7 - Bijlage 6 Child-Friendly-Checklist.pdf
Tekst van het document
De gemeente zet zich actief en structureel in om armoede te voorkomen, aanpakken en doorbreken.
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 23
INDICATOR 33: Huisvesting De gemeente zet zich actief en structureel in voor voldoende, toereikende, gevarieerde en betaalbare huisvesting voor gezinnen. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenbeleid met operationeel plan op basis van uitgesplitste data; • Maakt de gemeente afspraken met de woningcorporatie(s) en andere partijen over de bouw van sociale huurwoningen en over het voorkomen van wachtlijsten daarvoor; • Monitort en evalueert de gemeente resultaten en stuurt bij waar nodig. Score: 1. Het woningaanbod is eenzijdig. De gemeente heeft weinig zicht op eventuele knelpunten en heeft een minimale betrokkenheid bij het woningaanbod (wettelijk minimum). 2. De gemeente weet waar zich problemen voordoen in de woningmarkt. De gemeente houdt toezicht op de woningbouw en maakt afspraken met de woningcorporaties voor zover wettelijk noodzakelijk. 3. De gemeente heeft beleid op huisvesting en (de bouw van) sociale woningbouw en maakt hierover afspraken met woningcorporaties en andere partijen, maar in de uitvoering hapert het nog. 4. De gemeente zet zich actief en structureel in voor voldoende, toereikende, gevarieerde en betaalbare huisvesting voor gezinnen.
INDICATOR 34: Dakloosheid De gemeente zet zich actief en structureel in voor het voorkomen van dakloosheid van gezinnen en zorgt ervoor dat er geen huisuitzettingen zijn van gezinnen met minderjarige kinderen. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenbeleid met operationeel plan op basis van uitgesplitste data; • Maakt de gemeente met de woningcorporatie(s) en andere partijen afspraken die ervoor zorgen dat er geen huisuitzettingen zijn van gezinnen met minderjarige kinderen; • Zorgt de gemeente voor adequate huisvesting van gezinnen die dakloos zijn, waarbij kinderen en ouders niet van elkaar gescheiden worden tenzij dit in het belang van de kinderen is; • Neemt de gemeente de mening van kinderen mee; • Monitort en evalueert de gemeente resultaten en stuurt bij waar nodig. Score: 1. De gemeente heeft geen zicht op dakloosheid binnen de gemeente en bemoeit zich niet met (dreigende) huisuitzettingen. 2. De gemeente heeft nog geen beleid ten aanzien van huisuitzettingen, maar voorkomt dit bij voorkeur en zoekt in individuele gevallen naar oplossingen. 3. De gemeente heeft beleid op het voorkomen van dakloosheid en huisuitzettingen en maakt hierover ook afspraken met woningcorporaties en andere partijen. In principe zijn er geen huisuitzettingen maar in de uitvoering hapert het soms nog. 4.
De gemeente zet zich actief en structureel in voor het voorkomen van dakloosheid van gezinnen en zorgt ervoor dat er geen huisuitzettingen zijn van gezinnen met minderjarige kinderen.
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 24
ONDERWIJS EN KINDER(DAG)OPVANG INDICATOR 35: Kinderen volgen onderwijs De gemeente zet zich er actief voor in dat alle kinderen onderwijs volgen. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenplan/visie op basis van uitgesplitste data; • Werkt de gemeente samen met schoolbesturen en jeugdzorg; • Overlegt de gemeente met kinderen/jongeren, hun ouders/verzorgers, school en andere lokale partners over wat een kind nodig heeft om een passende vorm van onderwijs te kunnen volgen en een startkwalificatie te behalen; • Worden vrijstellingen op grond van de Leerplichtwet in principe voorkomen en alleen afgegeven indien dit in het belang van het kind is; • Wordt thuiszitten of voortijdig schoolverlaten voorkomen; • Spreekt de gemeente scholen actief aan op hun registratie van verzuim en het nemen van maatregelen om eventueel verzuim te stoppen of uitval te voorkomen; • Worden de ontwikkelingen, resultaten en uitval gemonitord en geanalyseerd en worden beleid en uitvoering daarop aangepast. Score: 1. De gemeente richt zich op handhaving van de leerplicht; de overige verantwoordelijkheden liggen bij de scholen/ samenwerkingsverbanden. 2. De gemeente richt zich op handhaving van de leerplicht maar zoekt voor individuele leerlingen die extra ondersteuning vragen soms mee naar oplossingen. Er wordt nagedacht over het voorkomen van uitval, thuiszitten en voortijdig schoolverlaten.
Hierover is soms overleg met schoolbesturen en jeugdzorg. 3. De gemeente heeft beleid op onderwijs met als uitgangspunt het recht op onderwijs. Hierover zijn afspraken met schoolbesturen en jeugdzorg en vaak is er overleg met leerlingen en hun ouders/verzorgers, maar in de uitvoering hapert het nog. Dit geldt ook voor vrijstellingen en het voorkomen van uitval, thuiszitten en voortijdig schoolverlaten. De verzuimregistratie, uitval en ontwikkelingen worden op hoofdlijnen gemonitord maar is nog niet op orde. 4. De gemeente zet zich er actief voor in dat alle kinderen onderwijs volgen en werkt vanuit dit uitgangspunt samen met schoolbesturen en jeugdzorg.
