368561 Rekenkameronderzoek subsidieverlening in Baarn Beantwoording technische vraag PvdA m.b.t. De Trits
Tekst van het document
21 juli 2019
Eindrapportage Onderzoek toekomstperspectief Sportcentrum De Trits
31
binnensportaccommodaties zal daarmee zowel nu als in de toekomst voldoende zijn om alle sportverenigingen te kunnen faciliteren. Hierbij aangetekend dat, indien de gemeente de ambities van VITA 2000 wil faciliteren, wellicht een aantal kwalitatieve maatregelen genomen moeten worden. Welke aanpassingen dit eventueel zijn, moet in overleg met VITA 2000 worden bepaald.
21 juli 2019
Eindrapportage Onderzoek toekomstperspectief Sportcentrum De Trits
7 Toekomstperspectief 7.1
Conclusies en voorkeursscenario
Voorliggende rapportage is de weerslag van een onderzoek naar het toekomstperspectief van Sportcentrum De Trits, de exploitatie van het sportcentrum en het gebruik van de voorzieningen waar Stichting De Trits bemoeienis mee heeft. Het betrof een breed onderzoek met een aantal specifieke deelaspecten waaraan ook onderzoeksvragen zijn gekoppeld. In deze paragraaf geven wij kort de belangrijkste conclusies van de deelonderzoeken weer en beantwoorden hiermee de onderzoeksvragen. Ook wordt een voorkeursscenario geschetst voor de wijze waarop wordt omgegaan met de accommodatie en de exploitatie voor de komende decennia. Eén van de bevindingen uit het onderzoek is dat de binnensportcapaciteit in Baarn in kwantitatief opzicht voldoet. Met andere woorden: er is voldoende ruimte voor onderwijs, verenigingen en overige gebruikers. Op het moment dat de hockeyvereniging een eigen blaashal gaat realiseren in de wintermaanden ontstaat in de sporthal van De Trits een overcapaciteit die gepaard gaat met een inkomstenderving voor de Stichting die wordt geraamd op ongeveer € 20.000,-. Wel is er een beperkt aantal kwalitatieve knelpunten geconstateerd die aandacht verdienen. Uit de uitgevoerde inventarisatie en analyse van de huidige exploitatie blijkt dat de Stichting op een inventieve en klantgerichte c.q. maatschappelijke wijze invulling geeft aan haar exploitatieopdracht.
Dit is niet per definitie de meest voordelige invulling maar sluit wel aan op de gemeentelijke missie dat de sport zo toegankelijk mogelijk moet zijn voor zoveel mogelijk Baarnaars. Toch is sprake van een vanuit gemeentelijk perspectief relatief goedkope exploitatie van het zwembad en de binnensportaccommodaties. Dit is het gevolg van het feit dat de Stichting ook de exploitant is van de fitnessvoorziening en het volledig positieve exploitatieresultaat hiervan ten gunste wordt gebracht van het maatschappelijk deel van de exploitatie. Hierdoor is sprake van een substantieel lagere subsidiebehoefte dan zonder de fitness het geval zou zijn. Het verdient ons inziens om voornoemde redenen ook de voorkeur om de huidige exploitatievorm te handhaven en ook niet over te gaan tot het instellen van
32
een Raad van Toezicht. Voorwaarde is wel dat er een duidelijke demarcatie wordt gemaakt tussen maatschappelijke en commerciële activiteiten van de Stichting en dat er door het feit dat een Stichting een fitnessvoorzieningen exploiteert (hetgeen als zeer uitzonderlijk kan worden beschouwd) geen oneerlijke concurrentie ontstaat. Om dit te voorkomen is in de rapportage een aantal concrete voorstellen gedaan waarbij het vanwege de uitzonderlijkheid van de situatie aanbeveling verdient om ook een juridische toets op de casus plaats te laten vinden. Het is van belang dat de gemeente, op het moment dat onverhoopt bezwaar zou worden aangetekend door een andere fitnessexploitant, kan aantonen dat zij er alles aan gedaan heeft om sprake te laten zijn van een gelijk speelveld. Bij de Stichting dient sprake te zijn van een marktconforme exploitatie van de fitness om binnen de budgettaire kaders die aan de overige exploitatieonderdelen zijn verbonden aan haar integrale (statutaire) opdracht te kunnen voldoen. Op basis van de leeftijd en staat van de accommodatie zien wij geen enkele aanleiding om een omvangrijke renovatie of nieuwbouw te overwegen. Indien het onderhoudsregime wordt gevolgd dat voor de komende 20 jaar door een extern bureau is opgesteld bedraagt de resterende levensduur van sportcentrum De Trits nog minimaal 20 jaar.
