CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

931724 Ontwerp Programmabegroting 2025 RUD Utrecht bijlage 3 Jaarstukken 2023 RUD Utrecht def

Besluit in de Raad 3 juli 2024, gemeente BaarnBij agendapunt: Ontwerp Programmabegroting 2025 RUD Utrecht18.359 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1.2.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen is een maatstaf voor de mate waarin de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Om adequaat en effectief te kunnen reageren op de financiële gevolgen van risico’s die zich voordoen zal de RUD Utrecht moeten beschikken over een financiële buffer. Hierdoor is de RUD Utrecht in staat om zelf risico’s financieel op te vangen. Er hoeft dan geen afzonderlijk beroep gedaan te worden op de deelnemers. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die de RUD Utrecht loopt en waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd. In artikel 31 van de Gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht is bepaald dat het weerstandsvermogen maximaal 5% van de opbrengsten bedraagt. Jaarlijkse exploitatieoverschotten worden toegevoegd aan het weerstandsvermogen. Een exploitatietekort wordt opgevangen binnen het weerstandsvermogen, tenzij het weerstandsvermogen hiervoor onvoldoende is. In dat geval dragen de deelnemers bij naar rato van hun voorlopige bijdrage in de vastgestelde begroting. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen waarover het RUD Utrecht beschikt om de onvoorziene kosten te dekken.

Voor de RUD Utrecht is de algemene reserve aan te merken als beschikbare incidentele weerstandscapaciteit. Deze dient als buffer tegen onvoorzienbare risico’s. De omvang van deze reserve bedraagt bij de start van 2023 € 559.000. In de Programmabegroting 2023 bedroeg de post Onvoorzien € 225.000. Deze post is in 2023 ingezet ter dekking van de indexaties door de hogere inflatie. Voor een verdere toelichting op de post Onvoorzien wordt u verwezen naar het overzicht van baten en lasten, paragraaf 2.3.4 van de jaarrekening. Algemene reserve Op grond van voorgaande kan gesteld worden dat het weerstandsvermogen van de RUD Utrecht slechts gevormd wordt door de algemene reserve. De kenmerken van een algemene reserve zijn: • Algemene reserve is eigen vermogen; • Bedragen zijn vrij besteedbaar; • Het Algemeen Bestuur besluit over de vorming en besteding van de algemene reserve; • Toevoegingen en onttrekkingen verlopen via de exploitatie; • Als de algemene reserve de norm van 5% heeft bereikt worden exploitatie overschotten aan de deelnemers terugbetaald. In de primaire Programmabegroting 2023 was uitgegaan van een exploitatie overschot van € 4.000 ten gunste van de algemene reserve. Het werkelijke resultaat 2023 bedraagt € 302.000 (2022: € -210.000). De verwerking van dit resultaat zal conform het vaststellingsbesluit van het AB plaatsvinden.

Hierin is voorgesteld € 193.000 van het positieve resultaat toe te voegen aan de algemene reserve. Daarnaast is het voorstel het restant toe te voegen aan diverse bestemmingsreserves. Risicomanagement Risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Hierdoor kunnen goed onderbouwde keuzes gemaakt worden met betrekking tot: • Welke risico’s kunnen gedragen worden? • Welke beheersmaatregelen kunnen getroffen worden? • Welke middelen moeten, ter afdekking van risico’s, gereserveerd worden?

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 21 van 47

Door de koppeling van het risicomanagement aan de planning & control-cyclus van de RUD Utrecht zal drie keer per jaar over risico’s worden gerapporteerd. Dat is bij de programmabegroting, de bestuurlijke voortgangsrapportage (alleen significante afwijkingen) en de jaarrekening. Algemene risico’s Het risicoprofiel van de RUD Utrecht bestaat uit bedrijfsspecifieke risico’s en meer algemene risico’s. Bij deze laatste kan onder meer gedacht worden aan macro-economische ontwikkelingen en loon- en prijsontwikkelingen. Ook zijn er natuurlijk onzekerheden over (toekomstig) rijksbeleid en ontwikkelingen in wet- en regelgeving. Al deze ontwikkelingen kunnen risico’s en onzekerheden met zich meebrengen, deze zijn echter nagenoeg niet beïnvloedbaar noch kwantificeerbaar. Deze risico’s worden in principe niet opgenomen in de risicoanalyse zolang ze niet leiden tot meer specifieke en kwantificeerbare risico’s voor de RUD Utrecht. Specifieke risico’s De specifieke risico’s zijn de risico’s die op de RUD Utrecht van toepassing zijn. Net als vorig jaar zijn middels sessies met MT en medewerkers de risico’s in kaart gebracht en is een inschatting gemaakt van de kans dat de gebeurtenis daadwerkelijk plaatsvindt en de (financiële) impact daarvan. Dit heeft geresulteerd in onderstaande risicoanalyse:

Risico

Omschrijving

I/S

Kans %

1. Outputfinanciering: productie, achterblijvende vraag

De productie (producten) zoals afgesproken in de DVO’s wordt niet gerealiseerd (kwantitatief of kwalitatief) waardoor de inkomsten lager zijn dan begroot. 1% minder productie is bijna € 100.000 minder inkomsten. Een deel van de productie is vraag gestuurd. De kosten om deze productie te realiseren is echter wel vast en betreft voornamelijk loonkosten.

S

25%

€ 400

€ 100

2. Outputfinanciering: onvoldoende productiviteit

Binnen de RUD is ervan uitgegaan dat medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar maken in de primaire teams. Iedere 1% minder declarabiliteit RUD-breed levert € 90.000 minder inkomsten op.

S

50%

€ 400

€ 200

3. Outputfinanciering: kengetallen

De kentallen in de PDC komen niet overeen met de werkelijke uren voor een product waardoor er meer of minder kosten gemaakt worden.

I

15%

€ 300

€ 45

4. Ziekteverzuim

Bij de begroting is ervan uitgegaan dat de productieve medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar realiseren. Die aanname is o.m. gebaseerd op een maximaal verzuim van 5%. Elk procent boven deze norm kost rond de € 90.000.

S

25%

€ 190

€ 48

5. Wet- en regelgeving: Algemeen

Als gevolg van nieuwe wet- en regelgeving zoals de Omgevingswet zullen werkprocessen, systemen en producten aangepast moeten worden en medewerkers bijgeschoold.

S

40%

€ 300

€ 120

6. Wet- en regelgeving: Invoering Omgevingswet transitie bodemtaken

Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet zal het bevoegd gezag van de bodemtaken verschuiven van de Provincie naar de verschillende gemeentes. Als deze verschuiving betekent dat er minder bodemtaken bij de RUD Utrecht worden belegd zullen er frictiekosten gaan ontstaan, aangezien de RUD Utrecht in dat geval gedwongen afscheid zal moeten nemen van vast personeel.

I

30%

€ 1.200

€360

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Impact x € Restrisico x 1000 € 1.000

Pagina 22 van 47

Risico

Omschrijving

I/S

Kans %

7. Inflatie (specifiek)

Gebruikelijk gaat de RUD Utrecht voor de prijsstijging en CAO stijgingen, bij het opstellen van de begrotingen, uit van de circulaire die door de rijksoverheid wordt opgesteld. Momenteel is de inflatie zodanig hoog dat de inschatting gebaseerd op de circulaire mogelijk te laag zijn ingeschat. Wel is de overheid momenteel bezig met een pakket aan maatregelen om de koopkracht op peil te houden en de inflatie te beperken. De verwachting is dat deze maatregelen in 2023 in zullen gaan. Het prijsniveau in 2023 blijft echter een specifiek risico voor 2023.

s

25%

Totaal restrisico:

Impact x € Restrisico x 1000 € 1.000

€ 400

€ 100

€ 973

Tegenover de bestaande risico’s staat het vrij beschikbare vermogen (algemene reserve + jaarresultaat), waarvan het saldo per 31-12-2023 € 861.000 (31-12-2022 € 599.000) bedraagt, als financiële buffer (weerstandscapaciteit). De hierbij behorende ratio is: 0,9 (2022: 0,8 en minimaal 1,0 is gewenst). De weerstandscapaciteit ligt hiermee onder het gewenste niveau. Echter, er is ook nog een post Onvoorzien in de begroting voor het volgende jaar. Deze is vrij besteedbaar en wordt normaliter als eerste ingezet wanneer één van bovenstaande risico's zich voordoet. Rekening houdend met de post Onvoorzien is het weerstandsvermogen € 1.206.000 (2022: € 784.000). Dan zou het ratio 1,2 (2022: 1,2) bedragen. Kengetallen financiële positie Gezien het stijgende belang van toekomstbestendigheid van lokale overheden moet in de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ een basisset van vijf financiële kengetallen worden opgenomen. Het opnemen van kengetallen past in het streven naar meer transparantie en inzicht in de financiële positie. Voor de RUD Utrecht zijn de volgende drie kengetallen van toepassing: A. Netto schuldquote: geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen; B.

