CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2024 Barendrecht

gemeenteraad 7 november 2023, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Begroting 2024 meerjarenraming 2025-202736.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

2.262.200 12.404.200 -147.100 381.800 122.000 2.516.000 64.700 17.603.800

2.252.200 12.386.500 103.500 381.900 122.500 2.682.000 64.700 17.993.300

2.248.800 12.443.700 534.300 381.900 122.600 2.833.000 64.700 18.629.000

-1.449.600 -74.400 -572.100 -7.202.700 -4.208.700 -299.600 -77.550.000 8.000 -91.349.100

-1.482.000 -98.400 -571.700 -7.528.000 -4.490.300 -345.300 -83.813.000 -50.000 -98.378.700

-1.482.000 -98.400 -571.600 -7.561.900 -4.502.200 -345.300 -88.513.000 -100.000 -103.174.400

-1.482.000 -98.400 -571.600 -7.632.700 -4.506.000 -345.300 -86.387.000 -100.000 -101.123.000

-1.482.000 -98.400 -571.500 -7.709.000 -4.517.800 -345.300 -88.661.000 -100.000 -103.485.000

-71.765.100

-81.107.000

-85.570.600

-83.129.700

-84.856.000

Algemene dekkingsmiddelen

75

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027

Paragrafen Inleiding De 8 paragrafen geven voor het desbetreffende onderwerp een dwarsdoorsnede door de begroting. Een paragraaf is een verplicht onderdeel uit het BBV. Hieronder is een overzicht gegeven van de paragrafen die van toepassing zijn voor de gemeente Barendrecht: 1. § § Lokale heffingen 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. § Onderhoud Kapitaalgoederen 4. § Financiering 5. § Bedrijfsvoering 6. § Verbonden partijen 7. § Grondbeleid 8. § Wet Open Overheid (Woo) Deze paragrafen zullen hierna worden toegelicht.

Paragrafen

76

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027

1. § Lokale heffingen In deze paragraaf staat informatie over de gemeentelijke belastingen en gebonden heffingen, het beleid rondom de lokale heffingen, een overzicht van de tarieven, een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en de lokale lastendruk. Algemene uitgangspunten lokale heffingen Bij de uitgangspunten meerjarenramingen zijn de uitgangspunten voor het begrotingsjaar 2024 opgenomen. Ten aanzien van de gemeentelijke belastingen en heffingen geldt een indexering van de (belasting)tarieven en heffingen met een inflatiecorrectie van 3,9%. Voor de rioolheffing is dit 3,0%. Woonlasten en tarieven De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de uitgaven van burgers aan onroerende zaakbelastingen (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing. In deze paragraaf vergelijken we de woonlasten van vergelijkbare gemeenten met de lasten van Barendrecht. De gebonden heffingen (Afvalstoffenheffing, Reinigingsrecht, Rioolheffing, Bedrijven Investeringszone (BIZ), Lijkbezorgingsrechten, Marktgelden en Leges) mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn, inclusief toe te rekenen compensabele btw, mutaties in voorzieningen en reserves en toe te rekenen kosten voor overhead. Voor de belastingtarieven van de OZB, toeristenbelasting en de hondenbelasting geldt dat de tarieven niet meer dan trendmatig stijgen (inflatiecorrectie).

De raad is vrij om van dit standpunt af te wijken, bijvoorbeeld als dit nodig is vanwege financieel-economische ontwikkelingen. Benchmark woonlasten Een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten maakt de onderlinge verschillen van de woonlasten tussen Barendrecht en omliggende gemeenten inzichtelijk. Deze vergelijking is in deze paragraaf opgenomen. Het overzicht vergelijkt de tarieven van de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing per gemeente en het cumulatieve bedrag van de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing per gemeente. Begrotingsregels en kostenonderbouwing tarievenberekening Het Besluit begroting en verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in de paragraaf Lokale heffingen kostenonderbouwingen voor belastingtarieven zijn opgenomen. Dit geldt met name voor de gebonden heffingen. In deze paragraaf zijn de kostenonderbouwingen opgenomen. Deze geven inzicht in hoe de geraamde baten en de geraamde lasten met elkaar in verhouding staan. Overzicht geraamde belastingen en heffingen Onderstaand totaaloverzicht geeft u inzicht in de begroting geraamde opbrengsten van de ongebonden en gebonden heffingen. Voor de gebonden heffingen zijn ook de kosten van de dienstverlening en het dekkingspercentage opgenomen. De tarieven van gebonden heffingen mogen, zoals hiervoor is vermeld, maximaal 100% kostendekkend zijn.

Met de inzet van andere middelen zoals bijvoorbeeld reserves, voorzieningen en andere middelen kan bereikt worden dat een tariefstijging gematigd wordt. Het tarief zal in dit geval niet kostendekkend zijn. Ongebonden heffingen

2023

2024

2025

2026

2027

11.411.400

12.018.300

12.064.100

12.138.700

12.226.800

Hondenbelasting

299.600

345.300

345.300

345.300

345.300

Toeristenbelasting

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

Gebonden heffingen

2023

2024

2025

2026

2027

Afvalstoffenheffing

6.279.800

6.670.800

6.672.800

6.795.600

6.867.000

Rioolheffing

3.357.200

3.442.000

3.442.800

3.527.700

4.825.700

Onroerende zaakbelastingen

Onroerende zaakbelastingen (OZB) De geraamde OZB-opbrengst wordt bepaald door de totale waarde van de onroerende zaken in het lopende belastingjaar te vermenigvuldigen met het dan geldende OZB-tarief. Er wordt hierbij rekening gehouden met een geschatte waardeontwikkeling van de WOZ en areaaluitbreiding. Hierbij geldt dat een waardestijging of –

Paragrafen

77

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 daling niet leidt tot extra OZB-opbrengst. Dit wordt bereikt door bij de tarievenberekening een waardestijging te dempen door middel van een evenredige tariefsverlaging. De inflatiecorrectie van 3,9% wordt pas dan toegepast. OZB tarieven 2024 Op basis van het voorgaande en door SVHW aangeleverde WOZ-waardeontwikkeling zien de OZB-tarieven voor 2024 er als volgt uit: Tarieven

2023

2024

Eigenaren woningen

0,0873%

0,0878%

Eigenaren niet-woningen

0,2160%

0,2205%

Gebruikers niet-woningen

0,1780%

0,1817%

Onroerende zaakbelastingen

Hondenbelasting De uitvoeringskosten voor het hondenbeleid (onder meer schoonmaken, toezicht houden, perceptiekosten, losloopgebieden en afvalbakken) worden gedekt door de inkomsten uit de hondenbelasting. Hieronder is het overzicht opgenomen van de (jaar)tarieven van de Hondenbelasting. Hondenbelasting

2023

2024

Eerste hond

110,40

114,72

Tweede hond

151,68

157,68

Derde en elke volgende hond

168,72

175,32

Toeristenbelasting Het gaat hierbij om belasting voor overnachtingen in een hotel, camping of Bed & Breakfast. Voor 2024 blijft het tarief van € 0,75 per persoon per nacht gehandhaafd. Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om (een deel van) de kosten te dekken die de gemeente maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. De in de afvalstoffenheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing

2024

Kosten van de activiteit vanuit de NV BAR Afvalbeheer

3.858.000

Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente

2.510.300

Inkomsten van de activiteit, exclusief heffingen Netto kosten van de activiteit

-460.300 5.908.000

Toe te rekenen kosten Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten

421.400

Overhead

211.200

Bijplaatsingen

51.200

BTW

1.298.900

Totale kosten

7.890.700

Opbrengst afvalstoffenheffing

6.670.800

Dekkingspercentage

85%

Paragrafen

78

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 De tarieven afvalstoffenheffing voor 2024 zien er dan als volgt uit: Afvalstoffenheffing

2023

2024

Eenpersoonshuishoudens

216,48

225,00

Tweepersoonshuishoudens

338,16

351,36

Huishouden van 3 of meer personen

395,76

411,24

Rioolheffing Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te betalen die samenhangen met de gemeentelijke watertaken. De rioolheffing wordt geheven bij gebruikers van woningen en niet-woningen. Er is een tariefdifferentiatie op basis van een-, één twee- en een meerpersoonshuishouden. Bij de rioolheffing voor gebruikers van niet-woningen is sprake van een gecombineerde heffingsmaatstaf. Hier wordt de hoogte van de aanslag bepaald door een percentage van de WOZ-waarde, verhoogd met een gestaffeld tarief per m3 waterverbruik. Bij het bepalen van het tarief voor niet-woningen is rekening gehouden met de waardeontwikkeling van de niet-woningen. De in de rioolheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Berekening kostendekkendheid rioolheffing

2024

Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie

678.000

Kosten van de activiteit vanuit de gemeente, inclusief omslagrente

1.199.100

Dotatie voorziening vervanging riolering

1.435.000

Aanwending voorziening beklemde middelen Netto kosten van de activiteit

-1.389.900 1.922.200

Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten

551.800

Overhead

422.500

BTW

545.500

Totale kosten

3.442.000

Opbrengst rioolheffing

3.442.000

Dekkingspercentage

100%

De tarieven rioolheffing zien er voor 2024 dan als volgt uit: Rioolheffing woningen

2023

2024

Eenpersoonshuishoudens

65,40

67,32

Tweepersoonshuishoudens

125,76

129,48

Huishouden van 3 of meer personen

193,20

198,96

Paragrafen

79

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 Rioolheffing niet-woningen

2023

2024

Percentage van de WOZ

0,0421%

0,0434%

met een maximum van

3.700,00

3.700,00

van 0 m3 t/m 20 m3

0,00

0,00

van 21 m3 t/m 500 m3

86,50

89,10

van 501 m3 t/m 1.000 m3

473,80

488,00

van 1.001 m3 t/m 1.500 m3

950,60

979,10

van 1.501 m3 t/m 2.000 m3

1.719,00

1.770,60

van 2.001 m3 t/m 3.000 m3

2.537,90

2.614,00

van 3.001 m3 t/m 4.000 m3

4.779,20

4.922,60

van 4.001 m3 t/m 8.000 m3

6.428,20

6.621,00

van 8.001 m3 t/m 15.000 m3

9.514,10

9.799,50

meer dan 15.000 m3

13.980,10

14.399,50

Overige gebruikers:

Overige heffingen en rechten Leges burgerzaken, omgevings- en APV-vergunning Voor producten en diensten die de gemeente aan burgers, bedrijven en anderen verleent, worden leges in rekening gebracht. De belangrijkste hiervan zijn de leges voor burgerzaken (paspoort, rijbewijs, huwelijksvoltrekking, enz.), aanvraag APV-vergunningen en omgevingsvergunningen. Bij de bepaling van de hoogte van de legestarieven wordt gekeken naar de kostendekkendheid. De leges worden geheven voor verstrekte diensten en producten. Een aantal tarieven van leges zijn wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van leges maximaal kostendekkend mogen zijn. Volgens de gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Het is mogelijk om kruissubsidiëring toe te passen. Daarmee wordt verstaan: het hoger stellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden.

Paragrafen

80

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 De kosten en opbrengsten van de leges zien er als volgt uit: Berekening kostendekkendheid leges

paragraaf

1 Burgerlijke stand

34.700

27.600

Totale Kosten 62.300

paragraaf

2 Reisdocumentenen Nederlandse identiteitskaart

549.000

177.200

726.200

674.000

93%

paragraaf

3 Rijbewijzen

136.800

74.400

211.200

193.200

91%

paragraaf

4 Verstrekkingenin het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

15.200

7.700

22.900

6.600

29%

paragraaf

5 Bestuursstukken

0

0

0

0

0%

paragraaf

6 Vastgoedinformatie

0

0

0

0

0%

paragraaf

7 Overige publiekszaken

25.300

9.700

35.000

28.800

82%

paragraaf

8 Gemeentearchief

0

0

0

0

0%

paragraaf

9 Bijzondere wetten

17.000

16.300

33.300

53.200

160%

paragraaf

10 Gereserveerd

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING

Taakveld Overhead

Totale Kostendekking Opbrengsten 48.000 77%

0

0

0

0

0%

TOTAAL ALGEMENE DIENSTVERLENING

778.000

312.900

1.090.900

1.003.800

92%

HOOFDSTUK 2 OMGEVINGSWET

Taakveld Overhead

Totale Kosten

874.300 782.900

1.657.200

paragraaf 1

Algemene bepalingen

paragraaf 2

Voorfase

paragraaf 3

Bouwactiviteiten

paragraaf 4

Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

paragraaf 5

Milieubelastende activiteiten

paragraaf 6

Overige activiteiten

paragraaf 7

Maatwerkvoorschriften

paragraaf 8

Gelijkwaardigheid

paragraaf 9

Overige tarieven

paragraaf 10

Modaliteiten

paragraaf 11

Vermindering

paragraaf 12

Teruggaaf

Totale Kostendekking Opbrengsten

-

1.314.100

79%

-

-

874.300

HOOFDSTUK 3 EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN

Taakveld Overhead

paragraaf 1

Horeca

13.000

8.700

Totale Kosten 21.700

paragraaf 2

Seksbedrijven

5.000

0

5.000

0

0%

paragraaf 3

Winkeltijdenwet

300

300

600

300

50%

paragraaf 4

Organiseren evenement of markt

5.200

200

5.400

300

6%

paragraaf 5

Standplaatsen

0

0

0

400

0%

paragraaf 6

Huisvestingswet 2014

0

0

0

0

0%

paragraaf 7

In dit hoofdstuk niet benoemd besluit

1.600

800

2.400

3.500

146%

TOTAAL DIENSTVERLENING EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN

25.100

10.000

35.100

11.200

32%

1.677.400 1.105.800

2.783.200

2.329.100

84%

KOSTENDEKKING LEGES TOTALE TARIEVENTABEL

782.900

-

TOTAAL LEGES OMGEVINGSVERGUNNING

1.657.200

1.314.100

79%

Totale Kostendekking Opbrengsten 6.700 31%

Lijkbezorgingsrechten Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen in Barendrecht worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten. De in de lijkbezorgingskosten te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Berekening kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten

2024

Kosten van de activiteit vanuit de BAR-organisatie

383.500

Kosten van de activiteit vanuit de gemeente Netto kosten van de activiteit

515.300 898.800

Overhead

317.300

Totale kosten

1.216.100

Opbrengst lijkbezorgingsrechten

680.200

Dekkingspercentage

56%

Paragrafen

81

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 Marktgelden De marktgeldenverordening is uitgebreid en zal worden omgedoopt tot de ‘verordening op de heffing en invordering van de fysieke leefomgeving’. Hierin worden naast de tarieven voor de weekmarkten, ook de tarieven voor energiegebruik, de losse standplaatsen en objecten op de openbare weg, zoals containers, in de verordening opgenomen. Dat betekent, dat de kostenonderbouwing ook deze onderdelen bevat. Wij bieden uw raad deze marktverordening ter vaststelling aan in december 2023. De kosten en opbrengsten zijn als volgt: Berekening kostendekkendheid marktgelden

2024

Kosten van de activiteit vanuit de gemeente Netto kosten van de activiteit

57.900

Overhead

17.300

Totale kosten

75.200

Opbrengst marktgelden

71.200

57.900

Dekkingspercentage

95%

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Indien de belastingplichtige niet, of slechts met veel moeite, de aanslag kan betalen, kan deze onder wettelijk vastgestelde voorwaarden in aanmerking komen voor kwijtschelding. De kwijtscheldingen lopen via het SVHW. De kwijtscheldingen hebben betrekking op de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De kosten van verleende kwijtscheldingen worden doorberekend in de tarieven van de betreffende heffingssoorten. In de begroting zijn de volgende bedragen opgenomen voor kwijtschelding: Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

2024

Rioolheffing

106.300

Afvalstoffenheffing

140.700

Totaal

247.000

Paragrafen

82

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 Woonlasten (lokale lastendruk) Tot de woonlasten worden gerekend de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. De woonlasten voor de inwoners (woningen) zijn als volgt: Omschrijving

2023

2024

+ = stijging en - = daling van lasten

Afwijking Absoluut

In %

A1: Eénpersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik

65,40

67,32

1,92

3%

Afval

216,48

Totaal

281,88

225,00

8,52

4%

292,32

10,44

4%

Rioolgebruik

125,76

129,48

3,72

3%

Afval

338,16

351,36

13,20

4%

Totaal

463,92

480,84

16,92

4%

Rioolgebruik

193,20

198,96

5,76

3%

Afval

395,76

411,24

15,48

4%

Totaal

588,96

610,20

21,24

4%

1,92

3%

B1: Tweerpersoonshuishouding met een huurwoning

C1: Meerpersoonshuishouding met een huurwoning

A2: Eénpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde va n € 485.500 * Rioolgebruik

65,40

67,32

Afval

216,48

225,00

8,52

4%

OZB-eigendom**

410,26

426,27

16,01

4%

Totaal

692,14

718,59

26,45

4%

B2: Tweepersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 485.500* Rioolgebruik

125,76

129,48

3,72

3%

Afval

338,16

351,36

13,20

4%

OZB-eigendom**

410,26

426,27

16,01

4%

Totaal

874,18

907,11

32,93

4%

C2: Meerpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 485.500* Rioolgebruik

193,20

198,96

5,76

3%

Afval

395,76

411,24

15,48

4%

OZB-eigendom**

410,26

426,27

16,01

4%

Totaal

999,22

1.036,47

37,25

4%

* Gemi ddel de WOZ-wa a rde o.b.v. ges cha tte wa a rdes tijgi ng va n 3,3%, t.o.v. WOZ wa a rde 2023: €470.000 (Coel o)

Paragrafen

83

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 Barendrecht ten opzichte van buurgemeenten Om de woonlasten in de gemeente Barendrecht te kunnen vergelijken, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde COELO-Atlas (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). Uit de gemeentelijke belastingtarieven wordt jaarlijks een samenvattend getal afgeleid, dat weergeeft hoe hoog deze lasten zijn. We gaan hierbij uit van een gezin (meerpersoonshuishouden) in een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. Tarieven per gemeente 2023 afvalstoffenheffing

rioolheffing

OZB tarief

gemiddelde woningwaarde

woonlasten*

Barendrecht

396

193

0,0873%

470.000

999

Zwijndrecht

347

322

0,0862%

375.000

957

H.I. Ambacht

404

202

0,0918%

442.000

949

Ridderkerk

387

206

0,0907%

370.000

929

Albrandswaard

381

294

0,1038%

494.000

1.188

Gemeente

*Coelo-Atlas 2023

Bron: Coelo-Atlas van de lokale lasten 2022 en 2023

Paragrafen

84

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027

2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Aanleiding en achtergrond De Gemeente Barendrecht voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen. 2. Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd t/m 26 juni 2023. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst. De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht.

De gevolgen van externe invloeden zoals die van de oorlog in Oekraïne, de aanhoudend hoge inflatie, de krappe arbeidsmarkt en de brandstofprijzen laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. De gedeeltelijke ontvlechting van de BAR-Organisatie is verwerkt in het cluster risico m.b.t. de BAR-Organisatie (nieuwe stijl) zoals u die aantreft in de top 10. Het betreft hierbij de risico-inschattingen gericht op de begroting van 2024 zoals deze op dit moment kunnen worden gedaan. De risico’s zullen in de loop van 2024 op basis van de werkelijke situatie verder worden aangescherpt. In deze berekening is reeds rekening gehouden met een aan de BAR-Organisatie nieuwe stijl toegekende algemene reserve van maximaal 2% van haar begroting (initiële stand van deze reserve is € 500.000). Het risico van de BAR-Organisatie nieuwe stijl is hierdoor in dit gemeentelijk risicoprofiel flink afgenomen. In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 90% van alle geïdentificeerde risico’s.

Paragrafen

85

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027

Nr. 1/-

Tien belangrijkste financiële risico’s gemeente Barendrecht Risico Maatregelen/Opmerkingen Klasse Financieel gevolg Risicocluster Project de Stationstuinen Gecontroleerde projectomgeving, 4 max.€ 7.083.000

2/1 Risicocluster tekorten uitvoering gedecentraliseerde taken

+

GRBAR organisatie nieuwe stijl, monitoring/ benchmarking, business intelligence, competentie-ontwikkeling, SPP GRBAR organisatie nieuwe stijl, Proces meldpunt datalekken, beheer register gegevensverzamelingen, Compliance.

4

4/5 Risicocluster uitvoering JeugdwetBeperkte invloed, transformatie keten, tekorten die ontstaan in de uitvoering monitoring/ benchmarking, business van de Jeugdwet intelligence 5/3 Risico dat de BAR-organisatie haar GRBAR organisatie nieuwe stijl, taken niet kan uitvoeren binnen het monitoring, business intelligence, beschikbaar gestelde budget. competentieontwikkeling. 6/6 Faillissement van derden of instellingen Frequent toepassen audits, Analyse bij wie borgstellingen, garanties, P&C voortgangsrapportages van leningen of vorderingen uitstaan kan instellingen. leiden tot onvoorziene uitgaven.

4

max.€ 1.000.000

4

max.€ 915.000

4

max.€ 1.000.000

7/7 Risico tekorten in open eind-regelingen Schulddienstverlening, Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand 8/9 Cluster WMO gerelateerde risico's. Overschrijding van budget(ten) 9/8 Risico's projecten

5

max.€ 400.000

5

max.€ 400.000

4

max.€ 500.000

3

max.€ 400.000

3/4 Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving beveiliging data/ informatie/ gegevens/ privacy

10/10 Financiële en imagorisico's op door de gemeente gesubsidieerde instellingen

Totaal van alle risico 's: € 16.232.000

Schulddienstverlening: preventie, competentieontwikkeling, business intelligence Beperkte invloed, GRBAR organisatie, monitoring, business intelligence Gecontroleerde projectomgeving, scenario-analyse/ risicoanalyse Frequent toepassen audits, voortgangsrapportages van instellingen.

max.€ 1.500.000

~ 5

max.€ 1.000.000

+ + ~ ~ + + ~

Bedragen in top 10 zijn afgerond op €1.000

- Risico daalt in de top 10 en/of neemt af. + Risico stijgt in de top 10 en/of neemt toe. ~ Risico blijft gelijk in de top 10. ! Aandachtvestiging/opmerking i.v.m. ontwikkelingen Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren, met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd. Bijgevoegde tabel geeft aan hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen.

