CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

755069 Ontwerp Programmabegroting 2024 RUD Utrecht bijlage 2 Jaarstukken 2022 incl. controleverklaring

Besluit in de Raad 5 juli 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Ontwerp Programmabegroting 2024 RUD Utrecht17.980 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Omschrijving

Outputfinanciering: de productie (producten) zoals afgesproken in de DVO’s wordt niet gerealiseerd (kwantitatief of kwalitatief) waardoor de inkomsten lager zijn dan begroot. 1% minder productie is rond 1. Outputfinanciering: de € 90.000 minder inkomsten. Een deel van de productie, achterblijvende productie is vraag gestuurd. De kosten om deze vraag productie te realiseren is echter wel vast en betreft voornamelijk loonkosten.

I/S Kans %

Impact x € 1000

Restrisico x € 1.000

S

10%

€ 400

€ 40

2. Outputfinanciering: onvoldoende productiviteit

Outputfinanciering: binnen de RUD is ervan uitgegaan dat medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar maken in de primaire teams. Iedere 1% minder declarabiliteit RUD-breed levert € 90.000 minder inkomsten op.

S

25%

€ 400

€ 100

3. Outputfinanciering: kengetallen

Outputfinanciering: de kentallen in de PDC komen niet overeen met de werkelijke uren voor een product waardoor er meer of minder kosten gemaakt worden.

I

15%

€ 300

€ 45

S

25%

€ 190

€ 48

S

40%

€ 300

€ 120

6. Wet en regelgeving: Invoering Omgevingswet transitie bodemtaken

Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet zal het bevoegd gezag van de bodemtaken verschuiven van de Provincie naar de verschillende gemeentes. Als deze verschuiving betekent dat er minder bodemtaken bij de RUD Utrecht worden belegd zullen er frictiekosten gaan ontstaan, aangezien de RUD Utrecht in dat geval gedwongen afscheid zal moeten nemen van vast personeel (ongeveer 4 fte).

I

15%

€ 1.200

€ 180

7. Inflatie (specifiek)

Gebruikelijk gaat de RUD Utrecht voor de prijsstijging en CAO stijgingen, bij het opstellen van de begrotingen, uit van de circulaire die door de rijksoverheid wordt opgesteld. Momenteel is de inflatie zodanig hoog dat de inschatting gebaseerd op de circulaire mogelijk te laag zijn ingeschat. Wel is de overheid momenteel bezig met een pakket aan maatregelen om de koopkracht op peil te houden en de inflatie te beperken. De verwachting is dat deze maatregelen in 2023 in zullen gaan. Het prijsniveau in 2023 blijft echter een specifiek risico voor 2023.

S

25%

€ 400

€ 100

4. Ziekteverzuim

5. Wet- en regelgeving: Algemeen

Totaal restrisico:

Bij de begroting is ervan uitgegaan dat de productieve medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar realiseren. Die aanname is o.m. gebaseerd op een maximaal verzuim van 5%. Elk procent boven deze norm kost rond de € 90.000. Als gevolg van nieuwe wet en regelgeving zullen werkprocessen, systemen en producten aangepast moeten worden en medewerkers bijgeschoold.

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

€ 633

Pagina 23 van 51

Tegenover de bestaande risico’s staat het vrij beschikbare vermogen (algemene reserve + jaarresultaat), waarvan het saldo per 31-12-2022 € 559.000 bedraagt, als financiële buffer (weerstandscapaciteit). De hierbij behorende ratio is: 0,8 (minimaal 1,0 is gewenst). De weerstandscapaciteit ligt hiermee onder het gewenste niveau. Echter is er ook nog de post Onvoorzien in de begroting voor het volgende jaar. Deze is vrij besteedbaar en wordt normaliter als eerste ingezet wanneer één van bovenstaande risico's zich voordoet. Rekening houdend met de post Onvoorzien is het weerstandsvermogen € 784.000. Dit zou een ratio van 1,2 betekenen. Kengetallen financiële positie Gezien het stijgende belang van toekomstbestendigheid van lokale overheden moet in de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ een basis set van vijf financiële kengetallen worden opgenomen. Het opnemen van kengetallen past in het streven naar meer transparantie en inzicht in de financiële positie. Voor de RUD Utrecht zijn de volgende drie kengetallen van toepassing: a. Netto schuldquote: geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen; b. Solvabiliteitsratio: geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen (eigen vermogen als percentage van het totale financiële positietotaal); c.

Structurele exploitatieruimte: is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen. Verloop van de kengetallen % Kengetallen A Netto schuldquote B Solvabiliteitsratio C Structurele exploitatieruimte

a. b.

c.

Jaarrekening 2022 -7,19 15,81 -1,55

Begroting 2022 -2,88 34,28 -0,81

Norm VNG %

Jaarrekening 2021 -12,42 29,49 5,69

Voldoende <100 >50 >0,6

Matig

Onvoldoende

>100 / <130 <50 / >30 < 0,6 / > 0

> 130 < 30 0

De netto schuldquote is erg goed. Reden hiervoor is dat de RUD Utrecht nog geen leningen heeft hoeven afsluiten voor het financieren van investeringen. Wel is er een verandering te zien in de netto schuldquote omdat er minder geïnvesteerd is. De solvabiliteit toont aan dat de RUD Utrecht onvoldoende in staat is om aan haar verplichtingen te voldoen. 2022 is echter een jaar geweest met een negatief resultaat; dit heeft ook zijn weerslag in dit kengetal. Ook is in artikel 31 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht bepaald dat de algemene reserve maximaal 5 procent van de jaaromzet mag bedragen. Als gevolg hiervan is deze ratio slechts in beperkte mate beïnvloedbaar. Daarnaast staan de deelnemers van een gemeenschappelijke regeling garant voor de tekorten. De structurele exploitatieruimte van de RUD Utrecht is ruim voldoende. De RUD Utrecht kan met de structurele baten haar structurele lasten dekken. De RUD Utrecht streeft hiernaar, zonder hierbij een (positief of negatief) exploitatiesaldo te realiseren.

1.2.2 Financiering Inleiding De treasuryfunctie van de RUD Utrecht is gebaseerd op de Wet Fido met als doel onder gunstige voorwaarden en met beperkte risico’s over voldoende financiële middelen te beschikken. Een belangrijk element daarbij is het verkrijgen van meer zicht op de ontwikkeling van de financieringspositie, zowel op korte als lange termijn. Dit betreft dan met name het in beeld brengen van de behoefte aan financieringsmiddelen, gerelateerd aan de investeringsplanning en de inzet van vrijvallende dan wel beschikbaar komende financieringsmiddelen. Financiering korte termijn In de bijdrageverordening is het volgende vastgelegd: a. De deelnemers betalen uiterlijk 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober een voorschot in de lasten van het lopende begrotingsjaar van 25 procent van de totale bijdrage (vaste bijdrage + begrote variabele bijdrage); en b. Naar aanleiding van de liquiditeitspositie in de afzonderlijke kwartalen kan het Dagelijks Bestuur bepalen dat van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, een afwijkend voorschot wordt betaald. Hierdoor is verzekerd dat de RUD Utrecht voor de korte termijn voldoende financiële middelen heeft. Doen zich hierbij tijdelijk overschotten voor, dan heeft de RUD Utrecht te maken met schatkistbankieren.

De overschotten mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist (het Rijk) worden belegd (of uitgeleend aan andere decentrale overheden). De RUD Utrecht mag de eerste € 1.000.000 buiten de schatkist houden. Voor 1 juli 2021 was dit € 250.000. De RUD Utrecht heeft besloten momenteel nog €250.000 buiten de schatkist te houden.