Solvabiliteitsratio: geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen (eigen vermogen als percentage van het totale financiële positietotaal); C. Structurele exploitatieruimte: is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen. Verloop van de kengetallen % Kengetallen

Jaarrekening 2023

A Netto schuldquote B Solvabiliteitsratio C Structurele exploitatieruimte

-8,97 17,08 0,28

Begroting 2023 -4,83 14,96 0,39

Norm VNG %

Jaarrekening 2022 -7,19 15,81 -1,55

Voldoende <100 >50 >0,6

Matig

Onvoldoende

>100 / <130 <50 / >30 < 0,6 / > 0

> 130 < 30 0

Toelichting op de kengetallen: A. B.

C.

De netto schuldquote is erg goed. Reden hiervoor is dat de RUD Utrecht nog geen leningen heeft hoeven afsluiten voor het financieren van investeringen. Wel is er een verandering te zien in de netto schuldquote omdat er minder geïnvesteerd is. De solvabiliteit toont aan dat de RUD Utrecht onvoldoende in staat is om aan haar verplichtingen te voldoen. 2023 is echter een jaar geweest met een positief resultaat, hierdoor stijgt het kengetal. In artikel 31 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht is bepaald dat de algemene reserve maximaal 5% van de jaaromzet mag bedragen. Als gevolg hiervan is deze ratio slechts in beperkte mate beïnvloedbaar. Daarnaast staan de deelnemers van een gemeenschappelijke regeling garant voor eventuele tekorten. De structurele exploitatieruimte van de RUD Utrecht is matig. De RUD Utrecht kan met de structurele baten haar structurele lasten dekken. De RUD Utrecht streeft hiernaar, zonder hierbij een (positief of negatief) exploitatiesaldo te realiseren.

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 23 van 47

1.2.2 Financiering Inleiding De treasuryfunctie van de RUD Utrecht is gebaseerd op de Wet Fido met als doel onder gunstige voorwaarden en met beperkte risico’s over voldoende financiële middelen te beschikken. Een belangrijk element daarbij is het verkrijgen van meer zicht op de ontwikkeling van de financieringspositie, zowel op korte als lange termijn. Dit betreft dan met name het in beeld brengen van de behoefte aan financieringsmiddelen, gerelateerd aan de investeringsplanning en de inzet van vrijvallende dan wel beschikbaar komende financieringsmiddelen. Financiering korte termijn In de bijdrageverordening is het volgende vastgelegd: a. De deelnemers betalen uiterlijk 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober een voorschot in de lasten van het lopende begrotingsjaar van 25% van de totale bijdrage (vaste bijdrage + begrote variabele bijdrage); en b. Naar aanleiding van de liquiditeitspositie in de afzonderlijke kwartalen kan het Dagelijks Bestuur bepalen dat van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, een afwijkend voorschot wordt betaald. Hierdoor is verzekerd dat de RUD Utrecht voor de korte termijn voldoende financiële middelen heeft. Doen zich hierbij tijdelijk overschotten voor, dan heeft de RUD Utrecht te maken met schatkistbankieren.

De overschotten mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist (het Rijk) worden belegd (of uitgeleend aan andere decentrale overheden). De RUD Utrecht mag de eerste € 1.000.000 buiten de schatkist houden. Voor 1 juli 2021 was dit € 250.000. De RUD Utrecht heeft besloten momenteel nog € 250.000 buiten de schatkist te houden. In 2018 heeft de RUD Utrecht een vernieuwde financieringsovereenkomst (krediet- en depotarrangement) afgesloten met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). De ingangsdatum van de vernieuwde overeenkomst is 11-2019. De overeenkomst omvat geen krediet limiet meer, zoals de eerdere overeenkomst. Er geldt wel een intra-daglimiet van € 600.000. In 2023 is hier geen gebruik van gemaakt. Het saldo liquide middelen bedraagt per 31 december 2023 € 250.000. Financiering lange termijn Wanneer de RUD Utrecht investeringen doet en deze activeert heeft dit invloed op de financiële positie en kan het nodig zijn om deze te financieren met geldleningen met een looptijd langer dan één jaar. Hierbij moet rekening worden gehouden met de renterisiconorm van het Rijk, die voorziet in spreiding van de looptijden van geldleningen, waardoor renterisico’s beperkt worden. Eventuele langlopende geldleningen in de komende jaren zijn afhankelijk van omvang en tempo van de investeringen (in bijvoorbeeld ICT) en de ontwikkeling van de reservepositie van de RUD Utrecht.

De RUD Utrecht heeft op dit moment geen langlopende leningen. De verwachting is dat in 2024 ook geen langlopende leningen noodzakelijk zijn. Renterisico De RUD Utrecht heeft geen schulden en betaalt daardoor ook geen rente. Het rente risico is daardoor nihil. Renterisiconorm 2023 – 2026 (bedragen x €1000) Netto renteherziening op vaste schulden (o/g / u/g) Aflossingen Renterisico Lasten primaire begroting 2023 Percentage cf. regeling Renterisiconorm (2023) Rente risico Norm Toetsing renterisiconorm:

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

2023 € € €

2024

2025

2026

€ € € € 15.740 20% -€ 3.148

€ € € € 15.927 20% -€ 3.185

€ € € € 16.116 20% -€ 3.223

€ 16.307 20% -€ 3.261

€0 -€ 3.148 € 3.148

€0 -€ 3.185 € 3.185

€0 -€ 3.223 € 3.223

€0 -€ 3.261 € 3.261

Pagina 24 van 47

Kasgeldlimiet De RUD Utrecht heeft de Kasgeldlimieten niet overschreden. Kasgeldlimiet 2023 (bedragen x €1000) Grondslag: Lasten primaire begroting 2023 Toegestane kasgeldlimiet: In % van de grondslag In bedrag Toetsing: Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden <1 jaar Overige geldleningen <1 jaar Af: Vlottende middelen Saldo netto vlottende schuld

e

1 kw

Ruimte

e

2 kw

e

3 kw

e

2023

4 kw

€ 15.740

€ 15.740

€ 15.740

€ 15.740

€ 15.740

8,20% -€ 1.291

8,20% -€ 1.291

8,20% -€ 1.291

8,20% -€ 1.291

8,20% -€ 1.291

0 0 0 0 0 € 3.878 € 3.878

0 0 0 0 0 € 4.685 € 4.685

0 0 0 0 0 € 6.219 € 6.219

0 0 0 0 0 € 5.638 € 5.638

0 0 0 0 0 € 6.244 € 6.244

€ 5.169

€ 5.975

€ 7.510

€ 6.929

€ 7.535

1.2.3 Bedrijfsvoering De overhead wordt door de RUD Utrecht verantwoord in een apart programma Bedrijfsvoering. Voor een nadere toelichting wordt derhalve verwezen naar paragraaf 1.1.5. Bedrijfsvoering.

1.2.4 Onderhoud Kapitaalgoederen In paragraaf 2.3.2 en 2.3.3 staat opgenomen hoe we omgaan met afschrijvingen en onderhoud van onze materiële vaste activa.

