CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

867405 Lokale Energie Strategie (LES) bijlage 2 Adviesdocument scenariostudie programmapijlers LES

Besluit in de Raad 31 januari 2024, gemeente BaarnBij agendapunt: Lokale Energie Strategie (LES)22.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Figuur 56 toont op basis van de data onderliggend aan Figuur 52 en Figuur 55 welk deel van het potentieel voor zonnepanelen per buurt al benut was in 2020, bij elkaar 7853 kWp. In 2022 was dit opgelopen tot 12.765 kWp, de verwachting is dat de verdeling per buurt gelijkaardig is.

58

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

Figuur 56 Benutting potentieel zonnepanelen per buurt in 2020

Figuur 57 toont op basis van de data onderliggend aan Figuur 53 en Figuur 55 specifiek voor grotere daken welk deel van het potentieel voor zonnepanelen per buurt al benut was in 2020.

Figuur 57 Benutting potentieel zonnepanelen op grote daken per buurt in 2020

Restcapaciteit elektriciteitsnet | In grote delen van het land heeft het elektriciteitsnet de grenzen bereikt voor wat betreft invoeding van hernieuwbare elektriciteit. Nieuwe aanvragen voor aansluitingen voor zonnepaneleninstallaties met een aansluitwaarde groter dan 3x80 ampère worden door netbeheerder Stedin voorlopig niet gehonoreerd. Op bestaande kleinverbruikersaansluitingen is het realiseren van nieuwe installaties vooralsnog nog wel mogelijk. Aangenomen is dat Stedin alle nieuwe capaciteit die het beschikbaar kan stellen tot 2030 benut om eerder toekende aansluitingen mogelijk te maken en de autonome groei bij kleinverbruikers te faciliteren. Aangenomen is dat nieuwe zonnepaneleninstallaties op grootverbruiksaansluiting vanaf 2030 weer mogelijk zijn.

59

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

Figuur 58 Restcapaciteit elektriciteitsnet

Gevolgtrekking voor beleid | Overal in Baarn is nog potentie voor zonnepanelen op daken. Grotere projecten (250 m2 of groter) krijgen voorlopig geen aansluiting maar voorbereiding van plannen is mogelijk voor uitvoering op het moment dat Stedin nieuwe netcapaciteit beschikbaar maakt.

Gegeven de doelstellingen voor duurzame elektriciteit in Baarn (paragraaf 3.2) en de inventarisatie van de huidige situatie per buurt zijn er verschillende beleidsscenario’s en subscenario’s denkbaar om de doelen te bereiken. In dit hoofdstuk zijn een aantal van deze scenario’s geschetst en vergeleken op: 1. Kosten. Hierbij zijn de investeringskosten en de vermeden energiekosten uitgezet in de tijd. 2. Uitvoerbaarheid. Aandacht voor de technische uitvoerbaarheid; beschikbaarheid van arbeid. 3. Opbrengsten. Overzicht van de bereikte energiebesparing en CO2-reductie. Met beleid op de programmapijler duurzame elektriciteit kan de gemeente Baarn het tempo en de volgorde van het installeren van zonnepanelen en het uiteindelijk geïnstalleerde vermogen aan zonnepanelen beïnvloeden. De scenario’s en de onderlinge verschillen tussen de scenario’s verschaffen inzicht in de voor- en nadelen van denkbaar beleid op de programmapijler elektriciteit.

Om een goed vergelijk tussen de scenario’s mogelijk te maken, zijn de volgende aspecten per scenario bewust gelijk gehouden, tenzij expliciet is gemaakt dat en waarom is afgeweken. Potentie voor zonnepanelen stabiel | Aangenomen is dat de potentie voor zonnepanelen op daken en parkeerterreinen in de periode tot 2050 niet verandert. Alleen toevoegingen, geen onttrekkingen | Aangenomen is dat het vermogen aan zonnepanelen per dak waarop in 2023 al zonnepanelen geïnstalleerd zijn tot 2050 gelijk blijft of toeneemt. Vermogen en opbrengst per m2 | Aangenomen is dat zonnepanelen een vermogen van 200 wattpiek per vierkante meter hebben en per vierkante meter jaarlijks 170 kilowattuur leveren. In de praktijk variëren deze waarden met de kwaliteit, de hellingshoek, de oriëntatie van de zonnepanelen en eventueel de afschakeling van de installaties bij overaanbod. 60

