CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

7 - Bijlage 6 Child-Friendly-Checklist.pdf

gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Initiatiefvoorstel 'Een Kindvriendelijk Barendrecht'14.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

© UNICEF/Van Bergen

CHILD FRIENDLY CHECKLIST voor gemeenten die werk maken van kindvriendelijk beleid

Inhoudsopgave Inleiding ........................................................................... Uitgangspunten ................................................................ Voor wie ............................................................................ Opzet Child Friendly Checklist ........................................ Instructie en fasering .......................................................

3 4 4 5 5

De indicatoren lijst ........................................................ 8 A. Bestuur: kinderrechten in de gemeente ................... 8 B. Non-discriminatie en gelijke kansen ........................ 10 C. Besluitvorming: meewegen het kind ...................... 13 D. Participatie .................................................................. 15 E. Kansen op ontwikkeling ............................................ 17 Algemeen .................................................................... 17 Gezin en ondersteuning ............................................. 18 Welzijn en gezondheid .............................................. 21 Toereikende levensstandaard ................................... 23 Onderwijs en kinder(dag)opvang ............................. 25 Vrije tijd, spel, sport, recreatie en cultuur ............... 27 Veiligheid en preventie .............................................. 29 Publieke ruimte en mobiliteit .................................... 32 F. Cijfermatige indicatoren ............................................ 35

© UNICEF/Van Bergen

Bijlagen ........................................................................... 38

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 2

Inleiding Gemeenten1 hebben een belangrijke rol in het creëren van een kindvriendelijke omgeving waarin kinderen gezond, veilig en kansrijk opgroeien. Thuis, op school, in de vrije tijd en online moeten kinderen de bescherming, steun, hulp en middelen krijgen die ze nodig hebben om als autonome en veerkrachtige burgers te navigeren door de wereld van vandaag en morgen. Het kinderrechtenverdrag is een belangrijk referentiepunt en hulpmiddel om daar zorg voor te dragen. Maar waar staat uw gemeente als het om kindervriendelijkheid gaat? Hoe wordt hier rekenschap van gegeven in beleid en praktijk? Dit is een vraag die alleen kan worden beantwoord door domein overstijgend te kijken. Denk aan beleidsontwikkeling op het gebied van ruimtelijke ordening, de sociale basisinfrastructuur, jeugdgezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp, het bestrijden van discriminatie, de opvang van kinderen op de vlucht en de aanpak van jeugdcriminaliteit. Om hier zicht en grip op te krijgen heeft UNICEF Nederland de Child Friendly Checklist ontwikkeld voor gemeenten die werk willen maken van kindvriendelijk beleid en een kindvriendelijke omgeving. Met behulp van deze Child Friendly Checklist kunnen gemeenten over de domeinen heen zien in welke mate beleid en uitvoering kindvriendelijk is. Zo wordt helder op welke terreinen de gemeente het goed doet en waar kansen voor verbetering liggen.

De resultaten uit de Child Friendly Checklist bieden aanknopingspunten om samen met partners een leer- en verbeter cyclus te starten en/of te voeden. De Child Friendly Checklist is onderdeel van het Child Friendly Cities Initiative Nederland. Dit netwerk van UNICEF Nederland ondersteunt gemeenten om een kindvriendelijke gemeente te zijn. De ontwikkeling van de Child Friendly Checklist is ondersteund door Sardes.

Doel De Child Friendly Checklist is een instrument om een situatie analyse te maken van de kindvriendelijkheid van de gemeente. Het doel van de Child Friendly Checklist is drieledig. 1. Kennisontwikkeling bij bestuurders en beleidsadviseurs over kindvriendelijke situatie en bijpassend beleid. 2. Bestuurders en beleidsadviseurs weten in welke mate er over de verschillende beleidsdomeinen heen sprake is van kindvriendelijk beleid en praktijk binnen de eigen gemeente. 3. Bestuurders en beleidsadviseurs krijgen aanknopingspunten aangereikt om beleid en praktijk samen met lokale partners, kinderen, jongeren en hun ouders/verzorgers te verbeteren en concrete resultaten te behalen voor kinderen en jongeren.

De Child Friendly Checklist is een eerste stap in een groter proces van verandering. Op basis van de uitkomsten, kan een gemeente bepalen op welke terreinen het beter kan. Vervolgens kan vastgesteld worden wat er over een aantal jaar beter moet zijn voor kinderen en jongeren, welke concrete actiepunten daarvoor nodig zijn, hoe de uitvoering van die activiteiten zo goed mogelijk verloopt en welke partijen daarvoor nodig is. Tot slot wordt gekeken hoe de actiepunten de situatie van kinderen en jongeren in de gemeente concreet hebben verbeterd, om vervolgens een nieuwe situatie analyse te doen om nieuwe actiepunten vast te stellen. Dit moet resulteren in een positieve impact op de situatie en daarmee de ontwikkeling van alle kinderen en jongeren in de gemeente.

1 Voor de leesbaarheid spreken we in de Child Friendly Checklist van ‘de gemeente’. Als je de vragenlijst invult voor een specifieke wijk, buurt of Caribisch Nederland, lees dan alsjeblieft ‘wijk’ of ‘buurt’ of ‘Openbaar Lichaam’ waar wij spreken over ‘gemeente’.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 3

Uitgangspunten • Het VN-Kinderrechtenverdrag (IVRK) ligt aan de basis van deze Child Friendly Checklist. Zo krijgen de gemeente over de gehele linie in beeld in welke mate de gemeente werkt aan kind vriendelijkheid en in welke mate het verdrag wordt opgevolgd. • De vier kernbeginselen van het IVRK vormen de kapstok van de Child Friendly Checklist namelijk: » Kinderen worden beschermd tegen discriminatie » Het belang van het kind is het vertrekpunt bij beleidsontwikkeling » Kinderen kunnen zich mentaal, fysiek, sociaal en moreel goed ontwikkelen en ongestoord kunnen opgroeien. Het gaat om lichamelijke, mentale, geestelijke, morele, psychologische en sociale ontwikkeling. » Kinderen krijgen de ruimte om hun mening te vormen en te uitten over zaken die hen aangaan • Het perspectief van kinderen en jongeren maakt onderdeel uit van de Child Friendly Checklist. In bijlage 2 is informatie opgenomen voor het gebruik van een vragenlijst voor kinderen en jongeren. • Informatie die uit de Child Friendly Checklist komt, is bedoeld voor de gemeente en hun lokale partners. Op termijn zullen er gemeente-overstijgende trendanalyses plaatsvinden. Resultaten uit deze analyses zijn niet herleidbaar naar gemeenten die de Child Friendly Checklist gebruiken.

Voor wie

© UNICEF/Van Bergen

De Child Friendly Checklist maakt onderdeel uit van het Child Friendly Cities Initiative van UNICEF. Dit initiatief is er voor gemeenten die kindvriendelijk beleid willen (door)ontwikkelen. De belangrijkste doelgroep voor de Child Friendly Checklist is dan ook in de eerste plaats bestuurders en beleidsadviseurs van de gemeenten. De uitkomsten bieden aanknopingspunten om samen met lokale partners, kinderen, jongeren en hun ouders/verzorgers het beleid en de uitvoering te verbeteren, teneinde een positieve impact te hebben op de ontwikkeling van kinderen en jongeren in de gemeente.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 4

Opzet Child Friendly Checklist De Child Friendly Checklist kent zes onderdelen. Onderdelen A tot en met E bevatten indicatoren (graadmeters) over beleid en proces. Hiermee breng je in kaart wat de gemeente doet om kinderen te ondersteunen bij het opgroeien en te zorgen voor een kindvriendelijke gemeente. Onderdeel F vraagt naar de ervaringen van kinderen/jongeren en de situatie aan de hand van cijfermatige indicatoren (graadmeters): onderdeel F is complementair aan A tot en met E en biedt handvatten voor een check of het beleid ook leidt tot de gewenste resultaten. Onderdeel A gaat over de inbedding van kinderrechten binnen het bestuur/de organisatie van de gemeente. De andere onderdelen zijn gebaseerd op de vier kernartikelen van het Kinderrechtenverdrag:

A. Bestuur: Kinderrechten in de gemeente B. Non-discriminatie en gelijke kansen (artikel 2) C. Besluitvorming: meewegen van het belang van het Kind (artikel 3) D. Participatie en actorschap (artikel 12) E. Ontwikkeling (artikel 6): • Gezin en opvoedhulp • Welzijn en gezondheid • Toereikende levensstandaard/armoede • Onderwijs, kinder(dag)opvang • Vrije tijd, spel, sport, cultuur en recreatie • Publieke ruimte en mobiliteit • Veiligheid en bescherming F. Cijfermatige indicatoren

Instructie en fasering Eén beleidsadviseur van de gemeente heeft de coördinatie over het gehele proces van de stappen van het invullen van de Child Friendly Checklist. Het proces van de Child Friendly Checklist bevat 5 fasen.