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 24 van 51

In 2018 heeft de RUD Utrecht een vernieuwde financieringsovereenkomst (krediet- en depotarrangement) afgesloten met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). De ingangsdatum van de vernieuwde overeenkomst is 11-2019. De overeenkomst omvat geen krediet limiet meer, zoals de eerdere overeenkomst. Er geldt wel een intra-daglimiet van € 600.000. In 2022 is hier geen gebruik van gemaakt. Het saldo liquide middelen bedraagt per 31 december 2022 € 250.000. Financiering lange termijn Wanneer de RUD Utrecht investeringen doet en deze activeert heeft dit invloed op de financiële positie en kan het nodig zijn om deze te financieren met geldleningen met een looptijd langer dan één jaar. Hierbij moet rekening worden gehouden met de renterisiconorm van het Rijk, die voorziet in spreiding van de looptijden van geldleningen, waardoor renterisico’s beperkt worden. Eventuele langlopende geldleningen in de komende jaren zijn afhankelijk van omvang en tempo van de investeringen (in bijvoorbeeld ICT) en de ontwikkeling van de reservepositie van de RUD Utrecht. De RUD Utrecht had eind 2022 geen langlopende leningen. De verwachting is dat in 2023 ook geen langlopende leningen noodzakelijk zijn. Renterisico De RUD Utrecht heeft geen schulden en betaald daardoor ook geen rente. Het rente risico is daardoor nihil.

Renterisiconorm 2022 – 2025 (bedragen x €1000) Netto renteherziening op vaste schulden (o/g / u/g) Aflossingen Renterisico Lasten primaire begroting 2022 Percentage cf. regeling Renterisiconorm (2022)

2023

2022 € € €

2024

2025

€ € € € 15.393 20% -€ 3.079

€ € € € 15.575 20% -€ 3.115

€ € € € 15.759 20% -€ 3.152

€ 15.944 20% -€ 3.189

€0 -€ 3.079 € 3.079

€0 -€ 3.115 € 3.115

€0 -€ 3.152 € 3.152

€0 -€ 3.189 € 3.189

Rente risico Norm Toetsing renterisiconorm:

Kasgeldlimiet De RUD Utrecht heeft de Kasgeldlimieten niet overschreden. Kasgeldlimiet 2022 (bedragen x €1000) Grondslag: Lasten primaire begroting 2022 Toegestane kasgeldlimiet: In % van de grondslag In bedrag Toetsing: Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden <1 jaar Overige geldleningen <1 jaar Af: Vlottende middelen Saldo netto vlottende schuld

e

1 kw

e 2 kw

e 3 kw

e

2022

4 kw

€ 15.393

€ 15.393

€ 15.393

€ 15.393

€ 15.393

8,20% -€ 1.262

8,20% -€ 1.262

8,20% -€ 1.262

8,20% -€ 1.262

8,20% -€ 1.262

0 0 0 0 0 € 4.668 € 4.668

0 0 0 0 0 € 4.151 € 4.151

0 0 0 0 0 € 5.040 € 5.040

0 0 0 0 0 € 5.226 € 5.226

0 0 0 0 0 € 6.090 € 6.090

€ 5.930

€ 5.413

€ 6.302

€ 6.488

€ 7.352

Ruimte

1.2.3 Bedrijfsvoering

De overhead wordt door de RUD Utrecht verantwoord in een apart programma Bedrijfsvoering. Voor een nadere toelichting wordt derhalve verwezen naar paragraaf 1.1.5. Bedrijfsvoering.

1.2.4 Onderhoud Kapitaalgoederen

In paragraaf 2.3.2 en 2.3.3 staat opgenomen hoe we omgaan met afschrijvingen en onderhoud van onze materiële vaste activa.

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 25 van 51

1.2.5 Wet open overheid (Woo)

Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden en is de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervallen. Een belangrijk doel van de Woo is om overheden transparanter te maken door overheidsinformatie beter vindbaar en raadpleegbaar te maken. In de Woo wordt actieve openbaarmaking uitvoerig geregeld. Ook de Wob bevatte regels over actieve openbaarmaking maar deze regels waren ontoereikend of te vrijblijvend. Daarom zijn de regels over actieve openbaarmaking in de Woo aangescherpt. De overheid moet meer informatie uit zichzelf openbaar maken zonder dat hiervoor een verzoek is ingediend. De omgang met en het bewaren van informatie moet zijn gericht op actieve openbaarmaking. Zorg bijvoorbeeld dat alle informatie goed wordt opgeslagen en gemakkelijk kan worden gevonden. Op landelijk niveau komt er een digitale informatiestructuur namelijk het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI). Het is de bedoeling dat hierop actief openbaar gemaakte stukken worden gepubliceerd. Het PLOOI is momenteel nog in ontwikkeling. De opzet waar in eerste instantie voor is gekozen is inmiddels losgelaten. Er wordt nu gewerkt aan een eenvoudige variant van het PLOOI waarin in ieder geval een verwijsindex en zoekfunctie worden opgenomen. De ontwikkeling van de nieuwe versie staat gepland in het tweede kwartaal van 2023.

In de loop van dit jaar wordt een plan van aanpak gemaakt hoe we binnen de RUD onze informatie actief openbaar kunnen maken, bijvoorbeeld op een eigen website. Ook zal er op korte termijn een contactpersoon (op grond van artikel 4.7 van de WOO) worden aangesteld middels een aanwijzingsbesluit. Verder wachten wij de ontwikkelingen met betrekking tot het PLOOI af.

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 26 van 51

Deel 2 – Jaarrekening (BBV)

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 27 van 51

2.1 Balans per 31 december 2022

Vaste activa - Investeringen met een economisch nut

Materiële vaste activa

Totaal vaste activa Vlottende activa - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist

Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar - Nog te ontvangen bedragen - Vooruitbetaalde bedragen

Overlopende activa

- Banksaldi

Liquide middelen

1

2

3

4

€

497.000

€ €

677.000 5.840.000

€ €

633.000 144.000

€

250.000

Totaal vlottende activa Totaal generaal

Eigen vermogen

Voorziening verlofsaldi

Voorzieningen

Totaal vaste passiva Vlottende passiva - Overige schulden

Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar - Vooruit ontvangen van deelnemers/te verrekenen met deelnemers - Nog te betalen bedragen

Overlopende passiva

Totaal vlottende passiva Totaal generaal

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

€

497.000

€

497.000

€

6.517.000

€

777.000

€

250.000

€ €

7.544.000 8.041.000

€

5

6

7

8

€ € €

769.000 712.000 -210.000

€

420.000

€

376.000

€

3.915.000

€

2.059.000

€

1.271.000

€

420.000

€

1.691.000

€

376.000

€

5.974.000

€ €

6.350.000 8.041.000

315.000

€ €

450.000 5.725.000

€ €

662.000 150.000

€

250.000

€

315.000

€

315.000

€

6.175.000

€

812.000

€

250.000

€ €

7.237.000 7.552.000

31 december 2021

31 december 2022

PASSIVA Vaste passiva - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat

31 december 2021

31 december 2022

ACTIVA

€ € €

709.000 681.000 837.000

€

-

€

475.000

€

3.176.000

€

1.674.000

€

2.227.000

€

-

€

2.227.000

€

475.000

€

4.850.000

€ €

5.325.000 7.552.000

Pagina 28 van 51

2.2 Overzicht van baten en lasten 2022 Begroting 2022 voor wijzigingen

Begroting 2022 na wijzigingen

1 Handhaving

€

5.640.000

€

6.562.000

€

6.286.000

€

-276.000

2 Vergunningverlening

€

5.809.000

€

7.293.000

€

6.753.000

€

-540.000

Realisatie 2022

Verschil

Programma's:

3.619.000

€

4.569.000

€

4.334.000

€

-

€

-235.000

Bedrijfsvoering (Overhead)

€

Overig - Onvoorzien

€

-

€

225.000 €

-

€

-

€

-

- Stelpost loon- en prijscompensatie

€

100.000 €

-

€

-

€

-

Totaal lasten

€

15.393.000

€

18.424.000

€

17.373.000

€

-1.051.000

1 Handhaving

€

5.600.000

€

6.168.000

€

6.043.000

€

-125.000

2 Vergunningverlening

€

5.858.000

€

6.972.000

€

6.632.000

€

-340.000

Programma's:

Bedrijfsvoering (Overhead)

€

Overig - Onvoorzien

3.619.000

3.942.000

€

-

€

-227.000

€

4.169.000

€

€

-

€

225.000 €

-

€

-

€

-

- Stelpost loon- en prijscompensatie

€

100.000 €

-

€

-

€

-

Totaal baten

€

15.402.000

€

17.309.000

€

16.617.000

€

-692.000

Totaal (voor reservemutaties)

€

9.000

€

-1.115.000

€

-756.000

€

359.000

Omgevingswet

€

-

€

400.000 €

260.000 €

-140.000

VTH Zaaksysteem

€

-

€

100.000 €

68.000

€

-32.000

Doorontwikkeling RUD Utrecht

€

-

€

467.000 €

218.000 €

-249.000

Gerealiseerd resultaat

€

9.000

€

Onttrekking:

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

-148.000

€

-210.000

€

-62.000

Pagina 29 van 51

2.3 Toelichtingen 2.3.1 Algemene grondslagen

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden verantwoord voor zover zij op financiële positiedatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Operationele leasing Bij de RUD Utrecht bestaan leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan het eigendom verbonden zijn, niet bij de organisatie liggen. Deze leasecontracten worden verantwoord als operationele leasing. Leasebetalingen worden op lineaire basis verwerkt in het overzicht van baten en lasten over de looptijd van het contract.

