CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

L 210707 Regionaal programma wonen en werken (289939)

Informatie in de Raad 2 september 2021, gemeente BaarnBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven13.500 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

inlichtingen bij

Corine Murre

doorkiesnummer

(035) 5481652

uw kenmerk ons kenmerk

datum portefeuillehouder(s) onderwerp

284078 / 289939

Aan de raadsleden en steunfractieleden van de gemeente Baarn

7 juli 2021 Wethouder Jansma Regionaal programma wonen en werken

Geachte leden van de raad en steunfractieleden, In de Provinciale Omgevingsvisie is aangegeven dat voldoende ruimte voor wonen en werken belangrijk is. Tegelijkertijd streeft de provincie (en ook gemeenten) ook naar woningen van goede kwaliteit en efficiënt gebruik van bestaande bedrijventerreinen. Om hieraan inhoud te geven is in de Omgevingsvisie geen concreet verstedelijkingsprogramma opgenomen. Hiervoor wordt het instrument “regionaal programmeren” ingezet. De opgaven ten aanzien van woningbouw en bedrijventerreinen kunnen niet door een enkele partij alleen worden opgepakt. Samenwerking is noodzakelijk, ieder vanuit z’n eigen rol, verantwoordelijkheid en instrumentarium. In de regio Amersfoort is een dergelijk programma opgesteld en bestuurlijk vastgesteld. Opname in dit programma is noodzakelijk, omdat in de Interim Omgevingsverordening is opgenomen dat bestemmingsplannen voor nieuwe woningbouw- en bedrijventerreinontwikkeling hierbinnen moeten passen. Inhoud regionaal programma Voorafgaand aan het opstellen van het regionale programma hebben Provinciale Staten kaders meegegeven. Hierin is onder andere aangegeven hoeveel woningen en hectares bedrijventerreinen er geprogrammeerd kunnen worden, en wordt ook aandacht gevraagd voor kwalitatieve aspecten.

In het regionale programma is voor zowel wonen en werken een onderscheid gemaakt in een deel realisatie en een deel pijplijn. Het realisatiedeel betreft het eigenlijke programma; de plannen die daarin zijn opgenomen zijn openbaar. Voor het pijplijndeel worden alleen de totalen per (sub)regio opgenomen. Hierin zitten nog deels vertrouwelijke plannen en minder concrete plannen. Er is een totale kwantitatieve woningbouwopgave van 26.100 tot 31.000 woningen tussen nu en 2040 in de Regio Amersfoort. Uit het programma blijkt dat voor de eerste periode voldoende plannen in het programma zijn opgenomen om in de huishoudensgroei te voorzien. De hoeveelheid plannen boven de behoefte vanuit huishoudensgroei kan ingezet worden om het huidig woningbouwtekort in te lopen. De Woondeal helpt hierbij deze plannen sneller te realiseren. De

Stationsweg 18 Postbus 1003 3740 BA Baarn t (035) 548 16 11 e gemeente@baarn.nl I Voor ons privacybeleid zie www.baarn.nl Bank Nederlandse Gemeenten NL28BNGH0285000594. Bij beantwoording graag datum en kenmerk brief vermelden

cijfers uit het regionaal programma zijn in lijn met de cijfers uit de Woondeal. Bij de Woondeal regio Amersfoort wordt wel uitgegaan van een bredere afbakening van de regio, inclusief de Gelderse gemeenten Barneveld en Nijkerk. Vanaf 2030 zijn er nog niet genoeg plannen om te voorzien in de behoefte. Regionale strategische keuzes voor verstedelijking na 2030 zullen plaatsvinden in het traject van het Ontwikkelbeeld. Realisatiedeel Baarn Voor plannen die zijn opgenomen in het realisatiedeel wordt in regionaal verband en met de provincie via ondersteuning, monitoring en eventuele bijstelling gestuurd op realisatie. Regionale programmering is een cyclisch proces: jaarlijks vindt actualisatie plaats. Op dat moment kunnen nieuwe plannen (vanuit het deel ‘pijplijn’) aan het realisatiedeel worden toegevoegd. In het realisatiedeel van het regionaal programma wonen zijn voor Baarn 968 woningen opgenomen. Het woningbouwoverzicht voor Baarn, zoals opgenomen in de Perspectiefnota 2022-2025 is hiervoor de basis. In het realisatiedeel van het regionaal programma werken is voor Baarn het bedrijventerrein Noordschil opgenomen met 2,4 hectare netto uitgeefbaar aanbod in de periode 2020-2030. Dit sluit aan op de in september 2020 door de gemeenteraad vastgestelde Toekomstvisie Werklocaties Baarn.

Kwalitatieve opgaven Voor de kwalitatieve aspecten zijn gezamenlijke ambities en afspraken geformuleerd. Deze gaan voor wat betreft wonen over de integrale stedelijke kwaliteit, de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de woningbouw, de evenwichtige ontwikkeling van rood en groen en de verduurzaming. Voor bedrijventerreinen wordt een relatie gelegd met de verduurzaming en intensivering van het ruimtegebruik op bestaande terreinen. Vervangingsvraagstuk door transformatie Een belangrijk aandachtspunt voor onze regio is dat we signaleren dat er bovenop de uitbreidingsbehoefte ook nog sprake is van een vervangingsvraag naar bedrijventerrein, daar waar hectares bedrijventerrein aan de voorraad worden onttrokken, als gevolg van transformatie. De transformatie van bedrijventerrein naar (onder andere) wonen draagt bij aan de wenselijke uitbreiding van de woningbouw in de regio Amersfoort. Op de bedrijventerreinen zijn echter ook bedrijven gevestigd die we willen behouden omdat ze kansen geven voor groei. De provincie geeft aan dat ze niet altijd willen uit gaan van 1-op1-vervanging, omdat ook hier de mogelijkheid van intensivering moet blijven. In Baarn is de transformatie van Tolweg 2-4-6 in voorbereiding. Na de beoogde transformatie Tolweg 2-4-6 zal op de Baarnse bedrijventerreinen geen verdere transformatie naar wonen plaatsvinden.

De beoogde transformatie zal gecompenseerd worden bij de uitbreiding van de Noordschil. Intensivering van werklocaties Door de provincie wordt veel waarde gehecht aan het intensiveren van ruimtegebruik op bedrijvenlocaties. We onderschrijven dit streven als regio. Echter we zijn kritisch naar de haalbaarheid van de gestelde ambities in het kader (20-30% intensivering). Daarom is afgesproken om samen met de provincie en OMU te komen tot het uitvoeren van pilots om te leren wat er mogelijk is binnen de regio. De Noordschil in Baarn is opgenomen als pilot.

2

Verder proces Het eerste programma dat nu voorligt focust op de korte/middellange termijn. Bij volgende actualisaties zal dit verder worden aangevuld, waarbij het Ontwikkelbeeld regio Amersfoort 2030 – 2040 hiervoor de basis is. Vanwege de noodzakelijke flexibiliteit is een tussentijdse beoordeling van projecten mogelijk. Omdat de werkwijze nieuw is wordt in het najaar het proces van deze eerste cyclus te geëvalueerd en het toekomstige (cyclische) proces op basis daarvan goed uitgelijnd.

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,

drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris

M.A. Röell burgemeester

Bijlagen: bijlage 1 Regionaal programma wonen en werken bijlage 2 Overzicht woningbouwplannen

3

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort Zoals overeengekomen in het BORW/BOEZ op 20 mei 2021

Stec Groep in opdracht van Provincie Utrecht en Regio Amersfoort

Esther Geuting & Lotte Huiskens 7 juni 2021

2

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

Inhoudsopgave 1

Aanleiding en doel

3

2

Regionaal programma wonen

6

2.1 2.2

3

Regionaal programma werken 3.1 3.2

4

Kwantitatieve afspraken wonen............................................................ 6 Kwalitatieve afspraken wonen .............................................................. 8

12

Kwantitatieve opgave werken ............................................................. 12 Kwalitatieve afspraken werken ........................................................... 19

Samenwerking, besluitvorming en monitoring

23

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

3

1 Aanleiding en doel Dit eerste regionale programma wonen en werken is een gezamenlijk product van de zeven Utrechtse gemeenten in de regio Amersfoort en de provincie Utrecht. Het bevat afspraken voor de voortgang van de woningbouw en de ontwikkeling van bedrijventerreinen voor de komende jaren, zowel kwantitatief als kwalitatief. Via dit programma kunnen gemeenten en provincie, ieder vanuit z’n eigen rol en verantwoordelijkheden, samen sturen op de woningbouw- en bedrijventerreinontwikkeling. Regionaal programmeren is een cyclisch proces: dit programma zal periodiek (jaarlijks) worden geactualiseerd. Ook is sprake van een groeimodel: deze eerste cyclus is gefocust op reeds bestaande plannen en de korte (en middellange) termijn. De komende jaren kan het programma worden aangevuld, bijvoorbeeld naar aanleiding van besluitvorming in het kader van het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort 2030-2040 dat door de regio en provincie gezamenlijk wordt opgesteld. Samenwerking nodig voor aanpak van urgente maatschappelijke vraagstukken In de hele Provincie Utrecht spelen urgente vraagstukken op de woningmarkt en de markt voor bedrijventerreinen. Zo is er een grote behoefte aan extra woningen en ruimte voor bedrijfsvestigingen. De oplossing voor deze grote maatschappelijke vraagstukken kunnen niet door een enkele partij worden geboden.

