CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

678740 Bestemmingsplan Drakenburgerweg 73 bijlage 3 Toelichting

Besluit in de Raad 19 april 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Bestemmingsplan Drakenburgerweg 7313.149 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Baarn, Drakenburgerweg 73

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Inhoudsopgave

TOELICHTING

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Begrenzing plangebied 1.3 Geldende plannen en regelingen 1.4 Leeswijzer

4 4 4 5 6

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

7

Hoofdstuk 3

Nieuwe situatie

10

Hoofdstuk 4 Beleid en regelgeving 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

14 14 15 16

Hoofdstuk 5 Haalbaarheidsaspecten 5.1 Water 5.2 Bodem 5.3 Flora en fauna 5.4 Archeologie en cultuurhistorie 5.5 Geluid 5.6 Luchtkwaliteit/ stikstofdepositie 5.7 Bedrijven en milieuzoneringen 5.8 Externe veiligheid 5.9 Verkeer en parkeren 5.10 Onderzoek kabels, leidingen en telecommunicatieinstallaties 5.11 Duurzaamheid 5.12 Milieueffectrapportage / M.E.R.-(beoordelings)plicht

22 22 24 25 26 28 30 33 35 37 38 38 43

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiele uitvoerbaarheid 6.2 Communicatie

44 44 44

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten 7.1 Inleiding 7.2 Inleidende regels 7.3 Bestemmingsregels 7.4 Algemene regels 7.5 Overgangs- en slotregels

45 45 45 45 46 46

2

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

TOELICHTING

TOELICHTING (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het bouwplan betreft de sloop van een bijgebouw en de realisatie van een nieuwe woning en bijgebouw op het afgesplitste deel van het perceel aan de Drakenburgerweg 73 te Baarn. Het bouwplan is strijdig met het bestemmingsplan Baarn Noord. De gemeente Baarn heeft aangegeven positief te staan tegenover het bouwplan en is bereid medewerking te verlenen. Hiervoor dient een herziening van het bestemmingsplan te worden opgesteld.

1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen op de hoek van de Drakenburgerweg en de Diepenbrocklaan te Baarn. Het plangebied omvat een afgesplitst gedeelte van het bestaande perceel Drakenburgerweg 73. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied in groter verband aangeduid.

Ligging plangebied in groter verband Wanneer we meer inzoomen wordt het duidelijk welk deel van het perceel Drakenburgerweg 73 afgesplitst wordt:

4

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Het afgesplitste deel van het perceel Drakenburgerweg 73 is rood omlijnd

1.3

Geldende plannen en regelingen

Het plangebied ligt in het op 25 september 2013 vastgestelde bestemmingsplan Baarn Noord. Een uitsnede van de verbeelding bestemmingsplan Baarn-Noord is hieronder opgenomen:

TOELICHTING (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan Baarn-Noord Op de uitsnede is te zien, dat het perceel al de bestemming Wonen, maar nog niet voorzien is van een bouwblok. Aan de noord- en oostzijde van het perceel ligt een strook grond met de bestemming Tuin. Daarnaast is een klein deel in de uiterste noordpunt van het perceel (de 'plusjes') nog voorzien van een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Het bouwplan is strijdig met het bestemmingsplan aangezien het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van de beoogde nieuwe woning niet is voorzien van een bouwvlak. Conclusie: Het bouwplan is strijdig met het bestemmingsplan Baarn Noord. Om het plan te kunnen realiseren is een herziening van het bestemmingsplan nodig.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de nieuwe situatie beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 is de gewenste ontwikkeling getoetst aan de relevante milieuaspecten. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en de communicatie. In hoofdstuk 7 worden de juridische aspecten beschreven.

6

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

Op het perceel aan de Drakenburgerweg 73 te Baarn is de helft van een dubbele woning aanwezig met een garage/ berging de achter/ zijtuin. De bestaande situatie is in beeld gebracht door de architect:

Bestaande situatie (Bron: Architek tenburo Groenesteijn) Onderstaande foto's geven een beeld van de bestaande situatie (Bron: Google Earth en Blomecologie):

TOELICHTING (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Vooraanzicht bestaande woning met links de te slopen garage

De te slopen garage

Bestaande situatie hoek Drakenburgerweg/ Diepenbrocklaan. Op de foto is goed te zien, dat de bestaande garage/berging bestaat uit 1 bouwlaag met een kap. Deze bebouwing wordt vanaf de zijde van de Diepenbrocklaan deels aan het zicht onttrokken door de erfafscheiding in de vorm van een groene haag:

8

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Zicht vanaf de Diepenbrocklaan (Bron: Google Earth)

TOELICHTING (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Hoofdstuk 3

Nieuwe situatie

Zoals gezegd is het de bedoeling een deel van het bestaande perceel Drakenburgerweg 73 af te splitsen, zodanig, dat op het afgesplitste gedeelte een vrijstaande woning gerealiseerd kan worden. Hiervoor is het nodig de bestaande garage/ berging te slopen en daarvoor in de plaats een nieuwe garage/ berging te realiseren op het achtererf. Opgemerkt kan worden, dat de nieuwe garage/ berging aanzienlijk kleiner is dan de huidige, waardoor deze nieuwbouw minder opvallend zal ogen. De nieuwe garage wordt ontsloten vanaf de Diepenbrocklaan, waarbij er voor gezorgd zal worden, dat de bestaande forse eik als beeldbepalende boom ongehinderd kan blijven bestaan. De gewenste nieuwe situatie is als volgt in beeld gebracht door de architect:

Beoogde nieuwe situatie (Bron: Architektenburo Groenesteijn) Door Architektenburo Groenesteijn is een impressie getekend van de beoogde nieuwe situatie. Daaruit blijkt, dat het de bedoeling is de nieuwe woning uit te voeren in 2 lagen een kap, waarbij de onderste bouwlaag zich onder het maaiveld bevindt. Dit heeft tot gevolg, dat de nieuwe woning er uit zal zien als een gebouw bestaande uit 1 bouwlaag met een kap. De maximale goothoogte zal 5 meter bedragen, terwijl de maximale bouwhoogte 7 meter zal bedragen.

