CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

F 210216 Actieplan Armoedebestrijding 'kinderen' gemeente Baarn 2021-2024 (227591) Beantwoording technische vragen BOP

Informatie in de Raad 3 maart 2021, gemeente BaarnBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven18.597 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Memo Aan Onderwerp

: Gemeenteraad Baarn : Beantwoording technische vragen BOP Betreft RIB Actieplan Armoedebestrijding ‘kinderen’ 2021-2024 Baarn

Portefeuillehouders : Erwin Jansma Datum : 8 maart 2021

Geachte raadsleden en steunfractieleden, Naar aanleiding van de RIB actieplan armoedebestrijding ‘kinderen’ 2021-2024 gemeente Baarn heeft de fractie van de BOP de volgende technische vraag gesteld. Vraag Graag de enquête toesturen met de gevraagde cijfers met betrekking tot de conclusie van de enquête en evaluatie van het minimabeleid 2017-2019. Antwoord Het rapport Evaluatie minimabeleid gemeente Baarn 2017-2019 vindt u in de bijlage. De volgende conclusies zijn beschreven in het rapport Evaluatie Minimabeleid 20172019. • Wat we voornamelijk zien is dat het gebruik van de landelijke kindregelingen achterblijft (bijvoorbeeld het Jeugdfonds Sport & Cultuur). • Het bereik van de regelingen verdient een verbeterslag. • De voornaamste aanbeveling op dit punt is om het aanvraagproces van de diverse regelingen te versimpelen of zelfs terug te brengen tot één (lokaal) aanvraagproces. • De samenwerking met lokale welzijnspartijen verloopt over het algemeen zeer goed. • De samenwerking met de regionale/landelijke partijen verloopt stroever. • Daarnaast blijkt dat inwoners zich eerder wenden tot het lokale declaratiefonds dan het landelijke Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld. • Qua uitvoering verloopt de samenwerking met uitvoerders niet altijd vlekkeloos.

Het actieplan armoedebestrijding ‘kinderen’ gemeente Baarn 2021-2024 zal zich op een ieder met minima/armoede richten, daarbij kan gedacht worden aan alleenstaande, gezinnen, alleenstaande ouder(s), uitkeringsgerechtigden, mensen in

1

de bijstand maar ook de ‘algemene’ burger van Baarn. Het is en blijft van belang om geïnformeerd te worden over geld en regelingen, zodat ondersteuning geboden kan worden maar is ook preventief, het voorkomt dat mensen mogelijke geldproblemen krijgen. Vraag Kunnen we uit de enquête distilleren welke doelgroep nu van de regelingen gebruik maken: bijstandsgerechtigden, minima 120% , minima 130%. Om te kijken of bepaalde regelingen bij 1 van de doelgroepen meer of minder in trek waren en of we aan de hand daarvan nog acties zouden moeten ondernemen. Antwoord Er is een analyse uitgevoerd door onderzoeksbureau KWIZ om de omvang van de doelgroep en het bereik van de regelingen in kaart te brengen. In de bijlage vindt u het rapport. Inkomen Aantal Aandeel Tot 100% Wsm 650 6% Tot 110% Wsm 750 7% Tot 120% Wsm 1.000 9% Tot 130% Wsm 1.200 11% Huishoudens naar inkomen in Baarn cumulatief (schatting) Categorie Kwijtscheldin g Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoes lag Collectieve zorgverzekeri ng Declaratiefon ds Schoolkosten /Stichting Leergeld Jeugd sport cultuurfonds Kidskaarten

Inkomens grens 100%

Doelgroep

Gebruik

Bereik

850 huishoudens 650 huishoudens 350 huishoudens

558 huishoudens 200 huishoudens 165 huishoudens

86%

130%

1.200 huishoudens

340 huishoudens

28%

120%

453 huishoudens 85 kinderen

45%

120%

1.000 huishoudens 390 kinderen

120%

390 kinderen

67 kinderen

17%

120%

480 kinderen

225 kinderen

47%

115% 120%

18% 47%

22%

Compensatie 130% n.b. 237 n.b. eigen risico huishoudens Gebruik inkomensondersteunende en participatie bevorderende regelingen De conclusie betreft het bereik van de diverse categorieën en is verwerkt in het actieplan Armoedebestrijding ‘kinderen’ gemeente Baarn 2021-2024. Eveneens zal het communicatieplan zich richten op de categorieën waar het bereik laag/lager is.

Ik ga ervan uit dat uw vraag hiermee voldoende beantwoord is.

Met vriendelijke groet, Erwin Jansma wethouder

ARMOEDE-INDEX GEMEENTE BAARN

Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroep voor het armoedebeleid en het gebruik van minimaregelingen in de gemeente Baarn.

Colofon Opdrachtgever Gemeente Baarn Datum Juli 2019 Auteurs Anne-Wil Hak Michelle Ellens

KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en / of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en / of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ 1

Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Samenvatting en conclusies .......................................................................................................... 3 1. Minimahuishoudens in Baarn .................................................................................................... 5 1.1. Bevolkingssamenstelling Baarn .......................................................................................... 5 1.2. Inkomensverdeling minimahuishoudens ............................................................................ 5 1.3. Kinderen.............................................................................................................................. 6 2. Gebruik inkomensondersteunende voorzieningen .................................................................... 7 2.1. Regelingen voor het minimabeleid ..................................................................................... 7 2.2. Bijzondere bijstand ............................................................................................................. 7 2.3. Individuele inkomenstoeslag ............................................................................................... 8 2.4.

Collectieve zorgverzekering................................................................................................ 8 2.5. Declaratiefonds ................................................................................................................... 8 2.6. Schoolkosten/Stichting Leergeld ........................................................................................ 9 2.7. Jeugdfonds sport en cultuur ............................................................................................... 9 2.8. Kidskaarten ......................................................................................................................... 9 2.9. Compensatie eigen risico ................................................................................................. 10 Bijlage 1. Systematiek Armoede index ........................................................................................ 11

1

Inleiding De gemeente Baarn wil haar minimabeleid in de komende jaren zoveel mogelijk blijven afstemmen op belangrijkste kenmerken van de groepen huishoudens die aangewezen zijn op deze vorm van dienstverlening. De gemeente heeft daarom KWIZ opdracht gegeven om de doelgroep van het minimabeleid en het huidige bereik van regelingen in beeld te brengen. Hierbij staan de volgende vragen centraal:  Wat is de omvang en samenstelling van de (potentiële) doelgroep voor het armoedebeleid?  Welke typen huishoudens en inkomenscategorieën zijn hierbij te onderscheiden?  Hoeveel kinderen groeien op in armoede?  Hoe groot is het bereik van de verschillende minimaregelingen? Opzet van het onderzoek Deze armoede index is samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Met als resultaat een schatting van het aantal minimahuishoudens dat tot de doelgroep van het armoedebeleid behoort. Dit zijn de minimahuishoudens met een inkomen tot maximaal 120 procent Wsm en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Vergelijkingen met andere gemeenten die worden gedaan zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ. Actualiteit onderzoek De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het minimabeleid geven de situatie in 2019 weer.

De gegevens over het gebruik van de verschillende voorzieningen zijn gebaseerd op het totale gebruik in het jaar 2018. Leeswijzer Na de samenvatting wordt in het eerste hoofdstuk van deze rapportage de doelgroep voor het armoedebeleid in beeld gebracht. In het tweede hoofdstuk gaan we in op het gebruik van minimaregelingen.

2

Samenvatting en conclusies In totaal hebben 1.000 huishoudens, die met elkaar 9 procent van de huishoudpopulatie in Baarn vormen, een inkomen tot 120 procent van het wettelijk sociaal minimum (Wsm). Het landelijke aandeel minimahuishoudens met een dergelijk inkomen ligt op 14 procent.

