B20 Nota Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan De Stationstuinen 2e fase DEF
Tekst van het document
Nota beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Stationstuinen 2e fase Barendrecht’
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Het plan 1.2 Procedure 1.3 Zienswijzen 1.4 Ontvankelijkheid 1.5 Leeswijzer 1.6 Beantwoording per binnengekomen zienswijze Zienswijze 1
2
3 3 3 3 4 4 5 5
Zienswijze 2
8
Zienswijze 3
10
Zienswijze 4
11
Zienswijze 5
13
Zienswijze 6
17
Zienswijze 7
22
Zienswijze 8
24
Zienswijze 9
27
Zienswijzen 10 t/m 14
31
Zienswijze 15
33
Zienswijze 16
34
Zienswijze 17
34
Zienswijze 18
39
Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan 2.1 Wijzigingen in de regels en de verbeelding 2.2 Wijzigingen in de toelichting
45 45 46
1
Inleiding
1.1
Het plan
De gemeente Barendrecht heeft op 15 december 2020 de gebiedsvisie voor ‘De Stationstuinen’ vastgesteld. Deze visie gaat over de gebiedsontwikkeling die direct grenst aan de oostzijde van het treinstation Barendrecht. De Stationstuinen slaat een brug tussen het dorp Barendrecht, het agrofood-bedrijventerrein Dutch Fresh Port, het stadse leven in Rotterdam en het recreatielandschap van de Zuidpolder en rondom de Waal. Het heeft alle potentie om te transformeren naar een bruisende plek waar wonen, werken, leren en recreëren samenkomen. Met ruimte voor nieuwe woningen en een succesvol bedrijfsleven. De Stationstuinen zal in fasen tot stand komen, te beginnen bij het gebied nabij de hoofdentree van het treinstation. Vanuit daar kan het groeien langs de Spoorlaan en tot aan de Gebroken Meeldijk en langzaam naar de uitlopers van de nieuwbouw wijk. Voor De Stationstuinen 1e fase is een bestemmingsplan vastgesteld op 19 december 2023 door de gemeenteraad van Barendrecht en is inmiddels onherroepelijk. Fase 2 is gelegen aan de oostzijde van het plangebied van fase 1. 1.2
Procedure
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure heeft het ontwerpbestemmingsplan ‘De Stationstuinen 2e fase’ met bijbehorende MER ter inzage gelegen zienswijzen van 28 december 2023 tot en met 8 februari 2024. 1.3
Zienswijzen
Gedurende de inzage termijn zijn er 18 zienswijzen ingediend afkomstig van: 1) Flier Systems B.V. bij brief van 8 februari 2024 2) Frukar B.V. bij brief van 2 februari 2024 3) Reclamant 1 bij brief van 29 december 2023 4) Kover B.V. bij brief van 7 februari 2024 5) Meeldijk OG bij brief van 7 februari 2024 6) Provincie Zuid-Holland bij brief van 7 februari 2024 7) Riderster Beheer B.V. bij brief van 8 februari 2024 8) Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid bij brief van 6 februari 2024 9) Spring Housing Reclamant 2 bij brief van 8 februari 2024 10) Tumoba Holding B.V. bij brief van 6 februari 2024 11) Tumoba B.V. bij brief van 6 februari 2024 12) Tumoba Beheer B.V. bij brief van 6 februari 2024 13) Tumoba Vegetable Harversters B.V. bij brief van 6 februari 2024 14) Jabaay BV bij brief van 6 februari 15) Reclamant 2 bij brief van 3 januari 2024 16) Wouda vastgoed B.V. bij brief van 6 februari 2024
17) Gemeente Ridderkerk, bij brief van 9 februari 18) Berkman Beheer BV, bij brief van 8 februari Zienswijze 16 is ingetrokken. Deze zienswijze is om die reden niet samengevat en beantwoordt in deze nota. Ter bescherming van de persoonsgegevens van de reclamanten is deze Nota beantwoording zienswijzen geanonimiseerd. Iedere reclamant krijgt bericht welk nummer betrekking heeft op zijn zienswijze. 1.4
Ontvankelijkheid
Een zienswijze is ontvankelijk als deze uiterlijk de laatste dag van de periode van ter inzage legging is verzonden en binnen één week na deze dag is ingekomen (artikel 6:9 lid 2 Awb). De 18 zienswijzen zijn binnen deze periode binnengekomen en zijn ontvankelijk. 1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van deze nota zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord in twee verschillende paragrafen. Meerdere reclamanten hebben zienswijzen ingebracht over hetzelfde thema. Deze thema’s komen paragraaf 2.1 aan de orde. In paragraaf 2.2 wordt een antwoord gegeven op elke zienswijze afzonderlijk. Als deze betrekking heeft op een thema dat is behandeld in paragraaf 2.1 wordt daarnaar verwezen. In paragraaf 2.2. wordt ook steeds aangegeven wat de gevolgen zijn van de zienswijzen voor het bestemmingsplan. Dat de zienswijzen samengevat zijn weergegeven, betekent niet dat deze slechts gedeeltelijk zijn beoordeeld; bij de beantwoording zijn de volledige zienswijzen betrokken. In hoofdstuk 3 is vervolgens een overzicht gegeven van de wijzigingen op het ontwerpbestemmingsplan en het MER naar aanleiding van zienswijzen.
1.6
Beantwoording per binnengekomen zienswijze
In dit hoofdstuk wordt elke zienswijze samengevat en voorzien van een antwoord. Samenvatting zienswijze
Beantwoording
Gevolgen voor bestemmingsplan
Zienswijze 1
Flier Systems B.V. bij brief van 8 februari 2024
1a
Reclamant geeft aan dat voor locatie Flier is
Dit betreft een zienswijze op het MER die onderdeel uitmaakt van bestem-
in de MER-rapportage uitgegaan van een mili-
mingsplan ‘De Stationstuinen 1ste fase’. Bij de beantwoording is daarin het
eucategorie 3.2. De locatie Zuideinde 120
volgende opgenomen over het MER:
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
heeft deels een categorie 3.2 en deels een categorie 4.1 ter beschikking. Reclamant
‘Het MER brengt in eerste instantie de plansituatie in beeld, zoals beschre-
geeft aan dat er niet (voldoende) gemotiveerd
ven in de gebiedsvisie. Daar is het perceel getransformeerd tot gemengd
weergegeven waarom is uitgegaan van cate-
woon- en werk gebied.’
gorie 3.2. In het kader van dit bestemmingsplan is wederom onderzoek gedaan naar In de VNG uitgave milieuzonering is bepaald
(nog) aanwezige bedrijven in de beoordeling bedrijven en milieuzonering
dat als het bedrijf in meer dan één zone ligt,
(bijlage 19). Maar het MER onderzoekt de situatie zoals beschreven in de
steeds de voor de betreffende zone geldende
gebiedsvisie.
norm voor de het gehele bedrijf geldt, waarbij de norm bij de grootste afstand telt.
Het bedrijf van appellanten ligt op aanzienlijke afstand van het plangebied. Gelet op deze afstand (hemelsbreed circa 190 meter vanaf de perceelsgrens van het bedrijf en anderzijds de gevel van een woning), ligt het bedrijf buiten de richtafstanden voor een bedrijf in milieucategorie 3.2 in een gemengd gebied (50m) zodat mag worden aangenomen dat sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Het achterste deel van het terrein heeft (planologisch) milieucategorie 4.1. Op basis hiervan zou de richtafstand tot gevoelige bestemmingen (woningen) in een gemengd gebied 100 meter moeten bedragen. Ook deze afstand wordt ruimschoots gehaald.
1b
In het bestemmingsplan wordt uitgegaan van een gemengd gebied. Reclamant stelt dat er sprake is van een categorische indeling
De gemeente Barendrecht heeft in haar gebiedsvisie voor De Stationstuinen enkele kwaliteitsprincipes opgesteld welke leidend zijn. Zo ook het doel dat er sprake is van een gemengd gebied waarbij wonen een belangrijke functie is. Ondanks dat er binnen het bestemmingsplan enkele woongebieden zijn gesitueerd, zijn deze conform de uitgangspunten binnen de
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
waarin een rustige woonwijk ook van toepassing is. Reden dat de afstand van de inrichting tot het bestemde woongebied als rustig wonen moet worden beschouwd en een grotere afstand in acht genomen moet worden.
