B15 Ladder voorzieningen Stationstuinen 2e fase compleet
Tekst van het document
patiënten in hun eigen gezondheid en zorgen procesinnovaties voor een
bouwen is er gekeken naar een aantal voorzieningen die vaak een plek
vergrijzing verandert de zorgvraag en neemt de zorgvraag toe. Veel
betere taakdelegatie naar wijkverpleegkundigen en praktijkondersteu-
hebben in een gezondheidscentrum. Voor dit onderzoek er is gekeken
mensen willen hun leven ook op hogere leeftijd graag voortzetten
ners40.
37
Rabobank (2019). Cijfers & Trends, Gezondheidszorg NIVEL, 2014 39 Volkskrant (1-7-2022) Huisartsen hebben al te weinig tijd 40 Rabobank (2019). Cijfers & Trends, Gezondheidszorg 41 Rabobank (2019). Cijfers en Trends Gezondheidszorg. 42 Rabobank, Cijfers en trends, Gezondheidszorg. 43 PBL (2018). Wat zijn de gevolgen van de vergrijzing? 38
Haalbaarheidsonderzoek voorzieningen De Stationstuinen
45
naar huisartsen, fysiotherapeuten en apotheken. Hieruit blijkt het vol-
Het aantal inwoners neemt de komende jaren toe in de gemeente Ba-
om het aantal huisartsen te beperken en de zorg te verbeteren. Dit lukt
gende:
rendrecht. Zeker als de ontwikkeling van maximaal 4.500 woningen gaat
echter niet altijd. Door de ontwikkelingen in de Stationstuinen is het zeer
In de gemeente Barendrecht zijn er ca. 20 huisartsen, 39 fysiotherapeu-
plaatsvinden in Barendrecht. Hierdoor neemt de behoefte aan gezond-
reëel dat de nieuwe inwoners geen plek kunnen vinden bij de bestaande
ten en 4 apotheken44. Voor de behoefte onderbouwing zijn er ervanuit
heidsvoorzieningen sterk toe. In de huidige situatie is er niet voldoende
huisartsen, hiervoor is het gewenst om nieuw aanbod te creëren.
gegaan dat de mensen fulltime werken, oftewel één huisarts of fysiothe-
aanbod om in de vraag te kunnen voorzien. Dit wordt alleen meer naar
rapeut staat gelijk aan één fte. Is werkelijk zal dit aantal lager liggen,
mate de toekomst. In het geval van de ontwikkeling van Stationstuinen
Huisartsen vervullen ook steeds meer een managende rol. Huisartsen
aangezien de druk op zorg zo hoog is dat huisartsen en andere zorgver-
is er behoefte aan 28 fte huisartsen en 59 fte fysiotherapeuten. Deze
voeren overleggen met de wijkverpleging, ziekenhuizen en ggz-instellin-
leners vaak niet meer fulltime werken.
zullen een plek moeten krijgen binnen de gemeente.
gen om complexere patiënten die hulp nodig hebben op de juiste plek te
Om de behoefte voor de huisarts te berekenen wordt er uitgegaan van
krijgen. Ook onderhandelen de artsen met zorgverzekeraars dit kost
een gemiddeld aantal patiënten/cliënten per fte. Voor de huisarts betreft
8.3.1
Kwalitatieve behoefte
dit 2.095 patiënten per fte.45
In deze paragraaf is de kwalitatieve behoefte in beeld gebracht. Dit is
De norm voor fysiotherapeuten ligt op 1.000 patiënten per fte.46
gedaan aan de hand van o.a. de cijfers van het RIVM en het CBS:
Het aantal inwoners per apotheek ligt gemiddeld in Nederland op 6.700.
De gemeente Barendrecht vergrijst. Het aandeel mensen van 65 jaar of
Het gezondheidscentrum gaat verschillende zorgverleners huisvesten.
in vergelijking met andere Europese landen is dit een zeer hoog gemid-
ouder neemt toe in Barendrecht. De overige groepen nemen in aandeel
Hierdoor is het voor de patiënt efficiënter om te bezoeken. In plaats van
delde.47
af. Een hoger aandeel mensen die 65 jaar of ouder zijn betekent per
naar de huisarts op de ene locatie en naar de apotheek op de andere lo-
Op basis van het huidige inwonertal in het verzorgingsgebied is er be-
saldo ook meer behoefte aan eerstelijnszorg voorzieningen. 48
catie, bevinden zich veel zorgverleners op een plaats. Dit komt ten
veel tijd. Op het moment dat er veel zorgverleners onder één dag zitten zal dit naar verwachting minder tijd gaan kosten.
hoefte aan ca. 23 fte aan huisartsen. Dit betekent dat het huidige huis-
goede van de zorg.
artsenaanbod niet in balans is met de behoefte. Er ligt nog een behoefte
Er is behoefte aan meer huisartsen. De zorg is sterk aan het veranderen
aan ca. 3 fte huisarts.
in Nederland door de vergrijzing wordt er meer gevraagd van eerstelijns-
Ook het aanbod fysiotherapeuten en het aanbod apotheken is niet toe-
zorg zoals huisartsen. Hierdoor komen er ook meer patiënten op een
reikend voor het aantal inwoners in de gemeente Barendrecht.
huisarts af. Veel huisartsen hanteren al een patiëntenstop in Nederland,
Tabel 12:
Extra behoefte zorgvoorzieningen op basis van het aantal fte.
Norm aantal inwoners per fte
Aantal (fte) huidig
Huidig aanbod (fte)
Tekort of overschot huidig
Aantal (fte) 2035
Aantal (fte) 2035 incl. Stationstuinen
51.430 inwoners
58.540 inwoners
Huisarts
2.095
23
20
-3
25
28
Fysiotherapeut
1.000
49
39
-10
51
59
Apotheek
6.700
7
4
-3
8
9
48.810 inwoners
44
ZorgkaartNederland (geraadpleegd 25-10-2023) Medisch contact (2017), normpraktijk huisarts zakt naar 2095 Rabobank cijfers en trends Fysiotherapie (2016) 47 Marktdata (2022), Apotheken in Nederland 48 Statistisch Zakboek Provincie Gelderland (2022) 45 46
Haalbaarheidsonderzoek voorzieningen De Stationstuinen
46
9
Kinderdagverblijf
9.1
Verzorgingsgebied
Voor onderwijsvoorzieningen is het verzorgingsgebied het gebied waarbinnen de school zijn (voornaamste) gebruikers vindt. Het verzorgingsgebied wordt globaal afgebakend door de reistijd die leerlingen bereid zijn af te leggen. De profilering, omvang en kwaliteit van het onderwijs bepalen, samen met de nabijheid en bereikbaarheid, de omvang van de acceptabele reistijd. Dit initiatief betreft de realisatie van een kinderdagverblijf. Over het algemeen is het van belang dat kinderen en ouders niet ver hoeven te reizen naar een kinderdagverblijf. De beoogde basisschool is gelegen in het ontwikkelgebied Stationstuinen. Dit kan worden gezien als het verzorgingsgebied. Voor het kwantitatieve gedeelte van dit onderzoek is de gemeente Barendrecht als uitgangspunt genomen.
9.2
Trends en ontwikkelingen
De sector kinderopvang heeft te maken met een groot tekort aan personeel. Dit neemt alleen maar toe door de grotere vraag naar kinderopvang. Vanaf 2023 is de hoogte van de kinderopvangtoeslag namelijk niet meer afhankelijk van het aantal gewerkte uren van de minst-werkende ouder. Kinderen mogen de hele dag naar de opvang als de ouder die dag minimaal één uur werkt. Daarnaast wordt de kinderopvang voor werkende ouders vrijwel gratis. Vanaf 2025 vergoedt de overheid 95% van de kinderopvang. Hierdoor neemt de vraag naar kinderopvang nog verder toe. De sector moet daardoor nieuw personeel zien aan te trekken. Aan het eind van 2031 zijn ongeveer 50.000 nieuwe medewerkers nodig.49
Figuur 16: Kinderopvang locaties in de gemeente Barendrecht (Bron: Locatus) 49
Trends in de kinderopvang (2022), ABAB
Haalbaarheidsonderzoek voorzieningen De Stationstuinen
47
9.3
Aanbod
meer plekken voor kinderopvang in de gemeente Barendrecht. In 2035
De gemeente Barendrecht kent 87 verschillende kinderopvang loca-
zonder de ontwikkelingen van de Stationstuinen groeit deze behoefte
ties50. Deze 87 locaties zijn onder te verdelen naar 26 buitenschoolse
naar ca. 165 extra plaatsen. Gelet op het gemiddeld aantal kinderen per
opvang locaties, 25 kinderdagverblijven en 36 gastouder opvang loca-
kinderopvang in Barendrecht (73) komt dit neer op ca. 2 extra kinderop-
ties. Kinderdagverblijven zijn grotendeels bedoeld voor kinderen in de
vang locaties in de gemeente. In de situatie dat de Stationstuinen ont-
leeftijd 0 tot 4 jaar. De buitenschoolse opvang locaties en gastouder op-
wikkeld wordt stijgt deze behoefte aanzienlijk. Naar ca. 7 nieuwe kind
vanglocaties zijn bedoeld voor kinderen in de leeftijd 4 tot 12. Al deze
opvang locaties in de gemeente. De meest efficiënte plek voor het reali-
opvang bieden plaats aan 2.563 kinderen. De ruimtelijke spreiding is ge-
seren van deze kind opvang locatie is nabij de Stationstuinen. In dit ge-
visualiseerd in figuur 16. De meeste kinderopvang locaties bevinden
bied komen aanzienlijk veel nieuwe mensen te wonen en daarmee dus
zich in het westen en het midden van de gemeente. In de buurt van het
ook kinderen. Deze zullen op korte afstand geaccommodeerd moeten
plangebied zijn er minder kinderdagopvang locaties beschikbaar. Op 5
worden, daarvan is op het moment geen sprake.