Wel adviseren wij een aantal andere keuzes te maken binnen de onderhoudsplanning waarbij stapsgewijs verduurzaming wordt doorgevoerd. Dit zal leiden tot hogere onderhoudskosten en een besparing op de energiekosten. Per saldo zal de jaarlast naar verwachting hoger zijn maar is wel sprake van de verwezenlijking van een hogere duurzaamheidsambitie. Een specifiek duurzaamheidsonderzoek dient meer inzicht te verschaffen in een optimale keuze voor en combinatie van afzonderlijke maatregelen. Tevens is het advies om jaarlijks budget te reserveren voor het toevoegen van voor het publiek aantrekkelijke aanpassingen aan de voorziening mogelijk te maken. Dit zal noodzakelijk zijn om minimaal de huidige gebruiksintensiteit van de voorziening te handhaven.
7.2
Actuele ontwikkelingen
De belangrijkste ontwikkeling die zich momenteel voordoet binnen de amateursportsector is de verruiming van de Btw vrijstelling. Vanaf 1 januari 2019 is de exploitatie van sportaccommodaties door niet-winstbeogende exploitanten (zoals Stichtingen) vrijgesteld van Btw. Dit betekent dat de Btw op de kosten vanaf dit moment niet meer kan worden verrekend. Hier staat tegenover dat over de
21 juli 2019
Eindrapportage Onderzoek toekomstperspectief Sportcentrum De Trits
inkomsten geen Btw meer hoeft te worden afgedragen. Voor de investerings- en exploitatiekosten dient derhalve een bedrag inclusief Btw als uitgangspunt te worden genomen. Om de negatieve effecten van de verruiming van de Btw-vrijstelling deels te compenseren is door de Rijksoverheid een subsidieregeling BOSA (Stimulering Bouw en Onderhoud Sportaccommodaties) in het leven geroepen waar verenigingen en niet-winstbeogende exploitanten (zoals Stichtingen) gebruik van kunnen maken. In het kader van deze regeling mogen echter uitsluitend investerings- en onderhoudskosten worden opgevoerd. De vergoeding bedraagt 20% van het ingediende en gehonoreerde bedrag inclusief Btw en 15% extra voor investeringen in toegankelijkheid en duurzaamheid van de accommodatie. De BOSA staat niet open voor het indienen van (andere) met Btw-belaste exploitatiekosten zoals energie, water, inhuur van personeel, administratie/accountant, etc. De BOSA heeft een looptijd tot en met 2023. Niet bekend is of en in welke vorm daarna nog sprake zal zijn van een vergelijkbare regeling. De Stichting heeft naar verwachting te maken met een van Btw vrijgestelde exploitatie voor zowel het zwembad, de binnensportaccommodaties maar ook de fitness. Dit met name vanwege het feit dat de overschotten van de fitness worden gebruikt ter dekking van de algemene uitgaven van de Stichting (met name sporthal en zwembad).