Samenwerking is noodzakelijk: tussen verschillende overheden, maar ook met andere partners. Daarbij zien we een duidelijke samenhang tussen voor wonen en werken. Het gaat steeds vaker om gezamenlijke vraagstukken en ontwikkelingen. Bijvoorbeeld het realiseren van gemengde woonwerkmilieus, of juist transformaties van werklocaties naar wonen. Dergelijke ontwikkelingen, en mogelijkheden tot daadwerkelijke realisatie hiervan, dienen dan ook in samenhang te worden bekeken. Maatschappelijke vraagstukken die relevant zijn voor de programmering zijn onder andere: • Voldoende ruimte bieden voor de grote behoefte aan (extra) woningbouw, in de gewenste kwaliteiten (woonmilieus en -typen, inclusief betaalbaarheid), op passende locaties en fasering; • Versnelling van de woningbouwproductie, en voorkomen van vertraging daarvan; • Voldoende ruimte bieden voor bedrijventerreinen die nodig zijn voor de gewenste economische ontwikkeling, in de gewenste kwaliteiten, uitgaande van zorgvuldig en intensief ruimtegebruik; • Wonen-werken-bereikbaarheid in balans; • De samenhang met andere opgaven en kwaliteiten zoals groen, gezondheid, energie en klimaat (integraliteit). • Dit met oog voor de lokale vitaliteit van dorpen en steden, met balans in vraag en aanbod.

De provincie Utrecht en gemeenten in regio Amersfoort willen samen werken aan het oplossen van deze maatschappelijke vraagstukken, waarbij ieder vanuit z’n eigen rol en verantwoordelijkheden een bijdrage levert. Recentelijk heeft de provincie Utrecht daarom een nieuwe systematiek voor woon- en werklocaties geïntroduceerd in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Het doel is te komen tot een meer flexibele programmering en kortere doorlooptijd van de benodigde planologische processen. Daartoe stellen provincie en gemeenten gezamenlijk een regionaal programma voor wonen en werken op. De versnelling willen we bereiken door als gemeenten, regio en provincie samen in gesprek te blijven over de opgaven, en met het regionale programma samen te kunnen sturen op voldoende realisatie en planvoorraad. Door de gekozen systematiek kunnen nieuwe locaties ieder jaar worden opgenomen, in plaats van eenmaal per vier jaar bij de herijking van de provinciale visie en verordening. Dit binnen de door Provinciale Staten vooraf vastgestelde kaders. Dit is voor zowel marktpartijen als gemeenten praktisch en leidt tot snelheid en duidelijkheid. Verder is de programmering frequent en naar behoefte aan te scherpen, en daardoor snel en flexibel. Hierdoor kunnen partijen sneller inspelen op actualiteiten.

Ook biedt de regionale programmering een totaaloverzicht van alle plannen, met eventuele knelpunten vanuit

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

4

gemeentelijk, regionaal of provinciaal belang. Wegnemen van de knelpunten draagt ook bij aan versnelling: wat is nodig om harde (en zachte) plancapaciteit gerealiseerd te krijgen? Het in regionaal verband bezien van de programmering is belangrijk, omdat de verstedelijkingsopgave ook een regionale opgave is. De woningmarkt en de werklocatiemarkt zijn ook in regio Amersfoort hoofdzakelijk regionaal (hoge aandelen regionale verhuisstromen). Deze regionale schaal beperkt zich niet tot deze zeven gemeenten, maar omvat ook het aangrenzende Gelderse deel van de regio Amersfoort. Afstemming met het hele regio is daarom van belang. Vanuit dat perspectief is het nodig niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief te kijken naar de opgave: woningen en woon- en werklocaties van goede (omgevings)kwaliteit. Dat wil zeggen: passend bij de geprognotiseerde behoefte en bij de (financiële) wens en/of draagkracht van de toekomstige woningzoekende of bedrijf. Maar ook toekomstbestendig als het gaat om klimaatadaptief, energieneutraal en circulair bouwen. De afspraken in dit regionale programma zijn echter een aangelegenheid is van de provincie Utrecht en de Utrechtse gemeenten van de regio Amersfoort.

De Gelderse gemeenten Nijkerk en Barneveld zijn partner in de Regio Amersfoort maar maken geen bindende afspraken maken ten aanzien van dit Regionale programma Wonen en Werken van de Regio Amersfoort en de provincie Utrecht. In dit programma is er tevens aandacht voor de wens vanuit kleinere gemeenten en kernen om te bouwen voor lokale vitaliteit. Het recent vastgestelde provinciale beleid, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening die op 1 april 2021 van kracht zijn geworden biedt daar ruimte voor. Dit vergt echter wel maatwerk en zorgvuldigheid. Ook zal niet altijd alles mogelijk zijn. Waar mogelijk zoeken we samen naar maatwerkoplossingen, en kijken we meer kwalitatief naar wat we toevoegen aan wonen en werken. Regionale programmering als (toekomstbestendige) werkwijze om te komen tot voldoende plannen Regionale programmering, inclusief monitoring, evaluatie en bijsturing biedt de mogelijkheid snel in te spelen op urgente en veranderende marktomstandigheden. Het is een instrument om te kunnen sturen op voldoende plancapaciteit voor wonen en werken op regionaal niveau, en te komen tot realisatie van de gewenste typen woningen en bedrijfshuisvesting.

Deze flexibele en adaptieve werkwijze kan veel voordelen bieden voor alle partijen: gemeenten kunnen plannen die al ver genoeg zijn gevorderd in de planontwikkeling periodiek (jaarlijks) aandragen voor het programma, vervolgens vindt een gezamenlijke afweging plaats. Het uiteindelijke doel van regionaal programmeren is zorgen voor voldoende en kwalitatief goede woningen en bedrijventerrein op passende locaties, om in de groeiende behoefte hieraan te kunnen voorzien. Dit vraagt op regionaal niveau om voldoende uitvoeringsgerede plannen. De toegevoegde waarde van regionaal programmeren is dat er samenhang ontstaat tussen alle plannen, zodat inzichtelijk wordt waar en wanneer ontwikkelingen beoogd worden. Het regionaal programma maakt hierin onderscheid tussen verschillende tijdsvakken: korte, middellange en lange termijn. Deze wijze van programmeren sluit ook goed aan bij de geest van de Omgevingswet. Verschillende overheden werken, ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid en vanuit onderling vertrouwen samen aan maatschappelijke vraagstukken . Het door Gedeputeerde Staten vast te stellen provinciaal programma wonen en werken bevat de essentie van de drie regionale programma’s. Voor dit provinciale programma wordt een (verplichte) planMER opgesteld.

Alvorens GS overgaan tot definitieve vaststelling worden het programma en de planMER ter inzage gelegd en kan eenieder een zienswijze indienen. In de provinciale Interim Omgevingsverordening is bepaald, dat nieuwe bestemmingsplannen (straks: Omgevingsplannen) moeten passen in het provinciaal programma wonen en werken. Ook dit programma kan jaarlijks worden geactualiseerd.