2.3.2 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Balans Vaste activa Artikel 59 tot en met 65 van het BBV zijn van toepassing op het waarderings- , activerings- en afschrijvingsbeleid van de RUD Utrecht. In de financiële verordening van de RUD Utrecht is per soort actief vastgelegd hoe dit beleid wordt toegepast. Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa met economisch nut worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. Activa met een verkrijgingprijs van minder dan of gelijk aan € 10.000 jaar worden niet geactiveerd, uitgezonderd (meet)apparatuur. De materiële vaste activa met economisch nut worden afgeschreven in maximaal: 15 jaar : technische installaties en apparatuur in gebouwen 10 jaar : kantoormeubilair, veiligheidsvoorzieningen en verbouwingen 5 jaar : transportmiddelen, aanhangwagens en personenauto's 3 jaar : (automatiserings)apparatuur en telefooninstallaties 1 jaar : (meet) apparatuur waarbij 50% van de jaarafschrijving wordt verantwoord in het jaar van aanschaf en/of technische/economische ingebruikname. Bij het bepalen van de afschrijving wordt geen rekening gehouden met een restwaarde.

Bij een eventuele verkoop van materiële vaste activa wordt de opbrengst via de resultaatbestemming toegevoegd aan de algemene reserve van de RUD Utrecht. De economische levensduur is beëindigd op het moment dat de aan het actief toe te rekenen jaarlasten hoger zijn dan de aan het actief toe te rekenen jaaropbrengsten. De rente wordt berekend over de boekwaarde per 1 januari. Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar en overlopende activa Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering. Liquide middelen Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 30 van 51

De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen met een verwachte looptijd van maximaal een jaar worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld. De voorzieningen waarop het effect van tijdswaarde materieel is, worden gewaardeerd tegen contante waarde. Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichtingen en verliezen, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen. Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar en overlopende passiva Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde, dit is meestal de nominale waarde. Overzicht van baten en lasten Resultaatbepaling Baten worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd, lasten worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd en/of voorzienbaar zijn. Het resultaat wordt bepaald met inachtneming van alle hier boven vermelde waarderingsgrondslagen.

Financiele baten en lasten Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen Vennootschapsbelasting Vanaf 2016 kunnen indirecte overheidslichamen zoals de RUD Utrecht belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting (Vpb). Vanuit de gezamenlijke omgevingsdiensten is overlegd met de Belastingdienst. Vanuit dit overleg zijn voorwaarden vastgesteld wanneer er mogelijk sprake zou kunnen zijn van een Vpb-plicht. De RUD Utrecht heeft de organisatie op deze voorwaarden getoetst en vastgesteld dat zij niet aan deze voorwaarden voldoet. De RUD Utrecht stelt zich derhalve op het standpunt niet belastingplichtig te zijn voor de Vpb.

2.3.3 Toelichting op de balans per 31 december 2022 1. Vaste activa Materiële vaste activa Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de materiële vaste activa weer: ERP Bedrijfsvoering

ICT

ICT VTH applicatie

Vervoermiddelen

Stand per 1 januari 2022 Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijving Boekwaarden

€ € €

141.000 141.000 -

€ € €

512.000 € 427.000 € 85.000 €

587.000 € 500.000 € 87.000 €

24.000 22.000 2.000

€ € €

65.000 € 23.000 € 42.000 €

28.000 20.000 8.000

€ € €

96.000 € 5.000 € 91.000 €

1.453.000 1.138.000 315.000

Mutaties Investeringen Desinvestering Afschrijvingen Afschrijvingen desinvesteringen Saldo

€ € € € €

-

€ € € € €

137.000 338.000 71.000 338.000 66.000

€ € € € €

98.000 398.000 40.000 398.000 58.000

€ € € € €

55.000 8.000 47.000

€ € € € €

30.000 8.000 22.000

€ € € € €

12.000 14.000 -2.000

€ € € € €

10.000 -10.000

€ € € € €

332.000 736.000 151.000 736.000 181.000

Stand per 31 december 2022 Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijving Boekwaarden

€ € €

141.000 141.000 -

€ € €

312.000 160.000 152.000

€ € €

287.000 143.000 144.000

€ € €

79.000 € 30.000 € 49.000 €

95.000 € 31.000 € 64.000 €

40.000 34.000 6.000

€ € €

96.000 € 15.000 € 81.000 €

1.050.000 553.000 497.000

Inventaris

Geluidsapparatuur

Verbouwingen Totaal

Regulier onderhoud aan de materiële vaste activa worden als kosten verantwoord, eventuele kosten die de levensduur verlengen worden geactiveerd. Bij de oprichting van de RUD Utrecht is een DMS (archief systeem) aangeschaft voor een totaal van € 241.000. Vanaf 31 december 2019 is DMS volledig afgeschreven, echter nog wel in gebruik. In 2022 is de RUD Utrecht overgegaan op een nieuw VTH-zaaksysteem. De investeringen hieromtrent zijn opgenomen onder de materiële vaste activa. Het oude VTH-zaaksysteem dat reeds volledig was afgeschreven is volledig buiten gebruik gesteld. De oorspronkelijke investering in dit oude VTH-zaaksysteem inclusief bijbehorende afschrijvingen zijn gedesinvesteerd.

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 31 van 51

2. Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar De in de financiële positie opgenomen uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar kunnen als volgt gespecificeerd worden: - Vorderingen op deelnemers - Debiteuren - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar

€ € €

31-12-2022 657.000 20.000 5.840.000

€ € €

31-12-2021 433.000 17.000 5.725.000

€

6.517.000

€

6.175.000

Er is over 2022 € 18.000 aan rente ontvangen op de uitzettingen in ’s Rijks schatkist. Deze zijn verantwoord onder de financiële baten en lasten. Vorderingen op deelnemers De vorderingen op deelnemers kunnen als volgt worden uitgesplitst: Specificatie vorderingen op deelnemers - Gemeente Amersfoort - Gemeente Baarn - Gemeente Bunschoten - Gemeente Eemnes - Gemeente Houten - Gemeente Leusden - Gemeente Lopik - Gemeente Nieuwegein - Gemeente Soest - Gemeente Utrecht - Gemeente Woudenberg - Provincie Utrecht Vorderingen op deelnemers

€ € € € € € € € € € € € €

31-12-2022 12.000 2.000 2.000 223.000 49.000 30.000 2.000 22.000 153.000 2.000 160.000 657.000

€ € € € € € € € € € € € €

31-12-2021 39.000 24.000 1.000 13.000 23.000 144.000 18.000 34.000 90.000 47.000 433.000

De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen. Een voorziening voor oninbaarheid wordt niet noodzakelijk geacht. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan één jaar zijn alle overtollige liquide middelen die in de schatkist worden aangehouden, tenzij deze middelen onder het drempelbedrag gerekend kunnen worden. Per kwartaal mag het gemiddelde van de middelen die de decentrale overheid dagelijks buiten de schatkist houdt niet boven het drempelbedrag uitkomen. Onderstaand overzicht geeft inzicht in deze berekening en de daarbij behorende uitkomsten per kwartaal. Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