Startbijeenkomst Verzamelen data Invullen checklist (door gemeente) Checklist gesprekken met kinderen / partijen Vaststellen actiepunten

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 5

Fase 1 Interne startbijeenkomst. Bij deze bijeenkomst zijn collega’s van de verschillende beleidsdomeinen aanwezig. Collega’s wordt uitgelegd wat de bedoeling is van de Child Friendly Checklist. Hiermee wordt ook draagvlak gecreëerd.

Fase 2 Verzamelen data en informatie. De medewerkers van de verschillende beleidsdomeinen verzamelen relevante informatie voor het invullen van de Child Friendly Checklist. Dit gebeurt: a. Bij de verschillende beleidsafdelingen van de gemeente zelf; b. Bij verschillende relevante partners; c. Bij kinderen en jongeren. In bijlage 2 is informatie opgenomen over het gebruik van een vragenlijst voor kinderen en jongeren hiervoor; d. Via openbare (data)bronnen. In bijlage 1 is een voorbeeldtabel opgenomen die gebruikt kan worden om bij te houden wie waarover gesproken is.

Fase 3 Invullen Child Friendly Checklist. De (coördinerende beleidsmedewerker van de) gemeente vult de Child Friendly Checklist in aan de hand van kennis bij de medewerkers van de gemeente, input van lokale partners en de vragenlijsten voor kinderen en jongeren en data uit openbare bronnen. Per indicator geef je een score aan. Er zijn telkens 4 niveaus, waarbij niveau 1 het laagste (percentage) is en niveau 4 het hoogst haalbare (percentage) op de schaal van kindvriendelijkheid. Dit neer op: 1 = 25%: de gemeente heeft geen of nauwelijks beleid of visie en ontplooit zelf geen activiteiten. 2 = 50%: de gemeente ontplooit in beperkte mate activiteiten en/of stimuleert andere partijen. De gemeente heeft nog geen duidelijk beleid of visie. Er is geen data beschikbaar over het thema/de doelgroepen. Acties zijn meestal ad hoc en/of naar aanleiding van incidenten/problemen. Kinderen en jongeren worden hoogstens ad hoc betrokken. 3 = 75%: de gemeente heeft beleid of visie en soms ook een operationeel plan. Onderliggende data zijn tot op zekere hoogte beschikbaar. In de uitvoering hapert het nog. Nog niet alle doelgroepen worden bereikt, er is enig maar nog niet voldoende/structureel budget. De uitvoering en resultaten worden tot op zekere hoogte gemonitord, maar nog niet geanalyseerd en geëvalueerd. Kinderen en jongeren worden regelmatig betrokken.

4 = 100%: de gemeente zich actief en structureel in voor een kinderrecht. De gemeente heeft een meerjarig beleidsplan of visie op basis van uitgesplitste data, met een bijbehorend operationeel plan. Er is toereikend en structureel budget. De uitvoering en resultaten worden gemonitord en geanalyseerd waarna beleid of activiteiten waar nodig worden aangepast. Kinderen en jongeren worden structureel betrokken. Bij score 4 voldoet de gemeente volledig aan de indicator. Daarnaast kan een 0 gescoord worden als een indicator niet van toepassing is. Indicatoren waarop de gemeente een 0, 1 of 2 scoort zijn (mogelijk) aandachtspunten binnen de gemeente: punten waarin de situatie van kinderen en jongeren nog niet in overeenstemming is met de Kinderrechten en er (nog) geen sprake is van een kindvriendelijke situatie.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 6

Fase 4 Gezamenlijke analyse door middel van Checklist-gesprekken. De gemeente bespreekt de aandachtspunten (score 0, 1 en 2 uit de Child Friendly Checklist) met kinderen, jongeren en ouders en lokale samenwerkingspartners zoals de wijkteams, Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), scholen, kinderopvang, GGD, Politie, welzijnsaanbieders en gecertificeerde instellingen (jeugdhulp), sport- en speeltuinverenigingen, woningcorporaties et cetera. De vraag die centraal zal staan is: herkent iedereen de aandachtspunten en/of zijn er nog andere aandachtspunten bekend? Andere aandachtspunten kunnen bijvoorbeeld bekend zijn via de GGD-monitor, een onderzoek, gemeentelijke data-analyse, et cetera. Het kan aanbeveling verdienen om kinderen en jongeren in een apart gesprek te bevragen. Dit om een zo kindvriendelijk mogelijke context te kunnen creëren. Eventueel kunnen zij – of een afvaardiging – daarnaast uitgenodigd worden voor het gesprek waaraan lokale partners deelnemen. Voor ouders/verzorgers geldt dat de gemeente kan kiezen om hen in een apart gesprek te spreken, deel te laten nemen aan een gesprek met lokale partners of allebei. In gesprek met kinderen/jongeren en hun ouders/verzorgers kan besproken worden: a. Herkennen ze deze aandachtspunten? Mist er nog iets? b. Wat vinden zij de belangrijkste aandachtspunten, wat zou als eerste opgepakt moeten worden? c.

Welke rol zien zij voor zichzelf bij het vinden van een aanpak en oplossing?

Fase 5 Actiepunten vaststellen. Als alle aandachtspunten verzameld zijn, kunnen actiepunten vastgesteld worden. Het verdient aanbeveling om eerst te checken welke programma’s en projecten er binnen de gemeente al lopen en of er aandachtspunten zijn die daarbij ondergebracht kunnen worden. Vervolgens beslist de gemeente in samenspraak met de (lokale) partners en waar mogelijk met kinderen en jongeren welke (resterende) aandachtspunten aangepakt gaan worden om te zorgen voor een daadwerkelijke verbetering en waar de gemeente en partners naartoe willen werken. Deze aandachtspunten worden omgezet in actiepunten en daarvoor SMART uitgewerkt. De actiepunten worden onderdeel van het gemeentelijk beleid.

© UNICEF/Van Bergen

Handvatten voor bij de keuze van aandachtspunten als actiepunt zijn: (1) De actiepunten gaan leiden tot daadwerkelijke, concrete resultaten; (2) De actiepunten beïnvloeden het meest urgente issue of verbeteren de situatie voor een grote groep kinderen/jongeren of verbeteren de situatie voor een gemarginaliseerde/achtergestelde groep; (3) Bij voorkeur zien de actiepunten onder andere op non-discriminatie en participatie en op ten minste één aandachtspunt dat aansluit op de input van de betrokken kinderen/jongeren.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 7

De indicatoren lijst A. Bestuur: kinderrechten in de gemeente Om een kindvriendelijke gemeente te kunnen zijn, is het belangrijk dat het bestuur en de medewerkers van de gemeente weten wat zij kunnen doen om een gemeente kindvriendelijk te maken en welke kinderrechten daarmee samenhangen. Kinderrechten vormen de stip op de horizon, de kapstokken aan de hand waarvan een gemeente kan toewerken naar kindvriendelijkheid. Ook is het belangrijk dat kindvriendelijkheid en de kinderrechten niet ondergebracht zijn bij één medewerker of beleidsafdeling, maar dat ze juist door iedereen, domeinoverstijgend worden toegepast en in samenwerking met lokale partners. Over de inbedding van kindvriendelijkheid en de kinderrechten in het bestuur en de dagelijkse praktijk gaan de indicatoren in dit onderdeel. INDICATOR 1: Rekening houden met Kinderrechten Om de gemeente kindvriendelijker te maken, bieden de Kinderrechten houvast; zij vormen het kompas voor alle medewerkers binnen de gemeente. Medewerkers van alle afdelingen worden hierop geschoold, kennen de kinderrechten en passen deze toe in hun werk. Kinderrechten worden altijd genoemd in documenten, programma’s en plannen die relevant zijn voor kinderen en jongeren. Dit gebeurt door alle beleidsafdelingen binnen de gemeente. Score: 1. Kinderrechten spelen nog geen rol. 2.

