L 210707 Regionaal programma wonen en werken (289939)
Tekst van het document
Aanbod: beschikbaar aanbod (IBIS, 2019, verminderd met terreinen die niet meer beschikbaar zijn, zoals aangegeven door gemeenten) plus geborgd aanbod uit PRS/PRV plus ambities van gemeenten om nieuwe terreinen toe te voegen. 21 Vraag op basis van provinciale prognose (Stec Groep 2019), indicatief toegedeeld naar tijdsperioden. Notabene: prognoses vormen een lange termijn behoefte, waarin rekening wordt gehouden met perioden van laagconjunctuur en perioden van hoogconjunctuur. Het toedelen aan tijdsperioden van 5 jaar kent dan ook de nodige beperkingen. 22 Input: PS Kader uitgaande van de ambitie tot en met 2029 (bandbreedte 17-25 ha) Voor de periode tot en met 2024 is uitgegaan van 0 ha ruimtewinst, in de periode tot en met 2029 gaat het om het uitgangspunt uit het PS Kader 23 Vraag minus ruimtebeslag dat in potentie vrij kan komen uit intensivering in ha. 24 Confrontatie van aanbod en vraag minus ruimtebeslag dat in potentie vrij kan komen uit ruimtewinst. Groen= indicatief voldoende aanbod, oranje = indicatief tekort aan aanbod 20
Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort
19
3.2 Kwalitatieve afspraken werken De gemeenten in regio Amersfoort onderkennen het belang van de kwalitatieve thema’s uit het PS Kader voor het regionale programma. De gemeenten hebben de intentie om de onderstaande ambities en afspraken zoveel mogelijk na te komen. Provincie Utrecht zal op basis van de gemeentelijke input de resultaten op deze ambities monitoren. Indien uit de praktijk blijkt dat bepaalde ambities desondanks niet kunnen worden gerealiseerd in de mate die hier wordt beoogd, kunnen de ambities waar nodig in gezamenlijkheid worden aangepast. Dit zijn onderwerpen die gemeenten en/of provincie na vaststelling van dit eerste programma verder verkennen en concreet maken. Tabel 15: kwalitatieve afspraken werken Thema Diversiteit in werklocaties
Uitgangspunten Gezamenlijke ambitie: We streven naar een diversiteit in werklocaties in de regio, zodanig dat deze
past bij de werkgelegenheid die wij willen bieden en het gewenste economische profiel. Afspraken: • We verkennen in het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort 2030-2040 we hoe we de behoefte aan werklocaties na 2030 willen faciliteren. Daarbij maken we onderscheid tussen verschillende werkmilieus, waarvan sommige zich goed laten mengen met andere stedelijke functies. Zie ook de ambitie en afspraken over ‘integrale stedelijke kwaliteit’ bij wonen (tabel 3). • Niet alle bedrijvigheid laat zich echter mengen. Daarvoor blijven specifieke bedrijventerreinen nodig, welke we in dit programma samen programmeren (zie tabel 8 en 9).
Zorgvuldig / intensief ruimtegebruik
Toelichting: • Gemeenten in de regio Amersfoort vinden het belangrijk om voldoende monofunctionele bedrijventerreinen te behouden. Op de meeste bedrijventerreinen wordt bewust niet gemengd, daar waar het de ambities op bijvoorbeeld voldoende ruimte voor overslag, logistiek en circulariteit en maakindustrie hindert, of het een ongewenste vervangingsvraag met zich meebrengt. De maakindustrie, bouw en logistiek zijn blijvend grote ruimtevragers. • Functiemenging van wonen en werken op werklocaties zien we met name op binnenstedelijke terreinen, op enkele locaties in Amersfoort (zoals de Kop van de Isselt) en op de Zuidwenk in Bunschoten. Deze terreinen kunnen eventueel organisch ontwikkeld worden naar interactiemilieus, in verband met bereikbaarheid en vormen van duurzame mobiliteit en de druk vanuit diverse functies die daar al merkbaar is. Gezamenlijke ambitie. We streven naar een zorgvuldige invulling van de (schaarse) ruimte op
bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Op termijn (na 2030) streven we naar een verhoging van de floor space index en (waar dat passend is bij de bedrijfsprocessen) een verlaging van de terrein quotiënt ten opzichte van de huidige situatie (peildatum 2020). Afspraken: • Gemeenten zetten stap voor stap in op de intensivering van bedrijventerreinen, rekening houdend met andere omgevingsfactoren en financiële randvoorwaarden. De uitwerking van hoe de intensivering wordt vormgegeven verschilt per terrein(type) en de beschikbaarheid van financiële middelen, schuifruimte op nieuwe bedrijventerreinen en onder meer de aard van de functiemenging op bestaande bedrijventerreinen. Verdichten en zo intensief mogelijk omgaan met bestaande en toekomstige werklocaties vraagt om een transitie in denken en doen. Dit vraagt ook een belangrijke rol van eigenaar-gebruikers en ook van gemeenten om belemmeringen voor verdere intensivering waar mogelijk weg te nemen. • Op nieuwe bedrijventerreinen streven we naar een zo hoog mogelijke intensiteit passend bij het terreintype, de sector en activiteit. Daarbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat de
Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort
•
•
•
•
Verduurzaming bedrijventerreinen
nieuwe terreinen minimaal tot de bovengemiddeld intensieve terreinen behoren binnen onze regio. 25 We zetten bij de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen in op verhoging van het intensief ruimtegebruik, tot minimaal bovengemiddeld van dat terreintype binnen onze regio 26. (Wanneer specifieke omstandigheden afwijking van dit streven nodig maken, wijken we hier beargumenteerd van af, zie hierna). Bedrijfsverplaatsing als gevolg van transformatie wordt in eerste instantie opgevangen binnen de betreffende gemeente, indien niet mogelijk of wenselijk wordt binnen regio gezocht naar alternatieven. Gemeenten ontwikkelen na de totstandkoming van dit eerste regionale programma een gezamenlijke/regionale intensiveringstrategie op basis van de leerervaringen die we opdoen met de pilots. De provincie spant zich in om (aanvullend) instrumentarium te ontwikkelen teneinde gemeenten (bijvoorbeeld via inzet OMU) ondersteuning te kunnen bieden.
Toelichting: • Voor de komende tien jaar zal de floor space index nog slechts beperkt verhogen, omdat processen van intensivering een lange doorlooptijd hebben. In de periode 2025 tot en met 2029 verwachten we de uitgangspunten voor intensief ruimtegebruik uit het PS-kader zoveel mogelijk te verzilveren. We monitoren de voortgang van deze ambitie. Na 2030 verwachten we grotere intensiveringslagen. • We signaleren dat niet ieder terrein geschikt is voor intensivering en dat er dus een afweging noodzakelijk is per werklocatietype en per bedrijventerreinen om te bepalen in hoeverre intensivering mogelijk en gewenst is. Met dit doel beschouwen we de genoemde terreinen in tabel 11 als pilotterreinen waar de OMU en gemeenten de haalbaarheid en praktische uitvoerbaarheid verkennen. Belangrijk daarbij is dat de randvoorwaarden voor de intensivering op orde zijn, zoals de financiën en de beschikbaarheid van schuifruimte. Gezamenlijke ambitie: We streven zoveel mogelijk naar verduurzaming van (bestaande en nieuwe)
bedrijventerreinen. Afspraken: • Op bestaande bedrijventerreinen grijpen we de herstructurering van terreinen aan om de werklocaties te verduurzamen door expliciet in te zetten op klimaatadaptatie en duurzaamheid (bv. verduurzaming bedrijfspanden, inzet op energiecollectieven en dakoppervlak voor zonnepanelen) moet een rol spelen wanneer er op herstructurering wordt ingezet). • In 2021 verkennen gemeenten hoe de werklocaties stap voor stap zo duurzaam en circulair mogelijk te maken en te houden. Onderdeel van de verkenning is hoe zoveel mogelijk energie lokaal en duurzaam kan worden opgewekt, bijvoorbeeld door zonnepanelen op daken of windmolens, maar ook bijvoorbeeld door ‘restenergie’ van andere bedrijven in het gebied te hergebruiken. Met grote dakoppervlakken kunnen bedrijventerreinen energie-opwekkers zijn, belangrijk is dat de infrastructuur daar ook bij past. • Gemeenten stimuleren de samenwerking met en vooral ook tussen bedrijven. Verduurzaming begint met goed georganiseerde ondernemerscollectieven (ondernemersvereniging, industriële kring, bedrijfsinvesteringszone – BIZ, energiecollectief, ondernemersfonds, etc.). • Gemeenten stimuleren individuele bedrijventerreinen en bedrijfsruimtegebruikers om mee te gaan in de energietransitie (van het gas af, opwekken van duurzame vormen van energie, uit wind, zon, et cetera).
