CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

924659 Perspectiefnota 2025-2028 bijlage 1 Perspectiefnota 2025-2028

Besluit in de Raad 3 juli 2024, gemeente BaarnBij agendapunt: Perspectiefnota 2025-202815.036 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Investeringen verminderen/schrappen Investeringen verminderen/schrappen (financieel effect vanaf begrotingsjaar 2025) De gemeente Baarn investeert in maatschappelijk vastgoed, zoals scholen en beheer openbare ruimte. Uit het MIP 2025-2028 komt naar voren dat in de jaren 2025 tot en met 2028 de investeringen gemiddeld € 9,3 miljoen per jaar bedragen. De "piek" ligt in 2027 met een geraamd investeringsbedrag van € 17 miljoen. Vooral door voorgenomen investeringen in onderwijshuisvesting, speeldoos en in de openbare ruimte. Het Meerjaren Investeringsplan (MIP), zie bijlage 2, beslaat van 2025 tot en met 2028 een geraamd bedrag van ruim € 37 miljoen. Bij het opstellen van het MIP zijn de ramingen vanuit het IHP onderwijshuisvestingsplan al aangepast aan de actuele planning. Dit heeft als effect dat de

24

kapitaallasten (rente en afschrijving) in de tijd worden gespreid en een incidenteel voordeel geven. Ook is inmiddels duidelijk dat de Waldheim-Mavo geen aanvraag voor uitbreiding zal indienen. Deze investering (€ 2,9 miljoen, aanvankelijk gepland in 2026) is dan ook geschrapt. Om nog meer ruimte te vinden, ook vanuit de opdracht van het scenario "investeringen verminderen/schrappen" is kritisch gekeken naar de geplande uitvoeringsjaren van de overige geraamde investeringen. Dit heeft geleid tot een verschuiving in de tijd met als resultaat dat de kapitaallasten in latere begrotingsjaren aanvangen. Dit leidt voor de komende jaren tot (eenmalige) voordelen. Het bovenstaande leidt tot de volgende voordelen: Lagere afschrijvingslasten (x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

IHP Onderwijshuisvesting

-151

-324

-454

-274

-65

0

0

-19

-119

0

Bedrijfswagens buitendienst

-15

-22

0

0

0

Project locatie Hoofdstraat 1

-25

-112

-172

-160

-60

Doorfietsroute Amersfoort-Hilversum

0

-35

-23

-12

0

Stationsweg wegen

0

0

0

-12

-12

Openbare verlichting

0

0

-20

-40

-60

-191

-493

-688

-617

-197

Speeldoos

Totaal

Dit voordeel is al verwerkt in het saldo van deze Perspectiefnota.

25

Verkopen (maatschappelijk) vastgoed Verkopen maatschappelijk vastgoed en andere eigendommen (financieel effect vanaf begrotingsjaar 2026) Actualisatie Plan Maatschappelijk Vastgoed 2021 De gemeente Baarn heeft vastgoed dat onder andere ingezet wordt voor huisvesting van (maatschappelijke) organisaties op het gebied van welzijn, educatie, ontmoeting en kunst en cultuur. In het maatschappelijk vastgoedplan 2021 is besloten om niet strategisch vastgoed af te stoten het gaat hierbij om Het Poorthuis, het Nutsgebouw en de Eemnesserweg 15. In opdracht van de raad is het het Plan Maatschappelijk Vastgoed (PMV) geactualiseerd. Het geactualiseerde plan is op 24 april 2024 door de raad vastgesteld. Parallel aan deze actualisatie wordt onderzoek verricht naar de toekomst van theater de Speeldoos, Wintertuin en wordt een Kunst- en Cultuurvisie uitgewerkt. Tevens wordt al het maatschappelijk vastgoed onderworpen aan een nul meting om het meerjarenonderhoudsplan (‘MJOP’) te actualiseren en aan een duurzaamheidsscan. in deze Perspectiefnota wordt geen voorstel gedaan in aanvulling op de recente actualisatie van het Plan Maatschappelijk Vastgoed.

Belastingcapaciteit OZB Onbenutte belastingcapaciteit (financieel effect vanaf begrotingsjaar 2025) De gemeente ontvangt van de rijksoverheid geld uit het gemeentefonds. Hiermee wordt een deel van onze uitgaven betaald, het overige deel van de kosten wordt betaald uit onder ander belasting inkomsten. Hoeveel de gemeente Baarn uit het gemeentefonds ontvangt hangt af van een aantal kenmerken (maatstaven zoals aantal inwoner etc.) en belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. De gemeenten ontvangen minder geld uit het gemeentefonds als ze veel vermogen hebben om belasting te heffen. Dit vermogen bestaat uit de WOZ waarde van de onroerende zaken berekend te een tarief dat voor iedere gemeente gelijk is. •

De in begroting 2024 geraamde opbrengst OZB bedraagt € 7,2 miljoen.

•

Een (extra) verhoging van 1% van de opbrengstraming genereert dus € 72.000 aan structurele begrotingsruimte.

•

De gemeente Baarn heeft in 2024 een onbenutte belastingcapaciteit van € 1,7 miljoen. (24% van de huidige opbrengst).

Dit betekent dat wij de onroerend zaakbelasting nog kunnen verhogen indien de andere maatregelen onvoldoende opleveren om de begroting vanaf 2026 sluitend te krijgen. De verhoging van de onroerend zaakbelasting kan stapsgewijs worden ingevoerd dan wel met een noodzakelijk percentage om het tekort aan te vullen. Bij de behandeling van het agendapunt "financiële uitgangspunten en scenario's" in de raadsvergadering van 28 februari 2024 heeft de raad onder meer het volgende besloten:

26

•

Eventuele voorstellen voor verhoging van de OZB dienen voorzien te worden van cijfermatige onderbouwing dat deze inkomsten nodig zijn en aangewend gaan worden om essentiële voorzieningen in stand te houden.

In deze Perspectiefnota doet het College geen voorstel om de OZB extra te verhogen. Alleen de inflatiecorrectie (zie hoofdstuk over indexatie) is in deze Perspectiefnota opgenomen.