Fitness is een nauw met sport samenhangende dienst, Vanuit dit perspectief vallen de activiteiten met betrekking tot het zwembad, de sporthal en de fitness volledig onder de vrijstelling van artikel 11, 1, e, juncto lid 3 van de wet op de omzetbelasting. Lid 4 van dit artikel 11 lijkt niet van toepassing, dat is pas aan de orde op het moment dat boekhoudkundig winst is gemaakt en daarmee lid 3 al gepasseerd is. In bijlage 4 zijn beide aangepaste teksten van artikel 11 van de wet omzetbelasting opgenomen. Samengevat kan dus worden gesteld dat de stichtingsvorm en de aanwending van het positieve resultaat ervoor zorgen dat ook het fitnessdeel is vrijgesteld van Btw. Hiermee is het in principe ook mogelijk om een beroep te doen op de BOSA voor investeringen en onderhoud die betrekking hebben op de fitness. Indien de wens is om toch belast te exploiteren dient een aparte BV te worden opgericht waarbij het niet eenvoudig (maar ook niet onmogelijk) is om de Fiscale Eenheid Btw te omzeilen.
33
Vanwege het feit dat met ingang van 1 januari 2019 geen 90% belaste prestatie meer wordt geleverd door Stichting De Trits kan ook de met Btw-belaste verhuur door de gemeente niet meer plaats vinden. Dit betekent dat de gemeente de Btw op onderhoud van en investeringen in de accommodatie niet meer kan verrekenen. Tot en met 2023 kunnen deze kosten worden opgevoerd in het kader van de specifieke uitkering sport (SPUK). Op dit moment is nog erg onzeker of deze uitkering het kostenverhogend effect van de Btw volledig zal vergoeden. (zie ook paragraaf 7.3).
7.3
Financieel perspectief
Indien gekozen wordt voor het voorkeurscenario en uitgegaan wordt van een van Btw vrijgestelde exploitatie zijn in onderstaande tabel de effecten voor De Trits indicatief geraamd op basis van de jaarrekening 2018. Hierbij zijn uitsluitend de met Btw belaste posten opgenomen, de eventuele effecten op het huurbedrag zijn buiten beschouwing gelaten omdat nader dient te worden bepaald hoe hier mee wordt omgegaan. Het betreft in feite een fictieve analyse omdat de verruiming van de vrijstelling in 2018 nog niet van toepassing was maar biedt wel inzicht in de effecten van de verruiming voor de toekomst. De stichting heeft aangegeven dat de nieuwe (van Btw vrijgestelde) tarieven gelijk zijn aan de (geindexeerde) huidige tarieven inclusief Btw. Jaarekening Stichting De Trits 2018 Baten Omzet zwembad en fitness Positief effect op exploitatieresultaat
Bedrag € 1.220.000
Effect vrijstelling € 73.000 € 73.000
Lasten Inhuur personeel Gas, Water, Elektra Onderhoud en aanpassingen pand Overige huisvestingskosten belast Algemene kosten Exploitatiekosten onderhoud/aanschaf Exploitatiekosten overig Negatief effect op exploitatiersultaat
€ 65.000 € 110.000 € 114.000 € 15.000 € 118.000 € 55.000 € 27.000
€ 14.000 € 23.000 € 24.000 € 3.000 € 25.000 € 12.000 € 6.000 € 107.000
Totaal effect op exploitatieresultaat
-€ 34.000
BOSA
€ 28.000
€ 13.000
€ 41.000
21 juli 2019
Eindrapportage Onderzoek toekomstperspectief Sportcentrum De Trits
Het (fictieve) effect van de verruiming van de Btw vrijstelling op het exploitatieresultaat van 2018 bedraagt ongeveer € 34.000,-. Volledige compensatie vanuit de BOSA zou zelfs betekenen dat het effect op het exploitatieresultaat positief zou zijn. Voor de gemeente geldt dat de in hoofdstuk 5 opgenomen bedragen uitsluitend van toepassing zijn indien volledig compensatie plaats vindt voor het kostenverhogende effect van de Btw. Gezien de recente ontwikkeling rond de SPUK (waaruit blijkt dat het gemaximeerde budget binnen de SPUK in 2019 ontoereikend is) is het risico aanwezig dat de verruiming van de Btw vrijstelling vooral voor de gemeente, die vanuit haar eigenaarsrol het grootste deel van de investeringen en het onderhoud voor haar rekening neemt, een kostenverhogend effect heeft. Voor zowel SPUK als BOSA geldt zoals eerder aangegeven dat de looptijd tot en met 2023 is en vooralsnog niet duidelijk is of er daarna nog sprake zal zijn van vergelijkbare regelingen.
