CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

477242 Zienswijze fusie woningcorporatie Eemland Wonen en Woningstichting Leusden bijlage 1 Concept fusie-effectrapportage EW-WSL

Besluit in de Raad 28 september 2022, gemeente BaarnBij agendapunt: Zienswijze fusie woningcorporatie Eemland Wonen en Woningstichting Leusden12.121 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voorts is in de financiële analyses nog geen rekening gehouden met het op handen zijnde rijksbeleid rond de verhuurderheffing en de compenserende (huur)maatregelen en investeringen die gepaard zouden moeten gaan met vermindering of afschaffing van deze heffing. De conclusies van het externe financiële onderzoek zijn, met inbegrip van alle reeds voorgenomen investeringsambities, samengevat: − In de afzonderlijke corporaties zitten geen risico’s die een contra-indicatie zijn voor een eventuele −

fusie. In de afzonderlijke corporaties zitten geen significante risico’s. In de rapportage van de fusiecorporatie wordt het beeld geschetst van een financieel robuuste corporatie met een beperkt risicoprofiel. Financieel gezien levert een fusie van de twee corporaties dus een gezond beeld op. Dat is geen verrassing want de individuele corporaties zijn financieel solide.

−

De analyses zijn gebaseerd op ongewijzigd beleid en ook de discussie verhuurdersheffing is hierin nog niet verwerkt.

Dit is hierna toegelicht. Hierna is de financiële robuustheid van de fusiecorporatie weergegeven aan de hand van de voor de branche belangrijkste kengetallen.

23

4.2.1 Interest Coverage Ratio (ICR) De ICR drukt uit in hoeverre de fusiecorporatie aan haar financieringsverplichtingen kan voldoen. De ICR moet ten minste 1,4 bedragen (sectornorm). De ICR van de fusiecorporatie zit ruim boven deze minimumnorm. Dat betekent dat de fusiecorporatie ieder jaar ruim voldoende geld in kas heeft voor de exploitatie van haar activiteiten.

4.2.2 Loan to Value (LTV) De LTV drukt uit hoe zwaar de fusiecorporatie gefinancierd is. De LTV moet minder zijn dan 85% (sectornorm). De LTV van de fusiecorporatie zit ruim onder deze maximumnorm. Alle voorgenomen investeringen zijn hierin ingerekend. Dat betekent dat de fusiecorporatie een ruime financieringscapaciteit heeft.

4.2.3 Solvabiliteit De Solvabiliteit drukt uit in hoeverre de fusiecorporatie aan haar lange termijn betalingsverplichtingen kan voldoen. De Solvabiliteit moet ten minste 15% zijn (sectornorm) . De Solvabiliteit van de fusiecorporatie zit boven deze minimumnorm. Alle voorgenomen investeringen zijn hierin ingerekend. Dat betekent dat de fusiecorporatie financieel kerngezond is.

4.2.4 Dekkingsratio De dekkingsratio is de verhouding tussen de marktwaarde van de schuld

en

die van het vastgoed. Is de waarde van vastgoed voldoende om de schuld af te

het

lossen? De dekkingsratio moet minder dan 70% (sector-norm). De

zijn

fusiecorporatie zit ruim onder deze maximumnorm.

24

4.2.5 Risicoprofiel, efficiëntie en extra investeringscapaciteit Finance Ideas concludeert alles overziend dat de fusiecorporatie een laag risicoprofiel kent. Schema 3.: Verhoging efficiëntie fusiecorporatie

Prognose verzamelpost

Kosten (m€)

Baten (m€)

Incidenteel (I)

0,75

-

Structureel (S)

0,035

1,02 + pm

Theoretische terugverdientijd

< 2 jaar

De geprognosticeerde fusiesynergie is met de gezamenlijke Auditcommissies van de RvC’s besproken en door Finance Ideas gevalideerd. De businesscase laat zien wat de fusie financieel vertaald kost (€0,75 miljoen incidenteel, 35k structureel) en opbrengt (€1 miljoen structureel, plus pm (financierings- en treasuryvoordeel en inkoopvoordeel onderhoud). Van het jaarlijkse structurele financiële voordeel van de fusie wordt circa € 420.000 gereserveerd voor versterking van de fusiecorporatie, dat is immers de belangrijkste aanleiding voor de fusie. In de financiële doorrekening is vanaf 2023 voorts jaarlijks een financieel voordeel van € 600.000 ingerekend. De structurele fusiebaten en kosten hebben ook een beleidswaarde-effect, omdat deze een impact hebben op de beheernorm in de beleidswaarde. Door de fusievoordelen daalt de beheernorm en stijgt de beleidswaarde. Als gevolg daarvan stijgt de financieringscapaciteit en dus ook de investerings-capaciteit van de fusiecorporatie. Een indicatie van het verwachte beleidswaarde-effect is circa € 16 miljoen5. Dit effect is meegenomen in de meerjarenprognose van de fusiecorporatie.

