B03 BKP Definitief-februari 2023
Tekst van het document
Februari 2023
Beeldkwaliteitsplan De Stationstuinen Barendrecht
1
De Stationstuinen
Het beeldkwaliteitsplan geeft invulling en richting aan de beoogde beeldkwaliteit om te komen tot een eigen identiteit voor De Stationstuinen. Ontwerp en inhoud: Wissing Ruimtelijke Denkers Urban Synergy Opdrachtgever: Gemeente Barendrecht _ Datum: februari 2023 _ De samenstellers van dit document hebben hun uiterste best gedaan om bronnen en rechthebbenden van beeldmateriaal dat wordt gebruikt te achterhalen en te vermelden. Wanneer desondanks beeldmateriaal wordt getoond waarvan u (mede)rechthebbende bent en voor het gebruik waarvan u niet als bron of rechthebbende wordt genoemd, ofwel voor het gebruik waarvan u geen toestemming verleent, kunt u zich in verbinding stellen met de gemeente Barendrecht. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van gemeente Barendrecht en naamsvermelding. Aan de inhoud van dit document kunnen geen rechten worden ontleend.
Urban Synergy Noordsingel 70B, 3037 BG, Rotterdam T + 31 (0)617476159 www.urbansynergy.nl
Wissing B.V. Middenbaan 108, 2991 CT, Barendrecht Postbus 37, 2990 AA, Barendrecht T + 31 (0)180 61 31 44 www.wissing.nl
2
De Stationstuinen
Inhoudsopgave Inleiding en leeswijzer
1. Het plan
2. De identiteit van De Stationstuinen -> Groen voert de boventoon -> Hoogstedelijk gebied in een dorp -> Dorp en bedrijventerrein fuseren
3. Stedenbouwkundige volumes en architectuurbeeld Principe 1: Vriendelijke bouwhoogtes Principe 2: Samengestelde bouwvolumes Principe 3: Een gebiedseigen palet Principe 4: Gelaagdheid en verfijning Principe 5: Een zichtbaar klimaatbewust gebied Principe 6: Levendige en toegankelijke plinten
4. De deelgebieden Spoorlaan Gebroken Meeldijk Tuinsingel Nieuwstraat en Koopliedenstraat Dakpark Binnengebieden 5. Bijzonder programma Parkeergebouwen (Fiets)parkeren per bouwblok Installaties Trafo’s en warmtestations Overig Bronvermelding
3
De Stationstuinen
Inleiding en leeswijzer Voor u ligt het beeldkwaliteitsplan voor De Stationstuinen. Eerder zijn voor het gebied al een gebiedsvisie en ontwikkelkader opgesteld. In dit beeldkwaliteitsplan gaan we dieper in op de uitgangspunten en spelregels voor de stedenbouwkundige opzet van het gebied en de gebouwde omgeving voor de verschillende deelgebieden in het plan. De uitgangspunten uit eerdere documenten vormen hierbij het vertrekpunt.
Doordat de infrastructuur ten tijde van dit concept BKP nog niet bekend is, kunnen de deelgebieden nog wisselen van karakter. Dit geldt met name voor de Nieuwstraat en Koopliedenstraat. Aspecten zoals de rooilijn, mate van begeleiding en de invulling van de plint kunnen hier nog veranderen.
Het beeldkwaliteitsplan heeft als belangrijkste doel eenheid en samenhang in het uiteindelijke beeld en kwaliteit van de totale ontwikkeling te waarborgen. Het beeldkwaliteitsplan beschrijft de gewenste identiteit, massa en volume, het architectuurbeeld en het palet. Het beeldkwaliteitsplan en de daarin gegeven regels bieden een kader voor de verschillende bij de planontwikkeling betrokken partijen. Binnen dit kader is de mogelijkheid voor de onwikkelende partijen om tot creatieve oplossingen te komen. Dit document doet alleen uitspraken over de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit van de deelgebieden en gebouwen. Het doet geen uitspraken over de openbare ruimte. Voor de openbare ruimte wordt een seperaat inrichtingsplan gemaakt. De overgang tussen gebouw en publieke buitenruimte wordt wel besproken.
Het Beeldkwaliteitsplan is opgebouwd uit vijf delen. Het eerste deel betreft een samenvatting van het plan.
Leeswijzer
In het tweede deel wordt de identiteit van De Stationstuinen beschreven door de ambitie voor sfeer en uitsraling van het gebied vast te stellen. In het derde deel wordt de gewenste identiteit van De Stationstuinen vertaald naar uitgangspunten voor de bebouwing. De stedenbouwkundige volumes en het architectuurbeeld dat daarbij past, worden vervolgens aan de hand van enkele algemene principes verder vormgegeven. Elke principe kent een aantal regels waaraan de gebouwde omgeving dient te voldoen. Het vierde deel beschrijft locatiespecifieke verschillen. Het stedenbouwkundig raamwerk van De Stationstuinen is door verschillende routes en structuren onderverdeeld een aantal deelgebieden. De deelgebieden vragen om een andere bebouwingshoogte, bebouwingsrand en interatie tussen binnen en buiten. Voor elk van de gebieden zijn de algemene uitgangspunten van toepassing en ook verschillen die met name betrekking hebben op de rooilijn, de bouwhoogte en de overgang van openbaar naar privé. Zo krijgt elk deel van het plan een eigen uitwerking die goed samengaat met het geheel.
Het beeldkwaliteitsplan zal verankerd zijn in omgevingsbesluiten van de gemeente. Om de beeldkwaliteit te waarborgen en de ontwikkelende partijen te helpen tot goede plannen te komen, worden de bouw- en inrichtingsplannen begeleid en getoetst door een Kwaliteitsteam. Het Kwaliteitsteam gebruikt het beeldkwaliteitsplan onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) en/ of het Kwaliteitsteam onder de Omgevingswet. Afwijken van dit BKP is alleen mogelijk als het een overtuigende kwaliteit en meerwaarde toevoegt. Het Kwaliteitsteam zal hierop toetsten.
Het laatste deel bestaat uit algemene regels voor uitwerken en architectuur van de niet woonprogramma’s, energie en installaties op en aan gebouwen. Het gaat hier onder andere om zonnepanelen, energie-infrastrcuur en parkeergebouwen.
De ontwikkeling van het voormalige bedrijventerrein naar een levendig woon- en werkgebied staat nog aan het begin. Transformatie is een langdurig proces dat vele jaren in beslag neemt. Gedurdende deze periode zal elke keer bekeken worden of het beeldkwaliteitsplan nog voldoende voldoet. In de toekomst kunnen regels mogelijk aangescherpt worden. Zonodig worden aanvullende gebouw- of kavelpaspoorten opgesteld.
Het BKP maakt gebruik van referenties. De beschreven tekst preveleert boven de beelden, zodat referenties niet te letterlijk worden genomen.
De faseerbaarheid is in de hele Stationstuinen belangrijk maar met name in het Zuideinde vraagt dit om speciale aandacht. Het is voorstelbaar dat bestaande functies deels (tijdelijk) aanwezig blijven terwijl andere delen van nieuwbouw worden voorzien. Dit moet mogelijk zijn, zover dit functioneel geen conflict oplevert.
4
De Stationstuinen
1. Het plan De Stationstuinen wordt ontwikkeld aan de oostzijde van het NS-station Barendrecht, waar nu vrijwel alleen bedrijven gevestigd zijn. Zowel in Barendrecht als in de regio is er behoefte aan extra woningen. De Stationstuinen vervult niet alleen deze woningbehoefte, maar geeft Barendrecht en het agrofood cluster Dutch Freshport ook een impuls op andere vlakken. Het wordt een complete gemengde wijk met naast woningen en bedrijven ook horeca, winkels, onderwijsinstellingen, recreatiemogelijkheden en andere voorzieningen.
aan huishoudens, voor jong en oud; huur en koop en van betaalbaar tot duur; voor mensen uit Barendrecht en daarbuiten. Het gaat niet alleen om wonen maar ook werken, in gebouwen die er prettig uitzien, in groene en gezellige straten met voldoende ontmoetingsplekken. Deze kernwaarden staan omschreven in de gebiedsvisie van De Stationstuinen en worden verder geconcretiseerd in het Ontwikkelkader Stationstuinen. Dit BKP bouwt hier op voort en brengt verfijning aan. Daarnaast wordt in het BKP onderscheid gemaakt in enkele assen en deelgebieden met elk een eigen karakter: • De Spoorlaan heeft een cruciale functie in het gebied omdat het de verbindingsader is tussen Dutch Fresh Port en De Stationstuinen en het NSstation. Dit vraagt om een multifunctionele, stedelijke uitstraling met voldoende massa om deze lange as te begeleiden. • De Gebroken Meeldijk is een voortzetting van de huidige dijk, maar tegelijk ook een stedelijke as. • De Tuinsingel bestaat uit losse blokken waar groen doorheen loopt. • Nieuwstraat en Koopliedenstraat zijn de randen van het gebied. Daar vindt de overgang tussen bedrijventerreinen en gemengd woongebied plaats. • Het dakpark heeft een tweezijdig karakter door de stedelijke entree aan het Zuideinde aan de ene kant en de verhoogde daktuin aan de andere kant.