€ € €

Kwartaal 1 152.000 € 848.000 € €

Kwartaal 2 145.000 € 855.000 € €

Berekening drempelbedrag Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat Drempelbedrag

Kwartaal 3 129.000 € 871.000 € €

Kwartaal 4 149.000 851.000 -

€ € € €

15.393.000 15.393.000 1.000.000

€ € €

31-12-2021 662.000 150.000 812.000

3. Overlopende activa De post overlopende activa is als volgt opgebouwd: - Nog te ontvangen bedragen - Vooruitbetaalde bedragen Overlopende activa

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

€ € €

31-12-2022 633.000 144.000 777.000

Pagina 32 van 51

De post nog te ontvangen bedragen bestaat vrijwel geheel uit nog te factureren aanvullende opdrachten. Specificatie Nog te ontvangen bedragen - Gemeente Amersfoort - Gemeente Bunschoten - Gemeente Houten - Gemeente Nieuwegein - Provincie Utrecht - Derden Totaal nog te ontvangen bedragen

€ € € € € € €

31-12-2022 11.000 44.000 566.000 12.000 633.000

€ € € € € € €

31-12-2021 10.000 2.000 634.000 16.000 662.000

€ €

31-12-2022 250.000 250.000

€ €

31-12-2021 250.000 250.000

4. Liquide middelen De post liquide middelen is als volgt opgebouwd: - BNG Bank Liquide middelen

De liquide middelen staan ter vrije beschikking aan de RUD Utrecht. 5. Eigen vermogen De post eigen vermogen is als volgt opgebouwd: Bestemmingsreserves

Algemene reserve

Gerealiseerd resultaat

Totaal

Stand per 1 januari 2022

€

709.000 €

681.000 €

837.000 €

2.227.000

Mutaties - Verwerking resultaat 2021 (algemene reserve) - Verwerking resultaat 2021 (bestemmingsreserve) - Terugsorting aan deelnemers - Verwerking resultaat 2022 - Onttrekking bestemmingsreserves Saldo

€ € € € € €

60.000 60.000

577.000 -546.000 31.000

-60.000 -577.000 -200.000 -210.000

€ € € € € -1.047.000 €

-200.000 -210.000 -546.000 -956.000

Stand per 31 december 2022

€

769.000 €

-210.000

1.271.000

€ € € € € €

€ € € € €

712.000 €

€

Algemene reserve Storting : Rekeningresultaat Doel : Weerstandscapaciteit van de RUD Utrecht. Verloopoverzicht van de bestemmingsreserves: Informatie PersoonsgebonISV gelden gestuurd den opleidingsgeluid SBG handhaving budgetten

Omgevingswet

VTH Doorontwikkeling zaaksysteem RUD Utrecht

Totaal

Stand per 1 januari 2022

€

67.000

€

101.000 €

13.000

€

400.000

€

100.000

€

-

€

681.000

Mutaties - Verwerking resultaat 2021 (algemene reserve) - Toevoeging ten laste van het resultaat - Onttrekking ten gunste van het resultaat Saldo

€ € € €

-

€ € € €

110.000 110.000

€ € € €

-

€ € € €

260.000 -260.000

€ € € €

68.000 -68.000

€ € € €

467.000 218.000 249.000

€ € € €

577.000 546.000 31.000

Stand per 31 december 2022

€

67.000

€

211.000 €

13.000

€

140.000

€

32.000 €

249.000 €

712.000

Bestemmingsreserve IGH (Informatie gestuurde Handhaving) Storting : Oorspronkelijk ten laste van de algemene reserve ter hoogte van € 120.000. Doel : Het verbeteren van de datakwaliteit van de RUD Utrecht. In overleg met de provincie Utrecht is € 53.000 van deze bestemmingsreserve onttrokken in 2019. Deze bestemmingsreserve is oorspronkelijk gevormd middels niet bestede projectgelden voor IGH die door de provincie Utrecht ter beschikking waren gesteld. In 2022 heeft geen mutatie plaatsgevonden.

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 33 van 51

Bestemmingsreserve Persoonsgebonden opleidingsbudgetten Storting : Meerdere jaren toevoegingen. De huidige toevoeging: ten laste van het resultaat 2021 ter hoogte van € 110.000 Doel : Het dekken van kosten in het geval dat medewerkers aanspraak maken op persoonsgebonden opleidingsbudget dat in voorgaande jaren niet besteed is. In 2022 zijn geen middelen onttrokken aan deze bestemmingsreserve. Bestemmingsreserve ISV gelden - geluid SBG Storting : Ontvangst van SBG voor ISV-geluid. Doel : Ten behoeve van mogelijke woningen die achteraf nog in aanmerking komen voor het treffen van gevelmaatregelen in verband met geluidoverlast van weg/railverkeer. In 2022 zijn geen middelen onttrokken aan deze bestemmingsreserve. Bestemmingsreserve Omgevingswet Storting : In 2019 en 2020 is de bestemmingsreserve Omgevingswet via het resultaat gevormd en aangevuld. Doel : De organisatie voorbereiden op de implementatie van de Omgevingswet. In 2022 zijn € 260.000 onttrokken aan deze bestemmingsreserve en ingezet om de RUD Utrecht voor te bereiden op de komst van de Omgevingswet. Bestemmingsreserve VTH Zaaksysteem Storting : Oorspronkelijk ten laste van het resultaat 2020 ter hoogte van € 100.000 Doel : De organisatie voorbereiden op de implementatie van de Omgevingswet middels de aanschaf en inrichting van een nieuw VTH zaaksysteem.

In 2022 zijn er € 68.000 aan middelen onttrokken aan deze bestemmingsreserve, ten behoeve van kosten gemaakt voor de overgang naar een nieuw VTH-zaaksysteem. Bestemmingsreserve Doorontwikkeling RUD Utrecht Storting : Oorspronkelijk ten laste van het resultaat 2021 ter hoogte van € 467.000 Doel : Ter dekking van kosten voor de doorontwikkeling van de RUD Utrecht. In 2022 zijn er € 218.000 aan middelen onttrokken aan deze bestemmingsreserve ter dekking van gemaakte kosten voor de doorontwikkeling van de RUD Utrecht. 6. Voorzieningen Verloopoverzicht van de Voorzieningen: Saldo per 31-12-2021

Vrijval

Toevoegingen

Aanwendinge n

Saldo per 31-12-2022

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's € - Voorziening Verlofsaldi

- €

-

€

420.000

€

-

€

420.000

Totaal

-

-

€

420.000

€

-

€

420.000

€

€

De voorziening Verlofsaldi bestaat uit de onderdelen van bovenwettelijk verlof en het vitaliteitsverlof. 7. Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar De post netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar is als volgt opgebouwd: - Crediteuren Overige schulden

31-12-2022 € 376.000 € 376.000

€ €

31-12-2021 475.000 475.000

31-12-2022 € 3.915.000 € 1.715.000 € 344.000 € 5.974.000

€ € € €

31-12-2021 3.176.000 1.248.000 426.000 4.850.000

8. Overlopende passiva De post overlopende passiva is als volgt opgebouwd: - Vooruit ontvangen bedragen - Nog te betalen bedragen - Nog terug te betalen aan de opdrachtgevers Overlopende passiva

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 34 van 51

Vooruit ontvangen bedragen van deelnemers De schulden aan deelnemers kunnen als volgt worden uitgesplitst: Specificatie vooruit ontvangen bedragen - Gemeente Amersfoort - Gemeente Baarn - Gemeente Bunschoten - Gemeente Eemnes - Gemeente Houten - Gemeente Lopik - Gemeente Nieuwegein - Gemeente Soest - Gemeente Woudenberg - Provincie Utrecht - Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat - Rijkdienst voor Ondernemend Nedersland (RVO) - Derden Total vooruit ontvangen bedragen

