rioolheffing wordt geheven bij gebruikers van woningen en niet-woningen. Er is een tariefdifferentiatie op basis van een-, één twee- en een meerpersoonshuishouden. Bij de rioolheffing voor gebruikers van niet-woningen is sprake van een gecombineerde heffingsmaatstaf. Hier wordt de hoogte van de aanslag bepaald door een percentage van de WOZ-waarde, verhoogd met een gestaffeld tarief per m3 waterverbruik. Bij het bepalen van het tarief voor niet-woningen is rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de niet-woningen. De in de rioolheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Berekening kostendekkendheid rioolheffing
2024
Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie
678.000
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente
1.199.100
Dotatie voorziening vervanging riolering
1.435.000
Aanwending voorziening beklemde middelen Netto kosten van de activiteit
-1.389.900 1.922.200
Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten
551.800
Overhead
422.500
BTW
545.500
Totale kosten
3.442.000
Opbrengst rioolheffing
3.442.000
Dekkingspercentage
100%
De tarieven rioolheffing zien er voor 2024 dan als volgt uit: Rioolheffing woningen
2023
2024
Eenpersoonshuishoudens
65,40
67,32
Tweepersoonshuishoudens
125,76
129,48
Huishouden van 3 of meer personen
193,20
198,96
Paragrafen
79
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 Rioolheffing niet-woningen
2023
2024
Percentage van de WOZ
0,0421%
0,0434%
met een maximum van
3.700,00
3.700,00
van 0 m3 t/m 20 m3
0,00
0,00
van 21 m3 t/m 500 m3
86,50
89,10
van 501 m3 t/m 1.000 m3
473,80
488,00
van 1.001 m3 t/m 1.500 m3
950,60
979,10
van 1.501 m3 t/m 2.000 m3
1.719,00
1.770,60
van 2.001 m3 t/m 3.000 m3
2.537,90
2.614,00
van 3.001 m3 t/m 4.000 m3
4.779,20
4.922,60
van 4.001 m3 t/m 8.000 m3
6.428,20
6.621,00
van 8.001 m3 t/m 15.000 m3
9.514,10
9.799,50
meer dan 15.000 m3
13.980,10
14.399,50
Overige gebruikers:
Overige heffingen en rechten Leges burgerzaken, omgevings- en APV-vergunning Voor producten en diensten die de gemeente aan burgers, bedrijven en anderen verleent, worden leges in rekening gebracht. De belangrijkste hiervan zijn de leges voor burgerzaken (paspoort, rijbewijs, huwelijksvoltrekking, enz.), aanvraag APV-vergunningen en omgevingsvergunningen. Bij de bepaling van de hoogte van de legestarieven wordt gekeken naar de kostendekkendheid. De leges worden geheven voor verstrekte diensten en producten. Een aantal tarieven van leges zijn wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van leges maximaal kostendekkend mogen zijn. Volgens de gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Het is mogelijk om kruissubsidiëring toe te passen. Daarmee wordt verstaan: het hoger stellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden.
Paragrafen
80
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 De kosten en opbrengsten van de leges zien er als volgt uit: Berekening kostendekkendheid leges
paragraaf
1 Burgerlijke stand
34.700
27.600
Totale Kosten 62.300
paragraaf
2 Reisdocumentenen Nederlandse identiteitskaart
549.000
177.200
726.200
674.000
93%
paragraaf
3 Rijbewijzen
136.800
74.400
211.200
193.200
91%
paragraaf
4 Verstrekkingenin het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
15.200
7.700
22.900
6.600
29%
paragraaf
5 Bestuursstukken
0
0
0
0
0%
paragraaf
6 Vastgoedinformatie
0
0
0
0
0%
paragraaf
7 Overige publiekszaken
25.300
9.700
35.000
28.800
82%
paragraaf
8 Gemeentearchief
0
0
0
0
0%
paragraaf
9 Bijzondere wetten
17.000
16.300
33.300
53.200
160%
paragraaf
10 Gereserveerd
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING
Taakveld Overhead
Totale Kostendekking Opbrengsten 48.000 77%
0
0
0
0
0%
TOTAAL ALGEMENE DIENSTVERLENING
778.000
312.900
1.090.900
1.003.800
92%
HOOFDSTUK 2 OMGEVINGSWET
Taakveld Overhead
Totale Kosten
874.300 782.900
1.657.200
paragraaf 1
Algemene bepalingen
paragraaf 2
Voorfase
paragraaf 3
Bouwactiviteiten
paragraaf 4
Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
paragraaf 5
Milieubelastende activiteiten
paragraaf 6
Overige activiteiten
paragraaf 7
Maatwerkvoorschriften
paragraaf 8
Gelijkwaardigheid
paragraaf 9
Overige tarieven
paragraaf 10
Modaliteiten
paragraaf 11
Vermindering
paragraaf 12
Teruggaaf
Totale Kostendekking Opbrengsten
-
1.314.100
79%
-
-
874.300
HOOFDSTUK 3 EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN
Taakveld Overhead
paragraaf 1
Horeca
13.000
8.700
Totale Kosten 21.700
paragraaf 2
Seksbedrijven
5.000
0
5.000
0
0%
paragraaf 3
Winkeltijdenwet
300
300
600
300
50%
paragraaf 4
Organiseren evenement of markt
5.200
200
5.400
300
6%
paragraaf 5
Standplaatsen
0
0
0
400
0%
paragraaf 6
Huisvestingswet 2014
0
0
0
0
0%
paragraaf 7
In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
1.600
800
2.400
3.500
146%
TOTAAL DIENSTVERLENING EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN
25.100
10.000
35.100
11.200
32%
1.677.400 1.105.800
2.783.200
2.329.100
84%
KOSTENDEKKING LEGES TOTALE TARIEVENTABEL
782.900
-
TOTAAL LEGES OMGEVINGSVERGUNNING
1.657.200
1.314.100
79%
Totale Kostendekking Opbrengsten 6.700 31%
Lijkbezorgingsrechten Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen in Barendrecht worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten. De in de lijkbezorgingskosten te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Berekening kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten
2024
Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie
383.500
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente Netto kosten van de activiteit
515.300 898.800
Overhead
317.300
Totale kosten
1.216.100
Opbrengst lijkbezorgingsrechten
680.200
Dekkingspercentage
56%
Paragrafen
81
