558423 Rekenkameronderzoek Inburgering en Integratie Bijlage onderzoeksrapport inclusief bestuurlijke reactie en nawoord rkc
Tekst van het document
Participatieladder: toelichting45
De Participatieladder is in 2008 ontstaan in het licht van een aantal ontwikkelingen. De komst van het Participatiebudget ging hand in hand met het invulling geven aan het integrale begrip participatie. Dit betekende dat er behoefte ontstond aan meer zicht op het totale klantenbestand (van het Participatiebudget). Ook was er de (politieke) noodzaak transparanter te zijn over het resultaat van de inzet van middelen. Verondersteld werd dat door beter in- en overzicht effectiever en efficiënter gestuurd kan worden op het realiseren van (meer) participatie. Vanuit deze kaders is de Participatieladder ontwikkeld. Figuur 5: Participatieladder46
Bij de totstandkoming van de Participatieladder zijn een aantal uitgangspunten gehanteerd. De Participatieladder is primair een meetinstrument en de informatie die ermee beschikbaar komt kan gebruikt worden om te sturen. De ladder meet het daadwerkelijke niveau van participatie van de klant. Door elk jaar te meten kunnen bewegingen van klanten op de ladder in beeld worden gebracht. Hierdoor kan meer resultaat dan alleen maar uitstroom naar werk inzichtelijk worden gemaakt. Met de informatie die de ladder genereert kan gestuurd worden op het behalen van resultaten vanuit het Participatiebudget. De Participatieladder ondersteunt denken en handelen in termen van participatie, en legt verbinding tussen de domeinen re-integratie, inburgering en educatie. De ladder stimuleert daarnaast het spreken van één taal. Hij kan dienen als gemeenschappelijk referentiekader, zowel voor bij participatie betrokken domeinen, als voor verschillende gemeenten in het kader van benchmarking. 45 2011-03-xx, VNG, Implementatie en gebruik Participatieladder; een inventarisatie naar de stand van
zaken bij 24 gemeenten en ISD-en, VNG, zie https://utrecht.jekuntmeer.nl/overjekuntmeer/participatieladder voor een nadere toelichting en duiding van de tredes. 46 Bron: Radmer Arbeidsadvies, https://www.radmer-arbeidsadvies.nl/werknemers/coaching-voorwerknemers/
46
2 Deel 2: (nieuwe) Wet Inburgering vanaf 1-1-2022 (en invoering ervan) 2.1 Inleiding op de nieuwe Wet Inburgering 2.1.1
Aanleiding voor de nieuwe Wet Inburgering47
Uit de evaluatie van de huidige Wet inburgering en andere publicaties over de werking van het huidige stelsel blijkt een aantal tekortkomingen die een effectieve inburgering in de weg staan: 1. het huidige inburgeringsstelsel staat te veel op zichzelf en mist (onder meer) aansluiting met participatie en onderwijs 2. een aanzienlijk deel van de inburgeringsplichtigen is niet of onvoldoende in staat om zelfstandig invulling te geven aan de eigen inburgering 3. het huidige inburgeringsstelsel is gevoelig voor fraude De regering heeft daarom besloten om het huidige stelsel grondig te herzien en een nieuwe Wet inburgering te schrijven waarin de regierol van gemeenten centraal staat.
2.1.2
De kern van de nieuwe Wet Inburgering48
Het nieuwe inburgeringsstelsel beoogt, nadrukkelijk samen met andere wetgeving binnen het sociaal domein, in het bijzonder de Participatiewet, een bijdrage te leveren aan het maatschappelijke doel van inburgering: Alle inburgeringsplichtigen doen snel en volwaardig mee in de Nederlandse maatschappij, liefst via betaald werk. Dit doel vertaalt zich in een specifiek beleidsdoel voor het nieuwe inburgeringsstelsel: Inburgeringsplichtigen bereiken het voor hen hoogst haalbare taalniveau (liefst niveau B1) en kennis van de Nederlandse maatschappij, in combinatie met gerichte inspanningen op participeren naar vermogen vanaf de start van het inburgeringstraject. De vijf kernpunten van het inburgeringsstelsel zijn: • Tijdige start van het inburgeren • Aandacht voor de snelheid van het doorlopen van het inburgeringstraject • Dualiteit (het combineren van het leren van de taal en participatie) • Maatwerk (een passend inburgeringstraject voor alle inburgeringsplichtigen) • Focus op kwaliteit en het bewaken hiervan
2.1.3
De verantwoordelijkheden van de gemeente onder de nieuwe Wet Inburgering49
Het nieuwe inburgeringsstelsel zet in op een doorlopende lijn vanuit de opvang. Met taalles vanaf dag 1 en het programma ‘Voorbereiding op de inburgering’ wordt hier in het azc mee begonnen. De regierol van gemeenten in deze doorlopende lijn begint met een brede intake. Leren en participeren gaan hand in hand en beide aspecten worden in een persoonlijk plan 47 Divosa https://www.divosa.nl/wijzigingenoverzicht-nieuwe-wet-inburgering 48 Wet Inburgering, Memorie van Toelichting, p.4, §1.3.1 Beleidstheorie. 49 Divosa https://www.divosa.nl/wijzigingenoverzicht-nieuwe-wet-inburgering#taken-van-gemeenten
(w.o. het Model Plan van aanpak; implementatie nieuwe Wet inburgering.