10

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Beoogd volume nieuwbouw ten opzichte van de bestaande bebouwing

Doorsnede, waarbij duidelijk zichtbaar is, dat de onderste bouwlaag in feite bestaat uit een kelderverdieping

TOELICHTING (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Zijgevel oostzijde (zijde Diepenbrocklaan) met contour huidige woning in het blauw

Achtergevel (zuidgevel)

12

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Zijgevel westzijde (zijde bestaande woning)

Voorgevel (zijde Drakenburgerweg)

TOELICHTING (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Hoofdstuk 4

Beleid en regelgeving

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Toetsing Het onderhavige initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

De juridische borging van de nationale belangen vindt plaats in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Een aantal regelingen is ‘getrapt’ vastgelegd. Voorgaande houdt in dat de provincies, gemeenten en hoogheemraadschappen verplicht zijn dit beleid nader uit te werken. In het Barro wordt een aantal projecten die van nationaal belang zijn genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Aan elk soort project wordt een set regels gekoppeld waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Volgens de toelichting van de Rijksoverheid draagt het Barro bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en “vermindering van de bestuurlijke drukte” De bedoeling is dat belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen door het Barro op voorhand onmogelijk worden gemaakt. Dat zal moeten leiden tot een versnelde uitvoering van die projecten. Het Barro brengt ook met zich mee dat gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakt aan een belang van één van de 13 projecten in het Barro, nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. Toetsing

14

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. Dit betekent, dat het relevante beleidskader wordt gevormd door provinciaal en vooral gemeentelijk beleid. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. Toetsing Van belang is de vraag of het plan voorziet in een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Daarover kunnen we kort zijn: Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt op 12 woningen. Aangezien bij dit plan per saldo slechts 1 extra woning wordt gerealiseerd is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en is er geen verantwoording noodzakelijk in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie en omgevingsverordening

De Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening van de provincie Utrecht is op 1 april 2021 in werking getreden. In de Omgevingsvisie wordt het volgende gesteld: De provincie Utrecht ligt midden in ons land en is een geliefde plek om te wonen, werken en recreëren. Naar verwachting wonen er over dertig jaar een kwart meer mensen in de provincie Utrecht dan nu. Hoe zorgen we als provincie dat iedereen prettig en gezond kan leven? Het is belangrijk om daar nu al over na te denken. In de Omgevingsvisie staat hoe wij willen dat de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie gaat over onze fysieke leefomgeving: dit is alles op, onder en boven de grond. Denk aan: woningen, bedrijven, fietspaden, wegen, rivieren, recreatieterreinen, natuurgebieden en landbouwgronden. Met de Omgevingsvisie geven we richting aan de toekomstige leefomgeving. In de Omgevingsverordening staan de regels die daarvoor nodig zijn. Ten aanzien van de grote bouwopgave voor woningen in de provincie wordt het volgende gesteld: De ruimte in onze provincie is beperkt terwijl de vraag naar ruimte groot is. Dat stelt de provincie Utrecht voor een grote uitdaging: hoe gaan we om met de groei van inwoners en bedrijven zonder dat dit ten koste gaat van een prettige en gezonde leefomgeving? We móeten keuzes maken. Daarom is ons uitgangspunt om waar mogelijk te kiezen voor slim combineren en concentreren.

Door te bouwen in bebouwd gebied (concentreren) zorgen we er juist voor dat er op andere plekken in de provincie ruimte overblijft voor andere zaken dan wonen. In de Omgevingsverordening worden handen en voeten gegeven aan de beleidsuitspraken. Daarin wordt onder andere gesteld dat de binnenste-delijke opgave kansen biedt om de leefbaarheid in de steden en dorpen te verbeteren, als er voldoende aandacht is voor de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving. Dit sluit aan bij de vraag naar vergroting van het draagvlak voor voorzieningen en het openbaar vervoer en het vermindert de druk op het landelijk gebied. Ook het verminderen van kantoren en het herstructureren van bedrijventerreinen vallen binnen deze binnenstedelijke opgave. Het accent ligt op revitalisering, intensivering en/of herstructurering van bestaande bedrijventerreinen. De provincie stimuleert dat overheden en marktpartijen zich gezamenlijk inspannen om de binnenstedelijke opgave te realiseren. De beoogde ontwikkeling op de hoek van de Drakenburgerweg en de Diepenbrocklaan draagt bij aan de woningbouwopgave in het stedelijke gebied en verhoogt de kwalitatieve woonomgeving. Conclusie:

TOELICHTING (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Het bestemmingsplan past binnen de kaders van het provinciale beleid, zoals beschreven in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Toekomstvisie/Structuurvisie Baarn in 2030

Op 10 juli 2013 heeft de gemeenteraad de Toekomstvisie / Structuurvisie Baarn in 2030 vastgesteld. In deze Toekomstvisie en de hieruit voortvloeiende Structuurvisie is aangegeven wat het wensbeeld is voor 2030 en hoe Baarn dit wensbeeld denkt te bereiken. De visie op Baarn in 2030, die bestaat uit een overkoepelend en samenhangend ideaalbeeld, is uitgewerkt in de volgende zes thema's: Hoogwaardig wonen. Levendig centrum met hoog voorzieningenniveau. Groene en blauwe vertoefplekken. Bestendige bedrijvigheid. Sociale samenhang. Bestuurlijke zelfstandigheid. Wonen in Baarn staat voor 'hoogwaardig wonen'. Dit is één van de kernidentiteiten waar Baarn op bouwt. De gemeente wil deze identiteit verder ontwikkelen, om Baarn zo ook voor komende generaties een prettig en leefbaar dorp te laten zijn. Naast de juiste woningen voor verschillende groepen, gaat het om een aantrekkelijke omgeving waar wonen, werken, spelen en recreëren hand in hand gaan. Om dit te bereiken zet de gemeente in op de volgende thema's kwaliteit van wonen en woonomgeving. inzet voor jonge huishoudens op de woningmarkt. Senioren. wonen met zorg. Op de structuurvisiekaart en de kaart ‘potentiële inbreidingslocaties’ zijn de locaties voor transformatie/ herstructurering naar woningbouw of vervangende nieuwbouw weergegeven (zie navolgende afbeelding).

Dit zijn de beoogde ontwikkelingslocaties voor de komende jaren met een doorkijk richting 2025. Het plangebied is weliswaar niet als een potentiële inbreidingslocatie aangewezen, maar past wel in het streven om woningbouw te realiseren voor verschillende doelgroepen.