1c
In het Ontwikkelkader is opgenomen dat er voldoende parkeervoorzieningen zijn in het plangebied. Voldoende wordt vastgesteld aan de hand van de parkeernota 2018 van gemeente Barendrecht met een aantal afwijkingen. Het Ontwikkelkader ziet toe op de ontwikkeling van het gehele gebied zoals dat uiteindelijk is gerealiseerd. De tussentijdse fasering van het realiseren van woningen en de parkeerhubs zal leiden tot een grotere parkeerdruk op de bestaande parkeervoorzieningen. Reclamant zal daardoor geconfronteerd worden met ongevraagd parkeren door derden op zijn terrein. Gemeente Barendrecht kan niet garanderen dat de parkeeroverlast bij de huidige ondernemers niet toeneemt. In de planuitvoering is te weinig rekening gehouden met de fasering van De Stationstuinen in relatie tot de bedrijfsvoering van reclamant. In de
gebiedsvisie verdeeld binnen het gemengd gebied, om zo bepaalde voorzieningen ook toe te kunnen staan. Ook na realisatie van de woningbouwplannen blijft sprake van een gemend gebied (en niet van een rustige woonwijk zoals gesteld door appellanten). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding en afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Omdat dit ook in de toekomstige situatie sprake zal blijven van een gemengd gebied mag de richtafstand uit de VNG brochure tot aan gevoelige bestemmingen, met één ‘afstandstap’ worden teruggebracht naar 50 (voor bedrijven in milieucategorie 3.2) respectievelijk 100 meter (voor bedrijven in milieucategorie 4.1). Dit betreft een herhaalde zienswijze op het bestemmingsplan ‘De Stationstuinen 1ste fase’. Zoals ook in de beantwoording bij het andere bestemmingsplan is beschreven wordt middels flankerend beleid uitwijkgedrag naar openbare (niet private) parkeerplaatsen buiten het plangebied tegen gegaan. De gemeenteraad heeft op 1 oktober 2024 het parkeerbeleid voor De Stationstuinen vastgesteld.
In dit parkeerbeleid is vastgelegd dat voor alle omliggende gebieden van De Stationstuinen een blauwe zone wordt ingesteld. Voor bedrijven in de blauwe zone wordt het mogelijk om ontheffingen voor de blauwe zone aan te vragen bij de gemeente. Het instellen van de blauwe zone maakt het mogelijk om ongewenst parkeergedrag in dit gebied tegen te gaan. De zienswijzen van reclamant ten aanzien van mogelijke overlast van scholieren en hangjongeren zijn geen aspecten die onderdeel uitmaken van de bestemmingsplanprocedure. Dit betreft kwesties van openbare orde, waar indien nodig, op zal worden gehandhaafd.
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
reactie op een eerder ingediende zienswijze is opgenomen dat in een uit te werken flankerend beleid uitwijkgedrag zal worden tegengegaan. Reclamant geeft aan dat dit te beperkte zekerheid biedt en hij vraagt om een concretere invulling. In aanvulling daarop voorziet reclamant overlast van scholieren en hangjongeren met de komst van de geplande middelbare school, wanneer de oplevering van voorzieningen niet juist is afgestemd. 1d
In de verkeersberekening is gesteld dat in Fase 0 en 1 de rotonde bij het station dan niet meer aanwezig is en dat er een knip ontstaat. Uit de plankaart van het ter inzage gelegde plan blijkt dat er geen sprake is van een knip. Door de knip zal het bedrijf van reclamant slechter bereikbaar zijn wat (financiële) gevolgen voor de onderneming kan hebben.
Er komt inderdaad een knip. Daar is rekening mee gehouden in het verkeersonderzoek. De verkeerscijfers uit dit onderzoek zijn weer basis geweest voor o.a. het akoestisch onderzoek voor het bestemmingsplan. De aanleg van de knip is geborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting.
Zoals opgenomen in bovenstaande afbeeldingen uit de verkeersberekeningen verandert de verkeersstructuur rondom de rotonde Zuideinde – Spoorlaan. Dit is noodzakelijk om te voorkomen dat er doorgaand (vracht)verkeer in de directe omgeving van de woningbouw gaat rijden. Dit kan namelijk hinder en verkeersonveiligheid veroorzaken. De kavel van reclamant blijft daarbij goed bereikbaar via het Zuideinde met een ontsluiting richting de Donk en Dierensteinweg. In de planuitwerking is daarbij opgenomen dat de verkeersafwikkeling op de Dierensteinweg wordt verbeterd.
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
1e
Reclamant begrijpt dat gemeente Barendrecht de ontwikkeling van De Stationstuinen wil voortzetten. Echter is door de fasering van het plan niet voldoende geborgd dat Flier Systems de onderneming op gelijke wijze kan blijven continueren. De fasering van De Stationstuinen is ingegeven door een aanvang te nemen met het 'laaghangend' fruit en de niet exploitabele gebieden aan het Zuideinde worden vooruitgeschoven. Dat is niet in het belang van het continueren van de onderneming(en).
Zienswijze 2
Frukar B.V. bij brief van 2 februari 2024
2a
Zie de beantwoording onder 1a t/m 1d.
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
Reclamant geeft aan dat in de analyse van
Bij de inventarisatie bedrijven en milieuzonering is zowel de planologische
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
Antea wordt voor Frukar uitgegaan van mili-
als feitelijke situatie beschouwd. Om die reden zijn voor de maatgevende
eucategorie 3.1. Dit is in overeenstemming
aspecten geluid en gevaar nader onderzoek uitgevoerd.
met de daadwerkelijke activiteiten van het bedrijf. Frukar ligt op het bedrijventerrein Dutch
Voor de beantwoording ten aanzien van geluid wordt verwezen naar 2b.
Fresh Port waarop het bestemmingplan Bedrijventerrein Barendrecht Noordoost (deels in
Ten aanzien van gevaar kan worden vermeld dat gelet op de maximum
werking, vastgesteld 11 juni 2013 ) van toe-
planologische mogelijkheden een inventarisatie is gedaan in het onder-
passing is. Het betreft een enkelbestemming
zoek externe veiligheid (zie bijlage 11 van de toelichting). Hieruit blijkt dat
"bedrijventerrein". Voor de gronden waar
op de locatie van reclamant op gebied van gevaar/externe veiligheid geen
Frukar gevestigd is, is de milieucategorie 3.2
relevante risicobronnen gesitueerd zijn. In het geval dat door bedrijfswijzi-
toegestaan. Aangezien het bestemmingsplan
ging en nieuwe activiteiten worden uitgevoerd waarbij sprake is van ander-
Bedrijventerrein Barendrecht Noordoost be-
soortige risicobronnen, kan worden gesteld dat op basis van externe vei-
drijven tot en met milieucategorie 3.2 mogelijk
ligheid de risicocontouren binnen de perceelsgrenzen dienen te blijven op
maakt, moet uitgegaan worden van hogere
basis van de wet- en regelgeving. Andere typen bedrijven met een grotere
richtwaarden (namelijk 30m (geur), 10m
risicocontour zijn niet zonder meer toegestaan op de locatie.
(stof), 30m (geluid) en 50m (gevaar)). In dit geval zal Frukar wel grotendeels het plange-
Gelet op de afstand, groter dan 50 meter vanaf de perceelsgrens van het
bied van fase 2 raken, met name voor de as-
bedrijf tot aan de gevel van de dichtstbijzijnde woning, ligt het plangebied
pecten van geluid en gevaar.
buiten de richtafstanden voor een bedrijf in milieucategorie 3.2 in een gemengd gebied (van max.100m naar 50m). 2b
Reclamant geeft aan dat momenteel de geluidsbelasting moet worden getoetst aan 55 dB (A) etmaalwaarde op de gevel van een bedrijfswoning, die zich op een afstand van ruim een halve kilometer bevindt. In de toekomstige situatie komen woningen op minder clan 100 m van Frukar en voor deze woningen geldt in principe een geluidsbelasting van 50 dB (A) etmaalwaarde op de gevel. Gezien de aard en intensiteit van de activiteiten op het terrein van Frukar, achten zij het niet ondenkbaar dat hiermee in de toekomst problemen ontstaan, waardoor Frukar mogelijk in zijn bedrijfsvoering beperkt wordt.
