CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

678740 Bestemmingsplan Drakenburgerweg 73 bijlage 3 Toelichting

Besluit in de Raad 19 april 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Bestemmingsplan Drakenburgerweg 7313.149 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

TOELICHTING (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73 betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 ug/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft.

Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwsvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico’s optreden. Op basis van dit bestemmingsplan kan 1 extra woning gebouwd worden. In de ministeriële regeling NIBM is een lijst van categorieën opgenomen die per definitie niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Conform bijlage 3 van de regeling NIBM geldt dat bij woningbouwlocaties met niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, uitgaande van één ontsluitingsweg, sprake is van een niet in betekende mate bijdrage aan de luchtverontreiniging vanwege het plan. Geconcludeerd wordt dat het totale plan de realisatie van minder dan 1.500 woningen omvat, daardoor zal het plan ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een toetsing aan de grenswaarden is op basis van de Wet milieubeheer niet noodzakelijk, aangezien het plan NIBM is.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt inzichtelijk gemaakt of er sprake is van een dreigende grenswaarde-overschrijding. Toetsing grenswaarden In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico’s kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is de monitoringstool uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geraadpleegd. De monitoringstool geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM2.5 en PM10) in het plangebied tussen 2015 en 2030. De monitoringstool kent scenario’s zonder en met lokale maatregelen die er voor moeten zorgen dat op termijn overal aan de grenswaarden wordt voldaan. Beide typen scenario’s laten in de toekomst een afname van de concentraties zien. Dit komt doordat bedrijven en het verkeer steeds schoner worden door technologische verbeteringen. De monitoringstool maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2015, 2020 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s.

In de navolgende tabel staan de concentraties fijn stof (PM10 en PM2.5) en stikstofdioxide (NO2) in de nabijheid van het plan zoals opgenomen in de monitoringstool. Het betreffen concentraties langs de nabijgelegen A1. De concentraties langs deze weg zijn representatief voor de concentraties binnen- en in de directe omgeving van het plangebied.

32

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

In de tabel zijn de concentraties PM10, PM2.5, en NO2 voor de jaren 2015, 2020 en 2030 uit de monitoringstool weergegeven. De concentraties luchtverontreinigende stoffen liggen hiermee onder de grenswaarden in de drie jaren (2015, 2020 en 2030). Deze grenswaarden zijn op Europees niveau vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Tevens geven de uitkomsten uit de monitoringstool aan dat de concentraties van de luchtvervuilende stoffen vanaf 2020 in het plangebied verder afnemen. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. 5.6.3

Conclusie

Uit het oogpunt van luchtkwaliteit/ stikstofdepositie zijn er derhalve geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het plangebied.

5.7

Bedrijven en milieuzoneringen

5.7.1

Wet- en regelgeving en beleid

Indien door middel van een plan nieuwe, milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient te worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen milieuhindergevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: ‘rustige woonwijk’, ‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden met één stap worden verminderd.

De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies gelegen buiten het betreffende perceel.

TOELICHTING (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Richtafstanden en omgevingstype (Bron: VNG) 5.7.2

Onderzoek

Wonen is geen hinderveroorzakende functie. Daarom hoeft er niet onderzocht te worden of de nieuwe woning hinder veroorzaakt ten opzichte van de omgeving. Maar er zal wel onderzocht moeten worden, of de nieuwe woning wellicht hinder ondervindt van hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied komen geen solitair gevestigde bedrijven voor. Maar wel ligt op enige afstand het bedrijventerrein 'Noordschil bedrijventerrein'.Op dit bedrijventerrein is bedrijvigheid tot verschillende maximale milieucategorieën toegestaan. De ontsluitingsweg van het bedrijventerrein loopt in Oost-West-richting door het bedrijventerrein. Dit betreft de Hermesweg. Ten noorden van de Hermesweg zijn bedrijven tot maximaal milieucategorie 4.1 toegestaan, ten zuiden van de Hermesweg zijn bedrijven tot maximaal milieucategorie 3.2 toegestaan. Op de navolgende afbeelding is deze situatie nader weergegeven.

34

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Ligging Bedrijventerrein Noordschil ten opzichte van het plangebied (Bron: Ruimtelijkeplannen) De nieuwe woning is geprojecteerd op een afstand van ongeveer 125 meter ten opzichte van het gebied, waar milieucategorie 3.2-bedrijven zijn toegestaan en op een afstand van ongeveer 200 meter ten opzichte van het gebied, waar categorie 4.1-bedrijven zijn toegestaan. Hoewel het plangebied -gezien de nabijheid van een bedrijventerrein en de A1- theoretisch beschouwd zou kunnen worden als een 'gemengd gebied', behoeft hierop geen beroep gedaan te worden. Er wordt namelijk al voldaan aan de richtafstanden voor een 'rustig gebied'. 5.7.3

Conclusie bedrijven en milieuzoneringen

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de bouw van een vrijstaande woning op het perceel Drakenburgerweg 73.