16

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Structuurvisiekaart met aanduiding inbreidingslocaties Toetsing De beoogde ontwikkeling op de hoek van de Drakenburgerweg en de Diepenbrocklaan sluit aan bij de vigerende beleidskaders in Baarn. 4.3.2

Visie Wonen 2019

De Visie Wonen 2019 is door de raad vastgesteld op 25 september 2019. Ambities De Visie Wonen bouwt voort op de eerdere visie uit 2016. Daarin stonden vier ambities centraal: het werken aan een evenwichtiger bevolkingsopbouw, een toegankelijker en comfortabeler woningvoorraad, verduurzaming van die woningvoorraad en ruimte voor het segment tussen huren en kopen (middenhuur en goedkope koop). Deze vier ambities staan nog overeind. Wel zijn ze iets aangescherpt, passend bij de huidige tijd. Daarnaast is er een vijfde ambitie is: het ruimte bieden aan alternatieve woonwensen. De 5 ambities worden hieronder beschreven: 1. Evenwicht in de bevolkingspiramide Door veranderende bevolkingssamenstelling, met minder jongeren en meer ouderen, staat de variatie in het voorzieningenaanbod onder druk. Met name voorzieningen voor jeugd en jongeren (scholen, verenigingen) hebben hier potentieel last van. De gemeente wil dan ook blijven inzetten op het versterken van het evenwicht in de bevolkingspiramide door meer kansen te bieden aan jongeren en gezinnen met kinderen. Daarmee sluit de visie aan op de motie Wonen voor Twintigers. Het Baarnse woonmilieu is hiervoor passend. Het woningaanbod is echter nu nog te beperkt. Toevoegingen zijn gewenst om bevolkingsomvang en –opbouw op peil te houden. 2.

Toegankelijk comfortabel wonen Tegelijkertijd heeft Baarn een relatief groot aantal inwoners van 65 jaar en ouder. De meeste ouderen zijn lang(er) gezond en participeren actief in de samenleving. Bovendien zijn zij doorgaans gehecht aan de woning waarin zij wonen. Laat onverlet dat een deel van de 65-plussers aanpassing aan de woning,

TOELICHTING (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73 een andere woning of omgeving wensen; vaak makkelijker toegankelijk, comfortabel en nabij voorzieningen. Hieraan wordt preventief aandacht besteed in de bestaande woningvoorraad en door nieuwbouw ten behoeve van doorstroming. Een deel van de ouderen krijgt te maken met een zorgvraag. Doorgaans blijven zij ook (langer) zelfstandig thuis wonen. Dit geldt daarnaast ook voor andere groepen die een zorgbehoefte hebben, zoals mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische aandoening (GGZ). Voor mensen die zelfstandig thuis wonen, met een behoefte aan zorg en ondersteuning, willen we enerzijds zorg aan huis beter mogelijk maken, anderzijds ook ruimte bieden voor nieuwe woonconcepten met zorg nabij. 3. Verduurzaming van woningen De Baarnse woningvoorraad is doorgaans van hoogwaardige kwaliteit. Er liggen desalniettemin opgaven om de voorraad meer toekomstbestendig te maken. Belangrijk daarbij is de verduurzaming van woningen. Hiermee wil de gemeente klimaatdoelen bereiken (minder uitstoot CO2) en er zorg voor dragen dat de afhankelijkheid van energie afneemt. Dit leidt uiteindelijk tot besparing op de totale woonlasten van huishoudens. De gemeente ziet de verduurzaming primair als verantwoordelijkheid van huiseigenaren zelf; inwoners en verhuurders. Waar nodig ondersteunt de gemeente dit door informatievoorziening. 4.

Ruimte in sociale huur en tussen huur en koop Baarn kent twee gezichten. Enerzijds zijn er de wijken met relatief veel (sociale) huurwoningen, anderzijds wijken met vooral grote duurdere woningen. We zien een structureel tekort aan sociale huurwoningen. Tegelijkertijd zijn er tekorten in de middenhuur en goedkopere koopsector (zie vervolg). Om verschillende inkomensgroepen reële kansen te bieden om in Baarn te (blijven) wonen, is een gevarieerde opbouw van de betaalbare huur- en koopvoorraad gewenst. De corporaties die Baarn tot hun werkgebied mogen rekenen worden uitgedaagd om mee te helpen aan het invullen van deze opgaven. Dit kan door nieuwbouw, maar ook door een herschikking in de bestaande woningvoorraad mede om in wijken meer variatie te krijgen. Te denken is aan omzetten van sociale huur naar middenhuur of betaalbare koop, en toevoeging van nieuwe sociale huurwoningen. 5. Kansen voor het verwezenlijken van alternatieve woonwensen Bij al de geschetste ontwikkelingen voor Baarn zijn de meer traditionele woonwensen leidend: een huis met een tuintje, of een appartement met ruim balkon. Tegelijkertijd zien we op dit moment dat mensen kiezen voor andere woonvormen: meer collectief in hofjes, minder groot passend bij de leefstijl en om het wonen betaalbaar te houden, duurzamer. Wij willen in Baarn ook ruimte geven aan het verwezenlijken van deze alternatieve woonwensen.

Woningbouwlocaties bieden hier ruimte voor.

Een 10-tal opgaven Door middel van een woningmarktanalyse heeft de gemeente Baarn de actuele stand van zaken rond de ambities opgemaakt en vastgesteld aan welke opgaven nu prioriteit gegeven moet worden. Dit heeft geleid tot het opstellen van een 10-tal opgaven: Toevoegen van woningen voor jonge huishoudens die zich willen vestigen in Baarn, met aandacht voor het rustige en ruimtelijke woonmilieu waar zij in Baarn voor kiezen. Dit moet niet alleen op nieuwbouwlocaties als Baarnsche Zoom, maar ook in andere meer groene woonmilieus door toevoeging van middenhuur tot € 950 en koop tot € 300.000. Daarmee vullen we het gat tussen huur en koop, en maken we doorstroming op de woningmarkt makkelijker mogelijk; Faciliteren van een betere benutting van het bestaande vastgoed in de gemeente: door a) splitsen van grote woningen, b) toepassen van het afwegingskader transformatie kantoorpanden; Inzet op realisatie van woningen, door prioriteit te geven aan woningbouwprojecten die op korte termijn gerealiseerd kunnen worden;Bestaande woningvoorraad kwalitatief beter laten aansluiten bij de veranderende woonwensen gericht op het langer zelfstandig kunnen wonen van ouderen en andere huishoudens met een (intensieve) zorgvraag; Toevoegen van woonvormen voor ouderen en mensen met een zorgvraag: Voor de reguliere huisvestingsvraag inzetten op meer toegankelijke huur- en koopwoningen.