Kostendekkendheid heffingen Kostendekkende heffingen en leges (financieel effect vanaf begrotingsjaar 2025) Bestemmingsheffingen en retributies zijn bedoeld om met de inkomsten uit belastingheffing bepaalde gemeenteactiviteiten te betalen, zoals kosten riool en afval. Om te voorkomen dat de gemeente met deze inkomsten nadere activiteiten financiert is bepaald dat de inkomsten de lasten niet mogen overschrijden. Gemeenten mogen geen winst maken met de heffing van de afvalstoffenheffing en rioolheffing, leges en lijkbezorgingsrechten. Dit noemt men de “opbrengstnorm”. De tarieven moeten zodanig zijn vastgesteld dat de geraamde opbrengsten niet uitgaan boven de geraamde kosten. Let wel, het gaat om de geraamde opbrengsten en kosten. De berekening van de kostendekking moet op basis van de primitieve begroting plaatsvinden . Het is vervolgens aan de raad om te bepalen of alle kosten daadwerkelijk verhaald worden. De raad kan ook kiezen voor een lagere kostendekking dan 100% en dat deel financieren vanuit de algemene middelen. Ook kan ervoor worden gekozen om bepaalde kosten niet te verhalen via de heffingen. De gemeente Baarn heeft als uitgangspunt dat de heffingen voor afval, riolering en begraven kostendekkend zijn. Er is dus voor gekozen om de kosten die aan de heffingen kunnen worden toegerekend daar ook aan toe te rekenen.

In 2023 is de kostentoerekening die de gemeente hanteert beoordeeld. Conclusie is dat de gemeente op basis van de wettelijke regels meer kosten mag en kan toerekenen aan rioolrechten en afvalstoffenheffing. Het gaat daarbij hoofdzakelijk om de kosten van heffen en innen van de heffingen. •

Rioolheffing en afvalstoffenheffing: Totaal € 204.000 meer door te belasten in de tarieven.

Op het taakveld 0.64 Belastingen overig worden de kosten verantwoord die samenhangen met de heffing van de gemeentelijke belastingen. Tot nu toe worden deze kosten volledig verantwoord bij de OZB en vindt geen doorbelasting plaats naar de heffingen. Voor de doorbelasting naar belastingsoorten kan de volgende verdeling aangehouden: 30% rioolheffing, 30% afvalstoffenheffing, 40% OZB en overige kleine heffingen. Totaal gaat het om een bedrag van € 340.000, waarvan € 102.000 kan worden doorberekend in de tarieven rioolheffing en € 102.000 in de tarieven afvalstoffenheffing. Bij en totaalraming aan opbrengst rioolheffing en afvalstoffenheffing van € 8 miljoen in 2024 zou het gaan om een verhoging van de opbrengstraming met 2,5%.

27

Subsidies (inkomend) Subsidies, inkomend (financieel effect vanaf begrotingsjaar 2025) Gemeenten kunnen voor diverse beleidstaken bijdragen van bijvoorbeeld provincie of Rijk aanvragen. Dit betreft vooral "deelfinanciering", waarbij de eis is dat de gemeente zelf ook een groot deel van de kosten draagt. De gemeente Baarn maakt al zoveel mogelijk gebruik van deze mogelijkheid. Veelal gaat het om het dekken van een deel van eenmalige projectkosten of een deel van een investeringsbedrag (bijvoorbeeld bij verduurzamen vastgoed). Daarmee wordt het door de gemeente te investeren en af te schrijven bedrag lager. Wat leidt tot lagere exploitatielasten dan in het geval de gemeente beslist te investeren en er geen subsidiemogelijkheden zijn. De laatste jaren is er bovendien sprake van een toename van het aantal Specifieke Uitkeringen van het Rijk (SPUKS). In plaats van gelden toe te voegen aan de algemene uitkering, zonder verantwoordingsverplichting, kiest het Rijk ervoor gelden via specifieke uitkeringen beschikbaar te stellen. Dit heeft voor de gemeentelijke organisatie een toenemende extra administratieve last tot gevolg. Voorstel: Een extern deskundige in 2024 onderstaande 3 punten te laten onderzoeken. Zodat de resultaten vanaf 2025 kunnen worden toegepast. •

Maatschappelijke financieringsmogelijkheden.

•

Worden bestaande Europese en nationale subsidiekansen voldoende benut?

•

Is er voldoende grip in de beheerkant bij inkomende subsidies en specifieke uitkeringen (SPUKS), en zo niet hoe kan dit worden verbeterd?

Regionale oriëntatie Regionale samenwerking is van cruciaal belang om onze dienstverlening te optimaliseren en aan wettelijke verplichtingen te voldoen. De maatschappelijke uitdagingen nemen toe in omvang en vereisen een grootschalige aanpak. Steeds meer verantwoordelijkheden worden door het Rijk bij de regio's, waaronder de regio Amersfoort, neergelegd. Dit betreft onder andere het versnellen van de woningbouw in regiodeals, het bevorderen van de energietransitie in RES-regio's en het aanpakken van de stikstofproblematiek. De aanpak van deze uitdagingen gaat hand in hand met de beschikbaarstelling van Rijksbudgetten waarop de regio aanspraak kan maken. Naast deze grote uitdagingen, zoals vastgesteld in de omgevingsvisie van Baarn en de vooruitzichten voor gemeenten in 2024, blijkt ook de aanpak van kwesties rond verkeer, veiligheid en het sociaal domein van essentieel belang op regionaal niveau. De omgevingsvisie van Baarn benadrukt het belang van een integrale aanpak van deze vraagstukken om een duurzame en leefbare omgeving te waarborgen. Bovendien onderstreept de gemeentelijke visie het belang van samenwerking tussen verschillende stakeholders, zowel lokaal als regionaal, om deze uitdagingen effectief aan te pakken. Om deze samenwerking te versterken, is in de begroting voor de periode 2024-2027 extra capaciteit gereserveerd.