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

Autonome ontwikkeling | Ook als de gemeente Baarn geen inspanningen levert op de programmapijler duurzame elektriciteit zullen eigenaren van dakoppervlak en parkeerterreinen op eigen initiatief en/of als gevolg van nationaal beleid investeren in zonnepanelen. Hiertoe zijn vanuit het Rijk subsidies en financieringsmogelijkheden beschikbaar. Daarnaast is in maart 2023 in de Tweede Kamer een voorstel aangenomen om de installatie van zonnepanelen op grotere parkeerterreinen in Nederland te verplichten. Tot op heden liep het jaarlijks aantal gerealiseerde zonnepanelen installaties elk jaar sterk op. Eind 2022 was zo in Baarn 10% van het totale potentieel op daken benut, nog zonder dat sprake was van gemeentelijk beleid om deze installaties te stimuleren. Installeren van zonnepanelen is ook de komende jaren nog aantrekkelijk, maar onzekerheden over de salderingsregeling, netcongestie en negatieve elektriciteitsprijzen maakt het lastig te voorspellen hoe de autonome ontwikkeling doorzet. Als werkaanname is gekozen dat tot 2035 jaarlijks 2,5% van het resterende potentieel ingevuld wordt (gebaseerd op de toename in 2021 en 2022) en dat het in 2035 bereikte vermogen stabiel blijft tot 2050. Dit vanuit de verwachting dat in 2035 in Nederland zoveel zonnestroom wordt opgewekt dat extra vermogen toevoegen niet langer aantrekkelijk is.

Uitvoerbaarheid | Installeren van zonnepanelen op grotere daken en parkeerterreinen is pas mogelijk na realisatie van netverzwaringen. Aangenomen is dat projecten groter dan 57 wattpiek per aansluiting (groter dan 250 m2) pas vanaf 2030 mogelijk zijn. Er is een reële kans dat ook nieuwe kleinere installaties op korte termijn (tijdelijk) onmogelijk worden door netcongestie. Aangenomen is echter dat installeren van zonnepanelen op (bestaande) kleinverbruikersaansluitingen ondanks de oplopende netcongestie mogelijk blijft. Het aantal installaties en dus ook de uitvoeringscapaciteit voor de installaties van zonnepanelen is tot op heden jaar op jaar gegroeid. In 2022 werden in Baarn 682 nieuwe installaties gerealiseerd met een totaal vermogen van 3348 kilowattpiek. Aangenomen is dat de uitvoeringscapaciteit geen bepalende belemmering vormt voor het installeren van zonnepanelen. Geen buurtaanpak | In tegenstelling met de scenario’s voor de programmapijlers energiebesparing en duurzame warmte is voor duurzame elektriciteit geen buurtaanpak aangenomen. Systematisch benutten van al het dakpotentieel per buurt zou al snel resulteren in overbelasting van het elektriciteitsnet per buurt, zonder dat er grote voordelen tegenover staan ten opzichte van scenario’s waarin de groei over de hele gemeente geleidelijk doorzet.

In dit scenario vindt het installeren van zonnepanelen uitsluitend plaats op basis van externe ontwikkelingen waar de gemeente Baarn geen invloed op heeft. Dit scenario dient als nulscenario om (de omvang van) de voordelen van de scenario’s waarin de gemeente wel een actieve rol neemt tegen af te zetten. Scenario-uitwerking | In dit scenario is de in paragraaf 3.4.1 aangenomen autonome ontwikkeling van zonnepanelen op kleinverbruikersaansluitingen de enige drijver van verduurzaming. Opbrengsten | Figuur 59 toont de ontwikkeling in het geïnstalleerd vermogen van zonnepanelen voor alle objecten in Baarn als gevolg van dit scenario. In 2030 en 2040 is respectievelijk 18% en 23% van het totale potentieel voor zonnepanelen op daken benut.

61

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

160000 140000

Vermogen [kW]

120000 100000

80000 60000 40000 20000 0 2023 2025 2027 2029 2031 2033 2035 2037 2039 2041 2043 2045 2047 2049 Opgesteld vermogen op land

Opgesteld vermogen parkeerterreinen

Opgesteld vermogen grote daken

Opgesteld vermogen kleine daken

Potentie zon op dak

Potentie zon op dak + parkeerterreinen

Figuur 59 Ontwikkeling in geïnstalleerd vermogen aan zonnepanelen per jaar (t.o.v. potentie)

Analyse van uitvoerbaarheid | Het piekvermogen van alle geïnstalleerde zonnepanelen in 2035 is ruim 3 keer zo groot als het gemiddelde elektriciteitsverbruik in Baarn in 2021. De netcapaciteit benodigd om de zonnestroom te distribueren zal dan ruwweg gelijk zijn aan de netcapaciteit om de piek in de vraag naar elektriciteit in Baarn – na elektrificatie van warmte én mobiliteit - te faciliteren.