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

5

We komen samen tot een adaptieve en flexibele werkwijze: een groeimodel Het regionale programma is niet in beton gegoten, maar juist adaptief. Er is sprake van een groeimodel dat steeds verder aangescherpt en aangevuld kan worden. Eenvoudig beginnen en stap voor stap werken aan uitbreiding van de samenwerking, wanneer dit gewenst blijkt. Met een lichte en gerichte aanpak kunnen gemeenten (en andere partijen) snel aan de slag met toevoegen van plannen en realiseren van woningen. De adaptieve werkwijze biedt de mogelijkheid om het programma goed aan te laten blijven sluiten op regionale trajecten. Zo wordt er voor de Regio Amersfoort momenteel gewerkt aan een Ontwikkelbeeld 2030-2040. Keuzes voor op langere termijn die gemaakt worden in het Ontwikkelbeeld kunnen in volgende jaren meegenomen worden in de concrete invulling van het regionale programma. Het gezamenlijke regionale programma wonen en werken wordt gemonitord, geëvalueerd en kan periodiek worden bijgesteld (bijvoorbeeld jaarlijks). Op die manier komen we samen tot voldoende met elkaar gedeelde en afgestemde plancapaciteit (kwantiteit, kwaliteit en fasering) en uitvoeringsgerede plannen. Bovendien kunnen we de voortgang monitoren en tijdig eventuele knelpunten signaleren zodat waar mogelijk barrières kunnen worden weggenomen.

De provincie zet haar instrumenten uit haar programma versnelling Woningbouw in voor het realiseren van de in het programma opgenomen plannen. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor ondersteuning vanuit het Rijk, bijvoorbeeld via de woondeal en woningbouwimpuls. Het (eerste) programma zal voor de korte termijn verder zijn uitgewerkt dan voor de langere termijn, omdat lopende trajecten de keuzes hierover nog beïnvloeden. Ambities en zoekrichtingen kunnen in een volgende versie van het regionaal programma worden opgenomen, wanneer de planvorming concreter is. Wanneer actualisering van het programma plaatsvindt, kan de invulling voor de langere termijn verder worden aangevuld en bijgesteld. BOX: REGIONAAL PROGRAMMEREN IN RELATIE TOT ONTWIKKELBEELD REGIO AMERSFOORT In de regio Amersfoort werken de (Utrechtse en Gelderse) gemeenten en de provincie Utrecht samen aan één Ontwikkelbeeld 2030-2040 met daarin een regionaal integraal visie en strategie op wonen, werken, groen, mobiliteit en energie. De inhoud van dit Ontwikkelbeeld en het regionaal programma raken elkaar (voor locaties op de langere termijn), dus afstemming is wezenlijk. Het Ontwikkelbeeld wordt nog opgesteld en zal vooral richting geven voor keuzes op de lange termijn (na 2030). Het regionaal programma is juist voor de korte termijn concreter, met ruimte om jaarlijks aangepast te worden.

Dit betekent dat het regionaal programma voor de korte termijn niet strijdig zal zijn met het Ontwikkelbeeld, en dat invulling van het regionaal programma op lange termijn gestuurd zal worden door keuzes en ambities vanuit het Ontwikkelbeeld. Uitkomsten van en besluitvorming over het Ontwikkelbeeld zal worden meegenomen in volgende versies van het regionale programma.

6

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

2 Regionaal programma wonen 2.1 Kwantitatieve afspraken wonen Kwantitatieve opgave: behoefte aan circa 15.700 tot 20.600 woningen tot 20301 In (het Utrechtse deel van) de Regio Amersfoort bestaat de komende tien jaar een additionele behoefte aan 15.700 woningen (bron: Primos 2020). In de eerste vijf jaar gaat het richtinggevend om een toename van 8.500 woningen en de vijf jaar daarna om 7.200. Deze woningbehoefte komt tot stand door de autonome huishoudensgroei de komende tien jaar. Zie onderstaande tabel 1. Op dit moment is het woningtekort al circa 4.900 woningen in Regio Amersfoort (bron: ABF). Dit betekent dat er in totaal, afhankelijk van de mate waarin het huidig tekort in de eerste tien jaar al wordt ingelopen, behoefte is aan 15.700 tot 20.600 woningen tussen nu en 2030.Tussen 2030 en 2040 bestaat daarnaast nog een behoefte aan 10.400 woningen. Dit resulteert in een totale kwantitatieve opgave van 26.100 tot 31.000 woningen tussen nu en 2040 in de Regio Amersfoort. Deze bandbreedtes uit het provinciale kader zijn leidend voor de omvang van de regionale programma’s. Deze omvang van de regionale plancapaciteit dient zich in totaliteit tussen de aangegeven bandbreedtes te bevinden. De ‘schotten’ tussen de verschillende tijdvakken zijn richtinggevend, maar niet absoluut. Mits goed gemotiveerd is hier enige flexibiliteit in mogelijk.

Tabel 1: Bandbreedte woningbouw tot 2040 uit provinciaal kader voor regionale programmering wonen en werken Opgave inlopen woningtekort 2020 U16 Regio Amersfoort Regio Foodvalley Provincie totaal

26.400 4.900 1.200 32.500

Toename woningbehoefte 2020 t/m 2025 t/m Subtotaal 2020 2024 2029 t/m 2029 30.200 29.100 59.300 8.500 7.200 15.700 2.300 2.400 4.700 41.000 38.700 79.700

2030 t/m 2039 39.900 10.400 3.200 53.500

Totaal 2020 t/m 2039 99.200 – 125.600 26.100 – 31.000 7.900 – 9.100 133.200 – 165.700

Bron: Provinciaal Kader

Aanbod regio Amersfoort: regionaal programma met realisatie en pijplijn Het regionaal programma bestaat uit twee categorieën met plannen: de realisatie en de pijplijn. Het vertrekpunt voor de samenstelling van het kwantitatief programma is de provinciale planmonitor. Hierin voeren gemeenten concrete plannen op voor korte en middellange termijn, maar ook ambities en zoeklocaties voor de langere termijn. De meer uitvoeringsgerede plannen (concreet en openbaar) worden ingebracht in het ‘realisatie’ deel van het regionaal programma. Dit deel van de plannen is het eigenlijke ‘regionale programma’: hiervoor is de realiseerbaarheid in het aangegeven tijdvak het uitgangspunt, het gaat immers niet alleen om meer plannen maar ook daadwerkelijk toevoegen van woningen. De minder concrete plannen voor de langere termijn, als ook gemeentelijke ambities, zoekrichtingen en/of nu nog vertrouwelijke plannen, zijn opgenomen in de categorie ‘pijplijn’. Het totaal aantal woningen in zowel realisatie als pijplijn van het

Waarbij 20.600 de maximale behoefte is wanneer het tekort voor tot 2030 helemaal ingelopen wordt. BZK gaat uit van het inlopen van het woningtekort (tot 2%) tot 2035.

1

7

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

regionaal programma is opgenomen in onderstaande tabel 2. Dit om in beeld te brengen dat er, aanvullend op de locaties/plannen in de realisatietabel, nog een ruime hoeveelheid aan plannen is. Periodiek (jaarlijks) kunnen gemeenten plannen inbrengen in het regionaal programma , waarbij nieuwe plannen aan het regionaal programma toegevoegd (kunnen) worden (zowel voor de pijplijn als het ‘realisatie’ deel). We benutten de - door gemeenten ingevulde – planmonitor wonen als basis. Uitgangspunt hierbij is dat het ‘realisatie’ deel van het regionaal programma openbaar wordt en de ‘pijplijn’ niet. Plannen die (om welke reden dan ook) vertrouwelijk 2 dienen te blijven, staan daarom altijd in de pijplijn. Wanneer deze openbaar gemaakt mogen worden, kunnen deze opgevoerd worden in het ‘realisatie’ deel van het regionaal programma. Onderstaande tabel 2 geeft inzicht in de omvang van het regionaal programma, met daarbij onderscheid in de realisatie en de pijplijn. Het realisatie deel van het programma bestaat uit openbare plannen die al voldoende concreet zijn om tot uitvoering te komen.