Bij locaties nabij voorzieningen geldt als wens levensloopgeschiktheid; Als onderdeel van de vraag naar ‘toegankelijke woningen’ inspelen op de behoefte aan geclusterd 18

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73 wonen op locaties nabij voorzieningen, waarbij tot 2025 de opgave minimaal 25 sociale huurwoningen betreft en na 2025 dergelijke woonzorgontwikkelingen op centrumlocaties de voorkeur hebben; Ten behoeve van de uitstroom uit Beschermd Wonen en Jeugdzorg jaarlijks circa 10 (zeer) betaalbare sociale huurwoningen. Inzet op energietransitie binnen de bestaande woningvoorraad gericht op verduurzaming van de woningvoorraad tegen aanvaardbare kosten, via een combinatie van collectieve maatregelen (bijvoorbeeld een warmtenet) en individuele maatregelen (bijvoorbeeld warmtepompen en isolatie). Dit vraagt bovendien dat mensen meer bewust zijn van de noodzaak van verduurzaming van hun woning; Inrichting van een klimaatbestendige woon- en leefomgeving; Toevoegen van sociale huurwoningen, gericht op 3.000 woningen richting 2025. Deze opgave in samenhang zien met de wens voor meer middenhuur (+50 tot 100 woningen tot 2030) en sociale koop (+150 woningen tot € 200.000 conform Besluit ruimtelijke ordening), en middelduur (tot € 300.000); Borgen dat nieuwbouw in de categorieën sociale huur, middenhuur en sociale koop duurzaam beschikbaar blijven voor de doelgroepen waarvoor deze woningen zijn gerealiseerd; Stimuleren en faciliteren ontwikkeling van specifieke alternatieve woonvormen met een breed maatschappelijk belang.

Afwegingskader woningbouw De gemeente toetst vanuit deze Visie Wonen woningbouwplannen aan het afwegingskader woningbouw: Voldoende woningen 850 woningen tot 2030 In dit afwegingskader is het vertrekpunt toevoeging van circa 850 woningen tot 2030. Dit aantal woningen vraagt een forse inspanning om te realiseren. De praktijk laat zien dat bij veel plannen enige vertraging optreedt. Daarom zullen we enerzijds voldoende planologische ruimte voor nieuwbouw moeten hebben, gericht op continuïteit in woningbouw de komende tien jaar. Daartoe willen we minimaal 1.000 woningen in de planning hebben. Hiermee houden we rekening met de potentiële planuitval of vertraging in planontwikkeling door de veelheid aan kleinere en soms ook complexere locaties. Ook biedt dit nog enige gelegenheid voor sturing op de gewenste kwalitatieve ontwikkeling van woningbouw, aansluitend bij de verschillende mogelijkheden per locatie. Anderzijds zullen we onze inzet moeten richten op die plannen die voor de korte termijn gerealiseerd kunnen worden. De juiste woningen: kwalitatief afwegingskader Naast locaties gaat het ook om de kwalitatieve invulling van de locaties. Vanuit de Visie Wonen geven we een aantal maatschappelijke kaders mee waar woningbouw in moet voorzien.

Op basis van de huidige planinventarisaties zien we vooral een tekort aan plannen bij geclusterde woonzorgvormen, en passende locaties hiervoor. Planontwikkelingen die hierin voorzien, verdienen daarom prioriteit. Als op enig moment (op basis van jaarlijkse monitoring) blijkt dat in voldoende mate wordt voorzien in een van deze segmenten, dan vervalt deze optie voor een initiatiefnemer en resteren de andere segmenten om maatschappelijk aan bij te dragen. Samengevat Samengevat worden woningbouwplannen als volgt afgewogen

TOELICHTING (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

De bouw van de vrijstaande woning op de hoek van de Drakenburgerweg en de Diepenbrocklaan past binnen het kader, dat door de Visie Wonen 2019 is aangegeven. 4.3.3

Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn

De Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn is op 26 februari 2014 door de gemeenteraad van Baarn vastgesteld. De nota verwoordt ambities en biedt inspiratie voor ontwikkelende partijen, particulieren die (bouw)plannen hebben en voor de gemeente zelf. Deze nota vervangt de Welstandsnota uit 2004 maar heeft een bredere opzet. Het gaat daarbij niet alleen om de beoordeling van gebouwen maar om het totale beeld en de samenhang binnen een (openbaar) gebied. De "Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn" kan worden onderscheiden in 3 delen, te weten inleiding, inspiratie en toetsingskader. Het zwaartepunt van de nota is gelegd bij het onderdeel inspiratie. Het plangebied is gelegen in gebied C.5 'Componistenbuurt', waarvoor als beeldbepalende ambitie 'regulier' geldt. Het ruimtelijk streefbeeld voor dit gebied betreft: Evenwichtige gevelopbouw / traditionele materialen; Individuele uitstraling bij vrijstaande panden; Eenheid binnen het bouwblok en woningtype bij rijwoningen; Bebouwing staat in duidelijke rooilijn; Open voortuinen met lage erfscheidigen aan de straat; Heldere profielopbouw: rijweg en trottoirs; Zoveel mogelijk behoud van bomen in openbare ruimte.

Om dit streefbeeld te bereiken gelden bij gebouwen, percelen en de openbare ruimte onderstaande aandachtspunten: Gebouwen Neem de bestaande en beoogde omgeving als referentiepunt voor alle bouwwerken; Zorg dat bouwkundige toevoegingen of aanpassingen passen in de stedenbouwkundige structuur en aansluiten op de typologie, de detaillering en het materiaalgebruik; Houd bij ontwikkelingen de strakke rooilijnen aan; zij geven de rust; Plaats de voorgevel van woningen evenwijdig aan de straat; Zoek per cluster naar eenheid in de massaopbouw van het hoofdgebouw; Maak voor de dakbedekking gebruik van royale kappen met een nok; Geef de gevels een evenwichtige opbouw; Zorg dat aan- en uitbouwen ondergeschikt blijven aan de hoofdmassa; Zorg voor een individuele uitstraling bij vrijstaande panden; Gebruik traditionele materialen (baksteen, hout, pannendaken); Zorg dat dakkapellen en dakopbouwen zorgvuldig worden vormgegeven, neem eenduidigheid bij gelijke situaties/per blok of buurt als uitgangspunt; Bepaal het kleur- en materiaalgebruik per rij/cluster/blok in samenhang; Neem bij verbouw bestaande karakteristieke details tot uitgangspunt.