Kinderrechten spelen ad hoc een rol, met name binnen één of twee beleidsdomeinen die veel met kinderen te maken hebben. 3. Kinderrechten vormen regelmatig het lokaal kompas bij zeker de helft van de beleidsdomeinen. 4. Kinderrechten vormen het lokaal kompas voor alle medewerkers binnen de gemeente.

INDICATOR 2: Samenwerken tussen afdelingen binnen de gemeente Binnen de gemeente werken de beleidsafdelingen structureel samen op thema’s met (mogelijke) dwarsverbanden die betrekking (kunnen) hebben op kinderen en jongeren. Dit domeinoverstijgend werken, zorgt voor een samenhangend beleid ten aanzien van kinderen en jongeren en voor een goede borging van hun rechten en belangen in alle aspecten van het gemeentelijk werk die kinderen en jongeren raken. Score: 1. Er wordt nog niet domeinoverstijgend gewerkt. 2. Er is ad hoc contact tussen verschillende afdelingen, meestal naar aanleiding van incidenten of problemen. 3. Tussen een aantal vaste afdelingen (onderwijs, jeugd, participatie, armoede, etc.) is regelmatig overleg. 4. Er wordt structureel domeinoverstijgend gewerkt.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 8

INDICATOR 3: Samenwerken met lokale partners De gemeente werkt vanuit een gedeelde visie en ambitie samen met lokale partners (scholen, kinderdagverblijven, jeugdgezondheidszorg, welzijn, politie, woningcorporaties, sportverenigingen, et cetera) om gezamenlijk te zorgen voor een kindvriendelijke omgeving. Om de positie en kansen van kinderen en jongeren goed te bewaken, weten partijen elkaar goed te vinden en samen stappen te zetten. De samenwerking en visie wordt regelmatig geëvalueerd en aangepast waar nodig. Score: 1. Er is nog geen vaste samenwerking tussen de gemeente en de lokale partners. 2. Er worden ad hoc informele kopjes koffie gedronken met de samenwerkingspartners op uitvoerend niveau. 3. Er is tot op zekere hoogte samenwerking en een gedeelde visie en ambitie, maar in de uitvoering hapert het nog. 4. 4. Er is structureel sprake van goede samenwerking tussen gemeente en haar lokale partners.

INDICATOR 4: Bewustwording kinderrechten De gemeente draagt actief het belang van kinderrechten naar buiten uit. De gemeente ontplooit en stimuleert structureel activiteiten gericht op bewustwording van kinderrechten bij kinderen en jongeren, lokale partners en bij het brede publiek. Hier is voldoende budget voor gereserveerd. Score: 1. Dit gebeurt nog niet. 2. Ad hoc wordt er soms iets gedaan als er budget over is. 3. Er wordt regelmatig ingezet op bewustwording en daar is een klein maar geoormerkt budget voor. 4. De gemeente draagt actief het belang van kinderrechten naar buiten toe uit.

INDICATOR 5: Data en analyse kinderen De gemeente zorgt ervoor dat alle relevante data over kinderen en jongeren binnen de gemeente structureel wordt verzameld, geanalyseerd en beschikbaar is voor de beleidsafdelingen van de gemeente en lokale partners.

© UNICEF/Van Bergen

© UNICEF/Van Bergen

Score: 1. Dit gebeurt nog niet. 2. Dit gebeurt af en toe, ad hoc per afdeling. 3. Er is tot op zekere hoogte data verzameld, geanalyseerd en beschikbaar. 4. De gemeente zorgt structureel voor de verzameling, analyse en beschikbaarheid van data.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 9

B. Non-discriminatie en gelijke kansen In een kindvriendelijke gemeente, heeft de gemeente oog voor kinderen en hun gezinnen die zich in een kwetsbare positie bevinden en het risico lopen gediscrimineerd te worden. De gemeente draagt uit dat geen enkel kind achtergesteld of uitgesloten mag worden op basis van bijvoorbeeld godsdienst, ras, geslacht, leeftijd, handicap, nationaliteit, seksuele gerichtheid (LHBTIQ+), burgerlijke staat, uithuisplaatsing of omdat ze afkomstig zijn uit kwetsbare gezinnen door middelenmisbruik of armoede. In een kindvriendelijke gemeente doen dan ook alle kinderen mee en krijgen ze gelijke kansen. Waar nodig krijgen kinderen in een kwetsbare situatie soms juist extra steun om te zorgen voor gelijke kansen. Over non-discriminatie, inclusie en gelijke kansen gaan de indicatoren in dit onderdeel. INDICATOR 6: Voorkomen en tegengaan van discriminatie De gemeente zet zich actief en structureel in voor het voorkomen en tegengaan van discriminatie. • Er is een meerjarenbeleid/visie op basis van data en een toereikend budget voor gerichte acties en campagnes in samenwerking met (lokale) partners. • Bij het opstellen van beleid en het uitvoeren van plannen/acties wordt rekening gehouden met kinderen en hun gezinnen die het risico lopen om gediscrimineerd te worden.

• Met kinderen en jongeren wordt structureel besproken waar en wanneer zij discriminatie ervaren zodat daar gerichte acties op geformuleerd kunnen worden. • Er is een laagdrempelig loket waar kinderen en jongeren discriminatie kunnen melden. Het aantal, de aard en de opvolging van de meldingen wordt gemonitord en geanalyseerd. Score: 1. Hier is nog geen beleid of aandacht voor. 2. Er is in beperkte mate aandacht voor discriminatie van kinderen, meestal als er problemen zijn. Data worden nog niet actief verzameld, kinderen hierover ad hoc gesproken. 3. De gemeente heeft een visie op het voorkomen en aanpakken van discriminatie, maar in de uitvoering hapert het nog. Data wordt verzameld maar nog niet gemonitord. Kinderen en jongeren worden regelmatig gesproken. 4. De gemeente zet zich actief en structureel in voor het voorkomen en tegengaan van discriminatie.

INDICATOR 7: Gelijke kansen in het onderwijs De gemeente zet zich actief en structureel in om onderwijsachterstanden te voorkomen en tegen te gaan. De gemeente: • Heeft een meerjarenbeleid/visie, bijvoorbeeld via een OAB-plan en/of Gelijke Kansen agenda; • Heeft zicht op de wijken waar meer kinderen wonen met (een verhoogde kans op) onderwijsachterstanden en voert daarop interventies uit; • Heeft generiek beleid voor alle scholen om achterstanden te voorkomen en werkt daarnaast actief samen met scholen met (groepen) kinderen met (een verhoogd risico op) onderwijsachterstanden om deze achterstanden te voorkomen en aan te pakken; • Heeft voldoende budget geoormerkt om de juiste doelgroepen te bereiken; • Vraagt kinderen naar hun mening en behoeften; • Monitort en analyseert de resultaten en verbetert waar nodig de aanpak. Bij het dashboard onderwijskansen van het CBS kun je zien hoe veel en in welke wijken de kinderen de grootste kans hebben op onderwijsachterstanden » Verwachte onderwijsachterstanden. Score: 1. Er is geen beleid of aandacht voor. 2. Er is in beperkte mate en met name ad hoc aandacht voor onderwijsachterstanden. 3. De gemeente heeft beleid, de uitvoering hapert soms nog. Er is een redelijk budget beschikbaar waarmee een behoorlijk deel van de kinderen bereikt worden. De resultaten worden tot op zekere hoogte gemonitord. 4.