minuten fietsen afstand zijn er slechts 5 kinderopvang locaties bereikbaar.
9.4
Tabel 2: Behoefte naar kinderdagverblijven in Barendrecht 2035
Vraag
In 2020 zaten circa 55% van de kinderen van 1 t/m 3 jaar op een kinderdagverblijf51, wat bij een gemeente met 1.814 kinderen neerkomt op on-
Barendrecht huidig
geveer 998 kinderen. Ongeveer 35% van de kinderen in de leeftijd 4 tot
48.810 inwoners
Gemeente Barendrecht 2035 (excl. Stationstuinen)
12 zaten op een bso of gastouder opvang locatie. Dit komt neer in Ba-
51.340 inw.
Gemeente Barendrecht 2035 (incl. Stationstuinen) 58.540 inw.
rendrecht op 1.591 kinderen. Gelet op de toekomst groeit het aantal kinderen in de gemeente Barendrecht. Het toekomstig aantal kinderen is
Leeftijd
Aantal kinderen
Aandeel kinderopvang
Aantal kinderen in kinderopvang
Huidig aanbod in aantal plaatsen
Behoefte
0 tot 4
1814
55%
998
996
-2
-55
-201
4 tot 11
4547
35%
1591
1567
-24
-110
-342
Behoefte
Behoefte
afgezet tegen het huidige aanbod.
9.5
Behoefte
In de huidige situatie is er te zien dat het aanbod kinderdagopvang en de vraag naar kinderdagopvang goed in evenwicht zijn. Er licht een zeer kleine vraag naar plaatsen in de kinderopvang, maar deze vraag is zeer klein van omvang en geeft geen aanleiding om nieuw aanbod te creeren. Gekeken naar de toekomst ligt er zeker behoefte voor nieuw aanbod. Met de groei van het aantal kinderen ontstaat er behoefte aan
50 51
Kinderopvang locaties LRK Cijfers maatschappelijke kinderopvang (2022)
Haalbaarheidsonderzoek voorzieningen De Stationstuinen
48
10 Leegstand In de gemeente Barendrecht staan 8 panden leeg met een totale omvang van 1.030 m² wvo. Het leegstandspercentage in aantal verkooppunten is met 3,4% fors lager dan het landelijke cijfer (6%). Ook de leegstand op basis van het winkelvloeroppervlak ligt een stuk lager (2,6%) dan het landelijk gemiddelde (5,3%).
Het grootste leegstaande pand in Barendrecht heeft een omvang van 235 m² wvo.
De leegstaande panden bevinden zich in het centrum van Barendrecht en winkelcentrum Carnisse Veste.
Figuur 13: Leegstand gemeente Barendrecht.
Haalbaarheidsonderzoek voorzieningen De Stationstuinen
49
11 Beleidskaders In deze bijlage is het kaderstellend beleid van provincie, regio en gemeente in beeld gebracht. Op basis van dat beleid wordt voorliggend initiatief afgewogen.
Rijk De NOVI streeft naar kwaliteit van leven in stedelijke en landelijke regio’s. Hierbij wordt benadrukt dat wonen, werken, natuur, landschap en voorzieningen meer met elkaar verweven zullen worden. De nabijheid van verschillende functies, zoals kinderdagopvang en buitenschoolse opvang (voorzieningen), is van belang. Hierbij moet er niet alleen gestreefd worden naar nabijheid van voorzieningen in de stad, maar ook in dorpse en/of landelijke gebieden. Het landelijk beleid zet in op het binnenstedelijk bouwen van woningen, bedrijven en voorzieningen. Pas wanneer dit niet mogelijk is kan realisering aan de randen van verstedelijkt gebied geaccepteerd worden. De ruimtelijke kwaliteit dient behouden te worden als er in niet-stedelijk gebied wordt gebouwd.
Provincie Omgevingsvisie Zuid-Holland (2019, geconsolideerd 1 april 2023)
De provincie heeft uitgebreide regelgeving t.a.v. detailhandel. De algemene lijn is terughoudend omgaan met nieuwe winkelmeters en inzetten op het concentreren en clusteren van detailhandel in de centra van steden, dorpen en wijken. Door clustering wordt de detailhandelsstructuur verder versterkt. Verspreid liggend aanbod draagt niet bij aan het clusteren en concentreren van het detailhandelsaanbod en tast de detailhandelsstructuur in ruimtelijke zin (afname ruimtelijke kwaliteit, toename leegstand) aan.
Het provinciale beleid is erop gericht om de detailhandels-structuur
a. detailhandel in goederen die qua aard of omvang van de aange-
zoveel mogelijk kwalitatief te versterken en de beschikbaarheid en
boden goederen niet of niet goed inpasbaar is in de centra:
bereikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen. 1°.detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; Omgevingsverordening (2019, geconsolideerd 1 april 2023)
2°.detailhandel in volumineuze goederen;
In de omgevingsverordening is, ten aanzien van detailhandel, met name
3°.meubelbedrijven, inclusief in ondergeschikte mate een assorti-
artikel 6.13 relevant.
ment woninginrichting en stoffering, alsmede detailhandel in de volumineuze woongoederen: keukens, badkamers, vloeren, zonwering
Artikel 6.13 Detailhandel
en jacuzzi’s, voor zover de ontwikkeling plaatsvindt binnen de bedrij-
1. Een bestemmingsplan voorziet uitsluitend in nieuwe detailhandel op
venterreinen met locaties voor perifere detailhandelsvestigingen
gronden:
(PDV) waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op
a. binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in
kaart 10 in bijlage II;
de centra van steden, dorpen en wijken;
4°.tuincentra;
b. binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een
5°.bouwmarkten;
nieuwe woonwijk; c.
binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkel-
b. kleinschalige detailhandel:
concentratie als gevolg van herallocatie. 2. De nieuwe detailhandel, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de
1°.in de vorm van een gemakswinkel;
volgende eisen:
2°. bij sport-, culturele, medische, onderwijs, recreatie- en vrije tijds-
a. de ontwikkeling is in overeenstemming met het in het Pro-
voorzieningen, alsmede andere locaties met veel bezoekers of pas-
gramma ruimte en de Omgevingsvisie beschreven ontwikkelingsper-
santen, met een assortiment dat aansluit op de aard van deze voor-
spectief voor de daarin benoemde te versterken centra, te optimali-
zieningen of locaties;
seren centra en de overige centra; a. aangetoond is dat als gevolg van de ontwikkeling het woon- en
c.
ondergeschikte detailhandel:
leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat;
1°. in ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf;
b. voor zover de ontwikkeling een omvang heeft van meer dan
2°.bij een beroep aan huis of bij een ambachtelijk of dienstverlenend
4.000 m² bruto vloeroppervlak in de binnensteden van Rotterdam en
bedrijf, met een assortiment dat aansluit bij de hoofdbestemming;
Den Haag of 2.000 m² bruto vloeroppervlak in de andere centra, is
3°.bij een agrarisch bedrijf met een assortiment van producten uit ei-
mede met het oog op de eisen onder a en b, advies gevraagd aan
gen teelt;
de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland. d. afhaalpunten voor niet-dagelijkse artikelen op goed bereikbare loca3. Het eerste lid is niet van toepassing op een bestemmingsplan dat
ties;
voorziet in de volgende nieuwe detailhandel:
Haalbaarheidsonderzoek voorzieningen De Stationstuinen
50
e. kringloopwinkels;
f.