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 Marktgelden De marktgeldenverordening is uitgebreid en zal worden omgedoopt tot de ‘verordening op de heffing en invordering van de fysieke leefomgeving’. Hierin worden naast de tarieven voor de weekmarkten, ook de tarieven voor energiegebruik, de losse standplaatsen en objecten op de openbare weg, zoals containers, in de verordening opgenomen. Dat betekent, dat de kostenonderbouwing ook deze onderdelen bevat. Wij bieden uw raad deze marktverordening ter vaststelling aan in december 2023. De kosten en opbrengsten zijn als volgt: Berekening kostendekkendheid marktgelden
2024
Kosten van de activiteit vanuit de gemeente Netto kosten van de activiteit
57.900
Overhead
17.300
Totale kosten
75.200
Opbrengst marktgelden
71.200
57.900
Dekkingspercentage
95%
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Indien de belastingplichtige niet, of slechts met veel moeite, de aanslag kan betalen, kan deze onder wettelijk vastgestelde voorwaarden in aanmerking komen voor kwijtschelding. De kwijtscheldingen lopen via het SVHW. De kwijtscheldingen hebben betrekking op de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De kosten van verleende kwijtscheldingen worden doorberekend in de tarieven van de betreffende heffingssoorten. In de begroting zijn de volgende bedragen opgenomen voor kwijtschelding: Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
2024
Rioolheffing
106.300
Afvalstoffenheffing
140.700
Totaal
247.000
Paragrafen
82
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 Woonlasten (lokale lastendruk) Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. De woonlasten voor de inwoners (woningen) zijn als volgt: Omschrijving
2023
2024
+ = stijging en - = daling van lasten
Afwijking Absoluut
In %
A1: Eénpersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik
65,40
67,32
1,92
3%
Afval
216,48
Totaal
281,88
225,00
8,52
4%
292,32
10,44
4%
Rioolgebruik
125,76
129,48
3,72
3%
Afval
338,16
351,36
13,20
4%
Totaal
463,92
480,84
16,92
4%
Rioolgebruik
193,20
198,96
5,76
3%
Afval
395,76
411,24
15,48
4%
Totaal
588,96
610,20
21,24
4%
1,92
3%
B1: Tweerpersoonshuishouding met een huurwoning
C1: Meerpersoonshuishouding met een huurwoning
A2: Eénpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde va n € 485.500 * Rioolgebruik
65,40
67,32
Afval
216,48
225,00
8,52
4%
OZB-eigendom**
410,26
426,27
16,01
4%
Totaal
692,14
718,59
26,45
4%
B2: Tweepersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 485.500* Rioolgebruik
125,76
129,48
3,72
3%
Afval
338,16
351,36
13,20
4%
OZB-eigendom**
410,26
426,27
16,01
4%
Totaal
874,18
907,11
32,93
4%
C2: Meerpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 485.500* Rioolgebruik
193,20
198,96
5,76
3%
Afval
395,76
411,24
15,48
4%
OZB-eigendom**
410,26
426,27
16,01
4%
Totaal
999,22
1.036,47
37,25
4%
* Gemi ddel de WOZ-wa a rde o.b.v. ges cha tte wa a rdes tijgi ng va n 3,3%, t.o.v. WOZ wa a rde 2023: €470.000 (Coel o)
Paragrafen
83
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 Barendrecht ten opzichte van buurgemeenten Om de woonlasten in de gemeente Barendrecht te kunnen vergelijken, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde COELO-Atlas (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). Uit de gemeentelijke belastingtarieven wordt jaarlijks een samenvattend getal afgeleid, dat weergeeft hoe hoog deze lasten zijn. We gaan hierbij uit van een gezin (meerpersoonshuishouden) in een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. Tarieven per gemeente 2023 afvalstoffenheffing
rioolheffing
OZB tarief
gemiddelde woningwaarde
woonlasten*
Barendrecht
396
193
0,0873%
470.000
999
Zwijndrecht
347
322
0,0862%
375.000
957
H.I. Ambacht
404
202
0,0918%
442.000
949
Ridderkerk
387
206
0,0907%
370.000
929
Albrandswaard
381
294
0,1038%
494.000
1.188
Gemeente
*Coelo-Atlas 2023
Bron: Coelo-Atlas van de lokale lasten 2022 en 2023
Paragrafen
84
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027
2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Aanleiding en achtergrond De Gemeente Barendrecht voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen. 2. Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd t/m 26 juni 2023. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst. De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht.
De gevolgen van externe invloeden zoals die van de oorlog in Oekraïne, de aanhoudend hoge inflatie, de krappe arbeidsmarkt en de brandstofprijzen laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. De gedeeltelijke ontvlechting van de BAR-Organisatie is verwerkt in het cluster risico m.b.t. de BAR-Organisatie (nieuwe stijl) zoals u die aantreft in de top 10. Het betreft hierbij de risico-inschattingen gericht op de begroting van 2024 zoals deze op dit moment kunnen worden gedaan. De risico’s zullen in de loop van 2024 op basis van de werkelijke situatie verder worden aangescherpt. In deze berekening is reeds rekening gehouden met een aan de BAR-Organisatie nieuwe stijl toegekende algemene reserve van maximaal 2% van haar begroting (initiële stand van deze reserve is € 500.000). Het risico van de BAR-Organisatie nieuwe stijl is hierdoor in dit gemeentelijk risicoprofiel flink afgenomen. In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 90% van alle geïdentificeerde risico’s.
Paragrafen
85
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027
Nr. 1/-
Tien belangrijkste financiële risico’s gemeente Barendrecht Risico Maatregelen/Opmerkingen Klasse Financieel gevolg Risicocluster Project de Stationstuinen Gecontroleerde projectomgeving, 4 max.€ 7.083.000
2/1 Risicocluster tekorten uitvoering gedecentraliseerde taken
+
GRBAR organisatie nieuwe stijl, monitoring/ benchmarking, business intelligence, competentie-ontwikkeling, SPP GRBAR organisatie nieuwe stijl, Proces meldpunt datalekken, beheer register gegevensverzamelingen, Compliance.