In dit scenario zet de gemeente in op de installatie van zonnepanelen in grote projecten. Scenario-uitwerking | In dit scenario wordt tussen 2030 en 2035 het volledige potentieel op grote daken en parkeerterreinen benut. Voor de overige daken is de in paragraaf 3.4.1 aangenomen autonome ontwikkeling van zonnepanelen op kleinverbruikersaansluitingen van toepassing. Opbrengsten | Figuur 60 toont de ontwikkeling in het geïnstalleerd vermogen van zonnepanelen voor alle objecten in Baarn als gevolg van dit scenario. In 2030 en 2040 is respectievelijk 18% en 40% van het totale potentieel voor zonnepanelen op daken benut. Van het totale potentieel voor zonnepanelen is in 2030 en 2040 respectievelijk 15% en 51% benut.

62

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

160000 140000

Vermogen [kW]

120000 100000

80000 60000 40000 20000 0 2023 2025 2027 2029 2031 2033 2035 2037 2039 2041 2043 2045 2047 2049 Opgesteld vermogen op land

Opgesteld vermogen parkeerterreinen

Opgesteld vermogen grote daken

Opgesteld vermogen kleine daken

Potentie zon op dak

Potentie zon op dak + parkeerterreinen

Figuur 60 Ontwikkeling in geïnstalleerd vermogen aan zonnepanelen per jaar (t.o.v. potentie)

Analyse van uitvoerbaarheid | Het piekvermogen van alle geïnstalleerde zonnepanelen in 2035 is bijna 9 keer zo groot als het gemiddelde elektriciteitsverbruik in Baarn in 2021. De netcapaciteit benodigd om de zonnestroom te distribueren is aanzienlijk groter dan de netcapaciteit benodigd om de piek in de vraag naar elektriciteit in Baarn – na elektrificatie van warmte én mobiliteit - te faciliteren. Het is sterk afhankelijk van de flexibiliteit van het energiesysteem in 2035 of dit uitvoerbaar en wenselijk is.

In dit scenario zet de gemeente in op het zo snel mogelijk benutten van het volledige potentieel op daken en parkeerterreinen. Scenario-uitwerking | In dit scenario wordt tussen 2024 en 2035 het volledige potentieel op daken met kleinverbruikersaansluitingen benut. Tussen 2030 en 2035 wordt ook het volledige potentieel op grote daken en parkeerterreinen benut. Opbrengsten | Figuur 61 toont de ontwikkeling in het geïnstalleerd vermogen van zonnepanelen voor alle objecten in Baarn als gevolg van dit scenario. In 2030 en 2040 is respectievelijk 33% en 64% van het totale potentieel voor zonnepanelen benut. Van het totale potentieel voor zonnepanelen is in 2030 en 2040 respectievelijk 27% en 71% benut.

63

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

160000 140000

Vermogen [kW]

120000 100000

80000 60000 40000 20000 0 2023 2025 2027 2029 2031 2033 2035 2037 2039 2041 2043 2045 2047 2049 Opgesteld vermogen op land

Opgesteld vermogen parkeerterreinen

Opgesteld vermogen grote daken

Opgesteld vermogen kleine daken

Potentie zon op dak

Potentie zon op dak + parkeerterreinen

Figuur 61 Ontwikkeling in geïnstalleerd vermogen aan zonnepanelen per jaar (t.o.v. potentie)

Analyse van uitvoerbaarheid | Het piekvermogen van alle geïnstalleerde zonnepanelen in 2035 is bijna 12 keer zo groot als het gemiddelde elektriciteitsverbruik in Baarn in 2021. De netcapaciteit benodigd om de zonnestroom te distribueren is aanzienlijk groter dan de netcapaciteit benodigd om de piek in de vraag naar elektriciteit in Baarn – na elektrificatie van warmte én mobiliteit - te faciliteren. Het is sterk afhankelijk van de flexibiliteit van het energiesysteem in 2035 of dit uitvoerbaar en wenselijk is.

In dit scenario zet de gemeente in op het zo snel mogelijk benutten van het volledige potentieel op daken, parkeerterreinen en grondgebonden of drijvend langs infra. Scenario-uitwerking | In dit scenario wordt tussen 2024 en 2035 het volledige potentieel op daken met kleinverbruikersaansluitingen benut. Tussen 2030 en 2035 wordt ook het volledige potentieel op grote daken en parkeerterreinen benut en wordt aanvullend 10 ha (10.000 kW bij oost-westoptelling) aan drijvende of grondgebonden zonneparken gerealiseerd. Opbrengsten | Figuur 62 toont de ontwikkeling in het geïnstalleerd vermogen van zonnepanelen voor alle objecten in Baarn als gevolg van dit scenario. In 2030 en 2040 is respectievelijk 33% en 64% van het totale potentieel voor zonnepanelen op daken benut. Van het totale potentieel voor zonnepanelen is in 2030 en 2040 respectievelijk 13% en 34% benut.