• De Binnengebieden hebben een informele sfeer en kennen meer vrijheid in stedenbouwkundige invulling ten opzichte van de andere deelgebieden.
Het verhaal van De Stationstuinen is gebaseerd op drie kernwaarden, die de ambities voor het gebied samenvatten. De eerste kernwaarde is ‘Gezond bereikbaar’. Voor toekomstige bewoners en bezoekers wordt het makkelijk om met het openbaar vervoer, te voet of op de fiets naar hun bestemming te gaan. De Stationstuinen wordt een autoluw gebied. Dit betekent dat autobezit en autogebruik zoveel mogelijk beperkt wordt. De tweede kernwaarde ‘Groen en bewust’ verwijst naar een groene, duurzame stedelijke ontwikkeling die ook terug gezien wordt in de gebouwde omgeving. De derde kernwaarde ‘ Plek voor iedereen’ betekent dat er woningen gebouwd worden voor een grote variëteit
1.1 Plattegrond Gebiedsvisie De Stationstuinen
5
De Stationstuinen
2. De identiteit van De Stationstuinen
6
De Stationstuinen
2. De identiteit van De Stationstuinen In De Stationstuinen bouwt Barendrecht aan de groene stad van morgen. Een toonaangevend leefgebied waar mensen gelukkig wonen, werken, leren en innoveren. Een plek voor jong en oud die stads oogt en vertrouwd voelt. Groen zet hier de toon. Het zorgt voor een ontspannen omgeving en vormt de schakel tussen het dorp en het aangrenzende buitengebied. Barendrecht is de groene parel ten zuiden van Rotterdam. Het is een dorp ten midden van de dynamiek van de noordgelegen stad, de rijkswegen en spoorlijnen. De Stationstuinen past binnen de dorpse context van Barendrecht. Tegelijkertijd vormt het ook een brug naar de Dutch Fresh Port. Het industriële en innovatieve karakter is dan ook goed zichtbaar en voelbaar. Zoals beschreven in de kernwaarden is in De Stationstuinen aandacht voor duurzaamheid, groen en gezondheid. De wijk wordt autovrij en met veel aandacht voor langzaamverkeersroutes en verbindingen naar 2.1 Impressie Spoorlaan Gebiedsvisie De Stationstuinen buiten. De Stationstuinen gaat er dus anders uitzien dan de rest van Barendrecht, maar moet wel herkenbaar zijn en vertrouwd voelen. Die herkenbaarheid zit in de menselijke maat, gebruik van materialen en ruimte voor ontmoeting. groen: Gezamenlijk ontstaat hier een uniek gebied -niet alleen groen gevel + meer bomen voor Barendrecht, maar uniek in Nederland. menselijke maat;
gevelopeningen Op elke plek in De Stationstuinen herken je deze industrieel identiteit. Dit vraagt om eenheid en samenhang in de plaatmateriaal bebouwing. Dit hoofdstuk zal deze identiteitskenmerken in relatie tot architectuur benoemen zodat op basis hiervan keuzes gemaakt kunnen worden voor de bouwvolumes en gevels. Deze kenmerken zijn 2.2 Impressie groen wonen Gebiedsvisie De Stationstuinen samengevat in drie punten: • Groen voert de boventoon • Hoogstedelijk gebied in een dorp • Dorp en bedrijventerrein fuseren
Stationstuinen De Fresh Port Dutch
recht Barend
2.3 De Stationstuinen als de schakel tussen het dorpse Barendrecht en de Dutch Fresh Port
7
De Stationstuinen
Groen voert de boventoon groen en bebouwing. Inwoners en bezoekers van De Stationstuinen ervaren het groene karakter optimaal door een sterke relatie tussen binnen en buiten.
In De Stationstuinen wordt ingezet op een groene, duurzame stedelijke ontwikkeling. Een leefbaar en gezond woon- en werkgebied voor bewoners, ondernemers en bezoekers nu en in de toekomst. Het groene raamwerk van De Stationstuinen vormt de basis voor de groene ambitie. De groenstructuur is een aaneenschakeling van verschillende soorten groene ruimten, allen met een eigen karakter. Het groen is aanwezig in alle hoeken van het gebied en maakt de wijk klimaatbestendig en draagt bij aan de biodiversiteit. Dit groene karakter sluit aan op de bestaande wijken van Barendrecht en legt de verbinding tussen dorp en buitengebied.
De Stationstuinen heeft duurzaamheid net als de Dutch Fresh Port hoog in het vaandel. Dit klimaatbewuste karakter komt naar voren in de inrichting van de openbare ruimte, maar is ook zichtbaar in de architectuur. Uitdagingen in relatie tot wind, zon en water worden integraal opgelost. De Stationstuinen wordt zoveel mogelijk circulair en energieneutraal gebouwd. Vraag en aanbod van energie worden mogelijk gekoppeld aan die van Dutch Fresh Port. Hergebruik en hernieuwbare materialen is de norm. Houtbouw is daar een mooie invulling van, maar andere overtuigende oplossingen zijn ook mogelijk.
Dit vertaalt zich ook naar de woningen en andere voorzieningen in het gebied. Om het groen volledig tot zijn recht te laten komen, is de architectuur ingetogen en dienstbaar aan het groen op maaiveld. Maar ook op de gebouwen komt groen voor door de integratie van
groen: groen gevel + meer bomen menselijke maat; gevelopeningen industrieel plaatmateriaal
2.4 Impressie groen VO inrichtingsplan openbare ruimte TUINSINGEL - IMPRESSIE NOORDELIJK DEEL
2.5 Architectuur vormt zich om het groen door bijvoorbeeld een nisje
2.6 Groen voert de boventoon, architectuur ingetogen
Stationstuinen De Fresh Port Dutch
drecht Baren
2.7 Het groene karakter van Barendrecht wordt doorgezet in De Stationstuinen
8
De Stationstuinen
Hoogstedelijk gebied in een dorp De Stationstuinen is dorps met een stedelijk karakter. Er is aandacht voor de menselijke maat en een aangename straatbeleving staat centraal. De maat en schaal van het totaal voelt vriendelijk en prettig aan. De gebouwen kennen een hoog detailniveau door de toepassing van gelaagdheid en verfijning in de gevel. Ook een verscheidenheid aan materialen en texturen draagt bij aan een aangename straatbeleving. De plint is uitnodigend en levendig op plekken waar dat nodig is. In De Stationstuinen zijn ogen gericht op de straat om de sociale veiligheid te waarborgen. Juist in een hoogstedelijk gebied is het van belang ruimtes te bieden aan ontmoetingen en het initiëren van sociale contacten. Het kennen van je buren draagt bij aan het gevoel van ‘community’.
Barendrecht is een dorp in 3 delen, gescheiden door landelijke infrastructuur: de A29 en de spoorlijn Breda/ Dordrecht-Rotterdam/Amsterdam. Deze vormen door hun omvang en hoge ligging sterke barrières. Enkel de historische linten verbinden de delen aan elkaar via tunnels onder de nieuwe lijnen door. Zo blijft het ‘oude’ deel van Barendrecht door deze infrastructuur ruimtelijk los van de wijk Carnisselande en stopt voor vele bewoners Barendrecht bij het spoor. Andersom stopt ook voor de bedrijven Barendrecht bij het spoor en ligt hun focus alleen op de oostzijde. Met De Stationstuinen wordt een schakel tussen dorp en bedrijventerrein gecreërd; een ruimtelijke en functionele brug. Het treinstation ligt hierdoor niet meer aan de rand, maar midden in Barendrecht. Hiermee versterken we de vitaliteit van het centrum van Barendrecht en die van Dutch Fresh Port. Bovendien bieden we plaats aan een substantiële hoeveelheid nieuwe woningen in combinatie met schone, duurzame mobiliteit. Want wat is een betere plek om te wonen dan vlakbij het station en op steenworp afstand van de stad Rotterdam!
groen: groen gevel + meer bomen menselijke maat; gevelopeningen industrieel plaatmateriaal
2.9 Gelaagdheid van de gevel draagt bij aan aangename beleving
2.8 Community in een hoogstedelijk gebied
Stationstuinen De
2.10 Hoog detailniveau door gelaagdheid van de gevel en verfijning door bruggetjes en knik in de gevel op begane grond
Fresh Port Dutch
drecht Baren
2.11 De menselijke maat van Barendrecht in De Stationstuinen
9
Dorp en bedrijventerrein fuseren detailhandel waarin je de verse producten kunt kopen, proeven en beleven. Een mooie toevoeging voor iedereen die in De Stationstuinen komt wonen.
