378579 Jaarstukken 2021 en Begroting 2023 RID Utrecht Bijlage 1 Jaarstukken 2021
Tekst van het document
Subtotaal
115.751,38
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
209.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
Nvt
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Gegevens 2020 bedragen x € 1
Mevr. D.M.A.H. Govaerts
Functiegegevens
Directeur
Aanvang functievervulling in 2020 einde functievervulling in 2020
01/01/2020 31/12/2020
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
Dienstbetrekking?
Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
98.134,34
Beloningen betaalbaar op termijn
17.304,60
Subtotaal
115.438,94
27
De binnen onze organisatie geïdentificeerde leidinggevende topfunctionaris met een dienstbetrekking heeft geen dienstbetrekking bij meerdere WNT-plichtige instelling(en) als leidinggevende topfunctionaris (die zijn aangegaan met ingang van 1 januari 2021)
1d. Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder Gegevens 2021 NAAM TOPFUNCTIONARIS
FUNCTIE
G.F. Naafs
Voorzitter AB/DB
I. Meerts
Lid DB/AB
N. Kundic
Lid AB /DB
H. Prakke
Lid AB
S.C.C.M. Potters
Lid AB
R. van Bennekom
Lid AB
H. Waaldijk
Lid AB
D.M.P.G. Smolenaars
Lid AB
3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen
Gebeurtenissen na balansdatum Er hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan.
28
7. Balans en Toelichting 7.1. Grondslagen Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit ‘Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten’ daarvoor geeft. Op de in de jaarrekening opgenomen begroting is geen accountantscontrole toegepast.
Jaarverslaggevingsvoorschriften Bij het opstellen van het jaarverslag en de jaarrekening zijn de voorschriften en regels van het Besluit Begroting en Verantwoording gehanteerd.
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva Algemeen De waardering van activa en passiva vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten zijn toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn.
Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs (inkoopprijs plus bijkomende kosten) c.q. vervaardigingsprijs, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan per 1 januari in het jaar na de ingebruikneming van het gerelateerde materiële vaste actief.
Materiële vaste activa Volgens artikel 59 BBV dient er een onderscheid gemaakt te worden tussen investeringen met uitsluitend maatschappelijk nut in de openbare ruimte en investeringen met een (beperkt) economisch nut. Investeringen die verhandelbaar zijn en/of op enigerlei wijze kunnen leiden tot of bijdragen aan het verwerven van inkomsten, zijn investeringen met economisch nut.
Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging- of vervaardigingprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Investeringen worden lineair afgeschreven over de verwachte gebruiksduur en als ingangsdatum per 1 januari in het jaar na aanschaf.
Toelichting Op grond van artikel 65 van het BBV wordt bij de waardering van de vaste activa rekening gehouden met een vermindering van hun waarde, indien deze vermindering naar verwachting duurzaam is.
Materiële vaste activa met maatschappelijk nut De RID-Utrecht heeft geen materiële vaste activa met maatschappelijk nut.
29
Afschrijvingen De afschrijvingen zijn gebaseerd op de geschatte economische levensduur en zijn berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgprijs of vervaardigingprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. De uitgangspunten zijn vastgesteld door het Algemeen Bestuur middels het activabeleid. De termijnen zijn onderstaand opgenomen: Hardware Switches Bladeservers Monitoren ThinClients FatClients Overige hardware
6 jaar 5 jaar 5 jaar 5 jaar 5 jaar 5 jaar
Software Diverse software (afhankelijk van economische levensduur
5 tot 7 jaar
Telefonie Vaste telefoons Telefooncentrale Smartphones Mobiele telefoons
8 jaar 5 jaar 2 jaar 3 jaar
Inventaris Kantoormeubillair Inrichting datacenter
10 jaar 10 jaar
Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde, zo nodig onder aftrek van oninbaarheid. Binnen de RID is de volgende financiële vaste activa aanwezig: • Overige uitzettingen met een rente typische looptijd langer dan 1 jaar.