In het akoestisch onderzoek van LBP Sight (bijlage 10 toelichting) is reke-
Het akoestisch onderzoek (bijlage 10 van de
ning gehouden met de bedrijfslocatie van reclamant. Bij de start van dat
toelichting) is verduidelijkt naar aanleiding van
onderzoek is het bedrijf bezocht en is de representatieve bedrijfssituatie
de zienswijzen.
besproken. De in dat gesprek opgegeven situatie is het uitganspunt geweest voor het akoestisch onderzoek . Gelet op de resultaten van het akoestisch onderzoek is in het bestemmingsplan een regeling opgenomen om te waarborgen dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de toekomstige woningen, alsmede dat de bedrijfsactiviteiten niet onevenredig worden beperkt. Door de realisatie van een vlies/dove gevel bij de woningen aan de zijde van Frukar , alsmede de situering van de beoogde woningen zal er geen sprake zijn van een onevenredige beperking van de huidige en toekomstige bedrijfsactiviteiten.
Daarnaast is aangegeven dat in het akoestisch onderzoek rekening wordt gehouden en
Naar aanleiding van de zienswijzen is het akoestisch onderzoek op di-
tegemoet wordt gekomen aan de geluidemis-
verse punten verduidelijkt. Er is bij Frukar rekening gehouden met 300
sie van Frukar in de huidige situatie. Op de
vrachtwagens per dag en 39 overblijvende vrachtwagens die met diesel
eventuele toename van de geluidsemissie,
aangedreven koelmotoren overnachten. Overige installaties zijn niet gelui-
die noodzakelijk onderdeel zou kunnen zijn
demissie relevant gegeven het aantal voertuigen waar rekening is mee ge-
van de uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten
houden. Een toename van bijvoorbeeld 10% van het vrachtverkeer los of
naar milieucategorie 3.2, is hiermee niet ge-
dat mogelijk is qua logistieke afhandelingen bij de dokshelters is een niet
anticipeerd. Dit betekent dat er mogelijk be-
relevante toename gegeven het aantal van 300 waar al mee gerekend is
perkingen worden opgelegd aan eventuele toekomstige uitbreidingsmogelijkheden.
De conclusie blijft dat voor het bedrijf van appellant geen sprake is van een onevenredige beperking van de huidige en toekomstige bedrijfsactiviteiten.
2c
Reclamant wekt, als onderdeel van de duur-
Op basis van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Barendrecht Noord-
zaamheidsdoelstellingen van het bedrijf,
oost’ is op de locatie naast die van reclamant reeds een bouwvlak gesitueerd met een toegestane bouwhoogte van respectievelijk 10, 16 en 30
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
zonne-energie op met behulp van 894 zonne-
meter ten westen en zuidwesten van de bedrijfslocatie. Ook in de huidige
panelen. Reclamant merkt op dat uit de docu-
situatie had appellant te maken met een afname van bezonning.
menten behorende bij het ontwerpbestemmingplan dat er ten westen en zuidwesten,
Op basis van het ontwerpbestemmingsplan zal de afstand van het bouw-
grenzend aan het terrein van Frukar, hoge ge-
vlak richting het perceel van reclamant worden vergroot, namelijk met
bouwen komen te staan. Reclamant vraagt
circa 27 meter. In de feitelijke situatie ligt het bedrijfsgebouw met zonnepa-
zich af of er bij de planvoorbereiding onder-
nelen op een afstand van circa 55 meter tot het nieuwe bouwvlak.
zocht is of er sprake is van schaduwwerking waardoor de opbrengst van de zonnepanelen
Gelet op de ruime afstand van toekomstige bebouwing ten opzichte van
nadelig wordt beïnvloedt? En als dat geval is
de bebouwing van reclamant, is het redelijkerwijs aan te nemen dat er
welke oplossing daarvoor wordt geboden?
geen onevenredige schaduwhinder zal ontstaan. Zie hiervoor ook onderstaande figuur.
Zienswijze 3
Reclamant 1 bij brief van 29 december 2023
3a
Reclamant stelt dat in de huidige situatie al
Voor het bestemmingsplan zijn diverse onderzoeken uitgevoerd om aan te
sprake is van geluidsoverlast, parkeerproble-
tonen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Hierbij is reke-
matiek alsmede problemen met de bereik-
ning gehouden met de bereikbaarheid van omliggende terreinen, geluid en
baarheid van het industrieterrein. De toevoe-
parkeren. De onderzoeken zijn ook aangepast op basis van de adviezen
ging van minimaal 2.000 personen op dit ter-
van de omgevingsdienst (DCMR). Appellant maakt verder ook niet duide-
rein is absoluut niet gewenst. Hierbij verwijst
lijk in de zienswijze op welke punten deze onderzoeken onjuist zijn.
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
reclamant naar rapporten van DCMR (omgevingsdienst). In de zienswijze van reclamant wordt ook gesteld dat er een vergunning is verleend voor een AH distributiecentrum waar bewoners klagen over geluidsoverlast en bereikbaarheid. Zienswijze 4
Kover B.V. bij brief van 7 februari 2024
4a
Reclamant stelt dat uit de toelichting van het
Ook in deze categorisering blijft het plangebied buiten de richtafstanden
bestemmingsplan en bijlage 19 ‘Beoordeling
van dit bedrijf. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het be-
bedrijven & milieuzonering’ blijkt dat er voor
drijf wel meegenomen in het akoestisch onderzoek. Voor de beantwoor-
Koopliedenweg 38 uitgegaan wordt van een
ding hierop wordt verwezen naar 4b.
‘Groothandel in groenten en fruit’. Die is ingedeeld in milieucategorie 3.1. Het bedrijf van reclamant is een logistieke dienstverlener. De bedrijfsbebouwing aan de Koopliedenweg wordt gebruikt als distributiecentrum, pak- en koelhuis voor de vele klanten van het bedrijf. De activiteiten gaan verder dan alleen groothandel in groenten en fruit. Reclamant stelt dat de bedrijfsvoering gecategoriseerd moeten worden als ‘Distributiecentra, pak- en koelhuizen’. Dit is weliswaar ook een milieucategorie 3.1 inrichting, maar het heeft twee maatgevende milieuaspecten, te weten geluid en gevaar. In tegenstelling tot ‘Groothandel in groenten en fruit’ heeft geluid een richtafstand van 30 m in plaats van de in het bestemmingsplan aangehouden 10 m. De geluidscontour van het bedrijf ligt deels op de bestemming ‘Gemengd’ en daarmee deels ook op het bouwvlak binnen die bestemming.
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
4b
Reclamant stelt dat uit de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat er een akoestisch onderzoek is uitgevoerd (bijlage 10) naar o.a. bedrijfslawaai. Door middel van dit onderzoek zou inzichtelijk zijn gemaakt hoe een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woningen kan worden gegarandeerd. Reclamant geeft aan niet bekend te zijn geweest met dit onderzoek en merkt op dat er geen gebruik is gemaakt van de werkelijke gegevens over de representatieve bedrijfsactiviteiten van de bedrijvigheid. Er is, zo is in het rapport te lezen, gebruik gemaakt van aannames ten aanzien van de representatieve bedrijfssituatie. De aannames welke in het akoestisch onderzoek worden gebruikt, aangaande het vermeend aantal vrachtwagens gedurende de dag periode zijn echter volstrekt onjuist. Bijlage 1 van het akoestisch onderzoek vermeldt dat er uit wordt gegaan van in totaal 50 vrachtwagens gedurende de dag periode. In de werkelijke situatie zijn dit circa 100 vrachtwagens per dag. In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting op genomen in artikel 4.4.6. Daarbij wordt bepaald dat er voor een aantal bedrijven nog nader akoestisch onderzoek nodig is, alvorens er woningen in gebruik mogen worden genomen.
Reclamant stelt dat het akoestisch onderzoek is uitgevoerd met onjuiste gegevens, waardoor er niet op voorhand kan worden geconcludeerd dat er geen nader akoestisch onderzoek nodig is, noch dat er zich geen problemen zullen voordoen.
Naar aanleiding van de zienswijze is het akoestisch onderzoek aangevuld
Het akoestisch onderzoek (bijlage 10 van de
en op diverse punten verduidelijkt. Voor reclamant is het aantal voertuigen
toelichting) is verduidelijkt naar aanleiding van
verhoogd naar 110 per dag. Ook is informatie over de technische installa-
de zienswijzen.
ties opgenomen.
4c
Voor reclamant is het onduidelijk wat er wel
Zie beantwoording onder 4b.