De Dutch Fresh Port is functioneel en ruimtelijk verweven met De Stationstuinen. Waar de twee voorgaande pijlers van de identiteit tekenend zijn voor deze tijd en daarmee veelvoorkomend zijn, is deze karakteristiek en uniek voor De Stationstuinen en Barendrecht
Een fusie van bedrijven en woonmilieu wordt gecreëerd door keuzes in vormentaal en materiaalgebruik. De gebouwen in De Stationstuinen hebben een robuuste blokmaat. Modulair bouwen mag zichtbaar zijn door (open) raamwerken. Elk bouwblok heeft zijn eigen materiaal, waardoor op het niveau van de straat een mix aan materialen zichtbaar is. Het (her)gebruik van industriële materialen draagt bij aan de verbintenis met de Dutch Fresh Port.
De Stationstuinen is ook ‘Vers Proeftuin’ dat tevens de verwevenheid van bedrijven en wonen symboliseert. Proeftuin staat voor innovatie in een broedplaats zoals een campus en in nieuwe woonconcepten. Vers staat voor de ontwikkelingen en trends in gezonde leefstijlen en nieuwe voedselproducten. Van oudsher de kern van Barendrecht en ook nu de dagelijkse drive van aanwezige bedrijven. Het doel is om deze zaken te combineren in een gebied waarin mensen ook het bijzondere bedrijvencluster in hun achtertuin waarderen en hier trots op zijn. Een gebied waar mensen de verse producten van de bedrijven kunnen beleven, maar mogelijk ook zelf kunnen verbouwen en plukken. De aanwezigheid van de bedrijven en een vorm van een campus biedt ook mogelijkheden en draagvlak voor horecafuncties en
groen: groen gevel + meer bomen menselijke maat; gevelopeningen industrieel plaatmateriaal
2.12 Industrieel karakter zichtbaar
2.13 Vers proeftuin in een groen gebied met industrieel gevelmateriaal
2.14 (Open) raamwerken mogen zichtbaar zijn. Het industriële karakter wordt mede gevormd door materiaalkeuzes.
Stationstuinen De recht Barend
Fresh Po Dutch rt
2.15 Een industrieel woonmilieu afkomstig uit de Dutch Fresh Port
10
De Stationstuinen
3. Stedenbouwkundige volumes en architectuurbeeld
11
De Stationstuinen
3. Stedenbouwkundige volumes en architectuurbeeld De Stationstuinen vormt de schakel tussen het dorpse Barendrecht naar het internationale knooppunt voor agro, vers en food logistiek, Dutch Fresh Port. De identiteit die past bij dit gebied is verder uitgewerkt in een aantal ruimtelijke principes die gelden voor het gehele gebied. Met deze zes principes wordt balans gevonden tussen hoogstedelijkheid en menselijke maat, eenheid en diversiteit en samenhang en variatie. Op de volgende pagina’s worden onderstaande principes voor de volumes en ingrediënten voor de massa volume van de bebouwing het architectuurbeeld nader toegelicht:
-1
3.1 vr
iende
+2
3.2 ge
laagd
lijke b
3.3 sa
ouwh oogte
meng es
3.5 ee
telde
n geb
iedse
3.4 ee
heid en
n zich
bouw
volum e
tbaar
s
3.6 le vend ig
verfij n
ing
klima
atbew
e en t oegan
ust ge
igen p
alet 12
kelijk e
bied
plinte n
De Stationstuinen
Principe 1: Vriendelijke bouwhoogtes Om de dorpse identiteit van De Stationstuinen te waarborgen, stelt het beeldkwaliteitsplan eisen aan de stedenbouwkundige opbouw van de bouwvolumes. Het gaat hier allereerst om de juiste maat en schaal, met voldoende variatie en een menselijke maat. Bouwhoogtes en straatprofielen waartussen mensen zich thuis kunnen voelen. Zo ontstaat een vriendelijke straatbeleving vanaf ooghoogte.
Basishoogte De bouwhoogte in De Stationstuinen is gevarieerd. De Stationstuinen kent een gemiddelde basishoogte van 4 tot 6 lagen die vanaf straatniveau wordt ervaren. Op de kaart is de verdeling van de gemiddelde bouwhoogte te zien. Deze zijn gebaseerd op de verhoudingen tussen straatbreedte en hoogte. In het algemeen geldt een basishoogte van 6 lagen voor de hoofdprofielen, de Spoorlaan, Nieuwstraat en Koopliedenstraat. De Gebroken Meeldijk en delen van de Tuinsingel hebben een basishoogte van 5 bouwlagen. Voor de rest van de Tuinsingel en voor de binnengebieden geldt een basishoogte van 4 lagen. De basishoogte is een gemiddelde hoogte en niet de maximale hoogte. Extra bouwmogelijkheden worden hierna toegelicht. 3.7 Plattegrond basishoogte
3.8 Variatie in basishoogte met accent op de kop
13
De Stationstuinen
Principe 1: Vriendelijke bouwhoogtes Een gevarieerd straatbeeld Een gevarieerd straatbeeld is gewenst. Door een afwisseling in de bouwhoogte ontstaat dynamiek in de bouwblokken en worden monotone bouwblokken voorkomen. Om dit te bereiken zijn de volgende regels van toepassing: • • •
• •
1)
De basishoogte omschrijft het gemiddelde aantal bouwlagen dat een profiel moet hebben. De basishoogte mag maximaal 2 lagen omhoog of omlaag. De basishoogte mag niet overal hetzelde zijn (1). Over de gehele lengte van het bouwblok moet de bouwhoogte wisselen. Het is niet toegestaan om ten opzichte van de basishoogte alleen maar te verhogen (2). Daar waar je in het basisvolume een laag omhoog gaat, moet je voor een vergelijkbaar gedeelte ook een laag omlaag moet (3).
2)
3) 3.9 Schema gevarieerde bouwhoogte
Optoppingen met teruglegging De basishoogte bepaalt de hoogte van de gevel aan de meest dominante assen en openbare ruimtes in het plan. Door middel van een optopping met teruglegging vanaf de straatzijde is het mogelijk extra bouwlagen toe te voegen. Een teruglegging zorgt ervoor dat de extra bouwlagen de aangename straatbeleving niet verhinderen. Voor optoppingen zijn de volgende regels van toepassing:
3)
+2
+2
• • •
+2
Maximaal 2 lagen Als een optopping over twee basishoogtes gaat, geldt de hoogste basishoogte. Het is niet de bedoeling dat de optopping in zijn totaliteit over het hele bouwblok hetzelfde is. De totaalhoogte van alle blokken inclusief optopping moet ook variëren. Op die manier ontstaat een genuanceerd spel.
De optopping mag niet van invloed zijn op de vriendelijke straatbeleving en volledige schaduw geven in openbare ruimte of binnengebied. Daarom kennen de optoppingen een teruglegging. Deze worden beschreven op de volgende pagina.
+2
3.10 Schema optoppingen met teruglegging
14
De Stationstuinen
Principe 1: Vriendelijke bouwhoogtes OPENBAAR
• • Gesloten bouwblok
PRIVÉ
•
OPENBAAR
• Opbouwen met setback naar openbare zijde
PRIVÉ
De optopping ligt 3 meter terug vanaf de rooilijn van de gevel op maaiveld. De terugleggingen of setbacks worden in principe aan alle zijdes van de gevel toegepast. Op die manier hebben de openbare ruimtes aan de buitenzijde, als zijnde de dominante zijdes, een prettige straatbeleving, maar hebben de intiemere binnengebieden ook een menselijke maat. Afwijken van een teruglegging voor een optopping kan in het geval het de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt, zoals bij een smalle snede in de wand of indien de buitenruimte zodanig groot is. Een goed ruimtelijk onderzoek en onderbouwing is nodig voor instemming van het Kwaliteitsteam. De setbacks dienen ten alle tijden duidelijk ervaarbaar zijn. Indien uitkragende balkons worden toegepast, moeten deze minstens 1 meter terugliggen ten opzichte van de gevel van de basishoogte.