1.2.5 Wet open overheid (Woo) Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden en is de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervallen. Een belangrijk doel van de Woo is om overheden transparanter te maken door overheidsinformatie beter vindbaar en raadpleegbaar te maken. In de Woo wordt actieve openbaarmaking uitvoerig geregeld. Ook de Wob bevatte regels over actieve openbaarmaking maar deze regels waren ontoereikend of te vrijblijvend. Daarom zijn de regels over actieve openbaarmaking in de Woo aangescherpt. De overheid moet meer informatie uit zichzelf openbaar maken zonder dat hiervoor een verzoek is ingediend. De omgang met en het bewaren van informatie moet zijn gericht op actieve openbaarmaking. Zorg bijvoorbeeld dat alle informatie goed wordt opgeslagen en gemakkelijk kan worden gevonden. Op landelijk niveau was er een digitale informatiestructuur, namelijk het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI), in ontwikkeling. Om meerdere redenen heeft het Adviescollege ICT-toetsing geoordeeld dat doorontwikkeling afgebroken moet worden. In plaats daarvan is er dit jaar de Woo-index gekomen, waar bij de RUD is aangesloten. Het is de bedoeling dat hierop actief openbaar gemaakte stukken worden gepubliceerd. In 2024 verwacht de RUD de eerste stukken via deze index openbaar te maken. De RUD maakt al stukken openbaar via de eigen website.

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 25 van 47

Deel 2 – Jaarrekening (BBV)

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 26 van 47

2.1 Balans per 31 december 2023

31 december 2023

ACTIVA Vaste activa - Investeringen met een economisch nut

Materiële vaste activa

Totaal vaste activa Vlottende activa - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist

Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar - Nog te ontvangen bedragen van Europeese en Nederlandse overheiden: a. Het Rijk b. Overige Nederlandse overheden - Nog te ontvangen bedragen van derden - Vooruitbetaalde bedragen

Overlopende activa - Banksaldi

Liquide middelen

1

2

3

4

€

599.000

€ €

743.000 5.994.000

€ € € €

1.081.000 63.000 150.000

€

250.000

Totaal vlottende activa Totaal generaal

Eigen vermogen Voorzieningen

Voorzieningen Totaal vaste passiva Vlottende passiva - Overige schulden

Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar - Vooruit ontvangen van deelnemers/te verrekenen met deelnemers - Voorschotten voor uitkeringen met een specifieke bestedingsdoel - Nog te betalen bedragen

Overlopende passiva

Totaal vlottende passiva Totaal generaal

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

599.000

€

599.000

€

6.737.000

€

1.294.000

€

250.000

€ €

8.281.000 8.880.000

€

5

6

7

8

€ € €

559.000 656.000 302.000

€

859.000

€

1.120.000

€

€

1.517.000

€

859.000

€

2.376.000

€

1.120.000

497.000

€ €

677.000 5.840.000

€ € € €

624.000 9.000 144.000

€

250.000

31 december 2023

PASSIVA Vaste passiva - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat

€

31 december 2022

€ € €

769.000 712.000 -210.000

€

420.000

376.000

3.053.000

€

3.388.000

€

799.000

€

527.000

€

1.532.000

€

2.059.000

5.384.000

€ €

6.504.000 8.880.000

497.000

€

497.000

€

6.517.000

€

777.000

€

250.000

€ €

7.544.000 8.041.000

31 december 2022

€

€

€

€

1.271.000

€

420.000

€

1.691.000

€

376.000

€

5.974.000

€ €

6.350.000 8.041.000

Pagina 27 van 47

2.2 Overzicht van baten en lasten 2023 Begroting voor wijzigingen

Begroting na wijzigingen

Realisatie 2023

Verschil

Programma's: 1 Handhaving

€

6.443.000

€

7.787.000

€

7.245.000

€

-542.000

2 Vergunningverlening

€

4.982.000

€

7.787.000

€

7.837.000

€

50.000

Bedrijfsvoering (Overhead)

€

4.040.000

€

5.114.000

€

4.473.000

€

-641.000

Overig - Onvoorzien

€

225.000

€

-

€

-

€

-

- Stelpost loon- en prijscompensatie

€

50.000

€

-

€

-

€

-

Totaal lasten

€

15.740.000

€

20.688.000

€

19.555.000

€

-1.133.000

1 Handhaving

€

6.416.000

€

7.608.000

€

7.035.000

€

-573.000

2 Vergunningverlening

€

5.013.000

€

8.027.000

€

8.142.000

€

115.000

Programma's:

€ €

-

Bedrijfsvoering (Overhead)

€

4.040.000

€

4.750.000

€

4.447.000

Overig - Onvoorzien

€

225.000

€

-

€

-

€

-

- Stelpost loon- en prijscompensatie

€

50.000

€

-

€

-

€

-

Totaal baten

€

15.744.000

€

20.385.000

€

19.624.000

€

€

100.000

€

177.000

€

77.000

€

4.000

€

-203.000

€

246.000

€

449.000

VTH Zaaksysteem

€

-

€

32.000

€

32.000

€

-

Omgevingswet

€

-

€

65.000

€

-

€

-65.000

Doorontwikkeling RUD Utrecht

€

-

€

113.000

€

24.000

€

-89.000

Gerealiseerd resultaat

€

4.000

€

7.000

€

302.000

€

295.000

€

-303.000 -

-761.000

Algemene Dekkingsmiddelen Saldo financieringsfunctie Totaal (voor reservemutaties)

Onttrekking:

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 28 van 47

2.3 Toelichtingen 2.3.1 Algemene grondslagen De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden verantwoord voor zover zij op financiële positiedatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Operationele leasing Bij de RUD Utrecht bestaan leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan het eigendom verbonden zijn, niet bij de organisatie liggen. Deze leasecontracten worden verantwoord als operationele leasing. Leasebetalingen worden op lineaire basis verwerkt in het overzicht van baten en lasten over de looptijd van het contract.

2.3.2 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Balans Vaste activa Artikel 59 tot en met 65 van het BBV zijn van toepassing op het waarderings- , activerings- en afschrijvingsbeleid van de RUD Utrecht. In de financiële verordening van de RUD Utrecht is per soort actief vastgelegd hoe dit beleid wordt toegepast. Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa met economisch nut worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. Activa met een verkrijgingprijs van minder dan of gelijk aan € 10.000 jaar worden niet geactiveerd, uitgezonderd (meet)apparatuur. De materiële vaste activa met economisch nut worden afgeschreven in maximaal: 15 jaar : technische installaties en apparatuur in gebouwen 10 jaar : kantoormeubilair, veiligheidsvoorzieningen en verbouwingen 5 jaar : transportmiddelen, aanhangwagens en personenauto's 3 jaar : (automatiserings)apparatuur en telefooninstallaties 1 jaar : (meet) apparatuur waarbij 50% van de jaarafschrijving wordt verantwoord in het jaar van aanschaf en/of technische/economische ingebruikname. Bij het bepalen van de afschrijving wordt geen rekening gehouden met een restwaarde.

Bij een eventuele verkoop van materiële vaste activa wordt de opbrengst via de resultaatbestemming toegevoegd aan de algemene reserve van de RUD Utrecht. De economische levensduur is beëindigd op het moment dat de aan het actief toe te rekenen jaarlasten hoger zijn dan de aan het actief toe te rekenen jaaropbrengsten. De rente wordt berekend over de boekwaarde per 1 januari. Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar en overlopende activa Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering. Liquide middelen Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 29 van 47

De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen met een verwachte looptijd van maximaal een jaar worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld. Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichtingen en verliezen, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen. Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar en overlopende passiva Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde, dit is meestal de nominale waarde. Overzicht van baten en lasten Resultaatbepaling Baten worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd, lasten worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd en/of voorzienbaar zijn. Het resultaat wordt bepaald met inachtneming van alle hier boven vermelde waarderingsgrondslagen. Financiële baten en lasten Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva.

Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen Vennootschapsbelasting Vanaf 2016 kunnen indirecte overheidslichamen zoals de RUD Utrecht belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting (Vpb). Vanuit de gezamenlijke omgevingsdiensten is overlegd met de Belastingdienst. Vanuit dit overleg zijn voorwaarden vastgesteld wanneer er mogelijk sprake zou kunnen zijn van een Vpb-plicht. De RUD Utrecht heeft de organisatie op deze voorwaarden getoetst en vastgesteld dat zij niet aan deze voorwaarden voldoet. De RUD Utrecht stelt zich derhalve op het standpunt niet belastingplichtig te zijn voor de Vpb.

2.3.3 Toelichting op de balans per 31 december 2023 1. Vaste activa Materiële vaste activa Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de materiële vaste activa weer: ICT VTH applicatie

ICT

Vervoermiddelen

Stand per 1 januari 2023 Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijving Boekwaarden

€ € €

312.000 € 160.000 € 152.000 €

287.000 143.000 144.000

€ € €

Mutaties Investeringen Desinvestering Afschrijvingen Afschrijvingen desinvesteringen Saldo

€ € € € €

52.000 83.000 -31.000

7.000 59.000 -52.000

€ € € € €

234.000 34.000 200.000

294.000 € 202.000 € 92.000 €

313.000 64.000 249.000

Stand per 31 december 2023 Aanschafwaarde € Cumulatieve afschrijving € Boekwaarden €

€ € € € €

364.000 € 243.000 € 121.000 €

Inventaris

79.000 € 30.000 € 49.000 €

Geluidsapparatuur

Verbouwingen

Totaal

95.000 € 31.000 € 64.000 €

40.000 € 34.000 € 6.000 €

96.000 € 15.000 € 81.000 €

1.050.000 553.000 497.000

€ € € € €

10.000 -10.000

23.000 18.000 5.000

10.000 -10.000

€ € € € €

316.000 214.000 102.000

€ € €

95.000 € 41.000 € 54.000 €

96.000 € 25.000 € 71.000 €

1.366.000 768.000 599.000

€ € € € €

€ € € € €

63.000 € 52.000 € 11.000 €

Regulier onderhoud aan de materiële vaste activa worden als kosten verantwoord, eventuele kosten die de levensduur verlengen worden geactiveerd. De investeringen in 2023 zijn beperkt en zitten vooral in ICT middelen en vervoersmiddelen. De vervoermiddelen zijn bedrijfsauto’s die voorheen geleased werden en nu zelf zijn aangeschaft vanuit een kostenoverweging. Er zijn in 2023 geen desinvesteringen geweest.

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 30 van 47

2. Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar De in de financiële positie opgenomen uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar kunnen als volgt gespecificeerd worden: - Vorderingen op deelnemers - Debiteuren - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar

€ € €

31-12-2023 576.000 167.000 5.994.000

€ € €

31-12-2022 657.000 20.000 5.840.000

€

6.737.000

€

6.517.000

€ € € € € € € € € € € € €

31-12-2023 97.000 211.000 20.000 63.000 21.000 69.000 95.000 576.000

€ € € € € € € € € € € € €

31-12-2022 12.000 2.000 2.000 223.000 49.000 30.000 2.000 22.000 153.000 2.000 160.000 657.000

Vorderingen op deelnemers De vorderingen op deelnemers kunnen als volgt worden uitgesplitst: Specificatie vorderingen op deelnemers - Gemeente Amersfoort - Gemeente Baarn - Gemeente Bunschoten - Gemeente Eemnes - Gemeente Houten - Gemeente Leusden - Gemeente Lopik - Gemeente Nieuwegein - Gemeente Soest - Gemeente Utrecht - Gemeente Woudenberg - Provincie Utrecht Vorderingen op deelnemers

De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen. Een voorziening voor oninbaarheid wordt niet noodzakelijk geacht. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan één jaar zijn alle overtollige liquide middelen die in de schatkist worden aangehouden, tenzij deze middelen onder het drempelbedrag gerekend kunnen worden. Per kwartaal mag het gemiddelde van de middelen die de decentrale overheid dagelijks buiten de schatkist houdt niet boven het drempelbedrag uitkomen. Onderstaand overzicht geeft inzicht in deze berekening en de daarbij behorende uitkomsten per kwartaal. Er is over 2023 € 177.000 (2022 € 18.000) aan rente ontvangen op de uitzettingen in ’s Rijks schatkist. Deze zijn verantwoord onder de saldo financieringsfunctie. Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag Berekening drempelbedrag Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat Drempelbedrag

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

€ € €

Kwartaal 1 249.640 € 750.360 € €

Kwartaal 2 249.300 € 750.700 € €

Kwartaal 3 248.690 € 751.310 € €

Kwartaal 4 249.680 750.320 -

€ € € €

15.740.000 15.740.000 1.000.000

Pagina 31 van 47

3. Overlopende activa De post overlopende activa is als volgt opgebouwd: - Nog te ontvangen bedragen Europesse en Nederlandse overheden - Nog te ontvangen bedragen derden - Vooruitbetaalde bedragen Overlopende activa

€ € € €

31-12-2023 1.081.000 63.000 150.000 1.294.000

€ € € €

31-12-2022 624.000 9.000 144.000 777.000

De post nog te ontvangen bedragen bestaat vrijwel geheel uit nog te factureren aanvullende opdrachten. Specificatie Nog te ontvangen bedragen a. Rijk: Subtotaal b. Overige Nederlandse Overheden: - Gemeente Amersfoort - Gemeente Bunschoten - Gemeente Eemnes - Gemeente Houten - Gemeente Leusden - Gemeente Lopik - Gemeente Utrecht - Gemeente De Ronde Venen - Provincie Utrecht Subtotaal Derden - Derden/overigen Totaal nog te ontvangen bedragen

€ €

31-12-2023 -

€ €

31-12-2022 -

€ € € € € € € € € €

114.000 12.000 16.000 45.000 4.000 890.000 1.081.000

€ € € € € € € € € €

11.000 44.000 3.000 566.000 624.000

€ €

63.000 1.144.000

€ €

9.000 633.000

Nog te ontvangen bedragen zijn aanzienlijk gestegen eind 2023 ten opzichte van 2022. Dit komt voornamelijk doordat een aantal deelnemers een hogere realisatie van de DVO heeft behaald. Door de herverdeling van de vaste bijdrage én er extra werkzaamheden in aanvullende opdrachten zijn gerealiseerd. Deze zijn eind 2023 nog niet gefactureerd. 4. Liquide middelen De post liquide middelen is als volgt opgebouwd: - BNG Bank Liquide middelen

€ €

31-12-2023 250.000 250.000

€ €

31-12-2022 250.000 250.000

De liquide middelen staan ter vrije beschikking aan de RUD Utrecht. 5. Eigen vermogen De post eigen vermogen is als volgt opgebouwd: Algemene reserve

Bestemmingsreserves

Gerealiseerd resultaat

Totaal

Stand per 1 januari 2023

€

769.000

€

712.000

€

-210.000

€

1.271.000

Mutaties - Verwerking resultaat 2022 (algemene reserve) - Verwerking resultaat 2022 (bestemmingsreserve) - Terugstorting aan deelnemers - Verwerking resultaat 2023 - Onttrekking bestemmingsreserves Saldo

€ € € € € €

-210.000 -210.000

€ € € € € €

-56.000 -56.000

€ € € € € €

210.000 302.000 512.000

€ € € € € €

302.000 -56.000 246.000

Stand per 31 december 2023

€

559.000

€

656.000

€

302.000

€

1.517.000

Algemene reserve Storting : Positieve saldo jaarrekening Doel : Weerstandscapaciteit van de RUD Utrecht.