Het centrale beleidsuitgangspunt is het in stand houden en verster-
ling gegeven worden aan een aantrekkelijke stedelijke kantoorontwikke-
ken van de bestaande winkelstructuur.
ling die zowel lokaal kwaliteit van leven oplevert (dus in relatie tot wonen
Clustering van detailhandel in centra is van belang om verspreide
en recreatief verblijf), als ook een bijdrage levert aan het regionaal on-
nen, als is aangetoond dat hiervoor onvoldoende ruimte is in een be-
bewinkeling terug te dringen. Nieuwe ontwikkelingen worden bij
derscheidende en concurrerende vestigingsaanbod. Door de aandacht
staande winkelconcentratie.
voorkeur gefaciliteerd in- of aangrenzend aan de bestaande winkel-
voor complementariteit en duurzaamheid zal de krachtenbundeling van
gebieden en themacentra.
de regio’s Haaglanden en Rotterdam leiden tot een toekomstbestendige
supermarkten net buiten het winkelconcentratiegebied in kleine ker-
4. Het bestemmingsplan voorziet uitsluitend in de nieuwe detailhandel,
kantorenmarkt.
bedoeld in het derde lid onder a en f, als is aangetoond dat het woon-
In het regionale beleid is tevens een afwegingskader opgenomen voor
en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaard-
nieuwe ontwikkelingen. Hieruit blijkt onder meer het volgende:
Het beleidsdoel voor de kantorenstrategie is daarmee in lijn met de stra-
bare leegstand ontstaat. Mede met het oog hierop is advies gevraagd
Initiatieven groter dan 1.000 m2 bvo in de periferie worden voorge-
tegische opdracht voor metropoolvorming: “het voorzien in de ruimtebe-
aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland, voor zover het gaat
legd aan de regio en positief advies door de Adviescommissie De-
hoefte van (potentiële) kantoorgebruikers op de schaal van de MRDH
om de nieuwe detailhandel, bedoeld in het derde lid onder a, onderdelen
tailhandel Zuid-Holland is noodzakelijk.
als geheel, door het realiseren van de juiste hoeveelheid en kwaliteit op
Als een ontwikkeling past binnen het regionale beleid, maar niet
de juiste plaats”. De huidige kantorenmarkt vraagt om een integrale aan-
detailhandel een omvang heeft van meer dan 1.000 m2 bruto vloerop-
plaatsvindt in of nabij een bestaande winkelconcentratie moet wor-
pak in de Metropoolregio, die inspeelt op actuele ontwikkelingen. De
pervlak.
den aangetoond dat er geen sprake is van blijvende negatieve ef-
kantorenstrategie richt zich daarmee niet alleen op de omvang en tem-
5. Een bestemmingsplan dat voorziet in detailhandel als bedoeld in het
fecten op de bestaande (of beoogde) detailhandelsstructuur.
porisering van de planvoorraad, maar ook op sturing op de bestaande
3, 4 of 5, of bedoeld in het derde lid, onder f, en voor zover die nieuwe
derde lid, onder a stelt de volgende voorwaarden aan de nevenassorti-
voorraad met transformatie, het aantrekkelijker maken en, verduurza-
Regio
menten: a. ten hoogste 20% van het netto verkoopvloer-oppervlak wordt
men van kantoorgebieden en gebouwen, zodat de gebruiker optimaal wordt bediend. Het initiatief valt in de Agenda kantoren onder de catego-
voor de verkoop van het nevenassortiment gebruikt; en
Agenda kantoren MRDH 2015-2025
rie ‘Buitencategorie’. In de buitencategorie gaat het om locaties die spe-
b. het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment.
Vanwege de trends op de kantorenmarkt is een goed ruimtelijk-econo-
cifieke kantoorontwikkeling mogelijk maken ten dienste van andere (do-
misch beleid essentieel. Door afstemming van vastgoed, gebieden en
minante) functies in het gebied.
Provincie
economie zijn onderscheidende en sterke vestigingsmilieus te realise-
De MRDH en de provincie Zuid-Holland hebben een restrictief en con-
ren, in balans met de capaciteit van verkeer en vervoer en de ruimtelijke
MRDH Strategie Werklocaties 2019-2030
sistent detailhandelsbeleid om de winkelstructuur te behouden. Dit bete-
voorwaarden van andere sectoren (bijvoorbeeld wonen) in de Metro-
Het doel van de strategie kantorenlocaties is een bij de vraag passende
kent sturen op vraag en aanbod, en lokaal maatwerk op voorwaarde van
pool. Sterke vestigingsmilieus met onderscheidende kwaliteit, prijs en
kantorenvoorraad waardoor de MRDH inspeelt op trends en concurreert
ruimtelijke inpasbaarheid en regionale afstemming52. Het beleid van de
kwaliteit zullen meer (en groeiende) bedrijven trekken en daardoor lei-
met andere grootstedelijke regio’s. Het kantorenbeleid stuurt op het
MRDH is gebaseerd op het kwalitatief en kwantitatief versterken en opti-
den tot meer werkgelegenheid. Naast een kwantitatieve benadering, ge-
kwalitatief versterken van bestaande voorraad en het onttrekken van in-
maliseren van winkelgebieden binnen de bestaande hoofdstructuur van
richt op de passende omvang van vraag, (plan)aanbod en voorraad is
courant aanbod en plancapaciteit. Dit versterkt de aantrekkelijkheid van
detailhandel. Ten aanzien van detailhandel gelden enkele beleidsuit-
dan ook een kwalitatieve benadering op zijn plaats. Hiermee kan invul-
de MRDH als geheel en van de subregio’s als vestigingslocatie voor be-
gangspunten, waaronder:
52
drijven en instellingen. Ook draagt het bij aan optimaal gebruik van de
Metropoolregio Rotterdam Den Haag (2018), Strategie Werklocaties 2019-2030.
Haalbaarheidsonderzoek voorzieningen De Stationstuinen
51
schaarde ruimte. Het kantorenbeleid van de MRDH zet voor alle locaties
Dit zijn grotendeels kantoren voor kleinere of middelgrote eindge-
in op kwaliteit en verduurzaming. De regiogemeenten faciliteren vernieu-
bruikers. Een deel daarvan is gevestigd in woonwijken en/of kleinere
wing en kwaliteitsverbetering van de voorraad. Vanaf 2023 moeten alle
kantorengemeenten. Ook zijn veel van deze kantoren terug te vin-
kantoren minimaal energielabel C hebben, en mogelijk op termijn zelfs
den op bedrijventerreinen.
-
Het initiatief heeft een positieve invloed op cultuurhistorische elementen.
-
Het initiatief verbetert het voorzieningenniveau of de bereikbaarheid.
energielabel A. Op courante locaties is verduurzaming naar energielabel C meestal snel rendabel en betrekkelijk eenvoudig te faciliteren. Maar
Het initiatief bevindt zich volgens de strategie op een snelweg/OV-
Toekomstvisie Samen Bouwen aan Barendrecht (2017)
ook op deze locaties liggen vaak concurrerende ruimteclaims, vaak van-
knooppuntlocatie met regionale reikwijdte.
De gemeente Barendrecht is een moderne gemeente met een gunstig
uit de woningbouw. Ook OV-bereikbaarheid draagt bij aan de verminde-
economisch vestigingsklimaat en veel voorzieningen in de nabijheid
ring van uitstoot door kantoorgebruikers. Verbetering van de kwaliteit
Gemeente
door de ligging naast Rotterdam. Om de stad aantrekkelijk te houden
van panden en omgeving vereist de continue aandacht van regioge-
Structuurvisie Barendrecht (2012)
wordt geïnvesteerd in de sterke eigenschappen van Barendrecht. Win-
meenten en de MRDH. Zeker voor het huisvesten van (inter)nationale
De gemeente heeft de ambitie om in 2040 een regionale functie te heb-
kelen in de buurt voor de dagelijkse boodschappen is er daar een van.
kantoorgebruikers die niet gebonden zijn aan de MRDH-regio.
ben betreft woningen, werkgelegenheid, voorzieningen en recreatie.
De aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van het centrum wordt verbe-
Hierbij heeft de gemeente een hoog kwaliteitsniveau voor ogen voor al-
terd en samen met winkeliers wordt geïnvesteerd in winkelgebieden om
De MRDH hanteert de hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland.
les wat bijdraagt aan de samenleving in Barendrecht. Kansen voor uit-
een aantrekkelijk, veilig en goed bereikbaar gebied te creëren.