OPENBAAR
OPENBAAR/ PRIVÉ
A
B
A
Opbouwen met setback rondom naar openbare zijde verplicht, voor het introduceren van de menselijke maat.
Afwijkingen eventueel mogelijk met instemming Kwaliteitsteam. Bijvoorbeeld bij een smalle snede in de wand (A), of als er extra ruimte is in het stedenbouwkundig plan (B)? Onderzoek nodig!
3.11 Schema plattegrond optoppingen met teruglegging
15
De Stationstuinen
Principe 1: Vriendelijke bouwhoogtes Hoogte-accenten Binnen de stedenbouwkundige structuur kan aanleiding zijn om door middel van hoogte accenten de structuur te versterken, zichtlijnen te beantwoorden of hoeken te accentueren. Hier is het mogelijk incidenteel van de basishoogte af te wijken.
•
Accenten dienen de aantrekkelijkheid van De Stationstuinen te vergroten. De locatie is niet specifiek vastgelegd, zodat initiatiefnemers nog flexibel zijn in de plaatsing. De ontwikkelende partijen dienen daarvoor de ruimtelijke wenselijkheid en inpassing aan te tonen en te verantwoorden bij het Kwaliteitsteam. Zij bepalen of accenten passend zijn. Hierbij dienen windhinder en bezonning/schaduw mede in ogenschouw genomen te worden. Behalve dat de accenten de hoogte in gaan, worden ze ook zodanig vormgegeven dat ze als accent worden waargenomen. Er zijn twee soorten hoogteaccenten mogelijk: •
•
De eerste categorie hoogte-accenten heeft maximaal 15 bouwlagen en komt alleen voor op enkele strategische plekken; bij de entree van de wijk aan de Spoorlaan, grote openbare ruimtes in het plan of op schakelpunten in de wijk. De torens hebben een teruglegging of setback van minimaal 3 meter bovenop de basishoogte. Dezelfde regels als de terugleggingen voor optoppingen op de vorige pagina zijn hier geldend. Het is tevens van belang het zicht vanuit het bestaande dorp op de torens
te beschouwen. De hoogte-accenten mogen geen afbreuk doen aan de kwaliteiten van het dorp en dienen zo nodig ingepast te worden door middel van vormgeving en/of materialisatie. De tweede categorie hoogte-accenten is tussen de 8 en 10 bouwlagen. Met deze hoogte accenten wordt spaarzaam omgegaan en worden alleen toegepast daar waar ze het stedenbouwkundig plan versterken. Daarbij dient de menselijke maat in acht genomen te worden. Dat betekent een vriendelijke maat en schaal verhoudingen van hoogte ten opzichte van het aangrenzende straatprofiel. Deze locaties liggen in een zichtlijn, belangrijke kruisingen of aan geschikte openbare ruimtes. De tweede categorie hoogte-accenten tot 10 lagen kunnen zowel in de rooilijn of met teruglegging op de basishoogte worden geplaatst. De hoogteaccenten hebben bij voorkeur niet allen dezelfde hoogte, maar variëren ook. Het is van belang dat deze accenten spaarzaam worden toegepast, met elkaar in balans en goed verdeeld over het plan zijn. Hierdoor springen de accenten er uit en wordt voorkomen dat alles een accent wordt. Deze accenten zijn in de gehele Stationstuinen toegestaan, dus ook in de binnengebieden. Het kan hier bijvoorbeeld juist interessant zijn om een toren over de bebouwing aan de Tuinsingel te laten kijken naar het park.
Naast hoogte-accenten is het ook mogelijk om architectonische accenten op belangrijke plekken te maken. Deze worden in ‘het gebiedseigen palet’ en ‘gelaagdheid en verfijning’ toegelicht.
1e categorie hoogteaccent
optopping 2e categorie hoogteaccent -1
+2
3.12 Axonometrie vriendelijke bouwhoogte
16
De Stationstuinen
Principe 2: Samengestelde bouwvolumes Om tot een vriendelijk en gevarieerd straatbeeld te komen, bestaan bouwblokken uit samengestelde bouwvolumes. Dit is een spel van volumes, verschillende afmetingen, breedtes en hoogtes. Elk volume kent een duidelijke eigenheid door verschil in bijvoorbeeld gevelpatronen en/of materialisatie. Binnen een bouwvolume is eenheid en rust om zo de verschillende bouwvolumes duidelijk te kunnen onderscheiden. De volgende regels moeten worden aangehouden: •
•
•
•
•
De rooilijn verspringt alleen naar binnen en gaat niet ten koste van de openbare ruimte. Door rooilijn is de uiterste rand van een bouwveld grenzend aan de grotere structuren en openbare ruimtes zoals de Spoorlijn, Tuinsingel, Dakpark, Gebroken Meeldijk, Nieuwstraat en Koopliedenweg. De minimale maat van deze profielen is bepaald. De losse bouwvolumes staan niet als losse panden naast elkaar (1,2) maar verschillen in breedte en delen een gezamenlijke plint of optopping. Wat wel is toegestaan is een smaller bouwvolume boven op een bredere basisvolume of (4) een overlappend volume boven op meerdere basisvolumes (3). Voorbeelden hiervan zijn hieronder weergegeven Bouwvolumes lijnen nooit geheel met elkaar uit, maar verspringen in horizontaal vlak (hoogte) en/of in verticaal vlak. Een doorlopende plint met volumes erop mag nooit te lang zijn waardoor eentonig straatbeeld en beleving vanaf ooghoogte ontstaat. De lengte van de plint verhoudt zich tot de maat en de schaal van de aangrenzende openbare ruimte en wordt waar nodig onderbroken. In het zesde principe komen de levendige plinten gedetailleerder aan bod.
3.13 Lange plint met gevarieerde gevelindeling met daarop losse en onderscheidende volumes
3.14 Blokken en optoppingen met verschillende materialen op wisselende hoogtes
3.15 Optoppingen wijken af in materiaal of gevelindeling
3.16 Blok samengesteld uit breed en laag volume naast een smal en hoog volume met afwijkende materialen
1) 3.17 Industriële overlappende bouwvolumes
2)
3)
4)
3.18 Schema samengestelde bouwvolumes
3.19 Axonometrie samengestelde bouwvolumes
17
De Stationstuinen
Principe 2: Samengestelde bouwvolumes Begeleiding van assen en ruimtes De bouwblokken bestaande uit samengestelde volumes vormen begrenzingen van de verschillende openbare ruimtes. Afhankelijk van hun positie in De Stationstuinen hebben deze begrenzingen een andere karakter. We onderscheiden daar het verschil tussen formele en informele randen.
3.20 Plattegrond formele en informele randen
18
De Stationstuinen
Principe 2: Samengestelde bouwvolumes De formele begeleiding kan op twee verschillende manieren tot stand komen: enerzijds door langere blokken met variatie in de basishoogte, anderzijds door kortere blokken kort van elkaar af met een dominantere basishoogte. Voor de formele randen gelden de volgende regels: • De oriëntatie van de bebouwing is op de bovenstaande beschreven straten gericht. • De rooilijn verspringt nauwelijks. • Het gedeelte gebouw en gevel is vele mate groter dan de openingen. • Indien openingen gewenst zijn richting het achtergebied, dan zijn dit bijvoorbeeld met smalle steegje, trappenhuizen met bruggetjes of met een kleine poort. Dit soort elementen worden in principe 4 ‘gelaagdheid en verfijning’ verder uitgelegd. • Knippen of openingen zijn mogelijk, maar zijn ondergeschikt waardoor de bebouwing visueel doorloopt. Op deze reden loopt de dominante hoogtelijn ter hoogte van een opening of knip door.
Formele begeleiding De bouwblokken aan de Spoorlaan,de Nieuwstraat, de Koopliedenweg, de Dwarsligger en het westelijke deel van het Zuideinde kennen een formele begeleiding.
De Spoorlaan vraagt als verbindingsas, om een multifunctionele, stedelijke uitstraling met voldoende massa om deze lange as te begeleiden. De rooilijn verschuift niet of nauwelijks en de bouwblokken zijn niet los van elkaar geknipt. Dit zorgt mede voor functionele plinten die de Spoorlaan begeleiden richting Dutch Fresh Port. Het Zuideinde is met zijn 6 bouwlagen als overgang naar het Dakpark een forse as waar mobiliteit een belangrijke rol speelt. De Nieuwstraat en Koopliedenstraat liggen op de overgang tussen het bedrijventerrein en het nieuwe gemengde woongebied. De bebouwing zal aan deze zijde uw wanden een in BKP afschermende werking hebben en vraagt om massa eleiding vanmet ruimte) een gesloten karakter. Dit om enerzijds geluid te weren, maar ook om functionele plinten te realiseren met ruimte voor werken en andere functies.