Het akoestisch onderzoek (bijlage 10 van de
en wat er niet is mee berekend in het onder-
toelichting) is verduidelijkt naar aanleiding van
zoek, zoals bijvoorbeeld de koelmotoren van
de zienswijzen.
vrachtwagens of vaste koelmotoren op het bedrijfspand welke mede bepalend zijn voor het bedrijfslawaai. 4d
Het bedrijfsperceel wordt ontsloten via de Ge-
Voor het bestemmingsplan is een verkeersonderzoek uitgevoerd. Uit dit
Het rapport ‘Fasering van de Stationstuinen
broken Meeldijk. Op die Gebroken Meeldijk is
verkeersonderzoek blijkt dat op de Gebroken Meeldijk ter hoogte van het
Barendrecht, 15 december 2023) is aan bij-
er met regelmaat een congestie met vracht-
perceel van reclamant inderdaad een toename ontstaat van verkeersinten-
lage 17 van de toelichting toegevoegd.
auto’s die van en naar bedrijven aan deze
siteiten in verband met de ontwikkeling.
weg gaan en komen. Dit leidt nu al tot onoverzichtelijke en verkeersgevaarlijke situaties. De
De verkeersintensiteit in de onderzochte varianten bedraagt (zie rapport
intensivering van het aantal verkeersbewegin-
Goudappel: Fasering van De Stationstuinen Barendrecht, 15 december
gen in het plangebied van de 2e fase leidt tot
2023 (bijlage 17 van de toelichting)
een extra gebruik van de Gebroken Meeldijk.
-
Autonoom: 2.040 mvt/etmaal
Er is bij het bestemmingsplan een verkeers-
-
Fase 2: 3.000 mvt/etmaal
onderzoek gevoegd waarin diverse varianten
De toenamen met ca 1.000 mvt per etmaal kan goed worden verwerkt op
worden onderzocht. Daarbij wordt uitgegaan
de Gebroken Meeldijk. Dit type wegen kan een intensiteit tot 5.000 mvt/et-
van een vooronderstelling dat specifiek mobi-
maal zeer goed verwerken.
liteitsbeleid in het gebied leidt tot minder verkeersbewegingen. Dit zal in de toekomst
In de huidige situatie staan er regelmatig vrachtwagens op de Gebroken
moeten blijken. Hoe dan ook, de geschetste
Meeldijk waardoor de doorstroming van het autoverkeer wordt gehinderd.
huidige verkeerssituatie is al niet optimaal. De
Door de ontwikkeling van fase 2 van De Stationstuinen komt een deel van
toename van verkeer maakt dat dit verder zal
het vrachtverkeer op de Gebroken Meeldijk te vervallen doordat bedrijven
verslechteren. Reclamant vraagt om maatre-
verdwijnen. De oorzaak van dit knelpunt wordt hierdoor beperkt.
gelen om geen toename van verkeer te hebben op de Gebroken Meeldijk. Zienswijze 5
Meeldijk OG bij brief van 7 februari 2024
5a
Reclamant stelt dat uit de toelichting van het
Het bedrijf op de Gebroken Meeldijk 52 is meegenomen in het akoestisch
Het akoestisch onderzoek (bijlage 10 van de
bestemmingsplan en bijlage 19 ‘Beoordeling
onderzoek. Naar aanleiding van de zienswijzen is het akoestisch onder-
toelichting) is verduidelijkt naar aanleiding van
bedrijven & milieuzonering’ blijkt dat er voor
zoek verduidelijkt over de gehanteerde uitgangspunten. Voor de reclamant
de zienswijzen.
Gebroken Meeldijk 52 uitgegaan wordt van
zijn de uitganspunten afgestemd op de vergunningsaanvraag. Uit het
een ‘Groothandel in groenten en fruit’. Die is
akoestisch rapport blijkt dat met die uitganspunten ter plaatse van de be-
ingedeeld in milieucategorie 3.1. Alma Logis-
staande woningen de greswaarde van de toelaatbare geluidsbelasting
tics is een logistieke dienstverlener. De activi-
reeds is bereikt. De huidige aanwezige bebouwing aan de Gebroken Meel-
teiten gaan verder dan alleen groothandel in
dijk beperken hierdoor al de groeimogelijkheden van het bedrijf. Overigens
groenten en fruit. Om deze reden stelt recla-
blijkt uit het akoestisch onderzoek dat voor de nieuw te realiseren wonin-
mant dat de bedrijfsvoering gecategoriseerd
gen er geen overschrijding is door de bedrijfsactiviteiten op de Gebroken
moeten worden als ‘Distributiecentra, pak- en
Meeldijk 52.
koelhuizen’. Dit is weliswaar ook een milieucategorie 3.1 inrichting, maar het heeft twee
Ten aanzien van gevaar kan worden vermeld dat gelet op de maximum
maatgevende milieuaspecten, te weten geluid
planologische mogelijkheden een inventarisatie is gedaan in het onder-
en gevaar. In tegenstelling tot ‘Groothandel in
zoek externe veiligheid (zie bijlage 11 van de toelichting). Hieruit blijkt dat
groenten en fruit’ heeft geluid een richtafstand
op de locatie van reclamant op gebied van gevaar/externe veiligheid geen
van 30 m in plaats van de in het bestem-
relevante risicobronnen gesitueerd zijn. In het geval dat door bedrijfswijzi-
mingsplan aangehouden 10 m. De geluids-
ging en nieuwe activiteiten worden uitgevoerd waarbij sprake is van ander-
contour van het bedrijf ligt deels op de be-
soortige risicobronnen, kan worden gesteld dat op basis van externe vei-
stemming ‘Gemengd’ en daarmee deels ook
ligheid de risicocontouren binnen de perceelsgrenzen dienen te blijven op
op het bouwvlak binnen die bestemming. Dit
basis van de wet- en regelgeving. Andere typen bedrijven met een grotere
betekent dat de geprojecteerde woningen
risicocontour zijn niet zonder meer toegestaan op de locatie.
deels in de geluidscontour van de bedrijfsactiviteiten op Gebroken Meeldijk 52 aanwezig zullen zijn. Reclamant stelt dat het op voorhand duidelijk is dat dat de bedrijfsvoering van het bedrijf in nadelige zin zal beïnvloeden. 5b
Reclamant stelt dat uit de toelichting van het
Bij het opstellen van het akoestisch onderzoek voor het ontwerpbestem-
Het akoestisch onderzoek (bijlage 10 van de
ontwerpbestemmingsplan blijkt dat er een
mingsplan heeft er contact plaatsgevonden met reclamanten over de te
toelichting) is verduidelijkt naar aanleiding van
akoestisch onderzoek is uitgevoerd (bijlage
hanteren uitgangspunten. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen
de zienswijzen.
10) naar o.a. bedrijfslawaai. Door middel van
is meermaals getracht contact op te nemen. Door reclamant is aangege-
dit onderzoek zou inzichtelijk zijn gemaakt
ven dat zij wensen zelf een akoestisch onderzoek uit te voeren.
hoe een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woningen kan worden gegarandeerd.
Op enig moment vorig jaar is een medewer-
Voor de reclamant zijn de uitganspunten afgestemd op de vergunnings-
ker van het akoestisch bureau langs gekomen
aanvraag. Uit het akoestisch rapport blijkt dat met die uitganspunten ter
bij het bedrijf met de mededeling, dat er een
plaatse van de bestaande woningen de greswaarde van de toelaatbare
akoestisch onderzoek van het bedrijf uitge-
geluidsbelasting reeds is bereikt. De huidige aanwezige bebouwing aan de
voerd zou worden. Van de zijde van mijn cli-
Gebroken Meeldijk beperken hierdoor al de groeimogelijkheden van het
enten is aangegeven dat dit verzoek als een
bedrijf. Overigens blijkt uit het akoestisch onderzoek dat voor de nieuw te
verrassing kwam en dat er op dat moment
realiseren woningen er geen overschrijding is door de bedrijfsactiviteiten
geen gelegenheid was om gegevens beschik-
op de Gebroken Meeldijk 52.