De gemeente zet zich actief en structureel in voor het voorkomen en tegengaan van onderwijsachterstanden.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 10

INDICATOR 8: Voorkomen van segregatie De gemeente zet zich actief en structureel in voor het voorkomen en bestrijden van segregatie. De gemeente wil voorkomen dat kinderen worden uitgesloten op basis van individuele of groepskenmerken en dit van invloed is op hun onderwijskansen. De gemeente zet zich in voor integratie, waarbij kinderen leren samenleven en rekening houden met verschillen, voor een betere samenleving. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarig beleid/visie op basis van uitgesplitste data met een operationeel plan en een toereikend budget • Zijn met lokale partners gezamenlijke afspraken met concrete acties geformuleerd • Voert de gemeente het gesprek met kinderen en jongeren • Monitort en analyseert de gemeente de resultaten van acties en past beleid en aanpak aan waar nodig. Score: 1. In onze gemeente is geen aandacht voor segregatie en integratie. 2. Segregatie wordt af en toe benoemd, ook in de aanpak van onderwijsachterstanden en bijvoorbeeld in de Lokale Educatie Agenda (LEA), maar men vindt het moeilijk om er concreet beleid en acties op te formuleren. 3. Segregatie komt regelmatig terug als aandachtspunt, er is een visie op en er zijn wat activiteiten, maar in de uitvoering en het monitoren hapert het nog. 4. De gemeente zet zich actief en structureel in voor het voorkomen en bestrijden van segregatie.

INDICATOR 9: Kinderen met een handicap De gemeente zorgt ervoor dat kinderen opgroeien in een inclusieve gemeente waarin iedereen mee kan doen en kinderen en jongeren met een handicap volwaardig kunnen participeren. Het meedoen in sociale verbanden (op school, de arbeidsmarkt, bij clubs en verenigingen, of in de buurt) is vanzelfsprekend. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenbeleid/visie (Inclusie Agenda) op basis van uitgesplitste data met een operationeel plan en een toereikend budget; • Stimuleert de gemeente actief activiteiten van lokale partners die bijdragen aan inclusie van kinderen; • Draagt de gemeente zelf met maatregelen bij aan de randvoorwaarden van bewustwording, ontmoeting en toegankelijkheid; • Gaat de gemeente in gesprek met kinderen en jongeren; • Verzamelt, monitort en analyseert de gemeente data en de resultaten van acties. De VNG maakte een handreiking voor de Lokale inclusie agenda » Handreiking Lokale Inclusie Agenda | VNG. Score: 1. De gemeente heeft geen aandacht voor inclusie voor kinderen. 2. Er is een Inclusie Agenda omdat dat verplicht is sinds de ratificatie van het VN-verdrag Handicap, maar de gemeente doet er alleen ad hoc iets mee. 3. De gemeente heeft een Inclusie Agenda, met specifieke aandacht voor kinderen en jongeren met een handicap en er zijn regelmatig activiteiten vanuit de gemeente gericht zijn op inclusie.

Er wordt regelmatig met kinderen gesproken, er is enig budget. De resultaten worden nog niet gemonitord. 4. De gemeente zorgt ervoor dat kinderen opgroeien in een inclusieve gemeente waarin iedereen mee kan doen en kinderen en jongeren met een handicap volwaardig kunnen participeren.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 11

INDICATOR 10: Kinderen die opgroeien in armoede De gemeente zorgt ervoor dat kinderen en jongeren die opgroeien in een gezin in armoede/met geldzorgen, volwaardig kunnen meedoen op school, in de vrije tijd, sport, spel, et cetera. Hiervoor: • Is een meerjarenbeleid, operationeel plan en toereikend budget om kinderen financiële, materiële of andere ondersteuning te bieden of hen in contact te brengen met de juiste instantie/fondsen daarvoor. Dit kan gaan om een laptop, een fiets, zwemles, een kortingspas, kledingbon, ontbijt op school, et cetera. • Wordt in de wijk(teams) maatwerk geleverd en worden instellingen en mensen verbonden. • Wordt aan kinderen en jongeren gevraagd waar zij behoefte aan hebben en wat voor hen een oplossing zou zijn. • Heeft de gemeente afspraken met verschillende lokale partners die met en rond kinderen/jongeren werken om hen actief te wijzen op mogelijkheden en de weg te vinden naar het juiste loket. • Monitor de gemeente de juiste groepen gebruik maken van de mogelijkheden en verbetert de aanpak waar nodig. Score: 1. De gemeente heeft hier nog geen aandacht voor. 2. Er zijn algemene financiële regelingen en daarnaast wordt soms ad hoc in individuele situaties gekeken wat nodig is. 3. De gemeente heeft beleid en tot op zekere hoogte budget, maar de uitvoering hapert nog. Gezinnen weten nog niet altijd de weg te vinden.

Kinderen en jongeren worden regelmatig gevraagd naar hun behoeften en oplossingen. Tot op zekere hoogte wordt gevolgd of de juiste groepen gebruik maken van de mogelijkheden. 4. De gemeente zorgt ervoor dat kinderen en jongeren die opgroeien in een gezin in armoede/met geldzorgen, volwaardig kunnen meedoen op school, in de vrije tijd, sport, spel, et cetera.

INDICATOR 11: Kinderen op de vlucht Kinderen op de vlucht (al dan niet met hun ouders) vinden in de gemeente een veilige plek. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel beleid, ook voor de middellange termijn; • Zorgt de gemeente in samenspraak met lokale partners voor kindvriendelijke opvang, begeleiding, onderwijs, (psychologische) zorg en deelname aan (kinder)activiteiten en sport zowel binnen als buiten de opvanglocatie; • Betrekt de gemeente kinderen bij de inrichting van de opvang en/of de organisatie van activiteiten; • De gemeente monitort en evalueert de uitvoering en past deze waar nodig aan. Score: 1. In onze gemeente zijn kinderen die op de vlucht zijn nog niet welkom. 2. De gemeente biedt niet zelf ruimte voor de opvang van kinderen op de vlucht, maar voor zover ze er wel zijn, draagt de gemeente eraan bij dat ze naar school kunnen. 3. In onze gemeente zijn kinderen op de vlucht welkom. De gemeente biedt opvang, onderwijs en toegang tot zorg. Er zijn wel speel/chillplekken voor kinderen, maar het kan beter; er is ook onderscheid naar land van herkomst. 4. Kinderen op de vlucht vinden in de gemeente een veilige plek.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 12

C. Besluitvorming: meewegen belang van het kind Bij elke beslissing die de gemeente neemt, spelen allerlei belangen mee. De belangen van de inwoners, de (financiële) belangen van de gemeente, de belangen van de medewerkers van de gemeente, de belangen van samenwerkingspartners, et cetera. Dit zijn allemaal legitieme belangen die een plek krijgen in het besluitvormingsproces. Daarin vormen de belangen van kinderen een eerste overweging, zo volgt uit artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag. Ze gaan niet altijd voor, maar hebben wel extra gewicht en kunnen dus niet zomaar terzijde geschoven worden. Over deze belangenafweging en het bepalen van de effecten van een beslissing op kinderen en hun rechten gaat dit onderdeel. INDICATOR 12: Kinderrechtencheck De gemeente past bij besluitvorming en de ontwikkeling van beleid structureel een kinderrechtencheck toe. Hiervoor zijn duidelijke richtlijnen en gebeurt door alle beleidsdomeinen. Deze check betekent dat de gemeente in kaart brengt wat de gevolgen zijn van voorgenomen beleid / maatregelen / regelgeving op de totale leefsituatie en rechten van een groep kinderen. De gemeente weegt die effecten af tegen het doel, de maatschappelijke impact en de kosten van het beoogde beleid etc.