Paragrafen

86

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 Kwantiteit Referentiebeelden

Kansklasse Toelichting kansklasse

10%

0 of 1 keer per 10 jaar 1

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.

30%

1 keer per 5 – 10 jaar 2

Deze klasse hanteren we voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.

50%

1 keer per 2 – 5 jaar

3

Deze klasse hanteren we voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.

70%

1 keer per 1 – 2 jaar

4

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.

90%

1 keer per jaar of meer

5

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.

Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doe dit met behulp van risicoanalyse software. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen 100.000 keer doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. We doen dit vooral omdat het reserveren van het maximale bedrag € 16.232.000 ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage

Bedrag

10%

€ 3.770.461

25%

€ 4.583.573

50%

€ 5.783.740

75%

€ 7.298.958

90%

€ 8.663.028

95%

€ 9.383.186

Uit de tabel met zekerheidspercentages volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van €8.663.028 (benodigde weerstandscapaciteit). 3. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Barendrecht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Beschikbare weerstandscapaciteit

Algemene reserve

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

31-12-2026

31-12-2027

14.115.700

8.999.400

9.092.100

10.818.400

9.455.100

4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. 31-12-2023 Ratio weerstandsvermogen

=

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

=

14.115.700 8.663.000

=

1,63

31-12-2024 Ratio weerstandsvermogen

=

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

=

8.999.400 8.663.000

=

1,04

31-12-2025 Ratio weerstandsvermogen

=

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

=

9.092.100 8.663.000

=

1,05

31-12-2026 Ratio weerstandsvermogen

=

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

=

10.818.400 8.663.000

=

1,25

31-12-2027 Ratio weerstandsvermogen

=

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

=

9.455.100 8.663.000

=

1,09

Paragrafen

87

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027

Het ratio weerstandsvermogen van de gemeente Barendrecht valt met 1,63 voor de begroting 2024 binnen klasse B, wat staat voor ruim voldoende weerstandsvermogen. Weerstandsnorm Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 – 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 – 1,4

Voldoende

D

0,8 – 1,0

Matig

E

0,6 – 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

5. Kengetallen In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en het jaarverslag worden kengetallen opgenomen voor de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de schuldratio, de solvabiliteitsratio, de structurele exploitatieruimte, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. Deze kengetallen maken het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente.

Kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Realisatie 2022 Prognose 2023 Prognose 2024 Prognose 2025 Prognose 2026 Prognose 2027 85,2% 26,1% -3,4% 3,3% 111,6%

103,6% 21,3% -2,6% 1,2% 110,5%

119,5% 17,9% -1,4% 0,9% 109,7%

116,0% 18,3% 1,3% -1,7% 109,7%

122,5% 16,8% -1,0% 1,9% 109,7%

105,4% 17,5% 0,1% -4,1% 109,7%

De kengetallen laten op de kengetallenmonitor voor de schuldquote een middelhoge score zien en voor de solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit een hoge risicoscore. De grondexploitatie heeft een lage risicoscore. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in 3 categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. Categorie A

Categorie B

Categorie C

Netto schuldquote

Kengetal

<90%

90-130%

>130%

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

Structurele exploitatieruimte

>0%

0%

<0%

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

Belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

Paragrafen

88

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De kengetallen fluctueren nogal. Dit komt omdat het percentage volgens de voorschriften bepaald moet worden op basis van de begrote inkomsten. De berekening is als volgt: bedragen * 1.000 Netto schuldquote Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Totale bruto schuld Financiële activa (verstrekte leningen) Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totale netto schuld H. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Netto schuldquote

Prognose

Realisatie 2022 116.835 7.383 22.653 146.871 1.166 15.696 333 13.744 115.932 136.128 85,2%

+ + + -

Prognose

2023 118.674 20.552 22.653 161.879 1.153 11.141 0 13.744 136.994 132.261 103,6%

2024 147.523 20.487 22.653 190.663 1.150 11.141 0 13.744 165.778 138.722 119,5%

Prognose

2025 144.777 20.340 22.653 187.770 1.148 11.141 0 13.744 162.885 140.407 116,0%

Prognose

Prognose

2026 152.597 20.519 22.653 195.769 1.146 11.141 0 13.744 170.884 139.554 122,5%

2027 136.576 21.068 22.653 180.297 1.146 11.141 0 13.744 155.412 147.485 105,4%

De schuldquote blijft de komende jaren in de klasse middel risico, in verband met de financiering van investeringen. In de meerjarenbalans is te zien dat de boekwaarde van de activa de komende jaren hoog blijft. De solvabiliteit geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Dit is ca. 18% voor 2024, wat betekent dat 82% met vreemd vermogen is gefinancierd. bedragen * 1.000 Solvabiliteit A. Eigen vermogen B. Totaal passiva Solvabiliteit

+ ∕

Realisatie 2022 56.714 217.678 26,1%

Prognose

2023 46.322 217.227 21,3%

Prognose

Prognose

2024 43.197 241.506 17,9%

2025 43.438 237.655 18,3%

Prognose

Prognose

2026 40.722 241.827 16,8%

2027 39.475 225.297 17,5%

De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering en opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (inclusief rente en aflossingen van leningen) te dekken. bedragen * 1.000 Structurele exploitatieruimte A. Saldo van baten en lasten B. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves C. Begrotingssaldo = A+B

+ +

D. Waarvan incidentele baten en lasten E. Structureel begrotingssaldo = C-D

-

F. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) G. Structurele exploitatieruimte =E/F

∕

Realisatie 2022 -518 4.777 4.259 overschot 8.923 -4.664 tekort 136.128 -3,4%

Prognose

Prognose

Prognose

2023 2024 2025 -10.392 -3.125 241 6.026 3.218 1.485 -4.366 93 1.726 tekort overschot overschot -952 2.073 -36 -3.414 -1.980 1.762 tekort tekort overschot 132.261 138.822 140.407 -2,6% -1,4% 1,3%

Prognose

Prognose

2026 2027 -2.716 -1.247 1.353 1.313 -1.363 66 tekort overschot -36 -36 -1.327 102 tekort overschot 139.554 147.485 -1,0% 0,1%

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Hoe lager het percentage hoe beter. bedragen * 1.000 Grondexploitatie A. Bouwgronden in exploitatie

Realisatie

Prognose

Prognose

2022

2023

2024

2025

2026

2027

+

4.499

1.634

1.220

-2.396

2.637

-5.978

4.499

1.634

1.220

-2.396

2.637

-5.978

/

136.128

132.261 1,2%

138.772 0,9%

140.407 -1,7%

139.554 1,9%

147.485 -4,1%

Totale bouwgronden B. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Grondexploitatie