baar te stellen. Daarna is niets meer hierover gehoord. Reclamant stelt dat er, zo is in het rapport te lezen, gebruik gemaakt van aannames ten aanzien van de representatieve bedrijfssituatie. Reclamant stelt dat de aannames welke in het akoestisch onderzoek worden gebruikt, aangaande het vermeend aantal vrachtwagens gedurende de dag periode onjuist zijn. Bijlage 1 van het akoestisch onderzoek vermeldt dat er uit wordt gegaan van in totaal 50 vrachtwagens gedurende de dag periode. In de werkelijke situatie zijn dit circa 125 tot 150 vrachtwagens per dag. In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting op genomen in artikel 4.4.6. Daarbij wordt bepaald dat er voor een aantal bedrijven nog nader akoestisch onderzoek nodig is, alvorens er woningen in gebruik mogen worden genomen. Nu het akoestisch onderzoek is uitgevoerd met onjuiste gegevens, kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat er geen nader akoestisch onderzoek nodig is, noch dat er zich geen problemen zullen voordoen. Het is eerder an-
dersom. Nu er op 14 m afstand van de bedrijfslocatie woningen worden opgericht, zou er toch op voorhand wel het vermoeden aanwezig kunnen zijn dat dit uit akoestisch oogpunt tot problemen gaat leiden. In ieder geval is nu niet te concluderen dat er bij de woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Reclamant geeft aan dat bij vaststelling van het bestemmingsplan in de huidige vorm, zij in de toekomst beperkingen gaan ervaren in de bedrijfsvoering. Toekomstige bewoners zullen mogelijk een beroep doen op de geluidsnormen uit voorheen het Activiteitenbesluit en nu het gemeentelijk omgevingsplan. Dit zal leiden tot een inperking van de bedrijfsactiviteiten. Al eerder heeft reclamant moeten ervaren dat het geluidsaspect leidt tot een aanpassing van de bedrijfslocatie (het in het verleden aangebrachte geluidsscherm aan de zuidkant van de bedrijfslocatie). Dit geluidsscherm was nodig om de geluidsbelasting op de gevels van de woningen aan de Gebroken Meeldijk op een aanvaardbaar niveau te krijgen. De nieuwe woningen komen op een vergelijkbare afstand als die woningen aan de Gebroken Meeldijk. De nieuwe woningen kunnen vrijwel niet zonder geluidsbeperkingen kunnen worden gerealiseerd. 5c
Voor reclamant is het onduidelijk wat er wel
Voor de gehanteerde uitgangspunten wordt verwezen naar het uitge-
Het akoestisch onderzoek (bijlage 10 van de
en wat er niet is mee berekend in het onder-
voerde akoestisch onderzoek. Dit onderzoek is als bijlage 10 toegevoegd
toelichting) is verduidelijkt naar aanleiding van
zoek, zoals bijvoorbeeld de koelmotoren van
aan de toelichting van het bestemmingsplan.
de zienswijzen.
vrachtwagens of vaste koelmotoren op het bedrijfspand welke mede bepalend zijn voor het bedrijfslawaai. 5d
Het bedrijfsperceel wordt ontsloten via de Ge-
Zie beantwoording onder 4d.
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
Stationstuinen biedt in zijn geheel ruimte voor
Naar aanleiding van de zienswijze is er overleg gevoerd met de provincie
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
ca. 3.550 woningen, met deze 2e fase worden
over de ingediende zienswijze.
broken Meeldijk. Op die Gebroken Meeldijk is er met regelmaat een congestie met vrachtauto’s die van en naar bedrijven aan deze weg gaan en komen. Dit leidt nu al tot onoverzichtelijke en verkeersgevaarlijke situaties. De intensivering van het aantal verkeersbewegingen in het plangebied van de 2e fase leidt tot een extra gebruik van de Gebroken Meeldijk. Er is bij het bestemmingsplan een verkeersonderzoek gevoegd waarin diverse varianten worden onderzocht. Daarbij wordt uitgegaan van een vooronderstelling dat specifiek mobiliteitsbeleid in het gebied leidt tot minder verkeersbewegingen. Dit zal in de toekomst moeten blijken. Hoe dan ook, de geschetste huidige verkeerssituatie is al niet optimaal. De toename van verkeer maakt dat dit verder zal verslechteren. Reclamant vraagt om maatregelen om geen toename van verkeer te hebben op de Gebroken Meeldijk. Zienswijze 6
Provincie Zuid-Holland bij brief van 7 februari 2024
6a
in totaal maximaal 1.050 woningen mogelijk gemaakt. In het provinciale omgevingsbeleid
In de regionale woondeals wordt wel gesproken over de ambitie om het
staat dat gemeenten die nog geen 30% soci-
aandeel betaalbaar te verhogen. Maar er worden ook een hoop kritische
ale corporatiehuur in de woningvoorraad heb-
succesfactoren genoemd, die mogelijke in de weg kunnen staan bij het re-
ben, hiernaar dienen toe te groeien. Dit doel
aliseren van deze ambitie: In januari 2023 is het Geactualiseerde Regioak-
was tevens al vastgelegd in de Regionale Re-
koord 2022-2030 (met daarin het door de provincie goedgekeurde bod van
alisatieagenda regio Rotterdam, die ook Ba-
Barendrecht) ondertekend. Bij het bod van Barendrecht is uitgegaan van
rendrecht in maart 2023 heeft getekend. Ba-
30% sociaal, 30% middelduur (dus 60% betaalbaar) en 40% duur. Overi-
rendrecht heeft volgens de meest recente cij-
gens heeft Barendrecht, volgens de bijbehorende analyse van het Geactu-
fers (CBS 2022) 19% sociale corporatiehuur
aliseerde Regioakkoord 2022-2030, 22% sociale voorraad en dat is aan-
in de woningvoorraad. Het huidige woning-
zienlijk meer dan de door de provincie genoemde 19%. Ongeveer een
bouwprogramma van Barendrecht, waar De
maand na de ondertekening van het Geactualiseerde Regioakkoord 2022-
Stationstuinen een groot onderdeel van is, be-
2030 kwam de provincie met de woondeal. Daarin is opgenomen dat
vat nu bij elkaar 28% sociale huur (vanaf
wordt gestreefd naar 2/3 betaalbaar. Barendrecht heeft de woondeal, net
2025), wat we als provincie te beperkt zien
als de overige regiogemeenten, ondertekend met het voorbehoud dat er
om toe te groeien naar 30%. Ook het aandeel
oplossingen moeten komen voor meerdere kritische succesfactoren en die
betaalbaar (59%) in Barendrecht ligt nog on-
oplossingen zijn er nog steeds niet. Verder wordt aangegeven dat partijen
der het doel van 2/3.
zich moeten inspannen om de ambities toch waar te maken. Het feit dat de gronden in eigendom zijn van Emborion (de ontwikkelaar) maakt dat de
Het ontwerp bestemmingsplan bevat nu mini-
gemeente minder middelen heeft om dit af te dwingen. In de samenwer-
maal 30% sociale huurwoningen en minimaal
kingsovereenkomst is wel het volgende woonprogramma afgesproken:
60% betaalbare woningen (sociaal en middel-
•
duur). Verder is het hogere segment volgens het ontwerp op minimaal 25% en maximaal
Minimaal 60% van het totale woonaanbod bestaat uit betaalbare woningen waarvan minimaal 30% sociale huurwoningen;
•
Maximaal 40% van het totale woonaanbod bestaat uit woningen
40% gezet. Ook wordt aangegeven dat de
in het hogere segment. Uitgaande van het minimale aandeel ho-
resterende 15% mag worden benut om het
ger segment van 25% van het totaal mag de resterende 15%
aandeel sociale huurwoningen of middeldure
worden benut om het aandeel sociale huurwoningen of mid-
huurwoningen uit te breiden. Op basis van het
deldure woningen uit te breiden.
hiervoor genoemde, vragen we de gemeente
Uiteraard blijft de gemeente met de ontwikkelaar in gesprek over de invul-
de aangegeven mogelijkheden binnen deze
ling van de 15% die benut kan worden voor sociale huurwoningen of mid-
15% te benutten om het aandeel sociale huur
deldure woningen.
en aandeel betaalbaar te verhogen. 6b
Uitgangspunt van het provinciaal detailhan-
Zoals onder beantwoording onder 6a is beschreven heeft er ook op dit
De zienswijze leidt tot de volgende aanpas-
delsbeleid is dat nieuwe detailhandel primair
punt overleg plaatsgevonden met de provincie. Vanuit de Stationstuinen is
singen:
gevestigd wordt binnen of aansluitend aan de
het de wens om het gebied te transformeren een nieuw gemengd gebied
•
bestaande winkelconcentraties in de centra
met ruimte voor een grote hoeveelheid woningen en voorzieningen. Detail-
van steden, dorpen en wijken of binnen een
handel is een onderdeel van de voorzieningen die een onderdeel vormen
del uitsluitend is toegestaan op de locatie
nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in
van de Stationstuinen.