Welke middelen hiervoor worden ingezet zal worden onderzocht. • Gemeenten wijzen de komende 4 jaar een aantal geschikte, goed ontsloten, regionale locaties aan die concrete circulaire samenwerking direct kunnen faciliteren (nieuw en/of bestaand), waarin we het belang van circulariteit wegen ten opzichte van andere belangen (zoals
Concreet betekent dit dat we inzetten op een floor space index van 0,6, waar dat mogelijk is (ofwel: een verhouding van brutovloeroppervlak van het vastgoed en een netto kaveloppervlak van 0,6). 26 Concreet betekent dit dat we inzetten op een floor space index van 0,6, waar dat mogelijk is (ofwel: een verhouding van brutovloeroppervlak van het vastgoed en een netto kaveloppervlak van 0,6). 25
20
Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort
•
Uitgifte van bedrijventerrein
hittestress et cetera). We sluiten daarbij goed aan bij ervaringen zoals die al worden opgedaan op concrete terreinen in onze regio. Gemeenten behouden voldoende ruimte voor bestaande bedrijvigheid met een hogere milieucategorie, om zowel circulaire ontwikkeling als energietransitie mogelijk te kunnen (blijven) maken. Daarmee doelen we op het borgen van ruimte voor bedrijfsruimtegebruikers die belangrijk zijn in de circulaire ketens in de regio Amersfoort.
Toelichting: • Op een duurzame, circulaire werklocatie wordt per activiteit zo min mogelijk energie verbruikt, omdat processen zijn geoptimaliseerd en omdat het vastgoed goed is geïsoleerd. De ruimte wordt zo mogelijk multifunctioneel gebruikt. Bouwwerken worden zoveel mogelijk modulair (demontabel) en adaptief gebouwd. Restafval en emissies worden geminimaliseerd. • Lokale en duurzame opwekking van energie kan bijvoorbeeld door zonne-panelen op daken, geïntegreerd in gevels en met windmolens. Daarnaast is energiebesparing en verbinden van (rest)stromen mogelijk: bijvoorbeeld door ‘restenergie’ van andere bedrijven in het gebied te gebruiken. Met grote dakoppervlakken en geveloppervlak kunnen werklocaties energieopwekkers zijn. Belangrijk is dat de infrastructuur daar ook bij past. • Verduurzaming heeft ook te maken met inrichting van de openbare ruimte: waar mogelijk groen met verblijfskwaliteit, en voor het overige groen en klimaatadaptief. Uitgangspunt is het minimaliseren van verharding om hittestress tegen te gaan ( denk aan groen en halfverharding voor o.a. parkeerplaatsen). • Verduurzaming kan op locatieniveau strijdig kan zijn met de ambitie om bedrijventerreinen zo intensief mogelijk te benutten.
Het vergroenen van daken en parkeerplaatsen helpt om wateroverlast bij piekbuien te verminderen (hittestress, klimaatadaptie), draagt bij aan de biodiversiteit en maakt van bedrijventerreinen een comfortabelere werkomgeving. Verduurzaming van werklocaties begint met goede samenwerking van bedrijven op werklocaties. De ambities waar we op inzetten, sluiten aan bij wat in wet- en regelgeving mogelijk is. Gezamenlijke ambitie: Gemeenten streven naar het opstellen van een regionale uitgifterichtlijn:
deze richtlijn betreft geen stringente regionale regelgeving over hoe een kavel moet worden uitgegeven en bebouwd maar stimuleert dat gemeenten de schaarse bedrijventerreinen in de regio aan die bedrijven uitgeven die niet op het eigen perceel kunnen intensiveren. Afspraken: • We werken deze uitgifterichtlijn in 2021 uit met nadere criteria en leggen in 2021 een voorstel voor ter besluitvorming. Elementen die hierbij mogelijk een rol spelen zijn: 1. We geven lokaal voorrang aan lokale bedrijven. 2. We stellen aan nieuwe uitgiften eisen ten aanzien van de floor space index en terrein quotient (passend bij de activiteit). 3. We zetten zoveel mogelijk in op het concentreren van grootschalige ruimtegebruikers op een aantal regionaal (georiënteerde) bedrijventerreinen (bestaand en nieuw). 4. We vestigen grootschalige bedrijven van buiten de regio enkel binnen Regio Amersfoort wanneer het bedrijf bijdraagt aan de economisch vitaliteit. 5. We bieden – gemeentegrens overstijgend –de ruimte aan het faciliteren van de groei van lokale en regionale bedrijven. 6. We zetten zoveel mogelijk en passend binnen financiële randvoorwaarden in op een clustering van bedrijven uit eenzelfde sector zodat samenwerking en innovatie kan worden versterkt. Dit kan betrekking hebben op bestaande terreinen en op nieuwe terreinen.