7.4
Alternatieve scenario’s
Zoals uit de rapportage blijkt is het ook mogelijk om keuzes te maken die afwijken van het in paragraaf 7.1 beschreven voorkeursscenario. Toch zijn onze conclusies vrij duidelijk zodat het ons inziens een verkeerd beeld oproept om deze verschillende varianten voor de wijze waarop wordt omgegaan met accommodatie en exploitatie als gelijkwaardig met een bijbehorend afwegingskader te presenteren. Hieronder schetsen wij kort de alternatieve scenario’s (zowel bouwkundig/technisch als voor wat betreft het exploitatiemodel). Bouwkundig/technisch Enig alternatief voor het bouwkundig/technische perspectief voor De Trits beschouwen wij, zoals beschreven in hoofdstuk 5 van deze rapportage, het uitvoeren van het onderhoud conform het MJOP en geen ruimte te geven voor duurzaamheidsmaatregelen of maatregelen die de uitstraling of de gebruiksmogelijkheden van het sportcentrum verbeteren. Dit resulteert in lagere jaarlasten maar er is sprake van een lagere duurzaamheidsambitie en een hoger risico dat bezoekers zich afkeren van de accommodatie indien geen zichtbare innovaties meer plaats vinden. De renovatievariant betekent een hoge initiële investering die resulteert in lagere onderhoudslasten in het eerste decennium na renovatie maar in een structureel hogere jaarlast en geen verlenging van de levensduur. Gezien de staat en de leeftijd (met name van het zwembad en de nieuwe
34
sportzaal) van de accommodatie lijkt nieuwbouw niet aan de orde tenzij andere argumenten, zoals herontwikkeling van de locatie waar De Trits zich momenteel bevindt, aan de orde zijn. Exploitatiemodel Zoals beschreven in hoofdstuk 3 van deze rapportage zien wij twee realistische alternatieve exploitatievormen voor De Trits. De eerste is verpachting van de fitness aan een commerciële fitnessexploitant. Voordeel is dat er sprake zal zijn van een zuivere scheiding tussen de maatschappelijke en de commerciële functie van de accommodatie. De vraag is echter of er een fitnessexploitant te vinden is die bereid is een huursom te betalen die vergelijkbaar is met het positieve exploitatieresultaat van de fitness dat momenteel ten gunste komt van de maatschappelijke bedrijfsonderdelen van De Trits. Naar verwachting zal dit niet het geval zijn omdat de betreffende exploitant uiteraard ook winst aan de organisatie zal onttrekken. Dit zou betekenen dat dit financieel nadelig is, de synergie verdwijnt en sprake zal zijn van een negatief maatschappelijke effect (dit laatste ook afhankelijk van de bereidheid van de fitnessexploitant om aan de samenwerking met het zwembad vorm te geven). Tweede mogelijkheid is het aanbesteden van de exploitatie van het volledige sportcentrum.
De verwachting is gerechtvaardigd dat voor het zwembad- en sporthaldeel het financiële aanbestedingsresultaat financieel voordeliger is dan het huidige exploitatieresultaat van de Stichting. Marktpartijen zijn in de regel in staat om schaalvoordelen te benutten en efficiencyvoordelen te realiseren. Een en ander is uiteraard wel afhankelijk van de maatschappelijke uitgangspunten en randvoorwaarden die in het programma van eisen op basis waarvan de aanbiedingen opgesteld dienen te worden opgenomen. De mate waarin het positieve exploitatieresultaat van de fitness ten gunste wordt gebracht aan de verlieslatende bedrijfsonderdelen zal, zoals onder de eerste mogelijkheid betoogd, veel minder zijn dan bij de Stichting het geval is. Zeer voorzichtig kan de verwachting worden uitgesproken dat per saldo sprake zal zijn van een vergelijkbaar prijskaartje als in de huidige situatie het geval is. De exploitatievorm “commerciële marktpartij” past echter veel minder goed bij de visie van de gemeente om de sportparticipatie te maximeren. De maatschappelijke waarde van De Trits zal namelijk hoogstwaarschijnlijk afnemen.