Daarbij is onderscheid gemaakt naar verschillende locatietypen, name-
bouwen worden met name aan de randen van de gemeente gezien,
lijk: grootstedelijke toplocaties, centrum/ stationslocaties, snelwegloca-
waar door herstructurering kwaliteitssprongen gemaakt kunnen worden.
Gebiedsvisie De Stationstuinen (2020)
ties, ov knooppuntlocaties en overige locaties.
De gemeente wil duurzame keuzes maken. Een van die keuzes is
Het gebied wordt herontwikkeld met naast een grote hoeveelheid wonen
het benutten van bestaand stedelijk gebied voor nieuwe rode func-
ook maatschappelijke voorzieningen, onderwijs, mogelijkheden voor
ties en het intensiveren van het stedelijk gebied nabij het centrum
startups en ruimte voor research & development. De aanwezigheid van
Dit zijn grootstedelijke toplocaties, oftewel eerste klas moderne kan-
en het station. Zo worden woningen en voorzieningen met elkaar
bedrijvigheid biedt mogelijkheden en draagvlak voor detailhandel en ho-
torenlocaties in het topsegment van Rotterdam en Den Haag, aan-
geïntegreerd en het gebied bereikbaarder en levensloopbestendig.
recafuncties.
Grootstedelijke toplocaties met internationale reikwijdte
gevuld met de directe omgeving. Op deze locaties bevinden zich
Er wordt erkend dat diverse wijken verschillende opgaven en moge-
meerdere (inter) nationale hoofdkantoren.
lijkheden herbergen. Hierdoor zijn gebiedsgerichte oplossingen ge-
Per ontwikkeling wordt een businesscase opgesteld om te beoordelen of
Centrum/stationslocaties met provinciale reikwijdte
wenst. Het voorzieningenaanbod wordt afgestemd op de huidige en
er voldoende reden is om de ontwikkeling mogelijk te maken. Hierbij
Dit zijn OV-knooppuntlocaties die zowel per intercity als per auto uit-
toekomstige behoefte. Meervoudige ruimtegebruik en multifunctio-
wordt er gekeken naar een aantal kwaliteitsprincipes, waaronder:
stekend bereikbaar zijn, en een multifunctionaliteit zichtbaar in een
neel bouwen wordt gestimuleerd om voorzieningen hun belangrijke
Doel is dat er sprake is van een gemengd gebied waarbij wonen
mix van voorzieningen.
ontmoetingsfunctie te kunnen blijven vervullen. Beperking van het
een belangrijke functie is. Graag zien we hoe deze ambitie zich
autoverkeer en inzetten op openbaar vervoer en langzaamverkeers-
vertaald naar elke fase.
Snelweg/OV-knooppuntlocaties met regionale reikwijdte Dit zijn snelweglocaties, OV-knooppuntlocaties (zonder intercity) en
routes zijn van belang voor het terugdringen van verkeershinder en
overige locaties met een gemeentegrens overschrijdend profiel. Het gaat om een mix van kleinschalige en (middel)grote eindgebruikers, vaak in een multi-tenant werkomgeving. Overige kantoren met lokale reikwijdte
Uitzondering op dit eerste punt is de locatie bij de oostelijke entree
het streven naar verbetering van de woon- en leefomgeving.
van de Gebroken Meeldijk. Gezien de afstand tot de stationslocatie
Nieuwe initiatieven worden getoetst op de volgende punten:
en toekomstige voorzieningen en de nabijheid van bedrijven, zijn
-
Het initiatief past in het langetermijnbeleid van de structuurvisie.
hier ontwikkelingen zonder wonen voorstelbaar.
-
Het initiatief verbetert de woon- en leefomgeving.
-
Het initiatief belemmert geen recreatieve kansen.
Haalbaarheidsonderzoek voorzieningen De Stationstuinen
Er moet een gezond en prettig leefmilieu ontstaan.
52
Bestaande bedrijven in het gebied willen plaatsmaken voor andere func-
geschept voor verbinding en afstemming met horecaonderne-
ties en verhuizen om te kunnen groeien in omvang. Door de verhuizing is er ruimte voor nieuwe ondernemers. Daarbij wordt er gericht op on-
mers.
dernemers die:
Er wordt gezocht naar een goede balans tussen ondernemerschap, leefbaarheid en levendigheid van Barendrecht. Om een duidelijk
Op zoek zijn naar een bruisend gebied rondom een ov-knoop-
beeld te creëren hoe en onder welke voorwaarden exploitatie van
punt.
horeca en bijbehorende terrassen moet worden ingericht is een ex-
Een binding hebben met de functies van Dutch Fresh Port. Doel is een versterking door aanvullend te zijn. Hierbij wordt ook gedacht
ploitatievergunning en terrasvergunning ingevoerd.
Er wordt ingezet op het verfraaien van straten en pleinen ten gunste
aan horeca, verblijf- en experienceruimte.
van het vestigingsklimaat. Horeca heeft binnen de gemeente een
Ondersteunend zijn aan het woongebied.
maatschappelijke functie, zij dienen als ontmoetingsplaats voor in-
Op goede wijze samengaan met de functie wonen.
woners van alle leeftijden binnen gemeente.
Voorbereidingsbesluit supermarkten Barendrecht (2023)
Drank- en Horecaverordening gemeente Barendrecht (2013)
Het voorbereidingsbesluit heeft tot doel om de benodigde tijd te cre-
Artikel 2 Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit
eren om samen met de stakeholders en belanghebbenden in de ge-
te oefenen
meente Barendrecht een passende regeling te maken voor super-
De burgemeester kan aan een vergunning voor een horecabedrijf voor-
markten in het bestemmingsplan, danwel omgevingsplan.
schriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld:
Het voorbereidingsbesluit geldt voor één jaar, met een verlenging
a) ter bescherming van de volksgezondheid, of
van anderhalf jaar bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
b) in het belang van de openbare orde, of
c) ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet. Kadernota integraal horecabeleid Barendrecht 2010-2014 (2010) Gelet op de leefbaarheid, het voorzieningenniveau en het woon- en leefmilieu speelt ruimtelijke ordening een belangrijke rol, ook betreft horeca. Ongecontroleerde vestiging van verschillende soorten horecaondernemingen kan op bovengenoemde gebieden leiden tot ongewenste situaties. Op de ene locatie kan sprake zijn van overlast, terwijl op de andere locatie sprake kan zijn van een te laag voorzieningenniveau. In de kadernota stelt de gemeente Barendrecht zich de volgende doelen: De ontwikkeling van horeca wordt afgestemd op de grootte van de gemeente, de ambities van de horecaondernemers en de wensen van de inwoners. Hierbij worden duidelijke voorwaarden
Haalbaarheidsonderzoek voorzieningen De Stationstuinen
53
Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Haalbaarheidsonderzoek voorzieningen De Stationstuinen
54
advies
projectnaam Barendrecht, memo Dienstenrichtlijn Stationstuinen
datum 24 januari 2025 projectnummer P06343 opdrachtgever Gemeente Barendrecht BRO projectleider RvL projectteam DG review TSc
Dienstenrichtlijn
Barendrecht, memo Dienstenrichtlijn Stationstuinen
De vestigingsbeperkingen moeten voldoen aan de criteria van de Europese Dienstenrichtlijn (zie kader). Eenvoudig uitgelegd stelt deze richtlijn dat commerciële diensten (zoals de genoemde functies in de Stationstuinen) in beginsel een vrij recht hebben om zich ergens te vestigen,
Aanleiding/inleiding In de gemeente Barendrecht is het voornemen een nieuw gemengd gebied te ontwikkelen onder de naam De Stationstuinen. Kort samengevat is de ambitie om in dit gebied maximaal 4.500 woningen toe te voegen, met bijbehorende passende voorzieningen. Het bestemmingsplan voor fase 2 is momenteel in ontwikkeling en maakt maximaal 1.050 woningen mogelijk. Daarnaast zijn niet woonfuncties toegevoegd, inclusief detailhandel. De gedachte is om in fase 2 één supermarkt te realiseren, met aanvullend detailhandel tot maximaal 1.350 m² bvo. Het planinitiatief
zonder ruimtelijke beperkingen. Overheden mogen nog steeds vestigingsbeperkingen opleggen, mits de ruimtelijke noodzakelijkheid en de evenredigheid hiervan voor elke specifieke situatie is onderbouwd en aangetoond1. Bij een Dienstenrichtlijn-onderbouwing gaat het erom dat de maatregel effectief is i.r.t. het doel én dat er geen andere minder beperkende maatregelen geschikter zijn. In voorliggend memo onderbouwt BRO dat de vestigingsbeperkingen in lijn zijn met de Dienstenrichtlijn. We gaan navolgend eerst in op de noodzakelijkheid en daarna op de evenredigheid.
