806252 Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 bijlage 1 IVP 2023-2026
Tekst van het document
INTEGRAAL VEILIGHEIDSPLAN 2023-2026
LOGO GEMEENTE
Inhoud 1. Inleiding...........................................................................................................2 1.1 Vijf gemeenten werken samen in een plan.....................................................2 1.2 Gezamenlijke prioriteiten.............................................................................2 2. Terugblik..........................................................................................................4 2.1 Algemene terugblik.....................................................................................4 3 Maatschappelijke ontwikkelingen..........................................................................5 Inleiding.........................................................................................................5 3.1 Wat zien we in de samenleving.......................................................................5 3.2 Flexibiliteit.................................................................................................7 4. Ondermijning....................................................................................................8 4.1 Missie........................................................................................................8 4.2. Doelstellingen...........................................................................................8 5.
Jeugdoverlast en -criminaliteit...........................................................................11 5.1 Missie......................................................................................................11 5.2. Doelstellingen..........................................................................................11 6. Zorg en Veiligheid............................................................................................14 6.1 Missie......................................................................................................14 6.2. Doelstellingen..........................................................................................14 7.
Digitale veiligheid.......................................................................................16 7.1 Missie......................................................................................................16 7.2 Doelstellingen...........................................................................................17 Tot slot...............................................................................................................21 Sturing op het IVP..........................................................................................21 Strategisch overleg.........................................................................................21 Verantwoording..............................................................................................21 Samenwerking met andere beleidsterreinen.......................................................22 Terugblik per prioriteit....................................................................................23
1
1. Inleiding Het Integraal Veiligheidsplan (hierna IVP) is een beleidsplan op hoofdlijnen waarin gemeente(n) en (veiligheids-) partners hun prioriteiten op het gebied van veiligheid vaststellen en afspraken vastleggen voor de komende vier jaar. Dit IVP is tevens een sturingsinstrument, waarin de gemeente samen met haar partners afspraken maakt over prioriteiten, capaciteit en middelen. De gemeente heeft de regie over het lokale integrale veiligheidsbeleid De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) beschrijft de regierol van de gemeenten als volgt: “het zodanig sturen, interveniëren en in stand houden van allerlei randvoorwaarden dat de diverse betrokken partijen op het terrein van veiligheid op een effectieve manier blijven samenwerken en met elkaar een aanvaardbaar niveau van veiligheid en leefbaarheid weten te behouden”. Naast de regierol heeft de burgemeester een wettelijke taak op het gebied van openbare orde en veiligheid. De expliciete wettelijke grondslag voor de taak van de burgemeester ten aanzien van de openbare orde is neergelegd in artikel 172 Gemeentewet. Hieruit vloeit voort dat de burgemeester verplicht is om zorg te dragen voor de handhaving van de openbare orde en bevoegd is om met behulp van de politie, overtredingen van wettelijke voorschriften ter zake van de openbare orde te beletten of te beëindigen.
De gemeenteraad stelt elke vier jaar doelen en prioriteiten vast die de gemeente op het terrein van veiligheid nastreeft door handhaving van de openbare orde en hulpverlening door politie (Politiewet art 38b).
1.1 Vijf gemeenten werken samen in een plan De gemeenten Baarn, Bunschoten, De Bilt, Eemnes en Soest hebben één basisteam van de politie (Basisteam BES). Door samen te werken kunnen we een stevige vuist maken tegen onveiligheid. Criminelen houden zich niet aan gemeentegrenzen. Daarom stellen we één gezamenlijk veiligheidsplan op. Het uitgangspunt is en blijft: de aanpak van de lokale veiligheidsproblematiek, waarbij we intensiever gebruik maken van de aanwezige kennis, kunde en capaciteit binnen het BES-gebied. Belangrijk is dat we samen de prioriteiten vaststellen, zodat we effectief op regioniveau kunnen samenwerken. We zetten het IVP mede in als sturingsinstrument: we kiezen samen om de schaarste in de politiecapaciteit goed te kunnen verdelen. Dat betekent keuzes maken vóór lokale prioriteiten en daarmee ook keuzes om bepaalde werkzaamheden niet meer te doen. In het begin van het schrijfproces is op 14 november 2022 een gezamenlijke BESraadsavond georganiseerd. Hierin zijn de voorgestelde prioriteiten en thema’s nader toegelicht. Raadsleden hebben daar input geleverd en verscherping op de thema’s aangebracht. Hoewel dit IVP in nauwe samenwerking met de politie en het OM is opgesteld, blijft het IVP een gemeentelijk plan. Waar in de tekst wordt gesproken over ‘we’ of ‘wij’ worden dan ook de gemeentelijke organisaties bedoeld.
1.2 Gezamenlijke prioriteiten Op verschillende niveaus worden prioriteiten aangebracht: Nationaal: Landelijk is de veiligheidsagenda (LVA) leidend. In afstemming met de regioburgemeesters van de verschillende eenheden maakt het Ministerie van Justitie en Veiligheid prestatieafspraken met de Nationale Politie en het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie op de thema’s uit het LVA. Op de landelijke veiligheidsagenda staan: georganiseerde ondermijnende criminaliteit, digitale criminaliteit/ cybercrime, maatschappelijke onrust en mensenhandel. Eenheid Midden-Nederland (provincie Utrecht, Flevoland en Gooi en Vechtstreek): De landelijke afspraken op bovengenoemde thema’s bieden de context voor de eenheid Midden-Nederland. Hierbij kunnen andere of aanvullende afspraken worden gemaakt over thema’s die specifiek zijn voor de eenheid. Dit 2
betreft de Regionale Veiligheidsstrategie (RVS) die voor dezelfde periode geldt als het IVP. De RVS 2023-2026 bevat de volgende prioriteiten: georganiseerde ondermijnende criminaliteit, inclusief mensenhandel, digitale veiligheid/cybercrime en maatschappelijke onrust. District Oost-Utrecht: Op districtsniveau maken de burgemeesters van de 15 gemeenten, de districtschef (politie) en de gebiedsofficier van justitie (OM) afspraken om samen te werken op de belangrijkste veiligheidsthema’s. Waar kan, werken de basisteams samen binnen het district, met de districtsrecherche OostUtrecht. De basisteamdriehoek is het driehoeksoverleg tussen de burgemeesters, de gebiedsofficier van justitie (OM) en de teamchef(s) van de politie. Hier worden besluiten genomen over de inzet van de politie op de prioriteiten van het (lokaal) veiligheidsbeleid dat invloed heeft op de inzet van politie ook bij de andere gemeente(n).
Binnen dit IVP zijn de thema’s Ondermijning, Zorg en Veiligheid, Jeugdoverlast en criminaliteit en Digitale veiligheid geprioriteerd. Hiermee sluiten wij aan bij twee thema’s die zowel landelijk als regionaal zijn geprioriteerd. Dit verlicht de druk op de lokale capaciteit. Het verlicht tevens de druk op de basisteam- en districtscapaciteit, omdat er een gezamenlijke focus is. Door aansluiting bij de thema’s die op andere niveaus zijn geprioriteerd, hebben gestelde ambities een grotere kans van slagen. Tot slot draagt deze prioritering, zeker als het om de aanpak van ondermijning gaat, bij aan het tegengaan van een waterbedeffect.
3
2. Terugblik 2.1 Algemene terugblik In de periode van het Integraal Veiligheidsplan 2019-2022 heeft zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan die we niet hadden voorzien. De meeste impact had de coronacrisis en de daarbij behorende maatregelen. Dit zorgde niet alleen voor een samenleving die grotendeels tot stilstand kwam, maar ook voor praktische problemen. Hierbij denken we in eerste instantie aan capaciteitsgebrek door quarantaineregels, toenemende polarisatie en beperkingen in de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten. Daarnaast had de crisis grote invloed op de verschijningsvormen van criminaliteit. In bijlage 1 vindt u een overzicht van de doelstellingen uit het IVP 2019-2023 en de behaalde resultaten. Het IVP 2019-2022 was het eerste gezamenlijke IVP voor de BES-gemeenten. Hierin was gekozen voor een aantal gemeenschappelijke prioriteiten en elke gemeente had ook nog de mogelijkheid om enkele lokale prioriteiten te kiezen. In de afgelopen periode is gebleken dat de extra lokale prioriteiten weinig meerwaarde opleverden. Aan de andere kant zorgde het ervoor dat er alsnog dusdanig veel prioriteiten waren opgenomen, dat er niet ècht gekozen is. Daarom zijn er in het huidige IVP alleen vier gemeenschappelijke prioriteiten opgenomen. Op deze manier wordt de schaarse capaciteit verdeeld over onderwerpen die de meeste maatschappelijke impact hebben.