€ € € € € € € € € € € € € €

31-12-2022 486.000 116.000 138.000 60.000 4.000 101.000 198.000 93.000 2.192.000 150.000 377.000 3.915.000

€ € € € € € € € € € € € € €

31-12-2021 324.000 127.000 49.000 69.000 119.000 99.000 2.388.000 1.000 3.176.000

Deze positie betreft de reeds in rekening gebrachte voorschotten eerste kwartaal 2023 die reeds voor 31 december 2022 zijn betaald. Nog te betalen bedragen Het totaal bedrag in de balans bedraagt € 1.715.000. Dit bedrag bestaat uit de onderstaande componenten. Specificatie nog te betalen bedragen - Te betalen omzetbelasting - Te betalen overige kosten - Netto salaris - Te betalen loonheffing Nog te betalen bedragen

31-12-2022 € 1.111.000 € 585.000 € 11.000 € 8.000 € 1.715.000

€ € € € €

31-12-2021 515.000 716.000 10.000 7.000 1.248.000

De te betalen overige kosten bestaan voornamelijk uit een reservering voor het wettelijk verlof en tijd voor tijd (€ 308.000) en transitorische kosten per einde boekjaar. In 2021 was hier ook het bovenwettelijk verlof opgenomen. Gezien de uitspraak van de commissie BBV is het bovenwettelijk verlof vanaf 2022 opgenomen onder de voorziening. De stijging van de schuld aan omzetbelasting heeft te maken met het factureren van zowel de voorschotnota’s vierde kwartaal 2022 en de voorschotnota’s eerster kwartaal 2023 in het laatste kwartaal van 2022. Dit in tegenstelling tot voorgaand jaar waarin de voorschotnota’s van het vierde kwartaal reeds gefactureerd waren in het derde kwartaal. Specificatie nog terug te betalen - Gemeente Amersfoort - Gemeente Baarn - Gemeente Bunschoten - Gemeente Eemnes - Gemeente Houten - Gemeente Leusden - Gemeente Lopik - Gemeente Neiuwegein - Gemeente Soest - Gemeente Utrecht - Gemeente Woudenberg Te verrekenen met deelnemers

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

31-12-2022 € 30.000 € 47.000 € € 1.000 € € 13.000 € 89.000 € 10.000 € 59.000 € 66.000 € 29.000 € 344.000

€ € € € € € € € € € € €

31-12-2021 72.000 45.000 7.000 11.000 20.000 71.000 69.000 62.000 69.000 426.000

Pagina 35 van 51

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen (Meerjarige) financiële verplichtingen Er zijn niet in de financiële positie opgenomen verplichtingen voor de huur van twee etages in het provinciehuis van de provincie Utrecht. De huurovereenkomst van één van de etages heeft een looptijd tot 1 juli 2024. De jaarlijkse huurprijs hiervan bedraagt € 290.000 en de jaarlijkse servicekosten bedragen € 190.000, beide bedragen exclusief BTW. Indexatie vindt jaarlijks plaats conform de consumentenprijsindex. Daarnaast heeft de RUD Utrecht in 2019 in verband met de groei van de organisatie een derde van een verdieping bij gehuurd in het provinciehuis. Voorheen was dit de tweede verdieping van het Provinciehuis waar de RUD Utrecht gazamelijk met de OdrU gehuisvest was. Vanaf 2022 heeft de RUD Utrecht een huurcontract voor een deel van de dertiende verdieping in plaats van de tweede, wederom gezamenlijk met de OdrU. De overeenkomst voor de dertiende verdieping loopt tot 31 december 2023 met verlengingsmogelijkheid voor een jaar voor totaal € 120.000 ex BTW. Er is een niet in de financiële positie opgenomen verplichting voor de afname van ICT-diensten van de gemeente Houten. Deze service level agreement heeft een looptijd tot 1 januari 2024. Het jaarbedrag bedraagt voor 2023 € 500.000. Indexatie vindt jaarlijks plaats conform de dienstenprijsindex.

Er is op dit moment een Europese aanbesteding in procedure om de diensten gezamenlijk met de gemeente Houten extern onder te brengen. Operationele lease Als sub-contractant van de provincie Utrecht had de RUD Utrecht een mantelovereenkomst met LeasePlan voor het leasen van voertuigen. Deze contracten lopen allemaal in 2023 af. Daarnaast heeft de RUD Utrecht een nieuwe Europese aanbesteding afgerond, zelfstandig van de provincie Utrecht. Onder de nieuwe aanbesteding zullen de nieuwe auto’s worden ondergebracht. De huidige contracten onder de nieuwe aanbesteding lopen tot 2026. Ultimo boekjaar zijn de verplichtingen uit hoofde van operationele leases als volgt te specificeren: Te betalen Binnen 1 jaar Tussen 1 en 5 jaar Totaal

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Totaal te betalen € € €

64.000 49.000 113.000

Pagina 36 van 51

2.3.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2022

De RUD Utrecht heeft het jaar 2022 met een negatief resultaat afgesloten. Op totaal niveau is er een resultaat behaald van -€ 756.000. Binnen de verantwoording is conform voorgaande jaren de totaal gerealiseerde lasten voor inzet personeel inclusief inhuur en overige overheadkosten procentueel verdeeld over de twee programma’s en de bedrijfsvoering (overhead). Dit is bij de oprichting van de RUD Utrecht reeds vastgelegd als begrotingsuitgangspunt. Het behaalde resultaat is als volgt verdeeld:

1 Kosten

Handhaving

Vergunningverlening

Bedrijfsvoering (Overhead) €

€

6.286.000

€

6.753.000

Directe variabele kosten

€

5.091.000

€

5.519.000

Directe vaste kosten

€

1.195.000

€

1.234.000

€

4.334.000

€

2 opbrengsten

€

6.043.000

€

6.632.000

Directe variabele opbrengsten

€

4.882.000

€

5.434.000

Directe vaste opbrengsten

€

1.161.000

€

1.198.000

€

-243.000 €

3 Saldo

€

-121.000 €

Totaal

4.334.000 €

17.373.000

€

10.610.000

€

6.763.000

3.942.000 €

16.617.000

€

10.316.000

€

6.301.000

-392.000 €

-756.000

3.942.000

De RUD Utrecht heeft een duaal financieringssysteem. De vaste kosten (bedrijfsvoering en directe vaste kosten van de programma’s) worden middels een vaste bijdrage vergoed. De overige kosten in de primaire programma’s worden middels een variabele bijdrage op basis van levering van producten en diensten gedekt. Uit bovenstaande blijkt dat er per saldo € 462.000 minder aan vaste bijdrage is ontvangen dan kosten gerealiseerd. Dit heeft te maken met de middelen die zijn besteed aan Ontwikkeling (Omgevingswet € 260.000, Samen op Weg (Advisering en Energietransitie) € 203.000, RGT-app € 103.000 en van inrichting naar MBA € 76.000). Deze lasten worden grotendeels gedekt door de bestemmingsreserves OW en doorontwikkeling RUD en de post loon -en prijscompensatie. Tegenover deze besteding aan Ontwikkeling zijn er incidentele besparingen geweest, zoals op de Kapitaallasten, de Huisvestingskosten en ICT alsmede op het Overig materieel budget. Zie voor meer details de kostenanalyse per kostensoort op pagina 39 en 40. Het restant van het negatieve saldo bestaat uit € 294.000 minder variabele bijdrage ontvangen dan besteed. Op de DVO is er uiteindelijk een productieachterstand van 5%. Ook is er sprake geweest van stevige inflatie, waardoor de loonkosten (nieuwe CAO) meer zijn gestegen dan was begroot op basis van de september circulaire.

Ten slotte is er door de overgang naar het nieuwe VTH-zaaksysteem en een hoger ziekteverzuim meer ingehuurd. Bij handhaving heeft de RUD Utrecht een minder grote flexibele schil, waardoor het niet altijd mogelijk was om de terugloop in productie op te vangen. Bij vergunningverlening is naast achterstand op de productie ook de achterblijvende vraag (op sommige producten en diensten) een reden van de achterstand. Door een grotere flexibele schil (vooral door schaarste op de arbeidsmarkt) is de achterblijvende vraag beter op te vangen. Hierdoor ontstaat het verschil in resultaat tussen de programma’s Vergunningverlening en Handhaving. Hieronder is op kostensoort niveau een nadere analyse van de kosten opgenomen. Die een verdere specificatie geeft van de realisatie op totaalniveau.