4.3

Waarderingsgrondslagen en financiële rekenparameters Op grond van artikel 96, lid 2, Btiv wordt ingegaan op de waarderingsgrondslagen en de financiële rekenparameters. Het Btiv schrijft hierbij voor dat “In geval de waarderingsgrondslagen niet sterk verschillen en/of de beleidswijzigingen niet van substantiële financiële betekenis zijn, kan volstaan worden met een door de besturen van de fusiepartners expliciete verklaring”. De financiële analyse heeft plaatsgevonden op basis van een doorrekening van bureau Finance Ideas. Het uitgangspunt voor de doorrekening zijn de meerjarenprognoses 2022 e.v. van de beide corporaties. De resultaten zijn getoetst bij de financiële managers, de bestuurders en de audit commissies. De resultaten zijn vastgesteld door de besturen. De RvC’s hebben dat besluit tot vaststelling goedgekeurd. Op de analyses vindt ook externe toetsing plaats. De onderliggende analyses worden ingebracht bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en bij de Autoriteit woningcorporaties (Aw). Verklaring van de beide besturen: De waarderingsgrondslagen van WSL en ELW verschillen niet sterk en ook financiële gevolgen van de wijzigingen in het beleid t.g.v. de fusie zijn niet van substantiële (financiële) betekenis.

Als indicatie van het beleidswaarde effect is deze jaarlijkse besparing voor 15 jaar (incl. eindwaarde) netto contant gemaakt te worden tegen een gemiddelde disconteringsvoet van 5,7%. 5

25

4.4

Constatering Uit het financiële onderzoek kan worden geconstateerd dat de financiële positie van de fusiecorporatie goed is, ook voor de komende jaren. Ook zijn er geen significante risico’s aan de fusie verbonden. De fusiecorporatie kan de bestaande investeringsvoornemens uitvoeren. Daarnaast ontstaat door de fusie ruimte om meer kennis en capaciteit binnen de organisatie te halen en extra te investeren in volkshuisvestelijke opgaven. De constateringen zijn gebaseerd op onafhankelijk extern financieel onderzoek, uitgevoerd in maart-mei 2022 door bureau Finance Ideas. Voor de direct betrokkenen bij deze Fusie-effectrapportage (huurdersorganisaties, gemeenten, WSW, Aw) zijn deze rapportages desgewenst voor inzage beschikbaar.

26

/ 5 Concluderend: fusie-effecten Meerwaarde van de fusie In deze fusie-effectrapportage zijn de praktische en beleidsmatige gevolgen van de fusie tussen Eemland Wonen en Woningstichting Leusden beschreven. Op basis van deze analyse kan de meerwaarde van deze fusie worden samengevat.

5.1

De kern In de kern gaat het erom dat de corporaties afzonderlijk te klein worden om te kunnen blijven voldoen aan de eisen die aan de organisaties worden gesteld. Het gaat dan met name om het tegen aanvaardbare kosten: 1. 2.

Op peil houden en verder doorontwikkelen van goede dienstverlening aan klanten Het voldoen aan de (wettelijke) eisen die aan de bedrijfsvoering worden gesteld (control,

3.

risicomanagement, compliance, externe rapportage en verantwoording, executiekracht) Op peil houden en verder versterken van de investeringen in vastgoed: nieuwbouw, verduurzaming,

4.

onderhoud en renovatie Zijn van een aantrekkelijke werkgever tegen de context van structurele krapte op de arbeidsmarkt.

Meer in detail is dit hierna nader geduid vanuit het perspectief van huurders, woningzoekenden, gemeenten, en de beide huidige organisaties.