Het gaat dan onder andere om: • Harde binnenstedelijke locaties en alle harde uitbreidingsplannen (locaties buiten stedelijk gebied); • Zachte binnenstedelijke locaties, voor zover die op openbaar zijn (tot 2030, na 2030 in pijplijn); • Daarnaast zijn door gemeenten specifieke locaties toegevoegd aan het regionaal programma 3 De pijplijn van het programma bestaat uit overige plannen, die minder concreet zijn en/of nog vertrouwelijk dienen te blijven. Het aagt onder andere om 4: • Zachte vertrouwelijke binnenstedelijke plannen; • Zachte openbare uitbreidingsplannen; • Zachte vertrouwelijke uitbreidingsplannen. Tabel 2 laat zien dat er voor de regio Amersfoort voor de eerste vijf jaar voldoende plannen in het programma zijn opgenomen om in de huishoudensgroei te voorzien. De transformatie van bedrijventerrein naar (onder andere) wonen draagt bij aan de wenselijke uitbreiding van de woningbouw in de regio Amersfoort. De hoeveelheid plannen boven de behoefte vanuit huishoudensgroei kan ingezet worden om het huidig tekort in te lopen. Vanaf 2030 zijn er nog niet genoeg plannen om te voorzien in de behoefte. Regionale strategische keuzes voor verstedelijking na 2030 zullen plaatsvinden in het traject van het Ontwikkelbeeld. Tabel 2: Overzicht van behoefte, regionaal programma (realisatie en pijplijn) voor de regio Amersfoort Periode

Behoefte in provinciaal kader

Tot en met 2024 2025 tot en met 2029 Vanaf 2030 Totaal

8.500 (excl. inlopen tekort) 7.200 (excl. inlopen tekort) 10.400 (excl. inlopen tekort) 26.100 tot 31.000 (incl. inlopen tekort)

Realisatie (categorie 1) 12.536 4.598 725 17.859

Pijplijn (categorie 2) 1.854 3.913 2.638 8.404

Totaal programma (realisatie en pijplijn) 14.389 8.511 3.363 26.263

Bron: behoefte op basis van provinciaal Kader regionale programmering wonen en werken, realisatie en pijplijn op basis van Provinciale Planmonitor en controles gemeenten.

De bij dit regionaal programma behorende bijlage 1 bevat een overzicht van de afzonderlijke plannen per gemeente die zijn opgenomen in het realisatiedeel. Hierbij past een belangrijke nuancering. Voor binnenstedelijke plannen is flexibiliteit mogelijk. In de loop van het jaar kunnen zich kansen voordoen, in de vorm van nieuwe (kleinschalige) plannen en locaties. Daartegenover kunnen zich ook knelpunten voordoen, waardoor in het programma opgenomen

Plannen kunnen vertrouwelijk zijn omdat ze nog niet lokaal (politiek en/of maatschappelijk) zijn besproken, of in verband met grondposities of -aankopen. Daarnaast zijn nog niet alle plannen al concreet: het gaat mede om ambities en zoekrichtingen. 3 De provincie geeft nog een opvatting over nieuwe uitleglocaties die nog niet verankerd zijn in provinciaal beleid, waarbij mogelijke aandachtspunten voor realisatie worden meegegeven. 4 De provincie geeft nog een opvatting over nieuwe kleinschalige transformatielocaties (conform eisen functieverandering vrijkomende agrarische bebouwing of kleine bebouwingsconcentraties). 2

8

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

binnenstedelijke locaties stagneren. Het blijft mogelijk hier op in te spelen: voortgang van de woningbouw is immers het doel. Bij de volgende actualisatie passen we de programmering hier op aan. Tabel 3: Overzicht van realisatie en pijplijn voor de regio Amersfoort, uitsplitsing naar gemeente Periode

2020 tot en met 2024 BinnenUitleg Totaal stedelijk

2025 tot en met 2029 BinnenUitleg Totaal stedelijk

Vanaf 2030 BinnenUitleg stedelijk

Totaal Totaal

Realisatie (aantallen per gemeente) Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Leusden Soest Woudenberg RA totaal

8.381 396 938 295 689 1.204

0 72 0 0 0 0

8.381 468 938 295 689 1.204

2.972 500 406 0 40 75

0 0 0 0 0 0

2.972 500 406 0 40 75

0 0 717 0 0 0

0 0 0 0 0 0

0 0 717 0 0 0

11.353 968 2.061 295 729 1.279

561 12.464

0 72

561 12.536

605 4.598

0 0

605 4.598

8 725

0 0

8 725

1.174 17.859

570

1.854

929

2.984

3.913

822

1.816

2.638

8.404

3.363

26.263

Pijplijn (totaal per regio) RA total

1.284

Totaal regionaal programma (realisatie en pijplijn) RA totaal

14.389

8.511

Bron: Provinciale Planmonitor en controles gemeenten, bewerking Stec Groep

2.2 Kwalitatieve afspraken wonen Hieronder benoemen we een aantal gezamenlijke ambities en afspraken, op basis van de in het Provinciaal Kader voor regionale programmering genoemde kwalitatieve thema’s. Tabel 4: kwalitatieve ambities en afspraken voor wonen Thema

Uitgangspunten

Integrale stedelijke kwaliteit

Gezamenlijke ambitie: We streven naar een goede stedelijke kwaliteit: vitale en levendige kernen

en wijken. Dit betekent dat: • • • •

•

we primair inzetten op binnenstedelijke ontwikkeling, ontwikkeling bij knooppuntlocaties en op efficiënt ruimtegebruik; we streven naar functiemenging, passend bij de lokale situatie en woonmilieus; we aandacht hebben voor een gezonde inrichting van de openbare ruimte in het stedelijk gebied met voldoende groen en water, we zorg dragen voor een goede bereikbaarheid die past bij de aard en functie van de ontwikkeling en we bezien wonen, werken en bereikbaarheid in samenhang en als onderdeel van de integrale opgave van de regio. we aandacht hebben voor energieneutraliteit, klimaatadaptatie en circulariteit.

Afspraken: • Verdere verkenning van (locatie)keuzes en afwegingen voor na 2030 zullen via het Ontwikkelbeeld 2030-2040 plaatsvinden. Hierna kan aanscherping/aanvulling van de gezamenlijke ambitie plaatsvinden. • We zetten ons maximaal in om bij te dragen aan de in dit regionaal programma genoemde ambities. Een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving is immers in ieders belang. Wij beseffen dat we onze ambities niet allemaal van vandaag op morgen kunnen bereiken en dat verschillende ambities elkaar in de weg kunnen zitten (bijvoorbeeld ruimtelijk of financieel). Niet in alle plannen kunnen alle ambities voor 100% worden gerealiseerd. Onze inzet is dat de totale kwaliteit van de uitvoering van dit programma ten minste ‘voldoende’ maar bij voorkeur ‘goed’ moet zijn. • We ontwikkelen het komend jaar (dat wil zeggen: voor de beoogde actualisatie van dit regionaal programma in 2022) een gezamenlijk monitoringssysteem om voorgaand punt te kunnen volgen. Zie hiervoor ook hoofdstuk 4.

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

Betaalbaarheid en beschikbaarheid

Toelichting: • Onder ‘levendige en vitale wijken en kernen’ verstaan we wijken en kernen waar het prettig wonen, werken en verblijven is. Daarvoor is geen waterdichte definitie te geven, maar elementen die daarbij van belang zijn, zijn het woningaanbod, functiemenging, de aanwezigheid van voorzieningen en groen. • Functiemenging resulteert in stads- en dorpscentra vaker in multifunctionele woon-werkmilieus, daarbuiten zal functiemenging op een ander niveau zijn. Bedrijfsmatige functies moeten passend zijn binnen een woonwijk en niet ten koste gaan van de leefbaarheid van woonwijken en centra. Milieucategorie 1 en 2 zijn in de basis geschikt voor mengen. • Eenmalige kleinschalige uitbreidingen tot 50 woningen per kern worden rechtstreeks mogelijk gemaakt via de provinciale Interim Omgevingsverordening. Deze kleinschalige uitbreidingen worden wel opgenomen in het regionale programma, zodat dit een zo compleet mogelijk beeld bevat. Veel kernen hebben naar aard en omvang behoefte aan een grotere uitbreiding. Deze uitbreidingen worden in dit regionaal programma afgewogen, waarbij het lokale belang, maar ook de provinciale belangen in de afweging worden betrokken. Gezamenlijke ambitie: Gemeenten en provincie spreken de intentie uit dat op regionaal niveau 50% van

de toe te voegen woningen behoort tot het goedkope of middeldure segment. Gezien de opgave om zorg te dragen voor een passend woningaanbod voor iedereen streven we ernaar dat zoveel mogelijk woningen gebouwd worden die een eind onder de bovengrens van middelduur zitten, zodat een grotere doelgroep bereikt wordt. Afspraken: • Partijen spannen zich in voor het realiseren van deze ambitie door aanpassing van plannen waar nodig en mogelijk. Daarbij realiseren we ons dat dit beperkt te beïnvloeden is voor (harde) plannen tot en met 2024, maar naar de toekomst toe brengen we in beeld hoe dit percentage zich ontwikkelt, en zetten we ons in om de plannen waar mogelijk aan deze ambitie aan te passen. • We bezien de 50% op programmaniveau en naar periode, niet op planniveau of per jaar. Daarbij streven gemeenten waar mogelijk naar verevening binnen eigen grenzen (voor lopende en nieuwe plannen). • We verkennen welke gezamenlijke prijsgrenzen die we hanteren voor het goedkope en middeldure segment in relatie tot bijpassende inkomensgrenzen. Hierbij nemen we de grenzen uit het provinciaal kader in acht. We beseffen dat we bij deze opgave ook afhankelijk zijn van afspraken die door andere partijen worden gemaakt (zoals woningcorporaties). • We gaan in 2021/2022 na hoe we een meer compleet beeld kunnen verkrijgen over de prijssegmenten van de bekende plancapaciteit.