Ondanks dat één van de uitgangspunten van het IVP 2019-2022 samenwerking was, bleek in de praktijk dat niet optimaal gebruik is gemaakt van elkaars deskundigheid. In het IVP 2023-2026 wordt de samenwerking tussen gemeenten onderling enerzijds én met politie en OM anderzijds beter geborgd door samenwerking een vast agendapunt in verschillende ambtelijke overleggen te maken. Vervolgens komt het onderwerp ook structureel terug op de agenda van de periodieke basisteamdriehoek BES, waar burgemeesters, teamchefs basisteampolitie en de gebiedsofficier van justitie zitting in hebben.
De samenwerking binnen de (integrale) bestuurlijke aanpak tussen politie en gemeenten heeft sprongen gemaakt. De samenwerking binnen casuïstiek gaat verloopt over het algemeen goed. Bij de totstandkoming van de in de IVP gestelde doelen en bij de uitvoering van enkele ervan zien we verbeterpunten in de samenwerking, eigenaarschap en betrokkenheid. Er zijn goede resultaten geboekt de afgelopen jaren, echter zien we ook een aantal verbeterpunten. Deze verbeterpunten zijn in het huidige IVP meegenomen.
4
3 Maatschappelijke ontwikkelingen Inleiding Los van de prioriteiten, zoals we die in de hoofdstukken 3 tot en met 7 hebben uitgewerkt, hebben we ook te maken met een aantal bredere maatschappelijke ontwikkelingen die invloed hebben op de veiligheid in onze gemeenten. Deze ontwikkelingen zijn niet specifiek te koppelen aan de gestelde prioriteiten. Ze spelen echter wel een rol in de gehele samenleving en daarmee óók in het veiligheidsdomein. We zetten tegen deze ontwikkelingen geen specifieke interventies in. We houden er wel rekening mee dat ze van invloed zijn op de interventies en strategieën die we inzetten op de prioriteiten in hoofdstuk 3 tot en met 7.
3.1 Wat zien we in de samenleving De prioriteiten in het IVP zijn Gedurende de looptijd van het afgelopen IVP zijn relatief breed maar bij elke wij verrast door de uitbraak van het coronavirus. prioriteit is wel een aantal Dit virus en de maatregelen ter bestrijding concrete doelen gesteld. We daarvan hebben de maatschappij door elkaar houden naast deze prioriteiten geschud. Een aantal van de gestelde prioriteiten ook rekening met onvoorziene uit het vorige IVP is niet verwezenlijkt. Dat lag zaken. Het is kenmerkend voor enerzijds aan de capaciteit die de handhaving en het veiligheidsdomein dat er uitwerking van de maatregelen op onze veel onverwachte organisaties had. Anderzijds deed zich een ontwikkelingen plaatsvinden. verschuiving voor van met name high impact Door hiervoor ruimte in te crimes (HIC) naar de digitale criminaliteit. Het bouwen kunnen we inspringen aantal inbraken en autokraken nam enorm af, op nieuwe ontwikkelingen terwijl bijvoorbeeld het aantal gevallen van wanneer dat nodig is. Zo cybercrime explosief steeg. brengen we evenwicht tussen flexibiliteit en structuur in de looptijd van dit IVP. Ondanks dat we niet in de toekomst kunnen kijken, zien we wel een aantal ontwikkelingen op ons afkomen die invloed hebben op het veiligheidsdomein en het IVP. 3.1.2 Bevolkingsgroei Midden-Nederland kent een stevige bevolkingsgroei.
Deze is twee keer zo groot als de gemiddelde bevolkingsgroei van Nederland. De bevolkingsgroei onder 0-30-jarigen is zelfs vijf keer zo groot. Hoewel deze bevolkingsgroei zich vooral manifesteert in de grote steden, groeien onze gemeenten ook. Met name de groei van het aantal jongeren heeft invloed op de prioriteiten in het IVP. Jongeren zijn bijvoorbeeld zowel vaak dader als slachtoffer bij cybercrime. Ook bij ondermijnende criminaliteit zijn jongeren oververtegenwoordigd. Daarom richten we ons bij de interventies van alle prioriteiten specifiek op deze doelgroep, in het bijzonder bij de prioriteit jeugdoverlast en criminaliteit. 3.1.2 Verscherpende maatschappelijke tegenstellingen en vrijheid van meningsuiting De afgelopen periode zijn tegenstellingen in de samenleving toegenomen in Nederland. De maatschappij raakt verder gepolariseerd, waarbij de traditionele scheidslijnen (links/rechts, rijk/arm) diffuser worden. Mensen en groepen verschillen op meerdere onderwerpen sterker en uitgesprokener van mening. Denk bijvoorbeeld aan de stikstofcrisis, de aanpak van het Coronavirus, vuurwerk, het klimaat, de opvang van asielzoekers of andere maatschappelijke onderwerpen. 5
Deze uitingen kunnen bestaan uit individuele of kleinschalige demonstraties, maar ook uit grootschalige en ernstige verstoringen van de openbare orde. Door internet en (social) media is de kans op uitvergroting en escalatie van maatschappelijke onrust groter, wat weer tot verhevigde tegenreacties kan leiden. Voornoemde ontwikkelingen vragen veel van de capaciteit van politie, OM en gemeenten. Belangrijk daarin is dat wij goed weten wat er speelt, dat wij onze neutraliteit bewaken en goed in verbinding blijven met iedereen. Wij blijven vanzelfsprekend ruimte bieden voor iedereen die zijn mening wil laten horen. Dit is een grondwettelijk recht dat wij moeten en uiteraard wíllen beschermen. Vrijheid van meningsuiting vormt de kern van onze samenleving en daar staan wij voor. Het plegen van strafbare feiten, ernstige openbare ordeverstoringen en het ondermijnen van de democratische rechtsstaat kunnen en zullen wij echter niet accepteren. 3.1.3. Afnemend vertrouwen in de overheid Samen met de toenemende maatschappelijke onrust constateren we ook dat het vertrouwen in de overheid daalt. Dit is een maatschappelijk fenomeen dat breder speelt dan alleen in het veiligheidsdomein. Het kan complottheorieën voeden en andere heftige discussies over individuele vrijheid versus inperkingen aanwakkeren, met alle excessen van dien.
Belangrijk is hierbij om de verbinding te blijven zoeken en aan het vertrouwen te blijven werken. 3.1.4 Verharding, individualisering en juridisering van de maatschappij Er is sprake van toenemende mondigheid van burgers en bij conflicterende belangen wordt er sneller juridische actie ondernomen. Ook agressie en geweld tegen en criminele beïnvloeding van raadsleden, bestuurders, werknemers is iets wat zich meer zal gaan manifesteren. Ambtelijke en bestuurlijke integriteit is een onderwerp dat veel aandacht vraagt. We moeten als overheid en samenleving weerbaar blijven tegen criminele en ondermijnende invloeden. Een andere ontwikkeling is dat de verharding van criminaliteit zich steeds verder doorzet. Zo gebeurt het steeds vaker dat criminele afrekeningen in het openbaar plaatsvinden. Ook aanslagen met explosieven op woningen en bedrijfspanden komen steeds vaker voor. Deze ontwikkelingen vragen van ons een andere manieren van denken en werken. 3.1.5 Schaarste in capaciteit vraagt om keuzes De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de gemeenten kampen met capaciteitstekorten in de ambtelijke organisatie en veel wisselingen van medewerkers. Daarnaast hebben ook andere veiligheidspartners, zoals de politie, het OM en de rechterlijke macht te maken met krapte.