64

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

350000 300000

Vermogen [kW]

250000 200000 150000 100000 50000 0 2023 2025 2027 2029 2031 2033 2035 2037 2039 2041 2043 2045 2047 2049 Opgesteld vermogen op land

Opgesteld vermogen parkeerterreinen

Opgesteld vermogen grote daken

Opgesteld vermogen kleine daken

Potentie zon op dak

Totale potentie zon in Baarn

Figuur 62 Ontwikkeling in geïnstalleerd vermogen aan zonnepanelen per jaar (t.o.v. potentie)

Analyse van uitvoerbaarheid | Het piekvermogen van alle geïnstalleerde zonnepanelen in 2035 is ruim 13 keer zo groot als het gemiddelde elektriciteitsverbruik in Baarn in 2021. De netcapaciteit benodigd om de zonnestroom te distribueren is aanzienlijk groter dan de netcapaciteit benodigd om de piek in de vraag naar elektriciteit in Baarn – na elektrificatie van warmte én mobiliteit - te faciliteren. Het is sterk afhankelijk van de flexibiliteit van het energiesysteem in 2035 of dit uitvoerbaar en wenselijk is.

Figuur 63 toont voor de verschillende scenario’s de ontwikkeling van de geïnstalleerde zonnepanelen op daken uitgedrukt als percentage van het potentieel voor zonnepanelen op daken. In scenario 3 en 4 is dit percentage gelijk, hoewel het percentage zonnepanelen in scenario 4 groter is (ook zon op land).

65

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

100%

% benut van dakpotentieel [%]

90%

80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2023

2028

2033

2038

2043

2048

Autonome ontwikkeling

Focus op grote daken en parkeerterreinen

Maximale opwek

Maximale opwek, ook op land

Figuur 63 Benut potentieel van zon op dak

Figuur 64 toont per scenario de hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit in de gemeente Baarn. Ter indicatie is ook het totale energieverbruik in Baarn (in kWh) in 2021 weergegeven. In deze figuur is goed zichtbaar dat ook met een sterk stimulerend beleid, er een groot gat gaapt tussen de opwek met zonnestroom en de totale hoeveelheid benodigde energie. Door energiebesparingsmaatregelen en de warmtetransitie gaat de totale energievraag naar verwachting weliswaar afnemen, maar het getoonde gat is niet te overbruggen met uitsluitend zonnestroom.

Energiegebruik en -opwek [kWh]

600,000,000

500,000,000

400,000,000

300,000,000

200,000,000

100,000,000

0 2023 2028 Autonome ontwikkeling Maximale opwek Totale energieverbruik in 2021

2033

2038 2043 2048 Focus op grote daken en parkeerterreinen Maximale opwek, ook op land

Figuur 64 Totale gebruikte en duurzaam opgewekte energie in Baarn

66

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

Uitgaven aan energie en verduurzaming in de tijd | In Figuur 65 is voor de gebouwde omgeving als geheel per scenario een ruwe inschatting van de investeringen in isolatie (conform 1.4.2), verwarmingsinstallaties (conform 2.4.1) en zonnepanelen gegeven, samen met de (afnemende) energiekosten. Dit op basis van de volgende aannames: * Kosteninschattingen voor renovaties voor verschillende gebouwtypen en schillabelstappen zijn overgenomen uit Vesta MAIS versie 5.0 [2021]. * Aannames voor de investeringen in verwarmingstoestellen en zonnepanelen zijn beschreven in 2.1 respectievelijk 3.4.1. * Voor afgenomen en geproduceerde elektriciteit, aardgas en warmte is een prijspeil aangehouden van € 1,30/m3 voor aardgas en € 0,30/kWh voor elektriciteit. Voor warmte is de (naar GJ omgerekende) prijs van elektriciteit aangehouden. * Stabiele kosten, zonder rente. In de praktijk variëren de kosten van bouwmaterialen, arbeid, rente, elektriciteit, gas en warmte van jaar tot jaar, door externe oorzaken waarop de gemeente geen invloed heeft. De belangrijkste parameter waarop de gemeente wel invloed heeft, is het moment in de tijd waarop investeringen plaatsvinden.