‘specifieke vorm van gemengd – detail-
een nieuwe woonwijk. Buiten de centra kan
In de regels is opgenomen dat detailhan-
handel’; •
alleen ruimte worden geboden aan specifieke
In overleg met de provincie is besproken om de locaties waar detailhandel
branches van detailhandel (‘perifere detail-
is toegestaan te centreren rondom de locatie van de beoogde supermarkt.
plichting opgenomen waarbij het aantal
handel’) of, onder voorwaarden, aan een aan-
Dit heeft geleid tot wijzigingen in de regels en verbeelding van het bestem-
m2 bvo aan detailhandel gezamenlijk in
tal vormen van kleinschalige detailhandel, on-
mingsplan.
fase 1 en fase 2 de aangegeven norm
dergeschikte detailhandel en afhaalpunten
In de regels is een voorwaardelijke ver-
niet mag worden overschreden; •
voor niet-dagelijkse goederen.
Op de verbeelding is een functieaanduiding opgenomen.
Wij kunnen ons indenken dat de realisatie van een nieuwe stadswijk aan deze zijde van het spoor, de toevoeging van detailhandel op deze plek rechtvaardigt, maar gezien de planfases zou dat wellicht ook gefaseerd moeten worden toegevoegd. Voor ons is onvoldoende onderbouwd wat het effect is van de toevoeging van detailhandel in de Stationstuinen op de bestaande detailhandel in de omgeving van het plangebied. De toelichting zegt wel iets over de uitbreidingsruimte en de bestaande structuur, maar de informatie hierover is relatief beperkt. Daarmee is onvoldoende aangetoond dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat.
6c
Op grond van de provinciale verordening (Ar-
In het onderzoek naar de verkeersgeneratie van de totale ontwikkeling van
De toelichting van het bestemmingsplan is
tikel 6.10d Bereikbaarheid) wordt expliciet ge-
De Stationstuinen (bijlage 17 van de toelichting: onderzoek Goudappel
naar aanleiding van de zienswijze verduide-
vraagd bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling
deelrapport Verkeersgeneratie 15 december 2023) is geconstateerd dat
lijkt.
rekening te houden met de gevolgen van die
wanneer de wijk volledig wordt ontwikkeld (plansituatie) het kruispunt Die-
ontwikkeling voor de bereikbaarheid. Gezien
rensteinweg-Verbindingsweg-aansluiting A15 (IJsselmondseknoop) in zo-
de belangen van de verkeersafwikkeling
wel ochtend- als avondspits zwaarbelast wordt. Het kruispunt Dierenstein-
rondom deze gebiedsontwikkeling (mede van-
weg-Donk komt in de plansituatie niet naar voren als zwaarbelast, maar
wege meerdere ontwikkelingen en opgaven in
wel als aandachtspunt.
de omgeving van het plangebied) blijven wij
In het eerder uitgevoerde onderzoek door RHDHV (rapport: Herijking Stati-
graag met u in gesprek over de mobiliteitsas-
onstuinen verkeersberekeningen 15 februari 2023) komen de kruispunten
pecten. Het onderzoek over mobiliteit van
Donk – Dierensteinweg, IJsselmondse knoop en Spoorlaan – Verenam-
Goudappel Coffeng gaat diep in op fiets en
bachtseweg als aandachtspunt naar voor qua verkeersafwikkeling.
OV ontsluitingen. Looproutes ontbreken nog,
Op basis van de conclusies van beide onderzoeken is een verdere uitwer-
maar zullen naar verwachting wel worden uit-
king gedaan van mogelijke aanpassingen aan deze kruispunten. In de no-
gewerkt naar mate de planuitwerking vordert.
titie over de Kruispuntberekeningen Stationstuinen (Bijlage 17 van de toe-
Wel concludeert Goudappel Coffeng in het
lichting Goudappel 22 december 2023) is in beeld gebracht welke aanpas-
onderzoek dat de ontwikkeling mogelijk tot
singen aan de kruispunten Donk – Dierensteinweg en Spoorlaan – Veren-
een knelpunt zal leiden bij de aansluiting A15.
ambachtseweg mogelijk zijn om de verkeersafwikkeling hier te verbeteren.
Hiervoor is nog wel een nadere analyse nodig
Voor de aanpassingen aan deze kruispunten is budget gereserveerd in de
en moet de gemeente dus mogelijk nog reke-
businesscase van De Stationstuinen.
ning houden met onvoorziene kosten voor te treffen mobiliteitsmaatregelen. Ik verzoek u
Voor de IJsselmondse knoop wordt een studie uitgevoerd naar de toekom-
deze nadere uitwerking tijdig aan ons voor te
stige kwaliteit van de verkeersafwikkeling na realisatie van De Stationstui-
leggen.
nen en voltooiing van de bedrijventerrein Nieuw-Reijerwaard. Daarbij wordt als uitgangspunt gerekend met de situatie zonder verbreding van de toerit en weefvak naar de A15. Deze studie wordt uitgevoerd in samenwerking met de gemeenschappelijke regeling Nieuw-Reijerwaard. Ook Rijkswaterstaat, gemeente Ridderkerk en het Waterschap Hollandse Delta zijn betrokken bij dit onderzoek. De resultaten van dit onderzoek worden in mei 2026 verwacht. De provincie wordt ook geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek en de vervolgstappen om een toekomstvaste oplossing gerealiseerd te krijgen. Hiervoor wordt ook verwezen naar de beantwoording van zienswijze 8 in deze nota. Op basis van onderzoek naar de fasering van De Stationstuinen en de impact daarvan op het omliggende wegennet (Bijlage 17 van de toelichting,
rapport Goudappel, fasering van De Stationstuinen Barendrecht, 15 december 2023) blijkt dat de ontwikkeling van de 2e fase van De Stationstuinen nog geen knelpunten veroorzaakt op kruispunten op het omliggende wegennet. In de 1e fase wordt de IJsselmondse knoop zwaarbelast in de ochtend- en avondspits. Dit knelpunt vervalt na realisatie van fase 2. De oorzaak hiervan is de verandering van het programma. Het gebied waar fase 2 wordt gerealiseerd bevat in fase 1 nog bedrijven. In fase 2 worden dit voornamelijk woningen. Hierdoor veranderen de verkeersstromen. Bedrijven zorgen in de ochtendspits voor een verkeersstroom naar het plangebied en in de avondspits weer richting het hoofdwegennet. Door de ontwikkeling van woningen in fase 2 wordt de richting van de verkeersstromen omgedraaid, waarmee de kruispuntbelasting in de spitsen verandert en de kruispuntbelasting lager wordt. 6d
In artikel 6.10b van de verordening is over
Voor het in De Stationstuinen te realiseren programma zal volgens de in
Parkeernorm sociale huur opgenomen:
het Ontwikkelkader vermelde parkeernormen worden voorzien in parkeer-
1.
Een bestemmingsplan dat voorziet in
ruimte. De voor De Stationstuinen geldende parkeernormen in het Ontwik-
nieuwe sociale huurwoningen han-
kelkader zijn gebaseerd op de parkeernota Barendrecht 2018 waarbij ge-
teert een parkeernorm van maximaal
zien de uitgangspunten van het mobiliteitsconcept en de locatiespecifieke
0,7 autoparkeerplaats per sociale
kenmerken op een aantal punten gemotiveerd is afgeweken.
huurwoning. 2.
In afwijking van het eerste lid kan
Voor de onderbouwing van de parkeernormen wordt verwezen naar para-
een andere parkeernorm worden ge-
graaf 3.3 van het Ontwikkelkader. Het Ontwikkelkader is opgenomen als
hanteerd, als de gemeente op de lo-
bijlage 1 bij de toelichting van het bestemmingsplan.
kale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastge-
Op 1 oktober 2024 is het parkeerbeleid voor De Stationstuinen vastgesteld
steld.
door de gemeenteraad van Barendrecht. In dit parkeerbeleid zijn ook de parkeernormen vastgelegd. Het parkeerbeleid is opgenomen als bijlage 22
Voor sociale huur appartementen van 70m² naast het station is een parkeernorm van 1,1 te hoog. Dit voldoet niet aan artikel 6.10 b. Een apart onderzoek naar de
bij de toelichting van het bestemmingsplan.