INDICATOR 36: Voor- en vroegschoolse educatie De gemeente zet zich in voor een toereikend aanbod van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), van goede kwaliteit, en om kinderen met een kans op achterstanden zo vroeg mogelijk te herkennen en toegang te geven tot VVE. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel met een operationeel plan op basis van uitgesplitste data en toereikend budget om hier uitvoering aan te geven • Is er sprake van een ruimhartig verwijzingsbeleid zodat alle kinderen die VVE nodig hebben er gebruik van kunnen maken; • Is de gemeente in gesprek met het onderwijs en andere partners gericht op een warme overdracht en doorlopende leerlijn; • Monitort en evalueert de gemeente de resultaten om de aanpak waar nodig aan te passen. Score: 1. Er is geen aandacht voor VVE behalve dan wat wettelijk verplicht is. Een beperkt aantal kinderen krijgt een verwijzing voor VVE, het aanbod is beperkt en de GGD en Inspectie zijn niet tevreden over de kwaliteit. 2. De gemeente bemoeit zich in enige mate actief met het aanbod en de kwaliteit van de VVE. Deze zijn nog niet op orde. 3. De gemeente heeft beleid ten aanzien van de VVE. Er is voldoende aanbod binnen de gemeente, maar nog niet alle kinderen die het nodig hebben, krijgen toegang. Er is regelmatig afstemming met de lokale partners. De GGD en Inspectie zijn redelijk tevreden over de kwaliteit. 4.
De gemeente zet zich in voor een toereikend aanbod van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), van goede kwaliteit, en om kinderen met een kans op achterstanden zo vroeg mogelijk te herkennen en toegang te geven tot VVE.
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 25
INDICATOR 37: Digitale vaardigheden, mediawijsheid en toegang De gemeente zet zich in voor het vergroten van de digitale vaardigheden en mediawijsheid van kinderen en de toegang tot de digitale wereld. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenbeleid/visie, een operationeel plan en structurele financiering; • Werkt de gemeente samen met scholen en de bibliotheek om ervoor te zorgen dat alle kinderen toegang hebben tot de digitale wereld en kunnen beschikken over een divice; • Gaat de gemeente met kinderen in gesprek; • Monitort en evalueert de gemeente de resultaten en past beleid en uitvoering bij waar nodig.
© UNICEF
Score: 1. De gemeente heeft geen aandacht voor digitale vaardigheden, mediawijsheid en toegang tot internet. 2. De gemeente heeft incidenteel aandacht voor digitale vaardigheden, media wijsheid en toegang. 3. De gemeente heeft beleid ten aanzien van de digitale vaardigheden, media wijsheid en toegang. Er is (nog) geen structurele financiering voor (het stimuleren van) activiteiten maar er worden soms wel activiteiten ontplooid of gesubsidieerd. De gemeente werkt regelmatig samen met de bibliotheek en scholen. 4. De gemeente zet zich in voor het vergroten van de digitale vaardigheden en mediawijsheid van kinderen en de toegang van kinderen tot de digitale wereld.
INDICATOR 38: Kinderopvang De gemeente heeft een actuele pedagogische visie ten aanzien van het aanbod van, de toegang tot en kwaliteit van de kinderopvang. Er is structureel overleg tussen de gemeente, GGD en de aanbieders. De gemeente monitort en evalueert de ontwikkelingen qua aanbod, toegang en kwaliteit om waar nodig de visie en acties aan te passen. Score: 1. Dit gebeurt nog niet. 2. De gemeente handelt naar aanleiding van incidenten. 3. De gemeente heeft een visie en overlegt regelmatig met de GGD en aanbieder. 4. De gemeente heeft een actuele pedagogische visie.
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 26
INDICATOR 39: Leerlingenvervoer De gemeente zorgt ervoor dat alle kinderen die niet zelfstandig naar school kunnen vanwege ziekte, een handicap of gedragsproblemen vervoer krijgen naar de voor hen passende vorm van onderwijs. Bij de beslissing voor toewijzing en de vorm van vervoer, wordt rekening gehouden met de belangen en behoeften van de individuele kinderen en van de gezinnen waartoe zij behoren. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenbeleid/visie met een toereikend budget; • Heeft de gemeente richtlijnen voor de ambtenaren belast met het toekennen van leerlingenvervoer; • Spreekt de gemeente met kinderen en hun ouders; • Monitort en analyseert de gemeente de uitvoering van het leerlingenvervoer en past het beleid of de uitvoering aan waar nodig. Score: 1. De gemeente voert het leerlingenvervoer uit conform de minimale wettelijke taak. 2. De gemeente voert het leerlingenvervoer uit zoals volgens de wet gezien minimaal noodzakelijk is. In schrijnende gevallen kan bij uitzondering daarvan afgeweken worden. 3. De gemeente heeft beleid ten aanzien van leerlingenvervoer, waarbij in principe rekening wordt gehouden met de belangen en behoeften van een individueel kind. Kinderen worden regelmatig gevraagd naar hun ervaringen met het leerlingenvervoer en de uitvoering wordt tot op zekere hoogte gemonitord. 4.
De gemeente zorgt ervoor dat alle kinderen die niet zelfstandig naar school kunnen vanwege ziekte, een handicap of gedragsproblemen vervoer krijgen naar de voor hen passende vorm van onderwijs.