47
inburgering en participatie (PIP) opgenomen. Gemeenten hebben de taak om alle (bijstandsgerechtigde) asielstatushouders verplicht te ontzorgen gedurende 6 maanden. Dit helpt deze inburgeringsplichtigen om bij aanvang van de inburgeringstermijn de focus op inburgering en participatie te leggen. Er zijn in het nieuwe stelsel 3 leerroutes: 1. Onderwijsroute: gericht op het behalen van een erkend diploma binnen Nederlands onderwijs voor een goede startpositie op de arbeidsmarkt. Na een taalschakeltraject worden jonge inburgeringsplichtigen daarom zo snel mogelijk doorgeleid naar een Nederlandse opleiding. 2. B1-route: om het mogelijk te maken dat de meeste inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 3 jaar, taalniveau B1 behalen en hun perspectief op de arbeidsmarkt vergroten, is het van belang dat het leren van de taal gecombineerd wordt met (vrijwilligers)werk. 3. Zelfredzaamheidsroute (Z-route): voor mensen voor wie de onderwijs- of B1-route buiten bereik ligt, is er een leerroute waarbij iedereen leert zich in de maatschappij te redden. Er worden geen ontheffingen op basis van aantoonbaar geleverde inspanningen meer verleend. Gemeenten zijn in het nieuwe inburgeringsstelsel verantwoordelijk om een sluitend inburgeringsaanbod te doen aan asielstatushouders, voor de begeleiding en ondersteuning van inwoners gedurende hun inburgering, en specifieker voor: 1.
de brede intake 2. het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) 3. (het monitoren van) de voortgang van de inburgering 4. het inburgeringsaanbod, bestaande uit: a. de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP): voor alle inburgeringsplichtigen b. het participatieverklaringstraject (PVT): voor alle inburgeringsplichtigen c. één van de leerroutes: voor asielstatushouders Ook de maatschappelijke begeleiding van asielstatushouders en het financieel ontzorgen van bijstandsgerechtigde asielstatushouders vallen onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Om het doel van de nieuwe Wet inburgering te bereiken, wordt inburgering gepositioneerd in het brede sociaal domein. Met andere woorden: om inburgeringsplichtigen zo goed mogelijk op weg te helpen in Nederland wordt van gemeenten verwacht dat zij de verbinding maken tussen hun nieuwe taken en hun huidige taken in het sociaal domein. Een voorbeeld: een groot deel van de statushouders doet ook een beroep op een bijstandsuitkering. Gemeenten leggen daarom vaak de nadruk op verbinding van ‘inburgering’ met de uitvoering van de Participatiewet. Vanwege de omvang lichten we hier niet alle onderdelen van de nieuwe Wet inburgering toe. Samengevat zijn deze ook opgenomen in het Uitvoeringplan dat in december 2021 in de raad is vastgesteld.
Voor verdere verdieping op de nieuwe Wet inburgering verwijzen we naar https://www.divosa.nl/wijzigingenoverzicht-nieuwe-wet-inburgering. Wel gaan we hieronder nog kort in op: • de doelgroep van de nieuwe Wet inburgering • de Verordening inburgering, die gemeenten kunnen opstellen.
48
2.1.3.1
Doelgroep: uitbreiding t.o.v. oude Wet inburgering en gezins- versus overige migranten
De doelgroep van de nieuwe Wet inburgering is gelijk aan die van de huidige Wet inburgering, plus alle individuele Turkse nieuwkomers. De inburgeringsplicht geldt na invoering van de nieuwe Wet inburgering zodoende voor: • alle vreemdelingen van 16 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd die zich met een niet-tijdelijk doel in Nederland vestigen; • geestelijk bedienaren; • alle individuele Turkse nieuwkomers. Net als in het huidige inburgeringsstelsel gelden er in het nieuwe stelsel andere regels voor statushouders dan voor gezinsmigranten en overige migranten (waaronder geestelijk bedienaren). Dit heeft te maken met hun verschillende startposities in Nederland. Voor zowel gezinsmigranten als voor geestelijk bedienaren geldt dat zij de weloverwogen keuze hebben gemaakt om naar Nederland te verhuizen. Zij hebben zich bovendien kunnen voorbereiden op hun komst naar Nederland via het basisexamen inburgering in het buitenland, waardoor zij al enige kennis van de Nederlandse taal op niveau A1 hebben. Daarnaast beschikken zij over een sociaal netwerk in Nederland dat hen wegwijs kan maken in de Nederlandse samenleving en waarop zij kunnen terugvallen. Gezinsmigranten en overige migranten komen daarom niet in aanmerking voor de maatschappelijke begeleiding door gemeenten.
In het nieuwe inburgeringsstelsel kunnen zij wél rekenen op meer begeleiding en ondersteuning gedurende de inburgering. Gemeenten zijn namelijk ook voor deze groep verantwoordelijk voor de brede intake, het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), (het monitoren van) de voortgang van de inburgering, het aanbod van de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en het participatieverklaringstraject (PVT). In tegenstelling tot statushouders zijn gezins- en overige migranten zélf verantwoordelijk voor (de inkoop en kwaliteit) van het taalonderwijs. Net als in het huidige stelsel zijn zij vrij in hun keuze voor een aanbieder en kunnen zij (onder voorwaarden) gebruikmaken van een DUOlening van maximaal 10.000 euro. Om van zo’n lening gebruik te kunnen maken, moeten zij een leerroute inkopen bij een aanbieder met een Keurmerk Inburgeren van de Stichting Blik op Werk (BoW) of een diploma-erkenning. Van gemeenten wordt verwacht dat zij gezinsmigranten en overige migranten adviseren en hen informeren over (de inkoop van) passend (bij de leerroute in het PIP) en kwalitatief hoogwaardig inburgeringsonderwijs.