3,3%

Paragrafen

Prognose Prognose

Prognose

89

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Coelo heeft de definitie van de WOZ-waarde aangepast naar alleen de waarde van de koopwoningen. Daarvoor werd uitgegaan van de waarde van de koop- en huurwoningen tezamen. De gemiddelde WOZ-waarde van koopwoningen geeft een beter beeld van de gemiddeld betaalde ozb door huishoudens met een koopwoning. Hierdoor valt de OZB-waarde en dus de berekende OZB-last in onderstaand overzicht hoger uit ten opzichte van vorige overzichten van de woonlasten. Barendrecht zit in 2024 boven het landelijk gemiddelde met 109,7%. Hier zit wel een licht dalende trend ten opzichte van 2022 en 2023. Het percentage is gebaseerd op de woonlasten van een meerpersoonshuishouden. bedragen * 1.000 Realisatie Realisatie

Belastingcapaciteit

Prognose

Prognose

Prognose

Prognose

2022

2023

2024

2025

2026

2027

A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

+

415

410

426

426

426

426

B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

+

188

193

199

199

199

199

C. Afvalstoffenheffing voor een gezin

+

302

396

411

411

411

411

D. Eventuele heffingskorting voor een gezin

-

0

0

0

0

0

0

905

999

1.036

1.036

1.036

1.036

Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde E. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1

/

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor

811

904

944

944

944

944

111,6%

110,5%

109,7%

109,7%

109,7%

109,7%

6. Trends en ontwikkelingen risicoprofiel Barendrecht In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. In deze paragraaf worden onzekerheden en risico’s toegelicht en daarbij worden negatieve scenario’s als input gebruikt. Project de Stationstuinen: In dit grote project wordt in een periode van ongeveer 10 jaar een moderne wijk met circa 3500 woningen gerealiseerd. De ontwikkeling van de risico’s hierbij zal fluctueren. In de fase waarin het project zich bevindt zijn er verschillende scenario’s denkbaar als het gaat om bijvoorbeeld specifieke parkeeroplossingen en mogelijke verwerving van grond. Het hoge prijsniveau van grond-/ brandstoffen, bouwmateriaal en personeel heeft uiteraard ook invloed op de hoogte van het risico dat dient te worden beheerst. Momenteel is dit risicocluster met circa € 7 mln. aan maximaal berekend risico de grootste in het risicoprofiel van de gemeente. Gezien de omvang van het project is er geen sprake van een buitensporig risico. Derhalve wordt er ook rekening gehouden met scenario’s waarin het bestemmingsplan onverhoopt vertraging oploopt of in het meest negatieve geval niet goed wordt gekeurd.

Binnen het sociaal domein is landelijke een aanhoudende trend te zien van stijgende kosten als het gaat om de Wmo en de Jeugdwet. De kosten voor de uitvoering van de participatiewet zijn stabieler. De omvangrijke bezuinigingsplannen van het kabinet op de uitvoering van de Jeugdzorg zijn vooruit geschoven maar zullen komende jaren uitgevoerd gaan worden. De toenemende hulpvraag onder jongeren is zorgelijk en de beperkte beschikbaarheid van passende hulpverlening dragen bij aan het aanhouden van een stevige risico’s in het gemeentelijk risicoprofiel. Decentralisaties/ nieuwe & aangepaste wettelijke taken. Het transformeren naar een uitgebalanceerde uitvoeringsorganisatie voor de vanuit de het rijk gedecentraliseerde taken als wel het implementeren en ten uitvoer leggen van nieuwe en aangepaste wetten en regelgeving is en blijft een zeer complexe en uitdagende opgave en vormt een groot risico. ICT/ Informatiebeveiliging. De bescherming van alle gevoelige informatie en het aanbieden van moderne en veilige digitale product- en dienstverlening ontkomt ook niet aan oplopende kosten van noodzakelijk onderhoud, beheer en doorontwikkeling. De kosten voor ICT en informatiebeveiliging lopen de laatste jaren sneller op. Burgers verwachten daarbij steeds meer op het gebied van digitale dienstverlening.

De gemiddelde kosten op ICT-gebied per inwoner ontwikkelt zich komende periode voorbij de € 100. Het risico dat wordt opgenomen in het risicoprofiel neemt qua invloed toe en stijgt in de top 10. De BAR-organisatie nieuwe stijl zal zich in 2024 specifiek bezig gaan houden met de bedrijfsvoering voor en namens de gemeente en is niet langer de uitvoeringsorganisatie. De mensen werkzaam binnen de primaire

Paragrafen

90

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 taakvelden gaan met ingang van 2024 over naar de BAR-gemeenten. Het risico bestaat dat de krappe arbeidsmarkt niet of minder voorziet in geschikte kandidaten voor de diverse vacatures die hier straks vacant zijn/komen. Het risico bestaat dat het personeelsverloop toeneemt door al de veranderingen in 2024. Het ziekteverzuim ligt over een langere periode al boven het landelijke gemiddelde en vormt ook komende periode een risico. De kans dat er meer kosten worden gemaakt voor inhuur is hiermee groot. Ontvlechting BAR-organisatie: Na de zomer wordt de plaatsing van het personeel afgerond en wordt duidelijker welke risico’s de gemeente kan lopen op de uitvoerbaarheid van de primaire taken per 1 januari 2024, als het gaat om de feitelijke bezetting. De meeste medewerkers zullen hun werk volgen in de nieuwe situatie. De (niet primaire) taken die vallen onder het technische beheer en het ondersteunen van de product- en dienstverlening van de gemeente(n) blijven bij de BAR-Organisatie nieuwe stijl. Bedrijfsvoeringsrisico’s blijven per 2024 dus ook de kern van het risicoprofiel van de BAR-Organisatie nieuwe stijl. De risico’s voor de uitvoering van de wetten en regels, het leveren van producten en diensten (primaire taken) door de gemeenten blijven dus ook in de nieuwe situatie de kern van het risicoprofiel van de gemeente.

De oorlog in Oekraïne heeft gevolgen voor de gemeente. Het realiseren van opvang en huisvesting voor de korte en langere termijn organiseren kunnen van invloed zijn op de benodigde weerstandscapaciteit. Er gaat ambtelijke capaciteit naar de opvang, begeleiden, huisvesten van vluchtelingen en de administratieve (financiële) organisatie hieromtrent. Aan de opvangtaak van de gemeente zijn vergoedingen gekoppeld. Vooralsnog geldt de insteek dat de gemeente geen financiële schade op mag lopen door de taken die hierin ontstaan. We houden er rekening mee dat de kans op financiële schade als gevolg van de oorlog alsnog kan ontstaan met het aanhouden er van. Hoge energieprijzen, hoge inflatie: Niet alleen van gas, olie en benzine, maar ook van voedingsmiddelen, ruwe grondstoffen en bouwmaterialen blijven de prijzen stijgen. Dit zorgt ervoor dat de inflatie naar verwachting voorlopig flink boven gemiddelde waarde blijft. De koopkracht neemt vooralsnog af en voor steeds meer huishoudens, bedrijven en instellingen kan dit problemen op gaan leveren. Bouw- en onderhoudskosten lopen eveneens op en kunnen tot hogere uitgaven leiden. Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand: De groep huishoudens die het risico loopt de vaste lasten niet meer te kunnen betalen neemt toe en beperkt zich niet tot vooral de lage inkomens.