1.000

Kenmerken doelgroep armoedebeleid Bijna de helft van de huishoudens heeft een ander inkomen Van de minimahuishoudens heeft 33 procent een bijstandsuitkering, ontvangt 21 procent AOW en heeft 46 procent een ander hoofdinkomen uit werk of een uitkering of een combinatie van daarvan. Een kwart van de eenoudergezinnen is minima Eenoudergezinnen behoren veel vaker tot de minimapopulatie dan andere huishoudens. Van alle 776 eenoudergezinnen in Baarn zijn er 190 afhankelijk van een inkomen tot 120 procent Wsm. Alleenstaanden vormen in absolute zin de grootste groep onder de minima, 46 procent van de 350 minimahuishoudens is alleenstaand. Bijna 14 procent van alle kinderen groeit op in een minimahuishouden Van de 4.832 opgroeiende jongeren in de leeftijd tot 18 jaar in Baarn wonen er 480 in een huishouden met een inkomen tot maximaal 120 procent van het voor dat huishouden geldende wettelijke sociale minimum. Dit is 10 procent van alle kinderen in 680 de gemeente en dat is lager dan het landelijke gemiddelde van 11 procent.

Mate van gebruik inkomensvoorzieningen is goed Onderstaand geven we het gebruik en bereik van de verschillende inkomensondersteunende voorzieningen weer in 2018. Tabel S1 Gebruik inkomensondersteunende en participatie bevorderende regelingen Inkomens Categorie Doelgroep Gebruik Bereik grens Kwijtschelding 100% 850 huishoudens 558 huishoudens 86% Bijzondere bijstand 115% 650 huishoudens 200 huishoudens 18% Individuele 120% 350 huishoudens 165 huishoudens 47% inkomenstoeslag Collectieve 130% 1.200 huishoudens 340 huishoudens 28% zorgverzekering Declaratiefonds 120% 1.000 huishoudens 453 huishoudens 45% Schoolkosten/Stichting 120% 390 kinderen 85 kinderen 22% Leergeld Jeugd sport cultuurfonds 120% 390 kinderen 67 kinderen 17% Kidskaarten 120% 480 kinderen 225 kinderen 47% Compensatie eigen risico 130% n.b. 237 huishoudens n.b.

Het bereik van de kwijtschelding is 86 procent en ligt hoger dan het gemiddelde bereik tussen de 70 en 80 procent. Het gebruik van de individuele bijzondere bijstand is in de laatste jaren in de meeste gemeenten fors gestegen. Het gebruikersaandeel van 18 procent ligt iets lager dan de aandelen van 25 tot 35 procent die op dit moment landelijk gangbaar zijn1.

1 Gebaseerd op ervaringsgegevens van KWIZ.

3

Voor de individuele inkomenstoeslag geldt dat in de meeste gemeenten het bereik rond 60 procent ligt. Het gebruik van 47 procent in Baarn zit daar onder. Voor de collectieve zorgverzekering geldt dat het gebruik van 28 procent iets onder het landelijke gemiddelde van 35 tot 40 procent ligt. Dit lagere bereik heeft waarschijnlijk te maken met het de start van de pilot zorgverzekering op maat. Het bereik van het declaratiefonds ligt met 45 procent in lijn met het landelijke gemiddelde van 40 procent. Het bereik van de schoolkostenregeling/Stichting Leergeld van 22 procent ligt onder het landelijke gemiddelde tussen de 40 en 50 procent. Het Jeugdfonds sport en cultuur heeft een bereik van 17 procent. Bij veel andere gemeenten zien we een bereik tussen de 35 en 40 procent. Het bereik in de gemeente Baarn ligt hier dus onder. Over het bereik van de kidskaarten en de compensatie eigen risico hebben we geen vergelijkingsmateriaal.

Vergelijking cijfers met 2016 In 2016 is er ook een evaluatie gemaakt van het armoedebeleid, in de volgende tabel de vergelijking 2016 Categorie

Aantal

2019 Aandeel

Aantal

Aandeel

Inkomensbron Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

580 670 850 n.b.

5,3% 6% 8% n.b.

650 750 1.000 1.200

6% 7% 9% 11%

Inkomensbron Bijstand inkomen AOW inkomen Ander inkomen Totaal

360 185 155 700

53% 26% 21% 100%

330 210 460 1.000

33% 21% 46% 100%

Het aantal minima huishoudens is ten opzichte van 2016 toegenomen. Er is vooral een toename van het aantal huishoudens met een ander inkomen dan bijstand of AOW.

4

1. Minimahuishoudens in Baarn In dit hoofdstuk beschrijven we de omvang en samenstelling van de huishoudens met inkomens tot 120 procent van het Wettelijke sociale minimum (Wsm) in de gemeente Baarn. Dit is de inkomensgrens voor de meeste regelingen.

1.1. Bevolkingssamenstelling Baarn In de gemeente Baarn wonen 24.630 personen in 11.084 huishoudens. De gemiddelde huishoudgrootte komt daarmee uit op 2,2 personen. Dat is gelijk aan het landelijke gemiddelde. In totaal wonen er 4.832 kinderen tot 18 jaar in de gemeente Baarn. Tabel 1.1.1 Aantal huishoudens en inwoners in de gemeente Baarn Categorie Aantal huishoudens Aantal personen Gemiddelde huishoudgrootte

11.084 24.630 2,2

Huishoudtype Naar huishoudtype zien we de volgende verdeling. Tabel 1.1.2 Huishoudens naar type Huishoudtype

Aantal

Aandeel

Aandeel landelijk

Alleenstaand Alleenstaande ouder Meerpersoons met kinderen Meerpersoons zonder kinderen Totaal

4.101 776 2.882 3.325 11.084

37% 7% 26% 30% 100%

38% 7% 26% 29% 100%

De huishoudsamenstelling in Baarn wijkt nauwelijks af van het landelijke beeld.

1.2. Inkomensverdeling minimahuishoudens Van alle huishoudens in de gemeente moet zes procent rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau. Dit zijn in totaal 650 huishoudens. In totaal hebben 750 huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm terwijl 1.000 huishoudens moeten rondkomen van een inkomen tot maximaal 120 procent Wsm. Dit is 9 procent van alle huishoudens. Dit is een stuk lager dan het landelijke aandeel van 14 procent (tot 120 procent Wsm). In bijlage 1 staat de systematiek van de Armoede Index beschreven. In de minimahuishoudens in Baarn tot 120% Wsm wonen gemiddeld 1,2 volwassen personen per economische eenheid. Tabel 1.2.1 Huishoudens naar inkomen in Baarn cumulatief (schatting) Inkomen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm

Aantal 650 750 1.000 1.200

5

Aandeel 6% 7% 9% 11%

Verdeling naar kenmerken De doelgroep met een inkomen tot 120 procent Wsm bestaat voor 33 procent uit bijstandsgerechtigden, voor 46 procent uit huishoudens met een ander hoofinkomen uit bijvoorbeeld werk en of een WW of WIA-uitkering en voor 21 procent uit huishoudens waarvan het oudste gezinslid de AOW-gerechtigde leeftijd heeft. Alleenstaanden vormen met 46 procent de grootste groep minimahuishoudens in Baarn. Ook in andere gemeenten tot 50.000 inwoners vormen alleenstaanden de grootste groep minima; gemiddeld ligt dit percentage tussen de 50 en 55 procent van alle minimahuishoudens. Huishoudens met kinderen vormen in totaal 27 procent van de minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit ligt iets hoger dan het gemiddelde wat we bij andere gemeenten zien van ongeveer 25 procent. Tabel 1.2.2 Inkomensbron minima, inkomen tot 120% Wsm Categorie

120% Wsm Aantal

Aandeel

Inkomensbron Bijstand inkomen AOW inkomen Ander inkomen Totaal

330 210 460 1.000

33% 21% 46% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons met kinderen Meerpersoons zonder kinderen Totaal

460 190 80 270 1.000

46% 19% 8% 27% 100%

1.3. Kinderen Van de 4.832 opgroeiende jongeren in de leeftijd tot 18 jaar in Baarn wonen er 480 in een huishouden met een inkomen tot maximaal 120 procent van het voor dat huishouden geldende wettelijke sociale minimum. Met elkaar maken zij bijna 10 procent van de jeugdpopulatie in Baarn uit. Tabel 1.3.1 Aantal minimakinderen (schatting) cumulatief Kinderen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm Inkomen hoger dan 130% Wsm Alle kinderen

Aantal 250 370 480 540 4.292 4.832

Aandeel 5,2% 7,6% 9,9% 11,2% 88,8% 100%

Tabel 1.3.2 Leeftijdsverdeling minimakinderen Kinderen 0-4 jaar 4-18 jaar Totaal

Aantal 90 390 480

6

Aandeel 20% 80% 100%

2. Gebruik inkomensondersteunende voorzieningen In dit hoofdstuk gaan we nader in op het gebruik en bereik onder de doelgroep van de gemeentelijke regelingen in 2018.