Invulling van de ondersteuning Omdat er in het nieuwe inburgeringsstelsel andere regels gelden voor statushouders dan voor gezinsmigranten en overige migranten, moeten gemeenten bij de implementatie van de nieuwe wet nadenken over de manier waarop zij de begeleiding en ondersteuning van deze groepen invullen. De begeleiding en ondersteuning die gemeenten de ene of andere groep aanbieden, kan namelijk verschillen. Zo ligt het voor de hand dat statushouders gedurende hun inburgering meer begeleiding en ondersteuning nodig hebben om een goede start in Nederland te maken dan gezins- en overige migranten. Het is de bedoeling dat gemeenten rekening houden met de capaciteiten, persoonlijke situatie en leerbaarheid van inburgeringsplichtigen. 2.1.3.2
Brede intake en leerbaarheidstoets
Brede intake De gemeente heeft als taak om bij alle inburgeringsplichtigen in haar gemeente aan het begin van de inburgering een brede intake af te nemen. Hiermee brengt de gemeente de
49
capaciteiten, persoonlijke situatie en ontwikkelmogelijkheden van de inburgeringsplichtige in kaart. Met deze informatie stelt de gemeente het PIP op, waarin onder andere een passende leerroute wordt vastgesteld. Nadat een inburgeringsplichtige bekend is bij de gemeente start de gemeente bij voorkeur zo snel mogelijk met de brede intake. Bij asielstatushouders is dit het moment van koppeling aan de gemeente, voor gezins- en overige migranten is dit het moment van inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP). Onderzoek De brede intake is een onderzoek naar de individuele mogelijkheden die een inburgeringsplichtige heeft om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Dit onderzoek bestaat in ieder geval uit: 1. een onderzoek naar het onderwijsniveau en de werkervaring van de inburgeringsplichtige; 2. een onderzoek naar de persoonlijke omstandigheden van de inburgeringsplichtige; 3. een leerbaarheidstoets; 4. voor zover van toepassing: een verkenning van de mogelijkheden van voor- en vroegschoolse educatie (vve). Verzamelen van informatie De gemeente moet zo doende in ieder geval informatie verzamelen over: 1. het taalniveau van de inburgeringsplichtige; 2. de mogelijkheden van arbeidsparticipatie; 3. de mate van zelfredzaamheid; 4. de wensen van de inburgeringsplichtige rondom inburgering en participatie.
De gemeente is vrij om te bepalen hoe zij invulling geeft aan deze taak, welke informatie zij nodig heeft en hoe zij deze in kaart brengt. Wel wordt verwacht dat de gemeente maatwerk levert en een verbinding maakt met andere taken in het sociaal domein. Uitkomsten vastleggen Het is noodzakelijk de uitkomsten van de brede intake schriftelijk vast te leggen. Deze uitkomsten liggen immers ten grondslag aan de afspraken in het PIP en de gekozen leerroute. Het moet duidelijk zijn op basis van welke informatie de leerroute is bepaald. Leerbaarheidstoets DUO is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de leerbaarheidstoets. Gemeenten zijn op grond van bestuurlijke afspraken verantwoordelijk voor de begeleiding bij de afname van de leerbaarheidstoets. Dit betekent dat zij verantwoordelijk zijn voor: • Het inplannen van de afspraken met de kandidaten voor de afname van de leerbaarheidstoets,waaronder: o het reserveren (of huren) van een ruimte met een beveiligd wifi-netwerk; o het reserveren (of huren) van een computer, laptop of tablet; o de communicatie met de kandidaat over de datum en het tijdstip van de leerbaarheidstoets. • Het beschikbaar stellen van afnamelocaties.
• De begeleiding bij de afname van de leerbaarheidstoets, waaronder: o het begeleiden van de kandidaat naar zijn of haar plek achter de computer, laptop of tablet; o het geven van uitleg over het gebruik van de computer, laptop of tablet aan analfabete en/of digibete kandidaten; o het opstarten van de leerbaarheidstoets door de kandidaat te selecteren uit de lijst met aangemelde kandidaten in Optimum;
50
o
het afsluiten van de leerbaarheidstoets als de kandidaat de toets heeft afgerond of als de kandidaat vraagt om de toets af te sluiten (bijvoorbeeld als de vragen te moeilijk zijn).
Gemeenten hebben geen rol bij de verwerking en beoordeling van de leerbaarheidstoets. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om de begeleiding bij de afname van de leerbaarheidstoets uit te laten voeren door een andere organisatie. Het advies is om hier terughoudend mee te zijn, omdat gemeenten verantwoordelijk blijven voor de kwaliteit en objectiviteit van deze begeleiding. 2.1.4
Gemeentelijke verordening inburgering50
Divosa heeft in samenwerking met Stimulansz, VNG en het ministerie van SZW de Modelverordening inburgering vernieuwd. In deze versie is de samenloop van de P-wet en de Wi2021 opgenomen. De nieuwe verordening maakt het voor gemeenten mogelijk om nietbetaalde boetes van inburgeraars te verrekenen met hun (P-wet)uitkering. Zonder een gemeentelijke verordening waarin de mogelijkheid tot verrekening is opgenomen, kan een niet betaalde boete via een dwangbevel geïncasseerd worden. Met deze nieuwe verordening hoeft dit niet meer wanneer de inburgeraar een bijstandsuitkering ontvangt. Dat bespaart de gemeente veel werk en kosten. Ook dit aspect maakt het opstellen van een gemeentelijke inburgeringsverordening om invulling te geven aan de nieuwe gemeentelijke taken belangrijk. Beleidsregels volstaan hiervoor namelijk niet. Gemeentelijke verordening Gemeenten moeten binnen de wettelijke kaders invulling geven aan de gemeentelijke taken in het inburgeringsstelsel. Daarvoor kunnen ze gebruikmaken van de Modelverordening. In de modelverordening zijn een aantal beleidskeuzes en suggesties opgenomen. Elke gemeente bepaalt zelf of ze deze keuze in de vormgeving van de eigen verordening al dan niet volgt.