Dit sluit aan bij de visie van de VNG voor gemeenten in 2024, waarin wordt benadrukt dat gemeenten steeds meer te maken krijgen met complexe vraagstukken die vragen om een integrale aanpak en samenwerking met andere overheden en maatschappelijke partners.

28

Besluitvorming De raad stelt de Perspectiefnota vast en de in de nota vastgelegde beleidsrichting, alsmede de voorgestane mutaties ter verwerking in de Programmabegroting 2024-2027 en de daarbij behorende meerjarenramingen. Op basis van de kaderstelling door de raad stellen wij de begroting 2025 en het daarbij behorend meerjarenperspectief 2026-2028 samen. In de Programmabegroting 2025-20278, die in het najaar aan de raad wordt aangeboden, gaan we weer uit van de lijn die eerder is uitgezet. De intentie de begroting van 2025 en 2026 sluitend zijn. Voor zover wij hier van afwijken zal de motivatie om af te wijken dit voor het vaststellen van de begroting kenbaar gemaakt.

29

Bijlagen Ad. 1 Gemeentefonds De inkomsten die de gemeente Baarn ontvangt vanuit de algemene uitkering dalen in 2026 met ruim € 3 miljoen t.o.v. 2023. In de meicirculaire 2023 is er vanaf 2026 en verder € 1,0 miljoen structureel toegevoegd vanwege de invoering van de nieuwe financieringssytematiek. Dit bedrag is voor demping van het ravijn dat ontstaat vanaf 2026. Vooruitlopend op de meicirculaire 2024 zijn de financiële mutaties zoals aangekondigd in de voorjaarsnota 2024 van het Rijk opgenomen in de onderstaande tabel. Het saldo van de Perspectiefnota wordt op basis van de meicirculaire 2024 definitief bijgesteld. De raadsinformatiebrief over de meicirculaire en het effect op de Perspectiefnota 2025 wordt in juni 2024 opgesteld.

Ontwikkeling van het gemeentefonds Bij de voorjaarsnota 2024 is de opschalingkorting voor gemeente vanaf 2026 teruggedraaid. Hierdoor wordt het 'ravijn' vanaf 2026 wat minder diep. Tevens is bekend gemaakt dat de nieuwe financieringssystematiek al dit jaar wordt ingevoerd. Dit leidt tot een terugval in middelen op de lopende begroting voor 2025. Verder zijn er afspraken gemaakt over het beperken van de specifieke uitkeringen en aanpassing van de financiële verhoudingswet. Overduidelijk is dat wij minder middelen ontvangen uit de algemene uitkering dan begroot. Zowel de herijking van de maatstaven van het gemeentefonds als, de nieuwe financieringssytematiek (loslaten trap op trap af systematiek) leiden voor de gemeente Baarn tot een korting op de algemene uitkering. In 2021 heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) vastgesteld in zijn advies RustReinheid-Regelmaat, dat de bestuurlijke en financiële verhoudingen tussen overheden uit balans zijn. In februari van dit jaar heeft het ROB dit advies opnieuw onder de aandacht gebracht met oog op de Bestuurlijke Overleggen Financiële Verhouding en (BOVF's). Geconstateerd is dat er een disbalans is tussen taken, verantwoordelijkheden en bekostiging. De uitgaven voor de taken die naar gemeenten komen stijgen harder dan de inkomsten vanuit het Rijk. (Bijlage Ad.

1) Herijking gemeentefonds Op basis van de herijking van de maatstaven behoort de gemeente Baarn tot een grote nadeelgemeente. Op basis van het nieuwe verdeelmodel is het nadeel voor de gemeente Baarn maximaal € 148,00 per inwoner. Op basis van afspraken tussen de VNG en het Rijk is besloten de invoering gefaseerd te laten plaatsvinden. Tot 2026 is een deel van de herijking verwerkt. Indien er geen aanpassing plaatsvindt in de maatstaven en het maximum van € 60,00 per inwoner niet wordt gehandhaafd moet de gemeente Baarn voor de jaren vanaf 2027 het resterende deel van € 88,00 per inwoner (oplopend dus tot ruim 2,2 miljoen per jaar) in de begroting verwerken. Nieuwe financieringssystematiek al in 2024 Vanaf 2024 wordt de koppeling tussen de uitkering gemeentefonds en de groei van de rijksuitgaven los gelaten. Vanaf 2024 wordt de uitkering gemeentefonds geïndexeerd op basis van de ontwikkeling (groei) van het bruto binnenlands product. De nieuwe financieringssystematiek brengt meer stabiliteit in de uitkering, maar schiet tekort om de groei van de uitgaven voor zorgkosten door vergrijzing en infrastructuur (uitbreiding, vernieuwing, renovatie, onderhoud en beheer) op te vangen. Het loslaten van de 'trap op trap af'-systematiek zorgt ervoor, dat het gemeentefonds op

30

basis van de geraamde groei van rijksuitgaven in 2026 ongeveer 2,3 miljard euro in 2026, oplopend tot 3,4 miljard euro in 2028 lager uitvalt dan als de koppeling met de rijksuitgaven in deze jaren voorgezet zou worden. Specifieke uitkeringen Gemeenten kunnen incidenteel extra geld krijgen om specifiek beleid van de Rijksoverheid uit te voeren. De middelen van de specifieke uitkering (SPUK) worden in een aantal gevallen onttrokken uit het gemeentefonds zoals de investeringen voor klimaat, woningbouw en stikstofreductie. De Rijks overheid bepaalt of een gemeente in aanmerking komt voor deze uitkering maar ook hoeveel geld zij ontvangt en waar het aan besteed mag worden. Specifieke uitkeringen zorgen voor een enorme administratieve- en verantwoordingslast voor de gemeente. De SPUK uitkeringen zijn de afgelopen jaren in aantal en volume toegenomen met een stijging van ruim 800% in de afgelopen drie jaar. Bij de voorjaarsnota 2024 is besloten om in de toekomst de verantwoordingslasten te beperken en bestedingsvrijheid te bevorderen. Daarnaast zijn er inspanningen om de financiële verhoudingswet aan te passen en wordt er een plan uitgewerkt om te komen tot een vermindering van het aantal (nieuwe) specifieke uitkeringen.