2.1. Regelingen voor het minimabeleid De volgende tabel geeft de inkomensgrens en doelgroep per regeling weer. Tabel 2.1.1 Inkomensgrenzen regelingen en omvang doelgroep Categorie

Inkomensgrens

Doelgroep

100% 115% 120% 130% 120% 120% 120% 120% 130%

850 huishoudens 650 huishoudens 350 huishoudens 1.200 huishoudens 1.000 huishoudens 390 kinderen 390 kinderen 480 kinderen n.b.

Kwijtschelding Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Declaratiefonds Schoolkosten/Stichting Leergeld Jeugd sport cultuurfonds Kidskaarten Compensatie eigen risico

In Baarn kunnen huishoudens met een laag inkomen kwijtschelding aanvragen voor de onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolrecht. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen tot maximaal 100 procent van het voor dat huishoudtype geldende sociale minimum. Tabel 2.1.2 Bereik kwijtschelding Categorie Doelgroep Gebruik kwijtschelding Percentage bereik

650 558 86%

In 2018 is aan 558 huishoudens geheel of gedeeltelijk kwijtschelding van lokale heffingen verstrekt. Met elkaar is dit een bereik van 86 procent onder de primaire doelgroep. Een dergelijk gebruiksaandeel is vergeleken met andere gemeenten erg hoog. Landelijk zien wij dat tussen de 70 en 80 procent van de primaire doelgroep gebruik maakt van deze regeling.

2.2. Bijzondere bijstand Het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Baarn is erop gericht om mensen die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen. De gemeente beoordeelt bij iedere aanvraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden. De primaire doelgroep bestaat uit 850 huishoudens met een inkomen tot 115 procent van de bijstandsnorm. Tot 115 procent van het Wsm is er geen draagkracht, daarboven is 25 procent van het meerinkomen, de uiteindelijke doelgroep is daarmee iets groter. In 2018 hebben naar schatting 200 huishoudens gebruik gemaakt van de individuele bijzondere bijstand, dit is 18 procent van de doelgroep. Voor deze regeling geldt dat in veel gemeenten een percentage van 25 tot 35 procent gebruik op jaarbasis gangbaar is. Tabel 2.2.1 Bereik bijzondere bijstand Categorie Doelgroep Gebruik bijzondere bijstand Percentage bereik

850 200 18% 7

2.3. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Baarn behoort iedereen tussen de 21 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende drie jaar een inkomen heeft tot maximaal 120 procent van de bijstandsnorm tot de doelgroep. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er in de afgelopen drie jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering. Op basis van ervaringscijfers van KWIZ schatten we dat 60 procent van de minima tussen de 21 jaar en de AOW-leeftijd drie jaar of langer een minimuminkomen heeft De doelgroep bestaat daarmee uit 350 huishoudens. In 2018 hebben 165 huishoudens gebruik gemaakt van deze toeslag. Afgezet tegen de groep die drie jaar een inkomen tot 120 procent Wsm heeft is dit een bereik van 47 procent. Vergeleken met andere gemeenten, met een gemiddeld bereik van 50 procent, is het bereik in Baarn ietsje lager. Tabel 2.3.1 Bereik individuele inkomenstoeslag Categorie Doelgroep Gebruik individuele inkomenstoeslag Percentage bereik

350 165 47%

2.4. Collectieve zorgverzekering De gemeente biedt minima de mogelijkheid om deel te nemen aan de collectieve aanvullende zorgverzekering van Zilveren Kruis. Ze krijgen korting op de premie en profiteren van extra vergoedingen voor zorgkosten. Tot de doelgroep voor de collectieve zorgverzekering behoren 1.200 huishoudens met een inkomen tot maximaal 130 procent Wsm en een vermogen binnen de bijstandsnormen. In 2018 maken 405 hoofdverzekerden gebruik van deze regeling. Zij wonen (naar schatting) in 340 huishoudens2. Dit komt neer op een bereik van 28 procent. Het bereik van de zorgverzekering ligt landelijk gezien rond de 35 tot 40 procent van de doelgroep. Het gebruik in Baarn ligt in lijn met de landelijke cijfers. Tabel 2.4.1 Bereik collectieve zorgverzekering Categorie Doelgroep Gebruik collectieve zorgverzekering Percentage bereik

1.200 340 28%

2.5. Declaratiefonds Het declaratiefonds is een vergoeding van kosten voor het abonnement van de bibliotheek, het lidmaatschap van een sportvereniging of muziekles. Voor inwonende kinderen tussen de 4 en 18 jaar is er ook een vergoeding. De doelgroep bestaat uit 1.000 huishoudens. Tabel 2.5.1 Bereik declaratiefonds Categorie Doelgroep Gebruik Declaratiefonds Percentage bereik

1.000 453 45%

2 In de minimahuishoudens in Baarn wonen gemiddeld 1,2 volwassen personen per economische eenheid.

8

In 2018 hebben naar schatting 453 huishoudens gebruik gemaakt van deze regeling. Daarmee ligt het bereik van deze regeling op 45 procent. Landelijk gezien hebben dergelijke regelingen vaak een bereik rond de 40 procent.

2.6. Schoolkosten/Stichting Leergeld Stichting Leergeld Soest/Baarn is een organisatie die voor kinderen van 4 tot 18 jaar uit gezinnen met een laag inkomen een aantal activiteiten mogelijk maakt. Hierdoor kunnen deze kinderen 'meedoen' met hun leeftijdgenootjes. De doelgroep bestaat uit 390 kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar in de gezinnen met inkomens tot maximaal 120 procent Wsm. In 2018 maakten 85 kinderen gebruik van de regeling. Procentueel gezien betekent dit dat 22 procent van de kinderen in deze gezinnen gebruik maakt van de schoolkostenregeling. Tabel 2.6.1 Bereik schoolkosten/Stichting Leergeld Categorie Doelgroep kinderen 4 – 18 jaar Gebruik kinderen Percentage bereik

390 85 22%

2.7. Jeugdfonds sport en cultuur Met behulp van het Jeugdfonds sport en cultuur krijgen minimakinderen de kans om met te doen aan sportieve en culturele activiteiten. Het fonds betaalt de contributie en eventuele attributen die nodig zijn. De fondsen zijn bedoeld voor kinderen tussen de 4 en 18 jaar waarvan het huishoudinkomen niet hoger is dan 120 procent Wsm. De doelgroep bestaat uit 390 kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar in de gezinnen met inkomens tot maximaal 120 procent Wsm. In 2018 maakten 67 kinderen gebruik van het fonds dat is 17 procent van de doelgroep. Dit ligt onder het gemiddelde bereik dat we bij veel andere gemeenten zien van 35 à 40 procent. Tabel 2.7.1 Bereik sport en cultuurfonds Categorie Doelgroep kinderen 4 – 18 jaar Gebruik kinderen Percentage bereik