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 37 van 51

Toelichting naar kostensoort In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de totale exploitatie naar kostensoort. Raming 2022 voor wijzigingen

Raming 2022 na wijzigingen (a)

Realisatie 2022 (b)

€ € € € € € € € €

12.417.000 20.000 348.000 1.664.000 469.000 150.000 225.000 100.000 15.393.000

€ € € € € € € € €

11.851.000 2.892.000 291.000 1.664.000 619.000 1.107.000 18.424.000

€ € € € € € € € €

11.514.000 2.908.000 151.000 1.579.000 579.000 642.000 17.373.000

€ € € € € € € € €

337.000 -16.000 140.000 85.000 40.000 465.000 1.051.000

€ € €

6.117.000 9.207.000 -

€ € €

6.367.000 9.129.000 1.615.000

€ € €

6.367.000 8.660.000 1.390.000

€ € €

469.000 225.000

€

78.000

€

198.000

€

182.000

€

16.000

€

€ 15.402.000 €

18.000 € 16.617.000 €

-18.000 692.000

Totaal (voor reservemutaties)

€

9.000

€

-1.115.000

€

-756.000 €

-359.000

- Reserve Omgevingswet - Reserve VTH zaakzysteem - Reserve Doorontwikkelen RUD Gerealiseerd resultaat

€ € € €

9.000

€ € € €

400.000 100.000 467.000 -148.000

€ € € €

260.000 68.000 218.000 -210.000

Exploitatieoverzicht Lasten Personeel Personeel van derden incl inhuur Kapitaallasten Huisvestingskosten en ICT Overige materieel budget Ontwikkelkosten Onvoorzien Stelpost loon- en prijscompensatie Totaal lasten Baten Vaste bijdrage deelnemers Variabele bijdrage deelnemers Aanvullende opdrachten Aanvullende opdrachten materiële middelen Financiële baten en lasten Totaal baten

Onttrekking:

€ 17.309.000 €

Verschil (a - b)

€ € € €

140.000 32.000 249.000 62.000

Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt zijn een aantal vaste formatieplaatsen later of met inhuur ingevuld. Hierdoor wordt de post personeelslasten in zijn geheel geanalyseerd. Op totaalniveau zijn de personeelslasten € 321.000 lager dan begroot. De personeelskosten hangen nauw samen met de baten. De opbrengsten worden voornamelijk gerealiseerd met de inzet van personeel. De personele lasten zijn met € 321.000 achter gebleven op de begroting terwijl de opbrengsten met € 694.000 (opbrengsten m.u.v. materiële middelen) zijn achtergebleven. Het verschil van € 373.000 is een rechtstreeks gevolg van het feit dat gedurende 2022 de provincie CAO is aangepast. Hierbij zijn de salarissen van personeel in loondienst sterker gestegen dan waarop was gerekend binnen de begroting (basis was de september circulaire). Gedurende 2022 is besloten de tarieven niet tussentijds te verhogen, waardoor deze extra kosten in de begroting zijn opgevangen. Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting (raming 2022 voor wijzigingen), is een grote stijging van de personeelskosten en personeel van derden zichtbaar (€ 1.985.000). Dit is ten eerste een gevolg van gerealiseerde aanvullende opdrachten voor in totaal € 1.390.000. Hiervoor wordt vrijwel altijd ingehuurd. Ten tweede zijn de loonkosten door de nieuwe CAO provincie gestegen met ruim € 400.000 meer dan was begroot op basis van de september circulaire.

Dit is een direct gevolg van de stevige inflatie. Als laatste is er vanwege overgang naar een nieuw VTH-zaaksysteem en hoger ziekteverzuim meer vervangend ingehuurd. De kapitaallasten zijn € 140.000 lager uitgevallen dan begroot. Het nieuwe VTH-zaaksysteem is in 2022 in gebruik genomen. De investeringen zijn hiervan lager uitgevallen dan oorspronkelijk verwacht. De verwachting is dat in 2023 nog wel aanvullende investeringen moeten worden gedaan om het systeem volledig inzetbaar te maken onder de Omgevingswet. Daarnaast zijn er een aantal voertuigen besteld, waarvan een deel is vertraagd en daarom niet is afgeleverd in 2022. Als laatste heeft er een Europese aanbesteding plaatsgevonden samen met de gemeente Houten en de WIL voor kantoorautomatisering. Besloten is in afwachting van de uitkomsten hiervan een aantal ICT investeringen in apparatuur uit te stellen. De huisvestingskosten en ICT zijn € 85.000 lager uitgevallen dan begroot. Hiervan betreft € 25.000 lagere huisvestingslasten. Dit is met name het gevolg van een minder grote stijging van servicekosten (waaronder energie) dan ingeschat. De ICT kosten zijn voornamelijk lager uitgevallen op klein materieel, als gevolg van achterblijvende investeringen. Daarnaast zijn de beheerkosten vooruitlopend op de aanbesteding ook lager dan oorspronkelijk begroot.

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 38 van 51

Het overig materieel budget is € 40.000 lager uitgevallen dan begroot en € 110.000 hoger dan initieel begroot. De kosten van uitbesteed werk, waartegenover ook direct dekking staat (materiële middelen) is lager dan begroot (€ 16.000), maar wel € 110.000 meer dan oorspronkelijk begroot. Dit is gelijk aan de lagere opbrengsten bij de materiële middelen. De overige besparingen zijn met name behaald door scherp te sturen op de kleine uitgaven. De begrote ontwikkelkosten van € 1.107.000 bestaan uit het budget voor de Omgevingswet (€ 400.000), Samen op Weg (Energietransitie) (€ 258.000), Samen op weg (Advisering) (€ 89.000), de ontwikkeling RGT-app (€ 160.000), het project van inrichting naar MBA (€ 150.000) en Bodemtransitie (€ 50.000). De Ontwikkelkosten zijn uiteindelijk € 465.000 lager uitgekomen dan begroot. Allereerst betreft dit het programma Omgevingswet. Hiervoor zijn kosten uitgesteld als gevolg van het opnieuw uitstellen van de Omgevingswet. Dit betreft een onderbesteding van € 140.000. De bestemmingsreserve Omgevingswet wordt daarom minder onttrokken en blijft bestaan als dekking voor de implementatie op een later moment.

Om een naderend productieverlies zoveel mogelijk te beperken is aan het einde van het jaar minder een focus geweest op een aantal projecten gericht op doorontwikkeling van de RUD en meer op de productie, wat zijn vruchten afgeworpen heeft in de vorm van inhaalslag in deze productie. Daardoor is op de onderdelen Samen op Weg (Energietransitie en Advisering), project van inrichting naar MBA (project voor de Omgevingswet) en project bodemtransitie ook minder gerealiseerd (€ 275.000). Voor het deel van de Ontwikkelkosten dat niet al gedekt werd door de vaste bijdrage zijn derhalve ook geen middelen onttrokken aan de bestemmingsreserve (Doorontwikkelen RUD). Door uitstel van de Omgevingswet zijn er verder geen kosten gemaakt voor transitie Bodem. Ten opzichte van de begroting verandert de vaste bijdrage niet. Ten opzichte van de initiële begroting is in het AB van 31 maart 2022 de vaste bijdrage voor € 250.000 verhoogd voor het programma Samen op weg. De variabele bijdrage is € 469.000 lager dan begroot. Aan het begin van het jaar 2022 hebben veel van de medewerkers hun tijd besteed aan het wegwijs worden met het nieuwe VTH-zaaksysteem. Ook was er sprake van een hoog ziekteverzuim.