• Gemeenten monitoren jaarlijks de effecten van een regionale uitgifterichtlijn. De provincie ondersteunt hierbij met de Vastgoedmonitor.
21
Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort
22
Kwantitatieve en kwalitatieve afspraken monitoren Met betrekking tot plannen in het programma kan er vanuit partijen een gesprek wenselijk zijn over de kwalitatieve/kwantitatieve invulling van de locatie, danwel het versnellen of vertragen daarvan. We gaan ook de realisatie van dit regionale programma monitoren, de uitkomsten daarvan zijn belangrijk voor een goede evaluatie en volgende actualisering van het programma. De provincie neemt het initiatief om daarvoor een voorstel te doen, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande bronnen. Zowel waar het gaat om de uitgifte van nieuw terrein, als ook waar het gaat om de belangrijke indicatoren van de bestaande terreinen zoals de floor space index en de terreinquotiënt en de duurzaamheidsprestaties. De provincie neemt deze indicatoren mee in de totstandkoming en/of doorontwikkeling van de monitor bedrijventerreinen. Naast IBIS gaat het om bijvoorbeeld BAG en PAR. Gemeenten leveren daartoe de benodigde beschikbare informatie.
VASTGOEDMONITOR De Vastgoedmonitor zoals deze gezamenlijk door de gemeenten Utrecht, Amersfoort en de provincie wordt ontwikkeld heeft betrekking op terreinen die groter zijn dan 10 ha en gaat over de volgende aspecten: • Voorraad (≥ 750 m² v.v.o.): bedrijfsruimtevoorraad over de afgelopen 5 jaar; transformatie binnen de voorraad over de afgelopen 5 jaar • Aanbod (≥ 750 m² v.v.o.): aanbod totaal in m² over de afgelopen 5 jaar; courant/incourant aanbod m² over de afgelopen 5 jaar; leegstand totaal in m² en % van de totale voorraad over de afgelopen 5 jaar • Opname (≥ 750 m² v.v.o.): opname totaal in m² over afgelopen 5 jaar Voor een bedrijventerreinenmonitor is het daarnaast praktisch dat er door gemeenten gewerkt kan worden met een pijplijn van bedrijventerreinen plannen die nog een vertrouwelijke status hebben, wanneer deze bijvoorbeeld nog niet gedeeld kunnen in de regio of met de regio-gemeenten. In de monitor kunnen deze plannen mogelijk aangegeven worden met ‘een stip op het gemeentehuis’ (naar analogie van de monitor woningbouw). Voor regiogemeenten en provincie is dan duidelijk dat gemeenten hier mee aan het werk zijn, op een manier die op dat moment nog recht doet aan de vertrouwelijke status van het plan.
Aanvullend signaleren we dat we ten behoeve van de uitvoering van de ambities uit het regionaal programmeren ook aanvullende kennisontwikkeling en -uitwisseling nodig is, naast financiële en personele middelen die specifiek op de thema’s uit het regionaal programma worden ingezet. Dit is voorwaardelijk om te komen tot het realiseren van een intensivering van het ruimtegebruik van 20 tot 30%, zoals de provincie in haar provinciale beleid heeft verankerd.
Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort
23
4 Samenwerking, besluitvorming en monitoring Dit regionale programma is een product van de Utrechtse gemeenten in de Regio Amersfoort en de provincie Utrecht gezamenlijk, op initiatief van de provincie Utrecht. De totstandkoming van dit programma is ambtelijk voorbereid, en beraadslaging en besluitvorming erover vindt plaats in de bestuurlijke overleggen van de regio met deelneming van de verantwoordelijke gedeputeerden. Zoals reeds in paragraaf 1 aangegeven is regionale programmering een cyclisch en adaptief proces: het programma zal periodiek worden geactualiseerd. Nadat er in een regionaal bestuurlijk overleg overeenstemming is over het regionale programma, zal Gedeputeerde Staten de essentie daarvan vastleggen in een provinciaal programma. Voor locaties die passen in dit provinciale programma, kunnen gemeenten op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening bestemmingsplannen vaststellen. Op basis van de ervaringen met deze eerste cyclus voor regionale programmering wordt hier een voorstel gedaan voor een werkwijze ten behoeve van het gezamenlijk sturen op en bewaken van de voortgang van het programma en ten aanzien van de toekomstige actualisaties. Dit besluitvormingsmodel is een eerste stap richting een goed werkend proces, passend bij de regio Amersfoort.
Dit betekent dat we gaandeweg leren programmeren en de werkwijze rondom besluitvorming aanpassen als het proces van regionaal programmeren hierom vraagt. Belangrijke opmerking hierbij is dat dit regionale programma moet worden gezien als een sturingsinstrument: het is als het ware een dashboard dat acties en afspraken met elkaar in verband brengt. Vanuit dit programma worden in principe geen eigen acties gestart: dit programma bouwt geen woningen noch intensiveert bedrijventerreinen, maar we maken de benodigde samenwerkingsafspraken en brengen zo goed mogelijk in kaart wat er gebeurt zodat de afspraken (kwantitatief en kwalitatief) als nodig kunnen worden bijgesteld of aangescherpt. Belangrijke uitzondering daarop is de monitoring: dit programma beoogt in kaart te brengen wat er gebeurt zodat de afspraken daarop kunnen worden aangepast. Organisatie Het zorgdragen voor en het bewaken van de voortgang van de uitvoering van dit programma wordt primair uitgevoerd door de ambtelijk overleggen wonen en economie van de regio, in aanwezigheid van een betrokken provinciemedewerker. In die overleggen wordt tevens de voortgang en actualisatie van het regionale programma wonen en werken regelmatig (ten minste 1x per kwartaal) geagendeerd.
24
Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort
Indien relevant wordt de voortgang en actualisering van het programma geagendeerd voor de bestuurlijke overleggen in de regio, met uitnodiging van de verantwoordelijke gedeputeerde(n). Daarna wordt de actualisering voor besluitvorming aan de gemeenten vrijgegeven. Als er in het regionale bestuurlijke overleg tussen gemeenten en provincie overeenstemming is over het regionale programma, wordt dit ter instemming voorgelegd aan de colleges van de zeven gemeenten. De provincie stelt het provinciale programma vast, waarin de essentie van de (drie) regionale programma's wordt opgenomen. Voor de uitvoering van het programma, zowel het kwantitatieve als het kwalitatieve deel, vindt waar relevant overleg en afstemming plaats tussen vertegenwoordigers van provincie, regio, gemeenten en andere betrokkenen. Zo zal er ten behoeve van de planvorming van de in het programma opgenomen locaties separaat contact zijn tussen provincie en de desbetreffende gemeente. Opzet monitoring De provincie neemt het initiatief om de monitoring van dit regionale programma in te richten. Dit gaat zowel over de voortgang van de woningbouw en de ontwikkeling van bedrijventerreinen (kwantitatieve deel) als de kwalitatieve afspraken.
Hierbij wordt zo veel als mogelijk gebruik gemaakt van reeds bestaande gegevens en systemen, zoals bijvoorbeeld de planmonitor Wonen, IBIS en de planmonitor Bedrijventerreinen (als onderdeel van de Vastgoedmonitor die gezamenlijk wordt ontwikkeld door gemeente Utrecht, Amersfoort en de provincie). Voorts wordt bezien welke gegevens aanvullend nodig zijn. Over deze monitoringsopzet zal uiteraard overleg plaatsvinden met de gemeenten, in de hier voornoemde gremia. Daarbij zal uiteraard ook de extra capaciteit danwel inspanning die hiervoor aan partijen gevraagd wordt onderwerp van gesprek zijn. Het voorstel zal in ieder geval gereed zijn bij de volgende actualisatie van dit regionaal programma in 2022. Aan gemeenten wordt vervolgens gevraagd om de gegevens zo volledig en tijdig mogelijk aan te leveren. Dat geldt voor de planmonitor wonen en andere bestaande systemen. Ook wordt gevraagd om voor plannen die worden ingebracht bij de regionale programmering – voor zover die gegevens nog niet zijn opgenomen in de bestaande systemen zoals de planmonitor wonen – gebruik te maken van een format. Hiervan is een eerste opzet hieronder weergegeven. Op die manier kunnen relatief eenvoudig aanvullende gegevens worden verzameld.