Ondanks verschillende maatregelen (zowel landelijk, regionaal als lokaal) blijft het noodzakelijk om keuzes te maken in o.a. gemeentelijke aanpak, de opsporing en vervolging van strafbare feiten en hierbij prioriteiten te stellen. Het is niet mogelijk om elk probleem op het gebied van openbare orde en veiligheid aan te pakken. De keuze voor een bepaalde prioriteit heeft tot gevolg dat er minder of geen capaciteit overblijft om in te zetten op andere onderwerpen, dit vraagt om flexibiliteit waar nodig. 3.1.6. Mondiale ontwikkelingen Mondiale ontwikkelingen en hun invloed op het lokale veiligheidsdomein zijn moeilijk te voorspellen. De oorlog in Oekraïne en de daarmee gepaard gaande vluchtelingenstroom vraagt veel inzet van onze gemeente. Naast Oekraïne is de verwachting dat ook uit andere werelddelen het aantal vluchtelingen behoorlijk zal toenemen. Interstatelijke 6
dreiging en de opkomst van nieuwe vijandelijke actoren en snel veranderende technieken zijn – naast de kansen die ze bieden – een groeiend risico. Het aantal en de omvang van digitale aanvallen is verder toegenomen en ook wij als gemeenten moeten daar rekening mee houden.
3.2 Flexibiliteit Ondanks dat we in dit plan keuzes maken en prioriteren, moet er een bepaalde mate van flexibiliteit worden ingebouwd. Maatschappelijke ontwikkelingen volgen elkaar in snel tempo op. Op dit moment is niet te voorzien hoe de wereld zich ontwikkelt gedurende de looptijd van dit IVP. Hiervoor hebben we enkele fenomenen benoemd waarvan we op dit moment denken dat die invloed hebben op het gebied van openbare orde en veiligheid. Een wereldwijde pandemie heeft ons echter geleerd dat iets onverwachts de wereld volledig kan ontwrichten. Naast onverwachte ontwikkelingen, zijn er ook ontwikkelingen waarvan we vrij zeker zijn dat deze zich gedurende de looptijd van dit IVP gaan voordoen. We denken hierbij bijvoorbeeld aan een inbraakgolf, geruchtmakende criminaliteit (zedenzaak of ernstig geweldsmisdrijf) of toename van ontwrichtende demonstraties. Het is alleen niet goed te voorspellen wannéér we hier mee te maken krijgen. Als deze zaken zich voordoen, vragen zij gedurende een bepaalde periode veel capaciteit van zowel gemeente, politie als OM. Het is daarom belangrijk ons op voorhand te realiseren dat noodzakelijke capaciteitsinzet voor deze zaken direct consequenties heeft voor andere zaken. Tenzij hier andere keuzes in gemaakt worden.
7
4. Ondermijning 4.1 Missie Wij willen ondermijnende criminaliteit een halt toe roepen en terugdringen uit onze gemeenten. We hanteren in dit Integraal Veiligheidsplan de volgende definitie van ondermijning: “Ondermijning betekent dat door middel van het gebruik van kennis, toegang, positie, vertrouwen, geweld, dreiging of intimidatie wordt getracht om geldelijk gewin of macht te verkrijgen. Dit gebeurt op zodanige manier dat legale samenlevingssystemen worden aangetast en hun beoogde werking niet kan worden gegarandeerd”. (Bron: Ondermijningsbeeld RIEC MN) Het doel van criminele organisaties is geld verdienen. Veruit de meeste ondermijnende criminaliteit heeft als basis drugshandel en -productie. Dit komt omdat met deze vorm van criminaliteit het meeste geld te verdienen is. De maatschappelijke gevolgen zijn groot. Niet alleen door het gebruik, maar vooral door het geweld dat met drugshandel gepaard gaat. Daarnaast is drugsgebruik de afgelopen jaren steeds verder genormaliseerd. Naast drugshandel is ook mensenhandel een vorm van criminaliteit waarin veel geld wordt verdiend. We hebben dit thema geprioriteerd omdat mensenhandel zich specifiek richt op minder weerbare slachtoffers wat het extra schrijnend maakt. Daarnaast speelt mensenhandel zich veelal in het verborgene af, wat het onzichtbaar maakt.
Dit wil niet zeggen dat het er niet is en daarom willen we hier meer zicht op krijgen. Het is vrijwel onmogelijk om illegale activiteiten uit te voeren zonder daarbij gebruik te maken van legale diensten van 'de bovenwereld'. Denk daarbij aan distributie, financiële handelingen, huisvesting en vergunningen. Criminelen zijn ook vaak op zoek naar manieren om crimineel vermogen wit te wassen, bijvoorbeeld door te investeren in vastgoed of het gebruiken van kleine lokale bedrijven als dekmantel. Hierbij komt crimineel vermogen uit de onderwereld terecht in de bovenwereld. Dit zorgt bijvoorbeeld voor een ongelijk speelveld voor bonafide ondernemers of excessief geweld. Bij het preventieve en repressieve optreden tegen ondermijning is een daadkrachtige overheid nodig. Wij zetten ons samen met onze ketenpartners in om met integrale en sluitende interventies ondermijnende criminaliteit een halt toe te roepen.
4.2. Doelstellingen Om ondermijnende criminaliteit zoveel mogelijk terug te dringen zetten we de aankomende vier jaar in op: Een grote meldingsbereidheid bij inwoners, bedrijven en organisaties over mogelijke ondermijnende criminaliteit. Een sterke informatiepositie. Een weerbaar bestuur en ambtelijke organisatie Een eenduidig en BES-breed (Bibob)beleid. Een gerichte aanpak van drugshandel- en productie, in combinatie met het terugdringen van zogenaamde ‘jonge aanwas’.
8
4.2.1 Meldingsbereidheid vergroten Voordat inwoners meldingen doorgeven van mogelijk ondermijnende criminaliteit, moeten inwoners eerst weten welke signalen daarbij horen. Ten tijde van het IVP 20192022 is duidelijk geworden dat voor inwoners onvoldoende helder is wat er onder ondermijnende criminaliteit moet worden verstaan. Daarom organiseren wij bijeenkomsten voor verschillende doelgroepen (ondernemers, jongeren, ouders) om signalen te leren herkennen. Daarnaast maken we een communicatieplan waarin op een aantal momenten in het jaar verschillende vormen van ondermijnende criminaliteit worden belicht. Hierbij benadrukken we de meldingsmogelijkheid van Meld Misdaad Anoniem. De herleidbaarheid van meldingen kan voor inwoners namelijk reden zijn om van melden af te zien. In de interne organisatie trainen we medewerkers om signalen van ondermijnende criminaliteit te herkennen. Hierbij richten we ons niet alleen op de meest voor de hand liggende functies (handhaving/boa’s, OOV, vergunningverlening). Ook medewerkers van burgerzaken, bouwtoezichthouders en het serviceteam worden getraind. Specifiek voor mensenhandel benoemt elke gemeente een aandachtsfunctionaris mensenhandel. Deze persoon verzamelt signalen van mensenhandel en coördineert een doeltreffende interventiestrategie.
Daarnaast is diegene verantwoordelijk om de in- en externe bekendheid van (signalen van) mensenhandel te vergroten. 4.2.2 Informatiepositie versterken Naast het vergroten van de meldingsbereidheid is het ook belangrijk om de meldingen goede opvolging te geven. Hiervoor moet o.a. de informatiepositie worden verbeterd van ons en onze partners. Een belangrijk instrument is hierbij het lokale ondermijningsoverleg. In elke gemeente worden binnengekomen signalen in dit periodiek overleg met ketenpartners gedeeld. Om ervoor te zorgen dat de gegevens op een juridische juiste manier gedeeld kunnen worden, stellen we een privacy-protocol op. In elke gemeente gaan we jaarlijks minstens één integrale controle uitvoeren. Deze controle kan gericht zijn op een bedrijventerrein, het buitengebied of een locatie waar mensenhandel wordt vermoed. Tijdens deze controles krijgen we meer zicht op het gebied, verbeteren we de informatiepositie en wordt de zichtbaarheid van de overheid vergroot. De burgemeester heeft verschillende bestuurlijke bevoegdheden, bijvoorbeeld het sluiten van een pand waar drugs is gevonden. De afgelopen jaren toetst de bestuursrechter strenger of de sluiting van een pand rechtmatig is. Dit vereist een uitgebreide motivering van het besluit, waar de bestuurlijke rapportage van de politie een belangrijk onderdeel van is.