21 juli 2019
Eindrapportage Onderzoek toekomstperspectief Sportcentrum De Trits
7.5
35
Samenvatting
In onderstaand kader worden tenslotte nogmaals de belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek in sterk gecomprimeerde vorm weergegeven. •
•
•
•
•
Sportcentrum De Trits is een aantrekkelijke en goed onderhouden accommodatie. De exploitatie heeft een sterk maatschappelijk en klantgericht karakter waarbij tevens oog is voor innovatie en commerciële kansen. Mogelijkheden zijn benoemd om wellicht op onderdelen optimalisaties aan te brengen. De binnensportcapaciteit in Baarn is voldoende. Het verdient aanbeveling deze capaciteit te handhaven en aandacht te besteden aan enkele relatief kleine kwalitatieve knelpunten. De huidige eigendoms- en exploitatievorm van De Trits past goed bij de gemeentelijke (beleids-)doelstellingen. Aanbevolen wordt het eigendom bij de gemeente te houden en de stichtingsvorm voor de exploitatie te handhaven. Hierbij zijn voorstellen gedaan om de transparantie van de scheiding tussen het maatschappelijke en het commerciële deel van de exploitatie verder te verbeteren en oneerlijke concurrentie op fitnessgebied te voorkomen. Aanbevolen wordt om de accommodatie op basis van het voorliggende MJOP nog 20 jaar in stand te houden, indien mogelijk met een hierin geïntegreerde revitalisering op het gebied van duurzaamheid en innovatie. Renovatie of nieuwbouw wordt niet geadviseerd. De verruiming van de Btw vrijstelling heeft naar verwachting een relatief beperkte negatieve invloed op het exploitatieresultaat.
Op korte termijn (tot en met 2023) kan mogelijk vanwege de vigerende compensatieregeling zelfs een licht financieel voordeel worden gerealiseerd.
Voor de onderbouwing van deze conclusies en aanbevelingen wordt verwezen naar de betreffende hoofdstukken en paragrafen van deze rapportage.
21 juli 2019
Eindrapportage Onderzoek toekomstperspectief Sportcentrum De Trits
Bijlage 1 Aspecten/beheersvormen Rechtsvorm
Algemene omschrijving
36
Belangrijkste karakteristieken beheersvormen Gemeentelijk beheer gemeente
Interne verzelfstandiging gemeente
beheer en exploitatie beheer en exploitatie op afstand (gemeentelijke kerntaken) ingebed geplaatst door contract met in de gemeentelijke organisatie management
Externe verzelfstandiging
Uitbesteding aan een stichting
sportbedrijf (in de regel BV of stichting overheids NV) beheer en exploitatie op afstand beheer en exploitatie overgelaten geplaatst, waarbij de gemeente als aan particulier initiatief, waarbij de aandeelhouder en contractpartij grip gemeente als contractpartij houdt randvoorwaarden stelt
Uitbesteding aan een marktpartij vennootschap, in de regel BV beheer en exploitatie (gedeeltelijk) overgelaten aan de markt, waarbij de gemeente als contractpartij randvoorwaarden stelt
Kenmerken volledig bepaald door gemeente
volledig bepaald door gemeente
volledig bepaald door gemeente
waarborging door contractvorming waarborging door contractvorming (geen winstoogmerk/commercieel (mogelijk spanning door belang) winstoogmerk/ commercieel belang en verandering visie op maatschappelijke functie)
afhankelijk van ruimte in contract maar in de regel beperkt tot strategisch en mogelijk tactisch
beperkt tot strategisch en mogelijk tactisch