VRIJE TIJD, SPEL, SPORT, RECREATIE EN CULTUUR INDICATOR 40: Recreatie in de wijk De gemeente zet zich ervoor in dat er voor kinderen voldoende plek in de publieke ruimte, zoals speeltuinen, buurthuizen, trapveldjes en chillplekken zodat zij in hun vrije tijd kunnen spelen en chillen in hun eigen wijk/omgeving. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjaren(buitenspeel)beleid/visie met toereikend budget om hier uitvoering aan te geven; • Stelt de gemeente bij de (her)ontwikkeling van een gebied voorwaarden ten aanzien van het opnemen van voldoende speel- en chillplekken gelet op het aantal kinderen in dat gebied. • Draagt de gemeente uit dat de publieke ruimte ook van kinderen is; • Is het aanbod van speel- en chillplekken divers, duurzaam, voor alle leeftijden en ook toegankelijk voor kinderen met een beperking. De speel- of chillplekken liggen voor alle kinderen en jongeren binnen een voor hun leeftijd passende afstand (nabijheid). • Worden kinderen betrokken bij het inrichten en beoordelen van deze plekken; • Monitort en evalueert de gemeente het gebruik van de publieke ruimte en de resultaten en wordt het beleid en de uitvoering waar nodig aangepakt. Score: 1. Er is nog geen beleid en ook geen aandacht voor. 2. Er is een aantal ontmoetingsplekken, per buurt verschilt het aanbod sterk. Over een buitenspeelbeleid wordt nagedacht.
Speel- en chillplekken en ruimte voor kinderen op straat worden soms meegenomen als wens bij de (aanbesteding van de) (her)ontwikkeling van een wijk. De mening van kinderen en jongeren wordt soms gevraagd. 3. Er is een buitenspeelbeleid gericht op het voorzien van speel- en chillplekken die duurzaam, nabij en toegankelijk zijn voor een diverse groep. Er zijn meerdere ontmoetings-, speel- en chillplekken in de gemeente maar nog niet in elke wijk en ook niet voldoende divers. In principe vormen speel- en chillplekken een voorwaarde binnen (her) ontwikkeling van een gebied. De mening van kinderen en jongeren over het aanbod in de wijk wordt regelmatig gevraagd. De besteding van het budget en het gebruik van de openbare ruimte wordt op hoofdlijnen gemonitord. 4. De gemeente zet zich ervoor in dat er voor kinderen voldoende plek in de publieke ruimte, zoals speeltuinen, buurthuizen, trapveldjes en chillplekken zodat zij in hun vrije tijd kunnen spelen en chillen in hun eigen wijk/ omgeving.
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 27
INDICATOR 41: Sport, cultuur en jeugdwerk-voorzieningen voor ieder kind De gemeente zet zich actief en structureel in voor een ruim, gevarieerd en duurzaam aanbod van sport, cultuur en jeugdwerk/scouting en dat alle kinderen hieraan deel kunnen nemen. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenbeleid/visie; • Is het aanbod van activiteiten duurzaam gefinancieerd; • Verbindt de gemeente kwaliteitseisen aan subsidies; • Zet de gemeente zich ervoor in dat de activiteiten toegankelijk zijn voor alle kinderen en jongeren, zowel fysiek als financieel, en werkt hiervoor waar nodig samen met fondsen en lokale partners; • Promoot de gemeente bewegen en andere activiteiten; • Monitort en analyseert de gemeente het aanbod, de toegankelijkheid en kwaliteit om waar nodig bij te sturen en betrekt hierbij kinderen. Score: 1. Hierop is nog geen beleid. 2. Er is een redelijk aanbod van sport, cultuur en jeugdwerk zoals scouting. De variatie, toegankelijkheid en duurzaamheid laten nog te wensen over. 3. De gemeente heeft een visie op jeugdwerk, sport en cultuur en de samenhang. Er is een goed en gevarieerd aanbod voor sport, cultuur en scouting. De toegankelijkheid is redelijk alsmede de financiële duurzaamheid, maar nog niet alle kinderen kunnen er gebruik van maken. Kinderen en jongeren worden regelmatig betrokken. De ontwikkelingen worden op hoofdlijnen gemonitord. 4.
De gemeente zet zich actief en structureel in voor een ruim, gevarieerd en duurzaam aanbod van sport, cultuur en jeugdwerk/scouting en dat alle kinderen hieraan deel kunnen nemen.
INDICATOR 42: Bibliotheek In de gemeente is een bibliotheek met een ruim en divers aanbod van boeken en activiteiten, qua leeftijdsgroepen en culturele achtergrond. Er is een goede samenwerking met scholen. Daarnaast biedt de bibliotheek gelegenheid om te leren als kinderen en jongeren dat thuis niet kunnen of willen, inclusief toegang tot wifi.
© UNICEF/2023/van Beek
Score: 1. Er is geen bibliotheek. 2. Er is een bibliotheek, maar met een klein aanbod voor kinderen en jeugd en geen activiteiten 3. Er is een bibliotheek met een redelijk aanbod van boeken en soms een activiteit. De bibliotheek werkt ook samen met de scholen 4. Er is een bibliotheek met een ruim en divers aanbod van boeken en activiteiten, qua leeftijdsgroepen en culturele achtergrond en gelegenheid om te leren, inclusief toegang tot wifi.