Door aan te nemen dat de kosten voor renovaties en energie tot 2050 stabiel blijven en de rente buiten beschouwing te laten, ontstaat een indicatie van het voor- of nadeel van het versnellen van de renovaties of het voorruittrekken van bepaalde buurten. Conform bovengenoemde aannames bereikt het scenario met het grootste geïnstalleerd vermogen aan zonnepanelen de laagste totale kosten. Dit zal in de praktijk waarschijnlijk ook zo zijn. De verwachting is echter wel dat de scenario’s voor zon qua financiële impact veel minder onderscheidend zijn dan blijkt uit Figuur 65. Dit omdat de meeropbrengst van extra zonnestroom afneemt, omdat op momenten dat de zonnepanelen piekproductie leveren regelmatig sprake zal zijn van overaanbod. € 90,000,000 € 80,000,000 € 70,000,000 € 60,000,000 € 50,000,000 € 40,000,000 € 30,000,000 € 20,000,000 € 10,000,000 €0 2023

2028

2033

2038

2043

2048

Autonome ontwikkeling

Focus op grote daken en parkeerterreinen

Maximale opwek

Maximale opwek, ook op land

Figuur 65 Ontwikkeling van de totale kosten

67

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

4. In hoofdstukken 1 t/m 3 zijn de programmapijlers energiebesparing, duurzame warmte en duurzame elektriciteit apart beschouwd. In de praktijk zijn er aanzienlijke raakvlakken en overeenkomsten tussen deze 3 programmapijlers. De belangrijkste aandachtspunten daarbij: 1.

Energiebesparing is voorwaardelijk aan duurzame warmte | Investeringen in betere isolatie (programmapijler Energiebesparing) leveren op zichzelf slechts beperkte energiebesparing en CO2-reductie. Goede isolatie is echter een voorwaarde voor comfort na investeringen in individuele warmtepompen of een ZLT-warmtenet. Dit omdat deze duurzame verwarmingstoestellen warmte afgeven op een lage temperatuur (30-45 graden), in plaats van de hoge temperatuur (60-90 graden) waarop een aardgasketel zijn warmte levert. De planning van de uitrol van duurzame warmtesystemen per buurt moet dus aansluiten op de volgorde van de buurtaanpak voor het verbeteren van de schillabels. a. Uitrol individuele warmteoplossing. In buurten waar de gemeente de individuele warmtepomp als voorkeursoptie kiest, kan de installatie van de warmtepomp direct volgen op de investeringen in isolatie per individueel object. Voor de gebruiker van het object is dan sprake van één aaneengesloten periode van hinder achter de voordeur. b. Uitrol collectieve warmteoplossing. In buurten waar de gemeente kiest voor een warmtenet, is een plaatsen van de warmtewisselaar en boosterwarmtepomp direct aansluitend op de investering in isolatie per individueel object ook mogelijk. Dit vereist dan wel dat het warmtenet al geïnstalleerd en in bedrijf genomen is vóór de aanpak van de isolatie in de eerste individuele objecten in de buurt.

Eerst alle objecten systematisch isoleren en pas als dat voltooid is alle aansluitingen op het warmtenet realiseren kan ook. Dan is er per object wel 2x sprake van hinder achter de voordeur.

2. Netverzwaring is een voorwaarde voor duurzame warmte en duurzame elektriciteit | In de hele provincie Utrecht is sprake van transportschaarste, zowel voor teruglevering als voor afname van elektriciteit. Aanvragen voor nieuwe grootverbruiksaansluitingen (groter dan 3x80 ampère) worden daarom tot nader order niet gehonoreerd. Dit betekent dat realisatie van een collectieve warmtepomp voor een warmtenet of grote zonnepaneleninstallaties op grote daken, boven parkeerterreinen en grondgebonden pas weer mogelijk zijn als netbeheerder Stedin nieuwe netcapaciteit gerealiseerd heeft. Installatie van individuele warmtepompen en particuliere zonnedaken op kleinverbruikersaansluitingen is vooralsnog wel mogelijk. Ook hier dreigen echter beperkingen als het aantal installaties op het huidige tempo blijft groeien. 3. Duurzame warmte en duurzame elektriciteit zijn niet elkaars oplossing | In theorie zou het kunnen helpen om extra elektriciteitsverbruik (door warmtepompen en/of aquathermie) parallel te ontwikkelen aan extra opwek door zonnepanelen. Helaas ligt de vraagpiek van de warmtevraag in de winter terwijl de aanbodpiek van zonnepanelen in het voorjaar en in de zomer valt. Seizoensopslag om dit te verhelpen is niet reëel, het gaat om te grote hoeveelheden energie en slechts 1 cyclus per jaar.

Het productieprofiel van windturbines sluit beter aan op het verbruiksprofiel van duurzame warmtetoestellen maar ook als Baarn in de toekomst ruimte ziet voor windturbines is nog steeds netverzwaring nodig. 4. De stoep of straat gaat hoe dan ook open | Er is geen reëel scenario denkbaar waarin de verduurzaming van de gebouwde omgeving in Baarn verloopt zonder werkzaamheden aan kabels en leidingen in de ondergrond. De keuze voor warmtenetten resulteert in een licht lagere vraag naar capaciteit op het elektriciteitsnet in de wijk voor individuele 68