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
parkeerbehoefte en parkeerplaatsen ontbreekt. De afwijking van de parkeernorm uit artikel 6.10 b lijkt daarom niet te onderbouwen met data over de lokale situatie. Het is niet duidelijk hoe de parkeernormen data gedreven zijn en hoe er rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van het station. Ten overvloede merken we op dat Landelijke gemiddelden niet onder de noemer data over de lokale situatie is te scharen. 6e
Aangezien er direct een ontwerpbestem-
Inmiddels is er een advies uitgebracht door de VRR. In het advies worden
mingsplan is ingediend en geen voorontwerp
diverse omgevings-, bouwkundige, installatietechnische en/of organisatori-
bestemmingsplan, wordt dit plan gelijktijdig
sche maatregelen geadviseerd.
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
aan ons voorgelegd als aan de veiligheidsregio. Het plan mist dan ook nog het advies van
Deze adviezen worden integraal opgenomen in de toelichting van het be-
de Veiligheidsregio Rotterdam (VRR). In dit
stemmingsplan en zullen bij de nadere uitwerking van het bouwplan in
kader wordt verzocht:
overleg met VRR worden afgestemd.
•
het advies van VRR op te nemen (over hulpverlening, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid);
•
het VRR advies te waarborgen in het bestemmingsplan (of toelichten hoe in de uitvoering van het bestemmingsplan rekening gehouden wordt met de adviezen).
Zienswijze 7
Riderster Beheer B.V. en Hotel Ridderkerk B.V. bij brief van 8 februari 2024
7a
Reclamanten geven aan dat de mogelijkheid
Bij de nadere uitwerking van het plan is geconstateerd dat binnen het
Artikel 4.1 sub d van de regels zal worden
tot nieuwvestiging van een hotel in het plan-
plangebied van ‘De Stationstuinen 2e fase’ geen ruimte is voor een hotel.
verwijderd.
gebied Stationstuinen een negatieve impact
Om die reden zal de mogelijkheid tot de vestiging van een hotel worden
heeft op de huidige bedrijfsvoering evenals op
verwijderd uit het bestemmingsplan.
de uitbreidingsplannen. Dit, terwijl er geen
noodzaak of reden is tot het realiseren van een nieuwvestiging. Uit de ladder volgt dat er niet in zijn geheel is onderzocht of de nieuwvestiging van een hotel ter plaatse passend is. De onderzoeksgegevens waarvan wordt uitgegaan, zijn al met al bepaald niet representatief voor de locatie en er is géén rekening gehouden met de reeds gevestigde hotels in de omgeving. Reclamant stelt dat er worden verschillende argumenten aangedragen dat er niet voldoende is onderzocht of een hotel passend is in de omgeving en vraagt dat dit dan ook uit de planregels wordt geschrapt. 7b
Reclamant stelt dat de stelling in de plantoelichting dat er een anterieure overeenkomst is gesloten wat betreft het kostenverhaal ex afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (oud) niet juist is. Reclamanten hebben begrepen, dat de nieuwvestiging van een hotel pas heel laat in de planvorming betrokken. Dat zo zijnde, is niet zeker dat in de (eerder gesloten) anterieure overeenkomst op juiste wijze in het kostenverhaal is voorzien en zal uw raad zich dus nog nader moeten beraden over de vraag of de economische uitvoerbaarheid wel is verzekerd. Dit daargelaten dat de wet eist dat het kostenverhaal sowieso op orde moet zijn.
Zie beantwoording onder 7a.
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
Zienswijze 8
Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid bij brief van 6 februari 2024
8a
Reclamant stelt dat de verkeerskundige be-
Zie beantwoording onder 6c.
vindingen voor fase 1 en fase 2 elkaar tegen
De toelichting van het bestemmingsplan is naar aanleiding van de zienswijze verduide-
spreken in de toelichting. In de toelichting van
Naar aanleiding van de zienswijze is er overleg gevoerd met Rijkwater-
het ontwerpbestemmingsplan ‘Stationstuinen
staat over de ingediende zienswijze. Daarna is de beantwoording opge-
fase 2’ staat namelijk dat grote toenames van
steld en afgestemd. Tussen gemeente en Rijkswaterstaat is afgesproken
verkeer te verwachten zijn op de Spoorlaan,
om gedurende het traject in gesprek te blijven over de verkeerssituatie en
Donk en Dierensteinweg. Vervolgens wordt
mogelijke maatregelen. Hier is in 2025 en 2026 uitvoering aan gegeven
vermeld dat deze toenames niet leiden tot
door gezamenlijk met Rijkswaterstaat nadere onderzoeken uit te voeren
knelpunten op wegvakken of kruispunten.
naar de toekomstige verkeersafwikkeling op de IJsselmondse knoop en de
Terwijl in het BP fase 1 is vermeld dat bij het
impact op het hoofdwegennet.
lijkt.
kruispunt Dierensteinweg/Donk wel knelpunten ontstaan die terugslaan tot op de IJsselmondse Knoop. In de MER-bijlage staat wel dat deze kruising een aandachtspunt blijft. Er ontbreekt een verdere toelichting of maatregelen. 8b
Reclamant stelt dat de hoofdteksten in de toe-
In de toelichting (paragraaf 5.1) zijn de teksten aangepast en verduidelijkt
De toelichting van het bestemmingsplan is
lichting niet in overeenstemming zijn met de
naar aanleiding van de zienswijze. Voor de beantwoording hiervan wordt
naar aanleiding van de zienswijze verduide-
beschreven bevindingen van de onderzoeken
verwezen naar paragraaf 5.1 van de toelichting.
lijkt.
in de bijlagen. In de bijlagen worden potentiele knelpunten aangeduid, die niet terugkomen in de overkoepelende tekst in de toelichting. De beschreven knelpunten in de bijlagen zijn meer in lijn met wat in de toelichting van fase 1 is beschreven dan de toelichting van fase 2. 8c
Reclamant stelt dat er aannames zijn gedaan
De onderzoeken naar de verkeersafwikkeling op het omliggende wegen-
in de uitgangspunten van de verkeersbereke-
net zijn uitgevoerd met het op dat moment vigerende verkeersmodel voor
ningen die niet in lijn zijn met hetgeen tijdens
2030. In dit model is als uitgangspunt opgenomen dat de toerit naar de pa-
overleggen over de IJsselmondse Knoop is
rallelbaan van de A15 wordt verbreed naar 2 rijstroken. Deze uitgangspun-
aangegeven door Rijkswaterstaat.
ten komen overeen met op het op dat moment beoogde eindbeeld. De beoogde verbreding van de toerit en het weefvak van de A15 was namelijk aangedragen als meekoppelkans binnen de MIRT-verkenning voor de A16, waarbij ook de financiering is toegezegd. In de aanvullende studies van 2025 en 2026 wordt gerekend met het verkeersmodel voor 2040. In dat model is de huidige infrastructuur het uitgangspunt, met als onderzoeksvarianten onder andere de verbreding van de bestaande toerit en weefvak en een nieuwe toerit. Deze varianten worden onderzocht zonder aanpassingen aan de A16.
8d
Reclamant stelt dat er wel degelijk forse toe-
In het onderzoek naar de fasering van De Stationstuinen (Bijlage 17 van
De toelichting van het bestemmingsplan is
names te zien zijn op de toe leidende wegen
de toelichting, rapport Goudappel, fasering van De Stationstuinen Barend-
naar aanleiding van de zienswijze verduide-
naar de IJsselmondse Knoop, die niet terug te
recht, 15 december 2023) is in beeld gebracht wat de impact is van de
lijkt.
zien zijn op de toerit zelf, en dat de verklaring
ontwikkeling van de 1e en 2e fase van De Stationstuinen. Uit deze bereke-
hiervoor ontbreekt.
ningen blijkt dat de toenames van de verkeersintensiteit op de wegen richting de IJsselmondse knoop in fase 2 nog zeer beperkt zijn in vergelijking tot fase 1 (zie onderstaande tabel).