In het volgende regionale programma verankeren we deze systematiek. Toelichting: • Prijsgrenzen vanuit gemeentelijk beleid liggen gemiddeld genomen lager dan in provinciaal kader. We hanteren daarom de grenzen uit het provinciaal kader als maximale prijzen, maar houden lokaal (indien gewenst) lagere grenzen aan.

Evenwichtige ontwikkeling van rood en groen

Gezamenlijke ambitie: We streven naar een evenwichtige groenontwikkeling, om een gezonde leefomgeving te (blijven) bieden aan onze inwoners. Dit betekent dat er voldoende (recreatief) groen in onze regio beschikbaar moet zijn, zowel in omvang als kwaliteit. Recreatief groen, in zowel de woonomgeving als daarbuiten, op bereikbare afstand is randvoorwaardelijk en vraagt investeringen. De opgave verschilt per locatie en gemeente. Afspraken: • In het programma ‘Groen groeit mee’ wordt de regionale groenopgave in beeld gebracht zowel kwantitatief (in hectares) als financieel en in het Ontwikkelbeeld 2030-2040 verkennen we de regionale groeiopgave (inclusief groen). Op basis van deze ruimteclaim en financiële opgave wordt een relatie gelegd met dit programma. Op basis daarvan maken we hierover aanvullende afspraken. Toelichting: • In het programma ‘Groen groeit mee’ wordt allereerst door provincie, regio’s, waterschappen en terrein beherende organisaties de regionale groenopgave in beeld gebracht. Op basis daarvan kan dan een relatie worden gelegd met dit regionale programma En wordt door provincie en gemeenten gezamenlijk verkend waar de regionale groenopgave kan landen.

9

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

•

Energieneutrale nieuwbouw, klimaatadaptatie en circulariteit

10

In de provinciale Interim Omgevingsverordening is voor uitbreidingslocaties opgenomen: ‘de woningbouw wordt in samenhang ontwikkeld met lokale en regionale groenontwikkeling waarbij de omvang van de woningbouw in evenwichtige verhouding staat tot de hoeveelheid te ontwikkelen natuur en recreatie; en de realisatie van natuur en recreatie en de duurzame instandhouding daarvan is verzekerd.’ (art. 9.13)

Gezamenlijke ambitie: We stimuleren energieneutrale nieuwbouw en klimaatadaptief en circulair

bouwen, en gaan hierover in gesprek met initiatiefnemers en partijen in de bouwketen. We koppelen de uitwerking van deze ambitie (op de langere termijn) aan het Ontwikkelbeeld. Afspraken: •

• •

In 2021 verkennen we de nadere uitwerking van deze ambities, ook in relatie tot het Ontwikkelbeeld. Gemeenten en provincie spannen zich in om de gezamenlijke ambities het komend jaar te borgen via het convenant duurzaam bouwen. In dat kader worden onder andere afspraken gemaakt over gezamenlijke definities, indicatoren en ambitieniveau en kennisuitwisseling. De provincie stelt een (meer)jaarplan op met activiteiten, dat gemeenten in staat stelt om de beschreven ambitie op het gebied van energieneutraliteit ook daadwerkelijk te realiseren. Via de werkregio’s klimaatadaptatie geven regionale overheden (gemeenten, waterschappen en provincie) samen met de partners uitvoering aan klimaatadaptatie strategieën, waaronder maken van afspraken voor klimaatadaptief bouwen en het opnemen in omgevingsvisies en -plannen.

Toelichting: •

•

•

Het convenant duurzaam bouwen is een initiatief van EBU, waarbij momenteel een aantal gemeenten en een enkele marktpartij betrokken zijn. Bedoeling daarvan is gezamenlijke ambities en acties af te spreken op het gebied van duurzaam bouwen in brede zin (incl. energieneutraliteit, circulair bouwen en klimaatadaptief bouwen). Gestreefd wordt naar ondertekening deze zomer. De provincie heeft afgelopen jaar bij Utrechtse gemeenten verkend wat haalbaar is ten aanzien van bovenwettelijke normen voor energiezuinig bouwen. Energieneutrale nieuwbouw lijkt haalbaar; de meeste gemeenten vinden een gemeenschappelijke ambitie wenselijk. Ze willen dit bestuurlijk geborgd hebben (bijvoorbeeld via het Convenant Duurzaam Bouwen) en hebben behoefte aan beleid(skaders) hierover. Daarnaast is er behoefte aan een leidraad voor gesprekken met ontwikkelaars, kennisdeling en gebruik te maken van de goede voorbeelden in de provincie. De invulling en aanscherping van de ambities op het vlak van energieneutrale nieuwbouw, klimaatadaptatie en circulariteit is daarnaast mede afhankelijk van Rijksbeleid, en de normen en financieringsmogelijkheden die op dit thema ontstaan.

Monitoren van prijssegmenten: circa 36% van het programma goedkoop of middelduur Een van de kwalitatieve ambities voor woningbouw is om op regionaal niveau te streven naar een programma waarin 50% van de toe te voegen woningen behoort tot het goedkope of middeldure segment. Een eerste analyse van het huidige programma (op basis van de informatie zoals opgenomen in de planmonitor) laat zien dat circa 36% van het realisatie deel van het programma nu in dit segment valt, zie onderstaande tabel. Dit betekent niet dat een groot deel van het programma duur zal zijn: voor circa 44% van de woningen is het prijssegment nog onbekend . Dit betekent niet altijd dat de prijssegmenten voor deze plannen echt niet bekend zijn, maar dat deze gegevens ontbreken in de planmonitor. We spannen ons in om in het vervolg de planmonitor ook op dit onderdeel zo volledig mogelijk in te vullen, voor een goede programmering is deze informatie immers essentieel. Als we uitsluitend kijken naar het deel van de plannen waar het prijssegment wèl bekend is, valt in totaal 64% onder de segmenten goedkoop en middelduur.

11

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

Tabel 5: Aandeel woningen naar prijssegment in tabel realisatie (categorie 1) voor regio Amersfoort Periode

Goedkoop/middelduur

Duur

Prijssegment onbekend

Totaal

Tot en met 2024

40%

24%

36%

100%

2025 tot en met 2029

31%

11%

58%

100%

Vanaf 2030

0%

3%

97%

100%

Totaal

36%

20%

44%

100%

Bron: aandelen programma op basis van Provinciale Planmonitor en controles gemeenten. Huur en koop opgeteld. Verdeling naar segmenten kan nog wijzigingen, omdat planvorming nog niet voor alle plannen afgerond is.

GEHANTEERDE DEFINITIES VAN PRIJSKLASSEN (CONFORM HET PROVINCIAAL KADER VOOR REGIONALE PROGRAMMERING WONEN EN WERKEN Goedkope huur: tot de liberalisatiegrens (‘huur 1’ en ‘huur 2’ in de planmonitor) Middeldure huur: tot circa € 1.000 (‘huur 3’ in de planmonitor) Dure huur: vanaf € 1.000 (‘huur 4’ in de planmonitor) Goedkope koop: tot circa € 200.000 (‘koop 1’ in de planmonitor) Middeldure koop: Nationale Hypotheek Garantie grens 2020 € 310.000 (‘koop 2’ in de planmonitor) Dure koop: Vanaf NHG-grens 2020 € 310.000 (‘koop 3’ en ‘koop 4’ in de planmonitor)

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

12

3 Regionaal programma werken 3.1 Kwantitatieve opgave werken Wonen en groen zijn belangrijk, maar groei van inwoners vraagt ook om extra ruimte voor werken. ‘Werken’ vindt plaats in diverse werkmilieus (bijvoorbeeld in of vanuit huis, in stedelijke centra, in kantoren etc.). In dit programma beperken we ons vooralsnog tot de specifieke bedrijventerreinen. Separaat kunnen provincie en regio Amersfoort passend binnen de kaders van het PIP na vaststelling van dit eerste regionale programma afspraken maken over kantoren. Zo’n 30% van de werkgelegenheid is gevestigd op bedrijventerreinen in deze regio. De regio Amersfoort is een regio die naast werken ook veel waarde hecht aan wonen en natuur. Het zoeken naar evenwicht op deze thema`s is een belangrijk vraagstuk. Alle gemeenten in de regio Amersfoort hebben bedrijventerreinen die in ieder geval voorzien in een lokale behoefte. Daarnaast zijn er enkele terreinen die voorzien in behoefte van bedrijven met een meer (boven) regionaal karakter. De regio wil beide soorten bedrijven faciliteren. Voor bedrijventerreinen geldt dat de regio ernaar streeft de ruimtevraag van de reeds gevestigde bestaande bedrijvigheid en van nieuwe bedrijven zo goed mogelijk te faciliteren.