20

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Percelen Houd de ruimte open, gebruik lage open erfscheidingen langs de straten of gemetselde muurtjes gecombineerd met hagen en ander groen; Laat verharding in de voortuin achterwege; groen bepaalt de kwaliteit; Houd de voortuinen open: plaats geen bouwwerken (zoals carports) vóór de voorgevel. Openbare ruimte Zorg voor een eenduidige herkenbare vormgeving in het profiel van straten en lanen, rijweg, parkeerplaatsen en trottoirs; Zorg goed voor de bomen in openbare ruimte en behoud ze waar mogelijk in de smalle straatprofielen; Behoud de ruimte in het straatprofiel: van gevel tot gevel, niet alleen in de openbare ruimte. Met het bouwplan is rekening gehouden met de voorwaarden uit de nota. Geconcludeerd wordt dat het bouwplan past binnen de kader van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn 4.3.4

Convenant Duurzame woningbouw

Door de provincie Utrecht is een Convenant Duurzame Woningbouw opgesteld. Dit convenant wordt medeondertekend door de gemeente Baarn en vormt dan als zodanig het gemeentelijk beleid op het gebied van duurzame woningbouw. Dit convenant brengt de belangrijkste duurzaamheidsthema's samen en biedt een kader voor opdrachtgevende en opdrachtnemende partijen om de duurzaamheidsambities in de woningbouwopgave te integreren. De thema's waar dit convenant zich op richt zijn: circulariteit, energie, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit, natuurinclusiviteit en gezondheid. Uitgangspunt zijn de landelijke doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, circulariteit en de energietransitie. In het convenant zijn de afspraken, de intenties en het bijbehorend handelingsperspectief opgenomen. Om zoveel mogelijk gezamenlijk op te kunnen trekken, doet het convenant recht aan de verschillen in ambities van betrokken partijen. Die kunnen uiteenlopen van 'het halen van de wettelijk norm is al een uitdaging' tot aan 'de ambities moeten zo uitdagend mogelijk zijn en de lat moet hoog liggen'. Dit convenant doet zoveel mogelijk recht aan beide behoeften, daarom introduceren we één kader waarbinnen ruimte is voor de ambitieniveaus 'brons', 'zilver' en 'goud'. Brons ligt dicht tegen het wettelijk minimum aan, zilver stijgt daar bovenuit en goud is echt een koplopersambitie.

Het convenant is nog heel "vers". Dit betekent, dat de verschillende ondertekenaars nog ruimte gegund wordt om in de praktijk te leren omgaan met de verschillende doelstellingen. Per project dient nagegaan te worden of er op alle fronten bijvoorbeeld voor "zilver" gegaan wordt, of dat voor bepaalde onderdelen een afwijkend ambitieniveau nagestreefd wordt.

TOELICHTING (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Hoofdstuk 5

Haalbaarheidsaspecten

5.1

Water

5.1.1

Wet- en regelgeving en beleid

Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) richt zich op de bescherming van water in alle wateren en stelt zich ten doel dat alle Europese wateren in 2015 een 'goede toestand' hebben en dat heel Europa duurzaam omgaat met water. Waterwet De Waterwet (2009) regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet helpt Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Het Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) geldt voor de planperiode 2016-2021 en heeft voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Provinciaal Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 (BWM-plan) Op 7 december 2015 heeft de provincie het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 (BWM-plan) vastgesteld. Dit plan legt het beleid op basis van de provinciale wettelijke taken voor bodem, water en milieu vast voor de periode 2016-2021.

Het BWM-plan richt zich op vier belangrijke maatschappelijke opgaven: waterveiligheid en wateroverlast, schoon en voldoende oppervlaktewater, ondergrond en leefkwaliteit stedelijk gebied. Vanaf 2016 is al het bodem-, water en milieubeleid in één integraal plan opgenomen. De opgaven vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) maken deel uit van dit plan. De provincie heeft in het plan de volgende doelen geformuleerd: Wij streven naar een robuust bodem- en watersysteem. Dit houdt in dat onder normale omstandigheden alle functies goed uitgevoerd kunnen worden en dat extreme situaties goed opgevangen kunnen worden. Wij streven naar bodem-, water- en milieukwaliteiten die passend zijn voor de functie van een gebied. Wij streven naar een duurzaam gebruik van de fysieke leefomgeving, zodat de mogelijkheden die het natuurlijk systeem ons biedt ook in de toekomst gebruikt kunnen worden. Wij streven naar een gezonde leefomgeving, die een positieve bijdrage levert aan de economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio. Om hierin een focus aan te brengen zijn vier prioriteiten benoemd: 1. 2. 3. 4.

Waterveiligheid en wateroverlast Schoon en voldoende oppervlaktewater Ondergrond Leefkwaliteit stedelijk gebied

Waterschap Vallei en Veluwe Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het Algemeen Bestuur van het waterschap heeft op november 2021 het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Het nieuwe waterbeheerprogramma draagt de titel 'Blauw Omgevingsprogramma (BOP)'. Het waterbeheerprogramma gaat uit van 5 hoofddoelen: Gebiedsgericht: De vier deelgebieden van ons beheergebied staan centraal. We opereren meer vanuit de deelgebieden en minder vanuit centrale sturing. Omgevingsbewust: Volledig in de geest van de Omgevingswet; een digitaal product en sturend

22

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73 vanuit de behoeftes van de omgeving. Co-cree.rend: Het faciliteert de samenwerking met andere partijen en geeft vorm aan participatie via uitnodiging en uitgenodigd worden. Verantwoordelijk: Het BOP streeft maximale, maatschappelijke meerwaarde na op basis van onze rollen en bevoegdheden, die passen bij de opgaven (presterend, samenwerkend, responsief en rechtmatig). Adaptief: Voortschrijdend, responsief en flexibel, zodat kan worden ingespeeld op accentwijzigingen en veranderingen in de maatschappij. Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 Op 20 december 2017 heeft de gemeenteraad van Baarn het Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Soest-Baarn 2018-2022 vastgesteld. Het plan heeft betrekking op alle gemeentelijke watertaken (afvalwater, hemelwater en grondwater), het stedelijk oppervlaktewater en de integratie met de leefomgeving. Het plan beschrijft de achtergronden, het beleid, het programma en de financiën. Ook komen de rollen van gemeente, waterschap, bewoners en bedrijven aan bod. Daarnaast houdt het plan rekening met recente ontwikkelingen en het pas afgeronde technische onderzoek Basiswaterketenplan. Doelstelling is het maken van een duurzaam en robuust watersysteem en rioleringsstelsel, zodat deze de effecten van de klimaatverandering kunnen opvangen.