390 67 17%

2.8. Kidskaarten Baarnse kinderen in gezinnen met een inkomen tot 120 procent van de bijstandsnorm krijgen € 75 in de vorm van cadeaukaarten: de zogenoemde ‘Kidskaarten’. De Kidskaarten kunnen worden besteed bij winkels in het centrum van Baarn aan artikelen voor de kinderen, zoals kinderkleding, kinderboeken of speelgoed. De doelgroep bestaat uit 390 kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar in de gezinnen met inkomens tot maximaal 120 procent Wsm. In 2018 hebben 225 kinderen een kidskaart gekregen. Voor deze regeling beschikken we niet over vergelijkingsmateriaal. Tabel 2.8.1 Bereik Kidskaart Categorie Doelgroep kinderen Gebruik kinderen Percentage bereik

390 225 47%

9

2.9. Compensatie eigen risico Inwoners van de gemeente Baarn met een laag besteedbaar inkomen kunnen het eigen risico van de zorgverzekering een keer per jaar declareren bij de Uitvoeringsorganisatie BBS. Voorwaarde van deze regeling is dat mensen € 100 of meer aan eigen risico binnen een jaar hebben moeten betalen. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm. In 2018 hebben 225 huishoudens gebruikgemaakt van deze regeling; omdat de doelgroep niet te bepalen is kunnen we geen bereik berekenen. Tabel 2.9.1 Bereik compensatie eigen risico Categorie Doelgroep Gebruik Percentage bereik

1.200 225 n.b.

10

Bijlage 1. Systematiek Armoede index De Armoede Index is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel, waarbij we inzicht verschaffen in de omvang en samenstelling van de armoededoelgroep (naar huishoudens en inkomenscategorieën) en het bereik van de minimaregelingen. De Armoede Index is samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en door ons ontwikkelde kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Belangrijke toevoeging is dat we rekening houden met de vermogens en derhalve op deze wijze alleen inzoomen op de doelgroep die in aanmerking komt voor de minimaregelingen. We gaan hierbij als volgt te werk. -

-

In eerste instantie inventariseren we op basis van de door ons bewerkte CBS-informatie hoeveel huishoudens inkomens tot 100%, 110%, 120% en 130% van het wettelijk sociaal minimum (Wsm) hebben, met geen of een laag eigen vermogen; We geven een overzicht van de inkomensbronnen; Vervolgens wordt voor iedere afzonderlijke groep in kaart gebracht hoe de huishoudsamenstelling is en om hoeveel kinderen tot 18 jaar het gaat; Dit overzicht vullen we aan met gemeentelijke getallen over het gebruik van de minimaregelingen in 2018 (Bijzondere Bijstand, Individuele Inkomenstoeslag, Kwijtschelding gemeentelijke belastingen, Activiteitenbijdrage, Kindpakket, en eventuele overige inkomensondersteunende regelingen).

11

2020

Evaluatie minimabeleid gemeente Baarn 2017 – 2019

April 2020

Inhoud SAMENVATTING ........................................................................................................................................................2 1.

Inleiding ..................................................................................................................................................................5

1.1 Aanleiding ................................................................................................................................................................5 1.2 Onderzoeksopzet ..................................................................................................................................................5 2.

Beleidsdoelstellingen ...........................................................................................................................................6

3.

Omvang armoede en minima Baarn ................................................................................................................7

3.1 Bevolkingssamenstelling Baarn ...........................................................................................................................7 3.2. Inkomensverdeling minimahuishoudens ..........................................................................................................8 4.

Resultaten per regeling .................................................................................................................................... 10

4.1 Declaratiefonds ................................................................................................................................................... 10 4.2 Zwemlessen de Trits ........................................................................................................................................ 13 4.3 10 badenkaart Bosbad de Vuursche............................................................................................................... 15 4.4

Stichting Leergeld ........................................................................................................................................ 16

4.5

Jeugdfonds Sport en Cultuur .................................................................................................................... 19

4.6

Samenwerkingspact Baarn ......................................................................................................................... 21

4.7

De voedselbank – luierregeling ................................................................................................................ 22

4.8

Kinderclub Happy Kids Happy People.................................................................................................... 22

4.9

Kidskaarten/Cadeaukaarten ...................................................................................................................... 23

4.10

Armoederegisseurs ..................................................................................................................................... 25

4.11 Collectieve zorgverzekering .......................................................................................................................... 26 4.12

Bereik van de regelingen ............................................................................................................................ 29

4.12 Stichting jarige Job .......................................................................................................................................... 30 4.13

Nationaal Fonds Kinderhulp ..................................................................................................................... 30

4.14

Inzet Rijksmiddelen armoedebestrijding kinderen............................................................................... 31

5

Communicatie.................................................................................................................................................... 32

6.

Financiën ............................................................................................................................................................. 35

6.1 Financiering per regeling ................................................................................................................................... 35 6.2 Begroting .............................................................................................................................................................. 35 7

Conclusie ............................................................................................................................................................ 38

8

Bijlagen ............................................................................................................................................................... 41

1 Evaluatie minimabeleid Baarn 2017-2019

SAMENVATTING Dit evaluatierapport beschrijft het minimabeleid van de gemeente Baarn tussen 2017-2019 als het gaat om de effectiviteit van het beleid en efficiëntie van de samenwerking tussen de gemeente Baarn en haar uitvoerings-/ maatschappelijk partners. Wij hebben de effectiviteit en efficiëntie gemeten door bestaande documenten te analyseren, het in kaart brengen van de doelgroep en regelingen, het uitzetten van kwantitatieve enquêtes over tevredenheid en gebruik, en door input op te halen bij de gemeentelijke maatschappelijk partners. De evaluatie geeft antwoord op de volgende drie hoofdvragen: 1. In hoeverre draagt het huidige minimabeleid bij aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente Baarn (effectiviteit)? 2. In hoeverre is de uitvoering van het huidige minimabeleid efficiënt gebleken? 3. Is aanpassing van de huidige aanpak noodzakelijk/gewenst? Deze vragen beantwoorden wij aan de hand van een 7-tal specifiekere deelvragen. Deze deelvragen worden in de evaluatie verder uitgewerkt. De gemeenteraad van Baarn heeft in de beleidsstukken Actieplan Armoedebestrijding 2017 en Aanvullend Actieplan Armoedebestrijding Kinderen 2017 een drietal beleidsdoelstellingen geformuleerd.

In deze evaluatie onderzoeken we of de minimaregelingen zoals de afgelopen drie jaar zijn uitgevoerd voldoen aan deze doelstellingen en in hoeverre de uitvoering en samenwerking hier op een positieve manier aan bijdragen. Tot slot bezien we of een herijking van het bestaande beleid noodzakelijk/wenselijk is. In hoeverre draagt het huidige minimabeleid bij aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente Baarn (effectiviteit)? Beleidsdoelstelling1. Iedereen doet mee in de samenleving, ook inwoners met een minimum inkomen Het huidige minimabeleid voldoet grotendeels aan deze beleidsdoelstelling. Voor Baarnse inwoners van alle leeftijdscategorieën zijn regelingen in het leven geroepen die deelname aan sportieve en culturele activiteiten (grotendeels) vergoeden. Tevens zijn er tegemoetkomingen voor o.a. zorgkosten, schoolkosten, zwemlessen en kinderkleding. Het bereik van de regelingen verdient een verbeterslag. Wat we voornamelijk zien is dat het gebruik van de landelijke kindregelingen achterblijft (bijvoorbeeld het Jeugdfonds Sport & Cultuur). Dit komt met name door de ingewikkelde aanvraagprocessen en het feit dat het Baarnse declaratiefonds een voorliggende voorziening is op deze regelingen. De voornaamste aanbeveling op dit punt is om het aanvraagproces van de diverse regelingen te versimpelen of zelfs terug te brengen tot één (lokaal) aanvraagproces.