Kwantitatief aanbod: uitgeefbaar bedrijventerrein De regio Amersfoort beschikt (peildatum ultimo 2019) over een uitgeefbaar (plan)aanbod van circa 27 hectare (IBIS 2019). Hierbij gaat het om terstond uitgeefbaar aanbod, zowel in gemeentelijk als particulier eigendom. Tabel 7: uitgeefbaar aanbod aan bedrijventerrein Gemeente
Plannaam
Terreintype
Totaal uitgeefbaar IBIS 2019
Amersfoort
De Wieken Zuid
Functioneel – grootschalig
4,0
Waarvan nog beschikbaar januari 2021 (opgave gemeente) 3,0
Amersfoort
Vathorst
Gemengd
12,3
5,8
Amersfoort
Vinkenhoef
Functioneel-klein/middelgroot
Woudenberg
Spoorzone
Functioneel - klein/middelgroot
3,0
0
Leusden
Princenhof
Functioneel- klein/middelgroot
0,6
0,2
Bunschoten
Haarbrug Zuid
Functioneel - klein/middelgroot
1,9
0
2,5 27
De locatie Vinkenhoef is in totaal 8 hectare. 5,5 hectare is gereserveerd voor de verplaatsing van de ROVA, er resteert nog 2,5 hectare op Vinkenhoef.
27
25
Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort
Soesterberg
Richelleweg
Functioneel - klein/middelgroot
1,2
0
Eemnes
Zuidpolder
Functioneel - klein/middelgroot
0,9
0,0
Leusden
t Spieghel - deelplan de Plantage
Functioneel - klein/middelgroot
2,3
0,5
Leusden
t Spieghel - deelplan Buitenplaats
Functioneel - klein/middelgroot
0,8
0,8
27,1
12,8
Totaal regio Amersfoort Bron: IBIS 2019, inventarisatie gemeenten januari 2021
Naast dit bestaande aanbod is sprake van niet terstond aanbod, waarover deels al besluitvorming heeft plaatsgevonden en waarover deels nog besluitvorming moet plaatsvinden. Het gaat met name om 7 hectare op De Kronkels-Zuid in gemeente Bunschoten. Dit is het realisatiedeel van het regionaal programma. De regio kiest er voor om in dit eerste regionale programma werken geen andere locaties toe te voegen. Tabel 8: realisatiedeel regionaal programma
Gemeente
Locatie
Amersfoort
Vathorst Smink
Baarn
Noordschil
Bunschoten
De Kronkels-Zuid
Leusden
De Plantage
Totaal
Netto uitgeefbaar Terreintype aanbod in ha Functioneel – 1,3 klein/middelgroot Functioneel – 2,4 klein/middelgroot Functioneel – 7 klein/middelgroot Transformatie naar 1 28 bedrijventerrein 10,7 (+1) 29
Periode
2020-2030 2020-2030 2020-2030 2020-2030
Bron: Inventarisatie gemeenten Q1 2021
•
Aanvullend hebben gemeenten een ambitie aangegeven om nieuw bedrijventerrein aan te leggen. Het gaat om plannen, waarover nog nadere besluitvorming moet plaatsvinden in het kader van het regionaal programma (met de regio en met de provincie). Dit zijn de pijplijn plannen. Deze locaties zijn over het algemeen nog niet door de provincie beoordeeld en ook nog niet in regionaal verband door gemeenten onderling afgewogen. Dat maakt de onderstaande tabel indicatief. Om binnen de uitgangspunten voor het provinciaal kader te passen gaan gemeenten en provincie gezamenlijk keuzes maken over de locaties die worden toegevoegd aan het regionaal programma, passend binnen het provinciaal kader. Concreet gaat het om de volgende plannen:
Tabel 9: pijplijn regionaal programma (nog afstemming binnen regio en met provincie nodig)
Gemeente
Locatie
Amersfoort
Vathorst West
Bunschoten
De Kronkels-Zuid 2e fase
Woudenberg
Woudenberg-Zuidoost
Eemnes
Locatie A27
Netto uitgeefbaar Terreintype aanbod in ha 8,7 Gemengd Functioneel – 7 klein/middelgroot Functioneel – 8 klein/middelgroot Functioneel – 2 klein/middelgroot
Periode 2025-2035 2025-2035 2020-2030 2025-2035
Toevoeging van bedrijventerrein als gevolg van functie verandering van andere bebouwde bestemmingen wordt meegenomen in het programma, maar wordt niet meegenomen in de maximale uitbreiding van het bedrijventerreinen in het regionale programma 29 Transformatie van kantoren naar bedrijfsruimte is aantrekkelijk en gaat niet ten koste van saldo uitbreidingsbehoefte 28
26
Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort
Leusden
Nieuwe locatie: 4 ha nieuwe locatie
Totaal
4
Functioneel – klein/middelgroot
2020-2030
29,7
Bron: Inventarisatie gemeenten Q1 2021
De plannen daarvoor brengen de totale potentiële voorraad op 29,7 ha (pijplijn Regionaal Programma) +10,7 ha (realisatie Regionaal Programma) +12,8 ha uitgeefbaar aanbod. De totale bedrijventerreinen potentiële voorraad daarmee op (hard en zacht) 53,2 ha. Aanvullend gaan we in regio Amersfoort aan de slag met de kwalitatieve thema’s, zoals deze in het provinciaal kader zijn opgenomen (zie hieronder voor een nadere uitwerking). Evaluatie en actualisatie van het programma De monitoring laat zien wat er gebeurt: hierover vindt een evaluatie plaats zodat bij een volgende programma kan worden bijgestuurd. De provincie is voornemens om in de tweede helft van 2021 ook het proces van totstandkoming van de eerste ronde regionale programmering te evalueren: hierbij zullen ook de partners worden betrokken. Mede op basis van deze evaluatie willen we het vervolgproces voor de komende jaren samen verder uitlijnen, zodat van te voren helder is wat belangrijke deadlines en beslismomenten. Aan Provinciale Staten is toegezegd deze evaluatie met hen te bespreken alvorens het kader voor regionale programmering wonen en werken ter actualisering voor te leggen. Op basis van het door Provinciale Staten vastgestelde geactualiseerde kader kunnen de regionale programma’s worden geactualiseerd.
Uiteraard kan daarbij ook de eventuele besluitvorming over regionale trajecten (Ontwikkelbeeld 2030-2040) worden betrokken. Planning en tijdpad Het streven is om dit regionale programma jaarlijks te actualiseren. Gezien de verkiezingen in het voorjaar (2022: gemeenteraden, 2023: Provinciale Staten) is het voorstel om de besluitvorming over de regionale programma’s voortaan na de zomer te laten plaatsvinden. Daarmee ontstaat tevens voldoende ruimte voor een goede evaluatie van deze eerste cyclus. Het globale tijdpad voor het komende jaar is als volgt: Tabel 16: tijdpad actualiseren regionaal programma Wanneer?