4
4/5 Risicocluster uitvoering JeugdwetBeperkte invloed, transformatie keten, tekorten die ontstaan in de uitvoering monitoring/ benchmarking, business van de Jeugdwet intelligence 5/3 Risico dat de BAR-organisatie haar GRBAR organisatie nieuwe stijl, taken niet kan uitvoeren binnen het monitoring, business intelligence, beschikbaar gestelde budget. competentieontwikkeling. 6/6 Faillissement van derden of instellingen Frequent toepassen audits, Analyse bij wie borgstellingen, garanties, P&C voortgangsrapportages van leningen of vorderingen uitstaan kan instellingen. leiden tot onvoorziene uitgaven.
4
max.€ 1.000.000
4
max.€ 915.000
4
max.€ 1.000.000
7/7 Risico tekorten in open eind-regelingen Schulddienstverlening, Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand 8/9 Cluster WMO gerelateerde risico's. Overschrijding van budget(ten) 9/8 Risico's projecten
5
max.€ 400.000
5
max.€ 400.000
4
max.€ 500.000
3
max.€ 400.000
3/4 Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving beveiliging data/ informatie/ gegevens/ privacy
10/10 Financiële en imagorisico's op door de gemeente gesubsidieerde instellingen
Totaal van alle risico 's: € 16.232.000
Schulddienstverlening: preventie, competentieontwikkeling, business intelligence Beperkte invloed, GRBAR organisatie, monitoring, business intelligence Gecontroleerde projectomgeving, scenario-analyse/ risicoanalyse Frequent toepassen audits, voortgangsrapportages van instellingen.
max.€ 1.500.000
~ 5
max.€ 1.000.000
+ + ~ ~ + + ~
Bedragen in top 10 zijn afgerond op €1.000
- Risico daalt in de top 10 en/of neemt af. + Risico stijgt in de top 10 en/of neemt toe. ~ Risico blijft gelijk in de top 10. ! Aandachtvestiging/opmerking i.v.m. ontwikkelingen Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren, met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd. Bijgevoegde tabel geeft aan hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen.
Paragrafen
86
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 Kwantiteit Referentiebeelden
Kansklasse Toelichting kansklasse
10%
0 of 1 keer per 10 jaar 1
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30%
1 keer per 5 – 10 jaar 2
Deze klasse hanteren we voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
50%
1 keer per 2 – 5 jaar
3
Deze klasse hanteren we voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70%
1 keer per 1 – 2 jaar
4
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90%
1 keer per jaar of meer
5
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.
Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doe dit met behulp van risicoanalyse software. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen 100.000 keer doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. We doen dit vooral omdat het reserveren van het maximale bedrag € 16.232.000 ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage
Bedrag
10%
€ 3.770.461
25%
€ 4.583.573
50%
€ 5.783.740
75%
€ 7.298.958
90%
€ 8.663.028
95%
€ 9.383.186
Uit de tabel met zekerheidspercentages volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van €8.663.028 (benodigde weerstandscapaciteit). 3. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Barendrecht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Beschikbare weerstandscapaciteit
Algemene reserve
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
14.115.700
8.999.400
9.092.100
10.818.400
9.455.100
4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. 31-12-2023 Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
14.115.700 8.663.000
=
1,63
31-12-2024 Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
8.999.400 8.663.000
=
1,04
31-12-2025 Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
9.092.100 8.663.000
=
1,05
31-12-2026 Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
10.818.400 8.663.000
=
1,25
31-12-2027 Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
9.455.100 8.663.000
=
1,09
Paragrafen
87
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027
Het ratio weerstandsvermogen van de gemeente Barendrecht valt met 1,63 voor de begroting 2024 binnen klasse B, wat staat voor ruim voldoende weerstandsvermogen. Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 – 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 – 1,4
Voldoende
D
0,8 – 1,0
Matig
E
0,6 – 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
5. Kengetallen In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en het jaarverslag worden kengetallen opgenomen voor de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de schuldratio, de solvabiliteitsratio, de structurele exploitatieruimte, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. Deze kengetallen maken het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente.
Kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Realisatie 2022 Prognose 2023 Prognose 2024 Prognose 2025 Prognose 2026 Prognose 2027 85,2% 26,1% -3,4% 3,3% 111,6%
103,6% 21,3% -2,6% 1,2% 110,5%
119,5% 17,9% -1,4% 0,9% 109,7%
116,0% 18,3% 1,3% -1,7% 109,7%
122,5% 16,8% -1,0% 1,9% 109,7%
105,4% 17,5% 0,1% -4,1% 109,7%
De kengetallen laten op de kengetallenmonitor voor de schuldquote een middelhoge score zien en voor de solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit een hoge risicoscore. De grondexploitatie heeft een lage risicoscore. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in 3 categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote
Kengetal
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
>50%
20-50%
<20%
Structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
Grondexploitatie
<20%
20-35%
>35%
Belastingcapaciteit
<95%
95-105%
>105%
Paragrafen
88
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De kengetallen fluctueren nogal. Dit komt omdat het percentage volgens de voorschriften bepaald moet worden op basis van de begrote inkomsten. De berekening is als volgt: bedragen * 1.000 Netto schuldquote Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Totale bruto schuld Financiële activa (verstrekte leningen) Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totale netto schuld H. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Netto schuldquote
Prognose
Realisatie 2022 116.835 7.383 22.653 146.871 1.166 15.696 333 13.744 115.932 136.128 85,2%
+ + + -
Prognose
2023 118.674 20.552 22.653 161.879 1.153 11.141 0 13.744 136.994 132.261 103,6%