Vlottende activa uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar en overlopende activa De voorgeschreven indeling voor wat betreft vorderingen is: • vorderingen op openbare lichamen (gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, Rijk) • verstrekte kasgeldleningen • rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen • overige vorderingen • overige uitzettingen Vorderingen worden gewaardeerd op nominale waarde, onder aftrek van een voorziening voor mogelijke oninbaarheid. Op het punt van uitzettingen is gekozen om de terminologie van de Wet Fido (Financiering decentrale overheden) te volgen. Het begrip uitzettingen heeft zowel betrekking op vorderingen als op effecten. Het onderscheid tussen beide is komen te vervallen. Voor zover op grond van het treasurystatuut effectenbezit niet is toegestaan, dan wel niet aanwezig, kan dit in de toelichting uiteengezet worden.
Liquide middelen en overlopende posten Deze activa zijn tegen nominale waarde opgenomen.
30
Vaste passiva Voorzieningen Voorzieningen zijn gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden op grond van artikel 44 BBV gevormd voor: a. b.
verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is doch redelijkerwijs te schatten. bestaande risico’s op balansdatum ter zake van verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs te schatten is.
Netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langerVaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Grondslagen voor de bepaling van het resultaat Algemeen De grondslagen die worden toegepast voor resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.
Opbrengsten Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
Personeelslasten Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij gaat het om componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming; vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.
31
7.2. Balans per 31 december 2021 Balans
ACTIVA (bedragen in €) voor resultaatbestemming
31-12-2021
Balans
31-12-2020
Vaste activa Immateriële vaste activa kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
1.648.000
2.119.000 1.648.000
2.119.000
Materiële vaste activa Investeringen met economisch nut
2.204.000
2.664.000 2.204.000
2.664.000
Financiële vaste activa Overige uitzettingen met looptijd > 1 jaar
470.000
TOTAAL VASTE ACTIVA
666.000 470.000
666.000
4.322.000
5.449.000
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen
1.802.000
Overige vorderingen
1.766.000
0
0 1.802.000
1.766.000
Liquide middelen Banksaldi
903.000
0 903.000
Overlopende activa
611.000
0 624.000
611.000
624.000
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
3.316.000
2.390.000
TOTAAL GENERAAL ACTIVA
7.638.000
7.839.000
Balans
Passiva (bedragen in €) voor resultaatbestemming
31-12-2021
Balans
31-12-2020
Vaste passiva Eigen vermogen Algemene Reserve
87.000
64.000
Gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
446.000
23.000
Bestemmingsreserve
114.000
647.000
87.000
vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
5.700.000
TOTAAL VASTE PASSIVA
5.350.000 5.700.000
5.350.000
6.347.000
5.437.000
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Banksaldi
-
Overige schulden
946.000
1.291.000
1.456.000 1.291.000
Overlopende passiva
-
2.402.000 -
-
-
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA
1.291.000
2.402.000
TOTAAL GENERAAL PASSIVA
7.638.000
7.839.000
32
7.3. Toelichting op de balans Vaste Activa IMMATERIËLE VASTE ACTIVA (bedragen in €)
Boekwaarde Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen 01-01-2021 in 2021 in 2021 t.l.v. 2021
Bijdrage Boekwaarde van derden 31-12-2021
Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Migratieproject Totaal
2.119.000 2.119.000
102.000 102.000
0 0
573.000
0
573.000
0
1.648.000 1.648.000
De investeringen in 2021 hebben betrekking op de ontwikkeling van de nieuwe infrastructuur. MATERIËLE VASTE Boekwaarde Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Boekwaarde ACTIVA (bedragen in €) 01-01-2021 in 2021 in 2021 t.l.v. 2021 31-12-2021 INVESTERINGEN MET ECONOMISCHE NUT Software
733.000
-
-
158.000
575.000
Hardware
1.761.000
289.000
-
550.000
1.500.000
Inventaris
170.000 2.664.000
289.000
0
41.000 749.000
129.000 2.204.000
Totaal
De belangrijkste investeringen in het boekjaar worden hieronder toegelicht. Bedrag € 1000 80.000 Bladeservers Werkplekken 209.000
Financiële vaste Activa Financiële Vaste Activa (bedragen in € )
Uitzettingen langer dan 1 jaar Totaal Financiële vaste Activa
31-12-2021
31-12-2020
470.000
660.000
470.000
660.000
De financiële vaste activa hebben betrekking op langlopende onderhoudscontracten voor Hard- en software. Het kortlopende deel bedraagt € 291.000 en heeft derhalve betrekking op 2022.