Dit heeft als voordeel dat inwoners meer overzicht krijgen en dus ook sneller een aanvraag zullen indienen voor een tegemoetkoming. Ook intermediairs zoals scholen en sportverenigingen profiteren hiervan. Daarnaast wordt een stapeling van regelingen die hetzelfde doel (bijvoorbeeld sporten) nastreven voorkomen. Dit zal ook merkbaar zijn in de budgetten. Vrijgekomen budget kan bijvoorbeeld worden ingezet voor een aanvullende minimaregeling die een ander, complementair, doel nastreeft (oud voor nieuw). Ook 2 Evaluatie minimabeleid Baarn 2017-2019

wordt het onderzoeken van een versimpeling van de collectieve zorgverzekering aanbevolen om het bereik hiervan te vergroten. Om het bereik van de minimaregelingen verder te vergroten wordt aangeraden een communicatieplan op te zetten. Hiervoor is in 2020 extra budget vrijgemaakt. Best practices uit andere gemeenten kunnen als voorbeeld dienen. Ook wordt aangeraden de informatie over de bestaande minimaregelingen overzichtelijk op de website te plaatsen met een heldere aanvraagprocedure waarbij inkomensgegevens niet voor elke separate regeling opnieuw overlegd hoeven te worden. Beleidsdoelstelling 2. Armoede moet ook structureel worden aangepakt Hoewel blijkt dat het aantal bijstandsuitkeringen afneemt zien we dat een groter percentage van het totale aantal Baarnse gezinnen binnen de minimadoelgroep valt. We hebben te maken met een stijging van 23% ten opzichte van 2016. Het percentage van de totale jeugdpopulatie die binnen de minimadoelgroep valt is zelfs nog sterker gestegen met 56% ten opzichte van 2016. Hieruit kunnen we concluderen dat ondanks dat we succesvol inzetten op meedoen in de samenleving, structurele aanpak van armoede een stevigere inzet verlangt. Enkel minimabeleid is niet het juiste instrument om armoede structureel terug te dringen. De oplossing hiervoor moet worden gezocht in re-integratie- en/of schuldhulpverleningsinstrumenten.

Wel kan effectief minimabeleid bijdragen aan het creëren van financiële rust en stabiliteit en aan maatschappelijk participeren gedurende het streven naar een structurele oplossing. Het versterken van de verbinding tussen BBS Uitvoeringsorganisatie, de instanties die schulden aanpakken (Kredietbank Nederland en Zuidweg & Partners), het Lokaal Team en maatschappelijk partners is van groot belang om een sluitende aanpak op armoede te ontwikkelen. Het Samenwerkingspact Baarn zou hier een goede werkvorm voor kunnen zijn. Daarnaast wordt aanbevolen om inwoners zo veel mogelijk in hun kracht te zetten en eenzaamheid en schaamte te doorbreken. Het project ‘Erop Af’ van de armoederegisseurs en de ‘Financiële Brug’ van het Lokaal Team zijn goede voorbeelden van proactieve aanpakken die dit kunnen bewerkstelligen. Mobility Mentoring is een alternatieve methode die in samenwerking met de armoederegisseurs onderzocht kan worden. Tot slot wordt aanbevolen elke twee jaar een armoede-index op te vragen om de doelgroep zo goed mogelijk in kaart te houden. Beleidsdoelstelling 3.

De gemeente Baarn werkt samen met maatschappelijk partners als het gaat om ‘meedoen’ en in de structurele aanpak van armoede De gemeente Baarn heeft een breed netwerk aan maatschappelijk partners en uitvoerders ingezet om zowel meedoen in de samenleving te bevorderen als om ervoor te zorgen dat de inwoners die dit nodig hebben passende ondersteuning krijgen. De samenwerking met lokale welzijnspartijen verloopt over het algemeen zeer goed. Voorbeelden hiervan zijn: Zorgverzekering op Maat met Administratie & Meer en ‘Erop Af’ met de armoederegisseurs (beiden Welzijn Baarn). Ook de samenwerking met Pit Baarn verloopt soepel. Wel liggen er, zoals hierboven benoemd, kansen op het gebied van verbinding tussen deze partijen onderling. De samenwerking met de regionale/landelijke partijen verloopt stroever. Met name Stichting Leergeld is een partij die qua communicatie richting de inwoners een verbeterslag zou moeten maken. Daarnaast blijkt dat inwoners zich eerder wenden tot het lokale declaratiefonds dan het landelijke Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld. Het aantal aanvragen bij de landelijke partijen blijft namelijk achter terwijl het aantal aanvragen voor het 3 Evaluatie minimabeleid Baarn 2017-2019

declaratiefonds de middelen jaarlijks overschrijdt. Aanbevolen wordt dan ook de samenwerking met deze partijen te heroverwegen. Hierover gaan wij in gesprek met de betreffende partijen. In hoeverre is de uitvoering van het huidige minimabeleid efficiënt gebleken? Qua uitvoering verloopt de samenwerking met uitvoerders niet altijd vlekkeloos. Zo is er het afgelopen jaar een hoop te doen geweest omtrent Stichting Leergeld. Met name communicatie richting inwoners is een terugkerend probleem. Daarnaast merken we dat de ingewikkelde manier waarop de landelijke samenwerkingspartners het aanvraagproces hebben ingericht niet goed werkt voor Baarn. Inwoners van Baarn kennen het declaratiefonds en het indienen van een aanvraag is laagdrempelig, daarom wordt hier meer gebruik van gemaakt. Wel legt het hoge aantal aanvragen van lokale minimaregelingen, niet alleen via het declaratiefonds maar ook voor de kidskaarten, bosbadkaarten, etc. een hoge druk op de medewerkers van het zorgloket. Ook de beleidsmedewerker Werk en Inkomen is veel tijd kwijt aan uitvoeringstechnische aspecten van het minimabeleid. Het overhevelen van deze werkzaamheden naar bijvoorbeeld BBS Uitvoeringsorganisatie wordt dan ook aanbevolen. Hierop is voorgesorteerd door het vormgeven van de uitvoering van minimaregelingen door BBS al op te nemen in de Dienstverleningsovereenkomst BBS 2020.

Qua financiën wordt er voor de komende jaren geen extra budget gevraagd. Indien wordt besloten niet verder te gaan met bepaalde regelingen kunnen de middelen opnieuw gealloceerd worden (oud voor nieuw). Is aanpassing van de huidige aanpak noodzakelijk/gewenst? Ja, aanpassing van de huidige aanpak is wenselijk. Met name als het gaat om: • Het vergroten van het bereik van de regelingen door het wegnemen van de ingewikkelde aanvraagprocessen, voorwaarden en stapeling van regelingen die hetzelfde maatschappelijk doel dienen. Met name het nut en noodzaak van de landelijke minimaregelingen staat hierin ter discussie. • Meer inzet op de aanpak van structurele armoede en het ontwikkelen van een sluitende aanpak door het versterken van de verbinding tussen BBS Uitvoeringsorganisatie, de instanties die schulden aanpakken (Kredietbank Nederland en Zuidweg & Partners), het Lokaal Team en maatschappelijk partners. Dit heeft ook positieve neveneffecten zoals het aanpakken van eenzaamheid. • Het elders beleggen van de uitvoeringstaken zodat de druk weg wordt genomen bij het zorgloket en de beleidsmedewerker van de gemeente Baarn. Daarnaast zorgt dit voor duidelijkheid over het aanvraagproces bij de aanvragers en intermediairs. • Het verbeteren van informatiestromen richting inwoners en maatschappelijk partners en uitvoeringspartners door het opzetten van een gedegen communicatieplan.