Basislaag (bv. 6 lagen aan hoofdassen zoals Spoorlaan) Basislaag (6 lagen aan hoofdassen zoals Spoorlaan/Zuideinde/Dwarsligger/industriestraten)
Principe 1: Vriendelijke bouwhoogtes Om de dorpse identiteit van De Stationstuinen te
Incidenteel omhoog met 2 bouwlageneisen mag, dan waarborgen, stelt het beeldkwaliteitsplan aanmaar de stedenbouwkundige opbouw Doel van deis: bouwvolumes. Het ook af en toe naar beneden. gaat hier allereerst om de juiste maat en schaal, met
• Menselijke maat Incidenteel omhoog met 2variatie bouwlagen mag, maar voldoende en een menselijke maat. Bouwhoogtes Principe 2: Samengesteld dan ook af en en toe.straatprofielen Doel is: mensen zich thuis kunnen • Menselijke Behoud van eenwaartussen begeleidende stedelijke as • maat; voelen. Zo ontstaat een vriendelijke straatbeleving vanaf Optoppingen met teruglegging • • Behoud van de wand; in beleving ooghoogte. Afwisseling Meer bouwlagen zijn incidenteel mogelijk mits uitgevoerd • Afwisseling in beleving. in een optopping met een teruglegging ten opzichte
Basishoogte
van de rooilijn. Deze teruglegging zorgt ervoor dat de extra bouwlagen de aangename straatbeleving niet verhinderen. Het aantal bouwlagen van de optopping en de mate van de teruglegging moet goed onderbouwd worden met inachtname van de straatbeleving en invloed op eventuele schaduw in openbare ruimte of binnengebied. Het is niet de bedoeling dat de optopping in zijn totaliteit over het hele bouwblok hetzelfde is. De totaalhoogte van alle blokken inclusief optopping moet ook variëren. Op die manier ontstaat een genuanceerd spel.
De bouwhoogte in De Stationstuinen is gevarieerd. De Stationstuinen kent een gemiddelde basishoogte van 4 tot 6 lagen die vanaf straatniveau wordt ervaren. Op de Doorbraken zijn mogelijk maar wel met behoud van de kaart is de verdeling van de gemiddelde bouwhoogte te zien. Deze zijn gebaseerd op de verhoudingen tussen begeleidende functie van de formele rand. Dit vraagt Hoogte-accenten straatbreedte en hoogte. In het algemeen geldt een Binnen de stedenbouwkundige structuur kan aanleiding om continuiteit en dominante zijn om door middel van hoogte accenten de structuur Doorbraken zijn mogelijk, maar wel met behoud basishoogte vandaarmee 6 lagen vooreen de hoofdprofielen, de hoogtelijn. te versterken, zichtlijnen te beantwoorden of hoeken van de wandwerking. Dit vraagt om continuïteit De Gebroken Meeldijk te accentueren. Hier is het mogelijk incidenteel van de Spoorlaan en de Industriezijde. Te veel sprongen in de gootlijn leidt tot een te grote basishoogte af te wijken. Er zijn twee soorten hoogteen daarmee een accenten mogelijk. en dominante delen van hoogtelijn.Te de Tuinsingel hebben een basishoogte van mate van individualiteit van blokkenenen is dus veel sprongen de gootlijn leidt totvande De eersteniet categorie hoogte-accenten heeft maximaal 15 5inbouwlagen.
Voorechter de rest de Tuinsingel voor en komt alleen voor op enkele strategische individualiteitde vanbinnengebieden de blokken i.p.v. geldt wand een basishoogte van 4 lagen.bouwlagen plekken zoals rondom het stationsplein. De torens toegestaan. een setback van minimaal 3 meter bovenop de De basishoogte is dus niet de maximale hoogte. Extra hebben basishoogte, zodat er een vriendelijk straatbeeld is en er bovendien een comfortabel klimaat blijft in relatie tot bouwmogelijkheden worden hierna toegelicht. wind. Het is daarnaast van belang het zicht vanuit het
bestaande dorp op de torens te beschouwen. De hoogte accenten mogen geen afbreuk doen aan de kwaliteiten van het dorp en3.7 dienen zo nodig ingepastbasishoog te worden doo Plattegrond middel van vormgeving en/of materialisatie.
Bij een kleinere blokmaat (verhouding hoogte:breedte < Bij kleinere blokmaat (verhouding hoogte:breedte 1:1,5) kan de verlaging van de bouwhoogte achterwege < 1:1,5) kan de verlaging van de bouwhoogte blijven blijven om te de ‘uit wand uit elkaar valt. achterwege omvoorkomen te voorkomen datdat de wand elkaar valt’.
1e orde
Grotere variatie mogelijk door optopping met • maximaal 2 lagen en setback van 3 meter grotere variatie mogelijk door optopping met: 1e orde accent totsetback 15 bouwlagen met setback van 3 • • maximaal 2 lagen, maar met (3m.); • 1e orde accent tot 15 bouwlagen, met setback meter (3m.) vanaf basislaag; 2e orde accent • • 2e orde accenten van 8-10van lagen,8-10 zonderbouwlagen zonder setback setback niet in deze wanden. (niet op deze visualisatie)
3.19 Axonometrie samengestelde bouwvolumes
3.21 Schema formele begeleiding
onstuinen Barendrecht
19
De Stationstuinen
1e cate hoogt
Principe 2: Samengestelde bouwvolumes Informele begeleiding Aan de Tuinsingel en het Dakpark heeft de bebouwing een informele begeleiding waardoor ze gezamenlijk een groene rand vormen. Aan de Gebroken Meeldijk moeten het industriële, historische en nieuwe wonen samengaan. Blokken die tezamen zoveel mogelijk een wand vormen verspringen sterk in rooilijn om het ritme van het oude dijklint voort te zetten.
•
smaller. Zodat het totaal aan losse blokken wel een begeleidende functie voor de openbare ruimte behoudt. Een 1e orde accent wordt altijd gecombineerd met een bredere basis. Zo wordt voorkomen dat de toren uit verhouding is en de verticaliteit benadrukt.
Binnengebieden In de binnengebieden is de keuze vrij en is zowel een formele als informele begeleiding van de ruimte toegestaan. Het heeft de voorkeur daar in de verschillende binnen gebieden andere keuzes in te maken zodat er diversiteit ontstaat. In de binnengebieden verspringt de rooilijn bij voorkeur en zijn de bouwvolumes niet al te lang.
De volgende regels zijn van toepassing: • De bouwblokken zijn van losse aard en hebben elk een eigen herkenbare architectuur en bestaan in zichzelf uit samengestelde volumes. • De rooilijn van de blokken verspringt. • Maat en schaal van de volumes mag verschillen. • Door knips tussen de bouwblokken ontstaat er een sterke relatie tussen Tuinsingel en binnengebieden en Spoorpark en De Stationstuinen. Het groen wordt zo via de tussenliggende straatjes of stegen met elkaar verbonden. • Naar mate de losse bouwblokken smaller worden, worden ook de openingen tussen de bouwblokken Tuinsingel in BKP Hoogteopbouw Hoogteopbouw Tuinsingel Tuinsingel in BKP in Hoogteopbouw BKP Hoogteopbouw Tuinsingel in BKP (informele begeleiding (informele (informele begeleiding begeleiding van ruimte) van ruimte) van ruimte) van ruimte) (informele begeleiding
Basislaag (bv. 5 lagen aan hoofdassen zoals aan de Tuinsingel) Basislaag (6 lagen aan hoofdassen zoals
Basislaag Basislaag (6 lagen(6aan lagen hoofdassen aan Basislaag hoofdassen zoals (6zoals lagen aan hoofdassen zoals Spoorlaan/Zuideinde/Dwarsligger/industriestraten) Spoorlaan/Zuideinde/Dwarsligger/industriestraten) Spoorlaan/Zuideinde/Dwarsligger/industriestraten) Spoorlaan/Zuideinde/Dwarsligger/industriestraten)
Principe Principe 1: Vriendelijke 1:Principe Vriendeli 1:P
O Om de Om dorpse de dorpse identiteit identiteit van De van Stationstuinen Stationstuine te Om deDe dorpse identitei
w Incidenteel omhoog met 2 bouwlagen mag, maar dan waarborgen, waarborgen, stelt het stelt beeldkwaliteitsplan het beeldkwaliteitsplan aan eise waarborgen,eisen stelt het b s Incidenteel omhoog met 2 bouwlagen mag, maarop stedenbouwkundige stedenbouwkundige opbouw opbouw van de van bouwvolumes. de bouwvo stedenbouwkundige Incidenteel Incidenteel omhoog omhoog met 2 bouwlagen met 2 bouwlagen mag, maar mag, maar Incidenteel omhoog met 2 bouwlagen mag, maar ook af en toe naar beneden. Doel is: g ook af enallereerst toe met gelijkwaardig deel gaatdan hier gaat allereerst hier om deeen juiste omgaat demaat juiste maat schaal, en sch me hier en allereerst om dan ookdan af en ook toe afmet en toe eenmet gelijkwaardig een dangelijkwaardig ook afdeel en toedeel met een gelijkwaardig deel v naar beneden. Doel is: en • naarMenselijke maat voldoende voldoende variatievariatie en een menselijke een menselijke maat. Bouwho maat. voldoende variatie en eB naar beneden. beneden. Doel is: Doel is: naar beneden. Doel is: e • enMenselijke maat; waartussen en straatprofielen straatprofielen waartussen mensen mensen zich thuis zich kun th en straatprofielen waar • Menselijke • Menselijke maat; maat; • Menselijke maat; • Behoud van een begeleidende stedelijke as vriendelijke v • voelen. Behoud de wand; voelen. Zo ontstaat Zovan ontstaat een een vriendelijke straatbeleving straatbel v voelen.