33
Vlottende Activa VORDERINGEN OPENBARE LICHAMEN (bedragen in € ) Debiteuren deelnemers TOTAAL VORDERINGEN
31-12-2021 1.8020.000
31-12-2020 1.766.000
1.802.000
1.766.000
De vorderingen zijn alle inbaar. Wij hebben geen dubieuze vorderingen per 31 december 2021. Liquide middelen (bedragen in € ) Banksaldi
31-12-2021 903.000
31-12-2020 0
903.000
0
TOTAAL VORDERINGEN
OVERLOPENDE ACTIVA (bedragen in € ) vooruitbetaalde bedragen TOTAAL OVERLOPENDE ACTIVA
31-12-2021 611.000
31-12-2020 624.000
611.000
624.000
De vooruitbetaalde kosten betreffen voornamelijk onderhoudscontracten. Het vooruitbetaalde bedrag wordt hier verantwoord. De vooruitbetalingen voor meerdere jaren worden onder de financiële vaste activa verantwoord.
34
Vaste Passiva EIGEN VERMOGEN (bedragen in € )
31-12-2021
31-12-2020
87.000
64.000
87.000
64.000
446.000
23.000
ALGEMENE RESERVE Vrije Reserve SUBTOTAAL VRIJE RESERVE Nog te bestemmen resultaat lopend jaar Bestemmingsreserve TOTAAL EIGEN VERMOGEN
Algemene Reserve (bedragen in €)
114.000
-
647.000
87.000
01-01-2021
toegevoegd
onttrokken
31-12-2021
Vrije reserve
64.000
23.000
0
87.000
Totaal
64.000
23.000
0
87.000
De RID mag conform artikel 25 van de gemeenschappelijke regeling een vrije reserve vormen van 10% van de jaarlijkse apparaatskosten. Het AB heeft op 8 juli 2021 besloten dat het jaarrekeningresultaat van 2020 (ad € 23.000) wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Bestemmingsreserve (bedragen in €) Bestemmingsreserve Kosten tijdelijke vervanging CISO Bestemmingsreserve Extra beheerscapaciteit 2022 Totaal
01-01-2021
toegevoegd
onttrokken
31-12-2021
0
10.000
0
10.000
0 0
104.000 114.000
0 0
104.000 114.000
Bij het vaststellen van de bestuursrapportage 2021 heeft het AB op 11 oktober 2021 besloten om 2 bestemmingsreserves te vormen. Eén voor de kosten van de tijdelijke vervanging CISO, en één voor tijdelijke extra beheercapaciteit.
35
Vaste Schulden (bedragen in € )
31-12-2021
31-12-2020
5.700.000
5.350.000
Vaste Schulden (bedragen in €)
Saldo 01-01-2021
Vermeerderingen
Aflossingen
Saldo 31-12-2021
Lening BNG bank
5.350.000
2.000.000
1.650.000
5.700.000
Onderhandse leningen binnenlandse banken
In juli 2015 is langlopende leningen aangetrokken: • voor 6 jaar met een rentepercentage van 0,8% In december 2016 is een langlopende lening aangetrokken voor 5 jaar, tegen een rentepercentage van 0,17% In december 2017 is een langlopende lening aangetrokken voor 5 jaar, tegen een rentepercentage van 0,17% In februari 2019 en september 2019 zijn 2 langlopende leningen aangetrokken: • voor 5 jaar met een rentepercentage van 0,25% • voor 5 jaar met een rentepercentage van -0,15% In januari 2020 en juli 2020 zijn 2 langlopende leningen aangetrokken: • voor 5 jaar met een rentepercentage van -0,03% • voor 5 jaar met een rentepercentage van -0,03% In februari 2021 is een langlopende lening aangetrokken voor 5 jaar, tegen een rentepercentage van -0,10% De totale rentelast voor 2021 bedraagt € 4.000.