Dit gebeurt in samenhang met andere ingrepen in de (stedelijke) omgeving, waarbij de kansen worden benut en effectgericht word gewerkt. Nieuwe ontwikkelingen worden 'waterneutraal' ontworpen (geen extra afvoer van hemelwater). Het afvalwater wordt als bron van grondstoffen en energie gezien. Waar kansen zich voordoen, maken we het afvalwater onderdeel van de circulaire economie. Het grond- en oppervlaktewater-beleid richt zich op waterbestendig bouwen, zodat de natuurlijke waterhuishouding behouden blijft. Onder het motto wat groen is moet groen blijven probeert het gemeentebestuur het verharden van tuinen te beperken. Door de klimaatverandering zal hevige neerslag vaker voorkomen en nog heviger worden. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe. Bewoners en bedrijven zullen vaker hinder ondervinden, maar de gemeente wil de kans op overlast beperken en waterschade zoveel mogelijk voorkomen. De gemeente zet het beleid voort om vuil water en schoon hemelwater te scheiden. Het schone hemelwater wordt van de riolering afgekoppeld. Dit afkoppelen is duurzaam en nodig om de gemeente klimaatbestendig te maken. Voor nieuwbouw is de inzet om de ideale situatie steeds meer te benaderen op basis van de stand van de techniek. Dit vraagt om een vroegtijdige verbinding tussen disciplines als ruimtelijke ordening en stedelijk waterbeheer.

Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Het waterschap Vallei en Veluwe zal t.z.t. geïnformeerd worden over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. 5.1.2

Watertoets

Voor het bestemmingsplan is op 24 mei 2022 een watertoets uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen belangen van het Waterschap in het geding zijn. De watertoets is opgenomen als Bijlage 1 bij dit bestemmingsplan. 5.1.3

Conclusie water

Het aspect water vormt geen belemmering voor de bouw van een vrijstaande woning op het perceel Drakenburgerweg 73.

TOELICHTING (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

5.2

Bodem

5.2.1

Wet- en regelgeving en beleid

Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming (1996) is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. Voor ruimtelijke plannen moet ten minste een historisch onderzoek worden verricht (conform NEN 5725). Als uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging, moet een verkennend bodemonderzoek worden verricht (conform NEN 5740). 5.2.2

Verkennend bodemonderzoek

Voor het bouwplan is in juni 2022 een verkennend bodemonderzoek (NEN5740) uitgevoerd door Van Dijk Milieutechniek. De resultaten hiervan zijn opgenomen in Bijlage 2.Op basis van dit verkennende bodemonderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: Uit de analyseresultaten blijkt dat de toplaag van de bodem ter plaatse van de voorziene bouwlocatie licht verontreinigd is met lood en PAK. De onderlaag is als gevolg van de AS3000-correctie licht verontreinigd met PCB. Een lichte verontreiniging met één of meerdere zware metalen en PAK wordt vaker in van oudsher bewoonde gebieden vastgesteld en kan gezien worden als een verhoogd achtergrondgehalte; Het grondwater ter plaatse is licht verontreinigd met barium. Een licht verhoogd gehalte aan barium wordt vaker in het grondwater vastgesteld en wordt doorgaans veroorzaakt door natuurlijke ophoping; Daarnaast is het grondwater als gevolg van de AS3000-correctie licht verontreinigd met som dichlooretheen en som xylenen; Met betrekking tot de vastgestelde milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse kan worden geconcludeerd dat er, gezien de geringe mate aan verontreiniging, milieuhygiënisch gezien geen bezwaar is tegen de toekomstige nieuwbouw.

De beslissing of op deze locatie gebouwd mag worden ligt uiteindelijk bij de gemeente (bouwverordening); Indien na de sloop van de garage of tijdens de nieuwbouwwerkzaamheden een ondergrondse tank wordt vastgesteld dient deze te worden verwijderd. 5.2.3

Asbestinventarisatie

Omdat het de bedoeling is de bestaande garage te slopen heeft Van Dijk Milieutechniek in juni 2022 tevens een asbestinventarisatie uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in Bijlage 3. Op basis van deze asbestinventarisatie kunnen de volgende conclusies getrokken worden: De aanleiding voor de inventarisatie betreft de voorziene sloop van de schuur. Derhalve dient deze in zijn geheel te worden geïnspecteerd. Uit het vooronderzoek zijn géén asbestverdachte/-houdende toepassingen naar voren gekomen. Op basis van de uitgevoerde asbestinventarisatie wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de schuur geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen. Deze rapportage is derhalve geschikt voor het beoogde doel (totaalsloop). 5.2.4

Conclusie bodemonderzoek

Op basis van het verkennende bodemonderzoek en de uitgevoerde asbestinventarisatie kan geconcludeerd worden, dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling op het perceel Drakenburgerweg 73.

24

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

5.3

Flora en fauna

5.3.1

Wet- en regelgeving en beleid

Natuurbescherming in Nederland De Wet natuurbescherming (Wnb) beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet geldt sinds 1 januari 2017 en vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Gebiedsbescherming vanuit de Wet Natuurbescherming De Wet Natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied (of Beschermd natuurmonument) zijn vergunningsplichtig. Gebiedsbescherming vanuit Provinciaal beleid De provinciale groenstructuur bestaat uit het Natuurnetwerk Utrecht (voormalig EHS).

Het Natuurnetwerk Utrecht is een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuwe aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats middels de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. 5.3.2

Onderzoek flora en fauna

Door Blom Ecologie is in mei 2022 een quickscan verricht naar de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling voor beschermde natuurgebieden en beschermde soorten. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in een rapport, dat als Bijlage 4 aan dit plan is toegevoegd. Op basis van dit onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden Gebiedsbescherming: De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied of provinciaal aangewezen beschermde gebieden. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Dit blijkt ook uit het overzicht van beschermde gebieden in het kader van gebiedsbescherming, dat hieronder is opgenomen:

Soortenbescherming: De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor soorten welke niet beschermd zijn (behoudens de algemene zorgplicht) en/of waarvoor een vrijstelling geldt. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli). Hieronder is een overzicht opgenomen van beschermde soorten. Hieruit blijkt, dat voor geen enkele soort nader onderzoek nodig is.

TOELICHTING (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Houtopstanden Op de planlocatie zijn geen kapwerkzaamheden voorzien. 5.3.3

Conclusie

Als gevolg van het bouwplan worden er geen negatieve effecten op beschermde gebieden of de populaties van beschermde planten of dieren verwacht.