5.2

Voor huurders en (toekomstige) woningzoekenden −

In de toekomst kunnen blijven inzetten op de nieuwbouw en verduurzaming van woningen en deze inzet waar mogelijk versterken

−

Extra € 16 miljoen volkshuisvestelijke inzet, naast de structurele versterking van de organisatie (de belangrijkste aanleiding voor de fusie)

−

Het voor de toekomst kunnen borgen van de continuïteit, kwaliteit en doorontwikkeling van de dienstverlening is meerwaarde van de fusie (stilstand is achteruitgang)

− −

Voorkomen van discontinuïteit door uitval van capaciteit Naast de mogelijkheid voor dienstverlening op locatie en telefonische dienstverlening ook meer

−

digitale dienstverlening Steviger kunnen inzetten op klanttevredenheid

−

Door meer digitale dienstverlening meer ruimte (capaciteit) voor persoonlijke dienstverlening op locatie

− −

Een vastgoedafdeling op niveau kunnen houden Ontwikkelingen en innovaties in onderhoud en bouw kunnen implementeren

− −

Verduurzaming versnellen en verbeteren door meer kennis en slagkracht Organisatiekosten efficiënt houden en daarmee de basis houden voor een gematigd huurbeleid

−

Beter in staat om netwerkorganisatie te zijn, netwerken met zorgorganisaties, welzijn, leefbaarheid, bouw- en ontwikkelingswereld

−

De kosten voor noodzakelijke investeringen in ICT en digitalisering delen en daarmee voorkomen dat deze de algemene organisatiekosten te veel laten stijgen.

27

5.3

Voor gemeenten, de samenleving −

De robuustere organisatie borgt ook voor de gemeente Baarn en Leusden dat de volkshuisvesting op

−

langere termijn geborgd is. De fusiecorporatie kan meer investeren dan dat er investeringskansen zijn in Baarn, dus de lokale

−

investeringen worden niet negatief beïnvloed Meer bouwmogelijkheden in de regio verlaagd ook de druk op de Baarnse sociale woningmarkt

− −

Bestaande prestatieafspraken worden gegarandeerd Extra (eenmalig) €16 miljoen (of jaarlijks €600.000) volkshuisvestelijke inzet, naast de structurele

−

versterking van de organisatie (de belangrijkste aanleiding voor de fusie) Fusiecorporatie is een betere netwerkorganisatie, ketenpartner

−

Een robuuste corporatie die graag sociale huurwoningen wil realiseren in met name de gemeenten Leusden, Baarn en omstreken (Bunschoten/Spakenburg, Soest, Eemnes). Alle extra sociale huurwoningen dragen bij aan reductie van de druk op de lokale sociale woningmarkten.

5.4

Voor de organisaties van Eemland Wonen en Woningstichting Leusden Medewerkers: −

Interessante werkgever zijn voor talentvolle medewerkers, meer ontwikkelmogelijkheden voor medewerkers

− −

Sterkere positie op de regionale arbeidsmarkt Meer collega’s op dezelfde functie dus meer mogelijkheid samen op te trekken, te leren van elkaar.

Organisatie: −

Meer organisatie slagkracht: meer ruimte voor specialistische functies en tegelijk minder risico op de kwetsbaarheid van eenmensfuncties. Jaarlijks circa € 420.000 meer beschikbaar voor de

−

specialistische kennis en capaciteit in de organisatie. Efficiëntie op gebied van beleid, jaarrekening, begroting e.d.

− −

Meer externe slagkracht Dit leidt tot versterking van realisatie van de opgaven op: ∙ Beschikbaarheid ∙ Betaalbaarheid ∙ Duurzaamheid/kwaliteit ∙ Leefbaarheid

− −

Beter geëquipeerd zijn op de toekomstige uitdagingen Risicospreiding door in meerdere gemeenten actief te kunnen zijn, dat geeft meer kansen voor bouw en dus realisatie van meer sociale huurwoningen.

28

/ 6 Bijlagen 6.1

Bijlage 1: Beleidsvergelijking en detail Separate bijlage.

6.2

Bijlage 2: Juridisch kader voor de beoordeling van de fusie In dit hoofdstuk is (op basis van de Woningwet, Btiv en Overlegwet) het juridische kader geschetst dat geldt voor de posities van de huurdersorganisaties en van de gemeenten bij de beoordeling van een fusie van woningcorporaties. Toegelaten instellingen in de zin van de Woningwet kunnen alleen fuseren als de Minister (Voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening), op verzoek van de corporatie, zijn goedkeuring aan de voorgenomen fusie heeft gegeven (artikel 53 Woningwet). Voordat Eemland Wonen en Woningstichting Leusden een dergelijk verzoek kunnen doen moet een proces zijn doorlopen waarin de huurdersorganisaties en de gemeenten waarin de corporatie(s) feitelijk actief zijn een rol spelen.