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 32 van 47

Verloopoverzicht van de bestemmingsreserves: Informatie gestuurd handhaving

Persoonsgebonden opleidingsbudgetten

ISV gelden geluid SBG

Omgevingswet

VTH Doorontw. RUD zaaksysteem Utrecht

Stand per 1 januari 2023

€

67.000

€

211.000

€

13.000

€

140.000

€

32.000

€

249.000

€

712.000

Mutaties - Verwerking resultaat 2022 (algemene reserve) - Toevoeging ten laste van het resultaat - Onttrekking ten gunste van het resultaat Saldo

€ € € €

-

€ € €

-

€ € € €

-

€ € € €

-

€ € € €

32.000 -32.000

€ € €

24.000 -24.000

€ € € €

56.000 -56.000

Stand per 31 december 2023

€

67.000

€

211.000

€

13.000

€

140.000

€

-

€

225.000

€

656.000

Totaal

Bestemmingsreserve IGH (Informatie gestuurde Handhaving) Storting : Oorspronkelijk ten laste van de algemene reserve ter hoogte van € 120.000. Doel : Het verbeteren van de datakwaliteit van de RUD Utrecht. Deze bestemmingsreserve is oorspronkelijk gevormd middels niet bestede projectgelden voor IGH die door de provincie Utrecht ter beschikking waren gesteld. In overleg met de provincie Utrecht is € 53.000 van deze bestemmingsreserve onttrokken in 2019. Sindsdien hebben geen mutatie plaatsgevonden. Bestemmingsreserve Persoonsgebonden opleidingsbudgetten Storting : Meerdere jaren toevoegingen. De laatste toevoeging: ten laste van het resultaat 2021 ter hoogte van € 110.000 Doel : Het dekken van kosten in het geval dat medewerkers aanspraak maken op persoonsgebonden opleidingsbudget dat in voorgaande jaren niet besteed is. In 2023 zijn geen middelen onttrokken aan deze bestemmingsreserve. Bestemmingsreserve ISV gelden - geluid SBG Storting : Ontvangst van SBG voor ISV-geluid. Doel : Ten behoeve van mogelijke woningen die achteraf nog in aanmerking komen voor het treffen van gevelmaatregelen in verband met geluidoverlast van weg/railverkeer. In 2023 zijn geen middelen onttrokken aan deze bestemmingsreserve. Bestemmingsreserve Omgevingswet Storting : In 2019 en 2020 is de bestemmingsreserve Omgevingswet via het resultaat gevormd en aangevuld.

Doel : De organisatie voorbereiden op de implementatie van de Omgevingswet. In 2022 is € 260.000 onttrokken aan deze bestemmingsreserve en ingezet om de RUD Utrecht voor te bereiden op de komst van de Omgevingswet. In 2023 zijn geen middelen onttrokken aan deze bestemmingsreserve. Bestemmingsreserve VTH Zaaksysteem Storting : Oorspronkelijk ten laste van het resultaat 2020 ter hoogte van € 100.000 Doel : De organisatie voorbereiden op de implementatie van de Omgevingswet middels de aanschaf en inrichting van een nieuw VTH zaaksysteem. In 2023 is € 32.000 aan middelen onttrokken aan deze bestemmingsreserve, ten behoeve van kosten gemaakt voor de overgang naar een nieuw VTH-zaaksysteem. Bestemmingsreserve Doorontwikkeling RUD Utrecht Storting : Oorspronkelijk ten laste van het resultaat 2021 ter hoogte van € 467.000 Doel : Ter dekking van kosten voor de doorontwikkeling van de RUD Utrecht. In 2023 is € 24.000 aan middelen onttrokken aan deze bestemmingsreserve ter dekking van gemaakte kosten voor de doorontwikkeling van de RUD Utrecht. 6. Voorzieningen Verloopoverzicht van de Voorzieningen: Saldo per 31-12-2022

Vrijval

Toevoegingen

Aanwendingen

Saldo per 31-12-2023

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Voorziening Verlofsaldi - Voorziening Personeel

€ €

420.000 -

€ €

-

€ €

59.000 380.000

€ €

-

€ €

479.000 380.000

Totaal

€

420.000

€

-

€

439.000

€

-

€

859.000

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 33 van 47

De voorziening Verlofsaldi bestaat uit de onderdelen bovenwettelijk verlof en het vitaliteitsverlof. De uren voor wettelijk verlof en tijd voor tijd zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. De voorziening Personeel is gevormd voor organisatiekosten (personeel) die in 2023 zijn ontstaan en die in de komende jaren naar verwachting tot uitstroom van middelen zal leiden. 7. Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar De post netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar is als volgt opgebouwd: 31-12-2023 1.120.000 € 1.120.000 €

31-12-2022 376.000 376.000

€

31-12-2023 944.000 €

31-12-2022 374.000

€ € € € € € €

8.000 9.000 4.000 6.000 149.000 1.120.000

2.000 376.000

€ €

- Crediteuren Overige schulden

De crediteuren zijn als volgt uitgesplitst: Crediteuren Terug te betalen aan opdrachtgevers - Gemeente Baarn - Gemeente Bunschoten - Gemeente Eemnes - Gemeente Woudenberg - Provincie Utrecht - Derden (ODRU) Overlopende passiva

€ € € € € € €

Het crediteurensaldo is ten opzichte van eind 2022 aanzienlijk gestegen doordat eind december een aantal grote facturen zijn ontvangen die in januari 2024 zijn betaald. 8. Overlopende passiva De post overlopende passiva is als volgt opgebouwd: - Vooruit ontvangen bedragen van deelnemers/te verrekenen met deelnemers - Voorschotten voor uitkeringen met een specifieke bestedingsdoel - Nog te betalen bedragen - Nog terug te betalen aan de opdrachtgevers Overlopende passiva

€ € € € €

31-12-2023 3.053.000 799.000 1.288.000 244.000 5.384.000

€ € € € €

31-12-2022 3.388.000 527.000 1.715.000 344.000 5.974.000

Vooruit ontvangen bedragen van deelnemers en voorschotten voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel De onderdelen kunnen als volgt worden uitgesplitst: Specificatie vooruit ontvangen bedragen Vooruit ontvangen van deelnemers/te verrekenen met deelnemers - Gemeente Amersfoort - Gemeente Baarn - Gemeente Bunschoten - Gemeente Eemnes - Gemeente Houten - Gemeente Leusden - Gemeente Lopik - Gemeente Nieuwegein - Gemeente Utrecht - Gemeente Woudenberg - Provincie Utrecht Subtotaal Voorschotten voor uitkeringen met een specifieke bestedingsdoel - Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat - Rijkdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) Subtotaal Totaal vooruit ontvangen bedragen

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

31-12-2023

31-12-2022

€ € € € € € € € € € € €

142.000 151.000 63.000 158.000 38.000 7.000 112.000 2.373.000 3.053.000

€ € € € € € € € € € € €

486.000 116.000 138.000 60.000 4.000 101.000 93.000 2.192.000 3.388.000

€ € € €

279.000 € 520.000 € 799.000 € 3.852.000 €

150.000 377.000 527.000 3.915.000

Pagina 34 van 47

De post vooruitontvangen van deelnemers betreft de reeds in rekening gebrachte voorschotten voor het eerste kwartaal 2024 die reeds vóór 31 december 2023 zijn ontvangen. Eveneens zijn hierbij inbegrepen voorschotten van opdrachten waarvoor meer ontvangen is dan gerealiseerd in 2023. De post voorschotten voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel kenen het volgende verloop: Specifieke uitkering interbestuurlijk programma VTH

Specifieke uitkering extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht

Totaal

Stand per 1 januari 2023

€

150.000 €

377.000 €

527.000

Mutaties Ontvangen bedragen in 2023 Realisatie in 2023 Vrijgevallen bedragen of terugbetaling Saldo

€ € € €

300.000 171.000 129.000

419.000 276.000 143.000

€ € € €

719.000 447.000 272.000

Stand per 31 december 2023

€

279.000 €

520.000 €

799.000

€ € € €

Nog te betalen bedragen Het totaal bedrag in de balans bedraagt € 1.288.000. Dit bedrag bestaat uit de onderstaande componenten. Specificatie nog te betalen bedragen - Te betalen omzetbelasting - Te betalen overige kosten - Netto salaris - Te betalen loonheffing Nog te betalen bedragen