5.4

Archeologie en cultuurhistorie

5.4.1

Wet- en regelgeving en beleid

Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet 2016 is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. 5.4.2

Onderzoek archeologie

In het vigerende bestemmingsplan is een (heel klein) deel van de gronden aan de noordzijde van het plangebied voorzien van de dubbelbestemming "Waarde – Archeologie" (de "plusjes" op de plankaart). Dit houdt in dat voor bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 100 m², alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, door de aanvrager een rapport wordt overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. Omdat de dubbelbestemming gelegen is op een deel van de Tuin-bestemming aan de noordzijde en hier geen werkzaamheden nodig zijn ten behoeve van de bouw van de nieuwe woning is het niet nodig op basis van het vigerende bestemmingsplan een archeologisch onderzoek te verrichten. Inmiddels heeft de gemeente Baarn in april 2019 een Beleidsvisie Erfgoed vastgesteld. In deze visie wordt onder andere verwezen naar de door RAAP in 2018 opgestelde archeologische waarden- en verwachtingskaart en een cultuurhistorische waardenkaart. Hieronder is een uitsnede opgenomen van deze archeologische waarden- en verwachtingskaart:

26

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Uitsnede archeologische waarden- en verwachtingskaart met het plangebied binnen de witte cirkel Bij deze kaart hoort de volgende (uitsnede van de) legenda:

Uitsnede legenda archeologische waarden- en verwachtingskaart (Bron: Beleidsvisie Erfgoed) Op basis van deze archeologische waarden- en verwachtingskaart kan geconcludeerd worden, dat het plangebied gelegen is in een gebied met een lage verwachtingswaarde. Voor een dergelijk gebied is geen archeologisch onderzoek nodig. 5.4.3

Onderzoek cultuurhistorie

In de nabijheid van het plangebied zijn geen gemeentelijke en/of rijksmonumenten aanwezig. Ook is het plangebied niet gelegen binnen de begrenzing van een Beschermd Stads- of Dorpsgezicht. De gewenste ontwikkeling in het plangebied heeft dan ook geen invloed op bestaande cultuurhistorische waarden.

TOELICHTING (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

5.4.4

Conclusie cultuurhistorie en archeologie

Geconcludeerd wordt dat de aspecten archeologie en cultuurhistorie geen belemmering vormen voor het bouwplan.

5.5

Geluid

5.5.1

Wet- en regelgeving en beleid

Wegverk eer De Wet geluidhinder bepaalt dat het bevoegd gezag bij vaststelling van omgevingsvergunning de wettelijke grenswaarden in acht moet nemen. Toetsing aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de Wet geluidhinder vindt plaats per weg. Uitzondering hierop betreft de toetsing bij rijkswegen. Als meerdere rijkswegen in de directe nabijheid van een plan zijn gelegen dient het gecumuleerde geluidsniveau van deze wegen te worden gehanteerd bij de toetsing aan de Wet geluidhinder. Het geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer moet op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een weg voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorheen: voorkeursgrenswaarde). Deze bedraagt 48 dB. Als dit geluidsniveau wordt overschreden kan de gemeente een hoger geluidsniveau toestaan de zogenaamde 'Hogere waarde'. De Hogere waarde mag alleen worden verleend als uit akoestisch onderzoek blijkt dat bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen om het geluidsniveau terug of onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting brengen niet mogelijk is. Aan de 'Hogere waarde' is een maximum verbonden. Voor de nieuwbouw van woningen in binnenstedelijke situaties is dit 63 dB en in buitenstedelijke situaties is dit 53 dB. Deze niveaus zijn na aftrek van de correctie conform artikel 110g van de Wet geluidhinder.

Conform artikel 110g mag een correctie worden toegepast op het berekende geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer. Voor wegen waar 70 km/uur of harder gereden mag worden is de aftrek 2 dB en voor de overige wegen 5 dB. De wettelijk toegestane snelheid is hier van belang. Voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur geldt geen aftrek aangezien deze wegen geen zone hebben en hierdoor niet onder de werkingssfeer van de Wet geluidhinder vallen. Enkel bij toetsing in het kader van het aspect "goede ruimtelijke ordening" wordt ten behoeve van een goede beoordeling de aftrek wel toegepast. Railverkeerslawaai Het geluidsniveau ten gevolge van het railverkeer moet op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een spoorwegtraject voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorheen: voorkeursgrenswaarde). Deze bedraagt 55 dB. De maximale hogere waarde voor nieuwe woningen in de zone van een spoorwegtraject bedraagt 68 dB. Industrielawaai Op basis van artikel 40 van de Wet geluidhinder kunnen (delen van) industrieterreinen worden aangewezen als gezoneerd industrieterrein met een zonegrens. Dit betreft industrieterreinen waarop zich gronden bevinden die zijn aangewezen voor mogelijke vestiging van zogenaamde 'zware lawaaimakers' als genoemd in artikel 41 lid 3 van de Wet geluidhinder en artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht.

Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorheen: voorkeursgrenswaarde) op woningen in de geluidszone van een industrieterrein bedraagt 50 dB(A). De maximaal toelaatbare geluidsbelasting op nieuwe woningen bedraagt 55 dB(A), voor bestaande woningen bedraagt deze 60 dB(A). De op 1 januari 2007 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen vastgelegd in eerder genomen besluiten - blijven gelden. Cumulatie Bij de vaststelling van hogere grenswaarden verplicht de Wet geluidhinder het inzichtelijk maken van het gecumuleerde geluidsniveau. Dit betreft het gezamenlijk geluidsniveau van alle relevante geluidsbronnen (weg, rail, industrie). Een bron is relevant indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. De gemeente kan een hoger grenswaarde vaststellen als er sprake is van een aanvaardbare gecumuleerde

28

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73 geluidsbelasting. 5.5.2

Onderzoek geluid

In de omgeving van de nieuwe woning bevindt zich wegen. Gezoneerde industrieterreinen en spoorlijnen zijn in de nabijheid van de nieuwe woning niet aanwezig. Het plangebied ligt dan ook niet in de zones van gezoneerde industrieterreinen en spoorlijnen. Akoestisch onderzoek naar gezoneerde industrieterreinen en spoorlijnen is dan ook niet nodig. De nieuwe woning ligt aan de Drakenburgerweg. Deze weg ligt in de bebouwde kom en heeft twee rijstroken. De zone van deze weg bedraagt 200 meter op basis van de Wgh. De nieuwe woning ligt in de zone van de Drakenburgerweg. 300 Meter ten noorden van de nieuwe woning ligt aan de A1. Deze snelweg heeft acht rijstroken, ter plaatse van de nieuwe woning. De zone van deze snelweg bedraagt 600 meter op basis van de Wgh. De nieuwe woning ligt in de zone van de A1. Ten Oosten van de nieuwe woning ligt direct aan de Diepenbrocklaan. De Diepenbrocklaan heeft een 30 km/uur-regime. Formeel geldt voor deze weg volgens de Wgh geen onderzoeksplicht, omdat de maximaal toegestane snelheid 30 km/uur bedraagt. De verkeersintensiteit op de omliggende 30 km-wegen, zoals de Diepenbrocklaan en de Mozartlaan zijn relatief laag. Gezien de lage verkeersintensiteiten op de omliggende 30 km-wegen is het te verwachten dat de er geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB is.