WMO Rijk en gemeenten gaan gezamenlijk werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven in relatie tot de wettelijk zorgtaken van de Wmo en werken samen om het openeinde-deel van de regeling te beëindigen. Afgesproken is dat in de toekomst de Wmo 2015 niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat. Er is gekozen voor een aparte financiering waarvoor een ander bekostigingsvorm wordt gekozen. Afhankelijk van deze vorm wordt een geobjectiveerde indexering ontwikkeld die rekening houdt met de kostenontwikkeling, demografie en vergrijzing. Verloop algemene uitkering Stand algemene uitkering meicirculaire 2023

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2025

2026

2027

2028

-46.061

-42.057

-41.675

-39.818

-713

-621

-1.318

-3.335

-46.774

-42.678

-42.993

-43.153

Voorjaarsnota 2024

356

-1.365

-1.319

-1.300

Totaal te verwachten bij de meicirculaire

356

-1.365

-1.319

-1.300

-46.418

-44.043

-44.312

-44.453

Mutatie september circulaire 2023 Mutatie december circulaire 2023 Stand algemene uitkering

Totaal Bedragen x € 1.000,-

Ad. 2 Actualisatie Meerjaren Investeringsplan (MIP) Actualisatie Meerjareninvesteringsplan Het meerjareninvesteringsplan MIP 2025-2028 is voor deze Perspectiefnota geactualiseerd. Basis is het in de begroting 2024-2027 opgenomen MIP. De planning van de investeringen is aangepast op basis van de meest recente inzichten. Dit leidt tot (incidentele) voordelen in de jaren 2024 tot en met

31

2028 (zie onderdeel "investeringen verminderen/schrappen" bij het onderdeel "Perspectieven en uitwerking van de scenario's 2025". Aandachtspunten investeringen Voor de investeringen in de openbare ruimte (wegen en groen) is er een stelpost kapitaallasten opgenomen. Het IBOR wordt in 2024 geactualiseerd, de benodigde middelen en de planning zijn van invloed zijn op het MIP. Bij het opstellen van de begroting 2025 - 2028 wordt, vooruitlopend op vaststelling in de raad dit najaar, een zo'n reëel mogelijk inschatting en planning gepresenteerd in het MIP. Voor vervangen van riolering is jaarlijks € 2 miljoen geraamd. Op dit bedrag zijn de al eerder geplande investeringen in riolering (Lage Vuursche en Stationsweg) in mindering gebracht. Voor deze projecten is immers al budget geraamd. Een eerste kritische beoordeling van de investeringen op basis van beschikbare capaciteit en haalbaarheid heeft geleid tot het meer in de tijd spreiden van de investeringen met betrekking tot theater De Speeldoos, doorfietsroute Amersfoort-Hilversum, aanschaf bedrijfswagens, en het project locatie Hoofdstraat 1. Dit leidt ertoe dat kapitaallasten later in de tijd gaan lopen wat voor de huidige begroting een voordeel is. Dit voordeel is zichtbaar gemaakt bij het scenario "investeringen verminderen/schrappen".

De verschuivingen in tijd betreffen vooral onderwijshuisvesting, Speeldoos, Project locatie Hoofdstraat 1 en doorfietsroute Amersfoort-Hilversum. Daarnaast is het investeringsbedrag voor vervanging openbare verlichting in de jaren 2025 tot en met 2027 teruggebracht van € 1,2 miljoen naar € 0,8 miljoen per jaar. Daarnaast is de geplande investering voor de Waldheim-Mavo geschrapt.

32

Meerjareninvesteringsplan 2024-2028 (bedragen x € 1.000) Investeringscategorie

Omschrijving kredieten

2024 2025 2026

Diverse restantkredieten 2023

Grond Poort van Baarn

300

T

Jaarrekening 2022 en 2023

Fietspad Soest-Hilversum

292

T

Jaarrekening 2022 en 2023

Stationsweg wegen

425 T

Jaarrekening 2022 en 2023

Stationsweg riolering

455 T

Jaarrekening 2022 en 2023

IBOR 2024

Projecten 2024 beheer openbare ruimte

1.630

Gebouwen

De Speeldoos/Bibliotheek (incl. restant 2023)

176

Gebouwen

Verduurzaming gemeentelijk vastgoed (incl. restant 2023)

985

Riolering

Riolering (Lage Vuursche)

319

Verharding

Wegen (Lage Vuursche)

489

Verharding

Doorfietsroute Amersfoort-Hilversum

450

450

Groen

Regulier

233

Speeltoestellen

Speeltoestellen (incl. restant 2023)

130

85

Speeltoestellen

Aanleg skatebaan

280

Bedrijfswagens

3 bedrijfswagens buitendienst (incl. restant 2023)

Verharding Gebouwen Gebouwen

Gemeentehuis (inclusief restant 2023) 1.379

Gebouwen

Project locatie Hoofdstraat 1 (inclusief restant 2023)

Verlichting

Vervanging openbare verlichting

Vastgoed

Verbouwing De Leuning

Bestuur

Vervangen audiovisuele apparatuur raadzaal

2027 2028 Status Besluit

T

Raad 27 maart 2024

T

Raad 8 december 2021

T/R

Najaar 2021

319

T/R

Raad 21 april 2021

489

T/R

Raad 21 april 2021

400

R

Begroting 2024

233

233

T/R

Raad 21 april 2021

85

85

T/R

Begroting 2022

T/R

RB 2024

225

T/R

Begroting 2022

Brink 2020

300

T

Jaarrekening 2020

IHP Onderwijshuisvesting (incl. restant 2023)

180 3.930 7.588

R

PPN 2023

Totaal

100

611 4.000 300

T

PPN 2023

250

250 2.000 1.200 T

PPN 2023

800

800

R

PPN 2024

150

T

Raad februari 2024

190

T

Raad januari 2024

1.200

800

6.220 3.631 7.759 15.106 2.080

Investeringen (kapitaalllasten opgenomen in PPN 2025) Crisisbeheersing en brandweerzorg

Brandputten

50

PPN 2025

Bestuur

Aanpassing meubilair raadszaal

Maatschappelijk vastgoed

Verduurzaming oudbouw gemeentehuis

50

PPN 2025

p.m.