36
Vlottende Passiva KORTLOPENDE SCHULDEN (bedragen in €) Bank- en girosaldi
31-12-2021 0
31-12-2020 946.000
Overige schulden
1.290.000
1.457.000
TOTAAL KORTLOPENDE SCHULDEN
1.290.000
2.403.000
Alle kortlopende schulden hebben een rentetypische looptijd korter dan een jaar. Binnen de schulden zitten ook schulden aan mede-overheden: gemeente Soest (€ 38.000) en gemeente Utrechtse Heuvelrug (€ 3.000). Daarnaast zijn ook de vooruitgefactureerde bedragen ad € 28.000 hier verantwoord.
37
Schatkistbankieren Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar 2021 (1)
Drempelbedrag
250 Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks (2) schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het (3a) = (1) > (2) drempelbedrag Overschrijding van het (3b) = (2) > (1) drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag
Kwartaal 3
Kwartaal 4
594
2.342
1.381
2.009
-
-
-
-
344
2.092
1.131
1.759
Verslagjaar (4a)
(4b)
(4c)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
9.031
9.031
-
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met Drempelbedrag 250 een minimum van €250.000 (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1
(5a)
(5b) (2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
53.436
213.151
127.047
184.846
90
91
92
92
594
2.342
1.381
2.009
Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de RID voor toekomstige jaren is verbonden (Overeenkomsten) De RID heeft de volgende verplichting:
Leaseauto’s De RID heeft 1 leaseauto met een looptijd tot 1/7/2022. Dit betekent een jaarbedrag van € 3.000
Huurovereenkomst pand Doorn De huurovereenkomst loopt tot 31 mei 2023. Dit betreft een jaarbedrag van € 110.000
38
Langlopende contracten Headfirst mantelpartij voor inhuur mensen. Contract is ingegaan per 1 januari 2020. Looptijd 2 jaar met een optionele verlenging van 2 keer 1 jaar. Opdrachtwaarde is ca. € 1.900.000 per jaar. Comparex mantelpartij voor software. Contract is ingegaan per 6 november 2018. Looptijd 3 jaar met optionele verlenging van 3 jaar. Het betreft een raamovereenkomst Opdrachtwaarde ongeveer € 1.000.000 per jaar Eurofiber betreft Europese aanbesteding van glasvezelverbinding. Ingangsdatum 1 juni 2013 met een looptijd van 5 jaar met de mogelijkheid tot verlenging van 10 keer 1 jaar. Opdrachtwaarde € 70.000 per jaar. Ten behoeve van de Hardware mantel zijn per 1 maart een 3 tal partijen gecontracteerd. Het betreft een raamovereenkomst voor de looptijd van 2 jaar met een optionele verlenging van 3 keer 1 jaar. Het betreft Central Point, BuyIT direct en SLTN. Visma Raet betreft een Europese aanbesteding voor onze E-hrm oplossing. De looptijd is 5 jaar met de mogelijkheid om 2 keer te verlengen met 2 jaar. De geschatte opdrachtwaarde is € 237.000 per jaar.
Bijlagen Verdeling per taakveld (x € 1.000) Taakveld Programma dienstverlening
0.4 Overhead
Overhead
0.4 Overhead
Algemene dekkingsmiddelen
0.4 Overhead
2021
Baten
lasten
baten
lasten
baten
6.638
1.325
7.755
941
7.821
41
1.047
81
1.210
1.183 7.996
Totaal
Staat van incidentele baten en lasten (x € 1.000)
Begroting
7.966
7.996
7.821
9.362
Begroting
2021
Baten
baten
Programma dienstverlening Overhead Algemene dekkingsmiddelen
183
Totaal
183
39
2020
lasten
laten
8.022 8.802
9.044
9.031
2020 lasten
baten
laten
183
183
255
0
0
115
183 183
183
370 183
370
370
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
40
41
42
43
44
45
Vaststellingsbesluit
46