€ € € € €

31-12-2023 711.000 501.000 42.000 34.000 1.288.000

€ € € € €

31-12-2022 1.111.000 585.000 11.000 8.000 1.715.000

De nog te betalen omzetbelasting is gedaald ten opzichte van vorig jaar. Eind 2022 werd de stand sterk beïnvloed doordat de btw over zowel de voorschotnota’s vierde kwartaal 2022 als de voorschotnota’s eerste kwartaal 2023 in het laatste kwartaal van 2022 zijn gefactureerd. Dit in tegenstelling tot in 2023 jaar waarin de voorschotnota’s van het vierde kwartaal reeds gefactureerd waren in het derde kwartaal. De te betalen overige kosten bestaan voornamelijk uit een reservering voor het wettelijk verlof en tijd-voor-tijd (€ 341.000) en transitorische kosten per einde boekjaar. De post nog terug te betalen aan opdrachtgevers kan als volgt worden gesplitst: Specificatie Nog terug te betalen aan de opdrachtgevers - Gemeente Amersfoort - Gemeente Baarn - Gemeente Bunschoten - Gemeente Eemnes - Gemeente Houten - Gemeente Leusden - Gemeente Lopik - Gemeente Nieuwegein - Gemeente Soest - Gemeente Utrecht

€ € € € € € € € € €

31-12-2023 35.000 84.000 30.000 57.000 19.000 -

€ € € € € € € € € €

31-12-2022 30.000 47.000 1.000 13.000 89.000 10.000 59.000 66.000

- Gemeente Woudenberg - Derden Totaal Nog terug te betalen aan de opdrachtgevers

€ € €

19.000 244.000

€ € €

29.000 344.000

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 35 van 47

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen (Meerjarige) financiële verplichtingen Er zijn niet in de financiële positie opgenomen verplichtingen voor de huur van twee etages in het provinciehuis van de provincie Utrecht. De huurovereenkomst van de etages hebben een looptijd tot 1 juli 2024, echter de intentie is geuit om deze te verlengen tot minimaal 31 december 2024. De jaarlijkse huurprijs (prijspeil 2023) hiervan bedraagt € 363.000 en de jaarlijkse servicekosten bedragen € 264.000, beide bedragen exclusief BTW. Indexatie vindt jaarlijks plaats conform de consumentenprijsindex. Er is een niet in de financiële positie opgenomen verplichting voor de afname van ICT-diensten van de gemeente Houten. Het jaarbedrag bedraagt voor 2024 € 534.000. Jaarlijks wordt een samenwerkingsovereenkomst getekend tussen RUD en gemeente Houten en hierbij wordt het nieuwe jaarlijkse bedrag opgenomen. De gemeente Houten heeft in 2023 een Europese aanbesteding uitgevoerd met het doel om de ICT-infrastructuur te outsourcen en hieruit is met de commerciële dienstverlener een contract afgesloten voor 5 jaar. Operationele lease Als sub-contractant van de provincie Utrecht had de RUD Utrecht een mantelovereenkomst met LeasePlan voor het leasen van voertuigen. Deze contracten lopen allemaal in 2024 af (omdat ze in 2023 voor de laatste keer zijn verlengd met een jaar).

Daarnaast heeft de RUD Utrecht een nieuwe Europese aanbesteding afgerond, zelfstandig van de provincie Utrecht. Onder de nieuwe aanbesteding zullen de nieuwe auto’s worden ondergebracht. De huidige contracten onder de nieuwe aanbesteding lopen tot 2026. Ultimo boekjaar zijn de verplichtingen uit hoofde van operationele leases als volgt te specificeren: Te betalen Binnen 1 jaar Tussen 1 en 5 jaar Totaal

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Totaal te betalen € € €

45.000 93.000 138.000

Pagina 36 van 47

2.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2023 De RUD Utrecht heeft het jaar 2023 met een positief resultaat, voor resultaatbestemming, afgesloten van € 246.000. Binnen de verantwoording is conform voorgaande jaren de totaal gerealiseerde lasten voor inzet personeel inclusief inhuur en overige overheadkosten procentueel verdeeld over de twee programma’s en de bedrijfsvoering (overhead). Dit is bij de oprichting van de RUD Utrecht reeds vastgelegd als begrotingsuitgangspunt. Hierbuiten vallen de financiële baten ad. € 177.000. Het behaalde resultaat is als volgt verdeeld: Vergunningverlening

Handhaving

Bedrijfsvoering (Overhead)

Kosten

€

7.245.000

€

7.837.000

€

Directe variabele kosten

€

5.909.000

€

6.830.000

Directe vaste kosten

€

1.336.000

€

1.007.000

€

Opbrengsten

€

7.035.000

€

8.142.000

€

Directe variabele opbrengsten

€

5.749.000

€

6.808.000

Directe vaste opbrengsten

€

1.286.000

€

1.334.000

€

Saldo

€

-210.000

€

305.000

€

4.473.000

Totaal €

19.555.000

€

12.739.000

4.473.000

€

6.816.000

4.447.000

€

19.624.000

€

12.557.000

4.447.000

€

7.067.000

-26.000

€

69.000

De RUD Utrecht heeft een duaal financieringssysteem. De vaste kosten (bedrijfsvoering en directe vaste kosten van de programma’s) worden middels een vaste bijdrage door de deelnemers vergoed. De overige kosten in de primaire programma’s worden middels een variabele bijdrage op basis van levering van producten en diensten gedekt. Uit bovenstaande blijkt dat er per saldo € 251.000 (€ 7.067.000 minus € 6.816.000) meer aan vaste bijdrage is ontvangen dan kosten gerealiseerd. Dit heeft te maken met de lagere uitgaven op de posten Kapitaallasten, Huisvestingskosten en ICT, Overig Materieel budget en de Ontwikkelkosten. Een nadere specificatie hiervan staat beschreven in de samenvatting en in onderstaande analyse op niveau van kostensoort. Er is per saldo € 182.000 (€ 12.557.000 minus € 12.739.000) minder aan variabele bijdrage ontvangen dan kosten gerealiseerd. Dit wordt veroorzaak doordat de CAO-stijging niet volledig is doorgerekend in de tarieven. Bij Handhaving is het verschil groter door incidentele personeelskosten. Hieronder is op kostensoort niveau een nadere analyse van de kosten opgenomen. Die een verdere specificatie geeft van de realisatie op totaalniveau. Voor een analyse op de begroting 2023 per programma onderdeel wordt verwezen naar het jaarverslag onderdeel 1.1.3 t/m 1.1.5.

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 37 van 47

Toelichting naar baten- en kostensoort In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de totale exploitatie naar kostensoort. Exploitatieoverzicht Lasten Personeel Personeel van derden incl inhuur Kapitaallasten Huisvestingskosten en ICT Overige materieel budget Ontwikkelkosten Onvoorzien Stelpost loon- en prijscompensatie Totaal lasten Baten Vaste bijdrage deelnemers Variabele bijdrage deelnemers Aanvullende opdrachten Aanvullende opdrachten materiële middelen Financiële baten Totaal baten

Raming 2023 voor wijzigingen

Raming 2023 na wijzigingen (a)

Realisatie 2023 (b)

€ € € € € € € € €

12.108.000 663.000 336.000 1.693.000 515.000 150.000 225.000 50.000 15.740.000

€ € € € € € € € €

13.224.000 3.895.000 336.000 1.763.000 772.000 698.000 20.688.000

€ € € € € € € € €

13.376.000 3.049.000 213.000 1.707.000 712.000 498.000 19.555.000

€ € € € € € € € €

-152.000 846.000 123.000 56.000 60.000 200.000 1.133.000

€ € €

6.413.000 9.239.000 -

€ € €

6.528.000 10.533.000 2.820.000

€ € €

6.528.000 10.502.000 2.327.000

€ € €

31.000 493.000

€

Verschil (a - b)

92.000 €

504.000 €

267.000 €

237.000

177.000 € 19.801.000 €

-77.000 684.000

€

15.744.000

€ €

100.000 € 20.485.000 €

Totaal (voor reservemutaties)

€

4.000

€

-203.000

€

246.000 €

-449.000

- Reserve Omgevingswet - Reserve VTH zaaksysteem - Reserve Doorontwikkelen RUD Gerealiseerd resultaat