2024 147.523 20.487 22.653 190.663 1.150 11.141 0 13.744 165.778 138.722 119,5%
Prognose
2025 144.777 20.340 22.653 187.770 1.148 11.141 0 13.744 162.885 140.407 116,0%
Prognose
Prognose
2026 152.597 20.519 22.653 195.769 1.146 11.141 0 13.744 170.884 139.554 122,5%
2027 136.576 21.068 22.653 180.297 1.146 11.141 0 13.744 155.412 147.485 105,4%
De schuldquote blijft de komende jaren in de klasse middel risico, in verband met de financiering van investeringen. In de meerjarenbalans is te zien dat de boekwaarde van de activa de komende jaren hoog blijft. De solvabiliteit geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Dit is ca. 18% voor 2024, wat betekent dat 82% met vreemd vermogen is gefinancierd. bedragen * 1.000 Solvabiliteit A. Eigen vermogen B. Totaal passiva Solvabiliteit
+ ∕
Realisatie 2022 56.714 217.678 26,1%
Prognose
2023 46.322 217.227 21,3%
Prognose
Prognose
2024 43.197 241.506 17,9%
2025 43.438 237.655 18,3%
Prognose
Prognose
2026 40.722 241.827 16,8%
2027 39.475 225.297 17,5%
De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering en opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (inclusief rente en aflossingen van leningen) te dekken. bedragen * 1.000 Structurele exploitatieruimte A. Saldo van baten en lasten B. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves C. Begrotingssaldo = A+B
+ +
D. Waarvan incidentele baten en lasten E. Structureel begrotingssaldo = C-D
-
F. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) G. Structurele exploitatieruimte =E/F
∕
Realisatie 2022 -518 4.777 4.259 overschot 8.923 -4.664 tekort 136.128 -3,4%
Prognose
Prognose
Prognose
2023 2024 2025 -10.392 -3.125 241 6.026 3.218 1.485 -4.366 93 1.726 tekort overschot overschot -952 2.073 -36 -3.414 -1.980 1.762 tekort tekort overschot 132.261 138.822 140.407 -2,6% -1,4% 1,3%
Prognose
Prognose
2026 2027 -2.716 -1.247 1.353 1.313 -1.363 66 tekort overschot -36 -36 -1.327 102 tekort overschot 139.554 147.485 -1,0% 0,1%
Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Hoe lager het percentage hoe beter. bedragen * 1.000 Grondexploitatie A. Bouwgronden in exploitatie
Realisatie
Prognose
Prognose
2022
2023
2024
2025
2026
2027
+
4.499
1.634
1.220
-2.396
2.637
-5.978
4.499
1.634
1.220
-2.396
2.637
-5.978
/
136.128
132.261 1,2%
138.772 0,9%
140.407 -1,7%
139.554 1,9%
147.485 -4,1%
Totale bouwgronden B. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Grondexploitatie
3,3%
Paragrafen
Prognose Prognose
Prognose
89
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Coelo heeft de definitie van de WOZ-waarde aangepast naar alleen de waarde van de koopwoningen. Daarvoor werd uitgegaan van de waarde van de koop- en huurwoningen tezamen. De gemiddelde WOZ-waarde van koopwoningen geeft een beter beeld van de gemiddeld betaalde ozb door huishoudens met een koopwoning. Hierdoor valt de OZB-waarde en dus de berekende OZB-last in onderstaand overzicht hoger uit ten opzichte van vorige overzichten van de woonlasten. Barendrecht zit in 2024 boven het landelijk gemiddelde met 109,7%. Hier zit wel een licht dalende trend ten opzichte van 2022 en 2023. Het percentage is gebaseerd op de woonlasten van een meerpersoonshuishouden. bedragen * 1.000 Realisatie Realisatie
Belastingcapaciteit
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
2022
2023
2024
2025
2026
2027
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
+
415
410
426
426
426
426
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
+
188
193
199
199
199
199
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin
+
302
396
411
411
411
411
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin
-
0
0
0
0
0
0
905
999
1.036
1.036
1.036
1.036
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde E. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1
/
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor
811
904
944
944
944
944
111,6%
110,5%
109,7%
109,7%
109,7%
109,7%
6. Trends en ontwikkelingen risicoprofiel Barendrecht In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. In deze paragraaf worden onzekerheden en risico’s toegelicht en daarbij worden negatieve scenario’s als input gebruikt. Project de Stationstuinen: In dit grote project wordt in een periode van ongeveer 10 jaar een moderne wijk met circa 3500 woningen gerealiseerd. De ontwikkeling van de risico’s hierbij zal fluctueren. In de fase waarin het project zich bevindt zijn er verschillende scenario’s denkbaar als het gaat om bijvoorbeeld specifieke parkeeroplossingen en mogelijke verwerving van grond. Het hoge prijsniveau van grond-/ brandstoffen, bouwmateriaal en personeel heeft uiteraard ook invloed op de hoogte van het risico dat dient te worden beheerst. Momenteel is dit risicocluster met circa € 7 mln. aan maximaal berekend risico de grootste in het risicoprofiel van de gemeente. Gezien de omvang van het project is er geen sprake van een buitensporig risico. Derhalve wordt er ook rekening gehouden met scenario’s waarin het bestemmingsplan onverhoopt vertraging oploopt of in het meest negatieve geval niet goed wordt gekeurd.
Binnen het sociaal domein is landelijke een aanhoudende trend te zien van stijgende kosten als het gaat om de Wmo en de Jeugdwet. De kosten voor de uitvoering van de participatiewet zijn stabieler. De omvangrijke bezuinigingsplannen van het kabinet op de uitvoering van de Jeugdzorg zijn vooruit geschoven maar zullen komende jaren uitgevoerd gaan worden. De toenemende hulpvraag onder jongeren is zorgelijk en de beperkte beschikbaarheid van passende hulpverlening dragen bij aan het aanhouden van een stevige risico’s in het gemeentelijk risicoprofiel. Decentralisaties/ nieuwe & aangepaste wettelijke taken. Het transformeren naar een uitgebalanceerde uitvoeringsorganisatie voor de vanuit de het rijk gedecentraliseerde taken als wel het implementeren en ten uitvoer leggen van nieuwe en aangepaste wetten en regelgeving is en blijft een zeer complexe en uitdagende opgave en vormt een groot risico. ICT/ Informatiebeveiliging. De bescherming van alle gevoelige informatie en het aanbieden van moderne en veilige digitale product- en dienstverlening ontkomt ook niet aan oplopende kosten van noodzakelijk onderhoud, beheer en doorontwikkeling. De kosten voor ICT en informatiebeveiliging lopen de laatste jaren sneller op. Burgers verwachten daarbij steeds meer op het gebied van digitale dienstverlening.