Zo ontstaat een • Behoud • Behoud van de wand; van de wand; • Behoud van de wand; o • ooghoogte. Afwisseling in beleving. ooghoogte. ooghoogte. •Afwisseling Afwisseling • • Afwisseling in beleving. in beleving. •in beleving Afwisseling in beleving. Maar daarnaast moeten de randen ook uit lossere Basishoogte Basishoogte Basishoogte B korrels bestaan D
De bouwhoogte De bouwhoogte in De Stationstuinen in De De Stationstuinen is gevarieerd. isingeva D bouwhoogte De S S Stationstuinen Stationstuinen kent een kent gemiddelde een gemiddelde basishoogte basishoo va Stationstuinen kent een t tot 6 lagen tot 6die lagen vanaf diestraatniveau vanaf straatniveau wordt erva Op tot 6 wordt lagen ervaren. die vanaf st k kaart iskaart de verdeling is de verdeling van de van gemiddelde deisgemiddelde bouwhoogt bouw kaart de verdeling va z zien. Deze zien.zijn Deze gebaseerd zijn gebaseerd opzien. de verhoudingen op de verhoudinge tusse Deze zijn gebase s Doorbraken mogelijk, maar behoud straatbreedte straatbreedte enzijn hoogte. en hoogte. In het algemeen Inwel hetmet algemeen geldt een ge straatbreedte en hoogt Doorbraken Doorbraken zijn mogelijk, zijn mogelijk, maarDoorbraken wel maar metwel behoud met mogelijk, behoud maar wel met behoud zijn b vanbasishoogte de wandwerking. vraagt omde continuïteit basishoogte van 6 lagen van 6Dit voor lagen devoor hoofdprofielen, hoofdprofie de basishoogte van 6 lage van de wandwerking. van de wandwerking. Dit vraagt Dit om vraagt continuïteit om continuïteit van de wandwerking. Dit vraagt om continuïteit S en Spoorlaan daarmee hoogtelijn.Te Sprongen in bouwhoogtes en ruime knips tussen deSpoorlaan Spoorlaan en deeen Industriezijde. endominante de Industriezijde.
De Gebroken De enGebroken de Meeld Indus en daarmee en daarmee een dominante een dominante hoogtelijn.Te hoogtelijn.Te en daarmee een dominante hoogtelijn.Te e veel sprongen in de echter tot en delen enleidt van delen de van Tuinsingel degootlijn Tuinsingel hebben hebben een basishoogte eenTuinsi basis enleidt delen van de veel sprongen veel sprongen in de gootlijn in de gootlijn leidt echter leidt tot echter tot veel sprongen in de gootlijn echter tot 5 bouwblokken zorgt voor individualiteit van de blokken individualiteit de blokken i.p.v. wand 5 bouwlagen. 5 bouwlagen. Voorvan deVoor rest de van de van Tuinsingel de Tuinsingel en voo 5rest bouwlagen. Voor de r individualiteit individualiteit van de blokken van de blokken i.p.v. wand i.p.v. wand individualiteit van de blokken i.p.v. wand d de binnengebieden de binnengebieden geldt een geldt basishoogte een basishoogte van 4 lag va de binnengebieden gel D De basishoogte De basishoogte is dus niet is dus deDe niet maximale de maximale hoogte. hoog Ext basishoogte is dus b bouwmogelijkheden bouwmogelijkheden wordenworden hierna toegelicht. hierna toegelich bouwmogelijkheden wo
1e orde
2e orde
2e orde
2e orde
Grotere variatie mogelijk door optopping met: • maximaal1 2ordelagen en setback van 3 meter • 1e orde accent tot 15 bouwlagen met setback van 3 meter. Om te voorkomen dat de verticaliteit van grotere variatie mogelijk door optopping met: grotere grotere variatie mogelijk mogelijk door optopping door optopping met: mogelijk met: door grotere variatie optopping met: eenvariatie hoogte-accent benadrukt wordt, combineren • maximaal 2 lagen, maar met setback (3m.); • maximaal • maximaal 2 lagen,2maar lagen, met setback met setback (3m.); (3m.); • maar maximaal 2 lagen, maar met setback (3m.); • 1e orde accent we 1e orde accenten met een breder blok. tot 15 bouwlagen, met setback • 1e•orde 1e accent orde tot accent 15 bouwlagen, tot•15 bouwlagen, met setback 1e met ordesetback accent tot 15 bouwlagen, met setback (3m.) vanaf basislaag; (3m.) vanaf (3m.) basislaag; vanaf basislaag; (3m.) vanaf basislaag; • 2e orde accent van 8-10 bouwlagen zonder setback • 2e orde accenten van 8-10 lagen, zonder
1e orde
1e orde
2e orde
•
e
2e• orde 2e accenten orde accenten van 8-10 lagen, 8-10 lagen, zonder van 8-10 lagen, zonder •van 2e zonder orde accenten setback. setback.setback. setback.
3.22 Schema informele begeleiding
20
De Stationstuinen
Principe 3: Een gebiedseigen palet Lichte basis
betonnen gevels zijn niet toegestaan doordat deze geen natuurlijke uitstraling heeft (betonnen elementen zijn wel toegestaan). Voor het hergebruik van industriële materialen geldt dat elementen mogen afwijken van het kleurenpalet. De kleurstelling geldt ook voor de kozijnen, die hebben een rustige en dekkende kleurstelling.
Het kleurenpalet zorgt voor eenheid en herkenbaarheid van De Stationstuinen. Het palet is genuanceerd en bestaat uit lichte onverzadigde tinten bruin, geel, grijs en wit. Deze beperkte selectie aan kleuren zorgt voor samenhang en laat het groen in De Stationstuinen spreken.
De mix aan materialen en/of patronen moet op elke plek in De Stationstuinen zichtbaar zijn, zodat elke foto die genomen wordt, specifiek is voor De Stationstuinen.
Gekozen is voor een pallet met lichte kleuren. Dit mede ter voorkoming en beperking van hittestress in het gebied. Terwijl de kleuren behoorlijk afgebakend zijn, is er een grote variatie in textuur en materiaal mogelijk. De materialen refereren naar het gebiedseigen van De Stationstuinen: de bakstenen uit het dorpse Barendrecht, het hout naar het innovatieve karakter van De Stationstuinen en het (her)gebruik van industriële materialen tot hoogwaardige beelden naar het voormalige bedrijventerrein. Vooral de industriële materialen maken het gebied uniek en moeten in het totale beeld veelvuldig voorkomen. Ook andere materialen zijn toegestaan. De materialen die worden gebruikt moeten duurzaam zijn en langdurige schoonheid hebben. Ze moeten lang meegaan, mooi verouderen, hernieuwbaar zijn, een natuurlijke uitstraling hebben en schade aan de natuur beperken gedurende de hele cyclus inclusief productie en recycling. Door deze regels zijn enkele materialen niet toegestaan zoals stucwerk omdat het niet robuust is, kwetsbaar is en niet mooi verouderd. Ook gehele
3.23 Elk volume zelfstandig herkenbaar door toepassing andere materialen en/of gevelindeling
Ik heb even een twee blik op deze plaatjes nodig. Wat vind jij Roos?