Dierensteinweg VerenAmbachtseweg Verbindingsweg
richting oost richting west richting noord richting zuid richting oost richting west
mvt Etmaal autonoom 11350 11150 10260 9650 10850 8280
fase 1 13000 12900 10000 9500 10800 8400
fase 2 12500 12500 10400 9600 10800 8300
De ontwikkeling van De Stationstuinen zorgt wel voor een verandering in de rijrichtingen van de verkeersstromen op het omliggende wegennet. De oorzaak hiervan is de verandering van het programma. Het gebied waar fase 2 wordt gerealiseerd bevat in fase 1 nog bedrijven. In fase 2 worden dit voornamelijk woningen. Bedrijven zorgen in de ochtendspits voor een verkeersstroom naar het plangebied en in de avondspits weer richting het
hoofdwegennet. Door de ontwikkeling van woningen in fase 2 wordt de richting van de verkeersstromen omgedraaid, waarmee de kruispuntbelasting in de spitsen verandert en de kruispuntbelasting lager wordt. Op etmaalniveau is dit effect nauwelijks waarneembaar op de toerit en afrit van de A15. 8e
Reclamant stelt dat de IJsselmondse knoop
Uit de onderzoeken naar de verkeersafwikkeling na ontwikkeling van De
De toelichting van het bestemmingsplan is
(zonder en met capaciteitsuitbreiding, want
Stationstuinen komt de IJsselmondse knoop als aandachtspunt naar vo-
naar aanleiding van de zienswijze verduide-
zwaarbelast) een knelpunt zal vormen ten
ren. Knelpunten t.a.v. de verkeersafwikkeling ontstaan met de verkeersbe-
lijkt.
aanzien van de verkeersafwikkeling ook in het
rekeningen voor 2030 nog niet in fase 2 (Bijlage 17 van de toelichting, rap-
scenario waarbij rekening wordt gehouden
port Goudappel, fasering van De Stationstuinen Barendrecht, 15 decem-
met een beperktere groei van het autover-
ber 2023). Uit het onderzoek van Goudappel (Bijlage 17 van de toelichting,
keer.
onderzoek Goudappel deelrapport Verkeersgeneratie 15 december 2023) blijkt dat er wel een knelpunt kan gaan ontstaan bij een totale ontwikkeling van De Stationstuinen. Op basis hiervan zijn gesprekken gevoerd met Rijkswaterstaat over toekomstige verkeersafwikkeling op de IJsselmondse knoop. Ook is in samenwerking met de gemeenschappelijke Regeling Nieuw-Reijerwaard een studie gestart naar mogelijke maatregelen om de toekomstige verkeersafwikkeling te verbeteren. Alle betrokken regionale wegbeheerders (Rijkswaterstaat, Waterschap Hollandse Delta en de gemeenten Ridderkerk, Rotterdam en Barendrecht) zijn bij deze studie betrokken. In deze studie worden de meest recente inzichten qua verkeersmodellen voor 2040 toegepast. Deze uitgangspunten zijn ook afgestemd met Rijkswaterstaat. De uitkomsten van de studie naar de IJsselmondse knoop zijn in mei 2026 beschikbaar. Mogelijke maatregelen kunnen pas op langere termijn worden gerealiseerd. Mocht in de tussentijd er een te hoge verkeersdruk op de IJsselmondse knoop ontstaan, dan heeft dit niet direct negatieve consequenties voor de verkeersafwikkeling op de A15. Technisch is in de regeling van de IJsselmondse knoop namelijk met een filedetectie op de afrit van de A15 geborgd dat deze richting eerder groen krijgt in het geval van dreigende filevorming op de A15.
De realisatie van mogelijke infrastructurele maatregelen rondom de IJsselmondse knoop is een project met een lange doorlooptijd. De gemeente is zich ervan bewust dat tot het moment van realisatie er mogelijk sprake is van knelpunten met de verkeersafwikkeling op het hoofdwegennet en het onderliggend wegennet. Dit heeft de gemeente ook onderkend in haar brief aan Rijkswaterstaat d.d. 5 maart 2024. De komende periode blijft de gemeente Barendrecht zich samen met de overige betrokken wegbeheerders inzetten voor een robuuste bereikbaarheid van deze regio. Daarvoor worden studies uitgevoerd om goede infrastructurele maatregelen uit te werken. Ook zijn er financiële middelen gereserveerd om maatregelen te financieren. 8f
Reclamant stelt dat het kruispunt Dierenstein-
In de notitie over de Kruispuntberekeningen Stationstuinen (Bijlage 17 van
De toelichting van het bestemmingsplan is
weg/Donk een (potentieel) knelpunt vormt dat
de toelichting, Goudappel 22 december 2023) is in beeld gebracht welke
naar aanleiding van de zienswijze verduide-
mogelijk terugslaat op de IJsselmondse
aanpassingen aan de kruispunten Donk – Dierensteinweg mogelijk zijn om
lijkt.
Knoop. Hiervoor zijn geen maatregelen opge-
de verkeersafwikkeling hier te verbeteren. Voor de aanpassingen aan
nomen in het plan.
deze kruispunten is budget gereserveerd in de businesscase van De Stationstuinen.
Zienswijze 9
Spring! Housing bij brief van 8 februari 2024
9a
Aan de ene kant verwelkomt en ondersteunt
Doelstelling voor De Stationstuinen is het transformeren van een mono-
reclamant de bouw van nieuwe woningen.
functioneel bedrijventerrein naar een levendig en gemengd gebied binnen
Maar de plannen van de ontwikkelaar komen
Barendrecht met een grote variatie aan woningen, maatschappelijke voor-
megalomaan over, is alleen winst en woning-
zieningen onderwijs, mogelijkheden voor agrofood gerelateerde bedrijfs-
aantal maximalisatie de drijfveer, is heel be-
functies, start-ups en ruimte voor research, development en experience.
perkt iets terug te vinden van de drie thema’s van de ontwikkelaar en is ‘parkeren’ een seri-
In het Structuurplan en het Beeldkwaliteitsplan zijn de drie genoemde
eus struikelblok. Reclamant gaat hierover
thema’s nader uitgewerkt, waarbij het zeker niet alleen gaat over maxima-
graag in gesprek met de gemeente.
lisatie van winst en aantal woningen.
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
9b
Reclamant stelt dat het onduidelijk is wat de
Het plangebied van dit ontwerpbestemmingsplan gaat inderdaad over een
verhouding is tussen dit bestemmingsplan en
deel van het vastgestelde bestemmingsplan ‘De Stationstuinen 1 ste fase’.
de vastgestelde bestemmingsplan De Stati-
Dit heeft te maken met de verplaatsing van een mobility hub, die oorspron-
onstuinen 1ste fase. Het plangebied van beide
kelijk was beoogd op de locatie zoals vastgesteld in het bestemmingsplan
bestemmingsplannen overlappen elkaar,
voor fase 1.
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
maar komen qua bestemming niet overeen. Reclamant stelt dat het hiermee onduidelijk is
Inmiddels zijn de plannen voor fase 1 en 2 verder uitgewerkt, waarbij tot
wat wordt beoogd, met name ten aanzien van
de constatering is gekomen dat verplaatsing van de mobility hub meer
de ‘mobility hubs’.
naar het oosten toe gewenst is. Dit ontwerpbestemmingsplan maakt de verplaatsing mogelijk.
9c
Het pand van de reclamant omvat 58 micro-
Dit betreft een herhaalde zienswijze op het bestemmingsplan ‘De Stations-
woningen waar ten minste 65 personen wor-
tuinen 1ste fase’.
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
den gehuisvest. Op korte afstand van voorziet het BP daar een parkeergarage (ook wel ‘mo-
De mobility die in dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is op een
bility – hubs’) welke reclamant niet passend in
afstand gelegen van circa 400 meter tot het pand van reclamant. Nader
de omgeving, stedenbouwkundig onwenselijk
onderzoek om een acceptabel woon- en leefklimaat te garanderen is niet
en zeer belemmerend voor derden vindt. De
noodzakelijk. De mobilityhub is middels een structuurplan en een beeld-
gevolgen die een openbare parkeergarage
kwaliteitsplan op een verantwoorde wijze stedenbouwkundig ingepast.
van deze omvang met zich mee kan brengen heeft betrekking tot een verhoging van crimi-
De Stationstuinen werkt volgens het STOMP principe waar de hiërarchie
naliteit en geluid-, stank- en parkeeroverlast.
als volgt is: voetgangers, fietsers, openbaar vervoer, deelmobiliteit, auto’s. De parkeerbehoefte wordt gecentraliseerd in een aantal mobilityhubs
Er is onderzoek nodig naar alternatieven.
waardoor de buurten autovrij kunnen zijn. Voor een verdere toelichting
Waarom zijn er twee hubs nodig? Wat zijn de
hierop wordt verwezen naar het Ontwikkelkader (zie bijlage 1 bij de toe-
te realiseren nutsvoorzieningen en wat zijn
lichting).
daarvan de ruimtelijke gevolgen (denk aan geluid en straling) 9d
Reclamant stelt dat er onvoldoende duidelijk
De nieuwbouw binnen het plangebied zal gefaseerd plaatsvinden. Tijdens
wordt gemaakt op welke manier de ontsluiting