€ € € €

4.000

€ € € €

65.000 32.000 113.000 7.000

€ € € €

32.000 24.000 302.000

65.000 89.000 -295.000

Onttrekking:

€ € € €

Personele lasten Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt is een aantal vaste formatieplaatsen later of met inhuur ingevuld. Hierdoor wordt de eerste twee post m.b.t. personeelslasten in zijn geheel geanalyseerd. Op totaalniveau zijn de personeelslasten € 694.000 (€ -152.000+€ 846.000) lager dan begroot. De personeelskosten hangen nauw samen met de baten omdat de baten voornamelijk worden gerealiseerd door inzet van personeel. De hogere vaste personeelslasten worden beïnvloed door eenmalige personele lasten van ongeveer € 400.000. De inhuur hangt voornamelijk samen met de aanvullende opdrachten omdat deze baten veelal met inhuur worden gerealiseerd. De aanvullende opdrachten zijn met € 493.000 (opbrengsten m.u.v. materiële middelen) achtergebleven t.o.v. de begroting. Het restant van de lagere personeelskosten (ongeveer € 200.000) wordt verklaard door minder inhuur bij Bedrijfsvoering voor met name het project rondom de Omgevingswet. Kapitaallasten De kapitaallasten zijn € 123.000 lager uitgevallen dan de laatste raming. Dit betreft de afschrijvingskosten van materiële vaste activa. De daling van de kapitaallasten is al langer zichtbaar. In 2023 zijn er wel weer meer investeringen geweest (onder andere in nieuwe vervoermiddelen in 2023 voor de buitengebied BOA’s) waardoor de afschrijvingskosten in 2024 weer zullen stijgen.

Huisvestingskosten en ICT De huisvestingskosten en ICT zijn € 56.000 lager uitgevallen dan de laatste raming. Dit is ca. 3% van de raming. Begin 2023 heeft de verhuurder aangegeven dat met name de servicekosten aanzienlijk zouden stijgen door de hogere energiekosten. Eind 2023 bleek bij de afrekening over de eerste drie kwartalen dat deze energielasten aanzienlijk lager waren dan begin 2023 als raming zijn afgegeven. Derhalve zijn de kosten lager uitgevallen dan begroot. Overig materieel budget Het overig materieel budget is € 61.000 lager uitgevallen dan begroot. Dit is voornamelijk een gevolg van lagere leasekosten. In de coronatijd zijn de poolauto’s minder gebruikt. Dit heeft er in 2023 toe geleid dat voor een aantal auto’s de leasekosten zijn herrekend met gemiddeld minder kilometers per jaar. Dit heeft tot een reductie van de leasekosten geleid. Daarnaast zijn in 2023 voor de groene BOA’s auto’s aangeschaft i.p.v. geleased, omdat dit economisch voordeliger was. De leasekosten zijn daarmee komen te vervallen. Hier zijn wel afschrijvingslasten voor in de plaats gekomen. Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 38 van 47

Ontwikkelkosten De ontwikkelkosten zijn als volgt onderverdeeld:

Categorie Innovatie voortvloeiend uit Samen op Weg Energietransitie inclusief RGT-app Ontwikkelkosten, omzetten van inrichting naar MBA Omgevingswet, voorbereiding op inwerkingtreding Totaal

Kosten 24.000 90.000 147.000 237.000 498.000

De ontwikkelkosten zijn € 200.000 lager uitgevallen dan de laatste raming. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de kosten voor de voorbereiding op de Omgevingswet lager zijn uitgevallen. In voorgaande jaren was natuurlijk op de wet voorbereid, maar nu duidelijk was dat deze wet in 2024 echt in werking zou treden, moest een aantal belangrijke ‘laatste’ stappen en ontwikkelingen nog worden uitgevoerd en ingevoerd. Hiervoor is een plan van aanpak gemaakt. Uiteindelijk is gebleken dat met name de inzet van uren van intern personeel aanzienlijk achter is gebleven. Een deel van deze uren moet echter nog wel gemaakt worden in 2024. Derhalve wordt voorgesteld de bestemmingsreserve voor de Omgevingswet te verhogen naar € 200.000 door € 60.000 in de bestemmingsreserve aan te vullen. Een deel van deze middelen zal worden gebruikt ter dekking van de interne uren. Daarnaast is er ook gedurende 2024 een klein team actief als achtervang om ‘problemen’ die ontstaan bij de werkzaamheden onder de Omgevingswet te adresseren, af te stemmen en waar mogelijk op te lossen. Vaste en variabele bijdrage deelnemers De RUD Utrecht werkt met een hybride financieringssystematiek (variabele en vaste bijdrage). De vaste bijdrage wordt jaarlijks middels de begroting vastgesteld. Op basis van deze begroting wordt de vaste bijdrage ter dekking voor de backoffice en overhead afgerekend.

De variabele bijdrage betreft de realisatie van de DVO’s door vertaald in uitvoeringsplannen. In 2023 is 99,9% van de DVO’s en uitvoeringsplannen gerealiseerd. De variabele bijdrage is € 31.000 lager dan begroot. Aanvullende opdrachten In het overzicht van baten en lasten zijn de aanvullende opdrachten verdeeld over de posten ‘Aanvullende opdrachten’(€ 493.000 lagere realisatie) en ‘Aanvullende materiële middelen’ (€237.000 lagere realisatie). De post aanvullende opdrachten omvat de opdrachtwaarde van de aanvullende opdrachten bestemd voor het uitvoeren van werkzaamheden door medewerkers van de RUD Utrecht (of inhuur). De post Aanvullende materiële middelen omvat de opdrachtwaarde van de aanvullende opdrachten bestemd voor onderdelen van de opdracht die de RUD Utrecht weer aan een externe partij uitbesteed. De aanvullende opdrachten kunnen verschillende werkzaamheden betreffen: reguliere werkzaamheden die bovenop afgesloten DVO afspraken uitgevoerd zullen worden; projecten zoals advisering, stikstof, diffuus lood, bodembeheer en veehouderij; overige zaken zoals de detachering van medewerkers, subsidie BOA’s, procesmanagers en uitvoering van opdracht door de ODRU die doorbelast worden naar de opdrachtgever; Specifieke uitkering interbestuurlijk programma VTH (SPUK IBP) en Specifieke uitkering extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht (SPUK THE).

Extra opdrachten gaan vrijwel altijd direct gepaard met extra kosten, met name voor inhuur. In 2023 is er relatief een groot aantal aanvullende opdrachten afgesloten met opdrachtgevers. Het totaal van de aanvullende opdrachten inclusief materiele middelen bedraagt € 2.594.000. Door het moment van toekenning van de aanvullende opdracht en het moment waarop inhuur kon worden gerealiseerd, is een aantal aanvullende opdrachten niet in 2023 afgerond. Deze opdrachten zijn deels verschoven naar 2024 in overleg met de desbetreffende deelnemers. Daarnaast is er ook een achterstand in de realisatie op de SPUK (IBP en THE). Voor SPUK THE is dit vooral veroorzaakt doordat er onvoldoende medewerkers konden worden aangenomen om tijdig met de werkzaamheden te starten. Voor SPUK IBP is het vooral een gevolg van wijzigingen binnen het project en verlenging van de looptijd. Financiële baten De rentebaten waren in eerste instantie niet begroot. Daar bij het opstellen van de oorspronkelijke begroting geen zicht was op rente. Door de gestegen rente is in de laatste raming een bedrag meegenomen van € 100.000. In werkelijkheid zijn de rentebaten € 177.000. Dit zijn extra baten en dit is één van de redenen voor het positieve resultaat.