PPN 2025

Mobiliteit

Poort van Baarn

1.000

PPN 2025

Informatie

Nieuwe hardware

78

PPN 2025

IBOR 2024 Openbare ruimte

Aanleg en constructie verharding

p.m.

p.m.

p.m. p.m.

PPN 2025

Openbare ruimte

Groen

p.m.

p.m.

p.m. p.m.

PPN 2025

Openbare ruimte

Vervanging Riolering

1.681 1.681 2.000 1.545

PPN 2025

Totaal

1.781 2.759 2.000 1.545

Totaal na vaststelling PPN 2025

6.220 5.412 10.518 17.106 3.625

R = Reservering; T= toekenning

33

Ad. 3 Verbonden Partijen De gemeente werkt samen met een groot aantal verbonden partijen. Verbonden partijen zijn in verband met de schaalgrootte van onze gemeente onmisbaar om uitvoering te geven aan verschillende gemeentelijke taken. Als gemeente zijn wij uiteindelijk verantwoordelijk voor de realisatie van de beoogde doelstellingen van de beleidsprogramma's waaraan de verbonden partij een bijdrage levert. De bijdrage aan de verbonden partijen stijgt voor 2025. Vanuit het scenario gerichte keuzes gaan wij aan de slag om richting de verbonden partijen een ombuigingsopdracht voor 2026 mee te geven. Hoe wij dit doen en hoeveel wij hier eventueel financieel kunnen besparen wordt toegelicht in het tweede deel van deze Perspectiefnota De bijdrage aan de verbonden partijen stijgt in 2025 fors mede door de verwachte CAO loonsverhoging, met uitzondering van het Regionaal Werkbedrijf Amersfoort (RWA). Gezien het financieel perspectief verwacht het College van de verbonden partijen terughoudendheid in de planvorming. Dit draagt het College actief uit in de reguliere gesprekken met deze partijen. De kadernota's 2025 van de verbonden partijen houden geen rekening met een taakstelling voor de komende jaren.

Op basis van de door de verbonden partijen aangeleverde begrotingen voor 2025 en de daarin opgenomen bijdrage van gemeente voor 2025, zijn de onderstaande aanvullende bedragen opgenomen. 2. Verbonden partijen en regionale samenwerking

2025

2026

2027

2028

VRU

124 N

124 N

124 N

124 N

RID

58 N

58 N

58 N

58 N

BBS

188 N

188 N

188 N

188 N

GGDrU

60 N

60 N

60 N

60 N

RWA AMFORS

-3 V

-3 V

-3 V

-3 V

RMN

197 N

197 N

197 N

197 N

RUD

48 N

48 N

48 N

48 N

Regio Amersfoort

0 N

0N

0 N

0N

672 N

672 N

672 N

672 N

Totale kosten verbonden partijen

programma

Een min teken (-) geeft een positief saldo weer bedragen x € 1000

Ad. 4 Indexering Voor de Programmabegroting 2025-2028 worden conform besluit bij de perspectiefnota 2023 (383207) verschillende indexeringen toegepast. Er wordt dan onderscheid gemaakt in: 1. Loongevoelige budgetten 2. Prijsgevoelige budgetten 3. Subsidie budgetten Voor de indexering gebruik te maken van kerngegevenstabel MEV gepubliceerd door het Centraal Economisch Plan bureau (CEP) tabel Prijzen, overheid nationale cpi en cao-loon marktsector. Voor

34

berekening wordt de loon-en prijsbijstelling voor het jaar (t) vastgesteld op basis van de voorlopige ramingen voor het jaar t+1. Omdat de loon- prijsbijstelling pas definitief wordt vastgesteld vindt in het macrokader (t-1) zal dit in het jaar volgend worden gecorrigeerd. Voorbeeld Berekening prijsindex percentage voor de begroting 2025 (jaar T)

CPI 2025 op basis van CEP 2024 (afgeleide nationale consumentenprijsindex jaar T+1)

2,70%

Vastgestelde index 2023 op basis van het CEP 2024 (jaar T-1)

3,00%

Toegepaste indexatie begroting 2023-2026

2,60%

Te weinig/teveel geïndexeerd in 2023

0,40%

Indexatie voor de begroting 2025

-/-

0,40%

+/+

3,10%

Voor subsidies wordt een combinatie 2/3 loongevoelig en 1/3 prijsgevoelig budget toegepast. Deze methode van indexeren zorgt ervoor dat budgetten (achteraf na opstellen van de begroting) die te hoog of te laag werden geïndexeerd, worden gecorrigeerd. Voor de indexatie wordt gebruik gemaakt van de kerngegevenstabel raming februari 2024 (CEP 2024). Voor het berekenen van de indexatie wordt er gekeken naar "prijzen, overheid, afgeleide cpi en cao-loon marktsector”. Op basis van de huidige systematiek worden de prijsgevoelige budgetten geïndexeerd met 3,1% en subsidiebudgetten met 5,4%.

Eind dit jaar loopt de CAO 2024 gemeente af. Voor 2025 is er nog geen indexatie van de loonkosten bekend. In 2025 zullen de salarislasten op basis van de nieuwe CAO worden aangepast en alsnog in de begroting van 2025 worden verwerkt.

Heffingen : voor de heffingen (zoals de rioolheffing en de afvalstoffenheffing) is het uitgangspunt dat de lasten geheel worden gedekt door de baten (de tarieven). Dus 100% kostendekkend.

Ad. 5 Stand Algemene Reserve Algemene reserve De ontwikkeling van de algemene reserve wordt in de onderstaande tabel weergegeven. Met verwerking van het resultaat jaarrekening 2022 is het saldo van de algemene reserve op 1 januari 2024 bijna € 17,5 miljoen.