Daarbij ligt de focus op het faciliteren van bestaande mkb-bedrijven en bij nieuwe (op te starten) bedrijven die deel uitmaken van economische sectoren en typen die bijdragen aan de ambities van de regio. Hierbij kan op bedrijventerreinen worden gedacht aan de sectoren Agrofood, IT, Health en de maakindustrie 5. Regio Amersfoort zet in op de volgende doelstelling met haar werklocaties: • Het opvangen van de lokale groei- en verplaatsingsdynamiek van ondernemers en daarmee het regionale, krachtige MKB vitaal te houden en een toekomstperspectief te bieden. • Het bieden van voldoende ruimte voor nieuwe vestigers. Het zorgen voor een evenwichtige regio, waarin wonen en werken meer in balans zijn en met aanbod van werkgelegenheid in zowel het lage, middel als het hoger opgeleide segment. • Aanbod van een divers palet aan sectoren: dit biedt een robuuste en vitale economie met een vestigingsklimaat dat conjunctuurbestendig(er) en adaptief is. Kwantitatief overzicht plannen: omvang regionaal programma werken De uitbreidingsvraag naar bedrijventerreinen in de regio Amersfoort bedraagt circa 84 hectare netto tot en met 2030 (bron: Prognose bedrijventerreinen provincie Utrecht, 2019). Hierbij is het WLO Hoog scenario voor de werkgelegenheid als uitgangspunt gehanteerd. Voor de periode 2030-2040 gaat om aanvullend 35 hectare uitbreidingsvraag 6.

In Het Kader voor regionale programmering wonen en werken (PS 30-9-2020) hebben Provinciale Staten de ambities en uitgangspunten die ze willen meegeven aan het gezamenlijk proces van regionaal programmeren verwoord. In dit Kader geeft de provincie Utrecht mee dat een deel van de vraag niet zal worden geaccommodeerd. Dit sluit aan bij de provinciale ambitie van zorgvuldig ruimtegebruik, aansluitend bij de grote druk op de ruimte binnen de provincie en de regio Amersfoort voor allerlei functies. Het beschikbaar aanbod dat binnen het provinciaal Kader past bedraagt 50 hectare (behoefte Daarnaast zet de regio in op vestiging van nieuwe kantoren, op kantoorlocaties. Het regionale programma heeft echter alleen betrekking op bedrijventerreinen. 6 Deze raming wijkt af van de raming die BCI heeft gemaakt op het vlak van de inschatting van de vervangingsvraag en hoe deze mee te nemen in bedrijventerreinenprognose. 5

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

13

minus ambitie ruimtewinst door intensivering en minus reservering), zie tabel 6. In deze tabel staan de uitgangspunten uit het provinciaal kader voor regionaal programmeren benoemd zoals deze is vastgesteld in september 2020. Tabel 6: kwantitatieve uitgangspunten uit het PS kader Behoefte (WLO hoog) Waarvan: • Ruimtewinst door intensivering bestaand terrein • Reservering: niet accomoderen • Nieuw bedrijventerrein Beschikbaar aanbod Nog max te accommoderen nieuw terrein Restcapaciteit Bandbreedte nieuw terrein Bron: PS Kader, bewerking Stec Groep

Regio Amersfoort tot en met 2030 7 84 ha 17-25 ha 9-17 ha 50 ha 28 ha 22 ha 7 ha 8 7-22 ha

Regio Amersfoort en provincie zijn het eens dat we gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor zorgvuldig ruimtegebruik en onderschrijven de ambitie voor het intensiveren. We gaan gezamenlijk met pilots kijken welke mogelijkheden in deze regio zijn voor intensivering en welke ruimtewinst we daarmee kunnen realiseren (Tabel 11). Naast uitbreidingsvraag kan er extra ruimtevraag ontstaan ten behoeve van vervanging als gevolg van transformatie (het onttrekken van een deel van de huidige bedrijventerreinenvoorraad), zie tabel 10. Stap voor stap samen aan de slag met een regionaal programma werken We onderstrepen het belang van de kwantitatieve en kwalitatieve thema’s uit het provinciaalkader 9 in regio Amersfoort. Gemeenten signaleren echter ook dat ze op dit moment nog niet op alle thema’s concrete afspraken kunnen maken, en dat in gezamenlijkheid ook na vaststelling van dit eerste programma doorgewerkt moet worden aan de uitwerking van concrete afspraken op een deel van deze thema’s. Een deel van deze afspraken wordt in het volgende programma werken concreet gemaakt, en heeft daarom in dit eerste programma een procesmatig karakter.

Zo is er meer tijd om te komen tot uitwerking van randvoorwaarden en financiële middelen die nodig zijn om de kwalitatieve ambities te realiseren, bijvoorbeeld op het vlak van de intensivering van het ruimtegebruik en de manier waarop de intensivering tot stand kan komen, samenhangend met de ontwikkeling van nieuwe terreinen en schuifruimte op de juiste plekken binnen de regio. We realiseren ons dat om te kunnen intensiveren er ook sprake moet zijn van voldoende schuifruimte, en dat de uiteindelijke omvang van de te realiseren ruimtewinst nauw samenhangt met de beschikbaarheid van expertise en financiële middelen. Ook in die zin is het regionale programma een groeimodel, waarin we inzetten op het realiseren van de kwantitatieve en kwalitatieve ambities uit het provinciaal kader en dat we stap voor stap in de praktijk monitoren hoe ver we daar mee komen, en wat daar verder nog voor nodig is. Daar kan ook bij horen dat we gaandeweg deze ambities moeten bijstellen, als blijkt dat er redenen zijn waarom de ingezette ambitie in de praktijk niet tot stand komt.

De provinciale bedrijventerreinenprognose (2018) raamt de uitbreidingsvraag tot en met 2030. Tabellen 13 en 14 geven een confrontatie voor de periodes tot en met 2024, 2025 tot en met 2029 en 2030 tot en met 2039. 8 Aanvullend heeft de provincie al eerder medewerking verleend aan de ontwikkeling van Vinkenhoef/ De Wieken-Noord. Het gaat om 8 ha. 9 https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/202011/Kader%20voor%20regionale%20programmering%20wonen%20en%20werken.pdf 7

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

14

INTENSIVEREN EN SCHUIFRUIMTE Om de intensiveringspotentie te verzilveren is ook schuifruimte nodig. In principe zit deze schuifruimte in de bedrijventerreinenprognose verwerkt. Deze gaat namelijk uit van een frictieleegstand van 5%. De frictieleegstand is bedoeld om normale verhuisbewegingen in de bedrijfsruimtemarkt mogelijk te maken. Op het moment is de leegstand in bedrijfsruimtekavels lager dan de frictieleegstand. Dat betekent dat bedrijven in geval van uitplaatsing en op nieuw beginnen weinig keuze hebben in hoe en waar men zich kan vestigen. Dit maakt het extra belangrijk om in de omgeving van te intensiveren terreinen ook enige uitbreidingsruimte te hebben zodat men op de nieuwe locatie intensiever kan bouwen en dat tegelijkertijd op het achterliggende perceel ook weer intensief gebouwd moet gaan worden. Zo slaan we als regio twee vliegen in één klap. Een dergelijke samenhang tussen bestaande en nieuwe bedrijventerreinen zal aandacht krijgen bij het uitwerken van een gezamenlijke uitgifterichtlijn. Een belangrijk aandachtspunt voor onze regio is dat we signaleren dat er bovenop de uitbreidingsbehoefte ook nog sprake is van een vervangingsvraag naar bedrijventerrein, daar waar hectares bedrijventerrein aan de voorraad worden onttrokken, als gevolg van transformatie.