Wij gaan met de politie in overleg om te zorgen dat de sluitingsbesluiten zo goed mogelijk voldoen aan de meest recente juridische eisen. 4.2.3 Vergroten bestuurlijke weerbaarheid Criminelen hebben de bovenwereld nodig om hun activiteiten uit te voeren. Binnen de gemeentelijke organisatie gaan wij hiervoor zoveel mogelijk barrières opwerpen. Een belangrijk instrument is het Bibob-onderzoek. Hiervoor is in 2021 BES-breed Bibobbeleid ontwikkeld en vastgesteld. De komende periode gaan we medewerkers trainen om het Bibob-instrument nog beter in te zetten. Ook is het belangrijk om integriteit als onderwerp structureel in onze organisaties te borgen. 4.2.4 BES-breed beleid en samenwerking Naast het BES-brede Bibob-beleid stellen we ook gezamenlijk 13b Opiumwet-beleid op. Zo zorgen wij ervoor dat drugshandel en/of -productie in het gehele BES-gebied leidt tot dezelfde bestuurlijke interventies. Hierbij denken wij vooral aan het sluiten van panden 9
(woningen of andere panden), maar een interventie kan ook bestaan uit een waarschuwing of een last onder dwangsom. Ook het beleid mensenhandel stemmen we zoveel mogelijk op elkaar af. Door beleid met elkaar af te stemmen, voorkomen we dat criminelen binnen het BES-gebied gaan ‘shoppen’ naar de gemeente met de soepelste regelgeving. Naast het opstellen van beleid is de uitvoering minstens zo belangrijk. Ook daarin stemmen we met elkaar af. Trainingen worden zoveel mogelijk BES-breed gegeven, om deskundigheid in alle gemeenten op een goed peil te brengen en houden. Daarnaast wisselen we ambtelijke capaciteit en deskundigheid uit in voorkomende gevallen. In het Capaciteitsoverleg BES wordt politie- en gemeentelijke capaciteit verdeeld voor bijvoorbeeld integrale controles. Aan de hand van prioriteitsstelling, capaciteitsvraag, slagingskans en een redelijke verdeling tussen de gemeenten wordt de capaciteit verdeeld. 4.2.5 Gerichte, integrale aanpak ondermijnende criminaliteit Alleen door ondermijnende criminaliteit integraal aan te pakken, kunnen we resultaten boeken. Dit betekent dat we ons vooral richten op preventie. Dat begint met het bevorderen van bewustwording, zoals onder 3.2.1 staat beschreven. Uiteraard treden we daarnaast repressief op, waar nodig. Daarnaast richten we ons nadrukkelijk op de zogenaamde ‘jonge aanwas’.
We gaan, samen met bijvoorbeeld jongerenwerk, actief, gevraagd en ongevraagd, hulp bieden aan kwetsbare jongeren van wie we merken dat ze vatbaar zijn voor eventuele criminele invloeden. We zoeken verbinding met middelbare scholen om daar voorlichting te geven. Ook ouders worden hier zoveel mogelijk meegenomen. Verder onderzoeken we oorzaken van de vestiging van ondermijnende criminaliteit in onze gemeenten. Op basis hiervan werpen we barrières op ter voorkoming van deze vestiging. Hierbij denken we niet alleen aan vergunningvoorschriften en bestemmingsplannen. Ook andere gemeentelijke instrumenten zetten wij hiervoor in. Dit kan gaan van subsidies tot fysieke maatregelen als cameratoezicht, het plaatsen van (straat)verlichting of aanpassing van de APV. In Soest heeft de gemeenteraad in de APV de burgemeester de bevoegdheid gegeven om panden, branches en gebieden aan te wijzen waar bedrijven een exploitatievergunning moeten aanvragen om hun bedrijf uit te oefenen. Via deze exploitatievergunning kunnen, als daar aanleiding toe is, ondernemers aan een Bibobonderzoek worden onderworpen. Als uit het onderzoek blijkt dat er een (groot) gevaar is dat de vergunning gebruikt gaat worden voor criminele activiteiten, kan de aangevraagde vergunning worden geweigerd.
10
5. Jeugdoverlast en -criminaliteit 5.1 Missie Jongeren zijn de toekomst en horen erbij, ook op straat. Jongeren bevinden zich tussen kindertijd en volwassenheid, tussen afhankelijk zijn en zelfstandig worden. Hangen in de openbare ruimte lijkt misschien doelloos, maar heeft wel degelijk een belangrijke functie. De openbare ruimte is een plek waar jongeren in hun identiteit ontwikkelen en vaak de enige plek waar ze met vrienden kunnen samenkomen zonder dat het geld kost. Het is niet verboden om op straat rond te hangen, wel om overlast te veroorzaken. Jeugdoverlast in de openbare ruimte is een fenomeen wat altijd bestaan heeft en door de jaren zal blijven bestaan. Zodra de ene groep volwassener wordt, ontstaat weer een nieuwe groep. Jeugdoverlast kan een grote ergernis vormen voor wijkbewoners. Zij hebben vooral last van het afspelen van harde muziek, blowen op straat, achterlaten van rotzooi en maken van lawaai. Delictgedrag in de adolescentie vindt vooral in groepsverband plaats. Jeugdgroepen, overlast en criminaliteit liggen dan ook in elkaars verlengde. “Jongeren worden het criminele milieu in getrokken; ze worden al van af schrikbarend jonge leeftijd ingezet voor hand - en spandiensten en raken zo verzeild in een wereld waar ze niet zo maar meer uit kunnen” Brief aan Tweede Kamer, 26 april 2022, kenmerk 3977507
Onze missie is het waar mogelijk voorkomen van grensoverschrijdend gedrag. Plegen jongeren strafbare feiten (zoals het vernielen van spullen, intimidatie van voorbijgangers, plegen van winkeldiefstallen, dealen van drugs, etc.) dan is sprake van crimineel gedrag. Jongeren die daadwerkelijk het criminele pad nemen, hebben vaak ook problemen thuis of op school. Om te voorkomen dat jongeren afglijden, is het van belang om tijdig en effectief in te grijpen. Dat doen we met gerichte interventies, de Persoonsgerichte Aanpak (PGA) en eventueel de Top-X. Daarbij is er aandacht voor zowel zorg als perspectief en waar nodig repressie.