voorziet in de realisatie van een klein wijkwinkelcentrum. BRO heeft voor deze gefaseerde ontwikkeling de bestemmingsplannen en bijbehorende toetsen aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. In de bestemmingsplannen zijn o.b.v. de Laddertoetsen de volgende planologische vestigingsbeperkingen opgelegd, te weten: 1. Een branchebeperking voor de supermarkt en maximummaatvoe-
Het algemene uitgangspunt is dat de alle beschreven vestigingsbeperkingen tezamen ervoor zorgen dat er een wijkvoorzieningencentrum komt met supermarkt en aanvullend andere voorzieningen (detailhandel, horeca en diensten) passend bij een regulier voorzieningencentrum van deze aard.
ring voor de supermarkt van maximaal 2.000 m2 bvo. 2. Een branchebeperking voor het overig programma aan detailhandel met maximum maatvoering 1.350 m2 bvo en een maximale omvang per winkel van 200 m2 bvo. 3. Horeca in de categorieën 1 en 2 met een maximum maatvoering
Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
1
van 400 m2 bvo en een maximale omvang per zaak van 150 m2 bvo. 4. Kantoren en diensten met een maximale omvang van 6.500 m2 bvo, waarbij wordt opgemerkt dat het deel dienstverlening, bestemd wordt als commerciële dienstverlening (met baliefunctie) wat doorgaans onderdeel uitmaakt van winkelgebieden. Een andere voorwaarde is dat de regeling niet discriminatoir mag zijn, maar daarvan is in ruimtelijke procedures eigenlijk nooit sprake. Planologische regelingen gelden voor eenieder.
1/9
Noodzakelijkheid
Toelichting Noodzakelijkheid uit jurisprudentie De eis dat de beperking noodzakelijk moet zijn, houdt in dat voor die beperking een ‘dwingende reden van algemeen belang’ bestaat,
waartoe in elk geval ‘de bescherming van het milieu en het stedelijk
Verschillende type beleidsstukken zetten in op vitale en compacte voorzieningencentra met evenwicht in voorzieningen. Denk bijvoor-
Toelichting Dienstenrichtlijn
beeld aan detailhandelsbeleid (provincie, regio, gemeente) of ge-
Het doel van de Dienstenrichtlijn is dat dienstverleners in de Euro-
biedsgericht beleid zoals een visie binnenstad.
pese Unie zich onbelemmerd in een andere lidstaat kunnen vesti-
In het verlengde van het beleidsdoel ‘vitale centrale’ ligt het beleids-
gen of tijdelijk diensten kunnen verrichten. Daarin is bepaald dat
doel ‘voorkomen van onaanvaardbare leegstand in centra’. Onge-
vestigingsbeperkingen niet-discriminerend, noodzakelijk en evenre-
wenste verdringingseffecten op voorzieningencentra kunnen leegstand veroorzaken, wat slecht is voor de leefbaarheid en het functio-
dig moeten zijn. Discriminatieverbod: de eisen maken geen direct of indirect
dat belang aanvaard, ter rechtvaardiging van een territoriale (of
neren van centra. Bovendien kan het de fijnmazige spreiding van (in
onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de
kwantitatieve) beperking in een ruimtelijk voorschrift: Behoud en bevorderen van aantrekkelijkheid, leefbaarheid, mix
dit geval) supermarkten in gevaar brengen, wat negatief kan zijn
milieu’ behoort. In de jurisprudentie zijn de volgende varianten van
voor de consumentenverzorging en leefbaarheid. Het Voorberei-
aan winkels, vitaliteit en waardering van het centrum en van
samenvatting van deze algemene doelen.
centratie van functies.
Voorkomen of tegengaan van leegstand, monocultuur van winkels en voorzieningen, eenzijdig aanbod van stedelijke functies en openbare ordeproblemen of het risico hierop2.
plaats van hun statutaire zetel. Noodzakelijkheid: de eisen zijn gerechtvaardigd om een dwin-
gende reden van algemeen belang. Evenredigheid: de eisen moeten geschikt zijn om het nage-
dingsbesluit Supermarkten Barendrecht (d.d. april 2023) geeft een
een voldoende voorzieningenniveau en aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Streven naar zorgvuldig ruimtegebruik, bereikbaarheid en con-
Supermarkten zijn belangrijke spelers voor de hiërarchische winkel-
streefde doel te bereiken; zij gaan niet verder dan nodig is om
structuur want het zijn de belangrijkste trekkers voor verschillende
dat doel te bereiken en dat doel kan niet met andere, minder
type winkelgebieden. Zij dragen bij aan de vitaliteit van voorzienin-
beperkende maatregelen worden bereikt. De evenredigheid
gencentra. Daarnaast voorzien supermarkten in de eerste levensbe-
vraagt om een onderbouwing met specifieke gegevens.
hoeften en dragen bij aan de consumentenverzorging. In Barendrecht is er met het beoogde planinitiatief een klein wijkwin-
voorzieningen in het wijkwinkelcentrum optimaal functioneren en
kelcentrum voorzien dat primair voorziet in de consumentenverzor-
combinatiebezoek kan ontstaan (zie ook bijlage 1 voor meer toelich-
gings- en brancheringsregelingen genoemd en zijn doorgaans ook
ging van de ‘eigen inwoners’ die in de directe omgeving komen te
ting hierop). In de tweede plaats is de branchebeperking noodzake-
in de beleiedskaders opgenomen. In het vervolg van deze memo
wonen. De beoogde supermarkt is de voornaamste trekker van het
lijk ter voorkoming dat het overig detailhandelsprogramma ook als
wordt met algemene doelen hiernaar verwezen.
winkelgebied en is essentieel voor de vitaliteit daarvan.
supermarkt wordt ingezet. Daarom is er ook een maximum-maat-
Het voorgaande worden ook wel de ‘algemene doelen’ van vesti-
voering opgenomen voor de supermarkt van maximaal 2.000 m2 Noodzakelijkheid van vestigingsbeperkingen
In heel Nederland verandert de samenstelling van functies in voorzieningencentra. Door veranderend consumentengedrag (zoals groei online) is er minder behoefte aan bepaalde winkels en bepaalde typen dienstverleners.
Noodzakelijkheid per beperking voor Barendrecht
bvo. Zonder vestigingsbeperking en maximummaatvoering kan de
Branchebeperking en maximummaatvoering supermarkt. Deze
supermarkt veel groter worden dan vanuit haalbaarheid en het voor-
vestigingsbeperking is in de eerste plaats nodig om te borgen dat de
komen van onaanvaardbare effecten wenselijk is. Als deze beper-
supermarkt ook daadwerkelijk op de beoogde locatie in het wijkwin-
king niet wordt opgenomen bestaat een reëel risico op vestiging van
kelcentrum zal landen. Een goede ruimtelijke inpassing van de su-
een wijkoverstijgende supermarkt met wezenlijke (of zelfs onaan-
permarkt met goede zichtlijnen tussen de ingang van de supermarkt
vaardbare) effecten op de omliggende voorzieningencentra en de
en de parkeergelegenheid en de andere voorzieningen is noodzake-
consumentenverzorging3. Op basis van ervaringsgegevens en
lijk. Want hiermee wordt geborgd dat de supermarkt en de andere 2 3
Handreiking Dienstenrichtlijn, Ministeries van BZK en EZK, oktober 2019. Zie ook: Haalbaarheidsonderzoek voorzieningen De Stationstuinen, november 2023, door BRO.
Barendrecht, memo Dienstenrichtlijn Stationstuinen
2/9
trends en ontwikkelingen wordt de maximummaatvoering als gang-
ring per unit voor horeca is opgenomen zodat er geen groot-
bare maat beschouwd voor een moderne supermarkt, passend bij
schalige concepten kunnen landen met meer onwenselijke
het eigen verzorgingsgebied. Maximummaatvoering overig programma aan detailhandel,
impact op de omgeving.
horeca en diensten. In het haalbaarheidsonderzoek is gemotiveerd dat een wijkwinkelcentrum idealiter een aanvullend pro-
4. Gaan de maatregelen niet verder dan nodig? Zijn geen minder beperkende maatregelen mogelijk die hetzelfde doel bereiken?