3.24 Axonometrie een gebiedseigen palet
21
De Stationstuinen
Principe 3: Een gebiedseigen palet
Palet De Stationstuinen
Baksteen
3.25 Gele baksteen
3.26 Lichte baksteen
3.27 Lichtgrijze baksteen
3.28 Geelbruine baksteen
Hout
3.29 Gebeitst houten panelen
3.30 Vergrijsd hout
3.31 Verduurzaamd hout
3.32 Gebeitst houten raamwerk
Industrieel gevelmateriaal en elementen
3.34 Witte gevelplaten
22 3.33 Grijze gevelplaten
3.35 Gele gevelplaten
3.36 Open raamwerk
22
De Stationstuinen
Principe 3: Een gebiedseigen palet Groen
Ook het Dakpark ligt hoger en vanaf daar is er dus zicht op enkele dakvlakken. Aandacht is er dus ook voor een kwalitatieve afwerking van deze dakvlakken.
In De Stationstuinen voert groen de boventoon. Groen zorgt voor een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, draagt bij aan een de klimaatopgave, biodiversiteit en natuurinclusiviteit. Dat zijn allemaal kernwaarden van De Stationstuinen. De bebouwing moet daaraan gaan bijdragen met groene daken en gevels. Het groen is zo integraal onderdeel van de architectuur en is geen decoratie.
De gevels krijgen waar mogelijk ook een groene uitstraling. Dit kan door klimconstructies vanuit de volle grond en plantenbakken die zijn geïntegreerd in het architectonisch ontwerp. Maar naast groeiend groen is op prominente plekken aan de assen ook mogelijk om de kleur groen toe te passen op de gevels als accent. In de binnengebieden is het voorstelbaar dat een wijkje geheel groengekleurde gevels heeft.
De terrassen die ontstaan door de samengestelde bouwvolumes, geven ruimte aan publieke en collectieve tuinen. Op bijzondere plekken dienen deze een groene uitstraling te krijgen met behulp van beplanting en waar mogelijk kleine (meerstammige) bomen. De draagconstructie moet in dat geval voldoende maat krijgen en adequaat zijn voor een leeflaag. In De Stationstuinen is op diverse plaatsen hogere bebouwing aanwezig en vanaf daar zicht op lagere dakvlakken.
Voor alle begroeide geveldelen dient bij indiening van de omgevingsvergunning duidelijk te zijn wie het in eigendom heeft en beheert. Daarbij zal een beheerplan worden opgesteld dat de kwaliteit en uitstraling langdurig garandeert.
Groenpalet De Stationstuinen Groene levende gevels
3.40 Klimmend groen tegen de gevel
3.37 Groene planten aan de gevel
3.38 Klimmend groen aan staaldraden
3.39 Klimmend groen aan staaldraden
3.41 Daktuin met kleine bomen
3.44 Groengrijze gevelpanelen
3.45 Groene gevelpanelen
Groenkleurige gevels
3.42 Groengrijze baksteen
3.43 Groengrijze golfplaten
23
De Stationstuinen
Principe 4: Gelaagdheid en verfijning Op basis van voorgaande uitgangspunten ontstaan zorgvuldige stedenbouwkundige volumes met een kenmerkend kleuren- en materialenpallet. Voor een aangename beleving is het wenselijk de gevels door middel van een verdere gelaagdheid te verfijnen. Er is op die manier diepte in de gevel en wordt ruimte gecreëerd voor een overgangszone tussen binnen en buiten. Dit geeft ook de gelegenheid om balkons in te passen in het volume. Deze plasticiteit bevordert de aangename straatbeleving en is daarnaast karakteristiek voor De Stationstuinen.
•
•
Gelaagdheid en verfijning
•
Concreet wordt gelaagdheid en verfijning in de gevel bereikt door: • De gevels kennen geen dominante verticale of horizontale geleding zodat de gebouwen niet als heel lang of heel hoog worden ervaren. • Alle zijden worden representatief vormgegeven. Het meest representatieve deel is gericht naar de openbare ruimtes; • Diepte in de gevel door een raamwerk of open structuren. • Buitenruimtes zijn een integraal onderdeel van de architectuur van de gebouwen. Balkons, loggia’s en dakterrassen dragen bij aan de plasticiteit van het gevelbeeld.
•
•
Balkons worden bij voorkeur geïntegreerd, waardoor ze onderdeel uitmaken van het bouwvolume. Inkijk op de balkons moet voorkomen worden, bijvoorbeeld met een mee-ontworpen lage rand van ongeveer 30 centimeter. Uitkragende balkons zijn vanaf de derde verdieping toegestaan mits ze onderdeel uitmaken van de architectuur. In het geval balkons aan een bouwvolume met teruglegging hangen, moet de teruglegging zichtbaar blijven en geldt een minimale afstand van 1 meter van de basisgevel tot de teruglegging. Galerij ontsluitingen binnen een raamwerk zodat lange horizontale lijnen onderbroken worden. In het geval van glazen openingen is het van belang dat de functie van de ruimte hierop aansluit. Dichte gordijnen en kasten voor de ramen moeten voorkomen worden, maar juist de relatie tussen binnen en buiten moet versterkt worden. Verbijzonderingen door middel van bruggetjes of benadrukte entrees, liftschachten en/of zelfs technische ruimten door een andere materialisatie en/ of andere rooilijn. Er is speciale aandacht voor dakranden gebouwbeëindigingen. Deze moeten met zorg gedetailleerd worden. Installaties staan uit het zicht.
De elementen die voor gelaagdheid en verfijning zorgen moeten worden geïntegreerd in de architectuur en mogen een expressieve uitstraling hebben. Op de volgende pagina staan enkele voorbeelden.
3.46 Axonometrie gelaagdheid en verfijning
24
De Stationstuinen
Principe 4: Gelaagdheid en verfijning
3.47 Geraamte van balkons; installatie dak uit het 3.48 Open structuur met balkons, enkele zicht en integraal mee-ontworpen grote raampartijen
3.49 Verspringende rooilijn, gelaagdheid door houten panelen, verbinding door bruggen in zelfde materialisatie, entree markeren met terugspringende plint
3.50 Tussenruimte verbindt binnen met buiten en nodigt uit tot sociale interactie
3.51 Open structuur met afwisselend ramen, dichte geveldelen, terugliggende entrees en balkons
3.52 Geraamte van balkons met groen rondom bouwvolume
3.53 Arcade, enkele grote raampartijen
3.54 Verbijzondering ter hoogte van entree
3.55 Aandacht voor gebouwbeëindiging
3.56 Spel van bruggetjes en verspringende rooilijnen
25
De Stationstuinen
Principe 5: Een zichtbaar klimaatbewust gebied zoninval beschermd dienen te worden door het toepassen van overstekken, pergola’s, zonwering of het op de juiste manier plaatsen van groen rondom de gebouwen zodat de bladeren in de zomer voor een natuurlijke filter voor zonlicht vormen. Het is van groot belang dat deze integraal onderdeel zijn van de architectuur en niet achteraf toegevoegd worden.
De Stationstuinen is zichtbaar klimaatbewust. Groen en blauwe opgaves worden integraal mee-ontworpen in de architectuur. Enkele van de voorgaande genoemde principes dragen al bij aan een prettig klimaat, zoals de setbacks tegen windhinder, groene gevels voor een natuurinclusief gebied en de gelaagdheid tegen directe zoninval. Hieronder is een compacte ambitie wat betreft klimaat beschreven. Voor een uitgebreidere en leidende versie van de uitgangspunten wordt verwezen naar het Ontwikkelkader Stationstuinen.
Natuurinclusief Groene gevels maken onderdeel uit van het palet om natuur inclusief te kunnen bouwen. In ieder plan moet onderzocht worden of en hoe nestplaatsen en voorzieningen getroffen kunnen worden voor mussen, gierzwaluwen, spreeuwen en/of vleermuizen.
Wind Bij het toepassen van hoogteaccenten dient zorgvuldig gekeken te worden dat er geen windhinder optreedt in de omgeving. Met name in gebieden waar veel voetgangers en fietsers komen of entrees liggen moet windhinder zoals van een downwash-effect voorkomen worden. Windhinder moet aantoonbaar gemitigeerd worden door bijvoorbeeld het toepassen van een setback of luifel.