5.2. Doelstellingen Tussen partners is afgesproken de komende vier jaar voornamelijk in te zetten op: • • • • •
• •
Voorkomen dat jongeren grensoverschrijdende overlast veroorzaken en zich misdragen. Een vergroot veiligheidsgevoel bewoners gerelateerd aan jeugdoverlast. Goede samenwerking tussen de zorg- en veiligheidspartners. Een op maat gemaakte aanpak van problematische jeugdroepen in samenwerking met o.a. jongerenwerk, HALT, politie en Openbaar Ministerie. Intensieve persoonsgerichte aanpak gericht op jongeren die structureel overlast veroorzaken of crimineel gedrag vertonen. Deze persoonsgerichte aanpak is integraal en wordt lokaal of in situaties van meervoudige problematiek in het Veiligheidshuis opgepakt in de Top-X. Vermindering van het aantal jeugdigen dat zich schuldig maakt aan criminaliteit. Sructuur en continuïteit in de expertise en capaciteit vanbetrokken gemeentelijke partners in het veiligheids- en sociaal domein (onder meer: jeugd- en jongerenwerk, sociale partners, wijkopbouwwerk) 11
5.2.1 Meldingsbereidheid, opvolging en informatiepositie vergroten Meldingen omtrent jeugdoverlast oppakken en indien nodig de overlast en/of criminele jeugdgroepen pakken wij aan volgens de “7 stappen aanpak” (zie bijlage 2). We willen bewoners actief benaderen en een terugkoppeling geven om draagvlak te vergroten voor de aanpak. Hiermee stimuleren we inwoners om overlast en/of crimineel gedrag te melden. 5.2.2 Perspectief bieden en de samenhang met onder meer sociale en zorgproblematiek erkennen Uit ervaring van afgelopen jaren is gebleken dat een groot deel van de jongeren die voor overlast zorgt en/of crimineel gedrag vertoont, thuis problemen en/of zorgen heeft. De uitvoeringsorganisaties, het jongerenwerk en de politie richten zich op deze jongeren om hen een actief de hand toe te steken en hen te bewegen tot het accepteren van hulp. Jongeren die in beeld komen bij politie, zorg en/of gemeente bieden wij toekomstperspectief. De gemeente gaat in nauw overleg met de partners om zicht te krijgen wat de jongere en zijn omgeving hiervoor nodig heeft en zet hierop in. Dit wordt indien noodzakelijk gecombineerd met een stevige repressieve aanpak. Wanneer er aanpassingen of maatregelen in de inrichting van de openbare ruimte effectief zijn kan ervoor gekozen worden deze ook uit te voeren.
Denk hierbij aan het (ver)plaatsen van bankjes, hangplekken, afvalbakken en ander faciliterend straatmeubilair. Indien gewenst wisselen de gemeenten de best practices onderling uit. 5.2.3 Grenzen stellen wanneer nodig Individuele jeugdcasussen in de lokale PGA worden aangeboden voor triage bij het Veiligheidshuis onder de noemer Top-X als de lokale aanpak niet het gewenste effect heeft, er signalen zijn dat de zorgen en criminaliteit blijven of toenemen en er een intensieve aanpak vereist is. 5.2.4 Het 7-stappen model Binnen het BES-gebied wordt gewerkt volgens “de aanpak van problematische jeugdgroepen in Midden Nederland, 7 stappen aanpak”. De eerste drie stappen zijn: 1. Het delen van signalen over problematisch groepsgedrag 2. Het nemen van een beslissing over aanvullende informatieverzameling 3. Het al dan niet opmaken van een integraal beeld van de groep (groepsscan) i.s.m. politie Het is belangrijk om een goed beeld te krijgen van de overlast en de jongerengroep om te kunnen beoordelen of en welke aanpak ingezet moet worden (stap 4). Dit gebeurt onder meer door het jongerenwerk, de boa-jeugd, de jeugdagent en de wijkagent.
Daarnaast is het van belang om in contact te komen en te blijven met de overlastmelders, zodat bewoners gehoord worden In De Bilt wordt naast het 7en duidelijk wordt wat precies de klachten zijn en stappenmodel gewerkt met wat bewoners eventueel zelf kunnen doen. Indien methodiek ‘de Voorkant’. Die nodig wordt een plan van aanpak opgesteld (stap is vooral gericht op het 5), uitgevoerd en gemonitord (stap 6). Dit plan van ‘kennen en gekend worden’ aanpak kent veelal drie sporen: van in de publieke ruimte aanwezige groepen jeugd en jongeren, óók als er geen 12 sprake is van overlast. Dit om doorontwikkeling naar problematische jeugdgroepen
1. Groepsgericht. Hierbij valt te denken aan het aanbieden van sportactiviteiten door jongerenwerk of het organiseren van bijeenkomsten met jongeren, ondernemers en buurtbewoners. 2. Domeingericht. Hierbij gaat het o.a. om aanpassingen in de openbare ruimte die voor vermindering van overlast zorgen. Dit kan bestaan uit het creëren van een eigen plek voor de jongeren, extra beheermaatregelen, het verwijderen van een bankje of het instellen van een alcoholverbod in een gebied. 3. Individueel gericht. Hier betreft het maatregelen gericht op het voorkomen of doorbreken van problematisch gedrag en/of een criminele carrière. Vaak is een afstemming tussen zorg en straf nodig om tot de gewenste gedragsverandering te komen. Ten slotte vindt de afronding en evaluatie plaats (stap 7).
13
6. Zorg en Veiligheid 6.1 Missie Landelijk wordt ingezet op een inclusieve samenleving. In een veilige en inclusieve wijk woont een grote groep mensen waarover nauwelijks zorgen bestaan. Zijn er enige zorgen of ontstaan er problemen, dan is dat vaak met een enkelvoudige maatregel samen met betrokkene op te lossen. Maar in een inclusieve wijk woont ook een kleine groep kwetsbare inwoners. Mensen waarover toenemende zorgen ontstaan, die om welke reden dan ook de grip op hun leven (dreigen te) verliezen. Dit kan bijvoorbeeld gaan om mensen met een psychische kwetsbaarheid of jongeren met gedragsproblemen. Ook kunnen er situaties zijn waarin sprake is van onder andere huiselijk geweld, verward gedrag, kindermishandeling, opvoedingsproblematiek, radicalisering, mensen onder reclasseringstoezicht of mensen met een licht verstandelijk beperking. Het is belangrijk dat deze kwetsbare groep mensen de juiste ondersteuning krijgt. Het voorkomen van overlast en onveilige situaties voor of door deze doelgroep is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat ze kunnen blijven wonen in de wijk waar ze nu wonen. Om dit te bereiken moeten partners in het veiligheidsdomein, sociaal domein en zorgdomein goed met elkaar samenwerken. Casuïstiek doorkruist regelmatig de verschillende domeinen. Dit vraagt om een multidisciplinaire aanpak waarbij gezamenlijk de genoemde domeinen tot oplossingen komen.
Door een (nog) betere verbinding te leggen tussen de domeinen kunnen kwetsbare inwoners door vroege signalering en een adequate aanpak sneller en effectiever worden geholpen. Hierdoor wordt de overlast voor de maatschappij teruggedrongen. Dit is nodig omdat oorzaken en gevolgen, daderen slachtofferschap dwars door elkaar heen lopen. Wij willen de aanpak van casuïstiek die betrekking heeft op het complexe onderwerp Zorg en Veiligheid versterken. Vanaf 2025 dient iedere regio in Nederland een goed werkende aanpak te hebben staan voor deze casuïstiek op het snijvlak van zowel Zorg als Veiligheid1. Die weg is de afgelopen 3 jaar ingezet en zal worden geïntensiveerd. Betere samenwerking in het zorg- en veiligheidsdomein helpt de (kwetsbare) inwoner en heeft een positief maatschappelijk en financieel effect (betere kwaliteit van leven en minder overlast en veiligheidsproblemen). Bron: De landelijke agenda zorg en veiligheid ‘perspectief 2025’.
6.2. Doelstellingen Om zo slagvaardig mogelijk te zijn zetten wij voor de periode 2023-2026 in op: Preventie en vroegsignalering; Vergrote meldingsbereidheid en expertise onder professionals binnen de gemeentelijke organisatie; Persoonsgerichte Aanpak (PGA) waar een mix van bestuurlijke, straf en zorginterventies wordt ingezet; Een sterk ketenpartnernetwerk waarbinnen informatie veilig kan worden gedeeld en leiden tot een aanpak; 6.2.1 Preventie en vroegsignalering Door in te zetten op preventie en door vroegtijdig signalen op te pakken, streven we ernaar om complexe problemen te voorkomen. Hoe eerder een inwoner waar zorg en
1
Inwoners en professionals uit de gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest kunnen Bron: De landelijke agenda zorg en veiligheid ‘perspectief 2025’. bij Melden Adviespunt Bezorgd (MAB) van GGD-regio Utrecht een melding doen als zij zich zorgen maken over iemand. Via deze weg kan de betrokkene zo snel 14 mogelijk hulp ontvangen.
veiligheidsproblemen spelen in beeld komt, hoe sneller er kan worden gewerkt aan begeleiding en interventies. Omwonenden en familieleden van inwoners met deze problematiek kunnen een enorme bijdrage leveren door hulp in te schakelen. Melden heeft soms een negatieve lading en door dit om te buigen naar hulp zoeken, is de bereidheid om een inwoner in beeld te brengen groter. 6.2.2 Het vergroten van de expertise meldingsbereidheid onder professionals Medewerkers van de gemeenten hebben een belangrijke signalerende rol. Zij hebben direct contact met inwoners en door hen trainingen aan te bieden om de inhoudelijke kennis te vergroten wordt de interne signalering versterkt. Buiten de gemeente zijn de betrokken partijen onder andere leerkrachten, inwoners, vrijwilligers- en zorg instanties en religieuze organisaties. Betrokken partijen moeten het belang van signaleren en melden dragen. Vervolgens kan worden beoordeeld of een lokale aanpak gewenst is of dat er opschaling nodig is naar ketenpartners. Het terugkoppelen van wat er met vermoedens of signalen is gedaan, draagt bij aan de bereidheid opnieuw te melden. “Het helpt als je meldt’! 6.2.3 Het voortzetten van de Persoonsgerichte Aanpak (PGA) De afgelopen jaren is de PGA een vaste werkwijze geworden.