De transformatie van bedrijventerrein naar (onder andere) wonen draagt bij aan de wenselijke uitbreiding van de woningbouw in de regio Amersfoort. De precieze omvang van de vervangingsvraag is een onderwerp waar we nadere uitwerking aan geven, en die we meenemen in een volgend – geactualiseerd regionaal programma. In de regio Amersfoort zijn meerdere initiatieven voor transformatie van (delen) van bedrijventerreinen. De status van deze plannen varieert van ideefase tot initiatieffase. Daarnaast is in Woudenberg recent getransformeerd, hetgeen heeft geleid tot een vervangingsvraag van 3 hectare. Wat betreft het ruimteverlies voor bedrijven door transformatie van werklocaties, zien provincie en regio dat dit leidt tot een vervangingsvraag. We moeten scherp monitoren wat voor effect transformatie heeft op een mogelijke vervangingsvraag. Gemeenten streven ernaar om de vervangingsvraag zoveel mogelijk te beperken, bijvoorbeeld door waar dat mogelijk is bij transformatie zo veel mogelijk werkgelegenheid te behouden . Daarbij spelen elementen als exact verloren ruimte voor bedrijven, verlies/behoud van werkgelegenheid en het zorgvuldig ruimtegebruik op bestaande/ getransformeerde/nieuwe locatie een belangrijke rol. Het is dus niet vanzelfsprekend dat verloren ruimte voor bedrijven (door transformatie) leidt tot een vervangingsvraag van 1 op 1.

De manier en in welke mate deze vervangingsvraag wordt meegenomen in de volgende cyclus van regionaal programma, is afhankelijk van de evaluatie van het proces van regionaal programmeren en de aanpassing van het Kader voor Regionaal Programmeren. We werken in dit eerste programma met een kengetal om de mogelijke vervangingsvraag in beeld te brengen. De daadwerkelijke vervangingsvraag die voortkomt uit transformatie monitoren we jaarlijks en nemen we mee in de toekomstige bedrijventerreinenbehoefte 10. Bij de actualisatie van het provinciaal kader zal deze vervangingsvraag worden betrokken.

Uit recent onderzoek van BCI (2020) voor de regio Amersfoort wordt ingeschat dat de vervangingsvraag circa 52 hectare kan bedragen . Een vuistregel uit de praktijk laat zien dat er bedrijfsruimtegebruikers na verplaatsing gemiddeld 20% minder ruimte in beslag nemen dan daarvoor. Er is echter sprake van een grote variatie in het ruimtegebruik, van zelfs meer ruimte na verhuizing tot aan fors minder ruimtegebruik naar verhuizing (bandbreedte: -60% tot + 40% ruimtegebruik.

10

15

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

Tabel 10: bedrijventerreinen met mogelijke vervangingsvraag voortkomend uit transformatie Gemeente

Locatie

Transformatie van bestaande bedrijventerreinen in ha

Eemnes Amersfoort Amersfoort Baarn Bunschoten Leusden

Ocrietterrein Kop van de Isselt ROVA-terrein Drie Eiken Zuidwenk De Plantage

Soest

Soesterberg Noord Nijverheidsweg Transformatie divers

3,9 0-18 12 5,5 0,5 2 1 (huidig gebruik kantoren) 9

Woudenberg

3 3

Totaal 27,9-45,9 Bron: opgave door gemeenten, bewerking Stec Groep 2021

Indicatieve omvang van de vervangingsvraag op basis van kengetallen 11 in ha 3,1 0-14,4 4,4 PM 1,6 0

Terreintype

Periode

Functioneel – grootschalig Grootstedelijke werklocatie

2020-2030 2020-2030

Functioneel – klein/middelgroot Functioneel – klein/middelgroot Functioneel – klein/middelgroot

2020-2030 2020-2030 2020-2030

7,2

Functioneel – klein/middelgroot

2020-2030

2,4 3

Functioneel – klein/middelgroot Functioneel

2020-2030 2020

22,1-36,5

Belangrijk is om zoveel mogelijk behoefte aan bedrijventerrein te faciliteren op de bestaande terreinen door middel van intensivering van bestaande terreinen. In het provinciaal kader staat een streefwaarde van 20 tot 30% ruimtewinst op de uitbreidingsbehoefte. Gemeenten en provincie delen de ambitie ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik en de intensiveringsprocessen die daarbij nodig zijn. Het is noodzakelijk om doorlopend vraag en aanbod van bedrijventerreinen te blijven monitoren, net als zorgvuldig ruimtegebruik en verduurzaming. Daartoe is ook een monitor opgezet in samenwerking tussen provincie en stad Utrecht en Amersfoort. De in het kader voor regionaal programmeren opgenomen 22 ha zijn daarbij het vertrekpunt van maximale uitgifte tot 2030. Het ruimtelijk beleid is echter niet statisch. Intensiveringen, benodigde schuifruimte, vervangingsvraag uit transformaties, behoefte na 2030, uitgegeven kavels, zorgen ervoor dat het zeer dynamisch is. Gemeenten en provincie maken graag afspraken over deze jaarlijkse dynamiek binnen de regio en de daarmee samenhangende noodzakelijke en gewenste wijzigingen in de beschikbare uitgifte tot 2030. We zoeken daarbij naar een financieel gezonde balans waar de gehele Utrechtse economie en werkgelegenheid baat bij heeft en waarbij wonen en werken in goed evenwicht kunnen functioneren.

We werken de eerste jaren met pilots en blijven gezamenlijk met OMU in gesprek over de beschikbare middelen in relatie tot de intensiveringsambities. Daarbij nemen we in ogenschouw dat de gemeentelijke mensen en middelen momenteel beperkt zijn en de omvang van bijdragen mede afhankelijk kunnen zijn van de groei van het gemeentefonds in de komende jaren. Belangrijke factor daarbij is ook dat er schuifruimte moet zijn voor bedrijfsruimtegebruikers voor grootschalige intensiveringslagen, wanneer de intensivering het kavelniveau overstijgt. Regiogemeenten en provincie gaan daarom aan de slag met de volgende pilotterreinen om te verkennen of en hoe de intensiveringsambitie in de praktijk kan worden gebracht.

Praktijkervaringen laten zien dat de vervangingsvraag van uitgeplaatste bedrijven gemiddeld genomen circa 80% bedraagt. werkfunctie blijft behouden, invulling nog onbekend, daarom bandbreedte vervangingsvraag. In geval van 0 ha is dit exclusief de vervangingsvraag voortkomend uit de verplaatsing van ROVA.

11 12

16

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

Tabel 11: pilot-terreinen voor verkenning van de ambitie voor intensivering van het ruimtegebruik Gemeente

Bedrijventerrein

Type

Amersfoort

De Hoef-Oost

Functioneel – grootschalig

Amersfoort

Isselt

Grootstedelijke werklocatie

Leusden

Ambachtsweg

Functioneel – klein/middelgroot

Baarn

Noordschil

Functioneel- klein/middelgroot

Woudenberg

Parallelweg-Oost

13

Functioneel-klein/middelgroot

Bron: Inventarisatie gemeenten, 2021

Deze pilotterreinen zullen mede door de OMU worden verkend op intensiveringskansen. Gezamenlijk wordt onderzocht op welke manieren invulling kan worden gegeven aan de mogelijkheden voor intensivering. De provincie zegt toe gemeenten hierbij te ondersteunen, uitgaande van een gezamenlijke inzet. Provincie en gemeenten monitoren hoe de intensivering in de komende vijf jaar gaat verlopen en of de ambitie haalbaar blijkt of moet worden bijgesteld. Daarnaast streven we ernaar op alle bedrijventerreinen in de regio te kijken of belemmeringen voor intensiever ruimtegebruik in het bestemmingsplan weg te nemen zijn. Confrontatie tussen vraag en aanbod Door vraag en aanbod op hoofdlijn confronteren naar tijdsperiode en terreintype, kan worden gesignaleerd waar tekorten en/of overschotten zitten. Voor deze confrontatietabel hebben we de volgende gegevens gehanteerd: • We gaan uit van het totaal van realisatie- en pijplijnplannen (tabel 8 en 9). Qua tijdperiode hebben we gebruikgemaakt van de door de gemeenten aangeleverde gegevens, dit is de kolom ‘aanbod’; • De kolom ‘vraag’ in de tabel is op basis van de provinciale prognose (2019), indicatief toegedeeld naar tijdsperioden om enigszins inzicht te krijgen in de knelpunten in de vraag . Notabene: prognoses vormen een lange termijn behoefte, waarin rekening wordt gehouden met perioden van laagconjunctuur en perioden van hoogconjunctuur.