De gemiddelde kosten op ICT-gebied per inwoner ontwikkelt zich komende periode voorbij de € 100. Het risico dat wordt opgenomen in het risicoprofiel neemt qua invloed toe en stijgt in de top 10. De BAR-organisatie nieuwe stijl zal zich in 2024 specifiek bezig gaan houden met de bedrijfsvoering voor en namens de gemeente en is niet langer de uitvoeringsorganisatie. De mensen werkzaam binnen de primaire
Paragrafen
90
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 taakvelden gaan met ingang van 2024 over naar de BAR-gemeenten. Het risico bestaat dat de krappe arbeidsmarkt niet of minder voorziet in geschikte kandidaten voor de diverse vacatures die hier straks vacant zijn/komen. Het risico bestaat dat het personeelsverloop toeneemt door al de veranderingen in 2024. Het ziekteverzuim ligt over een langere periode al boven het landelijke gemiddelde en vormt ook komende periode een risico. De kans dat er meer kosten worden gemaakt voor inhuur is hiermee groot. Ontvlechting BAR-organisatie: Na de zomer wordt de plaatsing van het personeel afgerond en wordt duidelijker welke risico’s de gemeente kan lopen op de uitvoerbaarheid van de primaire taken per 1 januari 2024, als het gaat om de feitelijke bezetting. De meeste medewerkers zullen hun werk volgen in de nieuwe situatie. De (niet primaire) taken die vallen onder het technische beheer en het ondersteunen van de product- en dienstverlening van de gemeente(n) blijven bij de BAR-Organisatie nieuwe stijl. Bedrijfsvoeringsrisico’s blijven per 2024 dus ook de kern van het risicoprofiel van de BAR-Organisatie nieuwe stijl. De risico’s voor de uitvoering van de wetten en regels, het leveren van producten en diensten (primaire taken) door de gemeenten blijven dus ook in de nieuwe situatie de kern van het risicoprofiel van de gemeente.
De oorlog in Oekraïne heeft gevolgen voor de gemeente. Het realiseren van opvang en huisvesting voor de korte en langere termijn organiseren kunnen van invloed zijn op de benodigde weerstandscapaciteit. Er gaat ambtelijke capaciteit naar de opvang, begeleiden, huisvesten van vluchtelingen en de administratieve (financiële) organisatie hieromtrent. Aan de opvangtaak van de gemeente zijn vergoedingen gekoppeld. Vooralsnog geldt de insteek dat de gemeente geen financiële schade op mag lopen door de taken die hierin ontstaan. We houden er rekening mee dat de kans op financiële schade als gevolg van de oorlog alsnog kan ontstaan met het aanhouden er van. Hoge energieprijzen, hoge inflatie: Niet alleen van gas, olie en benzine, maar ook van voedingsmiddelen, ruwe grondstoffen en bouwmaterialen blijven de prijzen stijgen. Dit zorgt ervoor dat de inflatie naar verwachting voorlopig flink boven gemiddelde waarde blijft. De koopkracht neemt vooralsnog af en voor steeds meer huishoudens, bedrijven en instellingen kan dit problemen op gaan leveren. Bouw- en onderhoudskosten lopen eveneens op en kunnen tot hogere uitgaven leiden. Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand: De groep huishoudens die het risico loopt de vaste lasten niet meer te kunnen betalen neemt toe en beperkt zich niet tot vooral de lage inkomens.
Een groeiende groep inwoners en ondernemers zal naar verwachting een beroep gaan doen op ondersteuning bij het voorkomen/beperken van schulden en/of faillissement. De gemeente zal ook steeds meer last krijgen van bovengenoemde ontwikkelingen als het gaat om bijvoorbeeld het assetmanagement (beheer en onderhoud van gemeentelijke eigendommen zoals gebouwen, gemalen etc.). Bouw- en onderhoudsbedrijven hebben veel werk terwijl personeel schaars is en grondstoffen en bouwmateriaal veel duurder worden. Bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en decentrale overheden (risico Rijksbijdrage gemeentefonds) Er is sprake van een (toegenomen) disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden. Onder andere de schommelingen in de bijdragen van het gemeentefonds en onzekerheid over de toekomst van de verdeling van het gemeentefonds vormt een risico.
Paragrafen
91
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027
3. § Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Onze buitenruimte bestaat uit verschillende openbare voorzieningen zoals wegen, verlichting, groen, speeltoestellen, water etc. Dit zijn onze kapitaalgoederen. Voor veilig gebruik en om kapitaalvernietiging te voorkomen, is verzorgend, cyclisch en projectmatig onderhoud nodig. Aan het eind van de levensduur is rehabilitatie of vervanging noodzakelijk. Het is niet alleen belangrijk om onze kapitaalgoederen voor de huidige gebruikers duurzaam in stand te houden, maar ook voor toekomstige generaties. En omdat goed te organiseren zijn beheer- en beleidsplannen essentieel. Onderstaande tabel geeft een overzicht van die plannen. Beheerplan
Jaar van vaststelling
Jaar van herziening
Financiële reserve/ voorziening
Gemeentelijk beleid
Wegen
2023
2026
Nee
- Beheerplan wegen gemeente Barendrecht 20222026 (2022) - Herijking Integrale Visie Openbare Ruimte (2013)
Civiele Kunstwerken
2020
2025
Nee
Openbaar groen en bomen
2020
2023
Nee
Openbare verlichting
2020
2025
Nee
Speelvoorzieningen
2020
2023
Nee
Straatmeubilair en
2015
2025
Nee
- Herijking Integrale Visie Openbare Ruimte (2013) - Groenbeleidsplan 'Barendrecht ziet groen' (2008) - Appendix duurzaamheid beleidsplan openbare verlichting (2015) - Beleidsplan openbare verlichting (2004) - Notitie schoolpleinen (2013) - Speelruimteplan 2010-2020 (2009)
Verkeersvoorzieningen
- Algemene Plaatselijke Verordening (APV) (2020) - Parkeernota Barendrecht (2012) - Parkeernormen gemeente Barendrecht 2018 (2018)
Riolering
2017
2023
Ja
- Het Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022 (2017)
Waterhuishouding
2020
2025
Nee
- Waterbeheerprogramma 2022-2027 WSHD (2021) - Gewijzigde nota bodembeheer (2021)
Accommodaties
Ja
- Kadernota Vastgoed (2014) - Integraal HuisvestingsPlan (IHP)
Wegen Het beheer van gemeentelijke wegen, fiets- en voetpaden richt zich niet alleen op veilig gebruik maar ook op afvoer van hemelwater en bestrijden van onkruid. Naast landelijke normen houden we rekening met vastgestelde kwaliteitsniveaus. Met periodieke inspecties, lokale metingen en schouwen krijgen we informatie over de toestand van onze verhardingen. Met behulp van een geautomatiseerd beheerprogramma vertalen we deze informatie naar een meerjarenonderhoudsplanning. Deze planning stemmen we af met andere werkzaamheden en planontwikkelingen in de buitenruimte. In dezelfde inspectie nemen we ook het klein onderhoud mee. Dat zijn kleinere gebreken die op korte termijn opgelost/gerepareerd kunnen worden. Direct onderhoud vindt plaats als de (verkeers)veiligheid in het geding is. Ook asfaltonderhoud voeren we op tijd uit. Bij uitstel zijn immers na verloop van tijd zwaardere (en duurdere) maatregelen nodig en is er kans op kapitaalvernietiging. Bij elementenverharding is dat minder; uitstel is vooral te zien aan een teruglopende beeldkwaliteit. Civiele kunstwerken Civiele kunstwerken zijn bruggen, tunnels, viaducten, duikers, damwanden, kademuren, steigers en dijktrappen. Elk civiel kunstwerk laten we iedere vijf jaar uitgebreid inspecteren conform landelijke kaders en richtlijnen.