Voor de omliggende 30 km-wegen is dan ook geen akoestisch onderzoek noodzakelijk. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk naar de geluidhinder afkomstig van de Drakenburgerweg en de A1. Dit akoestische onderzoek is in juni 2022 uitgevoerd door De Milieuadviseur. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in een rapport, dat als Bijlage 5 is toegevoegd. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: De hoogste geluidsbelasting, afkomstig van de Drakenburgerweg, bedraagt 58 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woning wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh overschreden, echter aan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB wordt voldaan. De hoogste geluidsbelasting, afkomstig van de A1, bedraagt 50 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woning wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh overschreden, echter aan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 53 dB wordt voldaan. Het doel van de Wgh is geluidhinder te voorkomen. Maatregelen om de voorkeursgrenswaarde te bereiken zijn bijvoorbeeld het toepassen van stil wegdek op de Drakenburgerweg en A1, het vergroten van de afstand tussen de woning en de weg of het toepassen van dove gevels.

Gezien de beperkte schaal van dit plan (realisatie van één woning) is het niet mogelijk of gewenst om effectieve maatregelen te treffen die de geluidsbelastingen terugbrengen tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In het gemeentelijke geluidbeleid ‘Beleidsregel Wet geluidhinder Gemeente Baarn’ ligt de nadruk op het voorkomen van geluidhinder. Echter de verlening van hogere waarden is mogelijk wanneer de geluidsbelasting niet kosteneffectief is terug te brengen naar de voorkeursgrenswaarden, dan wel dat er overwegende bezwaren zijn van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard zijn. De nieuwe woning wordt op het perceel Drakenburgerweg 73 in de bestaande gevelrij gebouwd. Hierdoor is er sprake van het ontheffingscriterium uit het geluidbeleid te weten: ‘Woningen vullen open plaats tussen aanwezige bebouwing op’. Op basis van het gemeentelijke geluidbeleid en de Wgh kan de gemeente Baarn een hogere waarde verlenen voor de geluidsbelasting afkomstig van de Drakenburgerweg en de A1. De verlening van de hogere waarde vindt plaats in een aparte hogere waarde-procedure gelijktijdig met de ruimtelijke procedure. De te verlenen hogere waarden zijn weergegeven in de onderstaande tabel:

TOELICHTING (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Op grond van het Bouwbesluit 2012 dient een akoestische binnenwaarde van 33 dB bij de woning ten gevolge van wegverkeerslawaai gegarandeerd te worden. Volgens artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 bezit een standaard gevelconstructie een minimale geluidsisolatie van 20 dB. De hoogste cumulatieve geluidsbelastingen en de minimaal benodigde gevelwering zijn weergegeven in de onderstaande tabel:

Ter indicatie: volgens artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 bezit een standaard gevelconstructie een minimale geluidsisolatie van 20 dB. Als de gevels van de nieuwe woning voldoen aan het Bouwbesluit 2012, dan worden de binnenwaarden van 33 dB ook gehaald. 5.5.3

Conclusie geluid

Geconcludeerd wordt dat de woning na de verlening van hogere waarden kan worden gerealiseerd. Er zijn vanuit het aspect geluid dan ook geen belemmeringen voor het bouwplan.

5.6

Luchtkwaliteit/ stikstofdepositie

5.6.1

Stikstofdepositie

In het kader van de Natuurbeschermingswet moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. De effectbeoordeling stikstofdepositie heeft tot doel de NOx (stikstof) en NH3 (ammoniak) emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken, de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. De effectbeoordeling stikstofdepositie wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het kader van de Wet Natuurbescherming significante effecten uitgesloten kunnen worden, dan wel een nader onderzoek nodig is (passende beoordeling). Het plangebied ligt op circa 10,8 kilometer afstand van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebied 'Naardermeer'. De dichterbij gelegen Natura 2000- gebieden 'Eemmeer & Gooimeer Zuidoever' en 'Arkenheen' bevatten geen stikstofgevoelige delen. In onderstaande afbeelding zijn het plangebied en de Natura 2000-gebieden zwart omlijnd weergegeven.

De stikstofgevoelige habitats en leefgebieden zijn roze en paars gekleurd. De overige niet stikstofgevoelige delen van het Natura 2000-gebied zijn blauw, geel en groen gekleurd.

30

TOELICHTING (vastgesteld)

bestemmingsplan Baarn, Drakenburgerweg 73

Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 (bron: AERIUS Calculator) Door Langelaar Milieuadvies is in mei 2022 een effectbeoordeling stikstofdepositie opgesteld. In januari 2023 is de stikstofbeoordeling geactualiseerd op basis van AERIUS 2022. Deze nieuwe effectbeoordeling is opgenomen in Bijlage 6. In dit onderzoek is achtereenvolgens onderzocht: de NOX en NH3 emissies gedurende de tijdelijke fase (aanleg- en bouwfase); de NOX en NH3 emissies gedurende de permanente fase (gebruiksfase); Op basis van een berekening met behulp van de Aerius calculator versie 2022 worden in het rapport de volgende conclusies getrokken: Uit het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie blijkt dat zowel de inzet van machines en transportbewegingen in de aanlegfase als verkeer in de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositietoename die groter is dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura2000-gebieden. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000- gebieden door stikstof kunnen op voorhand worden uitgesloten. Er is geen vergunningplicht op grond van de Wet Natuurbescherming ten gevolge van stikstoftoename. 5.6.2

Luchtkwaliteit

De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. Een belangrijk onderdeel voor de verbetering van de luchtkwaliteit is het Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Plannen die in

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12526547/1