Hierdoor ontstond er een achterstand in de productie, maar mede door inzet van ingehuurd personeel en een focus op productie door de medewerkers in het laatste halfjaar is de achterstand uiteindelijk beperkt tot 5% van de DVO. In 2022 is er, evenals in voorgaande jaren, een groot aantal aanvullende opdrachten afgesloten met opdrachtgevers. Het totaal van de aanvullende opdrachten bedraagt € 1.572.000. In het overzicht van baten en lasten zijn de aanvullende opdrachten verdeeld over de posten ‘Aanvullende opdrachten’ en ‘Aanvullende materiële middelen’. De post aanvullende opdrachten omvat de opdrachtwaarde van de aanvullende opdrachten bestemd voor het uitvoeren van werkzaamheden door medewerkers van de RUD Utrecht (of inhuur). De post Aanvullende materiële middelen omvat de opdrachtwaarde van de aanvullende opdrachten bestemd voor onderdelen van de opdracht die de RUD Utrecht weer aan een externe partij uitbesteed. De aanvullende opdrachten betreffen verschillende werkzaamheden: reguliere werkzaamheden die bovenop afgesloten DVO afspraken uitgevoerd zullen worden; complexe dossiers die door de complexiteit niet meer binnen de DVO afspraken (kentallen, totaal aantal uren) kunnen worden opgevangen; projecten zoals advisering en actualisaties van bedrijvenbestanden; overige zaken zoals de detachering van medewerkers.

Extra opdrachten gaan vrijwel altijd direct gepaard met extra kosten, met name voor inhuur. Door het moment van toekenning van de aanvullende opdracht en het moment waarop inhuur kon worden gerealiseerd, zijn een aantal aanvullende opdrachten niet in 2022 afgerond. De opdrachten zijn deels verschoven naar 2023 in overleg met de desbetreffende deelnemers. De afspraken die we hebben gemaakt met betrekking tot de uit te besteden onderdelen van de aanvullende opdrachten vallen € 16.000 lager uit (opbrengsten en kosten). De rente-opbrengsten zijn € 18.000 hoger dan begroot. Na jaren geen rente-opbrengsten te hebben gehad is mede door de inflatie de rente weer positief. Dit is sneller gegaan dan vooraf verwacht. De bestemmingsreserve Omgevingswet, groot € 400.000 is gedeeltelijk onttrokken ten behoeve van de voorbereiding op de implementatie van de Omgevingswet (€ 260.000). Door uitstel van de Omgevingswet zijn niet alle kosten gemaakt in 2022. Het restant zal naar verwachting in 2023 worden onttrokken, aangezien dan de laatste voorbereidingen op de komst van de Omgevingswet zullen plaatsvinden. De verwachting is echter niet dat € 140.000 voldoende hiervoor is. Aanvullende middelen zullen in 2023 moeten worden gezocht. De bestemmingsreserve VTH-zaaksysteem, groot € 100.000, is gevormd bij de jaarrekening 2020. In 2022 is hiervan het grootste gedeelte onttrokken (€ 68.000).

Het restant zal worden ingezet in 2023 voor de laatste aanpassingen aan het VTH-zaaksysteem om onder de Omgevingswet te kunnen functioneren.

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 39 van 51

De bestemmingsreserve Doorontwikkeling RUD, groot € 467.000, is gevormd bij de jaarrekening 2021. In 2022 is hiervan een deel onttrokken (€ 218.000). In verband met focus op de productie in de laatste periode van het jaar is een deel van het ontwikkelbudget niet gerealiseerd. Het restant zal in 2023 worden ingezet om de organisatie verder door te ontwikkelen Om het productieverlies veroorzaakt door het nieuwe VTH-zaaksysteem en het hogere ziekeverzuim op te vangen is de post onvoorzien (€ 225.000) volledig ingezet. Onvoorzien Onvoorzien Totaal

Raming 2022 na wijzigingen € €

Lasten

-

Realisatie 2022 € €

Lasten

T.g.v. algemene reserve

Verschil -

€ €

Verschil

-

€ €

Storting

-

De stelpost loon-en prijscompensatie wordt in 2022 ingezet voor compensatie van de lasten van Bedrijfsvoering. Het gaat hier om verschillende prijsstijgingen met name voor ICT licenties en hogere lasten voor ingehuurd personeel (€ 100.000). Deze is reeds in de Bestuursrapportage toebedeed aan de diverse kostensoorten en programa's. Incidentele baten en lasten In de programmarekening zijn ook baten en lasten opgenomen welke een incidenteel karakter hebben. Incidentele baten en lasten zijn die baten en lasten die zich gedurende een periode van maximaal 3 jaar voordoen. De RUD Utrecht heeft de afspraak met de deelnemers dat als opdrachten langer dan 3 jaar naast de DVO worden afgenomen deze werkzaamheden worden opgenomen in de DVO. Daarmee zijn ze niet meer te classificeren als “incidenteel”. Elk jaar vindt hier een evaluatie op plaats. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de incidentele baten en lasten die deel uitmaken van het resultaat voor bestemming. Specificatie Aanvullende opdrachten Dotatie/onttrekking reserves Totaal

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Raming 2022 na wijzigingen Baten Lasten € 1.813.000 € 2.780.000 € 967.000 € 2.780.000 € 2.780.000

€ € €

Realisatie 2022 Baten Lasten 1.572.000 € 2.070.000 546.000 2.118.000 € 2.070.000

Pagina 40 van 51

2.3.5 Wet normering topinkomens

Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op de RUD Utrecht. Het voor RUD Utrecht toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2022 € 216.000. Het algemeen bezoldigingsmaximum is van toepassing voor RUD Utrecht. 1. Bezoldiging topfunctionarissen Tabel 1a met betrekking tot leidinggevende topfunctionarissen en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling: Gegevens 2022 bedragen x € 1

Hugo Jungen Directeur

Functiegegevens

1 januari – 31 december

Aanvang en einde functievervulling in 2022

1,00 fte

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

Ja

Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

138.649

Beloningen betaalbaar op termijn

23.481

Subtotaal

162.130

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

216.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t. 162.130

Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

N.v.t. N.v.t.

Gegevens 2021 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2021 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

Dienstbetrekking?

Hugo Jungen directeur 1 januari – 31 december 1,00 fte Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

135.033

Beloningen betaalbaar op termijn

22.942

Subtotaal

157.975

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

209.000

Bezoldiging

157.975

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 41 van 51

De functies in het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur worden vervuld door medewerkers van onze deelnemers (burgemeester, wethouder of gedeputeerde). Deze leden vervullen hun functies (voorzitter, vicevoorzitter of lid) onbezoldigd. In onderstaande tabel zijn de WNT gegevens opgenomen: 1d Tabel met betrekking tot topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.800 of minder: Gegevens 2022 Naam funcitonaris

Functie

G.J. (Gerrit) Spelt (voorzitter)

Voorzitter Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur (volledige jaar)

R.C.L. (Robert) Strijk (vicevoorzitter)

Vicevoorzitter Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur (volledig jaar)

A. (Aukje) Treep-van Hoeckel

Lid Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur (volledige jaar)

S. (Steven) de Vries E. (Eva) Oosters P. (Pieter) de Kruif (vicevoorzitter)

Lid Dagelijks Bestuur (vanaf 15 september) en Algemeen Bestuur (30 juni tot 31 december) Lid Dagelijks Bestuur (vanaf 15 september) en Algemeen Bestuur (30 juni tot 31 december) Vicevoorzitter Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur (van 1 januari tot 30 juni)

C.W. (Kees) Kraanen

Lid Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur (van 1 januari tot 30 juni)

C. (Kees) van Dalen

Lid Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur (van 1 januari tot 30 juni)

W. (Wim) de Jong

Lid Algemeen Bestuur (volledige jaar)

M. (Marieke) Schouten

Lid Algemeen Bestuur (volledige jaar)

D. (Daphne) de Kruif

Lid Algemeen Bestuur (vanaf 30 juni)

R. (René) ten Have

Lid Algemeen Bestuur (vanaf 30 juni)

J. (Johnas) van Lammeren

Lid Algemeen Bestuur (vanaf 15 september)

P. (Paul) van Ruitenbeek

Lid Algemeen Bestuur (vanaf 15 september)