6.2.1 Positie huurdersvertegenwoordiging Voor de definitie van de huurdersvertegenwoordiging verwijst de Woningwet naar de Overlegwet, huurdersvertegenwoordiging zijn: 'de in het belang van de huurders van haar woongelegenheden werkzame huurdersvertegenwoordiging en bewonerscommissies als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f respectievelijk g, van de Wet op het overleg huurders verhuurder'. De wet schijft voor dat toegelaten instellingen overleg voeren met de huurdersvertegenwoordiging over het goedkeuringsverzoek fusie dat zij gaan doen aan de minister (artikel 53 lid 2 Woningwet). Van de huurdersvertegenwoordiging wordt verwacht dat zij de woningcorporatie meedelen of zij met de fusie instemmen. Eerder kan de corporatie het verzoek aan de minister niet doen (artikel 53 lid 2 Woningwet). In de toelichting bij het Btiv staat dat conform artikel 5 van de Overlegwet de corporatie verplicht is om de huurdersvertegenwoordiging in de gelegenheid te stellen, als de huurdersvertegenwoordiging dat wenst, schriftelijk advies uit te brengen over een fusie. Wij spreken in deze notitie daarom steeds over de aanvraag van de zienswijze én de aanvraag van de instemming van de huurdersvertegenwoordiging.

De woningcorporaties dienen op grond van de wet ook de huurders van hun andere gebouwen dan woongelegenheden in de gelegenheid te stellen hun zienswijze op die fusie te geven, en wel binnen zes weken (artikel 93 lid 1 Btiv).

6.2.2 Positie gemeenten Alvorens Eemland Wonen en Woningstichting Leusden aan de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening een verzoek kunnen richten tot goedkeuring van de voorgenomen fusie, moet een proces worden doorlopen waarin de twee corporaties de bij de fusie betrokken gemeenten: -

inlicht over de voorgenomen fusie (artikel 92 Btiv) 29

-

uitnodigt voor overleg met die gemeenten (artikel 94 Btiv)

-

de zienswijzen van die gemeente op de fusie vraagt (artikel 95 lid 1 onder b Btiv).

De volgende gemeenten zijn op grond van de wet en regelgeving bij de fusie betrokken: -

gemeenten waar de fuserende corporaties nu hun vestigingsplaats hebben

-

gemeenten waar de fuserende corporaties nu feitelijk werkzaam zijn

-

gemeente waar de gefuseerde corporatie haar vestigingsplaats zal hebben

-

gemeente(n) waar de gefuseerde corporatie feitelijk werkzaam zal zijn.

Het proces loopt op grond van de wet als volgt: 1.

De corporaties informeren zo spoedig mogelijk de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeente(n) over hun (1) fusievoornemens, (2) de motieven daarvoor, (3) de verwachte gevolgen van de fusie voor de huurders van haar woongelegenheden en gebouwen, (4) de verwachte gevolgen voor de bijdragen van de corporaties aan het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid en (5) de verwachte gevolgen voor de overige belanghebbenden. (artikel 92 Btiv).

2.

De corporatie voert overleg met de desbetreffende gemeenten (artikel 53 lid 2 Woningwet).

3.

Na/in dat overleg wordt van de desbetreffende gemeenten verwacht dat zij hun zienswijze op de voorgenomen fusie vastleggen.

De corporaties moeten deze zienswijzen bij hun verzoek aan de Minister voegen (artikel 53 lid 3 onder a Woningwet).

6.2.3 De Fusie-effectrapportage Artikel 96 lid 1 van het Btiv schrijft voor dat de corporaties aan de huurdersvertegenwoordiging en de gemeenten een Fusie-effectrapportage ter beschikking stellen. In de toelichting bij het Btiv staat over de Fusie-effectrapportage o.a. het volgende: "De Fusie-effectrapportage (artikel 96, tweede lid, van dit besluit) is een instrument voor de betrokken gemeenten en huurdersvertegenwoordiging om inzicht te krijgen in de effecten van de voorgenomen fusie op: 1.

de lokale binding (zie Hoofdstuk 3)

2.

de volkshuisvestelijke prestaties voor de woningmarkt waarop de toegelaten instellingen actief zijn (zie Hoofdstuk 4)

3.

en de financiële continuïteit (zie Hoofdstuk 5).