Modelverordening inburgering Sinds de inwerkingtreding van de Wet inburgering (Wi2021) per 1 januari 2022 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van inburgeringsplichtigen. Zij moeten binnen de wettelijke kaders invulling geven aan de gemeentelijke taken in het inburgeringsstelsel. Daarvoor kunnen ze gebruikmaken van de 'Modelverordening inburgering'. Een door de gemeenteraad vastgestelde verordening bevordert dat het college, de verantwoordelijk wethouder en de gemeenteraad betrokken zijn bij de invulling van de ruimte en daarop invloed en controle kunnen blijven houden. In de modelverordening zijn een aantal beleidskeuzes en suggesties opgenomen. Deze kunnen of een plek krijgen in de gemeentelijke verordening of weggelaten worden, naar gelang de plaatselijke omstandigheden en voorkeuren. Als een gemeente een boete op grond van de Wet inburgering 2021 wil kunnen verrekenen met een bijstandsuitkering is een gemeentelijke verordening inburgering zelfs noodzakelijk. De wet voorziet hierin namelijk niet.
50 https://www.divosa.nl/nieuws/nieuwe-versie-modelverordening-inburgering
51
2.2 Invoering nieuwe Wet Inburgering gemeente Baarn 2.2.1
Tijdlijn
Datum 2020-11 2021-01-27
2021-04-28 2021-05-03 2021-06-08
2021-06
2021-08 (eind)
2021-11-01
2021-11-09 2021-12-01
Gebeurtenis / toelichting Minister Koolmees (SZW) maakt bekend dat de nieuwe Wet inburgering wordt uitgesteld (de invoering was gepland op 1-7-2021). Beleidsnota Sociaal Domein Baarn 2021-2024 over veranderopgave inburgering: “Nog niet gestart, Q1/21 tot Q3/21. Naar alle waarschijnlijkheid worden gemeenten met ingang van 1 januari 2022 verantwoordelijk voor de inburgering van nieuwkomers. Er zal een sterkere link gelegd worden met participatie. Baarn organiseert dit door de nieuwe taken te beleggen bij een organisatie die hiervoor geschikt is. BBS Uitvoeringsorganisatie wordt sterk aanbevolen. Betrokken partijen: BBS, lokale ondernemers, regiogemeenten arbeidsmarktregio Amersfoort, Vluchtelingenwerk, Welzijn Baarn”(p.42) De ingangsdatum van de nieuwe Wet Inburgering per 1-1-2022 wordt verzekerd in een brief aan de Tweede Kamer. Gesprek met wethouders over wie eerste aanspreekpunt wordt voor inburgering. dhr. Van Roshum wordt binnen het college van B&W portefeuillehouder inburgering & integratie. NB: daarvoor was er geen portefeuillehouder inburgering en werd bij bijvoorbeeld raadsvragen over inburgering/integratie ad-hoc bezien bij welk beleidsterrein/portefeuille deze hoorden. Dit kon zijn: Onderwerp Portefeuille Portefeuillehouder - Huisvesting => Volkshuisvesting => dhr. Jansma - (taal)Onderwijs => Onderwijs => dhr. Prakke - Inkomen => Werk & Inkomen => dhr.