Wanneer lokale, integrale benadering niet het gewenste resultaat oplevert, kan de opschaling door een inwoner op de PGA lijst te plaatsen, zorgen voor een aanpak samen met ketenpartners. De inwoner wordt transparant geïnformeerd over het plaatsen op de lijst en geactiveerd deel te nemen aan het traject. Dit onder regie van de gemeente. De inzet van een interventiespecialist zorgt voor goede monitoring, begeleiding en bewaking van de interventies en de resultaten. De specialist informeert de burgemeester en de medewerker Openbare Orde en Veiligheid over de voorgang, de resultaten en het afsluiten van een casus. De samenwerking kan goed verlopen door het houden van korte lijnen met elkaar, goede informatie-uitwisseling en duidelijke afspraken tussen partijen. Als de aanpak geen resultaat oplevert, of de inwoner zich schuldig maakt aan ernstige delicten, kan er worden opgeschaald naar de Top X. Dit is onder regie van het Zorg en Veiligheidshuis. Er kan na het behalen van gewenste resultaten weer worden afgeschaald naar de PGA of de lokale aanpak. 6.2.4 Het realiseren en onderhouden van een sterk ketenpartnernetwerk Het samenwerken met ketenpartners maakt alle partijen sterker! Gemeente, politie en de maatschappelijke instellingen vinden elkaar steeds beter. Vaste overlegtafels zijn voor de eerste genoemde spelers al goed ingebed.
Het betrekken van maatschappelijke partners zoals welzijnswerk, jongerenwerk maar ook culturele instellingen kunnen het succes van de signalering en aanpak van Zorg en Veiligheid problemen verstevigen. Het betrekken van ketenpartners die (nog) niet in beeld zijn, kan door het denken in maatwerk, nieuwe bondgenoten opleveren. Uiteraard met inachtneming met de geldende privacywetgeving.
15
7. Digitale veiligheid 7.1 Missie Het dagelijkse leven is in toenemende mate afhankelijk geworden van digitale technologieën. De fysieke en online wereld raakt steeds meer met elkaar verweven. Cybercriminelen benutten deze risico’s en kwetsbaarheden. Ook oproepen tot ordeverstoringen vinden vaker plaats in de digitale omgeving. Landelijk daalt de traditionele criminaliteit al jaren, terwijl de digitale criminaliteit juist toeneemt. Deze trend geldt ook voor onze gemeente. De toename is mede vanwege de intrede van het coronavirus te verklaren. Door meer aanwezigheid thuis en toegenomen isolatie was de noodzaak om digitaal contact te leggen (en dus ook criminele of vijandige activiteiten te ondernemen) groter. Daarom is de aanpak van digitale onveiligheid (criminaliteit en ordeverstoring) prioriteit. Het doel is om bewustzijn van digitale criminaliteit en de weerbaarheid ertegen te vergroten, om zo de effectiviteit en hopelijk de omvang ervan in te perken. De aanpak van digitale onveiligheid en criminaliteit moet net zo normaal worden als de huidige aanpak van de traditionele criminaliteit. Binnen digitale (on-)veiligheid zijn twee soorten te onderscheiden; cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit. Cybercrime Cybercrime is criminaliteit dat met behulp van ICT-apparatuur (computers, tablets, smartphones) gepleegd is, gericht op ICT apparatuur.
Vormen van cybercrime zijn; Hacking, inbreken in computersystemen of netwerken Ransomware, kaapt je computersysteem door bijv. foto’s te blokkeren, er wordt gevraagd om een geldbedrag zodat het systeem weer open wordt gezet. Virussen, een klein programma dat de werking van je computer verstoort. Een virus kan gegevens op je computer beschadigen of verwijderen, je emailprogramma gebruiken om zichzelf te verspreiden of zelfs je hele harde schijf wissen. Gedigitaliseerde criminaliteit Naast cybercrime is er ook steeds vaker sprake van gedigitaliseerde criminaliteit. Dat zijn ‘klassieke’ delicten in een ‘digitaal’ jasje zoals; Online identiteitsfraude, hier maakt iemand misbruik van je persoonlijke gegevens. Onder je naam worden er producten of diensten besteld, uitkeringen of creditcards aangevraagd, betalingen gedaan of bankrekeningen geopend. Het kan ook zijn dat deze gegevens gestolen worden en vervolgens verhandeld worden op het ‘darkweb’2. Internetoplichting, denk hierbij aan fenomenen zoals marktplaatsoplichting waarbij iemand een bepaald product aanschaft maar vervolgens dit product niet ontvangt. Sexting /sextortion, verspreiden van een naaktfoto of erotisch tekstbericht (met of zonder toestemming).
Vervolg van het versturen van dergelijke berichten kan zijn dat slachtoffers worden afgeperst of gechanteerd Iedereen loopt het risico om slachtoffer te worden voor digitale criminaliteit. De meest relevante doelgroepen op basis van slachtofferschap en schade zijn (in willekeurige volgorde): o Volwassen inwoners en senioren (vanwege vermogen en soms kwetsbaarheid) o Jongeren (vanwege groepsdruk en kwetsbaarheid) o Ondernemers (financieel en persoonsgegevens) o Medewerkers van de gemeente en maatschappelijke partners(persoonsgegevens, financieel, continuïteit openbaar bestuur). 2
Het dark web is een verborgen gedeelte op het internet, waar vaak illegale zaken zoals drugs, wapens of bijvoorbeeld persoonsgegevens verhandeld worden.
16
7.2 Doelstellingen De komende vier jaar wordt op de volgende punten ingezet om digitale veiligheid in onze gemeenten te versterken: Weerbare lokale samenleving. Veilig ingerichte systemen waar de gemeenten mee werken met goed geïnstrueerde gebruikers. Gereduceerde risico’s in systemen van onze vitale infrastructuur. Zicht op onrechtmatige activiteiten die online plaatsvinden en de mogelijkheden verkennen hoe hiertegen opgetreden kan worden. 7.2.1 Weerbaarder maken van onze lokale samenleving Mensen zijn zich bewust van het op slot doen van hun voordeur als zij op pad gaan, maar minder bewust van het op slot doen van de digitale voordeur. Digitale criminaliteit is vaak onzichtbaar, hierdoor krijgt men het gevoel dat hen toch niets overkomt. In samenwerking tussen politie, gemeenten en andere relevante ketenpartners wordt een actieve communicatiecampagne opgezet. Daarnaast zetten we bij buurtpreventieverenigingen en andere vormen van lokale zelforganisatie (wijkcomités e.d.) in op kennisontwikkeling en weerbaarheid. Bij alle mogelijke verenigingen en organisaties wordt bekeken welke doelgroep hier naar toe komt en hoe hier bewustwording van digitale criminaliteit kan worden vergroot. HACKSHIELD Een van de mogelijkheden om jongeren te wapenen tegen cybercrime is het project ‘hackshield’. Hackshield is een cybersecuritygame voor kinderen tussen de 8 en 12 jaar.