Evenredigheid 1.Coherent en systematisch
gramma heeft aan detailhandel, horeca en commerciële dienst-
Zoals grotendeels blijkt uit de uiteenzetten onder de noodzakelijkheid,
verlening. Het haalbaarheidsonderzoek motiveert dat er een ze-
zijn de beperkingen zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan
kere mate van flexibiliteit nodig is, zodat het aanvullend aanbod
De evenredigheid van de beperkingen toetsen we op basis van en-
een samenhangend geheel om het algemeen belang te dienen, namelijk
(detailhandel, horeca en dienstverlening) ook daadwerkelijk
kele criteria die voortkomen uit de jurisprudentie. 1. Coherent en systematisch. Zijn de beleidsdoelen en vesti-
een leefbaar, compact en toekomstbestendig wijkwinkelcentrum pas-
aanvullend is en past bij het profiel en bezoekgedrag van een
send bij de verzorgingsfunctie binnen de hiërarchische structuur. Deze
klein wijkwinkelcentrum. Het totale metrage is gebaseerd op di-
gingsbeperkingen gemeentebreed én specifiek voor de locaties
beperkingen vloeien voort uit de volgende (beleids)overwegingen en zijn
verse benchmark-vergelijkingen met andere wijkwinkelcentra. -
-
gemotiveerd binnen het brede pakket van uniforme vestigings-
niet uniek voor specifiek De Stationstuinen:
Als er geen maximum maatvoering (per winkel) wordt opge-
maatregelen in bestemmingsplannen? Worden er voor gelijke
nomen voor het overig programma detailhandel, bestaat de
diensten, via specifieke aanduidingen en maatvoeringsbeperkingen
kans dat het wijkwinkelcentrum wezenlijk groter wordt dan
gevallen gelijke maatregelen getroffen? 2. Kan de effectiviteit van de vestigingsbeperkingen in algemene
beoogd en zodoende een wijkoverstijgende aantrekkings-
zin worden onderbouwd op basis van voorbeelden elders? Kan
land gehanteerd. Hierdoor kan de gemeente ruimtelijk sturen op po-
kracht krijgt wat tot wezenlijke (of zelfs) onaanvaardbare ef-
worden aangetoond met specifieke gegevens dat het brede
sitionering van deze essentiële trekkers. Dit wordt in voorliggend
fecten kan leiden op de omliggende voorzieningencentra.
pakket aan maatregelen binnen de gemeente effectief is om de
Wanneer het programma aan horeca en diensten niet wordt
doelen te halen? Kan met specifieke gegevens en aanvullende
gemaximeerd, bestaat de kans dat de balans in het be-
analyses aangetoond worden dat de situatie en in Barendrecht
cent heeft genomen voor specifiek supermarkten4 met de volgende
niet bijzonder of afwijkend is van deze algemene onderzoeken?
motivering waarin ook de ontwikkeling van de Stationstuinen is benoemd: “Doel is niet om de ontwikkeling van supermarkten tegen te
oogde centrum zoek raakt. In dat geval zijn deze functies niet langer ondersteunend aan het boodschappen doen, wat zorgt voor een onduidelijk profiel en aantasting van het ge-
3. De zwaartelast van de onderbouwing ligt bij het brede pakket, maar in hoeverre houden de specifieke beperkingen vol-
Het specifiek reguleren van supermarkten, detailhandel, horeca en wordt zowel elders in de gemeente Barendrecht en elders in Neder-
plan coherent uitgevoerd.
Dit blijkt uit het voorbereidingsbesluit dat gemeente Barendrecht re-
gaan, maar om een goed afwegingskader te kunnen opstellen, zo-
wenste profiel. Voor specifiek horeca geldt dat wordt ingezet
doende verband met het brede pakket? Anders gezegd, levert
dat geen versnippering, en daardoor ontwrichting, van het voorzie-
op de beide lichtere categorieën. Zwaardere categorieën
elke specifieke beperking op zich een zinvolle bijdrage aan
ningenniveau kan ontstaan. Daarbij bestaat de mogelijkheid om na-
zijn onwenselijk vanuit de grotere impact op het goede
het brede pakket?
dere eisen te stellen ten behoeve van een duurzame leefomgeving
woon- leef- en ondernemersklimaat. De maximummaatvoe-
waarbinnen functies in balans zijn… In aanvulling op de aanwezige dorps- en wijkcentra wordt het kerngebied van De Stationstuinen toegevoegd. Dit wordt een nieuw gemengd gebied met naast 3.000
4
Gemeente Barendrecht: voorbereidingsbesluit Supermarkten Barendracht, april 2023.
Barendrecht, memo Dienstenrichtlijn Stationstuinen
3/9
tot 4.000 woningen ook tal van voorzieningen. En supermarkt hoort
1. In eerste instantie geldt dat de vestigingsbeperkingen, onderdeel uit-
grotere supermarkt komt, wat zal leiden tot wezenlijke of zelfs on-
daarbij, maar wel op de juiste plek. Deze supermarkt is er enkel ten
maken van een breder pakket aan maatregelen. In algemene zin
aanvaardbare leegstandseffecten op omliggende voorzieningencen-
behoeve van deze wijk en wordt dus maar in een beperkt deel van
geldt dat dergelijke vestigingsmaatregelen effectief zijn. Dit blijkt uit
tra en de consumentenverzorging. Om diezelfde reden is ook een
De Stationstuinen toegestaan”.
bijlage 1. Met name voorbeelden uit het buitenland laten zien dat als
maximering van het programma aan overige voorzieningen (detail-
Het voorbereidingsbesluit verplicht gemeente om een nieuw kader
je niet juridisch-planologisch stuurt op winkels en meer specifiek su-
handel, horeca en dienstverlening) nodig en effectief.
voor de supermarkten op te stellen, zodat gemeente systematisch
permarkten, de leegstand hard oploopt. Sturing in de vorm van
en coherent handelt ten aanzien van de supermarktstructuur en su-
branchering is dus noodzakelijk, zeker voor de essentiële voorzie-
permarktontwikkelingen.
ningen in centrumgebieden, zoals supermarkten. De aard en bete-
Daarnaast zijn de benoemde vestigingsbeperkingen ook in lijn met
kenis van supermarkten in het buitenland zijn niet bijzonder of afwij-
3. Maatregelen gaan niet verder dan nodig
de regionale en provinciale beleidskaders t.a.v. detailhandel. De
kend met supermarkten in Nederland of specifiek Barendrecht.
MRDH en de provincie Zuid-Holland hebben een restrictief en con-
Deze voorbeelden zijn daardoor ook relevant voor Barendrecht.
De betreffende maatregelen gaat niet verder dan nodig, omdat de gemeente Barendrecht voor de voorzieningenstructuur uitgaat van een én-
sistent detailhandelsbeleid om de winkelstructuur te behouden. Dit
2. De situatie in gemeente Barendrecht is niet bijzonder of afwijkend
én systematiek. Dit betekent effectieve juridische instrumenten (hard)
betekent sturen op vraag en aanbod, en lokaal maatwerk op voor-
t.o.v. andere Nederlandse gemeenten. Barendrecht heeft net als
in de vorm van het voorbereidingsbesluit en het ontwerpbestemmings-
waarde van ruimtelijke inpasbaarheid en regionale afstemming5. Het
vele andere Nederlandse gemeenten een hiërarchisch opgebouwde
plan voor de Stationstuinen én ook effectieve niet-juridische maatrege-
beleid van de MRDH is gebaseerd op het kwalitatief en kwantitatief
voorzieningenstructuur met een hoofdvoorzieningencentrum gericht
len (zacht). Enkele ambities die gemeente Barendrecht heeft t.b.v. vitale
versterken en optimaliseren van winkelgebieden binnen de be-
op zowel (boodschappen, recreatief winkelen als verblijven) en di-
voorzieningencentra zijn6:
staande hoofdstructuur van detailhandel. Het beoogde plan voldoet
verse ondersteunende voorzieningencentra (vooral gericht op bood-
Versterken van de samenwerking in het centrum.
aan de uitgangspunten want het zet in op een toekomstbestendig
schappen doen). Ook het aantal winkelmeters aan dagelijkse detail-
KVO-overleggen voor zowel centrum Barendrecht als Carnisse.
voorzieningencentrum, passend bij het consumentendraagvlak als
handel, supermarkten, horeca, diensten of leegstand wijkt niet we-
Samenwerking om ondermijnende activiteiten te signaleren,
gevolg van de aanzienlijke woningbouw.
zenlijk af van Nederlandse gemiddelden. Daarbij motiveert het haal-
Stimuleren inkoop bij lokale ondernemers.
baarheidsonderzoek dat de Nederlandse trends en ontwikkelingen
Economische promotieactiviteiten gericht op het "op de kaart
2. Effectiviteit van de maatregelen
voor detailhandel en boodschappen doen, ook voor Barendrecht
Bij de effectiviteitstoets gaat het in dit geval om de vraag in hoeverre de
van toepassing zijn.
vestigingsbeperkingen bijdragen aan de algemene doelen (zie kader-
zetten" van de gemeente.