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

warmtepompen. Ook voor de boosterwarmtepompen is echter vrijwel zeker netverzwaring nodig. Sowieso vraagt de voortgaande uitbouw van zonnepanelen, inductiekookplaten en laadpalen om een zwaarder elektriciteitsnet. Keuzes die voorliggen zijn dus niet onderscheidend wat betreft hinder als gevolg van werkzaamheden in de ondergrond. Ook wanneer marktpartijen kiezen voor de realisatie van accu-opslag, wanneer laadpalen elektrische auto’s optimaal slimladen en/of wanneer een groot deel van de huishoudens thuisaccu’s installeert, blijft netverzwaring noodzakelijk. Pieken in de warmtevraag en overschotten zonnestroom zijn niet realistisch op te vangen met bestaande accutechniek. 5. Snel starten en doorzetten bevordert uitvoerbaarheid | Voor de uitvoering van de transitie in de gebouwde omgeving zijn technische vakmensen nodig, waar niet alleen Baarn maar heel Nederland de komende decennia een beroep op zal doen. Installeren van zonnepanelen, aanleggen van warmtenetten, aanbrengen van isolatie en installeren van warmtepompen zijn daarbij allemaal verschillende disciplines. Een tekort aan installateurs laat zich niet zonder meer oplossen met een groep isolatie-experts die tijdelijk minder te doen hebben. De enige maatregelen die helpen bij uitvoerbaarheid zijn het opleiden van nieuwe vakmensen en het spreiden van de werkzaamheden in de tijd.

Spreiden in de tijd betekent dus ook zo snel mogelijk starten, met alles. 6. Betaalbaarheid behoeft detailanalyse | Wat betreft de investeringskosten en opbrengsten zijn in dit onderzoek slechts grove aannames gedaan om een algemene indruk van de orde van investeringen en opbrengsten te krijgen. a. Totale gebouwde omgeving. Volgens de grove aannames kost het huidige verbruik van elektriciteit en aardgas in de gebouwde omgeving in Baarn jaarlijks ruwweg €50 miljoen. De verwachtte investeringen liggen bij scenario’s die uitgaan van een wijkaanpak voor isolatie en duurzame warmte en bij voortgaande groei van zonneenergie tot 2040 gemiddeld rond de €15 tot 20 miljoen, waarbij de onderlinge verschillen tussen de scenario’s beperkt zijn. Als resultaat van de investeringen dalen de uitgaven aan energie tot 2040 gestaag, om vanaf dan te stabiliseren rond de €30 à 35 miljoen. Op basis van deze grove analyse blijkt de transitie in de gebouwde omgeving van Baarn in zijn totaliteit betaalbaar en is er een goede kans dat de inwoners en ondernemers er economisch gemiddeld op vooruitgaan. b. Wie betaalt wat en wanneer? In de praktijk gaat de transitie van de gebouwde omgeving om individuele investeringen in individuele objecten.

Deze individuele investeringen zijn niet te spreiden over de volle periode tot 2040 en ook de besparing op energiegebruik gaat in individuele objecten niet geleidelijk maar stapsgewijs. Eigenaren van verblijfsobjecten zullen veelal eenmalig een veelvoud van de jaarlijkse energiekosten investeren, al dan niet met gebruik van subsidies en/of financieringsmogelijkheden vanuit het Rijk. Na uitvoering van de investering genieten de gebruikers van het object direct de definitieve besparing op energiegebruik. In dit onderzoek is geen analyse gedaan naar de financiële impact en haalbaarheid van de investeringen in individuele objecten maar het ligt voor de hand dat investeringen in isolatie en duurzame warmte niet in elk object rendabel zijn. Vaker zal het voorkomen dat de investeringen voor de gebouweigenaar niet rendabel zijn, omdat de energiebesparingen ten goede komen aan huurders. Gegeven dat van rijkswege uiterlijk in 2050 alle verblijfsobjecten aardgasvrij moeten zijn, moeten de kosten ook in deze objecten genomen moeten worden. Wie de onrendabele top in deze gevallen draagt, is in eerste aanzet een zaak van de objecteigenaar en het Rijk. c. Rol gemeente. De gemeente kan zich inspannen om eigenaren en huurders te wijzen op de noodzaak van verduurzaming en op de subsidies en financieringen die hiertoe vanuit het Rijk beschikbaar zijn.