Intensieve groene daken zorgen voor verdamping en verkoeling en isolatie voor een koeler binnenklimaat. In de uitwerking dient voor de groene daken rekening gehouden te worden met voldoende dik pakket van substraat. Ook terugleggingen en balkons krijgen een groene inpassing die bijdraagt aan de biodiversiteit. Wateropvang Het regenwater dat op de bebouwing valt, moet worden vastgehouden, geborgen en vertraagd worden afgevoerd om zo geen wateroverlast te veroorzaken. Denk hierbij aan retentiedaken, groene daken en wateropslag, in aansluiting op waterberging en infiltratie in de openbare ruimte
Schaduw en verkoeling Voor een goede bezonning van gevels van gebouwen is landelijk de TNO Norm als geaccepteerde methode in gebruik. Het gaat om een samenspel tussen genoeg licht op donkere dagen en genoeg schaduw op warmere dagen. Om een prettige leefomgeving te realiseren en beplanting te voorzien van daglicht, moet er enerzijds voldoende zon, maar ook schaduw vallen op het openbaar gebied. Voor de gebouwen en binnenruimtes geldt dat woningen en voorzieningen tegen directe
Duurzame materialen In het gebruik van materiaal komt ook de circulaire ambitie van De Stationstuinen terug. Alle gebouwen zijn duurzaam geconstrueerd. Dit houdt in dat ze natuurinclusief zijn een beperkte CO2 uitstoot hebben en voor alle gebouwen wordt gevraagd een materiaalpaspoort op te stellen.
3.57 Axonometrie een klimaatbewust gebied
26
De Stationstuinen
Principe 6: Levendige en toegankelijke plinten Levendige plinten Een kernwaarde van De Stationstuinen is het creëren van een levendige, gevarieerde woon- en werkomgeving voor iedereen. Het plan kent een programma van woningen, kleinschalige winkels, dienstverlening en horeca. De plinten spelen daarin een belangrijke rol. Aantrekkelijke plinten zorgen voor prettige en veilige routes, dragen bij aan de sociale interactie, zicht op de openbare ruimte en levendigheid in het gebied. De vormgeving van de gebouwplinten en entrees vraagt daarom speciale aandacht en zal hier worden toegelicht. De openbare ruimte zal moeten reageren op de hier genoemde eisen ten aanzien van de inrichting van de overgangszone. De gewenste vormgeving is verschillend per deelgebied. Hierbij speelt de mate van stedelijkheid, dynamiek en multifunctionaliteit een rol. Op de volgende pagina’s worden deze verschillen beschreven. De algemene regels ten aanzien van de plinten zijn als volgt: •
•
•
•
In de gehele Stationstuinen is het van belang dat de plinten en overgangszones integraal onderdeel zijn van de ontwerpopgave; De plinten zijn niet anoniem. Voorzieningen zijn goed zichtbaar, actieve woonruimtes zoals keukens worden aan de voorzijde van de gevels geplaatst; Er wordt gestreefd naar het aantrekken van verschillende doelgroepen. Denk aan de bewoners van de Stationstuinen, maar ook aan voorzieningen voor de Dutch Fresh Port; De voorzieningen hebben bij voorkeur een kleine korrelgrootte. Indien grote korrels noodzakelijk zijn zoals een supermarkt, mogen deze nooit op een hoek worden geplaatst. Op die manier zijn de hoeken met kleine korrels gevuld die de interactie met de openbare ruimte zoeken;
3.58 Plattegrond plinten
•
•
De plint is open waar het kan en dicht waar het moet. Er is alleen een open plint als het ook een functie heeft. Open plinten moeten in alle gevallen een interactie tussen binnen en buiten zijn. Er moet hierbij rekening gehouden worden met de spiegeling van de ramen; In het geval een blinde plint noodzakelijk is, moet deze met detail vormgegeven worden zodat een langslopend persoon iets heeft om naar te kijken en zich niet onprettig voelt; De dichte plinten worden dus mee-ontworpen in het geheel en komen niet voor over lange stukken. Het afplakken van ramen is niet toegestaan;
3.59 Axonometrie levendige en toegankelijke plinten
27
De Stationstuinen
Principe 6: Levendige en toegankelijke plinten • •
•
•
•
Hoe intiemer en informeler de buitenruimte, des te meer transparantie en sociale interactie. Entrees en portieken van de woningen liggen op logische locaties en zijn duidelijk afleesbaar in de architectuur door verbijzonderingen in de materialisatie en verdiepingshoogte; Entrees sluiten aan op het maaiveldniveau van de openbare ruimte. Hoogteverschillen ten behoeve van entrees en inritten worden op eigen terrein of binnen de bouwmassa opgelost; Voor de levendigheid van de plinten en de relatie met de openbare ruimte is de overgangszone tussen openbaar en privé van belang. Deze overgangszone kan enerzijds worden gecreëerd door middel van gelaagdheid in de architectuur (inkepingen, half-open structuren etc.) of door een groene buffer; Obstakels zoals ongewenste fietsen moeten worden gemeden bij entrees en aan de voorhand integraal worden opgelost in de openbare ruimte en in de bebouwing. Het (fiets)parkeren zal onderdeel worden van de plinten en is verder toegelicht in het laatste hoofdstuk.
3.60 Gedetailleerde dichte gevel, open gevel niet gewenst
3.61 Afwisselende open en dichte geveldelen
28
3.62 Verbijzondering van de plint
De Stationstuinen
Principe 6: Levendige en toegankelijke plinten Reuring: actieve voorzieningen De meest intensieve plinten komen in de Spoorlaan en Gebroken Meeldijk, maar ook in het Zuideinde. Er is hier sprake van een formele plint die minimaal 4 meter hoog is en maximaal een dubbele verdiepingshoogte heeft. Voor de Spoorlaan geldt ter plaatse van een dubbele verdiepingshoogte dat de totale basishoogte van 6 lagen, maximaal 21 meter is. De hogere plinthoogte zorgt voor toekomstige flexibiliteit, doordat functies makkelijker onderling uitwisselbaar zijn. De plint is transparant en uitnodigend en heeft een sterke interactie met de openbare ruimte. Kleinschalige stedelijke voorzieningen zoals winkels, dienstverlening, horeca, onderwijs, werkruimte dragen bij aan een levendig straatbeeld. De maatvoering van de plint bevestigt dit. Grote anonieme glazen puien komen niet voor. Elk bouwvolume heeft een karakteristieke oplossing voor de plint. Materialisatie en maat van de plint per bouwvolume dan ook verschillend.
Ruis: overgangsgebied bedrijvigheid Aan de Nieuwstraat, Koopliedenstraat en Gebroken Meeldijk zorgt de invulling van de plinten voor een goede overgang van De Stationstuinen naar de industriële omgeving. De functies in deze plinten zoals kantoren, bedrijven en ateliers vormen een buffer tussen wonen en werken en leveren een waardevolle bijdrage aan het programma van De Stationstuinen. De plinten mogen hier een meer gesloten uitstraling hebben. Nu zijn Nieuwstraat en Verlengde Koopliendenweg gelijk behandeld, maar als over die laatste de hoofdontsluiting loopt krijgt die een volledig ander karakter.
3.64 Kleinschalige voorzieningen in de plint met hogere verdiepingshoogte
3.65 Plint met kleinschalige voor-zieningen met verbijzondering van de architectuurstijl
3.63 Plattegrond plinten reuring en ruis
3.66 GEEN open geveldelen met afgeplakte reclame
29
3.67 Entree met glaspui over twee verdiepingen
Principe 6: Levendige en toegankelijke plinten Reuring: wonen, werken en buurtvoorzieningen Het dagelijks leven van veel bewoners speelt zich af in en rondom het park en groene singel in de wijk. Levendige en aantrekkelijke plinten zorgen hier voor interactie tussen de bebouwing en het groen. Aan de Tuinsingel en het Dakpark zijn naast wonen lokale voorzieningen mogelijk en wenselijk, zoals een kinderdagverblijf of een wasserette. De architectuur duidt deze voorzieningen en maakt ook een connectie met het park. Ook de woonbebouwing gaat een directe relatie aan met de buitenruimte door woonfuncties op de begane grond, het positioneren van entrees aan de groene ruimte en het voorkomen van dichte plinten. De begane grondwoningen zijn bij voorkeur met een eigen voordeur direct op de openbare ruimte ontsloten. Bergingen en fietsparkeren zijn als onderdeel van de architectuur ontworpen en liggen bij voorkeur niet aan de zijde van de Tuinsingel of het Dakpark. Aan de Tuinsingel en het Dakpark wordt speciale aandacht gevraagd voor de overgang tussen prive en het openbaar gebied. De overgangen van openbaar naar privé zijn vormgeven als onderdeel van de architectuur. Deze overgangszone zorgt voor een stimulans van sociale interactie. Dit kunnen Delftse stoepen en smalle geveltuinen zijn. Grotere groenvakken worden bij voorkeur beheerd door de gemeente voor een eenduidig en continu beeld.