Verdere uitwerking De uitwerking van deze conclusies en aanbevelingen zal worden opgenomen in de Herijking minimabeleid 2020. De verwachting is dat deze herijking in kwartaal 3 van 2020 ter besluitvorming aan het college en ter informatie aan de raad zal worden aangeboden. In de totstandkoming van het gewijzigde minimabeleid zal rekening gehouden worden met de uitgangspunten uit het project ‘doorontwikkeling nota sociaal domein’. Het huidige beleidskader loopt nog tot 1 januari 2021. 4 Evaluatie minimabeleid Baarn 2017-2019

1. Inleiding 1.1 Aanleiding

In december 2016 is door de gemeenteraad unaniem een motie aangenomen om te komen tot een actieplan armoedebestrijding. In juni 2017 is dit plan aangevuld met concrete acties gericht op kinderen en een samenhangende integrale aanpak. Dit heeft geleid tot het ‘Actieplan armoedebestrijding gemeente Baarn 2017’ en het ‘Aanvullend Actieplan Armoedebestrijding kinderen gemeente Baarn 2017’1. Het huidige beleidskader is geldig tot 2021. Ter voorbereiding hierop heeft de gemeenteraad aangegeven behoefte te hebben aan inzicht in de successen en verbeterpunten van het Baarnse minimabeleid. In deze evaluatie wordt aandacht besteed aan de twee actieplannen, het declaratiefonds, de collectieve zorgverzekering en Zorgverzekering op Maat. Op basis van de bevindingen uit de evaluatie zal worden bepaald of het nodig is om de huidige aanpak te wijzigen. 1.2 Onderzoeksopzet

Deze evaluatie heeft als doel om antwoord te geven op de volgende drie hoofdvragen: 1. In hoeverre draagt het huidige minimabeleid bij aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente Baarn (effectiviteit)? 2. In hoeverre is de uitvoering van het huidige minimabeleid efficiënt gebleken? 3. Is aanpassing van de huidige aanpak noodzakelijk/gewenst? Om de hoofdvragen te beantwoorden zijn de volgende deelvragen opgesteld: 1. Wat zijn de Baarnse beleidsdoelstellingen als het gaat om de minimadoelgroep? 2. Wat is de omvang en samenstelling van de minimadoelgroep anno 2019 en hoe verhoudt dit zich tot 2016?2 3. Welke regelingen worden ingezet om de beleidsdoelstellingen te behalen en wat is het bereik van deze regelingen? 4. Hoe worden de regelingen gewaardeerd door de minimadoelgroep en door onze maatschappelijk partners? 5. Zijn er voldoende middelen beschikbaar om aan de beleidsdoelstellingen te voldoen en worden deze middelen efficiënt ingezet? 6. Draagt het gekozen communicatie-instrumentarium bij aan een groter bereik van de regelingen? 7. Wat zijn de conclusies en aanbevelingen voor de toekomst? Om antwoord te kunnen geven op de deelvragen zijn verschillende evaluatie activiteiten uitgezet: • Bestaande documenten zijn geanalyseerd om de beleidsdoelstellingen in kaart te brengen.

• Er is een analyse uitgevoerd door onderzoeksbureau KWIZ3 om de omvang van de doelgroep en het bereik van de regelingen in kaart te brengen. 1 Bijlage 1, Actieplan armoedebestrijding gemeente Baarn 2017 en het Aanvullend Actieplan Armoedebestrijding kinderen

gemeente Baarn 2017 2 Armoede index 2016 gemeente Baarn, KWIZ, 2016 3 Armoede index 2019 gemeente Baarn, KWIZ, juli 2019

5 Evaluatie minimabeleid Baarn 2017-2019

•

•

Er zijn kwalitatieve enquêtes uitgezet naar Baarnse minimahuishoudens. Hier hebben 90 inwoners op gereageerd. Deze enquêtes zijn uitgezet om inzicht te krijgen in hoe inwoners het minimabeleid waarderen. Er is input opgehaald vanuit gemeentelijke maatschappelijk partners. Het gaat hierbij om de armoederegisseurs, het Lokaal Team Baarn, PIT Baarn en het Loket Wonen, Zorg en Welzijn. Deze partijen hebben zicht op de doelgroep en kunnen daardoor waardevolle input geven voor de evaluatie.

De uitkomsten van deze evaluatie activiteiten worden uitgebreid beschreven in dit rapport. Op basis hiervan beantwoorden we de deelvragen om uiteindelijk te komen tot een beantwoording van de drie hoofdvragen. 2. Beleidsdoelstellingen In het ‘Actieplan armoedebestrijding gemeente Baarn 2017’ en het ‘Aanvullend Actieplan Armoedebestrijding kinderen gemeente Baarn 2017’ heeft de gemeenteraad een tweetal uitgangspunten benoemd waar het Baarnse minimabeleid aan moet voldoen: “Inwoners staan er niet alleen voor wanneer zij niet op eigen kracht financieel kunnen rondkomen. Daar waar nodig, wordt samen met onze partners ondersteuning en hulp geboden. Deelname aan de samenleving en het terugbrengen van armoede zijn belangrijk uitgangspunten”. “Inwoners die zich in een armoedesituatie bevinden zullen we zo goed mogelijk faciliteren en uit de armoede halen. Het bereik, zeker waar het gaat om ‘stille armoede’ moet worden vergroot. Uitsluiting moet voorkomen worden”. Uit deze uitgangspunten kunnen we de volgende beleidsdoelstellingen destilleren: 1. Iedereen doet mee in de samenleving, ook inwoners met een minimum inkomen; 2. Armoede moet ook structureel worden aangepakt; 3. De gemeente Baarn werkt samen met maatschappelijk partners als het gaat om ‘meedoen’ en in de structurele aanpak van armoede.

Om deze beleidsdoelstellingen na te streven zijn twee actieplannen opgesteld met regelingen die ten goede komen aan de minimadoelgroep. Deze regelingen zijn een aanvulling op het declaratiefonds, de collectieve zorgverzekering en de compensatieregeling eigen risico. Sinds 2018 is hier ook Zorgverzekering op Maat bij gekomen.

6 Evaluatie minimabeleid Baarn 2017-2019

3. Omvang armoede en minima Baarn De minimaregelingen uit de twee actieplannen en het declaratiefonds van de gemeente Baarn zijn bedoeld voor inwoners met een inkomen tot 120% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Inwoners met een inkomen tot maximaal 130% van het Wsm kunnen een beroep doen op de collectieve zorgverzekering, de compensatieregeling eigen risico en Zorgverzekering op Maat. In het minimabeleid wordt expliciet benoemd dat de Baarnse minimaregelingen niet alleen bedoeld zijn voor gezinnen met een bijstandsuitkering. College en raad vinden het belangrijk dat er ook aandacht is voor minimagezinnen met (deels) werkende ouders. Dit omdat werken niet altijd lonend is en om de kans op een armoedeval te verkleinen. Armoedeval is het verschijnsel van mensen die gaan werken maar toch in relatieve armoede leven doordat zij het recht op bepaalde tegemoetkomingen en toeslagen verliezen door het hogere inkomen. Hierdoor gaan deze personen er onder aan de streep in besteedbaar inkomen op achteruit als zij een betaalde baan krijgen. Daarnaast is er in de actieplannen aandacht voor inwoners die gebruikmaken van schuldhulpverlening. In 2018 is het declaratiefonds opengesteld voor inwoners in een schuldhulpverleningstraject, mits het besteedbaar inkomen (VTLB) door schulden onder de 120% bijstandsnorm komt.

