345605 Begroting STEV 2022 bijlage 1 Begroting 2022-2026
Tekst van het document
STEV begroting 2022 23
Overige instellingslasten Hieronder vallen diverse lasten, waaronder ook de inzet op arrangementen. Die zijn voor 2022 op hetzelfde niveau begroot als in 2021.
Meerjarenbegroting 2022-2026 balans inclusief toelichting Meerjaren-balans Op basis van de begroting 2021en de meerjarenbegroting is onderstaande meerjarenbalans opgesteld. Kalenderjaar
2020
2021
2022
2023
2024
werkelijk
obv begroting
obv begroting
obv begroting
obv begroting
2025
2026
obv begroting obv begroting
1. Activa 1.2 Ma teri ël e va s te a ctiva * 1.3 Fi na nci ël e va s te a ctiva Vaste activa
€ 1.479.920 € 1.503.423 € 1.621.265 € 1.472.056 € 1.358.678 € 1.278.605 € 1.076.528 € - € - € - € - € - € - € € 1.479.920 € 1.503.423 € 1.621.265 € 1.472.056 € 1.358.678 € 1.278.605 € 1.076.528
1.5 Vorderi ngen 1.7 Li qui de mi ddel en Vlottende activa
€ 850.162 € 850.162 € 237.844 € 237.844 € 237.844 € 237.844 € 237.844 € 3.015.405 € 2.982.369 € 3.002.186 € 3.143.829 € 3.208.668 € 3.423.621 € 3.815.695 € 3.865.567 € 3.832.530 € 3.240.030 € 3.381.673 € 3.446.511 € 3.661.465 € 4.053.538
Totale Activa * waarvan gebouwen en terreinen
€ 5.345.487 € 5.335.954 € 4.861.295 € 4.853.729 € 4.805.190 € 4.940.070 € 5.130.067 160.806 151.530 224.076 209.728 195.380 181.031 166.683 7.000 7.700 7.900 8.300 9.000
2. Passiva 2.1 Ei gen vermogen 2.2 Voorzi eni ngen 2.4 Kortlopende s chul den
€ 3.331.040 € 3.131.040 € 2.435.188 € 2.214.031 € 2.190.356 € 2.211.072 € 2.286.905 € 386.611 € 577.078 € 798.271 € 1.011.862 € 986.998 € 1.101.162 € 1.215.326 € 1.627.836 € 1.627.836 € 1.627.836 € 1.627.836 € 1.627.836 € 1.627.836 € 1.627.836
Totale Passiva
€ 5.345.487 € 5.335.954 € 4.861.295 € 4.853.729 € 4.805.190 € 4.940.070 € 5.130.067
De balans ultimo 2021 is opgesteld vanuit de balans 2020 en de begroting 2021. Opvallend is natuurlijk de vermindering van de vorderingen door de afboeking van de vordering op OCW in 2022. Er is een stijging van de materiele vaste activa doordat we komend jaar investeren in ICT middelen en gebouwen. Daarna nemen de investeringen af. Kalenderjaar Materiele vaste activa per 01-01 Inves teringen -/- Afs chrijvingen Stand per 31-12
2020
2021
€ 1.498.132 € 1.479.920 € 270.773 € 334.472 € 288.985 € 310.969 € 1.479.920 € 1.503.423
2022
2023
€ 1.503.423 € 1.621.265 € 418.300 € 159.860 € 300.458 € 309.069 € 1.621.265 € 1.472.056
2024
2025
2026
€ 1.472.056 € 1.358.678 € 204.580 € 242.740 € 317.958 € 322.813 € 1.358.678 € 1.278.605
€ 1.278.605 € 94.500 € 296.577 € 1.076.528
De liquide middelen worden beïnvloed door de geprognosticeerde resultaten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en dotaties aan de voorzieningen, de geplande investeringsuitgaven en de uitgaven vanuit het meerjaren-onderhoudsplan. Het eigen vermogen fluctueert hierdoor.