Dit betekent niet dat de belangen van kinderen altijd de doorslag geven maar wel dat in de besluitvorming altijd gekeken wordt wat hun belangen zijn, dat inzichtelijk is hoe de belangen zijn meegewogen en waarom er (eventueel) in afwijking van deze belangen van kinderen besloten is. Score: 1. Onze gemeente doet nog geen kinderrechtencheck 2. Onze gemeente past ad hoc of op hoofdlijnen een kinderrechtencheck toe 3. De gemeente heeft richtlijnen voor de toepassing van een kinderrechtencheck en deze wordt ook geregeld gedaan door verschillende afdelingen. 4. De gemeente past bij besluitvorming en de ontwikkeling van beleid structureel een kinderrechtencheck toe.

INDICATOR 13: Belangenafweging individueel kind De gemeente past structureel bij beslissingen over een individueel kind een belangenafweging toe. Hiervoor zijn duidelijke richtlijnen en alle afdelingen passen deze toe. Zoals bijvoorbeeld bij beslissingen over leerlingenvervoer, urgentieverklaringen, bijzondere bijstand, of inzet jeugdzorg. Deze belangenafweging betekent dat de gemeente de belangen van het kind in kaart brengt en deze afweegt tegen andere belangen (van de gemeente, van ouders/verzorgers, van andere betrokkenen). Op basis van die afweging komt de gemeente tot de beste beslissing voor het individuele kind. De gemeente maakt inzichtelijk hoe het belang van het kind is meegewogen en waarom er (eventueel) in afwijking van het belang van het kind is besloten. Deze belangenafweging wordt ook toegepast als het gaat om beslissingen over (ondersteuning of hulp aan) volwassenen waar kinderen bij betrokken zijn. Meer lezen? » Uitleg Stappenplan het beste besluit voor het kind | De Kinderombudsman Score: 1. Binnen de gemeente wordt nog geen belangenafweging gemaakt. 2. Binnen de gemeente wordt soms een belangenafweging gemaakt bij beslissingen over een kind zelf, maar dit is ad hoc en gebeurt niet als het gaat om beslissingen over volwassenen waar kinderen bij betrokken zijn. 3.

De gemeente heeft richtlijnen voor de toepassing van een belangenafweging en deze wordt ook geregeld gedaan door verschillende afdelingen. Soms ook bij beslissingen ten aanzien van volwassenen waar kinderen bij betrokken zijn. 4. De gemeente past structureel bij beslissingen over een individueel kind een belangenafweging toe.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 13

INDICATOR 14: Budget voor kinderen De gemeente wijst ieder jaar een apart en toereikend budget toe voor de verwezenlijking van de kinderrechten en om te zorgen voor een kindvriendelijke gemeente. Bij de toebedeling van budgetten, maakt de gemeente een afweging tussen de (beleids)plannen/acties die kinderen betreffen of raken en andere (beleids)plannen om te bepalen welk bedrag toegewezen wordt aan (beleids)plannen, programma’s en activiteiten die kinderen betreffen. De gemeente monitort en evalueert de besteding van het geld om te zien of het daadwerkelijk ten goede komt aan (beleid/programma’s/activiteiten voor) kinderen en jongeren en de gewenste resultaten oplevert.

© UNICEF/Chizzilala

© UNICEF/Chizzilala

© UNICEF/Chizzilala

Score: 1. De gemeente reserveert nog geen apart budget. 2. De gemeente neemt de eerste stappen om apart budget de oormerken. 3. Er wordt apart budget toegewezen maar het is nog niet toereikend. De gemeente volgt op hoofdlijnen de besteding van het geld en de resultaten. 4. De gemeente wijst ieder jaar een apart en toereikend budget toe en monitort de resultaten.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 14

D. Participatie In een kindvriendelijke gemeente kunnen kinderen en jongeren participeren. Dat wil zeggen dat zij in allerlei vormen mee kunnen doen. Het kan doordat de gemeente vragenlijsten afneemt bij kinderen en jongeren, met hen in gesprek gaat op school of de sportclub, door een kinderburgemeester, een kinderraad of jongerenpanel. Het gaat erom dat kinderen en jongeren de gelegenheid wordt geboden hun stem te laten horen, maar ook dat er dan wat mee gedaan wordt. Zij vormen immers een belangrijk deel van de gemeente en hun mening draagt bij aan betere beleidsvorming en beslissingen. Betekenisvolle participatie betekent dat kinderen informatie krijgen over hun mogelijkheid om te participeren, dat ze de ruimte krijgen om vrijwillig te participeren, dat ze respectvol behandeld worden en dat naar mening serieus geluisterd wordt, dat hun mening gevraagd wordt over relevante zaken, dat ze op een kindvriendelijke manier benaderd worden, dat ze begeleid worden door iemand die daarvoor getraind is, dat meepraten op een veilige manier kan en dat de kinderen een terugkoppeling krijgen van wat er met hun ideeën is gedaan en welke invloed ze hebben gehad. Ook is het belangrijk dat de gemeente aandacht heeft voor de diversiteit onder kinderen en jongeren (zoals afkomst, religie of een beperking).

Lees tip: » Overzicht betekenisvolle participatie CFCI (PDF) De indicatoren in dit onderdeel gaan over de mogelijkheden van participatie binnen de gemeente in het algemeen. In onderdeel E zal bij sommige thema’s participatie ook terugkeren.

Indicator 15: Bekendheid mogelijkheden participatie Kinderen weten welke mogelijkheden er zijn om in de gemeente hun mening te geven, op welke manier zij inspraak kunnen hebben en wat met hun input gebeurt. De gemeente informeert hen hier structureel en actie over op verschillende (online) manieren. Score: 1. De mogelijkheden zijn bij kinderen niet bekend. De gemeente informeert hen nog niet. 2. Sommige kinderen weten dit. Soms deelt de gemeente enige informatie hierover. 3. De mogelijkheden tot participatie zijn over het algemeen bekend, maar de bekendheid kan beter. 4. Kinderen weten welke mogelijkheden er zijn en worden hierover structureel en actief geïnformeerd.

INDICATOR 16: Stem en perspectief van kinderen Bij de ontwikkeling van beleid wordt altijd en op een betekenisvolle manier de stem en het perspectief van kinderen meegenomen. Hiervoor zijn: • Binnen de gemeente verschillende manieren om kinderen en jongeren te laten participeren en hun perspectief op te halen; • Zorgen alle beleidsdomeinen voor participatie van kinderen • Is er toereikend budget om betekenisvolle participatie vorm te geven. Score: 1. De stem en het perspectief van kinderen wordt nog niet meegenomen. 2. De stem en het perspectief van kinderen is informeel onderdeel van beleidsontwikkeling. Incidenteel wordt hun mening opgehaald. Er is een medewerker die hier enige tijd aan besteedt. 3. De gemeente laat kinderen in principe participeren bij beleidsontwikkeling. Nog niet aan alle voorwaarden voor betekenisvolle participatie wordt voldaan. Medewerkers hebben nog onvoldoende budget en tijd voor begeleiding. Men heeft moeite alle (leeftijds)groepen of specifieke doelgroepen even goed te betrekken. 4. Bij de ontwikkeling van beleid wordt altijd en op een betekenisvolle manier de stem en het perspectief van kinderen meegenomen.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 15

INDICATOR 17: Stem van kinderen bij (partner)organisaties De gemeente stuurt erop dat organisaties die een taak uitvoeren voor de gemeente of met wie de gemeente samenwerkt, in hun beleid en besluitvorming de mening en het perspectief van kinderen meenemen en afwegen en zorgen voor een vorm van betekenisvolle participatie. Score: 1. Dit gebeurt nog niet. 2. De gemeente vraagt hier incidenteel aandacht voor bij andere organisaties. 3. De gemeente verwacht in principe dat andere organisaties ook de stem en het perspectief van kinderen meenemen en afwegen. 4. De gemeente stuurt erop dat andere organisaties de mening en het perspectief van kinderen meenemen en meewegen in hun beleid en besluitvorming.