Een groeiende groep inwoners en ondernemers zal naar verwachting een beroep gaan doen op ondersteuning bij het voorkomen/beperken van schulden en/of faillissement. De gemeente zal ook steeds meer last krijgen van bovengenoemde ontwikkelingen als het gaat om bijvoorbeeld het assetmanagement (beheer en onderhoud van gemeentelijke eigendommen zoals gebouwen, gemalen etc.). Bouw- en onderhoudsbedrijven hebben veel werk terwijl personeel schaars is en grondstoffen en bouwmateriaal veel duurder worden. Bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en decentrale overheden (risico Rijksbijdrage gemeentefonds) Er is sprake van een (toegenomen) disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden. Onder andere de schommelingen in de bijdragen van het gemeentefonds en onzekerheid over de toekomst van de verdeling van het gemeentefonds vormt een risico.

Paragrafen

91

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027

3. § Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Onze buitenruimte bestaat uit verschillende openbare voorzieningen zoals wegen, verlichting, groen, speeltoestellen, water etc. Dit zijn onze kapitaalgoederen. Voor veilig gebruik en om kapitaalvernietiging te voorkomen, is verzorgend, cyclisch en projectmatig onderhoud nodig. Aan het eind van de levensduur is rehabilitatie of vervanging noodzakelijk. Het is niet alleen belangrijk om onze kapitaalgoederen voor de huidige gebruikers duurzaam in stand te houden, maar ook voor toekomstige generaties. En omdat goed te organiseren zijn beheer- en beleidsplannen essentieel. Onderstaande tabel geeft een overzicht van die plannen. Beheerplan

Jaar van vaststelling

Jaar van herziening

Financiële reserve/ voorziening

Gemeentelijk beleid

Wegen

2023

2026

Nee

- Beheerplan wegen gemeente Barendrecht 20222026 (2022) - Herijking Integrale Visie Openbare Ruimte (2013)

Civiele Kunstwerken

2020

2025

Nee

Openbaar groen en bomen

2020

2023

Nee

Openbare verlichting

2020

2025

Nee

Speelvoorzieningen

2020

2023

Nee

Straatmeubilair en

2015

2025

Nee

- Herijking Integrale Visie Openbare Ruimte (2013) - Groenbeleidsplan 'Barendrecht ziet groen' (2008) - Appendix duurzaamheid beleidsplan openbare verlichting (2015) - Beleidsplan openbare verlichting (2004) - Notitie schoolpleinen (2013) - Speelruimteplan 2010-2020 (2009)

Verkeersvoorzieningen

- Algemene Plaatselijke Verordening (APV) (2020) - Parkeernota Barendrecht (2012) - Parkeernormen gemeente Barendrecht 2018 (2018)

Riolering

2017

2023

Ja

- Het Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022 (2017)

Waterhuishouding

2020

2025

Nee

- Waterbeheerprogramma 2022-2027 WSHD (2021) - Gewijzigde nota bodembeheer (2021)

Accommodaties

Ja

- Kadernota Vastgoed (2014) - Integraal HuisvestingsPlan (IHP)

Wegen Het beheer van gemeentelijke wegen, fiets- en voetpaden richt zich niet alleen op veilig gebruik maar ook op afvoer van hemelwater en bestrijden van onkruid. Naast landelijke normen houden we rekening met vastgestelde kwaliteitsniveaus. Met periodieke inspecties, lokale metingen en schouwen krijgen we informatie over de toestand van onze verhardingen. Met behulp van een geautomatiseerd beheerprogramma vertalen we deze informatie naar een meerjarenonderhoudsplanning. Deze planning stemmen we af met andere werkzaamheden en planontwikkelingen in de buitenruimte. In dezelfde inspectie nemen we ook het klein onderhoud mee. Dat zijn kleinere gebreken die op korte termijn opgelost/gerepareerd kunnen worden. Direct onderhoud vindt plaats als de (verkeers)veiligheid in het geding is. Ook asfaltonderhoud voeren we op tijd uit. Bij uitstel zijn immers na verloop van tijd zwaardere (en duurdere) maatregelen nodig en is er kans op kapitaalvernietiging. Bij elementenverharding is dat minder; uitstel is vooral te zien aan een teruglopende beeldkwaliteit. Civiele kunstwerken Civiele kunstwerken zijn bruggen, tunnels, viaducten, duikers, damwanden, kademuren, steigers en dijktrappen. Elk civiel kunstwerk laten we iedere vijf jaar uitgebreid inspecteren conform landelijke kaders en richtlijnen.

Houten bruggen en kunstwerken vragen meer onderhoud en daarom laten we die in de tussenliggende periode nog een aantal keer visueel schouwen. Op basis van de inspectieresultaten bepalen we de jaarlijkse onderhouds- en vervangingsmaatregelen. Deze variëren van klein onderhoud (schilderen, brugdekdelen repareren, slijtlagen vervangen, metselwerk herstellen etc.) tot grootschalige vervanging. Openbaar groen in beheer bij gemeente Onze bomen, struiken, rozen, vaste planten, hagen en gras bepalen in belangrijke mate het groene beeld van de gemeente. Bomen laten we minimaal 1x per 3 jaar inspecteren (zorgplicht). De resultaten van de jaarlijkse boomveiligheidscontrole zijn leidend voor het uitvoeren van veiligheids- en snoeimaatregelen. Het beheer is

Paragrafen

92

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 gericht op een optimale groeibegeleiding en duurzame boomontwikkeling. Beplanting en gras onderhouden we conform een vastgesteld kwaliteitsniveau. Op bestek basis voeren lokale aannemers het dagelijks onderhoud uit (snoeien beplanting, schoffelen onkruid, knippen hagen, maaien gras etc.) Beschadigde of dode bomen en beplanting vervangen we (inboet). Dat geldt ook voor bomen en beplanting aan het eind van de levensduur, bij afnemende vitaliteit, ziektes of onbeheersbare situaties (planmatig onderhoud). Groenrenovaties en boomvervangingsprojecten leggen we voor en bespreken we met direct omwonenden. Bij aanplant van bomen in verharding schenken we aandacht aan het verbeteren van de ondergrondse groeiruimte. Ook proberen we de buitenruimte klimaatadaptiever in te richten (extra bomen aanplanten, meer biodiversiteit creëren, tegels vervangen door groen ed.) Openbare verlichting We werken al geruime tijd aan de ledtransitie. Armaturen die we nog niet vervangen, rusten we uit met zogenaamde retrofit ledlampen. Armaturen hebben een gemiddelde levensverwachting van 20 tot 25 jaar. Om kapitaalvernietiging te voorkomen, wegen we de restlevensduur van oude armaturen af tegen de kosten voor een snellere overstap naar compleet nieuwe ledarmaturen. Bij lampvervanging laten we onze lichtmasten visueel inspecteren (gemiddeld elke vier jaar).