35

Verwachte toevoegingen komende jaren De komende jaren verwachten wij bedragen toe te voegen aan de algemene reserve. Vanwege het feit dat de hoogte van deze bedragen en het tijdstip waarop wij deze ontvangen onzeker is, mag hier vanuit de richtlijnen geen rekening mee gehouden worden bij het opstellen van de begroting. Middelen die toegevoegd zullen worden aan de algemene reserve komen voort uit: 1. het afstoten van maatschappelijk vastgoed (conform het plan maatschappelijk vastgoed); 2. een verwacht positief jaarrekening resultaat 2023; 3. en de verkoop van gronden zoals Montini en in de Baarnse zoom worden de komende tijd aan de algemene reserve toegevoegd. Op 1 januari 2025 bedraagt de stand van de algemene reserve circa € 17,9 miljoen, inclusief het (voorlopige) rekeningresultaat 2023. De komende jaren daalt het saldo vervolgens naar circa € 16,7 miljoen. Enerzijds door het dekken van incidentele lasten uit Perspectiefnota's, de College agenda 2022-2026 en de begroting; de lijn is dat alle incidentele uitgaven ten laste worden gebracht van de algemene reserve. Anderzijds is er sprake van verwachte toevoegingen uit verkoop grond en maatschappelijk vastgoed. De hoogte van de algemene reserve gekoppeld aan de benodigde weerstandscapaciteit.

Bij het behandelen van het raadsvoorstel; "financiële uitgangspunten en keuze en scenario's" (raadsvergadering van 28 februari 2024) heeft de raad besloten om de ondergrens van € 10 miljoen voor de algemene reserve los te laten. De hoogte van de algemene reserve wordt vanaf 2024 gekoppeld aan de benodigde weerstandscapaciteit. Deze capaciteit wordt in de begroting berekend aan de hand van de risico’s. Hoe groter de omvang en kans van risico's, hoe hoger de algemene reserve dient te zijn en andersom. De benodigde weerstandscapaciteit is vastgelegd in de nota risicomanagement & Weerstandsvermogen 2024 - 2029. Voor de ratio weerstandsvermogen streeft de gemeente naar een ratio van 1.0 waarbij de toegestane ondergrens 0,8 bedraagt. Bij de jaarrekening en in de begroting is de benodigde weerstandscapaciteit opgenomen in de verplichte paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’. Hiermee is het risicomanagement onderdeel van onze planning en control cyclus. Er wordt minimaal twee keer per jaar een nieuwe inventarisatie gemaakt van de mogelijke risico's. Voor de gemeente Baarn is dit in 2024 begroot op € 5,7 miljoen. In de jaarrekening 2023 is dit bedrag toegenomen en zijn de werkelijke risico's berekend op een bedrag van € 8 miljoen. Het risicobedrag is toegenomen door klimaatrisico's, negatieve effecten herijking gemeentefonds en garantstellingen voor geldleningen.

Door de benodigde weerstandscapaciteit te koppelen aan de algemene reserve kan de minimale hoogte van de algemene reserve fluctueren. Bij het actualiseren van de ‘nota Reserves en Voorzieningen’ wordt een voorstel gedaan met regels voor de hoogte en de inzet van de algemene reserve en het gebruik van bestemmingsreserves. De nota Reserves en Voorzieningen wordt in het najaar van 2024 geactualiseerd.

36

Verloop overzicht algemene Reserve 20242028 Bron

Omschrijving verloop

2024

2025

2026

2027

2028

Beginstand

17.460.029 17.917.627 16.259.627 15.400.627 15.049.627

Raadsbesluit 2024

Rekeningresultaat 2023 (voorlopig)

3.400.000

Begroting 2023

College agenda 2022-2026

-485.000

-190.000

-35.000

Begroting 2023

Perspectiefnota 2023

-231.000

-280.000

-264.000

Raadsbesluit 2024

Budgetoverheveling 2023 naar 2024 (voorstel) zknr. 885090

Raadsbesluit 2020

Verrekening AR met voorziening wegen (234695)

115.000

Raadsbesluit 2023

Inhuurbudget begroting 2023

-400.000

-350.000

-200.000

Raadsbesluit 2023

IHP VBK HBL van 2024 naar 2023 (afschrijvingslasten)

-15.000

Raadsbesluit 2023

Motie extra subsidie theater De Speeldoos

-120.000

Perspectiefnota 2024

Uitv. Besluit en beleid - Leren & ontwikkelen tlv Alg.reserve

Raadsbesluit 2024

Maatregelen Laanstraat

-84.500

Raadsbesluit 2024

Ziekenhuislocatie Molenweg

-372.000

Raadsbesluit 2024

Nutsgebouw / Kinderboerderij Cantonspark

-130.000

Raadsbesluit 2024

Energie besparen door LEDveldverlichting bij sportvelden

-142.943

Raadsbesluit 2024

Marimbaschool (voorstel)

-90.000

-90.000

-90.000

Perspectiefnota 2025

Geraamde incidentele lasten PPN 2025*

-503.000

-270.000

-195.000

457.598 -1.658.000

-859.000

-351.000

Totaal mutaties

-66.000

-51.000

-1.076.959

-120.000 -125.000

-51.000

Eindstand

17.917.627 16.259.627 15.400.627 15.049.627 14.998.627

Grondverkoop Montini

1.200.000

Bedragen x € 1,* Dekking incidente lasten van de verschillende incidenteel gevraagde budgetten bij de PPN 2025 Verwachtte toevoeging de komende jaren* Afstoten maatschappelijk vastgoed zknr. 883944 Eemnesserweg 15

500.000

Verkoop Baarnsche Zoom

PM 1.200.000

Verwachtte eindstand op basis van aanname

500.000

0

0

0

19.117.627 17.959.627 17.100.627 16.749.627 16.698.627

Bedragen x € 1,* vanwege de onzekerheid over het tijdstip waarop de bedragen binnen komen en de onzekerheid van de hoogte van de verschillende bedragen wordt conform de richtlijnen voor de begroting hier niet meegerekend.