INDICATOR 18: Initiatieven van kinderen De gemeente heeft een duidelijke, flexibele werkwijze voor initiatieven van kinderen en kinderen weten van het bestaan van deze mogelijkheid. Dit betekent dat: • Kinderen zelf een initiatief kunnen voorleggen aan de gemeente • De gemeente dit initiatief serieus beoordeelt en met de kinderen in gesprek gaat over de mogelijkheden om het idee te realiseren • De gemeente uitleg geeft indien realisatie volgens de gemeente niet mogelijk is, waarom niet en wat de kinderen eventueel wel kunnen doen. Score: 1. Kinderen kunnen geen initiatief voorleggen en de gemeente kijkt daar ook nog niet naar. 2. Ad hoc worden initiatieven van kinderen besproken. Dit is nog erg informeel. 3. Kinderen kunnen een initiatief voorleggen. De werkwijze hoe daarmee om te gaan, hapert nog wat. 4. De gemeente heeft een duidelijke, flexibele werkwijze voor initiatieven van kinderen die bekend is onder kinderen.

INDICATOR 19: Klacht indienen Kinderen kunnen zelfstandig een klacht indienen via een kindvriendelijke procedure. Dit betekent dat: • De procedure makkelijk te vinden is (op internet of anderszins) • De procedure in kindvriendelijke taal beschreven en eenvoudig toegankelijk is • Een kind kosteloos onafhankelijke ondersteuning kan krijgen bij het indienen en vervolgen van de klacht • De klachtbehandelaar de vaardigheden heeft om een klacht van kinderen op een kindvriendelijke manier te behandelen. Score: 1. In onze gemeente is er alleen een algemene klachtprocedure voor jong en oud. 2. In incidentele gevallen worden kinderen gewezen op de klachtenprocedure en hier en daar op een passende manier geholpen. Dit is persoonsafhankelijk. 3. Er is een klachtenprocedure die in kindvriendelijke taal is beschreven en makkelijk toegankelijk is voor kinderen. De ondersteuning en kindvriendelijke afhandeling laat nog te wensen over. 4. Kinderen kunnen zelfstandig een klacht indienen via een kindvriendelijke procedure.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 16

E. Kansen op ontwikkeling In een kindvriendelijke gemeente kunnen kinderen zich optimaal ontwikkelen. Dat betekent dat ze thuis fijn en veilig kunnen opgroeien, dat ze kunnen leren, zich ontwikkelen en vaardigheden opdoen, kunnen spelen en sporten, gebruik kunnen maken van de juiste (gezondheids)zorg en (jeugd)hulp, kunnen opgroeien in een gezonde omgeving met voldoende groen, ruimte en veilige wegen. ALGEMEEN INDICATOR 20: Positief en samenhangend jeugdbeleid De gemeente zet zich actief en structureel in voor het creëren van een sterke opgroei- en opvoedbasis voor alle kinderen (pedagogische basis) en extra ondersteuning voor wie dat nodig heeft. Dat betekent dat: • De gemeente een positief, samenhangend jeugdbeleid heeft op basis van uitgesplitste data, dat zich richt op ontwikkelmogelijkheden van kinderen. Het gaat om het voorkomen van problemen bij kinderen en jongeren of dat kleine problemen groter worden (preventie). Waar hulp nodig is, wordt dat geboden. • De gemeente een toereikend budget heeft om hier uitvoering aan te geven; • De resultaten worden gemonitord en geëvalueerd en het beleid en de aanpak waar nodig wordt aangepast. Score: 1. Er is nog geen positief en samenhangend beleid. 2. Er is jeugdbeleid met enige samenhang. Het is vooral gericht op het voorkomen van problemen en individuele kinderen en jeugdigen die het moeilijk hebben. 3.

Er is positief jeugdbeleid dat op grote lijnen ook samenhangend is en waarin de pedagogische basis, preventie en (jeugd)hulp een plek hebben. In de uitvoering is het aanbod nog niet altijd aansluitend. De visie van kinderen en jongeren worden in principe meegenomen bij het opstellen van beleid en aanbod. Er is op hoofdlijnen data beschikbaar. De resultaten van het beleid worden gemonitord. 4. De gemeente heeft een positief, samenhangend jeugdbeleid, gericht op het creëren van een sterke opgroei- en opvoedbasis voor alle kinderen (pedagogische basis) en extra ondersteuning voor wie dat nodig heeft.

INDICATOR 21: Belang van kind en gezin centraal De gemeente zet zich ervoor in dat (de belangen en behoeften van) een kind en het gezin centraal (blijven) staan in het geval van ondersteuning en hulpverlening. Verschillende betrokken organisaties werken samen, stemmen goed af met elkaar en met het kind/gezin en zorgen voor één gezamenlijk plan en aanpak voor het kind en het gezin waartoe het behoort. Score: 1. Dit gebeurt in onze gemeente nog niet. 2. Dit gebeurt in onze gemeente af en toe, als de juiste personen elkaar vinden. 3. Dit is in onze gemeente het uitgangspunt, maar in de uitvoering hapert het soms nog. 4. De gemeente zet zich ervoor in dat (de belangen en behoeften van) een kind en het gezin centraal (blijven) staan in het geval van ondersteuning en hulpverlening.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 17

GEZIN EN ONDERSTEUNING INDICATOR 22: eerste 1000 dagen De gemeente besteedt actief en structureel aandacht aan de eerste 1000 dagen van een kind (gerekend vanaf de conceptie tot en met circa 2 jaar) en het voorkomen van kindersterfte. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenplan/visie met een operationeel plan op basis van uitgesplitste data en toereikend budget om hier uitvoering aan te geven, zodat activiteiten/campagnes mogelijk zijn gericht op voorlichting aan zwangere vrouwen over gezonde voeding en verzorging van zichzelf tijdens de zwangerschap, borstvoeding, ouderschapsondersteuning en programma’s om de kansrijke start van kinderen te stimuleren. • Worden kwetsbare groepen en groepen die zorg mijden, actief benaderd • Worden de resultaten van het beleid gemonitord en geëvalueerd om het beleid en de aanpak waar nodig bij te sturen. Wil je meer lezen over aandacht voor de eerste 100 dagen? Zie onder andere » Kansrijke Start Score: 1. De gemeente heeft geen specifiek beleid of programma’s. 2. De gemeente heeft geen specifiek beleid, maar in geval van problemen of geconstateerde risico’s bieden de betrokken instanties wel extra ondersteuning. 3. De gemeente heeft hierop beleid. Het budget is nog niet toereikend en de uitvoering is nog niet helemaal op orde of afgestemd. Tot op zekere hoogte worden de resultaten gemonitord. 4.

De gemeente besteedt actief en structureel aandacht aan de eerste 1000 dagen en heeft hierop beleid.

INDICATOR 23: Opvoedondersteuning De gemeente zet zich actief en structureel in voor toereikende opvoedingsondersteuning. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenplan/visie met een operationeel plan op basis van uitgesplitste data en toereikend budget om hier uitvoering aan te geven • Is er een divers, structureel, toegankelijk en kwalitatief goed aanbod van opvoedondersteuning voor een brede groep, met aandacht voor verschillende kwetsbare groepen en culturele diversiteit binnen de gemeente. Ouders kunnen elkaar op een laagdrempelige manier ontmoeten en steunen. • Worden de resultaten gemonitord en geëvalueerd en wordt het beleid/de aanpak waar nodig aangepast.