Via de Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie kan de gemeente voor specifieke koopwoningen ook de aanvraag van rijkssubsidie voor 69

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

isolatie op zich nemen. Indien de gemeente inzet op de realisatie van warmtenetten kan de gemeente de ontwikkeling en exploitatie onderbrengen in een gemeentelijk warmtebedrijf en zo ook (een deel van) de investeringen in duurzame warmtevoorziening in buurten op zich nemen. d. Volgordelijkheid van investeringen. Investeringen in isolatie, duurzame warmte en duurzame elektriciteit hebben gemeen dat het om grote bedragen gaat. Investeringen in isolatie gaan noodzakelijkerwijs vooraf aan investeringen in duurzame warmte (punt 1). Voor investeringen in zonnepanelen geldt geen vanzelfsprekende volgordelijkheid. Wel kan de aanschaf van zonnepanelen een dergelijk grote aanspraak op het budget van objecteigenaren doen dat een investering in isolatie en duurzame warmte pas na jaren sparen mogelijk is. Met het oog op de buurtaanpak en eventueel het uitfaseren van aardgas in buurten kan de gemeente inwoners en ondernemers adviseren om isolatie te prioriteren bij de inzet van beschikbaar budget. 7. Draagvlak en sociale cohesie | In deze beschouwing zijn verschillende scenario’s voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving beschouwd op bouwtechnische kenmerken en vergeleken op opbrengsten in termen van CO2-uitstoot en energieverbruik, met een ruwe blik op betaalbaarheid en uitvoerbaarheid.

Kenmerken van de gebruikers van verblijfsobjecten (inkomen, leeftijd, gezinssamenstelling, motivatie) zijn bewust buiten beschouwing gebleven. Deze aspecten spelen in de praktijk van de transitie natuurlijk een grote rol bij de uitvoerbaarheid van beleid op de programmapijlers. In bijlage 2 zijn aanknopingspunten opgenomen om de transitie in de gebouwde omgeving doelgroepgericht aan te pakken. Deze beschouwing biedt daar alle ruimte toe. Juist het feit dat de verschillende scenario’s op het vlak van CO2-uitstoot, energiebesparing, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid beperkt onderscheidend zijn, geeft aanleiding om draagvlak en sociale cohesie bepalend te laten zijn in de volgorde van de buurtaanpak en de keuzes per buurt.

70

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

Zoals beschreven in paragraaf 1.2 is het schillabel (dat alleen kenmerken van de isolatie en kierdichting van gebouwen inschat) een betere indicator van het energiegebruik voor ruimteverwarming dan het energielabel (dat ook duurzame warmte en duurzame elektriciteit waardeert). In deze paragraaf is nader beschouwt of het schillabel voor Baarn inderdaad de betere indicator is. Energielabels | De figuur hiernaast toont voor een aantal van de woningen in Eemdal-Zuid zowel de geregistreerde energielabels als de gemodelleerde schillabels. Per pand toont de kleur van de inkleuring de energielabels. Het meest voorkomende lichtgroen betreft woningen met energielabel C, het label dat aansluit bij de energieprestaties bij oplevering in de periode 1990 – 1995 bij dit woningtype. Aan deze woningen waren ten tijde van het opnemen van het energielabel vermoedelijk nog geen grote verduurzamingsingrepen gedaan. In de weergegeven woningen met energielabel B en A is na oplevering waarschijnlijk wel een verduurzamingsmaatregel getroffen, bijvoorbeeld verbeterede isolatie, een warmtepomp, vloerverwarming en/of plaatsing van zonnepanelen. Voor de panden die grijs zijn ingekleurd, is geen energielabel geregistreerd. Voor deze panden valt eenzelfde verdeling tussen het energielabel C (niveau bij oplevering) en de duurzamere labels B en A (verduurzaming op initiatief eigenaar) te verwachten.

Schillabels | De kleur van de omlijning per pand toont het (door We-Boost) ingeschatte schillabel, primair gemodelleerd op het woningtype en bouwjaar. Voor deze hele buurt resulteert dat in het schillabel C dat ook bij oplevering al van toepassing was. Schillabel vs. energielabel bij recente bouw | Het is zonder extra data over de energielabels niet te bepalen of het schillabel of het energielabel in dit geval een betere weergave van de kwaliteit van de gebouwschil geeft. Daar de schil bij oplevering al redelijk goed geïsoleerd was, is het wel de verwachting dat gebouweigenaren die tot nog toe kozen voor verduurzamingsmaatregelen vooral in zonnepanelen, vloerverwarming en mogelijk warmtepompen geïnvesteerd hebben, en dat de komende jaren zullen blijven doen. Via Google Maps blijkt in dit geval dat op een groot aantal van de panden met een beter energielabel dan het opleverings-energielabel C zonnepanelen hebben geplaatst. Dat versterkt het vermoeden dat het schillabel C voor deze woningen de beste inschatting voor het energiegebruik voor ruimteverwarming biedt. Schillabel vs. energielabel bij oudbouw | De figuur hiernaast toont een deel van de woningen in de buurt Oude-Oosterhei met voor het overgrote deel een bouwjaar ouder dan 1930. Wederom toont de inkleuring van panden de bekende energielabels en de omlijning de schillabels.