5.8

Externe veiligheid

5.8.1

Wet- en regelgeving en beleid

Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (chemische fabriek, lpg-vulpunt) en de mobiele bronnen (route gevaarlijke stoffen). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijk slachtoffers. Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico biedt burgers in hun woonomgeving een minimum beschermingsniveau tegen gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde en voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6 ). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in demiljoen jaar. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico van 10-6 als grenswaarde.

Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Een ongeval met 100 doden leidt tot meer ontwrichting, leed en emoties, dan een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers. Aan de kans op een ramp met 100 doden wordt dan ook een grens gesteld, die een factor honderd lager ligt dan voor een ramp met 10 doden. In Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb, 2011) en Het Besluit veiligheid Transportroutes (Bevt) wordt verder een verantwoordingsplicht (door de overheid) voor het groepsrisico wettelijk geregeld. De verantwoording houdt in dat wordt aangegeven of risico’s acceptabel zijn en welke maatregelen worden genomen om de risico’s te verkleinen. 5.8.2

Onderzoek externe veiligheid

Voor het plangebied is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Hierbij is binnen 1 km afstand van het plangebied gekeken naar de volgende aspecten, die van invloed kunnen zijn op het plangebied: risicovolle inrichtingen; transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; transport van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg. Op de afbeelding hieronder is een fragment van de risicokaart Nederland opgenomen. Het plangebied is gesitueerd binnen de witte cirkel.

TOELICHTING (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Uitsnede risicokaart Nederland voor externe veiligheid met aanduiding plangebied binnen witte cirkel, inrichting als rode driehoek, buisleidingen rood gestreept en transportroute als gele lijn. Risicovolle inrichtingen Ten westen van het plangebied ligt op circa 700 meter een LPG-tankstation aan de Amsterdamsestraatweg 42 (op de afbeelding aangeduid met een rode driehoek). Het plangebied ligt ruim buiten de 10-6 contour voor het plaatsgebonden risico. Voor LPG-tankstations geldt een invloedsgebied van het groepsrisico van 150 meter. Het plangebied ligt ruim buiten deze zone. Een nadere onderbouwing kan daarom achterwege blijven. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Ten noorden van het plangebied liggen twee hogedrukaardgasleidingen. De aardgasleiding met kenmerk ‘W-500-01’ kent een invloedsgebied van 144 meter. Het invloedsgebied van de aardgasleiding met kenmerk ‘A-510-01’ is 240 meter. Voor het plangebied geldt dat het zich binnen het invloedsgebied van beide buisleidingen bevindt. Maar omdat het aantal personen door de nieuwbouw van 1 woning extra met maximaal 3 zal toenemen blijft de personendichtheid laag (minder dan 10), waardoor er geen sprake is van een groepsrisico. Daarom behoeft er geen verantwoording van het groepsrisico te worden uitgevoerd.

Transport van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg Ten noorden van het plangebied ligt de A1: afrit 10 (Soest) - afrit 12 (Bunschoten). Dit wegtraject is opgenomen in het Basisnet Weg. Voor het wegvak is geen 10-6 contour aanwezig. Voor het plangebied geldt dat het op meer dan 200 meter (namelijk ruim 250 meter) afstand van de rijksweg ligt. Het plangebied bevindt zich binnen het invloedsgebied van toxische stoffen (LT2) en zeer brandbare gassen (GF3), die over de A1 worden vervoerd. Dit maakt dat een nadere beschouwing van het groepsrisico noodzakelijk is. Gelet op het feit dat het plangebied op ruim 250 meter van de risicobron ligt en voorziet op een zeer geringe toename van het aantal kwetsbare objecten zal het groepsrisico niet noemenswaardig toenemen. Een groepsrisicoberekening conform artikel 8 lid 1a van het Bevt, zal daarom conform artikel 8 lid 2 van hetzelfde besluit niet nodig zijn. Conform artikel 7 van het Bevt moet er dan een zogenoemde ‘beperkte’ verantwoording van het groepsrisico plaatsvinden. Op deze verantwoording wordt in het navolgende ingegaan. Verantwoording groepsrisico A1 Op basis van het Bevt dient voor een ruimtelijk besluit buiten de 200 meter vanaf de transportroute ingegaan te worden op: De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater;

36

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73 De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. Dit is alleen van toepassing op nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten. Daarnaast stelt het Bevt dat de Veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld moet worden om advies uit te kunnen brengen over de mogelijkheden van de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Uit de notitie ‘VGR voor standaard externe veiligheidssituaties' blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit buiten de 200 meter zone van een transportroute ligt en het besluit geen objecten toestaat voor verminderd zelfredzame personen, er sprake is van een standaard externe veiligheidssituatie. Voor deze situaties wordt de onderstaande verantwoording van het groepsrisico gehanteerd. Maatgevende scenario's De maatgevende scenario´s voor de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid waarbij het plangebied binnen het invloedsgebied van brandbare gassen en toxische vloeistoffen/gassen ligt is een wolkbrandexplosie en een toxische wolk. Onderstaand is vanuit deze scenario’s ingegaan op de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident te beperken of te voorkomen. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron.