Houten bruggen en kunstwerken vragen meer onderhoud en daarom laten we die in de tussenliggende periode nog een aantal keer visueel schouwen. Op basis van de inspectieresultaten bepalen we de jaarlijkse onderhouds- en vervangingsmaatregelen. Deze variëren van klein onderhoud (schilderen, brugdekdelen repareren, slijtlagen vervangen, metselwerk herstellen etc.) tot grootschalige vervanging. Openbaar groen in beheer bij gemeente Onze bomen, struiken, rozen, vaste planten, hagen en gras bepalen in belangrijke mate het groene beeld van de gemeente. Bomen laten we minimaal 1x per 3 jaar inspecteren (zorgplicht). De resultaten van de jaarlijkse boomveiligheidscontrole zijn leidend voor het uitvoeren van veiligheids- en snoeimaatregelen. Het beheer is
Paragrafen
92
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 gericht op een optimale groeibegeleiding en duurzame boomontwikkeling. Beplanting en gras onderhouden we conform een vastgesteld kwaliteitsniveau. Op bestek basis voeren lokale aannemers het dagelijks onderhoud uit (snoeien beplanting, schoffelen onkruid, knippen hagen, maaien gras etc.) Beschadigde of dode bomen en beplanting vervangen we (inboet). Dat geldt ook voor bomen en beplanting aan het eind van de levensduur, bij afnemende vitaliteit, ziektes of onbeheersbare situaties (planmatig onderhoud). Groenrenovaties en boomvervangingsprojecten leggen we voor en bespreken we met direct omwonenden. Bij aanplant van bomen in verharding schenken we aandacht aan het verbeteren van de ondergrondse groeiruimte. Ook proberen we de buitenruimte klimaatadaptiever in te richten (extra bomen aanplanten, meer biodiversiteit creëren, tegels vervangen door groen ed.) Openbare verlichting We werken al geruime tijd aan de ledtransitie. Armaturen die we nog niet vervangen, rusten we uit met zogenaamde retrofit ledlampen. Armaturen hebben een gemiddelde levensverwachting van 20 tot 25 jaar. Om kapitaalvernietiging te voorkomen, wegen we de restlevensduur van oude armaturen af tegen de kosten voor een snellere overstap naar compleet nieuwe ledarmaturen. Bij lampvervanging laten we onze lichtmasten visueel inspecteren (gemiddeld elke vier jaar).
Stabiliteits-/sterktemetingen vinden plaats wanneer lichtmasten 40 jaar oud zijn. Onveilige situaties lossen we direct op. Speelvoorzieningen Speeltoestellen worden elk jaar vier keer op veiligheid geïnspecteerd. Onveilige situaties lossen we gelijk op. De gemiddelde levensduur van speeltoestellen is ongeveer 12 jaar. We houden hierbij geen rekening met vandalisme, wel met slijtage door intensief gebruik. Naast veiligheid kunnen sterk gewijzigde demografische gegevens in een wijk of het einde van de levensduur van de speeltoestellen, aanleiding zijn om een speelplek op de herinrichtingsplanning te zetten. Gebruikers en buurtbewoners betrekken we bij de voorbereiding. Daarbij bieden we eerst de mogelijkheid ideeën kenbaar te maken. Op basis van de meest realistische ideeën maken we twee ontwerpen. Tenslotte kan iedereen –bij voorkeur de kinderen– hieruit een keuze maken. Het ontwerp met de meeste stemmen leggen we aan. Straatmeubilair Straatmeubilair is het meubilair in de openbare ruimte dat niet primair wordt aangebracht om het verkeer te geleiden, maar te voorzien in behoeften van allerlei aard. Voorbeelden zijn zitbanken, fietsenrekken, hekwerken, afvalbakken etc. Het onderhoud richt zich op het schoon, bruikbaar, heel en veilig houden. Aan het einde van de technische levensduur vervangen we die objecten die niet meer gerepareerd kunnen worden.
Daarbij kijken we ook of het object nog functioneel is en het nog aan de gebruiksbehoefte voldoet. Riolering De uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de riolering zijn vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2022. Het GRP wordt in 2023 vervangen door het Programma Stedelijk Water (PSW) 2023-2027. Ook hierin staat hoe de gemeente haar wettelijke zorgplicht –voor afvalwater, hemelwater en grondwater– invult. Met de zorg voor riolering wordt gewerkt aan bescherming van de volksgezondheid, veiligheid en kwaliteit van de leefomgeving en bescherming van het milieu en de natuur. Het taakveld riolering is een kostendekkend product. Dit betekent dat alle kosten die hiermee gepaard gaan via de rioolheffing in rekening worden gebracht. Ook bouwen we een financiële voorziening op voor toekomstige vervangingsinvesteringen. Klimaatverandering is in heel Nederland voelbaar. Wateroverlast bij forse regenbuien is niet alleen op te lossen met het aanleggen van grotere rioolbuizen. Daarnaast hebben we ook te maken met perioden van extreme droogte. Om tot een goed evenwicht te komen van vasthouden, bergen en (vertraagd) afvoeren van hemelwater, bekijken we deze vraagstukken integraal. Dit doen we in samenwerking met andere beheerdisciplines, inwoners, ondernemers en het waterschap Hollandse Delta. Kortom: maatwerk voor ieder vraagstuk afzonderlijk.