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 28
VEILIGHEID EN PREVENTIE INDICATOR 43: Veiligheid op straat De gemeente zet zich actief en structureel in voor de veiligheid van kinderen op staat. Het gaat om (de afwezigheid van daadwerkelijke) criminaliteit, maar ook om de ervaren (on)veiligheid. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel veiligheidsplan waarin expliciet aandacht is voor de veiligheid van kinderen en jongeren op straat; • Is het perspectief van kinderen en jongeren in het veiligheidsplan meegenomen en wordt hun mening regelmatig opnieuw gevraagd • Heeft de gemeente een goed beeld van de (ervaren) (on)veiligheid in de verschillende wijken onder kinderen; • Werkt de gemeente samen met politie en lokale partners, neemt en stimuleert passende maatregelen om te zorgen voor (meer) veiligheid en monitort de resultaten • Is er een laagdrempelig punt voor informatie, een luisterend oor of hulp. Kinderen in alle wijken weten bij wie ze terecht kunnen in geval van (ervaren) onveiligheid. Score: 1. Er is nog geen veiligheidsplan. De gemeente heeft geen duidelijk beeld van de onveiligheid. 2. De gemeente heeft op hoofdlijnen een beeld van de (ervaren) (on)veiligheid in de verschillende wijken onder kinderen. In geval van incidenten bekijkt de gemeente wat er verbeterd kan worden. 3.
De gemeente heeft een veiligheidsplan op basis van een redelijk beeld van de (ervaren) (on)veiligheid in de verschillende wijken onder kinderen en jongeren. In het veiligheidsplan is aandacht voor kinderen en jongeren en er is regelmatig overleg met de politie. Soms worden kinderen en jongeren gevraagd om hun ervaringen en behoeften. 4. De gemeente zet zich actief en structureel in voor de veiligheid van kinderen op staat. Het gaat om (de afwezigheid van daadwerkelijke) criminaliteit, maar ook om de ervaren (on)veiligheid.
INDICATOR 44: Preventie jeugdcriminaliteit De gemeente zet zich actief en structureel in om criminaliteit onder jongeren te voorkomen. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenbeleid/visie waarbij preventie van criminaliteit samenhangt met het gemeentelijk jeugdbeleid binnen het sociale domein; • Heeft de gemeente uitgesplitste data over risicowijken of -groepen en kansen; • Zorgt de gemeente voor een adequaat aanbod van programma’s voor voorlichting, preventie en hulp, ondersteuning of begeleiding. • Werkt de gemeente samen met partners zoals de (jeugd)zorg, Politie en HALT en lokale partners zoals scholen. • Betrekt de gemeente kinderen en jongeren bij het ontwikkelen van beleid en uitvoering/acties; • Monitort en evalueert de gemeente de effectiviteit van het beleidsplan en de programma’s en worden deze waar nodig aangepast. Score: 1. Er is nog geen specifiek preventiebeleid voor jeugdcriminaliteit 2. Er is beleid ten aanzien van jeugdcriminaliteit maar er is geen samenhang met het jeugdbeleid binnen het sociale domein. 3. De gemeente heeft preventiebeleid dat in redelijke mate samenhangt met het jeugdbeleid binnen het sociale domein. De gemeente werkt hierop samen met (lokale) partners en betrekt jongeren, maar de uitvoering hapert soms nog. De gemeente heeft op hoofdlijnen informatie over risico’s en programma’s.
Nog niet alle kinderen extra ondersteuning nodig hebben, worden hiermee bereikt. 4. De gemeente zet zich actief en structureel in om criminaliteit onder jongeren te voorkomen.
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 29
INDICATOR 45: Resocialisatie na contact met politie en justitie De gemeente zet zich ervoor in om jongeren zo goed mogelijk te laten resocialiseren na contact met politie en justitie. Als ze zijn aangehouden en eventueel een straf hebben gehad, is het belangrijk dat ze ondersteund worden om niet weer dezelfde fouten te maken en om weer hun plek in de samenleving te vinden. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenbeleid/visie met een toereikend budget; • werkt de gemeente samen met HALT, Politie, Openbaar Ministerie, Gecertificeerde Instellingen, Reclassering en lokale partners zoals scholen; • zorgt de gemeente dat er een aanbod van voldoende en toereikende hulp/programma’s is dat ingezet kan worden in het kader van schorsende voorwaarden, na een veroordeling/detentie of na een PIJ- of Gedragsbeïnvloedende maatregel; • draagt de gemeente in individuele situaties bij aan toeleiding naar onderwijs, werk, huisvesting; • betrekt de gemeente jongeren bij de vraag wat er (nog meer) nodig is; • monitort de gemeente de effectiviteit van de ingezette zorg en ondersteuning en stuurt bij waar nodig. Score: 1. Er is nog geen beleid ten aanzien van resocialisatie; 2. Er is geen specifiek beleid ten aanzien van resocialisatie maar de gemeente heeft wel een beperkt aanbod ingekocht en probeert ad hoc jongeren te voorzien van zorg of ondersteuning; 3.