Op een speelse manier leren kinderen zich wapenen tegen digitale ervaringen. Kinderen worden dan Junior Cyber Agent en worden gestimuleerd het geleerde ook over te brengen op hun (groot)ouders. De gemeente speelt in dit project een belangrijke rol aangezien de burgemeester de kinderen per videobericht zelf oproept op het spel te spelen en Junior Cyber Agent te worden. Na enige tijd zal de burgemeester de kinderen live huldigen wat voor die kinderen extra motivatie geeft om het geleerde ook daadwerkelijk toe te passen. Jongeren Jongeren zijn een van de belangrijkste doelgroepen om digitale onveiligheid voor nu en de toekomst te verminderen. In 2021 was gemiddeld 1 op de 5 jongeren het slachtoffer van internetcriminelen, zij zijn daarmee vaker slachtoffer dan ouderen. Dit heeft onder andere te maken met de hoeveelheid tijd dat zij online actief zijn, de onwetendheid en onzorgvuldigheid. Bij de jongeren komt veel phishing, afpersing en sextortion (chantage met naaktbeelden) voor. Het is van belang om bij diverse ontmoetingsplaatsen (zoals onderwijs, verenigingen, jongerenwerk) in gesprek te gaan met jongeren en hun ouders over de ontwikkelingen op het gebied van digitale veiligheid. Aan de hand van trends en mogelijke incidenten zetten we in op het voorkomen van risico’s zoals, cyberpesten, intimidatie en digitale criminaliteit.
De jongeren worden op een actieve wijze benaderd door spelvormen en campagnes. Er zijn al diverse spelvormen en campagnes ontwikkeld en ingezet die wij ook binnen onze gemeenten in gaan zetten. 17
Senioren Senioren zijn kwetsbaar voor digitale onveiligheid wanneer zij online actief zijn. Zij lopen het risico om slachtoffer te worden van fenomenen als phishing (hengelen naar inloggegevens per mail), hulpvraagfraude (whatsappfraude of vriend in noodfraude) en spoofing (een crimineel neemt een andere identiteit aan zoals een bank of bekende). De weerbaarheid van deze doelgroep gaan we versterken door in overleg met seniorenverenigingen bijeenkomsten te organiseren over cybercrime. Daarnaast verwijzen we naar webinars, trainingen en masterclasses. Het is voor deze doelgroep van belang om de basisprincipes van online veiligheid aan te leren en hen weerbaarder te maken middels genoemde interventies. Ondernemers Voor ondernemers staat er veel op het spel wanneer zij te maken krijgen met digitale criminelen. Vaak worden er namelijk enorme bedragen buit gemaakt. Ook komt het veel voor dat ondernemers meerdere malen te maken krijgen met digitale aanvallen, omdat gegevens zoals wachtwoorden worden verkocht op het dark web. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat ongeveer 60% van de bedrijven in Nederland te maken krijgt met cybercrime met een gemiddeld schadebedrag per bedrijf van € 340.500.
Bij het MKB komt veel Ransomware (gijzelen en versleutelen van bestanden), Phishing en Ddos (enorme hoeveelheden data naar een site sturen waardoor deze overbelast en dus onbereikbaar wordt) voor. Om deze doelgroep weerbaarder te maken willen we als gemeente, samen met ondernemers en experts aan de slag gaan om de kwetsbaarheden in hun bedrijfsvoering en systemen aan te pakken. Daarvoor werken we samen met de ondernemersvereniging in onze wijken en kernen. Ook wordt verkend of we IT-studenten en ondernemers aan elkaar kunnen koppelen om de cybersecurity van ondernemers in kaart te brengen. Ook promoten we webinars en leerkringen voor ondernemers, daarbij wordt vaak gebruik gemaakt van slachtoffers die hun verhaal delen. Omdat financiële gevolgen groot kunnen zijn bij ondernemers is het van belang om hier de nadruk op te leggen door verhalen te delen, voorbeelden te tonen en daarbij aan te geven wat zij zelf kunnen doen. Platform Veilig Ondernemen In een Platform Veilig Ondernemen (PVO) werken politie, justitie, gemeenten, brancheorganisaties en de ondernemers samen aan de oplossing van veiligheidsproblemen. Dit doen ze door de criminaliteit in kaart te brengen.
Met elkaar kijken ze wat er nodig is: preventieve maatregelen nemen, repressieve maatregelen invoeren of een mix van verschillende maatregelen? Waar mogelijk is de eerste keuze het nemen van preventieve maatregelen; voorkomen is nu eenmaal nog steeds beter en efficiënter dan genezen. Zo werken ze samen aan een veilige omgeving voor ondernemer, personeel én klanten Een PVO betrekt actief regionale veiligheidspartners om criminaliteitsproblemen aan te pakken. Juist in de regio schuilt een belangrijke kracht. Want de regio is groot genoeg om bestrijding van criminaliteit effectief op te pakken. Tegelijkertijd is het gebied niet té groot, zodat directe lokale contacten verzekerd zijn.
18
7.2.2 Eigen huis op orde ‘’De gemeente Buren is op 1 april getroffen door een ransomware-aanval. Bij de hack zijn gegevens van de gemeente gestolen. Vervolgens is een set van 130GB aangeboden op het darkweb, een afzonderlijk en anoniem deel van het internet.’’ (3) Dit publiceerde een gemeente in de provincie Gelderland in het voorjaar van 2022. Uit onderzoek is gebleken dat de ransomware-aanval kon ontstaan doordat criminelen initieel toegang hebben verkregen door misbruik te maken van inloggegevens van een leverancier. Omdat 2-factorauthenticatie op dit account ontbrak, konden de hackers binnen komen in de ICT-omgeving van de gemeente. Het scenario dat zich voor heeft gedaan bij deze gemeente laat zien dat niet alleen inwoners slachtoffer kunnen worden van deze vorm van criminaliteit, maar dat het ook onze eigen gemeenten kan overkomen. Onze gemeenten maken gebruik van diverse ICT-systemen om de dienstverlening uit te kunnen voeren. De CISO (Chief information security officer) adviseert en ondersteunt het bestuur onder andere bij het inrichten van systemen volgens de wet- en regelgeving. Zij zorgen ook voor de beveiliging van data tegen risico’s zoals systemen die worden gehackt, data die worden ontvreemd, malware dat wordt geïnstalleerd of informatiesystemen die worden gegijzeld.
Om deze risico’s terug te dringen en het scenario dat zich voor heeft gedaan in gemeente Buren te voorkomen, dienen de systemen veilig ingericht te worden om potentiele indringers buiten de deur te houden. Op het moment dat het een indringer toch lukt om in de systemen te komen, dient een medewerker dit te kunnen herkennen. Daarnaast worden in onze systemen veel persoonsgegevens verzamelt en verwerkt. Hier dienen onze medewerkers zorgvuldig mee om te gaan. Om onze medewerkers bewust te maken van de digitale gevaren die er zijn zetten wij campagnes en voorlichtingen in. Hierbij gaat het onder andere om het herkennen van phishingmails, malware en malafide websites. 7.2.3 Vitale infrastructuur op orde Onze vitale infrastructuur wordt steeds vaker gedigitaliseerd. Cyberincidenten en crises kunnen ontstaan bij bedrijven, instellingen en belangrijke voorzieningen. Het kan bijvoorbeeld voorkomen bij scholen en ziekenhuizen, maar ook bij objecten zoals, wegen, sluizen en bruggen. In sommige gevallen kan een bedrijf of instelling dit zelf oplossen, maar het kan ook zijn weerslag hebben op de samenleving waardoor de gemeente betrokken raakt. Een voorbeeld hiervan is een hack in de systemen van het ziekenhuis waardoor er geen patiënten meer behandeld of opgenomen kunnen worden.