Het valt op dat voor een veel kleiner aantal panden een energielabel geregisterd is. Ook blijkt voor een aantal panden waar wel een energielabel geregistreerd is, dit label aanmerkelijk groener is dan het ingeschatte schillabel. Ook hier blijkt na een check op Google Maps dat op de betreffende panden een groot aantal zonnepanelen geplaatst is. Vermoedelijk was deze energielabelsprong echter niet haalbaar met enkel zonnepanelen en eventueel een warmtepomp. Vrijwel zeker zijn ook ingrepen in de schil gedaan. Voor deze panden resulteert hanteren van het schillabel vermoedelijk in een onderschatting van de kwaliteit van de gebouwschil. 71

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

Gevolgtrekking voor beleid | Hanteren van het schillabel geeft in verblijfsobjecten waarin door gebouweigenaren op eigen initiatief al maatregelen in de gebouwschil zijn getroffen een onderschatting van de kwaliteit van de gebouwschil. Op dit moment lijkt dit nog een bescheiden aantal gebouwen te betreffen. Een overschatting van de kwaliteit van de gebouwschil zal bij hanteren van het schillabel niet of nauwelijks voorkomen. Dat zou tenslotte betekenen dat de kwaliteit van de gebouwschil verslechterd is sinds de oplevering. Een beperkt aantal onderschattingen van de kwaliteit van de gebouwschil kan voor beleid op de programmapijler energiebesparing weinig kwaad. Besloten is om in de rest van dit hoofdstuk het schillabel als hoofdindicator te hanteren. Dit wel met de aanbeveling om bij herijken van beleid op de programmapijler energiebesparing in de toekomst te sturen op meer daadwerkelijke data over de gebouwschil.

72

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

Een groot deel van de energietransitie speelt zich noodzakelijkerwijs af achter de voordeur en op het dak van inwoners, ondernemers en maatschappelijke dienstverleners. De mogelijkheden, motivatie en de middelen van de betreffende inwoners, ondernemers en dienstverleners zijn daarmee belangrijke factoren voor het succes en het uitvoeringstempo van de energietransitie. De gemeente Baarn kan deze factoren tot op zekere hoogte beïnvloeden, door de verschillende doelgroepen gericht aan te spreken op hun specifieke kansen, uitdagingen en verantwoordelijkheden binnen de transitie, door de verschillende doelgroepen te betrekken bij de keuzes over hun eigen leefomgeving en door hen te begeleiden en/of te faciliteren in de stappen die de komende jaren nodig zijn om klimaat- en energiedoelen te realiseren. Doelgroepen naar eigendom | Een eerste indeling van de doelgroepen voor de energietransitie is mogelijk op basis van het eigendom van objecten.

De volgende doelgroepen hebben ten aanzien van de programmapijlers energiebesparing, duurzame warmte en duurzame elektriciteit verschillende belangen en (juridische) mogelijkheden: - Particuliere eigenaren en bewoners grondgebonden woningen - Particuliere eigenaren van woningen en bewoners binnen een vereniging van eigenaren - Woningcorporaties - Huurders van woningen in de vrije sector - Huurders van woningen van woningcorporaties - Eigenaren van bedrijfspanden - Gebruikers van bedrijfspanden - Eigenaren van maatschappelijk vastgoed - Gebruikers van maatschappelijk vastgoed In dit rapport zijn de afwegingen ten aanzien van de doelgroepen beperkt gebleven tot scenario’s die de verduurzaming van buurten met een groot aandeel sociale huur prioriteren. Bij het opstarten van buurtuitvoeringsprogramma’s in Baarn is het van groot belang om rekening te houden met de per buurt aanwezige doelgroepen en hun belangen en mogelijkheden. Dit is niet de expertise van de opstellers van dit rapport. [Reddewijkaanpak.nl] geeft een goed overzicht van de verschillende aandachtspunten bij de omgang met deze doelgroep in de energietransitie.

73

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

Doelgroepen naar motivatie | Een tweede indeling van de doelgroepen voor de energietransitie is mogelijk op basis van het eigendom van motivatie, karakter en leefstijl. In een eerdere studie door [Code Groen] is geïnventariseerd hoe inwoners en ondernemers in de buurten van Baarn zich verhouden tot de opgaven in de energietransitie. Dit resulteerde in een onderverdeling naar 6 verschillende persona’s, zie Figuur 66.

Figuur 66 Persona’s

In Figuur 67 is voor de verschillende buurten in Baarn bepaald welke van de in Figuur 66 omschreven persona’s dominant zijn per buurt. Deze informatie is niet benut in dit rapport maar kan van waarde zijn bij het opstarten en inrichten van buurtuitvoeringsprogramma’s.

Figuur 67 Dominante persona’s per buurt

74

<

WBTr2023-003 Roadmaps programmapijlers LES Baarn

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13642271/1