©UNICEF

©UNICEF/2023/Van Beek

Score: 1. In onze gemeente zijn geen programma’s voor opvoedondersteuning 2. In onze gemeente is aandacht voor opvoedondersteuning voor een specifieke groep, niet structureel of generiek 3. In onze gemeente is opvoedingsondersteuning, maar er zijn vragen over de continuïteit, diversiteit, kwaliteit en toegankelijkheid (financieel en thuisnabijheid). 4. De gemeente zet zich actief en structureel in voor toereikende opvoedingsondersteuning.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 18

INDICATOR 24: Lokaal aanbod van (jeugd)hulp De gemeente heeft een toereikend lokaal aanbod van (jeugd)hulp waarbij elk kind toegang heeft tot passende, kwalitatief goede hulp en ondersteuning. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenplan/visie met een operationeel plan op basis van uitgesplitste data met als uitgangspunt dat ieder kind een passende vorm van zorg krijgt. De belangen van kinderen staan centraal, ook bij de inkoop; • Is er een toereikend budget om te zorgen voor voldoende, toereikende, gevarieerde en kwalitatieve goede (jeugd)hulp en ondersteuning (zowel vanuit jeugdhulp als WMO); • Is er sprake van continuïteit van de zorg en ruimte voor maatwerk; • Voert de gemeente doorlopend het gesprek met aanbieders over het aanbod; • Monitort en analyseert de gemeente de effectiviteit van de zorg om het beleid en aanbod waar nodig aan te passen; • Vraagt de gemeente kinderen om hun ervaringen en behoeften. Score: 1. De toegang tot hulp en ondersteuning is beperkt evenals de kwaliteit en variatie. 2. De toegang tot hulp en ondersteuning is redelijk op orde, maar de kwaliteit, variatie en continuïteit nog niet. Maatwerk buiten de ingekochte zorg is niet mogelijk. 3. De toegang tot hulp en ondersteuning is op orde. Wie zorg nodig heeft, kan zorg krijgen en deze is van goede kwaliteit.

Geen enkel kind komt op een wachtlijst te staan en de belangen van kinderen staan in principe centraal. De gemeente heeft echter nog onvoldoende gevarieerd aanbod en er is in beperkte mate ruimte voor maatwerk. De resultaten worden enigszins gevolgd. 4. De gemeente heeft een toereikend lokaal aanbod van (jeugd)hulp waarbij elk kind toegang heeft tot passende, kwalitatief goede hulp en ondersteuning.

INDICATOR 25: Bescherming tegen kindermishandeling De gemeente zet zich actief en structureel in voor bescherming van kinderen tegen kindermishandeling. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenplan/visie met een operationeel plan op basis van uitgesplitste data en toereikend budget om hier uitvoering aan te geven; • Richt de gemeente zich op preventie, inzet op vroegtijdig signaleren en een toereikend aanbod van laagdrempelige, adequate en snelle hulp bij eerste signalen; • Heeft de gemeente zicht op de prevalentie, aard en omvang van kindermishandeling en heeft periodiek overleg met Veilig Thuis en andere ketenpartners over signalen en zaken; • Denkt de gemeente actief mee over een passend aanbod van hulp aan en ondersteuning van gezinnen om zwaardere kinderbeschermingsmaatregelen te voorkomen; • Worden cases en aanpak gemonitord en geëvalueerd om beleid, aanpak en aanbod waar nodig aan te passen. Onder kindermishandeling verstaan we: iedere vorm van bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard door een ouder/verzorger richting een minderjarige. Score: 1. De gemeente doet hier nog niet zoveel aan en laat dit vooral bij Veilig Thuis. 2. Er is geen specifiek (preventie)beleid, wel is er binnen de gemeente aandacht voor kindermishandeling en is er soms overleg met Veilig Thuis en andere ketenpartners naar aanleiding van incidenten.

3. Er is (preventie)beleid dat gericht is op preventie en het vroegtijdig signaleren van mogelijke risico’s. De uitvoering hapert soms nog. Ook is het aanbod van hulp en ondersteuning nog niet helemaal op orde. Er is periodiek overleg tussen de gemeente, Veilig Thuis en andere ketenpartners en de resultaten en kwaliteit van de geboden hulp wordt gemonitord. 4. De gemeente zet zich actief en structureel in voor bescherming van kinderen tegen kindermishandeling.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 19

INDICATOR 26: Uithuisplaatsing De gemeente zet zich er actief voor in om uithuisplaatsing van kinderen als kinderbeschermingsmaatregel zoveel mogelijk te voorkomen en pas in te zetten als laatste middel en voor de kortst mogelijke duur. Hiervoor: • Zet de gemeente zich er samen met de (lokale) instanties actief voor in dat een gezin de adequate zorg en begeleiding krijgt om uithuisplaatsing zoveel mogelijk te voorkomen; • Is de gemeente pro-actief betrokken in geval van een uithuisplaatsing, om de juiste randvoorwaarden te creëren qua zorg, hulp en (financiële) begeleiding van de ouders/het gezin zodat een kind kan terugkeren naar het gezin, als dit in het belang van het kind is; • Wordt de mening en het perspectief van de kinderen expliciet betrokken; • Monitort en evalueert de gemeente uithuisplaatsingen om het beleid en de aanpak deze waar nodig aan te passen.

© UNICEF/Van Bergen

Score: 1. De gemeente heeft geen visie op uithuisplaatsing en deze voltrekken zich veelal buiten het zicht van de gemeente. 2. Bij een voorgenomen besluit/verzoek tot uithuisplaatsing stelt de gemeente een aantal vragen, maar volgt doorgaans het verzoek van de hulpverleningsinstanties. 3. De gemeente draagt uit dat uithuisplaatsing een laatste redmiddel is en voorkomen moet worden waar mogelijk en in het belang van het kind is. De gemeente denkt actief mee over de randvoorwaarden om een kind in een gezin te kunnen laten en/of te kunnen laten terugkeren naar het gezin. In de uitvoering en samenwerking hapert het soms nog wel. De mening van kinderen wordt nog niet altijd gevraagd. Uithuisplaatsingen en het proces daaromheen worden nog niet goed gemonitord/geëvalueerd. 4. De gemeente zet zich er actief voor in om uithuisplaatsing van kinderen als kinderbeschermingsmaatregel zoveel mogelijk te voorkomen en pas in te zetten als laatste middel en voor de kortst mogelijke duur.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 20

WELZIJN EN GEZONDHEID INDICATOR 27: Toegang tot gezondheidsvoorzieningen Alle kinderen hebben toegang tot gezondheidsvoorzieningen, zoals de huisarts, tandarts, psycholoog en fysiotherapeut. Ook kinderen op de vlucht of zonder documenten. Hiervoor: • Heeft de gemeente een actueel meerjarenplan/visie met en operationeel plan op basis van uitgesplitste data en toereikend budget om hier uitvoering aan te geven; • Worden gezinnen die zorg mijden actief benaderd; • Voert de gemeente met (lokale) partners het gesprek over de toegang en kwaliteit en zorgt er samen voor dat eventuele (financiële) barrières voor de toegang worden opgelost. • Betrekt de gemeente de mening van kinderen om het aanbod vast te stellen; • Monitort en evalueert de gemeente de toegang en past waar nodig het beleid en de aanpak aan. Score: 1. De gemeente heeft hier nog geen beleid op en laat dit aan de verschillende diensten en organisaties. 2. De gemeente heeft geen beleid, maar voert soms wel het gesprek met partners over de toegang, met name naar aanleiding van incidentele situaties waarin de toegang problematisch was of zorg vermeden werd. 3. De gemeente heeft een visie op de toegang tot gezondheidsvoorzieningen en voert hierover regelmatig het gesprek met (lokale) partners. De mening van kinderen wordt regelmatig gevraagd en de toegang wordt gemonitord en geëvalueerd. 4.

De gemeente zorgt ervoor dat alle kinderen toegang hebben tot gezondheidsvoorzieningen, zoals de huisarts, tandarts, psycholoog en fysiotherapeut. Ook kinderen op de vlucht of zonder documenten.