37

Ad. 6 Financiële uitgangspunten, vastgesteld op 28 februari 2024 Financiële uitgangspunten, vastgesteld op 28 februari 2024 1. Structurele middelen begroting De volgende vijf uitgangspunten zorgen samen voor balans tussen de structurele inkomsten en uitgaven in de begroting. 1. De minimale eis is dat het eerste of het laatste jaar van elke meerjarenbegroting structureel sluitend is. (Conform minimale eis toezichthouder en advies VNG). De intentie blijft om de begroting de eerste twee jaar achtereenvolgend structureel sluitend te hebben. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken, bijvoorbeeld bij onzekere en veranderende inkomsten vanuit het Rijk. Afwijking van deze intentie wordt gemotiveerd vastgelegd in de perspectiefnota. 2. Uitgaven voor nieuwe initiatieven of onvoorziene kosten tijdens de uitvoering van de begroting worden gedekt binnen het toegewezen programmabudget (vervanging van bestaande uitgaven). Als de middelen binnen het programmabudget niet toereikend zijn, wordt door het College een afweging gemaakt binnen het hele begrotingskader. 3. Bij onverwachte structurele financiële tegenvallers zoals korting op de algemene uitkering, of crisis van buitenaf, worden zowel de begroting als deze uitgangspunten van het volledige begrotingsbeleid opnieuw geëvalueerd. Er wordt geen enkel onderwerp of thema uitgesloten tijdens deze integrale heroverweging. 4.

Ieder besluit van raad en college is voorzien van financiële dekking. Dit geldt ook voor moties en amendementen. Voor incidentele uitgaven kan de dekking worden gevonden in de algemene reserve of het begrotingssaldo indien deze positief is. 5. We investeren alleen als er (structurele) financiële ruimte is binnen de begroting. De investeringen worden conform de nota investeren, activeren en afschrijven behandeld. Bij de beoordeling van de voorgenomen investering evenals de eventuele noodzakelijke lening worden de kengetallen en het weerstandsvermogen meegenomen in de overweging. 2. Algemene reserve De hoogte van de algemene reserve is gekoppeld aan de benodigde weerstandscapaciteit. Deze capaciteit wordt in de begroting berekend aan de hand van de risico’s. Hoe groter de omvang en kans van risico's, hoe hoger de algemene reserve dient te zijn en andersom. Bij het actualiseren van de ‘nota reserves en voorzieningen’ wordt een voorstel gedaan met regels voor de hoogte en de inzet van de algemene reserve en het gebruik van bestemmingsreserves. 3. Indexatie van de begroting Voor de indexering wordt gebruik gemaakt van de kerngegevenstabel MEV gepubliceerd door het Centraal Economisch Plan bureau (CEP). Concreet is dit de tabel ‘prijzen, overheid nationale CPI en cao-loon marktsector’.

De loon-en prijsbijstelling voor het jaar (t) wordt vastgesteld op basis van de voorlopige ramingen voor het jaar t+1. Omdat de loon- prijsbijstelling pas definitief wordt vastgesteld in het macrokader (t-1) wordt dit in het jaar volgend aan jaar (t) gecorrigeerd. De indexatie wordt gebaseerd op de kerngegevenstabel van het Centraal Economisch Plan, die in maart wordt gepubliceerd.

38

4. Financiële kengetallen De kengetallen zijn een verplicht onderdeel van de financiële begroting en verantwoording. Deze geven inzicht in de financiële positie en exploitatieruimte van onze gemeente. De kengetallen spelen een belangrijke rol bij het beoordelen van beleidsvoorstellen omdat hiermee inzicht kan worden gekregen in de financiële consequenties van deze voorstellen. De financiële kengetallen geven in combinatie met elkaar inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid van de begroting. Voor de signaalwaarden van de kengetallen sluiten wij aan bij het gemeenschappelijke financiële toezichtkader van de provincies. Voor nieuw beleid en investeringen moet het effect op de kengetallen meegewogen worden in de besluitvorming.

Ad. 7 Ontwikkeling medebewindstaken De voortzetting van beleid, nieuwe wetgeving en veranderende wetgeving alsmede allerlei maatschappelijke en economische ontwikkelingen vragen om veel inzet vanuit onze gemeente. Het actualiseren van de verschillende beleids- en onderhoudsplannen vragen de komende jaren een extra financiële impuls om te kunnen voldoen aan de vastgestelde normen en wettelijke regelgeving. Te denken valt hierbij aan de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed en de beheer- en onderhoudsplannen van wegen, riolering en groen. Deze ambities zijn opgenomen in het eerste deel van deze perspectiefnota. Zoals hierboven al aangegeven, adviseert de VNG om voor de ombuigingen met name te focussen op taken in medebewind. Medebewindstaken zijn de taken die de gemeente móet doen om landelijke wetten of provinciale voorschriften uit te voeren. Zij vormen het grootste deel van de gemeentelijke begroting en hebben daardoor invloed op de ruimte voor eigen beleidskeuzes. Digitalisering De Wet digitale overheid bepaalt de regelgeving voor verdere digitalisering van de overheid op de verschillende niveaus. Het Rijk heeft een brede agenda ontwikkeld voor een verdere digitalisering van het openbaar bestuur waaronder de gemeente. Binnen onze gemeente zijn wij bezig met vergaande digitalisering en het goed inzetten van dienstverleningskanalen.

In 2025 hebben wij extra middelen gereserveerd voor een verdere uitvoering van dit beleid. Omgevingswet Per 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de daarmee samenhangende Wet kwaliteitsborging bouw in werking getreden. Hoewel het uitgangspunt van het Rijk is dat de invoering van de wet kostenneutraal is, zijn er sterke signalen dat dat niet het geval is. De invoering van de Omgevingswet is gepaard gegaan met verplichte inspanningen en stevige veranderopgaven. Ondanks de invoering begin dit jaar is er ook in 2025 extra inzet nodig verder verbetering van (werk) processen en doorvoering van het veranderende beleid. Wet Open Overheid Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden om te zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar en eenvoudig te ontsluiten is. Informatie is openbaar tenzij het de privacy raakt of er een andere uitzonderingsgrond uit de Woo geldt. Om aan de nieuwe eisen te kunnen voldoen, loopt binnen de gemeente Baarn een implementatietraject en is