3. Beperkende maatregelen zijn ook effectief voor Barendrecht. In het
Uitsluitend inzetten op zachte maatregelen is onvoldoende om uiteinde-
tekst noodzakelijkheid) en specifiek de beleidsdoelen beschreven in het
haalbaarheidsonderzoek is met specifiek onderzoek onderzocht wat
lijk het gewenste effect te bereiken, namelijk een vitaal centrumgebied
voorbereidingsbesluit supermarkten. Hiervoor hanteert BRO drie stap-
een passend programma is voor het beoogde wijkwinkelcentrum.
met weinig leegstand. Alleen de combinatie van harde en zachte maat-
pen. Eerst is aangetoond dat het brede pakket aan maatregelen in alge-
Dat is enerzijds gebaseerd op Nederlandse gemiddelden voor wijk-
regelen zorgt ervoor dat de beleidsdoelen van Barendrecht behaald
mene zin effectief is (2) er is aangetoond dat de situatie in Barendrecht
winkelcentra. Anderzijds is met specifiek Distributie Planologisch
niet bijzonder of afwijkend is t.o.v. Nederlandse gemiddelden (3) er is
Onderzoek aangetoond waarom specifiek het geadviseerde pro-
kunnen worden. Deze redenatie is ook bevestigd door de Raad van State: “Over de vraag of de genoemde doelen op minder ingrijpende
met specifieke gegevens aangetoond dat de vestigingsbeperkingen in
gramma passend is. Zoals vermeldt bij het noodzakelijkheidsbegin-
wijze kunnen worden geeffectueerd, overweegt de Afdeling dat …er
Barendrecht effectief zijn. Navolgend werken we deze 3 stappen uit:
sel zijn de vestigingsbeperkingen effectief. Immers, als de branche-
geen minder beperkende maatregelen mogelijk zijn om hetzelfde doel te
beperkingen niet wordt opgelegd, bestaat de kans dat er een veel
bereiken. Minder ingrijpende maatregelen, zoals verkeersmaatregelen,
5 6
Metropoolregio Rotterdam Den Haag (2018), Strategie Werklocaties 2019-2030. Gemeente Barendrecht. Begroting 2023; meerjarenraming 2024-2026.
Barendrecht, memo Dienstenrichtlijn Stationstuinen
4/9
vergroening en transformatie van aanloopstraten naar winkels, zijn onvoldoende effectief om een vitaal centrumgebied te creëren. De Afdeling acht het in de gegeven omstandigheden niet aannemelijk dat de beoogde doelen op een minder ingrijpende wijze kunnen worden geëffectueerd. Gelet hierop volgt de Afdeling de raad in zijn conclusie dat de beperkingen niet verder gaan dan nodig is om de beoogde doelen te bereiken, terwijl die doelen niet met andere, minder beperkende maatregelen kunnen worden bereikt. 7.” 4. Geen minder beperkende maatregelen mogelijk Uit de voorgaande analyse en jurisprudentie komt naar voren dat er geen minder beperkende maatregelen mogelijk zijn om hetzelfde doel te bereiken. Bovendien zouden minder beperkende maatregelen mogelijk in strijd kunnen zijn met coherent en systematisch handelen. Het is juist de inzet van zowel het brede pakket aan juridisch ‘harde’ als meer organisatorisch ‘zachte’ maatregelen, die samen het hele pakket aan maatregelen vormen om te borgen dat het geadviseerde wijkwinkelcentrum ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd en er niet een veel groter centrum wordt gerealiseerd met alle beschreven negatieve gevolgen van dien.
7
Uitspraak: https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@146569/202201285-2-r2/
Barendrecht, memo Dienstenrichtlijn Stationstuinen
5/9
1
Bijlage: Algemene analyse
moest een regionale detailhandelsstructuurvisie worden opgesteld
sprake van een toenemende decentralisatie. Het Rijk blijft wel ver-
waarin kon worden aangetoond dat er voldoende marktruimte was.
antwoordelijk voor het goed functioneren van het ruimtelijke orde-
GDV’s mochten verder slechts in één van de dertien in de Vierde
ningssysteem. Hiertoe is de zogenoemde ladder voor duurzame
Inleiding
Nota genoemde stedelijke knooppunten komen, naast hoogwaar-
verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen
In deze bijlage zijn in aanvulling op de hoofdtekst enkele algemene ana-
dige openbaarvervoerverbindingen, en winkels bevatten met mini-
sinds 2013.
lyses uitgevoerd in het kader van de noodzakelijkheid en evenredigheid.
maal 1.500 vierkante meter bruto vloeroppervlak (Ministerie van
Uit jurisprudentie blijkt dat er diverse algemene analyses zijn aangele-
Economische Zaken, 2000).
Conclusie
Het PDV/GDV‐beleid werd eind jaren ’90 opgenomen in de zoge-
verd in diverse casussen. Dit heeft ertoe geleid dat in algemene zin de
Nederland heeft van oudsher een sterke gereguleerde ruimtelijke or-
effectiviteit van brancheringsmaatregelen onderbouwd is. In deze bijlage
noemde MDW‐operatie (Marktwerking, Decentralisatie en Wetge-
dening. Door de decentralisatie is over het algemeen wel veel meer
zijn de belangrijkste conclusies van deze analyses opgenomen.
vingskwaliteit). Deze werkgroep kwam met het voorstel om dit beleid
flexibiliteit gekomen om de behoefte zorgvuldig en duurzaam te kun-
te decentraliseren. Dit is ook gebeurt met de Vijfde Nota over de
nen opvangen.
Noodzakelijkheid in perspectief
Ruimtelijke Ordening (VROM, 2001) en daarna in de Nota Ruimte
Historische context: Rijksbeleid
(VROM, 2004). In de vastgestelde versie van de Nota Ruimte (2006:
dere Europese en internationale steden zeer goed bij. Verpaupe-
p. 86) zijn echter vijf richtlijnen opgenomen: 1. Uitgangspunt is dat nieuwe vestigingslocaties voor detailhandel niet ten koste mogen gaan van de bestaande detailhandelsstructuur in wijkwinkelcentra en binnensteden. 2. Gemeenten dienen de mogelijkheid te hebben om in bestemmingsplannen een aparte bestemming voor perifere detailhandel op te nemen. 3. De provincies stellen gezamenlijk richtlijnen op met betrekking tot branchebeperkingen voor perifere detailhandel, die vervolgens door het kabinet worden geaccordeerd. 4. Ruimte‐ en bezoekersintensieve kantoren, winkels en andere voorzieningen passen bij uitstek in goed en veelzijdig bereikbare centra, waar ruimte is voor wonen, werken, winkelen en voorzieningen en die bij voorkeur ook per openbaar vervoer bereikbaar zijn. 5. Voor zover de schaal, gevaar of hinder van bedrijven en voorzieningen het toelaten verdient functiemenging voorrang. Juist gemengde woon‐ en werkgebieden bieden een aantrekkelijke omgeving met mogelijkheden om lopend of op de fiets tal van bestemmingen te bereiken.
ring, leegloop en spook(binnen)steden zijn in Nederland slechts in
In de rapportage ‘Detailhandel en beleid: een continue wisselwerking’ (Planbureau voor de Leefomgeving, 2011) is een overzicht opgenomen over de beleidsontwikkeling rond detailhandel in Nederland. De vestigingsplaats voor een winkel in Nederland is sinds de Tweede Wereldoorlog sterk beïnvloed door de overheid. De markt kreeg in toenemende mate behoefte aan perifere vestiging van detailhandel buiten de bestaande Nederlandse detailhandelsstructuur, conform Amerikaans en Frans model.
In de jaren ’70 is hier voor het eerst beperkt ruimte aan geboden. Het Rijk verplichtte ook distributieplanologisch onderzoek (DPO) voor nieuwe detailhandelsbestemmingen, wat een eerste stap was om duurzaam ruimtegebruik te stimuleren.
In de jaren ’80 werd het perifere detailhandelsbeleid van het Rijk verruimd naar volumineuze artikelen (zoals bouwmarkten en tuincentra). Later kwamen daar ook winkels in de volledige woninginrichtingsbranche bij.