W. (Wim) Vos

Lid Algemeen Bestuur (vanaf 3 november)

C. (Cees) van Eijk

Lid Algemeen Bestuur (15 juni tot 15 september)

A. (Alexanrdra) Kolkman

Lid Algemeen Bestuur (30 juni tot 3 november)

J. (Jannelies) Vissers

Lid Algemeen Bestuur (1 januari tot 30 juni)

T. (Theo) Reijn

Lid Algemeen Bestuur (1 januari tot 30 juni)

F.G. (Fenneke) van der Vegte

Lid Algemeen Bestuur (1 januari tot 30 juni)

E. (Eelco) Eerenberg

Lid Algemeen Bestuur (1 januari tot 30 juni)

De tabellen van het verantwoordingsmodel WNT 2021 1b, 1c, 1e, 1f en 1g zijn niet van toepassing voor de RUD Utrecht. 2. In 2022 zijn geen uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking toegekend. 3. Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2022 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 42 van 51

2.4 Taakveld en beleidsindicatoren Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten schrijft voor dat in de verantwoording zowel een splitsing wordt opgenomen naar taakvelden, als de daar bijbehorende beleidsindicatoren. In dit hoofdstuk zullen zowel de taakvelden als de daarbij behorende beleidsindicatoren worden verantwoord.

2.4.1 Taakveld

De financiële verantwoording van de RUD Utrecht is onder te verdelen in vastgestelde gemeentelijke taakvelden. De RUD Utrecht valt met de primaire werkzaamheden onder het gemeentelijke taakveld 7.4 Milieu beheer. Daarnaast is het taakveld van bestuur en ondersteuning van toepassing voor de onderdelen 0.5 Overhead, 0.10 Mutaties reserves en 0.11 Resultaat van de rekening van baten en laten. Vanwege de geringe kosten in taakveld 0.1 Bestuur worden deze niet apart geadministreerd. De toekenning aan het taakveld 0.5 Overhead vindt als volgt plaats: Als kosten volledig aan 0.5 Overhead kunnen worden toegekend vindt de volledige toekenning aan dit taakveld plaats. In geval van gedeeltelijke toekenning aan 0.5 Overhead en gedeeltelijke toekenning aan 7.4 Milieu beheer worden de procentuele kostenratio’s uit de begroting gebruikt om de kosten aan het taakveld toe te kennen. De verdeling is in onderstaande tabel opgenomen: Taakveld 7.4 Milieu beheer 0.5 Overhead 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten

Baten Lasten € 12.675.000 € 13.039.000 € 3.942.000 € 4.334.000 € 546.000 € -210.000

2.4.2 Beleidsindicatoren bij Taakveld

Voor het taakveld 7 Volksgezondheid en Milieu waar taakveld 7.4 onder valt zijn de vastgestelde beleidsindicatoren niet van toepassing op de RUD Utrecht. Voor het taakveld 0 Bestuur en Ondersteuning zijn de indicatoren Formatie, bezetting en apparaatskosten niet van toepassing op de RUD Utrecht doordat er niet eenduidig vastgesteld kan worden hoeveel inwoners er onder de gemeenschappelijke regeling vallen. De indicatoren Externe inhuur en Overhead zijn hieronder opgenomen. Indicator Externe inhuur

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen 20%

Indicator

% van totale lasten

Overhead

24,9%

De indicator overhead is bepaald op basis van de kosten. Door de RUD Utrecht is afgesproken met de deelnemers dat de FTE’s in bedrijfsvoering niet meer dan 25% van het totale personeelsbestand mogen vormen. Voor 2022 is dit 22,9%.

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 43 van 51

2.5 Verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen Het RUD Utrecht krijgt voor diverse doeleinden aanvullende rijksmiddelen. Deze middelen worden verantwoord per doelstelling via de Single information Single audit (SiSa) bijlage. Deze jaarlijkse bijlage is bedoeld zowel als tussentijdse verantwoording als ook voor de eindverantwoording. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties coördineert de SiSa verantwoording. De diverse ministeries blijven verantwoordelijk voor de regelingen, zowel in uitvoering als in verantwoording. De Sisa verantwoording richting het Rijk vindt niet plaats via deze jaarverantwoording, maar via een separate aanlevering van de bijlage en bijbehorende stukken aan het CBS.

IenW

EZK

Specifieke uitkering Juridische grondslag Ontvanger

Uitkeringscode

Verstrekker

SiSa bijlage verantwoordingsinformatie 2022 op grond van artikel 3 van de Regeling informatieverstrekking sisa - d.d. 13-1-2023

E93

F21

Indicator Regeling specifieke uitkering Interbestuurlijk Totale besteding (jaar T) programma VTH Aard controle R Indicator: E93/01 1 2 15

Eenmalige specifieke uitkeringen ten behoeve van extra ondersteuning voor toezicht op en handhaving van de energiebesparingsplicht

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Indicator Cumulatieve besteding (t/m jaar T) Aard controle n.v.t. Indicator: E93/02

Indicator Eindverantwoording (Ja/Nee) Aard controle n.v.t. Indicator: E93/03

€0 Naam activiteit Aard controle n.v.t. Indicator: E93/04

€0 Besteding (jaar T) Aard controle n.v.t. Indicator: E93/05

Nee Cumulatieve besteding (t/m jaar T) Aard controle n.v.t. Indicator: E93/06

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Besteding (jaar T) Aard controle R Indicator: F21/01

Cumulatieve besteding (t/m jaar T) Wordt voldaan aan het bepaalde in Wordt voldaan aan het bepaalde in Eindverantwoording (ja/nee) Aard controle n.v.t. Indicator: artikel 6, tweede lid van de Regeling artikel 6, zesde lid, van de Aard controle R Indicator: F21/05 F21/02 (ja/nee) Regeling (ja/nee) Aard controle R Indicator: F21/03 Aard controle D2 Indicator: F21/04

€0

€0

Ja

Indicator

Ja

Pagina 44 van 51

Indicator

Nee

Indicator

Controleverklaring

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 45 van 51

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 46 van 51

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 47 van 51

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 48 van 51

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 49 van 51

Lijst van gebruikte afkortingen AB DB BBV BGO BNG BOR BTW BRO BRZO CAO CAP CBS DAP DMS DVO EU ICT IGH ISO ISV KTO LHS OD NZKG ODRU PAS PDC PUEV RUD RGT SB|G SiSa SLA SPP UHS VNG VRU VTH WABO Wbb WNT Woo Wopt

Algemeen Bestuur Dagelijks Bestuur Besluit Begroting en Verantwoording Bijzonder Georganiseerd Overleg Bank Nederlandse Gemeenten Bijzondere Ondernemingsraad Belasting over de toegevoegde waarde Besluit Ruimtelijke Ordening Besluit Risico's Zware Ongevallen Collectieve Arbeidsovereenkomst Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies Centraal Bureau voor de Statistiek Dossier Afspraken en Protocollen Documenten Management Systeem Dienstverleningsovereenkomsten Europese Unie Informatie- en communicatietechnologie Informatie Gestuurde Handhaving International Organization for Standardization Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing Klanttevredenheidsonderzoek Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Omgevingsdienst Regio Utrecht Programma aanpak Stikstof Producten Diensten Catalogus Provinciaal Uitvoeringsprogramma Externe Veiligheid Regionale Uitvoeringsdienst Risico Gericht Toezicht Servicebureau Gemeenten Single information, Single audit Service Level agreement Strategisch Personeelsplanning Uniforme Handhaving Strategie Vereniging Nederlandse Gemeenten Veiligheidsregio Utrecht Vergunningen, Toezicht en Handhaving Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet bodembescherming Wet Normering Topinkomens Wet open overheid Wet Openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 50 van 51

Colofon Uitgave Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht Bezoekadres

: Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht

Telefoon

: 030 7023300

Email

: info@rudutrecht.nl

Website

: www.rudutrecht.nl

Postadres

: Postbus 85242 3508 AE Utrecht

Eindredactie

: Team Bedrijfsvoering RUD Utrecht

Jaarstukken RUD Utrecht 2022

Pagina 51 van 51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12776205/1