Er is beleid ten aanzien van resocialisatie en de gemeente werkt hierop samen met verschillende partners; in de uitvoering hapert het soms nog. De gemeente is hierover in gesprek met partners en jongeren. Het aanbod van hulp/programma’s en toeleiding naar school/werk/huisvesting is vaak voldoende en toereikend, maar nog niet altijd. De gemeente monitort de effectiviteit op hoofdlijnen. 4. De gemeente zet zich ervoor in om jongeren zo goed mogelijk te laten resocialiseren na contact met politie en justitie en hen zo goed mogelijk weer hun plek in de samenleving te laten vinden.
INDICATOR 46: Bescherming tegen exploitatie en (seksuele) uitbuiting De gemeente zet zich ervoor in dat kinderen opgroeien in een veilige omgeving waarin zij beschermd worden tegen exploitatie en (seksuele) uitbuiting. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel en meerjarenveiligheidsbeleid waarin expliciet aandacht is voor het voorkomen en aanpakken van exploitatie en (seksuele) uitbuiting van minderjarigen en is er een toereikend budget om hier uitvoering aan te geven; • Zorgt de gemeente ervoor dat het basisniveau bestuurlijke aanpak van mensenhandel ruim op orde is met aandacht voor kinderen en minderjarigen; • Voert de gemeente actief het gesprek voert met lokale partners; • Is de functionaris mensenhandel goed vindbaar en bereikbaar voor minderjarigen en beschikt deze over de vaardigheden om met hen in gesprek te gaan. Tip: Basisniveau bestuurlijke aanpak van mensenhandel - Het CCV Score: 1. De gemeente doet nog niets tegen exploitatie en (seksuele) uitbuiting. 2. Binnen het veiligheidsbeleid wordt gesproken over maatregelen om exploitatie en (seksuele) uitbuiting te voorkomen en aan te pakken, meestal naar aanleiding van incidenten. Het basisniveau bestuurlijke aanpak is in ontwikkeling. 3. De gemeente heeft een actueel veiligheidsplan en het basisniveau bestuurlijke aanpak van mensenhandel is op orde met aandacht voor kinderen en minderjarigen.
De eerste voorzichtige acties zijn ondernomen. De functionaris mensenhandel is er ook voor minderjarigen, maar is nog niet goed te bereiken door hen. 4. De gemeente zet zich ervoor in dat kinderen opgroeien in een veilige omgeving waarin zij beschermd worden tegen exploitatie en (seksuele) uitbuiting.
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 30
INDICATOR 47: Veiligheid bij sport, spel en andere activiteiten De gemeente zet zich actief en structureel in voor een (sociaal, mentaal en fysiek) veilig klimaat bij amateur sportverenigingen, scouting, culturele/muziekclubs en andere activiteiten: • Er is een meerjarenbeleid/visie ten aanzien van de sociale, mentale en fysieke veiligheid van kinderen bij verenigingen, clubs en activiteiten • De gemeente voert hierover actief het gesprek met de lokale partners en uitvoerders; • De gemeente stuurt waar mogelijk via subsidies of vergunningen op garanties rond kwaliteit en veiligheid; • De gemeente vraagt actief de mening en ervaringen van kinderen hierover; • De gemeente monitort en evalueert de aanpak en eventuele meldingen en stuurt waar nodig en mogelijk bij.
© UNICEF/Van Bergen
Score: 1. De gemeente houdt zich hier nog niet mee bezig. 2. De gemeente voert hierover soms het gesprek met lokale partners, met name naar aanleiding van incidenten. 3. De gemeente heeft beleid/visie maar in de uitvoering hapert het nog. Er wordt regelmatig overlegd met lokale partners en de mening van kinderen wordt regelmatig opgehaald. De kwaliteit en veiligheid is over het algemeen goed maar nog niet overal en altijd. De aanpak en meldingen worden tot op zekere hoogte gemonitord. 4. De gemeente zet zich actief en structureel in voor een (sociaal, mentaal en fysiek) veilig klimaat voor kinderen bij amateur sportverenigingen, scouting, clubs, culturele, muzikale en andere activiteiten.
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 31
PUBLIEKE RUIMTE EN MOBILITEIT INDICATOR 48: Gebiedsontwikkeling In een kindvriendelijke gemeente wordt het perspectief van kinderen structureel meegewogen bij de (her)ontwikkeling van nieuwe wijken. Zowel hun mening als de manier waarop zij de omgeving gebruiken en ervaren, zoals op ooghoogte van een peuter/kleuter (95 cm). Hiervoor: • Stelt de gemeente bij de (her)ontwikkeling van een (nieuw) gebied als voorwaarde dat kinderen participeren in het ontwikkelingstraject en dat er voldoende speel- en chillplekken zijn gelet op de populatie van de wijk, die aansluiten op de behoeften van de kinderen van die wijk/omgeving. • Worden kinderen structureel om hun mening gevraagd bij de (her)ontwikkeling van een gebied. Meer inspiratie? Kijk eens naar » Urban95 Archives - Bernard van Leer Foundation
© UNICEF/Van Bergen
Score: 1. Het perspectief van kinderen en jongeren krijgt nog geen plek bij de (her)ontwikkeling van (nieuwe) gebieden/ wijken. 2. Het is een enkele keer voorgekomen dat het perspectief van kinderen en jongeren wordt meegenomen bij de (her)ontwikkeling van (nieuwe) wijken. Dit gebeurt ad hoc. 3. Kinderen worden meestal betrokken. Hun mening wordt gevraagd en er wordt in principe ook gekeken naar hoe kinderen de omgeving ervaren, gebruiken en zien vanaf hun eigen ooghoogte en welke speel- en chillplekken er zouden moeten komen. 4. Het perspectief van kinderen wordt structureel betrokken bij de (her)ontwikkeling van nieuwe wijken. De gemeente stelt hier voorwaarden aan bij de (her)ontwikkeling van een gebied.