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 39 van 47

Onttrekkingen bestemmingsreserves Er hebben in 2023 twee onttrekkingen plaatsgevonden ten laste van de bestemmingsreserves: Categorie

Kosten

Bestemmingsreserve VTH-zaaksysteem

32.000

Doorontwikkeling RUD

24.000

Totaal

56.000

De begrote onttrekking aan de bestemmingsreserve Omgevingswet is niet gerealiseerd. De kosten worden verwacht in 2024 te worden gemaakt. Onvoorzien Onvoorzien

Onvoorzien Totaal

Raming 2023 na wijzigingen Lasten

€ €

Realisatie 2023

-

€ €

Lasten

T.g.v. algemene reserve

Verschil

-

€ €

Verschil

-

€ €

Storting

-

De in de Programmabegroting geraamde post Onvoorzien ad. € 225.000 is in de begroting 2023 na wijzigingen volledig ingezet om de indexaties te dekken door de hoge inflatie. Incidentele baten en lasten In de Programmabegroting zijn ook baten en lasten opgenomen welke een incidenteel karakter hebben. Incidentele baten en lasten zijn die baten en lasten die zich gedurende een periode van maximaal 3 jaar voordoen. De RUD Utrecht heeft de afspraak met de deelnemers dat als opdrachten langer dan 3 jaar naast de DVO worden afgenomen deze werkzaamheden worden opgenomen in de DVO. Daarmee zijn ze niet meer te classificeren als “incidenteel”. Elk jaar vindt hier een evaluatie op plaats. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de incidentele baten en lasten die deel uitmaken van het resultaat voor bestemming. Specificatie Aanvullende opdrachten Kosten gedekt uit bestemmingsreserves Dotatie/onttrekking bestemmingsreserves Totaal

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

€ € €

Begroting na wijzigingen Baten Lasten 3.424.000 € 3.634.000 € 210.000 210.000 3.634.000 € 3.844.000

€ € €

Realisatie 2023 Baten Lasten 2.594.000 € 2.580.000 € 56.000 56.000 2.650.000 € 2.636.000

Pagina 40 van 47

2.4.1 Wet normering topinkomens Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op de RUD Utrecht. Het voor RUD Utrecht toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2023 € 223.000. Het algemeen bezoldigingsmaximum is van toepassing voor RUD Utrecht. 1. Bezoldiging topfunctionarissen Tabel 1a met betrekking tot leidinggevende topfunctionarissen en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling: Gegevens 2023 bedragen x € 1

Hugo Jungen

Functiegegevens

Directeur 1 januari – 31 december

Aanvang en einde functievervulling in 2023 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,00 fte

Dienstbetrekking?

Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

151.020

Beloningen betaalbaar op termijn

22.894

Subtotaal

173.914

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

223.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

173.914

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t. N.v.t.

Gegevens 2022 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2022 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

Dienstbetrekking?

Hugo Jungen Directeur 1 januari – 31 december 1,00 fte Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

138.649

Beloningen betaalbaar op termijn

23.481

Subtotaal

162.130

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

216.000

Bezoldiging

162.130

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 41 van 47

De functies in het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur worden vervuld door medewerkers van de deelnemers (burgemeester, wethouder of gedeputeerde). Deze leden vervullen hun functies (voorzitter, vicevoorzitter of lid) onbezoldigd. In onderstaande tabel zijn de WNT gegevens opgenomen: 1d Tabel met betrekking tot topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.900 of minder: Naam functionaris

Functie

G.J. (Gerrit) Spelt (voorzitter)

Voorzitter Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur (volledige jaar)

R.C.L. (Robert) Strijk (vicevoorzitter)

Vicevoorzitter Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur (1 jan. – 21 aug.)

H. (Has) Bakker (vicevoorzitter)

Lid Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur (22 aug. – 31 dec.)

A. (Aukje) Treep-van Hoeckel

Lid Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur (volledige jaar)

S. (Steven) de Vries

Lid Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur (volledige jaar)

E. (Eva) Oosters

Lid Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur (volledige jaar)

W. (Wim) de Jong

Lid Algemeen Bestuur (volledige jaar)

M. (Marieke) Schouten

Lid Algemeen Bestuur (volledige jaar)

D. (Daphne) Boeve-de Kruif

Lid Algemeen Bestuur (volledige jaar)

H.J. (Henk Jan) Molenaar

Vervanger Lid Algemeen Bestuur (15 sept.)

R. (René) ten Have

Lid Algemeen Bestuur (1 jan. – 28 mrt.)

J. (Johnas) van Lammeren

Lid Algemeen Bestuur (volledige jaar)

P. (Paul) van Ruitenbeek

Lid Algemeen Bestuur (volledige jaar)

W. (Wim) Vos

Lid Algemeen Bestuur (volledige jaar)

R. (Roland) van Benthem

Lid Algemeen Bestuur (29 mrt. – 31 dec.)

De tabellen van het verantwoordingsmodel WNT 1b, 1c, 1e, 1f en 1g zijn niet van toepassing voor de RUD Utrecht. 2. In 2023 zijn geen uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking toegekend. 3. Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 42 van 47

2.5 Taakveld en beleidsindicatoren Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten schrijft voor dat in de verantwoording zowel een splitsing wordt opgenomen naar taakvelden, als de daar bijbehorende beleidsindicatoren. In dit hoofdstuk zullen zowel de taakvelden als de daarbij behorende beleidsindicatoren worden verantwoord.

2.5.1 Taakveld De financiële verantwoording van de RUD Utrecht is onder te verdelen in vastgestelde gemeentelijke taakvelden. De RUD Utrecht valt met de primaire werkzaamheden onder het gemeentelijke taakveld 7.4 Milieu beheer. Daarnaast is het taakveld van bestuur en ondersteuning van toepassing voor de onderdelen 0.5 Overhead, 0.10 Mutaties reserves en 0.11 Resultaat van de rekening van baten en laten. Vanwege de geringe kosten in taakveld 0.1 Bestuur worden deze niet apart geadministreerd. De toekenning aan het taakveld 0.5 Overhead vindt als volgt plaats: Als kosten volledig aan 0.5 Overhead kunnen worden toegekend vindt de volledige toekenning aan dit taakveld plaats. In geval van gedeeltelijke toekenning aan 0.5 Overhead en gedeeltelijke toekenning aan 7.4 Milieu beheer worden de procentuele kostenratio’s uit de begroting gebruikt om de kosten aan het taakveld toe te kennen. De verdeling is in onderstaande tabel opgenomen: Taakveld 7.4 Milieu beheer 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten

Baten Lasten € 15.177.000 € 15.082.000 € 4.447.000 € 4.473.000 € 177.000 € € 56.000 € 302.000

2.5.2 Beleidsindicatoren bij Taakveld Voor het taakveld 7 Volksgezondheid en Milieu waar taakveld 7.4 onder valt zijn de vastgestelde beleidsindicatoren niet van toepassing op de RUD Utrecht. Voor het taakveld 0 Bestuur en Ondersteuning zijn de indicatoren Formatie, bezetting en apparaatskosten niet van toepassing op de RUD Utrecht doordat er niet eenduidig vastgesteld kan worden hoeveel inwoners er onder de gemeenschappelijke regeling vallen. De indicatoren Externe inhuur en Overhead zijn hieronder opgenomen.

Indicator Externe inhuur

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen 19%

De aanvullende opdrachten bedragen ongeveer 22% ten opzichte van de variabele opbrengsten. Indicator

% van totale lasten

Overhead

22,9%

De indicator overhead is bepaald op basis van de kosten. Door de RUD Utrecht is afgesproken met de deelnemers dat de FTE’s in bedrijfsvoering niet meer dan 25% van het totale personeelsbestand mogen vormen. Voor 2023 is dit 21,8%.

Jaarstukken RUD Utrecht 2023

Pagina 43 van 47

2.6 Verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen Het RUD Utrecht krijgt voor diverse doeleinden aanvullende rijksmiddelen. Deze middelen worden verantwoord per doelstelling via de Single information Single audit (SiSa) bijlage. Deze jaarlijkse bijlage is bedoeld zowel als tussentijdse verantwoording als ook voor de eindverantwoording. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties coördineert de SiSa verantwoording. De diverse ministeries blijven verantwoordelijk voor de regelingen, zowel in uitvoering als in verantwoording. De Sisa verantwoording richting het Rijk vindt niet plaats via deze jaarverantwoording, maar via een separate aanlevering van de bijlage en bijbehorende stukken aan het CBS.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14201129/1