INDICATOR 28: Mentale gezondheid De gemeente zet zich actief en structureel in voor de versterking van het mentaal welzijn en veerkracht onder kinderen. Hiervoor: • Is er een actueel meerjarenplan/visie met een operationeel plan en toereikend budget op basis van uitgesplitste data; • Is er aandacht voor generieke preventie(campagnes) en een toereikend en toegankelijk aanbod voor wie hulp nodig heeft; • Heeft de gemeente zicht op het mentaal welzijn van de kinderen en eventuele wachtlijsten voor hulp • Weten kinderen en hun ouders/verzorgers hun weg naar hulp te vinden • Bevraagt de gemeente kinderen op dit onderwerp en heeft overleg met lokale partners • Worden de uitvoering en resultaten gemonitord en geanalyseerd waarna beleid of activiteiten waar nodig worden aangepast. Score: 1. Er is nog geen aandacht voor de mentale gezondheid en veerkracht bij kinderen. 2. De gemeente heeft nog geen beleid ten aanzien van mentaal welzijn maar stimuleert wel actief lokale partners zoals de GGD en CJG’s tot actie. 3. De gemeente heeft een visie op mentale gezondheid en veerkracht van kinderen (naast gezond bewegen en gezond eten) en dit is regelmatig onderwerp van gesprek met lokale partners om tot concrete acties te komen. De gemeente heeft een beperkt budget en tot op zekere hoogte zicht op het mentaal welzijn onder kinderen en jongeren. De mening van kinderen wordt regelmatig gevraagd.

De uitvoering en resultaten worden gemonitord. 4. De gemeente zet zich actief en structureel in voor de versterking van het mentaal welzijn en veerkracht onder kinderen.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 21

INDICATOR 29: Gezonde leefomgeving en leefstijl De gemeente zet zich actief en structureel in voor een gezonde leefomgeving, waarin kinderen makkelijk de gezonde keuze kunnen maken qua voeding en leefstijl. Hiervoor: • Is er een actueel meerjarenbeleid, met een bijbehorend operationeel plan en een toereikend budget, op basis van uitgesplitste data; • Zijn er acties/campagnes of worden deze van andere partijen ondersteund om een gezonde omgeving en leefstijl te stimuleren, zowel ten aanzien van voeding en bewegen als het tegengaan van overgewicht en het voorkomen/ ontmoedigen van middelengebruik; • Voert de gemeente regelmatig overleg met lokale partners en stuurt via (voorwaarden aan) vergunningen en reclamebeleid op een gezonde omgeving; • Neemt de gemeente de visie en mening van kinderen mee; • Worden de uitvoering en resultaten gemonitord en geanalyseerd waarna beleid of activiteiten waar nodig worden aangepast. Score: 1. Een gezonde leefomgeving en leefstijl is nog geen onderwerp van gesprek bij de gemeente. 2. Een gezonde leefomgeving en leefstijl is af en toe onderwerp van gesprek en er worden op sommige onderdelen afspraken gemaakt met partners over maatregelen voor bewegen en voeding. De afspraken worden niet gemonitord en zijn over het algemeen ad hoc en vrijblijvend. 3.

Er is beleid voor het stimuleren van een gezonde leefomgeving en leefstijl dat ziet op alle vlakken van gezond eten en leven. In de uitvoering hapert het soms nog, niet alle gebieden en doelgroepen worden bereikt en het bet budget is nog niet toereikend. De mening van kinderen wordt regelmatig gevraagd. De effecten van het beleid worden beperkt gemonitord. 4. De gemeente zet zich actief en structureel in voor een gezonde leefomgeving, waarin kinderen makkelijk de gezonde keuze kunnen maken qua voeding en leefstijl.

INDICATOR 30: Mentorprogramma’s Kinderen en jongeren kunnen binnen de gemeente gebruik maken van mentorprogramma’s waarbinnen zij gekoppeld worden aan een vrijwilliger die hen op een laagdrempelige manier ondersteunt. Hiervoor is voldoende budget. Het programma is van goede kwaliteit en voor een brede groep beschikbaar. De mening van kinderen wordt gevraagd en de resultaten worden gemonitord en geanalyseerd. Mentorprogramma’s: er zijn verschillende namen, zoals mentor, buddy’s, maatjes. Het zijn georganiseerde maar informele steunstructuren. De mentor gaat uit van de kracht en de kansen van kinderen en jongeren en niet van de problematiek. Mentoring kan gaan om uiteenlopende activiteiten, zoals het op weg helpen met school, studie, werk of om sociaalemotionele steun. Score: 1. In onze gemeente zijn nog geen mentorprogramma’s 2. In onze gemeente is er een mentorprogramma, maar voor een specifieke groep; het is ieder jaar onduidelijk of het door zal gaan. De gemeente heeft hier geen actieve rol in. 3. In onze gemeente zijn mentorprogramma’s, maar nog niet alle doelgroepen worden bereikt. Er is niet voldoende/ structureel budget. De resultaten worden beperkt gemonitord. 4. Kinderen en jongeren kunnen binnen de gemeente gebruik maken van mentorprogramma’s waarbinnen zij gekoppeld worden aan een vrijwilliger die hen op een laagdrempelige manier ondersteunt.

Child Friendly Checklist UNICEF Nederland | 22

INDICATOR 31: Jongerenwerk De gemeente zet zich actief en structureel in voor kinder- en jongeren werk en daarmee voor het welzijn van kinderen. Dit betekent dat: • Er een actueel meerjarenbeleid is, met een operationeel plan, op basis van uitgesplitste data, gericht op zowel veiligheidsthema’s als preventie en algemeen welbevinden; • Het jongerenwerk een goede en positieve schakel is in het jeugdbeleid en een verbindende factor tussen de straat, online, thuis en school; • Er structureel en toereikend budget is om uitvoering te geven aan het beleid; • Kinderen worden betrokken om mee te denken over het aanbod en verbeteringen. • De resultaten worden gemonitord en geëvalueerd om aanbod en kwaliteit te verbeteren. Score: 1. Er is nog geen of beperkt aanbod van kinder- en jongerenwerk. 2. Er is kinder- en jongeren werk, maar dat is van beperkte kwaliteit en omvang en richt zich vooral op een beperkte (risico)groep. Resultaten worden niet gemonitord. 3. De gemeente heeft een visie op kinder- en jongeren werk, maar in de uitvoering en samenwerking met lokale partners hapert het nog. De jongerenwerkers bereiken nog niet alle relevante groepen. De resultaten worden regelmatig maar nog niet structureel gemeten. Jongeren worden regelmatig betrokken om mee te denken over wat zij nodig hebben en wat een goede invulling zou zijn van het kinder- en jongerenwerk. 4.

De gemeente zet zich actief en structureel in voor kinder- en jongeren werk en daarmee voor het welzijn van kinderen.

TOEREIKENDE LEVENSSTANDAARD INDICATOR 32: Structurele aanpak armoede De gemeente zet zich actief en structureel in om armoede te voorkomen, aanpakken en doorbreken. Hiervoor: • Is een actueel meerjarenbeleid met operationeel plan, gericht op de verschillende vormen van armoede die binnen de gemeente bestaan (zoals situationele, migratie en transgenerationele); • Verzamelt de gemeente uitgesplitste data over de aard, omvang en verdeling over de gemeente van kinderen die opgroeien in armoede of daar risico op lopen; • Is er sprake van samenwerking met lokale partijen en adequaat maatwerk; • Is er toereikend en structureel budget voor de uitvoering van het beleid; • Worden kinderen betrokken zowel bij het algemene vraagstuk als in hun eigen individuele situatie; • Worden de uitvoering en resultaten gemonitord en geanalyseerd waarna beleid of activiteiten waar nodig worden aangepast. Score: 1. Er is nog geen beleid of aanpak hierop 2. De gemeente probeert met ad hoc interventies (verdere) armoede te voorkomen, aanpakken en doorbreken. Er is geen duidelijk plan. Data ontbreken. 3. Er is beleid om armoede te voorkomen, aanpakken en doorbreken. Dit is gebaseerd op ruwe data. De uitvoering en samenwerking met lokale partijen hapert soms nog. De mening en het perspectief van kinderen worden regelmatig betrokken. De resultaten worden gemonitord. 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13929899/1