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 32
INDICATOR 49: Verkeersveiligheid De gemeente zet zich actief en structureel in voor de lokale verkeersveiligheid zodat kinderen en jongeren veilig – en vanaf een bepaalde leeftijd zelfstandig – kunnen deelnemen aan het verkeer. Dit betekent dat de gemeente: • Een actueel meerjarenbeleid/visie heeft met een toereikend budget voor de uitvoering; • Ervoor zorgt dat er op de routes richting scholen, sportgelegenheden en andere locaties waar kinderen gebruik van maken, geschikte fietspaden en trottoirs zijn; • Ervoor zorgt dat de straten, wegen, trottoirs en fietsroutes veilig zijn en onderhouden worden; • De verkeersveiligheid monitort en evalueert; • De mening van kinderen betrekt bij het bepalen van veilige routes en het nemen maatregelen om de verkeersveiligheid te vergroten. Score: 1. Er is binnen de gemeente geen specifieke aandacht voor verkeersveiligheid en veilige verkeersroutes voor kinderen en jongeren. De wegen voldoen aan de minimumvereisten voor algemeen weggebruik. 2. Op sommige routes naar scholen en faciliteiten voor sport en andere besteding van de vrije tijd heeft de gemeente drempels, rotondes, verkeerslichten en dergelijke aangebracht, maar die zijn er gekomen na een paar ongelukken. 3. Er is beleid rondom kinderen en jongeren in het verkeer. Waar onveilige situaties bestaan/ontstaan, worden maatregelen genomen om de verkeerssituatie te verbeteren.
De verkeersveiligheid wordt soms geëvalueerd. Daarbij wordt in principe ook de visie van kinderen betrokken. 4. De gemeente zet zich actief en structureel in voor de lokale verkeersveiligheid zodat kinderen en jongeren veilig – en vanaf een bepaalde leeftijd zelfstandig – kunnen deelnemen aan het verkeer.
INDICATOR 50: Toegang tot veilig openbaar vervoer De gemeente zet zich ervoor in dat alle kinderen gebruik kunnen maken van veilig openbaar vervoer. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenbeleid/visie; • Maakt de gemeente afspraken met lokale en bovenlokale partners over toereikend openbaar vervoer voor alle kinderen om deel te nemen aan school, sport en andere activiteiten, de veiligheid van het openbaar vervoer; • Maakt de gemeente afspraken met partners over de veiligheid van het openbaar vervoer; • Zorgt de gemeente er samen met partners voor dat het openbaar vervoer voor elk kind financieel toegankelijk/gratis is; • Betrekt de gemeente de mening van kinderen; • Monitort en evalueert de gemeente het gebruik van het openbaar; Score: 1. De gemeente bemoeit zich nauwelijks met het gebruik van het OV door kinderen 2. De gemeente bespreekt het OV af en toe/ad hoc met lokale of bovenregionale partners, met name ten aanzien van de beschikbaarheid. Er zijn in het kader van armoedebestrijding soms potjes voor gereduceerd of gratis gebruik voor kinderen van het OV. Soms worden kinderen betrokken. 3. De gemeente heeft beleid/visie ten aanzien van het beschikbaar hebben van voldoende en veilig openbaar vervoer voor kinderen. In de uitvoering hapert het. Niet alle kinderen kunnen optimaal gebruik van maken van het OV.
Kinderen worden regelmatig gevraagd naar hun wensen en wat er beter kan. De maatregelen worden gemonitord. 4. De gemeente zet zich ervoor in dat alle kinderen gebruik kunnen maken van veilig openbaar vervoer.
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 33
INDICATOR 51: Groene wijken In een kindvriendelijke gemeente is voldoende groen (bomen, struiken, gras), omdat groen een positief effect heeft op de ontwikkeling van kinderen. Het gaat om parken, mini-bossen, groene speelplaatsen. Deze zijn toegankelijk en goed onderhouden. Kinderen worden gevraagd hoe zij oordelen over het groen in de gemeente en wat er verbeterd kan worden. Hiervoor is budget. De resultaten worden gemonitord en geëvalueerd. Tip: de Atlas Leefomgeving – Check je plek Score: 1. In onze gemeente zijn eigenlijk te weinig bomen 2. In onze gemeente kun je wel bomen vinden binnen 500 meter, kinderen die natuur willen opzoeken kunnen die aan de randen van de gemeente vinden 3. In onze gemeente zijn er in verschillende wijken voldoende parken, mini-bossen en groene speelplaatsen (het is toegankelijk en ook goed onderhouden), maar nog niet in elke wijk. Kinderen en jongeren hebben redelijk makkelijk toegang tot natuur. 4. In de gemeente zijn in alle wijken voldoende parken, mini-bossen en groene speelplaatsen.