Het toedelen aan tijdsperioden van 5 jaar kent dan ook de nodige beperkingen. Voorts is een onderverdeling in de vraag gemaakt naar terreintype, zie tabel 12. Basis voor deze onderverdeling vormt een verdieping op de werkgelegenheid op bedrijventerreinen naar terreintype. Tabel 12: marktaandeel naar locatietype Locatietype Functioneel werkmilieu

Stedelijk werkmilieu

Klein/middelgroot

Indicatief marktaandeel 50%

Grootschalig

20%

XXL

10%

Klein / middelgroot

20%

Bron: Stec Groep, 2020 op basis van samenstelling werkgelegenheid op bedrijventerreinen in regio Amersfoort

•

De kolom Intensivering is gebaseerd op de ambitie uit het provinciaal Kader: een ruimtewinst van 20 tot 30% van de uitbreidingsbehoefte staat vermeld, zie tabel 6. Daarbij is het midden van deze bandbreedte (17 – 25 ha, dus totaal 21 ha) aangehouden. Omdat deze mogelijke ruimtewinst pas na enkele jaren gerealiseerd kan worden is voor de periode tot en met 2024 uitgegaan van het streven naar ruimtewinst op de Noordschil in Baarn (1,1 ha). Omdat in de regio Amersfoort met name op kleinschalige en middelgrote functionele terreinen grote verschillen in het ruimtegebruik voor komen, is de inschatting gemaakt dat met name op dit type terrein intensivering mogelijk is. Dit is in lijn met de situatie dat op dit type terrein ook nieuwe terreinen worden toegevoegd, zodat indien noodzakelijk sprake kan zijn van schuifruimte op uitleglocaties.

Intensivering van 1,1 ha is opgenomen in de Toekomstvisie werklocaties Baarn (op de Noordschil in Baarn), dit wordt meegenomen in de confrontatietabel. Gemeente probeert deze intensivering te realiseren.

13

17

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

•

De laatste kolom geeft de confrontatie van aanbod en vraag weer.

Tabel 13: indicatieve confrontatie vraag en aanbod naar tijdsperiode en terreintype (uitgeefbaar aanbod inclusief realisatie, exclusief pijplijn en exclusief vervangingsvraag) Tijdsperiode

14

Tot en met 2024

2025 tot en met 2029

2030 tot en met 2039

Totaal

Functioneel - klein/middelgroot

8,9

Waarvan Vraag – Confrontatie indicatieve intensivering vraag en intensivering in ha 18 aanbod in ha 19 in ha 17 11,2 1,1 10,1 -1,2

Functioneel – grootschalig

3,0

5,4

0,0

5,4

-2,4

Functioneel – XXL

0,0

2,9

0,0

2,9

-2,9

Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot

6,3

3,5

0,0

3,5

2,8

Totaal

18,2

22,9

1,1

21,8

-3,6

Functioneel - klein/middelgroot

5,4

14,0

21,0

-7,0

12,4

Functioneel – grootschalig

0,0

6,7

0,0

6,7

-6,7

Functioneel – XXL

0,0

3,6

0,0

3,6

-3,6

Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot

0,0

4,4

0,0

4,4

-4,4

Totaal

5,4

28,6

21,0

7,6

-2,3

Functioneel - klein/middelgroot

0,0

16,1

0,0

16,1

-16,1

Functioneel – grootschalig

0,0

6,7

0,0

6,7

-6,7

Functioneel – XXL

0,0

3,4

0,0

3,4

-3,4

Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot

0,0

6,2

0,0

6,2

-6,2

Totaal

0,0

32,4

0,0

32,4

-32,4

Functioneel - klein/middelgroot

14,2

41,3

22,1

19,2

-5,0

Functioneel – grootschalig

3,0

18,7

0,0

18,7

-15,7

Functioneel – XXL

0,0

9,8

0,0

9,8

-9,8

Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot

6,3

14,1

0,0

14,1

-7,8

Totaal

23,5

83,9

22,1

61,8

-38,3

Bedrijventerrein naar terreintype

Aanbod in ha 15

Vraag in ha 16

De provinciale bedrijventerreinenprognose (2018) raamt de uitbreidingsvraag tot en met 2030. Deze tabel geeft een confrontatie voor de periodes tot en met 2024, 2025 tot en met 2029 en 2030 tot en met 2039. 15 Aanbod: beschikbaar aanbod (IBIS, 2019, verminderd met terreinen die niet meer beschikbaar zijn, zoals aangegeven door gemeenten) plus geborgd aanbod uit PRS/PRV plus ambities van gemeenten om nieuwe terreinen toe te voegen. 16 Vraag op basis van provinciale prognose (Stec Groep 2019), indicatief toegedeeld naar tijdsperioden. Notabene: prognoses vormen een lange termijn behoefte, waarin rekening wordt gehouden met perioden van laagconjunctuur en perioden van hoogconjunctuur. Het toedelen aan tijdsperioden van 5 jaar kent dan ook de nodige beperkingen. 17 Input: PS Kader uitgaande van de ambitie tot en met 2029 (bandbreedte 17-25 ha) Voor de periode tot en met 2024 is uitgegaan van 0 ha ruimtewinst, in de periode tot en met 2029 gaat het om het uitgangspunt uit het PS Kader 18 Vraag minus ruimtebeslag dat in potentie vrij kan komen uit intensivering in ha. 19 Confrontatie van aanbod en vraag minus ruimtebeslag dat in potentie vrij kan komen uit ruimtewinst. Groen= indicatief voldoende aanbod, oranje = indicatief tekort aan aanbod 14

18

Regionaal programma wonen en werken Regio Amersfoort

Bron: Stec Groep 2021

Tabel 14: indicatieve confrontatie vraag en aanbod naar tijdsperiode en terreintype, inclusief pijplijn (uitgeefbaar aanbod inclusief realisatie en pijplijn en vervangingsvraag) Tijdsperiode

Tot en met 2024

2025 tot en met 2029

2030 tot en met 2039

Totaal

Functioneel - klein/middelgroot

14,9

Waarvan Vraag – Confrontatie indicatieve intensivering vraag en intensivering in ha 23 aanbod in ha 24 in ha 22 19,9 1,1 18,8 -4,0

Functioneel – grootschalig

3,0

6,4

0,0

6,4

-3,4

Functioneel – XXL

0,0

2,9

0,0

2,9

-2,9

Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot

6,3

3,5

0,0

3,5

2,8

Totaal

24,2

32,7

1,1

31,6

-7,4

Functioneel - klein/middelgroot

15,9

31,4

21,0

10,4

5,4

Functioneel – grootschalig

0,0

8,8

0,0

8,8

-8,8

Functioneel – XXL

0,0

3,6

0,0

3,6

-3,6

Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot

4,4

4,4

0,0

4,4

0,0

Totaal

20,2

48,1

21,0

27,1

-6,9

Functioneel - klein/middelgroot

4,5

16,1

0,0

16,1

-11,6

Functioneel – grootschalig

0,0

6,7

0,0

6,7

-6,7

Functioneel – XXL

0,0

3,4

0,0

3,4

-3,4

Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot

4,4

6,2

0,0

6,2

-1,9

Totaal

8,9

32,4

0,0

32,4

-23,6

Functioneel - klein/middelgroot

35,2

67,5

22,1

45,4

-10,2

Functioneel – grootschalig

3,0

21,8

0,0

21,8

-18,8

Functioneel – XXL

0,0

9,8

0,0

9,8

-9,8

Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot

15,0

14,1

0,0

14,1

0,9

Totaal

53,2

113,2

22,1

91,1

-37,9

Bedrijventerrein naar terreintype

Aanbod in ha 20

Vraag in ha 21

Bron: Stec Groep 2021

Uit de tabel blijkt dat er over de hele linie tekorten zijn, met uitzondering van de stedelijke werkmilieus. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor het regionaal programmeren. Er zijn direct al tekorten voor functioneel grootschalige terreinen en XXL-terreinen. Daarnaast mag verwacht worden dat er extra ruimtebehoefte voortkomt uit de onttrekken van bedrijventerreinen aan de bedrijventerreinenvoorraad (als gevolg van transformatie).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10399679/1