39

de structurele inzet van een privacy officer noodzakelijk. In 2027 moet de Woo geïmplementeerd zijn, met nog 3 jaar extra voor het op orde krijgen van het informatiebeheer. Klimaatbeleid De gemeente vervult een sleutelrol bij de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Het Rijk heeft extra middelen beschikbaar gesteld in de vorm van Specifieke uitkeringen (SPUK) om de taken op dit gebied goed te kunnen uitvoeren. Uit onderzoek van de Raad van Openbaar Bestuur (ROB) blijkt dat de jaarlijkse kosten die wij als gemeenten moeten maken voor de uitvoering van het klimaatbeleid, ruim 40% hoger liggen dan gedacht. De nieuwe taken en activiteiten, onder andere op het gebied van netcongestie, collectieve warmte en soortenbescherming bij isolatie, maar ook de verplicht CO2 monitoring vragen veel extra capaciteit en middelen. Sociaal Domein De landelijke Hervormingsagenda Jeugd betekent dat wij aan de slag gaan met verdere hervorming van de jeugdzorg. De hervormingsagenda bevat een groot pakket afspraken om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Met de hervormingsagenda is een grote taakstelling ingeboekt. De taakstelling op het Sociaal Domein loopt daarmee op tot ruim 1 miljoen euro voor de gemeente Baarn.

Op basis hiervan zijn wij sinds 2021 aan de slag met de verschillende maatregelen om de effectiviteit van onze ondersteuning te verbeteren en aan de andere kant de kosten te verlagen.

Woningbouwoverzicht

40

Voortgang woningbouwprogramma (peildatum april 2024) Excel versie op verzoek van raad Woningbouwproject

"Mandjes" uit de Visie Wonen 2019 aantal nieuwbouw

aantal soc tot € tot € € 200.000 gecl. alternat. overig sloop huur 950,- 200.000 € 300.0000 woonzorg

( woningen gerealiseerd of pijplijn(vergund/in proc.) Gerealiseerd Smutslaan

14

0

Nieuwstraat 11

8

0

14

Amalialaan 2

4

1

4

Koffrieterrein (Noorderstraat 61-63)

6

1

6

Eemnesserweg 55a-59 (kooijhoek)

6

0

6

Plataanlaan 36

1

0

1

Nieuw Baarnstraat 1-7

21

1

De loef

28

0

Cantonlaan 17

1

0

1

Zandvoortweg 27

1

0

1

Heuveloordstraat 11a/b

8

1

8

Verbindingsweg

9

0

Eemweg 2-8

19

0

Wilhelminalaan 3a

1

0

Amalialaan 1

9

0

Oude smederij/Dorpstraat Lage Vuursche

3

1

Zandvoortweg 144

2

1

2

Wilheminalaan 3

15

0

15

Kampstraat 2b

6

0

6

Oranjeloods

1

0

Kloosterlaan 29

32

0

Brinkstraat 32

5

0

Tromplaan 1

3

0

Weteringstraat 69

2

0

2

Gaspard

13

0

13

Troelstralaan

39

24

Oosterstraat 42-46

8

subtotaal

265

30

Van Heemstralaan 43

6

1

Ericastraat

28

Hoogwolde

90

Nieuwstraat 13

9

9

Zuidereind 6

2

2

Zandvoortweg 132

5

5

Van Galenlaan 3b

5

5

subtotaal

145

8

21 28

9 6

13 1

9 3

1 32 5 3

39 8 76

20

8

0

32

0

129

Vergunning verleend 6 28 30

1

30

30

30

10

0

10

20

0

0

75

Bestemmingsplan gewijzigd Montini

29

Prinses Marielaan 13

1

12

17 1

41

Zandvoortweg 140

2

Drakenburgerweg 23-25a Baarnhuis

16

2

Drakenburgerweg 73

1

subtotaal

49

2

Jacob Van Lenneplaan 39

2

1

Bakker Baarn/Hof van Baarn

37

37

Boemerang /Eemnesserweg 58-60

14

14

Bedrijfspand Pasveer Schoolstraat

25

Baarnsche Zoom

500

Amalialaan 39

18

18

Koningsweg 4

10

10

Nieuwstraat 5

7

7

Amalialaan 27 Bureau Bos

5

Kemphaanstraat

60

Paaskerk

3

3

Kloosterlaan 2

2

2

Hoofdstraat 23

6

6

Nieuw Baarnstraat 33

7

7

subtotaal

696

25

160

50

0

100

0

0

386

Totaal aantal nieuwbouwwoningen

1155

58

278

100

8

127

48

0

594

Totaal netto-toevoeging (nieuwbouw min sloop)

1097

2

16 1 12

0

0

17

16

0

4

In procedure 2

25 100

50

100

250

5 24

60

Overige potentiele woningbouwlocaties woningbouwproject

inschatting o.b.v.locaties of eerder schetsplan aantal aantal soc tot € tot € € 200.000 - gecl. alternat. overig nieuwbouwwoningen sloop huur 950,- 200.000 € 300.0000 woonzorg

Mogelijke locaties genoemd in Visie Wonen waar nog geen plan voor is Zandvoortweg 63

5

Poorthuis

5

bedrijfspand van Heemstralaan 24/Boskamp

5

Meander (poli, 1,5 lijns zorg, zorghotel, zorgwonen)

PM

Brinkzicht (Arcade)

40-50

totaal

76-105

Schetsplannen

woningen o.b.v. schetsplan

Zandvoortweg 142

4

Acacialaan 40

10

Zandvoortweg 60

19

Drakenburgerweg 2 - perceel Staal

0

Zandvoortweg 11

?

Laanstraat 68

2

0

0

0

0

0

0

0

0

aantal soc tot € tot € € 200.000 - gecl. alternat. overig onbekend sloop huur 950,- 200.000 € 300.0000 woonzorg 2 1

5 12

5 7

5

42

Laanstraat 64

4

Zuidereind 27

1

6

Drakenburgerweg 51

25

Santvoorde

136

45

37

35

Totaal

201

46

37

47

1 25 64 0

5

6

0

72

37

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14213984/1