De gemeenten moeten voorbereid zijn om zelf of samen met elkaar en/of de veiligheidsregio te kunnen handelen om een cyberincident- of crisis beheersbaar te maken. Hiervoor is voorbereiding en oefening met verschillende scenario’s van belang in samenwerking met partners. Hierdoor weet men hoe er gehandeld moet worden wanneer er daadwerkelijk een crisis optreedt, waardoor voorkomen wordt dat delen van de gemeenten worden ontwricht. 7.2.4 Online aangejaagde ordeverstoringen Gemeenten worden steeds vaker geconfronteerd met ordeverstoringen die online beginnen of online versterkt worden. Het gaat bijvoorbeeld om illegale evenementen of demonstraties die kunnen uitmonden in onrust op straat. Voorbeeld hiervan waren oproepen tot avondklokrellen tijdens de coronaperiode waardoor er daadwerkelijk ordeverstoringen plaatsvonden. Dankzij het grote bereik van sociale media verspreiden dit soort oproepen zich snel. 3
Bron: Gemeente Buren
19
Het is belangrijk dat gemeenten samen met de politie en het OM, maar ook jongerenwerk een proactieve houding aannemen en van tevoren afspraken maken over rollen, taken en bevoegdheden in het signaleren en over het delen van informatie. Door te weten wat er speelt, kunnen zij er al vroeg bij zijn en vanuit verbinding de rust bewaren, of ingrijpen wanneer nodig. Het is van belang om inzichtelijk te maken welke mogelijkheden wij hebben om te monitoren en hiertegen op te treden. Het complexe en relatief nieuwe fenomeen van online aangejaagde ordeverstoringen wordt op verschillende niveaus en gremia verder verkend. Vanuit het BES-gebied dragen wij actief bij aan het vinden van duidelijkheid over de bevoegdheden en rollen bij online aangejaagde ordeverstoringen. Daarbij realiseren wij ons dat dit veelal om maatwerk vraagt maar dat er hierbij nog een wereld te winnen is.
20
Tot slot Sturing op het IVP De burgemeester is wettelijk belast met de handhaving van de openbare orde en veiligheid, is het eerste aanspreekpunt en tevens bestuurlijk verantwoordelijk. De gemeente is de lokale regievoerder op het veiligheidsbeleid. De aansturing van de politie door het bevoegd gezag is vastgelegd in de Politiewet 2012. Artikel 172 Gemeentewet geeft de burgemeester de verantwoordelijkheid voor handhaving van de openbare orde en het gezag over de politie. Om dit te kunnen waarborgen is het IVP nodig. Dit biedt de kaders waarmee de burgemeester vanuit zijn of haar portefeuille vorm kan geven aan deze verantwoordelijkheid. De onderwerpen die benoemd zijn in dit IVP raken ook andere portefeuilles binnen het college, waardoor veiligheid kan worden beschouwd als een collectieve verantwoordelijkheid. Denk daarbij aan de aanpak van drugs in het lokaal volksgezondheidsbeleid voor voorlichting op scholen of de aanpak van jeugdoverlast, waar ook de verbinding met onderwijs en het beleidsterrein jeugd nodig is. Ook zijn er raakvlakken met de inrichting en overzichtelijkheid van de openbare ruimte. De burgemeester kan zijn regierol niet vervullen zonder een door college en raad gedragen IVP. De gemeenteraad stelt eens in de vier jaar het IVP en daarmee de prioriteiten vast. De raad heeft een controlerende taak.
Het IVP 2023-2026 is het kader van het veiligheidsbeleid voor de komende vier jaar. De raad oefent hiermee direct en indirect invloed uit op beleidsplannen en de inzet van de politie. De gemeenteraad laat zich periodiek informeren over de veiligheidsontwikkelingen.
Strategisch overleg Op bestuurlijk niveau voert de burgemeester in het districtelijk veiligheidscollege (DVC) overleg met politie en het OM over de aan te pakken veiligheidsproblematiek en de voortgang van de aanpak op strategisch niveau met betrekking tot veiligheid. Dit overleg vindt zes maal per jaar plaats met de vijftien gemeenten van het district Utrecht-Oost. Een gezamenlijke prioritering maakt het voor de politie eenvoudiger een goede taakuitvoering te bewerkstelligen. Onderlinge afstemming en integrale samenwerking op gedeelde prioriteiten maakt dat we effectiever landelijke regionale, districtelijke (DVC) en lokale prioriteiten kunnen behalen. Het basisteam BES bedient vijf gemeenten (Baarn, Bunschoten, De Bilt, Eemnes en Soest). De vijf burgemeester, teamchef basisteam politie en de gebiedsofficier van het OM vormen samen de basisteamdriehoek BES. In de basisteamdriehoek wordt afgestemd wat de rol van de politie is als het gaat om de uitvoerende taken in het IVP 2023-2026 en welke capaciteit daaraan gekoppeld wordt. De basisteamdriehoek kan ingrijpen wanneer het draagvlak vermindert, afspraken niet worden nagekomen of een koerswijziging nodig is. De basisteamdriehoek komt zes keer per jaar bij elkaar.
Verantwoording Jaarlijks maken we per prioriteit een uitvoeringsprogramma waarin we de trends en cijfers monitoren. Hierin blikken we terug op de afgelopen periode en kijken we naar de trends om bij te sturen daar waar nodig inzake prioriteiten of focuspunten. Ook worden in de uitvoeringsprogramma’s de concrete acties voor het komende jaar beschreven. Deze uitvoeringsprogramma’s en de voortgang daarvan worden geagendeerd in de periodieke BES-driehoeken en de ambtelijke overleggen die aan een driehoek
21
voorafgaan. Op deze manier houdt het bestuur een vinger aan de pols en vindt gestructureerde monitoring van het IVP plaats.
Samenwerking met andere beleidsterreinen Naast de prioriteiten waar het IVP zich de komende jaren op richt, versterken wij de samenwerking en leggen wij verbanden met andere beleidsdomeinen zoals bijvoorbeeld het sociaal domein op het gebied van mensenhandel, complexe casuïstiek of jonge aanwas. Preventie en vroegtijdig inzetten op risicocasuïstiek is belangrijk om escalatie te voorkomen. Hiermee vergroten we de veiligheid. Wij zullen continue afstemmen waar het zwaartepunt ligt. Bijvoorbeeld bij personen met onbegrepen c.q. verward gedrag, die voor veel overlastmeldingen zorgen in onze geregistreerde criminaliteit, ligt de aanpak van deze problematiek bij het sociaal domein. Terwijl bij escalatie de politie wordt gebeld en zullen zij hierop moeten acteren (soms in samenspraak met de burgemeester in het kader van zijn bevoegdheden). Belangrijk is dat we proberen zoveel als mogelijk escalaties te voorkomen door aan de voorkant effectieve hulp in te zetten. Bovendien zullen we er alles aan doen om ook herhaling in de toekomst te voorkomen. Een ander voorbeeld is de verkeersveiligheid. Ook bij dit thema is het van belang aan de voorkant van het probleem te komen. En dit in het passende domein te beleggen. Het zwaartepunt van verkeersveiligheid ligt bij de weginrichting (verkeer) en het gedrag van de weggebruiker (communicatie).
Handhaving heeft weliswaar een (kortdurend) effect, maar de weggebruiker is vaak een inwoner van deze buurt, die de weg goed kent en daardoor minder goed uitkijkt. Door in te zetten op risicolocaties en communicatie kunnen ongelukken verminderen. Denk aan het aanbrengen van betere belijning, het instellen van parkeerverbod zones of aanbrengen van 30 km markeringen op de weg. Daarnaast voert de gemeente dagelijks kleine aanpassingen door. Zoals het beter afstellen van verkeerslichten, zodat inwoners genoeg tijd hebben om een gevaarlijke weg over te steken. Of het plaatsen van paaltjes bij een op- en afrit om hinderlijk parkeergedrag om tegen te gaan. In overleg met de andere beleidsterreinen (sociaal domein, fysiek domein) worden op ambtelijk niveau de dwarsverbanden en de overlap in kaart gebracht en (indien nodig) bestuurlijk geagendeerd. Op dat niveau wordt besloten waar het zwaartepunt ligt. En maakt het tevens inzichtelijk waar we de komende vier jaar niet/minder op zullen acteren.