Dit is opgenomen in de Regeling declaratiefonds geregistreerd schuldhulptraject 2018, gemeente Baarn. Voor deze evaluatie is een analyse uitgevoerd door onderzoeksbureau KWIZ. Als onderzoeksmethode hebben zij de Armoede Index gehanteerd. De Armoede Index is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel, waarbij we inzicht verschaffen in de omvang en samenstelling van de minimadoelgroep (naar huishoudens en inkomenscategorieën) in de gemeente Baarn en het bereik van onze minimaregelingen. 3.1 Bevolkingssamenstelling Baarn In de gemeente Baarn wonen 24.630 personen in 11.084 huishoudens. De gemiddelde huishoudgrootte komt daarmee uit op 2,2 personen. Dat is gelijk aan het landelijke gemiddelde. In totaal wonen er 4.832 kinderen tot 18 jaar in de gemeente Baarn. De bevolkingssamenstelling is grotendeels gelijk gebleven sinds 2016. Tabel 3.1.1 Aantal huishoudens en inwoners in de gemeente Baarn Categorie Aantal huishoudens Aantal personen Gemiddelde huishoudgrootte

11.084 24.630 2,2

7 Evaluatie minimabeleid Baarn 2017-2019

Huishoudtype Naar huishoudtype zien we de volgende verdeling: Tabel 3.1.2 Huishoudens naar type Huishoudtype Alleenstaand Alleenstaande ouder Meerpersoons met kinderen Meerpersoons zonder kinderen Totaal

Aantal

Aandeel

Aandeel landelijk

4.101 776 2.882 3.325

37% 7% 26% 30%

38% 7% 26% 29%

11.084

100%

100%

3.2. Inkomensverdeling minimahuishoudens Van alle huishoudens in Baarn moeten er naar schatting 1000 rondkomen van een inkomen tot 120% van het Wsm4. Dit is 9% van het totale aantal Baarnse huishoudens, hiermee komt Baarn een stuk lager uit dan het landelijk gemiddelde van 14%. Dit percentage is gestegen ten opzichte van 2016. Toen bedroeg het aantal huishoudens met een inkomen tot 120% van het Wsm 7.2% van het totale aantal Baarnse huishoudens. Tabel 3.1.3. Huishoudens naar inkomen in Baarn cumulatief (schatting) Inkomen Aantal Aandeel Tot 100% Wsm 650 6% Tot 110% Wsm 750 7% Tot 120% Wsm 1.000 9% Tot 130% Wsm 1.200 11%

Verdeling naar kenmerken De doelgroep met een inkomen tot 120% Wsm bestaat voor 33% uit inwoners met een uitkering op grond van de Participatiewet (inclusief IOAW/IOAZ), voor 46% uit huishoudens met een ander hoofinkomen uit bijvoorbeeld werk of een WW of WIA-uitkering en voor 21% uit huishoudens waarvan het oudste gezinslid de AOW-gerechtigde leeftijd heeft. In 2016 was de verdeling 53% Participatiewet (inclusief IOAW/IOAZ), 26% ander hoofdinkomen en 21% AOW. Alleenstaanden vormen met 46% de grootste groep minimahuishoudens in Baarn. Ook in andere gemeenten tot 50.000 inwoners vormen alleenstaanden de grootste groep minima; gemiddeld ligt dit percentage tussen de 50% en 55% van alle minimahuishoudens. Huishoudens met kinderen vormen in totaal 27% van de minimahuishoudens met een inkomen tot 120% van het Wsm. Dit ligt iets hoger dan het gemiddelde wat we bij andere gemeenten zien van ongeveer 25%. Tabel 3.1.4 Inkomensbron minima, inkomen tot 120% Wsm Categorie

Tot 120% Wsm Aantal

Inkomensbron Bijstand inkomen AOW inkomen 4

330 210

Aandeel 33% 21%

Armoede index 2019 gemeente Baarn, KWIZ, juli 2019

8 Evaluatie minimabeleid Baarn 2017-2019

Ander inkomen Totaal Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons met kinderen Meerpersoons zonder kinderen Totaal

460 1.000

46% 100%

460 190 80 270

46% 19% 8% 27%

1.000

100%

Kinderen Van de 4.832 opgroeiende jongeren in de leeftijd tot 18 jaar in Baarn wonen er 480 in een huishouden met een inkomen tot maximaal 120% van het voor dat huishouden geldende Wsm. Met elkaar maken zij bijna 10% van de jeugdpopulatie in Baarn uit. In 2016 bedroeg dit percentage nog 6,4%. Tabel 3.1.5 Aantal minimakinderen (schatting) cumulatief Kinderen Aantal Tot 100% Wsm 250 Tot 110% Wsm 370 Tot 120% Wsm 480 Tot 130% Wsm 540 Inkomen hoger dan 130% Wsm 4.292 Alle kinderen Tabel 3.1.6 Leeftijdsverdeling ‘minimakinderen’ Kinderen Aantal 0-4 jaar 90 4-18 jaar 390 Totaal 480

4.832

Aandeel 5,2% 7,6% 9,9% 11,2% 88,8% 100%

Aandeel 20% 80% 100%

De conclusie die we kunnen trekken uit de ontwikkeling van de Baarnse minimadoelgroep tussen 2016 en 2019 is dat de samenstelling van de minimadoelgroep veranderd is. Waar eerst de bijstandsgerechtigden het grootste deel van de doelgroep uitmaakten is dat nu de groep die (parttime) inkomen of een andersoortige uitkering (WW, WIA, WLZ) ontvangt. Een zorgwekkende ontwikkeling is dat een groter percentage van het totale aantal Baarnse gezinnen binnen de minimadoelgroep valt. We hebben te maken met een stijging van 23% ten opzichte van 2016. Het percentage van de totale jeugdpopulatie die binnen de minimadoelgroep valt is zelfs nog sterker gestegen met 56% ten opzichte van 2016. De oorzaken achter deze stijging vallen buiten de scope van deze evaluatie omdat het inkomen-gerelateerde problematiek is. Wel kunnen we concluderen dat beleidsdoelstelling 1. “De gemeente Baarn draagt actief bij aan het terugdringen van armoede” in de toekomst een stevigere inzet verlangt. Minimabeleid is niet het juiste instrument om armoede structureel terug te dringen. De oplossing hiervoor moet worden gezocht in re-integratie- en schuldhulpverleningsinstrumenten. Dit wordt opgepakt in BBS-verband, in samenwerking met de uitvoeringspartners op het gebied van schulddienstverlening, de armoederegisseurs en andere maatschappelijke partners (zie ook paragraaf 4.6).

Wel kan effectief minimabeleid bijdragen aan het creëren van financiële rust en stabiliteit en aan maatschappelijk participeren gedurende het streven naar een structurele oplossing. 9 Evaluatie minimabeleid Baarn 2017-2019

4. Resultaten per regeling In dit hoofdstuk wordt beschreven wat het gebruik en bereik van de regeling is, hoe deze is ervaren door inwoners en maatschappelijke partners, hoe de samenwerking met de desbetreffende uitvoeringspartij is verlopen en welke aanbevelingen hieruit voortkomen. Dit wordt besproken per regeling. De individuele bijzondere bijstand, de individuele inkomenstoeslag, individuele studietoeslag, compensatie eigen risico en kwijtschelding lokale heffingen worden inhoudelijk niet meegenomen in deze evaluatie. Wel is in de Armoede-index van KWIZ opgenomen hoeveel aanvragen er zijn ingediend en wat het bereik is van deze toeslagen en regelingen. Lokale regelingen 4.1 Declaratiefonds Het Declaratiefonds biedt een jaarlijkse vergoeding voor activiteiten op cultureel, maatschappelijk, sportief en recreatief gebied. Door de verstrekking wordt geprobeerd een bijdrage te leveren aan het voorkomen van sociale uitsluiting. Inwoners kunnen deze vergoeding krijgen als hun (gezins-)inkomen niet hoger is dan 120% van het Wsm en hun vermogen niet hoger is dan hetgeen is aangegeven in de Participatiewet. Het declaratiefonds wordt door maatschappelijk partners gezien als de voorliggende voorziening op landelijke regelingen zoals Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur.