Mei 2021
Begin juni – medio juli 2021 Begin september 2021 Doorlopend
September- december
Voorjaar 2022
Wat? Provincie
Wie? Provincie en gemeenten (Regionaal programma U16)
Vaststelling ontwerp provinciaal programma wonen en werken (PPWW) en bijbehorende planMER Terinzagelegging PPWW en planMER Definitieve vaststelling PPWW
GS
GS
Monitoring en bewaken voortgang uitvoering regionaal programma Evaluatie proces totstandkoming eerste programma’s Vaststelling geactualiseerd kader voor regionale
GS Bestuurlijk overleg
GS en PS (m.m.v. gemeenten en regio) PS
27
Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort
Najaar 2022
programmering wonen en werken Regionale overeenstemming geactualiseerd regionaal programma wonen en werken
Gemeenten en provincie in de bestuurlijke overleggen
Inbrengen nieuwe locaties door gemeenten Het is aan gemeenten om nieuwe locaties voor te stellen ten behoeve van de regionale programmering. Daarbij wordt aan gemeenten gevraagd om gebruik te maken van de hieronder aangegeven formats. Dit betreft nadrukkelijk een voorzet, maar geeft een beeld van de relevante (kwalitatieve) thema’s. De provincie geeft over nieuwe – niet eerder beoordeelde – (uitbreidings)locaties zo spoedig mogelijk een eerste ambtelijke opvatting. Binnenstedelijke (woningbouw)locaties kunnen zeer klein van omvang zijn. Ook kunnen deze plannen een korte doorlooptijd hebben en dus snel ontwikkeld worden, maar anderzijds kan er door een onverwachte omstandigheid ook ineens stagnatie optreden. Daarom is het van belang dat er voor de kleinere binnenstedelijke plannen flexibiliteit mogelijk is. Deze flexibiliteit ontstaat al, doordat in het provinciale programma niet alle afzonderlijke binnenstedelijke plannen worden opgenomen, maar een totaal-aantal. Slechts in uitzonderlijke gevallen, als er specifieke provinciale belangen in het geding zijn, zal een binnenstedelijk plan afzonderlijk in het provinciaal programma kunnen worden opgenomen. Met het eerste programma doen we ervaring op over de werkwijze en het detailniveau.
Op basis van de opgedane ervaringen werken we voor een volgend regionaal programma zo nodig een voorstel uit over bundeling, flexibiliteit en fasering van binnenstedelijke plannen. Het al of niet opnemen van de locaties in het deel realisatie hangt onder andere af van de passendheid van de locatie binnen de kaders. Het gaat hier zowel om het provinciale kader, als eventuele kaders die gemeenten onderling hebben afgesproken, bijvoorbeeld in het kader van het Ontwikkelbeeld 2030-2040. Locaties die bestuurlijk geaccordeerd zijn kunnen aan de programmering worden toegevoegd. Vervolgens wordt een geactualiseerd regionaal programma opgesteld (voor werkwijze, zie boven), wat wederom ter besluitvorming (‘regionale overeenstemming’) wordt voorgelegd aan het regionale ambtelijke en bestuurlijke overleg, met uitnodiging van de provincie. Indien partijen niet tot overeenstemming komen ten aanzien van bepaalde locaties worden deze (nog) niet in het programma opgenomen. Over het concept-regionale programma vindt consultatie plaats met maatschappelijke organisaties. Voor onze werklocaties gaan we op zoek naar overlegvormen tussen publieke bestuurders en ondernemersverenigingen aanvullend op de formele juridische inspraakmomenten. In deze overleggen streven we ernaar om bureaustudies die beschikbaar zijn te vertalen naar concrete acties.
28
Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort
Tabel 17: concept format Wonen (voorstel) Criterium (conform regionaal programma RA)
Omschrijving (conform regionaal programma RA)
Scores: worden ambtelijk voorbereid
Past binnen kwalitatieve behoefte sub-regio
Totale omvang programma < behoefte
Plan kan door, mits passend binnen regionale afspraken. Faseringsafspraken maken
Betaalbaarheid en beschikbaarheid
Evenwichtige ontwikkeling van rood en groen
Energieneutraal Klimaatadaptief Circulair Realiseerbaarheid: belangen Realiseerbaarheid: randvoorwaarden
Format voor te bereiden door gemeenten voor AO
Totale omvang programma > behoefte 1. 50% binnen plan, anders: 2. Gemeenten streven naar verevening binnen grenzen (als aanvullende afspraak?) 3. Beargumenteerde afwijking 50%-norm Ter compensatie van het plan wordt x aantal hectare (recreatief) groen toegevoegd in de regio (harde eis bij uitbreidingslocaties) Project is energieneutraal Project is klimaatadaptief Project is circulair Zijn er geen gemeentelijke, regionale of provinciale belangen in het geding? Zijn de randvoorwaarden voor realisatie op orde?
1.
Plan kan door, mits passend binnen regionale afspraken. 2. Bezien in totaal regionaal programma 3. Bezien in totaal regionaal programma Score: ++, +, 0, -, --
Score: ++, +, 0, -, -Score: ++, +, 0, -, -Score: ++, +, 0, -, -Score: ++, +, 0, -, --
Score: ++, +, 0, -, --
Toelichting
•