Jansma - Integratie => Sociaal Domein => dhr. Van Roshum Oplevering van het concept Plan van aanpak nieuwe Wet inburgering dat intern door de gemeente Baarn is opgesteld. Met daarin o.a.: • Uitgangspunten en aanpak • Hoofdlijnen van het nieuwe stelsel • Visie op inburgering, passend bij ‘Baarn Vitaal’ (beleidsnota sociaal domein) • Vertaalslag naar uitvoering en aanpak • Financiële kader • Toezicht en monitoring Aanstelling van een (extern) projectleider voor de invoering van de nieuwe Wet inburgering (op initiatief van medewerkers van BBS, bij BBS, voor de 3 BBSgemeenten) en start met het opstellen van het Uitvoeringsplan voor de implementatie van de Wet Inburgering. Adviesraad Sociaal Domein Baarn (ASDB) stuurt mail aan portefeuillehouder met zorgen t.a.v. de voortgang van invoering van de nieuwe Wet inburgering in Baarn (in het algemeen: of er per 1-1-2022 een passend aanbod is voor statushouders in Baarn en in het specifiek: bijv. ook de tijdige inkoop van vereiste opleidingstrajecten) en de adviesrol van de ASDB daarbij, die – gezien de tijdslijn; 6 weken adviestermijn – zeer problematisch gaat worden. Collegebehandeling van de Nota voor de invoering van de nieuwe Wet Inburgering 2022. Informatie in Raad: ‘Invoering nieuwe Wet inburgering 2022’
52
2021-12-06
2021-12-08 2021-12-22
ASDB stuurt ongevraagd advies aan college (met bijlage 1 de mail d.d. 1-112021 aan portefeuillehouder en bijlage 2 de tijdlijn interactie Gemeente Baarn – ASDB v.w.b. Inburgeringswet), met verzoek om dit ook vóór de debatraad op 812-2021 ter kennisname aan alle gemeenteraadsleden afzonderlijk te sturen. Inhoudelijke punten: • Het belang van het volgen van de uitvoering en de resultaten van het inburgeringsbeleid en deze te onderzoeken op effectiviteit; • Het verkrijgen / vergroten van draagvlak onder inwoners en uitvoerende organisaties (arbeidsorganisaties, onderwijs- en zorginstellingen, etc.) voor integratie van statushouders. • Met enkele opmerkingen/kanttekeningen: o Mogelijk financieringsknelpunt op landelijk niveau en back-up plan van Baarn? o Integratie van gezinsmigranten in Baarn (ondanks zelfbekostiging van taallessen via lening bij DUO)? o Aanvullende maatregelen om inburgering vanaf 1-1-2022 volledig conform nieuwe regels te laten verlopen? o Klankbordgroep met ‘ervaringsdeskundigen’ voor ASDB t.b.v. krachtenbundeling bij implementatie en evaluatie? Debat in Raad ‘Invoering nieuwe Wet inburgering 2022’ Besluit in Raad ‘Invoering nieuwe Wet inburgering 2022’ Raadsvoorstel en raadsbesluit met beslispunt: 1. De nota Uitvoering nieuwe wet inburgering 2022 gemeente Baarn vast te stellen. “Samenvatting: Vanaf 1 januari 2022 gaat de nieuwe wet inburgering in.
Met dit nieuwe inburgeringsstel komen nieuwe taken naar de gemeente toe. De gemeente gaat inburgeringsplichtige statushouders begeleiden bij hun inburgering. Iedereen krijgt een inburgering op maat. Dit gebeurt aan de hand van een brede intake: de inburgeringsplichtige maakt samen met medewerkers van betrokken organisaties een Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie. De inburgeringsplichtige statushouders leren de Nederlandse taal op een niveau waarmee ze zich goed kunnen redden in Nederlandse samenleving. Daardoor krijgen ze betere kansen op de Nederlandse arbeidsmarkt en een betere aansluiting op onderwijs. Een combinatie van leren van de taal en meedoen aan de Nederlandse samenleving is een belangrijk onderdeel van het nieuwe inburgeringsstelsel. Het volgen van een stage of (vrijwilligers)werk zijn daar voorbeelden van. De gemeente geeft vorm aan deze begeleiding voor inburgeringsplichtige statushouders met alle organisaties binnen de gemeente die betrokken zijn bij de doelgroep. Voorgesteld wordt de uitvoering van de nieuwe wet inburgering samen met de gemeenten Bunschoten en Soest uit te voeren. Wij vragen uw raad in te stemmen met de nota "Uitvoering nieuwe wet inburgering 2022 gemeente Baarn".
Met als bijlagen: • Nota Uitvoering nieuwe Wet Inburgering 2022 gemeente Baarn • Persbericht • Concept Plan van aanpak • Memo beantwoording technische vragen PvdA, VoorBaarn, BOP en GroenLinks • Ongevraagd advies Adviesraad Sociaal Domein Baarn GA • Reactie wethouder op ongevraagd advies Adviesraad Sociaal Domein Baarn GA • Beantwoording technische vragen GL
53
Motie VoorBaarn, VVD, GL, LeijstMaikeKoenders; het vrijstellen van gemeentelijke belastingen voor gastgezinnen van statushouders (verworpen). Van kracht worden van nieuwe Wet Inburgering. Besluit mandaat, volmacht en machtiging gemeente Baarn aan BBS. Dienstverleningsovereenkomst Inburgering Baarn – BBS. Einde project implementatie invoering nieuwe Wet Inburgering (einde opdracht projectleider). Oplevering Handboek nieuwe Wet inburgering door projectleider. •
2022-01-01 2022-01-18 2022-01 2022-03-31 2022-05
2.2.2
Projectorganisatie invoering nieuwe Wet Inburgering
Voor de invoering van de nieuw Wet inburgering is een stuurgroep gevormd van 3 beleidsmedewerkers vanuit de gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest. Vanuit BBS is eind augustus 2021 een projectleider aangesteld. De projectleider en de stuurgroep hebben wekelijks overleg gehad. Daarnaast is in de periode september 2021 – april 2022 een maandelijkse overlegtafel georganiseerd, met BBS, gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest, VWN (zowel locatie Baarn als Soest/Bunschoten), PIT Baarn (en ook de welzijnsstichting van Bunschoten en Soest), het lokaal team (van elk van de drie gemeenten, t.b.v. multi-problematiek) en de taalschool (Danner&Danner). De projectorganisatie was erop gericht om de samenwerking op het gebied van inburgering van de drie gemeenten (Baarn, Bunschoten en Soest) met de betrokken partijen op te zetten: 1. de betrokken partijen op een lijn te krijgen over de vormgeving van het stelsel op lokaal niveau (welke partij doet was en hoe wordt samengewerkt) en 2. nieuwe of aangepaste samenwerkingsafspraken daarover te maken. Op deze twee punten gaan we in de volgende paragrafen nader in.