Stabiliteits-/sterktemetingen vinden plaats wanneer lichtmasten 40 jaar oud zijn. Onveilige situaties lossen we direct op. Speelvoorzieningen Speeltoestellen worden elk jaar vier keer op veiligheid geïnspecteerd. Onveilige situaties lossen we gelijk op. De gemiddelde levensduur van speeltoestellen is ongeveer 12 jaar. We houden hierbij geen rekening met vandalisme, wel met slijtage door intensief gebruik. Naast veiligheid kunnen sterk gewijzigde demografische gegevens in een wijk of het einde van de levensduur van de speeltoestellen, aanleiding zijn om een speelplek op de herinrichtingsplanning te zetten. Gebruikers en buurtbewoners betrekken we bij de voorbereiding. Daarbij bieden we eerst de mogelijkheid ideeën kenbaar te maken. Op basis van de meest realistische ideeën maken we twee ontwerpen. Tenslotte kan iedereen –bij voorkeur de kinderen– hieruit een keuze maken. Het ontwerp met de meeste stemmen leggen we aan. Straatmeubilair Straatmeubilair is het meubilair in de openbare ruimte dat niet primair wordt aangebracht om het verkeer te geleiden, maar te voorzien in behoeften van allerlei aard. Voorbeelden zijn zitbanken, fietsenrekken, hekwerken, afvalbakken etc. Het onderhoud richt zich op het schoon, bruikbaar, heel en veilig houden. Aan het einde van de technische levensduur vervangen we die objecten die niet meer gerepareerd kunnen worden.

Daarbij kijken we ook of het object nog functioneel is en het nog aan de gebruiksbehoefte voldoet. Riolering De uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de riolering zijn vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2022. Het GRP wordt in 2023 vervangen door het Programma Stedelijk Water (PSW) 2023-2027. Ook hierin staat hoe de gemeente haar wettelijke zorgplicht –voor afvalwater, hemelwater en grondwater– invult. Met de zorg voor riolering wordt gewerkt aan bescherming van de volksgezondheid, veiligheid en kwaliteit van de leefomgeving en bescherming van het milieu en de natuur. Het taakveld riolering is een kostendekkend product. Dit betekent dat alle kosten die hiermee gepaard gaan via de rioolheffing in rekening worden gebracht. Ook bouwen we een financiële voorziening op voor toekomstige vervangingsinvesteringen. Klimaatverandering is in heel Nederland voelbaar. Wateroverlast bij forse regenbuien is niet alleen op te lossen met het aanleggen van grotere rioolbuizen. Daarnaast hebben we ook te maken met perioden van extreme droogte. Om tot een goed evenwicht te komen van vasthouden, bergen en (vertraagd) afvoeren van hemelwater, bekijken we deze vraagstukken integraal. Dit doen we in samenwerking met andere beheerdisciplines, inwoners, ondernemers en het waterschap Hollandse Delta. Kortom: maatwerk voor ieder vraagstuk afzonderlijk.

Bij het reinigen van riolering wordt de helft ook direct geïnspecteerd. Deze inspectieresultaten vormen de basis voor een (grootschalig) renovatie- of vervangingsplan en het uitvoeren van kleine reparaties. Daarnaast vervangen we riolering bij integrale projecten in de buitenruimte. Ook renoveren we de komende jaren veel oude drukrioleringsinstallaties. Daarbij zetten we in op optimalisatie van de pompinstallaties. Dit gebeurt door renovatie met innovatieve en duurzame nieuwe technieken. Afvalinzameling Het onderhoud, reiniging en de garantie van de ondergrondse containers is geborgd in een onderhoudsovereenkomst van de gemeente met de leverancier. Het betreft verzamelcontainers voor PMD/restafval, papier/karton, glas en gft-cocons. De (ondergrondse) container is onderdeel van de openbare

Paragrafen

93

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 ruimte (onroerende goederen) en komt als investering ten laste van de gemeente. De N.V. BAR Afvalbeheer faciliteert de gemeente in de aanschaf, plaatsing en het onderhoud van de ondergrondse containers. Voor het vervangen van verzamelcontainers is een meerjarenvervangingsplan opgesteld. Dit staat toegelicht bij 'Investeringen'. Waterhuishouding Op basis van steekproeven voor kwaliteits- en kwantiteitsmetingen van de baggeraanwas op de waterbodem bepalen we welke gemeentelijke watergangen worden gebaggerd. Het waterschap baggert haar eigen watergangen maar als de aanliggende grond van de gemeente is, heeft de gemeente een ontvangstplicht of betalen we het transport en de afvoer van deze bagger. Om de doorstroming te borgen, vindt in alle watergangen maaionderhoud plaats. Riet en waterplanten worden verwijderd waarbij ook stukken blijven staan (gefaseerd maaien uit oogpunt van ecologie). Beschoeiingen vervangen we op basis van inspecties waarbij veiligheid vaak doorslaggevend is. We vervangen alleen daar waar nodig of we vormen –waar mogelijk– beschoeiing om tot natuurvriendelijke oever. Onderhoud openbare ruimte De begrote bedragen voor het onderhoud van de openbare ruimte in 2024 zijn als volgt: Omschrijving groen

2024 3.686.800

wegen

2.494.500

riolering

2.111.200

straatreiniging

806.500

waterwegen

712.900

speelvoorzieningen

790.500

openbare verlichting

603.800

kunstwerken

129.400

gladheidsbestrijding

28.900

Budgetten openbare ruimte

11.364.500

Maatschappelijk Vastgoed Uitgangspunt voor het beheer en het onderhoud van de maatschappelijk vastgoedportefeuille is het (blijven) bieden van een functioneel voorzieningsniveau. De maatschappelijke vastgoedportefeuille faciliteert de gemeente beleidsdoelstellingen op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, welzijn, enzovoorts. Het onderhoud is onderverdeeld in het planmatig, dagelijks en meldingenonderhoud. Het planmatig onderhoud richt zich op het in stand houden van het vastgoed dat voldoet aan conditiescore 3 van de NEN2767(schoon, heel en veilig) en uiteraard aan de vigerende wet- en regelgeving van het Bouwbesluit. Conditiescore Omschrijving conditie

Toelichting

1

Uitstekend

Incidenteel geringe gebreken

2

Goed

Incidenteel beginnende veroudering

3

Redelijk

Plaatselijk zichtbare veroudering. Functievervulling van gebouw- en installatiedelen niet in gevaar

4

Matig

Functievervulling van bouw- en installatiedelen in gevaar

5

Slecht

De veroudering is onomkeerbaar

6

Zeer slecht

Technisch rijp voor sloop

Dagelijks onderhoud is onderhoud dat vooraf niet ingepland kan worden en meestal door gebruikers gemeld wordt. Ook wel meldingen en-of reparatieonderhoud genoemd. Onvoorziene kostbare storingen en-of wijzigingen in bouwregelgeving kunnen grote invloed hebben op het budget dagelijks onderhoud. Voor ieder gemeentelijk gebouw is een meerjarenonderhoudsprognose (MJOP) opgesteld met als uitgangspunt “conditiescore 3” conform de NEN 2767. Ook vanuit de nieuwe Omgevingswet die in werking zal gaan treden passen we duurzame maatregelen toe. Deze investeringen wordt zoveel mogelijk gecombineerd met het planmatig onderhoud. Wanneer vanuit (veranderde) wet- en regelgeving aanpassingen nodig zijn, treden wij indien nodig in overleg met gebruikers en/of (mede)eigenaren.