De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. Eventuele secundaire branden in het plangebied kunnen met behulp van de primaire bluswatervoorzieningen worden bestreden door de brandweer. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Bij een wolkbrandexplosie scenario is het advies om te vluchten van de risicobron af. 5.8.3

Conclusie externe veiligheid

Vanuit externe veiligheid zijn geen belemmeringen voor het bouwplan.

5.9

Verkeer en parkeren

Bij het realiseren van een nieuwe functie dient gekeken te worden naar verkeersaspecten als ontsluiting en bereikbaarheid, parkeren en verkeersveiligheid. Verkeer De bestaande verkeersstructuur in de omgeving van het plangebied blijft gehandhaafd. De ontsluiting van het plangebied vindt plaats vanaf de Diepenbrocklaan. Als gevolg van de realisatie van de woning worden extra verkeersbewegingen gegenereerd. Het betreft hier echter een zodanig beperkt aantal (ongeveer 8 verkeersbewegingen per etmaal), dat dit zonder problemen opgenomen kan worden in het huidige verkeersbeeld. Parkeren Bij bouw en verbouw gelden regels voor het aanleggen van parkeerplaatsen. De parkeernormen in gemeente Baarn zijn gebaseerd op de maximumwaarde (bovengrens) van de kengetallen van de CROW-publicatie 317 minus 15%.Voor vrijstaande woningen dient op basis hiervan uitgegaan te worden van een parkeernorm van 1,8 (1,5 voor bewoners plus 0,3 als bezoekersaandeel). Concreet betekent dit, dat er rekening gehouden dient te worden met 1,8 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen kunnen zonder problemen op eigen erf gerealiseerd worden. Op deze manier kan ruimschoots voldaan worden aan de parkeernormen. Conclusie: De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de realisatie van de nieuwe vrijstaande

TOELICHTING (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73 woning op het perceel Drakenburgerweg 73.

5.10

Onderzoek kabels, leidingen en telecommunicatieinstallaties

Er zijn geen kabels en leidingen dan wel telecommunicatie installaties in het plangebied aanwezig die met een contour beschermd moeten worden. 5.10.1 Conclusies en aanbevelingen Er zijn geen belemmeringen te verwachten ten aanzien van kabels en leidingen dan wel telecommunicatie installaties in of nabij het plangebied.

5.11

Duurzaamheid

Bij de bouw van de nieuwe vrijstaande woning zal uiteraard uitgegaan worden van de eisen, die opgenomen zijn in de Convenant Duurzame Wonmingbouw. In 4.3.4 is ingegaan op de inhoud van deze convenant. Daaruit is naar voren gekomen, dat er 3 ambitieniveaus nagestreefd kunnen worden. Als basis kan gekozen worden voor "brons". Wanneer er een extra inspanning verricht wordt kan dit het predicaat "zilver" opleveren. Maar natuurlijk is het ook mogelijk om voor "goud" te gaan. In het Convenant is een "Toetsingskader" opgenomen, waarin voor de verschillende duurzaamheidsaspecten aangegeven is welke eisen er gelden voor het ambitienieveau "brons", "zilver", of "goud". Het toetsingskader is hieronder opgenomen:

38

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

TOELICHTING (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

40

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

TOELICHTING (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

In het Convenant zijn de indicatieve meerkosten voor een woning van circa 60 m2 per onderwerp weergegeven. Bij deze meerkosten is nog geen rekening gehouden met de baten en/of subsidies die van toepassing zijn per thema en juist kosten kunnen drukken. Peildatum 1 februari 2022.

Indicatieve meerkosten De initiatiefnemer zal natuurlijk aan de voorwaarden voldoen, die bij "brons" horen. Daarmee wordt voldaan aan de eisen, die er op het gebied van duurzaamheid gesteld worden aan dit ambitieniveau. Bij de nadere uitwerking van de plannen zal nagegaan worden, of op sommige aspecten wellicht het predicaat "zilver" haalbaar is.