2.2.3
Het Handboek Inburgering BBS gemeenten
In mei 2022 is het Handboek Inburgering BBS gemeenten opgeleverd, dat als doel heeft om de werkwijze en samenwerking met ketenpartners binnen de BBS gemeenten vast te leggen. In dit handboek worden alle onderdelen van de inburgering waar de gemeente verantwoordelijk voor is benoemd, met daarbij een toelichting op de onderdelen en per onderdeel een tabel met daarin ook de taakverdeling (te ondernemen actie, wie de actie onderneemt en wanneer de actie moet worden ondernomen). In deze versie van het Handboek zijn door tenminste één van de ketenpartners nog diverse opmerkingen gemaakt en vragen gesteld. Deze opmerkingen en vragen gaan zowel over de taakverdeling tussen de betrokken partijen (verheldering of voorstel voor wijziging), als termijnen/momenten waarop bepaalde acties moeten gebeuren, als inhoudelijke vragen over het inburgeringstraject (hoe zaken moeten plaatsvinden). Daarnaast is een actielijst opgenomen, met uiteenlopende acties, zoals het kennismaken van personen van verschillende betrokken partners, formats/vragenlijsten die moeten worden opgesteld, communicatie (website) die moet worden georganiseerd, overeen te komen verwerkersovereenkomsten, te organiseren van toegang tot systemen, etc.
2.2.4
Nieuwe/gewijzigde afspraken met partnerorganisaties
De rol van Eemland Wonen en PIT Baarn zijn in het nieuwe inburgeringsstelsel ongewijzigd ten opzichte van het oude stelsel. Er zijn daarom geen nieuwe / gewijzigde afspraken met hen gemaakt.
54
Dit geldt grotendeels ook voor de rol van VWN, die blijft onder het nieuwe stelsel nagenoeg gelijk aan wat die was onder het oude stelsel, aangezien gemeente Baarn voorheen al een bredere/diepere opvatting had over maatschappelijke begeleiding, incl. taalcoaching en participatiecoaching. Wel zal er meer nadruk liggen op ondersteuning op het gebied van financiën, opvoeden, trainen, ontzorgen en actiever uitkijken naar mogelijkheden voor vrijwillig of betaald werk voor de statushouders en een intensievere samenwerking met BBS en de taalschool. De brede intake wordt samen met BBS gedaan en VWN adviseert bij het opstellen van een PIP. Dit vindt plaats binnen de bestaande (subsidie)afspraken. Een veranderde situatie betreft de taalschool. Voorheen had de gemeente (al dan niet via VWN) een verwijsfunctie en moest de inburgeraar een taaltraject zelf inkopen (of zelfstudie doen). In het nieuwe stelsel is de gemeente hiervoor verantwoordelijk. De gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest hebben de taaltrajecten gezamenlijk ingekocht. De grootste verandering betreft de rol van BBS. De BBS heeft – naast de reguliere dienstverlening die zij doet t.b.v. alle inwoners (dus ook aan statushouders) en de dienstverlening die zij onder het oude stelsel deed t.b.v. statushouders in het specifiek – in het nieuwe stelsel een substantieel grotere rol gekregen bij de inburgering.
Deze zijn vastgelegd in een nieuwe Dienstverleningsovereenkomst Inburgering BBS 2022 die een looptijd heeft van 1 jaar (2022). Het betreft (puntsgewijs samengevat met meest relevante zaken): 1. De brede intake en het persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP) o De opdrachtgever/gemeente wijst de instantie aan die de leerbaarheidstoets afneemt. o Uitvoering samen met VWN, onderlinge afspraken te maken wie wat doet tijdens brede intake. En andere partijen te betrekken indien nodig. 2. Het financieel ontzorgen 3. Casusregie o Regievoering op het PIP; voortgangbewaking en naleving, incl. het organiseren van casusoverleg met diverse betrokken partijen – indien nodig – en de zorg voor het delen van informatie volgens AVG richtlijnen. o Exclusief maatschappelijke begeleiding. 4. Handboek inburgering o Samenwerkingsafspraken met in ieder geval VWN en de taalschool maken en deze vastleggen. o Waarbij het Handboek in het eerste jaar vooral bedoeld is als dynamisch document, om uitvoeringszaken vast te leggen die uitvoeringspartijen onderweg tegenkomen. o Het handboek met betrokken partijen evalueren. 5. Bezwaar- en beroep 6. Gegevensverstrekking t.b.v. statistiek, monitoring en evaluatie o Registraties en archivering benodigd voor gegevensverstrekking aan Onze Minister cf. Wet Inburgering o Verstrekken van gegevens aan taalschool of VWN, conform AVG/privacy.
o Met de drie gemeenten een plan maken om het inburgeringsbeleid te kunnen monitoren en evalueren. 7. Gezinsmigranten en overige migranten 8. Ondertussengroep o Taken 1, 3 en 5 ook uitvoeren voor de ondertussengroep: statushouders die in 2022 nog niet onder de nieuwe wet vallen, maar zich wel in 2022 in de drie gemeenten vestigen. (excl. gezinsmigranten die onder de oude wet vallen) o Registreren van aantallen en ingezette voorzieningen voor de ondertussengroep.