Paragrafen

94

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 Er zijn korte periodes, bijvoorbeeld uitzonderlijke warme zomers, in het jaar dat het klimaat in gebouwen onaangenaam is voor gebruikers. We kiezen ervoor om geen structurele of incidentele maatregelen te nemen t.a.v. het klimaat gebouwbeheersystemen voor deze korte periodes die hoge financiële kosten met zich meebrengen. Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed In het klimaatakkoord (onderschreven door VNG) zijn doelstellingen benoemd ten aanzien van de reductie van CO2-uitstoot. De doelstellingen zijn: 49% reductie in 2030 en 95% reductie in 2050, inclusief aardgasvrij. Uit een recente inventarisatie van het maatschappelijk vastgoed is gebleken dat met eerdere verduurzamingsprojecten reeds een reductie van 34% is gerealiseerd. Tot 2030 is daarom een aanvullende besparing van 15% nodig. Bij voorkeur wordt dit gerealiseerd door op natuurlijke vervangmomenten in te zetten op verduurzaming. Op dat moment worden de kosten daarvan pas inzichtelijk. Hierdoor blijven de bestaande onderhoudscycli in stand en wordt het gebouwenbestand zonder desinvesteringen steeds duurzamer Areaalgegevens Onderdeel Gemalen

Omschrijving Bergbezinkvoorziening

Aantal

Eenheid 1 stuks

Gemalen

CVK (Centrale VerdeelKast)

Gemalen

Drukriool

Gemalen

Groot gemaal (droog)

2 stuks

Gemalen

Groot gemaal (nat)

60 stuks

Gemalen

Oppervlaktewatergemaal

Groen

Boom

Groen

Cultuurbeplanting

Groen

Gras

Groen

Haag

57.475 vierkante meter

Groen

Natuurlijke beplanting

234.482 vierkante meter

Kunstwerken

Fiets-voetbruggen

104 stuks

Kunstwerken

Overige kunstwerken

208 stuks

Kunstwerken

Verkeersbruggen/viaducten

9 stuks 223 stuks

3 stuks 23.216 stuks 327.158 vierkante meter 2.128.997 vierkante meter

46 stuks

Openbare verlichting Armatuur

13.565 stuks

Openbare verlichting Lamp

14.018 stuks

Openbare verlichting Lichtmast

13.023 stuks

Riolering

Drukriolering

61.145 strekkende meter

Riolering

Rioolput

8.835 stuks

Riolering

Rioolvoorziening

Riolering

Vrijvervalleiding

Spelen

Kunstmatige valondergrond

Spelen

Schoolpleinen

17 stuks

Spelen

Speel en sportplekken

274 stuks

Spelen

Speeltoestellen

Verkeer

Markering

Verkeer

Verkeersbord

Verkeer

Verkeersteken (paal/drager)

3.831 stuks

Water

Natuurlijke oever

29.690 strekkende meter

Water

Natuurvriendelijke oever

4.379 strekkende meter

Water

Oeverbeschoeiing

89.537 strekkende meter

Water

Watergang

733.213 vierkante meter

Wegen

Asfalt

Wegen

Bestrating

Wegen

Goot

4.232 strekkende meter

Wegen

Kolken

32.340 stuks

Wegen

Overige verharding

30.261 vierkante meter

2 stuks 340.721 strekkende meter 7.227 vierkante meter

1.567 stuks 2.905.874 vierkante meter 5.164 stuks

792.796 vierkante meter 1.861.987 vierkante meter

Paragrafen

95

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027

4. § Financiering Algemeen In de paragraaf financiering beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2024 tot en met 2027. Naast enkele onderwerpen die verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie. Wettelijke kaders en Treasurystatuut De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. De uitwerking van deze kaders zijn vastgelegd in de financiële verordening 2023 en het treasurystatuut 2018. Het treasurystatuut zal eind 2023 worden herzien. Het college heeft 2021 de nota garantstellingen en leningen 2021 vastgesteld. In deze nota zijn de spelregels en beleidskaders rondom garantstellingen en leningen vastgelegd, bedoeld als uitwerking van hetgeen in het treasurystatuut is opgenomen. Rentevisie en beleid Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Het is, gezien de omvang van de bedragen, gewenst uw raad inzicht te geven in de keuzemogelijkheden en de factoren die invloed op de rente hebben. Dit alles vatten wij samen onder de term ‘rentebeleid’. We maken daarbij onderscheid tussen korte en lange rente.

Van korte rente is sprake bij leningen tot maximaal 1 jaar en van lange rente bij termijnen van 1 jaar of langer. Het is van belang de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt te volgen vanwege de mogelijke risico’s die deze voor ons inhouden. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend en maken gebruik van de (online) informatie van een aantal geldverstrekkers. De rente is de afgelopen jaren historisch laag geweest. De vooruitzichten voor de wereldeconomie zijn als gevolg van de oorlog in Oekraïne nogal onzeker. In eerste instantie stegen de prijzen van energie en grondstoffen sterk. Begin 2023 zijn de economische vooruitzichten weer wat verbeterd mede doordat de prijzen van olie en gas weer wat zijn gedaald. Overheden hebben bovendien maatregelen genomen om de gevolgen van de hoge prijzen te verlichten, echter de reële beschikbare inkomens van de inwoners zullen dalen. Het IMF verwacht voor 2024 een groei van rond 3%. De centrale banken zijn bezig met maatregelen om de inflatie onder controle te krijgen omdat de verwachting is dat deze boven de doelstelling blijft. De verwachting is dan ook dat de rente, met name voor de kortere looptijden, nog verder zal oplopen. De rente voor een kasgeldlening (looptijd < 1 jaar) was de afgelopen jaren negatief. Ook deze rente kent een stijgende trend.

Zolang het gunstiger is om voor liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten in plaats van gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening courant, maken we gebruik van deze faciliteit met inachtneming van de kasgeldlimiet. Rentevisie BNG De inflatie blijft zowel dit jaar als in 2024 duidelijk boven de doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB zal het monetaire beleid verder verkrappen. Hierdoor lopen de rentetarieven in met name de kortere looptijden verder op. Actueel euribor 3 mnd euroswap 5 jaar

3,35% 2,96%

Over een jaar Prognose BNG 4,0-4,2% 3,7-3,9%

euroswap 10 jaar euroswap 30 jaar

2,94% 2,61%

3,4-3,6% 2,9-3,1%

Renterisicobeheer In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s van de gemeente. Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld:  De rente-risiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar;  En de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar.

Paragrafen

96

Begroting 2024 meerjarenraming 2025-2027 Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Onder herfinanciering verstaan we het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat er ruimte is binnen de renterisiconorm om eventuele extra investeringen of uitgaven ten behoeve van de grondexploitatie met lang vreemd vermogen te financieren. RENTERISICONORM EN RENTERISICO'S VAN DE VASTE SCHULD

Renterisico op vaste schuld 1. Netto renteherziening op vaste schuld 2. Betaalde aflossingen 3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)

2024 begroot 0 10.215 10.215

Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2024 4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Renterisiconorm

143.033 20% 28.607

Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3)

18.392

2025 begroot 0 11.215 11.215

bedragen * 1.000 2026 2027 begroot begroot 0 0 24.386 23.886 24.386 23.886

Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie ZuidHolland, inclusief een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. Hieronder is een prognose opgenomen van de kasgeldlimiet over 2024. Als er sprake is van een liquiditeitstekort, wordt afgewogen of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende financiering, afhankelijk van de rentestand en de financieringsbehoefte.

1e kw. 12.000 1.000

Totaal vlottende schuld Totaal vlottende middelen Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-) Kasgeldlimiet Begrotingstotaal 2024 vastgestelde percentage Ruimte onder kasgeldlimiet

bedragen x 1.000 2e kw 3e kw 12.000 12.000 1.000 1.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13460348/1