beperkt tot strategisch, mits beperkt tot strategisch, mits daarvoor contractueel ruimte is daarvoor contractueel ruimte is opgenomen (alternatief: contract opgenomen (alternatief: contract openbreken) openbreken) prikkels afhankelijk van prikkels maximaal vanuit oogpunt subsidiecontract (open- of van winstmaximalisatie (met als geslotenbegroting met aanname een gesloten begroting en mogelijkheid om vermogen op te binnen gestelde randvoorwaarden) bouwen) in belangrijke mate afhankelijk van groot (afhankelijkheid van personen (vrijwillige) bestuursleden is beperkter en politieke ontwikkelingen zijn gedurende de contractperiode minder van invloed)
Maatschappelijk belang
gemeente volledig vrij en Gemeentelijke sturing verantwoordelijk (bestuurlijk: strategisch ambtelijk: tactisch/operationeel)
Efficiënte/ flexibele bedrijfsvoering
door ontbreken winstdoelstellingen beperkte prikkels nauwelijks (commerciele) prikkels om (voortdurend) tot optimaal exploitatieresultaat te komen
beperkte prikkels
groot (alleen afhankelijk van politieke ontwikkelingen)
groot (in beperktere mate afhankelijk van politieke ontwikkelingen)
groot (in beperktere mate afhankelijk van politieke ontwikkelingen)
alle verantwoordelijkheden met de daarbij behorende risico's zijn voor de gemeente
alle verantwoordelijkheden met de daarbij behorende risico's zijn voor de gemeente
directe verantwoordelijkheid met bijbehorende risico's voor sportbedrijf, maar eindverantwoordelijkheid (als enig aandeelhouder) bij de gemeente
afhankelijk van competenties staf/ ambtenaren
afhankelijk van competenties staf/ bedrijfsleiding
afhankelijk van competenties bedrijfsleiding/ directie en raad van toezicht
Stabiliteit/ continuïteit
Beperken financieel risico
Ondernemerschap
directe verantwoordelijkheid voor stichting; financiele risico's kunnen beperkt worden door stichting (uit subsidie) ruimte te geven weerstandsvermogen op te bouwen afhankelijk van competenties bedrijfsleiding/ directie en bestuur
directe verantwoordelijkheid voor marktpartij; financiele risico's kunnen beperkt worden door eisen te stellen aan zelf in te brengen vermogen doorontwikkeld aan de hand van in de (landelijke) praktijk beproefde concepten, rol locatiemanager veelal beperkt.
21 juli 2019
Eindrapportage Onderzoek toekomstperspectief Sportcentrum De Trits
Bijlage 2
37
Afgevallen beheervormen
In paragraaf 3.2 en bijlage 1 zijn alle in Nederland gebruikelijke beheervormen opgenomen. Onderstaand wordt een nadere beschouwing gegeven van de reden(en) om de afgevallen beheervormen niet aan te bevelen. Gemeentelijk beheer In het beleid van de gemeente is aangegeven dat het beheer en de exploitatie per gebruikstype sportaccommodatie wordt ondergebracht bij een exploitatiestichting. De gemeente heeft hiermee een duidelijke keuze gemaakt om de taken en verantwoordelijkheden voor de exploitatie van sportaccommodaties door een andere partij uit te laten voeren. Vanuit het beleid is er derhalve geen aanknopingspunt om de exploitatie van sportcentrum De Trits bij de gemeente te beleggen. Ook vanuit de praktijk is er geen aanleiding om de grip/ sturingsmogelijkheden op de exploitatie en het beheer vanuit de gemeente te intensiveren. Interne en extern verzelfstandiging In het verlengde van gemeentelijk beheer is het mogelijk om het beheer en de exploitatie van sportcentrum De Trits bij een intern verzelfstandigd onderdeel binnen de gemeentelijke organisatie, of bij een extern verzelfstandigd sportbedrijf te beleggen. Net als bij het gemeentelijk beheer passen deze opties niet in het huidige beleid van de gemeente en is er geen aanleiding om de sturingsmogelijkheden te intensiveren.