55
2.2.5
Stand van zaken anno eind april – begin juni 2022
De nieuwe Wet Inburgering is ingevoerd per 1-1-2022. Dit betekent echter niet dat alle statushouders die vanaf 1-1-2022 in Baarn worden ingeschreven en gehuisvest, ook onder de nieuwe wet vallen. De nieuwe wet geldt voor statushouders die op of na 1-1-2022 hun verblijfsvergunning hebben gekregen van de IND. Daarna worden ze door het COA gekoppeld aan een gemeente en kan desbetreffende gemeente naar huisvesting op zoek. De inburgering start dan in principe op het moment dat de statushouder in de gemeente Baarn wordt gehuisvest. ‘In principe’, omdat gemeenten al kunnen beginnen met de inburgering – als de (fysieke) afstand tussen het azc en de gemeente niet te groot is – bijvoorbeeld door al in het azc te starten met de brede intake en het opstellen van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Hierover kunnen gemeenten afspraken maken met het COA die verantwoordelijk is voor het programma ‘Voorbereiding op de inburgering’, waar statushouders in het asielzoekerscentrum (azc) op vrijwillige basis aan kan deelnemen, wanneer zij nog niet kunnen starten met de reguliere inburgering in de gemeente waar zij gehuisvest worden. Gemeente Baarn heeft overigens geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
Voor de gemeente Baarn geldt dat de eerste statushouders onder de nieuwe Wet Inburgering vanaf begin april 2022 in de gemeente werden gehuisvest en konden starten met de inburgering. Hierbij zitten de bij de inburgering betrokken partijen voor wat betreft de toepassing van de nieuwe Wet Inburgering in de periode eind april – begin juni (de periode waarin de rekenkamer een aantal van de partijen nogmaals heeft geïnterviewd voor het tweede deel van het onderzoek) nog in de opstartfase: • De taallesparticipatie moet door BBS worden bijgehouden in een systeem van DUO. Hiervoor hebben medewerkers van BBS toegang nodig tot het systeem. De eerste maanden konden zowel de gemeente Baarn zelf als medewerkers van BBS er nog niet in. Inmiddels kan de gemeente hier wel in, is beheerder en kan medewerkers van BBS toegang/rollen geven. Dit geldt ook voor toegang tot het TVS van het COA. • Hetzelfde geldt voor de leerbaarheidstoets (in het kort; kan de statushouder n.a.w. taalniveau B1 halen, of niet): klantmanagers bij BBS hebben nog geen bevoegdheid voor leerbaarheidstoets en toegang tot het systeem. Hiervoor moeten nog resp. een cursus worden gevolgd bij bureau ICE (ingekocht door DUO) en – na afleggen van de cursus – worden aangemeld bij DUO en autorisaties tot het systeem voor de leerbaarheidstoets worden aangevraagd voor BBS-medewerkers.
• Voor de financiële zelfredzaamheidstoets is men (de stuurgroep) nog aan het bezien welke partij die gaat afnemen. Een cursus is door de gezamenlijke BBS-gemeenten wel al ingekocht bij VWN (Eurowijzer). • Een klantreis-traject is opgestart binnen BBS, met wekelijkse bijeenkomst, waarin diverse procesinrichtingszaken worden vormgegeven, zoals: waar/hoe wordt de aanmelding geregistreerd en informatie t.b.v. casusregie bijgehouden, benodigde documenten/formats ontwikkelen, het organiseren van de onderwijsroute die nog niet vastligt, het aanmelden als toetser (voor leerbaarheidstoets), geschikte laptops organiseren waarmee kan worden ingelogt (software), etc., nagaan wat de afspraken zijn met de andere betrokken partijen (zoals afspraken met de taalschool Danner&Danner die niet door BBS, maar door de 3 gezamenlijke gemeenten is gecontracteerd), het contacteren van andere partijen (zoals scholen) die niet bij de voorbereidingen op de invoering van de nieuwe Wet Inburgering zijn betrokken en deze contacten verder concretiseren/cont(r)acteren. • De gedachte dat de participatieverklaring wellicht kan worden geïntegreerd in het taalonderwijs concretiseren en indien mogelijk organiseren.
56
• •
Nagaan hoe de informatiedelen met andere partijen AVG / privacy technisch gezien kan worden vormgegeven en daarvoor zaken regelen (zoals een verwerkersovereenkomst). Uitzoeken hoe bepaalde groepen (bijvoorbeeld gezinsmigranten en nareizigers) moeten worden behandeld onder de nieuwe Wet Inburgering en wat wel/niet voor hen geldt. Waarbij overigens informatieverstrekking vanuit DUO niet altijd eenduidig is en de portal van DUO ook wel eens gesloten is geweest.
Een opstartfase, waarin ook wordt geleerd en ervaring wordt opgedaan in de praktijk en wordt bijgesteld, bijvoorbeeld: • Voor een van de eerste brede intakes was de afspraak gemaakt en gehouden in een kamer bij BBS, in een ‘arbeidsbureau-setting’ met plexiglas. Dit gaf een minder prettige situatie, waarop VWN een andere ruimte heeft geboekt met een ronde tafel (VWN Soest). • Voor een eerste brede intake met een nareizigster (de vrouw van een man die al langer in Baarn was) is een gesprek met beiden tegelijkertijd gevoerd. De ervaring was dat met volwassenen beter aparte gesprekken kunnen worden gevoerd, dan met beide partners/echtgenoten gezamenlijk (dit wordt overigens ook aanbevolen onder de nieuwe Wet Inburgering en is een recht van een volwassenen, om een apart/individueel gesprek te hebben).