STEV begroting 2022 24
Meerjaren-kasstroomoverzicht Op basis van de meerjaren-balans, het meerjaren-onderhoudsplan en het meerjareninvesteringsplan kan een specificatie worden gemaakt van de doorwerking van de primaire stromen (resultaat, investeringen in activa en onttrekkingen uit voorzieningen) op de beschikbare liquide middelen. Onderstaand is de meerjaren-kasstroom weergegeven volgens de indirecte methode. Dit is dezelfde methode die in de jaarrekening wordt gehanteerd. Kalenderjaar Sa l do ba ten en l a s ten (excl . rente) Aanpassingen voor: - Afs chri jvi ngen - Mut. Voorzi eni ngen Veranderingen in vlottende middelen: - Vorderi ngen - Kortlopende s chul den Kasstroom uit bedrijfsoperaties
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
€
-11.675 €
32.716 €
87.833
€
-16.308
€ €
288.985 € 136.236 €
310.969 € 190.467 €
300.458 € 221.193 €
309.069 € 213.591 €
317.958 € -24.864 €
322.813 € 114.164 €
296.577 114.164
€ € €
-108.868 € 414.066 € 714.111 €
- € - € 307.436 €
612.318 € - € 450.117 €
- € - € 313.503 €
- € - € 281.419 €
- € - € 469.693 €
498.574
€ € €
-5.795 -5.795
€ € €
-6.000 -6.000
€ € €
-12.000 -12.000
€ € €
-12.000 -12.000
€ € €
-12.000 -12.000
€ € €
-12.000 -12.000
€ € €
-12.000 -12.000
Inves t. i n ma teri ël e va s te a ctiva € -270.773 Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten € -270.773
€ €
-334.472 -334.472
€ €
-418.300 -418.300
€ €
-159.860 -159.860
€ €
-204.580 -204.580
€ €
-242.740 -242.740
€ €
-94.500 -94.500
Mutatie liquide middelen
€
€
-33.036 €
214.953 €
392.074
Begi ns tand l i qui de mi ddel en Mutatie l i qui de mi ddel en Eindstand liquide middelen
€ 2.577.862 € 3.015.405 € 2.982.369 € 3.002.186 € 3.143.829 € 3.208.668 € 3.423.621 € 437.543 € -33.036 € 19.817 € 141.643 € 64.839 € 214.953 € 392.074 € 3.015.405 € 2.982.369 € 3.002.186 € 3.143.829 € 3.208.668 € 3.423.621 € 3.815.695
Ontva ngen i nteres t Betaa l de i nteres t Kasstroom uit operationele activiteiten
437.543
€
-194.000
€
-683.852
€
19.817 €
-209.157
141.643 €
64.839 €
De ontwikkeling van de liquiditeit is ruim voldoende. De ontwikkeling van de middelen maakt dat we negatieve rente moeten betalen over een deel van ons vermogen. Daardoor zijn de bankkosten gestegen. Meerjaren-kengetallen Een deugdelijke financiële planning en control is van belang om op een juiste wijze financiële verantwoording af te leggen. Begrotingen zetten we in als sturingsinstrument voor de beheersing van activiteiten. Reserves en voorzieningen worden bewust gevormd en onderbouwd met meerjarenplannen, afwijkingen worden geanalyseerd met als doel te bepalen of er aanvullende acties nodig zijn. De Inspectie van het Onderwijs hanteert een set aan kengetallen bij de beoordeling van de financiële positie van een onderwijsinstelling. Op grond van een analyse van de financiële gegevens uit de jaarrekening, de continuïteitsparagraaf uit het jaarverslag of eventueel signalen, bepaalt de inspectie of de positie van de instelling nader moet worden onderzocht. Bij de analyse gebruikt de inspectie ter detectie van de risico’s een set kengetallen. De kengetallen zijn nadrukkelijk geen normen waaraan schoolbesturen moeten voldoen. De door de inspectie gehanteerde normen staan hierna vermeld.
STEV begroting 2022 25
In onderstaand overzicht staan de financiële kengetallen van STEV vanaf 2020 tot en met 2026 weergegeven. Deze zijn gebaseerd op de meerjarenbegroting en de meerjaren-balans. In de meerjaren-balans is de voorziening groot onderhoud naar de componentenmethode nog niet meegenomen (zie hiervoor eerdere beschrijvingen). Die verschuiving heeft betrekking op het kengetal ´weerstandsvermogen´. Kengetallen Kalenderjaar
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Signaleringsgrens Inspectie
Sol vabi l i tei t 2 (i ncl . voorzi eni ngen) Li qui di tei t Rentabi l i tei t Weers tands vermogen Hui s ves ti ngs rati o
69,5% 2,4 -0,2% 24,6% 7,6%
69,5% 2,4 -1,5% 24,2% 8,0%
66,5% 2,0 -4,7% 16,6% 6,8%
66,5% 2,1 -1,6% 15,9% 7,0%
66,1% 2,1 -0,2% 16,2% 7,4%
67,0% 2,2 0,2% 16,3% 7,4%
68,3% 2,5 0,6% 16,8% 7,4%
mi n. 30% > 0,75 > 0% (3 jari g) mi n 5% max 10%
Liquiditeit Bij liquiditeit gaat het er om of het bevoegd gezag in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen vlottende activa en de kortlopende schulden. Voor een goede liquiditeit zou volgens de inspectie deze minimaal 0,75 moeten zijn. Onze liquiditeit ligt meerjarig boven de inspectienorm en is bovengemiddeld goed. Solvabiliteit 2 Bij de solvabiliteit 2 gaat het er om in hoeverre een bevoegd gezag op lange termijn, ook in tijden van tegenspoed, aan haar verplichtingen kan voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen eigen vermogen, inclusief voorzieningen en het totaal van de passiva. Absolute normen voor solvabiliteit zijn moeilijk te geven. Beoordeling van het eigen vermogen kan niet los worden gezien van de beoordeling van de hoogte van de voorzieningen. Wanneer deze niet toereikend zijn om de toekomstige verplichtingen te dekken, zal aanvulling vanuit het eigen vermogen moeten plaatsvinden. In geval van een gezonde financiële positie, is een ondergrens van 30% wenselijk, aldus de inspectie. De solvabiliteit 2 bevindt zich voor STEV meerjarig op een constant stevig niveau van rond de 66 % en is daarmee ruimschoots voldoende. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van het risicomanagement voor de stichting.