In 2018 is besloten dat inwoners met een geregistreerd schuldhulpverleningstraject volgen ook in aanmerking komen voor tegemoetkoming via het declaratiefonds. Voorwaarde is dat het netto besteedbaar inkomen niet hoger is dan 120% van het Wsm. Dit is opgenomen in de Regeling Declaratiefonds geregistreerd schuldhulptraject 2018, gemeente Baarn. Er is een basisvergoeding van € 150,- per gezinslid en een aanvullende vergoeding mogelijk van €250,voor inwonende kinderen van 4 tot 18 jaar voor sport, culturele activiteiten of zwemlessen bij De Trits. De aanvraag vindt plaats bij de gemeente Baarn. Gebruik regeling Gebruik declaratiefonds Aantal aanvragen Aantal besluiten

2017 493 486

2018 525 512

2019 (Q1&2) 347 366*

Gemiddelde doorlooptijd aanvraagbesluit Afwijzing/buiten behandeling gesteld

8 dagen

16,6

16,4

67

72

39

Inwoners dat vanuit schuldhulpverleningstraject beroept op het fonds Aantal toegekende basisvergoedingen (€150 pp)

0

12

1

789**

794**

598**

10 Evaluatie minimabeleid Baarn 2017-2019

Aantal aanvullende vergoedingen (€250 per kind) Waarvan bestemd voor zwemles Trits

124

100

87

54

76

35

* Doordat er in 2018 aanvragen zijn gedaan waar in 2019 een besluit over is genomen zijn er meer besluiten dan aanvragen in kwartaal 1 en 2 2019 ** Doordat er meerdere vergoedingen per gezin kunnen worden toegekend is het aantal toegekende vergoedingen hoger dan het aantal aanvragen/besluiten

In 2018 hebben naar schatting 453 huishoudens gebruik gemaakt van deze regeling. Daarmee ligt het bereik van deze regeling op 45%. Landelijk gezien hebben dergelijke regelingen vaak een bereik rond de 40%. Er is een lichte stijging te zien van het aantal aanvragen in 2018. Dit heeft mogelijk te maken met te toenemende bekendheid van het declaratiefonds. Een ander opvallend resultaat is dat een zeer kleine groep inwoners dat in een geregistreerd schuldhulpverleningstraject zit in 2018 en 2019 een aanvraag heeft gedaan voor het declaratiefonds. Het openstellen van het declaratiefonds voor deze groep inwoners had als doel om een groter bereik te krijgen. Dit doel lijkt tot op heden nog niet te zijn behaald. Toelichting gebruik regeling • Aantal toekenningen hoger dan aantal aanvragen Het aantal toegekende basisvergoedingen ligt hoger dan het aantal aanvragen. Dit heeft te maken met het feit dat een gezin meerdere basisvergoedingen kan ontvangen. • Meer aanvragen dan besluiten Uit de rapportage blijkt dat zowel in 2017 als 2018 meer aanvragen zijn gedaan dan dat er besluiten zijn genomen. Dat kan komen doordat een inwoner bijvoorbeeld twee keer achter elkaar een aanvraag doet voor het declaratiefonds. • Langere doorlooptijd aanvraag-besluit Uit de rapportage van 2018 blijkt dat de doorlooptijd van aanvraag tot besluit is verdubbeld.

Dit heeft te maken met de toegenomen werkdruk binnen het Loket Wonen, Zorg en Welzijn. • Beperkte toename aantal aanvragen (vanuit schuldhulpverlening) De beperkte toename onder deze groep inwoners heeft mogelijk te maken met de bereikbaarheid en de problematiek van deze doelgroep. Kenmerkend voor inwoners die in een schuldhulpverleningstraject zitten is dat zij het lastig vinden om de benodigde bewijsstukken aan te leveren.

11 Evaluatie minimabeleid Baarn 2017-2019

Ervaring regeling 40 35 30 25 20 15 10 5 0

zeer tevreden tevreden neutraal ontevreden zeer ontevreden Declaratiefonds

n.v.t

74 van de 90 inwoners die de enquête hebben ingevuld hebben gebruik gemaakt van het declaratiefonds. Hiervan geven 65 inwoners aan tevreden tot zeer tevreden te zijn met de regeling. Inwoners geven aan dat het aanvraagproces makkelijk is en de aanvragen goed en snel worden behandeld. Wel blijkt uit de enquête dat niet altijd helder is bij welke ‘partij’ in eerste instantie de aanvraag voor bijvoorbeeld sport of culturele activiteiten of attributen gedaan moet worden. Dit omdat via het Jeugdfonds Sport en Cultuur, via stichting Leergeld, ook een aanvraag gedaan kan worden voor bijdragen voor contributie en/of benodigde attributen. In paragraaf 5.4 en 5.5 wordt er verder ingegaan op stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur. De €150 die vanuit het declaratiefonds aan volwassenen wordt toegekend blijkt vaak op te gaan aan andere kosten, bijvoorbeeld voor internet of een mobiele telefoon. De vergoeding wordt dus niet altijd ingezet waarvoor het bedoeld is. Samenwerking Er zijn geen directe uitvoeringspartners binnen het declaratiefonds. Wel wordt het declaratiefonds actief gepromoot door de armoederegisseurs van Welzijn Baarn. Inwoners kunnen de tegemoetkoming inzetten voor welzijns-, cultuur- en sportactiviteiten en zijn niet gebonden aan specifieke clubs of verenigingen.

Inwoners moeten aantonen dat zij het volledig aangevraagde bedrag hebben besteed gedurende het kalenderjaar waarvoor de aanvraag is aangediend. Hierdoor hebben inwoners wel de ruimte om gedurende het jaar deel te nemen aan verschillende activiteiten en zijn zij niet verbonden aan één club of vereniging. Nadeel aan deze vorm van declareren is dat in sommige gevallen sportverenigingen niet direct betaalt krijgen. Aanbevelingen: Het aantal aanvragen binnen het declaratiefonds is toegenomen tussen 2017 en 2019. Het is niet direct te zeggen of dit ligt aan een verbeterd bereik van deze regeling of aan het feit dat de doelgroep gegroeid 12 Evaluatie minimabeleid Baarn 2017-2019

is. Het gros van de gebruikers is zeer tevreden over deze regeling met name omdat het deelname aan de samenleving stimuleert. Het aanvraagproces behoeft verbetering. •

•

•

•

Aanvraagproces verhelderen en gebruik fondsen beter op elkaar afstemmen: Aanbevolen wordt om de aanvragen voor sport/cultuur-abonnementen voor kinderen van 4 tot 18 jaar via verschillende kanalen beter op elkaar af te stemmen, te versimpelen of het proces zelfs terug te brengen tot één aanvraagroute. Dit voorkomt stapeling van regelingen en schept duidelijkheid voor inwoners. De mogelijkheden hiertoe worden geïnventariseerd bij de herijking van het minimabeleid in Q1/2 2020. Uitvoering van het declaratiefonds beleggen bij BBS Uitvoeringsorganisatie Verkennen van de mogelijkheid om de uitvoering van het declaratiefonds uit te besteden aan BBS uitvoeringsorganisatie. Dit zal de hoge werkdruk van de medewerkers van het Zorgloket verlichten. Dit wordt meegenomen in de herijking van het minimabeleid in Q1/2 2020. Het bereik onder schuldenaren vergroten door extra inzet op communicatie voor deze doelgroep: Aanbevolen wordt om Kredietbank Nederland en Zuidweg en Partners goed te informeren over de mogelijkheden binnen het declaratiefonds en de mogelijke begeleiding die zij kunnen geven bij het aanleveren van bewijsmateriaal. Dit wordt meegenomen in het Communicatieplan minimabeleid in Q3 2020. Betere controle op waar de vergoeding aan wordt uitgegeven.

Aanbevolen wordt om beter te controleren of de vergoedingen aan volwassenen wel daadwerkelijk uitgegeven worden aan sport- of cultuurdoeleinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9858646/1