57
3 Bijlage 1: Bronnen Voor dit onderzoek is een aantal interviews gehouden en zijn documenten geraadpleegd.
Interviews Voor dit onderzoek zijn interviews gehouden met de volgende organisaties / functionarissen: • Gemeente Baarn o Dhr. P. Brandjes (Medewerker beleidsontwikkeling sociaal domein) o Dhr. R. Peters (Projectleider nieuwe Wet Inburgering (bij BBS, mede voor Baarn)) •
Stichting Welzijn Baarn / PIT Baarn o Mevr. L. Souidi (Armoederegisseur en Coördinator volwasseneneducatie) o Mevr. N. Bakker (Sociaal werker)
•
Woningstichting / Eemland Wonen o Mevr. M. van Rossum (Manager Wonen)
•
BBS (uitvoeringsorganisatie Baarn, Bunschoten, Soest) o Mevr. M. Beker (Teamleider dienstverlening) o Mevr. I. Badrane (Klantmanager inburgering) o Mevr. A. Kartoubi (Klantmanager inburgering)
•
Vluchtelingenwerk Nederland o Mevr. M. Maas (Teamleider VluchtelingenWerk Baarn)
De interviews hebben plaatsgevonden in twee rondes, waarbij de eerste ronde heeft plaatsgevonden in de periode september – november 2021 en in de tweede ronde ook met nagenoeg alle organisaties is gesproken (waarvan in een aantal gevallen met andere functionarissen dan in de eerste ronde, vanwege verloop / wisselingen in functies) in de periode eind april – begin juni 2022.
Documenten51 De volgende documenten zijn geraadpleegd voor dit onderzoek: • 2000-xx-xx, Vreemdelingenwet. • 2011-03-xx, VNG, Implementatie en gebruik Participatieladder; een inventarisatie naar de stand van zaken bij 24 gemeenten en ISD-en, VNG. • 2013-xx-xx, Wet Inburgering. • 2016-12-12, Stichting VluchtelingenWerk Midden Nederland, offerte maatschappelijke begeleiding vluchtelingen. • 2017-01-24, Algemene Rekenkamer, Eerste resultaten van de Wet inburgering 2013. • 2017-06-26, Besluit van 26 juni 2017 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding, Staatsblad 2017, 286, AMvB, MinSZW. • 2017-10-01, Regeling Inburgering. • 2018-11-22, Prestatieafspraken 2019, Stichting Eemland Wonen, Gemeente Baarn, Huurdersraad Eemland. 51 Websites zijn in deze documentenlijst niet opgenomen, maar worden elders in de tekst (meestal in
voetnoten) vermeld.
58
• • • • •
• • • • • • • • • • • • • • •
2018-xx-xx, VluchtelingenWerk Nederland, Subsidieaanvraag 2019 Gemeente Baarn. 2019-11-18, Prestatieafspraken 2020-2023, Stichting Eemland Wonen, Gemeente Baarn, Huurdersraad Eemland. 2020-10-08, Gevraagd advies ASDB over ‘Baarn Vitaal’ Beleidsnota Sociaal Domein Baarn 2021-2024. 2020-11-26, Prestatieafspraken 2020-2023, Jaarplan 2021, Stichting Eemland Wonen, Gemeente Baarn, Huurdersraad Eemland. 2021-01-27, Beleidsnota Sociaal Domein Baarn 2021-2024; “Baarn Vitaal”, zaaknr. 181583, incl.: Raadsvoorstel, Raadsbesluit, Advies adviesraad sociaal domein Baarn, Advies samenwerkingsverband de Eem, Beantwoording college advies ASDB, Infographic Nota sociaal domein, Memo actualisatie nota sociaal domein, Beantwoording technische vragen BOP en PvdA. 2021-01-xx, VluchtelingenWerk West en Midden-Nederland, Gemeente Baarn Trajectinkoop 2021. 2021-06-xx, Concept Plan van aanpak nieuwe wet inburgering gemeente Baarn. 2019-11-16, Prestatieafspraken 2020-2023, Jaarplan 2022, Stichting Eemland Wonen, Gemeente Baarn, Huurdersraad Eemland. 2021-04-xx, DUO, Handleiding Participatieverklaringstraject en maatschappelijke begeleiding, versie 1.7. 2021-11-16, Persbericht gemeente Baarn, Gemeente vanaf 2022 verantwoordelijk voor inburgering van statushouders.
2021-12-06, Adviesraad Sociaal Domein Baarn, Ongevraagd advies Inburgering (Nota voor de uitvoering van de nieuwe wet inburgering 2022 gemeente Baarn). 2022-12-22, Besluit in Raad: Invoering nieuwe Wet inburgering in 2022; Raadsvoorstel incl. de diverse bijlagen. 2022-01-18, Besluit mandaat, volmacht en machtiging Baarn – Gemeenschappelijke Regeling samenwerking Sociaal Domein Baarn, Bunschoten en Soest (BBS) 2022. 2022-01-xx, Dienstverleningsovereenkomst Inburgering BBS 2022. 2022-05-xx, Handboek Inburgering 2022 BBS Gemeenten. 2022-06-xx, Modelverordening Iinburgering. 2022-xx-xx, Wet Inburgering, incl. Memorie van Toelichting. 2022-xx-xx, Huisvestingsverordening Baarn 2022. IND, afdeling communicatie, ‘Welke route doorloopt de asielzoeker in Nederland’. Brieven Provincie Utrecht, Team BIN, Taakstelling Huisvesting vergunninghouders; diverse brieven, toeziend op de jaren 2016 t/m 2021.
59