In de jaren ’90 werd het Grootschalige Detailhandels Vestingen (GDV) beleid geïntroduceerd. Dit beleid wees enkele locaties in Nederland aan, zoals Rotterdam Alexandrium, waar grootschalige detailhandel mocht worden toegestaan (buiten de klassieke PDV-bran-
De Nederlandse detailhandelsstructuur ligt er ten opzichte van an-
beperkte aanwezig, vergeleken met het buitenland. Dit heeft uiteindelijk ook een positieve impact op de leefbaarheid van de Nederlandse steden. Dit is een direct gevolg van de zorgvuldige en relatief strenge regelgeving in Nederland.
Belang van supermarkten Waarom concentreren?
De Nederlandse detailhandelsstructuur zet primair in op concentratie van winkels in winkelgebieden. Concentratie van winkels draagt bij aan gemak voor de consument, zorgt voor efficiënt en effectief ruimtegebruik en kan de levensvatbaarheid van winkels aanzienlijk vergroten (ondernemers profiteren van elkaars aantrekkingskracht via combinatiebezoek).
Daarnaast worden diverse ‘flows’ geconcentreerd, zoals mobiliteit, maatschappelijke ontmoetging en sociale leefbaarheid. Dit draagt bij aan een aantrekkelijk stedelijk milieu. Niet voor niks scoren Nederlandse steden op diverse aspecten hoog ten opzichte van andere
Met de invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de
landen, bijvoorbeeld welzijn, leefbaarheid, etc. (ECA International
Nota Ruimte een structuurvisie geworden (PBL, 2010). In feite is
2020).
ches). Van een grote deregulering was echter geen sprake. Er
Barendrecht, memo Dienstenrichtlijn Stationstuinen
6/9
“Four cities in the Netherlands feature in the top 20 most liveable in the world. Eindhoven, a design and technology hub, climbed one place this year, securing its position in the top five cities. In Switzerland, four major cities also retain their top 20 stats.”
De winkelcentra in buurten- en wijken zullen niet langer een functie
trafficlocaties, vanwege huurprijzen, regelgeving, parkeren, bereik-
kunnen vervullen, waardoor voor veel consumenten de toegang tot
baarheid, etc. Uitholling van de binnenstad ligt voor de hand en dit
winkelaanbod nabij de eigen woning komt te vervallen. Op sommige
heeft onaanvaardbare effecten op de leefbaarheid van een stad.
locaties zal de fijnmazigheid van de detailhandelsstructuur afnemen, waardoor sprake is van duurzame ontwrichting.
De binnenstad, als hart en visitekaartje van de stad, kan niet concurreren tegen goedkope solitaire winkels op bedrijventerreinen en
Supermarkten zijn drijvers
Binnen de dagelijkse goederensector vormen supermarkten een zeer belangrijk aandeel binnen de levensmiddelenbranche, maar ook in de totale detailhandel. Circa 98% van de winkelmeters in de levensmiddelenbranche wordt ingevuld door supermarkten (branche‐informatie Detailhandel.info, 2018).
Uit passantenonderzoek van DTNP (Passantenonderzoek trekkersrol supermarkten onder 3.000 respondenten in 20 dorps‐ en wijkcentra, 2016) wordt geconcludeerd dat supermarkten een cruciale publiekstrekker is voor centrumgebieden.
Supermarkten zijn de basis bij het hedendaagse boodschappen doen. Speciaalzaken, en andere winkels, hebben de beste overlevingskansen als ze direct naast een supermarkt zijn gevestigd.
Circa 50% van de consumenten die een supermarkt hebben bezocht, bezoeken ook het omliggende winkelaanbod (bij een afstand van 0 tot 40 meter; figuur 2). Naarmate de afstand toeneemt daalt het aandeel van combinatiebezoek.
Conclusie Als brancheringsbeperkingen worden losgelaten heeft dit direct invloed op concentratie van voorzieningen. In feite kunnen winkels zich dan overal vestigen met negatieve effecten als gevolg:
Kans op combinatiebezoek neemt af, met daarbij een toenemende kans op leegstand.
Voor de consument zijn geen centrale concentratiegebieden beschikbaar waar gewinkeld kan worden. Dit is niet alleen inefficiënt, maar is ook negatief voor de sociale ontmoeting en de leefbaarheid.
Barendrecht, memo Dienstenrichtlijn Stationstuinen
Figuur 1: Voorwaarden combinatiebezoek (bron: DTNP, 2016)
7/9
Belang van dagelijks en modische artikelen voor centra
gemiddelde (7% à 8% in Nederland). In de grootschalige concentra-
Beperken van dagelijks en mode en luxe draagt effectief bij aan de
ties en solitaire winkelpanden in België is de leegstand ‘slechts’ rond
vitaliteit van centrumgebieden
de 6% à 7%.
Uit algemeen onderzoek blijkt dat specifiek de branches ‘dagelijks’ (waaronder food- en supermarkten) en ‘mode en luxe’ van essenti-
Inmiddels is in België de urgentie van branchebeperking doorgedron-
eel belang zijn voor de vitaliteit van een centrumgebied.
gen, aangezien de effecten van de leegstand onaanvaardbaar zijn voor
Andere indicatoren voor de vitaliteit zijn o.a. de huurprijs van winkel-
de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de centra. Onderstaand zijn
panden, het aantal passanten, vloerproductiviteit, consumenten-
enkele passages ter onderbouwing van het bovenstaande uiteengezet: “Uit de ruimtelijke spreiding van de winkels blijkt dat het Vlaams Ge-
waardering, bezoekduur en bezoekfrequentie, de mate van leeg
stand en het risico op leegstand.
west gekenmerkt wordt door een sterke verspreide bewinkeling.
De functie van een centrumgebied hangt het sterkst samen met de
Slechts 28% van de totale winkeloppervlakte is gesitueerd in het
omvang van het verzorgingsgebied. In kleinere plaatsen ligt het aan-
centrale winkelgebied. Circa 44% is verspreide bewinkeling. [...] Zo
deel dagelijks aanbod in de centrumgebieden veel hoger dan in gro-
nam het aanbod in de periferie toe met 1,5 miljoen vierkante meter,
tere plaatsen (zie figuur 2). In de kleinere centra ligt de nadruk dan
in tegenstelling tot een afname van maar liefst 114.000 vierkante
ook op het boodschappen doen, terwijl in grotere plaatsen de na-
meter in de kernen. Daarbij komt nog dat het effectieve gebruik van
druk ligt op recreatief winkelen.
de panden daalde met 6,8 procent en dat de winkelleegstand steeg
bieden op de omvang van de inwonersklasse worden gerangschikt
Figuur 2: Verband aanbod en omvang kern
van groot naar klein: het percentage dagelijks aanbod stijgt en het
Effectiviteit op basis van voorbeelden uit het buitenland
percentage Mode & Luxe daalt.
van 4,9 tot 7,2 procent.” (Unizo 2014).
Uit figuur 2 blijkt dat er een lineair verband bestaat als centrumge-
Neem Echt als voorbeeld. De kern Echt telt circa 7.600 inwoners. In vergelijkbare kernen (7.500 tot 10.000 inwoners) maakt de sector
luxe. Dit betekent een grotere kwetsbaarheid, aangezien er met
bijheid van de supermarkt noodzakelijk is voor de vitaliteit.
zo blijft voortduren, dan tekenen we voor de ondergang van onze
België voert in tegenstelling tot Nederland veel minder streng detail-
gezellige winkelkernen in het hart van een stad of gemeente. Voorbeelden van dergelijke steden zijn er jammer genoeg meer en
chebeperkingen. Goede voorbeelden zijn de ‘baanwinkels’ en shoppingcenters net buiten de binnensteden (vaak aan ringwegen).
Het soepele detailhandelsbeleid van Belgische overheden heeft ertoe geleid dat de leegstand in de binnensteden/centra (veel) hoger
name in de modische branches sprake is van krimp. Dit betekent dat juist voor het centrum van Echt, de inzet op compactheid en na-
weinig investeringen in de aantrekkelijkheid van de kern zelf. Als dit
handelsbeleid ten aanzien van vestiging buiten de centra en bran-
sector Mode en Luxe is aanzienlijk kleiner met circa 30%. In Echt-
is dan in Nederland en bovendien al jaren sterk toeneemt.
"De toenemende leegstand in onze centra is vooral het gevolg van steeds meer shoppingcenters en baanwinkels buiten de kern en te
België
dagelijkse artikelen meer dan 40% van het winkelaanbod uit. De centrum is circa 23% van het aanbod dagelijks en 50% mode en