42

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

5.12

Milieueffectrapportage / M.E.R.-(beoordelings)plicht

5.12.1 Wet- en regelgeving en beleid Milieueffectrapportage is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. De Wm is een kaderwet waarin de uitgangspunten van het milieubeleid staan beschreven. In het Besluit m.e.r. staat voor welke plannen en besluiten in welke gevallen een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Het besluit bevat bijlagen waaronder de C- en D- lijst. Door middel van deze lijsten kan bij het opstellen van een ruimtelijk plan worden beoordeeld of het plan een ontwikkeling omvat die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kent. Bij een (directe) m.e.r.-plicht dient hoe dan ook een MER opgesteld te worden. Bij een m.e.r.-beoordelingsplicht dient te worden beoordeeld of de activiteit vanwege bijzondere omstandigheden toch belangrijke milieugevolgen kan hebben. Indien dat het geval is dan ligt een m.e.r.-procedure in de rede. Zo niet, dan dient het bevoegd gezag expliciet te besluiten dat geen m.e.r.-procedure noodzakelijk is. Een derde situatie die zich kan voordoen betreft de situatie waarbij de betreffende activiteit qua omvang beneden de drempelwaarde voor m.e.r.-beoordeling blijft. Ook in dat geval is, op grond van art. 2 lid 5 van het Besluit m.e.r., nog een beoordeling nodig, zij het dat dit een vormvrije beoordeling betreft.

De conclusie van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan worden verwerkt in de toelichting op het 'moederbesluit'. 5.12.2 Onderzoek M.e.r. (beoordelings)plicht Er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die m.e.r- (beoordelings)plichtig zijn. 5.12.3 Conclusie M.e.r. (beoordelings)plicht Voor het bouwplan hoeft geen m.e.r of m.e.r-beoordeling te worden uitgevoerd.

TOELICHTING (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Financiele uitvoerbaarheid

Indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwplannen in de zin van artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, (hierna “een aangewezen bouwplan”), in combinatie met een bestemmingsplan, wijzigingsplan, projectuitvoeringsbesluit of omgevingsvergunning is de afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (Grondexploitatiewet) van toepassing. In dit geval is sprake van een aangewezen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1. Bro. Dit houdt in dat de gemeenteraad een exploitatieplan dient vast te stellen tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Dat kan via een privaatrechtelijke overeenkomst. Met de initiatiefnemer is een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten waardoor er geen exploitatieplan vastgesteld hoeft te worden en de economische uitvoerbaarheid van het project is verzekerd.

6.2

Communicatie

6.2.1

Overleg met de buurt

Op 8 september 2021 heeft er een informatiebijeenkomst plaatsgevonden. Omwonenden zijn gericht uitgenodigd om kennis te nemen van de voorgenomen plannen.Tijdens de bijeenkomst zijn de plannen gepresenteerd en was er volop gelegenheid om daarop te reageren. Hoewel er ook kritische geluiden te horen waren stemde de meerderheid van de aanwezigen in met de plannen. Een kort verslag van deze informatiebijeenkomst is opgenomen in Bijlage 7. 6.2.2

Uitkomsten vooroverleg

Omdat de nieuwe ontwikkeling binnen de zogenaamde rode contour geprojecteerd is, zijn er geen provinciale belangen in het geding. Conform afspraken met de provincie behoeft een dergelijk plan in het kader van het (voor)overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening niet toegezonden te worden aan de provincie. Op basis van de digitale watertoets kan geconcludeerd worden, dat er geen nader overleg met het Waterschap hoeft plaats te vinden.

44

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische aspecten

Inleiding

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op dezelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Daarbij is zo dicht mogelijk aangesloten bij de regels van het vigerende plan Baarn-Noord. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld en om de uitleg daarvan.

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels.

7.2

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Artikel 2 Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.

7.3

Bestemmingsregels

Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven: Artikel 3 Tuin Deze bestemming is toegekend aan de 'voortuin' en 'zijtuin'. In principe mogen deze gronden niet bebouwd worden, met uitzondering van erfafscheidingen en kleine andere bouwwerken. Artikel 4 Wonen Deze bestemming is toegekend aan het resterende deel van het plangebied. Binnen deze bestemming is een bouwvlak opgenomen. De hoofdbebouwing mag uitsluitend binnen de begrenzing van dit bouwvlak worden opgericht. De maximale goothoogte is bepaald op 5 meter, terwijl de maximale bouwhoogte van die woning 7 meter bedraagt. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. In deze voorwaardelijke verplichting is bepaald, dat de nieuwbouw van de woning pas dan mag plaatsvinden wanneer voldoende zekerheid is

TOELICHTING (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73 geboden, dat de bestaande garage/ berging gesloopt wordt.

7.4

Algemene regels

Artikel 8 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 9 Overige regels In dit artikel wordt geregeld dat een bouwplan moet voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien op een andere wijze voorzien kan worden in voldoende ruimte voor laden en lossen. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken voor zover het voldoen aan de regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn. Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen.

7.5

Overgangs- en slotregels

Artikel 11 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Bro is voorgeschreven. Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen. Artikel 12 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.

46

TOELICHTING (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12526547/1