Bij deze beheervormen is het voordeel doorgaans dat door werkzaamheden in één organisatie onder te brengen er schaal- en efficiëntie voordelen behaald kunnen worden. Echter is het gezien de beperkte opgave van alleen sportcentrum De Trits niet waarschijnlijk dat deze voordelen behaald worden. Gezien bovenstaande argumenten worden deze beheervormen niet voorgesteld. Afstoten In de meeste gevallen is het voor een gemeente niet mogelijk om haar handen volledig van een voorziening als sportcentrum De Trits af te trekken en de voorziening af te stoten. Reden hiervoor is dat er bij een commerciële exploitant andere belangen spelen. Deze zal eerder kiezen voor een volledige commerciële invulling van de exploitatie, buiten de verhuur aan de vaste gebruikers en eventuele mogelijkheden voor onderverhuur. Er zal in mindere mate ruimte zijn voor flexibiliteit en de kans op verdringing van maatschappelijke organisaties/ functies is daarmee groter. Dit zal voor sportcentrum De Trits geen gewenste situatie opleveren en sluit ook niet aan bij het beleid van de gemeente. Om deze reden wordt afstoting buiten beschouwing gelate
21 juli 2019
Eindrapportage Onderzoek toekomstperspectief Sportcentrum De Trits
Bijlage 3
Trends en ontwikkelingen
Sociaal maatschappelijke ontwikkelingen • De totale vrije tijd van de Nederlanders is in de afgelopen jaren weinig veranderd. In 2016 betrof het 43,8 uur aan vrije tijd. Aan sport besteden Nederlanders gemiddeld 1,7 uur per week. Als we alleen naar de sporters kijken, blijkt dat zij hier 3,5 uur per week mee bezig zijn. • Het aandeel Nederlanders dat vrijwilligerswerk doet, is sinds het begin van deze eeuw nagenoeg gelijk gebleven. De sportsector heeft nog steeds het grootste aandeel vrijwilligers. Sport moet wel steeds meer concurreren met andere gebieden waar vrijwilligers nodig zijn (bijvoorbeeld mantelzorg, cultuur en inrichting van de omgeving). De verwachting is daarom dat het aantal vrijwilligers in de sport de komende jaren iets zal dalen. • De opeenvolgende generaties hechten in toenemende mate waarde aan vrijheid en flexibiliteit. Het is de verwachting dat de jongste generaties anders tegen sport aankijken en daarmee andere waarden nastreven dan oudere generaties nu en in de toekomst: minder verplichtingen en meer vrijheid en flexibiliteit. • De beleidsideologie is dat in de participatiesamenleving burgers dichter tot elkaar komen en gezamenlijk meer verantwoordelijkheden oppakken, waar de overheid zich terugtrekt.
Een voorbeeld van deze ontwikkeling is ook terug te zien in de gemeente Baarn waar sportaccommodaties voor een gedeelte in de afgelopen jaren zijn geprivatiseerd. • (Sport)verenigingen nemen in toenemende mate hun sociaal-maatschappelijke verantwoordelijkheid. Naast de primaire functie bieden verenigingen aan leden ook andere activiteiten/functies aan en ook worden steeds meer activiteiten ontplooid die toegankelijk zijn voor niet-leden. Dergelijke verenigingen spelen dan ook een belangrijke rol binnen een gemeenschap. • Gebruikers van maatschappelijke accommodaties stellen steeds hogere eisen aan de kwaliteit en uitstraling van de accommodaties en de verenigingen. • Er zal duidelijker onderscheid ontstaan tussen enerzijds verenigingen die er in slagen leden, vrijwilligers en sponsors aan zich te verbinden en anderzijds verenigingen die te kampen hebben met een cumulatie van financiële en organisatorische problemen (lees: het onderscheid tussen vitale en minder vitale verenigingen).