INDICATOR 52 Milieu en klimaat De gemeente zet zich in voor de bescherming van de natuur, het milieu en klimaat. De gemeente spant zich in om de gemeente duurzaam en schoon te maken. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenbeleid/visie waarin expliciet aandacht is voor het milieu en het klimaat, voor de leefomstandigheden van kinderen nu en in de toekomst en een operationeel plan met een toereikend budget om het klimaat en milieu zo goed mogelijk te houden zoals via scheiding van afval of het meten van de kwaliteit van lucht en water; • Betrekt de gemeente kinderen, vraagt hen om hun mening en betrekt hen bij de uitvoering. • Monitort en evalueert de gemeente de resultaten en kwaliteit en stuurt bij waar nodig en mogelijk.
© UNICEF/Chizzilala
© UNICEF/2023/Van Beek
Score: 1. Er is geen plan, de gemeente voert de wettelijke taken uit maar meer ook niet. 2. Duurzaamheid en klimaat zijn wel onderwerp van gesprek, maar het leidt nog niet tot concrete acties. Ad hoc wordt er soms iets op gedaan. 3. Er is een beleidsplan om de gemeente schoon en duurzaam te maken en bij te dragen aan het klimaat. De mening van kinderen en jongeren wordt hierbij regelmatig gevraagd en de eerste actiepunten zijn geformuleerd en opgepakt. De resultaten worden gemonitord. 4. De gemeente zet zich in voor de bescherming van de natuur, het milieu en klimaat. De gemeente spant zich in om de gemeente duurzaam en schoon te maken.
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 34
F. Cijfermatige indicatoren In dit onderdeel breng je op basis van data in kaart hoe het met kinderen en jongeren in de gemeente gaat. De data bieden een aanvullend beeld op de onder A tot en met E ingevulde indicatoren. Er kunnen verschillende databronnen gebruikt worden. Data van de gemeente zelf, uit de lokale GGD-monitor of algemeen beschikbare data uit openbare bronnen, zoals: » Waar staat je gemeente » Gezondheidsmonitor Jeugd » Staat van de jeugd » Nederlands Jeugdinstituut (NJI) » Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) » Jongeren (CBS) » Jeugdmonitor (CBS) » Alle Cijfers » Gelijke Kansen Alliantie
» NJR (Nationale Jeugd Raad) » Kansenkaart » Schuldenproblematiek in beeld » Verwachte onderwijsachterstanden (CBS) » DUO Particulier » Ingrado » Leefbaarometer » Leefplekmeter » Urban95
© UNICEF/Van Bergen
Voor een actueel beeld, verdient het aanbeveling gebruik te maken van data van de afgelopen twaalf maanden of een gemiddelde van de afgelopen twee jaar. Ook kan het verhelderend zijn om de cijfers van de eigen gemeente te vergelijken met een landelijk gemiddelde.
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 35
A. Kinderen/jongeren in de gemeente % 0 tot 18 jarigen van hele bevolking van de gemeente % kinderen met een beperking dat aangeeft mee te kunnen doen op school en activiteiten % kinderen dat aangeeft in de gemeente zijn/haar mening te kunnen geven % kinderen dat aangeeft zich thuis onveilig te voelen % jongeren dat aangeeft mentale gezondheidsproblemen te hebben % jongeren dat aangeeft gepest te worden op school % jongeren dat aangeeft hun leven als goed te beoordelen % van de kinderen en jongeren dat zich eenzaam voelt % kinderen dat aangeeft zich onveilig te voelen op straat
B. Non-discriminatie en gelijke kansen (artikel 2) Aantal meldingen van discriminatie % kinderen en jongeren met verwachte onderwijsachterstanden % kinderen dat risico loopt om in armoede op te groeien % kinderen dat gebruik maakt van (boven)lokale subsidie/fonds voor activiteiten
C. Belang van het kind (artikel 3) % van de totale gemeentelijke begroting geoormerkt voor kinderen/jongeren
D. Participatie (artikel 12) % kinderen/jongeren dat de mogelijkheden tot participatie in de gemeente kennen % Aantal kinderen/jongeren dat in de gemeente heeft geparticipeerd in besluit- en beleidsvorming Aantal klachten dat bij de gemeente is ingediend door kinderen/jongeren
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 36
E. Recht op ontwikkeling (artikel 6) Gezin en opgroeien (artikel 5, 18 en 19) % kinderen en jongeren dat slachtoffer is van kindermishandeling/aantal meldingen bij Veilig Thuis % kinderen en jongeren met een ondertoezichtstelling % kinderen en jongeren dat uithuisgeplaatst is Aantal kinderen op de wachtlijst voor jeugdhulp Gezondheid en welzijn (artikel 24) % van de kinderen en jongeren in de gemeente dat maakt gebruik van mentale gezondheidszorg Aantal kinderen en jongeren dat op een wachtlijst staat voor de GGZ % kinderen met overgewicht % kinderen/jongeren dat middelen gebruikt Toereikende levensstandaard (artikel 27) % uithuiszettingen van gezinnen met minderjarige kinderen Aantal kinderen in maatschappelijke opvang/nood opvang Onderwijs (artikel 28 en 29) % kinderen dat al meer dan 4 weken geen onderwijs volgt (thuiszitters) % kinderen en jongeren dat voortijdig school verlaat (VSV) (aantal voortijdige schoolverlaters als percentage van het totaal aantal deelnemers van het VO/MBO) % kinderen en jongeren in speciaal onderwijs Aantal kinderen dat is vrijgesteld van de leerplicht (artikel 5 Leerplichtwet 1969) Aantal kinderen dat is vrijgesteld van de plicht om school te bezoeken (artikel 11 Leerplichtwet) % jeugdwerkloosheid Vrije tijd, sport en recreatie (artikel 31) % kinderen en jongeren dat deelneemt aan sport % kinderen en jongeren dat deelneemt aan cultuur,
welzijnswerk, scouting, andere activiteiten Criminaliteit en veiligheid (artikel 33 - 40) % kinderen dat overlijdt ten gevolge van een verkeersongeluk % minderjarigen dat met politie en justitie in aanraking komt (inclusief HALT afdoening) % minderjarige veroordeelden % kinderen dat slachtoffer is van criminaliteit op straat % kinderen dat slachtoffer is van online criminaliteit (sexting, grooming, fraude, etc)
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 37
BIJLAGE 1: Overzicht geraadpleegde bronnen
Doelgroep
Organisatie/afdeling/ functie
Naam
Datum raadpleging
Samenwerkingspartners
Jongeren (12 – 18/21)
Kinderen (0 – 12)
Ouders/opvoeders
NB: let bij het invullen van deze lijst op de eisen rond de privacy van betrokkenen. Er kan bijvoorbeeld ook volstaan worden met functies of het aantal kinderen/jongeren dat gesproken is.