De situatie voor en na de fusie wordt door de fuserende toegelaten instelling in kaart gebracht. Door de Fusie-effectrapportage worden de lokale partijen in staat gesteld een oordeel te geven (als onderdeel van de rapportage) over nut en noodzaak van de voorgenomen fusie van een toegelaten instelling." De Autoriteit woningcorporaties schrijft ten aanzien van de inhoud van de Fusie-effectrapportage het volgende voor6: “een rapportage over de gevolgen van de voorgenomen fusie voor: a. de lokale binding, inhoudende: −

een overzicht van de organisatorische en bestuurlijke structuur van de verkrijgende toegelaten instelling, waaruit blijkt dat er een lokaal aanspreekpunt zal zijn in die gemeenten waar de verkrijgende toegelaten instelling 100 of meer woongelegenheden in bezit heeft;

−

een uiteenzetting over de gevolgen van de met die fusie gepaard gaande schaalvergroting op de samenwerking met de gemeenten waar de verkrijgende toegelaten instelling haar vestigingsplaats zal hebben en die waar zij feitelijk werkzaam zal zijn;

6

Autoriteit woningcorporaties, 9 oktober 2019, Beoordelingskader fusie

30

b. de prestaties op het terrein van de volkshuisvesting, inhoudende −

een uiteenzetting over de wijze waarop de verkrijgende toegelaten instelling toepassing zal geven aan de uitvoering van het volkshuisvestingsbeleid (zoals bedoeld in artikel 42 lid 1 Woningwet) dat geldt in de gemeente(n) waar zij feitelijk werkzaam is;

c. de financiële continuïteit van de verkrijgende toegelaten instelling voor de afzonderlijke niveaus na scheiding, inhoudende een uiteenzetting over de financiële gevolgen van de in verband met die fusie verwachte wijzigingen in het beleid van de fuserende toegelaten instelling; en voor zover aan de orde (indien beide fusiepartners onder het verlicht regime vallen en deze kwalificatie blijft gelden na fusie is er geen sprake van gescheiden balansen), de gescheiden balansen van beide fusiepartners gebaseerd op de meest recente jaarrekening voor de fusie (DAEB tak, niet-DAEB tak); en d. de financiële draagkracht van de verkrijgende toegelaten instelling, waarvoor de volgende bescheiden noodzakelijk zijn: −

een uiteenzetting over de beleidswijzigingen ten gevolge van de fusie die van substantiële financiële betekenis zijn; -

in geval de beleidswijzigingen niet van substantiële financiële betekenis zijn, kan volstaan worden met een door de besturen van de fusiepartners expliciete verklaring;

-

in geval de beleidswijzigingen wel van substantiële financiële betekenis zijn of als het een fusie betreft met een corporatie die volgens de laatste financiële beoordeling door de Aw niet als financieel gezond wordt aangemerkt, dienen de volgende aanvullende gegevens te worden verstrekt over de gefuseerde instelling:

∙ Beleids- en activiteitenplan: een plan dat zich minimaal over een periode van vijf jaar uitstrekt; ∙ Geconsolideerde meerjarenprognose: Prognose voor de komende vijf jaar (balans, winst- en verliesrekening). Voor de relevante niveaus die na scheiding zijn ontstaan en waarover ook moeten worden gerapporteerd in de dVi (de Verantwoordingsinformatie) en dPi (de Prospectieve informatie)7. Maximaal kan het gaan om: de DAEB-tak, de niet-DAEB tak, enkelvoudig, geconsolideerde verbindingen en geconsolideerde toegelaten instelling. Indien geen sprake is van substantiële beleidswijzigingen en de meest recente meerjarenprognoses (dPi) bruikbaar is, kan worden volstaan met het samenvoegen van die cijfers. Indien een scheiding doorgevoerd moet worden, dan zal de bestaande dPi niet volledig bruikbaar zijn.”

6.2.4 Beoordelingskader gemeenten en huurdersvertegenwoordiging Eemland Wonen en Woningstichting Leusden zijn met gemeenten en met de huurdersorganisaties in overleg over de fusie. EW en WSL richten het formele verzoek om de zienswijze (huurdersvertegenwoordiging en gemeenten) en de instemming (huurdersvertegenwoordiging) op wat de wet en regelgeving voorschrijft. In dit geval is dan vooral artikel 96 lid 1 van het Btiv relevant. Zie hiervoor de bovenstaande paragraaf 2.3. In deze Fusie-effectrapportage wordt hierna ingegaan op de in paragraaf 2.3. genoemde onderwerpen.