38
Ontwikkelingen in de sportparticipatie • Steeds meer mensen sporten in ongeorganiseerd verband op een moment die hen het best uitkomt. Door individualisering zijn mensen steeds vaker op zoek naar keuzevrijheid in het moment waarop en het gezelschap waarmee wordt gesport. Populaire sporten die in ongeorganiseerd verband of anders georganiseerd worden zijn hardlopen, fietsen en bootcamp, waarvoor bij uitstek gebruik kan worden gemaakt van de openbare ruimte. • De sportdeelname onder basisschoolleerlingen is het hoogst. 95% sportte in 2016 twaalf keer per jaar of meer. Basisschoolleerlingen zijn ook het vaakst lid van een sportvereniging (79%). Het lidmaatschap van een sportvereniging neemt in de levensfasen die hierop volgen steeds verder af. Zo sportte in 2016 nog maar 26% van de volwassenen en 16% van de senioren als lid van een sportvereniging. • Het aandeel Nederlanders dat lid is van een sportvereniging is al jaren stabiel. In 2016 was een derde (31%) van de Nederlandse bevolking van 6 jaar en ouder lid van een sportvereniging. • De aandacht voor gezond leven en bewegen blijft onverminderd groot, hetgeen een positieve stimulans betekent voor sport en bewegen. Vooral 55plussers blijken landelijk aanzienlijk vaker deel te nemen aan sportieve activiteiten dan in het verleden.
• De ontgroening en vergrijzing van de Nederlandse samenleving is een feit en vormt een bedreiging voor verenigingen die zich vooral concentreren op de jeugd, maar biedt tegelijkertijd kansen voor hen die aantrekkelijke programma’s en activiteiten kunnen aanbieden voor senioren. • De binnensporten staan landelijk al langere tijd onder druk. De afgelopen periode hebben binnensporten als volleybal, gymnastiek en handbal zich weten te stabiliseren. De populariteit van badminton neemt nog steeds af, basketbal is het afgelopen jaar na een daling weer gegroeid. • Hoewel het aantal lidmaatschappen en het aantal verenigingen licht daalt, blijft de sportdeelname stijgen. In 2017 sportte 64% van de Nederlanders wekelijks, in 2016 was dit nog 61%. • Het bewegingsonderwijs kan gezien worden als onderdeel van de sportparticipatie. Door politiek en onderwijssector wordt gediscussieerd over de kwaliteit en de kwantiteit van het bewegingsonderwijs. Momenteel geldt dat leerlingen in de regel 2 lesuren gym krijgen, waarbij landelijk discussie plaatsvindt over uitbreiding naar 3 lesuren. Vooralsnog is beperkt (politiek)
21 juli 2019
Eindrapportage Onderzoek toekomstperspectief Sportcentrum De Trits
39
draagvlak aanwezig voor een dergelijke maatregel. Niet in de laatste plaats vanwege de extra capaciteitsbehoefte aan binnensportaccommodaties en de daarmee samenhangende financiële consequenties. Alternatief is dat gezocht wordt naar mogelijkheden om het bewegingsonderwijs voor een deel aan te bieden in andere voorzieningen. De buitensportaccommodaties zijn zo’n alternatief.
21 juli 2019
Eindrapportage Onderzoek toekomstperspectief Sportcentrum De Trits
Bijlage 4
40
Relevant bepalingen wet op de omzetbelasting
3. De vrijstellingen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen c, e en t, zijn slechts van toepassing, indien de ondernemer geen winst beoogt. Onder het beogen van winst wordt mede verstaan het behalen van exploitatieoverschotten, tenzij deze worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de diensten die worden verricht. 4. Voor toepassing van het eerste lid, onderdeel e, is geen sprake van een instelling die winst beoogt, indien: a. de instelling direct of indirect bijdragen ontvangt die geen vergoeding vormen of een vergoeding vormen hoger dan de normale waarde voor een prestatie en de instelling zonder die bijdragen geen overschot zou behalen; of b. aan de instelling direct of indirect een sportaccommodatie of een gedeelte daarvan ter beschikking wordt gesteld door een publiekrechtelijk lichaam dat ter zake van die terbeschikkingstelling niet ten minste de aan die accommodatie of het gedeelte daarvan toerekenbare integrale kosten aan zijn afnemer in rekening brengt.
21 juli 2019