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 38
BIJLAGE 2: Vragenlijst kinderen en jongeren De vragenlijst voor kinderen en jongeren is een vragenlijst die gebruikt kan worden om de mening en ervaringen van kinderen en jongeren op te halen ten behoeve van de Child Friendly Checklist. De lijst kan bij jongeren (12+) individueel worden afgenomen maar ook groepsgewijs. Bij kinderen (12-) verdient het de voorkeur de lijst groepsgewijs af te nemen zodat de vragen ingeleid en toegelicht kunnen worden. Individuele afname: • Het kost ongeveer 10 minuten om de vragenlijst individueel te beantwoorden • Het is belangrijk dat jongeren de tijd hebben om de vragen door te nemen en privacy daarvoor krijgen. Tegelijkertijd is het belangrijk is dat er iemand beschikbaar is voor eventuele vragen. Dat kan ter plekke of online. Afname in groepsverband: • In groepsverband duurt het afnemen van de lijst langer, omdat de antwoorden worden voorzien van context en kinderen/ jongeren op elkaar reageren. Niet alle vragen hoeven van boven naar beneden afgelopen te worden. Het gesprek kan ook gevoerd worden aan de hand van de thema’s (blauwe kopjes). Belangrijk is vooral een organisch gesprek waarin de kinderen hun mening kunnen geven over de verschillende thema’s. • Het verdient aanbeveling om vooraf een tijd vast te stellen (bijvoorbeeld een uur).
De vragen die niet aan de orde komen, kunnen achterwege blijven, een andere keer gesteld worden of aan een andere groep. • In groepsverband kun je ook beginnen met een open vraag: Jullie hebben misschien vooraf al nagedacht over dit gesprek. Is er iemand die al iets kwijt wil over het dorp/de stad/de wijk, wil vertellen over wat er goed gaat in je dorp/de stad/de wijk of wat er beter kan? • Sommige vragen zijn vrij persoonlijk; afhankelijk van de context/sfeer kunnen deze vragen wel of niet gesteld worden of veralgemeniseerd worden. Suggestie voor afname in groepsverband: 1. Schrijf op een vel papier of kaart per thema de belangrijkste vragen die je aan bod wil laten komen; 2. Verdeel de groep in subgroepjes en geef elke groep een thema met bijhorende vragen; 3. Laat de subgroepjes zelf praten over het thema en de vragen die erbij horen; 4. Begeleid eventueel de subgroepjes met elk een eigen beleidsmedewerker/begeleider; 5. Zet een timer op bijvoorbeeld 10 minuten: haal daarna per subgroepje op wat zij belangrijk vinden op dat thema; 6. Geef elk subgroepje een nieuwe themakaart en herhaal de stappen vanaf stap 3; 7. Herhaal deze stappen, tot alle subgroepjes alle themakaarten hebben gehad of de beschikbare tijd voorbij is; 8.
Zorg voor een plenaire afronding, waarin de subgroepjes kunnen aangeven welk thema zij het belangrijkste vinden en wat de gemeente daar volgens hen op zou moeten doen.
© UNICEF/Schoonewille
De vragenlijst wordt als separaat document bij de Child Friendly Checklist verstrekt.
Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 39
Ieder kind moet kind kunnen zijn. We willen allemaal dat kinderen kunnen opgroeien in een omgeving waar ze zich veilig en geborgen voelen, toegang hebben tot basisvoorzieningen zoals onderwijs en zorg, waar ze kunnen spelen, leren en groeien en waar hun stem wordt gehoord en ertoe doet. Hier hebben ze recht op. Het netwerk van Child Friendly Cities (CFC) biedt gemeenten handvatten voor het omzetten van deze rechten naar de praktijk.
De ontwikkeling van de Child Friendly Checklist is tot stand gekomen met ondersteuning van Sardes.
Foto’s: UNICEF Nederland
UNICEF Nederland Bezuidenhoutseweg 74 2594 AW Den Haag Telefoon: 088 444 9650 E-mail: info@unicef.nl www.unicef.nl
© UNICEF Nederland Mei 2023