6.3

Bijlage 3: Risicoanalyse fusie Uit het financiële onderzoek blijkt dat er geen significante financiële risico’s aan de fusie verbonden zijn (zie paragraaf 4.4).

In de dVi gaat het om informatie over onder andere de activiteiten, financiële verantwoording, bedrijfswaarde en waardering van het bezit van de corporatie het afgelopen jaar. De dPi gaat in op de voornemens van de komende vijf jaren van corporaties: een prognose van de activiteiten, een financiële prognose en indien van toepassing de prestatieafspraken. 7

31

Fusies kunnen ook andere (dan financiële) risico’s met zich mee brengen. Woningstichting Leusden en Eemland Wonen zijn zich daar goed van bewust en zijn voorbereid op mogelijke negatieve effecten van fusie. Hieronder zijn de belangrijkste risico’s en de risicobeheermaatregelen daarvoor samengevat: Schema 4.: Risico’s bij fusie

#

Risico

1

Onbeheersbaar groot en complex Duiding Maatregel

Organisaties kunnen onbeheersbaar groot en complex worden. Bewegingen ten tijde van grote externe veranderingen zijn daarbij extra complex. De fusiecorporatie blijft qua schaal een kleine tot middelgrote woningcorporatie. De organisatie is sterk lokaal geworteld in een overzichtelijk werkgebied. Er zijn geen gelijktijdige stelselwijzigingen.

2

Jarenlang intern gericht Duiding

Maatregel

3

Integratie van organisaties kan lange interne gerichtheid tot gevolg hebben. De eventuele integratie wordt goed gefaseerd en in handen gelegd van de eigen mensen met goede ondersteuning. Het betreft vooral de dienstverlening en de backoffice. Een ICT migratie wordt zeer zorgvuldig gefaseerd. De ICT is het meest complexe onderdeel.

Cultuurclash Duiding

Grote cultuurverschillen staan succesvol samengaan en integratie in de weg.

Maatregel

Natuurlijk is er goede aandacht voor de cultuurintegratie. Op alle fronten is echter gebleken dat de culturen goed bij elkaar aansluiten. Hier wordt geen significant risico gezien.

4

Integratiekosten lopen uit de hand Duiding

Bij slecht geleide integratie blijken de kosten veel hoger dan vooraf gedacht. De kosten van fuseren worden in elke fase van het proces geraamd. Naarmate

Maatregel

het proces vordert liggen daar steeds meer offertes en zekere berekeningen aan ten grondslag. Er wordt conservatief gerekend: kosten reëel/ruimhartig, baten voorzichtig. Externen kijken mee.

5

Medewerkers lopen weg Duiding

Bij de aankondiging van een fusie is er het risico dat de beste mensen weggaan. Dat is zeker in de huidige arbeidsmarktsituatie een risico. De fusie wordt gedragen door de medewerkers. Alle sleutelfunctionarissen zijn

Maatregel

betrokken en hebben een rol in het proces. Zij maken met elkaar de organisatie. Daarmee zien zij de fusie vooral als een positieve uitdaging. Ze kunnen een organisatie maken zoals zij die het beste zien functioneren.

6

Draagvlak Duiding

Gebrek aan intern en extern draagvlak staat succesvolle fusering in de weg. In het proces is veel aandacht voor betrokkenheid en invloed van stakeholders.

Maatregel

Tot nog toe is er nauw contact en goede afstemming geweest met de huurdersorganisaties en gemeenten. Er is ook veel aandacht uitgegaan naar de interne belanghouders (MT's, sleutelfunctionarissen, ondernemingsraden, medewerkers, RvC's). In de organisaties is er veel draagvlak en enthousiasme.

7

In control blijven Duiding

Bestuurders en RvC-leden zijn vanaf de dag van een juridische fusie verantwoordelijk (en hoofdelijk aansprakelijk). Ook in de fase van integratie moet de organisatie in control zijn. Op het altijd in control blijven en het altijd tijdig beschikken over betrouwbare sturingsinformatie wordt expliciet gestuurd voorafgaand en tijdens het proces

Maatregel

van integratie. Alle sleutelfunctionarissen zijn bij de fusie en integratie betrokken. De integratie is in eerste instantie vooral gericht op de backoffice. De ICT-migratie wordt uiterst zorgvuldig voorbereid. 32

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11801877/1