Bekeken wordt in hoeverre de stichting zich een tekort kan permitteren in relatie tot de opgebouwde reserves. Het is van belang waartoe reserves worden aangehouden, of - bij negatieve stand - waardoor een negatieve stand wordt veroorzaakt. Te hoge reserves STEV begroting 2022 26
duiden op "spaargedrag", te lage reserves kunnen duiden op zorgeloos financieel management. De inspectie geeft een minimum signaleringsgrens aan van 5%. Het benodigde weerstandvermogen zal worden bepaald op basis van een risico inventarisatie. We zijn gestart met het opstellen van een risico inventarisatie. De uitkomst bepaalt het minimaal benodigde weerstandsvermogen. Op dit moment is het weerstandvermogen ruim voldoende ten opzichte van de signaleringswaarde en vertoont deze meerjarig voldoende buffer. Na de omzetting naar de componentenmethode zullen we het weerstandsvermogen herijken. Huisvestingsratio Deze geeft de verhouding aan tussen de huisvestingslasten en de totale lasten. De inspectie geeft in haar set met signaleringsgrenzen aan dat deze niet meer dan 10% mag bedragen. De ratio is in 2021 gestegen door extra dotatie aan voorziening groot onderhoud. In 2022 daalt de ratio doordat we een tweetal scholen sluiten en de lasten hoger zijn door extra NPO lasten. In 2024 stijgt het percentage weer doordat de lasten dalen doordat dan de NPO subsidie is weggevallen. Rentabiliteit Rentabiliteit heeft betrekking op het rendement en geeft aan of er sprake is van een positief dan wel negatief bedrijfsresultaat uit gewone bedrijfsvoering in relatie tot de totale baten. Rentabiliteit is het resultaat van baten en lasten uit gewone bedrijfsvoering/de totale baten.
In principe heeft een onderwijsinstelling geen winstoogmerk. Vanuit dat principe kan de rentabiliteit 0 zijn. Vanuit het verleden is meer dan afdoende (algemene) reserve opgebouwd uit positieve resultaten. Afname hiervan kan alleen door het realiseren van negatieve resultaten. De negatieve begrote resultaten ontstaan doordat we bewust willen inzetten op rechtmatige en beleidsrijke besteding ten behoeve van het onderwijs.
STEV begroting 2022 27
Bijlage 1:
Betaalritme OCW en vordering op OCW.
Procentuele verdeling betaalritme OCW over het kalenderjaar in uitgangssituatie: jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
9,20%
9,20%
9,20%
9,20%
6,91%
6,91%
6,91%
6,91%
6,91%
Gehanteerd betaalritme DUO 10,25%
9,20%
9,20%
65,45%
34,55%
Gelijkmatige verdeling 706
706
706
706
706
706
706
706
706
706
706
58,33%
706 41,67%
In de maanden augustus-december ontvangen we 34,55% van de bekostiging; bij gelijkmatige verdeling over het jaar zou dat 5/12 = 41,67% zijn. Betaalritme OWC toegepast op personele lumpsum plus onderwijs achterstanden beleid (bedragen x € 1.000): jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Gehanteerd betaalritme DUO 880
791
791
791
791
791
791
594
594
594
594
5625
594 2970
Gelijkmatige verdeling 716
716
716
716
716
716
716
716
716
716
5012
716
716 3580
In de maanden augustus-december ontvangen we € 2.970k van de bekostiging; bij gelijkmatige verdeling over het jaar zou dat € 3.580 k zijn. Dit effect betreft de personele lumpsum en de subsidie onderwijsachterstanden beleid. Aan het einde van het jaar ontstaat een vordering van k€ 610 k (afgerond). Dit bedrag wordt normaliter vervolgens in januari tot en met juli alsnog ontvangen van het Ministerie. Aan het einde van 2022 gaan we over naar het nieuwe bekostigingsstelsel en in 2023 worden 12 gelijkmatige termijnen betaald. Dat betekent dat we de vordering niet kunnen opnemen op 31 december 2022. Daarmee gaat in 2022 eenmalig k€ 610 k verloren voor STEV. “Het veld”, c.q. het primair onderwijs loopt hier nu tegen op, maar de regelgeving voor nieuwe bekostiging is intussen vastgesteld door de Eerste en Tweede Kamer. OCW geeft aan dat nieuwe bekostiging “budgetneutraal” is en kijkt daarbij puur op kasbasis naar haar begroting per kalenderjaar. Daarom geeft OCW aan dat er geen ruimte is voor compensatie.
STEV begroting 2022 28