Bij het reinigen van riolering wordt de helft ook direct geïnspecteerd. Deze inspectieresultaten vormen de basis voor een (grootschalig) renovatie- of vervangingsplan en het uitvoeren van kleine reparaties. Daarnaast vervangen we riolering bij integrale projecten in de buitenruimte. Ook renoveren we de komende jaren veel oude drukrioleringsinstallaties. Daarbij zetten we in op optimalisatie van de pompinstallaties. Dit gebeurt door renovatie met innovatieve en duurzame nieuwe technieken. Afvalinzameling Het onderhoud, reiniging en de garantie van de ondergrondse containers is geborgd in een onderhoudsovereenkomst van de gemeente met de leverancier. Het betreft verzamelcontainers voor PMD/restafval, papier/karton, glas en gft-cocons. De (ondergrondse) container is onderdeel van de openbare
Paragrafen
93
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 ruimte (onroerende goederen) en komt als investering ten laste van de gemeente. De N.V. BAR Afvalbeheer faciliteert de gemeente in de aanschaf, plaatsing en het onderhoud van de ondergrondse containers. Voor het vervangen van verzamelcontainers is een meerjarenvervangingsplan opgesteld. Dit staat toegelicht bij 'Investeringen'. Waterhuishouding Op basis van steekproeven voor kwaliteits- en kwantiteitsmetingen van de baggeraanwas op de waterbodem bepalen we welke gemeentelijke watergangen worden gebaggerd. Het waterschap baggert haar eigen watergangen maar als de aanliggende grond van de gemeente is, heeft de gemeente een ontvangstplicht of betalen we het transport en de afvoer van deze bagger. Om de doorstroming te borgen, vindt in alle watergangen maaionderhoud plaats. Riet en waterplanten worden verwijderd waarbij ook stukken blijven staan (gefaseerd maaien uit oogpunt van ecologie). Beschoeiingen vervangen we op basis van inspecties waarbij veiligheid vaak doorslaggevend is. We vervangen alleen daar waar nodig of we vormen –waar mogelijk– beschoeiing om tot natuurvriendelijke oever. Onderhoud openbare ruimte De begrote bedragen voor het onderhoud van de openbare ruimte in 2024 zijn als volgt: Omschrijving groen
2024 3.686.800
wegen
2.494.500
riolering
2.111.200
straatreiniging
806.500
waterwegen
712.900
speelvoorzieningen
790.500
openbare verlichting
603.800
kunstwerken
129.400
gladheidsbestrijding
28.900
Budgetten openbare ruimte
11.364.500
Maatschappelijk Vastgoed Uitgangspunt voor het beheer en het onderhoud van de maatschappelijk vastgoedportefeuille is het (blijven) bieden van een functioneel voorzieningsniveau. De maatschappelijke vastgoedportefeuille faciliteert de gemeente beleidsdoelstellingen op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, welzijn, enzovoorts. Het onderhoud is onderverdeeld in het planmatig, dagelijks en meldingenonderhoud. Het planmatig onderhoud richt zich op het in stand houden van het vastgoed dat voldoet aan conditiescore 3 van de NEN2767(schoon, heel en veilig) en uiteraard aan de vigerende wet- en regelgeving van het Bouwbesluit. Conditiescore Omschrijving conditie
Toelichting
1
Uitstekend
Incidenteel geringe gebreken
2
Goed
Incidenteel beginnende veroudering
3
Redelijk
Plaatselijk zichtbare veroudering. Functievervulling van gebouw- en installatiedelen niet in gevaar
4
Matig
Functievervulling van bouw- en installatiedelen in gevaar
5
Slecht
De veroudering is onomkeerbaar
6
Zeer slecht
Technisch rijp voor sloop
Dagelijks onderhoud is onderhoud dat vooraf niet ingepland kan worden en meestal door gebruikers gemeld wordt. Ook wel meldingen en-of reparatieonderhoud genoemd. Onvoorziene kostbare storingen en-of wijzigingen in bouwregelgeving kunnen grote invloed hebben op het budget dagelijks onderhoud. Voor ieder gemeentelijk gebouw is een meerjarenonderhoudsprognose (MJOP) opgesteld met als uitgangspunt “conditiescore 3” conform de NEN 2767. Ook vanuit de nieuwe Omgevingswet die in werking zal gaan treden passen we duurzame maatregelen toe. Deze investeringen wordt zoveel mogelijk gecombineerd met het planmatig onderhoud. Wanneer vanuit (veranderde) wet- en regelgeving aanpassingen nodig zijn, treden wij indien nodig in overleg met gebruikers en/of (mede)eigenaren.
Paragrafen
94
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 Er zijn korte periodes, bijvoorbeeld uitzonderlijke warme zomers, in het jaar dat het klimaat in gebouwen onaangenaam is voor gebruikers. We kiezen ervoor om geen structurele of incidentele maatregelen te nemen t.a.v. het klimaat gebouwbeheersystemen voor deze korte periodes die hoge financiële kosten met zich meebrengen. Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed In het klimaatakkoord (onderschreven door VNG) zijn doelstellingen benoemd ten aanzien van de reductie van CO2-uitstoot. De doelstellingen zijn: 49% reductie in 2030 en 95% reductie in 2050, inclusief aardgasvrij. Uit een recente inventarisatie van het maatschappelijk vastgoed is gebleken dat met eerdere verduurzamingsprojecten reeds een reductie van 34% is gerealiseerd. Tot 2030 is daarom een aanvullende besparing van 15% nodig. Bij voorkeur wordt dit gerealiseerd door op natuurlijke vervangmomenten in te zetten op verduurzaming. Op dat moment worden de kosten daarvan pas inzichtelijk. Hierdoor blijven de bestaande onderhoudscycli in stand en wordt het gebouwenbestand zonder desinvesteringen steeds duurzamer Areaalgegevens Onderdeel Gemalen
Omschrijving Bergbezinkvoorziening
Aantal
Eenheid 1 stuks
Gemalen
CVK (Centrale VerdeelKast)
Gemalen
Drukriool
Gemalen
Groot gemaal (droog)
2 stuks
Gemalen
Groot gemaal (nat)
60 stuks
Gemalen
Oppervlaktewatergemaal
Groen
Boom
Groen
Cultuurbeplanting
Groen
Gras
Groen
Haag
57.475 vierkante meter
Groen
Natuurlijke beplanting
234.482 vierkante meter
Kunstwerken
Fiets-voetbruggen
104 stuks
Kunstwerken
Overige kunstwerken
208 stuks
Kunstwerken
Verkeersbruggen/viaducten
9 stuks 223 stuks
3 stuks 23.216 stuks 327.158 vierkante meter 2.128.997 vierkante meter
46 stuks
Openbare verlichting Armatuur
13.565 stuks
Openbare verlichting Lamp
14.018 stuks
Openbare verlichting Lichtmast
13.023 stuks
Riolering
Drukriolering
61.145 strekkende meter
Riolering
Rioolput
8.835 stuks
Riolering
Rioolvoorziening
Riolering
Vrijvervalleiding
Spelen
Kunstmatige valondergrond
Spelen
Schoolpleinen
17 stuks
Spelen
Speel en sportplekken
274 stuks
Spelen
Speeltoestellen
Verkeer
Markering
Verkeer
Verkeersbord
Verkeer
Verkeersteken (paal/drager)
3.831 stuks
Water
Natuurlijke oever
29.690 strekkende meter
Water
Natuurvriendelijke oever
4.379 strekkende meter
Water
Oeverbeschoeiing
89.537 strekkende meter
Water
Watergang
733.213 vierkante meter
Wegen
Asfalt
Wegen
Bestrating
Wegen
Goot
4.232 strekkende meter
Wegen
Kolken
32.340 stuks
Wegen
Overige verharding
30.261 vierkante meter
2 stuks 340.721 strekkende meter 7.227 vierkante meter
1.567 stuks 2.905.874 vierkante meter 5.164 stuks
792.796 vierkante meter 1.861.987 vierkante meter
Paragrafen
95
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027
4. § Financiering Algemeen In de paragraaf financiering beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2024 tot en met 2027. Naast enkele onderwerpen die verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie. Wettelijke kaders en Treasurystatuut De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. De uitwerking van deze kaders zijn vastgelegd in de financiële verordening 2023 en het treasurystatuut 2018. Het treasurystatuut zal eind 2023 worden herzien. Het college heeft 2021 de nota garantstellingen en leningen 2021 vastgesteld. In deze nota zijn de spelregels en beleidskaders rondom garantstellingen en leningen vastgelegd, bedoeld als uitwerking van hetgeen in het treasurystatuut is opgenomen. Rentevisie en beleid Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Het is, gezien de omvang van de bedragen, gewenst uw raad inzicht te geven in de keuzemogelijkheden en de factoren die invloed op de rente hebben. Dit alles vatten wij samen onder de term ‘rentebeleid’. We maken daarbij onderscheid tussen korte en lange rente.
Van korte rente is sprake bij leningen tot maximaal 1 jaar en van lange rente bij termijnen van 1 jaar of langer. Het is van belang de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt te volgen vanwege de mogelijke risico’s die deze voor ons inhouden. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend en maken gebruik van de (online) informatie van een aantal geldverstrekkers. De rente is de afgelopen jaren historisch laag geweest. De vooruitzichten voor de wereldeconomie zijn als gevolg van de oorlog in Oekraïne nogal onzeker. In eerste instantie stegen de prijzen van energie en grondstoffen sterk. Begin 2023 zijn de economische vooruitzichten weer wat verbeterd mede doordat de prijzen van olie en gas weer wat zijn gedaald. Overheden hebben bovendien maatregelen genomen om de gevolgen van de hoge prijzen te verlichten, echter de reële beschikbare inkomens van de inwoners zullen dalen. Het IMF verwacht voor 2024 een groei van rond 3%. De centrale banken zijn bezig met maatregelen om de inflatie onder controle te krijgen omdat de verwachting is dat deze boven de doelstelling blijft. De verwachting is dan ook dat de rente, met name voor de kortere looptijden, nog verder zal oplopen. De rente voor een kasgeldlening (looptijd < 1 jaar) was de afgelopen jaren negatief. Ook deze rente kent een stijgende trend.
Zolang het gunstiger is om voor liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten in plaats van gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening courant, maken we gebruik van deze faciliteit met inachtneming van de kasgeldlimiet. Rentevisie BNG De inflatie blijft zowel dit jaar als in 2024 duidelijk boven de doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB zal het monetaire beleid verder verkrappen. Hierdoor lopen de rentetarieven in met name de kortere looptijden verder op. Actueel euribor 3 mnd euroswap 5 jaar
3,35% 2,96%
Over een jaar Prognose BNG 4,0-4,2% 3,7-3,9%
euroswap 10 jaar euroswap 30 jaar
2,94% 2,61%
3,4-3,6% 2,9-3,1%
Renterisicobeheer In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s van de gemeente. Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: De rente-risiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar; En de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar.
Paragrafen
96
Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Onder herfinanciering verstaan we het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat er ruimte is binnen de renterisiconorm om eventuele extra investeringen of uitgaven ten behoeve van de grondexploitatie met lang vreemd vermogen te financieren. RENTERISICONORM EN RENTERISICO'S VAN DE VASTE SCHULD
Renterisico op vaste schuld 1. Netto renteherziening op vaste schuld 2. Betaalde aflossingen 3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)
2024 begroot 0 10.215 10.215
Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2024 4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Renterisiconorm
143.033 20% 28.607
Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3)
18.392
2025 begroot 0 11.215 11.215
bedragen * 1.000 2026 2027 begroot begroot 0 0 24.386 23.886 24.386 23.886
Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie ZuidHolland, inclusief een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. Hieronder is een prognose opgenomen van de kasgeldlimiet over 2024. Als er sprake is van een liquiditeitstekort, wordt afgewogen of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende financiering, afhankelijk van de rentestand en de financieringsbehoefte.
1e kw. 12.000 1.000
Totaal vlottende schuld Totaal vlottende middelen Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-) Kasgeldlimiet Begrotingstotaal 2024 vastgestelde percentage Ruimte onder kasgeldlimiet
bedragen x 1.000 2e kw 3e kw 12.000 12.000 1.000 1.000